CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

D-11 Bijlage 4 - Bijlage bij jaarrapportage ODZOB - Toezichtsprojecten 2025 ROK VTH

Raadscommissie Samenleving en Bestuur 21 mei 2026, gemeente AstenBij agendapunt: Stukken van het college van b&w ter kennisneming9.724 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Vervolg Ook in 2026 worden op projectmatige basis gebiedscontroles op bedrijventerreinen aangeboden.

24

25. Glastuinbouw Vooraf Vanuit het brancheplan Glastuinbouw 2021-2024 is in 2021 begonnen met een pilotproject. Hierbij zijn in vier verschillende gemeenten milieucontroles uitgevoerd bij een aantal glastuinbouwbedrijven (substraatteelt met assimilatiebelichting met gebruik van gewasbeschermingsmiddelen). De milieucontroles waren breed van opzet en de meest relevante milieuthema’s zijn aan bod gekomen: indirecte lozingen, NOx- emissies vanuit stook- en WKK installaties, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen, de opslag van milieugevaarlijke en bodembedreigende (vloei)stoffen, etc. Uit controles is gebleken dat de bedrijfstak periodiek toezicht nodig heeft, omdat de naleving van regels van met name substraat en gewasbescherming achterblijft en risico’s in het kader van gezondheid en milieu ontstaan. Reden waarom we het pilotproject op een grotere schaal herhalen en onze reguliere programmering meenemen.

Hoofddoelen •

Verbeteren van inzicht in bepalende omgevingsrisico’s in deze bedrijfstak (inclusief gedrag);

•

verbeteren spontane naleving;

•

gerichte competentie- en kennisopbouw bij een aantal toezichthouders (vooraf);

•

actualiseren bedrijvenbestand.

Uitvoering en resultaten •

Er waren 20 controles begroot;

•

op een aantal hercontroles na is alles uitgevoerd en is het project afgerond;

•

de rapportage over de resultaten is door team Agrarisch Toezicht verzorgd in de jaarrapportage;

•

de projectevaluatie wordt in het eerste kwartaal van 2026 uitgevoerd.

Vervolg Over een aantal jaren herhalen we het project Glastuinbouw.

25

26. Indirecte lozingen Vooraf Toezicht op indirecte lozingen is in de meeste gevallen een basistaak. Toch zien we in de praktijk dat hier onvoldoende invulling aan wordt gegeven. De ‘gemiddelde’ toezichthouder is onvoldoende bekend met het onderwerp, met de regels en lozingseisen en vindt het lastig om er goed uitvoering aan te geven tijdens een bedrijfsbezoek. In een samenwerking tussen de drie Brabantse omgevingsdiensten en Waterschappen is inmiddels een adviesrapport opgesteld, met als titel ‘Brabantbrede samenwerking bij toezicht op indirecte lozingen’. Hierin wordt de toezichtpraktijk indirecte lozingen aangekaart en volgen duidelijke aanbevelingen om zowel de samenwerking als de uitvoering te verbeteren. In essentie komt het voor de ODZOB neer op: kennis, toepassing en samenwerking.

Hoofddoelen •

Opleiden ‘specialistische’ toezichthouders;

•

kennisopbouw in de breedte, bij alle toezichthouders;

•

zorgen voor een structurele samenwerking met de Brabantse Waterschappen;

•

toezicht op naleving regels en lozingseisen.

Uitvoering en resultaten •

Er zijn 6 bedrijven uitgekozen vanwege een significante invloed op de RWZI;

•

4 van de 6 controles zijn uitgevoerd op bedrijventerrein BZOB in Helmond waar in het oppervlaktewater verhoogde waardes zware metalen zijn aangetroffen, visuele verontreinigingen worden aangetroffen en jaarrond het vuilwaterriool vol zit en via overstorten uiteindelijk ook het oppervlaktewater wordt beïnvloed;

•

de beoogde 2 controles met Waterschap de Dommel zijn omwille van deze insteek niet uitgevoerd;

•

er is gebiedsgericht gewerkt op basis van in eerste instantie een (kwantitatieve) waterbalans;

•

twee toezichthouders zijn inmiddels opgeleid (opleiding Handhaving Indirecte Lozingen);

•

er zijn meerdere illegale grondwaterbronnen aangetroffen.

