CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Begroting 2025

Gemeenteraad 12 november 2024, gemeente AstenBij agendapunt: Begroting 2025 gemeente Asten (bespreekstuk)27.640 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Opbrengsten

74

Lokale heffingen en belastingen

Werkelijk 2023

Begroting 2024 na wijziging

Begroting 2025

1.134.990

1.099.488

1.138.551

Hondenbelasting

90.304

96.379

98.165

Leges burgerzaken

228.656

222.104

224.646

Leges omgevingsvergunningen

836.629

965.970

981.290

5.046.473

5.340.886

5.856.478

30.647

34.983

31.000

Rioolheffing

2.448.624

2.693.500

3.091.307

Toeristenbelasting

-1.023.242

555.455

553.000

Totaal

8.793.081

11.008.765

11.974.437

Afvalstoffenheffing

OZB Reclamebelasting

Kostendekking Voor de bestemmingsbelastingen (rioolheffing, afvalstoffenheffing en hondenbelasting) en de retributies (rechten en leges) geldt dat deze niet meer dan kostendekkend mogen zijn. Voor bepaalde leges stelt het Rijk een maximumtarief vast. Hieronder wordt van de diverse lokale heffingen de kostendekking van de tarieven inzichtelijk gemaakt. Kostendekking bestemmingsbelastingen Lasten taakvelden

Baten taakvelden

Rioolheffing 2.599.452 0 Afvalstoffenheffing 1.030.215 130.000 Hondenbelasting 58.845 0

Overhead

Totale netto lasten

BTW

Baten: heffing

Kostendekking

247.046

244.809

3.091.307

3.091.307

100%

81.014

157.406

1.138.634

1.138.634

100%

34.851

4.469

98.165

98.165

100%

Totale netto lasten

Baten: Leges

Kostendekking

Kostendekking retributies (leges) HoofdLasten Baten Overhead stuk taakvelden taakvelden

BTW

Hfdst 1 Algemene dienstverlening 193.396 0 119.859 2.554 315.809 239.204 75,7% Hfdst 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet 629.513 0 445.142 32.013 1.106.668 965.970 87,3% Hfdst 3 Dienstverlening vallend onder de Dienstenrichtlijn en niet vallend onder hfdst 2 127.359 0 105.355 0 232.714 25.652 11,0% Totaal 950.268 0 670.356 34.567 1.655.191 1.230.826 74,4%

75

Lokale lastendruk In dit onderdeel wordt de lokale lastendruk per woonruimte berekend (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing).

Lokale lastendruk

Werkelijk Werkelijk Begroting 2023 2024 2025

Gebruiker Afvalstoffenheffing (variabel)

84,00

87,36

93,91

Afvalstoffenheffing (vast)

83,23

68,42

65,17

167,23

155,78

159,08

€ 381.802

€ 397.758

€ 397.758

Onroerendezaakbelasting (OZB)

389,44

418,04

449,47

Rioolheffing

294,50

324,35

369,24

Totaal eigenaar

683,94

742,39

818,71

Totaal lastendruk

851,17

898,17

977,79

Totaal gebruiker Eigenaar Gemiddelde waarde woning

 

Bij de berekening van het variabele deel van de afvalstoffenheffing wordt uitgegaan van een gemiddeld aantal ledigingen van 5 containers restafval à 140 liter en 6 containers GFT-afval à 140 liter per huishouden. Het tarief onroerendezaakbelasting (OZB) is gebaseerd op de gemiddelde waarde van een woning. Voor 2024 is deze € 397.758,=. Vooralsnog is deze waarde aangehouden voor 2025.

De lokale lastendruk in de begroting 2025 bedraagt € 977,79. De stijging van de lokale lastendruk ten opzichte van 2024 wordt veroorzaakt door het volgende:  Het variabele tarief afvalstoffenheffing is verhoogd met de inflatiecorrectie. In verband met de kostendekkendheid daalt het vastrecht.  De OZB wordt in 2025 verhoogd met de inflatiecorrectie.  De rioolheffing is gestegen met 13,4% (5,9% + 7,5% inflatiecorrectie) conform het Gemeentelijk Rioleringsplan. De definitieve tarieven 2025 voor de lokale heffingen worden door de gemeenteraad in december 2024 vastgesteld bij de besluitvorming over de verschillende belastingverordeningen.

76

2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het is van belang om inzicht te hebben in de financiële positie (hoe financieel gezond is de gemeente) en de financiële weerbaarheid (welke mogelijkheden zijn er financieel). Met andere woorden hoe financieel robuust is de gemeente Asten? Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de gemeente Asten in staat is om risico's op te vangen. De financiële positie van Asten wordt met een aantal financiële kengetallen weergegeven. De belangrijkste kengetallen en het verloop over de afgelopen jaren staan onderaan deze paragraaf opgenomen. Risicomanagement Risico's zijn onlosmakelijk verbonden met menselijk handelen. Elke organisatie zal risico's moeten nemen om zijn doelen te realiseren. Inzicht in het beheersen van risico's begint bij het risicobewustzijn van medewerkers in de primaire processen. Met een structurele aanpak van risicomanagement krijg je als organisatie grip op het beheersen van risico's. Beleidsnota Nota risicomanagement Gemeente Asten. Weerstandsvermogen Om een uitspraak te kunnen doen over de mate waarin de gemeente Asten financiële tegenvallers kan opvangen is inzicht nodig in: 1. De risico’s: een risico is de kans op een gebeurtenis met een negatief financieel gevolg voor de gemeente, waarvoor geen dekking aanwezig is. 2. De buffer: hoe groot is onze “spaarpot” om deze risico’s op te kunnen vangen?

Ratio weerstandsvermogen :

3,67

Deze ratio hoort bij de normering uitstekend en betekent dat er ruim voldoende middelen zijn om de gekwantificeerde risico’s af te dekken wanneer zij zich voordoen. In het vervolg van deze paragraaf zijn deze 3 elementen berekend. Onderdeel 1: berekening benodigde weerstandscapaciteit (risico's) Voor de begroting 2025 zijn de op dit moment bekende risico's opnieuw geïnventariseerd en waar nodig geactualiseerd. Voor elk risico is een inschatting gemaakt van de kans van het optreden van het risico en de financiële impact indien het risico zich voor doet. Elk risico is vertaald in geld, dus bijvoorbeeld ook een risico op imago schade. Het indelen in kansklasse en financieel gevolg klasse leidt tot de risicoscore. Risicoscore = inschaling kans x inschaling financieel gevolg. 77

Hoe hoger de risicoscore, hoe hoger de prioriteit voor beheersing van het risico. We onderscheiden zoals in onderstaande risicomatrix zichtbaar, drie categorieën:  Categorie rood: risicoscore is 10 punten of meer.  Categorie oranje: risicoscore is 4 t/m 10 punten.  Categorie groen: risicoscore is 1 t/m 3 punten. We onderkennen risico's in relatie tot het realiseren van ambities. De risico's van de categorie rood en oranje noemen we financieel materieel en tellen mee in de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. De categorie rood risico's wordt extra gemonitord. De risicomatrix ziet er als volgt uit:

K A N S

Klasse

< € 50.000

score 1

IMPACT Tussen € 50.001 en € 200.000

Tussen € 200.001 en € 400.000

score 2

score 3

2,3,6

1

Tussen € 400.001 en € 1.000.000 score 4

Zeer groot Vaker dan 1x/jaar score 5 90% Groot 1x per 1-2 jaar

10,11,13

Meer dan € 1.000.000

score 5

5

score 4 70% Gemiddeld 1x per 2-5 jaar

12

17

7

4

score 3 50% Klein 1x per 5-10 jaar

16

score 2 30% Zeer klein Minder dan 1x per 10 jaar score 1 10%

9,15

14

Wanneer het financieel gevolg van een risico structureel is, heeft het niet alleen financiële gevolgen voor 2025, maar ook voor verdere jaren. Wanneer een structureel risico zich voordoet zal in de toekomst structurele dekking binnen de begroting moeten worden gezocht.

