CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

BU21.03.04E Eindrapportage; Ambitieonderzoek Museum Klok en Peel.pdf

Commissie Burgers 29 maart 2021, gemeente AstenBij agendapunt: Voortgang museum Klok en Peel17.804 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Museum Klok & Peel in relatie tot gemeentelijk beleid Toekomstagenda Asten 2030 De Toekomstagenda Asten 2030 is in 2017 in dialoog met de inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties opgesteld. De toekomstagenda gaat uit van 4 majeure opgaven: 1. Transformatie buitengebied. 2. Vitale kernen. 3. Centrumontwikkeling. 4. Klimaatbestendig en energieneutraal Asten (duurzaamheid).

23

De opgave ‘Transformatie buitengebied’ draait vooral om een omvorming van de agrarische sector, maar ook om het benutten van de recreatieve en toeristische potentie van De Peel. Daartoe wordt ingezet op het positioneren van Asten als Poort van de Peel en het stimuleren van kleinschalige initiatieven op het gebied van toerisme en recreatie. De opgave ‘Vitale kernen’ richt zich op passende en betaalbare woonvormen, adequate voorzieningen, saamhorigheid en een evenwichtige samenstelling van de bevolking. ‘Beleven en genieten’ is het motto, onder meer door cultuurbezoek. Deze ambitie geldt voor elk van de kernen (Asten, Ommel en Heusden), waarbij de eigen identiteit van de kernen gekoesterd kan worden. Dat kan door het initiatief bij inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties te leggen, o.a. middels coöperatieve initiatieven voor zorg en welzijn. Ook beoogt de opgave ‘Vitale kernen’ te komen tot gastvrije kernen, waar iets te beleven valt voor bezoekers en toeristen. Bij de opgave Centrumontwikkeling is de ambitie te komen tot aantrekkelijke dorpscentra, met ontmoeting en beleving als kernbegrippen. Ontmoetingsplekken voor de eigen inwoners met ruimte voor flexwerken. Beleving vooral voor de toeristen, waarbij cultuurhistorie een belangrijk element vormt.

Voor het centrum van Asten wordt ingezet op behoud van een aantrekkelijk winkelbestand en op horeca en cultuur, mogelijk in de vorm van een trekpleister voor ambachten, cultuur en educatieve doeleinden . Met de opgave ‘Klimaatbestendig en energieneutraal Asten’ moet gekomen worden tot minder verstening en meer groen, een betere wateropvang, minder hittestress en een grotere biodiversiteit in flora en fauna. Ook volgt de gemeente de provinciale trend om zo snel als mogelijk energieneutraal te zijn. Voor elk van de 4 majeure opgaven gaat de Toekomstagenda Asten 2030 uit van een aanpak van onderop, waarbij de inhoud leidend is en de organisatie volgend. Geen vaste structuren, maar flexibiliteit en projectmatig werken. Initiatieven vanuit de samenleving worden ondersteund, mits passend bij de kernkwaliteiten van Asten. Samenwerking met partners lokaal en regionaal is cruciaal. O.a. in Innovatiehuis De Peel en Brainport. Hoe verhoudt Museum Klok & Peel zich tot de Toekomstagenda? Ø Museum Klok & Peel past goed in de opgave ‘Transformatie buitengebied’, onderdeel benutten potenties recreatie en toerisme. Met zo’n 45.000 bezoekers biedt Asten met het museum een stevige toeristische trekker. Ø Ook past het museum goed in de opgave ‘Vitale kernen’. Het museum is een maatschappelijke voorziening die activiteiten en ontmoeting biedt voor de inwoners, o.a.

met de Pompoendagen, door ruimten aan te bieden voor verenigingen en door 200 vrijwilligers aan zich te binden. Ø Bij de opgave ‘Centrumontwikkeling’ is een hoofdrol weggelegd voor het centrum van Asten. Het museum profileert zich als plek voor ontmoeting, cultuurbeleving en cultuurhistorie, geheel in de geest van de Toekomstagenda, alleen niet in het centrum … Ø De opgave ‘Klimaatbestendig en energieneutraal Asten’. Het museum is het ‘groenste museum van Nederland’ en is dus uithangbord voor deze majeure opgave.

24

Coalitieakkoord 2018-­‐2020 In het Coalitieakkoord Samen op weg naar een duurzaam vitaal Asten! zijn de ambities van het gemeentelijk beleid voor de periode 2018-­‐2020 vastgelegd. Het is een akkoord op hoofdlijnen dat in samenspraak met inwoners en partners verder moet worden opgepakt en uitgewerkt. Om daadwerkelijk tot een duurzame en vitale gemeente te komen noemt het Coalitieakkoord als belangrijkste ambities: • Als gemeente en haar kernen, aantrekkelijk om te wonen, te werken en te recreëren, voor inwoners en bezoekers, met evenwichtige aandacht voor inwoners, bedrijf en natuur; • Duurzaam en vitaal als mens, in goede leefomstandigheden wat de basis biedt voor positieve gezondheid. Het Coalitieakkoord geeft aan de 4 majeure maatschappelijke opgaven zoals die in de Toekomstagenda Asten 2030 zijn benoemd te willen volgen. Werken aan deze maatschappelijke opgaven wil de gemeente op een andere manier doen met meer betrokkenheid en verantwoordelijkheid voor inwoners en maatschappelijke partners. Dat vraagt van de gemeente dat om een meer ondersteunende en faciliterende rol om initiatieven uit de samenleving mogelijk te maken. Ook zoekt de gemeente naar meer samenwerking met maatschappelijke partners, lokaal en in de regio. Museum Klok & Peel valt onder het (begrotings-­‐)programma Sociaal Domein. Voor dit programma noemt het Coalitieakkoord o.a.

de volgende speerpunten: • Vitale kernen: beleid richten op de (lokale) woon-­‐ en recreatiebehoefte. Opgave ‘Vitale Kernen’ uit Toekomstagenda Asten 2030 vertalen in programma en concrete projecten. • Vrijwilligerswerk stimuleren, vooral wanneer dat van toegevoegde waarde is, bijvoorbeeld doordat professionele zorg kan worden ondervangen. • Ouderen: meer sociale contacten stimuleren, waardoor zij langer op zichzelf kunnen blijven wonen. • Jongeren: betaalbare deelname aan vrijetijdsvoorzieningen mogelijk maken. • Participatie: o.a. specifieke aandacht voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Hoe verhoudt Museum Klok & Peel zich tot het Coalitieakkoord? Ø Het museum draagt bij aan het speerpunt vitale kernen, in casu de kern Asten. Onderscheidende voorziening voor inwoners en bezoekers. Ø Het museum draagt bij aan Centrumontwikkeling. Imago Asten ‘Klinkt als een Klok; economische factor als toeristische trekker. Ø Het museum draagt bij aan de ambities Sociaal Domein: enorm groot vrijwilligersbestand; zinvolle dagbesteding voor ouderen; onderdak voor verenigingen; lokale activiteiten zoals de Pompoendagen; werkgelegenheid voor mensen met afstand tot arbeidsmarkt; educatie voor jongeren. In het bijzonder wat betreft de inzet van de medewerkers van Senzer kan worden onderstreept dat de maatschappelijke waarde hiervan hoog is.

Het betreft medewerkers met een handicap, die binnen het museum met de nodige begeleiding hun draai hebben gevonden. We constateren dat Museum Klok & Peel als voorziening goed lijkt te passen in de ambities van het Coalitieakkoord.

25

Lastig punt is dat de gemeente aangeeft zich te willen richten op de (lokale) woon-­‐ en recreatiebehoefte, terwijl Museum Klok & Peel daarnaast ook een bovenlokale, zelfs bovenregionale aantrekkingskracht heeft op toeristen / bezoekers van buitenaf. Je zou kunnen zeggen dat het Coalitieakkoord op dit punt de vraag oproept hoe je enerzijds wilt focussen op de lokale woon-­‐ en recreatiebehoefte en je anderzijds aantrekkelijk wilt zijn voor bezoekers/toeristen, want die komen niet vanzelf. Vrijetijdseconomie De gemeente Asten ontwikkelt zelf geen beleidskaders voor specifieke beleidsterreinen. De gemeente heeft er voor gekozen om een algemeen gemeentebreed beleid te formuleren, in casu de Toekomstagenda Asten 2030 en voor wat betreft specifieke beleidsterreinen deel te nemen aan regionale beleidsontwikkeling met daarbij behorende uitvoeringsprogramma’s, zoals de Economische Agenda de Peel (2016) en de Ruimtelijke Agenda De Peel (2017). Voor deze regionale beleidsontwikkeling en het opstellen van uitvoeringsagenda’s is in 2017 Innovatiehuis De Peel opgericht. Innovatiehuis de Peel is een netwerkorganisatie waarin ondernemers, overheden en (kennis)instellingen samenwerken aan innovatie in De Peel: ‘Samenwerken op Innovatie door Innovatie op Samenwerking’.

