Bijlage 1 - Voorontwerp wijziging omgevingsplan Asten Biesvelden 1 (motivering, regels en verbeelding)
Tekst van het document
Asten Biesvelden fase 1 Wijziging Omgevingsplan Gemeente Asten
sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling
8 januari 2026, projectnummer 230268.03
sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling info@sab.nl - www.sab.nl Disclaimer tekst Bij het samenstellen is de grootst mogelijke zorgvuldigheid nagestreefd. Toch kan de informatie in deze uitgave niet juist of onvolledig zijn. De Opdrachtgever is hiervoor niet aansprakelijk. Als u van mening bent dat er beeldmateriaal is gebruikt waarover u het beeldrecht heeft, neem dan contact op met de opdrachtgever via onze website of bovengenoemde adres. Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen, in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
Inhoudsopgave Motivering Regels Verbeelding
Motivering
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
Aanleiding en doel
3
1.1
Aanleiding
3
1.2
Grens wijzigingsbesluit
3
1.3
Leeswijzer
4
Wijziging omgevingsplan
6
2.1
Beschrijving huidige situatie
6
2.2
Beschrijving toekomstige situatie
8
2.3
Door te voeren wijzigingen in het omgevingsplan
17
Beleidskader
20
3.1
Rijksbeleid
20
3.2
Provinciaal beleid
23
3.3
Regionaal beleid
27
3.4
Gemeentelijk beleid
28
Milieu- en omgevingsaspecten
31
4.1
Milieueffectrapportage
31
4.2
Bodem
33
4.3
Milieubelastende activiteiten
35
4.4
Geluid
38
4.5
Luchtkwaliteit
41
4.6
Omgevingsveiligheid
42
4.7
Geur
46
4.8
Trillingen
47
4.9
Gezondheid
48
4.10
Geitenhouderijen
50
4.11
Water
51
4.12
Natuur
59
4.13
Archeologie
64
4.14
Cultuurhistorie
65
4.15
Verkeer en parkeren
66
4.16
Omgevingskwaliteit
68
4.17
Niet gesprongen explosieven
68
Juridische planopzet
70
6
Uitvoerbaarheid
71
6.1
Economische uitvoerbaarheid
71
6.2
Maatschappelijk uitvoerbaarheid
71
Bijlagen Bijlage 1:
Toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking
Bijlage 2:
M.e.r.-beoordeling
Bijlage 3:
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 4:
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 5:
Quick scan luchtkwaliteit
Bijlage 6:
Quick scan omgevingsveiligheid
Bijlage 7:
Weging van het waterbelang
Bijlage 8:
Quick scan natuur
Bijlage 9:
Onderzoek stikstofdepositie
Bijlage 10:
Nader soortenonderzoek
Bijlage 11:
Archeologische bureau en verkennend booronderzoek
Bijlage 12:
Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten
Bijlage 13:
Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan
1 Aanleiding en doel 1.1
Aanleiding Binnen de gemeente Asten is er een dringende behoefte aan woningen en naar verwachting zal die behoefte de komende jaren alleen maar toenemen. Daarom ontwikkelt de gemeente Asten de oostzijde van de kern Asten tot een aantrekkelijk en afwisselend woongebied. De gebieden Loverbosch 1 en 2 zijn reeds (grotendeels) gerealiseerd en Loverbosch 3 is nu in uitvoering. Biesvelden is een nieuw plandeel welke zich nu aandient voor ontwikkeling ten zuiden van Loverbosch. Biesvelden fase 1 vormt daarbij het eerste deel van de ontwikkeling. De wens is om hier 226 woningen te realiseren. Het is een gebied met een oppervlakte van circa 8,5 hectare, wat momenteel voornamelijk uit agrarisch gronden bestaat. Het beoogde woonprogramma is divers, met passende woonmilieus en woningtypes voor verschillende doelgroepen. Met de bouw van woningen in Biesvelden fase 1 is de continuering van woningbouw in de gemeente Asten geborgd. Het voornemen past niet binnen de ter plaatse geldende juridisch-planologische kaders. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet een wijzigingsbesluit omgevingsplan worden genomen. Ten behoeve van de omgevingsplanwijziging is het noodzakelijk te motiveren of de beoogde ontwikkeling voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voorliggende motivering toont dit aan.