78

In de volgende drie tabellen zijn eerst de risico's verwoord die een relatie hebben met het realiseren van ambities. De risico's van de categorieën rood en oranje zijn nader gespecificeerd. Het nummer uit de bovenstaande grafiek komt overeen met het nummer uit de onderstaande tabellen. Risico's in relatie tot het realiseren van ambities Regionale arbeidsmarktstrategie / Peelbanen We constateren dat het steeds lastiger wordt en langer duurt om vacatures in te vullen (zowel bij onze eigen organisatie als bij onze maatschappelijke partners). Hierdoor komt de bedrijfsvoering en ambities onder druk te staan. Beheersmaatregel: Zowel intern binnen de gemeente als Peelbreed wordt maximaal ingezet om door middel van diverse maatregelen de vacatures kwantitatief en kwalitatief ingevuld te krijgen. Tot nog toe lukt dat best goed. Het kost wel veel inzet en tijd en hogere kosten voor werving. Maatschappelijke ontwikkelingen We zien een toename in de problematiek in onze maatschappij. Hierbij kan gedacht worden aan meer individualisme, radicalisering, vergrijzing, meer psychische problemen en de toename van eenzaamheid. Door diverse ontwikkelingen vragen deze doelgroepen meer aandacht en inzet van onze medewerkers. Zowel in het sociale domein als bij leefbaarheid en handhaving. Veranderende wetgeving De nieuwe Omgevingswet en de wet kwaliteitsborging gaan veel van onze gemeente vergen.

Onduidelijk tot op dit moment is welke impact dit zal zijn, zowel binnen de teams Ruimte en Leefbaarheid, Handhaving en Veiligheid en op financieel gebied. Beheersmaatregel: Door middel van projectgroepen wordt gewerkt aan een zo goed mogelijk beeld van de impact en de financiële gevolgen en wordt er volop gewerkt aan de implementatie van de nieuwe Omgevingswet. Transitie buitengebied Als deze transitie niet het gewenst effect kan realiseren, kunnen er bijkomende neveneffecten ontstaan die niet gewenst zijn. Hierbij kan gedacht worden aan illegale of ondermijnende activiteiten. Beheersmaatregel: In gesprek blijven met eigenaren en ontwikkelingen monitoren. Financieel bestendig Er is onduidelijkheid vanuit het Rijk wat de toekomstige verdeling en beschikbaarheid van middelen zal zijn. Dit veroorzaakt onduidelijkheid op financieel gebied voor de komende jaren. Beheersmaatregel: We proberen zoveel mogelijk druk op het Rijk uit te oefenen door middel van de provincie, de K80 gemeenten en via de VNG om snel mogelijk duidelijkheid te krijgen. Extreme inflatie en loonsverhogingen In de afgelopen periode zijn we geconfronteerd met extreme inflatiecijfers en flinke loonsverhogingen. De vraag is hoe dit zich in de toekomst ontwikkelt. Ambities op grote projecten Door ambities is de wens om een aantal grote projecten in de gemeente uit te voeren.

Naast personele capaciteit zijn ook de beschikbare financiële middelen een risico. Woningbouwprojecten Het realiseren van de diverse woningbouwprojecten vormt een risico door de verminderende winstgevendheid van projecten, de eisen rondom stikstof en de beschikbare personele capaciteit en beschikbare middelen.

79

Risicoscore Rood Nr Risicogebeurtenis Kans Impact Geld 1 Afhankelijkheid ICT systemen 90% € 300.000 € 270.000 Beschikbaarheid ICT middelen: storing of uitval van de infrastructuur, stroomstoring, cybercriminaliteit. Beschikbaarheid van essentiële programmatuur i.c.m. verplichtingen in ketens om juist en tijdig informatie te verstrekken. Uitval en/of storingen vormen een bedreiging voor de bedrijfsvoering en daarmee de dienstverlening. 2 Juridische procedures / 90% € 125.000 € 112.500 schadeclaims Tijdens procedures kan blijken dat we niet de juiste procedures hebben gevolgd of een onjuiste beslissing hebben genomen jegens inwoners van Asten of bedrijven. Hiermee staat de onrechtmatigheid in de meeste gevallen vast. Ook kan er vertragingsschade zijn of schade bij niet tijdig beslissen (ingebrekestelling). 3 Beheer openbare ruimte 90% € 125.000 € 112.500 Door klimaatsverandering zien we het risico op schade in de openbare ruimte door extreem weer zoals windhozen, droogte en hagelbuien toenemen. In de laatste jaren zien we de kosten om de openbare ruimte na extreem weer opnieuw veilig te krijgen/op niveau te krijgen oplopen. 4 Privaatrechtelijke heffingen en 50% € € 625.000 leges 1.250.000 Opgelegde kosten planologische procedures, leges (bijv. voor een aanvraag omgevingsvergunning) en privaatrechtelijke heffingen (bijv.

rioolheffing, OZB, toeristenbelasting, afvalstoffenheffing) die leiden tot juridische procedures. Risico op verplichting geheel of gedeeltelijk terugbetalen leges en proceskostenvergoeding. 5 Zorgkosten 70% € 750.000 € 525.000 Door maatschappelijke ontwikkelingen (vergrijzing, toenemende problematiek) blijven de kosten in de toekomst stijgen. Het risico zit met name bij de inzet van dure voorzieningen. Deze is vooraf lastig in te schatten. We hebben als gemeente zorgplicht, dit is een open einde regeling waarbij we verplicht zijn om zorg in te zetten. Dit betekent een risico voor de begrote budgetten. 6 Omgevingswet 90% € 125.000 € 112.500 Gemeente Asten bereidt zich voor op de invoering van de Omgevingswet. Er zijn hiervoor incidentele middelen voorzien. De praktijk na implementatie gaat uitwijzen of er ook sprake zal zijn van hogere structurele bedrijfsvoeringskosten. En welke impact mogelijke ingebrekestellingen kunnen hebben. 7 Voorziening wethouderspensioenen 50% € 1.000.000 € 500.000 In de komende jaren wordt besloten of de wethouderspensioenen (APPA) worden overgedragen aan het ABP. Formele besluitvorming hierover moet nog plaatsvinden. In de huidige berekening van de voorziening wordt uitgegaan van de methodiek van BZK, wanneer de waardeoverdracht plaatsvindt volgens de uitgangspunten van het ABP kan het zijn dat extra storting nodig is.

8 Onzekerheid algemene uitkering 50% € 2.000.000 € 1.000.000 rijksoverheid De herijking van het gemeentefonds is afgerond. Dit pakt voordelig uit voor de gemeente Asten. Evaluatie vindt plaats gedurende 2025. De algemene uitkering neemt in 2026 fors af als gevolg van het zogenoemde "ravijnjaar". De VNG is hierover nog in onderhandeling met het Rijk. Totaal € 3.257.500

80

Risicoscore Oranje Nr Risicogebeurtenis Kans Impact Geld 9 Beheer openbare ruimte - groen 10% € 700.000 € 70.000 Het risico op ziektes bij bomen en planten neemt toe. In het verleden is veel eentonig plantmateriaal gezet. Daarbij neemt de impact en verspreiding van ziektes en exoten door onder andere klimaatverandering en het uit balans raken van het ecosysteem (onder andere insectenafname) toe. 10 Opslag strooizout 70% € 125.000 € 87.500 Opslag strooizout locatie Venbergweg: De vloer onder de halfopen opslaglocatie voldoet mogelijk niet aan de gestelde eisen ten behoeve van de opslag van strooizout voor gladheidsbestrijding. Dit wordt onderzocht en kan leiden tot een investering om aanpassingen aan de opslag door te voeren. 11 Regionale arbeidsmarktstrategie 70% € 125.000 € 87.500 De arbeidsmarkt staat al een langere periode onder druk. In de volle breedte ervaren we dat het meer inspanning en geld kost om gekwalificeerd personeel aan te trekken of in te huren. Het gaat zowel om geschikte kwalificaties als de juiste persoonskenmerken. Naast de kosten voor het aantrekken van personeel is er een risico op onze taken en werkzaamheden. 12 Stikstof 50% € 125.000 € 62.500 De stikstofwetgeving zal druk op onze capaciteit leggen: de toekomst van het buitengebied zal nog meer aandacht gaan krijgen. Wat de kosten en/of vergoeding daarvan zijn is nog niet in te schatten.

