CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Motivering BOPA Bleekerweg 4

Raadscommissie Ruimte 25 maart 2025, gemeente AstenBij agendapunt: Adviesrecht BOPA Herontwikkeling intensieve veehouderij Bleekerweg 4, Heusden (adviserend)20.478 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Hiermee is aansluiting gezocht bij de ambities zoals verwoord in de omgevingsvisie. Het project sluit hiermee aan op het beleid van het waterschap en de regels uit de waterschapsverordening. Het Waterplan heeft dan ook geen gevolgen voor onderhavig initiatief.

Bleekerweg 4 Heusden

56

Afvalwater Het huishoudelijk afvalwater afkomstig van de bedrijfswoning en het nieuwe agrarisch verwant bedrijf zal zoals in de huidige situatie worden afgekoppeld op het bestaande riool onder de Bleekerweg. De verwachting is dat dit geen grote problemen geeft, doordat de hoeveelheid afvalwater aanzienlijk zal afnemen ten opzichte van de huidige situatie doordat er minder werkzaamheden ter plaatse plaats vinden. Grondwater De beoogde ontwikkeling is niet van invloed op de grondwaterstand in het plangebied. Waterkwaliteit & beheer Er is geen sprake van nieuwbouw. Ten behoeve van de waterkwaliteit zullen bij nieuwe ontwikkelingen milieuvriendelijke bouwmaterialen toegepast worden en zullen geen uitloogbare materialen, zoals lood, koper, zink worden gebruikt, waardoor de uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater kan worden voorkomen. Deze stoffen kunnen zich namelijk ophopen in het water (bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Geconcludeerd kan worden dat er met het voorliggend initiatief geen gemeentelijke en waterschapsbelangen in het geding zijn. Er is derhalve geen belemmering aanwezig vanuit het aspect water.

5.9

NATUUR Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met eventuele ecologische waarden in of nabij het projectgebied. De voorgenomen ontwikkelingen mogen geen negatieve effecten hebben op de aanwezige beschermde soorten zoals aangewezen in de Wet natuurbescherming. Indien hiervan sprake is moet ontheffing of vrijstelling worden aangevraagd. Tevens mogen de ontwikkelingen geen negatieve effecten hebben op aangewezen gebieden zoals Natura 2000-gebieden. Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebiedsen soortenbescherming. Gebiedsbescherming In Nederland is gebiedsbescherming geregeld middels de Wet natuurbescherming, waarin alle gebiedsbeschermende internationale afspraken en richtlijnen zijn geïmplementeerd. Met betrekking tot gebiedsbescherming is de situering ten opzichte van Natura 2000-gebieden van belang. Bij negatieve effecten kan onder andere gedacht worden aan: optische verstoring door het toevoegen van bebouwing, verlies van oppervlakte, verdroging of vernatting, vermesting en verzuring, verstoring door licht, geluid, trilling, ed. Initiatief Gezien de afstand tot de omliggende natuurgebieden (Natura 2000-gebieden), welke ten minste 2 kilometer is (Groote Peel), zijn effecten op gebieden al grotendeels uit te sluiten (door bijvoorbeeld, geluid, licht of trillingen), behalve door

Bleekerweg 4 Heusden

57

stikstofemissie. Met de beëindiging van de pluimveehouderij is echter sprake van een aanzienlijke afname van de ammoniakdepositie in een Natura2000-gebied. Van de vergunning voor de emissie van 6.685,6 kilo stikstof, mag vanuit de Lbv-plus regeling 15% behouden blijven oftewel 1.002,8 kilo stikstof, bij intrekking van de vergunning voor het pluimvee. Het hobbymatig houden van enkele paarden/pony’s met voor een paard een uitstoot van 5 kilo stikstof, is aanzienlijk minder dan deze 15% die vanuit de Lbv-plus regeling behouden blijft op de locatie. De depositie in de beoogde situatie heeft geen nadelige gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura2000-gebied. Concluderend kan gesteld worden dat de toekomstige ontwikkeling niet zal leiden tot significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden in de omgeving. Natuurnetwerk Nederland In de omgeving van het plangebied zijn diverse gronden gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen: ecologische hoofdstructuur (EHS)). De NNN is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met natuurwaarden van (inter) nationaal belang. Het doel van het NNN-beleid is het veiligstellen van ecosystemen en het realiseren van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit.

