CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2 - Motivering BOPA Burg. Wijnenstraat te Asten 21-05-2026

Gemeenteraad 2 juni 2026, gemeente AstenBij agendapunt: Adviesrecht BOPA, het bouwen van een appartementencomplex op de locatie Burgemeester Wijnstraat 38-42 (bespreekstuk)18.116 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit

Burgemeester Wijnenstraat Gemeente Asten

Datum: 21 mei 2026

PartnersRO Ceresstraat 13 4118 CA Breda T: 076 – 76 76 319 E: info@partnersro.nl www.partnersro.nl Projectnummer 2023023

Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit Burgemeester Wijnenstraat te Asten

1

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding ..................................................................................................................... 4

1.1

Aanleiding en doel .................................................................................................................. 4

1.2

Projectgebied .......................................................................................................................... 4

1.3

Het omgevingsplan ................................................................................................................. 4

1.4

Leeswijzer ................................................................................................................................ 6

Hoofdstuk 2

Afwijken van het omgevingsplan met een BOPA ................................................ 7

2.1

Beschrijving huidige situatie ................................................................................................... 7

2.2

Beschrijving toekomstige situatie ........................................................................................... 8

2.3

Afwijkingen ten opzichte van het geldende omgevingsplan................................................. 10

Hoofdstuk 3

Relevante regelgeving en beleid ......................................................................... 11

3.1

Instructieregels Rijk ............................................................................................................... 11

3.2

Instructieregels provincie ...................................................................................................... 14

3.3

Waterschapsverordening ...................................................................................................... 18

3.4

Regionaal beleid .................................................................................................................... 18

3.5

Gemeentelijke regelgeving.................................................................................................... 19

Hoofdstuk 4

Fysieke leefomgeving ............................................................................................ 27

4.1

Inleiding................................................................................................................................. 27

4.2

Omgevingsveiligheid ............................................................................................................. 27

4.3

Activiteiten en milieuzonering .............................................................................................. 29

4.4

Waterbelang .......................................................................................................................... 29

4.5

Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 31

4.6

Geluid .................................................................................................................................... 33

4.7

Bodem ................................................................................................................................... 35

4.8

Geur ...................................................................................................................................... 36

4.9

Cultuurhistorie en archeologie ............................................................................................. 37

4.10

Ladder voor duurzame verstedelijking.................................................................................. 39

4.11

Verkeer en parkeren.............................................................................................................. 41

4.12

Bescherming van de gezondheid .......................................................................................... 42

4.13

Natuur ................................................................................................................................... 43

4.14

Bezonning .............................................................................................................................. 45

4.15

M.e.r.-beoordeling................................................................................................................. 46

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid ...................................................................................................... 48

5.1

Economische uitvoerbaarheid .............................................................................................. 48

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................... 48

Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit Burgemeester Wijnenstraat te Asten

2

Hoofdstuk 6

6.1

Belangenafweging en conclusie .......................................................................... 50

Is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? .............................. 50

Bijlagen 1. Weging van het waterbelang, AERES Milieu, 18 november 2025 2. Onderzoek wegverkeerslawaai, K+ Adviesgroep, 24 februari 2026 3. Onderzoek geluidwerende gevelmaatregelen, K+ Adviesgroep, 22 augustus 2025 4. Verkennend bodemonderzoek, AERES Milieu, 23 juli 2025 5. Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek, AERES Milieu, 2 december 2025 6. Onderzoek verkeer en parkeren, Exante, 5 mei 2026 7. Quickscan flora en fauna, M&A Omgeving B.V., 4 augustus 2025 8. Sitkstofdepositie, NOX-Advies, 21 november 2025 9. Bezonningsstudie, Beusen Architecten, 8 april 2025 10. Bezonningsstudie aanvullend, Beusen Architecten, 15 oktober 2025 11. Verslag omgevingsdialoog, 27 maart 2025 12. Verslag omgevingsdialoog (2), 16 oktober 2025 13. Puntentelling groen natuurinclusief bouwen, 17 april 2026 14. Uitwerking puntentelling groen gevel natuurinclusief bouwen, 21 april 2026 15. Groenplan, 21 april 2026 16. Bezonning noordoost gevel Lijst van afkortingen Bal - Besluit activiteiten leefomgeving Bbl - Besluit bouwwerken leefomgeving Bkl - Besluit kwaliteit leefomgeving BOPA - Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit Etfal - Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Ob - Omgevingsbesluit Or - Omgevingsregeling Ow - Omgevingswet

Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit Burgemeester Wijnenstraat te Asten

3

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

1.2

Projectgebied

De gemeente Asten is voornemens medewerking te verlenen aan het initiatief om 26 nieuwe appartementen te realiseren aan de Burgemeester Wijnenstraat te Asten. Deze activiteit past niet binnen het (tijdelijke) omgevingsplan van de gemeente Asten. Om deze reden is een omgevingsvergunning voor een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) aangevraagd. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In deze motivering wordt dit nader onderbouwd.

Het projectgebied is gelegen in het centrum van het dorp Asten aan de Burgemeester Wijnenstraat. Het gebied bestaat uit drie woningen en omvat de percelen ATN01-G-4761, ATN01-G-3937, ATN01-G-4124 en ATN01-G-4770. Het projectgebied heeft een oppervlakte van 1670 m2. Aan de noord-, zuid- en westzijde wordt het projectgebied begrensd door woningen. Aan de oostzijde van het projectgebied bevindt zich het winkelcentrum ’t Kompas.

Figuur 1.1 Het projectgebied (bron: kadastralekaart.com)

1.3

Het omgevingsplan

Op 1 januari 2024 is het (tijdelijk) Omgevingsplan gemeente Asten in werking getreden. In het tijdelijke deel zijn naast de Bruidsschat de volgende bestemmingsplannen van toepassing: -

Asten Centrumgebied, vastgesteld 2 juli 2014 Asten Archeologie 2012, vastgesteld 24 juni 2013 Asten veegplan 2016-1, vastgesteld 5 juli 2016 Asten verzamelplan 2018-2, vastgesteld 11 december 2018 Asten verzamelplan 2019-1, vastgesteld 25 juni 2019 Asten Parapluplan Wonen 2019, vastgesteld 4 februari 2020 Asten verzamelplan 2019-2, vastgesteld 13 februari 2020 Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit Burgemeester Wijnenstraat te Asten

4

-

Asten verzamelplan 2019-1 (herstelbesluit), vastgesteld 6 juli 2021

Bestemmingsplan ‘Asten Centrumgebied’ Op grond van het bestemmingsplan ‘Asten Centrumgebied’ geldt in het projectgebied de functie ‘Centrum -1’. Binnen de huidige functie ‘Centrum – 1’ zijn de functies wonen; detailhandel; dienstverlening, waaronder kantoren; en horeca, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘horeca’ toegestaan. De bovengenoemde functies, behoudens wonen, zijn in het bestemmingsplan uitsluitend toegestaan op de begane grond.

