Bijlage 1 - Werkset Omgevingsplan Asten
Tekst van het document
Bluswatervoorziening Artikel 22.14 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten Artikel 22.15 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen Paragraaf 22.2.4 Gebruik van bouwwerken Artikel 22.16 Overbewoning woonruimte Artikel 22.17 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk Artikel 22.18 Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk Paragraaf 22.2.5 In stand houden en gebruiken van open erven en terreinen Artikel 22.19 Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken Artikel 22.20 Specifieke zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen Artikel 22.21 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk Paragraaf 22.2.6 Cultureel erfgoed Artikel 22.22 Vrijstelling van archeologisch onderzoek Paragraaf 22.2.7 Vergunningplichten met betrekking tot het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken Subparagraaf 22.2.7.1 Algemene bepalingen Artikel 22.23 Algemene afbakeningseisen Artikel 22.24 Meetbepalingen Artikel 22.25 Mantelzorg Subparagraaf 22.2.7.2 Binnenplanse vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken 27/331
Artikel 22.26 Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken Artikel 22.27 Uitzonderingen op vergunningplicht artikel 22.26 – omgevingsplan onverminderd van toepassing Artikel 22.28 Inperkingen artikel 22.27 vanwege cultureel erfgoed Artikel 22.29 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerk algemeen Artikel 22.30 Nadere invulling beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie Artikel 22.31 Voorschrift omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelig locatie Artikel 22.32 Specifieke beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij regels over een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht Artikel 22.33 Specifieke beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactivitei bouwwerken bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht Artikel 22.34 Voorschriften over archeologische monumentenzorg binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken Artikel 22.35 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken Subparagraaf 22.2.7.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan Artikel 22.36 Binnenplanse vergunningvrije activiteiten
van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingspla Artikel 22.37 Bijbehorend bouwwerk in bijzondere gevallen Artikel 22.38 Inperkingen artikel 22.36 vanwege cultureel erfgoed Artikel 22.39 Inperkingen artikel 22.36 vanwege externe veiligheid Paragraaf 22.2.8 Overgangsrecht bestaande bouwwerken Artikel 22.40 Overgangsrecht bestaande bouwwerken Afdeling 22.3 MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN Paragraaf 22.3.1 Algemene bepalingen Artikel 22.41 Algemeen toepassingsbereik Artikel 22.42 Oogmerken Artikel 22.43 Normadressaat Artikel 22.44 Specifieke zorgplicht Artikel 22.45 Maatwerkvoorschriften Artikel 22.46 Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden Artikel 22.47 Gegevens bij wijzigen naam, adres of normadressaat Artikel 22.48 Gegevens en bescheiden op verzoek van het college van burgemeester en wethouders Artikel 22.49 Informeren over een ongewoon voorval Artikel 22.50 Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval Paragraaf 22.3.2 Energiebesparing Artikel 22.51 Toepassingsbereik Artikel 22.52 Energie: maatregelen Artikel 22.52a Energie: overgangsrecht maatregelen en informatieplicht Paragraaf 22.3.3 Zwerfafval Artikel 22.53 Afval: zwerfvuil Paragraaf 22.3.4 Geluid Subparagraaf 22.3.4.1 Algemene bepalingen Artikel 22.54 Toepassingsbereik Artikel 22.55 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking Artikel 22.56 Geluid: meerdere activiteiten beschouwen als één
activiteit Artikel 22.57 Geluid: waar waarden gelden Artikel 22.58 Geluid: functionele binding Artikel 22.59 Geluid: voormalige functionele binding Artikel 22.60 Geluid: onderzoek Artikel 22.61 Gegevens en bescheiden: rapport geluidonderzoek Artikel 22.61a Gegevens en bescheiden Subparagraaf 22.3.4.2 Geluid door activiteiten, anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen Artikel 22.62 Toepassingsbereik Artikel 22.62a (tijdelijke uitzondering windparken) Artikel 22.63 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen Artikel 22.64 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: tankstation Artikel 22.65 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwb dat is gelegen in een glastuinbouwgebied Artikel 22.66 Geluid: waarde voor geluidgevoelige gebouwen: glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied Artikel 22.67 Geluid: waarden bij of krachtens een voor inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening Artikel 22.68 Geluid: waarden op drijvende woonfunctie voor 1 juli 2012 Artikel 22.69 Geluid: eerbiedigende werking Artikel 22.70 Geluid: buiten beschouwing laten van geluidbronnen Artikel 22.71 Geluid: waar waarden gelden voor een activiteit op een gezoneerd industrieterrein Artikel 22.72 Geluid: maatregelen of voorzieningen
bij stomen van grond Artikel 22.73 Geluid: festiviteiten Artikel 22.74 Geluid: meet- en rekenbepalingen 28/331
Subparagraaf 22.3.4.3 Geluid door windturbines Artikel 22.75 Toepassingsbereik Artikel 22.76 Geluid: waarden windturbines Artikel 22.77 Registratie gegevens windturbines Artikel 22.78 Geluid: meet- en rekenbepalingen Subparagraaf 22.3.4.4 Geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen Artikel 22.79 Toepassingsbereik Artikel 22.80 Geluid: waarden buitenschietbanen Artikel 22.81 Registratie gegevens buitenschietbanen Artikel 22.82 Geluid: meet- en rekenbepalingen Paragraaf 22.3.5 Trillingen Artikel 22.83 Toepassingsbereik Artikel 22.84 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking Artikel 22.85 Trillingen: meerdere activiteiten beschouwen als een activiteit Artikel 22.86 Trillingen: functionele binding Artikel 22.87 Trillingen: voormalige functionele binding Artikel 22.88 Trillingen: waarden voor continue trillingen Artikel 22.89 Trillingen: meet- en rekenbepalingen Paragraaf 22.3.6 Geur Subparagraaf 22.3.6.1 Algemene bepalingen Artikel 22.90 Toepassingsbereik Artikel 22.91 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking Artikel 22.92 Geur: waar waarden en tot waar afstanden gelden Artikel 22.93 Geur: functionele binding Artikel 22.94 Geur: voormalige functionele binding Artikel 22.95 Geur: cumulatie Subparagraaf 22.3.6.2 Geur houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony’s voor het berijden in een dierenverblijf Artikel 22.96
