CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Motivering BOPA Bleekerweg 4

Raadscommissie Ruimte 25 maart 2025, gemeente AstenBij agendapunt: Adviesrecht BOPA Herontwikkeling intensieve veehouderij Bleekerweg 4, Heusden (adviserend)20.478 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Motivering BOPA Bleekerweg 4 Heusden

december 2024

Colofon Rapport: Motivering BOPA Bleekerweg 4 Heusden Rapportnummer: 6168BS01 Datum: december 2024

Opdrachtnemer Geling Advies Postbus 12 5845 ZG Sint Anthonis www.gelingadvies.nl

Contactgever Peelhoender B.V. Bleekerweg 4 5725 BE Heusden-Asten

© DECEMBER 2024 GELING ADVIES

ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM, GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN GELING ADVIES. AAN DE INHOUD VAN DIT RAPPORT KUNNEN GEEN RECHTEN WORDEN ONTLEEND. G&O CONSULT VERWERPT ELKE AANSPRAKELIJKHEID VOOR EEN ANDER GEBRUIK VAN DEZE TEKST DAN VOOR DE SITUATIE WAARVOOR DEZE WORDT UITGEBRACHT. DE INFORMATIE IN DEZE TEKST IS ONDER VOORBEHOUD EN KAN VERANDERD WORDEN ZONDER VOORAFGAANDE KENNISGEVING.

Bleekerweg 4 Heusden

2

INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Doel 1.3 Plangebied

5 5 5 6

2 PLANBESCHRIJVING 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur 2.2 Toekomstige situatie

7 7 10

3 TOETSING AAN OMGEVINGSPLAN 3.1 Huidige regeling omgevingsplan 3.2 Strijdigheid activiteit en wijziging met omgevingsplan

14 14 17

4 BELEIDSKADERS 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

18 18 23 33 35

5 UITVOERINGSASPECTEN 5.1 Bodem 5.2 Bedrijven en Milieuzonering 5.3 Lucht 5.4 Geur 5.5 Geluid 5.6 Veiligheid 5.7 Trillingen 5.8 Water 5.9 Natuur 5.10 Cultuurhistorie 5.11 Archeologie 5.12 Verkeer en parkeren 5.13 Volksgezondheid 5.14 Kabels en leidingen 5.15 Milieueffectrapportage 5.16 Duurzaamheid en klimaatadaptatie

41 41 43 44 45 47 50 53 53 57 59 60 61 62 63 63 63

6 UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

65 65 66

7 BELANGENAFWEGING EN CONCLUSIE 7.1 Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties?

67 67

Bleekerweg 4 Heusden

3

BIJLAGEN Bijlage 1 Situatieschets Bijlage 2 Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 3 Dialoog Bijlage 4 Vooronderzoek

Bleekerweg 4 Heusden

4

1 1.1

INLEIDING

AANLEIDING De locatie Bleekerweg 4 te Heusden is in gebruik als pluimveehouderij. Bij dit bedrijf zijn verschillende bedrijfsgebouwen en een bedrijfswoning aanwezig. De initiatiefnemer is voornemens om de pluimveehouderij te beëindigen. De stallen met een oppervlakte van 4.752 m2 te slopen en de milieuvergunning voor 6.685,6 kilo stikstof in te trekken. Daarnaast wordt een groot gedeelte van de verharding verwijderd en wordt de bestaande beplanting behouden. Verder blijft de bedrijfswoning met de resterende overige bijgebouwen (waar geen dieren verblijven) behouden. De initiatiefnemer neemt deel aan de Lbv-plus regeling. Het is in dat kader ook noodzakelijk dat de bestemming op de locatie wordt veranderd opdat geen intensieve veehouderij meer mogelijk is. Het initiatief heeft betrekking op het veranderen van de bestemming naar een agrarisch verwant bedrijf, zodat initiatiefnemer het agrarisch loonwerk kan verrichten als zzp’er, om een vervangend volwaardig inkomen te genereren na beëindiging van de veehouderij. Op 11 juni 2024 heeft het college bekend gemaakt een positief principestandpunt in te nemen. In het principebesluit is uiteengezet dat is besloten om in principe medewerking te verlenen aan het omschakelen van de intensieve veehouderij naar een agrarisch verwant bedrijf op de locatie aan de Bleekerweg 4.

Aangezien het plan afwijkt van het omgevingsplan moet een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) worden doorlopen.

1.2

DOEL Onderhavige ruimtelijke onderbouwing ligt ten grondslag aan de verleende vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Deze BOPA heeft tot doel de omschakeling naar een agrarisch verwant bedrijf mogelijk te maken.

Bleekerweg 4 Heusden

5

1.3

PLANGEBIED Het plangebied zoals weergegeven in navolgend figuur, omvat de percelen aan de Bleekerweg 4 te Asten, kadastraal bekend gemeente Asten, sectie P, nummers 1990, 1991 en 322. Onderhavig plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Asten ten zuidoosten van de kern Heusden. Figuur 1 Plangebied (rood omlijnd).

Bleekerweg 4 Heusden

6

2

PLANBESCHRIJVING

2.1

RUIMTELIJKE EN FUNCTIONELE STRUCTUUR

2.1.1

Landschap en historie plangebied Tussen Eindhoven en de Limburgse grens ligt globaal gezien het Land van de Peel. Deze regio in het oosten van Brabant bestaat uit zes gemeenten, te weten: Asten, Deurne, Helmond, Someren, Laarbeek en Gemert-Bakel. De ondergrond van De Peel is gevormd onder invloed van bewegingen in de aardkorst en verder bewerkt via klimaat en erosie. De Peel ligt voor een deel op het plateau De Peelhorst en voor een deel in de lager gelegen Centrale Slenk. Op de grens van de hoog- en laaggelegen gebieden zijn breuken ontstaan. Tijdens de laatste twee ijstijden is over de ondergrond een dikke laag zand afgezet en zijn dekzandruggen en dekzandvlakten ontstaan. De Peelhorst is een hooggelegen vlakte die aan de oostzijde is afgesloten door een ondoorlatende leemlaag. Op deze vlakte heeft zich hoogveen ontwikkeld. Het verschil in ondergrond komt tot uiting in de ontginningsgeschiedenis van het gebied. Van oudsher hebben de mensen zich gevestigd op de overgang van hogere, drogere dekzandruggen naar lagere, natte beekdalen. Op de lagere gronden werd het vee geweid (potstalsysteem). Heideplaggen werden gestoken op de nabijgelegen heidevelden. Op den duur ontstonden stuifduinen door ontbossing en afplaggen. De stuifduinen werden later weer bebost om verstuiving tegen te gaan. Door de komst van kunstmest halverwege de 19de eeuw konden de woeste gronden worden ontgonnen.

