CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Motivering - voorontwerp Hogeweg Ommel

Raadscommissie Ruimte 10 februari 2026, gemeente AstenBij agendapunt: Voorontwerp omgevingsplan Hogeweg te Ommel (opiniërend) met presentatie20.175 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Asten

Wijzigingsbesluit omgevingsplan.

Inhoud Hoofdstuk 1 Aanleiding en doel

3

1.1 Aanleiding

3

1.2 Grens wijzigingsbesluit

3

1.3 Leeswijzer

3

Hoofdstuk 2 Wijziging omgevingsplan

4

2.1 Beschrijving huidige situatie

4

2.2 Beschrijving toekomstige situatie

4

2.3 Door te voeren wijzigingen in het omgevingsplan

8

Hoofdstuk 3 Relevante regelgeving en beleid

10

3.1 Instructieregels Rijk

10

3.2 Instructieregels provincie

10

3.3 Waterschapsverordening

12

3.4 Gemeentelijke regelgeving

12

Hoofdstuk 4 Fysieke leefomgeving

17

4.1 Inleiding

17

4.2 Omgevingsveiligheid

17

4.3 Waterbelang

18

4.4 Luchtkwaliteit

18

4.5 Geluid

19

4.6 Trillingen

23

4.7 Bodem

23

4.8 Bedrijf en milieuzonering en Geur

25

4.9 Cultureel erfgoed, landschappelijke en stedenbouwkundige waarden

26

4.10 Ladder voor duurzame verstedelijking

28

4.11 Verkeer en parkeren

29

4.12 Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen

30

4.13 Duurzaamheid en gezondheid

31

4.14 Natuur

32

4.15 Ontplofbare oorlogsresten

33

4.16 M.e.r.-beoordeling

33

Hoofdstuk 5 Hoofdstuk Uitvoerbaarheid

34

5.1 Economische uitvoerbaarheid

34

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

34

Motivering Deel I Hoofdstuk 1 Aanleiding en doel 1.1 Aanleiding In november 2020 heeft de dorpsraad een dorpsvisie opgesteld met de ambitie om het aantal inwoners van Ommel te vergroten tot meer dan 1.000 inwoners. Om deze ambitie waar te maken is naar aanleiding van de visie verschillende locaties onderzocht om het dorp Ommel verder uit te breiden. Hiervoor is een masterplan opgesteld met daarin een verkenning van de locaties. Hieruit blijkt dat de locatie Hogeweg ten noorden van het dorp Ommel de meest geschikte plek is om het dorp uit te breiden. Met dit plan speelt de gemeente in op de dorpsvisie, voor uitbreiding van het dorp voor behoud van voorzieningen en de algemene behoefte aan woningen voor het dorp en de regio. Voor deze ontwikkeling is een stedenbouwkundig plan opgesteld voor 159 nieuwbouwwoningen en dient nu een procedure voor omgevingsplanwijziging te worden doorlopen. Deze omgevingsplanwijziging (hierna planwijziging) heeft betrekking op het te ontwikkelen woongebied Hogeweg en de ontwikkeling van 1 woning aan de Kloosterweg 38.

1.2 Grens wijzigingsbesluit Het plangebied ligt aan de noordzijde van het dorp Ommel, aan het historische lint de Kloosterstraat (perceelnummers: M486, M488, M644, M643, M959, M1402 en M2451). Ten noorden van deze locatie ligt de provinciale weg N279 en in de hoek van het plan het grondbedrijf Kusters en. Ten zuiden liggen de woningen binnen de bebouwde kom van het dorp Ommel.

Figuur 1. Omgeving projectgebied (rood omlijnt) (Streetsmart, 2025)

1.3 Leeswijzer Voorliggende motivering van de planwijziging bestaat uit 5 hoofdstukken. In hoofdstuk 2, "Wijziging omgevingsplan", worden de huidige en beoogde situatie beschreven en wordt uitgelegd hoe deze worden verwerkt in het omgevingsplan. In hoofdstuk 3 worden de relevante regelgeving en het bijbehorende beleid toegelicht. Het relevante beleid op rijks, provinciaal, waterschaps en gemeentelijk niveau wordt in dit hoofdstuk getoetst. In hoofdstuk 4 worden de effecten op de fysieke leefomgeving uitgewerkt. Elk onderwerp wordt beoordeeld en wordt geconcludeerd of het voldoet aan de gestelde eisen. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 de uitvoerbaarheid van het plan toegelicht. Zowel de maatschappelijke als de economische uitvoerbaarheid komen in dit hoofdstuk aan bod.

Hoofdstuk 2 Wijziging omgevingsplan 2.1 Beschrijving huidige situatie In de huidige situatie is het plangebied in gebruik als agrarische grond voor akkerbouw. Het gebied is onbebouwd, er staan geen bouwwerken of bomen en zijn er geen waterpartijen aanwezig. Ten zuiden van het plangebied liggen zowel naar oost als west toegangswegen voor tractoren naar de achterliggende akkervelden.

Figuur 2. Locatie foto (bron Wissing b.v.)

2.2 Beschrijving toekomstige situatie Het planvoornemen betreft de realisatie van 160 woningen in een nieuwe woonbuurt die aansluit op de ruimtelijke structuur van Ommel. De ambitie voor Hogeweg in Ommel is het realiseren van een woongebied voor diverse doelgroepen (starters, jonge gezinnen en senioren). Een nieuwe buurt binnen een landschappelijke structuur die de bestaande en historische waarden van het gebied versterkt. Zo ontstaat een aantrekkelijke nieuw stukje Ommel: een duurzaam gebied dat sterk verbonden is met het dorp.

2.2.1 Masterplan en lagenbenadering Voor de toekomstige uitbreiding van Ommel zijn 3 gebieden onderzocht en in beeld gebracht in het Masterplan Uitbreiding Ommel (vastgesteld op 28 januari 2025). Het gaat om locaties ten noorden rondom de Kloosterstraat, ten noordwesten en ten noordoosten van Ommel. De uitbreiding zal gefaseerd plaatsvinden. Het Masterplan zorgt ervoor dat de verschillende fases samen een stedenbouwkundig geheel vormen en biedt inzicht in de mogelijke ontwikkelingsrichtingen. De uitbreiding van Ommel moeten ervoor zorgen dat Ommel een aantrekkelijk dorp blijft om in te wonen en zorgt ervoor dat de bestaande voorzieningen behouden kunnen blijven. De percelen ten noorden, rondom de Kloosterstraat, vormen de eerste fase van het Masterplan (6,1 HA) en is uitgewerkt in dit planvoornemen. Voor het Masterplan is een analyse, SWOT. Lagenbenadering uitgevoerd en op basis daarvan de visie gemaakt, met grote aandacht voor de verweving met de rest van het dorp en de meerwaarde die deze ontwikkelingen voor het dorp kunnen hebben. Het Masterplan is opgenomen als bijlage 1.

Lagenbenadering In de lagenbenadering zijn de ondergrond, netwerken en occupatie geanalyseerd. De ondergrond bestaat uit bodem, hoogteverschillen en natuur en ecologie, waarin de volgende bevindingen zijn meegenomen in de planontwikkeling Hogeweg. Bodem: • De locatie bestaat uit zandgronden die goed waterdoorlatend zijn; • Ten zuiden van Ommel bevinden zich vlakke lemige gronden, maar dit is op grote afstand van het planvoornemen. Hoogteverschillen: • Ten westen van de locatie is een bolle akker gelegen; • In de noordwestelijke hoek van het planvoornemen is er een laagte; • De N279 is gelegen op een verhoogd dijklichaam; • Het oude dorp Ommel is ontwikkeld op hoge droge gronden. Natuur en ecologie: • De 250 meter zone rondom het Natuur Netwerk Brabant ligt over het westelijk deel van het planvoornemen; • Er is een bestaande verbindende groenstructuur langs de N279 aanwezig; • Langs de Kloosterstraat staat een tweezijdige bomenrij door het dorp Ommel en ook langs het planvoornemen; • Aan de andere kant van de N279 ligt een deel Natuur Netwerk Brabant zonder zone en een verbinding ‘Peel en Beekdalen’. De netwerken bestaan uit wandelroutes, verkeer en water en persleiding, waarin de volgende bevindingen zijn meegenomen in de planontwikkeling Hogeweg.

