CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

GR21.01.04H Ruimtelijke onderbouwing Laarbroek 5.pdf

Gemeenteraad 25 januari 2021, gemeente AstenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Asten Verzamelplan 2020-2'21.843 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke onderbouwing Uitbreiding bouwblok Paardenhouderij Laarbroek 5 Asten

Colofon Titel:

Ruimtelijke onderbouwing uitbreiding bouwblok paardenhouderij

Locatiegegevens:

Laarbroek 5, Asten 5721 WL, gemeente Asten

Opdrachtgever:

Stal Heijligers

Opdrachtnemer:

Mount advies

Adres:

De Loop 22 6027 SB Soerendonk

E-mail:

feije@mountadvies.nl

Auteur:

ing. F.M. Smies - van Eijndhoven

Versie:

8 – gereed voor vaststelling

Datum:

23-11-2020

2

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ................................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding .................................................................................................................................................. 4 1.2 Ligging en begrenzing plangebied .............................................................................................................. 4 1.3 Begrenzing plangebied ............................................................................................................................... 5 1.4 Planologische borging ................................................................................................................................ 5 1.5 Leeswijzer ................................................................................................................................................... 6

2.

Het initiatief............................................................................................................................................. 7 2.1 Huidige situatie .......................................................................................................................................... 7 2.2 Beoogde situatie ........................................................................................................................................ 9 2.3 Zorgvuldige landschappelijke inpassing ................................................................................................... 14

3.

Beleidskader .......................................................................................................................................... 21 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................................................ 21 3.2 Provinciaal beleid ..................................................................................................................................... 22 3.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant....................................................................................... 24 3.3 Gemeentelijk Beleid ................................................................................................................................. 26

4.

Milieutechnische aspecten .................................................................................................................... 32 4.1 Milieueffectenrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling ................................................................... 32 4.2 Flora en Fauna .......................................................................................................................................... 32 4.3 Ammoniak ................................................................................................................................................ 34 4.4 Archeologie .............................................................................................................................................. 35 4.5 Bodem ...................................................................................................................................................... 36 4.6 Geluid ....................................................................................................................................................... 36 4.7 Geur .........................................................................................................................................................

37 4.8 Luchtkwaliteit ........................................................................................................................................... 40 4.9 Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................................... 42 4.10 Externe veiligheid .................................................................................................................................... 44 4.11 Verkeer en parkeren ................................................................................................................................ 46 4.12 Gezondheid .............................................................................................................................................. 46 4.13 Waterparagraaf........................................................................................................................................ 48

5.

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 52 5.1 Economische uitvoerbaarheid ................................................................................................................. 52 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .......................................................................................................... 52

Bijlagen: 1. 2. 3. 4. 5.

Landschappelijk inpassingsplan Aanmeldnotitie m.e.r. Quickscan Flora en Fauna Bodemonderzoek Verslag omgevingsdialoog

3

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Stal Heijligers is sinds 2008 gevestigd aan de Laarbroek 5 te Asten. De springstal van initiatiefnemers richt zich op het fokken, trainen, opleiden, wedstrijdklaar maken van en verhandelen van kwaliteitsvolle springpaarden. Het bedrijf is door de jaren heen gegroeid en heeft een sterk internationaal karakter. Initiatiefnemers beoefenen zelf op hoog niveau de springsport en leiden ook (internationale) ruiters en amazones op. Door de jaren heen is het bedrijf uitgebreid met o.a. een buitenbak, een stapmolen, paddocks, longeerpiste en twee buitenstallen (welke in gebruik is als geboorte stal en quarantainestal). Deze hippische voorzieningen zijn buiten het bouwblok gerealiseerd. Onderhavige ruimtelijke onderbouwing voorziet in een uitbreiding van het bouwblok zodat bovengenoemde hippische voorzieningen binnen het bouwblok worden gerealiseerd. Daarnaast willen initiatiefnemers haar klanten en grooms (paardenverzorgers) de mogelijkheid bieden om op het bedrijf te verblijven. Op dit moment worden zij elders ondergebracht. Na overleg met de gemeente is een principeverzoek ingediend. Het college van Burgemeester en wethouders heeft op 29 oktober 2019 besloten in principe medewerking te verlenen aan de uitbreiding van het bouwblok, realiseren van een gastenverblijf en een woonruimte voor stagiaires onder de volgende voorwaarde: ▪ ▪ ▪ ▪

Voor de beoogde ontwikkeling dient een ruimtelijke onderbouwing opgesteld te worden die voldoet aan artikel 7.7.1 van bestemmingsplan Buitengebied Asten 2016. Er dient een omgevingsdialoog gevoerd te worden met de omgeving. De noodzaak van alle voorzieningen dient aangetoond te worden. De ontwikkeling dient gepaard te gaan met een bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, conform de gemeentelijke Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap.

Tevens heeft de gemeente in haar reactie op het principeverzoek aangegeven dat de voorgenomen ontwikkeling meegenomen kan worden in het eerste verzamelplan van 2020.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied De locatie is gelegen aan de Laarbroek 5 in het noordoosten van Asten. Het plangebied is bereikbaar vanaf het Laarbroek en ligt achter de overige lintbebouwing. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan een klein bosschage waarachter de kern ligt en het bedrijventerrein Molenakkers. Figuur 1.1 locatie plangebied

Figuur 1.2 Luchtfoto plangebied

4

1.3 Begrenzing plangebied Het plangebied betreft het kadastrale perceel gemeente Asten ANT01 sectie M nummer 1849 en een gedeelte van het perceel gemeente Asten ANT01 sectie M nummer 1850. De planlocatie heeft een oppervlak van circa 2 ha. Op naastgelegen figuur 1.3 is de omtrek van het plangebied zichtbaar.

Figuur 1.3 Begrenzing plangebied

1.4 Planologische borging De bedrijfslocatie is gelegen binnen het bestemmingsplan “Asten Verzamelplan 2018-1”, vastgesteld op 3 juli 2018 en het moederbestemmingsplan (regels en verbeelding); bestemmingsplan “Buitengebied Asten” vastgesteld 18 april 2017. Op basis van artikel 7.7.1 verandering bestemmingsvlak agrarisch bedrijf, is het mogelijk om middels een wijzigingsbevoegdheid het bouwvlak te vergroten. Hier worden de volgende voorwaarden aan gesteld: 7.7.1 Verandering bestemmingsvlak agrarisch bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' (artikel 4) ten behoeve van vergroting en/of vormverandering van het bestemmingsvlak van de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' al dan niet in combinatie met de wijzigingsbevoegdheid zoals opgenomen in artikel 4.6.5. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a.

bestemmingsvlakken van de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf', gelegen in of nabij gronden ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - groenblauwe mantel', 'overige zone - ecologische verbindingszone' mogen worden vergroot, mits het functioneren van de ecologische verbindingszone niet onevenredig wordt aangetast;

b.

de vergroting en/of vormverandering dient noodzakelijk te zijn uit het oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling, waaronder begrepen het kunnen plaatsen van permanente teeltondersteunende voorzieningen. Dienaangaande wordt advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen ingewonnen;

c.

voor veehouderijen is vergroting van het bestemmingsvlak van de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' tot een omvang van maximaal 1,5 hectare voor deze bedrijven toegestaan, met dien verstande dat deze gronden niet gelegen zijn ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - beperkingen veehouderij';

d.

vergroting en/of vormverandering ten behoeve van geiten- en/of schapenhouderijen en glastuinbouwbedrijven is niet toegestaan;

e.

vergroting en/of vormverandering ten behoeve van een pluimveehouderij is alleen toegestaan, mits noodzakelijk in het kader van een verplaatsing uit het gebied ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - urgentiegebied', waarbij een knelpunt wordt opgelost;

f.

er dient sprake te zijn van een passende bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, die in ieder geval bestaat uit een zorgvuldige landschappelijke inpassing conform een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan;

5

g.

door middel van een onderzoek naar de waterstaatkundige consequenties dient te worden aangetoond dat sprake is van hydrologisch neutraal bouwen;

h.

een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling;

i.

aangetoond dient te zijn dat er geen sprake is van een toename van de ammoniakdepositie in een Natura2000gebied, danwel dat de depositie geen gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura2000gebied;

j.

de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in artikel 32 omschreven aanduidingsregels.