In De Peel zijn op die wijze de gebieden rondom Asten en Someren in cultuur gebracht. Door het graven van vaarten en kanalen werd het gebied ontwaterd en ontgonnen. De kanalen in het gebied (onder andere de Zuid Willemsvaart) hebben ook voor industrie en welvaart gezorgd. Het landschap kenmerkt zich door de afwisseling van aaneengesloten bossen en heidevelden (De Grote Peel, De Witte Bergen), lange en brede beekdalen (Aa), kleinschalige en besloten cultuurlandschappen (Heusden en Behelp) en jonge, rationeel verkavelde heideontginningen met een meer open karakter (Eeuwsel, Het Gevlocht). De oude occupatieassen op de randen van de beekdalen, wegbeplantingen en bossen bepalen de opbouw van het landschap. Het belangrijkste natuurgebied is Nationaal Park De Groote Peel. Samen met de Deurnese Peel is De Groote Peel een overblijfsel van een hoogveengebied dat ooit 30.000 ha besloeg. De Groote Peel is ontwaterd en tot wisselende diepte afgegraven

Bleekerweg 4 Heusden

7

voor de winning van turf. Hierdoor is een ongerept natuurgebied overgebleven met grote waterplassen, heidevelden, vlakten met Pijpestrootje en zandruggen. In De Peel bevinden zich van oudsher veehouderijen en akkerbouwbedrijven. Ook de glastuinbouw is een economische factor van betekenis in De Peel. De glastuinbouw kent in De Peel concentraties in met name Asten, Someren en Deurne. Plangebied Het plangebied aan de Bleekerweg 4 te Heusden is gelegen binnen de dekzandvlakten binnen het concentratiegebied glastuinbouw. De schaalvergroting binnen de agrarische sector van de afgelopen decennia is duidelijk zichtbaar in dit gebied. Er is sprake van enkele opgeschaalde veehouderijen, maar ook verouderde veehouderijen en leegstaande stallen. In de loop der jaren is zichtbaar dat van oorsprong kleine agrarische erven zijn getransformeerd naar andere functies, zoals wonen of recreatie. Het buitengebied is in sommige delen omgevormd naar een gemengd gebied. Dit is vooral zichtbaar aan de uitgaande wegen in de kern Heusden, waaronder de Meijelseweg. Daarnaast is sprake van een recreatief gebied, waaronder aan de Behelp en de Gezandebaan in Heusden. Ten noorden, noordwesten en oosten van de planlocatie liggen agrarische bedrijven in de glastuinbouw.

Daarnaast wordt de planlocatie aan de noord, noordwestzijde veelal omgeven door verschillende woonfuncties en een bedrijfsfunctie, te weten een bouwbedrijf (Meijelseweg 23F). Aan de oostzijde grenst de planlocatie direct aan een woonlocatie (Bleekerweg 4a en een plattelandswoning aan de Bleekerweg 6). Naast de planlocatie aan de westzijde is recent een champignonkwekerij herbestemd naar een agrarisch verwant bedrijf in de vorm van een landbouwmechanisatiebedrijf (Bleekerweg 2a).

Bleekerweg 4 Heusden

8

Figuur 2 Uitsnede verbeelding omgevingsplan omgeving planlocatie.

Figuur 3 Uitsnede verbeelding omgevingsplan buurlocatie.

2.1.2

Huidige situatie plangebied In de huidige situatie is op de locatie een pluimveehouderij aanwezig met 3 grote stallen met een totale oppervlakte van 4.920 m2. Het bedrijf beschikt over een vergunning voor het houden van 133.550 opfokhennen en hanen van legkippen jonger dan 18 weken, en het houden van een paard en een pony, met een totale emissie van 6.685,6 kilo stikstof. Naast de bedrijfsopstallen bevindt zich op het perceel een bedrijfswoning met daarachter een vrijstaande garage van 54 m2, een loods van 133 m2, , een paardenstal van 32 m2, een ponystal van 30 m2 en een veldschuur van 50 m2. Aansluitend aan de loods van 133 m2 grenst een overkapping/carport van 20 m2.

Bleekerweg 4 Heusden

9

Figuur 4 Huidige situatie binnen het plangebied.

Het plangebied wordt ontsloten middels twee inritten, waarbij één inrit toegang geeft tot de bedrijfswoning, garage, loods, paardenstal, ponystal, veldschuur. De tweede inrit dient voor de ontsluiting van de pluimveestallen en de paardenweides aan die zijde van het perceel. Rondom de (bedrijfs)bebouwing is het perceel verhard. De overige delen van het plangebied zijn te kenschetsen als grasland of weiland.

2.2

TOEKOMSTIGE SITUATIE Het voornemen is de volledige pluimveehouderij te beëindigen en de drie grote pluimveestallen inclusief de overkapping mestcontainers achterop het perceel met een totale oppervlakte van 4.920 m2 te slopen. In ruil hiervoor wenst initiatiefnemer de agrarische bestemming te wijzigen in de bestemming ‘Bedrijf-Agrarisch verwant’. De resterende te behouden bestaande bebouwing bestaat uit: Bedrijfswoning; Garage met een omvang van 54 m2; Loods met overkapping met een omvang van 133 m2 respectievelijk 20 m2; Tehnische ruimte/kantine/kantoor met een totale omvang van 80,6 m 2; Paardenstal met een omvang van 32 m2; Ponystal met een omvang van 30 m2; Veldschuur met een omvang van 50 m2. Totaal is daarmee sprake van behoud 400 m2 bestaande bebouwing. De loods, technische ruimte/kantine/kantoor en veldschuur zullen worden gebruikt ten behoeve van het agrarisch verwant bedrijf. De totale bedrijfsoppervlakte bedraagt daarmee 263,6 m2.

Bleekerweg 4 Heusden

10

De garage, paardenstal en ponystal zijn bijgebouwen die behoren bij de bedrijfswoning. De totale oppervlakte aan bijgebouwen wat voor privégebruik dient bedraagt 116 m2. De overkapping grenzend aan de loods van 20 m2 kan worden gezien als carport voor privé. Zie navolgende figuur voor de situatieschets. Figuur 5 Beoogde situatie plangebied

Het agrarisch verwant bedrijf wordt gevoerd door de initiatiefnemer als zzp’er, om daarmee een vervangend volwaardig inkomen te genereren na beëindiging van de pluimveehouderij. Voor de werkzaamheden kan gebruik worden gemaakt van de huidige machines en werktuigen die reeds benut worden voor het huidige agrarisch loonwerk en het eigen agrarisch bedrijf, waaronder 2 tractoren en een loader. De tractoren worden gestald in de loods evenals de machines als een maaier en de werktuigen. De loader wordt gestald in de veldschuur waar ook ruimte is voor de opslag van hooi. Dit voor de hobbymatig gehouden paard en pony. De technische ruimte aan de voorzijde van de westelijk gelegen stal dient behouden te blijven in verband met de aansluiting voor stroom en water en de aanwezigheid van een kantoor/kantine/wasruimte te benutten voor het agrarisch verwant bedrijf. 2.2.1

Stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing Stedenbouwkundige inpassing Met het plan komen de drie grote stallen en de overkapping van de mestcontainers te vervallen en blijft de overige bestaande bebouwing, waaronder de bedrijfswoning, garage, loods met overkapping/carport, paardenstal, ponystal en veldschuur, behouden. De loods, veldschuur en technische ruimte/kantine/kantoor worden hergebruikt voor het agrarisch verwant bedrijf (agrarisch loonwerkbedrijf). Er is geen sprake van nieuwbouw op het perceel, waardoor er vanuit stedenbouwkundig opzicht er geen wijzigingen voor de omgeving zijn.