1.2
Grens wijzigingsbesluit Het projectgebied is gelegen aan de oostkant van de kern Asten, ten zuiden van de recente uitbreiding Loverbosch fase 3. Het gaat grofweg om het gebied gelegen tussen de N279, de bestaande woningen van de kern Asten en Loverbosch fase 3. Navolgende afbeeldingen tonen respectievelijk de globale ligging en de begrenzing van de beoogde nieuwe woonwijk. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij onderhavig plan.
3
Ligging van de nieuwe woonwijk Biesvelden fase 1, aangeduid met rood kader (Bron: PDOK Viewer, bewerkt door SAB).
Globale begrenzing van de nieuwe woonwijk Biesvelden fase 1, aangeduid met wit kader (Bron: PDOK Viewer, bewerkt door SAB).
1.3
Leeswijzer Voorliggende motivering is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het project beschreven, waarbij wordt ingegaan op de huidige situatie in het besluitgebied en de beoogde toekomstige situatie. Het derde hoofdstuk gaat in op de relevante geldende beleidskaders die van invloed zijn op de ontwikkeling. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in hoeverre de ontwikkeling gevolgen heeft op de fysieke leefomgeving en hoofdstuk 5 beschrijft de juridische 4
planopzet. Tot slot komt in hoofdstuk 6 de economische uitvoerbaarheid van de ontwikkeling en de participatie en het overleg dat heeft plaatsgevonden aan bod.
5
2 Wijziging omgevingsplan 2.1
Beschrijving huidige situatie Historie Asten ligt tussen Eindhoven en Venlo en is ontstaan op de flank van een dekzandrug. Asten is ongeveer tussen 1000 en 1250 ontstaan en vormde het centrum van een tiendakkerdorp met Voordeldonk als één van de gehuchten die rondom Asten aanwezig waren. Vanuit de nederzetting is het zandgebied ontgonnen; eerst direct rond de kern en later in een steeds wijder gebied, totdat in de 20e eeuw ook de omliggende heide en het veen ontgonnen werden. Het besluitgebied bevindt zich aan de oostkant van Asten, op de overgang van de oudere naar de jongere zandontginningen. Op de historische topografische kaarten is te zien dat het gebied voornamelijk bestond uit een afwisseling van graslanden en bouwlanden. De bouwlanden bevonden zich op de hoger gelegen delen (de langwerpige dekzandruggen) en de graslanden met een fijnmazige kavelbeplanting op de lager gelegen en nattere delen langs de Beekerloop. De kavels waren kleinschalig en vrij onregelmatig van vorm. Op de historische kaarten is de Beekerloop ook duidelijk te zien, ook toen al in gekanaliseerde vorm. Deze watergang had als belangrijke functie het bevloeien van de graslanden en het afvoeren van overtollig water. De Koestraat is ook goed zichtbaar op deze kaarten en had destijds een meer onregelmatige vorm.
In de loop van de tijd is de Koestraat getransformeerd naar een rechte agrarische straat en zijn ook de omliggende agrarisch percelen gerationaliseerd. De Voordeldonk aan de zuidzijde van het besluitgebied is nu nog herkenbaar als een historisch bebouwingslint dat aansluit op de oostzijde van de kern Asten en de overgang vormt tussen de bebouwde kom en het landelijk gebied.
Ontwikkeling van de kern Asten (Bron: Topo tijdreis).
6
Huidige situatie De ontwikkellocatie Biesvelden fase 1 is gelegen ten oosten van de kern Asten. De hoofdfuncties in de directe omgeving zijn voornamelijk wonen (ten oosten en noorden), verkeer (ten oosten) en agrarisch (ten zuiden en oosten). Her en der zijn er op kleine schaal ook woon-, groen-, water- en bedrijfsfuncties in de omgeving gelegen. Het ontwikkelgebied is weergegeven op navolgende luchtfoto.
Huidige situatie ter plaatse van het ontwikkelgebied (Bron: PDOK Viewer, bewerking door SAB).
Het besluitgebied zelf valt momenteel nog buiten de bebouwde kom van Asten. De locatie grenst aan de wijk Loverbosch fase 3 die momenteel wordt gerealiseerd. Het ontwikkelgebied bestaat momenteel grotendeels uit agrarische percelen. Tevens ligt in het midden van het gebied in noord-zuid richting de Koestraat, een weg met een bomenrij. Deze beplanting maakt onderdeel uit van de groene hoofdstructuur van Asten. Aan de noordoost- en oostrand van het ontwikkelgebied is de Veldloop, een watergang, gelegen. De navolgende afbeeldingen geven een impressie van de huidige situatie ter plaatse van het besluitgebied vanuit de lucht en vanaf de Koestraat.
