CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

D-11 Bijlage 4 - Bijlage bij jaarrapportage ODZOB - Toezichtsprojecten 2025 ROK VTH

Raadscommissie Samenleving en Bestuur 21 mei 2026, gemeente AstenBij agendapunt: Stukken van het college van b&w ter kennisneming9.724 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toezichtsprojecten 2025 ROK-VTH 2025

Inhoudsopgave 1.

Aandachtsbedrijven.............................................................................................................................. 1

2.

Afvalbranche ........................................................................................................................................... 2

3.

Ammoniakkoelinstallaties ................................................................................................................. 3

4.

Lithium-ion energiedragers ............................................................................................................... 4

6.

Interventieteams .................................................................................................................................... 6

7.

Ketentoezicht .......................................................................................................................................... 7

8.

LPG-tankstations .................................................................................................................................... 8

9.

Mobiele puinbrekers ............................................................................................................................ 9

10. Vuurwerk ................................................................................................................................................ 10 11. Mestsubstraat ....................................................................................................................................... 11 12. Meten is weten ..................................................................................................................................... 12 13. Opsporen natte koeltorens ............................................................................................................. 13 14. Stoken afvalhout .................................................................................................................................. 14 15. Veehouderijen ....................................................................................................................................... 15 16. Zeer Zorgwekkende Stoffen ............................................................................................................ 16 17. Autodemontage .................................................................................................................................... 17 18. Energiebesparing ................................................................................................................................ 18 19.

Toezicht energiebesparing (SPUK) ............................................................................................... 19 20. Rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit ......................................................... 20 21. Aanpak meldingen en klachten ..................................................................................................... 21 22. Geluidgezoneerde industrieterreinen ......................................................................................... 22 23. Bedrijven met hoge risicoscore ..................................................................................................... 23 24. Gebiedscontroles bedrijventerreinen.......................................................................................... 24 25. Glastuinbouw ........................................................................................................................................ 25 26. Indirecte lozingen ............................................................................................................................... 26 27. AEEA binnen de installatiebranche .............................................................................................. 27 28. Loonwerkbedrijven ............................................................................................................................. 28 29.

Opleveringscontroles ........................................................................................................................ 29

1. Aandachtsbedrijven Vooraf Een aandachtsbedrijf is een bedrijf dat we op basis van het risicoprofiel bezoeken en dat om verscherpt en/of planmatig toezicht vraagt. Er kan bij zo’n bedrijf sprake zijn van een complex klachtenpatroon, een repressief traject, een hoge mate van milieucomplexiteit of een bepaalde bestuurlijke gevoeligheid. Het gaat hierbij dus niet alleen om de risicorelevante bedrijven (RRB) die met hun opslag van gevaarlijke stoffen net onder de Seveso-grens vallen. In feite gaat het hier om een ‘mini-programma’ binnen het ROK. De groep (gevaarlijke) RRB-bedrijven wordt op basis van een Meerjarig Inspectie Plan (MIP) periodiek, systeemgericht en multidisciplinair gecontroleerd. Bij de groep Aandachtsbedrijven vindt het periodieke preventief toezicht plaats op basis van een Bedrijf Toezicht Plan (BTP). Daarnaast is er een nieuwe derde groep bedrijven die bestaat uit overige bedrijven die we minimaal jaarlijks moeten bezoeken, maar waar geen uitgebreid plan onder hoeft te liggen (enkel goed de vinger aan de pols houden).

Hoofddoelen De belangrijkste doelen zijn: • Toezichthouden op en bevorderen van de naleving van voorschriften en milieuregels; •

bevorderen samenwerking ketenpartners;

•

kennisopbouw toezichthouders en leren werken met planmatig toezicht.

Uitvoering en resultaten •

Er zijn 41 inspecties uitgevoerd bij in totaal 53 aandachtsbedrijven (peildatum: november 2025);

•

in totaal zijn 66 overtredingen geconstateerd, waarvan 19 over gevaarlijke stoffen;

•

er zijn 3 handhavingstrajecten gestart;

•

14 keer zijn ZZS in kaart gebracht;

•

32 keer is de actualiteit van de vergunning beoordeeld;

•

2 collega’s (medior toezichthouders) zijn begonnen met de cursus vernieuwend toezicht en zij worden klaargestoomd voor de RRB-inspecties.

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

Alle bedrijven zijn inmiddels bekend met de aanpak/systematiek;

•

we zien dat het ‘project’ op een soort werkprogramma begint te lijken, maar het beheer en de aansturing ervan nog niet is meegegroeid;

•

het opnemen van die derde groep aandachtsbedrijven in het programma is gerealiseerd;

•

samenwerking met de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost verloopt goed; met de Waterschappen moeten we verbeteren;

•

concrete acties en voorgestelde verbeteringen, vanuit de evaluatie, moeten we beter oppakken en doorvoeren;

•

de spoeling qua medior/senior toezichthouders blijft dun, maar is al wel versterkt met twee collega’s;

•

de selectiecriteria RRB moeten we herzien;

•

de geïntroduceerde toezichtkalender waarborgt een actueel overzicht van de jaarlijkse stand van zaken bij de aandachtsbedrijven;

•

REV en ZZS moeten de toezichthouders op een meer uniforme wijze meenemen, nadere instructie en uitleg zal worden verzorgd.

Vervolg Er is een vervolg in 2026.

1

2. Afvalbranche Vooraf Voor goed toezicht op de afvalketen is het niet alleen belangrijk om te beschikken over de juiste data vanuit het afvalregistratieprogramma Amice, maar is een goede samenwerking met het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA) en het op de juiste wijze analyseren van die data een must. Ook in 2025 is geïnvesteerd in de contacten met het LMA, is de totaallijst van meldingsplichtige ‘gemeentelijke’ afvalbedrijven verder geprioriteerd, zijn bedrijven gecontroleerd en worden na signalen vanuit het LMA bedrijven direct administratief gecontroleerd op meldgedrag.

Hoofddoelen •

Versterken van onze relatie met het LMA;

•

een actueel overzicht maken van alle (afval)meldingsplichtige gemeentelijke bedrijven;

•

het gebruik en de toepassing van Amice waarborgen en verbeteren;

•

opvolging geven aan signalen van ketenpartners over bedrijven.

Uitvoering en resultaten •

Van de begrote 400 uur is 360 uur gerealiseerd;

•

inmiddels is nog een collega betrokken bij het project en verder ingewerkt op de materie;

•

6 nieuwe meldingsplichtige metaalbedrijven zijn administratief gecontroleerd;

•

er zijn 14 fysieke controles uitgevoerd, waarvan 5 na inkomende signalen (burgers, PIT-actie, Politie, etc.) en 9 na administratief vooronderzoek;

•

bij alle administratief gescreende en geselecteerde bedrijven zijn overtredingen geconstateerd;

•

uiteindelijk is 1 handhavingstraject opgestart (met last onder dwangsom);

•

we hebben meerdere door het LMA georganiseerde bijeenkomsten bijgewoond en hebben geparticipeerd in 2 bijeenkomsten tussen de zuidelijke OD’s en het LMA over ‘lokale’ ontwikkelingen en waarnemingen.

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

De relatie met het LMA is inmiddels goed op orde, dat moeten we borgen;

•

systematisch toepassen van LMA in werkprocessen is als adviespunt benoemd in het Visitatierapport Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (eind 2024) en inmiddels opgenomen in de Meerjaren Ontwikkelaanpak 2025-2027. Hieraan moet actief worden bijgedragen door de projectleider (specialistisch toezichthouder);

•

we dragen met LMA-data bij aan ROK-toezichtprojecten, maar dit kan nog pro-actiever en zichtbaarder;

•

aanbevolen wordt om de (concrete) resultaten en effecten intern en extern (bij de gemeenten) nog beter uit te dragen;

•

hoewel een andere toezichthouder inmiddels is getraind in het gebruik van Amice, moeten nog meer toezichthouders hierin worden meegenomen.

Vervolg Het project wordt op dezelfde wijze voortgezet in 2026.

