Bijlage 2a - Motivering BOPA Korhoenweg 7
Tekst van het document
In het kader van de ontwikkeling wordt een waterbergingsvoorziening gerealiseerd van 700 x 006 , = ± 42 m.3 Deze is ook ingetekend op de landschappelijke inpassingstekening in bijlage 5. Conclusie Gezien het bovenstaande wordt het aspect waterhuishouding in voldoende mate geborgd in onderhavig plan. Ten aanzien van de waterhuishoudkundige situatie in het projectgebied worden er geen belemmeringen verwacht voor toekomstige ontwikkelingen.
”
ne ds ue
H 7
ge
wn eo hr o
K
“
gin
wu o bre dn O e
jklie
t imu R
48
4. 3. 4
Verkeer en parkeren
Verkeer Het projectgebied is in de bestaande situatie ontsloten op de Korhoenweg. De verkeersontsluiting blijft in de toekomstige situatie dus gehandhaafd. De Korhoenweg betreft een 60 km/u weg. Om de verkeersgeneratie van de ontwikkeling in beeld te brengen worden de richtlijnen van de CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’ toegepast. In onderhavig plan is sprake van de omschakeling naar een woonfunctie. In een gedeelte van het toekomstige bijgebouw (38218 , m)2 zal statische opslag worden gerealiseerd. Ten opzichte van de huidige situatie , waarbij sprake is van een intensieve veehouderij , zal er sprake zijn van een aanzienlijke afname in verkeersgeneratie. Met name het zwaar verkeer ten behoeve van de varkenshouderij neemt af. Er is in het kader van een worstcase benadering gerekend met de verkeersbewegingen die de nieuwe opslagfunctie kan veroorzaken. Op basis van de CROW rekentool ‘Verkeersgeneratie en Parkeren’ geldt dat de nieuwe functie overeenkomt met de CROW categorie ‘Loods , opslag , transportbedrijf (arbeidsextensief , bezoekersextensief’. Het projectgebied kan worden aangemerkt als ‘Buitengebied’ in een weinig stedelijke gemeente. Dit betekent dat per 100 m 2 bedrijfsvloeroppervlak rekening dient te worden met 57, motorvoertuigbewegingen per etmaal.
Daarnaast blijft de huidige bedrijfswoning gehandhaafd , wat 86, motorvoertuigbewegingen oplevert voor een woning (koop , huis , vrijstaand). Op basis van de CROW-tool leidt de opslagfunctie tot 32 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De omliggende wegen kunnen deze verkeerstoename goed verwerken. Er bestaat uit verkeerskundig oogpunt dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Parkeren Voor aspect parkeren heeft gemeente Asten in 2016 een Nota Parkeernormen opgesteld , waarin parkeernormen op zijn genomen die gebaseerd zijn op parkeerkencijfers van het CROW. Uitgangspunt is dat elke initiatiefnemer van bouwplannen zorgdraagt voor zijn eigen parkeeroplossing en dat een nieuw initiatief geen parkeerproblemen in de omgeving mag veroorzaken. Op basis van de Nota en de Parkeerkencijfers van het CROW dienen 9 parkeerplaatsen aanwezig te zijn op eigen terrein. Per 100 m 2 bedrijfsvloeroppervlak rekening dient in een weinig stedelijke gemeente in het buitengebied uit te worden gegaan van 13, parkeerplaatsen. Daarnaast blijft de huidige bedrijfswoning gehandhaafd , wat 25, parkeerplaatsen oplevert voor een woning (koop , huis , vrijstaand). Hier is meer dan voldoende plaats voor op de verharding die ingetekend is. De 9 parkeerplaatsen zijn ook opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan in bijlage 5.
Kortom , het aspect parkeren vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 4. 3. 5
Kabels en leidingen
Er zijn blijkens het geldende omgevingsplan en de risicokaart via Atlas van de leefomgeving in of rond het projectgebied geen kabels of leidingen gelegen met een planologische beschermingszone die van invloed zou kunnen zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie Vanwege het aspect kabels en leidingen is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
”
ne ds ue
H 7
ge
wn eo hr o
K
“
gin
wu o bre dn O e
jklie
t imu R
49
5 Beperkingsgebieden In dit hoofdstuk worden de beperkingsgebieden uitgelicht. Een beperkingengebied is een breed verzamelbegrip en wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet (door Rijk of provincie) is aangewezen , waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object , regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. De Omgevingswet verplicht Rijk en provincie om beperkingengebieden aan te wijzen , zoals zones rond wegen , hoofdspoorwegen , waterkeringen , rijkswegen en vaarwegen. Binnen deze beperkingengebieden stelt de provincie eisen aan aanduidingen , informatieborden en uitwegen. Kortgezegd zijn dit de gebieden rondom wegen en waterstaatswerken waar beperkingen gelden. Dit betekent dat er beperkingen gelden voor activiteiten van derden , ter plaatse van de weg of het waterstaatswerk als ook in de daaraan grenzende (beschermings)zones. Een beperkingengebied is in feite wat nu de (beschermings)zones onder de huidige wetgeving zijn en in veel gevallen omvat het beperkingengebied ook de locatie van de weg of het waterstaatswerk of object zelf. Het projectgebied is niet gelegen binnen een beperkingsgebied. Beperkingsgebieden hebben dus geen invloed op de voorliggende activiteit.
”
ne ds ue
H 7
ge
wn eo hr o
K
“
gin
wu o bre dn O e
jklie
t imu R
50
6 Uitvoerbaarheid
6. 1
Financieel-economische uitvoerbaarheid
Algemeen Economische uitvoerbaarheid Met deze plantoelichting is onderbouwd dat met het voorliggende besluit tot wijziging van het omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en de toegedachte functies binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Gelet hierop kan in het verlengde daarvan aangenomen worden dat realisatie economisch uitvoerbaar is. Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat de toegedachte functies om financiële redenen op langere termijn niet zullen worden gerealiseerd. ‘De Memorie van toelichting geeft aan dat het voldoende is om , waar nodig met onderzoek , vast te stellen dat op voorhand aannemelijk is dat de functie binnen een redelijke termijn kan worden gerealiseerd. Alleen als evident is dat een functie binnen een redelijke termijn onuitvoerbaar is , moet het toedelen daarvan achterwege blijven. Als op voorhand duidelijk is dat de toegedachte functie om financiële redenen op langere termijn niet zal worden gerealiseerd , behoort de functie niet mogelijk te worden gemaakt. Als bij een project op voorhand onzekerheid bestaat over bovenstaande dan is het advies nader onderzoek te doen naar de economische uitvoerbaarheid en de resultaten daarvan op te nemen in deze plantoelichting. ’ Kostenverhaal Op grond van artikel 13.
11 Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal , indien sprake is van een of meerdere aangewezen bouwactiviteiten. Het gaat hier om kostenverhaal plichtige activiteiten als genoemd in artikel 8. 13 Omgevingsbesluit , (hierna " een aangewezen bouwactiviteit). " Onderdeel kostenverhaal wordt opgenomen via de legesverordening; in een anterieure overeenkomst worden nadeelcompensatie en bijzondere voorwaarden besproken. Toetsing Met de Bopa-procedure wordt een aangewezen bouwactiviteit mogelijk gemaakt waarvoor kostenverhaal verplicht is. Er wordt een anterieure overeenkomst afgesloten waarin alle verplicht te verhalen kosten worden verhaald. Conclusie Het besluit voldoet aan de kaders voor economische uitvoerbaarheid en kostenverhaal.
”
ne ds ue
H 7
ge
wn eo hr o
K
“
gin
wu o bre dn O e
jklie
t imu R
51
6. 2
Participatie
Algemeen Participatie bij het planvormingstraject geeft in een vroegtijdig stadium meer inzicht in de belangen en wensen van betrokken partijen en meer gelegenheid om deze in dat traject mee te wegen. Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van het participatieproces en de wijze waarop er invulling is gegeven aan het toepassen van participatiebeleid van de gemeente Asten (conform art. 10. 2 Omgevingsbesluit). Aangegeven wordt belanghebbenden bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Omgevingsdialoog Initiatiefnemer heeft een omgevingsdialoog gevoerd voor omwonenden , in het kader van de herontwikkeling van de initiatieflocatie. Het verslag inclusief reacties van de betreffende omwonenden is te vinden in bijlage 12.
”
ne ds ue
H 7
ge
wn eo hr o
K
“
gin
wu o bre dn O e
jklie
t imu R
52
7 Toetsing evenwichtige toedeling
van
functies
aan
locaties
Algemeen Conform artikel 4. 2 van de Omgevingswet bevat het omgevingsplan in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Etfal , artikel 8.0a , lid 2 Bkl). Naast de regel dat omgevingsvergunningen slechts kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties , gelden de beoordelingsregels in artikel 8. 0b tot en met 8. 0e van het Bkl (zie ook beleidskader Rijk en provincie). Bij de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling wordt rekening gehouden met (milieu-) invloeden vanuit de omgeving op de ontwikkeling zelf en met invloeden vanuit de ontwikkeling op de omgeving. Conclusie Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het voorgenomen initiatief vanuit het oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar en haalbaar is.
