Bijlage 3.15 - Spuitzone
Tekst van het document
53
Porskamp H.A.J., Michielsen, J.M.G.P., Huismans, J.F.M., De invloed van een windhaag op emissies bij fruitteeltspuiten, 1999, IMAG-DLO Rapport 94-29, pag. 29 en Wenneker, M., Heijne, B., Van de Zande, J.C., Effect of natural windbreaks on drift reduction in orchard spraying, Communications of Applied Biology Science, Universiteit Gent, 70(2005)4 pag. 961. 54 Plant Research International, Driftblootstelling van omstanders en omwonenden door boomgaard bespuitingen, maart 2015 55 Felsot, A. S., Unsworth, J. B., Linders, J. B., Roberts, G., Rautman, D., Harris, C., & Carazo, E. (2010). Agrochemical spray drift; assessment and mitigation—A review. Journal of Environmental Science and Health Part B, 46(1), 1-23. 56 Mercer, G. N. (2009). Modelling to determine the optimal porosity of shelterbelts for the capture of agricultural spray drift. Environmental modelling & software, 24(11), 1349-1352. 57 Zie echter ABRvS 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1741 ov. 16. De overweging dat aannemelijk is dat een volledig dichte muur 99% driftreductie mist feitelijke grondslag, uitgaande van beschikbare relevante en betrouwbare wetenschappelijke en technische kennis.
Het risico is reëel dat wind zal versnellen als deze over de muur heen blaast, waardoor per saldo meer druppeldrift over de muur zal worden meegevoerd en veel verder verspreid zal worden dan zonder enige afscherming het geval was geweest. 58 Lazzaro, L., Otto, S., & Zanin, G. (2008). Role of hedgerows in intercepting spray drift: Evaluation and modelling of the effects. Agriculture, ecosystems & environment, 123(4), 317-327. 59 Voor de Nederlandse situatie is relevant dat toegelaten middelen elders in Europa ook zonder gevaar voor de volksgezondheid moeten kunnen worden toegepast, dus ook in landen waar de factor uitdamping structureel hoger zal zijn vanwege een lage luchtvochtigheid in combinatie met warmer weer (dan in Nederland).
Adromi B.V.
Gezondheidsrisico blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 27 van 33
tevens buiten het volbladseizoen sprake is van teelten dient te worden gekozen voor een niet bladverliezende haag. 7.1.3. Configuratie met grotere onderlinge afstand Het effect van dergelijke windhagen wordt in de hiervoor aangehaalde onderzoeken beschouwd wanneer deze direct naast de perceelgrens dan wel (enkele meters) uit het gewas(perceel) zijn geplaatst. In situaties waarbij sprake is van een grotere afstand60,61 (meer dan 5 meter bij neerwaarts spuiten en meer dan 10 meter in andere situaties) tot de relevante gewaspercelen, zal de drift vooral bestaan uit aerosolen/dampen, zoals ook blijkt uit onderzoek62 63. Immers grote druppels zijn dan al naar de grond gevallen terwijl kleine druppels zullen verdampen in de lucht. Zoals aangegeven in paragraaf 5.3 gaat het bij aerosolen en dampen over zeer kleine hoeveelheden, waarbij deze stoffen enkel nog via inademing in het menselijk lichaam terecht kunnen komen. Op grotere afstand zal een (relatief) open windhaag minder effect hebben dan in de beschreven onderzoeken, doordat druppelvormige drift bij toenemende afstand voor een steeds groter deel gedeponeerd zal zijn en drift in de vorm van dampen en aerosolen niet of nauwelijks afneemt en enkel nog zal verdunnen bij verdere verspreiding in de buitenlucht.