Het netwerk is geïnitieerd door VNO-­‐NCW Brabant Zeeland, de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-­‐Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren en Waterschap Aa en Maas. Het Innovatiehuis de Peel is strategisch partner van de Metropoolregio Brainport (Brainport Development). De focus van het Innovatiehuis de Peel ligt op zes speerpuntsectoren: Slimme Maakindustrie, Agro-­‐food, Automotive, Agro, Zorg en Vrijetijdseconomie. Voor Museum Klok & Peel is vooral de speerpuntsector Vrijetijdseconomie van belang. In de Economische Agenda De Peel (2016) wordt ingezet op het verder ontwikkelen van de toeristische en recreatieve kwaliteiten van De Peel. Hierdoor moeten meer bezoekers vanuit De Peel, maar ook van ver daarbuiten worden getrokken. Dat moet gebeuren middels regionale samenwerking waardoor de slagkracht kan worden vergroot en ook schaalvoordelen kunnen worden behaald. In de Uitvoeringsagenda Vrijetijdseconomie (2016) worden o.a. als actiepunten genoemd: • Versterken fiets-­‐ en wandelstructuren; • Verder oppoetsen van de museale parels/trekpleisters Vincentre (Nuenen), Museum Klok & Peel en het Boerenbondsmuseum (Gemert). • Samenbrengen voorheen gemeentelijke marketingstrategieën onder één Peel-­‐paraplu. Recent (november 2019) heeft het Innovatiehuis De Peel het beleid voor de Vrijetijdseconomie geactualiseerd met het document Perspectief Vrijetijdseconomie De Peel 2030.

Centraal in deze perspectiefnota staat een aanpak waarbij zowel qua vrijetijdsaanbod als marketingstrategieën gewerkt gaat worden langs een aantal themalijnen (zie onder). Hierdoor wordt het mogelijk geacht het aantal banen in de vrijetijdsector van De Peel verder te laten groeien (nu 5.500) en kan ook beter aansluiting worden gezocht bij o.a. Visit Brabant en marketing van de Brainportregio. Onderstaand een schematisch overzicht van de aanbevelingen van het Perspectief Vrijetijdseconomie De Peel 2030. Dit document zal nog langs de zes gemeenteraden gaan.

26

Museum Klok & Peel in het licht van de Vrijetijdseconomie Ø Museum Klok & Peel wordt genoemd als een van de op te poetsen parels. In de praktijk heeft dit nog niet tot substantiële acties of verbeteringen geleid waar het museum van heeft kunnen profiteren. Ø De profilering van het museum als start-­‐ en knooppunt van wandel-­‐ en fietstochten sluit goed aan op het beleid van de vrijetijdseconomie. Ø Het geactualiseerde beleid Perspectief Vrijetijdseconomie De Peel 2030 biedt voor Museum Klok & Peel kansen op de themalijnen De Weidse Natuur, Kastelen en musea en Bruisende Evenementen.

3.3. Museum Klok & Peel in relatie tot provinciaal beleid Vrijetijdseconomie Ook de Provincie Noord-­‐Brabant zet in op de vrijetijdseconomie. In 2013 is het Beleidskader en de Uitvoeringsagenda Vrijetijdseconomie 2013-­‐2020 vastgesteld. De ambitie hierbij is om Noord-­‐Brabant te ontwikkelen tot meest innovatieve en gastvrije provincie van West-­‐Europa. Belangrijk hoofddoel hierbij is te komen tot meer bestedingen, een hogere toegevoegde waarde en een banengroei in de Vrijetijdssector. Een ander hoofddoel is om een bijdrage te leveren aan de doelen van andere beleidsvelden waarvoor de vrijetijdseconomie (VTE) een etalage kan zijn en die omgekeerd noodzakelijk zijn voor de realisering van de doelen van de VTE. Deze beleidsvelden zoals cultuur, erfgoed, natuur, sport en agrofood ontwikkelen door deze bijdrage vanuit de VTE nieuwe concepten en diensten (middels cross-­‐overs) die voor meerdere doelgroepen interessant zijn. Centraal in de aanpak is het werken met thema’s. Doorlopende speerpuntthema’s zijn: Van Gogh, Design en Attractions & Events. Grote jaarthema’s zijn geweest Van Goghjaar (2015),

27

Jeroen Boschjaar (2016), Van Mondriaan tot Dutch Design (2017), We are food (2018), Cross Roads (2019) en Zuiderwaterlinie (2020). Regionale samenwerking wordt gestimuleerd, waarbij de B5-­‐steden knooppunten vormen. Visit Brabant is de provinciale uitvoeringsorganisatie o.h.g.v. de vrijetijdseconomie. Met Visit Brabant investeert de provincie structureel in het op de kaart zetten van Noord-­‐ Brabant. Met programma’s en grootschalige marketingactiviteiten richt Visit Brabant zich op (eu)regionale, de nationale markt en het internationaal toerisme. Daarnaast worden fiets-­‐ en wandelroutes in de markt gezet, thematisch van opzet en op het snijvlak van natuur en landschap, gecombineerd met arrangementen. Museum Klok & Peel en de provinciale vrijetijdseconomie Ø Voor Museum Klok & Peel biedt het provinciaal beleid beperkt aanknopingspunten. Als thema-­‐ en streekmuseum zijn er alleen incidenteel aanknopingspunten op specifieke thema’s. In de afgelopen jaren heeft het thema Cross-­‐Roads/Brabant Remembers (Viering 75 bevrijding) mogelijkheden geboden voor Museum Klok & Peel. En het museum heeft dit met beide handen aangegrepen met een groot en veelzijdig programma Death Valley De Peel.

Met meer dan 150 activiteiten (tentoonstellingen, lezingen, publicaties, herdenkingsconcerten, oral history, routes) worden in 2019 en 2020 de oorlogsslachtoffers uit De Peel herdacht en 75 jaar vrijheid gevierd. Museum Klok & Peel is hiervan de grote motor. De positieve ervaring met deze samenwerking in De Peel smaakt naar meer, maar Death Valley De Peel is gefinancierd uit eenmalige projectsubsidies. Ø Als start-­‐ en knooppunt van fiets-­‐ en wandelroutes heeft Museum Klok & Peel baat bij de inspanningen van Visit Brabant. Niet door middel van financiële en/of personele ondersteuning, maar door toeloop van toeristen. Museumbeleid De provincie Noord-­‐Brabant kent geen specifiek museumbeleid. Wel is bekend dat de provincie juist ook in de museumsector belang hecht aan regionale samenwerking tussen musea. Ook zet de provincie in op de collectieve digitale toegankelijkheid van het erfgoed in Brabant door middel van het platform Brabants Erfgoed. Hierin worden collecties van musea, archieven en heemkundekringen ontsloten en verbonden met verhalen.

Voor wat betreft de regionale samenwerking in de Noord-­‐Brabantse museumsector zijn twee provinciale initiatieven van belang: • Naar aanleiding van de oproep van de Raad voor Cultuur (In wankel evenwicht (2018), waarin de raad het belang van kleine en middelgrote musea in de regio onderstreept en aandacht vraagt voor de vaak lastige financiële positie van deze musea heeft provinciale staten een motie aangenomen om een fonds beschikbaar te stellen ter ondersteuning van projecten voor de kleine en middelgrote musea. Dit fonds heeft inmiddels een jaar gefunctioneerd en wordt nu geëvalueerd. Museum Klok & Peel heeft (nog) geen gebruik gemaakt van de regeling, mede omdat de regeling niet voorziet in de structurele financieringsbehoefte die het museum heeft. • Het cultuurbeleid van het rijk zet o.a. in op culturele regioprofielen, waarin het rijk, met de provincie en gemeente budgetten wil bundelen. Noord-­‐Brabant heeft in dit verband ingezet op regionale cultuurprofielen in het B5-­‐netwerk. Specifiek voor de niet-­‐ rijksmusea heeft de minister aangegeven per provincie 1 museum van bovenlokaal