”
ne ds ue
H 7
ge
wn eo hr o
K
“
gin
wu o bre dn O e
jklie
t imu R
53
8 Bijlagen 1. Milieutekening bestaande situatie 2. Situatieschets toekomstige situatie 3. Impressie toekomstig bijgebouw 4. Tekeningen bijgebouw 5. Landschappelijk inpassingsplan 6. Visualisatie verbeelding PM 7. Bodem- en asbestonderzoek 8. Memo milieuaspecten 9. Quickscan Flora en Fauna 10. Omgevingsdialoog
”
ne ds ue
H 7
ge
wn eo hr o
K
“
gin
wu o bre dn O e
jklie
t imu R
54
1.
Milieutekening bestaande situatie
”
ne ds ue
H 7
ge
wn eo hr o
K
“
gin
wu o bre dn O e
jklie
t imu R
55
A A
A
A
A
A
A
B
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
E
D
A
2
1
5
Q
A
R
A
R R
NM O
K
A
K
K
K
A
L
R
A
R
K
C
K S
BCD
E
K
3
P
S
K
K
D
B
I
E
D
F G H
F
T
J
C 4
R R R
K
Q
R
Q
K S
K
R
K
R
S
R K
K
R
D
F
T
1
kadaverkoeling
03,
S
4
voersysteem
20,
R
13ventilator
15,
Q
3
aandr. luchtwasser
15,
P
1
zuurpomp
05,
O
1
pomp
50,
N
1
luchtpomp
05,
M
1
watervat+pomp
05,
L
1
dieselpomp
038 ,
K
15voervijzel
J
1
beregeningsmotor200,
I
1
tractor
250,
H
1
hogedrukreiniger
50,
G
1
hogedrukreiniger
55,
075 ,
5
varkensstal
beton
baksteen
2750
golfplaten
8680
vleesvarkens
1584
1584
BWL 2008. 08. V1
drijfmest 1500 m3
F
divhandgereedschap
70,
4
varkensstal
beton
baksteen
2750
golfplaten
8680
vleesvarkens
2640
2640
BWL 2009. 12
drijfmest 2400 m3
E
1
compressor
15,
3
loods/paardenstal
beton
baksteen
2350
golfplaten
6100
paarden
4
1
traditioneel
vaste mest 14 m3
D
1
stofzuiger
30,
vleesvarkens
528
528
BWL 2008. 08. V1
C
1
grasmaaier
75,
hogedrukreiniger
55,
2 2
varkensstal
beton
baksteen
2750
golfplaten
5480
vleesvarkens
462
462
BB. 99. 02. 070
drijfmest 150 m3
B
1
1
varkensstal
beton
baksteen
2500
golfplaten
5950
vleesvarkens
1000
1000
BB. 96. 04. 035. V1
drijfmest 1100 m3
A
24ventilator
Vloerkonstruktie
Wandkonstruktie
Muurpl. hoogte
Dakkonstruktie
Nokhoogte
Soort dieren
Aantal plaatsen
Aantal Huisvestingste houdensysteem
Nr. Benaming
Cap. mestopslag
RENVOOI STALLEN
Aantal
Capaciteit
2
2x450 kW
Hendrix UTD B. V.
Projectbegeleider:
Postbus 1 NL -5830 MA Boxmeer tel. : 0485 -58 99 11
Ben Frederix Het Zandt 9 NL - 5861 CW Wanssum tel. 0653-173526 fax 0485-583816
GLV -straler C. V. -ketel
,
Heteluchtkanon
BEDRIJFSGEGEVENS
Geijser
Aard
Brandblusser
7
pg12
Zuuropslag
1
Z1=4 m3 zwavelzuur
Olie -of Gastank
1
T1=600ltr dieselolie
van
de inrichting:
Mts. M. J. A. Maas-Haasen+W. L. M. C. Maas Korhoenweg 7 5725 TJ Heusden
Adres van de inrichting:
Korhoenweg 7 5725 TJ Heusden
Pompput
Tek. nr. :
Olieleiding
Blad: Schaal: Get: Datum:
Riolering
Varkenshouderij
Behorende bij de aanvraag vergunning wet milieubeheer van:
Medicijnkast / bestrijdingsmiddelenkast
Gasleiding
Benaming
RENVOOI MOTOREN
RENVOOI PICTOGRAMMEN Benaming
Nr. St.
, 037
M-4828 1 1 : 200 A&D: JvB 20-02-2006
Gewijzigd: A 09-11-2006 B 24-11-2009 C 17-04-2012 D 13-08-2012
Par: JvB JvB JvB BF
Handtekening aanvrager
d. d.
20 Hendrix UTD
kW
2.
Situatieschets toekomstige situatie
”
ne ds ue
H 7
ge
wn eo hr o
K
“
gin
wu o bre dn O e
jklie
t imu R
56
ceShPraSkKd
aa ce ei s l nel rat um el g m e me r ee n et
ta
:1 1 P
10 6 0 2 0
M oM :b 0 . k ve 30 rh 74 o 0 i 7 en j 0 .
@
of raf rm er .s e u
uait eti s eh st
P
6H k oeirj
59 oo 8 f A s ra H a ei j 4
a il rci
c
dV ctb
er oh se j n
6etDt ie
n
s8
R
::
sA et n
eg el i ed r:
SO 725T 5K hE J cV At 7g M
o r oe nw e
SC H R IJ IN
G
-
s e n
H
eu s end
GE G V E N S L
OC A TI E
S IT U A T I :E
3.
Impressie toekomstig bijgebouw
”
ne ds ue
H 7
ge
wn eo hr o
K
“
gin
wu o bre dn O e
jklie
t imu R
57
4.
Tekeningen bijgebouw
”
ne ds ue
H 7
ge
wn eo hr o
K
“
gin
wu o bre dn O e
jklie
t imu R
58
lichtdoorlatende golfplaten dubbelwandig damwandplaten potdekselprofiel zwart voorzien van verticale omega profielen
stalengezette windveer overstek ± 300mm
0 05 3
damwandplaten potdekselprofiel zwart 0 5 voorzien van verticale omega profielen 1
3190
1040
stalengezette windveer overstek ± 300mm
stalengezette windveer overstek ± 300mm
00 8 05 31
2
stucwerk grijs
2670
3400
2690
1000
Achtergevel
-
stalengezette windveer overstek ± 300mm
00 53
damwandplaten potdekselprofiel zwart voorzien van verticale omega profielen
damwandplaten potdekselprofiel zwart voorzien van verticale omega profielen
bestaande loods aanpassen
1000
Linkergevel
2750
1000
1375
p
Voorgevel
3600
Situatie Sectie Schaal
bestaande vezelcement golfplaten
vezelcement golfplaten antraciet
damwandplaten potdekselprofiel zwart voorzien van verticale omega profielen
damwandplaten potdekselprofiel zwart voorzien van verticale omega profielen
stucwerk grijs
stucwerk grijs
6800
Rechtergevel
6800
uitbreiding loods
1000
2750
1000
5495
6800
6800
3600
17200
16600
kolom
sectionaal poort 34,
x 35, m
3 0
spant 72
ps
kolom
0
D
kolom
j i sr
0 26 11
02 31 1
A
e w c tus te m kr e l we tse m tn
li p
j i sr m m
m m
08 ikd n l ee
08 ikd n l ee
te bouwen werktuigenberging
n a
n a
klinkerverharding
ph i cw dn
ph i cw dn
a s
a s
g kr
spant
e w c tus te m kr e l we tse m tn
li p
C
0 26 11
05 73
A spant
spant 72
kolom
B
r u t ec u t rs n o c e v a
po gn n in a l i ezr pr e o ta o v ite ar
w
a n r e o v fa r tea l we m e
o c
klinkerverharding p. e. folie dik 02, mm min 400mm grondverbetering
gp o s n e
/ P til IL fn m i r ro a fn
lgo
v n e gn ir e dn fu n e gn it e f ma
h
0 57 3
r u e tc u trs n o c e v a
gp o
s n e gl o v n e gn ir e dn fu n e gn i te f ma
0
D
kolom
r u
v ite ar
w
a n r e o v fa r tea l we m e
o c
/ P til IL fn m i r ro a fn
n o c. r e
n o c. r e bs n e
bs
po spant gn n in a l i ezr pr e o ta o
C
0 26 11
05 73
n e
ka
m la t ar o
p
spant
r ipr ue ts. tc l va t ur ge sn g oc . dn r a e br bs e v
n
dn ge iw lo
r u e tc ur ts n o c
gn in e ke
v
B
n e lgo v n e s s o
lk po
r u tec u trs n o c
n e
gn id r o g
gn in e ke
n e
r e bs n e
v n e gn id r o
v n e gn i dr o
r e
gl o
0 57 3
00 1
spant
A
00 1
lk po n e
gn id r o g
e v
n
dn ge iw lo
aluminium dakgoot grijs
damwandplaten potdekselprofiel zwart voorzien van verticale omega profielen regelwerk volgens opgave constructeur
C
aluminium dakgoot grijs
05 4 2
metselwerk baksteen stucwerk grijs
n e ka m la a tr o
spant
B -
vezelcement golfplaten antraciet isolatieplaten dik 50mm gordingen volgens berekening constructeur stalen spanten volgens berekening constructeur (Geen zonnepanelen)
g
spant
00 1
A
Kapplan
sandwichpaneel PIR dik 80mm
TAS j i sr
0 22 2 2
e w c u ts n a v n i ez r o o v kr e l we tse m
vluchtdeur
j i sr
g kr
g kr
bestaande deur vervangen door een raam
bestaande bebouwing (38218 m2) ,
dn
tas e bt il n p
tas e bt il n p
a
vluchtdeur zonder losse hulpmiddelen te openen
BC 1 = bestaande loods + uitbreiding loods aluminium dakgoot grijs afvoer naar infiltratievoorziening
Het gehele gebouw vormt een brandcompartiment ± 551 m2 G. O. Het gehele gebouw vormt een rookcompartiment In de voorgevel bevindt zicht een vluchtdeur De brandweer ingang is in de voorgevel
