CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3.13 - Proefsleuvenonderzoek deelgebied B

Raadscommissie Ruimte 10 februari 2026, gemeente AstenBij agendapunt: Voorontwerp omgevingsplan Hogeweg te Ommel (opiniërend) met presentatie17.582 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Minerale magering, zoals steengruis en kwartgruis, komt algemeen voor vanaf het neolithicum tot en met de vroege ijzertijd. Potgruis komt sporadisch voor vanaf het neolithicum, maar wordt in sommige periodes overschaduwd door minerale magering. De combinatie van potgruis en andere magering is vrij algemeen in de ijzertijd en de Romeinse tijd. De combinatie van potgruis en organische magering komt voor in de late ijzertijd tot de Romeinse tijd.12 11 Van den Broeke 2012. 12 Van den Broeke 2012, 127

32

Mageringtype Grind/zand Potgruis/zand Organisch/potgruis/zand Zand Potgruis Totaal Tabel 5-2 Overzicht wijze van magering.

Aantal 1 15 1 5 3 25

In Tabel 5-2 is een overzicht gegeven van de wijze van magering van het Ommelse handgemaakte aardewerk. Vanwege de dominantie van magering met potgruis/zand (60%) kan worden gesteld dat het aardewerk voornamelijk uit de periode van de ijzertijd tot en met de Romeinse tijd dateert. Voor twee scherven kan een preciezere datering worden vastgesteld. Eén scherf is gemagerd met organisch materiaal en potgruis, wat gebruikelijk is vanaf de Late IJzertijd tot en met de Romeinse tijd. De andere scherf is waarschijnlijk ouder omdat er grind in verwerkt zit. Deze zou daarom kunnen dateren uit de Vroege IJzertijd of zelfs een oudere periode. Deze oudere scherf komt echter uit een verdiept stalgedeelte (S141), waaruit ook Romeinse scherven zijn verzameld. De scherf kan daarom als “opspit” worden beschouwd.

Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn 70 fragmenten Romeins importaardewerk verzameld. Het aardewerk is onderzocht op aardewerksoort (Tabel 5-3) en vormtype ((determinatielijst als bijlage VI bijgevoegd).13 Bijna 90% van de vondsten zijn niet nauwkeuriger te dateren dan Romeinse tijd. Tien scherven laten een scherpere ouderdomsbepaling toe (Tabel 5-4). Het valt dan op dat deze scherven vrijwel volledig in de 2e en 3e eeuw na Chr. zijn te plaatsen en dat typische vroeg-Romeinse vormen ontbreken. Soort

Aantal

Ruwwandig

24

Dolium

4

Amfoor

1

Geverfdwaar

6

Metaalglanswaar

1

Gladwandig

6

Grijs aardewerk/lowlands ware

1

Wrijfschaal

7

Indet

20

Totaal 70 Tabel 5-3. Overzicht verschillende soorten Romeins importaardewerk. Vondstnr Spoornr Soort aardewerk 34.1

Vormtype

185 Metaalglanswaar

aantal

opmerkingen

Datering

1xwand

uit Trier

3e eeuw

45.1

317 Low lands ware

17.1

141 Geverfde waar

1xwand

23.1 11.1 26.1

196 Ruwwandig

Niederbiebier 89

1x rand

26.1

196 Wrijfschaal

Brunsting 36 (Rijnland)

2xrand

Niederbieber 30/32?

70-270AD

1xwand

decoratie, Brunsting type b

140-260AD

5017 Geverfde waar

2x wand

brunsting type b

2de- 3de eeuw

93 Geverfde waar

1xwand

Jachtbeker uit Keulen

na 150AD

26.1 196 Gladwandig Haspengouwse kruik 1x rand Tabel 5-4. Overzicht van het nauwkeuriger te dateren Romeinse aardwerk.

140-260AD 170-270AD

13 Bij de determinaties is gebruik gemaakt van Hiddink 2014, Vanvinckenroye 1867/68 & 1991, Haalebos 1990, Oelemann 1914, Stuart 1962

& 1976. De scherper te dateren vormtypen zijn gedetermineerd door Roderick Geerts (ADC).

33

Figuur 5-8 Links: ingesnoerde tuit van Haspengouwse kruik (v26.1). Midden en rechts: doorsnede en bovenaanzicht van de rand van een wrijfschaal Brunsting 36 (v26.1.

Het proefsleuvenonderzoek heeft een kleine hoeveelheid aardewerk uit de middeleeuwen – Nieuwe tijd opgeleverd (N=6). Twee scherven zijn afkomstig uit het plaggendek: een sterk verweerde roodbakkende scherf , niet scherper te dateren dan late middeleeuwen of Nieuwe tijd (v.3), en een scherf grijsbakkend aardewerk uit 1300-1500 (v.2). De datering van beide scherven past bij de algemene ouderdom van plaggendekken in Zuid-Nederland (vanaf 14e eeuw).14 In het westen, ter hoogte van sleuven 10 en 11, is uit paalsporen en de oude akkerlaag een viertal scherven uit de volle middeleeuwen verzameld: drie scherven van kogelpotaardewerk (v.16, v.19 en v.22) en een scherf Pingsdorf-aardewerk (v.24). Deze scherven lijken grofweg in 1000-1300 thuis te horen.

Het bouwmateriaal dat verzameld is tijdens het proefsleuvenonderzoek dateert allemaal uit de Romeinse tijd. Negen fragmenten zijn van dakpannen ( imbrices en tegulae). Op een van de tegulae is een pootafdruk zichtbaar (v.1) Van de overige 7 fragmenten bouwmateriaal is onzeker of ze afkomstig zijn van Romeinse dakpannen of bakstenen. Tijdens het onderzoek zijn twee metalen voorwerpen verzameld. Het betreft een ijzeren spijker die verzameld is uit een Romeins paalspoor (S297) en een bronzen knop afkomstig uit de oude akkerlaag (S 5020). De precieze functie van het bronzen voorwerp is niet duidelijk, mogelijk heeft de knop gediend als versiering van een riem. Al het stenen vondstmateriaal betreft natuursteen. Het overgrote deel bestaat uit tefriet dat als maalsteen is gebruikt.

14 Verspay 2022.

34

Plangebied Ommel-Noord ligt in het westen en zuiden op de flank van een dekzandrug en in het noordoosten in een lager gelegen zone met dekzandwelvingen. Oorspronkelijk heeft zich in het verleden in de top van het dekzand een veldpodzol ontwikkeld. Veldpodzolen worden veel aangetroffen in de relatief wat lagere delen van het landschap, met relatief hoge grondwaterstanden. Van de veldpozol resteert thans op veel plaatsen in het plangebied alleen nog maar een BC- of Chorizont. De bovenliggende A-, E-, en B-horizonten zijn in latere tijden opgenomen in een door verploeging ontstane akker. Deze oude akker, die vermoedelijk uit de middeleeuwen dateert met mogelijk een oorsprong in de ijzertijd of Romeinse tijd, is in het grootste deel van het plangebied nog redelijk tot goed intact is gebleven. Vanaf de late middeleeuwen is door plaggenbemesting een maximaal 140 cm dik plaggendek tot ontwikkeling gekomen dat eveneens nog goed bewaard is. In het plaggendek, op ca. 0,9 m -mv, zijn karrensporen en een bermgreppel aangetroffen die waarschijnlijk samenhangen met een landweg die op de kadastrale minuut van 1811-1832 is afgebeeld. Op stratigrafische gronden lijken de resten van de landweg niet ouder dan Nieuwe tijd of heel misschien einde late middeleeuwen. Resten van een voorloper van de weg uit de volle middeleeuwen, de tijd voor de plaggenbemesting, zijn niet aangetroffen.

Het proefsleuvenonderzoek heeft drie vindplaatsen opgeleverd, die gezamenlijk bijna 70% van het plangebied omvatten en die gekoppeld zijn aan de oude akkerlaag in top van het dekzandlandschap. Vindplaatsen 1 en 3 overlappen weliswaar, maar zijn apart benoemd vanwege een verschil in ouderdom (Romeinse tijd respectievelijk Volle middeleeuwen). Vindplaats 3 die mogelijk gelijktijdig is met of net ouder is dan vindplaats 1, is apart benoemd vanwege een ruimtelijk gescheiden ligging. Waarom er tussen vindplaats 1 en 3 een “lege” ruimte ligt, is niet duidelijk. Het reliëf lijkt in ieder geval geen rol te spelen. Vindplaats 1 betreft een nederzettingsterrein uit de Romeinse tijd. Het Romeinse aardewerk dateert de nederzetting in ieder geval in de 2e en 3e eeuw na Chr. De substantiële hoeveelheid handgemaakt aardewerk duidt erop dat de nederzetting waarschijnlijk in de vroeg-Romeinse tijd of het eind van de late ijzertijd is gesticht. Omdat veel van het handgemaakte aardewerk niet scherper te dateren is dan ijzertijd of Romeinse tijd, valt niet uit te sluiten dat tussen de nederzettingsresten ook resten van bewoning uit eerdere perioden van de ijzertijd aanwezig zijn. Een met grind gemagerde scherf wijst hier mogelijk op. Binnen de lay-out van de nederzettingsresten lijken zeker 10 boerderijplattegronden aanwezig, waarvan enkele met een verdiept stalgedeelte of met wandgreppels.