2

3. Ammoniakkoelinstallaties Vooraf Een groot incident met vrijkomende ammoniak kan grote gezondheidsschade opleveren en zelfs tot dodelijke slachtoffers leiden. In 2023 is het eerste toezichtproject Ammoniakkoelinstallaties uitgevoerd. Voor ammoniakkoelinstallaties geldt een uitgebreide en strikte normering die is vastgelegd in de PGS13-richtlijn. De bevindingen uit 2023 en 2024 hebben voldoende aanleiding gegeven om ook in 2025 te kijken hoe het is gesteld met bedrijven met een ammoniakkoelinstallatie. Grote (> 1500 kg) installaties vallen onder de registratieplicht, maar kleinere installaties met meer dan 300 kg niet meer. Zijn die dan nu ineens niet meer risicovol? Hoe moet het periodiek toezicht op juist die ammoniakkoelinstallaties worden ingestoken? Om op deze en andere vragen een passend antwoord te formuleren, is dit project opgepakt.

Hoofddoelen •

Screenen beide deelgroepen (groot resp. klein) op gerealiseerd toezicht;

•

bepalen gewenste controlefrequentie en wijze van toezicht i.c.m. borgen van de uitvoering van het periodiek toezicht;

•

toezichthouden op naleving;

•

actualiseren Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV).

Uitvoering en resultaten •

Er zijn bij wijze van steekproef (en conform planning) 6 controles uitgevoerd;

•

bij 2 van de 6 installaties zijn meerdere tekortkomingen vastgesteld en bij 1 bedrijf is een nog niet geregistreerde grote ammoniakkoelinstallatie aangetroffen;

•

afgaande op resultaten uit voorgaande jaren kunnen we voorzichtig concluderen dat consequent periodiek toezicht leidt tot een afname van het aantal overtredingen;

•

er is door team Omgevingsveiligheid een advies opgesteld over de noodzaak van periodiek toezicht bij zowel grote als kleine (niet meer te registreren) installaties;

•

door zowel de voorbereiding als de daadwerkelijke controles zijn enkele actualisaties/mutaties van het REV doorgevoerd.

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

De uitkomsten van zowel de screening vooraf als de daadwerkelijke controles maken duidelijk dat periodiek toezicht (in de volle breedte van de PGS13) nodig is en blijft;

•

toezicht moeten we borgen door het als ROK-toezichtproject te blijven programmeren of ammoniakkoelinstallaties volledig op te nemen in het programma Aandachtsbedrijven;

•

bij grote installaties adviseren we een controlefrequentie van 2 tot 3-jaarlijks en bij de kleinere installaties (met iets minder gevaar) 3 tot 4-jaarlijks;

•

voor een beter meerjarig beeld is het nodig om de controles consequent op eenzelfde manier (o.a. vragenset) uit te voeren;

•

de registratie van ammoniakkoelinstallaties in PowerBrowser (o.a. locatiedossier) moet beter.

Vervolg In 2026 wordt geen vervolgproject uitgevoerd.

3

4. Lithium-ion energiedragers Vooraf Lithiumhoudende energiedragers worden steeds vaker aangetroffen in apparaten, machines en voertuigen. We treffen ze ook vaker aan in de opslag- en distributieketen, bij ‘flitsbedrijven’ met honderden e-bikes en deelscooters en bij fabrikanten van bussen en vrachtwagens. Na een verkenning in 2023 is in 2024 begonnen met toezicht. Toen is gebleken dat de opslag van lithiumhoudende energiedragers vaak nog niet (of niet volledig) voldoet aan de PGS 37-2 richtlijn. In 2025 is daarom gekozen voor een vervolgproject.

Hoofddoelen •

Verdere kennisopbouw en instructie van de toezichthouders;

•

een aantal fysieke controles uitvoeren;

•

meer inzicht krijgen in de mate van (spontane) naleving van de regels (PGS 37-2).

Uitvoering en resultaten •

Naast twee senior toezichthouders is inmiddels één medior toezichthouder ingewerkt in de specialistische materie van de PGS 37-2 richtlijn, het wettelijk kader en de veiligheidsrisico’s;

•

11 van de 15 geplande controlezaken zijn uitgevoerd en (grotendeels) afgerond;

•

bij slechts 1 van de gecontroleerde bedrijven zijn geen tekortkomingen vastgesteld, bij de 10 andere bedrijven telkens meerdere;

•

als de opslag van energiedragers niet overeenkomstig de PGS 37-2 richtlijn is, is vaak een reeks aan veiligheidsvoorschriften niet of niet geheel op orde (veelal in de hoek van brandveiligheid, organisatorische aspecten als vakbekwaamheid, instructies, en/of een veilige wijze van opslag).

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

Paradoxaal genoeg is ondanks het hoge percentage van niet-naleving, het naleefgedrag niet noodzakelijkwijs slecht te noemen. De meeste bedrijven proberen het naar eer en geweten goed te doen, weten van de risico’s van lithiumhoudende energiedragers en proberen het veilig te doen;

•

doordat er steeds meer zaken zijn gekomen, is er bij vergunningverlening inmiddels een duidelijke ‘common practice’ ontstaan in het stellen van maatwerk;

•

bij vrijwel alle bedrijven zijn actie- en aandachtspunten benoemd en adviezen verstrekt. De behoefte aan toezicht en advisering is onverminderd aanwezig;

•

verzoeken om maatwerk en op basis van vergunningaanvragen of meldingen zou, in geval van opslag lithiumhoudende energiedragers, standaard een opdracht voor een ‘opleveringscontrole’ moeten volgen;

•

de eerdere gedachte om proactief extern te communiceren, bijvoorbeeld met flyers voor bepaalde bedrijven is ingehaald. Brancheverenigingen als Evofenedex en de BOVAG doen dat ook al steeds meer;

•

een extra moment van (basis) kennisoverdracht naar de brede groep toezichthouders is gewenst omwille van de oog- en oorfunctie.

Vervolg Het project krijgt onder dezelfde voorwaarden een vervolg in jaargang 2026 (gecombineerd met energieopslagsystemen).

4

5. Energie Opslag Systemen Vooraf De laatste jaren zijn er veel nieuwe batterijsystemen in gebruik genomen. Tussen 2021 en 2023 is het aantal ruim verdubbeld en anno 2025 zijn er 15 tot 20 keer zo veel als in 2021. Naast de ‘thuis batterijmarkt’ zet de stijgende trend voor grote, commerciële batterijsystemen ook door. Dat zien we inmiddels al terug bij toezicht. Steeds meer bedrijven hebben een batterijsysteem (EOS) of overwegen de aanschaf ervan vanwege bijvoorbeeld de netcongestie. Net als met de PGS 37-2 richtlijn voor de opslag van lithiumhoudende energiedragers is de proef op de som genomen en nagegaan hoe het naleefgedrag is wat betreft de energie opslagsystemen (EOS), waarvoor de nieuwe PGS 37-1 richtlijn geldt.

Hoofddoelen •

Kennisopbouw en instructie van de toezichthouders;

•

fysieke controles uitvoeren;

•

inzicht verkrijgen in de mate van (spontane) naleving van regelgeving (PGS 37-1);

•

samenwerking met team Vergunningverlening versterken.

Uitvoering en resultaten •

De toezichthouder heeft bij 8 van de 11 voorbereide controlezaken een volledige inspectie van de EOS kunnen uitvoeren. Daarbij hebben we waardevolle eerste inzichten gekregen;

•

de groep gecontroleerde bedrijven is erg divers gebleken: van zonneparken, een logistieke dienstverlener, EOS producent, bedrijfsverzamelgebouw, installatiebedrijf tot een datacenter, industrieel productiebedrijf en een bedrijventerrein (als collectief). Kortom, een EOS kun je inmiddels overal aantreffen;

•

ondanks het feit dat de PGS 37-1 veel veiligheidsvoorschriften kent, zijn bijzonder weinig tekortkomingen vastgesteld;

•

een EOS is een dure installatie en wordt doorgaans geleverd door professionele en kundige leveranciers en installateurs. Het is specialistisch werk en zij zijn in hoge mate bekend met de regels vanuit de PGS 37-1. Het heeft er alle schijn van dat het geen markt is van pioniers en bedrijven die zelf maar wat doen qua installatie, plaatsing en gebruik;

•

de voorzichtige conclusie is dat de mate van vrijheid die een bedrijf heeft, in elk geval bij een complexe set regelgeving, sterk bepalend is voor de mate van naleving.