2
damwandplaten potdekselprofiel zwart voorzien van verticale omega profielen regelwerk volgens opgave constructeur
Aan de voorzijde van de loods is een opstelplaats voor brandweervoertuigen (TAS)
Alle constructieve
electrische installatie volgens nen 1010 waterleiding volgens nen 1006 alle te verwerken grond en materialen volgens voorschriften bouwstoffenbesluit alle materialen verwerken en aanbrengen volgens voorschriften leverancier het geheel uit te voeren volgens de geldende bebouwings en NEN voorschriften
sandwichpaneel PIR dik 80mm
damwandplaten potdekselprofiel zwart voorzien van verticale omega profielen regelwerk volgens opgave constructeur
gegevens
volgens tekening en berekening constructeur
Alle maten in het werk controleren
,
en
zonodig
aanpassen
afwijkingen van de maatvoering alleen in overleg met architect
NEN-EN 1838:1999 ( art. 2. 3. 7. lid 1. )
aansluitingen prefab elementen volgens
details en kwaliteit geveltimmerwerk volgens voorschriften KVT '95 details en kwaliteit kunststof ramen en deuren volgens richtlijnen SKG-VKG en KOMO-keur deuren - ramen en kozijnen moeten bepaald overeenkomstig NEN 5096 een weerstandsklasse voor inbraakwerendheid hebben van tenminste klasse 2. De brandvoortplantingsklasse volgens de NEN-EN 13501-1 (conform BBL) De constructieonderdelen grenzend aan de binnenlucht voldoen conform NEN-EN 13501-1 aan een bijdrage tot brandvoortplanting van klasse D De constructieonderdelen grenzend aan de buitenlucht voldoen conform NEN-EN 13501-1 aan een bijdrage tot brandvoortplanting van klasse D
peil
leverancier
,
stalen gezette lekdorpel per m1 openvoeg voorzien van rooster
klinkerverharding p. e. folie dik 02, mm min 400mm grondverbetering
opgave
bestaande loods: bruto oppervlakte 38218 m2 bruto inhoud ± 1644 m3
500 mm +p
a
-
,
Vluchtweg aanduiding volgens NEN 6088:2002 , art 2. 3. 7. lid. 1
en te voldoen aan zichtbaarheideisen , art 5. 2 t/m 5. 6 van
A
2450 mm +p
aanlegdiepte fundering tot op vaste grondslag zonodig dieper als op tekening is aangegeven
sproeiwater schuim blusser 9 ltr
e w c u ts n a v n i ez r o o v kr e l we tse m
dn
, , 4x10m vrije hoogte 35x42m aslast 10t totaal gewicht 15t + conform voorschriften Brandweer.
-
vezelcement golfplaten antraciet isolatieplaten dik 50mm gordingen volgens berekening constructeur stalen spanten volgens berekening constructeur (Geen zonnepanelen)
3
-
04 8 33 RENVOOI:
Doorsnede A
stalen gezette windveer zwart
250
-
metselwerk baksteen stucwerk grijs
00 5
0 57 3
bestaande bebouwing
-
05 4 2
p
vogelschroot
Fundering
sandwichpaneel PIR dik 80mm
00 5
05 73
02 2
-
klinkerverharding p. e. folie dik 02, mm min 400mm grondverbetering
sandwichpaneel PIR dik 80mm
v
A
bestaande bebouwing
0 51 6
22 °
gl o
g spant
r ipr ue ts . t c l va t ur ge sn g oc . dn r a e br bs
v n es s o
D
05 7 3 spant
gl o
bs
h
2
tec u trs
tec u trs
05 7 3
i ne rr ten e ige
spant 72
kolom r u
1 i ne rr ten e ige
vezelcement golfplaten antraciet isolatieplaten dik 50mm gordingen volgens berekening constructeur stalen spanten volgens berekening constructeur (Geen zonnepanelen)
lichtdoorlatende golfplaten dubbelwandig
300
05 7 3 g kr
6800
17200
vluchtdeur
00 3
Gem. Asten P no 1163 1 - 1000
-
3600
17200 300
Hemelwater infiltratie poel conform LIP / waterplan
stalengezette windveer overstek ± 300mm
-
6800
0 17 2 00
bestaande loods aanpassen
-
uitbreiding loods
en
a at s
-
1375
-
erpl a rk e
1 162
2600
3400
stucwerk grijs
stalengezette windveer overstek ± 300mm
0 02 2
stucwerk grijs
bestaande vezelcement golfplaten
uitbreiding loods
3210
-
damwandplaten potdekselprofiel zwart voorzien van verticale omega profielen
vezelcement golfplaten antraciet
stucwerk grijs
5495
-
bestaande lichtdoorlatende golfplaten
uitbreiding loods: bruto oppervlakte 19986 m2 bruto inhoud ± 860 m3
metselwerk baksteen stucwerk grijs
,
per m1 openvoeg
voorzien van rooster
De aanwezige vloeren trappen of hellingbanen voldoen conform NEN-EN 13501-1 aan de bovenzijde aan een bijdrage tot brandvoortplanting van klasse D fl. ,
bestaande schuif deur vervangen door een sectionaal poort (opening ± 340 , br x ± 350h , )
bestaande sectionaal poort vervangen (opening ± 250 , br x ± 220h , )
bestaande bebouwing
-
Plattegrond
-
Uitgangspunten geboorde put op eigen terrein: - Op maximaal 8m van de geboorde put is een opstelplaats voor tankautospuit (TS) - Aanzuighoogte maximaal 8 m. - Is niet gelegen in een parkeerplaats of op een andere plaats die mogelijkerwijs geblokkeerd is. - Afhankelijk van de lokale situatie kan het noodzakelijk zijn om te voorzien in een diepwelpomp. Dit is in nader overleg met de VRLN te bepalen. De pomp heeft een uittrededruk tussenn 05, en 1 bar (op de perskoppelig) - Ligt op maximaal 40 m van het object. - De voorziening kan door een brandweereenheid opgebouwd en onderhouden worden. - heeft een onbeperkte levertijd. - De minimale capaciteit van de geboorde put dient 60 m3/uur te bedragen. Uitgangspunten geboorde put opstelplaats tankautospuit (TS) - De opstelplaats heeft een breedte van tenminste 4 m en een lengte van tenminste 10 m. - De opstelplaats beschikt over een vrije doorganghoogte van tenminste 42 m. , - De opstelplaats is bestand tegen een aslast van 10 ton. - De opstelplaats is bestand tegen een totaal gewicht van 15 ton. Na realisatie van de geboorde put dienen de volgende gegevens aangeleverd te worden - Coordinaten van de positie van de geboorde put (Rijksdriehoekscoordinaten) - Boorstaat van de geboorde put met het vastgestelde debiet. - aanleveren van deze gegevens via: risicobeheersing @vrln.nl
aan
plint wanden dak poorten - deuren
dpc-band
De rookdichtheid volgens NEN-EN 13501-1 (conform BBL). De constructieonderdelen grenzend aan de binnenlucht voldoen conform NEN-EN 13501-1 aan rookklasse S2 Het dak is conform de NEN 6063 niet brandgevaarlijk.
de VRLN (Brandweer):
afm. poeren volgens opgave constr. aanlegdiepte tot op vast grondslag
BBL (Besluit Bouwwerken Leefomgeving)
-
Trap & Vloerafscheidingen Trap Wering van vocht
-
Spuivoorziening Luchtverversing Energie
-
Watervoorziening
-
-
Rookmelders Beglazing
Conform BBL hfst 3 afd 3. 2 en 3. 2. 3. Conform BBL hfst 3 afd. 3. 2. en 3. 2. 4. Conform BBL hfst 3 afd. 3. 3 en 3. 3. 5. + NEN 2778. Conform BBL hfst 3 afd. 3. 3 en 3. 3. 3. Conform BBL hfst 3 afd. 3. 3. en 3. 3. 2. Conform BBL hfst 3 afd. 3. 7. en 3. 7. 2. + NEN 1010. Confrom BBL hfst 3 afd. 3. 7. en 3. 7. 3. + NEN 1006. Conform BBL hfst 3 artikel 3. 117. Conform NEN 3569
grijs zwart antraciet grijs
1 Uitbreiding bestaande loods Bestektekening uitbreiding loods
Werk:
Werk nr:
Verbouw:
-
V1-10-10-2024
stucwerk damwandplaten potdekselprofiel vezelcement golfplaten metaal
5347-1
Opdrachtgever:
gew.