We pakken veel van deze zaken in de regio (in Peel- of MRE-verband) op. 13 Imagoschade 70% € 125.000 € 62.500 Gemeente verstrekt verkeerde informatie, misbruik gegevens naar aanleiding van cybercriminaliteit. Privacyregels worden geschonden en er wordt een bestuurlijke boete opgelegd door de Autoriteit Persoonsgegevens. Gemeente is verantwoordelijk voor actueel houden (basis)registraties zoals risicokaart, BRK-PB (beperkingenregister) etc. Gegevens kunnen kwijt raken of onbedoeld wijzigen. Middels audits van externe partijen en interne controles werken we continu aan de kwaliteit van gegevens 14 Gemeentelijke borgstellingen 1% € 53.259.000 € 532.590 De gemeente heeft een achtervangfunctie indien een corporatie in financiële problemen komt. Voor nu het percentage op 1% gezet (komt van 10%). 10% was niet reëel. Er is een Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Zij staat borg (garant) voor de rente- en aflossingsverplichtingen van woningcorporaties. In de nabije toekomst zal het percentage specifieker worden onderbouwd en geduid. 15 Verzekeringsrisico’s en 10% € 700.000 € 70.000 aansprakelijkheid Risico op mogelijke schade aan inventaris, brandschade aan naburige panden of aansprakelijkheden die niet onder de dekking van een verzekering valt.

16 Realisatie (grote) projecten 30% € 1.000.000 € 300.000 (Grote) projecten zoals bijvoorbeeld herstructurering wegen, strategisch huisvestingsplan onderwijs, binnensportaccommodatie: investeringsbedrag gemeente is niet toereikend en / of betrokken partijen bereiken geen overeenstemming over uitwerking / onderlinge samenwerking planontwikkeling. Civieltechnisch: bodemverontreiniging, verleggen kabels en leidingen, nadeelcompensatieregeling (overlast tijdens de uitvoering), scheuren in bebouwing a.g.v. verzakking (bronbemaling) waarbij de kosten hoger zijn dan de geraamde post hiervoor in het project. Riolering: bij sommige projecten wordt een (groot) deel van de kosten ten laste van de reserve riolering gebracht. Wanneer bij inspectie blijkt dat de riolering nog voldoende is, maar de weg toch vervangen moeten worden, stijgen de structurele (afschrijving)lasten in de begroting omdat minder kosten ten laste van de reserve kunnen worden gebracht. Recent is aan het licht gekomen dat in een bepaalde periode asbesthoudende kit is 81

gebruikt bij het verbinden van rioolbuizen. Er is nog onduidelijkheid hoe hiermee om te gaan. Bij rioolvervangingsprojecten kan dit kostenverhogend werken. Explosieven: we beschikken over een risicokaart waaruit blijkt dat grote delen van de gemeente verdacht zijn. We moeten hier nog beleid op ontwikkelen. Bij projecten en werken in de grond kan dit kostenverhogend werken. Daarnaast gaat de stikstofproblematiek een risico vormen. Op dit moment is nog niet bekend wat hier de impact van zal zijn. Grondexploitaties: stijgende kosten zijn een risico. In de reserve grondbedrijf is budget gereserveerd voor afdekking van deze risico's. Beheersmaatregel: brede inzet in projectgroepen en monitoring tijdens project. 17 Garantstelling regionaal 50% € 300.000 € 150.000 bedrijventerrein In het kader van de ontwikkeling van een nieuw regionaal bedrijventerrein staat gemeente Asten garant voor een bepaald bedrag. Aangezien de ontwikkeling complex is en mogelijk extra kosten met zich mee brengt, kan dit een risico vormen. Totaal € 1.422.590

De risico's met betrekking tot de verbonden partijen zijn opgenomen in de paragraaf Verbonden partijen. Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit op basis van de reguliere risico's is als volgt: Totaal bedrag reguliere risico's - rood Totaal bedrag reguliere risico's - oranje Totaal bedrag risico's

€ 3.257.500 € 1.422.590 € 4.680.090

De reguliere risico's worden vermenigvuldigd met een zekerheidspercentage van 90%, omdat niet alle risico's zich tegelijk voor doen. De totaal benodigde weerstandscapaciteit is uiteindelijk als volgt:

Benodigde weerstandscapaciteit = € 4.212.081

Onderdeel 2: berekening beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt, of kan beschikken, om niet begrote kosten te dekken. Deze bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Algemene reserve 2. Bestemmingsreserves (vrij aanwendbaar) 3. Post onvoorzien 4. Stille reserves 5. Onbenutte belastingcapaciteit.

82

Overzicht beschikbare weerstandscapaciteit In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de geprognosticeerde beschikbare weerstandscapaciteit per 01-01-2025. Beschikbare weerstandscapaciteit per 01-01-2025 1. Algemene reserve 2. Bestemmingsreserves (vrij aanwendbaar) 3. Stille reserves 4. Onbenutte belastingcapaciteit Totaal beschikbaar

Incidenteel

Structureel

12.151.312 449.840 1.921.961 14.523.113

820.396 820.396

De beschikbare weerstandscapaciteit op basis van de optelsom van de incidentele en structurele buffer is als volgt: Totaal beschikbare weerstandscapaciteit = € 15.343.509 Ad 1. Algemene reserve De algemene reserve is vrij aanwendbaar voor nieuw beleid of het opvangen van tegenvallers in het jaarrekeningresultaat. Ad 2. Bestemmingsreserves (vrij aanwendbaar) Indien er bestemmingsreserves zijn waarbij de raad nog vrij kan besluiten over de bestemming van het geld én de rente wordt niet als dekkingsmiddel voor de exploitatie ingezet. Deze vrij aanwendbare bestemmingsreserves omvatten de volgende (stand 1-12025): Bestemmingsreserves (vrij aanwendbaar) Reserve I&A algemeen Reserve info- en computertechniek Reserve groenfonds Totaal

2025 € 37.074 € 28.033 € 384.733 € 449.840

Ad 3. Stille reserves Als activa onder de waarde in het economische verkeer zijn gewaardeerd is sprake van een stille reserve. Indien deze stille reserve meegenomen wordt in de weerstandscapaciteit is het van belang dat de activa direct verkoopbaar zijn. Actualisatie van de stille reserves heeft plaats gevonden bij deze begroting 2025. Ad 4. Onbenutte belastingcapaciteit De gemeente kan haar lokale belastingen verhogen om financiële tegenvallers op te vangen. Er is sprake van onbenutte belastingcapaciteit indien het gemeentelijke OZBtarief onder het maximumtarief (mei-circulaire 2024 0,1595%) valt zoals is opgenomen in de gemeentewet en/of wanneer de afvalstoffenheffing/rioolheffing niet kostendekkend zijn. Deze laatste twee heffingen zijn in Asten allebei wel kostendekkend. Het verschil tussen de begrote opbrengsten OZB in 2025 en het maximumtarief is de onbenutte belastingcapaciteit, deze bedraagt € 820.396,=

83

Onderdeel 3: berekening ratio weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (buffer) en de benodigde weerstandscapaciteit (gekwantificeerde risico's) en wordt uitgedrukt in een verhoudingsgetal (ratio). Om de ratio weerstandsvermogen te beoordelen wordt gebruik gemaakt van de onderstaande normering van NARIS (Nederlandse Adviesbureau voor Risicomanagement): Ratio weerstandsvermogen Meer dan 2,0 Tussen 1,4 en 2,0 Tussen 1,0 en 1,4 Tussen 0,8 en 1,0 Tussen 0,6 en 0,8 Minder dan 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Beschikbare weerstandscapaciteit (totaal)

