Bijlage 2 - Begroting gemeente Asten 2026
Tekst van het document
Naast de kosten voor het aantrekken van personeel is er een risico op onze taken en werkzaamheden. 12 Stikstof 50% € 125.000 € 62.500 De stikstofwetgeving zal druk op onze capaciteit leggen: de toekomst van het buitengebied zal nog meer aandacht gaan krijgen. Wat de kosten en/of vergoeding daarvan zijn is nog niet in te schatten. We pakken veel van deze zaken in de regio (in Peelof MRE-verband) op. 13 Imagoschade 70% € 125.000 € 62.500 Gemeente verstrekt verkeerde informatie, misbruik gegevens naar aanleiding van cybercriminaliteit. Privacyregels worden geschonden en er wordt een bestuurlijke boete opgelegd door de Autoriteit Persoonsgegevens. Gemeente is verantwoordelijk voor actueel houden (basis)registraties zoals risicokaart, BRK-PB (beperkingenregister) etc. Gegevens kunnen kwijt raken of onbedoeld wijzigen. Middels audits van externe partijen en interne controles werken we continu aan de kwaliteit van gegevens. 14 Gemeentelijke borgstellingen 1% € 53.259.000 € 532.590 De gemeente heeft een achtervangfunctie indien een corporatie in financiële problemen komt. Voor nu het percentage op 1% gezet (komt van 10%). 10% was niet reëel. Er is een Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Zij staat borg (garant) voor de rente- en aflossingsverplichtingen van woningcorporaties. In de nabije toekomst zal het percentage specifieker worden onderbouwd en geduid.
15 Verzekeringsrisico’s en 10% € 700.000 € 70.000 aansprakelijkheid Risico op mogelijke schade aan inventaris, brandschade aan naburige panden of aansprakelijkheden die niet onder de dekking van een verzekering valt. 16 Realisatie (grote) projecten 30% € 1.000.000 € 300.000 (Grote) projecten zoals bijvoorbeeld herstructurering wegen, strategisch huisvestingsplan onderwijs, binnensportaccommodatie: investeringsbedrag gemeente is niet toereikend en / of betrokken partijen bereiken geen overeenstemming over uitwerking / onderlinge samenwerking planontwikkeling. 76
Civieltechnisch: bodemverontreiniging, verleggen kabels en leidingen, nadeelcompensatieregeling (overlast tijdens de uitvoering), scheuren in bebouwing a.g.v. verzakking (bronbemaling) waarbij de kosten hoger zijn dan de geraamde post hiervoor in het project. Riolering: bij sommige projecten wordt een (groot) deel van de kosten ten laste van de reserve riolering gebracht. Wanneer bij inspectie blijkt dat de riolering nog voldoende is, maar de weg toch vervangen moeten worden, stijgen de structurele (afschrijving)lasten in de begroting omdat minder kosten ten laste van de reserve kunnen worden gebracht. Recent is aan het licht gekomen dat in een bepaalde periode asbesthoudende kit is gebruikt bij het verbinden van rioolbuizen. Er is nog onduidelijkheid hoe hiermee om te gaan. Bij rioolvervangingsprojecten kan dit kostenverhogend werken. Explosieven: we beschikken over een risicokaart waaruit blijkt dat grote delen van de gemeente verdacht zijn. We moeten hier nog beleid op ontwikkelen. Bij projecten en werken in de grond kan dit kostenverhogend werken. Grondexploitaties: stijgende kosten zijn een risico. In de reserve grondbedrijf is budget gereserveerd voor afdekking van deze risico's. Beheersmaatregel: brede inzet in projectgroepen en monitoring tijdens project.
17 Garantstelling regionaal 50% € 300.000 € 150.000 bedrijventerrein In het kader van de ontwikkeling van een nieuw regionaal bedrijventerrein staat gemeente Asten garant voor een bepaald bedrag. Aangezien de ontwikkeling complex is en mogelijk extra kosten met zich mee brengt, kan dit een risico vormen. De deelnemende gemeenten staan garant voor de onrendabele top en de bijkomende kosten. De oprichting van gemeenschappelijke regeling is voorzien in 2026. 18 Verbonden partijen 5% € 4.500.000 € 225.000 Een aantal verbonden partijen heeft geen (GR Blink) of een laag (GR Peelgemeenten en Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost) weerstandsvermogen. De kosten van de VRBZO (Veiligheidsregio) gaan de komende jaren omhoog. Door het beperkte weerstandsvermogen om hogere kosten op te vangen, is dit een risico voor de gemeenten. Beheersmaatregel: monitoring financiële situatie van hierboven genoemde verbonden partijen met weinig of geen weerstandsvermogen. Totaal € 1.647.590
De risico's met betrekking tot de verbonden partijen zijn opgenomen in de paragraaf Verbonden partijen. Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit op basis van de reguliere risico's is als volgt: Totaal bedrag reguliere risico's - rood Totaal bedrag reguliere risico's - oranje Totaal bedrag risico's
€ 3.257.500 € 1.647.590 € 4.905.090
De reguliere risico's worden vermenigvuldigd met een zekerheidspercentage van 90%, omdat niet alle risico's zich tegelijk voor doen. De totaal benodigde weerstandscapaciteit is uiteindelijk als volgt:
77
Onderdeel 2: berekening beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt, of kan beschikken, om niet begrote kosten te dekken. Deze bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Algemene reserve 2. Bestemmingsreserves (vrij aanwendbaar) 3. Post onvoorzien 4. Stille reserves 5. Onbenutte belastingcapaciteit. Overzicht beschikbare weerstandscapaciteit In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de geprognosticeerde beschikbare weerstandscapaciteit per 01-01-2026.
In deze berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit is geen rekening gehouden met de onbenutte belastingcapaciteit, omdat er geen capaciteit meer is. De beschikbare weerstandscapaciteit op basis van de optelsom van de incidentele en structurele buffer is als volgt:
Ad 1. Algemene reserve De algemene reserve is vrij aanwendbaar voor nieuw beleid of het opvangen van tegenvallers in het jaarrekeningresultaat. Ad 2. Bestemmingsreserves (vrij aanwendbaar) Indien er bestemmingsreserves zijn waarbij de raad nog vrij kan besluiten over de bestemming van het geld én de rente wordt niet als dekkingsmiddel voor de exploitatie ingezet. Deze vrij aanwendbare bestemmingsreserves omvatten de volgende (stand 1-12026):
78
Ad 3. Stille reserves Als activa onder de waarde in het economische verkeer zijn gewaardeerd is sprake van een stille reserve. Indien deze stille reserve meegenomen wordt in de weerstandscapaciteit is het van belang dat de activa direct verkoopbaar zijn. Actualisatie van de stille reserves heeft plaats gevonden bij deze begroting 2025. Onderdeel 3: berekening ratio weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (buffer) en de benodigde weerstandscapaciteit (gekwantificeerde risico's) en wordt uitgedrukt in een verhoudingsgetal (ratio). Om de ratio weerstandsvermogen te beoordelen wordt gebruik gemaakt van de onderstaande normering van NARIS (Nederlandse Adviesbureau voor Risicomanagement):
Beschikbare weerstandscapaciteit (totaal)
€ 17.384.327
Benodigde weerstandscapaciteit:
€ 4.414.581
Conform bovenstaand overzicht is de weerstandsratio uitstekend en dit betekent dat er ruim voldoende middelen zijn om de gekwantificeerde risico’s af te dekken wanneer zij zich voordoen. Kengetallen Op basis van het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) is het voor gemeente verplicht om een basisset financiële kengetallen op te nemen in de begroting en jaarrekening. Door middel van deze kengetallen wordt de onderlinge vergelijkbaarheid van gemeenten bevorderd en krijgt de gemeenteraad een globaal inzicht in de verwachte financiële ontwikkelingen in de gemeente.