W. Maas Korhoenweg 7 5725 TJ Heusden
van
tel: fax:
den SCHOOR
bouwkundig ontwerpburo BV
Park 16 6093 EL Heythuysen ,
tel: 0475-451697 www. vandenschoor. nl
info @vandenschoor.nl
gew.
d. d. d. d.
d. d. Schaal
05-06-2025V3 27-05-2025V2 29-04-2025V1 1:100
5.
Landschappelijk inpassingsplan
”
ne ds ue
H 7
ge
wn eo hr o
K
“
gin
wu o bre dn O e
jklie
t imu R
59
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN KORHOENWEG 7 HEUSDEN
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN Kornhoenweg 7 Heusden
Titel:
Landschappelijke inpassing Korhoenweg 7 Heusden (gemeente Asten)
Projectlocatie:
Korhoenweg 7 Heusden Kadastraal perceel 1162 en 1163 (deel)
Opdrachtnemer:
GV Advies Middelweg 4 3281 KH Numansdorp
Auteur:
de heer G. (Geert) Vink 0627-119742 info @gvadvies.nl
Datum:
27 mei 2025
Versie:
1. 6
Landschappelijk inpassingsplan - Korhoenweg 7 Heusden
TOPOGRAFISCHE KAART
Het plangebied
Plangebied is gelegen aan de Korhoenweg ten zuiden van Heusden op circa 800 meter van de kerngrens. Verkaveling is langerekt en vrij waarbij plangebied in gebruik is als agrarisch gebied met met opstal(len). Langs de kavelgrenzen is weinig beplanting aanwezig aan de straatzijde bevinden er zich enkele bossages en siertuin rondom de aanwezige woning. Aan de overzijde grenst plangebied aan open grasland. Wegstructuur is niet beplant. ,
,
GV Advies
Middelweg 4 3281 KH Numansdorp info @gvadvies.nl 06-27119742
Ontwerper:
Projectlocatie: Korhoenweg 7 Heusden
Omgeving plangebied
Datum:
27-5-2025
G. Vink
27-5-2025
Bladnr. :
1/6
Landschappelijk inpassingsplan - Korhoenweg 7 Heusden
Afbeelding 1. AANGEZICHT PLANGEBIED (APRIL 2025)
Afbeelding 2. AANGEZICHT PLANGEBIED (APRIL 2025)
Afbeelding 3. AANGEZICHT BEBOUWING (APRIL 2025)
Afbeelding 4. AANGEZICHT WONING (APRIL 2025)
Afbeelding 5. AANGEZICHT ENTREE (APRIL 2025)
Afbeelding 6. WEGSTRUCTUUR (APRIL 2025)
GV Advies
Middelweg 4 3281 KH Numansdorp info @gvadvies.nl 06-27119742
Ontwerper:
Projectlocatie: Korhoenweg 7 Heusden
Afbeeldingen plangebied (opstallen landschap)
en
Datum:
27-5-2025
G. Vink
27-5-2025
Bladnr. :
2/6
Landschappelijk inpassingsplan - Korhoenweg 7 Heusden Bestemmingsplan Buitengebied
Structuurvisie
Plangebied
GV Advies
Middelweg 4 3281 KH Numansdorp info @gvadvies.nl 06-27119742
Projectlocatie: Korhoenweg 7 Heusden
Landschapsanalyse plangebied
Ontwerper: Datum:
27-5-2025
G. Vink
27-5-2025
Bladnr. :
3/6
Landschappelijk inpassingsplan - Korhoenweg 7 Heusden
Schaal 1: 750 G.
D.
Legenda F.
Aanwezige opstallen A. Woning (Kornhoenweg 7) B. Bestaande schuur (uitbreiding met 185m2) C. Entree D. Zonnepark (4. 000 m2) E. Poel (hemelwatervoorziening 42m3) F. Parkeerplaatsen (9 plaatsen) ,
E.
B.
Landschappelijke inpassing G. Struweelhaag (vrij uitgroeiend 4 x 142 meter) H. Hoogstam fruitboomgaard
C.
,
H. H. C.
A.
GV Advies
Middelweg 4 3281 KH Numansdorp info @gvadvies.nl 06-27119742
Ontwerper:
Projectlocatie: Korhoenweg 7 Heusden
Inventarisatie situatie en landschappelijke maatregelen gebied
Datum:
6-5-2025
G. Vink 6-5-2025
Bladnr. :
4/6
Landschappelijk inpassingsplan - Korhoenweg 7 Heusden
Hoogstam fruitboom
Coryllus avellana
Sorbus aucuparia
Viburnum opulus
Amelanchier lamarckii
Prunus spinosa
Rhamnus frangula
GV Advies
Middelweg 4 3281 KH Numansdorp info @gvadvies.nl 06-27119742
Ontwerper:
Projectlocatie: Korhoenweg 7 Heusden
Detailleringen (aantallen , plantafstanden en referentiebeelden)
Datum:
27-5-2025
G. Vink
27-5-2025
Bladnr. :
5/6
Landschappelijk inpassingsplan - Korhoenweg 7 Heusden
Algemeen
Heesters
Keuze
Aanplant
Beplanting in onderhavig inpassingsplan is geselecteerd op basis van inheemse soorten. Deze soorten komen van oorsprong in de regio voor waarmee er enerzijds een bijdrage
Zorg voor een ruim plantgat en grond waar de wortels goed in kunnen doordringen. Als je in lichte grond (zandgrond) plant is het goed dat te verbeteren door organisch materiaal (compost/vochtige potgrond) door de uitgegraven grond te mengen. Door zware kleigrond kun je fijn grind of grof zand mengen. Dat bevordert de drainage.
wordt gegeven aan de oorspronkelijke uitstraling van de regio en anderzijds betreft dit plantmateriaal wat past bij de groeiomstandigheden uit het gebied. Keurmerk Bij de keuze van beplanting is het mogelijk om de keuze te maken voor autochtoon plantmateriaal. Deze keuze wordt aanbevolen omdat hiermee meer duurzaam plantmateriaal wordt aangeschaft. Het is mogelijk dat de beplanting in onderhavig plan niet met autochtoon keurmerk leverbaar is , er kan dan worden gekozen voor regulier plantmateriaal.
Beheer Zorg de eerste drie jaar na aanplant dat er geen concurrentie komt door de groei van onkruid. Hiervoor wordt geadviseerd om handmatig de beplantingstrook te schoffelen.
Ontvangst Beplanting moet altijd weer zo snel mogelijk na ontvangst geplant worden. Mocht dit niet mogelijk zijn dan is het raadzaam beplanting tijdelijk met de wortels in zand te planten. Dit mag waar mogelijk gebundeld , doel is dat de wortels geen kans lopen uit te drogen.
Hagen
Bescherming tegen vraat Bescherm bomen , vruchtbomen , hagen en singels goed door op ruime afstand van beplanting gaas te spannen of een hekwerk te plaatsen.
Aanplant algemeen De voorkeur van aanplant gaat uit naar de rustperiode van beplanting (november-februari)
waarbij het van belang is dat aanplant in een vorstvrije periode plaatsvind. Zorg voor aankoop dat betreffende plantlocatie vrij is van beplanting en plantklaar is. Hierbij gaat het erom dat de plantlocatie is gespit/gefreesd. Dit bevordert het gemak
tijdens de aanplant. Volg bij de aanplant de plantafstand en het plantverband zoals opgenomen in onderhavig plan om te komen tot een evenwichtig en gezond eindbeeld van de beplantingstrook. Maak een royaal plantgat dat ook onderin goed wordt losgemaakt. Planten met een kale wortel zet je net zo diep als ze bij de kweker gestaan hebben. Dit kun je zien aan de verkleuring op de bast. Vaak is de stam groenachtig en de wortel roodbruinig. De overgang hiertussen is de wortelhals. Dat is de diepte die de beplanting moet krijgen. Na het planten moet de grond aangetrapt worden en moet de plant iets omhoog getrokken worden zodat het zand goed tussen de wortels komt. Niet te hard de grond aanstampen want dat zorgt ervoor dat de kieming van de wortels vertraagt.
