Bijlage 1a - Motivering BOPA Gezandebaan 32
Tekst van het document
PFAS Voor hergebruik van grond zijn in het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ (d. d. december 2021) regels opgesteld waardoor voorafgaand aan hergebruik van grond wel onderzoek naar PFAS nodig is. Omdat bij de herontwikkeling geen grond van de locatie wordt afgevoerd of elders buiten de locatie wordt hergebruikt , wordt geen onderzoek naar PFAS verricht.
pagina 7 van 24
documentkenmerk: 2402446LLU-01 , versie 0
3.
Verkennend bodemonderzoek
3. 1 Onderzoeksstrategie Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740:2023. De te volgen strategie is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 3. 1: strategie verkennend bodemonderzoek strategie 1)
boorwerk asfalt- of (diepte in m-mv) betonboringen boringen peilbuizen (diameter) 2 A: 6. 775 deellocatie gehele terrein , excl. bebouwing (ca. m) VED-HE-NL
15 x (05) , 3 x (20) ,
analyses 2) grond
grondwater
5 x (ø 12 cm)
5 x NEN-g 4)
1 x NEN-gw
-
-
2 x PCB
-
-
-
1 x PCB
-
-
-
1 x PCB
-
-
-
1 x PCB
-
-
-
1 x PCB
-
-
-
1 x PCB
-
1
deellocatie B: druppelzones west- en oostzijde (ca. 13 m)1 VEP
- 3)
deellocatie C: druppelzone (ca. 29 m)1 VEP
- 3)
deellocatie F: druppelzone (ca. VEP
29 m)1
- 3)
deellocatie G: druppelzone (ca. 6 m)1 VEP
- 3)
deellocatie H: druppelzone zuidzijde (ca. 2 m)1 VEP
- 3)
deellocatie I: druppelzone (ca. 21 m)1 VEP
- 3)
Opmerkingen bij de tabel: 1) verklaring strategie: VEP : onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern; VED-HE-NL : onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie , diffuse bodembelasting , heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming , (niet lijnvormig). 2) verklaring analyses: NEN-g : pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum , 9 metalen , PAK , PCB en minerale olie); NEN-gw : pakket NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen , vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen , vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie); PCB : polychloorbifenylen. 3) Ter plaatse van de druppelzones worden de boringen gecombineerd uitgevoerd met de asbestgaten. De werkzaamheden hiervan zijn beschreven in hoofdstuk 4 van dit rapport. 4) conform de strategie VED-HE-NL dienen drie analyses te worden verricht op de meest verdachte laag. Om ook een uitspraak te kunnen doen over de milieuhygiënische kwaliteit van de (onverdachte) ondergrond zijn twee extra analyses opgenomen.
De analyses worden door een geaccrediteerd laboratorium uitgevoerd. De grond- en grondwatermonsters worden conform AS3000 voorbewerkt.
pagina 8 van 24
documentkenmerk: 2402446LLU-01 , versie 0
3. 2 Uitvoering 3. 2. 1
Kwalibo
Op de veldwerkzaamheden is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Voor dit onderzoek zijn de werkzaamheden uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001 en 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. In de volgende tabel zijn de namen van de erkende veldwerkers weergegeven , die voor onderhavig onderzoek het veldwerk hebben uitgevoerd. Tabel 3. 2: erkende veldwerkers Tritium Advies veldwerker datum uitvoering boorwerkzaamheden (protocol 2001)
boornummers/peilbuisnummer
Dorus Straatman en Laurens Emaus
A01 t/m A19
17-10-2024
monstername grondwater (protocol 2002) Dorus Straatman
24-10-2024
A01
Conform BRL-SIKB 2000 zijn de veldwerkzaamheden getoetst op partijdigheid. De uitvoerder van het veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als dat van een onafhankelijk onderzoeksbureau.
3. 2. 2
Plaatsen boringen en peilbuis
De locaties van de boringen en peilbuis zijn weergegeven in bijlage 2. Tijdens het plaatsen van de boringen en peilbuis bleek dat ter plaatse van de westelijke perceelsgrens een open halfverharding met volledig puin aanwezig is. Ter plaatse zijn twee boringen gestaakt op het puin (A05 en A18). Omdat de halfverharding tijdens de herontwikkeling op de locatie blijft liggen en niet van de locatie afgevoerd gaat worden , is deze in overleg met de opdrachtgever niet aanvullend onderzocht. Verder deden zich geen belemmeringen of bijzonderheden voor. De bij de boringen vrijkomende grond is in het veld zintuiglijk beoordeeld. Hierbij zijn de in de volgende tabel weergegeven bijzonderheden waargenomen en overige waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. Voor de bodemopbouw wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3.
pagina 9 van 24
documentkenmerk: 2402446LLU-01 , versie 0
Tabel 3. 3: waarnemingen boring
traject (m-mv)
A05
000 , 030 ,
- 030 ,
-
, - 080
-
A12 A15
000 , 000 ,
- 050 ,
-
, - 050
-
A16 A17
000 , 000 ,
- 050 ,
-
, - 030
-
A18
- 040 ,
-
A19
000 , 000 ,
, - 030
-
B01 B02
000 , 000 ,
- 010 ,
-
, - 010
-
Ag20 Ag21
000 , 000 ,
- 035 ,
-
, - 050
-
Ag22 Ag23
000 , 000 ,
- 050 ,
-
, - 050
-
Ag24 Ag25
000 , 000 ,
- 050 ,
-
, - 050
-
en
bijzonderheden
asbestverdacht materiaal
waarnemingen
en
bijzonderheden
einddiepte (m-mv)
volledig puin matig puinhoudend , hierna gestaakt matig puinhoudend sterk puinhoudend volledig puin volledig puin hierna gestaakt volledig puin uiterst puinhoudend uiterst puinhoudend uiterst puinhoudend sterk puinhoudend sterk puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend
, 080
100 , 100 , 100 , , 080
040 , , 080
050 , 050 , 200 , 050 , 050 , 050 , 050 , 050 ,
Omdat de herkomst en kwaliteit van het puin ter plaatse van A12 en A15 onbekend is , dient deze als verdacht op het voorkomen van asbest te worden beschouwd. Derhalve is ter plaatse direct een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn weergegeven in hoofdstuk 4.