1.5 Leeswijzer In onderhavige ruimtelijke onderbouwing is in hoofdstuk één een inleiding op het initiatief gegeven, waarin de aanleiding, het plangebied en het vigerend planologische regime is beschreven. Hierna is in het tweede hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de huidige en beoogde situatie met de landschappelijke inpassing. In hoofdstuk 3 worden de ruimtelijke ontwikkelingen die deze ruimtelijke onderbouwing mogelijk maakt getoetst aan het ruimtelijk beleid op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hierna worden in hoofdstuk 4 de milieutechnische en planologische aspecten beschreven waarin de haalbaarheid van de plannen wordt aangetoond. De financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt verantwoord in hoofdstuk 5.

6

2. Het initiatief 2.1 Huidige situatie 2.1.1 Plangebied Initiatiefnemers hebben in 2005 de bouwlocatie gekocht. Voorheen stonden op de locatie waar nu het hoofdgebouw staat varkensstallen. Deze zijn afgebroken en daarvoor in de plaats is het hippische bedrijf gerealiseerd. Op de locatie is een rijhal aanwezig van 40 x 20 meter en zijn 48 stallen. Daarnaast zijn er diverse poetsplaatsen, ruimte voor de hoefsmid opslag van voer, hooi en stro en een kantine met daarboven een diverse ruimtes. Het bouwblok heeft een oppervlak van circa 7.090m2.

Figuur 4 Luchtfoto bestaande situatie met reeds aanwezige voorzieningen buiten bouwblok

De ontwikkeling van het bedrijf heeft na aankoop van de gronden niet stilgestaan. Voor een goed bedrijfsmanagement m.b.t. de paarden was het noodzakelijk om o.a. een buitenbak, een stapmolen, longeerpiste en twee buitenstallen (welke in gebruik is als geboorte stal en quarantainestal) te realiseren. Deze voorzieningen zijn buiten het bouwvlak gerealiseerd. De ligging van deze voorzieningen vormt naar de directe omgeving geen belemmering c.q. overlast. Tevens is sprake van een goede landschappelijke inpassing ter plaatse. In figuur 2.2 is middels een stippellijn het momenteel aanwezige bouwvlak weergegeven, te zien is dat niet alle aanwezige voorzieningen hierbinnen vallen.

7

Figuur 2.2 Huidig bouwblok

2.1.2 Ruimtelijke structuur Het plangebied is gelegen aan de Laarbroek aan de westzijde van Asten. Laarbroek is een van de bebouwingsconcentraties in het buitengebied van Asten en bestaat uit de straten Laarbroek en Hindert. “Aan de noordkant van de Laarbroek ligt tussen het bebouwingslint en de Rijksweg A67 een grote open agrarische ruimte. Aan de zuidkant van de Laarbroek ligt een open ruimte (oude akker) van een kleiner formaat, met bos als decor. Langs het bebouwingslint en erven staat her en der opgaande beplanting. De landschappelijke inpassing van de bouwblokken is niet overal optimaal. De bebouwing is middelgrootschalig met enkele grootschalige agrarische opstallen. De kavels zijn veelal erg verdicht met diverse bebouwing. De afstand tot de weg verschilt per kavel. Door deze diversiteit aan bebouwing en de onderbroken beplantingsstructuren geeft de concentratie een rommelig karakter. Dit geldt ook voor de doodlopende zijweg de Hindert. “De Laarbroek is een erftoegangsweg aan de westkant van Asten en ontsluit het omliggende buitengebied. Het profiel van de weg bestaat uit een asfalt rijbaan met op enkele plekken laanbeplanting. De Hindert is een doodlopende zijstraat van de Laarbroek.” (bron: Structuurvisie Bebouwingsconcentraties 2010 – gemeente Asten opgesteld door Pouderoyen compagnons)

2.1.3 Functionele structuur Laarbroek wordt gekenmerkt door een grote functiemenging van agrarisch bedrijven, burgerwoningen, ruimte voor ruimte woningen en enkele bedrijven. Opvallend zijn de 2 grote paardenhouderijen (waarvan onderhavig initiatief er één van is) en het transportbedrijf aan de westzijde die eigenlijk ook al onderdeel vormt van het bedrijventerrein Molenakkers.

8

2.2 Beoogde situatie 2.2.1 Vergroten bouwblok Onderhavige ruimtelijke onderbouwing is opgesteld om het bouwblok te vergroten zodoende dat alle hippische voorzieningen binnen het bouwblok vallen. Aangezien de hippische voorzieningen voor bedrijfsmatige doeleinde zijn, dienen deze binnen het bouwblok te liggen. Het bouwblok heeft op dit moment een oppervlakte van 7.089m2 en ligt vrij strak rondom de bestaande bebouwing. Naast het gegeven dat de hippische voorzieningen buiten het bouwblok zijn gelegen is het bouwblok dusdanig klein dat ook het overgrote deel van de erfverharding buiten het bouwblok ligt. Het nieuwe bouwblok krijgt een omvang van circa 1,35 ha zodoende dat alle hippische voorzieningen binnen het bouwblok komen te liggen.

Figuur 2.3 Beoogd nieuw bouwblok met een oppervlak van 1,5 ha

2.2.2 Noodzaak hippische voorzieningen Stal Heijligers De paardensport maakt een enorme groei mee. De regio Zuidoost Brabant en Midden-Limburg vormen het hart van de hippische ontwikkeling. Dit heeft onder andere te maken met de kwaliteitsvolle paarden die Nederland te bieden heeft, de goede trainingsaccommodaties en opleidingen van paard en ruiter. De Nederlandse paarden domineren de wereld met de goede sportresultaten. De vraag naar goede Nederlandse paarden is enorm, ze worden over de hele wereld verkocht. In 2013 verkocht Nederland voor ruim € 200 miljoen paarden naar het buitenland en sindsdien is een duidelijk stijgende lijn te zien. De markt is zodanig aangetrokken dat men van over de hele wereld naar Nederland komt om paarden te kopen, te trainen en paarden hier op wedstrijden uit te brengen. Het CBS raamde in 2014 dat er in de gehele paardenbranche jaarlijks tussen de € 1,5 en € 2 miljard aan omzet wordt gedraaid. Vooral overige Europese landen, het Midden-Oosten, China en de VS komen naar Nederland voor de kwaliteit. Na voetbal is de paardensport de sport met de grootste economische waarde. De paardensector biedt in Nederland ruim 12.500 fte. Dat de sector groeit zien we ook terug in de

9

huizenmarkt in het landelijk gebied. Steeds vaker worden VAB-locaties verkocht aan paardenbezitters en omgebouwd tot paardenhouderij. Met name in de regio’s rondom Grandorse/ De Peelbergen (Sevenum) en TOPS Arena (Valkenswaard) is een sterke vraag naar geschikte accommodaties voor de paardenhouderij.