Beheer algemeen Na aanplant (gedurende het eerste jaar) is het noodzakelijk de beplanting voldoende water te geven. Dit is geheel afhankelijk van weertype en voorkomt sterfte van beplanting. Bij water geven moet je rekening houden met de verdamping. Een plant zonder blad verdampt bijna geen water en ook met donker en regenachtig weer verliest uw plant nauwelijks vocht. Bij hogere temperaturen en niet te vergeten schrale (oosten)wind verdampt uw plant veel meer en droogt dan snel uit. Het is dus belangrijk om dan goed water te geven. Let wel: overmatig water geven is ook niet goed. Het gevaar bestaat dan dat de plant aan de wortels gaat rotten.
De periode waarin gesnoeid wordt hangt af van de doelstelling van de beplanting.
Gangbare perioden zijn 5-10 jaar of 10-15 jaar (afhankelijk van de soort).
Aanplant Een gemengde haag heeft meerdere voordelen ten opzichte van beukenhagen of coniferenhagen: ·Een gemengde haag draagt optimaal bij aan de biodiversiteit. ·Een gemengde haag geeft een meer gevarieerd beeld in het landschap. ·Een haag welke bestaat uit één soort is extra gevoelig voor plagen en ziekten. In een gemengde haag kan een plaag of ziekte zich minder makkelijk uitbreiden. Verdeel eerst het plantmateriaal over de gehele lengte. Bevochtig de wortels , zet het plantsoen in de sleuf met de wortels goed uitgespreid. Schud tijdens het vullen het plantsoen iets om de aarde goed om de wortels te laten sluiten. Snoei vervolgens na het planten direct 1/3 van de hoogte van de hagen terug (dus 2/3 laten staan). Door in de beginjaren een haag regelmatig te knippen ontstaat een dicht vertakte haag. Wordt met het knippen te laat begonnen dan ontstaat er een brede slappe haag die kaal van onderen is. Door hagen van boven iets smaller te houden dan onderin komt er lager in de hagen ook voldoende licht bij , dit voorkomt kaal worden. Beheer Afhankelijk van het type haag wordt het beheer bepaald. Een beukenhaag moet bij voorkeur jaarlijks gesnoeid worden en bij een knip- en scheerheg mag dit eenmaal per twee jaar.
(Fruit-) bomen Aanplant Het is altijd aan te raden een boompaal te zetten. Deze moet niet in de bodem van het plantgat worden geslagen als de boom daar al staat. Dan beschadig je de wortels. Dus bij voorkeur wordt eerst het gat gegraven en daarna wordt de boompaal in de bodem geslagen daarna zet je de boom erbij. Spreid de boomwortels er omheen uit. Gebruik een paal van onbehandeld hout. De boompaal moet minimaal 75 cm in de grond komen te staan. Let hierbij op voor kabels en leidingen. De boompalen altijd plaatsen aan noordwest- en zuidoostzijde van de boom. De boom zal zo bij de meest voorkomende windrichtingen in de boomband hangen wat voorkomt dat de bast langs de boompaal kapot schuurt. ,
,
Beheer Belangrijk is dat de boom zolang hij jong is geen last van onkruidgroei bij zijn wortels heeft. Houd een ruime cirkel grond (een zogenaamde boomspiegel) rond de stam vrij van onkruid door het eerst goed te wieden en daarna de grond af te dekken met een bijvoorbeeld boombastsnippers.
GV Advies
Middelweg 4 3281 KH Numansdorp info @gvadvies.nl 06-27119742
,
Ontwerper:
Projectlocatie: Korhoenweg 7 Heusden
Aanleg- en beheeradvies (algemene adviezen)
Datum:
27-5-2025
G. Vink
27-5-2025
Bladnr. :
6/6
6.
Visualisatie verbeelding
”
ne ds ue
H 7
ge
wn eo hr o
K
“
gin
wu o bre dn O e
jklie
t imu R
60
Legenda Plangebied
Enkelbestemmingen AW
Agrarisch met waarden
W
Wonen
Dubbelbestemmingen
1724
WR-A3
Waarde
-
Archeologie 3
Functieaanduidingen
(saw-z)
(saw-z)
specifieke vorm van agrarisch met waarden
-
zonnepark
AW W
WR-A3
1162 7
1163
BOPA uitwerking
Korhoenweg 7 Heusden
Get. :
Datum:
WDK
14-10-2025
Formaat:
Schaal:
A3
1:1000
Tekeningnummer: NL. IMRO. 0743. BOPAKorhoenweg7-OW01
Gemeente Asten
GIS/CAD Ondersteuning en software
Opdrachtgever:Forfarmers farmconsult Status:ontwerp
Noordpijl
DDaalleennssttrraaaatt 44BB , 55446666 PPMM EEeerrddee E-mail: info @bragis.nl Web: www. bragis. nl
7.
Bodem- en asbestonderzoek
”
ne ds ue
H 7
ge
wn eo hr o
K
“
gin
wu o bre dn O e
jklie
t imu R
61
documentkenmerk: 2403745LLU-01 , versie 0
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Korhoenweg 7 te Heusden (gemeente Asten) (2403745LLU-01
,
versie 0)
documentkenmerk: 2403745LLU-01 , versie 0
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
in opdracht van ForFarmers FarmConsult T. a. v. mevrouw L. van Loon Kwinkweerd 5 7241 CW LOCHEM betreffende locatie Korhoenweg 7 te Heusden (gemeente Asten) documentkenmerk 2403745LLU-01 versie 0 vestiging Nuenen datum 30 januari 2025
opgesteld door: L. J. M. (Luuk) Luttikhold Projectleider bodem
gecontroleerd door: T. J. J. (Tom) Buijs Projectleider bodem
Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies. Op dit rapport is een disclaimer van toepassing; zie https://www. tritium. nl/algemene-disclaimer/
Tritium Advies B. V. Adviseurs in bouwen , milieu en veiligheid T. E.
088 44 02 900 info @tritium.nl
I.
www. tritium. nl
KvK-nr.
17108024
Tritium Advies is gevestigd in:
Breda > > Nuenen > > Rijkevoort
documentkenmerk: 2403745LLU-01 , versie 0
Samenvatting In opdracht van ForFarmers FarmConsult heeft Tritium Advies een verkennend bodemasbestonderzoek uitgevoerd op de locatie Korhoenweg 7 te Heusden.
en
Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging op een deel van de onderzoekslocatie , alsmede de geplande herontwikkeling. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) om te bepalen of op de locatie sprake is van bodemverontreiniging die een belemmering kan vormen voor de voorgenomen bestemmingswijziging en de geplande herontwikkeling. Tevens wordt een uitspraak gedaan over het indicatieve asbestgehalte in de bodem. Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende deellocaties onderscheiden: 2 • deellocatie A : gehele terrein , excl. bebouwing (ca. 8. 730 m); 1 • deellocatie B : druppelzone (ca. 60 m). Uit de resultaten
van
het onderzoek blijkt het volgende.
Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het plaatsen van de boringen en peilbuizen zijn op de gehele locatie geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen. Onder een deel van de verhardingen rondom het erf en bij de oostelijk gelegen stallen is een fundering en open halfverharding met gebroken puin aanwezig. Ter plaatse van de druppelzone is op het maaiveld en in de uitkomende grond zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal (grove fractie > 20 mm) waargenomen. Verkennend bodemonderzoek Deellocatie A: gehele terrein , excl. bebouwing Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond heterogeen licht verontreinigd is met koper. De ondergrond blijkt niet verontreinigd te zijn met de onderzochte stoffen. In het grondwater is plaatselijk een lichte verontreiniging met cadmium , koper en zink aangetoond. De interventiewaarde voor grond wordt niet overschreden. De signaleringsparameters voor grondwater worden eveneens niet overschreden. De bodemlagen worden indicatief geclassificeerd als ‘landbouw/natuur’ of ‘industrie’. Deellocatie B: druppelzone Uit de analyseresultaten blijkt dat de contactzone ter plaatse van de druppelzone niet verontreinigd is met PCB. De interventiewaarde voor grond wordt niet overschreden. Toetsing hypothese De aangetoonde verontreinigingen zijn in overeenstemming met de hypothese dat de onderzoekslocatie verdacht is hiervoor.