Toepassingsbereik Artikel 22.97 Geur vanaf waar afstanden gelden Artikel 22.98 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: waarden Artikel 22.99 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: eerbiedigende werking bij waarden Artikel 22.100 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: afstand tot bijzondere geurgevoelige objecten Artikel 22.101 Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s voor het berijden: afstand Artikel 22.102 Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s voor het berijden: eerbiedigende werking voor afstand Artikel 22.103 Geur landbouwhuisdieren en paarden of pony’s voor het berijden: afstand vanaf de gevel dierenver Artikel 22.104 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: eerbiedigende werking voor afstand vanaf gevel dierenverblijf Artikel 22.105 Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor en paarden en pony’s voor het berijden: eerbiedigende werking voor afstand vanaf gevel dierenverblijf Subparagraaf 22.3.6.3 Artikel 22.106 Artikel 22.107 Artikel 22.108 Artikel 22.109 Artikel 22.110 Artikel 22.111 Artikel 22.112 Artikel 22.113 Subparagraaf 22.3.6.4 Geur door andere agrarische activiteiten Artikel 22.114 Geur opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie: afstand Artikel 22.115 Geur opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong: afstand Artikel 22.116 Geur opslaan
kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen: afstand Artikel 22.117 Geur opslaan drijfmest, digestaat en dunne fractie: afstand Artikel 22.118 Geur voorziening biologisch behandelen dierlijke meststoffen voor of na vergisten: afstand Artikel 22.119 Geur composteren of opslaan van groenafval: afstand Artikel 22.120 Geur overige agrarische activiteiten: eerbiedigende werking Subparagraaf 22.3.6.5 Geur door het exploiteren van zuiveringtechnische werken Artikel 22.121 Toepassingsbereik Artikel 22.122 Geur zuiveringtechnisch werk: waarde Artikel 22.123 Geur zuiveringtechnisch werk: geen waarde bij specifieke geurgevoelige objecten Artikel 22.124 Geur zuiveringtechnisch werk: eerbiedigende werking Paragraaf 22.3.7 Bodembeheer Subparagraaf 22.3.7.1 Nazorg na saneren van de bodem Artikel 22.125 Toepassingsbereik Artikel 22.126 Nazorg na afloop van saneren van de bodem Subparagraaf 22.3.7.2 Kleinschalig graven boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Artikel 22.127 Toepassingsbereik Artikel 22.128 Gegevens en bescheiden: voor het begin van de activiteit Artikel 22.129 Bodem en afval: tijdelijke opslag van vrijkomende grond 29/331
Artikel 22.130 Bodem en afval: milieukundige begeleiding bij kleinschalig graven Subparagraaf 22.3.7.3 Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risic Artikel 22.131 Toepassingsbereik Artikel 22.132 Bodem: mitigerende maatregelen Subparagraaf 22.3.7.4 Saneren van de bodem in het zinkassengebied De Kempen Artikel 22.133 Toepassingsbereik Artikel 22.134 Voorafgaand bodemonderzoek Artikel 22.135 Bodem: saneringsaanpak open ontgraving tot niveau terugsaneerwaarde Artikel 22.136 Bodem: terugsaneerwaarde Paragraaf 22.3.8 Afvalwaterbeheer Subparagraaf 22.3.8.1 Lozen van grondwater bij sanering of ontwatering Artikel 22.137 Toepassingsbereik Artikel 22.138 Gegevens en bescheiden Artikel 22.139 Lozen van grondwater bij saneringen Artikel 22.140 Lozen van grondwater bij ontwatering Artikel 22.141 Meet- en rekenbepalingen Subparagraaf 22.3.8.2 Lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening Artikel 22.142 Toepassingsbereik Artikel 22.143 Gegevens en bescheiden Artikel 22.144 Lozen van afvloeiend hemelwater Subparagraaf 22.3.8.3 Lozen van huishoudelijk afvalwater Artikel 22.145 Toepassingsbereik Artikel 22.146 Gegevens en bescheiden Artikel 22.147 Geen voedselvermaling Artikel 22.148 Lozen van huishoudelijk afvalwater Artikel 22.149 Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater Artikel 22.150 Meet-
en rekenbepalingen Subparagraaf 22.3.8.4 Lozen van koelwater Artikel 22.151 Toepassingsbereik Artikel 22.152 Gegevens en bescheiden Artikel 22.153 Koelwater Subparagraaf 22.3.8.5 Lozen bij onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken Artikel 22.154 Toepassingsbereik Artikel 22.155 Periodiek reinigen Subparagraaf 22.3.8.6 Lozen bij opslaan en overslaan van goederen Artikel 22.156 Toepassingsbereik Artikel 22.157 Inerte goederen Artikel 22.158 Gegevens en bescheiden Artikel 22.159 Lozen bij opslaan van inerte goederen Artikel 22.160 Meet- en rekenbepalingen Artikel 22.161 Uitzondering voorgeschreven lozingsroute bij opslaan van lekkende, uitlogende en vermestende goederen Subparagraaf 22.3.8.7 Lozen vanuit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater Artikel 22.162 Toepassingsbereik Artikel 22.163 Lozen vanuit openbaar hemelwaterstelsel en openbaar ontwateringsstelsel Artikel 22.164 Lozen van huishoudelijk afvalwater vanuit andere systemen Subparagraaf 22.3.8.8 Lozen bij schoonmaken drinkwaterleidingen Artikel 22.165 Toepassingsbereik Artikel 22.166 Schoonmaken drinkwaterleidingen Subparagraaf 22.3.8.9 Lozen bij calamiteitenoefeningen Artikel 22.167 Toepassingsbereik Artikel 22.168 Gegevens en bescheiden Artikel 22.169 Lozen bij calamiteitenoefeningen Paragraaf 22.3.9 Lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen Artikel 22.170 Toepassingsbereik
Artikel 22.171 Gegevens en bescheiden Artikel 22.172 Recirculatie bij grondgebonden teelt in een kas Artikel 22.173 Lozen bij spoelen van biologisch geteelde gewassen Artikel 22.174 Lozen bij sorteren van biologisch geteeld fruit Artikel 22.175 Uitzondering voorgeschreven lozingsroute afvalwater uit een gebouw Artikel 22.176 Meet- en rekenbepalingen Paragraaf 22.3.10 Lozen bij maken van betonmortel Artikel 22.177 Toepassingsbereik Artikel 22.178 Gegevens en bescheiden Artikel 22.179 Water Artikel 22.180 Meet- en rekenbepalingen Paragraaf 22.3.11 Uitwassen van beton Artikel 22.181 Toepassingsbereik Artikel 22.182 Gegevens en bescheiden Artikel 22.183 Water 30/331
Artikel 22.184 Meet- en rekenbepalingen Paragraaf 22.3.12 Recreatieve visvijvers Artikel 22.185 Toepassingsbereik Artikel 22.186 Gegevens en bescheiden Artikel 22.187 Water: lozingsroute Paragraaf 22.3.13 Ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal Artikel 22.188 Toepassingsbereik Artikel 22.189 Gegevens en bescheiden Artikel 22.190 Water Artikel 22.191 Meet- en rekenbepalingen Paragraaf 22.3.14 Wassen van motorvoertuigen Artikel 22.192 Toepassingsbereik Artikel 22.193 Bodem Artikel 22.194 Water Artikel 22.195 Meet- en rekenbepalingen Paragraaf 22.3.15 Niet-industriële voedselbereiding Artikel 22.196 Toepassingsbereik Artikel 22.197 Gegevens en bescheiden Artikel 22.198 Water Artikel 22.199 Geur Paragraaf 22.3.16 Voedingsmiddelenindustrie Artikel 22.200 Toepassingsbereik Artikel 22.201 Geur: beginnen of uitbreiden activiteit Paragraaf 22.3.17 Slachten van dieren en bewerken van dierlijke bijproducten of uitsnijden van vlees, vis of organen.
