CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2a - Motivering BOPA Korhoenweg 7

Gemeenteraad 27 januari 2026, gemeente AstenBij agendapunt: Adviesrecht buitenplanse omgevingsplanactiviteit, herontwikkeling intensieve varkenshouderij aan de Korhoenweg 7, Heusden (hamerstuk)27.557 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

pagina 11 van 19

documentkenmerk: 2403745LLU-01 , versie 0

3. 3. 2

Grond

De analyseresultaten van de grondmonsters zijn weergegeven in bijlage 4. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 8. Een samenvatting is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 3. 9: samenvatting toetsingsresultaten grond monster-

code

traject (m-mv)

deelmonsters

motivatie

toetsingsresultaten Bal (Wbb) 1) < I ( > T) 3) > I

indicatie Rbk 2)

< I ( > AW) 4)

deellocatie A: gehele terrein , excl. bebouwing (ca. 8. 730 m)2 MMA01

MMA02

MMA03

MMA04

MMA05

MMA06

000 ,

000 ,

000 ,

020 ,

- 050 ,

- 050 ,

, - 050

, - 100

, , 080 - 150

070 ,

- 150 ,

A01 (000 , A09 (035 , A10 (000 , A11 (000 ,

- 050) , ,

zintuiglijk schone bovengrond (zand)

-

-

-

LN

A03 (000 , A07 (000 , A13 (000 , A14 (000 , A15 (000 , A17 (000 , A21 (000 , A23 (000 ,

- 050) , ,

zintuiglijk schone bovengrond (zand)

-

-

-

LN

zintuiglijk schone bovengrond (zand)

koper

-

-

Ind.

A04 (050 , A05 (050 , A19 (020 , A22 (030 ,

, , - 080)

zintuiglijk schone bovengrond (zand) , onder erfverhardingen

koper

-

-

LN

A01 (080 , A03 (100 , A04 (080 ,

, , - 130)

zintuiglijk schone ondergrond (zand)

-

-

-

LN

A02 (070 , A05 (100 , A06 (100 ,

- 100) , ,

zintuiglijk schone ondergrond (zand)

-

-

-

LN

- 010) , ,

meest verdachte

-

-

-

LN

- 010) , ,

bodemlaag (contactzone)

- 050) , , - 050) , , - 050) , - 050) , , - 050) , , - 050) , , , - 050) , , - 050) , , - 050) , - 050)

, , - 100) , , - 050) , - 080)

, , - 150) , - 130)

- 150) , , - 150) ,

deellocatie B: druppelzone (ca. 60 m)1 MMB01

000 ,

- 010 ,

B01 (000 , B02 (000 , B03 (000 ,

- 010) ,

Opmerkingen bij de tabel: 1) gezien de overgangsperiode van de Wet bodembescherming naar de Omgevingswet zijn de resultaten vooralsnog aan beide kaders getoetst. 2) de toetsing aan het Regeling bodemkwaliteit betreft een indicatie van de hergebruiksmogelijkheden. 3) alleen van toepassing bij toetsing aan Wet bodembescherming.

3. 3. 3

Grondwater

De analyseresultaten van de grondwatermonsters zijn weergegeven in bijlage 5. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 9. Een samenvatting is weergegeven in de volgende tabel.

pagina 12 van 19

documentkenmerk: 2403745LLU-01 , versie 0

Tabel 3. 10: samenvatting toetsingsresultaten grondwater peilbuis-monsternummer code

filtertraject (m-mv)

motivatie

toetsingsresultaten Bkl (Wbb) < SP ( > S)

2)

< SP ( > T)

2)

1)

> SP ( > I)

deellocatie A: gehele terrein , excl. bebouwing (ca. 8. 730 m)2 A01

A01-1-1

200 ,

-

300 ,

onderzoek grondwater

cadmium , koper , zink

-

-

A02

A02-1-1

200 ,

-

300 ,

onderzoek grondwater

-

-

-

Opmerkingen bij de tabel: gezien de overgangsperiode van de Wet bodembescherming naar de Omgevingswet zijn de resultaten vooralsnog aan 1) beide kaders getoetst 2) alleen van toepassing bij toetsing aan Wet bodembescherming.