Een windhaag zal op deze afstand echter nog wel een positief effect hebben op de blootstelling aan de gewasbeschermingsmiddelen in de vorm van aerosolen/dampen, mits wordt gekozen voor een andere configuratie: Een zo dicht mogelijke windhaag kan enerzijds zorgen voor de opstuwing van de lucht en anderzijds voor turbulentie die ontstaat wanneer de lucht afgeremd wordt door de vegetatie. Dit zal eraan bijdragen dat in de lucht aanwezige dampen en aerosolen voor een deel op veel grotere hoogte zal verwaaien en dat de concentratie potentieel schadelijke stoffen daalt door de turbulente menging van de met drift belaste lucht en schone achtergrondlucht64. Op leefniveau betekent dit een lagere blootstelling aan de schadelijke stoffen. Kortom, gewasbeschermingsmiddelen hebben op deze afstand met name hun mogelijk negatieve gezondheidseffecten via inademing van de dampen en aerosolen. Ondanks dat de windhagen slechts beperkte remming bieden aan dampen en aerosolen, zal een dichte windhaag gemiddeld genomen kunnen zorgen voor een verbeterd leefklimaat.
60
M.C. Butler Ellis e.a., Spray drift: An investigation of the relationship between field, wind tunnel measurements and model predictions for determining drift reduction, Aspects of Applied Biology 132, 2016 en 61 H.J. Holterman e.a., Improving environmental risk assessment of pesticides: the need for advanced spray drift models, 1 juli 2025 doi: 10.2903/sp.efsa.2025.EN-9506 62 Lazzaro, L., Otto, S., & Zanin, G. (2008). Role of hedgerows in intercepting spray drift: Evaluation and modelling of the effects. Agriculture, ecosystems & environment, 123(4), 317-327. 63 S. Grimbuhler, J-F Viel, Bystander dermal exposure to drift during pesticide application in vineyards: An experimental factorial study, Chemosphere Volume 369, December 2024, 143809 64 Van Blokland, G., Hooghwerff, J., & Tollenaar, C. (2009). Impact of screens on air quality. Final report of a study on the performance of (sound) screens on the air quality along highways; Invloed schermen op de luchtkwaliteit. Eindrapport onderzoek naar de werking van (geluids) schermen op de luchtkwaliteit langs snelwegen. Weliswaar heeft dit onderzoek betrekking op dampen en aerosolen afkomstig van het wegverkeer, maar qua fysische eigenschappen van deze dampen en aerosolen vergelijkbaar.
Adromi B.V.
Gezondheidsrisico blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 28 van 33
7.2. Ontvangermaatregelen -> afstand en aanwezigheidsbeperking In de laatste plaats kan door het aanhouden van extra onderlinge afstand tussen gewaspercelen en driftgevoelige functies invulling worden gegeven aan het voorzorgbeginsel. Zoals aangegeven wordt door de Europese Commissie gedacht aan een onderlinge afstand van 3 meter tussen gewaspercelen en driftgevoelige functies65, waarbij op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving ter bescherming van het waterleven tegen druppeldrift afstanden moeten worden aangehouden van 1 tot 5 meter (afhankelijk van teelt en driftreducerende techniek). In vergelijking met relevante afstanden die naar voren komen uit wetenschappelijk onderzoek vormen deze uit de jurisprudentie afgeleide afstanden een in alle opzichten worst case benadering. Immers uit dergelijk onderzoek volgt dat een vergroting van de druppelgrootte als gevolg van een driftreducerende techniek zorgt voor een non-lineaire afname van de immissie van deze deeltjes66. Op een afstand van 5 meter is deze reductie (bij een windsnelheid van 2 m/s) al groter dan 50%.
Op basis van uitsluitend de juridische uitgangspunten waarop de 50 meter aandachtzone is gebaseerd (dus zonder gebruikmaking van wetenschappelijke gegevens welke de Afdeling heeft afgekeurd voor gebruik in planologische context) kan op dit vlak worden evenwel uitgegaan van een veiligheidsafstand van 25 meter voor scenario’s waarin sprake is van teelt in boomgaarden en 12,5 meter in geval van teelten waar uitsluitend sprake zal zijn van neerwaarts spuiten. Verwezen wordt naar paragraaf 5.3. Het aanhouden van deze afstanden, die zijn geëxtrapoleerd uit de eigen jurisprudentie van de Afdeling, kan in relatie tot de drie meter die de Europese Commissie al als veilig beschouwt dus als alleszins worst case worden gehanteerd. Een gebruiksbeperking dient neer te komen op een verbod op regulier menselijk verblijf op deze gronden. Ook daarmee samenhangende voorzieningen (zitgelegenheid/terras, sport- en speelvoorzieningen) dienen dan niet te worden toegelaten. Eventuele vegetatie dient zich te beperken tot siertuin/park (geen moestuin, geen droogmolens etc.). Gebruik voor instandhouding en aanleg van siertuin/groen alsook gebruik voor parkeren en oprit zijn wel toelaatbaar omdat daarbij de menselijke verblijfsduur verwaarloosbaar kort zal zijn.