Voor het Natuurnetwerk Nederland geldt op basis van het Rijksbeleid (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Figuur 11 NNN in de omgeving

f f

k k

Bleekerweg 4 Heusden

58

Op voorgaande afbeelding is het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving weergegeven. De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in of nabij delen van de NNN. Het plan vormt derhalve geen belemmering voor de aanleg of instandhouding van de NNN. Soortenbescherming De Omgevingswet regelt de bescherming en instandhouding van planten- en diersoorten die in het wild voorkomen. Daarnaast dienen alle in het wild levende planten en dieren in principe met rust te worden gelaten. Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen, is het verplicht de resterende schade te compenseren. Initiatief De aanwezigheid van beschermde planten en dieren is sterk gerelateerd aan de aanwezigheid van bepaalde kleine landschapselementen (bosjes, wielen/poelen, heggen/hagen e.d.). De ontwikkeling vindt plaats op een bestaande agrarische bedrijfslocatie. Gezien het intensieve gebruik, is het niet aannemelijk dat beschermde soorten zich permanent op de locatie hebben gevestigd. Er vindt geen wijzing van de resterende bebouwing plaats. De sloop van de pluimveestallen in kader Lbv-plus regeling heeft reeds plaats gevonden. Verder blijft het aanwezige groen binnen het plangebied behouden en wordt deze versterkt door het aanbrengen van nieuwe beplanting.

Dit komt de biodiversiteit van het gebied ten goede. Gesteld kan worden dat de beoogde ontwikkeling geen onevenredige nadelige gevolgen zal hebben voor natuurwaarden. Het aspect natuur vormt daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling.

5.10

CULTUURHISTORIE Ruimtelijke plannen dienen rekening te houden met cultuurhistorische waarden. Cultuurhistorisch erfgoed moet worden beschermd. Het gaat dan om erfgoed in brede zin; in cultuurlandschappelijke, stedenbouwkundige en bouwhistorische betekenis. De provincie Noord-Brabant heeft in een digitale kaart cultuurhistorisch waardevolle gebieden of complexen van cultuurhistorisch belang weergegeven. In navolgende figuur is een uitsnede van de kaart weergegeven.

Bleekerweg 4 Heusden

59

Figuur 12 Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Brabant herziening 2024

f f

k k . Hieruit blijkt dat het plangebied niet is aangemerkt als een cultuurhistorisch waardevol gebied en/of een complex van cultuurhistorisch belang vormt. Gezien de locatie niet nabij cultuurhistorisch waardevolle elementen is gelegen zal met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake zijn van onevenredige aantasting van cultuurhistorisch waardevolle elementen. Ook heeft de bestaande bebouwing, welke hergebruikt wordt voor het nieuwe agrarisch verwant bedrijf, geen cultuurhistorische waarden. Bovendien is sprake van hergebruik van bestaande bebouwing, waardoor er geen veranderingen zijn in het beeld van de bebouwing naar de omgeving. Verder is de planlocatie niet gelegen binnen een aardkundig waardevol gebied. Op basis hiervan kan worden gesteld dat er geen cultuurhistorische waarden zijn die van invloed kunnen zijn op de voorgenomen planontwikkeling en de realisatie van de voorgestane ontwikkeling.

5.11

ARCHEOLOGIE Op 16 januari 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Nederlandse parlement heeft dit verdrag in 1998 goedgekeurd. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Erfgoedwet. Op basis van deze wet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren.

Bleekerweg 4 Heusden

60

In het kader van een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de Erfgoedwet kan vooronderzoek naar mogelijke waarden nodig zijn zodat, waar nodig, die waarden veilig gesteld kunnen worden en/of het initiatief aangepast kan worden. Gemeenten stellen, ter bescherming van mogelijk voorkomende archeologische waarden, een eigen beleid op, waarbij de kans op het aantreffen van archeologische resten in de bodem is weergegeven in een archeologische verwachtingskaart. Afhankelijk van de verwachtingswaarde stelt de gemeente Asten voorwaarden voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek. Uit het vigerende tijdelijk deel omgevingsplan ‘Bestemmingsplan Buitengebied Asten 2016 blijkt dat het plangebied gelegen is binnen een gebied met een hoge archeologische verwachting (Waarde-Archeologie-2) met een onderzoeksplicht bij een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm en een verstoringsoppervlakte van meer dan 250 m2. Dit is een doorvertaling van de gemeentelijke archeologische beleidskaart (2010), waarop categorie 4 een hoge archeologische verwachting betreft. Zie navolgende figuur. Figuur 13