3. 2. 3
Bemonstering grondwater
Tijdens de grondwatermonstername zijn in het veld de zuurgraad (pH) , de troebelheid en de elektrische geleidbaarheid (Ec) van het grondwater bepaald. De peilbuisspecificaties en meetresultaten zijn weergegeven in de volgende tabel. De plaats van de peilbuis is weergegeven in bijlage 2. Tabel 3. 4: peilbuisspecificaties peilbuis
datum filtertraject grondwaterstand bemonstering (m-mv) (m-mv) deellocatie A: gehele terrein , excl. bebouwing (ca. 6. 775 m)2
pH
Ec
(µS/cm)
troebelheid (ntu)
belucht
(-)
A01
61,
457
17
nee
24-10-2024
200 ,
-
300 ,
120 ,
Tijdens de bemonstering van het grondwater bleek dat de troebelheid van het grondwater in de peilbuis groter is dan 10 ntu. Hierdoor kunnen concentraties van organische parameters hoger uitvallen. Bij de interpretatie van de analyseresultaten van het grondwater wordt hier rekening met gehouden. De betrouwbaarheid van de analyseresultaten wordt in paragraaf 3. 3. 3 besproken.
pagina 10 van 24
documentkenmerk: 2402446LLU-01 , versie 0
3. 2. 4
Analyses
De grond- en grondwatermonsters zijn volgens de volgende tabellen geanalyseerd. Tabel 3. 5: geanalyseerde monsters (grond) traject deelmonsters analyses 1) code (m-mv) deellocatie A: gehele terrein , excl. bebouwing (ca. 6. 775 m)2
toelichting
MMA01
monster-
MMA02 MMA03
000 , 011 , 000 ,
-
-
-
, 080
060 , , 080
A05 (030 , A15 (000 , A03 (013 , A13 (011 ,
, , - 080)
A12 (000 ,
-
, , 050)
NEN-g
matig tot sterk puinhoudend (zand)
A06 (012 ,
-
060) , ,
NEN-g
- 080) , ,
A17 (030 , A19 , A18 (000 (030 A01 (000 A04 , - 050) , , (000 , A11 (000 , - 020) , , A14 (000 ,
-
, , 060) , 060) - 020) , , - 050) , - 050) , , A07 (000 , - 050) , , - 050) , , A10 (000 , - 030) , , , A02 (050 , , , - 110) - 100) , , A16 (080 , , - 100) - 100)
NEN-g
- 040) , ,
-
NEN-g
zintuiglijk schone bovengrond (zand) , onder erfverharding zintuiglijk schone bovengrond (zand) , onder open halfverharding westelijke perceelsgrens zintuiglijk schone bovengrond (zand)
A16 (050 ,
NEN-g
zintuiglijk schone bovengrond (zand)
NEN-g
zintuiglijk schone ondergrond (zand)
, - 050)
- 025) , , - 040) ,
,
MMA04
000 ,
-
050 ,
MMA05
000 ,
-
050 ,
A02 (000 ,
110 ,
, A08 (000 A01 (060 , A06 (060 ,
MMA06
050 ,
-
deellocatie B: druppelzones west- en oostzijde (ca. 13 m)1 MMB01 000 , , B01 (000 , , , B02 (000 , , - 010 - 010) - 010)
PCB , L+H
meest verdachte bodemlaag (contactzone) ,
MMB02
, 010)
PCB , L+H
westelijke zijde meest verdachte bodemlaag (contactzone) , oostelijke zijde
000 ,
-
010 ,
B03 (000 ,
, , - 010)
B04 (000 ,
-
deellocatie C: druppelzone (ca. 29 m)1 MMC01
000 ,
-
010 ,
C01 (000 ,
-
, , C02 (000 , , 010) - 010) 1 deellocatie F: druppelzone (ca. 29 m)
PCB , L+H
meest verdachte bodemlaag (contactzone)
MMF01
000 ,
-
010 ,
F01 (000 ,
-
, - 010)
PCB , L+H
meest verdachte bodemlaag (contactzone)
, - 010)
PCB , L+H
meest verdachte bodemlaag (contactzone)
PCB , L+H
meest verdachte bodemlaag (contactzone)
PCB , L+H
meest verdachte bodemlaag (contactzone)
, , F02 (000 , 010)
deellocatie G: druppelzone (ca. 6 m)1 MMG01
000 , , G01 (000 , , , G02 (000 , - 010 - 010) deellocatie H: druppelzone zuidzijde (ca. 2 m)1 H04-1
000 , , H04 (000 , , - 010 - 010) deellocatie I: druppelzone (ca. 21 m)1 MMI01
000 ,
-
010 ,
I01 (000 , I03 (000 ,
, , I02 (000 , 010) , - 010)
-
, , - 010)
Opmerkingen bij de tabel: 1) verklaring analyses: NEN-g : pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum , 9 metalen , PAK , PCB en minerale olie); PCB : polychloorbifenylen; L+H : lutum en humus (organische stof).