De hoge dichtheid aan grondsporen maakt dat waarschijnlijk sprake is van een intensief gebruikt nederzettingsterrein. De vindplaats lijkt zich in noordelijke , westelijke en zuidelijke richting tot buiten het plangebied uit te strekken. In het oosten vormt een smalle greppel mogelijk de oostelijke begrenzing van het nederzettingsterrein. In ieder geval oogt het terrein verder naar het oosten archeologisch “leeg” op enkele “losse” sporen en een klein sporencluster (vindplaats 2) na. Vindplaats 2 is in het oosten van het plangebied gesitueerd. Het gaat om zeven paalsporen en een kuil die door de hoge grondwaterstand maar beperkt konden worden onderzocht. Er is voor de meeste van deze sporen geen zekerheid over hun interpretatie verkregen. Het uiterlijk van de sporen maakt dat ze in de ijzertijd en Romeinse tijd zijn geplaatst. Vondsten die deze datering kunnen onderbouwen zijn echter niet aangetroffen. Vooralsnog wordt de vindplaats geïnterpreteerd als resten van een gebouw uit de late prehistorie of Romeinse tijd. Vindplaats 3 ligt in het westen van het plangebied en omvat een drietal sporen die op uiterlijke kenmerken in het veld als Romeins zijn geïnterpreteerd, maar op basis van het aangetroffen aardewerk een volmiddeleeuwse datering (grofwerk 11 e -12e eeuw) blijken te hebben (Figuur 5-6).

Mogelijk stammen meer in de nabijheid als Romeins bestempelde sporen in werkelijk uit de volle middeleeuwen, en ligt hier tussen de Romeinse nederzettingsresten een middeleeuws erf. Buiten de genoemde vindplaatsen zijn nog resten van een landweg uit de Nieuwe tijd aangetroffen. Het gaat om resten van een historische landweg (karrensporen en een deel van een bermgreppel) die op de kadastrale minuut van 1811-1832 van het zuidwesten naar het noorden door het plangebied loopt. Datering Complextype Omvang Diepteligging

Late ijzertijd-Romeinse tijd Nederzetting 16.100 m2 Ca. 24,95-24,25 m +NAP/95-125 cm -mv

35

Centrumcoördinaten Bijzonderheden Tabel 6-1 Kenmerken vindplaats 1.

180.355/381.955 -

Datering Complextype Omvang Diepteligging Centrumcoördinaten Bijzonderheden Tabel 6-2 Kenmerken vindplaats 2.

Late prehistorie-Romeinse tijd Bewoning? 2.500 m² Ca. 23,75 m +NAP/100-120 cm -mv 179.980/381.985 Aard en datering onzeker

Datering Complextype Omvang Diepteligging Centrumcoördinaten Bijzonderheden Tabel 6-3 Kenmerken vindplaats 3.

Volle middeleeuwen Mogelijk erf Ca. 1000 m² Ca. 24,6 m +NAP/90-140 cm -mv 180.155/381.900 Sporen liggen tussen die van vindplaats 1

Doel van het proefsleuvenonderzoek was het waarderen van archeologische resten binnen het onderzoeksgebied. Deze waardering dient te leiden tot een advies over de behoudenswaardigheid van de aangetroffen vindplaats(en). Archeologische vindplaatsen worden gewaardeerd aan de hand van. De toetsing van een vindplaats op zijn behoudenswaardigheid vindt plaats aan de hand van richtlijnen van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA) waarbij verschillende criteria een rol spelen: belevingswaarde, fysieke kwaliteit en inhoudelijke kwaliteit.

De belevingswaarde valt uiteen in twee criteria: ‘schoonheid’ en ‘herinneringswaarde’. Omdat dit vooral van toepassing is op zichtbare monumenten, is het aspect belevingswaarde hier niet van toepassing. De waardestelling van de vindplaatsen in Ommel-Noord vindt dan ook enkel plaats op basis van hun fysieke en inhoudelijke kwaliteit (Tabel 6-4).

Bij de beoordeling van de fysieke kwaliteit van een vindplaats vormen de mate van gaafheid en conservering de belangrijkste maatstaven. Onder ‘gaafheid’ wordt de verstoringsgraad en de stabiliteit van de fysieke omgeving verstaan; onder ‘conservering’ de staat waarin archeologisch vondstmateriaal bewaard is gebleven. Aan de hand van beoordeling van al deze fysieke criteria komt vast te staan of de archeologische vindplaatsen behoudenswaardig zijn of niet. Een vindplaats wordt op basis van fysieke kwaliteit in principe als behoudenswaardig aangemerkt, indien de criteria gaafheid en conservering samen bovengemiddeld (vijf of zes punten) scoren. Bij een middelmatige tot lage score (vier punten of minder), wordt vervolgens naar de inhoudelijke kwaliteitscriteria gekeken om te bepalen of een vindplaats toch behoudenswaardig is. Indien te verwachten is dat op een van de inhoudelijke criteria ‘hoog’ wordt gescoord, wordt de vindplaats ook in principe behoudenswaardig geacht. Is een dergelijke ‘hoge’ inhoudelijke score niet de verwachting, dan is een vindplaats niet behoudenswaardig. Vindplaatsen 1-3 zijn alle gekoppeld aan de oude akkerlaag in top van het dekzandlandschap. Het feit dat deze oude akkerlaag bijna overal nog redelijk tot goed bewaard is gebleven, betekent dat de vindplaatsen slechts in beperkte mate door latere bodemingrepen zijn aangetast.

De vindplaatsen kenmerken zich daarom door een hoge fysieke gaafheid (3 punten). De conserveringstoestand van de vindplaatsen is gemiddeld (2 punten). Het aangetroffen anorganische vondstmateriaal is gefragmenteerd, zoals gebruikelijk bij nederzettingsafval, maar slechts in beperkte mate verweerd. Met betrekking tot organische vondsten en paleo-ecologisch materiaal is weliswaar geen onderzoek gedaan, maar op basis van de gemiddeld lage grondwaterstand (grondwatertrappen VI en VII) worden in ondiepe sporen alleen verkoolde organische resten verwacht. Alleen In diepe ingegraven grondsporen die tot onder de grondwaterspiegel reiken kunnen ook 36

onverbrande en onverkoolde organische resten verwacht worden. Omdat de criteria gaafheid en conservering samen bovengemiddeld (vijf of zes punten) scoren worden de vindplaats 1-3 op basis van hun fysieke kwaliteit in principe als behoudenswaardig aangemerkt.

Vindplaatsen die op grond van hun fysieke kwaliteit in principe als behoudenswaardig zijn aangemerkt, worden vervolgens gewaardeerd op hun inhoudelijke kwaliteit. Eerst worden de inhoudelijke criteria ‘zeldzaamheidswaarde’, ‘informatiewaarde’ en ‘ensemblewaarde’ gewogen. Bij een bovengemiddelde score van zeven punten of meer wordt de vindplaats als behoudenswaardig aangemerkt. Is sprake van een lagere inhoudelijke waardering (minder dan zeven punten) dan wordt het criterium ‘representativiteit’ beoordeeld. Blijkt dit van toepassing te zijn dan wordt een voorstel gedaan voor een als behoudenswaardig aan te merken steekproef per categorie. De overige vindplaatsen zijn niet behoudenswaardig. Representativiteit is echter alleen van belang wanneer duurzaam in situ behoud gerealiseerd kan worden. Deze score is vanwege de aard van de planontwikkeling en de omvang van de vindplaatsen daarom niet relevant. Vindplaats 1 Vindplaats 1 scoort middelhoog op zeldzaamheid (2). Inheems Romeinse nederzettingen zijn in Oost-Brabant in principe niet zeldzaam. Romeinse nederzettingen zijn op de aangrenzende dekzandeilanden van Deurne en Someren grootschalig opgegraven.15 Uit de omgeving van het onderzoeksgebied (dekzandeiland van Ommel) zijn dergelijke nederzettingen nog niet bekend. De informatiewaarde is hoog (3).