Figuur 1.2 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Asten Centrumgebied’, met het projectgebied rood omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Paraplubestemmingsplan ‘Asten Archeologie 2012’ Het paraplubestemmingsplan ‘Asten Archeologie 2012’ voorziet in een gemeente-dekkende regeling voor archeologisch beleid. Het projectgebied is gelegen binnen 'Waarde Archeologie 2' en ‘Waarde – Archeologie 3’. Deze gronden zijn mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. Het aspect archeologie wordt in paragraaf 3.9 nader toegelicht. Paraplubestemmingsplan ‘Asten Parapluplan Wonen 2019’ Het paraplubestemmingsplan ‘Asten Parapluplan Wonen 2019’ voorziet in een gemeentedekkende uniforme regeling en actualisatie van de regels over wonen en kamerverhuur. Deze regels blijven in de toekomstige situatie van toepassing. Overige plannen Naast bovengenoemde plannen zijn er binnen het projectgebied verschillende verzamel- en veegplannen van toepassing: - Asten veegplan 2016-1, vastgesteld 5 juli 2016 - Asten verzamelplan 2018-2, vastgesteld 11 december 2018 - Asten verzamelplan 2019-1, vastgesteld 25 juni 2019

Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit Burgemeester Wijnenstraat te Asten

5

-

Asten verzamelplan 2019-2, vastgesteld 13 februari 2020 Asten verzamelplan 2019-1 (herstelbesluit), vastgesteld 6 juli 2021

Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit gelden de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Dat betekent dat de vergunning alleen wordt verleend: 1. met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl); 2. als daarbij wordt voldaan aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl. Die beoordelingsregels komen overeen met de regels die gelden voor het opstellen van een omgevingsplan. Dat betekent dat ook de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl gelden, zoals regels voor externe veiligheid, waterbelang, primaire waterkeringen, kwaliteit van de buitenlucht, geluid, etc. In deze motivering wordt op alle relevante onderdelen ingegaan.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van de activiteit die met deze motivering mogelijk wordt gemaakt. Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie, de strijdigheden met het omgevingsplan en een beschrijving van de omgevingsplanactiviteit. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid zijn beschreven in hoofdstuk 5. Het laatste hoofdstuk bevat de belangenafweging en conclusie.

Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit Burgemeester Wijnenstraat te Asten

6

Hoofdstuk 2 BOPA 2.1

Afwijken van het omgevingsplan met een

Beschrijving huidige situatie

Het projectgebied bestaat uit 3 woningen, Burgmeester Wijnenstraat 38, 40 en 42 en is gelegen in het centrum van het dorp Asten. Aan de noord-, zuid- en westzijde wordt het projectgebied begrensd door woningen. Aan de oostzijde van het projectgebied bevindt zich het kernwinkelgebied ’t Kompas. In dit gebied bevinden zich verschillende functies bestaande uit detailhandel, dienstverlening (waaronder kantoren), bedrijvigheid en horeca op de begane grond en wonen op de verdiepingen. De naastgelegen percelen aan de Burgemeester Wijnenstraat hebben een bouwhoogte van circa 3 of 4 bouwlagen hoog. Het nabijgelegen winkelcentrum ’t Kompas heeft eveneens een bouwhoogte van 3 of 4 bouwlagen, zie figuur 2.2. In de plint zijn verschillende detailhandelsfuncties aanwezig. Het projectgebied is gelegen in een bebouwingslint. De omgeving kenmerkt zich door een gemengd karakter met kleinschalige panden met naar de openbare ruimte gerichte ‘levendige’ plinten. Boven de plinten is doorgaans een woonfunctie aanwezig.

Figuur 2.1 Huidige situatie (bron: Google maps)

Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit Burgemeester Wijnenstraat te Asten

7

Figuur 2.2 Nabijgelegen winkelcentrum ‘T Kompas

2.2

Beschrijving toekomstige situatie

De huidige woningen, weergegeven op figuur 2.1, worden gesloopt. Daarvoor in de plaats wordt aan de Burgemeester Wijnenstraat een appartementencomplex met 26 appartementen gebouwd. Het appartementencomplex bestaat uit 4 bouwlagen. De maximale bouwhoogte van het appartementencomplex is 13,5 meter. De omliggende bebouwing heeft een bouwhoogte van circa 3 á 4 bouwlagen. Ook de omliggende percelen aan de Burgemeester Wijnenstraat en het nabijgelegen winkelcentrum hebben eveneens een bouwhoogte van circa 3 of 4 bouwlagen. Het projectvoornemen past daarmee qua korrel, maat en schaal in de omgeving. De appartementen variëren in grootte van 40 tot 50 m2. De appartementen krijgen aan de achterzijde een gezamenlijke tuin. Een nadere uitwerking met betrekking tot de beeldkwaliteit is weergegeven in paragraaf 3.5.6. Het appartementengebouw houdt aan de noordwest zijde minimaal 4,5 meter afstand tot de bebouwing op het aangrenzende perceel Burgemeester Wijnenstraat 44. Aan de zuidoost zijde houdt het appartementengebouw minimaal 3,5 meter afstand tot de bebouwing op het aangrenzende perceel Burgemeester Wijnenstraat 36. Het appartementencomplex krijgt een onderdoorgang van 4 meter breed om het achtererf te bereiken, waar 24 parkeerplaatsen en een fietsenstalling met gemeenschappelijke berging worden gerealiseerd. Aan de straatzijde, worden 4 nieuwe langsparkeerplaatsen gerealiseerd.

Het aspect verkeer en parkeren wordt in paragraaf 2.3 nader toegelicht.

Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit Burgemeester Wijnenstraat te Asten

8

Figuur 2.3 Toekomstige situatie bovenaanzicht (bron: Beusen architecten)

Figuur 2.4 Toekomstige situatie voorgevel (bron: Beusen architecten)

Groen Voorliggend projectgebied is gelegen in het centrum van Asten en voorziet in de realisatie van een groendak op de carport en bergingen van 203 m2. In bijlage 15 is het groenplan verder uitgewerkt. Daarbij wordt een tuin aan de achterzijde van de appartementen gerealiseerd inclusief bomen. Vanwege de realisatie van voorliggend project en om te voldoen aan de parkeerbehoefte zullen aan de achterzijde enkele bomen gekapt moeten worden. Ter compensatie zal er aan de zijde van de Langstraat en in de tuin een aantal bomen worden toegevoegd. Aan de voorzijde van het appartementencomplex worden

Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit Burgemeester Wijnenstraat te Asten

9

kleine voortuinen gerealiseerd. Voor een nadere toelichting op het aspect groen zie paragraaf 3.5.5.