Wandelroutes: • Ten westen van het planvoornemen ligt een historische route die nu als struinroute fungeert; • Langs de N279 ligt een struinpad; • Deze struinroutes zijn onderdeel van het Ommels Ommetje en sluiten aan op het grotere recreatieve netwerk rondom Ommel en richting Asten.

Verkeer: • Planvoornemen ligt nabij N279, maar heeft geen directe toerit; • Planvoornemen ligt nabij A67, benaderbaar via noord (Deurnseweg) of zuid (Nobisweg); • De Kloosterstraat is het historische lint richting Asten; • In Ommel daarnaast weinig doorgaande routes, Beekstraat en Kranenvenweg routes richting het westen. Water en persleiding: • Afwatering moet richting het noorden (bestaande afwatering richting het zuiden is vol); • Laagte gebruiken voor waterberging; • Persleiding op de rand van het plangebied behouden en rekening houden met planinrichting (bebouwing en kabels en leidingen). De occupatie bestaat uit cultuurhistorie, historische groei, hindercirkels en functies, waarin de volgende bevindingen zijn meegenomen in de planontwikkeling Hogeweg. Cultuurhistorie: • Ten westen van het planvoornemen ligt een historische route; • In het plangebied zijn meerdere archeologische vindplaatsen aangetroffen; • Ten westen van de locatie is een bolle akker gelegen; • Ten zuiden van de oostelijke locatie is aan de Kloosterstraat de voormalige noodkerk gelegen; • Ommel staat bekend om zijn voormalige klooster centraal in het dorp en de processies hier naartoe.

Historische groei: • Dorpskern is in 1850 ontstaan; • Het centrum is gegroeid tot 1900; • Tot 1950 heeft ontwikkeling vooral rondom de linten plaatsgevonden; • Na 1950 zijn enkele woonbuurten aan het dorp toegevoegd; • In de omgevingsvisie is het planvoornemen aangewezen als ‘Nieuw dorps wonen’ en ‘Nieuw landschappelijk wonen’. Hindercirkels: • Rondom Ommel zijn meerdere geurcirkels van veehouderijen aanwezig; • Op het planvoornemen zijn deze geurcirkels beperkt; • Op Kloosterstraat 35 is een wegenbouwbedrijf gevestigd met een indicatieve hindercontour van 30-50 meter; • De N279 legt een geluidscontour over het plangebied; • De nabijheid van de A67 moet in ogenschouw worden genomen. Functies: • De groei van Ommel is gewenst voor het behoud van de maatschappelijke voorzieningen: o Sportvelden o Gemeenschapshuis o School o Kerk en processiepark • Daarnaast zijn er enkele dorpsfuncties/historische functies aanwezig: o Dorpsplein met café o Begraafplaats o Noodkerk • Aan de rand van Ommel liggen meerdere bedrijven: o Veehouderijen o Wegenbouwbedrijf o Constructiebedrijf o Meubel- en woonwinkel o Verhuurbedrijf bouwmachines • Ten westen van Ommel is een recreatiegebied gelegen.

2.2.2 Stedenbouwkundig plan Hogeweg is een logische aanhechting van het bestaande dorp met een landschappelijke inbedding en aanhechting naar de omgeving, zowel met een groenblauw raamwerk en met langzaam verkeerroutes. De ontwikkeling vindt plaats rondom het historische lint, de Kloosterstraat. De continuering van lintbebouwing zorgt voor een waardige entree vanuit het noorden. Een nieuwe kruising ontsluit de 2 plandelen. Een groene doorlopende structuur verbindt de plandelen ten oosten en westen van de Kloosterstraat en zorgt voor een directe en zichtrelatie met het omliggende landschap. Deze groene structuur vormt de ruggengraat van het plan. Vanuit de groene randen zorgen de groene verbindingen naar binnen voor een aantrekkelijk groen woongebied, waar ook ruimte is voor de benodigde waterberging. In beide plandelen is er een centrale Brink waar omheen gewoond wordt en ruimte is voor spelen en ontmoeting. De westelijke rand richting het landschap is transparant als nieuwe groene dorpsrand en rekening houdend met de bolle akker ten westen van het plangebied. De noordelijke rand van het plangebied wordt groen ingericht gecombineerd met een geluidwerende voorziening (geluidscherm) en geluidwerende bebouwing. De noordwestelijke hoek ligt lager en wordt ingezet voor waterberging.

2.2.3 Beeldkwaliteitsplan Voor de ontwikkeling van Hogeweg Ommel is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit beeldkwaliteitsplan is bijgesloten als bijlage 2. De beeldkwaliteit voor het plan Hogeweg is geïnspireerd op de bestaande identiteit van het dorp Ommel. Het dorp heeft in basis een sobere uitstraling, maar kent ook enkele verbijzonderingen in straten en gebouwen. Binnen het plangebied Hogeweg wordt deze balans ook toegepast, als basis (groen gekleurd in figuur 3) sluit de beeldkwaliteit aan op de huidige sfeer en uitstraling van het dorp. Daarnaast kent het plan plandelen met een verbijzondering zoals: (zie figuur 3) • Kloosterstraat (blauw) • De twee brinken (geel) • Het nieuwe klooster (oranje)

Figuur 3. Deelgebieden Hogeweg in beeldkwaliteitsplan (bron Wissing b.v.)

Kloosterstraat De Kloosterstraat is onderdeel van het historische lint van Ommel, waarbij in de woningen langs deze straat meer variatie en detail is toegepast. Deze beeldkwaliteit wordt doorgezet in de nieuwbouw aan de Kloosterstraat.

De twee Brinken De brinken zijn de plek waar bewoners samenkomen: een centrale plek in de buurt. In het plan zijn twee brinken opgenomen, ieder met hun een eigen uitstraling. De woningen die aan deze brinken staan omarmen deze plek en vormen per brink een ensemble.

Het nieuwe klooster Het nieuwe klooster vormt het nieuwe gezicht van het dorp (vanaf de N279 en de bolle akker). Het voormalige Mariaklooster en kapel waren een bedevaartsoord en daarmee belangrijk voor de identiteit en ontwikkeling van Ommel. Het karakter van een klooster vormt de referentie voor deze nieuwe bebouwing (het is geen letterlijke kopie). Een groot deel van deze bebouwing heeft een geluidwerende functie, met ‘dove gevels’ aan de zijde van de N279 en verbindende geveldelen, dit vraagt in de uitwerking extra aandacht om toch het gewenste beeld te realiseren, maar biedt juist ook de mogelijkheid om de maat en schaal van een klooster te realiseren.

Geluidwerende voorziening Naast de geluidwerende bebouwing wordt er aan de noordzijde en achter de woonwagenstandplaatsen een geluidwering gerealiseerd in de vorm van een groen scherm. In paragraaf 4.5 is de berekening van de geluidsbelasting toegelicht en daarbij is uitgegaan van een scherm van 8 meter hoog aan de noordzijde, aflopend naar een scherm van 6 meter achter de woonwagens. In de verdere planuitwerking moet de exacte positie van het geluidscherm en de hoogte verder worden uitgewerkt in combinatie met de inrichting van de groenstroken rondom Kloosterstraat 35, de bestaande bomen en met voldoende ruimte voor onderhoud.

2.2.4 Woningtypes Binnen het dorp komen, op enkele rijwoningen na, voornamelijk vrijstaande woningen en twee-onder-een-kapwoningen voor. Het planvoornemen vergroot de variatie in woningtypen binnen het dorp. Hiermee worden andere doelgroepen bedient, zoals ouderen en jongeren en wordt doorstroming op gang gebracht. Ook wordt er ruimte geboden aan gezinnen om instroom van nieuwe inwoners mogelijk te maken, voor het behoud van de voorzieningen in het dorp, conform de dorpsvisie. De rug-aan-rugwoningen en beneden-bovenwoningen richten zich op starters die op zoek zijn naar hun eerste woning. Voor senioren bieden de benedenwoningen en levensloopbestendige woningen een mogelijkheid om te verhuizen naar een passende woning binnen het dorp. Ook worden er veel betaalbare woningen gerealiseerd voor woningzoekenden uit Asten of de regio, die op zoek zijn naar een betaalbare woning. Er wordt voorzien in zowel koop- als huurwoningen binnen het sociale, betaalbare en dure segment.