Met name door de bijzonder goede gaafheid van de vindplaats kan gedetailleerd onderzoek aan nog niet goed gekende elementen als bijvoorbeeld de verdiepte stalgedeelten in potentie belangrijke nieuwe inzichten opleveren. De ensemblewaarde is eveneens hoog (3) door de aanwezigheid van goed onderzochte Romeinse vindplaatsen op de aangrenzende dekzandeilanden van Deurne en Someren, waardoor inter-site analyse mogelijk is. Ook het feit dat het omringende oorspronkelijke landschap in westelijke, oostelijke en noordelijke richting in belangrijke mate redelijk tot goed bewaard zijn, draagt bij aan de hoge ensemblewaarde. Dit betekent namelijk dat de in dit landschap aanwezige delen van vindplaats 1 en mogelijk ook andere gelijktijdige complexen zoals grafvelden eveneens in potentie een hoge fysieke kwaliteit hebben. Vindplaats 2 De inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats 2 is niet goed te bepalen omdat de aard van de aangetroffen grondsporen door de hoge grondwaterstand niet goed onderzocht kon worden. Mogelijk gaat het om een geïsoleerd gelegen gebouw uit de late prehistorie of de Romeinse tijd met een gemiddeld tot hoge inhoudelijke kwaliteit. Daarentegen is het ook niet uitgesloten dat een belangrijk deel van de grondsporen een “natuurlijk” oorsprong heeft waarmee het feitelijk niet om een vindplaats zou gaan.

Vindplaats 3 Vindplaats 3 betreft mogelijk een erf uit de volle middeleeuwen. Bewoningssporen uit de volle middeleeuwen zijn in ZuidNederland en in de micro-regio regelmatig onderzocht.16 Uit de omgeving van het onderzoeksgebied (dekzandeiland van Ommel) zijn dergelijke nederzettingen echter nog niet bekend. Daarom krijgen de vindplaats een middelhoge score (2) voor zeldzaamheid. De vindplaats scoort hoog (3) op informatiewaarde, vanwege de hoge gaafheid van de sporen en omdat het mogelijk om een geïsoleerd gelegen erf gaat dat verband houdt met een grotere nederzetting die in het aangrenzende terrein mag worden verwacht. De ensemblewaarde is eveneens hoog (3 punten), enerzijds omdat een vergelijking met eerder in de omgeving opgegraven vol-middeleeuwse nederzettingen te Someren en Deurne mogelijk is, anderzijds -net als bij vindplaats 1-, vanwege de redelijk tot goed bewaard gebleven landschappelijke context. Waarden

Criteria

Scores vindplaats 1

Scores vindplaats 2

Scores vindplaats 3

Beleving

Schoonheid Herinneringswaarde Gaafheid

Wordt niet gescoord Wordt niet gescoord 3

Wordt niet gescoord Wordt niet gescoord 3

Wordt niet gescoord Wordt niet gescoord 3

2

2 ?

2 2

Fysieke kwaliteit

Conservering Zeldzaamheid

2

15 De Boer & Hiddink 2009 en 2012; Hakvoort e.a. 2004; Hiddink & De Boer 2009 en 2011; Hiddink 2005, 2007 en 2008. 16 De Boer & Hiddink 2009 en 2012; Hiddink 2008.

37

Inhoudelijke kwaliteit

Informatiewaarde Ensemblewaarde

3 3

? ?

3 3

Representativiteit

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Tabel 6-4 Waarderingstabel vindplaatsen.

Op basis van een bovengemiddelde inhoudelijke kwaliteit (8 punten) zijn vindplaats 1 en 3 als behoudenswaardig gewaardeerd. Van vindplaats 2 kan de behoudenswaardigheid niet worden vastgesteld. Omdat niet uitgesloten is dat het om een geïsoleerd gelegen gebouw uit de late prehistorie of de Romeinse tijd met een gemiddeld tot hoge inhoudelijke kwaliteit gaat, wordt voorlopig uitgegaan van een in potentie behoudenwaardige vindplaats.

Archol acht vindplaatsen 1 en 3 behoudenswaardig en vindplaats 2 in potentie behoudenwaardig (Figuur 6-1). Het totale oppervlakte van vindplaatsen 1-3 bedraagt 1,86 ha. Voor alle drie de vindplaatsen wordt in situ behoud geadviseerd. In situ behoud betekent dat de vindplaats in de bodem fysiek beschermt wordt door het nemen van inrichtings-en beheermaatregelen die (verdere) aantasting van de vindplaats voorkomen. Indien in situ behoud niet mogelijk is, dienen vindplaatsen 1 en 3 ex situ behouden te worden. Ex situ behoud betekent het middels een opgraving documenteren van de archeologische informatie van een vindplaats. Voor vindplaats 2 wordt in dat geval eerst een nadere waardering geadviseerd. De nadere waardering dient te bestaan uit het opnieuw open leggen van proefsleuf 5 en het aan beide zijden verbreden ervan met 4 m. De in de verbrede sleuf aangetroffen grondsporen dienen gecoupeerd en geïnterpreteerd te worden. Indien hieruit blijkt dat inderdaad sprake is van een behoudenswaardige vindplaats dan dient deze zo compleet mogelijk opgegraven te worden. Indien vindplaats 2 geen behoudenswaardige vindplaats blijkt te zijn, is hier geen verder onderzoek meer nodig.

De historische landweg wordt als niet behoudenswaardig beschouwd omdat deze op de kadastrale minuut van 1811-1832 is afgebeeld, op grond van zijn stratigrafische positie (midden van het plaggendek) van relatief jonge datum is, er geen aanwijzingen zijn voor een vol-middeleeuwse voorloper onder het plaggendek, en vanwege het feit dat met het documenteren van de karrensporen en bermgreppel er voldoende informatie over verzameld is. De zone buiten vindplaatsen 1 en 2 kan wat Archol betreft in principe worden vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen. Wel wordt geadviseerd om met deze vrijgave te wachten totdat een eventuele opgraving van de vindplaatsen is uitgevoerd. Indien na vrijgave bij de uitvoering van die werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding online via ARCHIS of het vondstmeldingsformulier). Op basis van de bevindingen van het onderzoek neemt de gemeente Asten een formeel besluit.

38

Figuur 6-1 Plangebied met de behoudenswaardige vindplaatsen 1 en 3, de in potentie behoudenswaardige vindplaats 2 en het in principe vrij te geven terreindeel.

Algemeen (vragen 1, 3; vraag 2 n.v.t.) 1. Zijn er archeologische resten (sporen, structuren, vondsten) in de bodem aanwezig, of zijn er aanwijzingen dat deze hier verwacht mogen worden? 2. Indien het onderzoek geen archeologische resten of beperkte archeologische fenomenen (bijvoorbeeld alleen losse vondsten) oplevert, welke verklaring is hiervoor dan te geven? 3. Is er een verwachting dat buiten het plangebied nog resten van de aangetroffen sites aanwezig zijn en wat is de verwachting omtrent de fysische en inhoudelijke kwaliteit daarvan? Het proefsleuvenonderzoek heeft drie vindplaatsen opgeleverd, die gezamenlijk bijna 70% van het plangebied omvatten. Vindplaats 1 betreft een nederzettingsterrein uit de Romeinse tijd, met mogelijk een oorsprong op het eind van de late ijzertijd. De vindplaats beslaat het westelijke en centrale deel van het plangebied, en loopt in noordelijke, westelijke en zuidelijke richting tot buiten het plangebied door. Vindplaats 2 is in het oosten van het plangebied gesitueerd en omvat mogelijk de resten van een gebouw uit de late prehistorie of Romeinse tijd. Doordat wateroverlast het onderzoek van deze

39

zone bemoeilijkte, kunnen bij deze interpretatie de nodige vraagtekens worden gezet. Vindplaats 3 ligt in het westen van het plangebied en bestaat mogelijk uit de resten van een erf uit de volle middeleeuwen. Gaafheid en conservering van de vindplaatsen (vragen : 4. In welke lagen of zones bevinden zich gave en goed geconserveerde archeologische resten of waar zijn ze te verwachten? 5. Wat is de mate van conservering en gaafheid van de archeologische resten? De sporen van vindplaatsen 1-3 bevinden zich in de westelijke, centrale , zuidelijke en noordoostelijke delen van het plangebied zijn alle gekoppeld aan de oude akkerlaag in top van het dekzandlandschap. Het feit dat deze oude akkerlaag bijna overal nog redelijk tot goed bewaard is gebleven, betekent dat de vindplaatsen slechts in beperkte mate door latere bodemingrepen zijn aangetast. De vindplaatsen kenmerken zich daarom door een hoge fysieke gaafheid (3 punten). De conserveringstoestand van de vindplaatsen is gemiddeld (2 punten). Het aangetroffen anorganische vondstmateriaal is gefragmenteerd, zoals gebruikelijk bij nederzettingsafval, maar slechts in beperkte mate verweerd.