2.3

Afwijkingen ten opzichte van het geldende omgevingsplan

2.3.1 Strijdigheden met het omgevingsplan Het beoogde project is in strijd met de gebruiks- en bouwmogelijkheden in het (tijdelijke) omgevingsplan. Binnen de functie ‘Centrum - 1’ in het vigerende bestemmingsplan ‘Asten Centrumgebied’ is het mogelijk om appartementen te bouwen met een maximum goot- en bouwhoogte van respectievelijk 7 en 12 meter. Daarbij zijn er niet meer woningen toegestaan dan het aantal woningen dat aanwezig is op het tijdstip van vaststellen van het bestemmingsplan ‘Asten Centrumgebied’. Het nieuwe appartementencomplex krijgen een bouwhoogte van maximaal 13,5 meter. Daarbij worden er meer woningen gerealiseerd dan aanwezig bij vaststelling van het bestemmingsplan ‘Asten Centrumgebied’. Dit past niet binnen het vigerende plan. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op de mate waarin wordt afgeweken van het omgevingsplan. Om deze redenen is het voorgenomen projectvoornemen in strijd met het (tijdelijke) omgevingsplan. 2.3.2 Beschrijving omgevingsplanactiviteit In deze paragraaf wordt beschreven wat met de omgevingsvergunning voor de BOPA Burgemeester Wijnenstraat te Asten mogelijk wordt gemaakt. Deze BOPA zal worden verwerkt in het Omgevingsplan van de gemeente Asten. Voor de beoogde ontwikkeling worden de omgevingsplanactiviteit ‘bouwen’, ‘afwijken Omgevingsplan’ en de technische bouwactiviteit aangevraagd.

Gebruik Binnen de huidige functie ‘Centrum – 1’ is de functie wonen reeds toegestaan. Het gebruik van het projectgebied blijft daarmee ongewijzigd. Het project is echter wel in strijd met de hoeveelheid woningen, dit wordt onder de alinea ‘Bebouwing’ beschreven. Bebouwing Binnen het vigerende plan mogen niet meer woningen worden gerealiseerd dan op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan ‘Asten Centrumgebied’ aanwezig zijn. Op het moment van inwerkingtreding zijn er 3 woningen aanwezig. Het project Burgemeester Wijnenstraat te Asten maak 26 appartementen mogelijk. Het projectvoornemen is daarmee in strijd met de toegestane hoeveelheid woningen van het vigerende plan. Het volledige projectgebied heeft een bouwvlak en mag voor maximaal 80% worden bebouwd. De grens van het bouwvlak en het maximum bebouwingspercentage wordt niet overschreden. Binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Asten Centrumgebied’ mag niet hoger dan twee bouwlagen worden gebouwd met een maximum goot- en bouwhoogte van respectievelijk 7 en 12 meter. Het te realiseren appartementencomplex bestaat uit vier bouwlagen met een maximale bouwhoogte van 13,5 meter hoog. Het projectvoornemen is daarmee in strijd met de toegestane bouwlagen en bouwhoogte.

Binnen de toekomstige functie wonen wordt het bouwplan mogelijk gemaakt dat onderdeel is van de omgevingsvergunningaanvraag en is beschreven in paragraaf 2.2.

Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit Burgemeester Wijnenstraat te Asten

10

Hoofdstuk 3

Relevante regelgeving en beleid

In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor de omgevingsplanactiviteit toegelicht en wordt de activiteit hieraan getoetst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, doch gemotiveerd van kunnen afwijken en anderzijds instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

3.1

Instructieregels Rijk

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen, laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van de fysieke leefomgeving. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: -

-

een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het stellen van opgaven in de stedelijke regio’s rondom de mainports, brainports, greenports en valleys; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, bijvoorbeeld het stimuleren van biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of het beschermen van werelderfgoed; een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is een ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners is op rijksniveau relevant.

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. duurzaam economisch groeipotentieel 3. sterke en gezonde steden en regio’s 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Dit is echter niet altijd mogelijk. In die gevallen dienen belangen te worden afgewogen. Hiervoor gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies te vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere.

Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit Burgemeester Wijnenstraat te Asten

11

3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze samenleving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. Toets De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste decentraal worden gemaakt. Het onderhavige project omvat geen ontwikkelingen die in strijd zijn met de nationale belangen en waar de NOVI op van invloed is. Bovendien is er sprake van een toename van woningen en daarmee sluit de ontwikkeling aan op het streven van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening om 900.000 woningen te bouwen tot en met 2030, waarvan er 600.000 woningen betaalbaar moeten zijn. 3.1.2 Instructieregels Rijk Artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een BOPA de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies uit art. 2.34 van de Ow het beoordelingskader vormen. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een BOPA wordt geweigerd als: 1. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; 2.

de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit); 3. de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project belemmert waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk. De rijksinstructieregels gelden voor verschillende onderwerpen. Hiervoor geeft het Bkl instructieregels. De hoofdonderwerpen zijn hieronder opgesomd: -

waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2) beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3) beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; - beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; - het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; - het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; - het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In tabel 3.1 is opgenoemd welke instructieregels van toepassing zijn op het projectgebied. Hierin worden alleen de regels opgenomen die relevant zijn voor deze omgevingsvergunning.

Daarnaast moet worden onderbouwd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit Burgemeester Wijnenstraat te Asten

12

Paragraaf Bkl

relevant voor deze aanvraag?

verwijzing paragraaf

Veiligheid

5.1.2

Ja

4.7

Waterbelangen

5.1.3

Ja

4.9

Luchtkwaliteit

5.1.4.1

Ja

4.4

Geluid van wegen, spoorwegen en industrieterreinen

5.1.4.2a

Ja, wegverkeerslawaai 4.3

Bodemkwaliteit

5.1.4.5

Ja

4.6

Geur

5.1.4.6

Ja

4.5

Ja

3.1.4

Ja

4.10

Ja

4.9

Ladder voor duurzame 5.1.5.4 verstedelijking Cultureel erfgoed en 5.1.5.5 werelderfgoed Lozen industrieel afvalwater in 5.2 openbaar vuilwaterriool Tabel 3.1 relevante thema’s instructieregels Rijk

Toets Naast de activiteiten die gelden in heel Nederland, zoals flora- en fauna activiteiten en Natura2000-activiteiten, gelden de volgende gebiedsaanwijzingen die relevant kunnen zijn voor het projectgebied: 1. Gebieden waar windturbines het militaire radarbeeld kunnen verstoren 2. Uitsluitingsgebieden hyperscale datacentra In dit gebied gelden beperkingen voor het omgevingsplan voor een goede werking van de radar op het radarstation. Het gaat hier om hoogtebeperkingen voor bouwen van windturbines. Vanwege de ligging van het projectgebied binnen een gebied waar windturbines het radarbeeld kunnen verstoren, is artikel 5.155 (geen belemmeringen voor militair radarbeeld) van toepassing. Aangezien het projectgebied op meer dan 15 km uit het radarstation Volkel ligt en er geen windturbines binnen het projectgebied worden gebouwd, is geen sprake van een belemmering. Daarnaast biedt het voorliggende project geen mogelijkheid voor de oprichting/vestiging van hyperscale datacentra. In de instructieregels van het Rijk zijn verder geen specifieke voorwaarden opgenomen voor het projectgebied. Vanwege de schaal van het project laat het Rijk de toetsing over aan lagere overheden.