79
Het is niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven over de financiële positie. Signaleringswaarden Aan de bovenstaande kengetallen zijn (nog) geen normen verbonden. De wetgever heeft de manier waarop gemeenten de kengetallen laten meewegen nadrukkelijk bij de gemeente gelaten. Wel is meegegeven dat het behulpzaam kan zijn om de kengetallen te relateren aan bijvoorbeeld signaleringswaarden. Dit zijn (normen)kaders waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de signaleringswaarden afkomstig uit de stresstest voor 100.000+ gemeenten. In de onderstaande tabel zijn de signaleringswaarden te zien en in welke categorie (A, B of C) deze vallen. Hierbij is categorie A het minst risicovol en categorie C het meest risicovol. Signaleringswaarden kengetallen
Categorie A minst risicovol
Categorie B neutraal
Categorie C meest risicovol
1a. Netto schuldquote
< 90%
90 - 130%
> 130%
1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio
< 90%
90 - 130%
> 130%
> 50%
20 - 50%
< 20%
3. Grondexploitatie
< 20%
20 - 35%
> 35%
4. Structurele exploitatieruimte
> 0%
0%
< 0%
5. Gemeentelijke belastingcapaciteit
< 95%
95 - 105%
> 105%
80
1a. Netto schuldquote 180% 160% 140% 120% 100% 80% 60% 40% 20% 0%
55%
60%
56%
53%
7%
46%
R-2024 B-2025 B-2026 B-2027 B-2028 B-2029 Minst risicovol
Neutraal
180% 160% 140% 120% 100% 80% 60% 40% 20% 0%
Meest risicovol
1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
55%
70%
60%
60%
50%
50%
40% 34%
33%
34%
34%
34%
10%
R-2024 B-2025 B-2026 B-2027 B-2028 B-2029 Neutraal
-10%
Minst risicovol
0%
0%
0%
-2%
R-2024 B-2025 B-2026 B-2027 B-2028 B-2029 Neutraal
Meest risicovol
140%
4,0%
120% 3,7%
100%
2,0%
80% 1,1%
0,0% -1,8%
-1,3%
90%
108%
108%
108%
R-2024 B-2025 B-2026 B-2027 B-2028 B-2029 Neutraal
40% 20%
-2,0%
Meest risicovol
108% 93%
60% -0,8%
-1,0% -3,0%
1%
5. Gemeentelijke belastingcapaciteit
5,0%
0,0%
1%
Minst risicovol
4. Structurele exploitatieruimte
1,0%
Meest risicovol
20% 0%
Meest risicovol
3,0%
Neutraal
30%
43%
10% 0%
46%
3. Grondexploitatie 70%
20%
53%
R-2024 B-2025 B-2026 B-2027 B-2028 B-2029 Minst risicovol
80%
30%
56%
7%
2. Solvabiliteitsratio
40%
60%
Minst risicovol
81
0%
R-2024 B-2025 B-2026 B-2027 B-2028 B-2029 Minst risicovol
Neutraal
Meest risicovol
Conclusie gemeente Asten Op basis van de bovenstaande kengetallen kan de conclusie getrokken worden dat de financiële positie van de gemeente nog steeds onder druk staat. De structurele exploitatieruimte zakt vanaf 2027 onder de 0% conform de meerjarenbegroting die vanaf 2027 een negatief saldo laat zien. De solvabiliteitsratio blijft wel stabiel en blijft voorlopig nog boven de kritische zone van 20%. De gemeentelijke belastingcapaciteit komt in 2026 uit boven de 100%. Dit betekent dat de lokale belastingdruk in Asten hoger ligt dan het landelijke gemiddelde. Definitie kengetallen: 1a. Netto schuldquote Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter. 2.
Solvabiliteit Dit cijfer drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. 3. Grondexploitatie Dit cijfer geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. 4. Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit Dit cijfer geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde.
Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze.
82
3. Bedrijfsvoering Wat willen we bereiken? Ons Organisatieplan De wereld, onze omgeving, de wensen en behoeften van onze inwoners, ondernemers en maatschappelijk partners zijn continue in beweging en ontwikkeling. Om het gemeentebestuur hierin te ondersteunen en adviseren, beweegt de organisatie mee en anticiperen we hierop. In 2025 hebben we ons bedrijfsplan (‘Dit is Asten!’) geactualiseerd. We hebben behouden wat goed is en hebben aangevuld of vernieuwd waar de dienstverlening aan onze omgeving en de advisering aan college en raad dit van de organisatie vraagt. Waar staan we voor? Bij de gemeente Asten werken we samen aan een fijne en veilige plek om te wonen en te werken voor iedereen. We staan dicht bij onze inwoners en zorgen ervoor dat ze gehoord worden. We hebben een open houding, zijn professioneel, luisteren en denken mee. We zijn flexibel, klantgericht, omgevingsbewust en we hebben oog voor elkaar. We weten wat onze inwoners, ondernemers en partners belangrijk vinden, spelen in op veranderende behoeften en op in- en externe ontwikkelingen. We doen dat in samenwerking met partijen in ons netwerk in de (Peel)regio. Onze kracht ligt in het samen optrekken. We zijn een betrouwbare partner en een aantrekkelijke werkgever.
Wat doen we daarvoor? Wat betekent dit voor onze burgers en voor ons? In ons dagelijks werk, ons handelen en communiceren met onze omgeving staan de volgende waarden en uitgangspunten steeds centraal: 1. Trots en plezier. We zijn trots op wat we bereiken en leren en hebben plezier in ons werk. Mijlpalen vieren we samen. 2. Leren en vernieuwen. Als organisatie en als collega staan we open voor nieuwe ideeën en durven we te veranderen. We ontwikkelen ons in kennis en vaardigheden en leren van onze fouten. 3. Persoonlijk leiderschap. We nemen verantwoordelijkheid voor de invulling van ons werk en dragen daarmee actief bij aan organisatie-, team- en persoonlijke doelen. We zijn een ambassadeur van onze organisatie. 4. Duidelijke afspraken. We maken duidelijke afspraken met onze inwoners, partners en collega’s en houden ons daaraan. 5. Denken in kansen. We luisteren, zien kansen en zoeken oplossingen. Nee zeggen mag, we leggen uit waarom. We bieden een alternatief als dat kan. 6. Korte lijnen. We houden het simpel en gaan met elkaar in gesprek. We geven elkaar feedback. 7. Samenleving. Inwoners en ondernemers hebben hun eigen verantwoordelijkheid. We ondersteunen en stimuleren waar dat mogelijk en nodig is. 8. Ruimte en vertrouwen. We zijn bevlogen professionals en nemen de ruimte om zelf de juiste dingen goed te doen. We ondersteunen collega’s vanuit vertrouwen en we coachen elkaar.