Vanwege de verhoogde troebelheid van het grondwater in alle peilbuizen is aan de hand van de verwachtingen volgens het vooronderzoek , de overige waarnemingen tijdens de uitvoering van het veldwerk en de overige analyseresultaten beoordeeld of de resultaten voor organische parameters in het totale beeld van het onderzoek passen. Omdat slechts een beperkte verhoging in troebelheid is gemeten , wordt niet verwacht dat dit van invloed is op het resultaat. Daarnaast leidt een verhoging van de troebelheid tot een overschatting op het resultaat van organische parameters. Omdat geen verhoogde gehalten aan organische parameters zijn aangetoond , kan de mate van beïnvloeding niet dusdanig zijn dat er sprake zou kunnen zijn van een concentratie die de interventiewaarde overschrijdt. Derhalve zijn de resultaten als betrouwbaar beoordeeld.

pagina 13 van 19

documentkenmerk: 2403745LLU-01 , versie 0

4.

Verkennend asbestonderzoek

4. 1

Onderzoeksstrategie

Het verkennend asbestonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5707+C2 (december 2017). De te volgen strategie is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 4. 1: strategie verkennend asbestonderzoek strategie 1) maaiveldinspectie

veldwerkzaamheden inspectiegaten x 03 m , 05 (03 , , , m-mv)

analyses

3 2)

1 x asbest in grond

deellocatie B: druppelzone (ca. 60 m)1 VEP

2 richtingen , stroken 15, m

Opmerkingen bij de tabel: 1) verklaring strategie: VEP : onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern. , – 010 , 2) de gaten worden uitgevoerd in de meest verdachte laag (contactzone , 000 m-mv) en de onderliggende laag , – 050 , (010 m-mv).

De analyses worden door

een

4. 2

Uitvoering

4. 2. 1

Kwalibo

geaccrediteerd laboratorium uitgevoerd.

Op de veldwerkzaamheden is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Voor dit onderzoek zijn de werkzaamheden uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocol 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. In de volgende tabel zijn de namen weergegeven onderzoek het veldwerk hebben uitgevoerd.

van

de erkende veldwerkers , die voor onderhavig

Tabel 4. 2: erkende veldwerkers Tritium Advies veldwerker

datum uitvoering

nummers

10-01-2025

maaiveld

10-01-2025

B01 t/m B03

maaiveldinspectie Youri Janssen en Laurens Emaus

inspectiegaten (protocol 2018) Youri Janssen en Laurens Emaus

Conform BRL-SIKB 2000 zijn de veldwerkzaamheden getoetst op partijdigheid. De uitvoerder van het veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als dat van een onafhankelijk onderzoeksbureau.

pagina 14 van 19

documentkenmerk: 2403745LLU-01 , versie 0

4. 2. 2

Maaiveldinspectie

Het maaiveld van de locatie was tijdens de maaiveldinspectie braakliggend. Vanwege de toestand van het maaiveld wordt de efficiëntie van de maaiveldinspectie geschat op 90 - 100 %. Tijdens de maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld.

4. 2. 3

Inspectiegaten en boorwerk

De locaties van de inspectiegaten en boringen zijn weergegeven in bijlage 2. Door de mogelijke aanwezigheid van hogere gehalten aan respirabele vezels zijn de asbestmonsters ter plaatse van de druppelzone (deellocatie B) in verband met veiligheidsoverwegingen niet in het veld gezeefd. Verder deden zich geen belemmeringen of bijzonderheden voor. De bij de werkzaamheden vrijkomende grond is in het veld zintuiglijk beoordeeld. Hierbij zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging met asbest. Voor de bodemopbouw wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3.