2.2.3 Buitenpiste Stal Heijligers is één van de koplopers in de hippische wereld. Met hun enorme kennis en ervaring hebben zij naam en bekendheid opgebouwd. De werkzaamheden en bedrijfsactiviteiten groeien in razend tempo. Zo ook de vraag naar goede paarden. Om deze paarden goed op te leiden is het belangrijk hen met voldoende rust vertrouwen en begeleiding te trainen. Op stal Heijligers worden voornamelijk springpaarden getraind en opgeleid. Het is belangrijk dat deze paarden springervaring opdoen. Daarom worden er parcoursen uitgezet in de buitenbak. De oude buitenbak heeft een oppervlak van 2.400m2. Figuur 2.4 Locatie huidige buitenpiste

Bij kleinere pistes blijft er met een volledig parcours in de bak weinig ruimte over om met meerdere paarden in de bak te kunnen rijden. Vooral voor de jonge en minder ervaren paarden kan het zeer beangstigend zijn wanneer zij tussen smalle openingen moeten lopen en wanneer er paarden op korte afstand passeren. Dit kan leiden tot gevaarlijke situaties. Op een normale werkdag worden er ieder uur circa 5 tot 6 paarden in de piste getraind. Bij een piste met een kleinere afmeting is het dan passen en meten. Wanneer een ruiter het parcours wil doorrijden moeten de andere ruiters stil staan en wachten. Dit is geen ideale situatie en werkt niet efficiënt gelet op de hoeveelheid paarden die dagelijks getraind worden. Ook voor klanten die een paard uit komen proberen om mogelijk te kopen is het niet fijn wanneer zij meer bezig zijn met andere paarden en hindernissen te ontwijken dan dat zij zich kunnen focussen op het paard. Daarom is de behoefte groot voor de piste zoals deze nu aanwezig is met een omvang van 2.400m2 buitenpiste.

Figuur 2.5 Sfeerimpressies bestaande buitenbak

10

2.2.4 Stapmolen en overdekte longeercirkel

Figuur 2.6 Locatie bestaande stapmolen en nieuwe longeercirkel

In het kader van voldoende beweging, zijn een stapmolen en longeercirkel noodzakelijk. Het gebruik van een stapmolen en longeercirkel maakt onderdeel uit van de training van een paard. De stapmolen en longeercirkel worden o.a. ingezet op ‘rustdagen’ van de paarden. Zij krijgen op deze manier toch beweging zonder hard getraind te worden. Tevens worden deze faciliteiten gebruikt voor de warming-up en cooling down van de paarden. Daarnaast is het een essentiële voorziening die noodzakelijk is voor de revalidatie van geblesseerde paarden. Trainingen worden eerst in deze voorzieningen opgebouwd alvorens men weer gaat rijden.

2.2.5 Merriestal/ quarantaine stal Aan de voorzijde van de stal ligt een buitenstal welke gebruikt wordt als merriestal en/ of quarantaine stal. Deze stal dient los te staan van de overige stallen. Dragende merries en veulens zijn extra gevoelig voor verkoudheden en andere bacteriële infecties en virussen. Het is dus noodzakelijk dat deze afgezonderd staan van de overige paarden. Daarnaast zijn deze stallen qua oppervlak iets groter. Hierdoor hebben merrie en veulen meer ruimte samen in de stal en hebben zij direct vrije uitloop. Voor paarden in de groei is het belangrijk dat zij zoveel mogelijk vrije uitloop hebben. Deze stal wordt tevens gebruikt als quarantaine stal. Rob Heijligers rijdt internationale wedstrijden. Daarnaast worden er veel paarden naar het buitenland verkocht. Voor transport naar diverse landen voor wedstrijden of verkoop dienen de paarden voordat zij met het vliegtuig worden vervoerd in quarantaine te staan. Dit is wettelijk verplicht om te voorkomen dat ziektes, bacteriën en virussen meegenomen worden op de vlucht.

Figuur 2.7 Bestaande merrie-/ quarantaine stal

2.2.6 Paddocks Aan de voorzijde liggen aan de parkeerplaats twee paddocks. Deze worden gebruikt om de paarden vrije beweging te geven en te voorkomen dat deze de gehele dag op stal staan. De paddocks zijn voorzien van geel zand. Dit zand is droger dan zwart zand en daarom beter voor de paarden. Lang in de modder staan kan infecties aan hoeven en benen veroorzaken. De paddocks zijn een ideaal middel om paarden vrije beweging te bieden zonder dat de beschikbare weide overbelast wordt.

Figuur 2.7 Locaties bestaande paddocks

11

2.2.7 Gastenverblijf De intentie van het gastenverblijf is hetzelfde zoals geformuleerd is in het principeverzoek van 2012. Het gastenverblijf worden gebruikt voor (internationale) ruiters en/of klanten die bij Stal Heijligers tijdelijk verblijven voor o.a. het uitproberen en aankopen van paarden, werkervaring, wedstrijdervaring en opleidingen. Stal Heijligers heeft een internationale bedrijfsvoering. Dit komt enerzijds doordat mevrouw N. Fortgens uit zweden komt en anderzijds doordat de heer R. Heijligers zelf op internationaal niveau wedstrijden rijdt. Hierdoor zijn er veel internationale connecties en relaties uit landen zoals Zweden, Turkije, England, USA en Rusland, maar ook uit de Figuur 2.8 Locatie toekomstig gastenverblijf Arabische landen. Het gastenverblijf is enkel bedoeld voor aan het bedrijf gerelateerde klanten. Er worden tijdelijke overnachtingsmogelijkheden aangeboden aan (buitenlandse) klanten. Er worden geen losse overnachtingsmogelijkheden aangeboden, overnachten is inherent verbonden aan het aankopen/ verhandelen/ trainen/ verzorgen van de paarden die op het bedrijf aanwezig zijn. De wens is om op de locatie van het tuinhuisje een duurzaam Zweeds chalet neer te zetten en daarin 2 á 3 studio’s te realiseren zodat de buitenlandse klanten die luxe gewend zijn optimaal en met veel comfort op het bedrijf kunnen verblijven.

Onderstaand zijn een aantal sfeerimpressies weergegeven

Figuur 2.9 Sfeerimpressie gastenverblijf

12

2.2.8 Verblijf voor stagiaires en grooms Op het bedrijf worden (internationale) stagiaires opgeleid. Stal Heijligers is een erkend leerbedrijf. De grooms en stagiaires zijn o.a. verantwoordelijk voor de dagelijkse verzorging van de paarden en gaan ook mee op de diverse (internationale) wedstrijden. Het verzorgen van de paarden en de wedstrijden is geen 9 tot 5 baan. Een normale werkdag start om 06:00 uur en de laatste voerronde is om 23:00 uur. Daarnaast is het gebruikelijk dat voor het transport naar wedstrijden vaak ’s nachts gereden worden omdat dit comfortabeler is voor de paarden. Hierdoor is het gebruikelijk dat grooms en stagiaires op het bedrijf verblijven. Op dit moment worden zij nog elders Figuur 2.10 Locatie toekomstig groomverblijf ondergebracht. Dit is geen ideale situatie. Derhalve wordt er boven de foyer een verblijf gerealiseerd voor maximaal 6 grooms/ stagiaires. Op dergelijke hippische bedrijven is het hebben van grooms en stagiaires inherent aan de bedrijfsactiviteiten. Dit wordt door de gemeente Asten erkend.