3.1.3 Beperkingengebied Een beperkingengebied is een breed verzamelbegrip en wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet (door Rijk of provincie) is aangewezen, waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. De Omgevingswet verplicht Rijk en provincie om beperkingengebieden aan te wijzen, zoals zones rond wegen, hoofdspoorwegen, waterkeringen, rijkswegen en vaarwegen. Binnen deze beperkingengebieden stelt de provincie eisen aan aanduidingen, informatieborden en uitwegen.

Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit Burgemeester Wijnenstraat te Asten

13

Kortgezegd zijn dit de gebieden rondom wegen en waterstaatswerken waar beperkingen gelden. Dit betekent dat er beperkingen gelden voor activiteiten van derden, ter plaatse van de weg of het waterstaatswerk als ook in de daaraan grenzende (beschermings)zones. Een beperkingengebied is in feite wat nu de (beschermings)zones onder de huidige wetgeving zijn en in veel gevallen omvat het beperkingengebied ook de locatie van de weg of het waterstaatswerk of object zelf. Toets Het projectgebied ligt niet binnen een beperkingengebied. 3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij bopa voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Artikel 5.129g (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) 1. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. 2.

Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. 3. Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en b. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. 4. Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Toets De beoogde woningbouwontwikkeling aan de Burgemeester Wijnenstraat in Asten past binnen het regionale en gemeentelijke woningbouwprogramma. In paragraaf 3.4 wordt ingegaan op de regionale woondeal en in paragraaf 3.5.5 op het gemeentelijke woonbeleid. Daaruit blijkt dat met de beoogde woningbouw wordt voorzien in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte.

3.2

Instructieregels provincie

3.2.1 Omgevingsvisie provincie Noord-Brabant De omgevingsvisie is hét beleidsinstrument voor de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie is het richtinggevende beleidsinstrument van de Omgevingswet: het benoemt ambities, centrale opgaven en strategie vanuit een samenhangend perspectief op ruimte, milieu, natuur en landschap, water, verkeer en vervoer en cultureel erfgoed. Vanuit deze Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit Burgemeester Wijnenstraat te Asten

14

samenhang zet een omgevingsvisie ook de koers uit voor ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken, voorzieningen en recreatie in de provincie. Een belangrijke trend is de toenemende aandacht voor nieuwe thema’s zoals veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Hoofddoelstellingen van de Omgevingsvisie Noord-Brabant zijn 'zuinig ruimtegebruik' met daaraan gekoppeld de 'concentratie van verstedelijking'. De accenten moeten hierbij liggen op 'inbreiding' en 'herstructurering'. Daarbij stuurt de provincie aan op concentratie van verstedelijking: het is belangrijk dat er verschil bestaat en blijft bestaan tussen de steden en dorpen. De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant en is onderverdeeld in 'concentratiegebieden' en 'overig stedelijk gebied'. In concentratiegebieden wordt de bovenlokale groei van verstedelijking opgevangen. Daarnaast moet hier een hoog voorzieningenniveau geboden worden, waardoor de (suburbane) kernen en dorpen buiten het concentratiegebied het huidige (landelijke) karakter behouden. In overig stedelijk gebied is grootschalige verstedelijking ongewenst. Wel kan hier voor de eigen behoefte gebouwd worden. Naast concentratie van verstedelijking wil de provincie binnen de stedelijke structuur het volgende bereiken: -

zorgvuldig ruimtegebruik; meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit; betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan de infrastructuur; versterking van de economische kennisclusters.

Toets Het project betreft de realisatie van 26 appartementen binnen het ‘stedelijk gebied’. Het project betreft een herstructurering binnen het ‘stedelijk gebied’. Door de transformatie van het projectgebied wordt ingespeeld op de woningbehoefte. Het projectvoornemen ligt daarmee in lijn met de provinciale Omgevingsvisie. 3.2.2 Instructieregels provincie Noord-Brabant (omgevingsverordening) Artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een BOPA de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies uit art. 2.34 van de Ow het beoordelingskader vormen. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een BOPA wordt geweigerd als: 1. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; 2. de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit); 3. de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert. Net als het Rijk kunnen ook Provinciale Staten bij omgevingsverordening regels stellen over de uitoefening van taken of bevoegdheden aan de gemeente (instructieregels).

In de Omgevingsverordening Noord-Brabant is een basisregeling geformuleerd voor een duurzame stedelijke ontwikkeling. Uitgangspunt daarbij is dat eerst de mogelijkheden in Stedelijk gebied worden benut. Hiermee wordt invulling gegeven aan het basisprincipe ‘Zorgvuldig ruimtegebruik’. Bij stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals bedoeld in artikel 5.129g van het Bkl, en er dient een relatie te worden gelegd met de afspraken die in het regionaal overleg zijn gemaakt.

Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit Burgemeester Wijnenstraat te Asten

15

De provincie heeft in de omgevingsverordening ook instructieregels opgenomen. Voor deze ontwikkeling zijn de volgende instructieregels van belang, zie tabel 3.2. Voor een beschrijving van de instructieregels van Brabant kan mede gebruik worden gemaakt van:- handreikingen geur, geluid en externe veiligheid van de Odzob- de Handreiking milieu en bouwen in het omgevingsplan van OZHZ en OMWB. Thema

Afdeling

Relevant voor deze aanvraag?

Algemene bepalingen

3.1

Ja

3.2

Nee

3.3

Nee

3.4

Nee

Stedelijke ontwikkeling en mobiliteit

3.5

Ja

Vitaal platteland Veehouderij Grondgebonden teelten Glastuinbouw Overig/ agrarisch gerelateerd Ontwikkeling niet agrarische functies

3.6

Nee

Maatwerkbepalingen

3.7

Nee

Basis Waterwinning voor menselijke consumptie Waterwingebied Grondwaterbeschermingsgebied Boringsvrije zone Stiltegebied Natuur Netwerk Brabant Aardkundige waarden Cultuurhistorische waarden Landschappelijke waarden Klimaat Waterveiligheid Waterberging Duurzame energie Windturbines (stedelijk gebied) Zonneparken

Tabel 3.2 relevante thema’s instructieregels provincie Toets De kern Asten is aangewezen als 'Stedelijk gebied' zie figuur 3.1. Voor het bouwen van woningen binnen het 'Stedelijk gebied' geldt als voorwaarde dat dit past binnen de regionale afspraken die over wonen zijn gemaakt. Het bevorderen van zorgvuldig ruimtegebruik staat hierbij centraal en is uitgangspunt voor elke stedelijke ontwikkeling. Dat betekent dat een stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen in beginsel plaatsvindt binnen het 'Stedelijk gebied' en dat de ruimte binnen het 'Stedelijk gebied' zo goed als mogelijk wordt benut. De voorgenomen ontwikkeling van 26 appartementen past binnen de woondeal zuidoost Brabant (zie ook paragraaf 3.1.4.) die gemaakt zijn over woningbouw en door het benutten van een locatie in het 'Stedelijk gebied' is er sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.

Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit Burgemeester Wijnenstraat te Asten

16

Figuur 3.1 Uitsnede Kaart 5: Basiskaart Stedelijk gebied, Landelijk gebied, Natuur Netwerk TAMomgevingsverordening Noord-Brabant (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Figuur 3.2 Uitsnede kaart Instructieregels gemeenten voor natuur en stiltegebieden TAMomgevingsverordening Noord-Brabant (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Het projectgebied ligt niet binnen beschermde natuurgebieden. In paragraaf 4.8 wordt hier nader op ingegaan. Op bijgaande afbeelding is wel te zien dat in de omgeving van Asten gebieden zijn aangewezen als Natuur Netwerk Brabant (lichtgroene vlakken).

Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit Burgemeester Wijnenstraat te Asten

17

3.2.3 Conclusie Naast de in deze paragraaf belichte onderwerpen zijn er geen provinciale belangen van invloed op het projectgebied en past de omgevingsplanactiviteit binnen de doelstellingen en het beleid van de Provincie.

3.3

Waterschapsverordening

Om ervoor te zorgen dat de waterbelangen een goede plek krijgen en evenwichtig worden afgewogen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt de watertoets uitgevoerd. Ook onder de Omgevingswet is dit proces vastgelegd maar dan onder de noemer ‘weging van het waterbelang’. 3.3.1 Waterschapsverordening Het projectgebied valt onder het beheer van Waterschap Aa en Maas. De doelen van het waterschap voor de periode 2022-2027 staan beschreven in het Waterbeheerprogramma ‘Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving’. Deze doelstellingen en ambities zijn gericht op een veilig en bewoonbaar beheergebied, voldoende, schoon, natuurlijk en recreatief water. Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Provinciaal Water- en Milieuplan van Noord-Brabant, het Waterbeheerprogramma 2022-2027 Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving van het Waterschap Aa en Maas, het Nationaal Waterplan, WB21, het Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Algemeen punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Hierdoor legt water een ruimteclaim op het (stads)landschap waaraan voldaan moet worden. - Vasthouden – bergen – afvoeren (waterkwantiteit); - Schoon houden – scheiden – zuiveren (waterkwaliteit).

3.3.2 Toets en conclusie Door de beoogde herontwikkeling wijzigt het verhard oppervlak. Het aspect water wordt in paragraaf 4.9 nader uitgewerkt.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1 Woondeal zuidoost-Brabant: afspraken woningbouw 2022-2030 In het eerste kwartaal van 2022 heeft het Rijk de Nationale Woon- en Bouwagenda uitgebracht, met als kerndoelen: beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit. Hierin stelt het Rijk dat er landsdekkende regionale woondeals moeten komen. In het voorjaar van 2022 heeft het Rijk aan de provincies gevraagd een Woonbod op te stellen om tot provinciale woningbouwafspraken te komen. De provincie Noord-Brabant heeft met de minister een handtekening gezet onder een totaal van 130.600 woningen in de periode t/m 2030. Hiervan dienen 8.630 (netto) woningen te worden gerealiseerd in de regio zuidoost-Brabant. Elke gemeente neemt een evenwichtig aandeel op basis van het aantal inwoners. In de periode 2022 tot 2024 zijn 340 woningen gerealiseerd. De resterende woningbouwopgave vanuit de woondeal voor de gemeente Asten is 610 woningen (netto) in de periode 2025-2030. Om deze woningbouwopgave te realiseren, is het noodzakelijk om te beschikken over voldoende harde plancapaciteit. ‘Harde’ woningbouwplannen betreffen plannen waarvan het bestemmingsplan vastgesteld of onherroepelijk is. Om aan te sluiten bij de grote behoefte aan betaalbare woningen is het streven om twee derde van de nieuwe woningen betaalbaar te laten zijn: op landelijk, provinciaal en

Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit Burgemeester Wijnenstraat te Asten

18

regionaal niveau. Regionaal is de afspraak om bij nieuwe projecten (gemiddeld) minimaal 30% sociale huur te behalen. Het minimum van 30% sociale huur en twee derde betaalbaar in de nieuwbouwopgave geldt voor elke gemeente. Toets In de gemeente Asten is momenteel ‘harde’ plancapaciteit aanwezig voor slechts 355 woningen. Om het aandeel van de gemeente Asten aan de woningbouwopgave te behalen dienen ‘zachte’ woningbouwplannen te worden omgezet in ‘harde’ plannen. Het onderhavig initiatief betreft de realisatie van 8 appartementen in de categorie sociale huur en 18 appartementen in de middenhuur in Asten. Het project valt hiermee 100% in de categorie betaalbaar en levert daarmee een bijdrage aan de ‘harde’ plancapaciteit binnen de gemeente Asten. Onderhavig project past derhalve binnen de kwantitatieve woningbehoefte. De woningen die mogelijk worden gemaakt, passen binnen de Woondeal Zuidoost-Brabant 2022-2030.

3.5

Gemeentelijke regelgeving

De gemeente heeft verschillende beleidsstukken. Voor deze ontwikkeling zijn de volgende beleidsstukken van belang, zie tabel 3.3. Van toepassing?