Met betrekking tot organische vondsten en paleo-ecologisch materiaal is weliswaar geen onderzoek gedaan, maar op basis van de gemiddeld lage grondwaterstand (grondwatertrappen VI en VII) worden in ondiepe sporen alleen verkoolde organische resten verwacht. Alleen In diepe ingegraven grondsporen die tot onder de grondwaterspiegel reiken kunnen ook onverbrande en onverkoolde organische resten verwacht worden. Naast vindplaatsen 1-3 zijn resten van een historische landweg (karrensporen, bermgreppel) aangetroffen, die gekoppeld is aan de top van de tweede of basis van de derde fase van het plaggendek Perioden en sites: 6. Indien er archeologische resten aanwezig zijn, kunnen er binnen de vindplaats aparte sites onderscheiden worden, en zo ja, op welke gronden? 7. Wat is de begrenzing en de ruimtelijke spreiding, zowel in horizontale als verticale zin, van de sites en wat is de onderlinge samenhang? 8. Wat is per archeologische site in het plangebied: a. de ligging (inclusief diepteligging) en begrenzing b. de geologische en/of bodemkundige eenheid c. de omvang (inclusief verticale dimensies) d. aard /complextype / functie e. de samenstelling van de archeologische resten (grondsporen en mobilia) f. de vondst- en spoordichtheid g. de stratigrafie h.

de ouderdom, periodisering, typo-chronologische classificatie Vindplaats 1 Complextype Datering Omvang, ligging Diepteligging Centrumcoördinaten Spoordichtheid Vondstdichtheid

Vindplaats 2 Datering Complextype Omvang, ligging Diepteligging Centrumcoördinaten Spoordichtheid Vondstdichtheid

Inheemse nederzetting Late ijzertijd-Romeinse tijd 16.100 m², omvat het westelijke, centrale en zuidelijke deel van het plangebied Ca. 24,95-24,25 m +NAP/95-125 cm -mv, gekoppeld aan de oude akkerlaag in de top van het dekzand 180.355/381.955 Hoge spoordichtheid (gemiddeld ruim 1 spoor per 5 m²) Hoog: aardewerk, bouwmateriaal (o.m. dakpan), huttenleem, metaal (non-ferro, slak), glas, natuursteen, verbrand bot, verkoold hout en plantaardig materiaal. In dieper gelegen lagen en sporen die reiken tot onder het grondwaterniveau ook onverbrand hout, bot, plantaardig en ander organisch materiaal.

Late prehistorie-Romeinse tijd Bewoning? 2.500 m², in het noordoosten van het plangebied. Ca. 23,75 m +NAP/100-120 cm -mv, gekoppeld aan de oude akkerlaag in de top van het dekzand 179.980/381.985 Laag tot gemiddeld Laag 40

Bijzonderheden Vindplaats 3 Datering Complextype Omvang Diepteligging Centrumcoördinaten Spoordichtheid Vondstdichtheid Bijzonderheden

Aard en datering onzeker, mogelijk zelfs geen vindplaats

Volle middeleeuwen Mogelijk erf Ca. 1000 m², gelegen in het noordwesten van het plangebied binnen vindplaats 1 Ca. 24,6 m +NAP/90-140 cm -mv 180.155/381.900 Gemiddeld Laag Mogelijk stammen meer in de nabijheid als Romeins bestempelde sporen in werkelijk uit de volle middeleeuwen

9.

Zijn er aanwijzingen voor landgebruik (off-site-patronen) in de zin van wegen, perceelsindeling, akkers, grondstofwinning, vennen, et cetera? In sleuven 2-4 zijn drie kleine depressies aangetroffen. De depressies zijn zeer beperkt in omvang en relatief ondiep, waardoor er geen venige opvulling is vastgesteld. De oostzijde van vindplaats 1 lijkt begrensd te worden door een greppel. Aanwijzingen voor landgebruik in de late ijzertijd en Romeinse tijd zijn niet aangetroffen. 10. Zijn er aanwijzingen voor agrarische en/of ambachtelijke activiteiten? Zo ja, waaruit blijkt dat en welke kenmerken zijn hieraan naar analogie van vraag 9 te geven? De enige aanwijzingen voor agrarische activiteiten zijn de verdiepte stalgedeelten die duiden op veeteelt als een van de bestaansmiddelen. 11. Kunnen meerdere bewoningsfasen (relatief en absoluut) onderscheiden worden? Het onderzoek heeft bewoningsfasen in de late ijzertijd-Romeinse tijd (vindplaats 1) en volle middeleeuwen (vindplaats 3) vastgesteld. De mogelijke vindplaats 3 zou kunnen duiden op bewoning eerder in de ijzertijd (of late bronstijd). 12. Wanneer en waarom zijn de sites en de vindplaats in zijn geheel verlaten of in onbruik geraakt? Hierover zijn geen aanwijzingen verzameld.

Landschap en bodem: 14. Wat is de fysiek-landschappelijke ligging van de sites (geologie, bodemkunde, geomorfologie, afstand tot water, reliëf)? 15. Hoe is de opbouw van het profiel in bodemkundige zin? Wat zijn de kenmerken van de stratigrafische eenheden? Is er sprake van loopvlakken, begraven bodems, ophogingslagen of cultuurlagen? De ondergrond bestaat uit matig fijn zwak siltige zanden met roestvlekken. Deze dekzanden kennen een eolische oorsprong en worden gerekend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Er is sprake van een reliëfrijk landschap, met hoge delen in het noordwesten, zuidwesten en zuiden van het plangebied en een lager deel in het midden en oosten. De vindplaatsen 1 en 3 liggen op de relatief hogere delen van het landschap, vindplaats 3 ligt in het wat lagere deel. De top van de C-horizont ligt op de hoogste delen op 24,95 m +NAP in het noordwesten (1,25 m -Mv; sleuf 1), 24,25 m in het zuidwesten (1,1 m -Mv; sleuf 20) en 24,40 m in het zuiden (0,95 m -Mv; sleuf 21). In het relatief laag gelegen centrale deel van het plangebied ligt de top van de C-horizont rond de 23,20 m +NAP (1,4 m -Mv; sleuf 4). In het gebied komen veldpodzolen voor, maar deze zijn in grote delen van het onderzoeksgebied niet meer intact.

De oorspronkelijke A-horizont is opgenomen in de afdekkende oude akkerlaag of plaggendek, wat in veel gevallen ook geldt voor de EB-horizont (uit- en inspoelingshorizont). In de regel is alleen een restant van een BC- of C-horizont bewaard, die vaak gebioturbeerd is. In proefsleuven 5, 12, 13, 15 en 17 komen deels bewaarde veldpodzolen voor (Bhorizont) en alleen in proefsleuf 8 zijn geheel intacte veldpodzolen aangetroffen (A-E-B horizonten; Figuur 4 3). Veldpodzolen worden veel aangetroffen in de relatief wat lagere delen van het landschap, met relatief hoge grondwaterstanden. De roestvlekken in de top van de C-horizont (gley) zijn ook veroorzaakt door de hoge grondwaterstanden en fluctuatie hierin. In sleuven 2-4 zijn drie kleine depressies aangetroffen. 16. Wat is het paleo-ecologische potentieel van het plangebied? Zijn er locaties die voor analyse bemonsterd kunnen worden? De verdiepte stalgedeelten zijn in potentie geschikte monstercontexten voor paleo-ecologisch onderzoek. Dit geldt ook voor de drie kleine, relatief ondiepe depressies, maar dan in beperkte mate door het ontbreken van een venige opvulling.

41

17. Kan aan de hand van archeologisch vondstmateriaal uit het akkerdek een uitspraak worden gedaan over de ouderdom en/of de vorming van dit akkerdek? Er zijn onvoldoende vondsten uit het akkerdek die uitspraken over de datering ervan toelaten. 18. Welke postdepositionele processen hebben zich afgespeeld en wat is het effect daarvan op de archeologische resten? Vanaf de late middeleeuwen is door plaggenbemesting een plaggendek ontstaan. De introductie van de plaggenbemesting is niet gepaard gegaan met diepere bodemingrepen, zodat de onderliggende akkerlaag en grondsporen slechts in zeer beperkte mate zijn aangetast geraakt.