28

belang meerjarig te willen ondersteunen (jaarlijks € 250.000,-­‐). Niet geheel verrassend heeft de provincie Noord-­‐Brabant ervoor gekozen een museumnetwerk naar voren te schuiven: Noordbrabants Museum met de stedelijke musea van de B5-­‐steden. Dat is spijtig voor Museum Klok & Peel, omdat dit een museum is van bovenlokaal belang. Museum Klok & Peel en het provinciaal museumbeleid Ø Museum Klok & Peel heeft samen met o.a. Museum De Markiezenhof (Bergen op Zoom) en Biesbosch Museumeiland ingezet op het concept Toerisme Poort/Iconen van Brabant. Een Toerisme Poort is bedoeld om een regionaal samenwerkingsverband van musea en erfgoedinstellingen van de grond te krijgen om werk te maken van o.a. gezamenlijke promotie en marketing van het museale aanbod in de regio, gezamenlijke educatieprogramma’s en samenwerking in collectiebeheer. Voor zo’n samenwerkingsverband is een trekker nodig waar enige formatie en organisatiebudget zou kunnen worden ondergebracht. Museum Klok & Peel was gedacht als trekker van de samenwerking in De Peel. Ondanks jarenlange lobby heeft de provincie uiteindelijk besloten het concept Toerisme Poort niet te willen ondersteunen. De provincie zet in op regionale samenwerking via (de musea van) het B5 netwerk. Wel kunnen musea in de regio een beroep doen op de regeling voor kleinere musea. Dit biedt voor Museum Klok & Peel evenwel geen structurele oplossing.

Ø Regionale samenwerking in B5-­‐verband betekent voor Museum Klok & Peel dat gekeken moet worden naar Eindhoven. Vanuit Museum Eindhoven is het initiatief genomen voor een haalbaarheidsonderzoek naar samenwerking tussen de musea in de Brainportregio. Museum Klok & Peel heeft zich hier bij gevoegd. Het haalbaarheidsonderzoek is zeer recent opgestart; nog onduidelijk is in hoeverre dit profijtelijk kan zijn voor Museum Klok & Peel. 3.4. Benchmark vergelijking Museum Klok & Peel met andere musea Vooraf Om de prestaties van Museum Klok & Peel op waarde te kunnen schatten vergelijken we het museum in deze benchmark met soortgelijke musea elders in het land. Op deze wijze kunnen we inzicht verschaffen in de punten waarop Museum Klok & Peel gemiddeld scoort, of juist hierboven of eronder. Sinds 2005 verzamelt de Stichting Museana – opgericht door de Museumvereniging -­‐ gegevens van de deelnemers van het online benchmarksysteem Museana. Jaarlijks vullen de leden van de Museumvereniging een vragenlijst in om het benchmarksysteem up to date te houden. Alle antwoorden worden verwerkt tot een groot databestand. Museana vormt een goede bron voor onderlinge vergelijking van musea op vastgestelde prestatiefactoren. De meest recente gegevens in Museana zijn die over 2018. Daarom gebruiken we de cijfers over dat jaar.

We weten uit ervaring dat de juistheid van de gegevens in Museana niet is geborgd. Het hangt van het museum af hoe nauwkeurig zijn gegevens in het systeem worden ingevoerd. Uit ervaring weten we ook dat niet elk museum evenveel kwaliteit en kwantiteit inzet bij het invoeren van gegevens. Dit hoeft als zodanig geen groot probleem te zijn, omdat we immers vergelijken met meer musea.

29

We hebben twee benchmarks gemaakt: • Een benchmark waarin we Museum Klok & Peel hebben vergeleken met zes andere musea, geselecteerd op basis van (vergelijkbaar) structureel subsidie. • Een benchmark waarin we Museum Klok & Peel hebben vergeleken met zes anders musea, geselecteerd op basis van (vergelijkbaar) bezoekersaantal. Bij de keuze voor musea hebben we daarnaast gezocht naar een combinatie van streekmuseum en themamuseum (Museum Klok & Peel is namelijk zowel streekmuseum (‘Peel’) als themamuseum (‘Klok’). Ook hebben we musea gekozen met een enigszins vergelijkbare, landelijke ligging (niet zijnde randstedelijk). We hebben Museum Klok & Peel vergeleken op de volgende criteria: • Bezoekersaantallen • Structureel subsidie • Eigen inkomsten • Verhouding eigen inkomsten/structureel subsidie • Aantal betaalde medewerkers • Aantal vrijwilligers • Aantal m2 huisvesting • Collectie (aantal objecten) Vergelijking met musea met eenzelfde structureel subsidie Naast bovenstaande uitgebreide vergelijking hebben we nog een tweede selectie gemaakt om specifiek inzicht te krijgen in prestaties van musea die een vergelijkbaar structureel (gemeentelijk) subsidie ontvangen.

De volgende zes musea (met een vergelijkbaar subsidie) zijn geselecteerd: • Museum de Cruquius (Haarlemmermeer) • Museum de Voorde (Zoetermeer) • Museum Veenendaal • Museum voor Religieuze Kunst (Uden) • Museum Pakhuis Ermelo • MuZEEum (Vlissingen) Voor het cijfermatige overzicht van deze benchmark verwijzen we naar bijlage 3. Onze belangrijkste bevindingen van deze benchmark geven we onderstaand. • Museum Klok & Peel bereikt verreweg de meeste bezoekers: 45.000. Het gemiddelde aantal bezoekers van de groep musea is afgerond 18.000. Ook het aantal betalende bezoekers (al dan niet gereduceerd tarief) ligt bij Museum Klok & Peel het hoogst. • De subsidie die de overheid verleent per bezoeker ligt bij Museum Klok & Peel verreweg het laagst: respectievelijk € 6,-­‐ per bezoeker tegenover € 40,-­‐ per bezoeker gemiddeld. Ook het aandeel gemeentelijk subsidie (structureel) van de totale inkomsten ligt bij Museum Klok & Peel verreweg het laagst. • Bij Museum Klok & Peel komt een relatief groot deel van de eigen inkomsten uit entreegelden of uit sponsoring. Het percentage inkomsten uit entreegelden ligt bij Museum Klok & Peel op 39% en is verreweg het hoogste percentage. Het gemiddelde

30

• •

•

• •

ligt op 8%. Ook met het percentage inkomsten uit sponsoring/fondswerving is Museum Klok & Peel koploper: afgerond 25% tegenover 2% gemiddeld …. De verhouding subsidie : eigen inkomsten ligt bij Museum Klok & Peel op 31% : 69%, terwijl dit in deze referentiegroep gemiddeld 57% : 43% bedraagt. Het aantal betaalde werknemers ligt bij Museum Klok & Peel op 4 (2,2 fte). Dat is van de vergeleken musea het laagst; het gemiddelde van de vergeleken musea ligt op 6 betaalde medewerkers. Het aantal vrijwilligers (200) ligt bij Museum Klok & Peel verhoudingsgewijs hoog; alleen Museum Cruquius heeft meer vrijwilligers. Het gemiddelde in de referentiegroep ligt op 90. De oppervlakte van het museumgebouw is bij Klok & Peel verreweg het grootst en bedraagt. 2.200 m2 tegenover 899 m2 gemiddeld. Het aantal objecten in de collectie van Museum Klok & Peel is veruit het grootst; ca. 35.000 objecten versus ca. 10.000 gemiddeld.

Vergelijking met musea van eenzelfde omvang op basis van bezoekersaantallen We hebben de volgende zes musea geselecteerd op basis van (vergelijkbare) bezoekersaantallen: • Westfries Museum (Hoorn) • De Bastei (Nijmegen) • Biesbosch Museumeiland (Werkendam) • Textielmuseum (Tilburg) • Bakkerijmuseum De Oude Bakkerij (Medemblik) • Glasmuseum (Leerdam) Voor het cijfermatige overzicht van deze benchmark verwijzen we naar bijlage 4. Wat direct opvalt is dat Museum Klok & Peel op basis van vergelijkbare bezoekersaantallen in een andere groep musea komt te staan; grotere en meer bekende musea. Onze belangrijkste bevindingen per indicator geven we onderstaand. • Museum Klok & Peel trekt procentueel gezien meer betalende bezoekers, al dan niet tegen een gereduceerd tarief. Het aandeel bezoeken met een museumkaart ligt bij Museum Klok & Peel wat lager dan bij de referentiemusea; hier valt mogelijk nog winst te behalen. • De subsidie die wordt gegeven aan Museum Klok & Peel uitgedrukt per bezoeker ligt aanzienlijk lager dan bij de referentiemusea gemiddeld; respectievelijk € 6,-­‐ per bezoeker bij Museum Klok & Peel versus € 19,-­‐ gemiddeld. Met name het Textielmuseum Tilburg ontvangt per bezoeker: € 64,-­‐; dit museum krijgt dus veel meer subsidie (bijna € 4,5 miljoen), met weinig meer bezoekers dan Museum Klok & Peel.