83
De huidige doelstellingen en ambities van de raad en het college (terug te vinden in de Toekomstagenda Asten 2030, onderliggende beleidsplannen, coalitieakkoord, Astens manifest en dergelijke) zijn en blijven daarbij het uitgangspunt. Hoe doen we dat? We voeren de Toekomstagenda uit, hier in het bijzonder het Programma Vitale Democratie en als onderliggend instrument o.m. de Omgevingswet. We geven ruimte aan onze medewerkers in hun werk en het vergroten van hun probleemoplossend en communicatief vermogen. We ontwikkelen ieders taakvolwassenheid, eigenaarschap en ambassadeurschap. Aan de hand van de waarden uit ons Organisatie plan voeren we de dialoog (UIT-, BE-, AF-, AANspreken) in onze teams. Informatisering Blijven investeren in de informatievoorziening van de gemeente is van belang om onze dienstverlening aan burgers en bedrijven te continueren en optimaliseren, in een wereld waarin technologische ontwikkelingen, nieuwe en aangepaste wetgeving en maatschappelijke vraagstukken zich in een rap tempo opvolgen. We werken verder aan het op orde brengen van onze informatiehuishouding om te blijven voldoen aan (nieuwe) informatie- wet en regelgeving, zodat te bewaren informatie uit processen duurzaam toegankelijk is en blijft voor iedereen die daar recht op heeft.
Door te blijven investeren in (digitale) informatieveiligheid en het daarmee kunnen nemen van technische en organisatorische maatregelen, kunnen we als gemeente (digitale) dreigingen het hoofd bieden. We blijven verder inzetten op het verhogen van het beveiligingsbewustzijn, het borgen van de monitoring op het gebied van informatieveiligheid en een goed werkende informatiebeveiligingscyclus. We werken volgens een ISMS-systematiek wat helpt bij het in kaart brengen van (cyber)risico’s, het effectief implementeren van beheersmaatregelen en het continu monitoren van de voortgang. We zetten verder in op het voldoen aan het landelijke basisnormenkader Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), NIS2 en de verantwoording hierover. Informatiewetgeving en informatievoorzieningen vragen daarom om digitaal vaardige medewerkers. We zetten in om de digitale- en datavaardigheden van medewerkers verder te ontwikkelen om als organisatie mee te kunnen in een snel veranderende wereld. Digitaal- en datavaardige collega’s hebben niet alleen een positieve bijdrage aan informatiebeveiliging. Maar kan ook een positieve bijdrage hebben aan betere archivering, efficiënter werken en houden van overzicht (op bestanden en informatie). De tijd dat automatisering leidt tot vermindering van kosten is allang voorbij.
Nieuwe taken en processen automatiseren we daar waar het kan, maar dit leidt dan tot minder méérkosten bij de invoering van de nieuwe werkzaamheden. Voorts wijzen wij erop dat investeringen in de digitalisering en beveiliging nodig zijn om te voldoen aan de toenemende uitdagingen in de maatschappij. Daarbij groeit de afhankelijkheid van ICT om onze kerntaken als gemeente adequaat uit te kunnen voeren. Bedrijfscontinuïteit borgen vormt hierbij een belangrijke pijler voor ons. Door de samenwerking met de deelnemende gemeenten in de GR ICT NML met Venlo, Roermond, Nederweert, Weert, Someren en Asten (en gemeente Leudal voor ECGEO) ontstaan nieuwe verbindingen waarin we nog volop kansen zien in kennisdeling op het brede I&A vlak en bijv. inkoopvolume van hard- en software die we de komende jaren volop zullen gaan benutten. 84
Privacy De gemeente Asten vindt een betrouwbare dienstverlening, waarin inwoners open en respectvol worden behandeld, belangrijk. Goede bescherming van persoonsgegevens is daarbij cruciaal. Inwoners kunnen erop vertrouwen dat de gemeente zorgvuldig, veilig en vertrouwelijk omgaat met persoonsgegevens. De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) versterkt de privacyrechten van inwoners, geeft organisaties die persoonsgegevens verwerken meer verantwoordelijkheden en verscherpt het toezicht. Het borgen van privacy is een continu proces. Het gaat niet om het eenmalig treffen van een aantal privacymaatregelen. Om hieraan te voldoen heeft de gemeente een functionaris gegevensbescherming (FG) en een privacy officer (PO). Deze medewerkers zorgen ervoor dat de gegevensbescherming zo goed mogelijk is geborgd. De Functionaris Gegevensbescherming (FG) controleert of de AVG goed toepast wordt en ziet erop toe dat betrokkenen hun privacyrechten kunnen uitoefenen. Gemeente Asten geeft met het privacybeleid invulling aan de verplichtingen en bevoegdheden die voortvloeien uit de AVG. Daarnaast werken we met een borgingskader om de voortgang te monitoren en om vervolgstappen te bepalen. Planmatig werken we ook in 2026 aan het vergroten van het privacyvolwassenheidsniveau om de privacy te waarborgen, beschermen en handhaven.
Wat mag het kosten? Beleidsindicatoren Beleidsindicator 1. Formatie (aantal fte per 1.000 inwoners) 2. Bezetting (aantal fte per 1.000 inwoners) 3. Apparaatskosten (kosten per inwoner) 4. Externe inhuur (kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen) 5. Overhead (overhead / totale lasten)
W 2024 8,07 7,54 € 939,00
B 2025 8,46 7,88 € 967,00
B 2026 8,30 7,59 € 1.001,00
14,90%
2,41%
2,48%
14,85%
17,63%
16,65%
Beleidsindicatoren Toelichting beleidsindicatoren 2026: 1. Formatie (aantal Fte per 1.000 inwoners). Berekening op basis van 144 begrote fte in 2026 en 17.385 inwoners (CBS, peildatum 1-12025). 2. Bezetting (aantal Fte per 1.000 inwoners). Berekening op basis van 132 fte en 17.385 inwoners. 3. Apparaatskosten (Kosten per inwoner). Berekening op basis van apparaatskosten € 17.399.070,= en 17.385 inwoners. 4. Externe inhuur (Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen). Berekening op basis van raming externe inhuur 2026 (€ 325.156,=) / kosten totale loonsom + extern inhuur (€ 13.122.831,=). 5. Overhead. Berekening op basis van kosten overhead (€ 10.231.178,=) / totale lasten (€ 61.437.774,=).
85
4. Grondbeleid Het grondbeleid heeft veel invloed op de realisatie van programma’s zoals op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, verkeer, cultuur, sport, recreatie en economische zaken. Het grondbeleid heeft daarnaast een grote financiële impact en brengt hierdoor risico’s met zich mee.
Wat willen we bereiken? De gemeente Asten staat, voor grote opgaven waarvoor in de fysieke leefomgeving oplossingen moeten worden gevonden (beleidsdoelen). Hierbij valt te denken aan betaalbaar wonen, voldoende woningen, de energietransitie, economie, klimaatadaptatie, maar ook, water vasthouden, behoud monumenten, het voorkomen en/lof terugdringen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden en landschappelijke inpassing. Grondbeleid is één van de middelen om de beleidsdoelen en opgaven van de gemeente te realiseren. Grondbeleid is nooit een doel op zich. Dit betekent ook dat grondbeleid kansen biedt om doelen en opgaven te realiseren.