€ 15.343.509

Benodigde weerstandscapaciteit:

€ 4.212.081

Ratio weerstandsvermogen (totaal):

3,64

Conform bovenstaand overzicht is de weerstandsratio uitstekend en dit betekent dat er ruim voldoende middelen zijn om de gekwantificeerde risico’s af te dekken wanneer zij zich voordoen. Kengetallen Op basis van het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) is het voor gemeente verplicht om een basisset financiële kengetallen op te nemen in de begroting en jaarrekening. Door middel van deze kengetallen wordt de onderlinge vergelijkbaarheid van gemeenten bevorderd en krijgt de gemeenteraad een globaal inzicht in de verwachte financiële ontwikkelingen in de gemeente. Het is niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven over de financiële positie. Signaleringswaarden Aan de bovenstaande kengetallen zijn (nog) geen normen verbonden. De wetgever heeft de manier waarop gemeenten de kengetallen laten meewegen nadrukkelijk bij de gemeente gelaten. Wel is meegegeven dat het behulpzaam kan zijn om de kengetallen te relateren aan bijvoorbeeld signaleringswaarden. Dit zijn (normen)kaders waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de signaleringswaarden afkomstig uit de stresstest voor 100.000+ gemeenten.

In de onderstaande tabel zijn de signaleringswaarden te zien en in welke categorie (A, B of C) deze vallen. Hierbij is categorie A het minst risicovol en categorie C het meest risicovol.

84

Signaleringswaarden kengetallen

Categorie A minst risicovol

Categorie B neutraal

Categorie C meest risicovol

1a. Netto schuldquote

< 90%

90 - 130%

> 130%

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio

< 90%

90 - 130%

> 130%

> 50%

20 - 50%

< 20%

3.

Grondexploitatie

< 20%

20 - 35%

> 35%

4.

Structurele exploitatieruimte

> 0%

0%

< 0%

5.

Gemeentelijke belastingcapaciteit

< 95%

95 - 105%

> 105%

1a. Netto schuldquote 180% 160% 140% 120% 100% 80% 60% 40% 20% 0%

66%

71%

82%

72%

64%

2%

R-2023 B-2024 B-2025 B-2026 B-2027 B-2028 Minst risicovol

Neutraal

180% 160% 140% 120% 100% 80% 60% 40% 20% 0%

Meest risicovol

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

66%

70% 60%

60%

50%

50%

Neutraal

Meest risicovol

40% 45%

30% 30%

20%

29%

26%

10%

25%

23%

R-2023 B-2024 B-2025 B-2026 B-2027 B-2028 Meest risicovol

Neutraal

20% 10% 0%

Minst risicovol

3%

16%

16%

18%

9%

3%

R-2023 B-2024 B-2025 B-2026 B-2027 B-2028 Minst risicovol

4. Structurele exploitatieruimte 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% -1,0% -2,0% -3,0% -4,0% -5,0% -6,0% -7,0%

64%

3. Grondexploitatie

70%

0%

72%

R-2023 B-2024 B-2025 B-2026 B-2027 B-2028 Minst risicovol

80%

30%

82%

2%

2. Solvabiliteitsratio

40%

71%

Neutraal

Meest risicovol

5. Gemeentelijke belastingcapaciteit 140%

1,7%

0,2%

120%

1,2%

100% 80%

90%

90%

98%

98%

98%

98%

60% -5,4%

-5,2%

-5,0%

40% 20%

R-2023 B-2024 B-2025 B-2026 B-2027 B-2028 Meest risicovol

Neutraal

Minst risicovol

0%

R-2023 B-2024 B-2025 B-2026 B-2027 B-2028 Minst risicovol

Neutraal

Meest risicovol

85

Conclusie gemeente Asten Op basis van de bovenstaande kengetallen kan de conclusie getrokken worden dat de financiële positie van de gemeente gezond is, maar vanaf 2026 onder druk staat. De structurele exploitatieruimte zakt dan ver onder de 0% conform de meerjarenbegroting die vanaf 2026 een negatief saldo laat zien. De solvabiliteitsratio laat ook een dalende tendens zien, maar blijft voorlopig nog boven de kritische zone van 20%. Definitie kengetallen: 1a. Netto schuldquote Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter. 2.

Solvabiliteit Dit cijfer drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. 3. Grondexploitatie Dit cijfer geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. 4. Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit Dit cijfer geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde.

Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze.

86

3. Bedrijfsvoering Wat willen we bereiken? Het bedrijfsplan van nu De maatschappij, de gemeente Asten en omgeving en het bestuur, zowel in bezetting als beoogde doelstellingen en ambities, zijn dynamisch. Om die reden bekijken we geregeld of er aanleiding is om ons bedrijfsplan, ook dynamisch, daarop bij te stellen. In de huidige doelstellingen en ambities van de raad en het college (terug te vinden in de Toekomstagenda Asten 2030, onderliggende beleidsplannen, coalitieakkoord, Astens manifest en dergelijke) zien we een bevestiging dat het bestaande bedrijfsplan (de HOE) nog volledig aansluit bij de inhoud (de WAT). We blijven het bedrijfsplan daarom als instrument hanteren bij de gemeentelijke dienstverlening en uitvoering van (beleids) plannen en regelgeving. Vanwege de spanning tussen benodigde capaciteit en beschikbare capaciteit, zowel in formatie als in geld, zullen we vaker keuzes moeten vragen en maken in het WAT (de bestuurlijke doelstellingen) en het HOE (de wijze waarop we zaken uitvoeren en formatie inzetten). Dit doet zich in het bijzonder voor op het brede werkterrein van Ruimte. Natuurlijk blijven we alert op ontwikkelingen die de invulling van het bedrijfsplan kunnen beïnvloeden. Voorbeeld is de aanpak van ondermijnende criminaliteit.

We vergroten de bewustwording en de vaardigheden van onze organisatie die nodig zijn om een succesvolle aanpak te (blijven) hebben. Dit werkt door in een leidend principe zoals Onze Klanthouding: Ja, tenzij... Dit principe is daardoor meer genuanceerd. Missie en Visie van ons bedrijfsplan We leveren publieke dienstverlening aan de Astense samenleving. Gezamenlijk bouwen we aan een prettige woon-, werk-, en leefomgeving, vanuit eigen kracht, dichtbij de burger (in diens verschillende rollen). We zijn klantgericht en (re)ageren flexibel op veranderingen in de maatschappij. Leidende principes

1. 2. 3. 4.

Onze Klanthouding is: Ja, tenzij….. De burgers blijven zelf verantwoordelijk (Faciliterende overheid). We zijn klantgericht, flexibel en omgevingsbewust. High trust-low tolerance: ruimte voor onze professionals (werken vanuit de ‘bedoeling’) met een beperkt aantal kaders/regels. 5. We maken plezier van ons werk.

Waarom en waartoe doen we dit? Omdat het noodzakelijk is aansluiting te houden met de veranderende eisen en wensen in de gemeenschap met actieve burgers die zelf aangeven wat nodig is. We doen de dingen waaraan behoefte is en doen deze dingen goed. Deze aansluiting bepaalt ons bestaansrecht. Én we willen een aantrekkelijke gemeente zijn om voor te werken.