In totaal worden 159 woningen gerealiseerd, verdeeld over de volgende categorieën: • 57 woningen in het dure segment: patiowoningen, vrijstaande woningen, twee-onder-een-kapwoningen en bredere rijwoningen; • 65 woningen in het betaalbare segment: rijwoningen, rug-aan-rugwoningen en beneden-bovenwoningen; • 37 woningen in het sociale segment: woonwagenstandplaatsen, levensloopbestendige woningen en compacte rijwoningen.

Tabel 1. Woningtypes Hogeweg (bron Wissing b.v.) Naast de 159 woningen in Hogeweg wordt er 1 woning gerealiseerd nabij Kloosterstraat 38. Dit is een ontwikkeling in eigen beheer, maar wel in deze planwijziging meegenomen. In totaal worden er dus 160 woningen ontwikkeld.

2.2.5 Ontsluiting en parkeren Het plangebied wordt ontsloten voor autoverkeer via de Kloosterstraat naar het noorden richting Deurne en het zuiden richting Asten / A67. Voor de nieuwbouw wordt een kruispunt aangelegd voor een veilige ingang naar de westelijke en oostelijke woonbuurten. Het westelijk deel wordt eveneens ontsloten via een fietspad aan de zuidzijde vanaf de Hogeweg. Dit fietspad is een calamiteitenontsluiting, maar is niet toegankelijk voor autoverkeer, om extra verkeer door de nieuwe woonbuurt te voorkomen. Zie voor meer informatie de paragraaf 4.11 Verkeer en parkeren. Het westelijk deel van het plangebied is niet toegankelijk voor de auto. De woningen worden met voetpaden ontsloten. Deze voetpaden zijn deels wel toegankelijk voor calamiteitenverkeer. Ook is er een extra calamiteitenontsluiting over het zandpad aan de westzijde, tussen de parkeerstraat aan de noordzijde en de zuidelijke woonstraat. Voor de inrichting van de calamiteitenroutes is rekening gehouden met routes van 3,5 meter breed en zullen verder worden uitgewerkt in overleg met de veiligheidsregio. Voor het openbaar vervoer wordt gebruik gemaakt van het bestaande openbaar vervoersnetwerk. De bushalte van de buurtbus 266 op het Onze Lieve Vrouweplein is het dichtst bij.

Figuur 4. Verkeersstructuur Hogeweg (bron Wissing b.v.)

Ommels Ommetje De nieuwe ontwikkeling verzorgt een uitbreiding van het Ommels Ommetje, de wandelroute binnen en rondom het dorp. De route verbindt Ommel met het buitengebied. Op de rand van het plangebied wordt het halfverharde pad verbonden met diverse routes door Hogeweg. Langs deze route bevinden zich speel- en verblijfsplekken die uitzicht bieden op de historische bolle akker.

Parkeren Voor de parkeerberekening is uitgegaan van het vernieuwde parkeerbeleid van de gemeente Asten. Dit parkeerbeleid wordt in januari 2026 vastgesteld en is daarom voor dit plan als uitgangspunt genomen om in te spelen op de te verwachten parkeerbehoefte en het aankomend beleid. De parkeerplaatsen in Hogeweg zijn zoveel mogelijk binnen de bouwblokken opgelost, in grotere parkeerkoffers op gepaste afstand van de woningen. Hierdoor is er in de straat meer ruimte voor groen. Daarnaast wordt de hoeveelheid verharding geminimaliseerd door het clusteren van parkeren en autovrij maken van een groot deel van het plangebied. Verder zijn langs de hoofdontsluiting de overige parkeerplaatsen geplaatst, met tussen elke parkeerplek een boom als groene onderbreking. De parkeerbalans is toegelicht in paragraaf 4.11 Verkeer en parkeren.

2.2.6 Groen en water Hogeweg wordt een groene woonbuurt met een sterke relatie met het open landschap rondom. Er is een robuuste groenstructuur door het gehele plan, zie figuur 5 voor de indicatieve groenstructuur van het planvoornemen, waarmee ruimschoots wordt voldaan aan de gemeentelijke groennorm (zie paragraaf 3.4.3 Programma Groen). Doorlopende groenstructuren in het plan en naar het omliggende landschap zorgen voor een aantrekkelijk woongebied. De groenstructuur zorgt ook voor verschillende zichtlijnen richting het open landschap en de bolle akker. In de omgevingsvisie is opgenomen dat de bolle akkers met respect moeten worden behandeld, omdat ze een grote cultuurhistorische waarden hebben. De westelijke plangrens wordt gevormd door woningen in het groen, waardoor het landschap het plangebied in wordt getrokken, dat doorloopt naar de brinken en in het groene profiel. Ten zuiden van Kloosterstraat 38 wordt in afstemming met deze ontwikkeling een groenstrook als buffer aangelegd met bosplantsoen. Dit is geen toegankelijk groen en deze groenstrook zal aan de private zijde door de particulier worden onderhouden. Ten oosten en zuiden van Kloosterstraat 35 wordt in een groene ruimte het hoogteverschil opgelost, ten oosten in combinatie met de geluidwerende voorziening aan de achterzijde van de woonwagens.

Het is daarbij belangrijk rekening te houden met de bestaande bomen en voldoende ruimte over te houden voor onderhoud (5 meter). In de verdere planuitwerking zal de inrichting van deze stroken verder worden gedetailleerd.

Figuur 5. Groenstructuur Hogeweg - indicatief (bron Wissing b.v.) Binnen de groenstructuur is veel ruimte voor spelen voor de verschillende doelgroepen. Op de twee brinken is plaats voor speelplekken, maar ook in de rest van de groenstructuur zijn geclusterde speelaanleidingen mogelijk in combinatie met de wadi’s. De locaties van de brinken vormen geschikte centrale locaties voor speelaanleidingen. De exacte locaties worden op later moment bepaald op basis van de nieuwe visie en uitgangspunten in het vernieuwde speelruimteplan. Door de combinatie van speelplekken met de wandelroutes door Hogeweg en het Ommels Ommetje ontstaat een speelroute voor de nieuwe bewoners en voor de rest van het dorp. In het plangebied wordt geen open water gerealiseerd, maar regenwater wordt via een stelsel van wadi’s en greppels opgevangen en afgewaterd (zie paragraaf 4.3 waterbelang). Deze wadi’s en greppels houden het water tijdelijk vast, vertragen de afvoer en laten het (in beperkte mate) infiltreren in de bodem. De noordwesthoek wordt ingericht als waterretentiegebied, omdat dit gebied veel lager ligt. Verdere afwatering zal richting het noorden plaatsvinden, aangezien het zuidelijke watersysteem ‘vol’ is. Het rioolwater wordt daarentegen naar het zuiden afgevoerd, aansluitend op het bestaande rioolsysteem. .

2.3 Door te voeren wijzigingen in het omgevingsplan Het geldend ruimtelijk kader wordt gevormd door het tijdelijk omgevingsplan. Dit tijdelijk omgevingsplan is op 1 januari 2024 (met de inwerkingtreding van de Omgevingswet) van rechtswege in werking getreden. Het tijdelijke omgevingsplan bestaat uit bestaande ruimtelijke besluiten, waaronder bestemmingsplannen. Daarnaast bestaat het tijdelijk omgevingsplan uit de bruidsschatregels. Dit zijn de voormalige

rijksregels die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet over zijn gegaan naar decentrale overheden. De bestaande bouw- en gebruiksactiviteiten die in het plangebied zijn toegestaan, zijn opgenomen in de bestemmingsplan Buitengebied Asten 2016 d.d. 7 augustus 2019. Hierin is het gehele plangebied bestemd als enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’ en heeft het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Daarnaast zijn er nog een aantal gebiedsaanwijzingen van toepassing: Overige zone – cultuurhistorisch waardevolle akkers en kampontginningen Overige zone – recreatief ontwikkelingsgebied Vrijwaringszone – radar Wetgevingszone – beperkingen veehouderij Voorliggend planvoornemen past niet binnen het vigerend planologische regime. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een omgevingswijziging noodzakelijk. De wijzigingen van het omgevingsplan vinden plaats in de volgende artikelen: PM na afstemming gemeente over de opbouw regels

Hoofdstuk 3 Relevante regelgeving en beleid 3.1 Instructieregels Rijk In het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna Bkl) is een groot aantal instructieregels opgenomen. Hierin geeft het rijk aan, aan welke eisen een omgevingsplan moet voldoen. Deze eisen gaan over de inhoud van de regels van het omgevingsplan en over de inhoudelijke onderbouwing van keuzes die worden gemaakt in het omgevingsplan. Onderstaande is een overzicht opgenomen van relevante instructieregels.

