CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

GR22.06.10F Bijlagen bij toelichting 1 tm 10.pdf

Gemeenteraad 14 juni 2022, gemeente AstenBij agendapunt: Vaststelling 'Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021'15.879 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan - Bijlagen bij toelichting -

Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021 Gemeente Asten

BESTEMMINGSPLAN - Bijlagen bij toelichting -

Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021 Gemeente Asten

IDN-nummer:

NL.IMRO.0743.BP02021002-VS01

Status:

ten behoeve van vaststelling

Datum:

17 mei 2022

Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen

Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught

024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting

5

Bijlage 1

Stedenbouwkundige en landschappelijke analysekaart

6

Bijlage 2

Visie op de inrichting

8

Bijlage 3

Realisatiekaart

10

Bijlage 4

Onderzoek geur en gezondheid

12

Bijlage 5

Onderzoek stikstofeffecten

68

Bijlage 6

Ruimtelijke onderbouwing Kemphaanweg 1 en 3

84

Bijlage 7

Ruimtelijke onderbouwing Meijelseweg ong.

143

Bijlage 8

Ruimtelijke onderbouwing Meijelseweg 31

320

Bijlage 9

Ruimtelijke onderbouwing Meijelseweg 33

489

Bijlage 10

Ruimtelijke onderbouwing Meijelseweg 39

632

Bijlage 11

Ruimtelijke onderbouwing Meijelseweg 66a

809

Bijlage 12

Ruimtelijke onderbouwing Ooruilweg 7

1060

Bijlage 13

Ruimtelijke onderbouwing Ooruilweg 9

1295

Bijlage 14

Ruimtelijke onderbouwing Spechtstraat 5

1502

Bijlage 15 Verslag omgevingsdialoog gebiedscoalitie 1 en individuele ontwikkelingen

1753

Bijlage 16

Verslag omgevingsdialoog gebiedscoalitie 2

1756

Bijlage 17

Nota van inspraak en vooroverleg

1760

Bijlage 18

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

1778

bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021

3

4

bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021

Bijlagen bij toelichting

bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021

5

Bijlage 1 Stedenbouwkundige en landschappelijke analysekaart

6

bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021

   

  

                    

    



0

30

60





90

120

150m

N

P122-046 Landschappelijke analysekaart Meijelseweg, Heusden (Asten)

Bijlage 2

8

Visie op de inrichting

bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021

                                 

   

      

0

30

60

90

120

150m

N

P122-046 Visie op de Inrichting Projectgebied Meijelseweg, Heusden (Asten)

Bijlage 3

10

Realisatiekaart

bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021

    



    

 



 

 

0

30

60

90

120

150m

N

P122-046 Overzicht Inrichtingsplannen Projectgebied Meijelseweg, Heusden (Asten)



Bijlage 4

12

Onderzoek geur en gezondheid

bestemmingsplan Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand 2021

Notitie geur, gezondheid en veehouderij

Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Gemeente Asten

Notitie geur, gezondheid en veehouderij Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand Gemeente Asten

Rapportnummer:

P197489.012.004

Naam opdrachtgever:

Gemeente Asten mevrouw J. Meulendijks

Adres opdrachtgever:

Postbus 290 5720 AG ASTEN

Opsteller: Gewijzigd door:

Y. van Iersel E. Louwerse en E. van Overbeek

Status:

Definitief

Datum:

1 juli 2021, gewijzigd 15 maart 2022

Pouderoyen Tonnaer is een handelsnaam van Pouderoyen BV St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen T (024) 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl pouderoyentonnaer.nl

Op onze dienstverlening zijn de DNR 2011 van toepassing die u vindt op pouderoyentonnaer.nl

Inhoud 1

Inleiding .............................................................................................................. 3 1.1 Planlocaties............................................................................................................................. 4 1.2 Ligging veehouderijen ............................................................................................................ 7

2

Volksgezondheid en veehouderijen ..................................................................... 9 2.1 Onderzoeken volksgezondheid en veehouderij ..................................................................... 9 2.1.1

3

Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 ........................................................................... 10

Gezondheidseffecten veehouderijen ................................................................. 12 3.1 Geur ...................................................................................................................................... 12 3.1.1

Toets woon- en leefklimaat ............................................................................................................. 12

3.1.2

Omgekeerde werking ...................................................................................................................... 16

3.2 Fijnstof .................................................................................................................................. 21 3.3 Endotoxinen ......................................................................................................................... 25 3.4 Geitenhouderijen ................................................................................................................. 32

4

Conclusies ......................................................................................................... 35

Bijlagen ................................................................................................................... 37

P197489.012.004.005

1 Inleiding In het buitengebied van de gemeente Asten is veel sprake van leegstand van agrarische bedrijfsgebouwen. In het kader van het pilotproject 'Gebiedsgerichte aanpak leegstand buitengebied Asten' is het Gebiedsplan 'Pilot aanpak Vrijkomende Agrarische Bebouwing' opgesteld. Op verschillende locaties worden op (voormalige) veehouderijen de bestaande bedrijfsactiviteiten planologisch beëindigd en worden (voormalige) bedrijfsgebouwen gesloopt. Ter plaatse van de vrijgekomen gronden worden nieuwe Ruimte-voor-Ruimte woningen (hierna: RvR-woningen) gerealiseerd. De (voormalige) agrarische bedrijfswoningen worden bestemd als burgerwoningen. Met een herziening van het bestemmingsplan wordt dit planologisch mogelijk gemaakt. De planlocaties bevinden zich in het buitengebied met in de directe omgeving intensieve veehouderijen. Omdat de planherziening toe ziet op de realisatie van nieuwe hindergevoelige objecten moet worden beoordeeld of ter plaatse van de woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en of het planvoornemen een beperkende werking heeft voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen in de omgeving (de zogenaamde ‘omgekeerde werking’ van het plan). Deze notitie gaat in op de aspecten geur, fijnstof en endotoxinen.

Voor een uitgebreide beschrijving van het initiatief, het plangebied en andere relevante beleidskaders en wettelijke kaders wordt verwezen naar de toelichting bij het bestemmingsplan. Deze rapportage dient als bijlage bij de toelichting.

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

3

P197489.012.004.005

1.1

Planlocaties

De planherziening betreft zeven locaties die in dit rapport afzonderlijk worden beoordeeld. Navolgend worden de planlocaties en bijbehorende ontwikkeling apart beschreven. Ooruilweg 7 In de huidige situatie is er op deze locatie een paardenhouderij gevestigd. De totale ontwikkeling bestaat uit het beëindigen van het agrarische bedrijf en slopen van 450 m2 agrarische opstallen. Op dit bouwvlak wordt de bestaande bedrijfswoning herbouwd als burgerwoning (in deelgebied oost) en wordt één Ruimte-voor-Ruimte woning gebouwd met bestaand bijgebouw van 320 m2 gerealiseerd (in deelgebied west). Ooruilweg 9 Aan de Ooruilweg 9 is momenteel een pluimveehouderij gevestigd. De totale ontwikkeling bestaat uit het definitief beëindigen van het agrarisch bedrijf en het slopen van 2.000 m2 agrarische opstallen. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning bestemd als burgerwoning en wordt één RvR-woning gerealiseerd. Meijelseweg ongenummerd Als onderdeel van de bebouwingsconcentratie langs de Meijelseweg wordt één RvR-woning toegevoegd ter hoogte van de Zaagbekweg. Deze RvR-woning hoort bij de te beëindigen veehouderij Ooruilweg 9. Meijelseweg 39 De huidige paardenkliniek maakt plaats voor de vestiging van een hondenkennel- en pension. Ten behoeve van de (bestaande) buitenverblijven wordt de bestaande bedrijfsbestemming aan de achterzijde van het perceel vergroot.