Wat doen we daarvoor? Wat betekent dit voor onze burgers en voor ons? We maken hierover goede afspraken met onze burger, met onze medewerkers en met onze partners in ons netwerk. En we komen (deze) afspraken na! Daarop focussen we ons. Daarvoor is het nodig om:  De begrippen ‘klantgerichtheid’, ‘flexibiliteit’ en ‘omgevingsbewustzijn’ te concretiseren.  De ‘andere’ relatie tussen gemeente en burger daadwerkelijk in te vullen.  Te sturen op klanttevredenheid en professionalstevredenheid.  Duidelijk en daadkrachtig te zijn, ook in lastige situaties, talent te benutten, elkaar te ondersteunen en niet te voorzichtig te zijn (lef tonen). 87

Hoe doen we dat?  We voeren de Toekomstagenda uit, hier in het bijzonder het Programma Vitale Democratie en als onderliggend instrument o.m. de Omgevingswet.  We geven ruimte aan onze medewerkers in hun werk en het vergroten van hun probleemoplossend en communicatief vermogen.  We ontwikkelen ieders eigenaarschap en ambassadeurschap.  We voeren dialoog (UIT-, BE-, AF-, AANspreken) in onze teams.  We gebruiken (alleen) regels en systemen die we nodig hebben.  We maken geen nieuwe nota’s maar doen het (gewoon). We bespreken casuïstiek in de teams en in individuele personele gesprekken. Ieder ervaart zelf en leert ervan.  We bieden collectieve en individuele trainingen.  EN we brengen plezier (terug) in ons werk en in onze organisatie. Actieplan Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) Standaard wordt bij inkooptrajecten onderzocht of een steeds grotere mate van duurzaamheid mogelijk is en wordt Social Return toegepast. In 2024 zal een nieuw inkoopbeleid worden vastgesteld. Hierin zal een link worden gelegd met de gemeentelijke ambities en doelstellingen die de komende jaren zullen gelden voor Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeverschap en Inkopen (MVOI).

Dit zal gericht zijn op 6 thema's die betrekking hebben op de Sustainable Development Goals (SDG's): klimaat, circulair, milieu inclusief biodiversiteit, Social Return, Internationale Sociale Voorwaarden en diversiteit en inclusie. Zo zullen bijvoorbeeld bij de inkopen de bepalingen uit het Strategisch Plan Circulair Asten en het daaruit voortvloeiende uitvoeringsplan worden toegepast. Dit geldt ook voor de bepalingen uit het nieuwe beleid Social Return On Investment (SROI) per 1 januari 2024. Asten heeft niet het Landelijk Manifest MVOI ondertekend maar onderschrijft wel de doelen hiervan. We werken aan de onderliggende thema’s op een organische wijze via de programma’s uit onze Toekomstagenda Asten 2030 en ons inkoopbeleid. Werken volgens het Landelijke Manifest MVOI vereist een andere aanpak die de programma’s in de Toekomstagenda Asten 2030 overstijgt. Met name de grotere gemeenten in Nederland hebben tot nu toe het Landelijke Manifest MVOI ondertekend. Informatisering Blijven investeren in de informatievoorziening van de gemeente is van belang om onze dienstverlening aan burgers en bedrijven te continueren en optimaliseren, in een wereld waarin technologische ontwikkelingen, nieuwe en aangepaste wetgeving en maatschappelijke vraagstukken zich in een rap tempo opvolgen.

We werken verder aan het op orde brengen van onze informatiehuishouding om te blijven voldoen aan (nieuwe) informatie- wet en regelgeving, zodat te bewaren informatie uit processen duurzaam toegankelijk is en blijft voor iedereen die daar recht op heeft. Door te blijven investeren in digitale veiligheid en het daarmee kunnen nemen van technische en organisatorische maatregelen, kunnen we als gemeente digitale dreigingen het hoofd bieden. In 2025 (e.v.) zullen we daarom verder inzetten op het verhogen van het beveiligingsbewustzijn, het borgen van de monitoring op het gebied van informatieveiligheid en een goed werkende informatiebeveiligingscyclus. We zetten verder in op het voldoen aan het landelijke basisnormenkader Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), NIS2 en de verantwoording hierover. Informatiewetgeving en informatievoorzieningen vragen daarom om digitaal vaardige medewerkers.

88

De tijd dat automatisering leidt tot vermindering van kosten is allang voorbij. Nieuwe taken en processen automatiseren we daar waar het kan, maar dit leidt dan tot minder méérkosten bij de invoering van de nieuwe werkzaamheden. Voorts wijzen wij erop dat investeringen in de digitalisering en beveiliging nodig zijn om te voldoen aan de toenemende uitdagingen in de maatschappij. Daarbij groeit de afhankelijkheid van ICT om onze kerntaken als gemeente adequaat uit te kunnen voeren. Bedrijfscontinuïteit borgen vormt hierbij een belangrijke pijler voor ons. Door de samenwerking met de deelnemende gemeenten in deze GR ICT NML met Venlo, Roermond, Nederweert, Weert, Someren en Asten (en vanaf 1 januari Leudal voor ECGEO) ontstaan nieuwe verbindingen waarin we nog volop kansen zien in kennisdeling op het brede I&A vlak en bijv. inkoopvolume van hard- en software die we de komende jaren volop zullen gaan benutten. Privacy De gemeente Asten vindt een betrouwbare dienstverlening, waarin inwoners open en respectvol worden behandeld, belangrijk. Goede bescherming van persoonsgegevens is daarbij cruciaal. Inwoners kunnen erop vertrouwen dat de gemeente zorgvuldig, veilig en vertrouwelijk omgaat met persoonsgegevens.

De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) versterkt de privacyrechten van inwoners, geeft organisaties die persoonsgegevens verwerken meer verantwoordelijkheden en verscherpt het toezicht. Om hieraan te voldoen heeft de gemeente een Functionaris gegevensbescherming (FG) en privacy officer. Gemeente Asten geeft met het privacybeleid invulling aan de verplichtingen en bevoegdheden die voortvloeien uit de AVG. Hiermee wordt aangetoond dat zij privacy waarborgt, beschermt en handhaaft.

Beleidsindicatoren Beleidsindicatoren Beleidsindicator

W 2023

1. Formatie (aantal fte per 1.000 inwoners)

B 2024

B 2025

7,35

8,05

8,46

7,00 € 813,00

7,24

7,88

€ 935,00

€ 967,00

4. Externe inhuur (kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen)

13,65%

3,06%

2,41%

5. Overhead (overhead / totale lasten)

12,38%

17,81%

20,21%

2. Bezetting (aantal fte per 1.000 inwoners) 3. Apparaatskosten (kosten per inwoner)

Beleidsindicatoren Toelichting beleidsindicatoren 2025:

1. Formatie (aantal Fte per 1.000 inwoners). Berekening op basis van 146 begrote fte in 2025 en 17.302 inwoners (CBS, peildatum 31-1-2024).

2. Bezetting (aantal Fte per 1.000 inwoners).

Berekening op basis van 136 fte en 17.302 inwoners.

3. Apparaatskosten (Kosten per inwoner).

Berekening op basis van apparaatskosten € 16.735.559,= en 17.302 inwoners.

4. Externe inhuur (Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen).

Berekening op basis van raming externe inhuur 2025 (€ 301.000,=) / kosten totale loonsom + extern inhuur (€ 12.476.568,=).

5. Overhead. Berekening op basis van kosten overhead (€ 11.464.031,=) / totale lasten (€ 56.712.367,=).

89

4. Grondbeleid Het grondbeleid heeft veel invloed op de realisatie van programma’s zoals op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, verkeer, cultuur, sport, recreatie en economische zaken. Het grondbeleid heeft daarnaast een grote financiële impact en brengt hierdoor risico’s met zich mee.

Wat willen we bereiken? De gemeente Asten staat, voor grote opgaven waarvoor in de fysieke leefomgeving oplossingen moeten worden gevonden (beleidsdoelen). Hierbij valt te denken aan betaalbaar wonen, voldoende woningen, de energietransitie, economie, klimaatadaptatie, maar ook, water vasthouden, behoud monumenten, het voorkomen en/lof terugdringen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden en landschappelijke inpassing. Grondbeleid is één van de middelen om de beleidsdoelen en opgaven van de gemeente te realiseren. Grondbeleid is nooit een doel op zich. Dit betekent ook dat grondbeleid kansen biedt om doelen en opgaven te realiseren.