• De eigen inkomsten van Museum Klok & Peel liggen procentueel veel hoger dan bij de referentiemusea. De publieksinkomsten (entreegelden) bedragen bij Museum Klok & Peel 44% van de totale inkomsten waar het gemiddelde op 24%. Sponsorinkomsten (inclusief projectsubsidies) bedragen bij Museum Klok & Peel 25% van de totale inkomsten versus slechts 2% gemiddeld. • De verhouding subsidie : eigen inkomsten is bij Museum Klok & Peel verreweg het gunstigst: 31% : 69%, ten opzichte van 44% : 56% gemiddeld. • Het aantal betaalde medewerkers (loonlijst) is bij Museum Klok & Peel opvallend laag. Dit zijn er 4 (2,2 fte) ten opzichte van 23 gemiddeld bij de andere musea. Gemeten naar het aantal bezoekers staat bij Museum Klok & Peel 1 medewerker tot ruim 11.000

31

•

• •

bezoekers; gemiddeld is verhouding 1 staat tot (nog geen) 4.000. De personeelslasten nemen bij Museum Klok & Peel dan ook een minder groot deel in van de totale uitgaven dan bij de vergelijkbare musea (resp. 31% t.o.v. 51% gemiddeld). Het aantal vrijwilligers dat Museum Klok & Peel aan zich weet te binden is opvallend groot: 200 tegenover 82 gemiddeld. Het aantal is het hoogste van alle referentiemusea. Hetzelfde geldt voor het aantal stagiaires: dit zijn er 50 i.p.v. 2 gemiddeld bij de referentiemusea. Het aantal objecten in de collectie bij Museum Klok & Peel in deze groep musea ligt op een bovengemiddeld niveau. Alleen het aantal objecten bij de Bastei is hoger. Het oppervlakte van het museumgebouw van Museum Klok & Peel ligt ook in deze groep substantieel hoger: 2.200 m2 tegenover nog geen 1.500 m2 gemiddeld. Alleen het Textielmuseum in Tilburg beschikt over meer m2 museumgebouw (3.388m2). Het totale oppervlakte van Museum Klok & Peel (binnen + buiten) is enorm veel groter dan de referentiemusea gemiddeld: respectievelijk 9.800 m2 totaal versus nog geen 4.000 m2 gemiddeld. Het verschil komt vooral door de ruimte buiten (tuin): 6.800m2.

Conclusies benchmarks De uitkomsten van beide benchmarks komen in belangrijke mate overeen en laten een gunstig beeld zien voor Museum Klok & Peel. Als belangrijkste conclusies noteren wij: • Van alle vergeleken musea ontvangt Museum Klok & Peel verreweg het minste structureel subsidie per bezoeker. • Van alle vergeleken musea genereert Museum Klok & Peel verreweg het hoogste percentage eigen inkomsten. • Bijgevolg scoort Museum Klok & Peel het beste van alle vergeleken musea in de verhouding subsidie : eigen inkomsten (31% : 69%). • Ten opzichte van de vergeleken musea heeft Museum Klok & Peel een fors grotere accommodatie te programmeren, beheren en onderhouden. Qua omvang gebouw heeft Museum Klok & Peel ongeveer het dubbele aan m2 dan het gemiddelde van de andere musea. Qua buitenruimte is Museum Klok & Peel zelfs verreweg de grootste. • Van alle vergeleken musea heeft Museum Klok & Peel de op een na kleinste professionele werkorganisatie met 4 betaalde medewerkers (2,2 fte) ten opzichte van gemiddeld 6 betaalde krachten bij de musea met een vergelijkbaar subsidie en gemiddeld 23 betaalde krachten bij musea met een vergelijkbaar bezoekersaantal. Uitgedrukt in aantal bezoekers per betaalde medewerker presteert Museum Klok & Peel het beste van alle musea. • Het aantal vrijwilligers bij Museum Klok & Peel is zeer hoog.

3.5. Vergelijking subsidieniveau met andere gemeenten Vooraf Het CBS heeft in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen een onderzoek verricht naar de detaillering van cultuurlasten van gemeenten en provincies. Hierdoor is het mogelijk gemeenten te kunnen vergelijken, in dit geval op hun uitgaven aan musea. Basis hiervoor vormt de jaarrekening 2017. CBS onderzoekt dit niet ieder jaar; 2017 is de laatste keer geweest.

32

Om de gemeente Asten voor wat betreft uitgaven aan musea te kunnen vergelijken hebben we gekeken naar gemeenten met een vergelijkbaar aantal inwoners en naar de ligging: landelijke gemeenten (buiten de Randstad) en verspreid over het land. Niet door alle gemeenten zijn de uitgaven aan musea vastgelegd. Alleen de gemeenten die deze gegevens wel hebben aangeleverd konden worden meegenomen in de vergelijking. We hebben de volgende vijf gemeenten geselecteerd: • Staphorst • Heumen • Gennep • Vlagtwedde • Harlingen We hebben vervolgens het vraagstuk ook andersom bekeken: met welke gemeenten kan Asten zich meten op basis van het museumbudget? Vergelijking met soortgelijke gemeenten (inwonertal, landelijke ligging

Tabel 1: Inzicht in museumbudget 2017 voor Asten en vijf vergelijkbare gemeenten Wat opvalt is dat de uitgaven van gemeente Asten aan musea in 2017 hoog zijn, zowel absoluut als relatief. Maar liefst 44% van het totale budget aan cultuursubsidie is besteed aan deze kostenpost. Ter vergelijking: Asten valt binnen grootteklasse 6 van het CBS (gemeenten met 10.000 tot 20.000 inwoners). Gemiddeld geven deze gemeenten slechts 14% van hun totale cultuurbegroting uit aan musea. Het percentage ligt in de vergeleken gemeenten dan ook lager dan in Asten (hoewel hier onderling wel behoorlijke verschillen zichtbaar zijn). Het absolute bedrag per inwoner dat naar de bekostiging van musea gaat ligt alleen in Harlingen (€ 24,15) nog hoger. In Asten wordt meer dan 10 keer zoveel aan musea uitgegeven dan in de gemeente met de laagste uitgaven hieraan; in Gennep wordt er slechts € 1,88 per inwoner besteed. Verder is van belang op te merken dat we uit de gegevens van het CBS niet kunnen opmaken welk deel structureel subsidie betreft en welk deel incidenteel subsidie. Voor de gemeente Asten weten we dat wel: het structureel subsidie in 2017 bestond uit € 229.561,-­‐ exploitatiesubsidie + € 30.000,-­‐ huisvestingsubsidie = € 259.561,-­‐ totaal. Dit betekent dat het in de CBS-­‐data opgenomen bedrag (€ 328.000,-­‐) ook een fors bedrag aan incidenteel subsidie bevat.

Dat klopt, want zo ging er in 2017 o.a. € 39.000,-­‐ als incidenteel subsidie naar de inrichting van de vaste presentatie Peel aan Zee. We kunnen niet nagaan hoeveel

33

incidenteel subsidie in de cijfers van de referentiegemeenten zit. Maar ook al zou dat nul zijn en laten we de incidentele subsidie 2017 van de gemeente Asten buiten beschouwing, dan nog blijft Asten hoog op nr. 2 van de ranking staan. Vergelijking op basis van vergelijkbaar subsidiebudget musea Onderstaande figuur laat zien dat Asten zich qua subsidie aan musea kan meten met grotere gemeenten/steden. De bestedingen aan musea maken in deze steden echter een minder groot onderdeel uit van de totale cultuurbegroting en er wordt teruggerekend naar euro’s per inwoner ook minder uitgegeven. Conclusie: de uitgaven van Asten aan musea zijn fors voor een gemeente van deze omvang. Bovendien betreft het een bovengemiddeld aandeel in de totale cultuurbegroting t.o.v. andere (vergelijkbare) gemeenten. Gemeente Middelburg (Z.) Elburg Asten Katwijk Purmerend

Aantal inwoners Uitgaven aan musea 48.019 23.026 16.714 64.532 79.928

333.000 329.000 328.000 327.000 325.000

Procentueel (van Euro per inwoner totale subsidie) 5% € 6,93 22% € 14,29 44% € 19,62 9% € 5,07 4% € 4,07