Tabel 3. 6: geanalyseerde monsters (grondwater) filtertraject analyses 1) code (m-mv) deellocatie A: gehele terrein , excl. bebouwing (ca. 6. 775 m)2
motivatie
A01-1-1
onderzoek grondwater
monster-
peilbuisnummer
A01
200 ,
-
300 ,
NEN-gw
Opmerkingen bij de tabel: 1) verklaring analyses: NEN-gw : pakket NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen , vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen , vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie).
pagina 11 van 24
documentkenmerk: 2402446LLU-01 , versie 0
3. 3 Analyseresultaten 3. 3. 1
Toetsingskaders
De analyseresultaten van de grond en/of grondwatermonsters zijn vergeleken met de momenteel geldende toetsingskaders. Voor een nadere toelichting op de gehanteerde toetsingskaders wordt verwezen naar bijlage 7. In de volgende tabellen is weergegeven op welke wijze de mate van verontreiniging na toetsing van de analyseresultaten aan de normen uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) , Regeling bodemkwaliteit (Rbk) en Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in het rapport wordt weergegeven. Tabel 3. 7: mate
van
aanduiding in rapport <I >I
verontreiniging volgens Bal betekenis voor grond interventiewaarde wordt niet overschreden interventiewaarde wordt overschreden
Tabel 3. 8: bodemkwaliteitsklasse volgens Rbk aanduiding in rapport landbouw/natuur (LN) wonen (Wo) industrie (Ind) matig verontreinigd (MV)
sterk verontreinigd (SV)
betekenis grond kan vrij worden toegepast bij elke bodemfunctie en elke bodemkwaliteit grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader worden toegepast bij de bodemfuncties en bodemkwaliteiten " wonen " of " industrie " grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader enkel worden toegepast bij de bodemfunctie en bodemkwaliteit " industrie " grond kan alleen worden toegepast bij de bodemfunctie en bodemkwaliteit “matig verontreinigd” of toepassing alleen geregeld door maatwerkregels/-voorschriften toepassing alleen geregeld door maatwerkregels/-voorschriften
Tabel 3. 9: signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering volgens Bkl aanduiding in rapport
betekenis voor grondwater
< SP > SP
signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering wordt niet overschreden signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering wordt overschreden
In verband met de overgangsperiode van de Wet bodembescherming naar de Omgevingswet zijn de resultaten vooralsnog aan beide kaders getoetst. De toetsingen aan de Wet bodembescherming zijn tussen haakjes opgenomen in de volgende tabellen.
3. 3. 2
Grond
De analyseresultaten van de grondmonsters zijn weergegeven in bijlage 4. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 8. Een samenvatting is weergegeven in de volgende tabel.
pagina 12 van 24
documentkenmerk: 2402446LLU-01 , versie 0
Tabel 3. 10: samenvatting toetsingsresultaten grond monster-
code
traject (m-mv)
deelmonsters
motivatie
toetsingsresultaten Bal (Wbb) 1) < I ( > AW) 3) < I ( > T) 3) > I
indicatie Rbk 2)
deellocatie A: gehele terrein , excl. bebouwing (ca. 6. 775 m)2 MMA01
MMA02
MMA03
000 ,
011 ,
000 ,
-
-
-
, 080
060 ,
080 ,
A05 (030 , A12 (000 , A15 (000 ,
, , - 080)
matig tot sterk puinhoudend
, , - 050)
(zand)
koper , zink
-
-
Ind.
A03 (013 , A06 (012 , A13 (011 ,
- 025) , ,
zintuiglijk schone bovengrond (zand) , onder erfverharding
-
-
-
LN
A16 (050 , A17 (030 ,
- 080) , ,
zintuiglijk schone bovengrond (zand) , onder open halfverharding westelijke perceelsgrens zintuiglijk schone bovengrond (zand)
zink
-
-
LN
zink
-
-
Ind.
-
-
-
LN
-
-
-
LN
, - 050)
- 060) , , - 040) , - 060) , ,
A18 (000 , - 040) , , A19 (030 , - 060) , MMA04 000 , , A01 (000 , , , - 050 - 050) A04 (000 , , , - 020) A11 (000 , , , - 020) A14 (000 , , - 050) MMA05 000 , , A02 (000 , , , - 050 - 050) zintuiglijk schone bovengrond A07 (000 , , , - 050) (zand) , , , A08 (000 - 050) A10 (000 , , - 030) MMA06 050 , - 110 , A01 (060 , - 110) , , zintuiglijk schone ondergrond A02 (050 , - 100) , , (zand) A06 (060 , - 100) , , A16 (080 , - 100) , B: en deellocatie druppelzones westoostzijde (ca. 13 m)1 MMB01
B01 (000 , B02 (000 ,
- 010) , ,
meest verdachte bodemlaag
-
-
-
LN
- 010) ,
B03 (000 , B04 (000 ,
- 010) , ,
(contactzone) , westelijke zijde meest verdachte bodemlaag (contactzone) , oostelijke zijde
-
-
-
LN
deellocatie C: druppelzone (ca. 29 m)1 MMC01 000 , - 010 , C01 (000 , - 010) , , C02 (000 , - 010) ,
meest verdachte bodemlaag
-
-
-
LN
deellocatie F: druppelzone (ca. 29 m)1 MMF01 000 , - 010 , F01 (000 , - 010) , , F02 (000 , - 010) ,
meest verdachte bodemlaag
-
-
-
LN
deellocatie G: druppelzone (ca. 6 m)1 MMG01 000 , - 010 , G01 (000 , - 010) , , G02 (000 , - 010) ,
meest verdachte bodemlaag
-
-
-
LN
-
-
-
LN
-
-
-
LN
MMB02
000 , 000 ,
-
-
010 , 010 ,
- 010) ,
(contactzone)
(contactzone)
(contactzone)
deellocatie H: druppelzone zuidzijde (ca. 2 m)1 , , , , H04-1 000 - 010 H04 (000 - 010) meest verdachte bodemlaag (contactzone) deellocatie I: druppelzone (ca. 21 m)1 MMI01 000 , , I01 (000 , , , - 010 - 010) I02 (000 , , , - 010) I03 (000 , , - 010)
meest verdachte bodemlaag
(contactzone)
Opmerkingen bij de tabel: gezien de overgangsperiode van de Wet bodembescherming naar de Omgevingswet zijn de resultaten vooralsnog aan 1) beide kaders getoetst 2) de toetsing aan het Regeling bodemkwaliteit betreft een indicatie van de hergebruiksmogelijkheden 3) alleen van toepassing bij toetsing aan Wet bodembescherming.
pagina 13 van 24
documentkenmerk: 2402446LLU-01 , versie 0
In verband met een logistieke storing in het laboratorium is de conserveringstermijn voor naftaleen (als onderdeel van PAK) in enkele (meng)monsters overschreden. De overschrijding van de conserveringstermijn bedraagt niet meer dan enkele dagen. In die tijd worden de monsters volgens de gangbare bewaarprocedure (gekoeld en donker) bewaard op het laboratorium. De invloed op het resultaat is daarmee beperkt. Gelet op de zeer beperkte afwijking en omdat zeer lage gehalten zijn aangetoond , worden de resultaten representatief geacht.