7
Luchtfoto in vogelvlucht vanuit het zuiden (bron: Google Earth).
Zicht op het ontwikkelgebied vanaf de Koestraat (Google Street View).
2.2
Beschrijving toekomstige situatie Gebiedsvisie Asten Oost Na de eerdere aanleg en ontwikkeling van de buurten Loverbosch fasen 1, 2 en 3 ontstond behoefte aan een samenhangende ruimtelijk-functionele hoofdstructuur voor Asten Oost. Reden hiervoor was dat dit deel van Asten qua structuur en beleving meer is dan de som der delen. Voor Biesvelden 1 en de eventuele daarop volgende ontwikkelingen werd het op voorhanden hebben van een samenhangende hoofdstructuur als wenselijk gezien. Deze gebiedsvisie vormt de basis van het stedenbouwkundig plan voor Biesvelden 1.
8
Hoofdstructuur Het stedenbouwkundig plan is opgesteld door SAB en is te vinden in bijlage 13 bij voorliggende motivering. Hierin is de ambitie geformuleerd om Biesvelden 1 vorm te geven als een groen ingerichte en afwisselende woonwijk, waarbij een natuurinclusieve inrichting van de openbare ruimte een belangrijke bijdrage levert aan deze beleving. Het westelijk deel (gelegen ten westen van de Koestraat) dat grenst aan de bestaande kern van Asten, is hoger gelegen dan het gebied ten westen van de Koestraat. Dit deelgebied zal een inrichting en uitstraling krijgen passend bij de boscomplexen op de (hoger gelegen) zandgronden uit de omgeving. Dit komt tot uitdrukking in de inrichting van openbare ruimte (beplanting en keuze voor boomsoorten) en verschijningsvorm van de woningen. Het gebied ten oosten van de Koestraat is van oorsprong wat lager gelegen en natter. De inrichting van de openbare ruimte geeft hier uitdrukking aan door de introductie van meer water en wadi’s en bijpassende beplanting. De Koestraat is een belangrijk ruimtelijke en functioneel (cultuurhistorisch bepaald) element dat ook in de toekomst een belangrijke rol zal blijven spelen. Naast dat het een belangrijke verbinding vormt voor langzaam verkeer is het ook van betekenis van flora en fauna.
De opgaande beplanting is onder andere van belang voor de vleermuis, en de natuurvriendelijke oevers langs de bermsloten en greppels van de Koestraat geven ruimte aan insecten en kleine dieren. De verbindingen en verwevenheid met de bestaande kern van Asten zijn van grote betekenis. Door alle mogelijke verbindingen met de bestaande kern te benutten ontstaat een fijnmazige aansluiting met het dorp welke het wandelen en fietsen positief bevorderen en ontmoetingen mogelijk maken. Daarnaast voorziet Biesvelden 1 in een comfortabele en vrijliggende langzaam verkeersverbinding tussen Asten Oost en het centrum van Asten. De verbinding sluit via het Haakske aan op de routes door het park ‘t Loverveld en voorziet zo in een belangrijke verbinding die ook de voorzieningen in het centrum van Asten voor langzaam verkeer bereikbaar maakt. Navolgende afbeelding toont het stedenbouwkundig plan voor Biesvelden fase 1.
9
Stedenbouwkundig plan Biesvelden 1 (Bron: SAB).
Woningbouwprogramma Het woningbouwprogramma voor Biesvelden 1 bestaat in totaal uit 226 woningen. De woningtypen zijn zeer uiteenlopend qua grootte en prijsklasse. Zo komen er verdeeld over het besluitgebied vrijstaande woningen, levensloopbestendige patiowoningen, twee-onder-één-kapwoningen, rijwoningen en starterswoningen. Daarnaast bevinden zich op een aantal markante locaties in het besluitgebied accenten in de vorm van appartementen of bijzondere woningtypen, zoals bij de entree bij de Beekerloop en aan de centrale ruimte in het westelijke deel van het plan. Ook zijn er enkele woonwagenstandplaatsen in het plan opgenomen. In totaal voorziet het plan in 76 woningen in de vrije sector, 83 woningen in de betaalbare prijsklasse en 67 woningen in de sociale huurklasse. Onderstaande tabel toont het woonprogramma uitgesplitst per woningtype en prijscategorie en de navolgende afbeelding toont de toekomstige inrichting van het gebied, met daarbij de verdeling van het woonprogramma.