Meijelseweg 66A In de huidige situatie bevindt zich aan de Meijelseweg 66A een varkenshouderij met een vergunning voor het houden van 1.204 vleesvarkens. De ontwikkeling betreft het definitief beëindigen van het agrarisch bedrijf en het slopen van 750 m2 agrarische opstallen. Er wordt een bedrijfswoning opgericht, waarna deze wordt omgezet naar burgerwoning, met behoud van een bestaand gebouw van 550 m2 als bijgebouw bij de woning. Daarnaast worden er op dit bouwblok twee RvR-woningen toegevoegd.

4

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

P197489.012.004.005

Figuur 5 en 6 Luchtfoto’s met aanduiding bouwvlak: Ooruilweg 7 en 9, Meijelseweg 39, Meijelseweg 66a en Meijelseweg ongenummerd.

Kemphaanweg 1 en 3 Op Kemphaanweg 1 is een intensieve pluimveehouderij gevestigd. Naast deze pluimveehouderij bevindt zich op Kemphaanweg 3 een woonkavel. Het planvoornemen bestaat uit het planologisch uitplaatsen van de burgerwoning Kemphaanweg 3 naar een locatie elders. De burgerwoning Kemphaanweg 3 wordt in gebruik genomen als agrarische bedrijfswoning bij de pluimveehouderij Kemphaanweg 1. Ondanks het leggen van een planologische relatie (koppelteken), wordt door het opnemen van de aanduiding ‘uitsluitend wonen’ voorkomen dat de bestaande pluimveehouderij kan uitbreiden. Daarnaast wordt op Kemphaanweg 1 de aanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’ opgenomen en het agrarisch bouwblok verkleind.

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

5

P197489.012.004.005

Figuur 7 Luchtfoto’s met aanduiding bouwvlak: Kemphaanweg 1 en 3

Meijelseweg 33 In de bestaande situatie is hier een paardenhouderij gevestigd. Het planvoornemen omvat het definitief beëindigen van het agrarisch bedrijf en het slopen van 700 m2 agrarische opstallen. De locatie wordt bestemd als woonlocatie. Spechtstraat 5 Op de locatie is in de bestaande situatie een pluimveehouderij gevestigd met een geldende vergunning voor het houden van 90.300 leghennen en ouderdieren. De ontwikkeling betreft het beëindigen van de pluimveehouderij en herbestemmen van de bestaande woning tot burgerwoning, met statische opslag in één van de voormalige pluimveestallen. Ook worden er twee RvR-woningen langs de Spechtstraat toegevoegd (zie: Spechtstraat ongenummerd). Spechtstraat ongenummerd Op deze locatie worden de twee RvR-woningen gerealiseerd als onderdeel van de ontwikkeling aan de Spechtstraat 5. De woningen komen te liggen aan de zuidzijde van de Spechtstraat en grenzen aan de Meijelseweg. Meijelseweg 31 In de bestaande situatie is er aan de Meijselseweg 31 een pluimveehouderij gevestigd. De ontwikkeling betreft het beëindigen van het agrarisch bedrijf en de locatie wordt bestemd als kleinschalig, niet-agrarisch bedrijf. Hier zal een klein metaalbewerkingsbedrijf worden gerealiseerd.

6

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

P197489.012.004.005

De bedrijfswoning blijft ook in de nieuwe situatie een bedrijfswoning, maar dan niet meer voor een veehouderij maar voor een niet-agrarisch bedrijf.

Figuur 8 Luchtfoto’s met aanduiding bouwvlak: Meijelseweg 33 en 31 en Spechtstraat 5 en ongenummerd

1.2

Ligging veehouderijen

Het plangebied bestaat uit de verschillende locaties en bevindt zich zuidoostelijk van de kern Heusden, gelegen aan de Meijelseweg en de zijwegen Ooruilweg en Kemphaanweg. In de omgeving zijn meerdere veehouderijen aanwezig. Zie figuur 8. Per plan locatie wordt in tabel 1 de dichtstbijzijnde veehouderij inclusief afstand aangegeven. Locatie Ooruilweg 7 Ooruilweg 9 Ooruilweg - achter 9 Meijelseweg ong. Meijelseweg 33 Meijelseweg 39 Meijelseweg 66a Meijelseweg 31 Kemphaanweg 1 en 3 Spechtstraat 5 Spechtstraat ong.

Dichtstbijzijnde veehouderij Adres Kokmeeuwenweg 2 Kokmeeuwenweg 2 Kokmeeuwenweg 2 Gezandebaan 52a Spechtstraat 5 Kokmeeuwenweg 2 Kokmeeuwenweg 2 Bleekerweg 2 Kemphaanweg 4 Bleekerweg 4

Bleekerweg 2

Type veehouderij Melk- en overig rundvee Melk- en overig rundvee Melk- en overig rundvee Varkens Pluimvee Melk- en overig rundvee Melk- en overig rundvee Varkens Gemengd Pluimvee Varkens

Afstand tot locatie 150 meter 150 meter 101 meter 350 meter 300 meter 150 meter 150 meter 100 meter 50 meter 50 meter 139 meter

Tabel 1 Afstand tussen de locaties en dichtstbijzijnde veehouderijen

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

7

P197489.012.004.005

Figuur 8 Veehouderijen in de omgeving van het plangebied

Binnen 2 km van het plangebied bevinden zich twee geitenhouderijen. Op circa 600 meter ten oosten van het plangebied en 1,7 km ten noordwesten van het plangebied. Hierop wordt in paragraaf 3.4 nader ingegaan.

8

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

P197489.012.004.005

2 Volksgezondheid en veehouderijen 2.1

Onderzoeken volksgezondheid en veehouderij

Het RIVM, Wageningen UR, IRAS en NIVEL hebben gezamenlijk het onderzoek “Veehouderij en Gezondheid van Omwonenden” (VGO) uitgevoerd en in juli 2016 zijn de resultaten van dit onderzoek bekend gemaakt. In het VGO is onderzocht of het wonen in de buurt van veehouderijen effect kan hebben op de gezondheid van de omwonenden. Aangetoond is dat mensen die rondom veehouderijen wonen minder astma en allergieën hebben, maar een verminderde longfunctie kunnen hebben. In het vervolgonderzoek “Veehouderij en gezondheid omwonenden (aanvullende studies)” (VGO2) van juni 2017 worden de resultaten uit het VGO bevestigd. Uit aanvullende studies volgen sterke aanwijzingen dat fijnstof en componenten ervan mensen gevoeliger maken voor luchtweginfecties. Daarnaast wordt in VGO2 een statistisch significante relatie gevonden tussen het wonen nabij een geitenhouderij (variërend van 1,5 tot 2 kilometer) en een verhoogd risico op het krijgen van longontsteking. Er zijn sterke aanwijzingen dat de emissies van fijnstof en endotoxine door pluimveehouderijen hierbij een rol spelen. Vanwege de onduidelijkheid rondom de causaliteit heeft het Ministerie van LNV opdracht gegeven tot deelonderzoeken (VGO III), waarin wordt onderzocht welke ziekteverwekkers de longontstekingen in de omgeving van geitenhouderijen veroorzaken en aan welke ziekteverwekkers geitenhouders worden blootgesteld.

Door de Covid-19 pandemie zijn de deelonderzoeken naar de gezondheidsrisico’s van geitenhouderijen niet voor eind 2024 afgerond. Op 22 oktober 2018 is wel het deelrapport ‘Longontsteking in de nabijheid van geiten- en pluimveehouderijen; actualisering van gegevens uit huisartsenpraktijken 2014-2016’ aan de Tweede Kamer aangeboden. Dit rapport is onderdeel van de reeks VGO3-vervolgonderzoeken. De resultaten wijzen op een associatie tussen wonen in nabijheid van een geitenhouderij en een verhoogd risico op longontsteking. Er is ook naar pluimvee en andere diersoorten gekeken, maar daar zijn geen consistente verbanden gevonden.