3. 3. 3
Grondwater
De analyseresultaten van het grondwatermonster is weergegeven in bijlage 5. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 9. Een samenvatting is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 3. 11: samenvatting toetsingsresultaten grondwater peilbuis-monsternummer code
filtertraject (m-mv)
motivatie
deellocatie A: gehele terrein , excl. bebouwing (ca. 6. 775 m)2 A01 A01-1-1 200 , – 300 , onderzoek grondwater
toetsingsresultaten Bkl (Wbb) 1) < SP ( > S) 2) < SP ( > T) 2) > SP ( > I) barium
koper
-
Opmerkingen bij de tabel: gezien de overgangsperiode van de Wet bodembescherming naar de Omgevingswet zijn de resultaten vooralsnog aan 1) beide kaders getoetst. 2) alleen van toepassing bij toetsing aan Wet bodembescherming.
Vanwege de verhoogde troebelheid van het grondwater is aan de hand van de verwachtingen volgens het vooronderzoek , de overige waarnemingen tijdens de uitvoering van het veldwerk en de overige analyseresultaten beoordeeld of de resultaten voor organische parameters in het totale beeld van het onderzoek passen. Omdat slechts een zeer beperkte verhoging in troebelheid is gemeten , wordt niet verwacht dat dit van invloed is op het resultaat. Daarnaast leidt een verhoging van de troebelheid tot een overschatting op het resultaat van organische parameters. Omdat geen verhoogde gehalten aan organische parameters zijn aangetoond , kan de mate van beïnvloeding niet dusdanig zijn dat er sprake zou kunnen zijn van een concentratie die de interventiewaarde overschrijdt. Derhalve zijn de resultaten als betrouwbaar beoordeeld.
pagina 14 van 24
documentkenmerk: 2402446LLU-01 , versie 0
4.
Verkennend asbestonderzoek
4. 1 Onderzoeksstrategie Het verkennend asbestonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5707+C2 (december 2017). De te volgen strategie is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 4. 1: strategie verkennend asbestonderzoek strategie 1)
veldwerkzaamheden inspectiegaten (03, x 03, m , 05, m-mv)
inspectiegaten tot onderzijde verdachte laag 2)
2
1
1 x asbest in grond
2 richtingen , 2 stroken 15, m deellocatie B: druppelzones west- en oostzijde (ca. 13 m)1
1
1 x asbest in grond
4 3)
-
2 x asbest in grond
2 richtingen , stroken 15, m deellocatie F: druppelzone (ca. 29 m)1
2 3)
-
1 x asbest in grond
VEP
2 3)
-
1 x asbest in grond
2 3)
-
1 x asbest in grond
1 3)
-
1 x asbest in grond
3 3)
-
1 x asbest in grond
maaiveldinspectie
analyses
puinhoudende bovengrond A12 VED-HE
2 richtingen , stroken 15, m puinhoudende bovengrond A15 VED-HE
VEP
2 richtingen , stroken 15, m
deellocatie C: druppelzone (ca. 29 m)1 VEP
2 richtingen , stroken 15, m
deellocatie G: druppelzone (ca. 6 m)1 VEP
2 richtingen , stroken 15, m
deellocatie H: druppelzone zuidzijde (ca. 2 m)1 VEP
2 richtingen , stroken 15, m
deellocatie I: druppelzone (ca. 21 m)1 VEP
2 richtingen , stroken 15, m
Opmerkingen bij de tabel: 1) verklaring strategie: VED-HE : onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie , diffuse bodembelasting , heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming; VEP : onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern. 2) de gaten worden uitgevoerd tot aan de onderzijde van de verdachte laag met een maximum van 2 meter. Indien blijkt dat vanaf een bepaalde diepte het graven van gaten niet meer mogelijk is , worden boringen uitgevoerd met een diameter van tenminste 12 cm. , , 3) de gaten worden uitgevoerd in de meest verdachte laag (contactzone , 000 – 010 m-mv) en de onderliggende laag , , (010 – 050 m-mv).
De analyses worden door
een
geaccrediteerd laboratorium uitgevoerd.
pagina 15 van 24
documentkenmerk: 2402446LLU-01 , versie 0
4. 2 Uitvoering 4. 2. 1
Kwalibo
Op de veldwerkzaamheden is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Voor dit onderzoek zijn de werkzaamheden uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocol 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. In de volgende tabel zijn de namen weergegeven onderzoek het veldwerk hebben uitgevoerd.
van
de erkende veldwerkers , die voor onderhavig
Tabel 4. 2: erkende veldwerkers Tritium Advies veldwerker maaiveldinspectie Dorus Straatman en Dirk van de Laar
datum uitvoering
nummers
24-10-2024
maaiveld
24-10-2024
B01 t/m B04 , C01 , C02 , F01 , F02 , G01 , G02 , H04 , I01 , I02 , I03 , Ag20 t/m Ag25
inspectiegaten (protocol 2018) Dorus Straatman en Dirk van de Laar
Conform BRL-SIKB 2000 zijn de veldwerkzaamheden getoetst op partijdigheid. De uitvoerder van het veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als dat van een onafhankelijk onderzoeksbureau.
