Bijlage 2 - Toelichting bestemmingsplan ‘Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022’
Tekst van het document
3.2.3 Ontwerp omgevingsverordening Op 11 maart 2022 hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld die gelijktijdig met de Omgevingswet inwerking zal treden. In de omgevingsverordening worden de uitgangspunten van de interim verordening gehanteerd. Op een aantal punten zijn met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet aanpassingen gedaan en zijn enkele nieuwe inzichten of gewijzigde beleidskaders verwerkt.
Figuur 19
Ligging plangebied in landelijk gebied binnen ontwerp Verordening
Het plangebied is in deze ontwerpverordening gelegen in 'landelijk gebied'. Binnen de ontwerp omgevingsverordening is geen zonering voor stedelijke afweegbaar gebied opgenomen, maar kan een duurzame stedelijke ontwikkeling plaats vinden op basis van artikel 5.56. Hier zijn de volgende voorwaarden voor opgenomen: Binnen Stedelijk gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; De woningbouwopgave voortvloeiende uit de woningbouwmonitor voorziet in een aanzienlijke opgave voor de gemeente Asten en in het bijzonder de kern Ommel. De grote druk op de woningmarkt en een
bestemmingsplan Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022
35
vermoedelijke afname in de harde plancapaciteit vanaf 2022, heeft de gemeente Asten doen besluiten tot het vaststellen van een versnellingsagenda, waarin het versnellen van woningbouw ten doel is gesteld. In deze versnellingsagenda is ingezet op alle drie de kernen binnen de gemeente Asten, maar is eveneens geconcludeerd dat er voor Ommel een grotere opgave bestaat. Dit is echter gerechtvaardigd omdat enerzijds de afgelopen jaren sprake is geweest van een aanzienlijke onderproductie in de kern Ommel en anderzijds omdat in de Toekomstagenda Asten 2030 is aangegeven dat het toevoegen van woningen van belang is voor het behoud van voorzieningen en leefbaarheid op kernniveau. Tot en met 2031 moet Asten minimaal 681 nieuwe woningen realiseren. Asten beschikt nog niet over voldoende harde plancapaciteit om deze opgave te realiseren, ook in relatie tot de binnen de sub regio De Peel afgestemde woningbouwplannen. Het onderhavige plan is afgestemd binnen de sub regio. De grootte van de opgave impliceert dat binnen de kern van Ommel ontoereikend mogelijkheden zijn. Daarvoor mist het noodzakelijke ruimtebeslag. Daarnaast geldt ook dat er versneld dient te worden gebouwd, waardoor het volgen van een meersporenbeleid van belang is.
Er is in dat kader ingezet op onderhavige planlocatie omdat deze de mogelijkheid biedt om de kern van Ommel stedenbouwkundig af te ronden door aan te sluiten op de bestaande ruimtelijke en functionele structuren. De stedenbouwkundige aanzet die eerder is gerealiseerd, wordt daarmee voltooid. Daarmee is de locatie passend.
Transformatie van cultuurhistorisch waardevol of ander geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; De woningbouwopgave is te groot om te kunnen voorzien in transformatie. Daarnaast is er geen aanbod van dergelijk vastgoed voor de kern Ommel. Cultuurhistorisch waardevolle boerderijen in de kern zijn reeds gesplitst.
Dit past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied; Een ontwikkelingsrichting wordt opgesteld met toepassing van de basisprincipes, bedoeld in paragraaf 5.1.2, en gaat in ieder geval in op de volgende aspecten: a. b.
c. d. a.
welke activiteiten en functies vanuit een gebiedsgerichte benadering passen in de omgeving; welke effecten de ontwikkeling van die activiteiten en functies heeft op andere aspecten, waaronder een veilige en gezonde leefomgeving, de te beschermen waarden, bedoeld in afdeling 5.2, mobiliteit, agrarische ontwikkeling, stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; op welke wijze de omgevingskwaliteit in het gebied versterkt kan worden, mede gericht op de toepassing van artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap; en op welke wijze de sloop van leegstaande of overtollige bebouwing wordt gerealiseerd.
Welke activiteiten en functies passen binnen de omgeving
De kern Ommel heeft zich historisch ontwikkeld rondom de Marialaan/Kloosterlaan in noordelijke richting en de Kluisstraat in oostelijk/westelijk richting. Nabij het plangebied is er aanvankelijk een bebouwingscluster ontstaan in de vorm van buurtschap de Kluis.
36
bestemmingsplan Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022
De omliggende terreinen waren overwegend agrarisch in gebruik. Halverwege de jaren negentig is het buitengebied sterk veranderd, met name door de aanleg van de A67 en overige provinciale wegen. Ook is in de westzijde het recreatieterrein Ooststappen gerealiseerd. Deze fungeren als 'harde' scheidingen in het landschap. Het buurtschap 'de Kluis' is inmiddels onderdeel van de kern van Ommel, de bebouwing concentreert zich nog in sterke mate rondom de Kluisstraat. Ten zuiden van de Kluisstraat is een aanzet gemaakt voor de eerste stedelijke functies.
In de huidige functioneel/ruimtelijke structuur van de kern Ommel valt op dat er verdichting heeft plaatsgevonden van de kern. Ook heeft ten oosten van het plangebied en ten zuiden van de Kluisstraat een afronding van de kern plaatsgevonden door de situering van de sportvelden aldaar en verdichting van de woonfuncties langs de Kluisstraat.
bestemmingsplan Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022
37
Vanuit deze historische ontwikkeling is het plangebied een logische afronding van de kern. Het buitengebied bestaat hier voornamelijk uit een gemengd gebied waarbij maatschappelijke, recreatieve en infrastructurele stedelijke functies al geruime tijd gesitueerd zijn.
b.
effecten van de ontwikkeling op andere aspecten, waaronder een veilige en gezonde leefomgeving, de te beschermen waarden, bedoeld in afdeling 5.2, mobiliteit, agrarische ontwikkeling, stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders De ontwikkeling voorziet in de realisatie van woningen. Er wordt in het programma voorzien in differentiatie voor verschillende doelgroepen. Het plan levert daarmee een grote bijdrage aan de leefbaarheid van de kern Ommel, op korte termijn, maar ook middellange en lange termijn. Door de landschappelijke inpassing van het planvoornemen, worden de groene structuren versterkt. Dit gebeurt ondermeer door het realiseren van groenelementen, bosschages, een wadi en doorzichten. Wonen in een groene omgeving versterkt het welzijn in brede zin. Daarnaast geldt dat door de situering van het planvoornemen er geen belemmeringen zijn voor omliggende bedrijven en functies.
Vanuit cultuurhistorisch oogpunt geldt voorts dat het omliggende buitengebied rondom Asten aangeduid is als cultuurhistorisch waardevolle akkers en kampontginningen. Ontwikkelingen zijn hierbinnen evenwel mogelijk, echter legt de onderhavige ontwikkeling hier geen ruimtebeslag op.
c.
op welke wijze de omgevingskwaliteit in het gebied versterkt kan worden, mede gericht op de toepassing van artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap Het planvoornemen gaat gepaard met een aanzienlijke kwaliteitsimpuls in het landschap op locatie. Deze ruimtelijke kwaliteitswinst is inzichtelijk gemaakt in het landschapsplan, zie Bijlage 1.
d.
38
op welke wijze de sloop van leegstaande of overtollige bebouwing wordt gerealiseerd
bestemmingsplan Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022
Op het plangebied is momenteel geen bebouwing gelegen. Sloop van leegstaande of overtollige bebouwing is dan ook niet aan de orde.
De ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afdeling 6.2 Regionaal samenwerken; De ontwikkeling past binnen dergelijke afspraken zoals is beschreven in paragraaf 3.1.3, 3.3.2 en 3.2.4. Daarnaast is de ontwikkeling regionaal afgestemd in de sub regio De Peel. De stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting is afgestemd op de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving, waaronder de met deze verordening te beschermen en te ontwikkelen waarden; De planontwikkeling is op een gedegen wijze stedenbouwkundig ingepast. Zie daarvoor paragraaf 2.2. De stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting houdt rekening met een duurzame afronding van het Stedelijk gebied. De planontwikkeling is op een gedegen wijze stedenbouwkundig ingepast. Zie daarvoor paragraaf 2.2. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen passend is binnen de voorwaarden die gesteld worden in de Ontwerp Omgevingsverordening. 3.2.4 De bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord- Brabant Om aan de toekomstige woningbehoefte te kunnen voldoen en huidige tekorten in te lopen moeten er in Brabant nog veel huizen worden gebouwd. Tot 2050 moeten nog 220.000 huizen aan de bestaande woningvoorraad worden toegevoegd. De nadruk ligt daarbij op de eerstkomende 10 jaar, waarin er zo’n 12.000 woningen per jaar moeten bijkomen.
Vergeleken met de vorige prognose (uit 2017) ligt de groei van de Brabantse bevolking duidelijk hoger. De Brabantse bevolking groeit tot 2050 nog met bijna 280.000 mensen, tot ruim 2,84 miljoen inwoners. Tegen het midden van de jaren ’30 krijgen de landelijke gebieden te maken met een geringe bevolkingskrimp. In het stedelijk gebied blijft de bevolking doorgroeien, al neemt de groei ook hier af. Rond 2040 bereikt de vergrijzing van de Brabantse bevolking haar hoogtepunt. Dan is bijna 27% 65 jaar of ouder, tegen 20% in 2020. De hoogste leeftijdsgroepen, 75 jaar en ouder, groeien het sterkst en landelijke gebieden vergrijzen meer dan stedelijke gebieden. De komende tijd wordt verwacht dat er vanuit andere delen van Nederland meer mensen naar Brabant komen dan dat er vertrekken: gemiddeld (per saldo) zo’n 2.750 personen per jaar. Dit is in lijn met de laatste jaren. Het buitenlandse migratiesaldo – het verschil tussen het aantal immigranten en emigranten – is de laatste jaren sterk toegenomen, tot ongeveer 15.000 in 2019. Ook de komende jaren worden – na een terugval door de ‘corona-effecten’– positieve buitenlandse migratiesaldi verwacht, waarbij het gemiddeld jaarlijkse saldo terugloopt van zo’n 10.000 personen tussen 2020 en 2030 tot ruim 7.000 in de jaren daarna.
In de bevolkings- en woningbehoefteprognose is per gemeente ook een indicatie (met bandbreedte) gegeven van de planningsruimte voor woningbouw in de komende jaren. Overeenkomstig de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant is deze ‘programma-indicatie’ richtinggevend voor de (sub)regionale woningbouwplanning en -programmering en de hierover te maken regionale afspraken.
bestemmingsplan Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022
39
Gemeentelijke bestemmingsplannen, die voorzien in de nieuwbouw van woningen of anderszins leiden tot een (netto) toename van de woningvoorraad, dienen te passen binnen dit regionale afsprakenkader. Gelet op de bevolkingsontwikkeling wordt voor de gemeente Asten in de bevolkings- en woningbehoefteprognoses uitgegaan van een groei van de woningvoorraad met 545 woningen in de periode 2022-2031. In de bevolkings- en woningbehoefteprognoses van 2017 werd nog een groei van de woningvoorraad met 430 woningen voorzien in diezelfde periode. De nieuwe prognoses geven dus meer ruimte om extra bouwplannen te gaan realiseren in de gemeente Asten. De bouw van de woningen in onderhavig planvoornemen is onderdeel van de voorziene toename van de woningvoorraad in de gemeente Asten. In de Monitor Bevolking en Wonen van de provincie Noord-Brabant, gepubliceerd in juni 2025, is opgenomen dat de totale plancapaciteit voor woningbouw in de gemeente Asten over de periode 2024 tot en met 2033 uitkomt op 985 woningen. Dit betreft zowel harde als zachte plancapaciteit. Met de ontwikkeling van de woningbouwlocatie wordt met name voorzien in de behoefte aan grondgebonden woningen in een groene setting en is er eveneens ruimte voor levensloopbestendige woningen.
3.2.5 De Brabantse agenda wonen Het kaderstellend provinciaal beleid op het gebied van de woningbouw is verder vastgelegd in de 'Brabantse Agenda Wonen'. In deze agenda heeft de provincie ‘actielijnen’ en ‘richtinggevende principes’ vastgelegd. De actielijnen gaan uit van: accent op duurzame verstedelijking; meer nadruk op de bestaande woningvoorraad; inzetten op een vraaggericht, flexibel planaanbod met ruimte voor nieuwe woonvormen; versterken van de regionale samenwerking en vernieuwen van regionale woningbouwafspraken. Het planvoornemen is gebaseerd op een actuele kwalitatieve behoefte en dus vraaggericht. De stedenbouwkundige opzet van het plan, met name de ruime en groene opzet van het openbaar gebied, de vormgeving kavels en de beperkte afstand tot de voorzieningen in Ommel en de directe nabijheid van landelijk gebied spreekt de bewoners van de andere deelgebieden aan. De vraag hiernaar is dus aangetoond. Het plan draagt bovendien bij aan de differentiatie van de woningvoorraad in de gemeente Asten en met name in Ommel. Met name de realisatie van levensloopbestendige woningen draagt hier aan bij. De door de provincie gevraagde flexibiliteit volgt uit de planregels, waarbinnen diverse woonvormen realiseerbaar zijn.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Ruimtelijk afwegingskader de Peel Door de Peelgemeenten en waterschap Aa en Maas is in 2021 het ruimtelijk afwegingskader De Peel opgesteld. Het ruimtelijk afwegingskader is een instrument voor het (onderling) afwegen, combineren en inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen. Basis voor het afwegingskader zijn de vier (deel) landschappen van de Peelregio en de afweging op basis van de waarden van het landschap. Het plangebied van voorliggende ruimtelijke ontwikkeling is gelegen in het landschapstype 'oude zandontginningen landschap'. De dragers van dit landschap zijn essen, kampen, oude erven en weidegronden langs beken. De kleinschalige grillige verkaveling (behalve op de essen) wordt deels omzoomd door houtwallen. Zowel beken als wegen kronkelen door dit landschap. (agrarisch) Bouwland is hogerop gelegen terwijl de weilanden juist bij de beken liggen. Daarnaast is er een afwisseling van coulissen (houtwal, bosjes en lanen) en open ruimten (o.a. essen) aanwezig. Ten slotte wordt het landschap gekenmerkt door een microreliëf van essen en kampen. De verstedelijkingsopgave in dit gebied vraagt om een zorgvuldige inpassing. Om vorm te geven aan deze inpassing dient uitbreiding bij de stads- en dorpsranden plaats te vinden, waarbij gebruik gemaakt wordt van
40
bestemmingsplan Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022
natuurinclusieve of klimaatadaptieve buurten. Daarbij dient rekening gehouden te worden met de (versterking van de) fysieke kenmerken bij de inpassing van de opgave. Hiermee wordt bij onderhavige ontwikkeling sterk rekening gehouden door behoud en inpassing van de bestaande houtwal en groenstructuren in het stedenbouwkundig ontwerp. Hiermee ontstaan binnen het plangebied clusters van bebouwing langs de randen van het dorp die goed aansluiten bij de bestaande structuren en landschappelijke kwaliteiten. 3.3.2 Regionale Agenda Wonen In de “Regionale Agenda Wonen RRO Zuidoost-Brabant/Metropoolregio Eindhoven 2016” zijn de uitgangspunten voor de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwopgave in regionaal verband vastgelegd. Kwantitatief is per gemeente aangegeven welke woningbouwopgave er voor de komende tienjaarsperiode is afgesproken. Voor de gemeente Asten is afgesproken dat 915 woningen netto zijn toe te voegen aan de woningvoorraad in de periode 2016 t/m 2025. Kwalitatief zijn meerdere opgaven benoemd: ladder duurzame verstedelijking en binnenstedelijk bouwen, onder andere door herbestemming van leegstaand vastgoed in het bestaand stedelijk gebied; huisvesting doelgroepen, met name arbeidsmigranten en vergunninghouders; kwaliteit van het programma afstemmen op de bestaande voorraad.