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

In hoeverre dit eerste beeld overeind blijft als meer controles volgen, zal moeten blijken. De PGS 37-1 richtlijn is complex genoeg om de vinger aan de pols te houden, ook het risicoprofiel van een EOS maakt toezicht nog nodig en gewenst;

•

door de resultaten te delen binnen het projectteam én de overige toezichthouders basiskennis mee te geven, kunnen zij de oog- en oorfunctie beter toepassen;

•

we moeten nagaan of voldoende is geborgd dat een maatwerkprocedure bij team Vergunningverlening ook altijd tot een opleveringscontrole leidt. Voorlopig is zo’n ‘automatische’ opleveringscontrole bij een EOS nog goed om te doen, net als bij andere risicovolle installaties.

Vervolg Het project krijgt een vervolg in jaargang 2026 (in combinatie met de opslag van lithiumhoudende energiedragers).

5

6. Interventieteams Vooraf De verwevenheid tussen de boven- en de onderwereld is weliswaar een gegeven, maar moet niet gezien worden als een voldongen feit. Milieucriminaliteit, ondermijning en illegaliteit moeten worden bestreden en is ook iets wat de lokale overheid aangaat. Integrale overheidshandhaving heeft in onze regio vorm gekregen in de verschillende interventieteams die er zijn. De toezichthouders van de ODZOB leveren direct (door deelname) en indirect (signalen, oog- en oorfunctie) een actieve bijdrage aan het Peelland Interventie Team (PIT), Dommelstroom Interventie Team (DIT), Kempen Interventie Team (KIT) en het Bestuurlijk Interventie Team Eindhoven (BITE).

Hoofddoelen •

Voortzetten inzet en participatie in interventieteams;

•

waarborgen bewustwording bij toezichthouders;

•

naleving milieuwet- en regelgeving door toezicht;

•

invulling geven aan oog- en oorfunctie;

•

zichtbaarheid milieutoezicht vergroten.

Uitvoering en resultaten De afgelopen 12 maanden: • is deelgenomen aan 20 actiedagen van het PIT, 16 actiedagen van het DIT en 46 van het DIT; •

is die inzet verricht door een poule van 8 toezichthouders per interventieteam (1 tot 2 per actiedag);

•

zijn de resultaten van de actiedagen door de gemeentelijke coördinatoren van de interventieteams bijgehouden en ontvangt elke deelnemende gemeente een jaaroverzicht;

•

vervult de ODZOB door de jarenlange ervaring soms een leidende rol bij acties en steunt het interventieteam ook vaak op de ervaring, kennis en kunde van de milieutoezichthouders.

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

Keer op keer blijkt onze inzet van grote waarde bij de uitvoering van een actiedag;

•

de mate van professionaliteit van onze deelname moeten we borgen door jaarlijks de toezichthouders mee te nemen in de werkafspraken en protocollen die er zijn;

•

in 2025 zijn de drie afzonderlijke werkafspraken per interventieteam geactualiseerd en geharmoniseerd tot één uniforme werkafspraak;

•

deelname aan actiedagen (en de daaropvolgende milieu- of hercontroles) blijkt een goede leerschool voor nieuwe toezichthouders.

Vervolg Deelname aan interventieteams is continu en wordt ook in 2026 weer uitgevoerd.

6

7. Ketentoezicht Vooraf Ketengericht toezicht op met name asbest, bodem, bouw- en afvalstoffen is een wettelijke basistaak voor de omgevingsdiensten. We voeren deze taak zoveel mogelijk uit in samenwerking met onze collega’s van OMWB en ODBN. Binnen de Brabantse ketenaanpak voeren we projectmatig toezicht uit op basis van een jaarlijks werkprogramma. Dit wordt afgestemd met onze ketenpartners.

Hoofddoelen •

Organiseren en/of meedraaien in ketenprojecten binnen geprioriteerde afvalverwerkingsketens in Noord-Brabant;

•

naleving milieuwet- en regelgeving door toezicht;

•

kennis en ervaring opdoen (o.a. met organisatie van en/of participatie aan ketenprojecten.

Uitvoering en resultaten •

Er is samen met de politie en ILT een transportcontrole (grond en afval) in voorbereiding. Deze wordt in 2026 uitgevoerd;

•

met Stichting Open en Techniek Nederland is gewerkt aan een gezamenlijk informatieproduct voor de installatiebranche om hen te stimuleren hun elektronisch afval op een legale manier af te voeren;

•

er is een aantal onbekende opslaglocaties met afgedankte lithium-ion batterijen/accu’s gecontroleerd (lekstromen in de keten die Stichting Open en ILT hebben vastgesteld);

•

we participeren in een landelijke projectgroep om te komen tot een uniform beoordelingskader voor afgedankte kunstgrasvelden (diffuse verspreiding kunststofvezels);

•

we hebben in Brabant een inventarisatie uitgevoerd naar verontreinigde teeltsubstraten in de tuinbouw en de verwerking daarvan;

•

ook is met de partners een analyse uitgevoerd van de verwerkingsketen van tapijtsnippers. Deze snippers worden als afval naar het buitenland afgevoerd en komen terug als bodemproduct (polyvlokken) voor paardenbakken. De producenten, importeurs en handelaren zijn in beeld gebracht;

•

rondom de inzameling en verwerking van afgedankte kleding en textiel bestaan veel vraagtekens. We hebben in Brabant alle bekende inzamelaars inmiddels geïnventariseerd en bezocht.

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

Om effectief en relevant te blijven zijn voor het ketentoezicht nog meer tastbare acties nodig;

•

de afstemming met de andere toezichtprojecten moet beter/slimmer;

•

de controles hebben bijgedragen aan de onderlinge samenwerking van de ketenpartners;

•

in 2026 moet de aanpak een meer structureel karakter krijgen en meer richten op de uitvoering.

Vervolg In 2026 wordt ketenaanpak met concrete inzet van gerichte controles voortgezet.

7

8. LPG-tankstations Vooraf LPG-tankstations hebben een grote veiligheids- en omgevingsrelevantie. Niet in de laatste plaats moet het bevoegd gezag de risicoregistratie (REV) op orde hebben en houden. Vorig jaar is om die reden gestart met het toezichtproject LPG-tankstations en zijn iets minder dan de helft van de geregistreerde LPG-tankstations gecontroleerd. Dit jaar is het de beurt aan de enkele tientallen LPG-tankstations die nog niet zijn geïnspecteerd.

Hoofddoelen •

Toezicht op naleving van regels voor LPG-tankstations;

•

check actualiteit vergunde situatie;

•

actualiseren registratie in het REV;

•

inzicht en ervaring met nieuwe regels uit het Bal en de specifieke zorgplicht.

Uitvoering en resultaten •

Alle LPG-tankstations zijn gefaseerd (in twee delen) bezocht. In 2025 is met een reeks controles het tweede gedeelte gecontroleerd;

•

In totaal zijn er 140 overtredingen geconstateerd bij de 63 gecontroleerde bedrijven;

•

Het merendeel van de overtredingen is vastgesteld bij de aspecten/onderwerpen bodembescherming, het logboek en de administratie;

•

Van structurele overtredingen bij de gecontroleerde exploitanten lijkt geen sprake te zijn (in vergelijking tot eerdere controlereeksen).

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

Een aanzienlijk aantal tankstations is gestopt met de verkoop van LPG. Er wordt bij deze bedrijven ingezet op het aanpassen van de vergunningen;

•

het overall naleefgedrag van de exploitanten is behoorlijk, maar het schiet nog wel vaak tekort bij het opvolgen van adviezen uit inspectierapporten (een inspectierapport moet ook gelezen worden);

•

het REV (LPG-tankstations) is volledig en actueel, geconstateerde wijzigingen zijn erin verwerkt;

•

een vorm van periodiek toezicht is nodig, een controlefrequentie van één keer per 4 jaar is belangrijk (niet in de laatste plaats vanwege de teruglopende verkoop van LPG).

Vervolg In 2026 krijgt dit project geen vervolg.