Uitsnede van de archeologische beleidskaart van de gemeente Asten (2010). f f

k Aangezien k geen sprake is van nieuwbouw, en de resterende bestaande bebouwing op het perceel wordt hergebruikt voor het agrarisch loonwerkbedrijf waarmee de bodem niet geroerd wordt, kan archeologisch onderzoek in dit geval achterwege blijven. De sloop van de pluimveestallen in kader Lbv-plus regeling heeft reeds plaats gevonden. De dubbelbestemming archeologie blijft gehandhaafd. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

5.12

VERKEER EN PARKEREN Momenteel zijn er twee inritten aanwezig. Allen zijn aan de voorzijde van het erf gelegen, aan de Bleekerweg. Eén inrit aan de oostzijde van het plangebied geeft toegang geeft tot de bedrijfswoning, garage, loods, paardenstal, ponystal en veldschuur. De andere inrit geeft toegang tot de achterliggende weides voor de paarden. Om te bepalen of de voorgenomen ontwikkeling een belemmering vormt ten aanzien van het aspect mobiliteit, wordt de CROW-publicatie 381 aangehouden. Voor

Bleekerweg 4 Heusden

61

het aantal verkeersbewegingen van de bedrijfswoning is uitgegaan van een vrijstaand huis (koop) in het buitengebied (weinig stedelijk). Dit geeft een maximale verkeersgeneratie van 8,6 bewegingen per dag. Voor het aantal verkeersbewegingen vanuit het agrarisch loonwerkbedrijf wordt uitgegaan van 2 verkeersbewegingen per dag. Voor een agrarisch verwant bedrijf zijn geen specifieke kencijfers beschikbaar. De aantallen zijn op basis van ervaring van de initiatiefnemer. De verkeersbewegingen voor deze tak bestaan voornamelijk uit verkeer met tractoren en een loader. Dit komt neer op in totaal 10,6 verkeersbewegingen per dag. Het agrarisch verwant bedrijf levert daarmee slechts een zeer beperkte hoeveelheid aan verkeersbewegingen en dit zal geen invloed hebben op de verkeerskundige situatie ter plaatse. Zeker aangezien de verkeersbewegingen behorend bij het agrarisch bedrijf zullen vervallen. Op het terrein zelf is voldoende gelegenheid voor personenauto's en landbouwverkeer om te keren. Hierbij hoeft niet op de openbare weg alsnog gekeerd te worden, waardoor geen achteruitrijdende personenauto's en/of landbouwverkeer de openbare weg op hoeven rijden. Dit bevordert de verkeersveiligheid. Bij de voorgenomen ontwikkeling zal uitsluitend gebruik worden gemaakt van de bestaande infrastructuur.

Hierbij zal rekening worden gehouden met de capaciteit van de ontsluitingsweg, zodat geen situatie ontstaat waarbij meer verkeer over de ontsluitingsweg rijdt dan dat deze kan verwerken. Hiermee kan worden gesteld dat geen sprake is van aantasting van de bestaande infrastructuur. In de huidige situatie vindt het parkeren geheel op eigen terrein plaats. Bij de voorgenomen ontwikkeling is het vereist dat het parkeren ook na realisatie van het project geheel op eigen terrein plaatsvindt. Ook na realisatie van het project zal er op eigen terrein voldoende gelegenheid zijn voor zowel landbouwvoertuigen als personenauto's om te kunnen parkeren. Hiermee zal parkeren, ook na realisatie van het project, geheel op eigen terrein plaatsvinden.