De planontwikkeling is onderdeel van het netto toe te voegen aantal woningen in de gemeente Asten. Daarbij is in aanmerking genomen dat recent de laatste mogelijkheden om 'binnenstedelijk te bouwen' binnen de kern Ommel al zijn ontwikkeld. Van herbestembaar leegstaand vastgoed is in Ommel geen sprake. Het programma bevat een mix van vrijstaande en geschakelde woningen. Een deel daarvan zal als levensloopbestendige woning worden uitgevoerd. 3.3.3 Regionale Woondeal Noordoost-Brabant De Regionale Woondeal Noordoost-Brabant is op 9 maart 2023 ondertekend door het Rijk, de provincie Noord-Brabant en 16 gemeenten in Noordoost-Brabant. De deal vormt het formele beleidskader waarin afspraken zijn gemaakt over de woningbouwopgave tot en met 2030. De regio staat voor een forse uitdaging: de komende jaren moeten minimaal 33.425 nieuwe woningen worden toegevoegd aan de bestaande woningvoorraad. Deze opgave is niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief van aard. Om in de woonbehoefte van uiteenlopende doelgroepen te voorzien, is afgesproken dat van de nieuwbouwproductie: 67% moet bestaan uit betaalbare woningen, waaronder: 1. Sociale huur (huur tot €808,06): minimaal 30% van de totale bouwopgave; 2. Middenhuur (huur €808 – €1.000) en betaalbare koop (tot €355.000, prijspeil 2022): resterende 37% binnen het betaalbare segment.
Daarnaast hecht de woondeal groot belang aan het bedienen van specifieke doelgroepen. Denk aan ouderen, starters, aandachtsgroepen zoals statushouders, en mensen met een zorgvraag. Woningbouwprojecten dienen expliciet rekening te houden met deze groepen, door het ontwikkelen van geschikte woningtypen, zoals levensloopbestendige woningen, nultredenwoningen of kleine, betaalbare eenheden. Ook wordt in de woondeal gestuurd op versnelling van woningbouw. Projecten die binnen afzienbare termijn tot realisatie kunnen komen, krijgen prioriteit. Gemeenten dienen te beschikken over harde plancapaciteit voor minimaal drie jaar vooruit. Daarnaast is er aandacht voor de wijze waarop wordt gebouwd: klimaatadaptieve inrichting, natuurinclusiviteit, waterberging en aansluiting op bestaande structuren worden aangemoedigd, evenals duurzaam materiaalgebruik.
bestemmingsplan Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022
41
Het planvoornemen voor de realisatie van 30 woningen in Ommel sluit op meerdere punten goed aan bij de uitgangspunten van de Regionale Woondeal Noordoost-Brabant (2023). In de woondeal is afgesproken dat de regio tot en met 2030 inzet op de bouw van 33.425 woningen, waarvan circa twee derde in het betaalbare segment moet vallen. Daarbij is specifieke aandacht gevraagd voor doelgroepen zoals starters, ouderen en aandachtsgroepen, en is het versnellen van planrealisatie een belangrijk speerpunt. De aanwezigheid van rijwoningen en levensloopbestendige woningen zorgt ervoor dat het plan bijdraagt aan een betaalbaar woonaanbod, zowel voor jonge huishoudens als voor ouderen. Hoewel exacte huur- of koopprijzen nog niet zijn vastgesteld, sluit de differentiatie in typologie aan bij de behoefte aan meer betaalbare en diverse woningtypen binnen de regio. Daarbij draagt de ontwikkeling bij aan de woondealdoelstelling om het woningaanbod voor ouderen te vergroten. De levensloopbestendige woningen zijn goed gesitueerd langs de noordzijde van de interne ontsluitingsweg, en hebben een beperkte bouwhoogte van maximaal 8 meter. Daarmee zijn ze niet alleen geschikt voor senioren, maar ook voor mensen met een zorgvraag of verminderde mobiliteit. Op het gebied van ruimtelijke inpassing, duurzaamheid en klimaatadaptatie scoort het plan sterk.
Bestaande groenstructuren, waaronder een behoudenswaardige bomenrij en houtwal, blijven behouden. Tevens is voorzien in natuurlijke waterberging via wadi’s, waarmee wordt voldaan aan het principe van water en bodem als sturend in planvorming. Dit draagt bij aan een zorgvuldige overgang naar het buitengebied en versterkt de landschappelijke inbedding van de woonwijk. Daarnaast is het plan stedenbouwkundig logisch opgebouwd, met een heldere ontsluitingsstructuur die aansluit op bestaande wegen zoals de Kluizendries. De bestaande dorpse korrel en architectuur van Ommel worden gerespecteerd, terwijl de situering van vrijstaande woningen langs de Kluisstraat een passende afronding van het dorpsbeeld vormt.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Toekomstagenda 2030 Als kompas voor de ontwikkeling van de gemeente heeft de gemeente Asten de Toekomstagenda 2030 opgesteld. Hierin staan de opgaven die de komende jaren centraal staan: de transformatie van het buitengebied, het vitaal houden van de kernen, de ontwikkeling van het centrum van Asten en het klimaatbestendig en energieneutraal worden in 2030. Voor de voorgenomen ontwikkeling is de opgave 'het vitaal houden van de kernen' van belang. Daarover is het volgende opgenomen in de Toekomstagenda 2030. Anno 2017 behoren de inwoners van Asten tot de gelukkigste van de regio en het land. Hun geluksbeleving is vooral gebaseerd op gezondheid, deelname aan economisch en maatschappelijk verkeer, woonomgeving en omgevingskwaliteit. Behoud van deze vitaliteit is niet vanzelfsprekend. Het wegtrekken van jongeren, het kleiner worden van huishoudens, de vergrijzing en technologische ontwikkelingen vragen om een alerte reactie van gemeenschappen en gemeente. Passende en betaalbare woonvormen, adequate voorzieningen, saamhorigheid en een evenwichtige bevolkingssamenstelling zorgen voor vitaliteit. Het resultaat is dat de kernen Asten, Heusden en Ommel vanuit de eigen identiteit en kracht koersen. Maatschappelijk initiatief is het vertrekpunt voor ontwikkeling van de kernen.