4. 2. 2
Maaiveldinspectie
Het maaiveld van de locatie was tijdens de maaiveldinspectie gedeeltelijk bedekt met verhardingen en/of vegetatie. Vanwege de toestand van het maaiveld wordt de efficiëntie van de maaiveldinspectie geschat op < 50% en is daarmee onvoldoende om een uitspraak te kunnen doen over de kwantitatieve hoeveelheid asbest op het maaiveld. Tijdens de maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld en de aanwezige verhardingen.
4. 2. 3
Inspectiegaten en boorwerk
De locaties van de inspectiegaten en boringen zijn weergegeven in bijlage 2. De belemmeringen of bijzonderheden evenals de waarnemingen die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging met asbest zijn weergegeven in paragraaf 3.2.2 , tabel 3. 3. Door de mogelijke aanwezigheid van hogere gehalten aan respirabele vezels zijn de asbestmonsters ter plaatse van de druppelzones (deellocatie B t/m I) in verband met veiligheidsoverwegingen niet in het veld gezeefd. Voor de bodemopbouw wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3.
4. 2. 4
Analyses asbest
De monsters zijn volgens de volgende tabel geanalyseerd.
pagina 16 van 24
documentkenmerk: 2402446LLU-01 , versie 0
Tabel 4. 3: geanalyseerde monsters vindplaats of inspectiegat
monster-
code
traject (m-mv) 1)
puinhoudende bovengrond A12 Ag23 t/m Ag25 000 , , Asbmm02-1 - 050
analyses
asbest in grond
puinhoudende bovengrond A15 Ag20 t/m Ag22 000 , Asbmm01-1
toelichting
zwak puinhoudend
, - 050 asbest in grond deellocatie B: druppelzones west- en oostzijde (ca. 13 m)1 B01 , B02 000 , , Bbgmm01 - 010 asbest in grond asbest SEM 2) B03 , B04 000 , , Bbgmm02 - 010 asbest in grond asbest SEM 2) deellocatie C: druppelzone (ca. 29 m)1
sterk tot uiterst puinhoudend
C01 , C02
asbest in grond asbest SEM 2)
meest verdachte bodemlaag contactzone
asbest in grond asbest SEM 2) asbest in grond
meest verdachte bodemlaag contactzone
asbest in grond asbest SEM 2)
meest verdachte bodemlaag contactzone
asbest in grond asbest SEM 2) asbest in grond
meest verdachte bodemlaag contactzone
asbest in grond
meest verdachte bodemlaag contactzone
Cbgmm01
000 ,
- 010 ,
deellocatie F: druppelzone (ca. 29 m)1 F01 , F02 000 , , Fbgmm01 - 010 Fogmm01
010 ,
, - 050
deellocatie G: druppelzone (ca. 6 m)1 G01 , G02 000 , , Gbgmm01 - 010
meest verdachte bodemlaag contactzone (westzijde) meest verdachte bodemlaag contactzone (oostzijde)
laag direct onder contactzone
deellocatie H: druppelzone zuidzijde (ca. 2 m)1 H04
H04-3
000 ,
- 010 ,
H04-4
010 ,
- 050 ,
laag direct onder contactzone
deellocatie I: druppelzone (ca. 21 m)1 I01 t/m I03
Ibgmm01
000 ,
- 010 ,
Opmerkingen bij de tabel: 1) in geval er sprake is van een monster dat samengesteld is uit deelmonsters , betreft het aangegeven traject de minimale en maximale diepte van de deelmonsters in het betreffende mengmonster. 2) In de contactzone zijn in de fractie < 05, mm met de optische lichtmicroscoop de in tabel 4. 5 weergegeven asbestverdachte vezels waargenomen. Derhalve zijn aanvullend SEM-analyses uitgevoerd. Met een SEM-analyse kan het gehalte aan respirabele vezels worden bepaald. De resultaten van de SEM-analyses zijn verwerkt in tabel 4. 4.
4. 3 Analyseresultaten 4. 3. 1
Toetsingskader
De analyseresultaten van de grond worden vergeleken met de interventiewaarde bodemkwaliteit uit bijlage IIa van het Besluit activiteiten leefomgeving. De interventiewaarde voor asbest is vastgesteld op 100 mg/kg d. s. gewogen asbest. Een toelichting op het toetsingskader is weergegeven in bijlage 7.
4. 3. 2
Analyseresultaten asbest
De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 6. De berekening van de totale gewogen gehalte asbest is weergegeven in de volgende tabel.
pagina 17 van 24
documentkenmerk: 2402446LLU-01 , versie 0
Tabel 4. 4: berekening vindplaats of inspectiegat
gewogen
monster
traject (m-mv)
code
gehalte omschrijving
gehalte asbest (mg/kg d. s. ) fractie fractie fractie totaal < 05, mm20 <
mm
> 20 mm
gewogen 2)
puinhoudende bovengrond A12 Ag23 t/m Ag25
, Asbmm02-1 000 A15 puinhoudende bovengrond
- 050 ,
zwak puinhoudend
-
<2
n. a.
<2
-
<2
n. a.
<2
meest verdachte bodemlaag contactzone (westzijde) meest verdachte bodemlaag contactzone (oostzijde)
< 11, 1)
<2
n. a.
<2
< 11, 1)
2
n. a.
2
meest verdachte bodemlaag contactzone
14 1)
21
n. a.
35
meest verdachte bodemlaag contactzone
15 1)
310
n. a.
325
laag direct onder contactzone
-
100
n. a.
100
meest verdachte bodemlaag contactzone
26, 1)
25
n. a.
276,
Ag20 t/m Ag22 , - 050 , Asbmm01-1 000 sterk tot uiterst puinhoudend deellocatie B: druppelzones west- en oostzijde (ca. 13 m)1 B01 , B02
Bbgmm01
000 ,
- 010 ,
B03 , B04
Bbgmm02
000 ,
, - 010
deellocatie C: druppelzone (ca. 29 m)1 C01 , C02 000 , , Cbgmm01 - 010 deellocatie F: druppelzone (ca. 29 m)1 F01 , F02 000 , , Fbgmm01 - 010 Fogmm01
010 ,
deellocatie G: druppelzone (ca.