Bleekerweg 4 Heusden

11

Landschappelijke inpassing Met de sloop van de agrarische bebouwing is al sprake van een kwaliteitsverbetering. De resterende bebouwing zal landschappelijk worden ingepast. De bestaande beplanting waaronder struweel en groen langszij het perceel aan de westzijde zal worden versterkt. Achter de technische ruimten/kantine/kantoor zal een hoogstam boomgaard worden aangeplant. De boomgaard bestaat uit Zwarte Els, Beuk, Wilde kers en Noorse Esdoorn. De bomen worden aangeplant in de aanplantmaat 14-16 cm en kunnen vrij groeien. De boomgaard wordt aan de achterzijde begrensd met een beukenhaag van 2 meter hoogte. Een beukenhaag met eenzelfde hoogte komt tevens terug ten oosten als begrenzing van de paardenweides op de achterliggende gronden. Ook de verdere gronden van de te slopen stallen zullen ingericht worden als paardenweide. Op navolgende afbeelding is het beplantingsplan weergegeven. Zie voor de volledige afbeelding de bijlagen. Figuur 6 Beplantingsplan

2.2.2

Ontsluiting en parkeren De locatie blijft ontsloten via de al aanwezige inritten. Met het plan vinden hier geen wijzigingen in plaats. De loods en veldschuur ten behoeve van het agrarisch verwant bedrijf (agrarisch loonwerk) worden ontsloten middels de inrit aan de westzijde van de bedrijfswoning voorzien van een afsluitbaar hekwerk. Ditzelfde geldt voor de

Bleekerweg 4 Heusden

12

paarden- en ponystal. De inrit aan de oostzijde is ter ontsluiting van de achterliggende weides en kan benut worden voor grotere tractoren en landbouwwerktuigen voor bijvoorbeeld hooiwinning. Op het perceel is voldoende ruimte aanwezig om te voorzien in de parkeerbehoefte van het eigen agrarisch verwant bedrijf (agrarisch loonwerkbedrijf) zonder personeel.

Bleekerweg 4 Heusden

13

3 3.1

TOETSING AAN OMGEVINGSPLAN

HUIDIGE REGELING OMGEVINGSPLAN Voor de locatie is vigerend het tijdelijk deel omgevingsplan “Buitengebied Asten 2016” en navolgende Paraplu- en Verzamelplannen zover van toepassing. De locatie heeft de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - pluimveehouderij overig’ en een dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 2’. Het bouwvlak heeft een omvang van 1,6 hectare. De locatie is verder gelegen in de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – urgentiegebied’ en ‘overige zone – concentratiegebied glastuinbouw’. Binnen de genoemde bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ met aanduiding ‘pluimveehouderij overig’ zijn de activiteiten ten behoeve van een agrarisch bedrijf en exploiteren van een pluimveehouderij toegestaan met daarbij het wonen in de bedrijfswoning. Tevens zijn toegestaan aan huis verbonden beroepen als ondergeschikte functie aan de bedrijfswoning, een en ander met bijbehorende voorzieningen, hobbymatig agrarisch gebruik als ondergeschikte functie aan de bedrijfswoning. Binnen de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarbij Burgemeester en wethouders de bestemming van de gronden kunnen wijzigen in de bestemming ‘Bedrijf – Agrarisch verwant’ teneinde een agrarisch verwant bedrijf dan wel een agrarisch technisch hulpbedrijf toe te staan.

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet kan weliswaar geen gebruik meer worden gemaakt van wijzigingsbevoegdheden, maar toetsing hieraan kan wel mede als onderbouwing worden gezien. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a.

ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' is de omzetting slechts toegestaan naar bedrijven, zoals opgenomen in maximaal de categorieën 1 en 2 van de bij deze regels als bijlage 1 gevoegde Staat van bedrijfsactiviteiten of daarmee vergelijkbare bedrijven;

b.

het hergebruik dient te passen in de omgeving;

c.

in opzet en ontwikkelingsperspectief dient het om een kleinschalige activiteit te gaan, met in beginsel slechts enkele werknemers;

Bleekerweg 4 Heusden

14

d.

als belangrijke voorwaarde voor hergebruik geldt dat het hergebruik plaatsvindt binnen het bestaande bouwvolume, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' maximaal 5000 m² aan bebouwing is toegestaan. Uitbreiding van bebouwing is niet toegestaan;

e.

in een bedrijfsplan dient te worden aangetoond welke bedrijfsgebouwen noodzakelijk zijn voor de hergebruikfunctie. Overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, die niet voor de nieuwe functie wordt gebruikt, dient te worden gesloopt, tenzij de gebouwen een bijzondere cultuurhistorische waarde hebben;

f.

het bestemmingsvlak dient te worden verkleind tot een passende omvang;

g.

de omvang van het bestemmingsvlak mag niet meer bedragen dan 1,5 hectare en ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' niet meer dan 0,5 hectare;

h.

er mag geen opslag buiten de gebouwen plaatsvinden;

i.

de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieuen dierenwelzijnswetgeving;

j.

de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd om de feitelijke ontsluitingssituatie;

k.

detailhandel is niet toegestaan;

l.

er dient sprake te zijn van een passende bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, die in ieder geval bestaat uit een zorgvuldige landschappelijke inpassing conform een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan;

m. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; n.

de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in artikel 32 omschreven aanduidingsregels.

Navolgend wordt getoetst aan deze voorwaarden/beperkingen. Ad a) Niet van toepassing. Ad b) de vestiging van een agrarisch verwant bedrijf is passend binnen dit gebied, waar sprake is van de aanwezigheid van verschillende functies in dit gebied, waaronder glastuinbouwbedrijven, (agrarische en verwante) bedrijven, woonpercelen en recreatieve functies. Het gebied vormt dan ook een gemengd gebied. Het plangebied is aan de rand van het kassengebied gelegen. Aan de Bleekerweg 2a, het perceel ten westen van de planlocatie, was tot voor kort in gebruik als champignonkwekerij en is recentelijk getransformeerd naar een agrarisch verwant bedrijf. Deze functies zijn meer wenselijk op deze locatie dan intensieve veehouderijen, gezien de ligging nabij het Natura 2000-gebied ‘de Groote Peel’, de omliggende woonfuncties en de relatief

Bleekerweg 4 Heusden

15

korte afstand tot de kom van Heusden. De beëindiging van onderhavige intensieve veehouderij komt het woon- en leefklimaat ter plaatse ten goede. Bovendien zullen de omliggende woonfuncties geen (geluid)hinder van het beoogde agrarisch verwante bedrijf (agrarisch loonwerkbedrijf) ondervinden, omdat deze op voldoende afstand zijn gelegen en de werkzaamheden ten behoeve van het loonwerkbedrijf beperkt blijven tot bewegingen daar de werkzaamheden op locatie bij derden plaatsvinden. Ad c) Met het agrarisch verwant bedrijf in de vorm van een agrarisch technisch loonwerkbedrijf is sprake van een kleinschalige activiteit, aangezien het bedrijf zal worden uitgevoerd als eenmanszaak. Dit betekent dat slechts één persoon werkzaam is binnen de organisatie, de eigenaar en bewoner van de locatie. Ad d) Er is geen sprake van nieuwbouw. Enkel de resterende bestaande bebouwing (na sloop van de drie pluimveestallen) blijft behouden. Ad e) De technische ruimte, loods en veldschuur zullen worden gebruikt ten behoeve van het agrarisch loonwerkbedrijf. In de technische ruimte zitten de aansluitingen voor water en stroom en een kantoor, kantine en wasruimte. In de loods en veldschuur worden de tractoren en werktuigen gestald. Deze ruimten met een totale oppervlakten van circa 263,60 m2 worden volledig benut voor het agrarisch loonwerkbedrijf.