Verwijzing paragraaf

Omgevingsvisie Asten

Altijd

3.5.1

Toekomstagenda Asten 2030

Altijd

3.5.2

Centrumvisie (Asten)

Ja

3.5.3

Programma wonen/Mobiliteitsvisie 2025

Ja

3.5.4

Nota parkeernormen

Ja

2.3

Programma groen gemeente Asten Ja 2024-2033 Programma beeldkwaliteit centrum Ja Asten Programma Kostenverhaal stedelijke Ja ontwikkeling Participatiebeleid

Ja

Welstandsbeleid gemeente Asten Ja 2015 Tabel 3.3 relevant beleid gemeente

3.5.5 3.5.6 5.1 5.2 3.5.7

3.5.1 Omgevingsvisie gemeente Asten De gemeente Asten heeft in oktober 2021 een nieuwe omgevingsvisie vastgesteld voorde gehele gemeente. Deze Omgevingsvisie is opgesteld samen met de inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties van de gemeente en is als consultatieversie gepubliceerd. De gemeente wil dat Asten ook in de toekomst een plek is waar het goed wonen, leven en verblijven is. De komende jaren werkt de gemeente daar samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties verder aan de uitwerking van de ambities voor de fysieke leefomgeving. Het welbevinden van de inwoners staat in de Omgevingsvisie voorop. Daarom wordt in de visie nadrukkelijk de verbinding gezocht met het sociaal domein en het gezondheidsbeleid. Realisatie van de ambities uit de omgevingsvisie gebeurt via initiatieven van ondernemers, maatschappelijke organisaties en (groepen) inwoners. De gemeente Asten faciliteert de initiatieven die bijdragen aan het bereiken van de ambities. De

Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit Burgemeester Wijnenstraat te Asten

19

gemeente is in de Omgevingsvisie Asten onderverdeeld in zes verschillende deelgebieden. Voor elk gebied geeft de gemeente aan (1) welke waarde ze wil koesteren,(2) wat ze wil ontwikkelen, (3) hoe ze dat gaat bereiken en (4) welk beleid, wetten en regels er gelden in het deelgebied. Het gaat om de volgende deelgebieden: Agrarisch anders; Boeren buurten; Dynamische dorpen; Groen genieten; Peel en beekdalen; Peel pionieren; In het deelgebied Asten, Heusden en Ommel staan de komende jaren een aantal opgaven centraal: de transformatie van het buitengebied met aandacht voor verbetering van de luchtkwaliteit, het vitaal houden van de kernen, de ontwikkeling van het centrum van Asten en het klimaatbestendig en energieneutraal worden in 2030. Daarnaast wordt er gewerkt aan de 'vitale democratie'. Dat is de manier waarop de samenleving en overheid samenwerken. De omgevingsvisie zal na inwerkingtreding van de Omgevingswet uiteindelijk als basis dienen voor het opstellen van een omgevingsplan. In de omgevingsvisie wordt het belang van vitale kernen binnen de gemeente onderschreven. In de kernen is het prettig en groen wonen. Onderdeel van de hierboven beschreven opgaven is het realiseren van voldoende, betaalbare en passende woningen en woonomgevingen voor alle doelgroepen.

Bij uitbreiding van de dorpen voor wonen of bedrijvigheid wordt rekening gehouden met de aanwezige landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten en sluiten we zoveel mogelijk aan op bestaande structuren. Toets De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan het realiseren van de doelstellingen zoals opgenomen in de Omgevingsvisie. Het projectvoornemen voorziet in de toevoeging van woningen in bestaand stedelijk gebied van de kern Asten. Met de projectontwikkeling wordt met name voorzien in de behoefte aan appartementen voor de doelgroep starters of andere kleine huishoudens. De beperkte afstand tot de voorzieningen in de kern Asten en de directe nabijheid van landelijk gebied spreekt de bewoners van de andere deelgebieden aan. Daarmee past de voorgenomen ontwikkeling binnen de doelstelling van de Omgevingsvisie en levert deze een belangrijke bijdrage aan het op peil houden van de leefbaarheid in het dorp. 3.5.2 Toekomstagenda Asten 2030 De toekomstagenda Asten 2030 is op 27 juni 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. In de Toekomstagenda 2030 stelt de gemeente te streven naar levendige dorpscentra met ruimte voor ontmoeting in een gemoedelijke sfeer. Dit is belangrijk voor de vitaliteit en aantrekkelijkheid van de kernen. Het centrum is de plek voor ontmoeten, eten en drinken en ook werken. Het behoud van deze vitaliteit is niet vanzelfsprekend.

Het wegtrekken van jongeren, het kleiner worden van huishoudens, de vergrijzing en technologische ontwikkelingen vragen om een alerte reactie van gemeenschappen en gemeente. Passende en betaalbare woonvormen, adequate voorzieningen, saamhorigheid en een evenwichtige bevolkingssamenstelling zorgen voor vitaliteit. Om een aantrekkelijke woongemeente te zijn, voert de gemeente een actief woonbeleid. Het beleid is flexibel en gericht op de lokale woonbehoeften. De gemeente richt zich daarbij ook op het versterken van de aantrekkingskracht voor mensen die graag rustig landelijk willen wonen, dichtbij stedelijke voorzieningen en werk. In de toekomstagenda Asten 2030 staan 4 onderwerpen centraal: 1. Transformatie buitengebied; 2. Vitale kernen; 3. Centrumontwikkeling; en 4. Klimaatbestendig en energieneutraal Asten. Deze vier centrale maatschappelijke opgaven en een beeld van hoe we die opgaven bestuurlijk en organisatorisch kunnen oppakken staan omschreven.

Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit Burgemeester Wijnenstraat te Asten

20

Toets Voor de kern Asten geldt specifiek het resultaat dat woningbouw gerealiseerd wordt. De toevoeging van diverse appartementswoningen in een bebouwingsconcentratie in het stedelijk gebied draagt bij aan de doorstroom in de kern. Daarmee past de voorgenomen ontwikkeling binnen de doelstelling van de Toekomstagenda 2030 en levert deze een belangrijke bijdrage aan het op peil houden van de leefbaarheid in het dorp. 3.5.3 Centrumvisie Asten De Centrumvisie Asten uit 2023 geeft het frame waarbinnen toekomstige ontwikkelingen beoordeeld en uitgevoerd kunnen worden, zodat het gebied kan uitgroeien tot een aantrekkelijk en hoogwaardig centrum. In de visie wordt de historische ontwikkeling, bebouwingsstructuur, groenstructuur, functionele structuur en de verkeers- en parkeerstructuur beschreven. Aan de hand hiervan is het beleid geformuleerd voor de verkeerskundige, functionele en ruimtelijke deelaspecten. De Burgemeester Wijnenstraat wordt gezien als plek waar wonen en dienstverlening centraal staat, zie figuur 3.3.