Thema

Paragraaf Bkl

relevant voor wijzigingsbesluit?

verwijzing paragraaf

Veiligheid

5.1.2

Ja, dit aspect wordt onderbouwd in Hoofdstuk 4.

4.2

Waterbelangen

5.1.3

Ja, dit aspect wordt onderbouwd in Hoofdstuk 4.

4.3

Luchtkwaliteit

5.1.4.1

Ja, dit aspect wordt onderbouwd in Hoofdstuk 4.

4.4

Geluid door Activiteiten

5.1.4.2

Ja, dit aspect wordt onderbouwd in Hoofdstuk 4.

4.5

Geluid van wegen, spoorwegen en industrieterreinen

5.1.4.2a

Ja, dit aspect wordt onderbouwd in Hoofdstuk 4.

4.5

Slagschaduw van windturbines

5.1.4.4a

Nee

Trillingen

5.1.4.4

Ja, dit aspect wordt onderbouwd in Hoofdstuk 4.

4.6

Bodemkwaliteit

5.1.4.5

Ja, dit aspect wordt onderbouwd in Hoofdstuk 4.

4.7

Geur

5.1.4.6

Ja, dit aspect wordt onderbouwd in Hoofdstuk 4.

4.8

Ladder voor duurzame verstedelijking

5.1.5.4

Ja, dit aspect wordt onderbouwd in Hoofdstuk 4.

4.10

Cultureel erfgoed en werelderfgoed

5.1.5.5

Ja, dit aspect wordt onderbouwd in Hoofdstuk 4.

4.9

Behoud ruimte voor autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen

5.1.6.2

Nee

Elektriciteitsvoorziening

5.1.7.3

Nee

Rijksvaarwegen

5.1.7.4

Nee

Toegankelijkheid openbare ruimte

5.1.8

Ja, dit aspect wordt onderbouwd in Hoofdstuk 4.

Voorkomen belemmeringen hoofdspoorweginfrastructuur en rijkswegen

5.2

Nee

Lozen industrieel afvalwater in openbaar vuilwaterriool

5.2

Nee

Bebouwingscontour houtkap

5.2

Alleen relevant indien in kader van initiatief bomen worden gekapt

4.12

3.2 Instructieregels provincie De provincie Noord-Brabant heeft in haar omgevingsverordening ook instructieregels opgenomen. Voor deze ontwikkeling zijn de volgende instructieregels van belang. Thema

Afdeling

Relevant voor de wijzigingsbesluit?

Algemene bepalingen

5.1

Landelijk gebied 5.13 Versterken van omgevingskwaliteit. Zie paragraaf 3.2.1

5.2

Landelijk gebied 5.31 Externe werking Natuur Netwerk Brabant. Niet van toepassing. Attentiezone geluid provinciale weg 5.27 Regels over het realiseren van geluidgevoelige gebouwen met geluidgevoelige ruimten met betrekking tot het realiseren van geluidluwe zijdes. Zie paragraaf 4.5

Basis Waterwinning voor menselijke consumptie Waterwingebied Grondwaterbeschermingsgebied Boringsvrije zone Stiltegebied Natuur Netwerk Brabant Aardkundige waarden Cultuurhistorische waarden Landschappelijke waarden Klimaat Waterveiligheid Waterberging Duurzame energie Windturbines (stedelijk gebied) Zonneparken

Stedelijke ontwikkeling en mobiliteit

5.3

5.4

Landelijk gebied 5.51 Windturbines in landelijk gebied. Niet van toepassing. 5.54 Zonneparken in landelijk gebied. Niet van toepassing.

5.5

Beperking grootschalige logistiek 5.56 Grootschalige logistiek. Niet van toepassing. Landelijk gebied 5.56 Afwijkende regels stedelijke

Thema

Afdeling

Relevant voor de wijzigingsbesluit? -

Vitaal platteland Veehouderij Grondgebonden teelten Glastuinbouw Overig / agrarisch gerelateerd Ontwikkeling niet agrarische functies

5.6

ontwikkeling. Zie paragraaf 3.2.1 5.58 Maatwerk voor collectieve woonvormen. Niet van toepassing. 5.59 Maatwerk voor stedelijke functies in kernrandzones. Niet van toepassing. 5.60 Verkeersdoeleinden. Niet van toepassing.

Landelijk gebied 5.6.1 Veehouderij. Niet van toepassing. 5.6.2 Plantaardige teelten. Niet van toepassing. 5.6.3 Overige agrarisch- en agrarisch gerelateerde activiteiten. Niet van toepassing. 5.6.4 Niet-agrarische activiteiten / 5.77 Wonen. Zie paragraaf 3.2.1 5.78 Niet-agrarische activiteiten. Niet van toepassing. 5.79 Vrijetijdsvoorzieningen. Niet van toepassing. Beperking Veehouderij 5.65 Afwijkende regels Beperkingen veehouderij. Niet van toepassing. 5.75 Mestbewerking. Niet van toepassing. Stalderingsgebied 5.66 Aanvullende regels stalderen. Niet van toepassing.

3.2.1 Landelijk gebied Ten aanzien van wonen in Landelijk gebied is opgenomen dat een toename van het aantal woningen in principe is verboden. Van dit principe kan conform Artikel 5.77 lid 2 worden afgeweken als het past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in artikel 5.12 en indien artikel 5.14 (maatwerk met als doel omgevingskwaliteit) of afdeling 5.5 wordt toegepast.

Artikel 5.12 Ontwikkelingsrichting Lid 1 Een omgevingsplan dat de uitbreiding mogelijk maakt van een bestaande activiteit of dat een nieuwe functie of activiteit toedeelt in Landelijk gebied, bevat een onderbouwing dat die ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Een ontwikkelingsrichting wordt opgesteld met toepassing van de basisprincipes, bedoeld in Paragraaf 5.1.2 , en gaat in ieder geval in op de volgende aspecten: a. welke activiteiten en functies vanuit een gebiedsgerichte benadering passen in de omgeving; b.

welke effecten de ontwikkeling van die activiteiten en functies heeft op andere aspecten, waaronder een veilige en gezonde leefomgeving , de te beschermen waarden, bedoeld in Afdeling 5.2 , mobiliteit, agrarische ontwikkeling, stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders;

c.

op welke wijze de omgevingskwaliteit in het gebied versterkt kan worden, mede gericht op de toepassing van artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap ; en

d.

op welke wijze de sloop van leegstaande of overtollige bebouwing wordt gerealiseerd.

Lid 2 Bij het opstellen van een ontwikkelingsrichting worden deskundigen betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit, onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is.

Artikel 5.14 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit 1.