Een wettelijk toetsingskader voor de effecten op de volksgezondheid ontbreekt. Er bestaan geen concrete normen of aan te houden afstanden die in acht genomen moeten worden bij ruimtelijke plannen. Uit de VGO-onderzoeken blijkt een correlatie tussen de afstand van omwonenden tot veehouderijen in de buurt en gezondheidsklachten van deze omwonenden. Leemten in kennis m.b.t. de causaliteit (oorzaak en gevolg) leiden er toe dat er vooralsnog geen beoordeling kan zijn van risico’s die verbonden zijn aan extra blootstelling op een planlocatie.

De beoogde ontwikkeling, waarbij in het plangebied woningen worden gebouwd, leidt niet tot een toename van emissies of nieuwe bronnen van emissies, maar op een toename van blootstelling (ofwel een toename van het aantal mensen dat beschermd moet worden tegen nadelige gezondheidseffecten door veehouderijen in de omgeving) . Deze toename van blootstelling is beperkt tot 6 nieuwe RvR-woningen. Een dergelijke kleine toename van het aantal blootgestelden kan worden gecompenseerd door nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid en regelgeving gericht op een generieke afname van emissies. De inzet van het kabinet is gericht op het generiek verminderen van emissies van fijnstof en ammoniak om zo in brede zin gezondheidswinst te boeken (brief Minister van LNV aan de Tweede Kamer, 3 augustus 2018).

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

9

P197489.012.004.005

2.1.1

Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0

Om het bevoegd gezag te ondersteunen in de besluitvorming over veehouderijen in relatie tot de gezondheid van omwonenden, is de Handreiking veehouderij en volksgezondheid opgesteld. De handreiking bevat een overzicht van de belangrijkste gevonden verbanden tussen veehouderijen en de gezondheid van omwonenden laat zien wat decentrale overheden kunnen doen om gezondheidsrisico’s van veehouderijen mee te wegen in besluitvorming. De mogelijkheden op grond van milieuregelgeving en regelgeving en beleid voor de ruimtelijke ordening staan centraal. De handreiking geeft een stappenplan voor de ontwikkeling van veehouderijen. Na het doorlopen van het stappenplan kan het advies zijn om een GGD-advies op te vragen. Dit stappenplan is in principe ook te gebruiken om voor ruimtelijke plannen na te gaan of er knelpunten zijn. In het stappenplan komen onderwerpen als geurhinder, fijnstof, endotoxine en veehouderijensectoren aan de orde. Navolgend wordt het stappenplan doorlopen. De bijbehorende gegevens zijn te vinden in hoofdstuk 3 en 4 van onderhavig rapport. Beoordeling aan het stappenplan 2.0: 1 . Endotoxinen (varkens-/pluimveehouderijen): Omgevingsdienst beoordeelt aan de hand van het endotoxinen toetsingskader 1.0 dat de ontwikkeling NIET voldoet aan de endotoxinen richtafstand tussen een veehouderij en gevoelige bestemming.

Het bevoegd gezag en ondernemer komen in een dialoog niet tot een goede oplossing om een beperking van de berekende endotoxinen-afstand te realiseren. Overige bedrijven: ga verder naar stap 2. Antwoord: De locaties Kemphaanweg 3 en Meijelseweg 31 liggen binnen de richtafstand voor endotoxinen. De advieswaarde wordt op deze locaties overschreden, echter er worden pluimveehouderijen beëindigd hetgeen leidt tot een aanzienlijke afname van de endotoxinen-blootstelling in de omgeving en verbetering van het woon-en leefklimaat. Nieuwe gevoelige objecten worden gerealiseerd in het kader van de VAB-aanpak en in ruil voor beëindiging van de pluimveehouderij. Blijvende veehouderijen worden nu al beperkt door bestaande woningen binnen de endotoxinen-risicocontouren. De woning aan Kemphaanweg 3 ligt binnen de endotoxine-contour van Kemphaanweg 1, maar deze woning wordt bestemd als bedrijfswoning bij deze veehouderij en daardoor in de beoogde situatie niet beschermd voor de ‘eigen’ endotoxine emissie van Kemphaanweg 1. 2 Emissies; ontwikkeling leidt tot een toename in de emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak. Een toename van geur, fijnstof en/of ammoniak (via vorming van secundair fijnstof) kan mogelijk leiden tot een negatief effect op de volksgezondheid. Antwoord: Het plan resulteert in een aanzienlijke afname van emissies, dus geen noodzaak om advies te vragen aan de GGD.

3a Geur, toetsen aan aanvaardbaar woon-/leefklimaat a.d.h.v. wettelijk kader Antwoord: De geuremissie neemt af en de geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten is aanvaardbaar, dus geen noodzaak om advies te vragen aan de GGD.

10

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

P197489.012.004.005

4a Binnen één veehouderij (1 adres of 1 ondernemer) worden bedrijfsmatig meerdere diersoorten gehouden. 4b De afstand tussen de inrichtingsgrenzen van een varkensbedrijf en een pluimveebedrijf bedraagt in de nieuwe situatie minder dan 100 meter. Antwoord: Het plan ziet toe op beëindiging van veehouderijen en planologisch mogelijk maken van woningen, dus dit is niet van toepassing en er is geen noodzaak om advies te vragen aan GGD. 5 Geitenhouderij: binnen afstand van 2 km liggen woon- en verblijfsruimten van derden Antwoord: Binnen 2 km van het plangebied liggen twee geitenhouderijen. Er ligt een bedrijf op 600 meter afstand ten oosten en een gemengde veehouderij met geiten op 1,7 km afstand ten noordwesten. Het bevoegd gezag dient een afweging te maken over de aanvaardbaarheid. Het verhoogde risico op longontstekingen vanwege de aanwezigheid van geitenhouderijen op 600 meter en 1,7 km van het plangebied dient afgewogen te worden tegen de gezondheids- en milieuwinst en positieve effecten voor de gezondheid door het beëindigen van intensieve (pluimvee)houderijen op kortere afstand. En dat het totale plan vanwege de sanering van intensieve veehouderijen resulteert in een verbetering van het woon- en leefklimaat en een positief effect voor de gezondheid van omwonenden. 6 Er is sprake van mestbe- of ververwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit.

Antwoord: Niet van toepassing, dus geen noodzaak om advies te vragen aan GGD. 7 Bij omwonenden is sprake van ongerustheid over de volksgezondheid; Antwoord: Het plan ziet toe op beëindiging van intensieve veehouderijen met als doel verbetering van het woon- en leefklimaat, dus geen noodzaak om advies te vragen aan GGD.

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

11

P197489.012.004.005

3 Gezondheidseffecten veehouderijen 3.1

Geur

Geurhinder treedt op als de herhaaldelijk waargenomen geur als onaangenaam wordt beoordeeld en het welbevinden daardoor negatief wordt beïnvloed. Geur kan verschillende gezondheidseffecten oproepen bij de mens: (ernstige) hinder, verstoring van gedrag en activiteiten en stress gerelateerde lichamelijke gezondheidsklachten. De meest voorkomende en beschreven gezondheidseffecten van geur zijn de effecten van (ernstige) hinder. Hoe hinderlijk mensen een geur vinden hangt onder andere af van de aangenaamheid, duur, frequentie en intensiteit van de geur. Ook de gewenning, het tijdstip en de vermijdbaarheid van de blootstelling spelen een belangrijke rol. De planontwikkeling ziet toe op de realisatie van Ruimte-voor-Ruimte woningen. Hiermee maakt het bestemmingsplan nieuwe ‘geurgevoelige objecten’ mogelijk. Verder ziet het plan toe op het herbestemmen van agrarische bedrijfswoningen bij stoppende veehouderijen als burgerwoningen. Eén burgerwoning wordt juist bestemd als bedrijfswoning bij een veehouderij.