Artikel 22.202 Toepassingsbereik Artikel 22.203 Gegevens en bescheiden Artikel 22.204 Water: lozingsroute en zuivering Artikel 22.205 Geur: voorkomen of beperken geurhinder Artikel 22.206 Bodem: bodembeschermende voorziening Artikel 22.207 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening Artikel 22.208 Bodem: eindonderzoek bodem Artikel 22.209 Bodem: rapport van het eindonderzoek bodem Artikel 22.210 Gegevens en bescheiden: beëindigen activiteit Artikel 22.211 Bodem: herstel van de bodemkwaliteit Artikel 22.212 Informeren: herstelwerkzaamheden Artikel 22.213 Water: opruimen gemorste en gelekte stoffen Paragraaf 22.3.18 Opwekken van elektriciteit met een windturbine Artikel 22.214 Toepassingsbereik Artikel 22.215 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking Artikel 22.216 Slagschaduw: stilstandvoorziening Artikel 22.217 Slagschaduw: functionele binding Artikel 22.218 Slagschaduw: voormalige functionele binding Artikel 22.219 Lichtschittering: beperken van reflectie Artikel 22.220 Lichtschittering: meten reflectiewaarden Paragraaf 22.3.19 In werking hebben van een acculader Artikel 22.221 Toepassingsbereik Artikel 22.222 Bodem: bodembeschermende voorziening Artikel 22.223 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening Paragraaf 22.3.20 Bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage Artikel 22.224 Toepassingsbereik Artikel 22.225 Gegevens en bescheiden Artikel 22.226 Lucht en geur:
afvoeren emissies Paragraaf 22.3.21 Traditioneel schieten Artikel 22.227 Toepassingsbereik Artikel 22.228 Gegevens en bescheiden Artikel 22.229 Bodem en externe veiligheid Artikel 22.230 Bodem: bodembeschermende voorziening Artikel 22.231 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening Artikel 22.232 Bodem: eindonderzoek bodem Artikel 22.233 Bodem: rapport van het eindonderzoek bodem Artikel 22.234 Gegevens en bescheiden: beëindigen activiteit Artikel 22.235 Bodem: herstel van de bodemkwaliteit Artikel 22.236 Informeren: herstelwerkzaamheden Paragraaf 22.3.22 Bieden van gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht Artikel 22.237 Toepassingsbereik Artikel 22.238 Gegevens en bescheiden Artikel 22.239 Licht Paragraaf 22.3.23 Opslaan van vaste mest Artikel 22.240 Toepassingsbereik Artikel 22.241 Gegevens en bescheiden Artikel 22.242 Bodem: opslag 31/331
Artikel 22.243 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening Artikel 22.244 Water: lozingsroute Artikel 22.245 Geur Paragraaf 22.3.24 Opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen Artikel 22.246 Toepassingsbereik Artikel 22.247 Gegevens en bescheiden Artikel 22.248 Bodem: bodembeschermende voorziening Artikel 22.249 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening Artikel 22.250 Water: lozingsroute vrijkomende vloeistoffen Artikel 22.251 Water: lozingsroutes afvalwater bodembeschermende voorziening Paragraaf 22.3.25 Het fokken, houden of trainen van landbouwhuisdieren, andere zoogdieren of vogels Artikel 22.252 Toepassingsbereik Artikel 22.253 Gegevens en bescheiden Artikel 22.254 Bodem: bodembeschermende voorziening Artikel 22.255 Bodem: logboek Artikel 22.256 Water: lozingsroute en emissiegrenswaarde Artikel 22.257 Meet- en rekenbepalingen Paragraaf 22.3.26 Vergunningplichten, aanvraagvereisten en beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten Artikel 22.258 Toepassingsbereik Artikel 22.259 Omgevingsvergunning verwerken polyesterhars Artikel 22.260 Omgevingsvergunning installeren gesloten bodemenergiesysteem Artikel 22.261 Omgevingsvergunning kweken maden van vliegende insecten Artikel 22.262 Omgevingsvergunning opslaan propaan of propeen Artikel 22.263 Omgevingsvergunning tanken met LPG Artikel 22.264 Omgevingsvergunning antihagelkanonnen
Artikel 22.265 Omgevingsvergunning biologisch agens Artikel 22.266 Omgevingsvergunning genetisch gemodificeerde organismen Artikel 22.267 Omgevingsvergunning opslaan dierlijke meststoffen Artikel 22.268 Vangnetvergunning lozen in de bodem Artikel 22.269 Vangnetvergunning lozen in schoonwaterriool Artikel 22.270 Beoordelingsregels omgevingsvergunning milieubelastende activiteiten Afdeling 22.4 AANLEGGEN OF WIJZIGEN VAN WEGEN OF SPOORWEGEN ZONDER GELUIDPRODUCTIEPLAFONDS Artikel 22.271 Toepassingsbereik Artikel 22.272 Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg Artikel 22.273 Aandachtsgebied Artikel 22.274 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg Artikel 22.275 Beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg Artikel 22.276 Voorschriften binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg Afdeling 22.5 OVERIGE ACTIVITEITEN Paragraaf 22.5.1 Vergunningplichten en beoordelingsregels voor activiteiten in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet Artikel 22.277 Toepassingsbereik Artikel 22.278 Omgevingsplanactiviteit: specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning uitvoeren van een werk, zijnde bouwwerk, of werkzaamheid, bij voorbereidingsbesluit of
aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht Artikel 22.279 Omgevingsplanactiviteit: beoordelingsregel omgevingsvergunning slopen van een bouwwerk Artikel 22.280 Omgevingsplanactiviteit: omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet Artikel 22.281 Omgevingsplanactiviteit: nadere invulling beoordelingsregels omgevingsvergunning afwijking van rege van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet algemeen Artikel 22.282 Omgevingsplanactiviteit: specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning afwijking van regels van tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, bij regels ove een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht Paragraaf 22.5.2 Aanvraagvereisten Subparagraaf 22.5.2.1 Algemene bepalingen.
Artikel 22.283 Toepassingsbereik Subparagraaf 22.5.2.2 Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet Artikel 22.284 Omgevingsplanactiviteit: uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid Artikel 22.285 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk Subparagraaf 22.5.2.3 Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van artikel 22.280 van dit omgevingsplan Artikel 22.286 Omgevingsplanactiviteit: afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet Subparagraaf 22.5.2.4 Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van een andere gemeentelijke regeling dan dit omgevingsplan in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet Artikel 22.287 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: algemeen Artikel 22.288 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument voor zover het gaat om een archeologisch monum 32/331
Artikel 22.289 Eisen aan tekeningen als bedoeld in artikel 22.288 Artikel 22.290 Omgevingsplanactiviteit: specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning afwijking van regels va tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, bij regels o een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht Artikel 22.291 Omgevingsplanactiviteit: verplaatsen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument Artikel 22.292 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: wijzigen van een monument of monument door he ontsieren of in gevaar brengen Artikel 22.293 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: monument door gebruik ontsieren of in gevaar bre Artikel 22.294 Eisen aan tekeningen als bedoeld in de artikelen 22.290 tot en met 22.292 Artikel 22.295 Overeenkomstige toepassing voorbeschermd gemeentelijk monument Artikel 22.296 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht Artikel 22.297 Omgevingsplanactiviteit: uitweg Artikel 22.298 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie Artikel 22.299 Omgevingsplanactiviteit: vellen van houtopstand Artikel 22.300 Omgevingsplanactiviteit: handelsreclame Artikel 22.301 Omgevingsplanactiviteit: opslaan roerende zaken Subparagraaf 22.5.2.5 Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van artikel 4.35, tweede lid, van
Invoeringswet Omgevingswet Artikel 22.302 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht Paragraaf 22.5.3 Voorschriften Artikel 22.303 Voorschriften over archeologische monumentenzorg Hoofdstuk 23 SLOTBEPALINGEN Artikel 23.1 (citeertitel) Bijlage I BEGRIPSBEPALINGEN Bijlage II Meet- en rekenbepalingen Bijlage III Geo-informatie objecten Geo-informatie objecten Bijlage IV Rekenmethode molenbiotoop Toelichting Algemene toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Introductie 1.3 Leeswijzer Algemene toelichting Hoofdstuk 2 Uitgangspunten Omgevingswet 2.1 Kerninstrumenten 2.2 Instructieregels Rijk en Provincie 2.3 Gemeentelijke regelgeving en relatie omgevingsvisie 2.4 Vertaling bruidsschat 2.5 Waterschap Hoofdstuk 3 Leeswijzer Omgevingsplan 3.1 Opbouw van het omgevingsplan Hoofdstuk 4 Raadpleging van het omgevingsplan 4.1 Raadpleging Hoofdstuk 5 Logboek van wijzigingsbesluiten 5.1 Logboek van wijzigingsbesluiten ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING TIJDELIJK DEEL OMGEVINGSPLAN Motivering Deel I Wijziging Kern Asten
33/331
Besluit metadata eindverantwoordelijke:
gemeente Asten
maker:
gemeente Asten
afkortingen: citeertitel (officieel):
Omgevingsplan gemeente Asten
officiele titel:
Omgevingsplan gemeente Asten
alternatieve titels: grondslag:
jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=2.4
grondslag:
jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=22.2&lid=1
onderwerpen:
bestuursrecht; bouwen en verbouwen; cultureel erfgoed; evenementen; geluid; horeca; natuur- en landschapsbeheer; natuur en milieu; recreatie; ruimte en infrastructuur; ruimtelijke ordening; water; wonen
rechtsgebieden:
omgevingsrecht
soort bestuursorgaan:
college van burgemeester en wethouders
soort procedure:
/join/id/stop/proceduretype_definitief
Omgevingsplan gemeente Asten Artikel 1 Dit besluit treedt in werking per [[DATUM INWERKING]]
Artikel 2 Dit besluit betreft de wijzigingen in 'bijlage A'.