Een omgevingsplan kan voor een concreet initiatief een bouw- of gebruiksactiviteit mogelijk maken als: a.

dat aantoonbaar bijdraagt aan het fysiek versterken van omgevingskwaliteit, zoals de sloop van bebouwing, de aanleg van natuur en bos, groenblauwe dooradering, het behoud of herstel van cultuurhistorische waarden en kenmerken, het terugdringen van emissie van milieuhinderlijke stoffen of de verbetering van het woon- en leefklimaat, doordat die bouw- of gebruiksactiviteit daarvoor de middelen genereert;

b.

de realisering van de onder a. bedoelde versterking van omgevingskwaliteit niet op een andere wijze is verzekerd;

c.

de onder a. bedoelde versterking van omgevingskwaliteit bijdraagt aan algemene belangen en juridisch is geborgd;

d.

de bouw- of gebruiksactiviteit door meerwaardecreatie bijdraagt aan algemene belangen zoals energietransitie, klimaat, circulariteit en verduurzaming;

e.

zowel de activiteit als de versterking van omgevingskwaliteit passen binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 5.12;

f.

is onderbouwd dat de activiteit volhoudbaar is naar de toekomst, vanuit duurzaamheid en economisch oogpunt;

g.

zowel de activiteit als de versterking van omgevingskwaliteit passen binnen de uitgangspunten, belangen en doelen die deze verordening beoogt te beschermen; en

h. 4.

bij de uitwerking van het plan deskundigen worden betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit, onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is.

Er is sprake van een passende locatie voor de toevoeging van een woning als: a. de ontwikkeling in een bebouwingsconcentratie ligt; b.

de ontwikkeling een logische afronding geeft van Stedelijk gebied, Bebouwd gebied of een bebouwingsconcentratie; of

c.

de woning inpandig wordt gerealiseerd binnen karakteristieke bebouwing.

Beoordeling planvoornemen Het planvoornemen ligt aan de rand van Ommel, aan het historische lint waarlangs het dorp zich in de loop der tijd heeft ontwikkeld. Het plangebied ligt tussen de N279 en het bestaande dorp en is daarmee ingesloten tussen bestaande niet-landelijke functies. De ontwikkeling vormt een duidelijke en aantrekkelijke nieuwe dorpsrand, als logische afronding van het dorp, met een geleidelijke overgang naar het omliggende landschap. Vanuit een gebiedsgerichte benadering past de functie wonen die aansluit bij de dorpse schaal hier goed. Het toevoegen van woningen is voor het dorp Ommel van groot belang voor het behoud van de bestaande voorzieningen, zoals de basisschool, het gemeenschapshuis en de sportvoorzieningen. Binnen het bestaand stedelijk gebied is geen ruimte voor de toevoeging van het benodigde aantal woningen. Het toevoegen van woningen leidt niet tot leegstand elders, maar sluit juist aan op de woningbehoefte. Er wordt gebouwd voor doelgroepen die te weinig aanbod kennen binnen Ommel, zoals senioren en starters. Bovendien stimuleert deze toevoeging doorstroming: senioren kunnen verhuizen naar levensloopbestendige woningen, starters krijgen toegang tot de woningmarkt en bestaande woningen komen beschikbaar voor nieuwe doorstromers. Het planvoornemen draagt bij aan een veilige en gezonde leefomgeving.

Als eerste door maatregelen ter beperking van de geluidbelasting die ook voor de rest van het dorp van invloed zijn. De afscherming van de geluidsbelasting van de N279 zorgt voor een verbeterde leefomgeving. Daarnaast verzorgt het plan een sterke binding met het landschap en biedt ruimte aan klimaatadaptatie, voor waterberging en de vergroting van de biodiversiteit. De wandelroutes uit het dorp worden via de planontwikkeling aan het landschap verbonden, met speel-, rust- en ontmoetingsplekken voor verschillende doelgroepen voor het hele dorp. Binnen het plangebied liggen geen te beschermen waarden. Het planvoornemen levert een aantoonbare bijdrage aan de omgevingskwaliteit. Door toepassing van artikel 5.11 (Kwaliteitsverbetering landschap) wordt de ontwikkeling landschappelijk ingepast: − Het planvoornemen versterkt de relatie tussen stad en land door groenstructuren het gebied in te trekken. Losse bebouwing in het groen aan de westzijde gaat over in brede groenzones het plan in, waardoor zichtlijnen naar het achterliggende landschap behouden blijven. Daarnaast vergroten nieuwe wandelroutes de beleefbaarheid van het landschap voor het gehele dorp. − Het planvoornemen behoudt de historisch waardevolle bolle akker die grenst aan het plangebied en maakt deze via een informele wandelroute, verbonden met de routes door het dorp, ervaarbaar.

Deze route is het restant van een historische routes rondom Ommel. Langs deze route staat losse bebouwing in het groen die in architectuur verwijst naar een kloosterensemble, als referentie aan het oude klooster van Ommel. De bebouwing langs de Kloosterstraat sluit zorgvuldig aan op de schaal, maat en uitstraling van het bestaande lint. − Hoewel het planvoornemen geen directe bijdrage levert aan het Natuur Netwerk Brabant of een ecologische verbindingszone, wordt aan het landschap circa 9.000 m² van het plangebied extensief ingericht voor waterretentie. Deze ruimte draagt bij aan vergroting van de biodiversiteit, de ecologische waarden en biedt een nieuw leefgebied voor flora en fauna. − Het planvoornemen voorziet in de aanleg van wandelroutes in aansluiting op bestaande routes in en rondom Ommel voor extensieve recreatie, die het gebied toegankelijk maken voor bewoners en bezoekers. Hiermee worden de recreatieve mogelijkheden vergroot en wordt de relatie tussen mens en landschap versterkt. Bij het opstellen van het Masterplan voor de uitbreiding van Ommel zijn deskundigen van de provincie Noord-Brabant betrokken. Zij hebben hun beoordeling en advies gegeven op het planvoornemen.

De provincie waardeert de uitbreiding van Ommel en ziet de uitbreiding aan weerszijden van de Kloosterstraat als een logische ontwikkelingsrichting, maar benadrukte ook enkele aandachtspunten: voorkom overprogrammering, zorg voor een zorgvuldige afronding van het dorp richting het landschap, beperk de geluidsbelasting van de N279 en bewaak de kwaliteit van de bolle akker. Deze aandachtspunten zijn verwerkt in het huidige planvoornemen. Het aantal van circa 160 woningen sluit aan bij de vastgestelde woningbehoefte en maakt de ontwikkeling financieel haalbaar zonder overprogrammering (zie paragraaf 5.1.1). De zorgvuldige afronding van het dorp wordt vormgegeven door een overgang naar het landschap aan de westzijde, waarbij brede groenstroken het plangebied in lopen. De geluidsbelasting van de N279 wordt opgevangen met geluidswerende woningen en een geluidsscherm. De bolle akker blijft volledig onbebouwd en krijgt meer belevingswaarde door de toegankelijkheid van de cultuurhistorische wandelroute.

3.3 Waterschapsverordening Hier wordt aangegeven welke regels uit de waterschapsverordening van belang zijn. In hoofdstuk 4 bij Waterbelang (paragraaf 4.3) wordt hier inhoudelijk op in gegaan. De Waterschapsverordening waterschap Aa en Maas 2024 (geldend vanaf 25-04-2024) bevat de voorschriften voor wat wel en niet mag in relatie tot de wateren en waterkeringen die in beheer zijn van het waterschap. Regels voor ontwikkelingen staan ook in de waterschapsverordening.

Beoordeling planvoornemen De locatie is gelegen buiten een beschermd gebied, attentiegebied, wijstgebied, of beschermingszone. De regels uit de waterschapsverordening met betrekking op deze gebieden zijn niet van toepassing. De regels voor het toevoegen van verharding bij een nieuwe ontwikkeling zijn wel van toepassing. Dit is nader toegelicht in paragraaf 4.3 Waterbelang.

3.4 Gemeentelijke regelgeving Beleidsstuk

Van toepassing?

Verwijzing paragraaf

Omgevingsvisie Asten

Altijd

3.4.1

Toekomstagenda Asten 2030

Altijd

3.4.2

Beleidsstuk

Van toepassing?