- 050 ,
G01 , G02
Gbgmm01
6 m)1
000 ,
- 010 ,
deellocatie H: druppelzone zuidzijde (ca. 2 m)1 H04
H04-3
000 ,
- 010 ,
meest verdachte bodemlaag contactzone
< 11, 1)
98
n. a.
98
H04-4
010 ,
, - 050
laag direct onder contactzone
-
130
n. a.
130
meest verdachte bodemlaag contactzone
-
<2
n. a.
<2
deellocatie I: druppelzone (ca. 21 m)1 I01 t/m I03 000 , , Ibgmm01 - 010
Opmerkingen bij de tabel: 1) dit gehalte is bepaald op basis van een SEM-analyse (respirabele vezels) en betreft derhalve een indicatieve waarde. 2) dit gehalte is bepaald op basis van een verkennend onderzoek en betreft derhalve een indicatieve waarde. n. a. : niet aangetroffen.
Tabel 4. 5: asbestverdachte vezels inspectiegat
traject monstercode (m-mv) deellocatie B: druppelzones west- en oostzijde (ca. 13 m)1 B01 , B02 B03 , B04
000 , 000 ,
, - 010 , - 010
aantal asbestverdachte vezels chrysotiel amosiet crocidoliet
Bbgmm01 Bbgmm02
20 2
-
-
2
-
Cbgmm01
10
10
1
deellocatie C: druppelzone (ca. 29 m)1 C01 , C02
000 ,
deellocatie F: druppelzone (ca. F01 , F02
29 m)1
000 ,
, - 010
Fbgmm01
10
-
16
010 ,
- 050 ,
Fogmm01
12
-
23
Gbgmm01
-
-
21
3 50
-
12 50
deellocatie G: druppelzone (ca. G01 , G02
, - 010
6 m)1
000 ,
- 010 ,
deellocatie H: druppelzone zuidzijde (ca. 2 m)1 H04
000 , 010 ,
- 010 , , - 050
H04-3 H04-4
-
pagina 18 van 24
documentkenmerk: 2402446LLU-01 , versie 0
5.
Voorlopige verontreinigingssituatie
Bij het op de locatie uitgevoerde verkennend asbestonderzoek zijn ter plaatse van druppelzones F en H verontreinigingen met asbest (fractie < 20 mm) in de grond aangetroffen. In druppelzones C en F zijn eveneens verontreinigingen met respirabele vezels aangetroffen ( > 10 mg/kg d. s. asbest). De exacte omvang van de verontreinigingen in de grond zijn nog niet volledig ingekaderd. Derhalve is op grond van de bekende gegevens een voorlopige verontreinigingssituatie afgeleid. Hierbij is vooralsnog aangenomen dat de verontreiniging van de druppelzones maximaal 2 meter breed is. Met betrekking tot de verontreinigingssituatie is de volgende bijlage toegevoegd: • bijlage 2 : situatietekening met (voorlopige) verontreinigingssituatie.
5. 1 Grond (asbest) Op grond van de analyseresultaten is de omvang zoals weergegeven in de volgende tabellen.
van
de verontreinigingen met asbest afgeleid ,
Tabel 5. 1: overzicht grondverontreiniging deellocatie C: druppelzone (ca. 29 m)1 hele verontreiniging ( > 10 mg/kg d. s. respirabele vezels) omvang
lengte oppervlak bovengrens ondergrens gemiddelde dikte omvang
parameter concentraties
respirabele vezels (fractie < 05, mm) asbest (fractie < 20 mm) asbest totaal
29
m 1
58
m 2
000 , 020 ,
m-mv
020 , 12
m-mv m m 3
maximale concentratie verontreiniging 14 mg/kg d. s. 21 mg/kg d. s. 35 mg/kg d. s.
Tabel 5. 2: overzicht grondverontreiniging deellocatie F: druppelzone (ca. 29 m)1 hele verontreiniging ( > helft v. d. interventiewaarde) omvang
lengte oppervlak bovengrens ondergrens gemiddelde dikte omvang
parameter concentraties
respirabele vezels (fractie < 05, mm) asbest (fractie < 20 mm) asbest totaal
29
58 000 , 050 , 050 , 29
m 1 m 2 m-mv m-mv m m 3
maximale concentratie verontreiniging 15 mg/kg d. s. 310 mg/kg d. s. 325 mg/kg d. s.
pagina 19 van 24
documentkenmerk: 2402446LLU-01 , versie 0
Tabel 5. 3: overzicht grondverontreiniging deellocatie H: druppelzone zuidzijde (ca. 2 m)1 hele verontreiniging ( > helft v. d. interventiewaarde) omvang
lengte oppervlak bovengrens ondergrens gemiddelde dikte omvang
parameter concentraties
respirabele vezels (fractie < 05, mm) asbest (fractie < 20 mm) asbest totaal
2 4
m 1
000 , 050 ,
m-mv
050 , 2
m 2 m-mv m m 3
maximale concentratie verontreiniging n. a. mg/kg d. s. 130 mg/kg d. s. 130 mg/kg d. s.
De verontreinigingen zijn te relateren aan het verweren van de asbesthoudende daken op de locatie. De stallen zijn grotendeels in de jaren ’60 en ’70 gebouwd , waardoor aangenomen mag worden dat de verontreinigingen voor 1993 zijn ontstaan. Op basis van het gehalte aan respirabele vezels ( > 10 mg/kg d. s. ) is plaatselijk sprake van onaanvaardbare risico’s (druppelzone C en F).
pagina 20 van 24
documentkenmerk: 2402446LLU-01 , versie 0
6.
Voorlopige veiligheidsklasse bepaling (CROW 400)
6. 1
Toetsingskader
Om te bepalen of bij toekomstige (graaf)werkzaamheden werknemers worden blootgesteld aan een bodemverontreiniging , wordt aan de hand van de analyseresultaten de voorlopige veiligheidsklasse bepaald volgens de CROW 400. Voor een nadere toelichting op het gehanteerde toetsingskader wordt verwezen naar bijlage 7. De (voorlopige) bepaling van deze veiligheidsklassen is weergegeven in bijlage 10.