42

Bakker, H. de & J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus. Wageningen. Ball, E.A.G. & R.M. van Heeringen (red.), 2016. Westelijk Noord-Brabant in het Malta-tijdperk. Synthetiserend onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis van het westelijk deel van het Brabants zandgebied. RCE, Amersfoort (NAR 051). Ball, E.A.G. & R. Jansen (red.), 2018. Drieduizend jaar bewoningsgeschiedenis van oostelijk Noord-Brabant. Synthetiserend onderzoek naar locatiekeuze en bewoningsdynamiek tussen 1500 v. Chr. en 1500 n. Chr. op basis van archeologisch onderzoek in het Malta-tijdperk (deel 1/2). RCE, Amersfoort (NAR 061). Boer, E. de, & H.A. Hiddink, 2009: Opgravingen aan de Ter Hofstadlaan te Someren. Een nederzetting en grafveld uit de late ijzertijd en Romeinse tijd en erven uit de volle middeleeuwen, Amsterdam (Zuidnederlandse Archeologische Rapporten 37). Boer, E. de, & H.A. Hiddink, 2012: Opgravingen in Waterdael III te Someren Deel 2. Bewoningssporen uit de latere prehistorie, de vroege en volle middeleeuwen, Amsterdam (Zuidnederlandse Archeologische Rapporten 50). Broeke, P.W. van den, 2012. Het handgevormde aardewerk uit de IJzertijd en de Romeinse tijd van Oss-Ussen. Studies naar de typochronologie, technologie en herkomst, Leiden. Brunsting, H., 1937: Het grafveld onder Hees bij Nijmegen.

Een bijdrage tot de Kennis van Ulpia Noviomagus, Amsterdam (Archeologische-historische bijdragen 4). Haalebos, J.K., 1990: Het grafveld van Nijmegen-Hatert. Een begraafplaats uit de eerste drie eeuwen na Chr. Op het platteland bij Noviomagus Batavorum, Nijmegen (beschrijving van de verzamelingen in het provinciaal museum G.M. Kam te Nijmegen 11). Hakvoort, S., F.P. Kortlang & M. Wesdorp, 2004: Archeologisch onderzoek op de Hoge Akkers en de Ripsvelden bij Someren. Bewoning uit de IJzertijd en de Romeinse tijd, Amsterdam (Zuidnederlandse Archeologische Rapporten 15). Hiddink, H.A., 2005: Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven in het plangebied Deurne-Binderen Zuid (Groot Bottelsche Akker). (Zuidnederlandse Archeologische Notities 44) ACVU-HBS, Archeologisch Centrum Vrije Universiteit, Amsterdam. Hiddink, H.A., 2007: Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven in het plangebied Deurne-Binderen Zuid, fase 2 (Groot Bottelsche Akker). (Zuidnederlandse Archeologische Notities 103) ACVU-HBS, Archeologisch Centrum Vrije Universiteit, Amsterdam. Hiddink, H.A., 2008: Archeologisch onderzoek op de Groot Bottelsche Akker bij Deurne. Bewoning uit de Steentijd, IJzertijd, Romeinse tijd, Vroege en Volle Middeleeuwen, Amsterdam (Zuidnederlandse Archeologische Rapporten 33). Hiddink, H.A., 2014.

Materiaal en Methode 2: Romeins aardewerk van de Zuid-Nederlandse zandgronden. VUHBS/Vrije Universiteit, Amsterdam. Hiddink, H.A., & E. de Boer, 2009: Opgravingen aan de Ter Hofstadlaan te Someren, Amsterdam (Zuidnederlandse Archeologische Rapporten 37). Hiddink, H.A., & E. de Boer, 2011: Opgravingen in Waterdael III te Someren I. Grafvelden en begravingen uit de ijzertijd en Romeinse tijd, Amsterdam (Zuidnederlandse Archeologische Rapporten 42). Klooster, E. van der, 2023. Archeologisch bureauonderzoek Kloosterstraat - Hogeweg te Ommel (percelen Asten M 488 en 643), Gemeente Asten. KSP-rapport 23217. Meurkens, L. & E. Heunks, 2022. Een urnenveld op de Aarlesche Heide opnieuw onderzocht. Resultaten van een archeologisch en aardwetenschappelijk onderzoek in het plangebied Eindhoven‐Wegenstructuur Brainportpark (Gemeentes Eindhoven, Oirschot en Best). Archol-rapport 610. Archol bv, Leiden.

43

Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003. De ondergrond van Nederland. Houten. Oelmann, F., 1914: Die Keramik des Kastells Niederbieber, Frankfurt a.M. (MRGK1). Pierik, H.J., 2017. Past Human-landscape interactions in The Netherlands. Reconstructions from sand belt to coastal-delta plain for the first millennium AD. Utrecht Studies in Earth Sciences 139. Schokker, J., 2003. Patterns and processes in a Pleistocene fluvio-aeolian environment. Nederlandse Geografen Studies 314. Schokker, J., Weerts, H.J.T., Westerhoff, W.E., Berendsen, H.J.A., Den Otter, C., 2007. Introduction of the Boxtel Formation and implications for the Quaternary lithostratigraphy of the Netherlands. Netherlands Journal of Geosciences / Geologie en Mijnbouw, 86, 197-210. Stouthamer, E., K.M. Cohen & W.Z. Hoek, 2015. De vorming van het land. Geologie en geomorfologie. Zevende geheel herziene druk. Utrecht. Stuart, P., 1962: Gewoon aardewerk uit de Romeinse legerplaats en de bijbehorende Grafvelden te Nijmegen, Leiden (supplement OMROL 43). Stuart, P., 1976: Een Romeins Grafveld uit de eerste eeuw te Nijmegen. Onversierde sigillata en gewoon aardewerk, OMROL 57, 1-148. Uitgeverij Nieuwland, 2008. Historische Atlas, ca. 1836-1843. Noord-Brabant, schaal 1:25.000. Tilburg. Vanvinckenroye, W., 1967/68. Naamstempels op Terra sigillata van Heerlen.

Analytische inventaris van de pottenbakkersmerken op onversierde terra sigillata, PSHAL 103/104, 1-33. Vanvinckenroye, W., 1991: Gallo-Romeins aardewerk van Tongeren, Tongeren/Hasselt (PGRMT 44). Verspay, J., 2022. Het agrarische cultuurlandschap in de middeleeuwen en Nieuwe tijd. In: L. Meurkens & E. Blom, Nederzettingen en graven van de bronstijd tot en met de middeleeuwen en een erf uit de Nieuwe tijd. Resultaten van drie opgravingscampagnes (2016-2019) in het plangebied Veldhoven – Huysackers (gemeente Veldhoven), Leiden/Amersfoort (Archol Rapport 587 / ADC rapport 5950), 64-77. Vos, P., J. Bazelmans, M. van der Meulen & H. Weerts, 2018. Atlas van Nederland in het Holoceen. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. Digitaal beschikbaar op www.archeologieinnederland.nl. Westerhoff, W.E., T.E. Wong en E.F.J. de Mulder, 2003. Opbouw van de ondergrond, in: Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong (red.): De ondergrond van Nederland, Groningen/Houten, 247-352.

44

Figuur 1-1 Plangebied Asten – Ommel Noord. Figuur 1-2 Overzicht van het plangebied vanuit het oosten in westelijke richting. Figuur 2-1 Geomorfologische kaart (naar Van der Klooster 2023, bijlage 1). Figuur 2-2 Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand Nederland (naar Kortlang & Van Luling 2024, bijlage 7). Figuur 2-3 Bodemkaart (naar Van der Klooster 2023, bijlage 2). Figuur 2-4. Verspreidingskaart Archeologische waarnemingen (Archis, amateur-meldingen etc) met uitsnede. Figuur 2-5. Het plangebied (rood) op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant. Figuur 2-6 Het plangebied (rood) geprojecteerd op de Kadastrale Minuut 1811-1832 (uit: Van der Klooster 2023). Figuur 2-7. Het plangebied op de (historisch-)topografische kaarten (uit: Van der Klooster 2023). Figuur 3-1. Coupe van greppelspoor 62. Direct na couperen stroomt de coupe vol met grondwater. Figuur 3-2. Puttenkaart met ligging van profielkolommen. Figuur 4-1. Vlakhoogtekaart. Figuur 4-2. Profiel 5.01 met onder de recente en begraven sub recente bouwvoor (S5000, S5005), het driefasige plaggendek (S5010, S5015, S5017), de oude akkerlaag (S5020) en de C-horizont met B-vlekken (S5030). Figuur 4-3.