Ruimte voor eigen initiatief betekent dat dorpen, gebieden en gemeenschappen zich ieder op een eigen wijze ontwikkelen. Dit kan tot gevolg hebben dat de ene kern meer voor elkaar krijgt dan de andere. De gemeente Asten zet in op behoud van voortgezet onderwijs in Asten. Dit is cruciaal in de ontwikkeling van jongeren en het vormen van netwerken, die wellicht stimuleren dat jongeren zich binden aan Asten of overwegen om er later terug te keren. Voor Ommel specifiek is het resultaat meer dan 1000 inwoners voor Ommel. Het is het Initiatief van inwoners om de leefbaarheid in Ommel structureel en voortvarend aan te pakken door middel van substantiële
42
bestemmingsplan Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022
nieuwbouw en aantrekken van nieuwe inwoners. Het voorgenomen plan draagt bij aan dit initiatief. De nieuwbouw van 30 woningen voor diverse doelgroepen draagt bij aan de doelstelling van de Toekomstagenda 2030 en levert een belangrijke bijdrage aan het op peil houden van de leefbaarheid en het verenigingsleven in het dorp. De ontwikkeling van de voorliggend initiatief wordt dan ook breed gedragen door de inwoners van de kern en het verenigingsleven. 3.4.2 Omgevingsvisie Asten De gemeente Asten heeft in september 2024 een nieuwe omgevingsvisie vastgesteld voor de gehele gemeente. Deze Omgevingsvisie is opgesteld samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties en vormt het kader voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Het plangebied maakt onderdeel uit van het deelgebied Dynamische Dorpen. Dynamische dorpen Asten, Heusden en Ommel zijn, mede dankzij het groen in en rond de kernen, fijne dorpen om in te wonen. Gelegen binnen de Metropoolregio Eindhoven hebben ze een dorpse sfeer in uitstraling en gevoel. De dorpen hebben elk een eigen identiteit met een levendig verenigingsleven. Asten, Heusden en Ommel ontwikkelen zich vanuit de eigen identiteit en kracht. Maatschappelijk initiatief is het vertrekpunt voor de ontwikkeling van de dorpen. Als gemeente borgen we de randvoorwaarden en faciliteren we initiatieven die bijdragen aan de gewenste ontwikkeling.
In het deelgebied Dynamische Dorpen wil de gemeente Asten concreet de volgende doelstellingen realiseren: Vitale kernen Het behouden en daar waar mogelijk versterken van het voorzieningenniveau en de leefbaarheid in de kernen. Ontwikkelen van een gezonde en activerende leefomgeving, met veilige en aantrekkelijke plaatsen om te bewegen en elkaar te ontmoeten. We gaan uit van de situatie zoals vastgelegd in de Brabantse Omgevingsscan. Realiseren van voldoende, betaalbare en passende woningen en woonomgevingen voor alle doelgroepen. We zorgen voor adequate en kwalitatieve huisvestingsmogelijkheden voor onze bedrijven op bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. Leidend daarbij zijn de principes het juiste bedrijf op de juiste plek, efficiënt en beter ruimtegebruik en een verantwoorde uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen. Onze bedrijventerreinen zijn van hoge kwaliteit en hebben een modern, dynamisch en duurzaam imago. Behoud van de werkgelegenheid en versterken van toekomstbestendige sectoren die ondervertegenwoordigd zijn, zoals dienstverlening, onderzoek en advies. We gaan uit van de economische structuur, zoals vastgelegd door het CBS. Behouden en beter zichtbaar maken van cultuurhistorisch waardevolle panden en structuren. We gaan uit van de situatie zoals vastgelegd in de cultuurhistorische waardenkaart.
Hiermee versterken we onze identiteit en zorgen we ervoor dat onze kernen nog aantrekkelijker worden voor onze eigen inwoners én bezoekers. Ontwikkelen van slimme mobiliteitsoplossingen – ook wel Smart Mobility genoemd - zoals elektrisch deelvervoer, ten behoeve van een betere ontsluiting van onze kernen en bereikbaarheid van voorzieningen in de regio. Verbreding van de A67 blijft belangrijk voor onze verbinding met de Metropoolregio Eindhoven. Behouden en verbeteren van een groene leefomgeving waarin hittestress beperkt wordt, het water voldoende ruimte krijgt en de biodiversiteit hoog is. Natuurinclusief bouwen wordt de norm. De ambities van deze omgevingsvisie bouwen voort op het gemeentelijk beleid van de afgelopen jaren. Ondernemers werken samen met inwoners, de gemeente en andere partijen aan de ontwikkeling van onze kernen Asten, Heusden en Ommel. Voorbeelden van initiatieven die bijdragen aan de gewenste ontwikkeling:
bestemmingsplan Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022
43
Gezonde leefomgeving: fietsstraten (voorrang voor fietsers), actieve wandelroutes, parkjes, natuurinclusief wonen ontmoetingsplaatsen. van grijs naar groen (minder verstening in tuinen), wadi’s. Nieuwe woonvormen: gezamenlijk duurzaam wonen, zelfvoorzienende woningen en tiny houses. Verduurzaming bedrijventerreinen: duurzame energieopwekking, vergroening, vergroten waterbergend vermogen. Aansprekende evenementen: het organiseren van evenementen draagt bij aan het aantrekkelijk en druk bezocht houden van het centrum. Coöperatieve vormen van samen-leven: zorg en welzijn, duurzaamheid, beheer openbare ruimte. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan het realiseren van de doelstellingen zoals opgenomen in de Omgevingsvisie. Het planvoornemen voorziet onder andere in kavels voor zelfbouwers en levensloopbestendige woningen. Hiermee wordt er aangesloten op de wensen van twee urgente doelgroepen. Daarnaast worden er woningen in het middensegment aangeboden, hetgeen doorstroommogelijkheden genereert. Voormalige starters kunnen zo doorstromen naar de in het planvoornemen gegenereerde middenwoningen waardoor er ruimte voor nieuwe starters ontstaat. Het plan voorziet daarmee in belangrijke mate in de realisatie van passende woningen voor verschillende doelgroepen.
Daarnaast draagt de ontwikkeling van deze locatie bij aan het op peil houden van de voorzieningen en het verenigingsleven, wat de leefbaarheid van de kern Ommel ten goede komt. 3.4.3 Programma wonen 2024-2030 De gemeente Asten heeft in januari 2024 het Programma Wonen 2024–2030 vastgesteld. Het Programma Wonen is één van de kerninstrumenten onder de Omgevingswet en vormt samen met de Omgevingsvisie en andere programma’s de basis voor het ruimtelijk beleid van de gemeente. In het Programma Wonen zijn de ambities en maatregelen opgenomen die bijdragen aan vitale dorpen met voldoende en passende huisvesting voor alle doelgroepen. In het programma wordt specifiek ingezet op versterking van de leefbaarheid en woningvoorraad in alle drie de kernen, waaronder Ommel. Algemeen Asten kent de komende jaren een forse woningbouwopgave. Tot en met 2030 moeten er ten minste 690 woningen worden gerealiseerd, inclusief vervangingsbouw. De groei van de woningvoorraad is nodig om tegemoet te komen aan zowel de lokale woonbehoefte als de druk vanuit de regio. Daarbij geldt nadrukkelijk het uitgangspunt dat er wordt gebouwd voor zowel jongeren, ouderen als nieuwe inwoners, met een focus op betaalbaarheid en doorstroming.