Bedrijfswoningen bij veehouderijen, voormalige bedrijfswoningen die op of na 19 maart 2000 hebben opgehouden deel uit te maken van een veehouderij en Ruimte-voor-Ruimte woningen worden minder beschermd tegen geurhinder van veehouderijen (conform de Wgv alleen toetsen op vaste afstanden) dan burgerwoningen en voormalige bedrijfswoningen die al voor 19 maart 2000 geen onderdeel meer uitmaakten van een veehouderij (conform de Wgv toetsen op geurnormen én vaste afstanden).

3.1.1 Toets woon- en leefklimaat Bij de beoordeling van ruimtelijke initiatieven nabij veehouderijen moet sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bij het opstellen van een bestemmingsplan zal onder andere moeten worden aangetoond dat de ontwikkeling past binnen de randvoorwaarden die worden gesteld vanuit het geldende geurbeleid. Voor het beoordelen van het woon- en leefklimaat zijn de achtergrondbelasting en de vaste afstand contouren van de individuele veehouderijen maatgevend (aangezien de voorgrondgeurnormen in de geurverordening niet van toepassing zijn op de woningen in de beoogde situatie, zie uitleg in voorgaand kader). Achtergrondbelasting Bij ruimtelijke procedures ten aanzien van uitbreiding van veehouderijen gelden de rechtstreeks werkende provinciale regels ten aanzien van de achtergrondbelasting die in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) staan opgenomen. Deze regels hebben tot doel de maximale cumulatieve geurbelasting ten gevolge van veehouderijen te beperken tot maximaal 12% gehinderden en maximaal 20% gehinderden in het buitengebied. Indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is, moet een veehouderij om te kunnen ontwikkelen maatregelen treffen die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert.

12

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

P197489.012.004.005

Er hoeft bij ruimtelijke besluiten voor woningbouw niet getoetst te worden aan deze rechtstreeks werkende provinciale regels voor veehouderijen. Voor het bestemmingsplan moet beoordeeld worden of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van onder andere de geurbelasting door veehouderijen. Hiervoor kan worden aangesloten bij de provinciale streefwaarden die de provincie hanteert voor de achtergrondbelasting van geur. Op basis van de rechtstreeks werkende provinciale regels voor veehouderijen is dus een toename van de bestaande bebouwing voor de uitoefening van een veehouderij alleen toegestaan indien is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%. Bij toepassing van de Handreiking bij de Wgv, bijlage 6 en 7, Infomil 1 mei 2007, resulteren voornoemde percentages in de volgende streefwaarden:  Een maximale achtergrondgeurbelasting op de bebouwde kom van 12% komt overeen met een achtergrondbelasting van 10 OUE/m3.  Een maximale achtergrondgeurbelasting buiten de bebouwde kom van 20% komt overeen met een achtergrondbelasting van 20 OUE/m3. De IOV bevat geen definitie van geurgevoelige objecten, maar sluit in beginsel aan bij de systematiek van de Wet geurhinder en veehouderij.

De gemeente heeft beleidsvrijheid om voor geurgevoelige objecten waarvoor alleen vaste afstanden gelden, bijvoorbeeld (voormalige) bedrijfswoningen bij veehouderijen, een soepelere streefwaarde vast te stellen voor cumulatieve geurhinder dan de streefwaarden die in de IOV staan opgenomen. In figuur 9 is de indicatieve achtergrondbelasting door geur op het plangebied weergegeven. Er is gerekend met default parameters en één emissiepunt op het midden van de veehouderijen. De geuremissies zijn berekend op basis van de vigerende vergunningen (bron: BVB september 2020) en de actuele emissiefactoren voor geur zoals deze op dit moment gelden. De indicatieve achtergrondbelasting ter plaatse van de beoogde woonbestemmingen varieert in het plangebied tussen 14,1 en 20,0 OUE/m3 (weergegeven in figuur 3). De achtergrondbelasting ligt ter plaatse van de woonbestemmingen in de beoogde situatie onder of op de streefwaarde van 20 OUE/m3. De indicatieve achtergrondbelasting ter plaatse van de toekomstige bedrijfswoning Kemphaanweg 3 betreft 36,4 OUE/m3. Deze geurbelasting wordt voor een groot deel veroorzaakt door de geuremissie van de ‘eigen’ pluimveehouderij Kemphaanweg 1. De geurgebiedsnorm in de IOV is van toepassing bij ruimtelijke ontwikkelingen van veehouderijen en daarmee niet op de herbestemming van Kemphaanweg 3, aangezien dit een bestaande woning betreft.

Daarbij wordt Kemphaanweg 3 in de beoogde situatie conform de Wgv niet meer beschermd tegen de geuremissie uit de eigen pluimveehouderij.

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

13

P197489.012.004.005

Figuur 9 Indicatieve achtergrondbelasting geur (BVB, september 2020)

Het is uiteindelijk aan een gemeente Asten om een afweging te maken over de geaccepteerde geurhinder. Bij de beoordeling van de vraag of er bij de realisatie van een nieuw voor geurhinder gevoelig object sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, is een afweging met betrekking tot de hoogte van de geurbelasting en de daarmee samenhangende kans op hinder in relatie tot de aard van het gebruik van belang. Ook de te verwachten ontwikkeling van de geurbelasting dient hierbij betrokken te worden. In het algemeen geldt dat een gemeenteraad de nodige beleidsvrijheid heeft bij die afweging, mits die voldoende onderbouwd is. De gemeente Asten heeft geen eigen beleidsregel vastgesteld waarin is ingegaan op de wijze waarop de achtergrondbelasting (de geurbelasting van meerdere veehouderijen samen) beoordeeld moet worden bij het nemen van ruimtelijke besluiten. De gemeenteraad kan de afweging maken in het kader van de onderhavige bestemmingsplanprocedure. In de geurgebiedsvisie van 5 juli 2016 zijn waarden opgenomen om de achtergrondbelasting te beoordelen in het kader van milieukwaliteit voor woonkernen en het buitengebied.

Op basis van gegevens van een methodiek zoals die is opgenomen in de toelichting bij de Wgv, is in deze geurgebiedsvisie de achtergrondbelasting vertaald in een kans op geurhinder en is hieraan een waardering van het woon- en leefklimaat gekoppeld (goed, redelijk goed, matig, tamelijk slecht, slecht, zeer slecht en extreem slecht). Zie hiervoor tabel 2.

14

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

P197489.012.004.005

Tabel 2 Overzicht met gehanteerde gebiedsindeling, streefwaarden met geurklassen en geurhinderniveaus met kwaliteit van het woon- en leefklimaat (Gebiedsvisie Verordening geurhinder en veehouderij, gemeente Asten, 5 juli 2016)

In de geurgebiedsvisie is een achtergrondbelasting tot en met 10 OUE/m3 als aanvaardbaar aangemerkt voor woonkernen en een achtergrondbelasting tot en met 20 OUE/m3 als aanvaardbaar voor het buitengebied. De gemeenteraad heeft deze toetswaarden niet in een beleidsregel o.i.d. bekrachtigd, maar deze is wel als leidraad voor de beoordeling van de achtergrondbelasting in dit onderzoek gehanteerd. Dit sluit aan bij de bepalingen die in de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord- Brabant zijn opgenomen op het toetsen van de cumulatieve geurhinder bij de uitbreiding van een (intensieve) veehouderij. Conclusie achtergrondbelasting Ter plaatse van de RvR- woningen en beoogde woonbestemmingen ligt de achtergrondbelasting in de beoogde situatie onder of op 20 OUE/m3 en is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omdat de woning Kemphaanweg 3 wordt bestemd als bedrijfswoning bij Kemphaanweg 1, kan ook hier het woon- en leefklimaat worden beoordeeld als aanvaardbaar, aangezien deze reeds bestaande woning in de beoogde situatie niet meer beschermd wordt voor de geuremissie uit de eigen veehouderij en ook geen normobject meer is in de zin van de Wgv (en de IOV bij deze systematiek aanhaakt). Conclusie woon- en leefklimaat In het gehele plangebied wordt voldaan aan de provinciale en gemeentelijke streefwaarden voor de achtergrondbelasting van geur.