2.2.9 Advies Sectorraad Paarden – De paardenhouderij in het omgevingsrecht De sectorraad paarden heeft in haar document ‘De paardenhouderij in het omgevingsrecht’ een duidelijke uiteenzetting gefomuleerd van de diverse hippische voorzieningen welke noodzakelijk zijn voor de verschillende bedrijfstype. Het document is van 2014 en sindsdien heeft de hippsiche sector zeker in de regio zuidoost brabant en midden limburg een enorme professionaliseringsslag gemaakt. In naastgelegen afbeelding is te zien welke voorzieningen er minimaal wenselijk per type bedrijf zijn. Belangrijk hierbij aan te geven is dat Stal Heijligers een gecombineerd hippisch bedrijf is en niet onder één van de naastgelegen bedrijven ingeschaard kan worden. Stal Heijligers houdt zich bezig met het fokken, opleiden, trainen van paard en ruiter, het verhandelen van paarden en daarnaast zijn er ook diverse paarden en pony’s in privé eigendom waaronder ook hengsten. Uit dit overzicht is op te maken dat alle bovengenoemde voorzieningen noodzakelijk zijn voor het welzijn van de paarden en het functioneren van het bedrijf. Figuur 2.11 bron: Sectorraad paarden - De paardenhouderij in het omgevingsrecht

13

2.3 Zorgvuldige landschappelijke inpassing 2.3.1 Gemeentelijk beleid 2.3.1.1 Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap Met het instemmen op het principeverzoek heeft de gemeente de voorwaarde gesteld dat o.a. voldaan moet worden aan de kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit heeft de gemeente vastgelegd in de ‘Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap’. Hierin is het gemeentelijk beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteitsverbetering opgenomen. Voor een bedrijfsmatige ontwikkeling met een grote impact op de omgeving geldt dat er sprake moet zijn van een goede landschappelijke inpassing én een investeringswaarde van €2,- per m2 over de uitbreiding van het bouwvlak. Het huidige bouwblok heeft een oppervlak van 7.135m2. Dit wordt vergroot naar 13.546m2, er vindt dus een uitbreiding plaats van 6.411m2. Op basis van gemeentelijk beleid zal er een bijdrage geleverd worden van €12.822,- voor de uitbreiding van het bouwblok. Dit bedrag zal worden betaald aan het gemeentelijk fonds ruimtelijke kwaliteit/ landschappelijke inpassing. Tevens is er een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, zie bijlage 1. 2.3.1.2 Bebouwingsconcentratie Laarbroek Het doel van deze structuurvisie bebouwingsconcentraties is het bereiken van kwaliteitsverbetering van het buitengebied.

Voor de ruimtelijke kwaliteit liggen er kansen bij het beter landschappelijk inpassen van de verschillende bouwblokken. Door de grote afwisseling van bedrijven, agrarische bedrijven en woningen is er voor de Laarbroek geen éénduidig advies gegeven over het hergebruik van gebouwen of ontstening van de concentratie, belangrijk is dat er maatwerk bij ieder initiatief geleverd zal worden. Naar het westen toe richting bedrijventerrein de Molenakkers is verdichting mogelijk evenals klein- tot middelgrote bedrijvigheid. Het landschap van Laarbroek is als volgt omschreven: “Aan de zuidkant van de Laarbroek ligt een open ruimte (oude akker) van een klein formaat, met bos als decor. Langs het bebouwingslint en erven staat her en der opgaande beplanting. De landschappelijke inpassing van de bouwblokken is niet overal optimaal. De bebouwing is middelgrootschalig met enkele grootschalige agrarische opstallen. De kavels zijn veelal erg verdicht met diverse bebouwing. De afstand tot de weg verschilt per kavel. Door deze diversiteit aan bebouwing en de onderbroken beplantingsstructuren geeft de concentratie een rommelig karakter.” De opgave voor Laarbroek voor ontwikkelingen welke impact hebben op het plangebied zijn als volgt: ▪ ▪ ▪

Voor de ruimtelijke kwaliteit liggen er kansen bij het beter landschappelijk inpassen van de verschillende bouwblokken. Verdichting aan de zuidkant van de cluster is niet aan de orde, daar dit de relatie met het landschap zal verslechteren en de oude akker zal aantasten. Behoud openheid bij akkers is gewenst.

14

2.3.2 Bestaande situatie groenelementen Onderstaand volgt eerst een omschrijving van het aanwezige groen. Om een beeld te krijgen van de huidige groene inpassing van het bedrijf. De initiatiefnemers hechten hoge waarden aan de ‘groene kwaliteiten en inpassing’ van hun bedrijf. De buitenruimte wordt gezien als het visitekaartje van het bedrijf. Bij een goed businessmodel voor een paardenhouderij behoort aandacht voor de groene inrichting tot een van de speerpunten. Een geordend en groen bedrijf komt professioneel en eerlijk over. De initiatiefnemers hebben derhalve bij de aanleg van de diverse hippische voorzieningen (welke nu planologisch geborgd worden) direct geïnvesteerd in de landschappelijke inpassing hiervan. De locatie is gelegen aan de Laarbroek, maar ligt op zo een 140 meter achter de overige lintbebouwing. Daarmee is de ligging uniek te noemen. De bedrijfsgebouwen liggen tegen de bosrand aan welke zorgt voor een robuuste en zeer aanwezige groene border. Aan de voorzijde ligt een grote open akker welke de gemeente graag open wil houden. Deze akker is niet in eigendom van de initiatiefnemers. Gelet op de beperkte ruimte is het hier niet mogelijk om een groene singel aan te leggen. Bij realisatie van de oprit zijn langs de gehele zijde rododendrons geplaats. De voorkeur was in eerste instantie om hier een bomenrij te plaatsen.

Dit zou echter veel schaduwwerking veroorzaken op de naastgelegen akker, wat inkomsten derving tot gevolg zou hebben. In overleg met de agrariër zijn er daarom geen bomen geplaatst.

Figuur 2.12 Straatbeeld Laarbroek 5

15

Figuur 2.13 Oprijlaan met rododendrons

De paddocks aan de voorzijde van het bedrijf zijn aan de voorzijde voorzien van enkele sierconiferen. Aan de linkerzijde op 5 meter afstand van de perceelsgrens zijn 3 beuken geplaatst. Op het terrein zelf zijn groene borders in een grasstrook tegen de paddocks aangelegd welke omzoomd zijn door bielzen. In de borders is sierbeplanting gerealiseerd waarbij heesters, coniferen, buxus, bodembedekkers, bloemen en kruiden elkaar afwisselen.

Figuur 2.14 Groene borders aan de paddocks

16

Figuur 2.15 Groene borders paddock

De buitenbak is aan de noordzijde voorzien van een wintergroene buffer met laurier om zo de stallen van de voormalige varkenshouderij uit het zicht te onttrekken. Hierdoor is de buitenbak vanaf de straatzijde niet zichtbaar. De westzijde is eveneens voorzien van een laurier en er staan een 5-tal wilgenbomen. De waterberging is landschappelijk ingepast door een klimop. De oost- en zuidzijde zijn voorzien van groene borders ingeplant met o.a. bloesem, heesters, gemengde bloemen en verschillende bodembedekkers. Het soorten sortiment is zodanig gekozen dat het hele jaar rond een groene en kleurrijke omgeving aanwezig is.