65
European Commission, Proposal (final) Regulation on the sustainable use of plant protection products and amending Regulation (EU) 2021/2115, artikel 18, lid 1 en 19, lid 1, via eur-lex.europa.eu 66 Jomantas, T., Kemzūraitė, A., Steponavičius, D. et al. Management measures for the mitigation of spray drift of very fine droplets sprayed by a spraying robot. Sci Rep 15, 27741 (2025). https://doi.org/10.1038/s41598-02513493-3
Adromi B.V.
Gezondheidsrisico blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 29 van 33
8.
Conclusie
8.1. Résumé Naar aanleiding van een beoogde woningbouwontwikkeling aan de noordzijde van Ommel heeft onderzoek plaatsgevonden naar eventuele gezondheidsaspecten voor wat betreft driftblootstelling vanwege de agrarische gronden in de omgeving. Hierbij dienen de maximale planologische mogelijkheden als uitgangspunt te worden genomen. Het Unierecht biedt een uitputtend en omvattend kader voor de toelating, herbeoordeling en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in Europa. Niet alleen is het Europese recht op dit vlak het strengste regelkader voor gewasbeschermingsmiddelen in de wereld, maar ook worden stoffen in gewasbeschermingsmiddelen strenger beoordeeld dan iedere andere chemische stof of diergeneesmiddel welke op de Europese markt wordt toegelaten. Enkel medicijnen worden nog strenger beoordeeld. Er zijn geen aanwijzingen dat deze regelgeving in Nederland tekortschiet. Er blijkt immers niet van nadelige gezondheidseffecten door blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen. Echter omdat gezondheidseffecten nooit volledig kunnen worden uitgesloten, dient op grond van het Unierecht invulling te worden gegeven aan het voorzorgbeginsel67. Nederland heeft deze Europese verplichting geïmplementeerd door minimaal 75% driftreductie verplicht te stellen voor spuitapparatuur68 (ten opzichte van 0% of 50% driftreductie).
Blijkens een uitspraak van het Europese Hof van Justitie69 dient bij de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen een open gezondheidsnorm te worden gehanteerd, zodat voortdurend nieuwe wetenschappelijke inzichten in de beoordeling en herbeoordeling moeten worden betrokken. Om die reden wordt op dit moment nader onderzoek uitgevoerd naar onder meer de mogelijke effecten van chronische blootstelling en aspecten zoals cumulatie, synergisme, antagonisme en additie. Een en ander heeft ook geleid tot uitspraken van de civiele rechter70, welke erop neerkomen dat instanties als EFSA en Ctgb op dit moment nog onvoldoende invulling hebben gegeven aan waar het Unierecht hen toe verplicht. Proportionaliteit en effectiviteit Via het Unierecht zijn voldoende voorzorgen ingebouwd in het toelatings- en herbeoordelingskader om te voorkomen dat gezondheidsrisico’s worden onderschat. Echter indien onverhoopt zou blijken van meer of andere nadelige gezondheidseffecten, dan verplicht het Unierecht om in te grijpen. Met andere woorden: indien onverhoopt toch zou blijken van nadelige gezondheidseffecten (van een specifiek middel of bepaalde combinaties), dan kan die situatie effectief en hoe dan ook heel proportioneel met niet-planologische besluitvorming worden geremedieerd.