Voor de lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater geldt dat de gehalten dermate laag zijn dat nader onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht.
documentkenmerk: 2403745LLU-01 , versie 0
Verkennend asbestonderzoek Deellocatie B: druppelzone In de fijne fractie ( < 20 mm) is een maximaal gewogen asbestgehalte van 9 mg/kg d. s. aangetoond. Het asbest betreft niet hechtgebonden chrysotiel en crocidoliet. In de druppelzone zijn geen respirabele vezels aangetoond. Omdat het aangetoonde gehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde en er geen respirabele vezels zijn aangetoond , mag worden aangenomen dat de grond ter plaatse van de druppelzone niet verontreinigd is met asbest. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Voorlopige veiligheidsklasse (CROW 400) Voor de geanalyseerde meng(monsters) is geen veiligheidsklasse van toepassing (basishygiëne). Omdat het aangetoonde gehalte asbest ter plaatse van de druppelzone een gehalte beneden de helft van de hergebruikswaarde bedraagt en er geen respirabele vezels zijn aangetoond , zijn geen aanvullende maatregelen ten aanzien van asbest vereist. Opgemerkt wordt dat de veiligheidsklasse niet automatisch bepaalt welke maatregelen getroffen dienen te worden , maar een indicatie vormt voor de veiligheidskundige om te bepalen welke maatregelen passend zijn tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. De definitieve veiligheidsklasse dient te worden bepaald door een veiligheidskundige.
Conclusie en aanbevelingen De onderzoeksresultaten vormen naar mening van Tritium Advies geen belemmering voorgenomen bestemmingswijziging en de geplande herontwikkeling.
voor
de
Indien grond of puin wordt afgegraven (bijvoorbeeld bij bouwwerkzaamheden) en van de locatie wordt afgevoerd , dient er rekening mee te worden gehouden dat dit elders niet zonder meer toepasbaar is. Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond zijn de regels van de Regeling bodemkwaliteit en het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing , die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen.
documentkenmerk: 2403745LLU-01 , versie 0
Inhoudsopgave pagina Samenvatting 1.
Inleiding
1
2.
Vooronderzoek
2
2. 1 2. 2 2. 3 2. 4 2. 5
Locatiegegevens Eerder uitgevoerd onderzoek Terreinverkenning Bodemopbouw Conclusies vooronderzoek
2 5 6 6 7
3.
Verkennend bodemonderzoek
8
3. 1 3. 2 3. 2. 1 3. 2. 2 3. 2. 3 3. 2. 4 3. 3 3. 3. 1 3. 3. 2 3. 3. 3
Onderzoeksstrategie Uitvoering Kwalibo Plaatsen boringen en peilbuizen Bemonstering grondwater Analyses Analyseresultaten Toetsingskader(s) Grond Grondwater
8 8 8 9 9 10 11 11 12 12
4.
Verkennend asbestonderzoek
14
4. 1 4. 2 4. 2. 1 4. 2. 2 4. 2. 3 4. 2. 4 4. 3 4. 3. 1 4. 3. 2
Onderzoeksstrategie Uitvoering Kwalibo Maaiveldinspectie Inspectiegaten en boorwerk Analyses Analyseresultaten Toetsingskader Analyseresultaten
14 14 14 15 15 15 15 15 16
5.
Voorlopige veiligheidsklasse bepaling (CROW 400)
17
5. 1 5. 2
Toetsingskader Bespreking resultaten
17 17
6.
Conclusie en aanbevelingen
18
documentkenmerk: 2403745LLU-01 , versie 0
Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9: Bijlage 10: Bijlage 11:
Regionale ligging Situatietekening Profielbeschrijvingen Analyseresultaten grond Analyseresultaten grondwater Analyseresultaten asbest Toelichting toetsingskader Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater (voorlopige) veiligheidsklasse bepaling (CROW 400) Foto’s onderzoekslocatie
documentkenmerk: 2403745LLU-01 , versie 0
1.
Inleiding
In opdracht van ForFarmers FarmConsult heeft Tritium Advies een verkennend bodemasbestonderzoek uitgevoerd op de locatie Korhoenweg 7 te Heusden. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging onderzoekslocatie , alsmede de geplande herontwikkeling.
op een
en
deel van de
Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) om te bepalen of op de locatie sprake is van bodemverontreiniging die een belemmering kan vormen voor de voorgenomen bestemmingswijziging en de geplande herontwikkeling. Tevens wordt een uitspraak gedaan over het indicatieve asbestgehalte in de bodem. Tritium Advies heeft geen binding met de opdrachtgever onafhankelijk advies- en onderzoeksbureau.
en
de onderzoekslocatie anders dan als
Kwalibo Op een deel van de werkzaamheden die in het voorliggende rapport worden beschreven is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Voor deze kwaliteitsborging zijn onderdelen van het onderzoek onder Kwalibo uitgevoerd. Indien dit het geval is , dan is dit bij het betreffende onderdeel expliciet vermeld. Onderdelen zonder vermelding van Kwalibo , zijn niet onder Kwalibo uitgevoerd.
pagina 1 van 19
documentkenmerk: 2403745LLU-01 , versie 0
2.
Vooronderzoek
Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725:2023. De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2. 1: overzicht geraadpleegde bronnen tijdens vooronderzoek vooronderzoek type
“aanleiding A” uitvoeren van bodemonderzoek , saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van
gebouw op een bodemgevoelige locatie; “aanleiding H” uitvoeren van (milieubelastende) activiteit graven (exclusief tijdelijk uitnemen) en inschatten van arbeidshygiënische risico’s. een
categorie
bron
internet kadastrale gegevens actuele terreinsituatie
historische gegevens bodeminformatie
kadastralekaart. com BAG Viewer - Kadaster Google Maps Slagboom & Peeters Luchtfotografie Topotijdreis Bodemloket Actueel Hoogte Bestand DINOloket WKO tool Nederland stortplaatsenkaart Provincie Noord-Brabant Bodemkwaliteitskaart gemeente Asten Omgevingsrapportage Noord-Brabant
geraadpleegd datum
contactpersoon
11-11-2024
n. v. t.
10-12-2024
mevr. C. Verveer
07-11-2024
mevr. L. van Loon
10-01-2025 11-11-2024
n. v. t.
archieven gemeente Asten bodeminformatie historische gegevens
bodeminformatiesysteem gemeente Asten vergunningen
tankenbestand Hinderwet-/milieuarchief/Wabo overig locatiegegevens terreinverkenning bodeminformatie
opdrachtgever Tritium Advies (de heer Y. Janssen) archieven Tritium Advies
n. v. t.
De terreinverkenning is voorafgaand aan het veldwerk uitgevoerd. De resultaten van de terreinverkenning zijn verwerkt in de volgende paragrafen.
2. 1
Locatiegegevens
Op basis van de geraadpleegde bronnen is een overzicht opgesteld van de locatiegegevens. Het overzicht is weergegeven in de volgende tabel. De ligging van de locatie is weergegeven in figuur 2. 1.
pagina 2 van 19
documentkenmerk: 2403745LLU-01 , versie 0
Tabel 2. 2: overzicht onderzoekslocatie actuele locatiegegevens adres straat
Korhoenweg
huisnummer plaats
7
Heusden
kadastraal gemeente
Asten
sectie
P 1162 (geh. ) en 1163 (ged. )
nummers
locatie oppervlak huidig gebruik geplande werkzaamheden
voormalig gebruik
toekomstig gebruik dempingen , ophogingen , bijmengingen met puin
bodembedreigende activiteiten en calamiteiten PFAS
bodemkwaliteitskaart
bijzonderheden terreinsituatie bebouwing maaiveld verhardingen
totaal circa 16. 280 m 2 bebouwd circa 7. 550 m 2 (varkens)veehouderij met bijhorend erf , stallen , bijgebouw en bedrijfswoning In het kader van de Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderij voor piekbelasters gaan de eigenaren hun bedrijf staken en wordt de locatie omgeschakeld naar de bestemming ‘Wonen’ met de nevenactiviteit ‘Statische opslag’. Het voornemen bestaat om hierbij: 1) De aanwezige varkensstallen , mestputten en bijhorende voorzieningen te slopen/verwijderen. 2) Het bestaande bijgebouw te behouden en ter plaatse een aanbouw te realiseren van circa 185 m.2 3) De zonnepanelen van de zuidelijk gelegen stal te verplaatsen naar een grondopstelling op het achtererf (locatie nog niet definitief bepaald). Van oudsher kende de onderzoekslocatie hoogstwaarschijnlijk een agrarisch gebruik als akker-/weiland. In de jaren ’70 is de veehouderij ontwikkeld , waarbij de eerste stal (1976) , het bijgebouw (1977) , het bijhorende erf en de bedrijfswoning (1976) zijn gerealiseerd (BAG). In 2007 en 2014 zijn de oostelijk gelegen stallen gerealiseerd. Sindsdien heeft de locatie haar huidig gebruik gekregen. bestemming ‘Wonen’ met nevenactiviteit ‘Statische opslag’ Op het bijhorend erf is onder een deel van de verhardingen en bij de oostelijk gelegen stallen een fundering en open halfverharding met gebroken puin aanwezig.