De overige resterende bestaande bijgebouwen op het perceel met een totale oppervlakte van circa 136 m2 worden voor privégebruik benut, bestaande uit de garage, de overkapping grenzend aan de loods (stalling privé-auto), paardenstal en ponystal. De garage is een oud gebouw uit de jaren ’30, opgebouwd met de originele oude stenen en kan uit cultuurhistorisch oogpunt als waardevol worden beschouwd, wat mede noodzaakt tot behoud. Ad f) Het bestemmingsvlak ‘Bedrijf – Agrarisch verwant’ krijgt een omvang beduidend kleiner dan de huidige agrarische bedrijfsbestemming / bouwvlak met een omvang van 1,6 hectare. Ad g) De omvang van het toekomstig bestemmingsvlak ligt ver onder de gestelde 1,5 hectare. Ad h) Er is geen sprake van buitenopslag op het terrein. Er is voldoende ruimten binnen de loods en veldschuur om de machines en werktuigen in op te slaan. Ad i) In navolgende paragraaf 5.2 wordt hier nader op ingegaan. Ad j) In navolgende paragraaf 5.12 wordt hier nader op ingegaan. Ad k) Er is geen sprake van detailhandel. Ad l) Voor het beplantingsplan wordt verwezen naar voorgaande paragraaf 2.2 en de bijlagen. Ad m) Bij de planontwikkeling zijn direct aangrenzende percelen ingelicht over het plan. Zij hebben aangegeven geen bezwaar te hebben op het plan. In navolgende paragraaf 7.2 wordt dit nader beschreven.

Ad n) Op de locatie is de gebiedsaanduiding ‘overige zone – concentratiegebied glastuinbouw’ opgenomen. In paragraaf 5.2 ‘Bedrijven en milieuzoneringen’ wordt dit punt verder aangehaald. Daarnaast ligt op de locatie de gebiedsaanduiding ‘overige zone – urgentiegebied’. Voor de locatie geldt bij het wijzigen van de bestemming van

Bleekerweg 4 Heusden

16

de gronden in de bestemming ‘Bedrijf’ teneinde gebruik of herbouw van de aanwezige bebouwing toe te staan voor niet-agrarische bedrijven, als belangrijke voorwaarde dat binnen deze zonering hergebruik dient plaats te vinden binnen het bestaande bouwvolume met een maximum van 700 m2. Uitbreiding van bebouwing is niet toegestaan. Herbouw van bebouwing is wel mogelijk mits het bestaande bouwvolume niet toeneemt. Met onderhavig plan is geen sprake van nieuwbouw, herbouw of uitbreiding van bebouwing. De bestaande bebouwing met een totale omvang van 400 m2 wordt hergebruikt voor het agrarisch technisch hulpbedrijf (263,60 m2) en privé. Hiermee wordt ruimschoots onder de toegestane norm voor hergebruik binnen het bestaande bouwvolume van maximaal 700 m2 gebleven. Op basis van voorgaande kan gesteld worden dat aan alle genoemde voorwaarden/beperkingen voldaan wordt.

3.2

STRIJDIGHEID ACTIVITEIT EN WIJZIGING MET OMGEVINGSPLAN De strijdigheid van het plan zit in het feit dat op de locatie waar een agrarisch bedrijf met de aanduiding pluimveehouderij overig is toegestaan, geen agrarisch verwant bedrijf is toegestaan. Met onderhavige BOPA wordt de activiteit/functie agrarisch verwant bedrijf toegestaan met behoud van totaal 400 m2 bebouwing conform het principebesluit. De intensieve veehouderij wordt bij deelname LBV+ regeling niet langer toegestaan op grond van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.

Bleekerweg 4 Heusden

17

4

BELEIDSKADERS

4.1

RIJKSBELEID

4.1.1

Omgevingswet De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. De Omgevingswet moet leiden tot meer ruimte voor duurzame ontwikkelingen, meer rekening houden met regionale verschillen, meer ruimte bieden voor maatwerkoplossingen en belanghebbenden vroegtijdig betrekken in de besluitvorming. Daarnaast is het doel van de Omgevingswet om de tientallen vormen van wet- en regelgeving onder het oude omgevingsrecht van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), te bundelen in één wet die toeziet op het omgevingsrecht en daarmee te voorkomen dat initiatiefnemers rekening moeten houden met veel verschillende wetten met elk hun eigen procedures, planvormen en regels. Met de Omgevingswet en bijbehorende uitvoeringsregelgeving streeft de regering vier verbeterdoelen na: -

het vergroten van de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht;

-

het bewerkstelligen van een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving;

-

het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte door een actieve en flexibele aanpak mogelijk te maken voor het bereiken van doelen voor de fysieke leefomgeving;

-

het versnellen en verbeteren van besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving.

De wet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Daarmee vormt de wet de basis voor de samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. Om de Omgevingswet uit te voeren, hebben overheden de beschikking over 6 'kerninstrumenten': -

-

de omgevingsvisie: op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau kan een omgevingsvisie worden opgesteld; een samenhangend, strategisch plan dat rekening houdt met alle ontwikkelingen in de leefomgeving. het programma: maatregelen om de leefomgeving te beschermen, te beheren, te gebruiken en te ontwikkelen. Het programma richt zich op een onderwerp,

Bleekerweg 4 Heusden

18

-

-

-

-

een bepaalde bedrijfssector of een gebied. Verschillende overheden kunnen ook samen een programma opstellen. decentrale regels: decentrale overheden hebben ieder 1 regeling voor de fysieke leefomgeving voor hun hele grondgebied. Dit zijn het gemeentelijk omgevingsplan, de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Hierin staan verschillende soorten regels. Bijvoorbeeld decentrale regels voor activiteiten van burgers en bedrijven. En kaders om vergunningen te toetsen. Ook worden er gebieden in aangewezen die een bepaalde functie hebben. algemene rijksregels: dit zijn het Bkl, Bal, Bbl en de Omgevingsregeling. Deze ‘Algemene Maatregelen van Bestuur’ (AMvB’s) worden in de onderstaande paragrafen nader toegelicht. de omgevingsvergunning: veel initiatieven van burgers en bedrijven hebben gevolgen voor de leefomgeving. Voor de meeste daarvan gelden algemene regels. Soms is een vergunning nodig. Bijvoorbeeld voor het verbouwen van een rijksmonument. De overheid toetst vooraf of dat mag. het projectbesluit. Het projectbesluit is een uniforme procedure voor besluitvorming over complexe projecten van het Rijk, een provincie of een waterschap. Bijvoorbeeld de aanleg van een weg, windmolenpark of natuurgebied. Een projectbesluit regelt in dezelfde procedure de afwijking van het omgevingsplan. Het projectbesluit kan ook gelden als een omgevingsvergunning.

In dit geval is er voor gekozen om de ontwikkeling mogelijk te maken middels een BOPA procedure. Daarmee maakt het onderdeel uit van het kerninstrument decentrale regels, specifiek het gemeentelijk omgevingsplan. 4.1.2

Omgevingsbesluit Het Omgevingsbesluit richt zich tot alle partijen die in de fysieke leefomgeving actief zijn: burgers, bedrijven en de overheid. Het Omgevingsbesluit regelt in aanvulling op de wet onder meer welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Ook regelt dit besluit wat de betrokkenheid is van andere bestuursorganen, adviesorganen en adviseurs bij de besluitvorming en een aantal op zichzelf staande onderwerpen, zoals de milieueffectrapportage. Concreet bevat het Omgevingsbesluit bepalingen over de volgende onderwerpen: -

Bevoegdheden, handhaving en beheer Procedurele regels Projectprocedure Milieueffectrapportage Financiële bepalingen Digitale voorzieningen

In dit geval gaat het om het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Er is sprake van een concreet initiatief. Hiervoor is de reguliere procedure van toepassing. 4.1.3

Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn:

Bleekerweg 4 Heusden

19

-

Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden;

-

De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsen;

-

De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied;

-

De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden;

-

Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies;

-

Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen.