Wat doen we daarvoor? Doel grondbeleid Het doel van het grondbeleid is om de gemeente op economisch verantwoorde wijze de gewenste ruimtelijke doelstellingen te laten realiseren zoals opgenomen in de ruimtelijke (structuur)visies van de gemeente. Regie op de ruimtelijke ontwikkelingen is daarbij van belang. Deze gemeentelijke regierol wordt in belangrijke mate bepaald door de gemeentelijke grondposities. De gemeenteraad stelt het college met het grondbeleid in staat om binnen kaders  ondernemend deel te nemen aan en de regie te voeren bij de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente (actief grondbeleid);  bij gewenste ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de gemeente niet ondernemend deelneemt, zo veel mogelijk regie te voeren door het sluiten van privaatrechtelijke overeenkomsten of door het opstellen van een exploitatieplan (faciliterend grondbeleid). Om adequaat te kunnen handelen op het vlak van zogenaamde strategische en gelegenheidsaankopen maakt het college gebruik van een door de gemeenteraad beschikbaar gesteld (onafgedekt) krediet van € 2 miljoen. Nota grondbeleid Op 12 december 2023 is de nota grondbeleid vastgesteld. Een actuele en integrale Nota Grondbeleid zorgt voor een transparant en consequent beeld van het gemeentelijke grondbeleid.

Het doel van de nota is om te komen tot een transparante en eenduidige werkwijze bij de uitvoering van het grondbeleid door de gemeente Asten. De strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente Asten is hierin beschreven. Alle aspecten die een rol kunnen spelen bij het grondbeleid, zoals grondprijzenbeleid en gebruik van beschikbare instrumenten zijn toegelicht. De gemeenteraad heeft de kaders vastgesteld waarbinnen het college van burgemeester en wethouders de komende jaren het grondbeleid uitvoert. Uitgangspunt is dat de nota eens in de 4 jaar wordt geactualiseerd, tenzij zich omstandigheden voordoen. Grondbeleid De gemeente Asten kiest voor situationeel grondbeleid, waarbij per situatie, afhankelijk van factoren als wenselijkheid van de ontwikkeling, grondeigendom en risico’s, wordt afgewogen voor welke vorm van grondbeleid (actief, faciliterend of een samenwerkingsvorm) wordt gekozen.

90

Grondprijsbeleid De marktwaarde van bouwrijpe grond is niet eenvoudig te bepalen omdat deze waarde afhankelijk is van de kenmerken van het betreffend project. De gemeente Asten voert een functioneel en marktconform grondprijsbeleid. De grondprijzen voor de diverse types onroerende zaken worden door het college van burgemeester en wethouders jaarlijks, per complexen (eventueel) gedifferentieerd, vastgesteld. Risico’s grondbeleid en bepaling hoogte algemene reserve Bij het grondbeleid zijn grote bedragen en risico’s in het geding. Omdat de planning en uitvoering vaak jaren duren, kunnen de verwachte en werkelijke winst flink verschillen. Om toekomstige risico’s in de grondexploitaties af te dekken is de algemene reserve grondbedrijf gevormd. Bij de berekening van de hoogte van de reserve worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Bouwgrond in exploitatie:  Op basis van scenario’s worden de risico’s berekend;  Wanneer scenario berekeningen niet aanwezig zijn, wordt de IFLO norm (afdeling Inspectie Financiën Lokale Overheden) gebruikt. Deze norm bepaalt dat de gewenste reserve 10% van het geïnvesteerd vermogen en 10% van de nog te maken kosten bedraagt.

Algemene reserve grondbedrijf Algemene reserve grondbedrijf per 31-12-2023 Vennootschapsbelasting Prognose resultaat op projecten 2024 Algemene reserve grondbedrijf per 31 december 2024 Prognose resultaat 2025 Vennootschapsbelasting Algemene reserve grondbedrijf per 31 december 2025

3.216.525 p.m. 205.013 3.421.538 250.080 p.m. 3.671.618

Niveau reserve Bij het opstellen van de jaarrekening 2023 zijn de exploitaties geactualiseerd en de bijbehorende risico's geïnventariseerd. Volgens de uitgangspunten moest de reserve per 31-12-2023 minstens € 3.216.525,= bedragen om de risico's af te dekken. Een extra storting van € 431.537,= was in 2023 noodzakelijk om de reserve op het gewenste niveau te brengen. Bij het opstellen van de jaarrekening 2024 worden de exploitaties geactualiseerd en de bijbehorende risico's geïnventariseerd.

Wat zijn de belangrijkste randvoorwaarden?     

Woningbouwmonitor; Versnellingsagenda woningbouw; Nota grondbeleid; Voldoende vraag naar grond voor woningen/bedrijven; Omgevingswet.

91

Resultaat grondbedrijf Positieve resultaten van het grondbedrijf worden toegevoegd aan de algemene reserve grondbedrijf. Deze reserve heeft een plafond. Als de resultaten boven dit plafond uitkomen, wordt het meerdere toegevoegd aan de Reserve Eenmalige Bestedingen. Negatieve resultaten van het grondbedrijf worden ten laste van de algemene reserve grondbedrijf gebracht. De reserve wordt dan, indien nodig, aangevuld om de algemene reserve grondbedrijf op niveau te houden. Voor winstneming van de grondexploitatie geldt de percentage of completion methode (POC methode): voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. Voor verliezen moeten voorzieningen worden gevormd of deze moeten direct in mindering worden gebracht op de boekwaarde. Grondexploitaties In onderstaand overzicht zijn de prognoses van het grondbedrijf opgenomen, deze zijn gebaseerd op de cijfers van de jaarrekening 2023. Indien nodig worden de prognoses in de tussentijdse rapportages bijgesteld. In het 4e kwartaal 2024 worden de berekeningen van de grondexploitaties geactualiseerd. De consequenties hiervan zullen bij de jaarrekening 2024 worden gepresenteerd. De prognoses van de resultaten per project: Project Begroot ( + = positief resultaat 2024 - = negatief resultaat )

2025

Meerjarenbegroting 2026 2027

2028

Bouwgrond in exploitatie Loverbosch oostzijde (fase 1)

11.002

99.020

Loverbosch (fase 2)

18.478

9.239

9.239

9.239

Loverbosch (fase 3) resultaat in 2029 Biesvelden (fase 1) resultaat in 2031 Herontwikkeling Lambertusschool

256.955

Heusden Oost (fase 1)

27.420

Heusden Oost (fase 2)

34.837

Heusden Oost (fase 3)

160.691

Florapark

12.585

41.130 160.691

241.036

241.036

Niet in exploitatie genomen gronden Ommel Oost (fase 1) Strategische grondaankopen

-15.000

-15.000

-15.000

-15.000

-15.000

Ontwikkelingskrediet

-45.000

-45.000

-45.000

-45.000

-45.000

Totaal project resultaat Resultaat t.l.v of t.g.v. algemene reserve grondbedrijf

205.013 205.013

250.080 250.080

447.230 190.275 447.230 190.275

-60.000 -60.000

In de verwachte resultaten van het grondbedrijf is geen rekening gehouden met de te betalen vennootschapsbelasting (vpb). Daarom worden deze resultaten in eerste instantie toegevoegd of onttrokken uit de algemene reserve grondbedrijf. Afhankelijk van de werkelijk gerealiseerde resultaten, de te betalen vpb en toekomstige ontwikkelingen zal de reserve grondbedrijf afgeroomd worden ten gunste van de Reserve eenmalige bestedingen.

92

5. Onderhoud kapitaalgoederen De gemeente Asten is qua oppervlakte uitgestrekt (ruim 7.000 ha). Er vinden veel activiteiten plaats zoals wonen, werken en recreëren. Voor de activiteiten zijn veel gemeentelijke kapitaalgoederen nodig: wegen, riolering, verlichting, (openbaar) groen, civiele kunstwerken en gebouwen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. Met het onderhoud van deze kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. In deze paragraaf wordt het beleidskader geschetst voor het onderhoud van kapitaalgoederen en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties.