10
Woningbouwprogramma, uitgesplitst per woningtype en prijscategorie (Bron: SAB).
Toekomstige inrichting van het ontwikkelgebied, met daarbij het beoogde woonprogramma (Bron: SAB).
11
Woongebieden Biesvelden fase 1 is een nieuwe woonwijk die wordt opgebouwd uit drie verschillende woonsferen (zie onderstaande afbeelding). In het noordwesten ligt ‘De Bies’ in het zuidwesten ‘Boszicht’ en in het oosten ‘Het Veld’.
Woonsferen Biesvelden 1 (Bron: SAB). De Bies
De Bies ligt tegen de bestaande kern van Asten aan, op de hogere gronden van het besluitgebied. Dit deel van Biesvelden 1 zal qua woontype en maatvoering aansluiten bij de bestaande woningen. Het gebied biedt ruimte aan vrijstaande woningen en tweekappers. De Bies kent qua beeldkwaliteit een ongedwongen sfeer, waar woningen onderling qua kleur wat meer van elkaar mogen verschillen. Wel is er per woning duidelijk een keuze gemaakt voor één materiaal (en kleur). Boszicht
Het eerste deel van Boszicht ligt ten zuiden van de centrale groene ruimte. In de toekomst wordt deze woonsfeer verder zuidwaarts doorgetrokken naar het bos bij de Voordeldonk. In Boszicht loopt een centrale boslaan, en deze verbindt het bos bij de Voordeldonk met de centrale groene (beboste) ruimte in Biesvelden 1. De woningbouw kent een -meer dan in De Bies- op elkaar afgestemde kleur- en materiaalgebruik. De woningen zijn hier in wittinten vormgegeven. Het Veld
Het Veld is het lage deel van Biesvelden en kent iets robuustere bouwblokken, rondom de parkeerhoven. Een ringstraat omsluit de bouwblokken. De bouwblokken hebben een stevige rand van rijwoningen en appartementen. Het binnenste gebied is iets losser van opzet, met verbijzonderde tweekappers voorzien van veranda’s of tuinkamers. De kern van Het Veld -Het Beekerbinnenveld- kent een iets ander handschrift dan de bouwblokken aan weerszijden, als een bijzonder en groener woonmilieu. 12
Groen Biesvelden 1 wordt een groene buurt. Het nieuwe boscomplex aan de westzijde van het plan is daarbij een belangrijk element, de wadi’s, maar ook de inpassing van de Beekerloop met natuurvriendelijke oevers is een belangrijke opgave. Deze watergang krijgt bij de ontwikkeling van de verschillende deelgebieden binnen Asten Oost een andere meer natuurlijke verschijningsvorm. Daarbij wordt ook nog ruimte gegeven aan de verplaatsingsmogelijkheden van de das. De inrichting van deze zone zal afwisselend zijn met opgaande begroeiing, boomgroepen en solitairen die geplaatst zijn in een strook tussen de wadi’s en de Beekerloop. Spelen in het groen is belangrijk: naast de veilig ingerichte speelplekken voor de allerkleinsten, waar ouders en kinderen elkaar ontmoeten, vindt de gemeente spelen in een natuurlijke omgeving voor de iets oudere kinderen zeer belangrijk. Deze speelvoorzieningen worden zoveel mogelijk geclusterd.
Indicatieve groenstructuur Biesvelden fase 1 (Bron: SAB).