Verwijzing paragraaf

Centrumvisie (Asten)

Nee

Uitvoeringsprogramma Recreatie en Toerisme 2007-2010

Nee

Structuurvisie Bedrijventerreinen

Nee

Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap

Ja

Structuurvisie Bebouwingsconcentraties

Nee

Beleidsnota plattelandswoningen

Nee

Glastuinbouwvisie

Nee

Beleidsregels leerlingenvervoer 2019

Nee

Beleidsplan sociaal domein asten 2022-2027

Nee

Beleidsregels voor het verbranden van snoeihout

Nee

Gebiedsvisie en verordening geurhinder en veehouderij

Nee

Gemeentelijk rioleringsplan gemeente Asten 2021-2025

Ja

4.3

Programma groen

Ja

3.4.4

Programma externe veiligheid

Ja

4.2

Evenementenbeleid

Nee

Welstandsbeleid

Ja

2.2

Programma wonen 2024-2030

Ja

3.4.3 en 4.10

Nota parkeernormen

Ja

4.11.3

Speelruimteplan

Nee

3.4.6

Dorpsvisie Ommel 1000+

Ja

3.4.5

3.4.7

3.4.1 Omgevingsvisie Asten Oktober 2021 is de omgevingsvisie voor de gemeente Asten vastgesteld. Deze omgevingsvisie is opgesteld samen met de inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties van de gemeente en is als consultatieversie gepubliceerd. De gemeente wil dat Asten ook in de toekomst een plek is waar het goed wonen, leven en verblijven is. De komende jaren werkt de gemeente samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties verder aan de uitwerking van de ambities voor de fysieke leefomgeving. Het welbevinden van de inwoners staat in de omgevingsvisie voorop. Daarom wordt in de visie nadrukkelijk de verbinding gezocht met het sociaal domein en het gezondheidsbeleid. Realisatie van de ambities uit de omgevingsvisie gebeurt via initiatieven van ondernemers, maatschappelijke organisaties en (groepen) inwoners. De gemeente Asten faciliteert de initiatieven die bijdragen aan het bereiken van de ambities. De omgevingsvisie verdeelt de gemeente in zes deelgebieden. Voor elk gebied geeft de gemeente aan (1) welke waarde ze wil koesteren, (2) wat ze wil ontwikkelen, (3) hoe ze dat gaat bereiken en (4) welk beleid, wetten en regels er gelden in het deelgebied. Het gaat om de volgende deelgebieden: • Agrarisch anders; • Boeren buurten; • Dynamische dorpen; • Groen genieten; • Peel en beekdalen; • Peel pionieren.

Het plangebied ligt in de deelgebieden Dynamische dorpen en Groen genieten. In het deelgebied Dynamische dorpen zet de gemeente in op de volgende punten: 1. Meer groen en blauw; 2. Schone, veilige en klimaatbestendige woonomgeving; 3. Eigen identiteit; 4. Maatschappelijk initiatief; 5. Landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten (behoud van cultuurhistorische panden en structuren); 6. Nieuwe woonvormen. In Groen genieten zet de gemeente in op: 7. Ontwikkelen van onderscheidende landelijke woonmilieus; 8. Herontwikkeling passend bij landschap, natuur en cultuurhistorie (behoud cultuurhistorische waarden). Daarnaast koestert de gemeente het behoud van de bolle akkers vanwege de hoge landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarde.

Beoordeling planvoornemen 1. Meer groen en blauw Met de groene en duurzame inrichting van de openbare ruimte draagt het plan bij aan een nieuwe groene structuur die goed bereikbaar is voor alle inwoners van Ommel. De groenstructuur is verbonden met het landschap en de langzaam verkeerroutes vanuit het dorp. Door gebruik te maken van waterbergende elementen (zoals wadi’s en greppels) is er voldoende waterberging en biedt het een groene kwaliteit aan het woongebied. Zie ook

paragraaf 2.2.5. Groen en blauw. 2. Schone, veilige en klimaatbestendige woonomgeving Het plan voorziet in een toekomstbestendige inrichting met aandacht voor klimaatadaptatie, zoals oppervlakkige waterafvoer, waterbergend groen, groene profielen voor beperking hittestress en duurzame materialen. Een nieuwe kruising en duidelijke langzaam verkeerroutes zorgen voor een veilige woonomgeving. Ook een overzichtelijk inrichting met veel ruimte voor voetgangers komt de veiligheid en leefbaarheid ten goede. 3. Eigen identiteit Bij het ontwerp is nadrukkelijk aangesloten op de Ommelse identiteit. (paragraaf 2.2.2). Zowel in de ruimtelijke structuur van Hogeweg, als in de architectuur. Ommel is een klein dorp en daarmee is het belangrijk dat deze uitbreiding de identiteit van het dorp versterkt. Het plan sluit in maat en schaal van de openbare ruimte en de bebouwing aan op het huidige dorp. Daarnaast wordt er een directe relatie gezocht met het omliggende landschap en worden de cultuurhistorische kenmerken behouden en versterkt, zoals de bolle akker. Het nieuwe klooster aan de rand van het dorp versterkt de identiteit en de herkenbaarheid van het dorp. 4. Maatschappelijk initiatief De dorpsvisie Ommel 1000+ is een initiatief van de dorpsraad (zie paragraaf 3.4.5), waarbij wordt ingezet op groei van het dorp voor behoud van de voorzieningen.

Deze visie was een belangrijk start voor de ontwikkeling van Hogeweg. 5. Landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten Hogeweg vormt een nieuwe groene dorpsrand met een directe relatie met het landschap. Het plan trekt met de groenstructuur het landschap het dorp in en biedt ruimte aan zichtlijnen, routes en ecologische verbindingen. De groene rand behoudt en versterkt de cultuurhistorische waarde van de bolle akker en cultuurhistorische route aan de rand van het plangebied. In de groenstructuur wordt de ecologische kwaliteit uitgebreid met inheemse beplanting en variatie in beplanting en begroeiing. 6. Nieuwe woonvormen Het woonprogramma voorziet in verschillende woonvormen, waarbij veel nieuwe woningtypen worden toegevoegd die nog niet in Ommel voorkomen (zie paragraaf 2.2.3). Er wordt voornamelijk ingezet op woningen voor starters en senioren en compacte rijwoningen voor gezinnen. Rug-aanrugwoningen en beneden-bovenwoningen zijn nieuwe woningtypen die in Ommel niet voorkomen, maar ook in Asten beperkt aanwezig zijn. 7. Ontwikkelen van onderscheidende landelijke woonmilieus In de groene rand aan de westzijde liggen verschillende woningen in het landschap met de identiteit van een nieuw klooster. Rug-aan-rugwoningen en beneden-bovenwoningen zijn unieke woonvormen voor Ommel. De relatie met het landschap is aan deze zijde groot. 8.

Herontwikkeling passend bij landschap, natuur en cultuurhistorie (behoud cultuurhistorische waarden) De groene rand aan de westzijde, de groenstructuur in Hogeweg, het behoud van bolle akker en cultuurhistorische route zorgen voor een passende herontwikkeling voor Ommel. Hogeweg is op basis van bovenstaande onderbouwing een passende ontwikkeling binnen de omgevingsvisie.

3.4.2 'Toekomstagenda Asten 2030' Op 27 juni 2017 heeft de gemeenteraad van Asten de Toekomstagenda Asten 2030 vastgesteld. De gemeenteraad heeft samen met inwoners, maatschappelijk middenveld en collegeleden een interactief proces doorlopen om te komen tot het visiedocument. Het beschrijft ambities en opgaven op gebieden zoals wonen, economie, leefbaarheid, duurzaamheid en sociale samenhang. Centraal staat het behoud van vitale dorpen en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat, met aandacht voor vergrijzing, innovatie en regionale samenwerking. In het visiedocument worden de volgende vier centrale onderwerpen benoemd: 1. Transformatie buitengebied; 2. Vitale kernen; 3. Centrumontwikkeling; en 4. Klimaatbestendig en energieneutraal Asten. Voor de ontwikkeling zijn Vitale Kernen en Klimaatbestendig en energieneutraal Asten van belang. De ambities die hierbij horen zijn: • Vitale kernen o Coöperatieve initiatieven voor zorg en welzijn o +1000 inwonersplan Ommel o Zelfvoorzienende dorpen met een eigen identiteit • Klimaatbestendig en energieneutraal Asten o In 2030 klimaatbestendig o Zo snel als mogelijk energieneutraal o Circulair bouwen

Beoordeling planvoornemen De toekomstagenda is vertaald in de omgevingsvisie. De beoordeling van het plan in 3.4.1 geldt daarmee ook voor deze paragraaf. De ontwikkeling van Hogeweg is onder andere ingezet voor het behoud van de voorzieningen van Ommel en daarmee de vitale kern. De dorpsvisie Ommel 1000+ was daar een aanjager voor (zie paragraaf 3.4.4). De ontwikkeling van Hogeweg sluit daarmee naadloos aan op de ambitie van de Toekomstagenda. In het beeldkwaliteitsplan zijn aanvullende eisen opgenomen op het gebied van duurzaamheid en daarmee ook over energieneutraal en circulair bouwen.