6. 2
Bespreking resultaten
Ter plaatse van druppelzones C , F en H is op basis van asbest de veiligheidsklasse zwart , niet vluchtig van toepassing. In de navolgende tabel is een samenvatting weergegeven. Tabel 6. 1: samenvatting CROW toetsing. monster-code
boringen
veiligheidsklasse
parameter
, 010)
zwart , niet vluchtig
asbest
, 010) – 050) ,
zwart , niet vluchtig
asbest
zwart , niet vluchtig
asbest
deellocatie C: druppelzone (ca. 29 m)1 C01 (000 , , , C02 (000 , Cbgmm01 – 010) deellocatie F: druppelzone (ca. 29 m)1
–
Fbgmm01
–
Fogmm01
F01 (000 , F01 (010 ,
, , F02 (000 , 010) – 050) , , F02 (010 ,
–
deellocatie H: druppelzone zuidzijde (ca. 2 m)1 H04-3 H04-4
H03 (000 , H03 (010 ,
, 010) , – 050)
–
Voor de overige druppelzones en de onderzochte (meng)monsters geen veiligheidsklasse van toepassing is (basishygiëne).
van
de gehele locatie geldt dat
Opgemerkt wordt dat de veiligheidsklasse niet automatisch bepaalt welke maatregelen getroffen dienen te worden , maar een indicatie vormt voor de veiligheidskundige om te bepalen welke maatregelen passend zijn tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. De definitieve veiligheidsklasse dient te worden bepaald door een veiligheidskundige.
pagina 21 van 24
documentkenmerk: 2402446LLU-01 , versie 0
7.
Conclusie
Uit de resultaten
van
en
aanbevelingen
het onderzoek blijkt het volgende.
Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het plaatsen van de boringen en peilbuis is ter plaatse van de westelijke perceelsgrens een open halfverharding met volledig puin aangetroffen. Ter plaatse zijn twee boringen gestaakt op het puin (A05 en A18). Omdat de halfverharding tijdens de herontwikkeling op de locatie blijft liggen en niet van de locatie afgevoerd gaat worden , is deze in overleg met de opdrachtgever niet aanvullend onderzocht. Verder zijn plaatselijk bijmengingen met puin in de bovengrond waargenomen (A12 en A15). Verkennend bodemonderzoek Gehele locatie Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond heterogeen licht verontreinigd is met zink en plaatselijk licht verontreinigd is met koper. De ondergrond blijkt niet verontreinigd te zijn met de onderzochte stoffen. In het grondwater is een matige verontreiniging met koper en lichte verontreiniging met barium aangetoond. De interventiewaarde voor grond wordt niet overschreden. De signaleringsparameters voor grondwater worden eveneens niet overschreden. De bodemlagen worden indicatief geclassificeerd als ‘landbouw/natuur’ of ‘industrie’. In de regio komen verhoogde gehalten aan zware metalen veelvuldig voor in het grondwater.
Derhalve dient bij een matig tot sterk verhoogd gehalte aan zware metalen per situatie te worden bekeken of sprake is van een bodemverontreiniging of een regionaal verhoogde achtergrondconcentratie. Indien het verhoogde gehalte niet gerelateerd kan worden aan bedrijfsactiviteiten en er geen sprake is van een verontreiniging van de grond , is vrijwel zeker sprake van een regionaal verhoogde achtergrondconcentratie (Nota Bodembeheer gemeente Asten , 2022). Druppelzones (deellocatie B , C , F , G , H , I) Uit de analyseresultaten blijkt dat de contactzone ter plaatse van de druppelzones niet verontreinigd is met PCB. De interventiewaarde voor grond wordt niet overschreden. Toetsing hypothese De aangetoonde verontreinigingen zijn in overeenstemming met de hypothese dat de onderzoekslocatie verdacht is hiervoor. Omdat de matige verontreiniging met koper in het grondwater niet gerelateerd kan worden aan bedrijfsactiviteiten en er ter plaatse van de peilbuis tevens geen sprake is van een verontreiniging met koper in de grond , kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een regionaal verhoogde achtergrondconcentratie. Op basis van de lokale grondwaterkwaliteitskaarten van de gemeente Asten , wordt de lokale grondwaterkwaliteit ter plaatse eveneens bevestigd. Derhalve wordt nader onderzoek of herbemonstering niet noodzakelijk geacht.
De overige aangetroffen gehaltes zijn dermate laag , dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht.
pagina 22 van 24
documentkenmerk: 2402446LLU-01 , versie 0
Verkennend asbestonderzoek Gehele locatie Zintuiglijk is op het maaiveld en in de uitkomende grond geen asbestverdacht materiaal (grove fractie > 20 mm) waargenomen. In de puinhoudende bovengrond van A12 en A15 is analytisch géén asbest aangetoond. De hypothese dat de puinhoudende bovengrond ter plaatse van A12 en A15 verdacht is op het voorkomen van een bodemverontreiniging met asbest , dient te worden verworpen. Geconcludeerd wordt dat de locatie onverdacht is op het voorkomen van een bodemverontreiniging met asbest. Deellocatie B: druppelzones west- en oostzijde (ca. 13 m)1 Zintuiglijk is ter plaatse van zowel de westelijke als oostelijke druppelzone geen asbestverdacht materiaal (grove fractie > 20 mm) waargenomen. In de fijne fractie ( < 20 mm) is wel asbest aangetoond met een maximaal gewogen asbestgehalte van 2 mg/kg d. s. In beide druppelzones zijn geen respirabele vezels aangetoond. Omdat de aangetoonde gehaltes kleiner zijn dan helft van de interventiewaarde en er geen respirabele vezels zijn aangetoond , mag worden aangenomen dat de grond ter plaatse van de westelijke en oostelijke druppelzone niet verontreinigd is met asbest. Deellocatie C: druppelzone (ca. 29 m)1 Zintuiglijk is ter plaatse van de druppelzone geen asbestverdacht materiaal (grove fractie > 20 mm) waargenomen.