Figuur 2.16 De buitenbak is geheel gelegen in het groen en alleen vanaf eigen erf zichtbaar

17

Figuur 2.16 Foto buitenbak zichtbaar vanaf het eigen erf

De privétuin en de stapmolen zijn vanaf de straatzijde niet zichtbaar. Desondanks zijn ook deze met wintergroene groen-elementen zorgvuldig ingepast:

18

2.3.3 Landschappelijk inpassing Adviesbureau Kettu heeft een landschappelijke inpassing opgesteld. Deze is opgenomen in bijlage 1. Het landschappelijk inpassingsplan houdt rekening met de omgeving van de planlocatie, de ruimtelijke wensen vanuit de gemeente en natuurlijk de wensen vanuit het beheer en gebruik van de paardenhouderij. De ligging in de omgeving, de ruimtelijke wensen en de wensen vanuit uitstraling en bedrijfsvoering bestaat het inpassingsplan (zie afbeelding 3 en bijlage 1 van de rapportage in bijlage 1) uit de volgende onderdelen: ▪ ▪ ▪

Realisatie van een haag voor de paddocks. De solitaire coniferen worden verwijderd. Lengte betreft circa 50 meter. Realisatie van een blokhaag rondom de stapmolen en nog aan te leggen longeercirkel. De bestaande coniferenhaag wordt verwijderd en vervangen. Oppervlakte betreft circa 240 m2. De bestaande bosstrook aan de zuidkant van het perceel wordt versterkt met een afwisselend sortiment van bosplantsoen.

Met deze toevoegingen is het zicht op de locatie vanuit het omliggende landschap sterk beperkt. ▪ ▪ ▪ ▪

Aan de zuidzijde ligt bestaand bos. Aan de westzijde is de rijbak al groen ingepast en wordt dit aangevuld voor de stapmolen en nog aan te leggen longeercirkel. Aan de noordzijde ontbreekt nog een inpassing, deze wordt met dit plan aangevuld. Aan de oostzijde wordt het beeld op de bedrijfsgebouwen onttrokken door de aanwezige bedrijfswoning met het daarbij behorende groen.

19

Aanplant van een bladverliezende haag: Er worden 1 type haag toegepast om een uniform beeld te creëren: ▪

Haag van Fagus sylvatica (beuk), met als eindbeeld een hoogte van maximaal 1,5 meter bij de voorzijde van de paddocks en 1,5 tot 2 meter rondom de stapmolen en te realiseren longeercirkel.

Versterken bosstrook Het bosplantsoen bestaat uit de volgende soorten welke in menging aangeplant worden. Worden in maat 60-80. ▪ ▪ ▪ ▪

Fagus sylvatica (Beuk) Betula pendula (Berk) Tilia x europaea (Linde) Salix alba (Wilg)

Financieel aspect ▪ ▪ ▪

Bijdrage in gemeentelijk groenfonds: Bijdrage in eigen aanplant: TOTAAL

€ 12.822, € 5.395, € 18.217, -

20

3. Beleidskader In dit hoofdstuk worden de beleidskaders die van toepassing zijn op de beschreven beoogde ontwikkelingen uit paragraaf 2.2 benoemd en wordt aangegeven hoe de ontwikkelingen passend zijn binnen deze beleidskaders.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (13 maart 2012 vastgesteld) omvat het ruimtelijke rijksbeleid tot 2040. Het uitgangspunt van de structuurvisie is voldoende ruimte te bieden voor het versterken van de Nederlandse concurrentiepositie, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. Deze doelstellingen zijn vertaald in de nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur (RHS). Deze RHS beslaat de gebieden in Nederland die een belangrijke functie vervullen op het gebied van economie, infrastructuur en verstedelijking, water, natuur en landschap. Ten aanzien van deze gebieden is beleid geformuleerd om de kwaliteiten ervan te behouden. Naast ruimte maken en het versimpelen en verbeteren van omgevingsrecht wordt er ook geïnvesteerd, met name in de capaciteit van de infrastructuur. Prioriteit krijgen de mainports, de Brainports en de Greenports, alsmede de achterlandverbindingen. Opgaven van nationaal belang voor de provincies Limburg en Noord-Brabant zijn onder andere: ▪

▪

▪

Het verbeteren van het vestigingsklimaat van de Brainport Zuidoost Nederland (Brainport Avenue) en Greenport Venlo door het optimaal benutten en waar nodig verbeteren van de (internationale) bereikbaarheid van deze gebieden via weg, water, spoor en lucht (o.a. verdere ontwikkeling Eindhoven Airport). Het borgen van de waterveiligheid en – kwaliteit en zoetwatervoorziening voor de korte termijn (zoals Maaswerken en uitvoering hoogwaterbeschermingsprogramma) en de lange termijn. Binnen het Deltaprogramma wordt deze opgave aangepakt. Het tot stand brengen en beschermen van de natuur (Natuur Netwerk Nederland), inclusief de Natura 2000 gebieden.

De ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De regels welke doorvloeien vanuit het Rijk zijn door vertaald in de provinciale verordening en het bestemmingsplan van de gemeente. Belangrijk aandachtspunt hierbij zijn de effecten op de NNN.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vormt de juridische doorvertaling van het rijksbeleid en is een verdere uitwerking van de Wet ruimtelijke ordening. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Belangrijke punten hierin zijn o.a. het zuinig ruimtegebruik, bescherming van kwetsbare (natuur)gebieden en bescherming van het land tegen klimaatverandering, overstroming en wateroverlast, de uitoefening van defensietaken, toekomstige uitbreidingen van de hoofdinfrastructuur. Provincies dienen deze regels door te vertalen in hun beleid en verordeningen en vervolgens dienen deze regels ook een plek te krijgen in de verschillende bestemmingsplannen, aanpassingsplannen etc. Regels t.a.v. de ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in de gemeentelijke bestemmingsplannen.

21

Deze ruimtelijke onderbouwing schaadt geen nationaal belang. Vandaar dat de regels zoals gesteld in het Barro, niet van toepassing zijn. Onderhavige ontwikkeling is ook niet in strijd met de regels van het Barro.

3.1.3 Ladder duurzame verstedelijking De Ladder duurzame verstedelijking is een processchema dat alle mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen of initiatieven voor stedelijke functies, via beleidskaders begeleidt naar een optimale locatiekeuze. De ladder duurzame verstedelijking is geïntroduceerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De motiveringseis om te voldoen aan de ladder duurzame verstedelijking is vervolgens vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder heeft als doel te komen tot een zorgvuldig ruimtegebruik waarbij goede afwegingen worden gemaakt waar gebouwd mag worden. Het systeem van de ladder zorgt voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming waar wel en waar niet mag worden gebouwd. De ladder is een toetsingsinstrument voor ontwikkelaars en de overheid wat gevolgd moet worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Aan de hand van 3 stappen dient het ruimtelijk vraagstuk gemotiveerd te worden: ▪ ▪ ▪

Bepalen van de regionale vraag naar ruimte Bouwen binnen bestaand stedelijk gebied Bouwen buiten bestaand stedelijk gebied

De beoogde ontwikkelingen bestaan enerzijds aan het planologisch borgen van bestaande hippische voorzieningen en anderzijds aan het planologisch vastleggen van de mogelijkheid tot realisatie van gastenverblijf en stagiaire verblijf. Deze functies komen niet voor in de opsomming (permanent wonen, kantine, winkels, bedrijventerrein etc.) welke getoetst moet worden aan de ladder duurzame verstedelijking. Derhalve hoeft er geen ladder toets doorlopen te worden.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 De Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 betreft een herziening van de op 1 oktober 2010 vastgestelde Structuurvisie ruimtelijke ordening. De partiële herziening is door Provinciale Staten van Noord-Brabant op 7 februari 2014 vastgesteld en is in werking getreden op 19 maart 2014. De provincie kiest voor een ontwikkeling waarin de kwaliteiten van de provincie sturend zijn bij de ruimtelijke keuzes die de komende jaren op de provincie afkomen. Daardoor dragen ontwikkelingen bij aan de kracht en identiteit van Noord-Brabant. De ruimtelijke keuzes geven invulling aan het streven naar ruimtelijke kwaliteit en zijn van provinciaal belang. Dit zijn (voor dit plan van toepassing zijnde); ▪ ▪ ▪ ▪

vitaal en divers platteland (landelijk gebied); een robuust water- en natuursysteem; economische kennisclusters; beleefbaarheid stad en land vanaf de hoofdinfrastructuur.