34/331
Bijlage A
35/331
Regeling metadata eindverantwoordelijke:
gemeente Asten
maker:
gemeente Asten
afkortingen: citeertitel (officieel):
Omgevingsplan gemeente Asten
officiele titel:
Omgevingsplan gemeente Asten
alternatieve titels: grondslag:
jci1.3:c:BWBR0037885&artikel=2.4
onderwerpen:
bestuursrecht; bouwen en verbouwen; cultureel erfgoed; evenementen; geluid; horeca; natuur- en landschapsbeheer; natuur en milieu; recreatie; ruimte en infrastructuur; ruimtelijke ordening; water; wonen
rechtsgebieden:
omgevingsrecht
soort bestuursorgaan:
college van burgemeester en wethouders
opvolging:
Omgevingsplan gemeente Asten Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen
Lid 1
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit omgevingsplan.
Lid 2
Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit omgevingsplan.
Artikel 1.2 Meet- en rekenbepalingen
Bij de toepassing van dit omgevingsplan worden de meet- en rekenbepalingen in acht genomen die zijn opgenomen in bijlage IV meet- en rekenbepalingen.
Artikel 1.3 Voor wie gelden de regels in dit omgevingsplan?
Tenzij elders in dit omgevingsplan specifiek anders is bepaald, wordt aan de regels over activiteiten in dit omgevingsplan voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
Artikel 1.4 Geografisch werkingsgebied van de regels
Lid 1
De regels in dit omgevingsplan gelden binnen het gehele grondgebied van de gemeente Asten, tenzij in de regels is bepaald of uit de regels volgt dat het geografisch werkingsgebied beperkt is. Bijlage III van dit omgevingsplan bevat een overzicht van de geografische informatieobjecten.
36/331
Lid 2
Regels in het gebied 'nietinwerking' zijn nog niet in werking getreden.
Lid 3
Voor de vindbaarheid van regels zijn enkele werkingsgebieden toegevoegd. Dit betreft: 'Waardevolle boom signalering'
Lid 4
De regels in hoofdstuk 2 tot en met 21 zijn alleen van toepassing in het gebied 'Nieuw deel omgevingsplan'
Artikel 1.5 Uitsluiten niet benoemde activiteiten
Activiteiten die niet zijn benoemd in dit omgevingsplan en die een mogelijk effect kunnen hebben op de fysieke leefomgeving zijn niet toegestaan, met uitzondering van activiteiten die betrekking hebben op onderwerpen die op grond van bijzondere wetgeving niet in het omgevingsplan worden geregeld, maar in een gemeentelijke verordening of activiteiten die op basis van regels van andere overheidsorganen zijn toegestaan.
Artikel 1.6 Omgevingsnorm per locatie
Als in een regel een norm is gegeven die geldt ter plaatse van een locatie, dan geldt de betreffende norm per afzonderlijke locatie.
Artikel 1.7 Leeswijzer vindplaats alle regels op een locatie
Voor een activiteit kunnen meerdere regels gelden. In hoofdstuk 3 worden gebieden met bijzondere waarden of beperkingen aangewezen. Regels over gebruik zijn opgenomen in hoofdstuk 4. hoofdstuk 5 bevat bouwregels en hoofdstuk 6 bevat regels over grondwerkzaamheden. Daarnaast kunnen nog algemene regels uit de overige hoofdstukken van toepassing zijn. De activiteit moet op elke plek voldoen aan de regels die op die plek gelden, behalve als een regel in het omgevingsplan iets anders zegt. Alle regels die op een betreffende locatie van toepassing zijn vind je via het tabje Regels in Regels op de kaart.
37/331
Hoofdstuk 2 Doelen gereserveerd
38/331
Hoofdstuk 3 Gebieden met waarden en beperkingen Afdeling 3.1 Algemeen
Artikel 3.1 Waar gaat dit hoofdstuk over?
In dit hoofdstuk worden locaties, gebieden of objecten aangewezen, voor zover die aanwijzing uitsluitend of mede nodig is om toepassing te kunnen geven aan regels van het Rijk, de provincie of het waterschap of beleidsregels van de gemeente.
Afdeling 3.2 Gebieden met waarden en beperkingen
Paragraaf 3.2.1 Gebieden met beperkingen op basis van gemeentelijk beleid
Artikel 3.2 Parkeergebieden
Voor de parkeernormen die worden gehanteerd bij de regels uit afdeling 4.3 wordt onderscheid gemaakt in de gebieden Centrum, Bebouwde kom en Buitengebied.
Artikel 3.3 Brandvoorschrift- en explosievoorschriftgebieden
Lid 1
In het brandaandachtsgebied zijn de gronden aangewezen als brandvoorschiftengebied als bedoeld in artikel 5.14, eerste en tweede lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Lid 2
In het explosieaandachtsgebied zijn de gronden aangewezen als explosievoorschriftengebied als bedoeld in artikel 5.14, eerste lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Artikel 3.4 Geluidaandachtsgebieden
gereserveerd
Paragraaf 3.2.2 Te beschermen waarden op basis van gemeentelijke beleid
Artikel 3.5 Archeologisch waardevolle gebieden
Er zijn gebieden 'Archeologie 1', 'Archeologie 2' en 'Archeologie 3' waar de gronden, behalve voor de daar voorkomende functie(s) en toegestane activiteit(en), mede zijn aangewezen voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden.
Artikel 3.6 Welstandsgebieden
Lid 1
In het Welstandsgebied historisch centrum Asten gelden de in de Welstandsnota voor dit gebied opgenomen eisen van welstand.
Lid 2
39/331
In het 'Welstandsgebied historische linten' gelden de in de Welstandsnota voor dit gebied opgenomen eisen van welstand.
Lid 3
In het Welstandsgebied woonwijken traditionele blokverkaveling gelden de in de Welstandsnota voor dit gebied opgenomen eisen van welstand.
Lid 4
In het 'Welstandsgebied woonerven' gelden de in de Welstandsnota voor dit gebied opgenomen eisen van welstand.
Lid 5
In het 'Welstandsgebied thematische bouw' gelden de in de Welstandsnota voor dit gebied opgenomen eisen van welstand.
Lid 6
In het 'Welstandsgebied woningbouw met een individueel karakter' gelden de in de Welstandsnota voor dit gebied opgenomen eisen van welstand.