Figuur 3.3 Functionele indeling centrum Asten 2040 Toets Het project voorziet in de realisatie van 26 appartementen in het centrumgebied. De Burgemeester Wijnenstraat wordt gezien als plek waar wonen en dienstverlening centraal staat. Het projectgebied is volgens figuur 3.3 gekenmerkt als wonen (als hoofdfunctie). Het projectvoornemen ligt daarmee in lijn met de centrumvisie Asten. 3.5.4 Programma wonen 2024-2030 Het Programma wonen 2024 - 2030 is eind 2023 vastgesteld en is bedoeld om verder richting te geven aan het woonbeleid de komende jaren. De basis daarvoor is reeds gelegd in de Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit Burgemeester Wijnenstraat te Asten

21

Toekomstagenda Asten 2030 en de Omgevingsvisie. Hierin staat de visie op wonen op hoofdlijnen beschreven. In het programma Wonen wordt deze visie verder uitgewerkt naar thema, gewenste resultaten en acties, waarmee duidelijk wordt welke maatregelen de gemeente Asten gaat treffen om de visie op wonen daadwerkelijk te realiseren. Waar nodig worden de maatregelen in het omgevingsplan verwerkt, waarmee uitvoering verder juridisch geborgd wordt. Het programma Wonen vormt de basis voor de inzet van de gemeente bij het sluiten van prestatieafspraken met corporaties en hun huurders. Ook functioneert het programma als toetsingskader voor nieuwe wooninitiatieven; voor initiatiefnemers en ontwikkelende partijen maakt het programma vooraf duidelijk waar zij rekening mee moeten houden. De belangrijkste aspecten voor het Programma wonen luiden als volgt: • Werken aan vitale en toekomstbestendige kernen: Asten, Heusden en Ommel zijn aantrekkelijke dorpen om in te wonen, met voldoende woningaanbod voor eigen inwoners én voor mensen van buitenaf die hier graag komen wonen. Door te werken aan aantrekkelijk en toekomstbestendig aanbod houdt de gemeente de voorzieningen op peil en wordt de kracht van de gemeenschap behouden.

• Bouwen met ambitie: Binnen de gemeente moeten voldoende woningen gebouwd worden om tegemoet te komen aan de woningbehoefte van de lokale inwoners én om nieuwe inwoners naar Asten, Heusden en Ommel te trekken. Daarbij heeft de gemeente oog voor de eigenheid van de dorpen, waarmee gewerkt wordt aan vitale kernen. Binnen gemeente Asten worden tot en met 2026 500 nieuwbouwwoningen gerealiseerd. In de periode erna komen daar nog eens zeker 500 woningen bij. • Prettig oud worden in de dorpen: Mensen kunnen prettig ouder worden in Asten, Heusen en Ommel. Zij kunnen een fijne oudere dag beleven in een passende woning met sociale contacten, in verbinding met de omgeving. • Eerlijke kansen op de woningmarkt: Iedereen moet een huis kunnen vinden dat bij ze past in de dorpen. Jong en oud. De gemeente streeft naar eerlijke kansen op de woningmarkt in Asten, Heusden en Ommel. Voor de vitaliteit van dorpen is extra aandacht voor de woonkansen van jongeren en voor doorstroming. Toets De 26 appartementen variëren in grootte van 40 tot 50 m2. De woningen vallen volledig voor 30% in de categorie sociale huur en 70% in de categorie middenhuur en daarmee 100% in de categorie betaalbaar.

De nieuwbouw van appartementen binnen bestaand stedelijk gebied draagt bij aan het behalen van de kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen van het Programma wonen 2024 - 2030 en de doorstroom in de kern Asten. Hiermee wordt in de eerste plaats bijgedragen aan het tegengaan van de toenemende druk op de Astense woningmarkt en de daarmee gepaard gaande woningbouwopgave. 3.5.5 Programma groen gemeente Asten 2024-2033 Het programma Groen gemeente Asten 2024 – 2033 vervangt drie bestaande groenbeleisplannen op. Het programma is juli 2025 vastgesteld door de gemeente Asten. Om een mooie groene en goed functionerende openbare ruimte te behouden/creëren zijn 9 beleidsuitgangspunten opgesteld: 1. Zuinig op groen – Behoud van waardevolle bomen en goed onderhoud; 2. Kwaliteit boven kwantiteit – Alleen planten waar kwaliteit en functie gewaarborgd zijn; 3. Meer groen in Asten; Vergroening van straten, pleinen en buitengebied; 4. Groennorm – Minimale hoeveelheid groen bij stedelijke ontwikkeling; 5. Natuurinclusief bouwen – Standaard bij nieuwbouw en herinrichting; 6. Duurzame en biodiverse natuur – investeren in bossen, buitengebied en agrarische gebieden; 7. Meer diversiteit – Gemengde aanplant, klimaatbestendige soorten; 8. Dereguleren waar mogelijk – Eenvoudige regels, handhaving waar nodig;

Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit Burgemeester Wijnenstraat te Asten

22

9. Goede communicatie – Bewustwording, ondersteuning van initiatieven, duidelijke regels. Groennorm Bij stedelijke ontwikkelingen moet worden voorkomen dat alles dicht gebouwd en verhard wordt. Daarom wordt, naast de water- en parkeernorm, bij nieuwbouwprojecten vanaf 5 wooneenheden een groennorm geïntroduceerd. Binnen de groennorm is onderscheid gemaakt in uitbreidingen, inbreidingen en bedrijventerreinen. Het groen dat binnen de groennorm valt mag grotendeels gecombineerd worden met onder andere waterberging. Groene halfverharding en groene daken tellen gedeeltelijk mee bij het behalen van de groennorm. De groennorm wordt onderverdeeld in drie categorieën. Categorie 1 ‘Uitbreidingswijken’: Binnen de categorie 1 geldt dat minimaal 75 m2 openbaar groen per woning moet worden gerealiseerd. Voor appartementen en beneden-bovenwoningen is deze norm afwijkend vastgesteld op 40 m2 per wooneenheid. Hiervan moet voor beide minimaal 15 m2 per wooneenheid enkel bestemd zijn voor groen. De overige ruimte mag mede gebruikt worden voor bijvoorbeeld waterberging. Categorie 2 ‘Inbreidingen’: Binnen de categorie 2 geldt geen vaste norm door de beperkte ruimte. Echter wordt hiervoor een bijdrage gevraagd middels de Regeling Ruimtelijke kwaliteit.

Indien initiatiefnemers investeren in een ontwikkeling met daarin groen dan worden de aanlegkosten voor dit groen afgetrokken van de bijdrage die gedaan moet worden. De initiatiefnemer brengt deze kosten in beeld en legt deze ter goedkeuring voor aan de gemeente. De bijdrage die gestort wordt in de Regeling Ruimtelijke kwaliteit wordt elders gebruikt om de ruimtelijke kwaliteit in Asten te verbeteren. Categorie 3 ‘Bedrijventerreinen’: Binnen de categorie 3 geldt een richtlijn om minimaal 15% van het ontwikkelingsgebied groen te ontwikkelen. Hierbij mag het groen ook gecombineerd worden met functies zoals waterberging, mits het landschappelijk waardevol is ingericht. Bij nieuwe initiatieven moet een bijdrage worden geleverd aan de Regeling Ruimtelijke Kwaliteit. Indien extra groen boven de minimale eis van 15% mag worden verrekend met deze bijdrage. Bij kavels die grenzen aan niet-bestaand industrieterrein is een groenstrook van minimaal 20 meter vereist. Als 15% groen niet haalbaar is, wordt samen met de initiatiefnemer gezocht naar alternatieven die bijdragen aan een groene uitstraling en een prettige werkomgeving. Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen is verplicht bij nieuwbouw vanaf vijf wooneenheden of bij gebouwen met een maatschappelijke functie in Asten.