22

De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Binnen deze structuren worden de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen opgevangen; samen vormen zij de provinciale ruimtelijke structuur. Voor het buitengebied gelden twee structuren: ▪ ▪

▪

de groenblauwe structuur; is nodig voorgoed waterbeheer en biedt mogelijkheden om in te spelen op de effecten van klimaatverandering; de agrarische structuur; bestaat uit twee perspectieven: ten eerste het behouden van agrarische productieruimte in de delen van het buitengebied waar de landbouw leidend is voor nieuwe ontwikkelingen en ten tweede behoud en ontwikkeling van gebieden met een breed georiënteerde, gemengde plattelandseconomie. Zoekgebied verstedelijking; Hier is het perspectief van kernen in het landelijk gebied van toepassing. De kernen in het landelijk gebied, met de bijbehorende zoekgebieden voor verstedelijking, kunnen voorzien in de opvang van de lokale verstedelijkingsbehoefte (wonen, werken, voorzieningen).

Figuur 3.1 bron: www.ruimtelijkeplannen.nl - zoekgebied verstedelijking en accentgebied agrarische ontwikkeling

In het figuur is een uitsnede weergegeven van de provinciale structurenkaart. Te zien is dat het plangebied in het zoekgebied verstedelijking is gelegen en binnen het accentgebied agrarische ontwikkeling. Binnen zoekgebied verstedelijking zijn ontwikkelingen van agrarische aard toegestaan overeenkomend met het beleid wat geldend is voor het beleid in paragraaf 2.2.1 perspectief gemengd landelijk gebied. Hierbinnen zijn stedelijke ontwikkelingen mogelijk, maar er dient ook ruimte te zijn voor de plattelandseconomie. In het van toepassing zijnde beleid voor gemengde landelijke gebied streeft de provincie naar een vermenging van functies. Multifunctioneel gebruik is het uitgangspunt, mits de diverse functies elkaar en/of toekomstige ontwikkelingen niet belemmeren. Naast het gebruik van de gronden ten behoeve van de land- en tuinbouw, is er ook plaats voor natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Het initiatief betreft de uitbreiding van het bouwblok voor de planologische borging van hippische voorzieningen en overnachtingsmogelijkheden. Hiermee wordt het multifunctionele gebruik van het plangebied versterkt.

23

3.2.2 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 heeft de provincie de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Met de omgevingsvisie formuleert de Provincie haar ambitie voor Brabant in 2050. De Provincie ziet een toekomst met een grote verwevenheid tussen stad en land en de bijkomende voor- en nadelen die daaraan kleven. Het plangebied ligt in Oost-Brabant. De omgevingsvisie ziet hier de verbinding met de steden ’sHertogenbosch, Nijmegen en Eindhoven en de verbinding met greenport Venlo. De regio kent een hoge natuurwaarde en tevens veel agrarische activiteit. De Provincie ziet de agrarische sector in deze regio omvormen tot een sector die meer op kwaliteit produceert. De omgevingsvisie geeft tevens de visie weer van de Provincie op haar eigen rol en hoe zij de gewenste ontwikkeling naar 2050 wil stimuleren. De provincie ziet zichzelf als verbinder en als aanjager waar nodig. De landbouw is een belangrijke economische factor die veel exporteert. Ten aanzien van de (intensieve) landbouwsector ziet zij dat de sector een aantal forse uitdagingen heeft en wil de Provincie een rol pakken om van de sector een meer natuurinclusieve sector te maken. De beoogde ontwikkeling op het plangebied past binnen de structuurvisie van de provincie NoordBrabant.

De uitbreiding van het bouwblok voor het bedrijf draagt bij aan een kwalitatief bedrijf dat een belangrijke bijdrage levert aan de plattelandseconomie. De paardensport maakt een enorme groei mee. De regio Zuidoost Brabant en Midden-Limburg vormen het hart van de hippische ontwikkeling. Dit heeft onder andere te maken met de kwaliteitsvolle paarden die Nederland te bieden heeft, de goede trainingsaccommodaties en opleidingen van paard en ruiter. De Nederlandse paarden domineren de wereld met de goede sportresultaten. De vraag naar goede Nederlandse paarden is enorm, ze worden over de hele wereld verkocht. In 2013 verkocht Nederland voor ruim €200 miljoen paarden naar het buitenland en sindsdien is een duidelijk stijgende lijn te zien. De markt is zodanig aangetrokken dat men van over de hele wereld naar Nederland komt om paarden te kopen, te trainen en paarden hier op wedstrijden uit te brengen. Het CBS raamde in 2014 dat er in de gehele paardenbranche jaarlijks tussen de € 1,5 en € 2 miljard aan omzet wordt gedraaid. Vooral overige Europese landen, het midden oosten, China en de VS komen naar Nederland voor de kwaliteit. Na voetbal is de paardensport de sport met de grootste economische waarden. De paardensector biedt in Nederland ruim 12.500 fte. Dat de sector groeit zien we ook terug in de huizenmarkt in het landelijk gebied.

Steeds vaker worden VAB-locaties verkocht aan paardenbezitters en omgebouwd tot paardenhouderij. Met name in de regio’s rondom Grandorse/ De Peelbergen (Sevenum) en TOPS Arena (Valkenswaard) is een sterke vraag naar geschikte accommodaties voor de paardenhouderij.

3.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant De nieuwe omgevingsverordening is vastgesteld op 25 oktober 2019. Deze interim omgevingsverordening vervangt de Verordening Ruimte en speelt vast in op de Omgevingswet die naar verluid op 1 januari 2021 in werking zal treden. De omgevingsverordening vervangt tevens de Provinciale milieuverordening, de Verordening natuurbescherming, de Verordening Ontgrondingen, de Verordening ruimte, de Verordening water en de Verordening wegen. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt echt klaar te zijn, maakt de provincie eerst een Interim Omgevingsverordening. Deze Interim Omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de definitieve Omgevingsverordening vastgesteld. Daarin worden zowel aanpassingen vanwege de Omgevingswet meegenomen, als ook

24

beleidswijzigingen gebaseerd op programma’s. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening in november 2020 vastgesteld. Voor onderhavige ruimtelijke onderbouwing betekent dit dat er op dit moment aan de Interim omgevingsverordening getoetst dient te worden.