3.4.3 Programma wonen 2024-2030 Het programma wonen 2024-2030 is op 12 december 2023 door de gemeenteraad van Asten vastgesteld. Het programma is opgesteld in lijn met de nieuwe Omgevingswet en vormt de basis voor prestatieafspraken met woningcorporaties en toetsing van nieuwe bouwinitiatieven. Asten heeft in de regionale woondeal afgesproken dat zij minimaal 690 nieuwe woningen realiseren. Hiervan wil de gemeente er circa 500 realiseren tot 2030, met focus op betaalbaarheid, doorstroming, ouderenhuisvesting en leefbare kernen. Het programma sluit aan bij regionale afspraken binnen de Metropoolregio Eindhoven en wordt periodiek geëvalueerd.

Beoordeling planvoornemen Het planvoornemen maakt 160 woningen mogelijk. Dit past binnen de totale woningbouwopgave in de gemeente Asten van 690 woningen (zie paragraaf 4.10 en de ladderonderbouwing in bijlage 3). Het programma van Hogeweg sluit aan op de behoefte genoemd in het programma wonen 2024-2030, door voornamelijk in te zetten op: Betaalbaarheid: 64% van de woningen wordt gerealiseerd in de betaalbare categorie Doorstroming: door de realisatie van seniorenwoningen, rijwoningen en enkele duurdere woningen wordt de doorstroming in het dorp op gang gebracht. Ouderenhuisvesting: er worden meerdere woonvormen voor senioren gerealiseerd, zoals levensloopbestendige rijwoningen, patiowoningen, benedenwoningen en de mogelijkheid voor vrijstaande bungalows. Voor het exacte woningbouwprogramma zie paragraaf 2.2.4.

3.4.4 Programma Groen De gemeente heeft 14 mei 2024 het programma Groen vastgesteld. Dit programma moet ervoor zorgen dat ruimtelijke ontwikkelingen, waarbij de ruimte vaak krap is, voldoende groen overhouden en de biodiversiteit stimuleren. Dit betreft een verplichting tot natuurinclusief bouwen en een groennorm. Deze zijn zo vormgegeven dat ze op een laagdrempelige en betaalbare manier initiatiefnemers stimuleren hun steentje bij te dragen aan een mooi groen Asten, op een manier die past bij hun planontwikkeling. Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen wordt een verplichting bij nieuwbouw van woningen en gebouwen in de gemeente Asten. In Asten is gekozen voor een vorm waarbij er vrijheid voor initiatiefnemers is om zelf te kijken welke maatregelen voor hun initiatief passend zijn. We leggen deze verplichting op bij initiatieven vanaf 5 wooneenheden. Het model dat Asten hanteert is uitgewerkt in een tabel met maatregelen en bijbehorende punten die je krijgt per maatregelen. Maatregelen zijn bijvoorbeeld de aanleg van een groen dak, gevelgroen, ingemetselde nest- en verblijfplaatsen, maar ook een groene voortuin of het planten van een boom in de tuin. Groennorm Gelinkt aan het natuurinclusief bouwen wordt, om te voorkomen dat bij een nieuwbouwplan te weinig groen overblijft, een groennorm opgelegd.

Dit is in de basis een minimale eis van het aantal vierkante meters dat groen moet worden. Bij de uitbreiding van de stedenbouwkundige structuur moet minimaal 75m2 openbaar groen per wooneenheid worden gerealiseerd. Voor appartementen en beneden-bovenwoningen is deze norm afwijkend vastgesteld op 40m2 per wooneenheid. Hiervan moet voor beide minimaal 15m2 per wooneenheid enkel bestemd zijn voor groen (eventueel gecombineerd met spelen). De overige ruimte mag mede gebruikt worden voor bijvoorbeeld waterberging. Bij gebruik maken van de compensatieregeling moet deze 15m2, die enkel bestemd is voor groen, altijd geborgd blijven.

Beoordeling planvoornemen In het beeldkwaliteitsplan zijn de regels voor natuurinclusief bouwen opgenomen, waarbij wordt aangesloten op het Programma Groen. Hierbij is een letterlijke verwijzing naar de puntentabel opgenomen: Binnen de gemeente Asten wordt gewerkt met de ‘Keuzelijst Natuurinclusief bouwen’. Voor Hogeweg dient een keuze gemaakt te worden uit de ingrepen in de lijst en dienen minimaal 5 punten behaald te worden per woning op het gebied van klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit. Klimaatadaptatie door het toevoegen van groene gevels en daken wordt wateroverlast en hittestress beperkt. Ook draagt het bij aan de isolatie van de woningen en vergroten van de biodiversiteit; Natuurinclusief ontwerpen is een integraal onderdeel van de opgave. Het toevoegen van nestkasten, vleermuiskasten, biodiverse gevelbeplanting zijn een aantal voorbeelden om de wijk zo natuurinclusief mogelijk te maken. Er is een robuuste groenstructuur door het gehele plan, bestaande uit groenstroken, groene plekken zoals de brinken en het overgangsgebied naar het landschap aan de westzijde. Daarnaast worden de parkeerplaatsen in grastegels uitgevoerd en is het verplicht om platte daken als groene daken te realiseren.

Naast deze grote hoeveelheid groen is in de noordwesthoek ook nog een groot deel van het plangebied dat wordt ingericht als waterretentiegebied en daarmee volledig groen wordt ingericht. De tabel en tekening hieronder tonen de berekening van de groennorm voor Hogeweg.

Figuur 6. Tekening groennorm Hogeweg (bron Wissing b.v.)

Tabel 2. Tabel groennorm Hogeweg (bron Wissing b.v.) In bovenstaande tabel is de berekening van de groennorm voor Hogeweg in beeld gebracht. Hierin is te zien dat er een overschot is van 3369 m2 en dit is zelfs zonder het groene waterretentiegebied. Het planvoornemen voldoet daarmee ruimschoots aan de gemeentelijke groennorm.

3.4.5 Dorpsvisie Ommel 1000+ De dorpsraad van Ommel heeft in 2021 een eigen dorpsvisie voor Ommel opgesteld en gepresenteerd aan de gemeenteraad. Deze dorpsvisie richt zich op de ruimtelijke zaken die spelen in het dorp. Voor de ontwikkeling zijn de volgende drie onderwerpen van belang: Identiteit • • • • • • • • • •

Ommel is een warm nest, we zijn een gastvrij dorp, iedereen is welkom 1000+ is goed voor het verenigingsleven, dus ook een + voor de sociale cohesie (gemeenschapszin) Vernieuwd dorpshart voor ontmoeten/evenementen Aantrekkelijk voor alle geledingen Niet in problemen denken maar in kansen Ommel zit in het hart, wij zijn trots op onze saamhorigheid en daadkracht, “We regelen het zelf wel” We staan voor elkaar klaar Vernieuwd dorpshart Dorpsraad en werkgroep van Ommel meenemen in het proces.

Wonen in Ommel • Alle basisvoorzieningen op fietsafstand • Wonen in een groene omgeving • Gemeenschappen onder de bewoners • Kinderen kunnen echt spelen • Parkeren is gratis en kan overal • Diversiteit, goede mix jong en oud • Mix van woningen, waarbij eerst betaalbare starterswoningen (meer huurwoningen) • Verwijzing naar het klooster verleden • Duurzame woningen • Bereikbaar via de verschillende hoofdwegen Natuur en landschap • Inventariseren en in kaart brengen van wat er is • De Berken wordt gezien als dé parel van Ommel, betere verbinding maken • Beginnen vanuit de dorpskern • Natuur en cultuur in Ommel, bereikbaar, beleefbaar en zichtbaar maken.