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

De kennisopbouw in de breedte heeft nog niet plaatsgevonden, maar is wel nodig;

•

ook binnen het team Agrarisch Toezicht zouden twee toezichthouders gespecialiseerd moeten worden;

•

samen met de specialistische toezichthouders screenen we de toezichtprojecten voor 2026 op mogelijkheden/verdieping op het aspect indirecte lozingen;

•

ook in het werkprogramma Provincie Noord-Brabant (toezicht) zullen we het aspect indirecte lozingen nader uitlichten;

•

er heeft inmiddels een kennismakingsbijeenkomst plaatsgevonden met meerdere toezichthouders van zowel de ODZOB als Waterschap de Dommel;

•

samen met beide Waterschappen werken we aan een bedrijvenlijst (hoog risico voor de RWZI’s) waaruit we kunnen putten voor gerichte bedrijfscontroles.

Vervolg In 2026 wordt een vervolgproject uitgevoerd.

26

27. AEEA binnen de installatiebranche Vooraf De verwijderingsketen van afval is gevoelig voor illegaliteit en milieucriminaliteit. Niet voor niets is ketentoezicht op afvalstoffen benoemd als basistaak voor de omgevingsdiensten. Het is gebleken dat toezicht en handhaving gericht op individuele schakels onvoldoende is om overtreders op te sporen en aan te pakken. De omgevingsdiensten hebben hierbij een sleutelrol te vervullen. De drie Brabantse omgevingsdiensten hebben gezamenlijk de ambitie om met een ketenaanpak en gecoördineerde toezichtprojecten aan die rol invulling te geven. In voorgaande jaren zijn toezichtprojecten uitgevoerd, gericht op verwerkers van kunstgrasvelden, grondstromen en inzamelaars van e-waste. Er is voor een vervolg gekozen van het eerdere project ewaste en wel AEEA (e-waste, red.) binnen de installatiebranche.

Hoofddoelen Samen met de OMWB en ODBN zetten we in op: • Uitvoeren van ketentoezicht binnen de afvalverwerkende sector in Noord-Brabant; •

bijdragen aan de ambitie om tot een gezamenlijke ketenaanpak te komen;

•

het blootleggen en aanpakken van misstanden in de afvalverwerkingsketen;

•

kennis en ervaring opdoen met een ketengerichte aanpak;

•

verbeteren informatiepositie over afvalverwerkende bedrijven en afvalstromen;

Specifiek voor het project AEEA binnen de installatiebranche was het doel om te komen tot een kant en klaar plan van aanpak dat we konden uitvoeren.

Uitvoering en resultaten •

De partijen Stichting OPEN (verantwoordelijke partij realiseren wettelijke inzamelnormen) en Techniek Nederland (brancheorganisatie) zijn benaderd en welwillend gebleken om samen mee op te trekken;

•

er is toegewerkt naar het organiseren van een informatiebijeenkomst voor de installatiebranche in de regio;

•

de bijeenkomst zou gehouden worden op de locatie van een erkende verwerker, het bedrijf Mirec uit Eindhoven;

•

vanwege een tekort aan aanmeldingen is besloten de bijeenkomst te annuleren;

•

het initiële plan om per brief/website de bedrijven te informeren is hervat.

Conclusies, aanbevelingen en lessen • •

Ketentoezicht is noodzakelijk, maar kost ook relatief veel tijd door de veelheid aan partners; om effectief en relevant te blijven, is nog meer focus op een beperkt aantal ketenprojecten/pilots, meer casusgericht denken en zijn tastbare acties nodig;

•

het gebrek aan aanmeldingen laat zien dat het onderwerp ‘e-waste’ weinig leeft bij de doelgroep;

•

de samenwerking met de branchevereniging is in dit geval niet heel vruchtbaar gebleken;

•

daarna wordt, steekproefsgewijs, een aantal bedrijven doorgelicht.

Vervolg Na het informeren van de bedrijven zullen we in 2026 steekproefsgewijs controles uitvoeren samen met Stichting OPEN.

27

28. Loonwerkbedrijven Vooraf De bedrijfstak loonbedrijven is tot nu toe nog niet over de volle breedte gecontroleerd. Er zijn wel al eerder vanuit het project ketentoezicht bodem een aantal loonwerkers bezocht, maar dat ging vooral over eventueel aanwezige gronddepots. Het is tijd om nu breder in te zetten op deze bedrijfstak. In 2024 zijn we hiermee begonnen en dat heeft in 2025 een vervolg gekregen. Naast grondverzet zijn bij veel loonwerkers ook aspecten als opslag brandstoffen, wassen en onderhouden van landbouwvoertuigen, gebruik van bestrijdingsmiddelen, opslag afvalstoffen en soms mestverwerking aan de orde. Al met al genoeg redenen om door te gaan met het vastleggen van de ‘nulsituatie’ in deze bedrijfstak.