Het totale plan ziet toe op sanering van intensieve veehouderijen en een afname van de achtergrondbelasting van geur. Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat voor het aspect geur ter plaatse van de nieuwe RvRwoningen en de bedrijfswoningen die worden bestemd als burgerwoning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

15

P197489.012.004.005

3.1.2

Omgekeerde werking

Vaste jurisprudentie bij ruimtelijke besluiten is dat door het vaststellen van de nieuwe bestemmingen er geen sprake mag zijn van een aantasting van de bestaande rechten van de omliggende veehouderijen. Bestaande rechten kunnen worden aangetast wanneer bestemmingswijziging een beperkende werking heeft op de ontwikkelingsmogelijkheden van bestaande veehouderijen. Voor het thema geur kan aan de hand van geurbelasting contouren en vaste afstanden worden bepaald of er sprake is van een omgekeerde werking. In beginsel dient het agrarische bouwblok als uitgangspunt te worden genomen voor het meten van de geurbelasting contouren. Dit is het geval omdat veehouderijen rechten hebben om hun emissiepunten te verschuiven binnen het vastgestelde bouwblok (de zogenaamde ‘vergunde rechten’). Uitgaande van de vergunde rechten van een veehouderij, het agrarisch bouwblok en al bestaande voor geurhinder gevoelige objecten, kan bepaald worden of het plan leidt tot aantasting van de rechten. Er is geen sprake van aantasting van rechten wanneer de nieuwe bestemming buiten de geurcirkel van een veehouderij (voorgrondbelasting of vaste minimum afstand) ligt. Wanneer er al andere bestaande geurgevoelige objecten zijn die op kortere afstand liggen dan de objecten die door het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, zijn de bestaande geurgevoelige objecten maatgevend voor de veehouderij.

Dan is er eveneens geen sprake van een beperking in ontwikkelingsmogelijkheden van de veehouderij. Het bestemmingsplan ziet met name toe op de realisatie van nieuwe geurgevoelige objecten waar geen geurnormen maar vaste minimum afstanden op van toepassing zijn. Behalve de nieuwe RvRwoningen op Meijelseweg ongenummerd en Spechtstraat ongenummerd. Deze RvR-woningen zijn op een andere kavel gesitueerd dan de kavel van de veehouderij die gesaneerd wordt (in casu Ooruilweg 9 en Spechtstraat 5) en zijn daardoor wel normobjecten in de zin van de Wgv en moeten wel getoetst worden aan de geurnorm). Vaste afstanden Bedrijfswoningen bij veehouderijen, voormalige bedrijfswoningen die op of na 19 maart 2000 hebben opgehouden deel uit te maken van een veehouderij en RvR-woningen hoeven conform de Wgv alleen te voldoen aan minimumafstanden. Buiten de bebouwde kom geldt een wettelijke minimum afstand van 50 meter tussen het emissiepunt van het dierenverblijf en de buitenzijde van de woning. De wettelijke minimum afstand tot een bedrijfswoning bij een veehouderij bedraagt 25 meter tussen de buitenzijde van het dierenverblijf en de buitenzijde van de woning. In de geurverordening van Asten is voor melkveehouderijen met meer dan 200 melkkoeien afgeweken van de wettelijke minimum afstand van 50 meter (staffeling tot maximaal 300 meter).

Binnen 300 meter van het plangebied is slechts één melkveehouderij aanwezig, namelijk Kokmeeuwenweg 2. Deze melkveehouderij heeft een vergunning voor minder dan 200 koeien, dus is de (standaard) minimum afstand van 50 meter van toepassing. De huidige burgerwoning Kemphaanweg 3 moet op dit moment weliswaar nog worden getoetst aan geurnormen, maar na herbestemming tot agrarische bedrijfswoning geldt alleen nog toetsing aan vaste afstand van 25 meter. Hieraan wordt in het planvoornemen voldaan (figuur 11).

16

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

P197489.012.004.005

Op alle planlocaties met een RvR-woning of een voormalige agrarische bedrijfswoning (met in het plan een woonbestemming of bedrijfsbestemming) wordt aan de minimum afstand van 50m tot de rand van het bouwblok van de veehouderijen voldaan (figuur 10). De toetsing aan vaste afstand is uitgevoerd per locatie, zie figuren 10 en 11.

Figuur 10 Afstanden woningen ten opzichte van bestemmingsvlak dichtstbijzijnde veehouderij

Ooruilweg 7 De dichtstbijzijnde veehouderij betreft het melk- en overig rundveebedrijf Kokmeeuwenweg 2. Zowel de voormalige bedrijfswoning op het oostelijk deel van het plangebied als de RvR-woning op het westelijke deel moeten worden getoetst. De minimale afstand tussen een mogelijk emissiepunt en de buitenzijde van de woningen bedraagt 122 meter (Oost) en 195 meter (West) (figuur 10). Ooruilweg 9 De dichtstbijzijnde veehouderij betreft ook het rundveebedrijf Kokmeeuwenweg 2. De minimale afstand tussen een mogelijk emissiepunt en de buitenzijde van de woningen bedraagt 144 meter voor de voormalige bedrijfswoning en 101 meter voor de RvR-woning (figuur 10). Meijelseweg 39 De bestaande paardenkliniek maakt plaats voor de vestiging van een hondenkennel en -pension. De huidige bedrijfswoning wordt getoetst als een voormalig agrarische bedrijfswoning en moet voldoen aan de richtafstand van 50 meter. De dichtstbijzijnde veehouderij is het rundveebedrijf

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

17

P197489.012.004.005

Kokmeeuwenweg 2 en de minimale afstand tussen een mogelijk emissiepunt en de buitenzijde van de woning bedraagt 243 meter (figuur 10). Meijelseweg 66A De dichtstbijzijnde veehouderij is ook het rundveebedrijf Kokmeeuwenweg 2. De minimale afstanden tussen een mogelijk emissiepunt en de buitenzijde van de drie nieuwe woningen bedragen 161 meter, 148 meter en 146 meter (figuur 10). Meijelseweg 33 De dichtstbijzijnde veehouderij is de varkenshouderij Gezandebaan 52A . De minimale afstand tussen het dichtstbij gelegen emissiepunt en de buitenzijde van de woning bedraagt 285 meter (figuur 10). Meijelseweg 31 De dichtstbijzijnde veehouderij is de varkenshouderij Bleekerweg 2. Op de locatie Meijelseweg 31 wordt een bedrijfsbestemming toegekend. Op de bedrijfslocatie zal een kleinschalig metaalverwerkingsbedrijf komen. De bedrijfsgebouwen waar personen langdurig verblijven (bijjvoorbeeld een werkplaats waar werknemers die meerdere uren per dag werkzaam zijn) zijn aan te merken als een geurgevoelig object in de zin van de Wgv. De kortste afstand tussen de bedrijfsbestemming en de veehouderij bedraagt 50 meter en voldoet daarmee aan de vaste afstand (figuur 10). Spechtstraat 5 Door de beëindiging van de pluimveehouderij Meijelseweg 31 én het eigen agrarische bedrijf, wordt de woning getoetst op de pluimveehouderij gelegen aan Bleekerweg 4.

De afstand tussen de woonbestemming en het bouwblok van de pluimveehouderij bedraagt 52 meter (figuur 10). Kemphaanweg 1 en 3 In het plan wordt burgerwoning Kemphaanweg 3 bestemd als agrarische bedrijfswoning behorende bij de pluimveehouderij Kemphaanweg 1. In de beoogde situatie geldt op grond van artikel 5, eerste lid van de Wgv een minimum afstand tussen de buitenzijde van een dierenverblijf en de buitenzijde van een geurgevoelig object. Buiten de bebouwde kom geldt een afstand van 25 meter. De gemeten afstand is 50 meter (figuur 11).