Lid 7
In het 'Welstandsgebied buitengebied' gelden de in de Welstandsnota voor dit gebied opgenomen eisen van welstand.
Lid 8
In het 'Welstandsgebied instellingen en instituten' gelden de in de Welstandsnota voor dit gebied opgenomen eisen van welstand.
Lid 9
In het 'Welstandsgebied bedrijven' gelden de in de Welstandsnota voor dit gebied opgenomen eisen van welstand.
Lid 10
In het 'Welstandsgebied groene gebieden kom' gelden de in de Welstandsnota voor dit gebied opgenomen eisen van welstand.
Lid 11
In het 'Welstandsgebied tuindorpen en tuinwijken' gelden de in de Welstandsnota voor dit gebied opgenomen eisen van welstand.
Lid 12
In het 'Welstandsgebied welstandsvrij' gelden geen specifieke eisen van welstand.
Lid 13
In het gebied 'Beeldkwaliteitsplan' is het ter plaatse vastgestelde beeldkwaliteitsplan van toepassing.
Artikel 3.7 Waardevolle bomen
In het gebied 'Waardevolle boom' zijn de gronden aangewezen voor monumentaal gewaardeerde en beschermwaardige boombeplanting, voor zover
40/331
en zolang aanwezig.
Artikel 3.8 Aardkundig waardevol gebied
gereserveerd
Artikel 3.9 Beekdal
gereserveerd
Artikel 3.10 Attentiegebied NNB
gereserveerd
Paragraaf 3.2.3 Cultureel erfgoed
Artikel 3.11 Monumenten en beeldbepalende panden
Er zijn rijksmonumenten, gemeenteljk monumenten en beeldbepalend panden aangewezen.
Artikel 3.12 Beschermd dorpsgezicht
Er zijn beschermde dorpsgezichten aangewezen.
Artikel 3.13 Molenbiotoop
In het gebied molenbiotoop' zijn de gronden mede aangewezen voor de aanleg en instandhouding van de belangen van de bestaande molen als werktuig en beeldbepalend element.
Paragraaf 3.2.4 Gebieden met regels op basis van regelgeving Rijk, Provincie en Waterschap
Artikel 3.14 Bebouwingscontour geur
Er is een artikel 3.14 als bedoeld in Artikel 5.97 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Artikel 3.15 Bebouwingscontour houtkap
Er is een Bebouwingscontour Houtkap als bedoeld in Artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarbinnen de regels over houtopstanden van afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving niet van toepassing zijn.
Artikel 3.16 Bebouwingscontour jacht
Er is een artikel 3.16als bedoeld in Artikel 5.165a van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarbinnen op grond van Artikel 11.71, vierde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving de jacht niet wordt uitgeoefend met het geweer.
Artikel 3.17 Gebieden met extra beperkingen waterschap
Er zijn gebieden waarbinnen een aantal verbods- en gebodsregels gelden op grond van de Waterschapsverordening.
41/331
Artikel 3.18 Milieuzone - geurzone
gereserveerd
Artikel 3.19 Milieuzone - boringsvrijezone
gereserveerd
Artikel 3.20 Milieuzone - stiltegebied
gereserveerd
Artikel 3.21 PM (aanduidingen buitengebied nog toevoegen)
gereserveerd
Paragraaf 3.2.5 Verboden activiteiten
Artikel 3.22 Voorbeschermingsregels hyperscale datacentra
Het is verboden om een hyperscale datacentrum te bouwen of bouwwerken of gronden te gebruiken ten behoeve van een hyperscale datacentrum.
42/331
Hoofdstuk 4 Functiespecifieke regels Afdeling 4.1 Algemeen
Artikel 4.1 Algemeen toegestaan gebruik
Lid 1
Gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor de functies die zijn genoemd in hoofdstuk 4. Dat is de hoofdfunctie.
Lid 2
Naast de hoofdfunctie zijn de volgende ondergeschikte activiteiten bij een functie toegestaan. Het gaat hier om het gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. tuinen, erven en terreinen; b. water, zoals sloten, kanalen en vijvers, en wat daarbij hoort, zoals oevers; c. waterberging en riolering; d. allerlei soorten groen, zoals bomen, struiken en planten; e. parkeerplaatsen; f. voet- en fietspaden; g. speelvoorzieningen; en h. voorzieningen van openbaar nut.
Artikel 4.2 Verboden gebruiksactiviteiten
Gebruiksactiviteiten die niet voldoen aan de regels uit dit hoofdstuk zijn verboden. Dit betreft in ieder geval het gebruiken van gronden en bebouwing voor: a. seksinrichtingen; b. prostitutie; c. opslag van stoffen in de buitenlucht, tenzij dit specifiek is toegestaan bij een gebruiksactiviteit; d. verkooppunt voor motorbrandstoffen of andere explosiegevaarlijke stoffen.
Artikel 4.3 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een bouwwerk niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat het gebruik in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.
Artikel 4.4 Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerken
Lid 1
Degene die een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.
Lid 2
Lid 3
Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijke staat bevindt.
43/331
Afdeling 4.2 Parkeernormen bij gebruik van gronden en bouwwerken
Artikel 4.5 Voldoende parkeergelegenheid
Lid 1
Bij het gebruik van gronden en bouwwerken wordt voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen en niet gemotoriseerde voertuigen gerealiseerd en in stand gehouden.
Lid 2
Bij de beoordeling of wordt voldaan aan het eerste lid maakt het bevoegd gezag gebruik van de geldende beleidsregel 'Nota parkeernormen Asten'.
Artikel 4.6 Afwijking van parkeernormen
Lid 1
Het bevoegd gezag kan, naast de maatwerkmogelijkheden die in de Nota Parkeernormen Asten zijn opgenomen, een maatwerkvoorschrift stellen waarmee kan worden afgeweken van artikel 4.5, indien naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. sprake is van bijzondere gebieden of bijzondere situaties; en b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid en/of ruimtelijke situatie.
Lid 2
Aan het in lid 1 bedoelde maatwerkvoorschrift kunnen regels worden verbonden die nodig zijn om het behoud van een passend aantal parkeerplaatsen te waarborgen.
Lid 3
Bij het verzoek tot het geven van een maatwerkvoorschrift worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt: a. het planologisch gebruik dat plaatsvindt en het aantal feitelijk beschikbare parkeerplaatsen dat daarbij aanwezig is; en b. een omschrijving van de beoogde wijziging waarop verzoek tot het geven van een maatwerkvoorschrift betrekking heeft.
Afdeling 4.3 Bedrijf
Paragraaf 4.3.1 Algemeen
Artikel 4.7 Waar gaat deze afdeling over?
Deze afdeling is van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor bedrijfsactiviteiten in het gebied 'Bedrijf'.
Paragraaf 4.3.2 Toegestaan gebruik zonder vergunning
Artikel 4.8 Algemene regels toegestaan gebruik
Lid 1
In het gebied 'bedrijf' mogen de gronden en bouwwerken worden gebruikt voor een bedrijf en/of het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten. Er geldt een maximaal toegestane bedrijfscategorie uit de Lijst van bedrijfsactiviteiten, zoals op de kaart aangegeven met de omgevingsnorm 'Milieucategorie bedrijven'.
44/331
Bijbehorende ondergeschikte dienstverlening en/of ondergeschikte detailhandel is toegestaan.
Lid 2
Alleen in het gebied 'Verkooppunt motorbrandstoffen zonder LPG' is een verkooppunt voor motorbrandstoffen zonder LPG toegestaan.
Lid 3
Alleen in het gebied 'Bedrijf-verkooppunt motorbrandstoffen met LPG' is een verkooppunt voor motorbrandstoffen met LPG toegestaan.