Kwantitatieve taakstelling De woningbouwopgave in de gemeente Asten bedraagt minimaal 690 woningen tot en met 2030, waarvan 640 woningen netto toevoeging aan de woningvoorraad zijn en 50 woningen vervangend worden gebouwd. In de periode 2022–2026 worden 500 woningen gerealiseerd. Tussen 2026 en 2030 worden plannen gemaakt voor nog eens 500 woningen, waarmee de totale plancapaciteit uitkomt op circa 1.000 woningen tot 2030 Op basis van landelijke en regionale afspraken wordt ten minste 67% van de woningbouw gerealiseerd in het betaalbare segment, waarvan: 30% sociale huurwoningen 37% betaalbare koop en middenhuurwoningen (bijv. tot € 355.000 koop of ca. € 1.000–€ 1.129 p/m middenhuur) In Ommel bestaat momenteel slechts 6% van de woningvoorraad uit sociale huurwoningen, tegenover 25% in
44
bestemmingsplan Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022
Asten. Deze scheve verdeling wordt in het programma expliciet genoemd als aandachtspunt, met de ambitie om ook in Ommel meer sociale en betaalbare woningen te realiseren. Daarnaast zijn de koopwoningen in Ommel gemiddeld duurder dan in Asten of Heusden, waardoor de kern minder toegankelijk is voor starters en mensen met een middeninkomen. Kwalitatieve taakstelling Volgens de kwalitatieve woningbehoefte-analyse bestaat er in Asten tot 2030 vooral een tekort aan: Goedkope en betaalbare grondgebonden koopwoningen (Levensloopgeschikte) sociale huurappartementen Middenhuurappartementen Betaalbare koopappartementen. Het planvoornemen sluit aan op deze behoefte. Het voorziet onder andere in: Kavels voor zelfbouwers (veelal starters en jonge gezinnen) Levensloopbestendige woningen (geschikt voor ouderen en mensen met een zorgvraag) Woningen in het middensegment, waarmee doorstroming op gang wordt gebracht Voormalige starters kunnen doorstromen naar deze woningen, waardoor ruimte ontstaat voor nieuwe starters. Zo wordt effectief bijgedragen aan de doelstelling om doorstroming en differentiatie op gang te brengen in de lokale woningmarkt. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt voorzien in een substantiële toevoeging van woningen binnen de kern Ommel. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan een urgente lokale woningbehoefte.
De toevoeging van kavels voor zelfbouwers en levensloopbestendige woningen sluit aan op de doelstellingen van het gemeentelijke Programma Wonen 2024–2030, waarin specifiek wordt gestuurd op de realisatie van woningen voor starters, senioren en doorstromers. Daarnaast voorziet het plan in woningen binnen het middensegment, wat bijdraagt aan een betere doorstroming op de woningmarkt. Doorstroming vanuit bestaande starterswoningen naar middenwoningen creëert ruimte voor nieuwe starters, waarmee het plan direct bijdraagt aan een beter functionerende lokale woningmarkt. Ook draagt de ontwikkeling bij aan het vergroten van het aandeel betaalbare woningen in Ommel. Momenteel bestaat slechts 6% van de woningvoorraad in Ommel uit sociale huur, tegenover 25% in Asten. Het toevoegen van betaalbare koop- en huurwoningen past binnen de gemeentelijke ambitie om het aandeel betaalbare woningen in álle kernen te verhogen, conform de landelijke richtlijn dat minimaal 67% van de woningbouw als betaalbaar wordt gerealiseerd, waarvan 30% sociale huur. Het plan sluit daarmee naadloos aan bij zowel de kwantitatieve als kwalitatieve woningbouwopgave voor Ommel en draagt bij aan vitale, leefbare dorpen met passende woonruimte voor verschillende doelgroepen.
3.4.4 Versnellingsagendawoningbouw Asten Met de Versnellingsagenda woningbouw Asten beoogt de gemeente de toenemende druk op de woningmarkt tegen te gaan door het bouwtempo hoog te houden. De gemeente doet dit door nadrukkelijk de regie te pakken en versneld een tweetal woningbouwplannen in ontwikkeling te nemen. Binnen deze plannen zal extra aanbod gecreëerd worden voor de meest urgente doelgroepen, met een gezonde mix van huur en koop, in verschillende prijssegmenten en met aandacht voor betaalbaarheid en financierbaarheid. Ook binnen de bestaande (potentiële) planvoorraad en bij nieuwe woningbouwplannen zal extra gestuurd worden op het bouwen van woningen voor de meest urgente doelgroepen. Daarnaast dient minimaal 25% van de nieuw te bouwen woningen te bestaan uit sociale huurwoningen. De uitgangspunten en acties uit de
bestemmingsplan Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022
45
versnellingsagenda woningbouw zijn verwerkt in de woningbouwmonitor 2022-2031. De woningbouwmonitor wordt gebruikt om te sturen op het planaanbod, de te bouwen woning typologieën en de realisatie van nieuwe woningen. Net zoals in Asten is er ook in de kern Ommel vanaf 2022 weinig harde plancapaciteit beschikbaar. Ook voor Ommel is het dus wenselijk om op korte termijn een nieuw woningbouwplan in ontwikkeling te nemen. Voorgenomen ontwikkeling sluit hierbij aan. 3.4.5 Programma Groen gemeente Asten 2024-2033 Het Programma Groen gemeente Asten 2024-2033 (vastgesteld op 19 december 2023) vormt het beleidskader voor het beheer en de ontwikkeling van het gemeentelijk groen binnen Asten. Groen wordt hierin erkend als een volwaardig onderdeel van de ruimtelijke structuur, met functies op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, gezondheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Voor uitbreidingslocaties geldt dat: moet worden aangesloten op de bestaande stedenbouwkundige en landschappelijke structuur; bestaande groenstructuren zoals bomenrijen, houtwallen en overgangen naar het buitengebied bij voorkeur behouden of versterkt moeten worden; groen als structurerend element moet worden meegenomen in de verkaveling en inrichting. De gemeente hanteert een groennorm van 75 m² per woning voor uitbreidingswijken, waarvan 15 m2 per woning enkel bestemd moet zijn voor groen.
Deze norm omvat zowel buurt- als wijkgroen en is bedoeld om een groene, gezonde en klimaatbestendige leefomgeving te waarborgen. Vergroening en klimaatadaptieve inrichting (zoals wadi’s en waterdoorlatende verharding) zijn daarbij nadrukkelijk onderdeel van het ontwerp- en afwegingskader. Het programma is richtinggevend bij ruimtelijke planvorming, inrichting van de openbare ruimte en de beoordeling van nieuwe woningbouwontwikkelingen. Onderhavig planvoornemen bestaat uit 30 woningen, dus is binnen het plan 2.250 m2 aan groen vereist. Binnen het plangebied wordt 2.541 m2 aan groen gerealiseerd dus wordt voldaan aan de eis van 2.250 m2 groen. Ook moet binnen de planlocatie 450 m2 (30 x 15 = 450) enkel bestemd groen aanwezig zijn. Hier wordt eveneens ruim aan voldaan; binnen de planlocatie is circa 2.740 m2 enkel bestemd als groen. In het Programma Groen is een verplichting tot natuurinclusief bouwen opgenomen. Het natuurinclusief bouwen, waar groene erfafscheidingen deel van uitmaken, is binnen onderhavig bestemmingsplan als voorwaardelijke verplichting opgenomen binnen de bestemmingsregels van de bestemming Wonen. Door deze voorwaardelijke verplichting moeten er, maximaal een jaar na ingebruikname, natuurinclusieve maatregelen plaats hebben gevonden binnen desbetreffend perceel. Ook wil de gemeente dat om de 10 parkeerplaatsen één boom gerealiseerd wordt.