Met dit plan wordt de omschakeling van een veehouderij naar een agrarisch verwant bedrijf mogelijk gemaakt. Dit sluit aan bij het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied. Door beëindiging van de veehouderij ontstaat een beter woon- en leefklimaat in de omgeving. De ontwikkeling staat daarnaast in goede verbinding met het landschap. Door de beëindiging van de pluimveehouderij is sprake van een forse afname van verhard oppervlak door de sloop van agrarische bedrijfsbebouwing en verkrijgen de resterende te behouden gebouwen op het perceel een nieuwe functie ten behoeve van een agrarisch verwant bedrijf. Hiertoe wordt bestaande bebouwing hergebruikt, waardoor sprake is van zuinig ruimtegebruik. Daarnaast is de locatie landschappelijk ingepast met beplanting. Dit blijft behouden en wordt verder versterkt. 4.1.4

Instructieregels (AMvB’s) Besluit kwaliteit leefomgeving Het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het Bkl is opgebouwd uit de volgende onderwerpen: • In de instructieregels staan onder andere de normen en regels die gelden voor omgevingsplannen, omgevingsverordeningen en waterschapsverordeningen.

Bleekerweg 4 Heusden

20

• In de omgevingswaarden van het Rijk staan in het Bkl, zoals luchtkwaliteit en de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en zwemwater. • Het Bkl bevat de regels voor het toetsen en verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning. • En regels over monitoring en gegevensverzameling. Deze regels hebben betrekking op de onderdelen waterkwaliteit, externe veiligheid, luchtkwaliteit en het behoud van cultureel erfgoed. 4.1.4.1

Ladder voor duurzame verstedelijking De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De toelichting bij een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het omgevingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Artikel 5.129 g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat de Ladder betrekking heeft op een nieuwe stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van de ontwikkeling in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. In artikel 5.129 g Bkl is geen ondergrens vastgelegd. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel ‘in beginsel’ grenzen. Bij nieuwbouw en uitbreiding van overige stedelijke functies ligt de ondergrens in beginsel bij een ruimtebeslag van 500 m2 (per functie).

Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen zoals maatschappelijke functies, cultuur, leisure of recreatie. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Dit zijn ontwikkelingen die een nieuw of groter planologisch beslag op de ruimte leggen dan het geldende omgevingsplan toestaat. Of, als er alleen een wijziging van de gebruiksfunctie is, op een andere manier wezenlijke ruimtelijke effecten hebben. Het is niet relevant of het plangebied binnen of buiten het stedelijk gebied ligt. In beide gevallen moet rekening worden gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Initiatief Voordat de ladder duurzame verstedelijking wordt doorlopen, wordt beoordeeld of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 5.129g lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit plan ziet toe op de wijziging van de activiteit ‘Agrarisch bedrijf’ naar ‘Agrarisch verwant bedrijf’. Met het plan is sprake van het mogelijk maken van de vestiging van een agrarisch verwant bedrijf op een bestaande agrarische bedrijfslocatie. Dit betreft een stedelijke ontwikkeling als bedoel in artikel 5.129g lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Motivering Op de bestaande locatie is binnen het bestemmingsvlak nu een agrarische veehouderij mogelijk.

In de toekomstige situatie wordt de vestiging van een agrarisch loonwerkbedrijf (zzp’er) mogelijk gemaakt. Hierbij kan initiatiefnemer gebruik maken van

Bleekerweg 4 Heusden

21

eigen machines en werktuigen. Hiervoor is wel voldoende stallingsruimte benodigd. De pluimveehouderij komt door deelneming aan de LBV+ regeling te vervallen. Hiertoe worden de bestaande pluimveestallen op het perceel met een totale oppervlakte van 4.752 m2 gesloopt. De overige bebouwing, waar geen vee in wordt gehouden, mogen behouden blijven. Naast de genoemde te slopen bedrijfsopstallen bevindt zich naast de te behouden bedrijfswoning op het perceel een loods met een oppervlakte van 133 m2, een veldschuur van groot 50 m2 en een technische ruimte (stroom en water) / kantine / kantoor / wasruimte van 80,6 m2. Deze bestaande bijgebouwen met een totale oppervlakte van 263,60 m2 zijn uitermate geschikt voor de stalling van de eigen machines en werktuigen, bestaande uit twee tractoren en een loader, voor het beoogde agrarisch loonwerkbedrijf. Doordat hiervoor voldoende ruimte beschikbaar is, kan buitenopslag worden voorkomen. Dit is overigens ook niet wenselijk, aangezien deze droog moeten staan, zodat ze minder aan weersinvloeden onderhevig zijn. Ook kan hiermee verrommeling van het landschap worden voorkomen. Naast deze bestaande gebouwen die bedrijfsmatig gebruikt kunnen worden voor het beoogde agrarisch verwant bedrijf zijn nog enkele andere bestaande bijgebouwen aanwezig die toebehoren aan de bedrijfswoning.

Het gaat hier om een garage van 54 m2, een carport/overkapping aansluitend aan de bestaande loods voor de stalling van de privé auto van circa 20 m2, een paardenstal van 32 m2 en ponystal van 30 m2. De totale oppervlakte van deze bijgebouwen bedraagt 136 m2. Aangezien het loonwerkbedrijf agrarisch gerelateerd is en het werkgebied/klanten in het agrarisch gebied zijn gevestigd, is het voor een efficiënte bedrijfsvoering ook beter om in dit gebied gevestigd te zijn. Hierdoor kunnen deze verkeersbewegingen in het stedelijk gebied geweerd worden. Gezien de oppervlakten van de bebouwing op nabijgelegen bedrijfs- en woonpercelen, is deze bebouwing op de locatie passend in de omgeving. Bovendien is sprake van lage bebouwing achter op het perceel, welke nauwelijks zichtbaar zijn in de omgeving. Verder is het perceel en deze bebouwing reeds landschappelijk ingepast en wordt deze waar mogelijk versterkt. Er is verder sprake van zuinig ruimtegebruik aangezien de bestaande bedrijfsbebouwing een herbestemming krijgen. Er is geen sprake van nieuwbouw en uitbreiding van overige stedelijke functies en het totaal ruimtebeslag blijft onder de 500 m2 (per functie). 4.1.4.2

Besluit activiteiten leefomgeving In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan rijksregels voor burgers en bedrijven. De regels gelden voor bijvoorbeeld milieubelastende activiteiten, activiteiten in een beperkingengebied of activiteiten met gevolgen voor de natuur. Het Bal bevat algemene regels, meldingsplichten, vergunningplichten, maatwerkmogelijkheden en specifieke zorgplichten, om het milieu, waterstaatwerken, wegen en spoorwegen en cultureel erfgoed te beschermen. Wanneer het noodzakelijk is dat het bevoegd gezag een activiteit voorafgaand beoordeelt, voorschriften daarvoor opstelt en expliciet instemt met de uitvoering daarvan, is een omgevingsvergunning vereist. Doorgaans gaat het om complexere activiteiten met potentieel grote gevolgen. Met de ontwikkeling wordt een specifieke nieuwe activiteit mogelijk gemaakt welke onder het Bal valt. Deze activiteit moet getoetst worden aan het Omgevingsplan en

Bleekerweg 4 Heusden

22

tevens aan de algemene regels, meldingsplichten, vergunningplichten, maatwerkmogelijkheden en specifieke zorgplichten. Voor een agrarisch loonwerkbedrijf geldt geen vergunningplicht. Onder de omgevingswet is hiervoor geen omgevingsvergunning nodig. 4.1.4.3

Besluit bouwwerken leefomgeving In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan rijksregels voor burgers en bedrijven. Het zijn allemaal regels die met bouwwerken te maken hebben. Ofwel het bouwen, in stand houden, gebruiken of slopen van bouwwerken. De regels gaan over onderwerpen als veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid. Het Bbl bevat: - algemene regels, - meldingsplichten, - vergunningplichten, - maatwerkmogelijkheden, - specifieke zorgplichten. Bij de ontwikkeling is sprake van de vestiging van een agrarisch loonwerkbedrijf in bestaande bebouwing welke reeds uitermate geschikt zijn voor de opslag van machines en werktuigen. Er is geen sprake van nieuwbouw of verbouw waardoor niet getoetst hoeft te worden aan het Bbl.