Wat doen we daarvoor? Doel grondbeleid Het doel van het grondbeleid is om de gemeente op economisch verantwoorde wijze de gewenste ruimtelijke doelstellingen te laten realiseren zoals opgenomen in de ruimtelijke (structuur)visies van de gemeente. Regie op de ruimtelijke ontwikkelingen is daarbij van belang. Deze gemeentelijke regierol wordt in belangrijke mate bepaald door de gemeentelijke grondposities. De gemeenteraad stelt het college met het grondbeleid in staat om binnen kaders ondernemend deel te nemen aan en de regie te voeren bij de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente (actief grondbeleid); bij gewenste ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de gemeente niet ondernemend deelneemt, zo veel mogelijk regie te voeren door het sluiten van privaatrechtelijke overeenkomsten of door het opstellen van een exploitatieplan (faciliterend grondbeleid). Om adequaat te kunnen handelen op het vlak van zogenaamde strategische en gelegenheidsaankopen maakt het college gebruik van een door de gemeenteraad beschikbaar gesteld (onafgedekt) krediet van € 2 miljoen. Nota grondbeleid Op 12 december 2023 is de nota grondbeleid vastgesteld. In de raad van 3 juni 2025 is deze nota bijgesteld "eerste wijziging Nota Grondbeleid 2023". Een actuele en integrale Nota Grondbeleid zorgt voor een transparant en consequent beeld van het gemeentelijke grondbeleid.
Het doel van de nota is om te komen tot een transparante en eenduidige werkwijze bij de uitvoering van het grondbeleid door de gemeente Asten. De strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente Asten is hierin beschreven. Alle aspecten die een rol kunnen spelen bij het grondbeleid, zoals grondprijzenbeleid en gebruik van beschikbare instrumenten zijn toegelicht. De gemeenteraad heeft de kaders vastgesteld waarbinnen het college van burgemeester en wethouders de komende jaren het grondbeleid uitvoert. Uitgangspunt is dat de nota eens in de 4 jaar wordt geactualiseerd, tenzij zich omstandigheden voordoen. 86
Grondbeleid De gemeente Asten kiest voor situationeel grondbeleid, waarbij per situatie, afhankelijk van factoren als wenselijkheid van de ontwikkeling, grondeigendom en risico’s, wordt afgewogen voor welke vorm van grondbeleid (actief, faciliterend of een samenwerkingsvorm) wordt gekozen. Grondprijsbeleid De marktwaarde van bouwrijpe grond is niet eenvoudig te bepalen omdat deze waarde afhankelijk is van de kenmerken van het betreffend project. De gemeente Asten voert een functioneel en marktconform grondprijsbeleid. De grondprijzen voor de diverse types onroerende zaken worden door het college van burgemeester en wethouders jaarlijks, per complexen (eventueel) gedifferentieerd, vastgesteld. Grondnota 2023: reserve ‘10%-afdracht openbare voorzieningen’. In het Coalitieakkoord 2022-2026 is het streven uitgesproken om 10% van het positief exploitatieresultaat bij woningbouwplannen in samenspraak met inwoners te gebruiken om te investeren in voorzieningen: bijvoorbeeld meer groen, speelgelegenheden of verkeersveiligheidsmaatregelen. Om dit te realiseren is een bestemmingsreserve (groen, speel, verkeer) gevormd. Jaarlijks bij het uitboeken van de positieve resultaten (minus vennootschapsbelasting) wordt 10% van dit resultaat toegevoegd aan deze reserve. Wanneer een beroep wordt gedaan op deze reserve, wordt daartoe een afzonderlijke voorstel aan de gemeenteraad gedaan.
Reserve (groen, speel, verkeer) Reserve per 31-12-2025 Binnen de grondexploitatie vormen we de reserve ‘10%afdracht openbare voorzieningen’ (grondnota 2023) (10% van het voordelig resultaat) Prognose toevoeging 2025 Prognose toevoeging 2026 Reserve (groen, speel, verkeer) 31-12-2026
48.481 30.922 79.404
Risico’s grondbeleid en bepaling hoogte algemene reserve Bij het grondbeleid zijn grote bedragen en risico’s in het geding. Omdat de planning en uitvoering vaak jaren duren, kunnen de verwachte en werkelijke winst flink verschillen. Om toekomstige risico’s in de grondexploitaties af te dekken is de algemene reserve grondbedrijf gevormd. Bij de berekening van de hoogte van de reserve worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Bouwgrond in exploitatie: Op basis van scenario’s worden de risico’s berekend; Wanneer scenario berekeningen niet aanwezig zijn, wordt de IFLO norm (afdeling Inspectie Financiën Lokale Overheden) gebruikt. Deze norm bepaalt dat de gewenste reserve 10% van het geïnvesteerd vermogen en 10% van de nog te maken kosten bedraagt.
87
Algemene reserve grondbedrijf Algemene reserve grondbedrijf per 1-1-2025 Vennootschapsbelasting 2024 Prognose resultaat op projecten 2025 Binnen de grondexploitatie vormen we de reserve ‘10%afdracht openbare voorzieningen’ (grondnota 2023) (10% van het voordelig resultaat) Vormen voorziening t.b.v. grondexploitatie Hogeweg Ommel (raadsbesluit 23-9-2025) Algemene reserve grondbedrijf per 31 december 2025 Prognose resultaat 2026 Afdracht 10%-afdracht openbare voorzieningen Vennootschapsbelasting 2026 Algemene reserve grondbedrijf per 31 december 2026
3.150.119 -561.981 439.811
-48.481 -1.180.000 1.799.468 264.225 -30.922 p.m. 2.032.770
Niveau reserve Bij het opstellen van de jaarrekening 2024 zijn de exploitaties geactualiseerd en de bijbehorende risico's geïnventariseerd. Volgens de uitgangspunten moest de reserve per 31-12-2024 minstens € 3.097.204,= bedragen om de risico's af te dekken. Door het vormen van een voorziening voor de verlieslatende grondexploitatie Hogeweg Ommel is de stand van de reserve gedaald naar € 1,8 miljoen per 31-12-2025. Bij het opstellen van de jaarrekening 2025 worden de exploitaties geactualiseerd en de bijbehorende risico's geïnventariseerd en de reserve aangevuld.
Wat zijn de belangrijkste randvoorwaarden?
Woningbouwmonitor; Versnellingsagenda woningbouw; Nota grondbeleid; Voldoende vraag naar grond voor woningen/bedrijven; Omgevingswet.
Resultaat grondbedrijf Positieve resultaten van het grondbedrijf worden toegevoegd aan de algemene reserve grondbedrijf. Deze reserve heeft een plafond. Als de resultaten boven dit plafond uitkomen, wordt het meerdere toegevoegd aan de Reserve Eenmalige Bestedingen. Negatieve resultaten van het grondbedrijf worden ten laste van de algemene reserve grondbedrijf gebracht. De reserve wordt dan, indien nodig, aangevuld om de algemene reserve grondbedrijf op niveau te houden. Voor winstneming van de grondexploitatie geldt de percentage of completion methode (POC methode): voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. Voor verliezen moeten voorzieningen worden gevormd of deze moeten direct in mindering worden gebracht op de boekwaarde.