8

9. Mobiele puinbrekers Vooraf Mobiele puinbrekers kunnen de nodige omgevingshinder opleveren: geluid, stof en de aan- en afvoer van vrachtwagens. Ook wordt landelijk regelmatig geconstateerd dat asbestverdacht materiaal in het te breken puin aanwezig is, puin wordt aangevoerd na de vooracceptatie of grond of sorteerzeefzand van onbekende kwaliteit wordt toegevoegd. Sinds een paar jaar wordt met het uitvoeren van controles geprobeerd om de vraag te beantwoorden welke toezichtaanpak het beste past bij mobiele puinbrekers. 100%-controles zijn niet zinvol (bijvoorbeeld door de korte duur en/of ver weg in het buitengebied waardoor er geen overlast is). Een bevredigend antwoord op de vraag welke scope we bij de controle moeten hanteren is er nog niet. Hoog tijd om die vraag nu definitief te beantwoorden.

Hoofddoelen •

Toezicht op naleving van regels voor mobiele puinbrekers;

•

bepalen gewenste scope van een controle (inclusief risicogerichte methode, productbeschrijving en werkafspraken);

•

implementeren gewenste aanpak controles bij zowel team Industrieel Toezicht als team industrieel Vergunningverlening (in verband met beoordelen en afhandelen meldingen);

•

instrueren toezichthouders.

Uitvoering en resultaten •

In totaal zijn 40 meldingen behandeld, die hebben geleid tot 25 fysieke controles;

•

in 2 gevallen zijn overtredingen geconstateerd en is overgegaan tot handhaving;

•

de communicatie met de branche is verbeterd door informatiebrieven te sturen en doelgericht te communiceren via telefoon en e-mail, naar aanleiding van ingediende meldingen;

•

een paar brekers hebben zelf direct contact gezocht met de ODZOB over de ‘spelregels’ en wat er van ze verwacht wordt;

•

3 toezichthouders zijn ingewerkt in het uitvoeren van deze controles.

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

De meldingsbereidheid vanuit de branche lijkt te zijn verbeterd;

•

Het naleefgedrag valt mee;

•

er is een werkprocedure opgeleverd die het proces van melding tot toezicht en eventueel handhaving op een praktische wijze beschrijft;

•

de werkprocedure zorgt voor een goede overgang van vergunningverlening naar toezicht en waarborgt dat niet zomaar op elke melding automatisch een controle plaatsvindt, maar meer risicogericht wordt gewerkt;

•

toezicht op mobiele puinbrekers blijft gewenst, mits op de relevante plek en er gerichte aanleiding toe is.

Vervolg Er komt geen projectmatig vervolg in 2026, het is nu regulier toezicht.

9

10. Vuurwerk Vooraf De jaarlijkse verkoop van consumentenvuurwerk staat nog hoog op de bestuurlijke agenda. Zowel vanwege de gevaaraspecten bij de opslag en verkoop ervan als de bestuurlijke sensitiviteit die nog wordt ervaren bij dit onderwerp. Tot nu toe zijn alle verkooppunten van consumentenvuurwerk jaarlijks gecontroleerd. Deze aanpak is de afgelopen jaren niet veranderd. Ook in 2025 zijn alle verkooppunten tijdens de verkoopdagen gecontroleerd. Enkele jaren geleden waren het er nog 60; inmiddels zijn er nog 24 verkooppunten in ons werkgebied.

Hoofddoelen •

Toezichthouden op de naleving van betreffende wet- en regelgeving;

•

actualiseren van het REV;

•

meenemen nieuwe collega toezichthouders om ervan te leren.

Uitvoering en resultaten •

De bedrijven zijn voorafgaand aan de verkoopperiode gevraagd de belangrijkste documenten en administratie aan te leveren;

•

er is geen voorcontrole uitgevoerd, maar alle 24 verkooppunten zijn tijdens de verkoopdagen onaangekondigd bezocht;

•

omwille van kennisoverdracht is gewerkt in duo’s en trio’s en zijn een paar onlangs ingestroomde, nieuwe toezichthouders meegenomen door een senior-toezichthouder;

•

er zijn geen grote overtredingen geconstateerd; slechts 9 kleinere tekortkomingen bij 6 verkooppunten (o.a. vuurwerk in de verkoopruimte in plaats van dummy’s, niet toegankelijk zijn van de brandslang, dozen iets te dicht tegen de muur of iets te hoog gestapeld).

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

Het overall naleefgedrag is goed, er zijn al lang geen onervaren, ongeïnformeerde ondernemers meer;

•

het jaarlijks intensief controleren van de bedrijfstak heeft duidelijk een preventieve werking gehad;

•

met een landelijk afsteek/verkoopverbod in het vooruitzicht is het de vraag op welke wijze het toezicht zal worden ingestoken.

Vervolg Er komt een vervolgproject in 2026 (waarschijnlijk voor de laatste keer).

10

11. Mestsubstraat Vooraf De ODZOB heeft in 2021 een brancheplan Glastuinbouw 2021-2024 opgesteld en is in 2021 begonnen met een aantal pilotcontroles in 4 gemeenten. Op basis daarvan is toen een risicoanalyse gemaakt en kon de gewenste reikwijdte van een controle worden bepaald. Na die pilot was voor 2022 een eerste reeks van 54 bedrijfsbezoeken gepland en zijn enkele toezichthouders opgeleid om die controles uit te gaan voeren. Het begin is gemaakt, maar de reeks kon niet worden afgerond door het wegvallen van personele capaciteit. De uitvoering is toen gestopt. Vervolgens is besloten om een tussenevaluatie uit te voeren en een aantal scenario’s voor het vervolgtraject te schetsen. De uitkomst daarvan is dat het ‘project’ glastuinbouw met jaarlijkse controles als een doorlopende taak (en aanpak) wordt voortgezet.

Hoofddoelen De belangrijkste doelen van deze aanpak zijn: • Toezicht houden op de naleving van wet- en regelgeving; •

actualiseren van het bedrijvenbestand;

•

inzicht in het naleefgedrag verbeteren.

Uitvoering en resultaten •

Er zijn diverse overtredingen vastgesteld over meststoffen/mestzakken en het uitrijden van substraat;

•

ook is geconstateerd dat met regelmaat bedrijfsafvalstoffen worden uitgereden over de landbouwgronden met een negatief effect op de bodem- en grondwaterkwaliteit tot gevolg;

•

veel agrariërs zijn nog niet/onvoldoende op de hoogte van milieuwet- en regelgeving over de opslag en het uitrijden van mest en het op of in de bodem brengen van bedrijfsafvalstoffen;

•

de aanschrijvingen hebben ertoe geleid dat deze overtredingen ongedaan worden gemaakt en naar verwachting in de meeste gevallen ook niet meer plaats zullen vinden;

•

er kon een beter beeld worden gevormd van activiteiten die in het buitengebied plaatsvinden, waarbij een toegevoegde waarde is gezien om vrijeveldtoezicht uit te (blijven) voeren.

Bijbehorende cijfers zijn door het team Agrarisch Toezicht verwoord in de jaarrapportage.

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

De huidige aanpak biedt voldoende basis om ermee door te gaan.

Vervolg In 2026 zullen we met regelmaat gaan rondrijden in het buitengebied (= vrijeveldtoezicht) om ondernemers te wijzen op overtredingen en ervoor te zorgen dat overtredingen ook snel ongedaan worden gemaakt.

11

12. Meten is weten Vooraf Als het over een veilige en gezonde leefomgeving gaat wordt binnen het ROK veelvuldig gesproken over het zicht krijgen op emissies. Bij de bedrijven die we controleren, kijken we weliswaar vaak naar de stoffen die worden toegepast en uitgestoten. Maar wat weten we dan feitelijk over die emissies? Wat gaat er precies door de schoorsteen naar buiten? We moeten vaststellen dat de feitelijke emissies vaak onderbelicht blijven, maar het daar uiteindelijk vaak wel om draait. In de loop van het jaar is het idee ontstaan om dit project niet alleen maar te koppelen aan het project ZZS, maar ook breder te kijken. De meerwaarde van een risicogericht meetprogramma is dan naar verwachting beter te onderzoeken.