Wat willen we bereiken? Inzicht in en realisatie van, het gewenste onderhoudsniveau van de gemeentelijke kapitaalgoederen. Dit kan onder andere bepaald worden aan de hand van de gewenste kwaliteit of landelijk gehanteerde normen.

Wat doen we daarvoor? Algemeen beleidskader Het uitgangspunt bij het onderhoud van gemeentelijke kapitaalgoederen is dat deze op een adequate wijze worden onderhouden. Onderhoudslasten worden gemaakt om een kapitaalgoed in goede, oorspronkelijke staat te houden, zodat het naar behoren kan functioneren. Onderhoudslasten zijn dus niet van invloed op de vastgestelde gebruiksduur of afschrijvingstermijn. Dit is dus een essentieel verschil met het uitvoeren van een (vervangings)investering, aangezien die leidt tot verlenging van de gebruiksduur. Een dergelijke investering moet worden geactiveerd, onderhoud mag daarentegen nooit worden geactiveerd. Onderhoud wordt volledig in de begroting opgenomen, waarbij onderscheid gemaakt wordt in klein en groot onderhoud. Klein onderhoud Dit betreft dagelijkse niet voorziene reparaties of jaarlijks terugkerende onderhoudslasten (onder andere preventieve maatregelen en onderhoudscontracten) die nodig zijn om het kapitaalgoed in functionele en veilig staat te houden. De lasten die gepaard gaan met klein onderhoud worden volledig geraamd in het jaar waarin het onderhoud daadwerkelijk zal worden uitgevoerd. De lasten van klein onderhoud mogen nooit (ook niet in een voorziening) over meerdere jaren worden geëgaliseerd en worden dus volledig opgenomen in de exploitatie.

Groot onderhoud Dit betreft onderhoud van een meer ingrijpende aard, dat in feite betrekking heeft op een langere periode. Met dit type onderhoud kunnen jaarlijks fluctuerende lasten gemoeid zijn. De noodzaak voor het verrichten van groot onderhoud doet zich (normaliter) pas na een langere periode van gebruik van het actief voor, als gevolg van slijtage. De lasten die gepaard gaan met groot onderhoud worden in het jaar van uitvoering ten laste van een vooraf gevormde onderhoudsvoorziening gebracht. Deze onderhoudsuitgaven maken dus geen onderdeel uit van het saldo van baten en lasten. De enige last in de exploitatie betreft de dotatie aan de voorziening. De voorwaarde om groot onderhoud op deze manier te verwerken is dat er een recent (maximaal vijf jaar oud) en vastgesteld beheerplan aan ten grondslag ligt. 93

Specifieke beleidskaders Wegen Op grond van de Wegenwet zijn wij als wegbeheerder verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van gemeentelijke wegen en bermen. De wegen worden beheerd op kwaliteitsniveau C. Dit is vastgesteld in het beheer- en beleidsplan Wegen 2024-2028. Om de kwaliteit op het gewenste niveau te houden wordt jaarlijks planmatig onderhoud uitgevoerd. Op basis van het beheer- en beleidsplan Wegen wordt jaarlijks een storting gedaan in de onderhoudsvoorziening voor het groot onderhoud. Het klein onderhoud is opgenomen in de exploitatie. Bij de vaststelling van het beheer- beleidsplan Wegen is conform de voorschriften BBV een aparte voorziening gevormd voor achterstallig onderhoud van € 720.000,=. Per 1-12025 is 2/3 van deze achterstand weggewerkt en dit heeft vooral betrekking op de achterstand onderhoud trottoirs en asfalt rijbanen. In de loop van 2025 wordt het overige achterstallig onderhoud opgepakt zoals inritten en parkeerplaatsen. Civiele kunstwerken Civieltechnische kunstwerken in eigendom van de gemeente worden 1 keer per vijf jaar geïnspecteerd. Op basis daarvan vindt regulier en groot onderhoud plaats. In 2024 heeft er een inspectie plaatsgevonden. Op basis van de inspectie wordt ook inzichtelijk wat de kosten zijn voor het regulier onderhoud. Op basis hiervan wordt jaarlijks een storting gedaan in de onderhoudsvoorziening voor de kunstwerken.

Grootschalig onderhoud en/of vervanging van bruggen en duikers is niet in de onderhoudsvoorziening meegenomen. Openbare verlichting Het kader voor openbare verlichting is gesteld in het beleidsplan Openbare Verlichting 2020-2025. Dit beleidsplan is in december 2019 vastgesteld door de gemeenteraad en hierin zijn de missie en visie op het gebied van verlichtingsthema's binnen de gemeente vastgelegd. Belangrijke thema's hierin zijn duurzaamheid, technologische ontwikkelingen en veiligheid. Verder formuleert het beleidsplan Openbare Verlichting richtlijnen en ambities om te voldoen aan landelijke en wettelijke doelstellingen ten aanzien van energiebesparing en wetgeving. Voor de renovatie openbare verlichting is jaarlijks € 99.635 beschikbaar (groot onderhoud). Voor het jaarlijkse onderhoud aan de openbare verlichting (klein onderhoud) is een onderhoudscontract opgesteld en dit budget is opgenomen in de exploitatie. Riolering en Water Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad het Gemeentelijk Rioleringsplan Asten 2021-2025 (GRP) vastgesteld. Het GRP beschrijft het riolerings- en waterbeleid van de gemeente Asten inclusief de financiële middelen (kostendekkingsplan).

De gemeente geeft hierin aan hoe zij invulling geeft aan haar zorgplicht vanuit Wet milieubeheer (Wm) en de Waterwet (Wtw):  Inzameling en transport van stedelijk afvalwater (afvalwaterzorgplicht);  Inzameling en verwerking van (overtollig) afvloeiend hemelwater (hemelwaterzorgplicht);  Inzameling en verwerking van overtollig grondwater (grondwaterzorgplicht). Alle kosten die gemaakt worden vanuit deze drie zorgplichten worden gedekt door de rioolheffing (100% kostendekkend). Met de blik vooruit en de volksgezondheid voorop koersen we naar een duurzame, klimaatbestendige, professionele en participerende waterketen en naar een klimaatbestendig, schoon, geordend en beleefbaar watersysteem, door voortvarend aan de slag te gaan tegen aanvaardbare kosten. 94

Groen In 2025 gaan we aan de gang met de uitvoering van het programma Groen. Waar mogelijk worden kansen aangegrepen om de openbare ruimte groener, duurzamer, natuur inclusiever te maken, de gebruikswaarde te vergroten en de klimaatbestendigheid te vergroten. Daarbij zijn we nog bezig om de diverse groencontracten onder de loep te nemen. In 2025 wordt bekeken of deze werkzaamheden met andere beheersdisciplines als vegen en reinigen integraal opnieuw aanbesteed kunnen worden. Daarin wordt onder andere gekeken naar onderwerpen als biodiversiteit, duurzaamheid en participatie. Het op niveau houden van het bomenbestand en groenelementen (klein onderhoud) wordt jaarlijks gedaan uit de reguliere exploitatie. Voor het renoveren van boomlanen (groot onderhoud) is een bomenrenovatieplan opgesteld voor 2021-2025 en hiervoor is een apart bedrag beschikbaar gesteld. Vanuit het project 'planten duizenden extra bomen' wordt gericht gezocht naar locaties waar in de komende jaren vergroend kan worden en extra bomen gepland kunnen worden. Voor bosbeheer wordt jaarlijks een beheerplan gemaakt en daarin wordt onder andere gedund en hout geoogst en de opbrengsten van het hout worden gebruikt om onderhoud uit te voeren. In de komende 10 jaar gaan we ook aan de slag met het revitaliseren van onze bossen om deze vitaler, biodiverser en weerbaarder te maken.