88
Grondexploitaties In onderstaand overzicht zijn de prognoses van het grondbedrijf opgenomen, deze zijn gebaseerd op de cijfers van de jaarrekening 2024. Indien nodig worden de prognoses in de tussentijdse rapportages bijgesteld. In het 4e kwartaal 2025 worden de berekeningen van de grondexploitaties geactualiseerd. De consequenties hiervan zullen bij de jaarrekening 2025 worden gepresenteerd. De prognoses van de resultaten per project:
Bijgestelde prognose (x € 1) Project ( + = positief resultaat - = negatief resultaat ) Bouwgrond in exploitatie Loverbosch (fase 1) Loverbosch (fase 2) Loverbosch (fase 3) Biesvelden fase 1 resultaat in 2031 (verlieslatend uit voorziening) Herontwikkeling Lambertusschool Heusden Oost (fase 1) Heusden Oost (fase 2) afgesloten in 2024
Begroot
Meerjarenraming
2025
2026
2027
108.100 0 134.069
0 134.069
40.903 178.758
2028
2029
256.955 56.881
Heusden Oost (fase 3) Florapark Niet in exploitatie genomen gronden Ontwikkelingskrediet
175.156 10.605
175.156
233.542
-45.000
-45.000
-45.000
-45.000
-45.000
Totaal project resultaat
439.811 264.225
665.158
-45.000
-45.000
Resultaat t.l.v of t.g.v. algemene reserve grondbedrijf
439.811 264.225
665.158
-45.000
-45.000
Voorziening verlieslatende grondexploitaties Voor de verlieslatende exploitaties Biesvelden fase 1 en Hogeweg Ommel is een voorziening gevormd. Voorziening verlieslatende exploitaties Resultaat Biesvelden fase 1 Resultaat Hogeweg Ommel Voorziening verlieslatende exploitaties 31-12-2026
395.000 1.180.000 1.575.000
In de verwachte resultaten van het grondbedrijf is geen rekening gehouden met de te betalen vennootschapsbelasting (vpb). Daarom worden deze resultaten in eerste instantie toegevoegd of onttrokken uit de algemene reserve grondbedrijf. Afhankelijk van de werkelijk gerealiseerde resultaten, de te betalen vpb en toekomstige ontwikkelingen zal de reserve grondbedrijf afgeroomd worden ten gunste van de Reserve eenmalige bestedingen. 89
5. Onderhoud kapitaalgoederen De gemeente Asten is qua oppervlakte uitgestrekt (ruim 7.000 ha). Er vinden veel activiteiten plaats zoals wonen, werken en recreëren. Voor de activiteiten zijn veel gemeentelijke kapitaalgoederen nodig: wegen, riolering, verlichting, (openbaar) groen, speeltoestellen, civiele kunstwerken en gebouwen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. Met het onderhoud van deze kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. In deze paragraaf wordt het beleidskader geschetst voor het onderhoud van kapitaalgoederen en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties.
Wat willen we bereiken? Inzicht in en realisatie van het gewenste onderhoudsniveau van de gemeentelijke kapitaalgoederen. Dit kan onder andere bepaald worden aan de hand van de gewenste kwaliteit of landelijk gehanteerde normen.
Wat doen we daarvoor? Algemeen beleidskader Het uitgangspunt bij het onderhoud van gemeentelijke kapitaalgoederen is dat deze op een adequate wijze worden onderhouden. Onderhoudslasten worden gemaakt om een kapitaalgoed in goede, oorspronkelijke staat te houden, zodat het naar behoren kan functioneren. Onderhoudslasten zijn dus niet van invloed op de vastgestelde gebruiksduur of afschrijvingstermijn. Dit is dus een essentieel verschil met het uitvoeren van een (vervangings)investering, aangezien die leidt tot verlenging van de gebruiksduur. Een dergelijke investering moet worden geactiveerd, onderhoud mag daarentegen nooit worden geactiveerd. Onderhoud wordt volledig in de begroting opgenomen, waarbij onderscheid gemaakt wordt in klein en groot onderhoud. Klein onderhoud Dit betreft dagelijkse niet voorziene reparaties of jaarlijks terugkerende onderhoudslasten (onder andere preventieve maatregelen en onderhoudscontracten) die nodig zijn om het kapitaalgoed in functionele en veilig staat te houden. De lasten die gepaard gaan met klein onderhoud worden volledig geraamd in het jaar waarin het onderhoud daadwerkelijk zal worden uitgevoerd. De lasten van klein onderhoud mogen nooit (ook niet in een voorziening) over meerdere jaren worden geëgaliseerd en worden dus volledig opgenomen in de exploitatie.
Groot onderhoud Dit betreft onderhoud van een meer ingrijpende aard, dat in feite betrekking heeft op een langere periode. Met dit type onderhoud kunnen jaarlijks fluctuerende lasten gemoeid zijn. De noodzaak voor het verrichten van groot onderhoud doet zich (normaliter) pas na een langere periode van gebruik van het actief voor, als gevolg van slijtage.
90
De lasten die gepaard gaan met groot onderhoud worden in het jaar van uitvoering ten laste van een vooraf gevormde onderhoudsvoorziening gebracht. Deze onderhoudsuitgaven maken dus geen onderdeel uit van het saldo van baten en lasten. De enige last in de exploitatie betreft de dotatie aan de voorziening. De voorwaarde om groot onderhoud op deze manier te verwerken is dat er een recent (maximaal vijf jaar oud) en vastgesteld beheerplan aan ten grondslag ligt. Specifieke beleidskaders Wegen Op grond van de Wegenwet zijn wij als wegbeheerder verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van gemeentelijke wegen en bermen. De wegen worden beheerd op kwaliteitsniveau C. Dit is vastgesteld in het beheer- en beleidsplan Wegen 2024-2028. Om de kwaliteit op het gewenste niveau te houden wordt jaarlijks planmatig onderhoud uitgevoerd. Op basis van het beheer- en beleidsplan Wegen wordt jaarlijks een storting gedaan in de onderhoudsvoorziening voor het groot onderhoud. Het klein onderhoud is opgenomen in de exploitatie. Bij de vaststelling van het beheer- beleidsplan Wegen is conform de voorschriften BBV een aparte voorziening gevormd voor achterstallig onderhoud van € 720.000,=. Per 1-12026 is het gros van deze achterstand weggewerkt en dit heeft vooral betrekking op de achterstand onderhoud trottoirs en asfalt rijbanen.
In de loop van 2026 wordt het overige achterstallig onderhoud opgepakt zoals inritten en parkeerplaatsen. Civiele kunstwerken Civieltechnische kunstwerken in eigendom van de gemeente worden 1 keer per vijf jaar geïnspecteerd. Op basis daarvan vindt regulier en groot onderhoud plaats. In 2024 heeft er een inspectie plaatsgevonden. Op basis van de inspectie wordt ook inzichtelijk wat de kosten zijn voor het regulier onderhoud. Op basis hiervan wordt jaarlijks een storting gedaan in de onderhoudsvoorziening voor de kunstwerken. Grootschalig onderhoud en/of vervanging van bruggen en duikers is niet in de onderhoudsvoorziening meegenomen. Openbare verlichting Het kader voor openbare verlichting is gesteld in het beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2030. Dit beleidsplan is in november 2025 vastgesteld door de gemeenteraad en hierin zijn de missie en visie op het gebied van verlichtingsthema's binnen de gemeente vastgelegd. Belangrijke thema's hierin zijn duurzaamheid, technologische ontwikkelingen en veiligheid. Verder formuleert het beleidsplan Openbare Verlichting richtlijnen en ambities om te voldoen aan landelijke en wettelijke doelstellingen ten aanzien van energiebesparing en wetgeving. Voor de renovatie openbare verlichting is jaarlijks € 99.635 beschikbaar (groot onderhoud).