Met onderhavig planvoornemen zullen 27 parkeerplaatsen en 6 bomen in de openbare ruimte gerealiseerd worden. Dit betekent dat er per 10 parkeerplaatsen méér dan twee bomen in de openbare ruimte aangeplant zullen worden. Aan de eis van één boom per 10 parkeervakken wordt dus ruim voldaan. Het Groenplan voor onderhavig planvoornemen is als bijlage toegevoegd bij dit bestemmingsplan.
46
bestemmingsplan Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Inleiding
Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieubeleid en ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien de beleidsvelden naar elkaar toe. De milieukwaliteit vormt een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling, dient onderzocht te worden welke milieuaspecten daarbij een rol kunnen spelen. Het is daarnaast van belang om milieubelastende functies (zoals bepaalde bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden ten opzichte van milieugevoelige functies zoals woningen. Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende situaties moeten voorkomen worden. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op verschillende onderzoeks- en milieuaspecten welke van belang zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening.
4.2
Bodem
4.2.1 Algemeen Op basis van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening zijn gemeenten verplicht om in de toelichting bij een bestemmingsplan een paragraaf over de bodemkwaliteit op te nemen. In deze paragraaf dient gemotiveerd te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Zo mag een eventuele aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem en mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet. Bij overige ruimtelijke besluiten is ook een inzicht in de bodemkwaliteit nodig op basis van artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht. In dit kader is door Tritium Advies een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapport 2008/224/LLU-01, versie 0, 3 november 2020). De geldigheidsduur van milieukundige onderzoeken is in principe twee jaar, maar aangezien er vanaf het moment van uitvoering van het onderzoek tot op heden geen bodemverontreinigende activiteiten hebben plaatsgevonden, kan worden gesteld dat het onderhavige bodemonderzoek nog steeds geldig is. Ook wordt bij dit onderzoek uitgegaan van de toevoeging van 30 woningen. Beoogd wordt 30 woningen te realiseren.
Aangezien het werkelijke aantal lager ligt dan waarmee in het onderzoek rekening is gehouden, kan worden gesteld dat de feitelijke situatie alleen maar gunstiger is dan de onderzochte. Een woning minder betekent immers een iets geringere bodembelasting. Het onderzoek is als Bijlage 2 toegevoegd. 4.2.2 Beoordeling Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek volgen de volgende conclusies met betrekking tot de bodemkwaliteit in het plangebied.
Deellocatie A: braakliggend weiland (8.400 m2) Zintuiglijk is zowel op het maaiveld als in de grond geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de grond een lichte verontreiniging is aangetoond met cadmium en lood. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen aangetoond met nikkel, koper en barium. De aangetroffen gehaltes zijn echter dermate laag, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht.
bestemmingsplan Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022
47
Deellocatie B: grindoprit Ter plaatse van de grindoprit is geen sprake van een asbestverdachte puinverharding of andere asbestverdachte bijmengingen. Er kan derhalve worden geconcludeerd dat de grond niet verontreinigd is met asbest. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. De grond bleek analytisch licht verontreinigd te zijn met cadmium. Dergelijke lichte verontreinigingen zijn ook op het overige terrein aangetoond. Het aangetoonde gehalte is dermate laag dat nader onderzoek niet noodzakelijk is.
Deellocatie C: korfbalveld (5.500 m2) Zintuiglijk zijn ter plaatse van deellocatie C in de bovengrond zwakke bijmengingen aangetroffen met baksteendeeltjes. Zintuiglijk is zowel op het maaiveld als in de grond geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de grond een lichte verontreiniging is aangetoond met PCB, koper en cadmium. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen aangetoond met nikkel en barium. De aangetroffen gehaltes zijn echter dermate laag, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht.
Deellocatie D: materialenhok (< 15 m2) Zintuiglijk is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Ter plaatse van de afwatering van de dakgoot zijn in de toplaag van de bodem sporen met puin aangetroffen. In de grond is een maximaal gewogen asbestgehalte aangetoond van < 2 mg/kg d.s. Het aangetoonde asbest betreft hechtgebonden chrysotiel. Omdat er sprake is van een verkennend bodemonderzoek betreft het een indicatief gehalte. Omdat het aangetoonde gehalte kleiner is dan helft van de interventiewaarde (en tevens de rapportagegrens), mag worden aangenomen dat de grond niet verontreinigd is met asbest. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Wel wordt geadviseerd het dak te verwijderen conform de geldende regelgeving zodat verontreiniging van de bodem met asbest in de toekomst kan worden voorkomen.
Conclusie De resultaten van het verkennend bodemonderzoek geven voldoende inzicht in de bodemkwaliteit van de planlocatie. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat er geen beperkingen zijn voor het voorgenomen gebruik als woningbouwlocatie.
4.3
Geluid
4.3.1 Algemeen Ten aanzien van geluid zijn de regels uit de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De Wgh voorziet rond (gezoneerde) industrieterreinen, langs wegen en langs spoorwegen in zones en bevat tevens geluidsnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbare geluidsniveaus van de voorgenoemde geluidsbronnen. Indien een bestemmingsplan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron, of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt, dient volgens de Wgh een akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van het bestemmingsplan. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen.
48
bestemmingsplan Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022
4.3.2 Wegverkeerslawaai Het onderhavige plan omvat de realisatie van 30 grondgebonden woningen. Woningen zijn binnen de Wet geluidhinder (Wgh) aangemerkt als geluidgevoelige functies. Indien deze zijn gelegen binnen een wettelijke geluidszone van wegen, dient akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Rijksweg A67 en de Kranenvenweg (60 km/uur weg). De zone van de A67 bedraagt 400 m (3 of 4 rijbanen, buitenstedelijk). De zone van de Kranenvenweg bedraagt 250 m (1 of 2 rijstroken buitenstedelijk). De Kluisstraat en Kluizendries betreffen 30 km/uur wegen. Deze zijn derhalve niet gezoneerd. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient echter wel te worden aangetoond dat er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. In het kader van cumulatie van geluid van de verschillende bronnen zijn deze niet- gezoneerde wegen derhalve meegenomen. Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van woningen binnen de wettelijke geluidszone van een weg gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en uiterste grenswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk.
Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. De hogere grenswaarde mag de uiterste grenswaarde niet te boven gaan. De uiterste grenswaarde voor wegen is op grond van de Wgh afhankelijk van de ligging van de woningen (binnen- of buitenstedelijk). De ontwikkeling ligt nu nog buiten de bebouwde kom van Ommel. Hierdoor bedraagt de uiterste grenswaarde voor de gezoneerde wegen van 53 dB (voor de Rijksweg A67 geldt een uiterste grenswaarde van 53dB ongeacht de ligging binnen of buiten de bebouwde kom). Het is echter voorstelbaar dat het te ontwikkelen gebied deel uit gaat maken van de bebouwde kom. Op dat moment is sprake van een uiterste grenswaarde van 63dB (m.u.v. de geluidsbelasting ten gevolge van de Rijksweg A67).