Profiel 8.01 met onder de A-, E, B- en C-horizonten van een veldpodzol (S5021, S5025, S5029 en S5030), afgedekt door de oude akkerlaag (S5020), het driefasige plaggendek (S5010, S5015 en S5017) en de huidige en begraven subrecente bouwvoor (S5000, S5005). Figuur 5-1. Sporenkaart ijzertijd-Romeinse tijd. Figuur 5-2 Detailoverzicht van proefsleuf 10 met een deel van een boerderijstructuur voorzien van een verdiept stalgedeelte. Het grijs gekleurd spoor betreft S129 uit de volle middeleeuwen (zie paragraaf 5.1.2). Figuur 5-3 Veldfoto van proefsleuf 10 met links paalsporen van de lange zijde van een boerderijstructuur met een verdiept stalgedeelte. Figuur 5-4. Veldfoto van proefsleuf 9 met een deel van een boerderijstructuur voorzien van wandgreppels en een haard. Figuur 5-5. Detailoverzicht van proefsleuf 5 met een cluster paalsporen uit mogelijk de late prehistorie of Romeinse tijd. Figuur 5-6. Sporenkaart middeleeuwen - Nieuwe tijd (zie ook Bijlage IV). 1 kuilen S157 en 161; 2 kuil S129; 3 karrenspoor S190; 4 bermgreppel S95. Figuur 5-7. Sleuf 13, vlak 0. Karrensporen in het plaggendek. Figuur 5-8 Links: ingesnoerde tuit van Haspengouwse kruik (v26.1). Midden en rechts: doorsnede en bovenaanzicht van de rand van een wrijfschaal Brunsting 36 (v26.1.

Figuur 6-1 Plangebied met de behoudenswaardige vindplaatsen 1 en 3, de in potentie behoudenswaardige vindplaats 2 en het in principe vrij te geven terreindeel.

Tabel 1-1 Samenstelling onderzoeksteam. Tabel 1-2 Administratieve gegevens. Tabel 3-1 Overzicht aantallen vondsten per categorie. Tabel 5-1 Sporen per categorie en type. Tabel 5-2 Overzicht wijze van magering. Tabel 5-3. Overzicht verschillende soorten Romeins importaardewerk. Tabel 5-4. Overzicht van het nauwkeuriger te dateren Romeinse aardwerk. Tabel 6-1 Kenmerken vindplaats 1. Tabel 6-2 Kenmerken vindplaats 2. Tabel 6-3 Kenmerken vindplaats 3. Tabel 6-4 Waarderingstabel vindplaatsen.

45

46

spoor omschrijving 1 kuil 2 paalkuil 3 paalkuil 4 paalkuil 5 kuil 6 paalkuil 7 paalkuil 8 paalkuil 9 paalkuil 10 paalkuil 11 paalkuil 12 paalkuil 13 paalkuil 14 paalkuil 15 kuil 16 paalkuil 17 paalkuil 18 paalkuil 19 paalkuil 20 paalkuil 21 paalkuil 22 paalkuil 23 paalkuil 24 kuil 25 kuil 26 paalkuil 27 kuil 28 kuil 29 kuil 30 paalkuil 31 Verdiept stalgedeelte 32 paalkuil 33 paalkuil 34 kuil 35 paalkuil 36 paalkuil 37 paalkuil 38 paalkuil 39 paalkuil 40 paalkuil 41 paalkuil 42 paalkuil 43 paalkuil 44 paalkuil 45 huisgreppel 46 paalkuil 47 paalkuil 48 paalkuil

nap diepte datering opmerking 24,72 ROM 24,7 ROM 24,76 ROM 24,71 ROM 24,75 ROM 24,75 ROM 24,76 ROM 24,76 ROM 24,81 ROM 24,8 ROM 24,76 ROM 24,71 ROM 24,73 ROM 24,75 ROM 24,76 ROM aph 24,78 ROM 24,82 ROM 24,84 ROM 24,77 ROM ROM Niet ingemeten. ROM Niet ingemeten. ROM Niet ingemeten. 24,84 ROM 24,13 ROM 24,19 ROM 24,24 ROM 24,13 ROM 24,15 ROM 24,12 ROM 24,07 ROM 24,1 ROM Verdiept stalgedeelte 24,11 24 ROM 24,15 ROM 24,21 ROM 23,6 ROM 23,62 ROM 23,76 ROM 23,71 ROM 23,68 ROM 23,73 ROM 23,7 ROM 23,71 ROM 23,71 ROM 23,7 ROM 23,75 ROM 23,7 ROM 23,61 ROM 23,65 ROM

49 paalkuil 50 huisgreppel 51 paalkuil 52 paalkuil 53 paalkuil 54 paalkuil 55 paalkuil 56 depressie 57 paalkuil 58 paalkuil 59 greppel 60 paalkuil 61 depressie 62 greppel 63 kuil 64 paalkuil 65 paalkuil 66 vlek 67 vlek 68 paalkuil 69 paalkuil 70 vlek 71 greppel 72 natuurlijke verstoring 73 natuurlijke verstoring 74 paalkuil 75 paalkuil 76 paalkuil 77 paalkuil 78 paalkuil 79 paalkuil 80 kuil 81 natuurlijke verstoring 82 paalkuil 83 paalkuil 84 paalkuil 85 natuurlijke verstoring 86 vlek 87 paalkuil 88 depressie 89 kuil 90 paalkuil 91 paalkuil 92 greppel 93 Verdiept stalgedeelte 94 paalkuil 95 kuil 96 paalkuil 97 paalkuil

23,58 23,5 23,53 23,53 23,52 23,52 23,51 23,5 23,2 23,43 23,44 23,5 23,06 23,19 23,18 23,2 23,23 23,25 23,29 23,29 23,22 23,31 23,28 23,49 23,54 23,49 23,48 23,49 23,5 23,54 23,58 23,55 23,67 23,66 23,64 23,67 23,63 23,64 24,03 24,01 23,98 24,06 24,05 23,27 23,49 23,6 23,63 23,61 23,56

ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM NT ROM XXX 14 ROM XXX 18 PREH 6 XXX 8 XXX 12 XXX XXX XXX 18 XXX PREH 10 6 PREH PREH PREH PREH PREH 32 PREH PREH PREH 10 PREH 14 PREH PREH 14 PREH 18 PREH XXX ROM ROM 12 ROM 8 PREH 25 ROM ROM 40 ROM ROM ROM

Diepte bepaald met boring

Gebootd

komt onder de veldpodzol vandaan 3X GEBOORD 2X GEBOORD

98 kuil 99 paalkuil 100 paalkuil 101 paalkuil 102 paalkuil 103 huisgreppel 104 paalkuil 105 haardkuil 106 huisgreppel 107 paalkuil 108 paalkuil 109 kuil 110 paalkuil 111 paalkuil 112 paalkuil 113 paalkuil 114 paalkuil 115 paalkuil 116 paalkuil 117 paalkuil 118 paalkuil 119 paalkuil 120 paalkuil 121 paalkuil 122 paalkuil 123 paalkuil 124 paalkuil 125 paalkuil 126 paalkuil 127 paalkuil 128 paalkuil 129 paalkuil 130 paalkuil 131 paalkuil 132 paalkuil 133 paalkuil 134 paalkuil 135 paalkuil 136 paalkuil 137 paalkuil 138 paalkuil 139 paalkuil 140 paalkuil 141 Verdiept stalgedeelte 142 greppel 143 paalkuil 144 paalkuil 145 paalkuil 146 kuil

23,67 23,62 23,67 23,6 23,59 23,7 23,7 23,75 23,83 23,76 23,8 23,86 23,97 23,93 23,59 23,78 23,78 23,76 23,83 23,8 23,84 23,85 24,67 24,18 24,21 24,22 24,19 24,21 24,23 24,19 24,24 24,27 24,25 24,28 24,21 24,22 24,31 24,33 24,29 24,33 24,28 24,33 24,37 24,3 24,3 24,34 24,36 24,36 24,5

ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM 24 ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM XME ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM 35 ROM ROM ROM ROM ROM ROM

verbranden leem en hk mogelijk locatie haard

147 kuil 148 paalkuil 149 paalkuil 150 paalkuil 151 paalkuil 152 paalkuil 153 paalkuil 154 paalkuil 155 paalkuil 156 paalkuil 157 paalkuil 158 paalkuil 159 paalkuil 160 paalkuil 161 paalkuil 162 paalkuil 163 kuil 164 paalkuil 165 kuil 166 kuil 167 paalkuil 168 paalkuil 169 paalkuil 170 kuil 171 kuil 172 kuil 173 kuil 174 kuil 175 kuil 176 paalkuil 177 paalkuil 178 paalkuil 179 paalkuil 180 paalkuil 181 paalkuil 182 paalkuil 183 paalkuil 184 paalkuil 185 kuil 186 paalkuil 187 paalkuil 188 paalkuil 189 kuil 190 karrespoor 191 paalkuil 192 paalkuil 193 paalkuil 194 paalkuil 195 paalkuil

24,47 24,51 24,5 24,54 24,56 24,57 24,68 24,65 24,56 24,75 24,79 24,78 24,72 24,79 24,8 24,82 24,83 24,82 24,85 24,94 24,91 24,91 24,9 24,91 24,89 24,94 24,94 24,94 24,95 24,75 24,8 24,72 24,66 24,68 24,66 24,67 24,57 24,43 24,37 24,27 24,25 24,19 24,17 24,27 23,53 23,62 23,62 23,68 23,64

ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM XME ROM ROM ROM XME ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM PREH PREH PREH PREH PREH PREH PREH PREH ROM ROM ROM ROM ROM ROM XME PREH 5 PREH 6 PREH 14 PREH PREH

196 Verdiept stalgedeelte 197 paalkuil 198 natuurlijke verstoring 199 kuil 200 paalkuil 201 paalkuil 202 paalkuil 203 paalkuil 204 paalkuil 205 paalkuil 206 paalkuil 207 paalkuil 208 paalkuil 209 paalkuil 210 paalkuil 211 paalkuil 212 paalkuil 213 paalkuil 214 paalkuil 215 paalkuil 216 paalkuil 217 paalkuil 218 paalkuil 219 paalkuil 220 paalkuil 221 paalkuil 222 paalkuil 223 natuurlijke verstoring 224 paalkuil 225 paalkuil 226 natuurlijke verstoring 227 vlek 228 paalkuil 229 paalkuil 230 paalkuil 231 natuurlijke verstoring 232 vlek 233 paalkuil 234 paalkuil 235 vlek 236 natuurlijke verstoring 237 natuurlijke verstoring 238 paalkuil 239 natuurlijke verstoring 240 natuurlijke verstoring 241 natuurlijke verstoring 242 natuurlijke verstoring

23,61 23,77 23,74 23,73 23,76 23,71 23,72 23,73 23,72 23,73 23,71 23,68 23,69 23,72 23,71 23,67 23,64 23,65 23,64 23,65 23,66 23,6 23,61 23,6 23,59 23,57 23,52 23,75 23,76 23,78 23,72 23,78 23,99 23,94 23,63 23,99 24,01 23,94 24 23,97 24 24,02 24,07 24,01 24,07 24,05 24,03

80 ROM

10 ROM ROM ROM ROM ROM ROM 8 ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM XXX 30 ROM 28 ROM XXX 18 ROM 30 ROM 22 ROM ROM XXX 10 ROM 6 PREH 6 PREH PREH PREH PREH 10 PREH PREH PREH PREH PREH

geboord minimaal 80cm diep. Het kan eventueel ook nog een waterput zijn. geen foto door het water

stort in door water

243 natuurlijke verstoring 244 paalkuil 245 paalkuil 246 paalkuil 247 paalkuil 248 paalkuil 249 paalkuil 250 paalkuil 251 paalkuil 252 paalkuil 253 paalkuil 254 paalkuil 255 paalkuil 256 paalkuil 257 paalkuil 258 paalkuil 259 paalkuil 260 paalkuil 261 paalkuil 262 paalkuil 263 paalkuil 264 paalkuil 265 paalkuil 266 paalkuil 267 paalkuil 268 paalkuil 269 paalkuil 270 paalkuil 271 paalkuil 272 paalkuil 273 paalkuil 274 paalkuil 275 paalkuil 276 paalkuil 277 paalkuil 278 paalkuil 279 paalkuil 280 paalkuil 281 paalkuil 282 paalkuil 283 paalkuil 284 paalkuil 285 paalkuil 286 paalkuil 287 paalkuil 288 paalkuil 289 paalkuil 290 paalkuil 291 paalkuil

24,09 24,18 24,09 24,1 24,09 24,09 24,09 24,12 24,12 24,09 24,11 24,1 24,09 24,09 24,12 24,11 24,11 24,12 24,11 24,11 24,1 24,1 24,11 24,1 24,08 24,09 24,1 24,1 24,1 24,1 24,09 24,08 24,08 24,08 24,07 24,07 24,07 24,07 24,07 24,08 24,08 24,03 24,09 24,09 24,11 24,09 24,1 24,09 24,07

PREH ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM

292 paalkuil 293 paalkuil 294 paalkuil 295 paalkuil 296 paalkuil 297 paalkuil 298 paalkuil 299 paalkuil 300 paalkuil 301 paalkuil 302 paalkuil 303 paalkuil 304 paalkuil 305 paalkuil 306 paalkuil 307 paalkuil 308 paalkuil 309 paalkuil 310 paalkuil 311 paalkuil 312 paalkuil 313 paalkuil 314 paalkuil 315 paalkuil 316 paalkuil 317 paalkuil 318 paalkuil 319 paalkuil 320 paalkuil 321 paalkuil 322 paalkuil 323 kuil 324 paalkuil 325 paalkuil 326 paalkuil 327 paalkuil 328 paalkuil 329 paalkuil 330 paalkuil 331 paalkuil 332 paalkuil 333 paalkuil 334 paalkuil 335 paalkuil 336 paalkuil 337 paalkuil 338 paalkuil 339 paalkuil 340 paalkuil

24,13 24,08 24,05 24,06 24,04 24,13 24,09 24,06 24,03 24,11 24,06 24,03 24,03 24,05 24,09 24,09 24,12 24,12 24,13 24,11 24,1 24,06 24,05 23,96 24,06 24,08 24,07 24,05 24,06 24,03 24,01 24,14 24 24,06 24,1 24,05 24,03 23,99 24,03 24,06 24,06 24,09 24,07 24,08 24,09 24,09 24,09 24,08 24,08

ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM 28 ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM

341 paalkuil 342 paalkuil 343 paalkuil 344 paalkuil 345 paalkuil 346 paalkuil 347 paalkuil 348 paalkuil 349 paalkuil 350 paalkuil 351 paalkuil 352 paalkuil 353 paalkuil 354 paalkuil 355 kuil 356 paalkuil 357 kuil 358 kuil 359 paalkuil 360 paalkuil 361 paalkuil 362 kuil 363 kuil 364 kuil 365 paalkuil 366 paalkuil 367 vlek 368 natuurlijke verstoring 369 natuurlijke verstoring 370 natuurlijke verstoring 371 natuurlijke verstoring 372 natuurlijke verstoring 373 natuurlijke verstoring 374 natuurlijke verstoring 375 natuurlijke verstoring 376 natuurlijke verstoring 377 kuil 378 natuurlijke verstoring 379 natuurlijke verstoring 380 natuurlijke verstoring 381 natuurlijke verstoring 382 natuurlijke verstoring 383 natuurlijke verstoring 384 paalkuil 385 natuurlijke verstoring 777 natuurlijke verstoring 999 recente verstoring 5000 bouwvoor 5005 laag

24,16 24,1 24,11 24,13 24,12 24,14 24,1 24,1 24,18 24,11 24,16 24,21 24,24 24,24 24,28 24,25 24,23 24,22 24,19 24,14 24,19 24,23 24,27 24,27 24,27 24,25 24,24 24,28 24,37 24,32 24,37 24,4 24,38 24,39 24,39 24,4 24,68 24,22 24,27 24,28 24,29 24,17 24,07 24,34 24,14 24,21 24,68 25,87

ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM ROM 6 ROM ROM XXX XXX XXX XXX XXX PREH XXX XXX XXX XXX 45 XXX XXX XXX XXX XXX XXX XXX 30 ROM XXX XXX XXX NTC NTC

5010 esdek 5015 esdek 5017 esdek 5020 laag 5021 laag 5025 laag 5026 laag 5027 laag 5028 laag 5030 laag

NT NT NT XME XME

XXX XXX

oude akkerlaag Veldpodzol e-horizont B horizont Menglaag oude akkerlaag, ouder dan de middeleeuwen c-horizont dekzand