Voor het jaarlijkse onderhoud aan de openbare verlichting (klein onderhoud) is een onderhoudscontract opgesteld en dit budget is opgenomen in de exploitatie. Riolering en Water Vanuit het Water- en rioleringsprogramma Asten (Wrp) werken we aan de zorgplichten uit de Wet milieubeheer (Wm) en de Waterwet (Wtw) en werken we aan de aanvullende water- en rioleringstaken: 91
Afvalwaterzorgplicht: We zorgen voor een doelmatige inzameling en transport van stedelijk afvalwater; Hemelwaterzorgplicht: We zorgen voor een doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater; Grondwaterzorgplicht: We zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert. Klimaatadaptatie: We anticiperen op klimaatontwikkelingen door onze leefomgeving duurzaam en waterrobuust in te richten; Waterkwaliteit: We dragen bij aan een watersysteem met water van een goede kwaliteit; Water en bodem: We gebruiken water en bodem als mede ordenend principe bij de inrichting van de leefomgeving. Zo werken we aan een veilig, schoon en robuust watersysteem voor een leefbaar Asten. De kosten die we maken voor de zorgplichten worden gedekt uit de rioolheffing, die 100% kostendekkend is. Groen & Spelen In de komende jaren gaan we aan de slag met de uitvoering van het programma Groen. Waar mogelijk worden kansen aangegrepen om de openbare ruimte groener, duurzamer en natuurinclusiever te maken, de gebruikswaarde te vergroten en de klimaatbestendigheid te versterken. Middels o.a. het project ‘planten van duizenden extra bomen’ is hier in 2025 invulling aan gegeven. De komende jaren zetten we de vergroening op kleinschalig niveau voort, zowel in de kernen als in het buitengebied.
We zoeken actief naar financiering én geschikte plekken waar groen duurzaam kan ontwikkelen en impact heeft.
Groen: Vanaf 2026 wordt er gewerkt met nieuwe beheercontracten met Senzer en commerciële partijen. Daarin wordt onder andere aandacht besteed aan onderwerpen als biodiversiteit, duurzaamheid en participatie. Bomen: Het op peil houden van het bomenbestand en groenelementen (klein onderhoud) wordt jaarlijks gedaan vanuit de reguliere exploitatie. Voor het renoveren van boomlanen (groot onderhoud) zal een nieuw bomenrenovatieplan worden opgesteld. Bossen: Voor bosbeheer wordt jaarlijks een beheerplan gemaakt. Daarin wordt onder andere gedund, hout geoogst en worden de opbrengsten van het hout gebruikt om onderhoud uit te voeren. Er is geïnvesteerd in het revitaliseren van meerder gemeentelijke bossen en dit zetten we de komende jaren ook voort. Dit is de basis om onze bossen om deze vitaler, biodiverser en weerbaarder te maken. Spelen: In 2025/2026 wordt een nieuw speelbeleid opgesteld. Onderdeel hiervan is een uitvoeringsplan. De financiële consequenties van dit uitvoeringsplan zijn nog niet bekend.
Gemeentelijke gebouwen De gemeentelijke gebouwen zijn in 2024 geschouwd voor groot onderhoud. Afhankelijk van de resultaten van de schouw, met inachtneming van het gewenste onderhoudsniveau dat is bepaald op het wettelijk minimum om het gebouw in stand te houden, heeft dit financiële consequenties voor de meerjarige onderhoudsplanning (MJOP). Op basis van deze onderhoudsplanningen worden de benodigde jaarlijkse stortingen in de onderhoudsvoorzieningen bepaald, waarbij de stortingen jaarlijks worden geïndexeerd.
92
De gemeente heeft de wettelijke taak om een routekaart op te stellen voor het verduurzamen van het gemeentelijke vastgoed. De MJOP'S moeten worden uitgebreid met het component duurzaamheid. De routekaart wordt separaat aan de raad voorgelegd. De lasten die gepaard gaan met klein onderhoud worden volledig geraamd in het jaar waarin het onderhoud daadwerkelijk zal worden uitgevoerd. De geraamde lasten zijn gebaseerd op ervaringscijfers. Sportvelden De gemeente Asten beschikt over een drietal sportparken. Op parkniveau is een onderhoudsvoorziening gevormd voor groot onderhoud, rekening houdend met de aanwezige verenigingen. De onderliggende onderhoudsplanningen zijn eind 2025 geactualiseerd, de financiële consequenties zijn opgenomen in de begroting. De kosten voor klein onderhoud stijgen de laatste jaren fors door onder andere veranderde wet- en regelgeving. Denk hierbij aan de discussie over rubberkorrels bij voetbalvelden en het beperken van chemische bestrijdingsmiddelen bij onder andere beregening van de velden. Alternatieven zijn in sommige gevallen voorhanden, maar werken vaak kostenverhogend. De lasten die gepaard gaan met klein onderhoud worden volledig geraamd in het jaar waarin het onderhoud daadwerkelijk zal worden uitgevoerd. De geraamde lasten zijn gebaseerd op de geactualiseerde onderhoudsplanning.
Wat mag het kosten? Financiële consequenties In onderstaande tabel zijn de financiële consequenties van het groot onderhoud aan de bovenstaande kapitaalgoederen weergegeven, voor zover hier een onderhoudsvoorziening aan ten grondslag ligt. Zoals in het algemene beleidskader beschreven, wordt het klein onderhoud van de diverse kapitaalgoederen betaald uit de reguliere exploitatie. Voorzieningen
Saldo 1-1-2026
Storting 2026
Onttrekking Saldo 2026 31-12-2026
Onderhoud wegen Onderhoud civiele werken Onderhoud riolering Onderhoud groen
2.647.512 21.637 4.413.773 18.674
1.347.529 23.260 1.374.023
409.916 20.903 4.691.060
3.585.125 23.994 1.096.736 18.674
Onderhoud gebouwen Onderhoud sportvelden Totaal
2.325.211 539.167 9.965.974
909.417 280.826 3.935.055
774.892 414.000 6.310.771
2.459.736 405.993 7.590.258
93
6. Financiering De paragraaf financiering heeft betrekking op de gemeentelijke financieringsfunctie (treasuryfunctie). De financieringsfunctie zorgt ervoor dat er voldoende middelen zijn zodat de gemeente aan alle financiële verplichtingen kan voldoen. Hiervoor worden kortlopende en langlopende leningen aangetrokken. Onder de financieringsfunctie valt ook het verstrekken van leningen/garanties en het beheersen van financiële risico’s. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; Het beschermen van het gemeentelijke vermogen tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, valutarisico’s en liquiditeitsrisico’s; Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido, aanvullende regelgeving en respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.