Mobiliteit en parkeren Het besluitgebied wordt voor de auto ontsloten via twee verbindingen. Het gedeelte ten westen van de Koestraat wordt ontsloten via de Vlas. Het deel ten oosten van de Koestraat via de Mispel. Op termijn worden deze beide verbindingen in de richting van de Voordeldonk voortgezet wanneer er nieuwe ontwikkelingen worden opgestart. Het westelijke en oostelijk plandeel zijn voor de auto niet onderling verbonden, de auto kruist de Koestraat dus niet. Dat geeft de beste garantie voor luwe woonbuurten, waar het verblijven en ontmoeten goed tot haar recht kan komen. Voor fietsers en nooddiensten is er uiteraard wel een verbinding welke de Koestraat kruist, evenals diverse verbindingen richting het dorp. 13
Het plan houdt al rekening met de volgende fasen van Biesvelden: de ontsluitingstraten lopen van noord naar zuid en kunnen in een later stadium worden doorgetrokken naar nieuwe ontwikkelingsgebieden. Dit is in lijn met de hoofdstructuur uit de eerdere genoemde Gebiedsvisie Asten Oost. De overige straten bestaan uit woonstraten en woonpaden. De woonstraten zijn redelijk tradioneel, bestaande uit een rijloper, parkeergelegenheid en een trottoir. Bij de woonpaden is de auto meer te gast, de straat is ingericht voor verblijf en ontmoeten. De gemeente vindt het belangrijk dat er een prettig groen woonklimaat ontstaat. Het ontwerp speelt daarop in door geparkeerde auto’s zoveel mogelijk uit het zicht te parkeren, zodat de (geparkeerde) auto de buurt niet gaat overheersen. Parkeren vindt veel plaats op eigen terrein (tweekappers en vrijstaande woningen) en bij voorkeur wat verder op de kavel. Voor de rijwoningen en de appartementen geldt dat het parkeren deels op straat wordt afgewikkeld, maar ook op zogenaamde parkeerhoven achter de woningen. Woningen rondom deze parkeerhoven hebben hier minimaal één parkeerplek. Belangrijk is dat deze parkeerhoven kwalitatief goed worden vormgegeven (sfeer, groen en klimaatadaptief), men komt hier meestal thuis. De overige parkeerplekken (tweede auto / bezoekersparkeren cf. parkeernormering gemeente) zijn aan de straat gesitueerd.
Zo ontstaat een rustig, groen en ontspannen straatbeeld.
Ontsluitingsstructuur (auto en fiets) Biesvelden fase 1 (Bron: SAB).
14
Ten aanzien van parkeren is het plangebied opgedeeld in zes velden. Navolgende afbeeldingen en tabel tonen de parkeersituatie voor velden 1-3 en velden 4-6.
Parkeersituatie toekomstige situatie (Bron: SAB).
15
Verdeling parkeren in parkeerkoffers, openbare ruimte en eigen terrein (Bron: SAB).
Duurzaamheid, natuurinclusiviteit en biodiversiteit In Biesvelden is veel aandacht voor een natuurinclusieve en klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte. De buurt wordt zo groen mogelijk ingericht waarbij wordt ingezet op het versterken van de biodiversiteit, het tegengaan van hittestress en creëren van een gezonde leefomgeving voor zowel mens als dier. Hierbij wordt invulling gegeven aan het Programma Groen van de gemeente. Het stedenbouwkundig plan houdt zoveel als mogelijk rekening met het handhaven van de bomen aan de Koestraat als onderdeel van de groenhoofdstructuur van Asten. De ambitie is om zoveel mogelijk bestaande bomen te behouden in en rond het besluitgebied. Verder worden er vele nieuwe bomen toegevoegd, bestaande uit solitairen en boomgroepen tot een klein bos. Bij het planten van bomen is aandacht voor het maken van een besloten groene sfeer in de buurt. Daarnaast worden de straten waar mogelijk is zo groen mogelijk ingericht met plantvakken en bomen. Ook voldoet het stedenbouwkundig plan aan de gestelde groennorm uit het Programma Groen. In dit programma wordt een richtlijn van 75m2 openbaar groen per wooneenheid gehanteerd. Voor appartementen en beneden-bovenwoningen is deze norm afwijkend vastgesteld op 40m2 per wooneenheid. Hiervan moet minimaal 15m2 per wooneenheid enkel bestemd zijn voor groen (eventueel gecombineerd met spelen).