Hoofddoelen •

Door middel van metingen nagaan of de geselecteerde bedrijven voldoen aan de emissiegrenswaarden;

•

kennis opdoen over (on)mogelijkheden van (preventieve) luchtemissiemetingen;

•

opstellen afwegingskader toepassen emissiemetingen.

Uitvoering en resultaten •

In samenwerking met de handhavingsregisseur en de coördinator van de consignatiedienst is een toepasbare lijst van (selectie)criteria opgesteld;

•

in Q1 van 2025 zijn daarmee alle klachten en meldingen uit 2024 geanalyseerd waarna twee relevante bedrijven (mengvoederbedrijf en varkensslachterij) zijn geselecteerd voor een emissiemeting;

•

vanuit het project ZZS kon nog geen bedrijf worden geselecteerd;

•

door Team Onderzoek en Advies van de OMWB zijn meetplannen opgesteld en zijn de emissiemetingen na de zomervakantie uitgevoerd;

•

de betrokken toezichthouders hebben ervaring opgedaan met het beoordelen van een meetplan en toezichthouden op de representatieve bedrijfsomstandigheden tijdens een meetdag.

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

Meten is daadwerkelijk weten en zeker bij complexere overlastsituaties of specifieke, relevante bedrijven een onmisbare schakel in de toezicht- en handhavingsaanpak;

•

aanbevolen is het project voort te zetten en (wederom) te koppelen aan het project ZZS en het project Aanpak klachten en meldingen;

•

zowel het opgestelde afwegingskader als de opgedane ervaringen in het veld en rondom een meetdag zijn waardevol gebleken.

Vervolg Er komt een vervolg in 2026.

12

13. Opsporen natte koeltorens Vooraf Een uitbraak van legionellabacteriën, bijvoorbeeld als gevolg van een slecht onderhouden natte koeltoren, kan een groot gevaar opleveren voor de volksgezondheid. Mensen kunnen ziek worden of zelfs komen te overlijden. Niet voor niets gelden er strenge regels voor natte koeltorens. Het is aan de ODZOB om toezicht te houden op de naleving van die regels. Het probleem is dat niet alle natte koeltorens bij ons bekend zijn en zijn geregistreerd in de Atlas Leefomgeving. Het opsporen van onbekende natte koeltorens is een toezichtdoel op zich. Hier is vorig jaar op innovatieve wijze – door de inzet van AI - mee begonnen. Dit project krijgt nu een vervolg.

Hoofddoelen •

Beoordelen nauwkeurigheid zoekmethode;

•

naleving bevorderen bij bedrijven met een natte koeltoren;

•

actualiseren Atlas Leefomgeving;

•

ervaringen met AI delen (intern, extern, als dat in 2024 niet is gebeurd).

Uitvoering en resultaten •

Alle 62 geïnventariseerde natte koeltorens zijn gescreend;

•

uiteindelijk zijn 9 fysieke controles uitgevoerd en 20 twijfelgevallen nader beoordeeld;

•

de verkregen informatie over de natte koeltorens is gedeeld met het RIVM en de GGD;

•

de Atlas Leefomgeving (met geregistreerde natte koeltorens) is inmiddels geactualiseerd;

•

eerder is vastgesteld dat met de inzet van de AI-tool (scan van luchtfoto’s van het werkgebied ODZOB) 75% van reeds bekende natte koeltorens is gevonden. Een mooi resultaat.

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

De inzet van dit soort nieuwe AI-tools kan (onder de juiste voorwaarden) nuttig blijken; we zouden actief moeten zoeken naar soortgelijke innovaties en best practices;

•

tussen 2023 en 2025 is de Atlas Leefomgeving (o.a. registratie van natte koeltorens) geactualiseerd en zou deze exercitie rond 2029/2030 herhaald moeten worden.

Vervolg In 2026 krijgt dit project geen vervolg.

13

14. Stoken afvalhout Vooraf Luchtemissies als gevolg van het stoken van vervuild afvalhout hebben een nadelig effect op de volksgezondheid en de leefomgeving. De controlebezoeken die in 2024 binnen dit project zijn uitgevoerd, hebben duidelijk gemaakt dat er nog volop milieuwinst is te behalen. Bij tal van gecontroleerde bedrijven werd naast schoon en onbehandeld hout (wat mag worden gestookt) ook Bhout (verlijmd en verduurzaamd afvalhout) geshredderd en verstookt. Dit zorgt er bovendien voor dat het hout niet wordt gerecycled, wat een hoogwaardigere toepassing is van dit product. Een uitgevoerde verkenning van de SCIOS database (afmeldingen gekeurde stookinstallaties) leert dat er in de regio nog meerdere houtbewerkings- en verwerkingsbedrijven zijn met stookinstallaties op vaste brandstoffen. Deze zijn de moeite waard om langs te gaan.

Hoofddoelen •

Toezicht op naleving regels stoken afvalhout;

•

informeren van bedrijven (ook over duurzaam hergebruik van afvalhout);

•

controleren en stimuleren van SCIOS keuringen (veilig en energiezuinig functioneren van houtgestookte stookinstallaties);

•

verkenning casus Berkvens: is MDF als Rie-biomassa toe te passen of niet ? En is het afval? Een leerzame casus over de begrenzing en definiëring van schoon en vuil houtafval. Nagaan welke aanbevelingen hieruit zijn te halen).

Uitvoering en resultaten •

In totaal zijn 93 bedrijven geïnventariseerd, waarvan er vorig jaar 23 en dit jaar 44 zijn gecontroleerd. De rest is op basis van dossieronderzoek uitgesloten/afgevallen;

•

door specifiek te richten op enkel de luchtemissie, is met de controles voldoende bruikbare informatie opgehaald om iets te kunnen zeggen over de achterliggende gedragingen binnen het bedrijf;

•

bij 18 van de 44 controles zijn overtredingen geconstateerd en zijn hercontroles uitgevoerd;

•

bij 22 bedrijven van de lijst houtbewerkers zonder SCIOS-registratie zijn ook daadwerkelijk geen houtstookinstallatie aangetroffen. Dit ontkracht grotendeels de werkhypothese dat de doelgroep groter is dan de SCIOS-registratie;

•

slechts in één geval is het stoken van B-hout geconstateerd, zij het een beperkte hoeveelheid van slechts 1 kuub per jaar (het is gebleven bij een waarschuwing).

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

De normacceptatie bij de gecontroleerde bedrijven is goed gebleken. Bij de bezochte bedrijven wordt geen B- of C-hout geshredderd en verbrand;

•

doordat overal het gesprek is aangegaan, blijkt dat de normacceptatie/naleving ook bewust is zoals die is aangetroffen;

•

we bevelen aan om eens per drie jaar het SCIOS portaal te raadplegen en bedrijven waarvan de keuringen zijn verlopen op enigerlei wijze te controleren.

Vervolg Het project krijgt geen vervolg in 2026, maar we zouden het rond 2028/2029 moeten herhalen.

14

15. Veehouderijen Vooraf Het ‘project’ veehouderijen is niet zozeer een toezichtproject, maar een doorlopende taak en aanpak. Op basis van risicoprioritering (totale ammoniakuitstoot, aanwezigheid emissiearme stalsystemen en afstand tot natura 2000-gebieden) vindt hierbij het toezicht plaats bij veehouderijen.

Hoofddoelen •

Toezicht houden op de naleving van wet- en regelgeving;

•

actualiseren van het bedrijvenbestand, en;

•

inzicht in het naleefgedrag verbeteren.