Wat doen we daarvoor? Wettelijk kader Het wettelijk kader van de treasuryfunctie ligt voor een deel besloten in de nationale regelgeving en voor een deel in Europese regelgeving. Binnen de nationale regelgeving zijn de kaders voornamelijk: Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido); Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof); Wet verplicht schatkistbankieren; Besluit Begroting en Verantwoording (BBV); De Gemeentewet. Deze wettelijke kaders zijn verder uitgewerkt en vastgelegd in het gemeentelijke Treasurystatuut 2025 dat op 8 april 2025 is vastgesteld door de gemeenteraad. Schatkistbankieren Op basis de Wet Fido zijn decentrale overheden verplicht om hun overtollige liquide middelen via een rekening-courant, met eventueel een daaraan gekoppelde depositorekening, in 's Rijks schatkist aan te houden. De uitzondering hierop is dat decentrale overheden hun liquide middelen in de vorm van leningen kunnen uitzetten bij andere decentrale overheden, mits zij niet met het financiële toezicht op dit lichaam zijn belast. Uitgezette gelden Het saldo op de rekening courant van de schatkist bedraagt op 31 augustus 2025 € 17.633.547,=. Drempelbedrag Daarnaast mogen decentrale overheden liquide middelen buiten 's Rijks schatkist houden mits deze, gerekend over een kwartaal, het drempelbedrag niet te boven gaan.
Naar aanleiding van een landelijke evaluatie wordt vanaf 1 juli 2021 voor gemeenten (en provincies, waterschappen en hun gemeenschappelijke regelingen) met een
94
begrotingstotaal tot € 500 miljoen de drempel voor het verplicht schatkistbankieren verhoogd naar 2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen. Risicobeheer De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn koersrisico’s, renterisico’s en kredietrisico’s. Hieronder wordt weergegeven in welke mate deze risico’s zich bij onze gemeente voordoen en op welke wijze de gemeente deze risico’s beheerst. 1. Koersrisicobeheer De koersrisico’s van de gemeente zijn zeer beperkt omdat uitsluitend middelen worden uitgezet bij de schatkist of bij andere overheden. Dit gebeurt in vastrentende waarden. Vastrentende waarden garanderen dat op de einddatum de nominale waarde wordt uitgekeerd. Op de einddatum is dus geen sprake van koersrisico’s. 2. Renterisicobeheer Door schommelingen in de rentevoet loopt een gemeente renterisico. Het renterisico kan worden gemeten door middel van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet begrenst de omvang van de korte financiering (korter dan een jaar). De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal van de gemeente bij aanvang van het jaar, met een minimum van € 300.000,=. Voor 2025 bedraagt de kasgeldlimiet voor de gemeente Asten € 4,98 miljoen. Momenteel zijn er geen leningen aangegaan met een looptijd van maximaal een jaar.
Dat betekent dat het renterisico onder de kasgeldlimiet uitkomt. Renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel om het renterisico bij het opnemen van leningen te beheersen. Het effect van de renterisiconorm op de financieringswijze is dat de herfinanciering van vaste leningen niet ineens plaatsvindt, maar over een periode van minimaal vijf jaar wordt gespreid. Dit betekent dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen voor gemeenten niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Voor 2025 bedraagt de renterisiconorm voor de gemeente Asten € 11,71 miljoen. In 2025 zijn geen leningen aan renteherziening onderhevig. Dat betekent dat het renterisico onder de renterisiconorm uitkomt. 3. Kredietrisicobeheer De gemeente loopt tenslotte risico bij het uitzetten van gelden en verlenen van garanties ten behoeve van de publieke taak. De gemeente loopt hierbij het risico dat de kredietnemer zijn financiële verplichting niet kan voldoen. Uitzettingen geschieden daarom uitsluitend aan tegenpartijen die aan de in het treasurystatuut genoemde eisen voor kredietwaardigheid voldoen. Door deze maatregel worden kredietrisico’s zoveel mogelijk beperkt. Opgenomen geldleningen Begin 2021 is een lening van € 10 miljoen aangetrokken tegen een negatieve rente van 0,25% voor een periode van 10 jaar vast. Dit betekent een rentebaat van € 25.000,= per jaar. 95
In juli 2024 heeft een herfinanciering moeten plaatsvinden in het kader van de af te lossen lening van € 5 miljoen alsmede een nieuwe financiering voor toekomstige investeringen van € 9 miljoen voor een periode van 7 jaar tegen een rente percentage van 3,18%. In de begroting is rekening gehouden met de rentelasten voor eventuele nieuwe financiering(en) vanaf 2025. Verstrekte geldleningen Er zijn geen leningen verstrekt. Garantstellingen In 2025 staat de gemeente garant voor € 22,4 miljoen aan leningen van Bergopwaarts. Voor Wocom staat de gemeente garant voor een bedrag van € 13,5 miljoen en voor Mooiland Grave voor een bedrag van € 46.000,=. Renteresultaat In het Besluit Begroting & Verantwoording is opgenomen dat de paragraaf financiering van de begroting en jaarstukken naast de beleidsvoornemens en het gerealiseerde beleid ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille ook inzicht moet geven in: - de rentelasten uit externe financiering; - het renteresultaat; - de wijze van rentetoerekening. Wijze waarop wordt toegerekend Binnen de gemeente wordt het principe van totaalfinanciering toegepast waarbij er geen verband bestaat tussen de financiering en verkregen activa.
In de basis worden alle rente baten en lasten binnen het taakveld treasury vastgelegd alvorens het saldo van de rentebaten en rentelasten worden toegedeeld aan de taakvelden middels de omslag rente (afgerond 0,22%). Hieronder de voorschreven tabel voor 2026 waaruit het begrote renteresultaat blijkt.
96
7. Verbonden partijen Verbonden partijen zijn die privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de gemeente een bestuurlijke belang én een financieel belang heeft.
Wat willen we bereiken?
In het algemeen geldt dat voor een verbonden partij wordt gekozen indien de gemeente dit beleid niet alleen of niet doeltreffend kan uitvoeren. De verbonden partijen voeren beleid en beheer op verschillende terreinen uit voor de gemeente Asten. Het beleid omtrent deze verbonden partijen, met als doel de governance te verstevigen, is beschreven in de "Nota Verbonden partijen gemeente Asten 2015". De website Overheid.nl is de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheidsorganisaties in Nederland. Deze website is een initiatief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Op deze website worden per verbonden partij de algemene gegevens vermeld. De algemene gegevens van de gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente Asten deelneemt staan op deze site: https://almanak.overheid.nl/30279/Gemeente_Asten/. De gegevens omtrent deze gemeenschappelijke regelingen in deze paragraaf zijn dan ook een aanvulling op de vermelde website.
Wat doen we daarvoor?
97
In de tabellen op de volgende pagina's is te zien op welke manier de gemeente Asten een bestuurlijk- en financieel belang heeft in de verbonden partijen waarin zij participeert. Daarnaast zijn per verbonden partij een aantal (financiële) gegevens te vinden die verplicht dienen te worden opgenomen op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).
Verbonden partij (Beleidsmatig)
Bestuurlijk belang
Gemeenschappelijke regelingen Belastingsamenwerking Oost-Brabant
Lid AB+DB
BLINK
Lid AB
GGD Brabant-Zuidoost
Lid AB
Openbaar belang
Risico’s
BSOB is een gemeenschappelijke regeling van waterschap Aa en Maas en 9 gemeenten. BSOB is opgericht om de kwaliteit van de dienstverlening en continuïteit van de waardering, heffing en inning van gemeentelijke- en waterschapsbelastingen te garanderen. En wel tegen zo laag mogelijke kosten. BLINK heeft tot doel zorg te dragen voor gemeentelijke uitvoeringstaken op het vlak van afvalinzameling en reiniging van de openbare ruimte, die bij wet aan de deelnemende gemeenten zijn opgedragen. Daarnaast exploiteert zij de gemeentelijke milieustraat.