5.13

VOLKSGEZONDHEID In onderhavige situatie is sprake van de beëindiging van de pluimveehouderij en het behoud van de functie kleinschalig agrarisch verwant eenmansbedrijf met het houden van een hobbymatig aantal paarden. Er is geen sprake van de komst van een nieuw gevoelig object binnen het bestaand landelijk gebied. In het navolgende worden de 7 stappen in het stappenplan van de GGD doorlopen. 1) voor varkens en pluimveebedrijven: endotoxine richtafstand (= afstand waarbinnen naar alle waarschijnlijkheid de gezondheidskundige advieswaarde voor endotoxine wordt overschreden); 2) toename in emissies van geur en/of fijnstof en/of ammoniak; 3) de wijze waarop met geurbelasting wordt omgegaan voor een aanvaardbaar woon-/leefklimaat; 4) bij meerdere bedrijfsmatig gehouden diersoorten, de aanwezige diersoort(en) binnen een veehouderij;

Bleekerweg 4 Heusden

62

5) geitenhouderij binnen een straal van 2 kilometer van een gevoelige bestemming; of pluimveebedrijven binnen een straal van 1 kilometer van een gevoelige bestemming; of overige veehouderijen binnen een straal van 250 meter liggen woon- of verblijfsruimten van derden; 6) de aanwezigheid van mestbe- en verwerking; 7) ongerustheid bij omwonenden. Na doorlopen van het stappenschema blijkt dat alle aspecten met nee beantwoord kunnen worden. Met dit plan wordt geen ontwikkeling mogelijk gemaakt welke nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid in de omgeving van het plangebied. Dat er geen nadelige gevolgen zijn blijkt ook uit de toetsing in dit hoofdstuk. Ook zijn er geen belemmeringen anderzijds voor de gezondheid ter plaatse.

5.14

KABELS EN LEIDINGEN Er vindt geen nieuwbouw plaats, waardoor er geen werkzaamheden in de bodem hoeven plaats te vinden. Er zijn geen belemmeringen ten aanzien van dit aspect.

5.15

MILIEUEFFECTRAPPORTAGE Voor een deel van de milieubelastende activiteiten, de ontgrondingsactiviteit of de wateractiviteit gelden de regels van milieueffectrapportage. Milieueffectrapportage (mer) is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten. De activiteit die verricht gaat worden kan vallen onder de projecten in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Bij een bepaalde grootte van een project moet het bevoegd gezag een mer-beoordelingsbesluit nemen of moet een milieueffectrapport (MER) worden gemaakt. In een project-mer-beoordeling toetst het bevoegd gezag of er bij het project aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden. Toetsing Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd voldoet niet aan de omschrijving van een project in kolom 1 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Ook in artikel 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit, wordt het project niet als mer-plichtig besluit aangewezen. Ook in het omgevingsplan wordt het plan niet als vergunningplichtige activiteit aangewezen. Er geldt voor het project geen mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht. Als aangetoond in voorgaand hoofdstuk leidt de beëindiging van de pluimveehouderij en de omschakeling naar een klein agrarisch verwant eenmans loonbedrijf, enkel tot voordelen voor het milieu en is er geen sprake van nadelige milieugevolgen. Het plan kan doorgang vinden.

5.16

DUURZAAMHEID EN KLIMAATADAPTATIE Het plan draagt positief bij aan een klimaatbestendige en adaptieve woon- en werkomgeving. Er vindt een grote mate van ontstening plaats. Het perceel wordt verder landschappelijk ingepast. Door de ontstening van het plangebied en het aanwezige

Bleekerweg 4 Heusden

63

en nieuw aan te brengen groen wordt hittestress zoveel mogelijk voorkomen. Ook komt dit laatste de biodiversiteit ten goede. Het hemelwater wordt zoals in de huidige situatie op een juiste manier verwerkt op de eigen locatie. De verwachting is niet dat overlast wordt ervaren door hoogwater.

Bleekerweg 4 Heusden

64

6 6.1

UITVOERBAARHEID

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID In deze paragraaf wordt de wijze van bekostiging van het initiatief beschreven. Uitgangspunt is dat de kosten die gemaakt worden voor het opstellen van een Buitenplanse omgevingsplan activiteit (BOPA) voor rekening komen van de initiatiefnemer.

6.1.1

Financieel economische haalbaarheid Artikel 12.1 Ow ‘Verhaal van kosten, verbonden aan grondexploitatie’ is van toepassing. Dat betekent dat meerkosten voor de planologische procedure als gevolg van particuliere ontwikkelingen dienen te worden verhaald op de initiatiefnemer(s). Dit plan is een particulier initiatief. De kosten voor de ambtelijke afhandeling van de procedure worden verrekend op basis van de daarvoor geldende leges.. De kosten die voortvloeien uit het plan zijn voor rekening en risico van initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd.