Paragraaf 4.3.3 Toegestaan gebruik met vergunning
Artikel 4.9 Toestaan andere bedrijfsactiviteiten
Lid 1
Met een omgevingsvergunning kan een andere bedrijfscategorie worden toegestaan dan op basis van het bepaalde in artikel 4.8, eerste lid mogelijk is ten behoeve van: a. de vestiging c.q. uitoefening van een bedrijf, welke voorkomt in categorie 3 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten zoals vermeld in de bij de regels behorende bijlage 1, mits dit naar aard en omvang van de bedrijfsactiviteiten gelijk te stellen is aan een bedrijf in de categorie 1 of 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten; b. de vestiging c.q. uitoefening van een bedrijf, welke niet vermeld is in de Lijst van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in bijlage 1, maar naar aard en invloed op de omgeving gelijk is te stellen met bedrijven die voorkomen in de Lijst van bedrijfsactiviteiten.
Lid 2
Met een omgevingsvergunning kan de vestiging c.q. uitoefening van een bedrijf dat niet is toegestaan op basis van artikel 4.8, eerste lid en niet is vermeld in de Lijst van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in bijlage 1 of die behoort tot een hogere bedrijfscategorie worden toegestaan.
Lid 3
Een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als is aangetoond dat de bedrijfsactiviteit naar aard en invloed op de omgeving gelijk is te stellen met bedrijven uit de op de locatie maximaal toegestane bedrijfscategorie, die voorkomen in de Lijst van bedrijfsactiviteiten .
Lid 4
Bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf worden de volgende milieubelastingcomponenten in de beoordeling betrokken: a. geluid; b. geurproductie; c. stofuitworp en gevaar, d. verontreiniging van lucht en bodem; e. de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf; f. de visuele hinder; en g. de verkeersaantrekkende werking.
Paragraaf 4.3.4 Verboden gebruik
Artikel 4.10 Verboden gebruik
Het is verboden de gronden en gebouwen in het gebied 'Bedrijf' te gebruiken of laten gebruiken voor: a. activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken als bedoeld in artikel 5.78b van het Besluit kwaliteit leefomgeving; b. detailhandel, tenzij het ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen als ondergeschikte nevenactiviteit van de ter plaatse uitgeoefende bedrijfsactiviteiten betreft; c. wonen, met uitzondering van ter plaatse van de voor bedrijfswoningen aangewezen locaties; d. (permanente) buitenopslag van goederen en materialen voor de voorgevellijn.
45/331
Afdeling 4.4 Bos
Paragraaf 4.4.1 Algemeen
Artikel 4.11 Waar gaat deze afdeling over?
Deze afdeling is van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor bedrijfsactiviteiten in het gebied 'Bos'.
Paragraaf 4.4.2 Toegestaan zonder vergunning
Artikel 4.12 Algemene regels toegestaan gebruik
In het gebied 'Bos' is het toegestaan de gronden te gebruiken voor de ontwikkeling en instandhouding van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden en extensief recreatief medegebruik.
Paragraaf 4.4.3 Verboden gebruik
Artikel 4.13 Verboden gebruik
Het is verboden de gronden en gebouwen in het gebied 'Bos' te gebruiken of laten gebruiken: a. als staan- of ligplaats voor onderkomens en/of kampeermiddelen; b. als sport- en wedstrijdterrein, parkeerterrein, buitenmanege of lig- en speelweide; c. voor het beproeven van voertuigen, de beoefening van de motorsport, het houden van wedstrijden met motorrijtuigen, motoren, (brom)fietsen of mountainbikes; d. voor het racen of crossen met motorrijtuigen, motoren, (brom)fietsen of mountainbikes; e. voor militaire oefeningen, met uitzondering van marsoefeningen, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van voertuigen; f. als staanplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel;voor het winnen van bosstrooisel en mos; g. als terrein voor het aanbrengen en het hebben van opschriften, aankondigingen of afbeeldingen, behoudens het bepaalde in artikel 7 van de Grondwet; h. voor het scheuren van grasland; i. voor het opslaan van mest(stoffen); j. voor opslagdoeleinden, zoals onder ander het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen alsmede tuinafval.
Afdeling 4.5 Detailhandel
Paragraaf 4.5.1 Algemeen
Artikel 4.14 Waar gaat deze afdeling over?
Deze afdeling gaat over het gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel in het gebied 'Detailhandel'.
Paragraaf 4.5.2 Toegestaan gebruik zonder vergunning
Artikel 4.15 Algemene regels toegestaan gebruik
Lid 1
Detailhandel is toegestaan op de begane grond.
Lid 2
46/331
Detailhandel op de eerste verdieping is uitsluitend toegestaan in het gebied 'Detailhandel op de eerste verdieping'.
Lid 3
Uitsluitend volumineuze detailhandel is toegestaan in het gebied 'Detailhandel volumineus'.
Paragraaf 4.5.3 Toegestaan gebruik met vergunning
gereserveerd
Afdeling 4.6 Dienstverlening en Kantoor
Paragraaf 4.6.1 Algemeen
Artikel 4.16 Waar gaat deze afdeling over?
Deze afdeling gaat over het gebruik van gronden en bouwwerken voor dienstverlening in het gebied 'Dienstverlening' en gebied 'Kantoor'.
Paragraaf 4.6.2 Toegestaan gebruik zonder vergunning
Artikel 4.17 Algemene regels toegestaan gebruik
Lid 1
In het gebied 'Dienstverlening' is dienstverlening toegestaan.
Lid 2
Gereserveerd
Lid 3
In het gebied 'Kantoor' zijn kantoren toegestaan, al dan niet in combinatie met aan de kantoorfunctie ondergeschikte dienstverlening.
Paragraaf 4.6.3 Toegestaan gebruik met vergunning
gereserveerd
Afdeling 4.7 Evenementen
Paragraaf 4.7.1 Algemeen
Artikel 4.18 Waar gaat deze afdeling over?
Deze afdeling is van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken in het gebied evenementen.
Artikel 4.19 Evenementenlocatie
47/331
Er is een 'evenemententerrein'.
Paragraaf 4.7.2 Toegestaan zonder vergunning
Artikel 4.20 Algemene regels toegestaan gebruik
gereserveerd
Paragraaf 4.7.3 Toegestaan met vergunning
Artikel 4.21 Vergunningplicht
gereserveerd
Afdeling 4.8 Groen
Paragraaf 4.8.1 Algemeen
Artikel 4.22 Waar gaat deze afdeling over?
Deze afdeling gaat over het gebruik van gronden en bouwwerken voor groenvoorzieningen in het gebied 'Groen'.
Paragraaf 4.8.2 Toegestaan gebruik zonder vergunning
Artikel 4.23 Algemene regels toegestaan gebruik
De gronden en bouwwerken in het gebied 'groen' mogen gebruikt worden voor groen, zoals trapvelden, speelplaatsen, plantsoenen, waterpartijen.
Paragraaf 4.8.3 Toegestaan gebruik met vergunning
gereserveerd
Afdeling 4.9 Horeca
Paragraaf 4.9.1 Algemeen
Artikel 4.24 Waar gaat deze afdeling over?
Deze afdeling gaat over het gebruik van gronden en bouwwerken voor horeca-activiteiten in het gebied 'Horeca'.
Artikel 4.25 Verboden gebruik
gereserveerd
Paragraaf 4.9.2 Toegestaan gebruik zonder vergunning
48/331
Artikel 4.26 Algemene regels toegestaan gebruik
gereserveerd
Paragraaf 4.9.3 Toegestaan met vergunning
gereserveerd
Afdeling 4.10 Maatschappelijk
Paragraaf 4.10.1 Algemeen
Artikel 4.27 Waar gaat deze afdeling over?