Tabel 2: Gemeenten met een vergelijkbaar museumbudget

Conclusies vergelijking gemeentelijk budget voor musea • De gemeente Asten geeft als kleine gemeente ten opzichte van vergelijkbare gemeenten een hoog bedrag uit aan musea (in casu Museum Klok & Peel). • Van het in de CBS-­‐data opgenomen bedrag (€ 328.000,-­‐) is € 287.500,-­‐ structureel; de rest betreft incidenteel subsidie. 3.6. Overall beeld Museum Klok & Peel doet het qua prestaties in alle opzichten goed, zo niet uitstekend. Elke vergelijking met andere musea pakt voor Museum Klok & Peek positief uit. Het museum weet met verhoudingsgewijs weinig subsidie een forse museumaccommodatie open te houden en daar aantrekkelijke presentaties in te organiseren voor een groot publiek, zowel in de vorm van vaste presentaties als wisseltentoonstellingen. Daarnaast weet het museum de collecties en verhalen van zowel ‘Klok’ als ‘Peel’ met onderzoeken, publicaties en conferenties als kenniscentrum verder te verdiepen, te behouden en te ontsluiten. Bovendien weet het museum zich zowel te verbinden met de lokale samenleving als aantrekkelijk te zijn als toeristische hotspot. Het museum doet dat alles met een kleine staf, een groot aantal vrijwilligers en medewerkers met afstand tot de arbeidsmarkt. De collectie is voor een substantieel deel van nationaal belang en wordt adequaat beheerd.

Museum Klok & Peel scoort positief op alle waarden die de Museumvereniging aan musea onderkent: collectiewaarde, educatieve waarde, kenniswaarde, belevingswaarde, verbindende waarde en economische waarde. Niet voor niets heeft Museum Klok & Peel in 2014 de landelijke prijs voor beste museum gekregen. Ook weet het museum goed in te spelen op gemeentelijk beleid (Toekomstagenda 2030, sociaal beleid en beleid vrijetijdseconomie) en provinciaal beleid (museumbeleid, vrije tijdseconomie).

34

De keerzijde van het succes is dat het museum in haar exploitatie uitermate kwetsbaar is. Het hoge prestatieniveau is in de praktijk mogelijk gebleken door de enorme inzet van vrijwilligers, ook op sleutelposities in de organisatie. Waar andere, in omvang vergelijkbare musea het zich kunnen permitteren om directievoering en staftaken op het gebied van o.a. bedrijfsvoering, collectiebeheer en marketingcommunicatie te beleggen bij betaalde medewerkers, vangt Museum Klok & Peel dit op met vrijwilligers. Het Dagelijks Bestuur en het Uitvoerend Bestuur van Museum Klok & Peel vervullen taken die op de schaal van dit museum eigenlijk door professionals moeten worden uitgevoerd. Dat is op termijn geen houdbare constructie. Museum Klok & Peel heeft dit probleem wel onderkend en heeft geprobeerd met het concept Toerisme Poort structureel budget van de regio en de provincie beschikbaar te krijgen waarmee de organisatie zou kunnen worden versterkt. Maar dit is ondanks verwoede pogingen niet mogelijk gebleken. Inmiddels heeft het museum te kampen met vacatures in het (dagelijks) bestuur waarvoor geen nieuwe mensen kunnen worden gevonden, waardoor thans sprake is van een acuut probleem. Vanuit de benchmarks met andere musea kan het formatieprobleem op aard en omvang nader worden geduid.

De benchmark met musea met een vergelijkbaar subsidie toont aan dat deze musea over gemiddeld 6 professionele krachten beschikken; bij Museum Klok & Peel is dat 4 (2,2 fte). De benchmark met musea met een vergelijkbaar bezoekersaantal geeft een nog schever beeld te zien: die musea hebben gemiddeld 23 betaalde krachten. Museum Klok & Peel mist eigenlijk betaalde krachten voor de volgende functies: • Directeur • Administrateur • Medewerker bedrijfsvoering / ICT • Medewerker marketingcommunicatie / sales • Educatiemedewerker • Collectiebeheerder/-­‐registrator In totaal 6 functies, ca. 2 a 3 fte. Gelet op het type functie en op basis van de museum CAO heb je het dan over een structurele kostenpost van bij benadering € 200.000,-­‐ waar de begroting van het museum niet in voorziet. Omdat het museum al zwaar leunt op eigen inkomsten uit entreegelden, winkel, horeca, sponsoring en fondswerving, is het niet realistisch de exploitatieproblematiek op te lossen door te rekenen met nog meer eigen inkomsten. Ook is het niet reëel er van uit te gaan dat de gemeente structureel meer kan subsidiëren. De gemeente geeft verhoudingsgewijs al een hoge bijdrage aan het museum. Naast genoemd formatie-­‐/exploitatieprobleem zien wij nog een tweede groot vraagstuk, namelijk de huisvesting. Op zich is de huisvesting en het onderhoud op orde.

Sterker zelfs, de museumaccommodatie is een toonbeeld van duurzaamheid. Niettemin valt op dat in vergelijking tot andere musea Museum Klok & Peel een zeer groot museumcomplex in de lucht moet houden. De benchmark met musea met een vergelijkbaar subsidie laat zien die gemiddeld over een binnenruimte van 900 m2 beschikken, waar Museum Klok & Peel 2.200 m2 beschikbaar heeft, nog exclusief bijgebouwen. Bij de buitenruimte is de verhouding nog schever. De benchmark wijst uit dat Museum Klok & Peel voor de opgave staat om met een veel kleinere professionele organisatie een veel groter museumcomplex te exploiteren. Bedacht moet worden dat elke m2 gebouw en buitenruimte niet alleen onderhouden en beheerd moet worden, maar ook geprogrammeerd en geëxploiteerd. Zowel de (te) krappe formatie als de (te) grote huisvesting zijn belangrijke factoren voor het nadenken over de scenario’s.

35

4. Scenario’s 4.1. Scenario lager ambitieniveau Inleiding Directe aanleiding voor dit scenario is het voornemen van de gemeente om te bezuinigen. Niet alleen 10% van het subsidie, maar ook het schrappen van de jaarlijkse prijsindexering, hetgeen per saldo een tweede bezuinigingscomponent is. Gelet op de onderliggende exploitatieproblematiek (combinatie van (te) krappe personeelsformatie en een (te) grote accommodatie), is dit scenario alleen denkbaar met een algehele reset van het museum. Die reset betekent in essentie dat het ambitieniveau wordt afgestemd op wat redelijkerwijs (gemiddeld) verwacht mag worden van een museum met een structureel exploitatiesubsidie van afgerond € 200.000,-­‐. Dit scenario betekent in alle opzichten: afschalen. Typering museum Waar Museum Klok & Peel nu een museum is met een bovenregionale, zelfs nationale uitstraling, zal het resultaat van dit scenario zijn een substantieel kleinschaliger museum met minder uitstraling en aantrekkingskracht. In het bijzonder de ambities ten aanzien van het dragende element Klok zullen moeten worden bijgesteld. Museum Klok & Peel wordt in dit scenario het streekmuseum van de Peelregio. Effect op de collecties De omvangrijke collectie, zowel die van Klok als die van Peel, zal niet op het huidige niveau te handhaven zijn.

Aan museale eisen aan ten aanzien van collectiebeheer (klimatisering, veiligheid, bruikleenverkeer, onderhoud aan collectie, collectieregistratie, online toegankelijkheid) kan nu nog met pijn en moeite worden voldaan. In het onderhavige scenario zal dat niet meer op het huidige niveau mogelijk zijn. In dit scenario past dan ook het terugbrengen van de omvang van de collectie tot beheersbare proporties. Dan gaat het om het uitplaatsen van een substantieel deel van de collectie met ongeveer de helft. De collectie Klok is van mondiale betekenis. Gezocht zal moeten worden naar een partij die wel in staat is de collectie professioneel te beheren. Voor wat betreft de collectie Peel zal bezien moeten worden of overheveling naar bijvoorbeeld een natuurhistorisch museum mogelijk is. In Asten blijft dan over een kerncollectie Klok en een kerncollectie Peel. Uitplaatsen van collectie kan in de vorm van overdracht van eigendom, maar ook in de vorm van langdurige bruikleen. Aan het ontzamelen/uitplaatsen van collectie zijn eenmalige kosten verbonden. Effect op het museale aanbod In dit scenario zal het museale aanbod verschralen. Museum Klok & Peel kent thans een gevarieerd aanbod van vaste presentaties en verschillende tentoonstellingen per jaar, waaronder minimaal 1 grote manifestatie. Ook kent het museum een omvangrijke randprogrammering met lezingen, symposia en meer.