4. 2. 4

Analyses

De monsters zijn volgens de volgende tabel geanalyseerd. Tabel 4. 3: geanalyseerde monsters monstervindplaats of traject inspectiegat code (m-mv) 1) deellocatie B: druppelzone (ca. 60 m)1 B01 t/m B03

Asbmm01-1

000 ,

-

010 ,

analyses

asbest in grond asbest SEM 2)

toelichting

meest verdachte bodemlaag contactzone

Opmerkingen bij de tabel: in geval er sprake is van een monster dat samengesteld is uit deelmonsters , betreft het aangegeven traject de 1) minimale en maximale diepte van de deelmonsters in het betreffende mengmonster. In de contactzone zijn in de fractie < 05, mm met de optische lichtmicroscoop 21 asbestverdachte vezels chrysotiel en 5 2) asbestverdachte vezels crocidoliet waargenomen. Derhalve is aanvullend een SEM-analyse uitgevoerd. Met een SEManalyse kan het gehalte aan respirabele vezels worden bepaald. Het resultaat van de SEM-analyse is verwerkt in tabel 4. 4.

4. 3

Analyseresultaten

4. 3. 1

Toetsingskader

De analyseresultaten van de grond worden vergeleken met de interventiewaarde bodemkwaliteit uit bijlage IIa van het Besluit activiteiten leefomgeving. De interventiewaarde voor asbest is vastgesteld op 100 mg/kg d. s. gewogen asbest. Een toelichting op het toetsingskader is weergegeven in bijlage 7.

pagina 15 van 19

documentkenmerk: 2403745LLU-01 , versie 0

4. 3. 2

Analyseresultaten

De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 6. De berekening van de totale gewogen gehalte asbest is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 4. 4: berekening vindplaats of inspectiegat

monster

code

gewogen

traject (m-mv)

gehalte omschrijving fractie

gehalte asbest (mg/kg d. s. ) fractie fractie totaal

< 05, mm20 <

deellocatie B: druppelzone (ca. 60 m)1 B01 t/m B03 , , Asbmm01-1 000 - 010

meest verdachte bodemlaag contactzone

< 11, 1)

mm

9

> 20 mm

gewogen 2)

n. a.

9

Opmerkingen bij de tabel: 1) dit gehalte is bepaald op basis van een SEM-analyse (respirabele vezels) en betreft derhalve een indicatieve waarde. 2) dit gehalte is bepaald op basis van een verkennend onderzoek en betreft derhalve een indicatieve waarde. n. a. : niet aangetroffen.

pagina 16 van 19

documentkenmerk: 2403745LLU-01 , versie 0

5.

5. 1

Voorlopige veiligheidsklasse bepaling (CROW 400) Toetsingskader

Om te bepalen of bij toekomstige (graaf)werkzaamheden werknemers worden blootgesteld aan een bodemverontreiniging , wordt aan de hand van de analyseresultaten de voorlopige veiligheidsklasse bepaald volgens de CROW 400. Voor een nadere toelichting op het gehanteerde toetsingskader wordt verwezen naar bijlage 7. De (voorlopige) bepaling van deze veiligheidsklassen is weergegeven in bijlage 10.

5. 2

Bespreking resultaten

Voor de geanalyseerde meng(monsters) is geen veiligheidsklasse

van

toepassing (basishygiëne).

Het aangetoonde gehalte asbest ter plaatse van de druppelzone bedraagt een gehalte beneden de helft van de hergebruikswaarde. Tevens zijn ter plaatse geen respirabele vezels aangetoond. Derhalve zijn geen aanvullende maatregelen ten aanzien van asbest vereist. Opgemerkt wordt dat de veiligheidsklasse niet automatisch bepaalt welke maatregelen getroffen dienen te worden , maar een indicatie vormt voor de veiligheidskundige om te bepalen welke maatregelen passend zijn tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. De definitieve veiligheidsklasse dient te worden bepaald door een veiligheidskundige.

pagina 17 van 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=59cb9f2d-5550-46fb-8bac-8850f535489f