4.1.4.4

Omgevingsregeling In de Omgevingsregeling heeft het Rijk alle technische details van de andere regelgeving uitgewerkt. Denk aan aanvraagvereisten voor omgevingsvergunningen en rekenregels voor geluid.

4.1.5

Conclusie rijksbeleid Voorliggend plan is, gelet op het voorgaande in deze paragraaf, passend binnen de kaders die geschept worden in het rijksbeleid. De ontwikkeling draagt bij aan de transitie van het landelijk gebied. Het betreft een stedelijke ontwikkeling, waarbij een agrarisch bedrijf komt te vervallen, en een agrarisch verwant bedrijf mogelijk wordt gemaakt. Aangezien sprake is van een loonwerkbedrijf dat agrarisch gerelateerd is en bestaande bebouwing hiervoor reeds voorhanden is, is de ontwikkeling een geschikte functie op deze locatie, gezien de omvang van bebouwing in de directe nabijheid van de locatie in het buitengebied van de gemeente Asten.

4.2

PROVINCIAAL BELEID

4.2.1

Brabantse Omgevingsvisie: De Kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 heeft de provincie Noord-Brabant de Omgevingsvisie NoordBrabant "De kwaliteit van Brabant" vastgesteld. De omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.

Bleekerweg 4 Heusden

23

Met de omgevingsvisie wil de provincie vast aansluiten bij en gaan werken volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet. Samen met andere overheden, initiatiefnemers en andere betrokken partijen wordt actief gezocht naar praktijken waarin deze nieuwe manier van werken centraal staat. De Omgevingsvisie gaat over twee vragen: Hoe moet de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zien? Wat moet er in 2030 voor elkaar zijn om dat toekomstperspectief te verwezenlijken? De doelstelling die Noord-Brabant heeft voor 2050 is dat zij in dat jaar welvarend, verbonden en klimaatproof zijn. De welvaart wil de provincie bereiken door te investeren in een gezonde en sterke concurrentiepositie door het goede vestigingsklimaat voor bedrijven en kenniswerkers, maar ook door de voortrekkersrol in de transitie naar een innovatieve en duurzame economie. De provincie ziet welvaart niet alleen als economische bestaanszekerheid, maar ook als geluk, gezondheid en veiligheid van mensen. In dat kader stelt de provincie dat in 2050 bestaande problemen in de fysieke leefomgeving zijn opgelost en dat het robuuste natuurnetwerk uitstekend functioneert.

Dankzij investeringen in natuur, verdrogingsbestrijding, bodem, waterkwaliteit, een groene (natuurrijke) inrichting van woon- en werkgebieden en het terugdringen van emissies uit landbouw en industrie wil de provincie zowel de menselijke leefomgeving als die voor flora en fauna verbeteren. Dit leidt tot een goed welbevinden en een grote soortenrijkdom. Voor wat betreft de verbondenheid is het streven van de provincie dat Brabant de centrale ligging uitstekend weet te benutten door goede verbindingen op zowel fysiek als op sociaal-maatschappelijk (digitaal) gebied. Daarbij is een van de doelen dat de logistieke bedrijvigheid nog steeds een topsector is, maar dan op een schonere en slimmere manier. Daarnaast bieden nog zichtbare historische waarden, erfgoed en landschappelijke verscheidenheid een verbinding met het verleden. Deze elementen dienen te blijven behouden voor een aantrekkelijke omgeving als uitloopgebied voor de inwoners van steden en dorpen en voor recreatie. Met betrekking tot het streven klimaatproof te zijn, wil de provincie in 2050 geheel energieneutraal zijn. Dit willen zij bereiken door alleen nog duurzame energie te gebruiken. Daarnaast wil de provincie verdere klimaatverandering tegengaan door de uitstoot van koolstofdioxide en de uitstoot van methaan uit de landbouw fors terug te dringen.

Daarnaast wil de provincie goed om kunnen gaan met de klimaatverandering en de effecten daarvan. Hierbij staat duurzaam, gezond en klimaatbestendig bouwen centraal. Daarnaast dient voldoende ruimte beschikbaar te zijn om water op te vangen en vast te houden in tijden van droogte en om wateroverlast te voorkomen. Op basis van deze doelstellingen heeft de provincie vier hoofdopgave geformuleerd: Werken aan de Brabantse energietransitie; Werken aan een klimaatproof Brabant;

Bleekerweg 4 Heusden

24

Werken aan de slimme netwerkstad; Werken aan een concurrerende, duurzame economie. Deze opgaven worden niet los van elkaar gezien, maar vanuit de basis met elkaar verbonden. Hierbij wordt gekeken vanuit een gebiedspecifieke benadering om de kansen en bedreigingen van de opgaven te benoemen en rekening te houden met de kansen vanuit andere hoofdopgaven. De ontwikkeling van het agrarisch verwant bedrijf past binnen dit kader. Provinciale belangen en ruimtelijke keuzes De provincie wil sturen op ruimtelijke kwaliteit. De ruimtelijke keuzes geven inhoud aan het streven naar ruimtelijke kwaliteit en zijn van provinciaal belang. Belangrijkste keuzes zijn onder andere: Regionale contrasten De provincie wil de contrasten tussen klei, zand en veenontginningen versterken. Een multifunctioneel landelijk gebied De provincie kiest voor een integrale aanpak. Waar de landbouw de drager van het landschap is wordt ruimte gegeven aan optimale en duurzame ontwikkeling van de aanwezige landbouwsector. In de jonge rivierkleigebieden moet de agrarische functie (rundveehouderij) behouden blijven. Op de oeverwallen langs de rivieren wordt ruimte geboden voor menging van landbouw, natuur, landschap, recreatie, wonen, werken en zorg. Dit is van belang voor de plattelandseconomie. Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem Het patroon van beken en kreken moet beter beleefbaar worden.