In de fijne fractie ( < 20 mm) is wel asbest aangetoond met een maximaal gewogen asbestgehalte van 21 mg/kg d. s. Daarnaast zijn respirabele vezels aangetoond met een gehalte van 14 mg/kg d. s. Omdat meer dan 10 mg/kg d. s. aan respirabele vezels zijn aangetoond , is er sprake van onaanvaardbare risico’s. Deellocatie F: druppelzone (ca. 29 m)1 Zintuiglijk is ter plaatse van de druppelzone geen asbestverdacht materiaal (grove fractie > 20 mm) waargenomen. In de fijne fractie ( < 20 mm) is wel asbest aangetoond met een maximaal gewogen asbestgehalte van 310 mg/kg d. s. Daarnaast zijn respirabele vezels aangetoond met een gehalte van 15 mg/kg d. s. De omvang van de asbestverontreiniging is niet tot in detail vastgesteld. Omdat meer dan 100 mg/kg d. s. asbest is aangetoond , is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest. Daarnaast is er sprake van onaanvaardbare risico’s ( > 10 mg/kg d. s. respirabele vezels) Deellocatie G: druppelzone (ca. 6 m)1 Zintuiglijk is ter plaatse van de druppelzone geen asbestverdacht materiaal (grove fractie > 20 mm) waargenomen. In de fijne fractie ( < 20 mm) is wel asbest aangetoond met een maximaal gewogen asbestgehalte van 25 mg/kg d. s. Daarnaast zijn respirabele vezels aangetoond met een gehalte van 26, mg/kg d. s.
Omdat de aangetoonde gehaltes kleiner zijn dan helft van de interventiewaarde en er geen respirabele vezels zijn aangetoond boven de 10 mg/kg d.s. , mag worden aangenomen dat de grond ter plaatse niet verontreinigd is met asbest. Deellocatie H: druppelzone zuidzijde (ca. 2 m)1 Zintuiglijk is ter plaatse van de druppelzone geen asbestverdacht materiaal (grove fractie > 20 mm) waargenomen. In de fijne fractie ( < 20 mm) is wel asbest aangetoond met een maximaal gewogen asbestgehalte van 130 mg/kg d. s. In de druppelzone zijn geen respirabele vezels aangetoond. De omvang van de asbestverontreiniging is niet tot in detail vastgesteld. Omdat meer dan 100 mg/kg d. s. asbest is aangetoond , is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest.
pagina 23 van 24
documentkenmerk: 2402446LLU-01 , versie 0
Deellocatie I: druppelzone (ca. 21 m)1 Zintuiglijk is ter plaatse van de druppelzone geen asbestverdacht materiaal (grove fractie > 20 mm) waargenomen. In de fijne fractie ( < 20 mm) is wel asbest aangetoond met een maximaal gewogen asbestgehalte van < 2 mg/kg d. s. In de druppelzone zijn geen verdachte (respirabele) vezels waargenomen. Omdat het aangetoonde gehalte kleiner is dan helft van de interventiewaarde , mag worden aangenomen dat de grond ter plaatse niet verontreinigd is met asbest. Voorlopige veiligheidsklasse (CROW 400) Ter plaatse van druppelzones C , F en H is op basis van asbest de veiligheidsklasse zwart , niet vluchtig van toepassing. Aanvullend is ter plaatse van druppelzones C en F op basis van het gehalte aan respirabele vezels ( > 10 mg/kg d. s. ) sprake van onaanvaardbare risico’s. Voor de overige druppelzones en de onderzochte (meng)monsters van de gehele locatie geldt dat geen veiligheidsklasse van toepassing is (basishygiëne). Opgemerkt wordt dat de veiligheidsklasse niet automatisch bepaalt welke maatregelen getroffen dienen te worden , maar een indicatie vormt voor de veiligheidskundige om te bepalen welke maatregelen passend zijn tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. De definitieve veiligheidsklasse dient te worden bepaald door een veiligheidskundige.
Resumé Hoewel de asbestverontreinigingen niet tot in detail zijn vastgesteld , wordt de omvang van de verontreinigingen geraamd op 12 m 3 (deellocatie C) , 29 m 3 (deellocatie F) en 2 m 3 (deellocatie H). Om meer zekerheid te krijgen zouden de verontreinigingen met asbest nader onderzocht kunnen worden zodat een beter beeld wordt verkregen van de exacte omvang. Om het terrein geschikt te maken voor de geplande herontwikkeling dienen de verontreinigingen met asbest ter plaatse van druppelzones C , F en H te worden gesaneerd. Hiervoor is de specifieke zorgplicht van toepassing. De milieukundige begeleiding dient te worden uitgevoerd door een partij die erkend is voor de BRL 6000 (protocol 6005). De graafwerkzaamheden dienen door een aannemer te worden uitgevoerd welke erkend is voor de BRL 7000 (protocol 7005). Hiervoor geldt een meldings-/informatieplicht van minimaal 4 weken voor aanvang. De overige onderzoeksresultaten vormen naar mening van Tritium Advies geen belemmering de voorgenomen bestemmingswijziging en de geplande herontwikkeling.
voor
Indien grond of puin wordt afgegraven (bijvoorbeeld bij bouwwerkzaamheden) en van de locatie wordt afgevoerd , dient er rekening mee te worden gehouden dat dit elders niet zonder meer toepasbaar is. Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond zijn de regels van de Regeling bodemkwaliteit en het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing , die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen. Een indicatie van de hergebruiksmogelijkheden is weergegeven in hoofdstuk 3 van dit rapport.
pagina 24 van 24
documentkenmerk: 2402446LLU-01 , versie 0
Bijlage 1:
Regionale ligging
$%$%&%#$%&'#!
!# "