18

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

P197489.012.004.005

Figuur 11 Afstanden woningen ten opzichte van dichtstbijzijnde veehouderij

Conclusie vaste afstanden Voor alle locaties waarop alleen vaste afstanden van toepassing zijn geldt dat wordt voldaan aan de wettelijke vaste afstanden. Daarmee kan geconcludeerd worden dat het plan geen beperkende werking heeft voor omliggende veehouderijen (met dieren waarvoor geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld). Voorgrondbelasting De RvR-woning Meijelseweg ongenummerd ligt niet op dezelfde kavel als de bijbehorende te beëindigen veehouderij Ooruilweg 9 en is daardoor een normobject in de zin van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv), hetgeen betekent dat conform de Wgv de geurnormen voor de voorgrondbelasting van toepassing zijn. Dit geldt ook voor de RvR-woningen aan de Spechtstraat. Voor deze woningen moet daarom getoetst worden of ten aanzien van de voorgrondbelasting sprake is van een omgekeerde werking. Dit is gedaan aan de hand van de geurcontouren van de voorgrondbelasting van veehouderijen in de omgeving. Voor deze RvR-woningen geldt conform de gemeentelijke geurverordening een geurnorm van 5 OUE/m3. Voor omliggende veehouderijen zijn de indicatieve geurhindercontouren van 5 OUE/m3 bepaald voor omliggende veehouderijen. De berekening is gedaan met default V-stacks parameters voor staluitvoering en een ruwheid van 0.20.

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

19

P197489.012.004.005

Figuur 12 Geurcontouren voorgrondbelasting vergunde situatie

Meijelseweg ongenummerd De RvR-woning Meijelseweg ongenummerd ligt net binnen de 5 OUE/m3 contour van veehouderij Gezandebaan 52a (figuur 12). Tussen deze veehouderij en de RvR-woning liggen echter al bestaande normobjecten, te weten de burgerwoningen Hollideeweg 1, 5 en 6. Dit zijn de bepalende woningen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de betreffende veehouderij. De nieuwe RvR-woning Meijelseweg ongenummerd heeft geen beperkende werking voor veehouderijen met dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn vastgesteld. Spechtstraat ongenummerd Beide RvR-woningen aan de Spechtstraat liggen binnen de 5 OUE/m3 contour van varkenshouderij te Gezandebaan 52A. Er zijn echter al bestaande geurgevoelige objecten aanwezig tussen deze veehouderij en RvR-woningen. De bestaande woningen aan de Hollideeweg 1, 5 en 6 (woonbestemmingen zijn voor deze varkenshouderij de bepalende gevoelige objecten die ontwikkelingsmogelijkheden van de veehouderij bepalen. Daarom zullen de RvR-woningen aan de Spechtstraat ongenummerd de bestaande rechten van de veehouderij niet aantasten. Er is geen sprake van een omgekeerde werking. Conclusie omgekeerde werking Het bestemmingsplan heeft geen beperkende werking voor veehouderijen (geen sprake van omgekeerde werking).

20

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

P197489.012.004.005

3.2

Fijnstof

Plan voorziet beëindiging van veehouderijen, het realiseren van nieuwe woningen en het herbestemmen van voormalige agrarische bedrijfswoningen naar burgerwoningen en naar een niet agrarische bedrijfslocatie. Het plan doelt op verbetering van het woon- en leefklimaat, waaronder op het gebied van fijnstof. Inademen van fijnstof kan gezondheidseffecten veroorzaken; een veilige ondergrens is er niet. Elke vermindering geeft gezondheidswinst. Wettelijke normen zijn meestal een compromis tussen haalbaarheid en gezondheidsbescherming. De Europese Unie bepaalt de wettelijke normen (grenswaarden) voor de hoeveelheid fijnstof die in de lucht mag zitten. De fijnstof normen zijn vastgelegd voor jaar- en daggemiddelden. De Europese Unie-grenswaarde (PM10) stelt een jaargemiddelde van 40 μg/m3. Naast de wettelijke normen heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) gezondheidskundige advieswaarden voor fijnstof. Het gaat hier om waarden waarop beleid zich zou moeten richten (inspanningsplicht) om schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid en het milieu te vermijden, te voorkomen of te verminderen. De geadviseerde streefwaarde stelt een jaargemiddelde van 15 μg/m3.

Figuur 13 Achtergrondconcentraties fijnstof (PM10) bron: GCN, jaar 2019

In figuur 13 is de achtergrondconcentratie fijnstof in het plangebied weergegeven voor het jaar 2019 (de jaren 2020 en 2021 zijn niet representatief vanwege de corona-maatregelen). Hieruit volgt binnen het plangebied een achtergrondconcentratie fijnstof (PM10) van 20-21 respectievelijk 25-26 μg/m3. De achtergrondconcentraties van fijnstof (PM10) liggen ter plaatse van de locaties onder de wettelijke grenswaarde van 40 µg/m3 jaargemiddelde concentratie. De WHO-advieswaarde van 15 μg/m3 van jaargemiddelde concentratie wordt in de huidige situatie overschreden, maar dit is inclusief de veehouderijen die in dit plan gesaneerd worden en nog in bedrijf waren in 2019. Verder is er sprake van een dalende trend die zich naar verwachting in de komende jaren verder zal voortzetten.

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

21

P197489.012.004.005

Het plan voorziet in de beëindiging van veehouderijen, waardoor de achtergrondbelasting fijnstof in de beoogde situatie zal dalen. Voor de bepaling van de afname van de achtergrondconcentratie ten gevolge van het plan wordt de cumulatieve belasting fijn stof vanuit veehouderijen in de huidige vergunde situatie (zie figuur 14) en de beoogde situatie (zie figuur 15) met elkaar vergeleken. Het verschil geeft een indicatie van de fijnstof achtergrondconcentratie in de beoogde situatie.

Figuur 14 Indicatieve cumulatieve belasting fijnstof (PM10) vanuit veehouderijen – vergunde situatie

Figuur 15 Indicatieve cumulatieve belasting fijnstof (PM10) vanuit veehouderijen – beoogde situatie

22

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

P197489.012.004.005

Ooruilweg 7 en 9 en Meijelseweg 39 en 66a De achtergrondconcentratie fijnstof ter plaatse van de locaties Ooruilweg 7 en 9 en Meijelseweg 39 en 66a neemt af ten gevolge van de beëindiging van bijbehorende veehouderijen. De beëindiging van deze veehouderijen zorgt voor het wegvallen van een cumulatieve bronbijdrage van minimaal 1,5 tot plaatselijk 13,8 μg/m3. Door deze afname door te rekenen in de achtergrondconcentratie van 2019 van 25 μg/m3, kan aangenomen worden dat in de beoogde situatie het woon- en leefklimaat ten opzichte van fijnstof aanzienlijk verbeterd. Voor de locaties Ooruilweg 7 en 9 is het zeer waarschijnlijk dat de concentratie fijnstof in de beoogde situatie voldoet aan de WHO-advieswaarde van 15 μg/m3. Meijelseweg 33 Op de locatie Meijelseweg 33 is de afname in cumulatieve fijn stof belasting door veehouderijen tussen de 2,5 en 5 μg/m3. Er blijft een overschrijding van de WHO-advieswaarde van 15 μg/m3, echter in mindere mate. Doordat de veehouderij wordt gesaneerd en het een bestaande woning betreft kan ook voor deze locatie geconcludeerd worden dat het woon- en leefklimaat aanvaardbaar is. Meijelseweg ongenummerd Op de locatie Meijelseweg ong. wordt geen veehouderij beëindigd (dit betreft een RvR-woning) en is de afname in cumulatieve fijnstof belasting door veehouderijen beperkt (0,5 – 2,5 μg/m3).