De risico’s komen conform de regelingen voor rekening van de deelnemende gemeente naar rato van hun aandeel in de bedrijfsactiviteiten (financiële bijdragen).
Gemeenten hebben binnen de Wet Publieke Gezondheid de plicht om een plan ter bevordering van de lokale gezondheidssituatie vast te leggen in een nota Lokaal gezondheidsbeleid. De gemeente is in dit proces de regisseur. De GGD ondersteunt de gemeenten bij het voorbereiden, opstellen en implementeren van dit beleid. Per gemeente is er een lokaal team. Doel van GGD Brabant Zuidoost is om een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg (PG) en de ambulancezorg (AZ).
98
BLINK beschikt niet over eigen vermogen om niet begrote en onvoorziene kosten te dekken. De opzet van BLINK als gemeenschappelijke regeling is dat risico’s opgevangen worden door de deelnemende gemeenten in de jaarlijkse reguliere exploitatie. Wel is er met ingang van 2026 opnieuw een post onvoorzien opgenomen in de begroting van Blink. De post onvoorzien is 1,2% van de totale begrotingswaarde en dient ter afdekking van operationele risico's met van buitenkomend onheil (schadeclaims, plotselinge tariefsmutaties e.d.). De GGD is op dit moment bezig met een heroriëntatie op de kerntaken. Dit is enerzijds gericht op efficiënter werken en anderzijds gericht op de gevolgen van de schaalsprong in de Brainport regio.
GR Peelgemeenten
Lid AB (2x) + Lid DB
GR Senzer
Lid AB (2x) + Lid DB
Metropoolregio Eindhoven
Lid AB
Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant
Lid AB
Draagt zorg voor kwaliteit en continuïteit voor de uitvoering van de door de lokale overheden opgedragen taken op het gebied van jeugd, WMO, Bijzondere Bijstand, Minimaregelingen en Schulddienstverlening. De Gemeenschappelijke Regeling Senzer voorziet mensen van een uitkering in de noodzakelijke kosten van het bestaan voor levensonderhoud, op basis van de Participatiewet. Senzer verstrekt een uitkering niet langer dan noodzakelijk en begeleidt mensen naar maximale participatie en het liefst naar werk. Er wordt hiertoe nauw samengewerkt met de gebiedsteams van de gemeenten. Senzer opereert regionaal op zowel de publieke als de private markten. Strategisch bestuurlijke samenwerking op de thema's: economie, mobiliteit, energietransitie en transitie van het landelijk gebied. Daarnaast het fungeren als archiefbewaarplaats van de overgebrachte archieven van de overheidsorganen binnen de regio Zuidoost-Brabant. Voor het Regionaal Historisch Centrum. Missie, visie en koers zijn opgesteld. Er worden stappen ondernomen tot voorstellen over de positionering van dienstonderdelen MRE en RHCe binnen de MRE.
Aangesloten gemeenten zijn aansprakelijk voor tekorten.
Samen zorgen voor balans tussen ondernemen en een veilige en gezonde leefomgeving. Voor en met gemeenten, provincie en netwerkpartners voert de ODZOB taken uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, en geeft zij advies op het gebied van omgevingsrecht.
Het risico op verlaging van de baten ODZOB als gevolg van mogelijke bezuinigingen bij de deelnemende gemeenten. Dit risico ligt meer in de invloedssfeer van de gemeenten dan van de ODZOB en daarom is door hen besloten dit risico niet af te dekken. Diverse ontwikkelingen maken de prognose lastig. Denk hierbij o.a. aan de gefaseerde inwerkingtreding Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, provinciale eisen voor stalaanpassingen en landelijke opkoopregelingen voor bedrijven en de werkzaamheden onder de Omgevingswet.
99
Sterke afhankelijkheid van rijksbeleid met betrekking tot de financiering. Omzet is afhankelijk van economische ontwikkelingen. Aangesloten gemeenten zijn op basis van solidariteit gezamenlijk aansprakelijk voor tekorten. In de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen (juli 2018) is bepaald welke risico's door de MRE worden gedragen en welke door de deelnemende gemeenten. Uiteindelijk zijn de aangesloten gemeenten aansprakelijk voor tekorten.
Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost
Lid AB
Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) is een samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant waarin de brandweer, de geneeskundige hulpverlenings-organisatie in de regio (GHOR) en de regionale ambulancevoorziening (RAV) samenwerken om incidenten en rampen te voorkomen, te beperken en te bestrijden.
ICT Noord- en Midden Limburg (ICT NML)
Lid AB
ICT NML is een samenwerkingsverband van gemeenten in Noord- en Midden Limburg. ICT NML verzorgt voor de aangesloten partners het ICT-beheer, ICT-onderhoud en faciliteert bij automatiseringsvraagstukken. Wij streven naar uniforme werkprocessen, eenduidige dienstverlening en de vorming van een regieorganisatie. ICT NML is een organisatie waar vernieuwing en verandering een constante factor is.
Vennootschappen en coöperaties Bank Nederlandse Gemeenten Stemrecht AvA
Brabant Water
Stichtingen en verenigingen Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant Zorg- en Veiligheidshuis Brabant-Zuidoost
Stemrecht AvA
Lid AB + Lid VvA Lid AB
Het 1e deel van de bestuursopdracht is begin 2025 afgerond. De vervolgstappen zijn deel 2 en 3 namelijk wat is er nodig om de zaken op orde te houden en het opstellen van een strategische visie en beleidsplan. Naar verwachting worden deze plannen tijdens het AB VRBZO april 2026 vastgesteld. Het lijkt erop dat bepaalde taken die nu door VRBZO worden uitgevoerd terugkomen naar de gemeenten of overgedragen aan de ODZOB. Dit vervolg kan eventueel financiële consequenties hebben. Hierbij zal rekening gehouden moeten worden met de financiële situatie waarin gemeenten zich bevinden. Aangesloten gemeenten zijn aansprakelijk voor tekorten.
BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burgers. Brabant Water levert drink- en industriewater aan 2,5 miljoen inwoners en aan bedrijven in Noord-Brabant. Zij winnen, zuiveren en distribueren water van uitstekende kwaliteit, tegen de laagst mogelijke kosten en met een hoge leveringsbetrouwbaarheid.
Niet van toepassing.
Voor een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering is een professioneel georganiseerde inkoopfunctie van belang. Door samenwerking op inkoopgebied wordt voordeel op financieel, kwalitatief en procesmatig gebied behaald. Het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant-Zuidoost is een netwerksamenwerking tussen partners uit de straf-, en zorgketen en gemeenten. Zij komen onder eenduidige regie
De termijn van een individuele, bilaterale samenwerkingsovereenkomst is van onbepaalde duur met een opzegtermijn van minimaal 2 jaar. De risico's blijven beperkt tot de inleg van financiële middelen.
100
Waardevermindering van het aandelenkapitaal.