Het nemen van een bronmaatregel, namelijk voorkomen dat stoffen in de lucht terecht komen welke een gezondheidsrisico insluiten, is vele malen effectiever dan dat gekozen wordt voor een 67
Sustainable Use Directive 2009/128/EU artikel 4.723c van het Besluit activiteiten leefomgeving 69 HvJ 24 april 2024, ECLI:EU:C:2024:356 ov. 78 e.v. 70 ECLI:NL:GHSHE:2025:2043 68
Adromi B.V.
Gezondheidsrisico blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 30 van 33
overdrachtsmaatregel in de vorm van afstand, wat ongetwijfeld ook de reden is dat in Nederland gekozen is voor extra driftreductie in plaats van afstandseisen. Daargelaten de vraag of het hierbij gaat om een blootstelling die relevant kan zijn voor de gezondheid, geldt hierbij ook dat het aanhouden van een bepaalde afstand ook weinig effectief is als het gaat om dampen en aerosolen. Door toepassing van extra driftreductie op de spuitmachine zal daarentegen niet alleen het risico op verspreiding van druppeldrift kleiner zijn, maar zal ook minder damp- en aerosoldrift ontstaan. Grote druppels dampen immers minder snel uit en doordat minder druppeldrift buiten het gewas terecht kan komen, zal eventuele damp- en aerosoldrift ook op grotere afstand tot de omgeving ontstaan. Planologische voorzorg Een planologisch besluit is niet bedoeld om te compenseren voor niet-naleving van wettelijke voorschriften71. Dit alleen al omdat dan niet duidelijk is in welke mate gecompenseerd zou moeten worden voor niet-naleving (er is altijd nog wel een scenario te bedenken waarin de wet nog ernstiger wordt overtreden etc.). En sowieso geldt dat EFSA en Ctgb hebben bevestigd dat zij de laatste wetenschappelijke inzichten incorporeren in hun toelatingen en herbeoordelingen – dus te doen waar het Unierecht toe verplicht.
Er is geen aanleiding om in planologische context een dubbele invulling te geven aan het voorzorgbeginsel door het aanhouden van extra afstand nu Nederland heeft gekozen om via extra driftreductie invulling te geven aan het voorzorgbeginsel en ook bij toepassing van gewasbeschermingsmiddelen voorzorgen dienen te worden getroffen dat deze niet buiten het doelgewas terecht komen. Gelet op een en ander bestaat er in planologische context hoogstens aanleiding om rekening te houden met voorzorgen die te maken hebben met voorstelbare onbedoelde gebeurtenissen die, ook al zijn deze formeel in strijd met regelgeving, in de praktijk ook niet volledig kunnen worden uitgesloten. Concreet kan hierbij worden gedacht aan menselijke vergissingen bij het aanlengen van gewasbeschermingsmiddelen, waardoor met een te grote hoeveelheid werkzame stof wordt gespoten, dan wel aan stuur- en bedieningsfouten bij het hanteren van de spuitapparatuur, waardoor er toch op buurpercelen gespoten wordt. Verder kan worden gedacht aan een onverwachte windvlaag waardoor spuitdruppels over een groter gebied verspreid worden dan bij toegelaten windsnelheden het geval kan zijn. In lijn met dit additionele planologische voorzorgbeginsel kan ook in deze situatie worden voorzien in maatregelen waarmee het driftblootstellingsrisico zo klein mogelijk wordt gemaakt / gehouden. 8.2.
Voorzorgsmaatregelen In context van onderhavig plan wordt gekozen voor een afscherming op de grens met de agrarisch bestemde gronden. Verder kan waar mogelijk ook extra onderlinge afstand worden gecreëerd door minder driftgevoelige functies zoals ontsluitingswegen en parkeerplaatsen langs de grenzen met de agrarische gronden te situeren. 71
ARRvS 28 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:967 en ARRvS 5 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:337.
Adromi B.V.