6.1.2

Nadeelcompensatie Voor iedere Buitenplanse omgevingsplan activiteit (BOPA) wordt een overeenkomst nadeelcompensatie gesloten op basis van titel 4.5 Awb. Met initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten voor de nadeelcompensatie en bijzondere voorwaarden. Daarmee is vastgelegd dat de eventuele nadeelcompensatie voor rekening komt van de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond.

Bleekerweg 4 Heusden

65

6.2

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

6.2.1

Participatie & omgevingsdialoog Het aangeven hoe er geparticipeerd is bij een gebiedsontwikkeling (motiveringsplicht) met een BOPA een vereiste onder de Omgevingswet. Dit dient gedaan te worden conform de eisen uit artikel 10.2 uit het Omgevingsbesluit (motiveringsplicht vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsplan). In dit hoofdstuk wordt dit traject en de uitkomst ervan beschreven. Initiatiefnemer heeft vroegtijdig bij uitwerking van het plan de direct omwonenden benaderd om te horen of er op- of aanmerkingen zijn. Er kon dan worden gekeken of deze verwerkt konden worden in het plan. Uit de gesprekken zijn geen bezwaren op het plan naar voren gekomen. Als bijlage zijn de ingevulde formulieren toegevoegd ter bevestiging dat het gesprek heeft plaatsgevonden.

6.2.2

Bevoegd gezag en afstemming met ketenpartners De gemeente Asten betreft het bevoegd gezag voor de BOPA. Ter vooroverleg is het plan voorgelegd aan de provincie Noord-Brabant en het waterschap Aa en Maas.

6.2.3

Vaststellingsprocedure Voor de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) wordt de reguliere procedure doorlopen. De omgevingsvergunning zal op grond van de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht voor iedereen gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd voor bezwaar en beroep.

Bleekerweg 4 Heusden

66

7 7.1

BELANGENAFWEGING EN CONCLUSIE

IS SPRAKE VAN EEN EVENWICHTIGE TOEDELING VAN FUNCTIES AAN LOCATIES? De ontwikkeling voorziet in de beëindiging van de pluimveehouderij op de locatie Bleekerweg 4 te Heusden. Dit brengt een forse verbetering in het woon- en leefklimaat ter plaatse en heeft bovendien een landschappelijke meerwaarde. Om dit mogelijk te maken wordt, naast behoud van de bestaande bedrijfswoning, een agrarisch verwant bedrijf in de vorm van een agrarisch loonwerkbedrijf in de resterende bestaande bebouwing op het perceel mogelijk gemaakt. Sprake is van een forse ontstening en goede landschappelijke inpassing. Met inachtneming van hetgeen omschreven in hoofdstuk 5 en de bijbehorende onderzoeksrapportages en resultaten uit eventuele vervolgonderzoeken, is er met uitvoering van voorliggend plan sprake van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving, en daarmee sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Bleekerweg 4 Heusden

67

SITUATIE Gemeente : Asten Sectie :P Nr. : 322, 1990, 1991 Schaal 1: 1000 0

10M

20M

30M

40M

50M

4

woning bestaand groen beukenhaag; 2 meter hoog garage

loods

tech. ruimte/kantine/kantoor

paddock gazon met bomen (aanplantmaat 14-16); zwarte els (4 stuks) beuk (4 stuks) wilde kers (4 stuks) noorse esdoorn ( 4 stuks)

stal stal

beukenhaag; 2 meter hoog

bestaand struweel schuur

weiland

bestaand groen

0

PROJECT

6168BS01

BLAD

S-02

DATUM

19-12-2024 Geling Advies BV | +31 (0) 493 59 75 00 | info@gelingadvies.nl | www.gelingadvies.nl | KvK 17220016

10M

20M

WERK

Situatie beplantingsplan OPDRACHTGEVER

Fam. Driessen, Bleekerweg 4, Heusden PROJECTLEIDER

A. Wentink

TEKENAAR

P. Vriens

© COPYRIGHT

SCHAAL

1:1000

FORMAAT

A3

ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=253e5d91-a578-470d-8d5c-371e672bbfb1