Alles gefinancierd uit fondswerving en sponsoring. In dit scenario zullen inkomsten uit fondswerving en sponsoring substantieel lager komen te liggen, bij gebrek aan organisatorische slagkracht en minder ambitieuze projecten. Hierdoor zal de vaste presentatie door de jaren heen aan kwaliteit inboeten, omdat er geen of minder budget is voor upgrading en vervanging. Ook is er geen of minder geld voor grootschalige tentoonstellingen of manifestaties met nationale en

36

internationale uitstraling. In dit scenario wordt Museum Klok & Peel een streekmuseum met een beperkt programma. Effect op de expertisefuncties In dit scenario zal het initiatief van de Peelacademie, met onderzoek en kennisuitwisseling over de natuur en de cultuurhistorie van de Peel stil komen te liggen. Vanzelfsprekend kan het museum in dit scenario nog wel lezingen organiseren, maar niet meer in de vorm van een samenhangend programma van een Peelacademie. Het kenniscentrum Campanologie zoals dat er nu is en verder in ontwikkeling is, zal in dit scenario worden afgebouwd. Waar nu nog wetenschappers aan het museum verbonden zijn en er onderzoeksprogramma’s worden opgezet, zal daar in de toekomst met dit scenario geen sprake meer van zijn. Effect op het publieksbereik In dit scenario zullen de bezoekersaantallen dalen. Hoeveel is lastig te zeggen. Wanneer we kijken naar de benchmark met musea die een vergelijkbaar structureel subsidie ontvangen, dan zou het publieksbereik halveren tot ca. 22.500. Vooral toeristen en museumliefhebbers (museumkaart) zullen minder komen. Daarmee daalt de economische waarde van het museum en ook de economische betekenis voor Asten. Verder zal in dit scenario ook het aantal leerlingen dalen, omdat er minder interessante educatieprogramma’s zijn en ook de basis van het museum steeds minder aantrekkelijk wordt.

Effect op organisatie In dit scenario blijft de professionele kernorganisatie op het huidige, beperkte niveau. Het grote verschil zal er in gelegen zijn dat het huidige werkbestuur (goed voor ca. 2 a 3 fte op directie-­‐ en stafniveau) uitvoerende taken zoveel mogelijk beperkt en waar mogelijk overdraagt aan de (kleine) professionele kernorganisatie . Ook mag verwacht worden dat het museum minder aantrekkelijk zal zijn voor vrijwilligers. Wanneer we ook hiervoor de benchmark van musea met een vergelijkbaar subsidieniveau nemen, dan daalt het aantal vrijwilligers tot ca. 100. Een halvering ten opzichte van nu. Daarmee daalt ook de maatschappelijke waarde van het museum. We kunnen nog niet overzien welk effect dit scenario op de inzet van de medewerkers van Senzer heeft. Mocht dit bezuinigingsscenario er toe leiden dat de werkplekken van Senzer komen te vervallen, dan is dit niet alleen een gemis uit oogpunt van maatschappelijk belang, maar ook zal dit financiële gevolgen hebben voor Senzer, omdat dan alternatieve werkplekken moeten worden gezocht, met waarschijnlijk hogere vervoerskosten als gevolg en in ieder geval meer begeleidingskosten in een overgangsperiode. En hogere kosten voor Senzer zullen waarschijnlijk uiteindelijk voor rekening van de gemeente komen. Ja, want het elders plaatsen van mensen van Senzer leidt hoogstwaarschijnlijk tot hogere kosten voor Senzer.

Denk hierbij aan vervoerskosten, maar ook begeleidingskosten. Hoe hoog deze kosten zullen zijn, is in deze fase niet aan te geven. Is van diverse factoren afhankelijk.

37

In dit scenario past het aanhalen van samenwerking met andere kleinere en middelgrote musea in de regio. Bijvoorbeeld met Museum De Wieger, Kasteel Gemert en het Boerenbond Museum. Mogelijk ook met musea in de regio Eindhoven. Hier zal niet een groot exploitatievoordeel mee te halen zijn, maar er kan wel worden samengewerkt op het gebied van marketingcommunicatie en mogelijk zelfs in het delen van een conservator of een collectiebeheerder. Effect op huisvesting Met substantieel lagere inkomsten uit entreegelden en fondswerving/sponsoring en gelijkblijvende personeelskosten, zal er aan de kostenkant fors gesneden moeten worden en dat zal vooral moeten gebeuren in de huisvesting. Vanuit de constatering dat het museum verhoudingsgewijs over een grote museumaccommodatie beschikt met veel grond, is het in dit scenario noodzakelijk dat een deel van het museumcomplex wordt afgestoten. Museum Klok & Peel beschikt in de vergelijking met andere musea van een eenzelfde subsidieniveau over een huisvesting die meer dan dubbel zo groot is. In dit scenario zal bezien moeten worden hoe het museumcomplex, zowel binnen als buiten bij benadering gehalveerd kan worden. Halvering van de accommodatie zal bij benadering ook leiden tot een halvering van de huisvestingslasten (huur, onderhoud, gebruikerslasten). Effect op exploitatie • Eigen inkomsten zullen bij benadering worden gehalveerd.

• Alle kosten (ook huisvesting), met uitzondering van personeelskosten worden eveneens gehalveerd. • Subsidie loopt terug van afgerond € 240.000,-­‐ naar € 215.000,-­‐. • Geen indexering. • Personeelskosten zoveel mogelijk op huidig niveau, mogelijk iets lager om bezuiniging op te vangen. Transitiekosten Een substantiële afschaling van het museum is niet van het ene op het andere moment gerealiseerd. Een transitieperiode van een jaar of twee zal noodzakelijk zijn. Voor het aansturen van dit veranderingsproces zal externe ondersteuning geregeld moeten worden. Te beginnen met een interimmanager die niet alleen de dagelijkse leiding van de museumorganisatie op zich kan nemen, maar ook dit scenario uitwerkt in een concreet transitieplan voor afschaling. Dit plan zou er eind van dit jaar moeten kunnen liggen. Het plan zal niet alleen duidelijk moeten maken hoe de afschaling geeffectueerd gaat worden, maar ook wat daarvoor nodig is aan transitieorganisatie en wat daarvan de kosten zijn. Definitieve besluitvorming over het ‘afschalingsplan’ kan dan begin volgend jaar plaatsvinden. De kosten voor een interimmanager voor de periode van ongeveer een jaar zullen bij benadering € 100.000,-­‐ bedragen. In dit bezuinigingsscenario zal dus gerekend moeten worden met eenmalige frictiekosten.

Mogelijk kan met het afstoten van een deel van het gebouw en een deel van de tuin dekking gevonden worden om de eenmalige frictiekosten van dit scenario te kunnen financieren.

38

4.2. Scenario gelijkblijvend prestatieniveau Inleiding Dit scenario zet in op continuering van het huidige prestatieniveau van Museum Klok & Peel. Uitstraling, positie in het Nederlandse museale landschap, aard en omvang van de collectie, het museale aanbod, bezoekersaantallen en eigen inkomsten blijven in dit scenario min of meer gelijk. Om dit scenario te kunnen uitvoeren is naast handhaving van het huidige subsidieniveau van de gemeente Asten een aanvullende structurele inkomstenbron nodig om de formatie-­‐ /exploitatieproblematiek mee te kunnen oplossen. Nodig is een aanvullende structurele inkomstenbron van ca. € 200.000,-­‐. Gegeven het feit dat de subsidie van de gemeente Asten aan het museum al relatief hoog is en de gemeente te kampen heeft met bezuinigingen, is het niet realistisch te verwachten dat de gemeente dit bedrag zal gaan betalen; dat zou bijna een verdubbeling van de subsidie betekenen. Denkbaar zou zijn dat de provincie Nood-­‐Brabant bijspringt, maar dat is in het verleden al geprobeerd met het concept Toerisme Poort; helaas zonder succes. De provincie heeft in het verleden Museum Klok & Peel wel met incidentele bedragen gesubsidieerd, maar exploitatiesubsidies passen niet in het beleid van de provincie. Waar nog wel naar gekeken kan worden is subsidiering op landelijk niveau. Hierop gaan wij onderstaand nader in.