In 2030 zijn de achtergrondconcentraties volgens de prognose gedaald tot circa 21 µg PM10 /m3 (bron: GCN, RIVM 2020) en daarbij zullen de veehouderijen in de omgeving mogelijk ook nog verdergaande fijnstof emissie reducerende maatregelen moeten gaan treffen. Aangezien ruim voldaan wordt aan de wettelijke norm en de WHO-advieswaarde in de beoogde situatie beperkt wordt overschreden kan geconcludeerd worden dat ook op deze locatie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Kemphaanweg 3 De woning Kemphaanweg 3 wordt bestemd als bedrijfswoning bij de pluimveehouderij Kemphaanweg 1. Daardoor wordt deze woning in de beoogde situatie niet langer beschermd tegen de fijnstof belasting vanuit Kemphaanweg 1. De achtergrondconcentratie lag ter plaatse van Kemphaanweg 3 in 2019 rond de 25-26 μg/m3. De bijdrage van pluimveehouderij Kemphaanweg 1 aan de cumulatieve fijnstof belasting bedraagt (volgens figuur 13 en 14) bij benadering 5 tot 10 μg/m3. Ook zonder deze ‘eigen’ bijdrage wordt ter plaatse van kemphaanweg 3 de WHO-advieswaarde overschreden. Door het stoppen van veehouderijen in de omgeving neemt de cumulatieve belasting in de beoogde situatie af. Deze is afname is echter beperkt tot maximum 1,5 μg/m3. Volgens de prognose zullen achtergrondconcentraties fijnstof in 2030 verder zijn afgenomen (bron: GCN, RIVM 2020).

Voor de beoogde bestemming als bedrijfswoning bij een pluimveehouderij kan geconcludeerd worden dat het woon- en leefklimaat aanvaardbaar is. Mede omdat het al een bestaande woning betreft. Spechtstraat 5 In de huidige situatie is er een pluimveehouderij met bedrijfswoning gevestigd op deze locatie. In de beoogde situatie zal de pluimveehouderij verdwijnen (en naastgelegen pluimveehouderij), waardoor ook de fijnstof emissie van het agrarisch bedrijf weg wordt genomen. Dit heeft tot gevolg dat de fijnstof bijdrage van veehouderijen daalt met meer dan 20 μg/m3. Als gevolg zal de achtergrondconcentratie afnemen tot onder de WHO-advieswaarde. Ter plaatse van de Spechtstraat 5 zal in de beoogde situatie sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

23

P197489.012.004.005

Meijelseweg 31 De pluimveehouderij op deze locatie wordt beëindigd. Ook naastgelegen pluimveehouderij zal verdwijnen. Hierdoor zal de fijnstof belasting door veehouderijen afnemen tussen de 10 en 30 μg/m3. Wanneer deze afname wordt doorgerekend in de achtergrondconcentratie, zal in de beoogde situatie worden voldaan aan zowel de wettelijke grenswaarden als de WHO-advieswaarde. Er kan geconcludeerd worden dat op deze locatie een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is. Spechtstraat ongenummerd In de huidige situatie bevinden zich op deze locatie geen woningen. De achtergrondconcentratie lag ter plaatse in 2019 rond de 25-26 μg/m3. De RvR-woningen die in de beoogde locatie op deze locatie zullen worden gebouwd, gaan in samenhang met de beëindiging van de twee pluimveehouderijen aan de overkant van de straat (op circa 10 meter afstand). Door het stoppen van de pluimveehouderijen zal de fijnstof belasting door veehouderijen afnemen met 7,5 tot 20 μg/m3. Hierdoor zal de achtergrondconcentratie in fijnstof afnemen tot onder de 20 μg/m3. Op deze locatie wordt voldaan aan de wettelijke grenswaarden en mogelijk ook aan de WHO-advieswaarde. Met in acht neming van de prognose dat de fijnstof achtergrond concentratie verder zal afnemen in de komende jaren, kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

In het plangebied en in de omgeving is verdere geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarden voor (zeer) fijnstof. Door de beoogde ontwikkeling zal er een afname plaatsvinden van de fijnstof belasting uit veehouderijen (zie figuur 16).

Figuur 16 Verbetering in indicatieve cumulatieve belasting fijnstof (PM10) vanuit veehouderijen in de beoogde situatie

24

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

P197489.012.004.005

Omgekeerde werking Het plan heeft omgekeerd geen belemmerende werking voor veehouderijen, aangezien de achtergrondconcentratie op alle locaties ruim onder de wettelijke grenswaarde van 40 μg/m3 ligt. Ooruilweg 9 Voor de melkveehouderij Kokmeeuwenweg 2 zal de RvR-woning op Ooruilweg 9 de maatgevende woning worden bij nieuwe vergunningsaanvragen. Echter door de lage achtergrondconcentratie ten opzichte van de norm zal deze veehouderij niet in de ontwikkelingsmogelijkheden beperkt worden. Spechtstraat 5 De woning Spechtstraat 5 zal in de beoogde situatie de maatgevende woning worden voor nabijgelegen pluimveehouderij Bleekerweg 4. Pluimveehouderijen hebben doorgaans een hoge fijnstofuitstoot. Omdat de achtergrondconcentratie de wettelijke norm niet nadert, zal de veehouderij niet in de ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt.

De achtergrondconcentratie fijnstof ligt ruim onder de wettelijke grenswaarden. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Het plan heeft geen belemmerde werking voor veehouderijen, er is geen sprake van een ‘omgekeerde werking’.

3.3

Endotoxinen

Tegelijk met het VGO-rapport is in juli 2016 het rapport ‘Emissies van endotoxinen uit de veehouderij (fase 3a)’ bekend gemaakt. Dit rapport beschrijft het resultaat van metingen aan de emissies van endotoxinen uit de veehouderij. Endotoxinen zijn deeltjes van de celwand van (dode) gramnegatieve bacteriën. Endotoxinen vormen een onderdeel van het fijnstof dat afkomstig is uit veehouderijen. Het VGO onderzoek maakt duidelijk dat de combinatie van emissies van fijnstof, aan stofdeeltjes gebonden endotoxine en ammoniak-secundair fijnstof uit de veehouderijen gezondheidseffecten veroorzaken. Het wordt uit de rapportage niet duidelijk welke van deze stoffen nu bepalend is voor de negatieve effecten. De Gezondheidsraad ziet endotoxine als een goede indicator voor de blootstelling van omwonenden aan stoffen uit stallen die een negatieve invloed hebben op de luchtwegen. Dit inzicht was aanleiding om een landelijk toetsingskader voor endotoxinen op te stellen. Op dit moment is er nog geen landelijk toetsingskader. Vooruitlopend op de ontwikkeling van een landelijk toetsingskader heeft het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxinen toetsingskader 1.0’ (Toetsingskader endotoxinen) opgesteld. Uitgangspunt van het toetsingskader is de advieswaarde van de Gezondheidsraad van 30 EU/m3 voor endotoxinen.

In het toetsingskader zijn afstanden bepaald die een te hoge blootstelling aan endotoxinen zullen voorkomen. Voor vleeskuikens, legkippen en vleesvarkens zijn afstandsgrafieken opgesteld, aan de hand waarvan op basis van de fijnstofemissie in kilogrammen per jaar kan worden bepaald welke afstand tot gevoelige objecten moet worden aangehouden.