Gezondheidsrisico blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 31 van 33
Positie en dichtheid Bij voorkeur wordt de afscherming zo dicht mogelijk op het agrarische perceel opgericht, zodat de afscherming zo dicht mogelijk bij de bron damp- en aersoldrift zal verdunnen en bijvoorbeeld ook eventuele speelvoorzieningen in openbaar gebied zal kunnen afschermen. De haag dient dan een bladdichtheid te bieden van 90%. Verwezen wordt naar paragraaf 7.1.2. Ter plaatse van de zandweg is het niet mogelijk om de afscherming direct op de agrarische percelen te plaatsen. De zandweg heeft een breedte van circa 8 meter en op die afstand is blootstelling aan druppeldrift niet meer relevant. Door een afscherming zo dicht mogelijk te maken, kan worden bijgedragen aan de verdunning van dampen en aerosolen. Verwezen wordt naar paragraaf 7.1.3. Overlengte en overhoogte Uitgaande van een gebruik voor zowel eenjarige, laagblijvende teelten als meerjarige opgaande teelten in de vorm van boomgaarden en boomteelt wordt uitgegaan van een spuithoogte van maximaal 3 meter. Door te kiezen voor een overhoogte van 1 meter, komt de hoogte van de afscherming uit op 4 meter. De overhoogte is nodig om tegen te gaan dat drift eventueel over de afscherming heen zou kunnen waaien. Verder dient de afscherming enkele meters door te lopen ten opzichte van het agrarische perceel om tegen te gaan dat drift om een afscherming heen zou kunnen verspreiden.
Bladhoudendheid Uitgaande van fruitboomgaarden dient verder rekening te worden gehouden met gewasbehandelingen buiten het volbladseizoen, dus op momenten dat het te behandelen gewas zelf weinig afschermende werking zal hebben. Weliswaar gaat het daarbij alleen om behandelingen tegen schimmel, maar bij voorkeur dient om die reden te worden gekozen voor niet bladverliezende soorten. Gedacht kan worden aan haagbeuk, hulst, laurier en uiteraard ook diverse conifeersoorten. Optie adaptieve afscherming Het vormt een mogelijkheid om te kiezen voor een adaptieve afscherming. Voor het actuele grondgebruik met enkel laagblijvende teelt volstaat immers een haag van 1 tot 1,5 meter hoogte (uitgaande van een spuithoogte van 0,5 tot 1 meter en een overhoogte van 0,5 meter voor neerwaarts spuiten). Op het moment dat teeltomschakeling plaatsvindt naar een opgaande teelt met hogere spuithoogten, kan een dergelijke haag meegroeien tot de vereiste afschermingshoogte. Dit draagt ook bij aan een goede landschappelijke inpassing waarbij de benodigde afscherming nooit aanzienlijk hoger is dan het af te schermen gewas. Entrees Er dient specifieke aandacht uit te gaan naar de afscherming van eventuele entrees in de nabijheid van agrarische percelen, waarbij bij voorkeur sprake is van enige overlap in de afscherming (overlengte).
Tijdelijke maatregelen Het is in principe een optie om tijdelijke maatregelen te nemen, mocht een afscherming niet tijdig de vereiste hoogte en dichtheid kunnen bereiken. Dit kan door het plaatsen van bijvoorbeeld een
Adromi B.V.
Gezondheidsrisico blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 32 van 33
afschermend gaas zoals beschreven in paragraaf 7.1.2 of een foliescherm, indien de afscherming niet binnen circa 5 meter uit de grens met de teeltpercelen wordt geplaatst. Verwezen wordt naar afbeelding 8.2 voor een schematisch overzicht van de geadviseerde maatregelen.
Afbeelding 8.2: overzicht maatregelen (ondergrond: DSO) 8.3. Conclusie Door de beschreven maatregelen kan het risico op nadelige gezondheidseffecten vanwege blootstelling aan drift zo klein mogelijk worden gemaakt. Met het oog op een goede juridische borging kunnen deze middels een voorwaardelijk voorschrift aan het planologische besluit worden verbonden. Hiermee wordt invulling gegeven aan het voorzorgbeginsel en kan ook invulling worden gegeven aan paragraaf 1.1, waarbij voldoende aandacht is gegeven aan het belang van de bescherming van de gezondheid.
Adromi B.V.
Gezondheidsrisico blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 33 van 33