De ecologische hoofdstructuur wordt versterkt door het natuursysteem nog beter aan het watersysteem te koppelen. Een betere waterveiligheid door preventie Gestreefd wordt naar vergroting van de watervoerende capaciteit van het rivierbed in combinatie met het concept van de doorbraakvrije dijk. Concentratie van verstedelijking Brabant heeft de ambitie zich te ontwikkelen tot een top kennis- en innovatieregio op Europees niveau. De provincie vindt het daarom belangrijk dat er verschil blijft tussen de steden en de kernen in het landelijk gebied, de zogenaamde mozaïekstructuur. Sterk stedelijk netwerk De provincie wil een sterk stedelijk netwerk van Brabantse steden. Goede bereikbaarheid tussen de steden onderling en andere omliggende stedelijke netwerken is belangrijk. Groene geledingszones tussen steden De provincie zet in op behoud en ontwikkeling van groene geledingszones tussen de stedelijke kernen. Gedifferentieerd aanbod goed bereikbare vrijetijdsvoorzieningen

Bleekerweg 4 Heusden

25

Een kwalitatief goede vrijetijdsbesteding is een belangrijke voorwaarde voor het realiseren van een goed leef-, werk- en vestigingsklimaat. Belangrijk aandachtspunt daarbij is dat er een breed aanbod aan vrijetijdsvoorzieningen is met een goede toegankelijkheid en bereikbaarheid. Zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit Nieuwe ontwikkelingen bieden een kans voor behoud en ontwikkeling van het landschap. De hoofdregel is dat ontwikkelruimte dient bij te dragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Het ontwikkelen van landschap reikt verder dan vasthouden aan wat er is, ontwikkelen van het landschap gaat ook om het toevoegen van nieuwe kwaliteiten. De zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit bepaalt dat: er zorgvuldig wordt omgegaan met het ruimtegebruik; er rekening wordt houden met de omgeving; de ontwikkeling bijdraagt aan het behoud of de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Dit principe is van toepassing op zowel het stedelijk als het landelijk gebied. Zorgvuldig ruimtegebruik De provincie wil dat gemeenten bij ruimtelijke afwegingen het principe van zorgvuldig ruimtegebruik toepassen. Nieuw ruimtebeslag moet zoveel mogelijk voorkomen worden. In eerste instantie krijgen initiatieven een plek binnen bestaand bebouwd gebied.

Pas als hier geen mogelijkheden zijn of de kwaliteiten van de geplande ontwikkeling hier niet bij passen, wordt er in de omgeving gezocht naar de best mogelijke plek. Naast zuinig ruimtegebruik richt de provincie zich ook op herstructurering en hergebruik van verouderde locaties in het stedelijk gebied en op sanering van ongewenste functies in het buitengebied. Rekening houden met de omgeving Gebiedskenmerken en omliggende waarden, gebaseerd op de lagenbenadering, zijn leidend bij de vraag “waar” en “hoe” de nieuwe ruimte wordt aangesneden. De ruimtelijke onderbouwing van een ontwikkeling geeft aan hoe is omgegaan met de ambities zoals verwoord in de structuren en in de gebiedspaspoorten. Hierbij wordt een relatie gelegd tussen de ruimtelijke ontwikkeling en de gebiedskenmerken van de plek. Initiatief Met onderhavig initiatief is sprake van de beëindiging van een intensieve veehouderij, welke gepaard gaat met de sloop van drie grote pluimveestallen en een overkapping van mestcontainers met een totale omvang van 4.920 m2. Dit komt de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving ten goede. Daarnaast verkrijgt de locatie een nieuwe functie in de vorm van een agrarisch technisch loonwerkbedrijf. Hiervoor wordt de resterende bestaande bebouwing op het perceel hergebruikt, waarbij geen sprake is van overtollige bebouwing.

Hiermee is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik en wordt een nieuwe economische functie, agrarisch gerelateerd, in het landelijk gebied toegevoegd. Deze nieuwe functie is passend op deze locatie, waar reeds sprake is van een menging van functies in de omgeving, van veelal (agrarische) bedrijven,

Bleekerweg 4 Heusden

26

woonfuncties en recreatie. Dit draagt bij aan het streven naar een multifunctioneel landelijk gebied en plattelandseconomie. 4.2.2

TAM-Omgevingsverordening Noord-Brabant De TAM-Omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. In de TAM-Omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het tijdelijk deel omgevingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. De TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant stelt in de basis dat er moet worden gelet op een veilige gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Hierbij wordt gelet op drie punten; een zorgvuldig ruimtegebruik, de lagenbenadering en meerwaardecreatie. Hierbij wordt centraal gehouden dat een ontwikkeling binnen bestaand ruimtebeslag moet plaatsvinden en dat er geen splitsing is van bestaande bouwpercelen. In deze ontwikkeling vindt geen splitsing plaats van bouwpercelen, bovendien wordt gebruik gemaakt van bestaande bebouwing.

Het toepassen van de lagenbenadering biedt inzicht in welke effecten een ontwikkeling heeft op de lagen afzonderlijk en in onderlinge wisselwerking en hoe negatieve effecten worden voorkomen. Wanneer gekeken wordt naar de lagen en wat de effecten van de gewenste ontwikkeling heeft op deze lagen kan geconcludeerd worden dat er geen negatieve effecten zullen plaatsvinden op deze lagen. Er wordt namelijk niet gebouwd op een ondergrond die een belangrijk onderdeel vormt van een watersysteem en het bevat ook geen aardkundige of archeologische waarden. Aan de zogenoemde netwerklaag zal niet veel veranderen, de benodigde infrastructuur is al aanwezig, de inrit/oprit is al aanwezig en ook de parkeergelegenheid is op orde. De effecten op de bovenste laag zullen minimaal zijn. De ontwikkeling past goed binnen de plannen voor toekomstige functies van het gebied. Wanneer gekeken wordt naar de meerwaardecreatie dan kan gezegd worden dat de ontwikkeling een positief effect heeft op sociale aspecten doordat met de beoogde ontwikkeling de bestaande druk op de woningmarkt niet verder wordt uitgebreid, maar juist wordt verminderd, is dit ook een positieve ontwikkeling te noemen op het sociale gebied. Doordat bestaande bebouwing gebruikt wordt, past dit plan goed in de gewenste ontwikkeling van het gebied waarin nieuwe bebouwing niet per se gewenst is.

Er zullen geen aanpassingen gedaan worden aan de omliggende verharding, hierdoor zullen geen negatieve effecten ontstaan op natuurlijke waarden van het gebied. Inheemse plant- en diersoorten zullen hiermee ook niet in het geding komen. Een omgevingsplan kan bij een bestaande bebouwing de vestiging van andere functies mogelijk maken, zoals een zorgvoorziening, een niet-agrarisch bedrijf of een

Bleekerweg 4 Heusden

27

woningfunctie. Vanwege de toenemende leegstand en het streven om verpaupering en het terugdringen van verstening van het buitengebied, is hieraan als voorwaarde gekoppeld dat als deze vestiging gepaard gaat met het oprichten van nieuwe bebouwing, dat elders een gelijkwaardige oppervlakte aan gebouwen is gesloopt, echter zal hier geen sprake zijn van toename van verhard oppervlak of extra gebouwen waardoor het initiatief goed past binnen het provinciaal beleid. Initiatief Op het plangebied als zodanig wordt in de Omgevingsverordening niet specifiek ingegaan. Wel kan worden aangegeven dat het plangebied volgens de plankaarten van de Verordening is gelegen in ‘Landelijk gebied, ‘Beperking grootschalige logistiek’ en ‘Glastuinbouwconcentratiegebied’. Navolgend worden de artikelen benoemd die relevant zijn voor de vestiging van een agrarisch verwant bedrijf in het landelijk gebied. In artikel 5.78 zijn regels opgenomen ten aanzien van de ontwikkeling van een nietagrarische activiteit in het landelijk gebied. Lid 1 Een omgevingsplan ter plaatse van Landelijk gebied kan bepalen dat de ontwikkeling van een niet-agrarische activiteit binnen een bestaand bouwperceel mogelijk is als: a.

dit past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 5.12 ; aanwezige, overtollige bebouwing wordt gesloopt; en dit geen betrekking heeft op: 1. een kantoor met baliefunctie; 2. het toelaten van een nieuwe lawaaisport; en 3. een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbehandeling, mestvergisting en mestbewerking.

b. c.