Uitvoering en resultaten •

Opvolging van de hercontroles vindt op het juiste moment plaats;

•

er is een pilot project luchtwassystemen gestart waarbij ondernemers zijn benaderd om de monitoringsgegevens van de luchtwassystemen te overleggen. Ook is een analyse op het functioneren ervan uitgevoerd. Veel ondernemers hebben de gegevens aangeleverd. Uit de eerste analyses is gebleken dat “er werk aan de winkel is”. Ondernemers hebben vaak geen goed beeld van het functioneren van hun luchtwassystemen;

•

ook is samen met waterschap de Dommel projectmatig een reeks controles uitgevoerd met extra aandacht voor de opslag van mest- en kuilvoerplaten. Er is namelijk door het waterschap geconstateerd dat er in veel situaties geen opvangput aanwezig is voor de vrijkomende sappen. Per 1 januari 2026 is een opvangput verplicht;

•

bij ca. 80% van de bedrijven zijn tekortkomingen vastgesteld;

•

er zijn veel varkenshouderijen gecontroleerd, waarbij vaak tekortkomingen zijn aan het emissiearme systeem (voornamelijk bij luchtwassystemen);

•

bij de veehouderij in het algemeen zien we vaak de volgende soort overtredingen: afwijkingen melding/vergunning, onjuiste mest- en kuilvoeropslagen, luchtemissies huisvestingssystemen en het functioneren van emissiearme huisvestingssystemen.

Bijbehorende cijfers zijn door het team Agrarisch Toezicht verwoord in de jaarrapportage.

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

De huidige aanpak biedt voldoende basis om ermee door te gaan;

•

een vorm van preventief toezicht blijft gewenst.

Vervolg Deze aanpak van de veehouderijsector wordt voortgezet in 2026.

15

16. Zeer Zorgwekkende Stoffen Vooraf Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn gevaarlijk voor de mens en het milieu. Het beleid is erop gericht om de risico's van deze stoffen te weren of te minimaliseren. Echter, de afstand tussen beleid en werkelijkheid is nog groot. Er is nog weinig bekend over het gebruik en de emissies van ZZS naar lucht, water, bodem en afval bij bedrijven. Het doel is om relevante ZZS-bronnen de komende jaren in beeld te brengen en aan te pakken. In 2021 tot en met 2024 (met budget vanuit SPUK-gelden) is begonnen met een bedrijfstakanalyse en een inventarisatie. SPUK-gelden staan voor specifieke uitkeringen. Financiële middelen die de Rijksoverheid verstrekt aan gemeenten en provincies om specifiek beleid uit te voeren. Inmiddels zijn en worden veel bedrijven uitgevraagd op ZZS met een AI-tool van de firma Deconcern en is de uitvoering van bedrijfscontroles in 2024 begonnen.

Hoofddoelen •

Opsporen van bedrijven met ZZS en prioriteren op risico’s;

•

inzicht verschaffen in het gebruik en de emissies van ZZS bij geselecteerde bedrijven;

•

bedrijven met relevant gebruik van ZZS laten voldoen aan minimalisatieverplichting in combinatie met een stukje advies/informatieverstrekking;

•

beproeven en evalueren van de aanpak;

•

verbreden en verdiepen van kennis bij toezichthouders.

Uitvoering en resultaten •

Veel van de in 2024 uitgevoerde controles waren nog niet volledig afgerond, dat is begin 2025 alsnog gebeurd;

•

vorig jaar is gebleken dat de jaarvracht/hoeveelheid ZZS van doorslaggevend belang is voor de verdere aanpak. Een verbeterde uitvraagmethode, via de applicatie van Deconcern, heeft (te) lang op zich laten wachten waardoor geen nieuwe bedrijven zijn bezocht;

•

in de tussentijd is nog wel bij een aantal aandachtsbedrijven en de ‘Top-23’ bedrijven in Eindhoven het ZZS gebruik in kaart gebracht;

•

via ODNL is een in-company training industriële luchtemissies georganiseerd voor de betrokken toezichthouders; de rest van de collega’s moet deze nog volgen. Hetzelfde geldt voor het thema wateremissies;

•

uit de contactmomenten met bedrijven blijkt dat zij zich bewust zijn geworden van ZZS. Vanuit een verantwoordelijkheidsbesef treffen ze maatregelen of hebben al vermijdingsmaatregelen getroffen;

•

daar waar het vergunningplichtige bedrijven betreft druppelen vermijdings- en reductieprogramma's (VRP’s) nu binnen.

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

Er is te weinig vooruitgang geboekt;

•

als de uitgevraagde informatie er eenmaal is, werkt de gehanteerde toezichtaanpak (met advies en in samenspraak met het bedrijf) op zich prima;

•

in het eerste kwartaal van 2026 leveren we de resultaten van de vervolg uitvraag (met informatie over vrachten) op en kan er in combinatie met een focus op de groep VRP-plichtige bedrijven of de bedrijven met grotere hoeveelheden, meer ‘garen op de klos’ komen;

•

het kennisniveau bij alle toezichthouders moet naar een hoger niveau getild worden.

Vervolg Er is een vervolg in 2026 gepland. 16

17. Autodemontage Vooraf In 2021 is de bedrijfstak autodemontage al eens onder de loep genomen. Er is toen branchegericht geïnventariseerd hoe het is gesteld met de naleving. Deze bedrijfstak is qua milieurisico’s hoog geprioriteerd en heeft, bekeken vanuit de afvalketen, van oudsher een negatief imago. Bij het project in 2021 is geconstateerd dat er op meerdere aspecten veel verbetering mogelijk was, bijvoorbeeld als het gaat om scheiden van afvalstoffen, registratieverplichtingen en simpelweg de spontane naleving van milieuwet- en regelgeving. Vier jaar na dato is het sowieso goed om weer te kijken naar deze bedrijfstak, ook doordat het is aangemerkt als hoog risico bedrijfstak.

Hoofddoelen •

Toezicht houden op de naleving van wet- en regelgeving;

•

kennis en info Auto Recycling Nederland (ARN) gebruiken om toezichtpraktijk te verbeteren;

•

inzicht in het naleefgedrag verbeteren;

•

aanleveren casuïstiek voor ketentoezicht en project Afvalbranche.

Uitvoering en resultaten •

Met dit project is de eerste groep bedrijven met een hoge risicoscore (risicoanalyse ROK-VTH 2025-2028) in uitvoering genomen;

•

de project kick-off was op 5 december 2025, het merendeel van de uitvoering vindt in 2026 plaats;

•

er zijn 17 controles gepland, de eerste paar controles zijn al uitgevoerd;

•

alle bedrijven zijn gescreend aan de hand van vooraf uitgevoerde LMA-analyses;

•

de uitvoerende junior/medior toezichthouders zullen waardevolle ervaring opdoen in het leren omgaan met weerstand.

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

Conclusies, aanbevelingen en de geleerde lessen volgen begin 2026, mogelijk in de eerste infographic van 2026.

Vervolg Hoewel in 2025 het project is opgestart, vindt het merendeel van de uitvoering in 2026 plaats. Het project loopt dus door.

17

18. Energiebesparing Vooraf Het thema duurzaamheid is door ons bestuur hoog geprioriteerd. Er is veel aandacht voor energiebesparing bij bedrijven. Om die reden is met een toezichtproject een passend antwoord geboden op het signaal dat veel bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie nog niet voldoen aan de informatieplicht energiebesparing. Dit signaal komt voort uit de meld- en registratiegegevens van het RVO. Er is waarschijnlijk nog veel besparing mogelijk.

Hoofddoelen •

Naleefgedrag over de informatieplicht energiebesparing verbeteren;

•

de toepassing van erkende energiebesparende maatregelen verbeteren;

•

inzicht krijgen in veelvoorkomende tekortkomingen en het naleefgedrag;

•

kennisdeling tussen gespecialiseerde toezichthouders energie en de toezichthouders industrieel.

Uitvoering en resultaten •

Er zijn 186 relevante bedrijven geïnventariseerd;

•

in totaal zijn 16 bedrijven geselecteerd om als duo-controle (energie + industrieel) te controleren op energiebesparing en andere milieuaspecten;

•

door tussentijdse personele wijzigingen zijn deze duo-controles deels succesvol gebleken. Slechts 9 van 16 energiecontroles en 12 van de 16 milieucontroles zijn uitgevoerd;

•

bij elke gecontroleerd bedrijf zijn één of meerdere overtredingen qua energiebesparing geconstateerd: 73 overtredingen in totaal, met twee uitschieters van 12 respectievelijk 15 overtredingen;

•

de meest voorkomende tekortkomingen qua energie zaten op de aspecten ‘elektromotoren’ en ‘isolatie’;

•

bij 5 van de 12 bedrijven zijn één of meerdere milieuovertredingen vastgesteld: in totaal 11 waarvan de meeste op de aspecten ‘gevaarlijke stoffen’ en ‘koelinstallaties’.