Figuur 3.2 Interim Omgevingsverordening - basis kaart landelijk gebied

De locatie is gelegen binnen het landelijk gebied. De paardenhouderij van Stal Heijligers dient aangewend te worden als een overig agrarisch bedrijf. Derhalve is artikel 3.58 van toepassing. Artikel 3.58 overig-agrarisch bedrijf in gemengd landelijk gebied Een bestemmingsplan van toepassing op Gemengd landelijk gebied kan voorzien in uitbreiding van, vestiging van of omschakeling naar een overig-agrarisch bedrijf tot een omvang van ten hoogste 1,5 hectare bouwperceel, als de toelichting een verantwoording bevat dat de ontwikkeling noodzakelijk is voor de agrarische bedrijfsvoering. Het betreft hier de uitbreiding van een bestaande paardenhouderij waarbij de hippische voorzieningen die reeds aanwezig zijn en buiten het bouwblok liggen (zie paragraaf 2.2.) planologisch worden geborgd. Omdat het om bedrijfsmatige voorzieningen gaat dient het bouwblok uitgebreid te worden. Op dit moment heeft het bouwblok een oppervlak van 8589m2 dit wordt uitgebreid naar 1,5 ha. Zo passen alle hippische voorzieningen binnen het bouwblok. In de paragrafen 2.2.2 tot en met 2.2.8 wordt de noodzaak van deze voorzieningen voor de bedrijfsvoering en ook het dierenwelzijn nader toegelicht.

Voor een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is het op basis van de Omgevingsverordening noodzakelijk dat deze ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van het landschap; de kwaliteitsverbetering van het landschap. Tevens moet hierbij aangetoond worden hoe deze kwaliteitsverbetering juridisch, financieel en feitelijk wordt verzekerd. Er zijn diverse mogelijkheden om te voldoen aan de kwaliteitsverbetering; een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, wegnemen van verharding of het slopen van bebouwing.

25

Met het instemmen op het principeverzoek heeft de gemeente de voorwaarde gesteld dat o.a. voldaan wordt aan de kwaliteitsverbetering van het landschap de ‘Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap’. Hierin is het gemeentelijk beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteitsverbetering opgenomen. Voor een bedrijfsmatige ontwikkeling met een grote impact op de omgeving geldt dat er sprake moet zijn van een goede landschappelijke inpassing én een investeringswaarde van €2,- per m2 over de uitbreiding van het bouwvlak. Het huidige bouwblok heeft een oppervlak van 7.089m2. Dit wordt vergroot naar 13.500m2, er vindt dus een uitbreiding plaats van 6411m2. Op basis van gemeentelijk beleid zal er een bijdrage geleverd worden van €12.822,- voor de uitbreiding van het bouwblok. Onderhavige ruimtelijke onderbouwing is voornamelijk opgesteld om de aanwezige hippische voorzieningen buiten het bouwblok planologisch te borgen. De aanwezige voorzieningen zijn bij de realisatie landschappelijk ingepast (zie ook paragraaf 2.3). Naast de bijdrage zal tevens daar waar dat nog mogelijk het erf met de voorzieningen verder landschappelijk ingepast worden.

3.3 Gemeentelijk Beleid 3.3.1 Toekomstagenda Asten 2030 De gemeente Asten heeft haar ruimtelijk en economische toekomstperspectief vastgelegd in deze toekomstagenda. Aan de hand van 6 onderwerpen geeft de gemeente weer waar haar pijlers voor de komende jaren liggen. Deze thema’s zijn: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Transformatie Buitengebied Vitale kernen Centrumontwikkeling Klimaatbestendig en energieneutraal Asten Omgevingswet Vitale democratie

Voor onderhavige ontwikkeling is het thema “Transformatie Buitengebied” het meest van toepassing. De agrarische sector is belangrijk voor de gemeente. Er ligt een opgave voor het verduurzamen van deze sector ondanks de vele uitdagingen (o.a. stikstof) wil de gemeente dat de boeren goed kunnen blijven ondernemen. Bij de ontwikkeling van het buitengebied is naast de landbouw ook plaats voor andere economische sectoren, zoals recreatie en toerisme, zorg en energieproductie. De gemeente streeft naar een mooi en beleefbaar buitengebied, waarbij het welzijn voor mens en dier belangrijk is. Het planologisch borgen van de hippische voorzieningen is enerzijds nodig om het welzijn van de paarden te kunnen borgen, zo hebben zij o.a. door de paddocks, longeercirkel en stapmolen meer mogelijkheid om zich (vrij)te kunnen bewegen en hebben zij meer afwisseling in hun trainingsprogramma wat goed is voor de mentale gesteldheid van een paard. Hoe beter het welzijn van het paard hoe beter deze presteert wat weer noodzakelijk is om het bedrijf economisch goed te laten draaien.

26

3.3.2 Toekomstvisie De Avance De toekomstvisie is vastgesteld door de gemeenteraad van Asten op 21 februari 2006. Deze toekomstvisie is een gemeente breed richtinggevend beleidsdocument voor de komende 10 tot 15 jaar. Het geeft antwoord op de vragen over hoe de gemeente wil omgaan met wonen, werken, recreëren en ook hoe de gemeente haar identiteit en haar voorzieningen veiligstelt. De toekomstvisie is in verschillende delen opgesteld. De structuurvisie is zowel een richtinggevend kader als een toetsingskader waarin gewenste en ongewenste ontwikkelingen in de toekomst zijn beschreven. De ruimtelijke vertaling is weergegeven op twee kaartbeelden: een structuurkaart met de bestaande kwaliteiten van de gemeente en de strategiekaart waarin keuzes en ontwikkelingen voor de toekomst zichtbaar zijn gemaakt.

Figuur 3.3 Strategiekaart Toekomstvisie de Avance

Op de strategiekaart staan de ontwikkelingsmogelijkheden van een gebied. De strategiekaart geeft een dynamisch beeld van strategieën voor behoud, herstel, (her)ontwikkeling van de aangegeven kwaliteiten en/of de toevoeging van nieuwe kwaliteiten. Samen vormen zij het wensbeeld voor de lange termijn (30 jaar). Het plangebied is, zoals hierboven af te lezen is, gelegen in een gebied wat de volgende aanduidingen kent: ▪ ▪ ▪ ▪

Halfgesloten agrarisch landschap Afweegbaar gebied uitbreiding bedrijvigheid (verschillende dichtheden) Aandachtsgebied landschapsontwikkeling Bebouwingslint – of cluster

Binnen het halfgesloten agrarisch landschap is het streven op het behoud van de agrarische hoofdfunctie, het agrarisch gebruik en het behoud van de aanwezige agrarische bedrijven. Voor verschillende agrarische bedrijven is er duidelijke groeipotentie. Onderhavige ontwikkeling betreft een uitbreiding van een bestaand agrarisch bedrijf. Met het oog op het behoud en versterken van de landschapsontwikkeling (zie paragraaf 2.3) past deze ontwikkeling binnen de Toekomstvisie De Avance.

27

3.3.3 Structuurvisie bebouwingsconcentraties Het doel van deze structuurvisie bebouwingsconcentraties is het bereiken van kwaliteitsverbetering van het buitengebied. Voor de ruimtelijke kwaliteit liggen er kansen bij het beter landschappelijk inpassen van de verschillende bouwblokken. Door de grote afwisseling van bedrijven, agrarische bedrijven en woningen is er voor de Laarbroek geen éénduidig advies gegeven over het hergebruik van gebouwen of ontstening van de concentratie, belangrijk is dat er maatwerk bij ieder initiatief geleverd zal worden. Naar het westen toe richting bedrijventerrein de Molenakkers is verdichting mogelijk evenals klein- tot middelgrote bedrijvigheid.