Omdat de fundering en open halfverharding tijdens de herontwikkeling op de locatie blijven liggen en niet van de locatie afgevoerd gaan worden , zijn deze in overleg met de opdrachtgever niet aanvullend onderzocht. langdurige agrarische activiteiten In december 2021 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het
‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ van toepassing verklaard. Door het wijdverbreide gebruik en door emissies en incidenten worden poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) inmiddels in Nederland (en breder in de wereld) , niet alleen bij puntbronnen , maar ook als diffuse verontreinigingen in bodem , grondwater en oppervlaktewater aangetoond. Derhalve zijn de bovengrond (tot 10, m-mv) en geroerde bodems verdacht op PFAS. • bron: Nota bodembeheer gemeente Asten 2022 • ontgravingskaart boven- en ondergrond: ‘Landbouw/natuur’ • toepassingskaart boven- en ondergrond: ‘Landbouw/natuur’ • bodemfunctieklassenkaart: ‘Overig (Landbouw/natuur)’ geen bekend veehouderij met stallen , bijgebouw en bedrijfswoning gedeeltelijk verhard , gedeeltelijk onverhard bebouwing: vermoedelijk beton overig: klinkers (rondom bedrijfswoning en bijgebouw)
pagina 3 van 19
documentkenmerk: 2403745LLU-01 , versie 0
Tabel 2. 2 (vervolg): overzicht onderzoekslocatie actuele locatiegegevens asbestaspecten jaartallen toepassing
opstallen
jaren ’70 , 2007 en 2014
terrein aanleg jaren ’70 Ter plaatse van de oostelijk gelegen stallen worden de dakbedekkingen , gelet op de periode van realisatie (2007 en 2014) , beschouwd als niet asbestverdacht. De oude stal (1976) en het bijgebouw (1977) hadden in het verleden een asbesthoudende dakbedekking. Onbekend is of de daken in het verleden waren voorzien van een dakgoot. De oude stal heeft op de noordelijke zijde in het verleden mogelijk afgewaterd op onverhard terrein. Derhalve wordt deze beschouwd als asbestverdacht. Voor zover bekend bij Tritium Advies heeft ter plaatse van de zuidelijke zijde van de oude stal en rondom het bijgebouw altijd een verharding gelegen. Bekend is dat de daken van beide gebouwen inmiddels zijn voorzien van dakgoten en in omstreeks 2017 zijn vervangen met een niet asbesthoudende dakbedekking [1]. Derhalve worden de daken beschouwd als niet asbestverdacht.
omgeving gebruik belendende percelen bodembedreigende activiteiten en calamiteiten
agrarisch en openbare weg geen bekend
De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1. Een situatietekening is weergegeven in bijlage 2. Foto’s van de onderzoekslocatie zijn toegevoegd in bijlage 11. De ligging van de onderzoekslocatie en een schets van de toekomstige situatie zijn weergegeven in de volgende figuren. Opgemerkt wordt dat de locatie voor de grondopstelling voor de zonnepanelen hierbij nog niet definitief is bepaald. Figuur 2. 1: ligging onderzoekslocatie (blauwe contour)
en
druppelzone (gele lijn)
pagina 4 van 19
documentkenmerk: 2403745LLU-01 , versie 0
Figuur 2. 2: schets toekomstige situatie
Grondopstelling zonnepanelen Aanbouw bijgebouw (ca. 185 m)2
2. 2
Eerder uitgevoerd onderzoek
Op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving zijn in het verleden de in de volgende tabel vermelde (bodem)onderzoeken uitgevoerd. Voor zover relevant voor het onderzoek zijn de gegevens weergegeven in dit hoofdstuk. Voor de volledige gegevens wordt verwezen naar de desbetreffende rapportages. Tabel 2. 3: eerder uitgevoerd onderzoek locatie
opgesteld door
kenmerk
datum
onderzoekslocatie 1. asbestinventarisatie rapport
Korhoenweg 7
CSI
17-5725TJ. 7
22-11-2017
directe omgeving 2. verificatie van zinkassen in wegen De Kempen
Korhoenweg
Witteveen en Bos
HT333-4
19-04-2010
nr.
titel
Uit de documenten in de voornoemde tabel blijkt het volgende. Ad 1 Uit de asbestinventarisatie bleek dat de dakbedekkingen van de oude stal (1976) en het bijgebouw (1977) bestonden uit hechtgebonden chrysotiel golfplaten. In het veld werden de golfplaten geclassificeerd als ‘licht verweerd’. Bekend is dat rondom het bijgebouw een verharding met klinkers aanwezig was. De zuidelijke zijde van de oude stal was eveneens geheel verhard. De noordelijke zijde van de oude stal grensde aan een weiland. Zover bekend was ter plaatse van de noordzijde geen verharding aanwezig. Op basis van de asbestinventarisatie zijn omstreeks 2017 de daken verwijderd en vervangen met een niet asbesthoudende dakbedekking.
pagina 5 van 19
documentkenmerk: 2403745LLU-01 , versie 0
Ad 2 Op basis van dit onderzoek bleek dat ter plaatse van de Korhoenweg , gelegen direct ten westen van de onderhavige onderzoekslocatie , zinkassen niet meetbaar aanwezig waren.
2. 3
Terreinverkenning
Voorafgaand aan de monstername is een terreinverkenning uitgevoerd. Hierbij zijn geen bijzonderheden geconstateerd. De resultaten van de terreinverkenning hebben dan ook geen aanleiding gegeven om de onderzoeksstrategie aan te passen.
2. 4
Bodemopbouw
In de volgende tabel is een overzicht opgenomen geohydrologische situatie. Tabel 2. 4: bodemopbouw bodemopbouw maaiveldhoogte deklaag
1 e watervoerende
en
van
de regionale bodemopbouw
en
de
geohydrologie
265, m+NAP tot 270, m+NAP 3 m dikte
pakket
samenstelling doorlatendheid dikte samenstelling doorlatendheid
geohydrologie freatisch grondwater 1 e watervoerende pakket
stijghoogte stromingsrichting stijghoogte stromingsrichting
middelfijn tot uiterst fijn zand met plaatselijk veenlagen matig 14 m matig grof tot matig fijn zand en uiterst grof tot middel grof
grindhoudend zand goed 255, m+NAP
noordwestelijk onbekend noordwestelijk
waterhuishouding oppervlaktewater grondwaterbeschermingsbied / boringsvrije zone grondwateronttrekking
Niet aanwezig. De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied of een boringsvrije zone.
Op de onderzoekslocatie en in de omgeving vindt zover bekend bij Tritium Advies geen
grondwateronttrekking plaats.
pagina 6 van 19
documentkenmerk: 2403745LLU-01 , versie 0
2. 5
Conclusies vooronderzoek
Op basis van het vooronderzoek worden de in de volgende tabel vermelde deellocaties hypotheses onderscheiden.
en
Tabel 2. 5: deellocaties en hypotheses deellocatie
omschrijving
A.
gehele terrein , excl. bebouwing
B.
druppelzone (noordzijde)
afmeting
hypothese
motivatie
ca. 8. 730 m 2
verdacht
ca. 60 m 1
verdacht
langdurig agrarisch gebruik als (varkens)veehouderij mogelijk eroderende dakbedekking in het verleden zonder dakgoot en afwaterend op onverharde ondergrond
verdachte stoffen 1) NEN-parameters en
asbest (bij puin) asbest en PCB
Opmerkingen bij de tabel: 1) verklaring verdachte stoffen: NEN- parameters : pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum , 9 metalen , PAK , PCB en minerale olie) en NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen , vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen , vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie); PCB : polychloorbifenylen.
PFAS Voor hergebruik van grond zijn in het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ (d. d. december 2021) regels opgesteld waardoor voorafgaand aan hergebruik van grond wel onderzoek naar PFAS nodig is. Omdat bij de herontwikkeling geen grond van de locatie wordt afgevoerd of elders buiten de locatie wordt hergebruikt , wordt geen onderzoek naar PFAS verricht.
pagina 7 van 19
documentkenmerk: 2403745LLU-01 , versie 0
3.
Verkennend bodemonderzoek
3. 1
Onderzoeksstrategie
Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740:2023. De te volgen strategie is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 3. 1: strategie verkennend bodemonderzoek strategie 1)
boorwerk asfalt- of (diepte in m-mv) betonboringen boringen peilbuizen (diameter) 2 A: 730 deellocatie gehele terrein , excl. bebouwing (ca. 8. m) VED-HE-NL
17 x (05) , 4 x (20) ,
analyses 2) grond
grondwater
2
-
6 x NEN-g 4)
2 x NEN-gw
-
-
1 x PCB
-
deellocatie B: druppelzone (60 m)1 - 3)
VEP
Opmerkingen bij de tabel: 1) verklaring strategie: VEP : onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern; VED-HE-NL : onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie , diffuse bodembelasting , heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming , (niet lijnvormig). 2) verklaring analyses: NEN-g : pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum , 9 metalen , PAK , PCB en minerale olie); NEN-gw : pakket NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen , vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen , vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie); PCB : polychloorbifenylen. 3) Ter plaatse van de druppelzone worden de boringen gecombineerd uitgevoerd met de asbestgaten. De werkzaamheden hiervan zijn beschreven in hoofdstuk 4 van dit rapport. 4) conform de strategie VED-HE-NL dienen vier analyses te worden verricht op de meest verdachte laag. Om ook een uitspraak te kunnen doen over de milieuhygiënische kwaliteit van de (onverdachte) ondergrond zijn twee extra analyses opgenomen.