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

omwille van de efficiëntie vallen gecombineerde duo-controles bij zowel de ondernemers als de toezichthouders in de smaak;

•

door gezamenlijk op te trekken wordt door gespecialiseerde energie toezichthouders en industrieel toezichthouders maximaal geleerd, maar de planning is lastiger;

•

de uitwisselbaarheid tussen beide ‘bloedgroepen’ toezichthouders is iets toegenomen; niettemin bevelen we aan de uitvoering van energietoezicht door gespecialiseerde toezichthouders voort te zetten;

•

de gebruikte projectchecklist bleek te uitgebreid en is daardoor ‘flexibel’ toegepast (niet relevante vragen worden weggehaald) wat onderlinge vergelijking en evaluatie op het eind bemoeilijkt.

Vervolg Er komt ook in 2026 een project Energiebesparing.

18

19. Toezicht energiebesparing (SPUK) Vooraf Voor het behalen van de Nederlandse klimaatdoelen is energiebesparing door bedrijven een belangrijk onderdeel. Door de gemeenten wordt het uitvoeren van toezicht hierop dan ook hoog geprioriteerd. Energiebesparing is ook aantrekkelijk voor de energiegebruiker omdat het tot kostenbesparing leidt. De Speciale Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparing (SPUK THE) van de Rijksoverheid biedt tot en met 2026 de gemeenten extra ondersteuning voor het toezicht op het realiseren van energiebesparing bij bedrijven.

Hoofddoelen •

De uitvoering van de erkende maatregelen energiebesparing stimuleren en verbeteren;

•

het naleefgedrag ten aanzien van de informatie- en onderzoeksplicht verbeteren;

•

inzicht krijgen in het naleefgedrag van de erkende maatregelen voor data-gestuurd toezicht.

Uitvoering en resultaten •

Er zijn 168 bedrijven bezocht voor een energiecontrole;

•

de nadruk heeft gelegen op toezicht bij vergunningplichtige bedrijven en bedrijven gelegen op oudere bedrijventerreinen;

•

er is een achterstand in het indienen van de rapportage informatieplicht vastgesteld;

•

ook is gebleken dat de ingediende rapportages vaak incorrect zijn ingevuld;

•

de soort overtredingen (gemiddeld 2) zijn als volgt: 257 gebouwgebonden (ruimteverwarming, verlichting e.d.), 83 faciliteit-gebonden (perslucht, productkoeling) en 15 procesgebonden (procesapparatuur);

•

er zijn 187 hercontroles uitgevoerd waarna volledige naleving is bereikt;

•

er zijn 67 energieonderzoeken beoordeeld;

•

voor het monitoren van de resultaten is inmiddels een dashboard ontwikkeld.

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

De huidige aanpak is noodzakelijk om energiebesparing te realiseren;

•

het focussen van toezicht bij vergunningplichtige bedrijven blijkt nuttig;

•

het weergeven van de controleresultaten in een dashboard geeft inzicht in het naleefgedrag;

•

de faciliteit- en procesgebonden overtredingen geven goed inzicht in de branchespecifieke tekortkomingen.

Vervolg In 2026 wordt deze aanpak voortgezet.

19

20. Rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit Vooraf Om de Nederlandse klimaat- en duurzaamheidsambities te bereiken, heeft de Rijksoverheid bepaald dat werkgevers met meer dan 100 werknemers hun jaarlijkse CO2-uitstoot van de werkgebonden personenmobiliteit (WPM) moeten verminderen. Vanaf de zomer van 2025 geldt een registratie- en rapportageverplichting voor de door werknemers afgelegde kilometers voor zowel woon-werk als zakelijk verkeer. De eerste rapportage moest voor 1 juli 2025 bij het RVO zijn ingediend en het is aan de gemeente om hierop toezicht te houden. Het toezicht is inmiddels als basistaak bij de omgevingsdiensten neergelegd. Op dit moment lijkt het erop dat gemeenten (en de ODZOB) vooralsnog geen extra middelen voor deze taak hebben gekregen. Niettemin is in het ROK-TH opgenomen dat deze rapportageplicht ‘in het werk’ wordt meegenomen. In onze regio gaat het om 425 bedrijven waarvoor de verplichting geldt, inclusief de ODZOB zelf.

Hoofddoelen •

Toezicht op naleving rapportageplicht WPM;

•

bedrijven aanschrijven om ze op de nieuwe verplichting te wijzen en de (administratieve) controle aan te kondigen.

Uitvoering en resultaten •

Alle bedrijven hebben een herinneringsbrief ontvangen;

•

in totaal heeft 88% de rapportage ingediend, waarbij 72% dit op tijd heeft gedaan en 16% te laat;

•

niet naleving had te maken met onbekendheid van de regels, maar ook met het feit dat rond de deadline de site van de RVO overbelast was;

•

er is een dashboard gemaakt waarop per gemeente, uitgesplitst naar 100+ respectievelijk 251+ bedrijven, het rapportagegedrag wordt weergegeven.

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

De huidige aanpak kunnen we voortzetten, omdat het ‘in het werk’ wordt meegenomen;

•

als de inzet van toezicht anders moet en meer gaat vragen, dan zijn ook extra middelen nodig voor de uitvoering;

•

het dashboard geeft goed inzicht in het rapportagegedrag;

•

in 2026 verandert mogelijk de wetgeving en vallen alleen nog organisaties vanaf 251 werknemers onder de rapportageplicht, dan blijven ca. 185 bedrijven over.

Vervolg In 2026 wordt deze aanpak vooralsnog voortgezet.

20

21. Aanpak meldingen en klachten Vooraf Bedrijven die voor veel meldingen en klachten zorgen zijn er in alle soorten en maten en komen overal in de regio voor. De leefbaarheid is erbij gebaat dat die ‘overlastgevende’ bedrijven, meestal gerelateerd aan geur en geluid, adequaat worden aangepakt. In dat opzicht is nog winst te halen uit een betere analyse van de data die wordt verzameld vanuit de MilieuKlachtenCentrale (MKC), in combinatie met de rapportages die worden opgesteld vanuit de consignatiedienst. Het idee is ontstaan om met een betere data-analyse tot een selectie van bedrijven te komen, waar vervolgens door een uitgebreid controlebezoek wordt nagegaan welke aanpak ècht nodig is om de geur- of geluidhinder te verminderen. De bedrijven die verantwoordelijk zijn voor de meeste klachten zijn al bekend en worden actief en regelmatig gecontroleerd door toezichthouders (bijvoorbeeld de aandachtsbedrijven). Er valt winst te halen bij bedrijven die, om wat voor redenen dan ook, nog niet op de radar van de ODZOB staan. Naast een inzet op het bedrijf (de vermoedelijke bron) bepalen we daarbij ook in hoeverre het meldgedrag beïnvloed kan worden door ook daar een actie/inzet op te verrichten.

Hoofddoelen •

In kaart brengen van de onbekendere ‘overlastgevende’ bedrijven;

•

verminderen geur- en geluidoverlast in de omgeving (inclusief beïnvloeden meldgedrag);

•

verminderen aantal klachten en meldingen in betreffende situatie;

•

verbeteren naleving bij gecontroleerde bedrijven;

•

ervaring met data-analyse verbeteren en beschikbare data (van MKC) nuttiger gebruiken.

Uitvoering en resultaten •

Op basis van het dashboard klachten en meldingen (o.a. MKC) en de beschikbare informatie uit PowerBrowser, Mylex (archief) en van de Consignatiedienst, is een regionale analyse uitgevoerd;

•

per gemeente is de top-3 van bedrijven met de meeste klachten en meldingen van geur- en geluidoverlast bepaald en geanalyseerd;

•

vanuit die analyse is per bedrijf een aanpak van de overlastsituatie geformuleerd.