Figuur 3.4 Visie Laarbroek, bron: Structuurvisie bebouwingsconcentraties

Het plangebied van onderhavige ruimtelijke onderbouwing ligt net buiten de bebouwingsconcentratie Laarbroek. Wel kan gesteld worden dat er enige invloed is van het plangebied op de bebouwingsconcentratie en visa versa. Hier is bij de landschappelijke inpassing rekening mee gehouden, zie paragraaf 2.3.

3.3.4 Bestemmingsplan Het is gelegen binnen het bestemmingsplan “Asten Verzamelplan 2018-1”, vastgesteld op 3 juli 2018 en het moederbestemmingsplan (regels en verbeelding); bestemmingsplan “Buitengebied Asten 2016” vastgesteld 18 april 2017. De locatie heeft de volgende bestemmingen: ▪ ▪

enkelbestemming “Agrarisch – Agrarisch bedrijf” dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 2”

en kent de volgende aanduidingen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

functieaanduiding “paardenhouderij” gebiedsaanduiding “Overige zone – recreatief ontwikkelingsgebied” gebiedsaanduiding “vrijwaringszone – molenbiotoop” gebiedsaanduiding “vrijwaringszone – radar” gebiedsaanduiding “wetgevingszone – beperkingen veehouderij”

28

Figuur 3.5 Vigerend bestemmingsplan, bron: www.ruimtelijkeplannen.nl

Voor de uitbreiding van het bouwblok is de bestemming “Agrarisch met waarden” vigerend. In artikel 7.7.1 is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het uitbreiden van het agrarisch bouwblok inclusief voorwaarden. Onderstaand wordt per lid aangegeven hoe aan de voorwaarden voldaan wordt. 7.7.1 Verandering bestemmingsvlak agrarisch bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' (artikel 4) ten behoeve van vergroting en/of vormverandering van het bestemmingsvlak van de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' al dan niet in combinatie met de wijzigingsbevoegdheid zoals opgenomen in artikel 4.6.5. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a.

bestemmingsvlakken van de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf', gelegen in of nabij gronden ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - groenblauwe mantel', 'overige zone - ecologische verbindingszone' mogen worden vergroot, mits het functioneren van de ecologische verbindingszone niet onevenredig wordt aangetast;

De bosschage aan de achterzijde grenzend aan het bouwblok heeft de gebiedsaanduiding ‘overige zone – ecologische hoofdstructuur’. Onderhavige ruimtelijke onderbouwing regelt de planologisch borging van bestaande aanwezige hippische voorzieningen en realisatie van een gastenverblijf en stagiairehuisvesting. De hippische voorzieningen zijn al geruime tijd aanwezig. Uitbreiden van het bouwblok heeft derhalve geen impact op de ecologische verbindingszone. Het gastenverblijf wordt nieuw gerealiseerd op de locatie waar nu een tuinhuis staat. De geringe omvang doet geen afbreuk aan het fourageer- leef- en verblijfgebied van soorten en planten. b.

de vergroting en/of vormverandering dient noodzakelijk te zijn uit het oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling, waaronder begrepen het kunnen plaatsen van permanente teeltondersteunende voorzieningen. Dienaangaande wordt advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen ingewonnen;

De beoogde uitbreiding van het bouwblok is in overleg met de gemeente tot stand gekomen. De noodzaak van de uitbreiding wordt omschreven in paragraaf 2.2

29

c.

voor veehouderijen is vergroting van het bestemmingsvlak van de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' tot een omvang van maximaal 1,5 hectare voor deze bedrijven toegestaan, met dien verstande dat deze gronden niet gelegen zijn ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - beperkingen veehouderij';

Het gaat hier niet om een veehouderij, maar om een paardenhouderij. Het beoogde bouwblok heeft een oppervlak van 1,5 ha. d.

vergroting en/of vormverandering ten behoeve van geiten- en/of schapenhouderijen en glastuinbouwbedrijven is niet toegestaan;

Het betreft hier een uitbreiding van een paardenhouderij derhalve is dit lid niet van toepassing. e.

vergroting en/of vormverandering ten behoeve van een pluimveehouderij is alleen toegestaan, mits noodzakelijk in het kader van een verplaatsing uit het gebied ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - urgentiegebied', waarbij een knelpunt wordt opgelost;

Het betreft hier een uitbreiding van een paardenhouderij derhalve is dit lid niet van toepassing. f.

er dient sprake te zijn van een passende bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, die in ieder geval bestaat uit een zorgvuldige landschappelijke inpassing conform een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan;

Met het instemmen op het principeverzoek heeft de gemeente de voorwaarde gesteld dat o.a. voldaan wordt aan de kwaliteitsverbetering van het landschap de ‘Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap’. Hierin is het gemeentelijk beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteitsverbetering opgenomen. Voor een bedrijfsmatige ontwikkeling met een grote impact op de omgeving geldt dat er sprake moet zijn van een goede landschappelijke inpassing én een investeringswaarde van €2,- per m2 over de uitbreiding van het bouwvlak. Het huidige bouwblok heeft een oppervlak van 7.089m2. Dit wordt vergroot naar 13.500m2, er vindt dus een uitbreiding plaats van 6411m2. Op basis van gemeentelijk beleid zal er een bijdrage geleverd worden van €12.822,- voor de uitbreiding van het bouwblok. Onderhavige ruimtelijke onderbouwing is voornamelijk opgesteld om de aanwezige hippische voorzieningen buiten het bouwblok planologisch te borgen. De aanwezige voorzieningen zijn reeds als voor een groot deel landschappelijk ingepast (zie ook paragraaf 2.3). g.

door middel van een onderzoek naar de waterstaatkundige consequenties dient te worden aangetoond dat sprake is van hydrologisch neutraal bouwen;

De beoogde uitbreiding van het bouwblok is noodzakelijk om de reeds aanwezige hippische voorzieningen planologisch te borgen. De uitbreiding van het bouwblok is er niet op gedoeld om een grootschalige uitbreiding van (bedrijfs)gebouwen te realiseren. Met deze ruimtelijke onderbouwing wordt het wel mogelijk om een gastenverblijf te realiseren. Dit verblijf zal bestaan uit een (Zweeds)chalet met maximaal 2 à 3 studio’s. het bouwen van deze chalet zal passen binnen de regels voor vergunningsvrij bouwen. Derhalve is een onderzoek naar de waterstaatkundige consequenties niet noodzakelijk. De huisvesting voor stagiaires vindt plaats binnen bestaande bebouwing. h.

een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling;

Op 24 februari heeft een omgevingsdialoog plaatsgevonden. Zie paragraaf 5.2. i.

aangetoond dient te zijn dat er geen sprake is van een toename van de ammoniakdepositie in een Natura2000gebied, danwel dat de depositie geen gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura2000gebied;

30

Met de beoogde ontwikkelingen worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt waardoor het aantal te houden dieren zal toenemen. Een van de hippische voorziening die nu nog buiten het bouwblok ligt is de merrie-/ quarantaine stal met 2 boxen. Deze separate stal is noodzakelijk voor het veulenen of als er zieke paarden aanwezig zijn die gescheiden moeten staan van de overige paarden. Deze stal wordt enkel gebruikt indien noodzakelijk en is niet permanent in gebruik. Wanneer deze stal in gebruik is zullen er binnen de hoofdstal dus 1 of 2 stallen leeg staan. Hierdoor neemt het aantal dieren niet toe en is er derhalve geen sprak van een toename van de ammoniakdepositie. j.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=a8cfb238-eec2-477d-9ba2-6d753eb02e59