Lid 2 Het omgevingsplan regelt: a. b. c. d. e.

welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan en tot welke omvang; dat de niet-agrarische activiteit, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied als bedoeld in Artikel 5.12; dat een ontwikkeling naar een functie met grote publieksaantrekkende werking is uitgesloten; dat opslag en stalling van voorwerpen of materialen plaatsvindt in gebouwen, behalve als de activiteit de opslag van zand, grond en grind betreft; en dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de toegelaten omvang, bedoeld onder a.

Lid 3 Als uitgangspunt voor een bij de omgeving passende omvang als bedoeld in het tweede lid geldt voor:

Bleekerweg 4 Heusden

28

a.

b. c.

een bedrijfsmatige activiteit, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; een voorziening ten dienste van vrijetijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare.

Lid 4 Een omgevingsplan kan voorzien in een redelijke uitbreiding van een bestaande nietagrarische activiteit, met uitzondering van een activiteit als bedoeld in Artikel 5.75 Mestbewerking , als dat vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving qua omvang, effect op omliggende functies en ontsluiting past in de omgeving. Ten aanzien van voorgaande voorwaarden kan het volgende gestelde worden. Ad lid 1 a) De ontwikkeling is passend binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Zie navolgende uiteenzetting onder artikel 5.12. Ad lid 1 b) Na sloop van de drie grote pluimveestallen inclusief overkapping mestcontainers blijft de resterende bebouwing, bestaande uit de technische ruimte/kantine/kantoor, loods en veldschuur ten behoeve het nieuwe agrarisch verwant bedrijf behouden en wordt tevens de bestaande bedrijfswoning met garage, overkapping grenzend aan de loods, paardenstal en ponystal in stand gehouden. Er is dan ook geen sprake van overtollige bebouwing. Ad lid 1 c-1) Er is geen sprake van een kantoor met baliefunctie. Het kantoor wordt gebruikt om de administratieve zaken te regelen voor het eigen agrarisch verwant bedrijf. Ad lid 1 c-2) Er is geen sprake van lawaaisport. Ad lid 1 c-3) Er is geen sprake van mestbehandeling, mestvergisting en mestbewerking.

Ad lid 2 a) Binnen de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarbij Burgemeester en wethouders de bestemming van de gronden onder voorwaarden kunnen wijzigen in de bestemming ‘Bedrijf – Agrarisch verwant’

Bleekerweg 4 Heusden

29

teneinde een agrarisch verwant bedrijf dan wel een agrarisch technisch hulpbedrijf toe te staan. Aangezien op de locatie de gebiedsaanduiding ‘overige zone – urgentiegebied’ ligt, geldt als belangrijke voorwaarde dat binnen deze zonering hergebruik dient plaats te vinden binnen het bestaande bouwvolume met een maximum van 700 m2. De bestaande bebouwing ten behoeve van het nieuwe agrarisch verwant bedrijf bedraagt in totaal 263,60 m 2. Hiermee wordt voldaan aan deze maximale maat van 700 m2. Ad lid 2 b) De ontwikkeling is ook op lange termijn passend binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Zie navolgende uiteenzetting onder artikel 5.12. Ad lid 2 c) Er is geen sprake van een ontwikkeling met een grote publieksaantrekkende werking. Zie navolgende paragraaf ‘5.12 Verkeer en parkeren’. Ad lid 2 d) Werktuigen, machines, werkgereedschap e.d. ten behoeve van het nieuwe agrarisch verwant bedrijf worden opgeslagen in de loods/veldschuur. Er is geen sprake van buitenopslag. Ad lid 2 e) Hiervan is momenteel geen sprake. Op dit moment is dit nog niet te zeggen voor de toekomst. Ad lid 3 a) Het nieuwe agrarisch verwant bedrijf is, gezien de omvang van de bestaande bebouwing op het perceel die voor het bedrijf wordt gebruikt, gering. Het bedrijf wordt gerund door een zzp’er, dus er zijn buiten de eigenaar geen andere werknemers in dienst.

De werkzaamheden vinden veelal op locatie bij derden plaats. De bestaande bebouwing op het perceel dient uitsluitend als opslag van machines en werktuigen etc. Aangezien het hier gaat om een agrarisch loonwerkbedrijf met klanten in de directe omgeving in het buitengebied, is deze functie uitermate geschikt op deze locatie in het landelijk gebied. Hiertoe kunnen de verkeersbewegingen tot een minimum beperkt worden. Omliggende (agrarische) bedrijven en woonfuncties in de omgeving zullen hiervan geen hinder ondervinden. Voor een nadere onderbouwing wordt verwezen naar hoofdstuk 5 ‘Uitvoeringsaspecten’ (milieu). Ad lid 3 b) Er is geen sprake van een detailhandelsvoorziening. Ad lid 3 c) Er is geen sprake van een voorziening ten dienste van vrije tijd en zorg.

Bleekerweg 4 Heusden

30

Ad lid 4 Er is geen sprake van de uitbreiding van een bestaande niet-agrarische activiteit. Artikel 5.12 Ontwikkelingsrichting Lid 1 Een omgevingsplan dat de uitbreiding mogelijk maakt van een bestaande activiteit of dat een nieuwe functie of activiteit toedeelt in Landelijk gebied, bevat een onderbouwing dat die ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Een ontwikkelingsrichting wordt opgesteld met toepassing van de basisprincipes, bedoeld in Paragraaf 5.1.2 , en gaat in ieder geval in op de volgende aspecten: a. b.

c.

d.

welke activiteiten en functies vanuit een gebiedsgerichte benadering passen in de omgeving; welke effecten de ontwikkeling van die activiteiten en functies heeft op andere aspecten, waaronder een veilige en gezonde leefomgeving , de te beschermen waarden, bedoeld in Afdeling 5.2 , mobiliteit, agrarische ontwikkeling, stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; op welke wijze de omgevingskwaliteit in het gebied versterkt kan worden, mede gericht op de toepassing van artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap ; en op welke wijze de sloop van leegstaande of overtollige bebouwing wordt gerealiseerd.

Lid 2 Bij het opstellen van een ontwikkelingsrichting worden deskundigen betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit, onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is. Ten aanzien van voorgaande voorwaarden kan het volgende gestelde worden. Ad lid 1a) In de omgevingsvisie van de gemeente Asten is de ontwikkeling gelegen in het deelgebied dat is aangemerkt als ‘Agrarisch anders’. Binnen dit gebied liggen kansen voor agrarische bedrijven die stoppen voor het mogelijk maken van niet-agrarische bedrijvigheid. Ook is in het programma ‘Transitie Buitengebied’ in de ‘Toekomstagenda Asten 2030’ het faciliteren van nieuwe economische functies een van de speerpunten. De ontwikkeling sluit hier naadloos op aan voor nu en in de toekomst. Naast deze activiteiten is het tevens mogelijk om op deze gronden glastuinbouw mogelijk te maken, aangezien in het bestemmingsplan op de locatie de gebiedsaanduiding ‘overige zone – concentratiegebied glastuinbouw’ ligt. De ontwikkeling komt hiermee niet in het geding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=253e5d91-a578-470d-8d5c-371e672bbfb1