Verder is het in dit scenario wenselijk om aan de ‘knop huisvesting’ te draaien; ook daar gaan we onderstaand nader op in. Meerjarige subsidie rijk/OCW? De collectie Klok is van nationale, zelfs internationale betekenis. In dat opzicht is het geen vreemde gedachte dat Museum Klok & Peel voor dit onderdeel ook met rijksmiddelen wordt ondersteund. Het rijk ondersteunt wel meer musea; niet alleen musea die rijkscollectie beheren (collectie in eigendom van het rijk), zoals het Rijksmuseum en Museum Paleis het Loo, maar ook musea die collectie beheren die van nationale of internationale betekenis wordt geacht. Zo heeft het Nationaal Glasmuseum in Leerdam de afgelopen jaren een subsidie van OCW gekregen van afgerond € 450.000,-­‐ per jaar. Dat is gebeurd via de zogenoemde BIS-­‐regeling (BIS = culturele Basisinfrastructuur), bedoeld voor culturele instellingen. Het Nationaal Glasmuseum noemen wij niet voor niets als voorbeeld, want het trekt ongeveer net zoveel bezoekers als Museum Klok & Peel (zie de benchmark). En met een gemeentelijk subsidie van afgerond € 70.000,-­‐ heeft het Glasmuseum dus een structurele subsidie van in totaal ca. € 520.000,-­‐. De BIS-­‐regeling wordt voor musea met ingang van de nieuwe OCW-­‐kunstenplanperiode (2021-­‐2024) veranderd.

De rijksmusea ontvingen voor hun publiekstaken in de afgelopen beleidsperioden een bijdrage vanuit de BIS-­‐regeling en worden nu met ingang van 2021 overgeheveld naar de erfgoedwet. De rijksmusea ontvingen van oudsher al een structurele basissubsidie voor huisvesting en collectiebeheer vanuit de erfgoedwet. Vanaf 2021 wordt voor de rijksmusea dus ook de subsidiering van publiekstaken (openstelling, tentoonstellingen, educatie enz.) onder het regime van de erfgoedwet gebracht. Ook de musea met collectie van nationaal belang zoals die nu nog in de BIS-­‐regeling zitten (zoals het Glasmuseum in Leerdam) worden overgeheveld naar de erfgoedwet.

39

De BIS-­‐regeling biedt vanaf 2021 wel de mogelijkheid om per provincie één regionaal museum aan te wijzen met collectie van nationaal belang. Inmiddels hebben de provincies een voordracht gedaan. De provincie Noord-­‐Brabant heeft het netwerk van de stedelijke musea in de B5-­‐steden voorgedragen. Dat is spijtig voor Museum Klok & Peel, want dat had ook dit museum kunnen zijn. Voor een volgende beleidsperiode vanaf 2025 kan naar verwachting weer een nieuwe voordracht worden gedaan. Of Museum Klok & Peel dan in aanmerking kan komen is maar zeer de vraag. In theorie kunnen voor Museum Klok & Peel dus de volgende opties worden onderscheiden om een structurele bijdrage van het rijk te krijgen: • Verkrijgen van de status van rijksmuseum (en daarmee structureel subsidie op basis van de erfgoedwet). • Erkend te worden als museum met collectie van nationale betekenis met meerjarig subsidie via de erfgoedwet of via de BIS-­‐regeling. • Aangewezen te worden als regionaal museum met collectie van nationale betekenis voor de provincie Noord-­‐Brabant. Geen van deze mogelijkheden ligt voor het oprapen. Het verkrijgen van de status van rijksmuseum is zelfs zeer onwaarschijnlijk, want dat veronderstelt dat de collectie Klok rijkscollectie zou worden en daar zal het rijk niet aan beginnen.

Erkend te worden als museum met collectie van nationale betekenis met meerjarig subsidie via de erfgoedwet of via de BIS-­‐regeling is op zich nastrevenswaardig, maar zal in de praktijk lastig zijn. Er is geen formele procedure om onder de erfgoedwet te komen vallen en het rijk zal hier zeer terughoudend in zijn. Normaal gesproken zou je dan opteren voor meerjarige subsidiering via de BIS-­‐regeling, maar die is nou net afgesloten voor musea. Als pleister op de wonde mag iedere provincie één museum voordragen met collectie van nationale betekenis en duidelijk is dat voor Noord-­‐Brabant dat in ieder geval voor de periode 2021-­‐2024 niet Museum Klok & Peel zal zijn. Lastig dus, maar niets doen is geen optie. Museum Klok & Peel heeft zich in de afgelopen jaren bewezen en de collectie Klok is wel degelijk van nationaal/internationaal belang. Ook al is de uitkomst ongewis, wij adviseren in dit scenario toch een goed geregisseerd lobby-­‐ traject in gang te zetten, waarbij het bestuur van het museum, samen met het gemeentebestuur en het provinciebestuur wel degelijk aanstuurt op het verkrijgen van meerjarige ondersteuning van het rijk. Op zijn minst wordt dan bereikt dat de problematiek van Museum Klok & Peel op de beleids-­‐ en bestuurstafels van provincie en rijk komt te liggen, hetgeen zal helpen linksom of rechtsom een oplossing te vinden.

In dit traject past ook dat de positie van Museum Klok & Peel inzichtelijk wordt gemaakt voor de Museumvereniging en de Raad voor Cultuur, die de minister adviseert over o.a. het museumbeleid en subsidietoekenning in het kader van de BIS-­‐regeling. Alternatief traject op landelijk niveau: Bankgiroloterij Het aanhangig maken van de problematiek van Museum Klok & Peel bij provincie en rijk is in dit scenario hard nodig. Maar gelijk hebben en gelijk krijgen zijn niet altijd hetzelfde. In dit scenario past daarom dat ook andere routes op nationaal niveau worden geprobeerd. In dit verband is het interessant om in te zetten op meerjarige subsidiering vanuit de Bankgiroloterij (BGL).

40

De BGL is vooral bekend van grotere investeringsbijdragen in o.a. (her)-­‐ inrichting van musea, blockbusters en verwerving van collectie. Minder bekend is dat de BGL ook meerjarige exploitatiebijdragen kan verlenen. Zo wordt bijvoorbeeld Museum Speelklok in Utrecht naast een subsidie van de gemeente ook door de BGL structureel ondersteund met een bedrag van € 200.000,-­‐ per jaar in de periode 2019-­‐2023. Wij adviseren dan ook in dit scenario om naast het lobbytraject richting rijk ook in te zetten op de BGL. Museum Klok & Peel is al goed bekend bij de BGL; in 2014 heeft Museum Klok & Peel de landelijke Museumprijs gewonnen; een initiatief van de BGL. Het voordeel van een oplossing via de BGL is dat deze al op kortere termijn verkregen zou kunnen worden. Het jaar 2021 zal net te vroeg komen, maar 2022 is qua procedure haalbaar. Samenwerking met andere musea Parallel aan het bestuurlijke lobbytraject richting rijk en de BGL is het in dit scenario wenselijk dat Museum Klok & Peel met de collectie Klok zichtbaarder wordt in de landelijke museumsector, in het bijzonder door samenwerkingsprojecten met grotere, landelijk bekende organisaties. Museum Klok & Peel is bezig samenwerking te zoeken met de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) om een expertrol te kunnen vervullen op het gebied van de klok-­‐ en beiaardcultuur in Nederland. Dat is goed.

Daarnaast zou het mooi zijn wanneer in bijzondere publiekspresentaties samenwerking wordt gezocht met grote instellingen, mogelijk met het Rijksmuseum. Het Rijksmuseum staat daar de laatste jaren voor open, zeker wanneer het om samenwerkingsverbanden gaat met verschillende musea. Een goed voorbeeld hiervan is de samenwerking die het Rijksmuseum en vijf stadsmusea (Museum Gouda, het Markiezenhof in Bergen op Zoom, Gemeentemuseum het Hannemahuis in Harlingen, het Westfries Museum in Hoorn en het Stedelijk Museum Zutphen) voor een periode van 8 jaar zijn aangegaan. Deze musea speuren in het depot van het Rijksmuseum naar verrassend werk van onbekende meesters en onbekend werk van beroemde schilders; deze samenwerking heeft inmiddels al verschillende grote tentoonstellingen opgeleverd met veel publiek. Denkbaar is dat Museum Klok & Peel met enkele min of meer vergelijkbare musea ook zo’n samenwerkingsverband met het Rijksmuseum weet op te zetten, waaronder bijvoorbeeld met het eerder genoemde Museum Speelklok in Utrecht. Aanpassing huisvesting? In dit scenario past ook aanpassing van de huisvesting. Bezien kan worden of een deel van het complex (gebouw/tuin) kan worden afgestoten c.q. te gelde kan worden gemaakt middels een andere gebruiker. Bijvoorbeeld het verpachten van de oranjerie met een deel van de tuin. Transitieperiode Ook dit scenario vraagt om een transitieperiode.