Initiatiefnemers kiezen zelf passende maatregelen uit een puntentabel, zoals groene daken, gevelgroen of nestvoorzieningen. Per woning of bedrijf moeten minimaal vijf punten worden behaald; bij grotere maatschappelijke gebouwen gelden aangepaste eisen. De gekozen maatregelen worden vastgelegd in de vergunningaanvraag en de puntentabel wordt regelmatig geactualiseerd op basis van ervaring en nieuwe inzichten. Toets Groennorm Voorliggend projectgebied is gelegen in het centrum van Asten en valt daarmee onder categorie 2 ‘inbreidingen’. Voor deze categorie geldt geen vaste norm voor het aanleggen van groen door de beperkte ruimte. Voorliggend project voorziet in de realisatie van een groendak op de carport en bergingen van 203 m2. Daarbij wordt een tuin aan de achterzijde van de appartementen gerealiseerd inclusief bomen. Vanwege de realisatie van voorliggend project en om aan de parkeerbehoefte te voldoen zullen aan de achterzijde enkele bomen gekapt moeten worden.

Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit Burgemeester Wijnenstraat te Asten

23

Er is met de buren aan de Langstraat naar aanleiding van de 2e Omgevingsdialoog aangegeven dat de bestaande bomen het uitzicht positief beïnvloeden. Onderzocht gaat worden of er een aantal bestaande bomen ter compensatie kunnen worden verplaatst naar de tuinzijde van de appartementen aan de Langstraat. Indien dit niet mogelijk is zal de ontwikkelaar in overleg met de buren een aantal bomen laten planten in de tuin van de buren. Aan de voorzijde van het appartementencomplex worden kleine voortuinen gerealiseerd. De gemeenschappelijke tuin achter de appartementen is ook voor algemeen gebruik. Hier worden ter compensatie bomen geplant. Natuurinclusief bouwen Voorliggend project realiseert 26 appartementen. Dit komt neer op het behalen van (5 x 26 =) 130 punten. De initiatiefnemer kiest hiervoor passende maatregelen uit de puntentabel, welke is opgenomen in het Programma groen gemeente Asten 20240 – 2033. De voorgenomen 26 appartementen betreffen kleine appartementen met een gebruiksvloeroppervlak van minder dan 50 m2 per appartement, waardoor in verhouding veel punten behaald moeten worden. Vanwege de realisatie van 26 kleine appartementen is het financieel en technisch niet haalbaar om alle 130 punten te behalen. De initiatiefnemer zal zo veel mogelijk natuurinclusief bouwen binnen de technische en financiële grenzen, waarbij er sprake is van effectieve en gevarieerde ingrepen.

In bijlage 13 en 14 zijn deze ingrepen opgenomen. Onderstaande maatregelen zullen worden genomen: • 1x Klimplanten tegen de muur. Zelf hechtende beplanting of door middel van een steunconstructie bevestigd aan de muur. • 36x Inbouw gevel-/dakpankasten huismus/overige vogelsoorten • 9x Boerenzwaluwkom (alleen mogelijk onder overkapping of open schuur) • 1x Aanleggen van een groene voortuin op eigen terrein • 1x Aanplanten van een groene erfafscheiding (bij voorkeur een gemengde haag) • 2x Insectenhotel in de tuin plaatsen • 7x Het planten van een boom in eigen tuin die uiteindelijk minimaal 6m hoog wordt. Deze voorgenomen maatregelen worden in de vergunningaanvraag vastgelegd. 3.5.6 Programma beeldkwaliteit centrum Asten Het doel van het programma beeldkwaliteit centrum Asten is het opstellen van een stedenbouwkundig kader (Programma beeldkwaliteit) voor het centrum van Asten, zodat deze kan worden gebruikt als toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen. Dit Programma betreft alleen de straatwanden binnen het centrum en niet het beeld van de eventueel hier achtergelegen inbreidingen. Het toetsingskader geeft enerzijds zekerheid aan de gebruikers en bewoners van het gebied, maar anderzijds ook duidelijkheid aan ontwikkelende partijen.

Het Programma beeldkwaliteit geeft voor het centrum in het algemeen duidelijkheid over: • De gewenste uitstraling van de bebouwing (wat vinden we passen bij de identiteit van Asten); • De gewenste beeldkwaliteit van de panden; • De maximaal gewenste bouwmassa en -hoogte; • De gewenste korrelgrootte van de bebouwing; • De kapvorm; • De gewenste percelering van de bebouwing; • Het gewenste kleur en materiaalgebruik; • Het gewenste beeld in de plint; • Hoe moet worden omgegaan met de toegangen/entrees, buiten- ruimte/balkons en dakkapellen en eventueel andere aan- en uit- bouwen zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde (ook i.r.t. de interactie met de openbare ruimte); • Hoe moet worden omgegaan met de ontsluiting van de bebouwing. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in verschillende deelgebieden.

Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit Burgemeester Wijnenstraat te Asten

24

Toets Binnen het centrum van Asten zijn er 8 gebiedstypen aanwezig. Het projectgebied is gelegen in het gebiedstype ‘Lint’, aan de Burgemeester Wijnenstraat. In de verschijningsvorm van elk gebiedstype kunnen specifieke eigenschappen voorkomen. Het gebiedstype ‘Lint’ heeft de volgende specifiek eigenschappen (hoofdstuk 3 uit het programma beeldkwaliteit centrum Asten): • functioneel: gemengd met handel, commercie, horeca en wonen; • identiteit: historie en gemengd karakter; • morfologie: lintvormig patroon; • typologie: kleinschalige panden met naar de openbare ruimte gerichte ‘levendige’ plinten. Plaatselijk genuanceerde middenschaal. Boven de plinten doorgaans woonfunctie; • stedenbouwkundig: kleinschalig met een verticale geleding (‘pandje-pandje’); • de gevelstraat verhouding ligt doorgaans rond de 1:2 tot 1:1,5. In de laatste decennia is de schaalstap gemaakt naar 1:1. Het projectvoornemen sluit zo veel als mogelijk aan bij de bovengenoemde eigenschappen van de gebiedstype ‘Lint’. nieuwe ontwikkelingen in het centrum van Asten worden getoetst aan het bovengenoemde beeldkwaliteitsplan. De toets wordt uitgevoerd door het Kwaliteitsteam Centum Asten. Voor dit plan zijn vier overleggen geweest. Tijdens deze gesprekken stuitte de commissie op verschillende opmerkingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=a42b8ebf-b85e-4c1b-8b3f-adbb3fc60a44