Deze afdeling gaat over het gebruik van gronden en bouwwerken voor maatschappelijke activiteiten in het gebied 'Maatschappelijk'.
Paragraaf 4.10.2 Toegestaan gebruik zonder vergunning
Artikel 4.28 Algemene regels toegestaan gebruik
Lid 1
De gronden en bouwwerken in het gebied 'maatschappelijk' mogen worden gebruikt voor: a. religieuze voorzieningen; b. onderwijs en kinderopvang; c. sociaal-culturele voorzieningen; d. overheidsdoeleinden; e. medische praktijken; f. verzorgende doeleinden; g. ondersteunende horeca.
Lid 2
In het gebied 'begraafplaats' mogen de gronden en bouwwerken worden gebruikt voor een begraafplaats.
Paragraaf 4.10.3 Toegestaan gebruik met vergunning
gereserveerd
Afdeling 4.11 Sport
Paragraaf 4.11.1 Algemeen
Artikel 4.29 Waar gaat deze afdeling over?
Deze afdeling gaat over het gebruik van gronden en bouwwerken voor sport in het gebied 'Sport'.
Artikel 4.30 Verboden gebruik
49/331
Het is verboden de gronden en bouwwerken in het gebied 'Afdeling 4.11' te gebruiken voor verblijfsrecreatieve voorzieningen en evenementen, met uitzondering van sportevenementen.
Paragraaf 4.11.2 Toegestaan gebruik zonder vergunning
Artikel 4.31 Algemene regels toegestaan gebruik
De gronden en bouwwerken in het gebied 'sport' mogen worden gebruikt voor: a. recreatieve doeleinden op sportgebied; b. ondergeschikte horeca ten behoeve van de sportactiviteiten.
Paragraaf 4.11.3 Toegestaan gebruik met vergunning
gereserveerd
Afdeling 4.12 Verkeer
Paragraaf 4.12.1 Algemeen
Artikel 4.32 Waar gaat deze afdeling over?
Deze afdeling gaat over het gebruik van gronden en bouwwerken voor verkeersactiviteiten in het gebied 'Verkeer'.
Paragraaf 4.12.2 Toegestaan gebruik zonder vergunning en verboden gebruik
Artikel 4.33 Algemene regels toegestaan gebruik
Lid 1
De gronden en bouwwerken in het gebied 'verkeer' mogen worden gebruikt voor: a. bewegend en stilstaand verkeer en de daarbij behorende voorzieningen; b. nutsvoorzieningen; c. duurzaam bodem- en waterbeheer, waaronder begrepen watergangen, zaksloten en infiltratievoorzieningen.
Lid 2
In het gebied 'Garageboxen' zijn garageboxen toegestaan. Deze garageboxen zijn bedoeld voor de stalling van motorvoertuigen en fietsen en opslag passend bij de woonfunctie.
Paragraaf 4.12.3 Toegestaan gebruik met vergunning
gereserveerd
Afdeling 4.13 Water
Paragraaf 4.13.1 Algemeen
Artikel 4.34 Waar gaat deze afdeling over?
Deze afdeling gaat over het gebruiksdoel van de gebieden 'Water'.
50/331
Paragraaf 4.13.2 Toegestaan gebruik zonder vergunning
Artikel 4.35 Algemene regels toegestaan gebruik
In het gebied 'Afdeling 4.13' mogen de gronden worden gebruikt voor: a. water, waterpartijen en waterhuishoudkundige doeleinden, waaronder het ontvangen, vasthouden, (tijdelijk) bergen en afvoeren van water, eventueel gecombineerd met infiltratie van water in de bodem; b. het behoud, versterking en ontwikkeling van natuurvriendelijke oevers; c. herstel en ontwikkeling van de natuurlijke, landschappelijke en ecologische waarden en meandering van de waterloop; d. de aanleg en instandhouding van natuurinclusieve maatregelen; en e. bijbehorende voorzieningen, zoals bruggen, steigers, kademuren en oeverbeschoeiingen.
Afdeling 4.14 Wonen
Paragraaf 4.14.1 Algemeen
Artikel 4.36 Waar gaat deze afdeling over?
Deze afdeling gaat over het gebruik van gronden en bouwwerken voor wonen in het gebied 'Wonen'.
Artikel 4.37 Overbewoning woonruimte
Lid 1
Met het oog op het beschermen van de bewoners wordt: a. een woning niet bewoond door meer dan één persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte; en b. een woonwagen niet bewoond door meer dan een persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte.
Lid 2
Het eerste lid is niet van toepassing op woonruimte waarin door het Centraal Orgaan Opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden.
Paragraaf 4.14.2 Toegestaan gebruik zonder vergunning
Artikel 4.38 Algemene regels toegestaan gebruik
Lid 1
In het gebied 'wonen' mag gewoond worden.
Lid 2
In het gebied artikel 4.38, tweede lidmag niet op de begane grond worden gewoond.
Lid 3
Gestapelde woningen zijn alleen toegestaan in het gebied 'Gestapeld'.
51/331
Lid 4
Het aantal woningen per bouwperceel mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal woningen binnen dat bouwperceel, tenzij met de omgevingsnorm 'maximaal aantal woningen' een ander aantal woningen is aangegeven. Daar geldt het in de omgevingsnorm ter plaatse aangegeven aantal als maximum.
Lid 5
In het gebied 'Woonwagenstandplaats is het toegestaan te wonen in woonwagens. Het aantal woonwagens mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal.
Lid 6
In het gebied 'Garageboxen' zijn garageboxen toegestaan. Deze garageboxen zijn bedoeld voor de stalling van motorvoertuigen en fietsen en opslag passend bij de woonfunctie.
Artikel 4.39 Bestaand legaal aanwezig gebruik anders dan wonen
Voor bestaand legaal aanwezige functies anders dan wonen gelden de volgende voorwaarden: a. ter plaatse van het gebied 'Aanwezig bestaand gebruik anders dan wonen' zijn naast wonen ook de functies toegestaan zoals opgenomen in de lijst 'Aanwezige functies anders dan wonen'; b. het gebruik voor deze functies dient te voldoen aan de regels voor die betreffende functie zoals opgenomen in dit hoofdstuk; c. als dit gebruik wordt beëindigd mogen de gebouwen en gronden alleen voor woonfuncties worden gebruikt.
Artikel 4.40 Beroep aan huis
In het gebied 'Wonen' is een aan huis verbonden beroep zonder omgevingsvergunning toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 25 m2; b. de activiteit vindt plaats in de woning en/of een aangebouwd bijbehorend bouwwerk; c. er is geen sprake van een verkeersaantrekkende werking; d. er is geen sprake van een bezoekfunctie; e. detailhandel is niet toegestaan; f. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner; g. er mag geen sprake zijn van hinder voor omliggende woningen.
Artikel 4.41 Bed & breakfast
Een bed & breakfast is zonder omgevingsvergunning toegestaan in de woning en de daarbij behorende bijgebouwen onder de volgende voorwaarden: a. wonen blijft de hoofdfunctie; b. de gebruiksruimte voor bed & breakfast bedraagt niet meer dan 25 m2; c. de bed & breakfast wordt gebruikt door maximaal 2 personen; d. er is voldoende parkeerruimte zoals beschreven in afdeling 4.2; e. belangen van derden worden niet onevenredig geschaad.
Artikel 4.42 Mantelzorg
Het gebruik van een bestaand gebouw voor huisvesting in verband met mantelzorg is toegestaan.