Akoestisch onderzoek Ten behoeve van dit planvoornemen is akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd (rapport 20210027.02, 28 juni 2021). De geldigheidsduur van milieukundige onderzoeken is in principe twee jaar, maar aangezien de akoestische situatie in de omgeving vanaf het moment van uitvoering van het onderzoek tot op heden niet noemenswaardig is veranderd, kan worden gesteld dat het onderhavige akoestisch onderzoek nog steeds geldig is. Ook wordt bij dit onderzoek uitgegaan van de toevoeging van 30 woningen. Beoogd wordt 30 woningen te realiseren. Aangezien het werkelijke aantal lager ligt dan waarmee in het onderzoek rekening is gehouden, kan worden gesteld dat de feitelijke situatie alleen maar gunstiger is dan de onderzochte. De rapportage is bijgevoegd als Bijlage 3 In het navolgende zijn beknopt de resultaten van het onderzoek weergegeven. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat de geluidbelasting als gevolg van wegverkeer op de A67 de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschrijdt op de gevels van het bouwplan met maximaal 5 dB. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor nieuwbouw in buitenstedelijk gebied (het plan ligt binnen de zone langs een autosnelweg) wordt echter nergens overschreden.
De maximale geluidbelasting als gevolg van wegverkeer op de Kranenvenweg overschrijdt eveneens de voorkeursgrenswaarde van 48 dB met 5 dB, maar blijft beneden de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Als gevolg van de Beekstraat vindt geen overschrijding van de voorkeursgrenswaarde plaats. Onderstaand zijn de conclusies samengevat.
bestemmingsplan Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022
49
Omdat de maximale ontheffingswaarden niet overschreden worden, is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij het college van B&W indien er overwegende bezwaren zijn om de geluidbelasting door overdrachts- en bronmaatregelen terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. Bij overdrachtsmaatregelen wordt bekeken of de geluidoverdracht tussen geluidbron en ontvanger belemmerd kan worden. Het aanleggen van een geluidwal of -scherm ontmoet in de onderhavige situatie echter overwegende bezwaren van landschappelijke en financiële aard. Een afschermende voorziening dient namelijk dicht bij de bron of ontvanger geplaatst te worden, meer dan 2 meter hoog te zijn en kost bovendien afhankelijk van de uitvoering € 500,- tot € 2.000,- per meter, waarmee het niet realistisch is dat het bouwplan deze extra kosten kan dragen. Een andere mogelijke overdrachtsmaatregel is het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger. Daar een verdubbeling van deze afstand slechts 3 dB reductie oplevert, is het vergroten van deze afstand niet te kwalificeren als zijnde doeltreffend. Bij bronmaatregelen wordt bekeken of het geluidniveau van de veroorzaker van het geluid gereduceerd kan worden.
Mogelijke maatregelen zijn: stillere voertuigen: alleen door de ontwikkeling van nieuwe technieken en dus niet realistisch; verlaging van de maximum snelheid: hierop heeft de initiatiefnemer van het bouwplan geen invloed; aanbrengen van geluidreducerend wegdek: toepassing van geluidreducerend wegdek ontmoet overwegende bezwaren van financiële aard. Het is vanuit financieel oogpunt niet realistisch dat het bouwplan de extra kosten van € 150,- tot € 300,- per strekkende meter kan dragen. Het is derhalve niet realistisch om de geluidbelasting door overdrachts- en bronmaatregelen terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. Om deze reden is het mogelijk om een besluit 'hogere grenswaarden' te verlenen. Het bevoegd gezag heeft dit besluit verleend. Het besluit is als 'Bijlage 5 Besluit hogere grenswaarden' toegevoegd aan deze plantoelichting.
Cumulatie Ter bepaling van de gecumuleerde waarde dient de totale geluidbelasting (exclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder) te worden berekend van alle zoneplichtige (spoor)wegen, industrie en luchtvaart met een geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde. In het onderhavige geval betreft dit de A67 en de Kranenvenweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de cumulatie bepaald inclusief alle gemodelleerde geluidbronnen. Ter bepaling van de milieukwaliteit in de omgeving is deze gecumuleerde waarde getoetst aan de ‘methode Miedema’. De maximale gecumuleerde waarde, welke voornamelijk wordt bepaald door de A67 en de Kranenvenweg, bedraagt 60 dB, waarmee gesteld kan worden dat er sprake is van de kwalificatie ‘matig’ en daarmee dient bezien te worden of maatregelen mogelijk zijn. Daar maatregelen aan de bron en overdrachtsmaatregelen op overwegende bezwaren stuiten, dient de oplossing gezocht te worden in
50
bestemmingsplan Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022
geluidwerende maatregelen in de gevel en het dak. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen is een binnenniveau van 33 dB gewaarborgd. Daarmee is er sprake van een aanvaardbaar woonen leefklimaat.
Karakteristieke geluidwering van de gevels Aangezien de cumulatieve geluidbelasting hoger is dan 53 dB dient er een nader onderzoek te worden uitgevoerd ter bepaling van de geluidwering van de gevel. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform dat nader onderzoek) is een binnenniveau van 33 dB en daarmee een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd. Dit onderzoek zal ten tijde van de aanvraag om omgevingsvergunning worden uitgevoerd.
4.3.3 Industrielawaai De planlocatie is op korte afstand gelegen van de sportvelden. Derhalve is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd, Bijlage 4. Hierin is het volgende geconcludeerd: Ruimtelijk spoor Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) – Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau voldoet na het plaatsen van een geluidscherm met een hoogte van 2,85 meter ter plaatse van de gevels van de nieuw te bouwen geluidgevoelige objecten aan de geluidgrenswaarde van stap 2 (gemengd gebied) uit de VNGpublicatie, zijnde 50 dB(A) etmaalwaarde. Maximaal geluidniveau (LAmax) – Het maximale geluidniveau voldoet na het plaatsen van een geluidscherm met een hoogte van 2,85 meter ter plaatse van de gevels van de nieuw te bouwen geluidgevoelige objecten aan de geluidgrenswaarde van stap 2 (gemengd gebied) uit de VNG-publicatie, zijnde 70 dB(A) etmaalwaarde. Indirecte hinder – Indirecte hinder als gevolg van af- en aanvoerend verkeer van en naar de inrichting voldoet ter plaatse van de gevels van de nieuw te bouwen geluidgevoelige objecten aan de geluidgrenswaarde van stap 2 (gemengd gebied) uit de VNG-publicatie, zijnde 50 dB(A) etmaalwaarde.
Milieuspoor Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) – Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau voldoet ter plaatse van de gevels van de nieuw te bouwen geluidgevoelige objecten aan de geluidgrenswaarde uit het Abm, zijnde 50 dB(A) etmaalwaarde. Maximaal geluidniveau (LAmax) – Het maximale geluidniveau voldoet ter plaatse van de gevels van de nieuw te bouwen geluidgevoelige objecten aan de geluidgrenswaarde van 70 dB(A) etmaalwaarde. Eindconclusie Gezien het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat buitenplanse inpassing mogelijk is na plaatsing van voornoemd geluidscherm. De toekomstige situatie ten aanzien van de in dit onderzoek aangegeven randvoorwaarden kan akoestisch inpasbaar en vergunbaar worden geacht. Er is bij de nieuw te bouwen woningen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Tevens worden de milieurechten van de club niet ingeperkt.
Het aspect industrielawaai vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen.
bestemmingsplan Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022
51
4.3.4 Spoorweglawaai Het plangebied is niet gelegen binnen een zone voor spoorweglawaai. Dit aspect vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen.