47

vondstnr put vlak spoor categorie aantal gewicht opmerking 1 3 1 56 ARO 1 27 1 3 1 56 DKP 1 135 kattenpoot afdruk, romeins 2 5 1 5017 AME 1 3 grijsbakkend (1300-1500) 3 1 91 5010 ANT 1 5 roodbakkend 4 2 1 29 ARO 2 31 4 2 1 29 VKL 1 7 5 2 1 25 ARO 1 5 6 2 1 24 VKL 1 2 6 2 1 24 ARO 1 17 7 2 1 5020 BOUW 1 61 romeins baksteen? Of dakpan 7 2 1 5020 ARO 2 35 8 2 1 88 ARO 1 143 9 1 1 15 STE 2 15 9 1 1 15 APH 2 18 10 2 1 91 ARO 1 10 11 8 1 93 ARO 14 193 11 8 1 93 SXX 1 81 11 8 1 93 DKP 3 362 imbrex romeins 12 8 1 95 SXX 2 397 12 8 1 95 ARO 3 121 13 9 1 116 ARO 1 4 14 9 1 106 APH 1 12 15 1 1 10 ARO 1 4 16 10 1 5020 APH 1 4 16 10 1 5020 AME 1 5 kogelpot (1100-1300) 17 10 1 141 ARO 6 21 17 10 1 141 BOUW 6 36 romeins baksteen? Of dakpan 17 10 1 141 APH 2 23 18 10 1 5020 ARO 1 4 19 10 1 129 AME 1 8 kogelpot (ca 1000-1100) 20 11 1 5030 STE 1 59 21 11 1 5020 MBR 1 7 riem 22 11 1 161 AME 1 2 kogelpot (1000-1300) 23 11 1 5017 ARO 3 41 23 11 1 5017 VKL 1 7 24 11 1 157 AME 1 3 Pingsdorf (900-1300) 25 11 1 158 APH 1 6 26 13 1 196 ARO 17 924 26 13 1 196 DKP 5 442 fragmenten Romeins dakpan 26 13 1 196 STE 8 331 27 14 1 5015 MSL 1 4 28 14 1 5020 APH 2 12 29 14 1 5020 ARO 1 33 31 15 1 225 APH 3 63 32 12 1 189 APH 1 12 33 12 1 188 APH 1 13 34 12 1 185 ARO 1 1 35 12 1 5020 APH 1 14

36 37 38 39 40 41 42 43 44 44 45 46 46 47 48 48 49 50 51

12 18 18 18 18 18 18 18 18 18 18 20 20 21 22 22 22 22 22

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 91 1 1

176 APH 5030 VKL 5015 ARO 288 ARO 286 ARO 5020 ARO 297 MFE 5030 ARO 307 APH 307 ARO 317 ARO 362 STE 362 ARO 373 ARO 378 APH 378 SXX 5028 ARO 379 APH 380 VKL

1 1 1 1 1 3 2 1 1 2 1 2 1 1 6 1 1 2 1

3 1 7 2 248 11 15 fragmenten romeinse spijker 158 5 14 5 455 2 6 64 7 5 6 4

48

Spoortype kuil haardkuil Paalsporen greppel huisgreppel verdiept stalgedeelte vlek natuurlijke verstoring depressie recente verstoring

49

50

vondstnr:splitsnr aantal gewichtN randN wandgrind/steengrui 9

1

2

14

1

16

2

17

3

25

1

28

Zand

Potgruis

bakwijze

afwerking_binnen afwerking_buiten

Dat_start

Dat_eind

GP Glad/Gepolijst

IJZ

ROM

17,5

2

0

0

2

2 OX_RED

1

12

0

1

0

1

1 OX_RED

G Glad

R RUW

IJZ

ROM

1

3,7

0

1

0

0

1 RED

G Glad

G Glad

IJZ

ROM

2

23

0

2

1

2

0 OX_RED

R RUW

R RUW

BRONS

IJZ

1

5,7

0

1

0

1

0 OX_RED

R RUW

R RUW

IJZ

ROM

1

2

2

0

2

0

2

0 OX_RED

R RUW

R RUW

IJZ

ROM

31

1

3

63

0

3

0

3

3 RED_OX

R RUW

R RUW

IJZ

ROM

32

1

1

12

0

1

0

1

1 OX_RED

G Glad

G Glad

IJZ

ROM

33

1

1

13

0

1

0

1

0 OX_RED

R RUW

R RUW

IJZ

ROM

35

1

1

13,5

0

1

0

1

1 RED

G Glad

G Glad

IJZ

ROM

36

1

1

2,7

0

1

0

0

1

O Onduidelijk

O Onduidelijk

IJZ

ROM

44

2

1

4,6

0

1

0

1

1 RED

GP Glad/Gepolijst

GP Glad/Gepolijst

IJZ

ROM

48

1

5

2

3

0

5

5 OX

G Glad

G Glad

IJZ

ROM

48

1

1

21,6

0

1

0

1

1 OX_RED

GP Glad/Gepolijst

GP Glad/Gepolijst

IJZL

ROM

50

1

2

6

0

2

0

0

2 OX_RED

G Glad

G Glad

IJZ

ROM

25 200,3

4

21

Totaal

GP Glad/Gepolijst

vorm/opmerking 3_GH Gesloten met Hals

1_OP Open, 1 individu

51

Vondstnr spoornr Aantal Onderdeel Soort aardewerk 1.1 56 1 wand Dolium 4.1 29 1 wand Ruwwandig 4.1 29 1 wand, start rand Indet 5.1 25 1 Wand Glandwandig 6.1 24 1 bodem Geverfde waar? 7.1 5020 1 Wand Ruwwandig 7.1 5020 1 Wand Wrijfschaal 8.1 88 1 Rand Wrijfschaal 10.1 91 1 Wand Glandwandig 11.1 93 6 wand Indet 11.1 93 2 wand Ruwwandig 11.1 93 1 rand, deksel Ruwwandig 11.1 93 3 start rand Wrijfschaal 11.1 93 1 wand Glandwandig 11.1 93 1 start rand Dolium? 11.1 93 1 wand Geverfde waar 12.1 95 1 oor? Indet 12.1 95 1 bodem Ruwwandig 12.1 95 1 wand Ruwwandig 13.1 116 1 wand Ruwwandig 15.1 10 1 Wand Indet 17.1 141 2 wand Indet 17.1 141 1 wand Indet 17.1 141 1 wand Glandwandig 17.1 141 1 Wand Geverfde waar 17.1 141 1 wand Geverfde waar? 18.1 5020 1 wand Ruwwandig 23.1 5017 2 wand Geverfde waar 23.1 5017 1 bodem Indet 26.1 196 4 bodem Ruwwandig 26.1 196 2 wand Ruwwandig 26.1 196 1 wand Amfoor 26.1 196 1 rand Ruwwandig 26.1 196 1 rand, deksel Ruwwandig 26.1 196 1 wand Wrijfschaal 26.1 196 2 rand Dolium 26.1 196 1 oor Ruwwandig 26.1 196 2 rand Wrijfschaal 26.1 196 1 Complete rand Glandwandig 29.1 5020 1 wand Ruwwandig 34.1 185 1 Wand Metaalglanswaar 38.1 5015 1 Wand Ruwwandig 39.1 288 1 Wand Indet 40.1 286 1 bodem Ruwwandig 41.1 5020 3 wand Indet 43.1 5030 1 bodem Ruwwandig/dolium? 44.1 307 1 wand Ruwwandig 44.1 307 1 wand Glandwandig 45.1 317 1 wand Lowlandsware 46.1 362 1 Wand

Ruwwandig? 47.1 373 1 Wand Indet 49.1 5028 1 Wand Indet

Vormtype

Datering Opmerkingen Rom Rom Rom mogelijk fragment Wrijfschaal Rom Rom Rom Rom Brunsting 36 Rom secundair verbrand? Rom Rom sterk verweerd Rom stuart 210 Rom Brunsting 36 Rom sterk verweerd, uit Bavay Rom roodbaksel Rom na 150AD Jachtbeker uit Keulen Rom Gladwandig? Rom Rom fragment Wrijfschaal? Rom Rom Rom Rom Rom Niederbieber 30/32? 140-260AD decoratie, Brunsting type b Rom Rom 2de- 3de eeuw brunsting type b Rom verweerd Rom Rom Rom Niederbiebier 89 140-260AD stuart 210 Rom Rom Rom Rom 3 ribben Brunsting 36 Rom Rijnland Haspengouwse kruik 170-270AD Rom 3e eeuw uit Trier Rom Rom Rom Rom Gladwandig? Rom Rom Rom 70-270AD Rom Rom Rom

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=83eb69d9-60ef-408e-8f42-d40cb0bd4bc1