Artikel 4.43 Verboden gebruik
Bijgebouwen mogen niet worden gebruikt: a. als zelfstandige woning, met uitzondering van een mantelzorgwoning; b. voor de uitoefening van handel en/of bedrijf.
52/331
Paragraaf 4.14.3 Toegestaan gebruik met vergunning
Artikel 4.44 Vergunning gebruik beroep of bedrijf aan huis
Met een omgevingsvergunning kan een beroep of bedrijf aan huis in de woning of bijbehorende bouwwerken worden toegelaten. Deze vergunning wordt verleend als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de beroeps- of bedrijfsactiviteiten zijn beperkt tot een oppervlakte van maximaal 50 m²; b. de woonfunctie blijft behouden als hoofdfunctie; c. de activiteiten worden door de bewoner uitgevoerd; d. indien de bewoner wordt ondersteund door personeel, dit tot een maximum van 1 FTE is toegestaan; e. de activiteit is niet aangewezen als vergunningplichtige milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; f. het aan huis gebonden bedrijfsactiviteiten betreft: 1. zoals opgenomen in bijlage 3 bij deze regels; of 2. van categorie 1-bedrijven volgens de Toegesneden lijst van bedrijfstypen, die als bijlage x is opgenomen bij deze regels, dan wel naar oordeel van het college van burgemeester en wethouders daarmee vergelijkbare activiteiten; g. het een aan huis gebonden bedrijven betreft: h. er geen detailhandel ter plaatse plaatsvindt, anders dan ondergeschikt en inherent aan het toegestane gebruik; i. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse; j. belangen van derden worden niet onevenredig geschaad; k. wordt voldaan aan de regels voor parkeren zoals opgenomen in afdeling 4.3; l.
wordt voldaan aan de regels over milieubelastende activiteiten zoals opgenomen in afdeling 22.3.
Artikel 4.45 Vergunning woningsplitsing
Lid 1
Binnen het gebied ‘Woningsplitsing mogelijk’ wordt een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van extra woningen binnen de bestaande bouwmassa (woningsplitsing), als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. het oorspronkelijke gebouw heeft een inhoud van ten minste 750 m³; b. de cultuurhistorische en/of architectonische waarden van het gebouw blijven behouden; c. (voormalige en overtollige) (bedrijfs)gebouwen worden gesloopt; d. de woningbouw past binnen de provinciale woningbouwprognose; e. de woningbouw past binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma; f. iedere woning heeft na splitsing, een inhoud van ten minste 350 m³; g. er is geen sprake van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen, of gelet op de aard en omvang van de bouw door middel van noodzakelijk (milieu)onderzoek is aangetoond dat het plan alsnog uitvoerbaar is; h. er is voldoende parkeerruimte zoals beschreven in afdeling 4.2; i. er ontstaan geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- of bedrijfsmilieu; j. het verhaal van kosten van de grondexploitatie is verzekerd.
Lid 2
Aan de omgevingsvergunning zoals bedoeld in het eerste lid wordt een voorschrift verbonden dat voor beide woningen gezamenlijk wordt voldaan aan het maximum oppervlak aan bijbehorende bouwwerken zoals opgenomen in artikel 5.29, derde lid.
Artikel 4.46 Vergunning Bed & breakfast meer dan 2 bedden Een bed & breakfast met meer dan 2 bedden en/of groter dan 25 m2 is toegestaan met een omgevingsvergunning als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. wonen blijft de hoofdfunctie; b. de gebruiksruimte voor bed & breakfast bedraagt niet meer dan 50 m2; c. de bed & breakfast wordt gebruikt door maximaal 6 personen; d. er is voldoende parkeerruimte zoals beschreven in afdeling 4.2; e. belangen van derden worden niet onevenredig geschaad.
Afdeling 4.15 Gebruik in gebieden met waarden en beperkingen
Paragraaf 4.15.1 Algemeen
Artikel 4.47 Waar gaat deze afdeling over?
53/331
Deze afdeling gaat over het gebruiken van gronden die aangewezen zijn vanwege bepaalde waarden of beperkingen.
Paragraaf 4.15.2 Toegestaan gebruik met vergunning
Artikel 4.48 Vergunning gebruik monument
Lid 1
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een rijksmonument, gemeentelijk monument of beeldbepalend pand te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het ontsierd of in gevaar wordt gebracht.
Lid 2
De omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend onder de voorwaarden dat: a. het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet; en b. indien het een religieus gemeentelijk monument of beeldbepalend pand betreft: niet zonder overeenstemming met de eigenaar.
Afdeling 4.16 Gebruiksregels met het oog op veiligheid, gezondheid en duurzaamheid.
Artikel 4.49 Vergunning (zeer) kwetsbaar gebouw of locatie in brandvoorschriftgebieden en explosievoorschriftgebieden
Lid 1
In het brandvoorschriftengebied en explosievoorschriftengebied mogen gronden alleen met omgevingsvergunning in gebruik worden genomen voor kwetsbare en/of zeer kwetsbare gebouwen of locaties.
Lid 2
Een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende rekening is gehouden met het groepsrisico, omdat: a. maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in die gebouwen en op die locaties; of b. het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in die gebouwen en op die locaties beperkt is.
Afdeling 4.17 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning gebruik
Artikel 4.50 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsplanactiviteit gebruik
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot het veranderen van gebruik worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; b. onderbouwing van voldoen aan voorwaarden waaraan omgevingsvergunning voor het voorgenomen gebruik wordt getoetst; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak; 2. de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 3. de wijze waarop de locatie wordt ontsloten; 4. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 5. het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; e. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; f. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; g.
gegevens en bescheiden die samenhangen met een uit te brengen advies van de Agrarische Adviescommissie in geval van een aanvraag voor een gebruiksactiviteit op een locatie waaraan een agrarische functie is toegedeeld; h. in het geval sprake is van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.48, eerste lid een opgave van de maatregelen die worden getroffen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken als bedoeld in dit artikel; en i. overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.
54/331
Hoofdstuk 5 Bouwen, slopen en in stand houden van bouwwerken Afdeling 5.1 Algemeen
Paragraaf 5.1.1 Algemene regels voor bouwen
Artikel 5.1 Waar gaat dit hoofdstuk over?
Dit hoofdstuk gaat over het bouwen en in stand houden van bouwwerken.
Artikel 5.2 Repressief welstand
Lid 1
Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold: a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; b. en een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist.
Lid 2
Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een welstandsvrij gebied.
Paragraaf 5.1.2 Algemene regels omgevingsvergunning voor bouwen
Artikel 5.3 Omgevingsvergunning voor bouwen
Lid 1
Het is verboden een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken zonder omgevingsvergunning, met uitzondering van de gevallen dat: a. elders in dit hoofdstuk is aangegeven dat mag worden gebouwd zonder omgevingsvergunning; b. op grond van bepalingen in het Besluit bouwwerken leefomgeving, die van toepassing zijn op de omgevingsplanactiviteit bouwen, mag worden gebouwd zonder omgevingsvergunning.
Lid 2
Een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend als wordt voldaan aan de voorwaarden die gesteld worden in dit hoofdstuk.
Paragraaf 5.1.3 Algemene regels vergunningvrij bouwen
Artikel 5.4 Service bepaling landelijk vergunningvrij bouwen van een bouwwerk
In paragraaf 2.3.3. van het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn gevallen aangewezen die op basis van algemene regels (vergunningvrij) gerealiseerd mogen worden.
Artikel 5.5 Algemene regels vergunningvrij bouwen
Bij vergunningvrije bouwactiviteiten blijft het aantal woningen gelijk, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.