De analyses worden door een geaccrediteerd laboratorium uitgevoerd. De grond- en grondwatermonsters worden conform AS3000 voorbewerkt.
3. 2
Uitvoering
3. 2. 1
Kwalibo
Op de veldwerkzaamheden is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Voor dit onderzoek zijn de werkzaamheden uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001 en 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer.
pagina 8 van 19
documentkenmerk: 2403745LLU-01 , versie 0
In de volgende tabel zijn de namen van de erkende veldwerkers onderzoek het veldwerk hebben uitgevoerd.
weergegeven , die voor
onderhavig
Tabel 3. 2: erkende veldwerkers Tritium Advies veldwerker
datum uitvoering
boornummers/peilbuisnummers
boorwerkzaamheden (protocol 2001) Youri Janssen en Laurens Emaus
10-01-2025
monstername grondwater (protocol 2002) 22-01-2025 Rik van der Steen
A01 t/m A23 , B01 t/m B03 A01 , A02
Conform BRL-SIKB 2000 zijn de veldwerkzaamheden getoetst op partijdigheid. De uitvoerder van het veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als dat van een onafhankelijk onderzoeksbureau.
3. 2. 2
Plaatsen boringen en peilbuizen
De locaties van de boringen en peilbuizen zijn weergegeven in bijlage 2. Tijdens het plaatsen van de boringen bleek dat onder een deel van de verhardingen rondom het erf en bij de oostelijk gelegen stallen een fundering en open halfverharding met gebroken puin aanwezig waren. De globale ligging hiervan is weergegeven op tekening in bijlage 2. Omdat de fundering en open halfverharding tijdens de herontwikkeling op de locatie blijven liggen en niet van de locatie afgevoerd gaan worden , zijn deze in overleg met de opdrachtgever niet aanvullend onderzocht. Verder deden zich geen belemmeringen of bijzonderheden voor. De bij de boringen vrijkomende grond is in het veld zintuiglijk beoordeeld. Hierbij zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. Voor de bodemopbouw wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3. Omdat in de bodem géén bijmengingen met puin zijn waargenomen en er met uitzondering van deellocatie B (druppelzone) geen andere aanleiding is om te veronderstellen dat het overige deel van de locatie verdacht is op het voorkomen van een bodemverontreiniging met asbest , is het overige deel van de locatie als onverdacht beschouwd. Derhalve wordt het uitvoeren van een verkennend asbestonderzoek op deellocatie A niet noodzakelijk geacht.
3. 2. 3
Bemonstering grondwater
Tijdens de grondwatermonstername zijn in het veld de zuurgraad (pH) , de troebelheid en de elektrische geleidbaarheid (Ec) van het grondwater bepaald. De peilbuisspecificaties en meetresultaten zijn weergegeven in de volgende tabel. De plaats van de peilbuizen is weergegeven in bijlage 2.
pagina 9 van 19
documentkenmerk: 2403745LLU-01 , versie 0
Tabel 3. 3: peilbuisspecificaties peilbuis
datum bemonstering
filtertraject (m-mv)
grondwaterstand (m-mv)
pH
Ec
(µS/cm)
troebelheid (ntu)
belucht
(-)
deellocatie A: gehele terrein , excl. bebouwing (ca. 8. 730 m)2 A01
22-01-2025
200 ,
, - 300
117 ,
60,
981
488,
nee
A02
22-01-2025
200 ,
- 300 ,
139 ,
60,
62
447,
nee
Tijdens de bemonstering van de peilbuizen bleek de troebelheid van het grondwater groter dan 10 ntu. Hierdoor kunnen concentraties van organische parameters hoger uitvallen. Bij de interpretatie van de analyseresultaten van het grondwater wordt hiermee rekening gehouden. De betrouwbaarheid van de analyseresultaten wordt in paragraaf 3. 3. 3 besproken.
3. 2. 4
Analyses
De grond- en grondwatermonsters zijn volgens de volgende tabellen geanalyseerd. Tabel 3. 4: geanalyseerde monsters (grond) monster-
code
traject (m-mv)
deelmonsters
analyses
deellocatie A: gehele terrein , excl. bebouwing (ca. 8. 730 m)2 MMA01 000 , , A01 (000 , , , A09 (035 , , , - 050 - 050) - 050) A10 (000 , , , A11 (000 , , - 050) - 050) MMA02 000 , , A03 (000 , , , A07 (000 , , , - 050 - 050) - 050) A13 (000 , , , A14 , , - 050) (000 - 050) MMA03 000 A15 (000 , - 050 , , - 050) , , A17 (000 , - 050) , , A21 (000 , - 050) , , A23 (000 , - 050) , MMA04 020 , , A04 (050 , , , A05 (050 , , , - 100 - 080) - 100) A19 (020 , , , A22 (030 , , - 050) - 080) MMA05 A01 (080 080 , - 150 , , - 130) , , A03 (100 , - 150) , , A04 (080 , - 130) , MMA06 070 , - 150 , A02 (070 , - 100) , , A05 (100 , - 150) , , A06 (100 , - 150) , deellocatie B: druppelzone (ca. 60 m)1 MMB01
000 ,
-
010 ,
B01 (000 , B03 (000 ,
- 010) , , - 010) ,
B02 (000 ,
-
, , 010)
1)
toelichting
NEN-g
zintuiglijk schone bovengrond (zand)
NEN-g
zintuiglijk schone bovengrond (zand)
NEN-g
zintuiglijk schone bovengrond (zand)
NEN-g NEN-g
zintuiglijk schone bovengrond (zand) , onder erfverhardingen zintuiglijk schone ondergrond (zand)
NEN-g
zintuiglijk schone ondergrond (zand)
PCB , L+H
meest verdachte bodemlaag
(contactzone)
Opmerkingen bij de tabel: 1) verklaring analyses: NEN-g : pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum , 9 metalen , PAK , PCB minerale olie); PCB : polychloorbifenylen; L+H : lutum en humus (organische stof).
en
pagina 10 van 19
documentkenmerk: 2403745LLU-01 , versie 0
Tabel 3. 5: geanalyseerde monsters (grondwater) monster-
peilbuis-
code
nummer
filtertraject (m-mv)
analyses 1)
motivatie
deellocatie A: gehele terrein , excl. bebouwing (ca. 8. 730 m)2 A01-1-1
A01
200 ,
-
300 ,
NEN-gw
A02-1-1
A02
200 ,
-
300 ,
NEN-gw
onderzoek grondwater onderzoek grondwater
Opmerkingen bij de tabel: 1) verklaring analyses: NEN-gw : pakket NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen , vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen , vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie).
3. 3
Analyseresultaten
3. 3. 1
Toetsingskader(s)
De analyseresultaten van de grond en/of grondwatermonsters zijn vergeleken met de momenteel geldende toetsingskaders. Voor een nadere toelichting op de gehanteerde toetsingskaders wordt verwezen naar bijlage 7. In de volgende tabellen is weergegeven op welke wijze de mate van verontreiniging na toetsing van de analyseresultaten aan de normen uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) , Regeling bodemkwaliteit (Rbk) en Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in het rapport wordt weergegeven. Tabel 3. 6: mate
van
verontreiniging volgens Bal
aanduiding in rapport
betekenis voor grond
<I >I
interventiewaarde wordt niet overschreden interventiewaarde wordt overschreden
Tabel 3. 7: bodemkwaliteitsklasse volgens Rbk aanduiding in rapport
betekenis
landbouw/natuur (LN)
grond kan vrij worden toegepast bij elke bodemfunctie en elke bodemkwaliteit
wonen
(Wo)
grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader worden toegepast bij de bodemfuncties en bodemkwaliteiten " wonen " of " industrie "
industrie (Ind)
grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader enkel worden toegepast bij de bodemfunctie en bodemkwaliteit " industrie "
matig verontreinigd (MV)
grond kan alleen worden toegepast bij de bodemfunctie en bodemkwaliteit “matig verontreinigd” of toepassing alleen geregeld door maatwerkregels/-voorschriften
sterk verontreinigd (SV)
toepassing alleen geregeld door maatwerkregels/-voorschriften
Tabel 3. 8: signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering volgens Bkl aanduiding in rapport < SP > SP
betekenis voor grondwater signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering wordt niet overschreden signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering wordt overschreden
In verband met de overgangsperiode van de Wet bodembescherming naar de Omgevingswet zijn de resultaten vooralsnog aan beide kaders getoetst. De toetsingen aan de Wet bodembescherming zijn tussen haakjes opgenomen in de volgende tabellen.