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

25

P197489.012.004.005

Naast de individuele contouren per bedrijf moet ook de cumulatie met andere bedrijven in de omgeving betrokken worden in de beoordeling. In het toetsingskader is echter niet voorzien in een voorgeschreven berekeningswijze voor cumulatie, zodat deze beschouwd moet worden als een kwalitatieve beoordeling. Om toch een beeld te geven van de cumulatieve endotoxinen-blootstelling zijn de afstandsgrafieken voor een 30 EU/m3 belasting, d.w.z. de bij de grafieken behorende vergelijkingen, wiskundig vertaald naar formules. Met deze formules kan de belasting op een object door emissie van een veehouderij berekend worden. Dit geeft een indicatie van waar de advieswaarde van 30 EU/m3 mogelijk overschreden wordt. Gehanteerde formules voor een indicatie van de concentratie endotoxinen o.b.v. fijnstof emissie:

In figuur 16 zijn de individuele endotoxinen-risicocontouren en (indicatieve) cumulatieve risicocontouren weergegeven. Weergave van deze risicocontouren geeft inzicht of op een locatie gezondheidsrisico’s ten gevolge van endotoxinen uit veehouderijen kunnen worden uitgesloten en waar dit niet gegarandeerd kan worden. Er zijn 3 planlocaties die overlapt worden door een endotoxinen-risicocontour van één of meerdere veehouderijen. Dit zijn de locaties Kemphaanweg 3, Meijelseweg 31 en Spechtstraat 5. Deze drie planlocaties worden na figuur 16 en 17 verder beoordeeld. Overige planlocaties liggen buiten de (cumulatieve) endotoxinen-risicocontouren van veehouderijen in de omgeving. Dit betekent dat op deze locaties gezondheidsrisico’s ten aanzien van endotoxinenblootstelling kunnen worden uitgesloten en hier ten aanzien van endotoxinen sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

26

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

P197489.012.004.005

Figuur 16 Risicocontouren endotoxinen bestaande situatie

Figuur 17 Risicocontouren endotoxinen nieuwe situatie

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

27

P197489.012.004.005

Kemphaanweg 3 Deze woning wordt bestemd als bedrijfswoning bij de pluimveehouderij Kemphaanweg 1. Alleen de individuele risicocontour van pluimveehouderij Kemphaanweg 1 overschrijdt de planlocatie Kemphaanweg 3, maar bedrijfswoningen bij veehouderijen worden niet beschermd tegen de endotoxinen blootstelling vanuit de ‘eigen’ veehouderij. De bestemmingswijziging van burgerwoning naar bedrijfswoning bij een veehouderij geeft in ieder geval geen (extra) beperkingen voor omliggende veehouderijen. Beoogde bedrijfswoning Kemphaanweg 3 blijft in de beoogde situatie wel beschermd tegen de endotoxine blootstelling door andere veehouderijen. Deze woning ligt niet binnen de individuele risicocontour van een andere veehouderij. Wel ligt de woning net binnen de indicatieve cumulatieve risicocontour van met name Kemphaanweg 4 en Kemphaanweg 6 en Gevlochtsebaan 10. Dit is slechts een indicatieve contour en deze de woning ligt hier maar net binnen. In Figuur 18 is de indicatieve cumulatieve risicocontour zonder de bijdrage van Kemphaanweg 1 weergegeven.

Figuur 18 Indicatieve cumulatieve endotoxinen risicocontour zonder de bijdrage van Kemphaanweg 1

Deze woning wordt in de beoogde situatie alleen overlapt door de individuele endotoxinecontour van de ‘eigen’ veehouderij. De woning hoeft in de beoogde situatie niet meer beschermd te worden tegen de endotoxinen belasting door Kemphaanweg 1. De fijnstof-endotoxinen emissie zal bij toepassing van het endotoxinen toetsingskader niet verder toenemen in de toekomst, aangezien de bestaande indicatieve cumulatieve contour deze woning overlapt. Op basis hiervan kan gesteld worden dat het verhoogde gezondheidsrisico door endotoxinen niet wijzigt, maar dat de beoogde functiewijziging naar bedrijfswoning bij een pluimveehouderij aanvaardbaar is.

Meijelseweg 31 en Spechtstraat 5 In de bestaande situatie is op beide locaties een pluimveehouderij gevestigd. Deze pluimveehouderijen worden beëindigd, waardoor de endotoxinen risicocontouren van deze bedrijven komen te vervallen en de (cumulatieve) endotoxinen-belasting in de omgeving aanzienlijk wordt verminderd. Zie figuur 16 en 17.

28

Notitie geur, gezondheid en veehouderij - Verzamelplan gebiedsgerichte aanpak leegstand gemeente Asten

P197489.012.004.005

Op de Meijelseweg 31 wordt een kleinschalig metaalbewerkingsbedrijf gerealiseerd met een loods van 700 m2, die voor 500 m2 wordt gebruikt voor opslag van materiaal en 200 m2 als werkplaats. De bestaande woning blijft een bedrijfswoning. Op Spechtstraat 5 wordt de bedrijfswoning bestemd als burgerwoning, met statische opslag in één van de voormalige pluimveestallen. Ook worden er twee RvR-woningen aan de zuidzijde van de Spechtstraat grenzend aan de Meijelseweg toegevoegd (Spechtstraat ongenummerd). De bestaande en nieuwe woningen liggen op beide locaties buiten individuele én cumulatieve endotoxine risicocontouren van veehouderijen. De statische opslag in de voormalige pluimveestal op Spechtstraat 5 ligt binnen de endotoxine risicocontour van pluimveehouderij Bleekerweg 4. Aangezien hier geen activiteiten planologisch worden toegestaan waarbij langdurig mensen zullen verblijven is dit gebouw niet beschermd tegen fijnstof-endotoxinen. De beoogde loods op de locatie Meijelseweg 31 ligt gedeeltelijk binnen de individuele risicocontour van Bleekerweg 4. Het bevoegd gezag moet ten aanzien van de werkplaats afwegen of de beoogde situatie aanvaardbaar is. Hiervoor is het van belang te weten hoeveel mensen gedurende welk tijdsbestek aan het werk zullen zijn in de werkplaats.

Aangezien het een kleinschalig bedrijf is zullen er slechts enkele werknemers aan het werk zijn in het bedrijfsgebouw. Deels vinden werkzaamheden elders op locatie plaats, waardoor niet continu medewerkers aanwezig zullen zijn in de beoogde constructiewerkplaats die binnen de endotoxine risicocontour wordt gesitueerd. Door deze nieuwe bedrijfsbestemming neemt het aantal blootgestelden zeer beperkt toe. Hier staat tegenover dat de huidige pluimveehouderij wordt beëindigd en het woon- en leefklimaat sterk verbeterd. Het belang van het beëindigen van de pluimveehouderij in ruil voor functiewijziging weegt zwaarder dan het mogelijk verhoogde gezondheidsrisico en beperkte toename van blootgestelden. Of een bedrijfsgebouw beschermd is tegen fijnstof-endotoxinen hangt af van de verblijftijd van mensen. Als hier gedurende werkdagen mensen aan het werk zullen of kunnen zijn dan is het beoogde bedrijfsgebouw een nieuw te beschermen object. Het toetsingskader endotoxinen sluit aan bij de Europese regelgeving en de vaste lijn in jurisprudentie inzake het blootstellingscriterium in relatie tot de toetsing van fijnstof.

In het endotoxine toetsingskader wordt aangegeven (hoofdstuk 5) dat binnen de risicocontour in beginsel geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen is en dat bijvoorbeeld woningbouw in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De mogelijke blootstelling aan endotoxine is daar hoger dan de advieswaarde van de Gezondheidsraad van 30 EU/m3. Van dit beginsel kan worden afgeweken als aannemelijk wordt gemaakt dat het woon- en leefklimaat binnen de afstandscontour wel aanvaardbaar is (201111498/1/T1/R4 van 13 februari 2013 en 201211840/2/R2 van 1 maart 2013 herhaald in 201107147/1/R3 van 31 oktober 2012). Het is daarmee aan het bevoegd gezag om een afweging te maken van de gezondheidsrisico’s en te beoordelen of het woon- en leefklimaat aanvaardbaar is. Bij deze afweging spelen verschillende aspecten een rol, waaronder de vertaling van wetenschappelijke kennis naar een lokale praktijksituatie, de opeenstapeling (cumulatie) van bronnen en gezondheidsrisico’s en een vergelijking met andere gezondheidsrisico’s van de fysieke leefomgeving en de huidige situatie. Voor Meijelseweg 31 kunnen de volgende aspecten bij de afweging van de aanvaardbaarheid in acht worden genomen:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=b0eab995-9a65-49e8-85d4-a22d5f12de45