4.4
Luchtkwaliteit
4.4.1 Algemeen Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden, waarmee de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen zijn beschreven in de Wet milieubeheer (Wm, hoofdstuk 5). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. Hoofdstuk 5 van de Wet Milieubeheer maakt onderscheid tussen projecten die 'Niet in betekenende mate' (NIBM) en 'In betekenende mate' (IBM) bijdragen aan de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. In de regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen die NIBM zijn. Deze NIBM-projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden.
Als een project ervoor zorgt dat de concentratie fijn stof of CO2 met meer dan 3% van de grenswaarde verhoogd, draagt het project in betekenende mate bij aan luchtvervuiling en dient er een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd te worden. Deze regel komt voort uit het NSL. Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in een ministeriële regeling omgezet in getalsmatige grenzen, waaronder voor woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen. 4.4.2 Beoordeling Het planvoornemen betreft het planologisch-juridisch mogelijk maken van 30 woningen. Het planvoornemen behoort vanwege de relatief beperkte omvang automatisch tot de categorie van gevallen die niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging. Een toets aan de 3%-grens (bijdrage aan de jaargemiddelde norm voor fijnstof en stikstofdioxide) kan derhalve achterwege blijven. Uit oogpunt van goede ruimtelijke ordening is eveneens gekeken naar de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (zowel PM10 als PM2.5) ter plaatse van de voorgenomen ontwikkeling. Om een goed beeld te krijgen van deze concentraties is gebruik gemaakt van de resultaten uit de NSL Monitoringstool (monitoringsronde 2019). Met deze Monitoringstool wordt de luchtkwaliteit jaarlijks in beeld gebracht langs de drukste wegen in Nederland, zowel voor het gepasseerde jaar als voor de toekomst.
De Monitoringstool wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de generieke invoergegevens en verkeersgegevens van het Rijk, provincies en gemeenten. De (maximale) concentraties op een afstand van ongeveer 200 tot 500 meter van de voorgenomen ontwikkeling zijn in onderstaande tabel in beeld gebracht. Als uitgangspunt zijn de hoogste waarden van de meetpunten genomen (zie navolgende afbeelding).
52
bestemmingsplan Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022
Figuur 20
NO2 PM1 0 PM2,5
Uitsnede NSL tool 2020
2030
27,8 20,1 12,1
19 17 9,4
Maatgevende richtwaarde 40 32,5 25
Uit de NSL- monitoringskaart blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5 ter plaatse van de rekenpunten niet overschreden worden. Het aspect luchtkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
4.5
Bedrijven en milieuzonering
4.5.1 Algemeen Zowel in het kader van een goede ruimtelijke ordening als vanuit milieuwet- en regelgeving wordt gestreefd naar het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten, met als doel het handhaven en waar mogelijk bevorderen van een goede kwaliteit van het leefmilieu. Dit gebeurt onder andere door het fysiek scheiden van milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) door het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding daartussen. Deze ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand, hetgeen ook wel wordt aangeduid als milieuzonering. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast.
bestemmingsplan Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022
53
Milieuzonering heeft twee doelen: 1. 2.
Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in de praktijk gebruik gemaakt van VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering, editie 2009" (verder: VNG-uitgave). De VNG-uitgave geeft op systematische wijze informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van een scala aan bedrijfsactiviteiten. Deze uitgave bevat een lijst waarin voor veelvoorkomende milieubelastende activiteiten indicatieve richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies, uitgaande van een gemiddeld modern bedrijf. De handreiking is oorspronkelijk bedoeld als hulpmiddel bij de ruimtelijke planvorming. Uit de rechtspraak van de Afdeling vloeit voort dat de handreiking als hulpmiddel is erkend. Afwijken van de richtafstanden is mogelijk, mits wordt onderbouwd dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. 4.5.2 Beoordeling Sportvelden voetbalvereniging Olympia Boys Aan de oostzijde van het plangebied aan de Kluisstraat 21 te Ommel liggen de sportvelden van voetbalvereniging Olympia Boys. Het westelijk gelegen veld van de voetbalclub grenst vrijwel direct aan het plangebied. Uit de VNG- publicatie bedrijven en milieuzonering blijkt dat de grootste richtafstand ten gevolge van een veldsportcomplex met verlichting (SBI2008 931, categorie 3.1) 50 m bedraagt tot een rustige woonwijk en 30 m tot gemengd gebied. De richtafstand wordt bepaald vanuit het aspect geluid.
Voor lichthinder kan ook een afstand van 50 m aangehouden worden. Het plangebied is overeenkomst de VNGbrochure gelegen in gebiedstype 'gemengd gebied' waardoor de richtafstanden met 1 afstandstap kunnen worden verkleind. De afstand van de meest nabijgelegen gevels van de geprojecteerde woningen bedraagt circa 20 m. Dit betekent dat de nieuw te bouwen woningen vallen binnen de zone, ook als deze met 1 afstandstap wordt verkleind naar 30 m.
Akoestisch onderzoek industrielawaai sportvelden Omdat niet aan de richtafstanden kan worden voldaan, is een akoestisch onderzoek (akoestisch onderzoek industrielawaai Kluizendries/ Kluisstraat te Ommel, Target Advies, 14 juni 2021) uitgevoerd om vast te stellen of een goed woon- en leefmilieu ter plaatse van de nieuw te realiseren woningen kan worden gegarandeerd. De geldigheidsduur van milieukundige onderzoeken is in principe twee jaar, maar aangezien de akoestische situatie in de omgeving vanaf het moment van uitvoering van het onderzoek tot op heden niet is veranderd, kan worden gesteld dat het onderhavige akoestisch onderzoek nog steeds geldig is. Ook wordt bij dit onderzoek uitgegaan van de toevoeging van 30 woningen. Beoogd wordt 30 woningen te realiseren. Aangezien het werkelijke aantal lager ligt dan waarmee in het onderzoek rekening is gehouden, kan worden gesteld dat de feitelijke situatie alleen maar gunstiger is dan de onderzochte. Het onderzoek is als Bijlage 4 toegevoegd. Op basis van het uitgevoerde akoestisch onderzoek wordt geconcludeerd dat het langtijd gemiddeld beoordelingsniveau ter plaatse van de gevels van de geluidgevoelige objecten voldoet aan de geluidsgrenswaarden van stap 2 (gemengd gebied) uit de VNG- publicatie, zijnde 50 dB(A) etmaalwaarde.
Het maximale geluidniveau voldoet ter plaatse van de gevels van geluidgevoelige objecten alleen aan de geluidswaarde van stap 2 (gemengd gebied) uit de VNG- publicatie, zijnde 70 dB(A) etmaalwaarde, indien een geluidsscherm van 2,2 m geplaatst wordt ter plaatse van de wadi tussen de geprojecteerde woningen en de sportvelden. De plaatsing van het geluidsscherm is geborgd in de regels en op de verbeelding van het
54
bestemmingsplan Ommel Kluizendries-Kluisstraat 2022
bestemmingsplan. Indirecte hinder als gevolg van af- en aanvoerend verkeer van en naar de inrichting voldoet ter plaatse van de gevels van geluidgevoelige objecten aan de geluidgrenswaarde van stap 2 (gemengd gebied) uit de VNG-publicatie, zijnde 50 dB(A) etmaalwaarde. Op basis van het onderzoek kan derhalve geconcludeerd worden dat sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat ter plaatse van de voorgenomen planontwikkeling. Daarnaast is in het onderzoek aangetoond dat het planvoornemen ook niet leidt tot een inperking van de activiteiten van de voetbalvereniging.