Beoordeling planvoornemen Het ontwikkelen van Hogeweg draagt bij aan het op niveau houden van het voorzieningenniveau in Ommel. De nieuwe inwoners zullen gebruik maken van de huidige voorzieningen, zoals het Gemeenschapshuis ‘De Kluis’, de basisschool en de diverse verenigingen. Daarbij is ingezet op verschillende woningtypen, met extra aandacht voor starters en senioren. De groene omgeving is het plangebied ingetrokken en met de nieuwe groenstructuur wordt een verbinding gemaakt met het omliggende landschap door de uitbreiding van het Ommels Ommetje. De verwijzing naar het klooster verleden wordt in Hogeweg ingezet voor het versterken van de identiteit van het dorp, met nieuwe kloosterbebouwing aan de rand van het dorp, aan de N279.

3.4.6 Speelruimteplan Het Speelruimteplan van de gemeente Ommel is verouderd. De gemeente is momenteel bezig met het opstellen van een nieuw speelruimteplan. In het ontwerp voor Hogeweg is voldoende ruimte voor spelen ingebouwd (zie ook paragraaf 2.2.5). De exacte locaties en invulling hiervan worden op een later moment bepaald aan de hand van het nieuwe speelruimteplan.

3.4.7 Structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap De gemeente Asten heeft in 2015 de structuurvisie kwaliteitsverbetering van het landschap opgesteld. Dit beleidsstuk geeft handvaten mee hoe het planvoornemen een bijdrage aan kwaliteitsverbetering van het landschap kan leveren bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. Zie voor de kwaliteitsverbetering en de landschappelijke inpassing van het plan paragraaf 3.2.1.

3.4.8 Conclusie gemeentelijk beleid Het project is in overeenstemming met het gemeentelijk beleid.

Hoofdstuk 4 Fysieke leefomgeving 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de verschillende relevante omgevingsaspecten

4.2 Omgevingsveiligheid 4.2.1 Wettelijk kader Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Bkl. De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van ‘aandachtsgebieden’.

Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht. Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (RIVM a, z.d.). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico’s (REV). Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Een gemeente kan in het Omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied of een kleiner brand- of explosievoorschriftengebied aanwijzen (art. 5.14 Bkl). Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna Bbl) (art. 4.90 tot en met 4.96 Bbl. Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (art. 5.14 Bkl).

Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Dergelijke eisen worden dan opgenomen in de omgevingsvergunning. Een berekening van het groepsrisico is onder de Omgevingswet optioneel; het is niet meer verplicht om het groepsrisico te bepalen, maar een gemeente mag hier nog wel om vragen (via een voorschrift) om de toelaatbaarheid van de situatie te beoordelen. Naast bovengenoemde regels over veelvoorkomende situaties zijn voor een aantal specifieke situaties nog de volgende delen van het Bkl van belang: • Beperkingen in het belemmeringengebied (voormalige belemmeringenstrook in de huidige regelgeving) van buisleidingen: par. 5.1.2.3 Bkl; • Veiligheid rond opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik: par 5.1.2.4 Bkl; • Veiligheid rond het bewerken en opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en op militaire objecten (par. 5.1.2.5 Bkl);

4.2.2 Onderzoek Door onderzoeksbureau Stantec is op 22 augustus 2025 onderzoek naar het aspect Omgevingsveiligheid uitgevoerd voor het planvoornemen Hogeweg te Ommel. Er is onderzocht of het planvoornemen en de mogelijke uitbreiding Ommel-Oost invloed hebben op risicovolle activiteiten en daarmee de omgevingsveiligheid. Het onderzoek is bijgevoegd als bijlage 4. In het Portaal Atlas Veiligheid (PAV) zijn de risicovolle activiteiten opgenomen. Op de kaart van het PAV zijn relevante contouren aangegeven voor de beschouwing van omgevingsveiligheid, zoals de PR 10-6 contouren en de aandachtsgebieden die rondom de risicobronnen aanwezig zijn. Hieruit blijkt dat er geen PR 10-6 contour over uitbreidingslocatie ligt. Daarnaast ligt het bouwplan ook niet binnen een brand-, een explosie- of een gifwolkaandachtsgebied.

Figuur 7. Kaart risicovolle activiteiten (bron PAV)

4.2.3 Conclusie In de omgeving van de uitbreidingslocatie zijn meerdere risicobronnen aanwezig. Op basis van gegevens van het PAV wordt geconcludeerd dat er geen PR 10-6 contour of een brand-, explosie- of gifwolkaandachtsgebied over de uitbreidingslocatie is gelegen. Om deze reden levert het aspect omgevingsveiligheid geen belemmering op voor de realisatie van de woningbouw in de uitbreidingslocatie Ommel.

4.3 Waterbelang 4.3.1 Wettelijk kader Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden regels van provincie en het waterschap betrokken. Daarnaast bevatten de artikelen 5.38 t/m 5.49 Bkl rijksregels met betrekking tot het voorkomen van belemmeringen voor primaire waterkeringen. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken bij de weging van het waterbelang. Zodoende is de oorspronkelijke watertoets niet langer voorgeschreven en is de gemeente vrij om hier zelf invulling aan te geven. Ten slotte zijn de regels van art. 5.165 Bkl en paragraaf 22.3.8 uit de bruidsschat van belang met betrekking tot het lozen van (industrieel) afvalwater in het openbaar vuilwaterriool. Artikel 5.165 Bkl schrijft voor in welke gevallen het omgevingsplan lozingen van industrieel afvalwater mag toestaan. Gemeenten kunnen voor sommige lozingen specifieke regels stellen. In het algemeen is de specifieke zorgplicht voor milieubelastende activiteiten die in de bruidsschat zijn opgenomen voldoende.

Met de bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften kan de gemeente voor specifieke bedrijven zo nodige aanvullende eisen stellen die passen bij de bedrijfssituatie. *Verplichte omgevingswaarden Rijk: omgevingswaarden voor (1) waterkwaliteit, (2) zwemwaterkwaliteit, (3) veiligheid van primaire waterkeringen en 4) de veiligheid van andere dan primaire waterkeringen, voor zover die in het beheer zijn bij het rijk (2.15 Ow) Provincie: omgevingswaarden voor de veiligheid van 1) bij de omgevingsverordening aangewezen andere dan primaire waterkeringen die niet bij het rijk in beheer zijn en 2) de gemiddelde overstromingskans per jaar van bij de omgevingsverordening aangewezen gebieden met oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop (niet bij het rijk in beheer zijnde) regionale wateren moeten zijn berekend (2.13 Ow). Gemeente: gemeenten kunnen ook zelf besluiten om omgevingswaarden vast te stellen. Indien hiervan sprake is dient een BOPA ook aan deze omgevingswaarde getoetst te worden.

4.3.2 Onderzoek Stantec heeft een advies uitgebracht over de waterhuishouding. Het rapport is bijgesloten als bijlage 5. Het voornemen is om Ommel aan de noordzijde uit te breiden met een woonwijk rondom de Hogeweg. Het gebied is hoog gelegen en kent geen oppervlaktewater in de directe omgeving. Aanbevolen wordt om verspreid over het plangebied de bodemopbouw gedetailleerd in beeld te brengen en peilbuizen te plaatsen om de grondwaterstanden (de komende wintermaanden) te gaan meten, met behulp van dataloggers. Op basis van de metingen kan de doelmatigheid van de benoemde voorzieningen worden getoetst en kunnen de waterbergende voorzieningen worden gedimensioneerd en ontworpen. Door de ontwikkeling zal er 36.596 m2 aan extra verhard oppervlak ontstaan. Uitgaande van de verhardingstoename en gelet op het beleid van Waterschap Aa en Maas en gemeente Asten, is er watercompensatie nodig van 2.196 m3. De verwachting is (op basis van de nu beschikbare gegevens) dat hier invulling aan gegeven kan worden door de aanleg van wadi’s verspreid over het gebied en een overloopgebied (waterretentiegebied) aan de noordwestzijde, eventueel aangevuld door lokale waterbergende/infiltrerende voorzieningen, zoals op groene daken, door regenpijpen oppervlakkig via het groen af te laten wateren, of via infiltrerende parkeervakken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=c04ec15c-edc9-4a4d-a3fa-bdf5f140042b