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

Er is inmiddels een nagenoeg volledig overzicht gegenereerd;

•

bij het merendeel van de bedrijven heeft de klachtenproblematiek al een plaats gekregen in het periodieke toezicht of loopt al een handhavingstraject;

•

bij de resterende groep bedrijven (ca. 10) is er nog geen of onvoldoende aanpak en zullen we alsnog hierop moeten inzettenen;

•

de beste vorm van de aanpak/inzet moeten we nog bepalen (bijv. projectmatige aanpak, een gedeeltelijke aanpak vanuit het project Geluidoverlast of via een soort taskforce-aanpak);

•

het periodiek herhalen van een dergelijke (uitgebreide) analyse is aan te bevelen, en;

•

tot slot beoordelen we hoe overlap met klachtanalyses vanuit de Consignatiedienst zelf we het beste kunnen voorkomen.

Vervolg Deze aanpak zetten we voort in 2026.

21

22. Geluidgezoneerde industrieterreinen Vooraf De wereld van (geluid)gezoneerde industrieterreinen is voor veel toezichthouders nog een onbekende wereld. Hoe de actuele geluidproductie van een bedrijf, gelegen op een gezoneerd industrieterrein, zich verhoudt tot de voorschriften en gestelde normen is vrijwel nooit onderwerp van een controle. Onder de Omgevingswet is ook de methodiek van zone-berekening veranderd. De kennis en consequentie daarvan is bij toezicht echter onbekend. Voor veel gemeenten is zonebeheer daarentegen een belangrijk middel om geluidoverlast en -hinder in nabijgelegen woonwijken te beperken en een gezonde leefomgeving te waarborgen. Milieutoezicht kan mogelijk bijdragen aan een actief zonebeheer. Er is meer nodig dan het vaststellen van een gezoneerd industrieterrein of het opnemen van geluidvoorschriften in een vergunning. Daarom is het belangrijk om intern de link tussen de teams Industrieel Toezicht en Geluid te versterken, zodat kennisoverdracht wordt geregeld en concrete ervaring wordt opgedaan met toezichthouden op dit belangrijke thema.

Hoofddoelen •

Kennisoverdracht;

•

versterken samenwerking tussen beide teams/vakdisciplines;

•

bijdragen aan een actief zonebeheer;

•

verbeteren naleving bij gecontroleerde bedrijven;

•

verminderen geluidoverlast in de omgeving.

Uitvoering en resultaten •

Het project zou beginnen met een te organiseren kennissessie voor alle toezichthouders van het team Industrieel Toezicht. De organisatie ervan is bij team Geluid niet van de grond gekomen. Helaas moest worden besloten het project, in het najaar van 2025, stop te zetten;

•

bij een van de Aandachtsbedrijven (Kingspan Unidek in Gemert, red.) is vanuit het reguliere milieutoezicht wel interessante casuïstiek ontstaan hoe in het toezicht om te gaan met een bedrijf op een industrieterrein met een geluidproductieplafond. De opgedane ervaringen zullen alsnog binnen het team worden gedeeld;

•

de beoogde drie (pilot)controles zijn niet uitgevoerd en er is geen evaluatie uitgevoerd.

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

Van uitstel komt hopelijk geen afstel want het onderwerp is relevant genoeg om toch een keer goed op te pakken;

•

ondanks de initiële goede wil en bereidheid vormt de capaciteit, inzet en medewerking van andere teams soms (helaas) een beperkende factor bij toezichtprojecten.

Vervolg Er is momenteel geen vervolgproject gepland voor 2026.

22

23. Bedrijven met hoge risicoscore Vooraf In het ROK VTH 2025-2028 is een nieuwe risicoanalyse opgenomen die heeft geresulteerd in een ordening van bedrijfstakken die – in termen van omgevingsrisico’s – ‘ertoe doen’. Deze (gemeentelijke) bedrijven met een hoge risicoscore moeten we deels opnieuw inventariseren en controleren. Ook moeten we bepalen hoe (planmatig of niet, mono- of multidisciplinair) en met welke frequentie we toezicht moeten houden. Om eind 2026 alle ‘hoog risico’ locaties met een score boven de 25 te kennen, is gestart met de inventarisatie van de bedrijven en inmiddels de eerste controles. Het project Autodemontage is daar een voorbeeld van.

Hoofddoelen •

Concretiseren bedrijfstakken risicoanalyse naar bedrijven (bijlage 2 ROK VTH);

•

nagaan welke bedrijfstakken in eerdere projecten al zijn opgepakt en of dat afdoende is geweest;

•

per bedrijfstak de gewenste toezichtaanpak (scope controle, frequentie) bepalen;

•

projectopdrachten formuleren voor bedrijfstakken die we in 2025 en 2026 zouden moeten controleren.

Uitvoering en resultaten •

Alle bedrijfstakken met een hoge risicoscore zijn inmiddels (fase 1) gespecificeerd op basis van SBI-codes, MBA’s en zoektermen, etc. zodat de uiteindelijke bedrijvenselectie met bijvoorbeeld een data-analyse AI-tool (indien beschikbaar) snel een goed resultaat oplevert;

•

van de 14 industriële bedrijfstakken zijn er 2 afgevallen als ‘niet aanwezig’, 1 (autodemontage) is in uitvoering genomen en 4 projecten (RWZI’s, Minerale producten, Recycling kunststof en Grondbanken en -reiniging) zijn voorbereid en volgen begin 2026;

•

voor de resterende 7 projecten moet eerst een grondige bedrijvenselectie mogelijk zijn.

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

De eerste toezichtprojecten bij al bekende bedrijfstakken (op bedrijfsniveau) zijn in uitvoering;

•

de behoefte aan een betrouwbaar en accuraat bedrijvenbestand blijft onverminderd groot en is voorwaardelijk als je daadwerkelijk alle bedrijven wilt kennen.

Vervolg Dit project wordt voortgezet in 2026.

23

24. Gebiedscontroles bedrijventerreinen Vooraf Het reguliere toezicht richt zich in beginsel op bedrijven en activiteiten die vergund of gemeld zijn, in elk geval die bekend zijn bij het bevoegd gezag. Echter, tal van bedrijven beginnen met hun activiteiten zonder vooraf een vergunning aan te vragen of melding in te dienen. Vaak gebeurt dat uit onwetendheid, maar soms ook om ‘onder de radar’ te blijven. In beide situaties is het hoe dan ook gewenst om als bevoegd gezag zicht en grip te krijgen. Alle milieurelevante bedrijvigheid en activiteiten op alle bedrijventerreinen moeten in het zicht komen en blijven. De ervaring leert dat gebiedsgericht toezicht een goed instrument is om snel en gericht hiertoe te komen. De afgelopen jaren is in meerdere gemeenten deze aanpak toegepast, ook in 2025.

Hoofddoelen •

In kaart brengen van nieuwgevestigde bedrijven en activiteiten in een bepaald gebied;

•

up-to-date houden van bedrijvenbestand;

•

zichtbaarheid van de overheid vergroten;

•

toezicht op naleving van vergunning-, melding- of informatieplicht;

•

oog- en oorfunctie illegaliteit (ook voor ketenpartners).

Uitvoering en resultaten •

er zijn in 3 gemeenten 4 bedrijventerreinen aangepakt (Bolle Akkers in Bladel, Ekkersrijt in Son en Breugel, Smartpark en Wolfsveld in Gemert-Bakel);

•

in totaal zijn 799 BAG-objecten gescreend (met gevelcontrole);

•

uit die screening zijn uiteindelijk 232 locaties naar voren gekomen die voor een vervolgaanpak in aanmerking komen, hetzij een korte milieucontrole of overdracht naar een interventieteam als het PIT, KIT of DIT;

•

per bedrijventerrein ontvangt de gemeente een maatwerkvoorstel (met rapportage van de belangrijkste bevindingen en resultaten).

Conclusies, aanbevelingen en lessen •

De aanpak werkt goed om tot signaleringen te komen voor vervolgonderzoek door de gemeente zelf, door de ODZOB voor een milieucontrole of door een interventieteam;

•

de reikwijdte van een gevelcontrole is iets te beperkt gebleken om de (bedrijfs)activiteiten te duiden en ter plaatse de zichtbaarheid van de overheid te verbeteren;

•

na de evaluatie van de huidige aanpak is besloten om de aanpak iets te herzien, bijvoorbeeld in het vervolg in te zetten op drempelcontroles.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=484ed79f-53f9-4395-bebd-eb6eacf5035a