Gemeentelijke gebouwen De gemeentelijke gebouwen zijn in 2024 geschouwd voor groot onderhoud. Afhankelijk van de resultaten van de schouw, met inachtneming van het gewenste onderhoudsniveau dat is bepaald op het wettelijk minimum om het gebouw in stand te houden, heeft dit financiële consequenties voor de meerjarige onderhoudsplanning (MJOP). Op basis van deze onderhoudsplanningen worden de benodigde jaarlijkse stortingen in de onderhoudsvoorzieningen bepaald, waarbij de stortingen jaarlijks worden geïndexeerd. De gemeente heeft de wettelijke taak om een routekaart op te stellen voor het verduurzamen van het gemeentelijke vastgoed. De MJOP'S moeten worden uitgebreid met het component duurzaamheid. De routekaart wordt separaat aan de raad voorgelegd. De lasten die gepaard gaan met klein onderhoud worden volledig geraamd in het jaar waarin het onderhoud daadwerkelijk zal worden uitgevoerd. De geraamde lasten zijn gebaseerd op ervaringscijfers. Sportvelden De gemeente Asten beschikt over een drietal sportparken. Op parkniveau is een onderhoudsvoorziening gevormd voor groot onderhoud, rekening houdend met de aanwezige verenigingen. De onderliggende onderhoudsplanningen zijn eind 2021 geactualiseerd en uitgebreid naar 40 jaar. De kosten voor klein onderhoud stijgen de laatste jaren fors door onder andere veranderde wet- en regelgeving.

Denk hierbij aan de discussie over rubberkorrels bij voetbalvelden en het beperken van chemische bestrijdingsmiddelen bij onder andere beregening van de velden. Alternatieven zijn in sommige gevallen voorhanden, maar werken vaak kostenverhogend. De lasten die gepaard gaan met klein onderhoud worden volledig geraamd in het jaar waarin het onderhoud daadwerkelijk zal worden uitgevoerd. De geraamde lasten zijn gebaseerd op de geactualiseerde onderhoudsplanning.

95

Wat mag het kosten? Financiële consequenties In onderstaande tabel zijn de financiële consequenties van het groot onderhoud aan de bovenstaande kapitaalgoederen weergegeven, voor zover hier een onderhoudsvoorziening aan ten grondslag ligt. Zoals in het algemene beleidskader beschreven, wordt het klein onderhoud van de diverse kapitaalgoederen betaald uit de reguliere exploitatie.

Voorzieningen

Onderhoud wegen Onderhoud civiele kunstwerken

Saldo

Storting

Onttrekking

Saldo

1-1-2025

2025

2025

31-12-2025

1.919.853

1.310.011

729.991

2.499.873

27.747

10.633

29.820

8.560

6.212.126

1.101.720

4.449.500

2.864.346

18.674

0

0

18.674

Onderhoud gebouwen

2.946.638

799.582

1.233.485

2.512.735

Onderhoud sportvelden

512.475

273.252

282.072

503.655

9.910.964

2.988.809

4.194.775

8.704.998

Onderhoud riolering Onderhoud groen

Totaal

96

6. Financiering De paragraaf financiering heeft betrekking op de gemeentelijke financieringsfunctie (treasuryfunctie). De financieringsfunctie zorgt ervoor dat er voldoende middelen zijn zodat de gemeente aan alle financiële verplichtingen kan voldoen. Hiervoor worden kortlopende en langlopende leningen aangetrokken. Onder de financieringsfunctie valt ook het verstrekken van leningen/garanties en het beheersen van financiële risico’s.

Wat willen we bereiken?    

Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; Het beschermen van het gemeentelijke vermogen tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, valutarisico’s en liquiditeitsrisico’s; Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido, aanvullende regelgeving en respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.

Wat doen we daarvoor? Wettelijk kader Het wettelijk kader van de treasuryfunctie ligt voor een deel besloten in de nationale regelgeving en voor een deel in Europese regelgeving. Binnen de nationale regelgeving zijn de kaders voornamelijk:  Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido);  Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof);  Wet verplicht schatkistbankieren;  Besluit Begroting en Verantwoording (BBV);  De Gemeentewet. Deze wettelijke kaders zijn verder uitgewerkt en vastgelegd in het gemeentelijke Treasurystatuut 2014 dat op 11 maart 2014 is vastgesteld door de gemeenteraad. Schatkistbankieren Op basis de Wet Fido zijn decentrale overheden verplicht om hun overtollige liquide middelen via een rekening-courant, met eventueel een daaraan gekoppelde depositorekening, in 's Rijks schatkist aan te houden. De uitzondering hierop is dat decentrale overheden hun liquide middelen in de vorm van leningen kunnen uitzetten bij andere decentrale overheden, mits zij niet met het financiële toezicht op dit lichaam zijn belast. Uitgezette gelden Het saldo op de rekening courant van de schatkist bedraagt op 1 september 2024 € 8.522.744,=. Drempelbedrag Daarnaast mogen decentrale overheden liquide middelen buiten 's Rijks schatkist houden mits deze, gerekend over een kwartaal, het drempelbedrag niet te boven gaan.

Naar aanleiding van een landelijke evaluatie wordt vanaf 1 juli 2021 voor gemeenten (en provincies, waterschappen en hun gemeenschappelijke regelingen) met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen de drempel voor het verplicht schatkistbankieren verhoogd naar 2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen.

97

Risicobeheer De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn koersrisico’s, renterisico’s en kredietrisico’s. Hieronder wordt weergegeven in welke mate deze risico’s zich bij onze gemeente voordoen en op welke wijze de gemeente deze risico’s beheerst. 1. Koersrisicobeheer De koersrisico’s van de gemeente zijn zeer beperkt omdat uitsluitend middelen worden uitgezet bij de schatkist of bij andere overheden. Dit gebeurt in vastrentende waarden. Vastrentende waarden garanderen dat op de einddatum de nominale waarde wordt uitgekeerd. Op de einddatum is dus geen sprake van koersrisico’s. 2. Renterisicobeheer Door schommelingen in de rentevoet loopt een gemeente renterisico. Het renterisico kan worden gemeten door middel van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet begrenst de omvang van de korte financiering (korter dan een jaar). De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal van de gemeente bij aanvang van het jaar, met een minimum van € 300.000,=. Voor 2025 bedraagt de kasgeldlimiet voor de gemeente Asten € 4,77 miljoen. Momenteel zijn er geen leningen aangegaan met een looptijd van maximaal een jaar. Dat betekent dat het renterisico onder de kasgeldlimiet uitkomt. Renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel om het renterisico bij het opnemen van leningen te beheersen.

Het effect van de renterisiconorm op de financieringswijze is dat de herfinanciering van vaste leningen niet ineens plaatsvindt, maar over een periode van minimaal vijf jaar wordt gespreid. Dit betekent dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen voor gemeenten niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Voor 2024 bedraagt de renterisiconorm voor de gemeente Asten € 11,23 miljoen. In 2024 is een lening van € 5 miljoen afgelost alsmede een nieuwe lening van 9 miljoen met een looptijd van 7 jaar aangetrokken. Hiermee is onder de renterisiconorm gebleven. 3. Kredietrisicobeheer De gemeente loopt tenslotte risico bij het uitzetten van gelden en verlenen van garanties ten behoeve van de publieke taak. De gemeente loopt hierbij het risico dat de kredietnemer zijn financiële verplichting niet kan voldoen. Uitzettingen geschieden daarom uitsluitend aan tegenpartijen die aan de in het treasurystatuut genoemde eisen voor kredietwaardigheid voldoen. Door deze maatregel worden kredietrisico’s zoveel mogelijk beperkt. Opgenomen geldleningen Medio 2020 is een lening opgenomen van € 5 miljoen, tegen een negatieve rente van -0,12% voor een periode van 4 jaar vast. Dit betekent een rentebaat van € 6.000,= per jaar. Deze lening is medio juli 2024 afgelost.

Begin 2021 is nog een lening van € 10 miljoen aangetrokken tegen een negatieve rente van -0,25% voor een periode van 10 jaar vast. Dit betekent een rentebaat van € 25.000,= per jaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=1e01a970-280a-4fd2-a5fb-2aca842e63ed