In het beste geval is dat een periode van ongeveer twee jaar, uitgaande van het BGL-­‐traject. Waar het museum in de huidige exploitatieopzet ca. € 200.000,-­‐ op jaarbasis tekort komt, zou voor dit scenario dus in totaal ca. € 400.000,-­‐ aan overbruggingsbudget nodig zijn. Dat zou natuurlijk ook gefaseerd kunnen worden aangepakt door eerst te onderzoeken hoe kansrijk BGL-­‐ en/of rijkssubsidie is. Daarvoor zou dan een jaar uitgetrokken kunnen worden. Vergelijkbaar aan scenario 1 is dan een interimmanager nodig die niet alleen tijdelijk leiding kan geven aan het museum, maar ook een plan van aanpak ontwikkelt van hoe het lobbytraject moet worden opgetuigd, daartoe al eerste verkenningen uitvoert bij relevante stakeholders en in

41

kaart brengt wat de verdere transitiekosten zijn en hoe die gedekt kunnen worden. Daartoe zal ook de provincie benaderd moeten worden met de vraag of zij willen participeren in het lobbytraject en of de provincie bereid is een deel van de transitiekosten te betalen. Ook dit scenario vraagt dus in eerste aanleg om een bedrag van ca. € 100.000,-­‐ om voor een periode van een jaar een interimmanager aan te trekken. Waar in scenario 1 het profiel van een interimmanager vooral ligt in ‘herstructeren en afbouwen’, zal in dit scenario daarnaast ook meer inhoudelijke expertise nodig zijn en een netwerk met relevante contacten in de museumsector en bij de provincie en op landelijk niveau (o.a. OCW, Raad voor Cultuur, Museumvereniging). 4.3. Scenario verdere groei Inleiding Afgesproken is ook een scenario voor verdere groei aan te reiken. Gelet op de problematiek waar het museum mee te maken heeft (te kleine formatie en te grote huisvesting), moet in dit scenario gezocht worden naar een game-­‐changer. Verder geldt dat ook in dit scenario ingezet moet worden op structurele bijdragen op landelijk niveau en samenwerking met andere musea. Herpositionering Museum Klok & Peel In dit scenario wordt omgezien naar nieuwe huisvesting voor Museum Klok & Peel in het centrum van Asten.

Bij voorkeur nabij de Koninklijke Eijsbouts Klokkengieterij, waarmee dan een interessante verbinding kan worden gemaakt. Nieuwe huisvesting voor Museum Klok & Peel kan een belangrijke boost geven aan de beoogde centrumplanontwikkeling in Asten. Gezocht moet worden naar een geschikte locatie. Gekeken kan worden naar leegstaande en te herbestemmen panden/gebouwen. Randvoorwaarde is wel dat het om een prominente plek gaat, in een gebouw met uitstraling (of waaraan de nodige uitstraling kan worden gegeven). En dus de verbinding kan worden gemaakt met de klokkengieterij. En aan de voorzijde een iconische klok /eye-­‐catcher. Een situering naast of nabij de klokkengieterij van Eijsbouts biedt interessante mogelijkheden voor publiekspresentaties en rondleidingen door de fabriek. Waar in de huidige setting een klokkengieterij is nagebootst, voorziet dit scenario in een echte klokkengieterij. De combinatie van klokkengieterij en museum kan zeer krachtig zijn en biedt zicht op een bijzondere propositie die tot hogere bezoekersaantallen kan leiden. In dit scenario zal ook de middenstand meer profiteren van de aanwezigheid van het museum dan in de huidige situatie het geval is. Wij gaan er vanuit dat in dit scenario de grens van 50.000 bezoekers per jaar kan worden gepasseerd. Functioneel kan volstaan worden met een kleinere museumaccommodatie dan nu het geval is.

In plaats van de huidige ca. 3.000 m2 bvo zou ca. 2000 m2 ook voldoende groot om een aantrekkelijk museum te realiseren, mits de relatie met de klokkengieterij kan worden gelegd. Ook is noodzakelijk dat een aantrekkelijke buitenruimte/tuin onderdeel van het museum uitmaakt. Dat hoeft dan geen 7.000 m2 te zijn, maar wel voldoende groot voor kruidentuinen en buitenpresentaties. Een voorbeeld van een mogelijke locatie die aan deze

42

eisen voldoet is het Patersklooster, dat naast de klokkengieterij ligt en waarvoor een bestemming gezocht wordt. Dit scenario vraagt om een grote investering. Het gebouw waarin het museum gesitueerd wordt zal verbouwd en heringericht moeten worden. De vaste presentaties zullen verplaatst moeten worden en meteen geactualiseerd. Het is nu nog te vroeg om een investeringsraming te presenteren. Wel weten we dat voor publieke gebouwen zoals musea gerekend wordt met een bedrag van ca. € 3.500,-­‐ per m2 bvo in geval van nieuwbouw en met 40-­‐70% daarvan in geval van verbouw. Dit is exclusief aankoopkosten (of huur). Ook moet gerekend worden met een bedrag van € 1.000,-­‐ tot € 1.500,-­‐ per m2 voor de inrichting van de vaste museale presentaties. In het geval van Museum Klok & Peel kom je dan indicatief uit op een benodigde investering van: • Ca. 2.000 m2 bvo x (55% van € 3.500,-­‐ per m2) = ca. € 3,85 miljoen; • Ca. 750 m2 vaste museale presentatie x € 1.250,-­‐ per m2 = ca. € 1 miljoen. Al met al een investering van om en nabij € 5 miljoen, exclusief eventuele aankoopkosten van gebouw en grond. Een enigszins vergelijkbaar praktijkvoorbeeld is Biesbosch Museumeiland, dat in 2015/2016 grondig is verbouwd en heringericht met nieuwe vaste presentaties. In totaal zo’n 2.200 m2 bvo, met een investeringsbedrag van € 5,5 miljoen, waarvan de provincie meer dan de helft heeft bekostigd.

Als (gedeeltelijke) dekking van de benodigde miljoeneninvestering kan gerekend worden met de opbrengst van een herbestemming van de oude locatie. Wij hebben begrepen dat woningbouw op deze locatie tot de mogelijkheden behoort. Met een totaal oppervlakte van ca. 10.000 m2 (exclusief parkeerterrein) kunnen op de huidige museumlocatie tientallen woningen worden gebouwd. Daarnaast kan aan de provincie een investeringsbijdrage worden gevraagd, mogelijk via een regio-­‐enveloppe. En vanzelfsprekend kunnen de grotere fondsen worden benaderd, waaronder de Bankgiroloterij, het VSB-­‐fonds, Cultuurfonds Bank Nederlandse Gemeenten, het Mondriaanfonds en Fonds 21. Combinatie met Gemeenschapshuis? In dit scenario zou idealiter een combinatie gemaakt moeten worden met het beoogde Gemeenschapshuis. Museum Klok & Peel heeft nu ook al een ontmoetings-­‐ en verhuurfunctie voor het lokale verenigingsleven. Gecombineerde huisvesting zou kunnen leiden tot dubbelgebruik van ruimten, waaronder: • Gezamenlijke entree/balie. • Auditorium annex theaterzaaltje. • Museumcafé annex foyer. • Verhuur-­‐/vergaderruimten. Maar vermoedelijk is de planontwikkeling voor het Gemeenschapshuis op de locatie de Klepel al in een te ver gevorderd stadium. Transitieperiode Dit scenario is nog niet meer dan een idee, een denkrichting.

Wanneer partijen voldoende aanknopingspunten zien, zou op korte termijn een haalbaarheidsonderzoek moeten

43

worden gestart. Ondertussen zal ook voorzien moeten worden in een overbruggingsbudget om de exploitatieproblematiek van het museum het hoofd te bieden. Net als bij scenario 1 en 2 zal eerst een interimmanager nodig zijn die enerzijds leiding geeft aan de museumorganisatie en anderzijds uitwerking geeft aan het herpositioneringsplan. Kosten voor een jaar bedragen ca. € 100.000,-­‐. En dekking zal van de gemeente moeten komen, mogelijk met cofinanciering door de provincie. Profiel van de interimmanager zoals bij scenario 2. Ook zal in dit scenario expertise ingebracht moeten worden ten aanzien conceptontwikkeling, businessplan en museale huisvesting/inrichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=61b46ff4-2db9-473b-8be4-b9a1e2f5596b