Hoofddoelen •

Toezicht op naleving regels;

•

vastleggen nulsituatie van naleving in deze bedrijfstak (inclusief gedrag);

•

gerichte competentie- en kennisopbouw bij een aantal toezichthouders (vooraf).

Uitvoering en resultaten •

Uit de groep van ongeveer 120 loonwerkbedrijven in de gehele regio is een selectie gemaakt;

•

de deelnemende toezichthouders zijn geïnstrueerd en op vlieghoogte gebracht;

•

er zijn uiteindelijk 70 bedrijven gecontroleerd, bij vrijwel alle bedrijven zijn de vaak vele activiteiten, voorzieningen en installaties geïnventariseerd;

•

bij 33 van de 70 controles zijn in totaal 74 overtredingen geconstateerd en volgt een hercontrole;

•

er is een breed scala aan tekortkomingen/overtredingen vastgesteld (er is ook op veel aspecten gecontroleerd);

•

hoewel er twee (negatieve) uitschieters zijn, is op ‘good housekeeping’ (gedragscomponent) redelijk goed (positief) gescoord.

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

Met 70 gecontroleerde bedrijven is niet een volledig, maar wel een goed beeld verkregen en is de nulsituatie voldoende vastgelegd;

•

bij de resterende 50 bedrijven zouden we ook nog het net kunnen ophalen, door een uitvraag op activiteiten of – voor een vollediger beeld – ook een fysieke controle.

Vervolg Er is in 2026 geen vervolgproject geprogrammeerd, mogelijk in volgende jaargangen weer.

28

29. Opleveringscontroles Vooraf Op het moment dat een bedrijf een melding indient of als een omgevingsvergunning is verleend, weten we feitelijk niet of de vergunde situatie ook overeenkomt met de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten. Tijdens de melding- of vergunningprocedure krijgt de ververgunningverlener niet altijd volledig zicht op wat een bedrijf daadwerkelijk doet en hoe het eraan toegaat. De papieren werkelijkheid wordt soms pas jaren later getoetst als een milieucontrole plaatsvindt en daarbij de vergunde situatie wordt beoordeeld. In veel gevallen kunnen we vertrouwen op een juiste melding of aanvraag. Niettemin kan een controle kort na een melding of vergunning toch van meerwaarde zijn. Tijd om het instrument van de opleveringscontrole proefondervindelijk in te zetten.

Hoofddoelen •

Beoordelen meerwaarde instrument opleveringscontrole voor de toezichtspraktijk en vergunningverlening;

•

advies over de structurele inzet ervan;

•

samenwerking tussen de teams vergunningverlening en toezicht bevorderen.

Uitvoering en resultaten •

Er konden 8 van de 12 controles worden uitgevoerd (6x vergunning, 1x melding en 1x maatwerkvoorschriften);

•

enkele controles moesten we om uiteenlopende redenen uitstellen naar 2026;

•

samen met de resultaten uit 2024 is genoeg informatie gekregen om een oordeel te vellen over de toegevoegde waarde van het instrument opleveringscontrole;

•

bij 5 van de 8 bedrijven zijn overtredingen geconstateerd en bij 3 bedrijven afwijkingen ten opzichte van de vergunde situatie;

•

uit de controles komt naar voren dat bedrijven toch niet altijd goed op de hoogte zijn van de verplichtingen die in de vergunning staan of de (algemene) regels die gelden.

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

Een opleveringscontrole heeft voldoende meerwaarde en dient zeker een doel;

•

op basis van de bevindingen is een advies opgesteld en de nieuwe werkwijze die daaruit voortvloeit, afgestemd met de werkverdelers van de teams vergunningverlening en industrieel toezicht en ingeregeld;

•

navraag bij de bedrijven heeft duidelijk gemaakt dat men het nut van het project goed begrijpt. Menig ondernemer heeft zich afgevraagd waarom dit niet eerder is gebeurd.

Vervolg In 2026 wordt geen vervolgproject uitgevoerd, het uitvoeren van opleveringscontroles wordt regulier werk.

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=484ed79f-53f9-4395-bebd-eb6eacf5035a