De overige ruimte mag mede gebruikt worden voor bijvoorbeeld waterberging. Op de ruimtegebruik-kaart uit de bijlage bij het stedenbouwkundig plan is te zien dat hier ruimschoots in wordt voorzien. Er wordt namelijk bijna 16.000 m2 groen en meer dan 8.000 m2 wadi (+ talud) gerealiseerd. Biesvelden kenmerkt zich door verschillende groene zones met ieder een eigen inrichting. Zo bestaat de centrale groene ruimte voornamelijk uit bos, een wadi, ruigtekruiden en voor een gedeelte uit kort gemaaid gras om te spelen en te ontmoeten, en boomsoorten zoals de Eik, Grove Den en Krent. De oostelijke helft van de buurt bestaat daarentegen juist meer uit hooiland en kruidenrijk grasland, met bomen zoals Wilg en Els. Hemelwater wordt opgevangen in de natuurlijk vormgegeven wadi’s waarbij het op een natuurlijke wijze infiltreert danwel vertraagd wordt afgevoerd naar de
16
Beekerloop. Deze wadi’s hebben een gevarieerde inrichting, van een meer open karakter tot een ruige inrichting met veel beplanting en bomen. De wadi aan de oostzijde van het besluitgebied is hier een voorbeeld van. De groene omgeving van Biesvelden vormt een goede habitat voor verschillende dieren. Ter bevordering van de biodiversiteit is natuurinclusief bouwen uitgangspunt voor alle nieuwbouw in Biesvelden. Hierbij geldt een puntensysteem, waarbij verschillende maatregelen genomen kunnen worden in de vorm van bijvoorbeeld een ingemetselde nestenkast, bijenhotel, etc. Op de zuidgevels langs de centrale groene ruimte zijn bijvoorbeeld voorzieningen mogelijk voor vlinders, bijen en hommels op een hoogte van 1 tot 5 meter. De oostgevels zijn geschikt voor diverse soorten vogels zoals huismussen, zwaluwen, verschillende mezen etc. De hoogte van de kasten en grootte van de openingen verschilt per soort. Ook de kopse kanten van rijwoningen kunnen hiermee verfraaid worden. De beplanting in openbare ruimte wordt eveneens gekozen vanwege de meerwaarde voor de biodiversiteit. Toe te passen beplanting biedt voedsel, dekking en nestgelegenheid voor diverse soorten vogels. De bomen en vaste planten worden daarnaast gekozen vanwege hun aantrekkende werking op vlinders, bijen, hommels en andere insecten door hun specifieke geur en nectarproductie.
De insecten spelen een belangrijke rol bij de bestuiving van planten en vormen een belangrijke schakel in de voedselvoorziening van onder meer vogels. Naast voedsel hebben de insecten ook leefruimte nodig. Verschillende begroeiing en open verharding bieden die ruimte. Op deze manier versterken de openbare ruimte en de gebouwen elkaar
2.3
Door te voeren wijzigingen in het omgevingsplan Huidige juridisch-planologische situatie Sinds 1 januari 2024 geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente Asten, dus ook ter plaatse van het projectgebied, het (tijdelijke) omgevingsplan gemeente Asten. Hierin zijn onder andere ruimtelijke regels uit instrumenten van de Wet ruimtelijke ordening (zoals het bestemmingsplan of de beheersverordening), regels uit lokale verordeningen over erfgoed, geurhinder, en afvoer van hemel- en grondwater, en de bruidsschat (rijksregels die naar de gemeente zijn overgegaan) opgenomen. Ter plaatse van het projectgebied maken de ‘Beheersverordening Asten Stegen, Koestraat 2013’ en ‘Asten Parapluplan Wonen 2019’ onderdeel uit van het tijdelijke deel omgevingsplan. Beheersverordening Asten Stegen, Koestraat 2013 Deze beheersverordening is vastgesteld op 8 oktober 2013. Het projectgebied heeft op basis van deze beheersverordening de bestemmingen ‘agrarisch’, ‘bos’ en ’verkeer’. Navolgende afbeelding toont een uitsnede van de verbeelding ter plaatse van het projectgebied.
17
Uitsnede verbeelding beheersverordening Asten Stegen, Koestraat 2013, met besluitgebied rood omkaderd. Enkelbestemming ‘Agrarisch’
Het besluitgebied kent grotendeels een agrarische functie. De gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ zijn bestemd voor de uitoefening van landbouw. De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden bebouwd met bouwwerken, geen woning zijnde, die uit een oogpunt van doelmatige agrarische bedrijfsvoering noodzakelijk zijn. Enkelbestemming ‘Bos’
In het midden van het projectgebied heeft een deel van de gronden de bestemming ‘Bos’. De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor de instandhouding van de ter plaatse aanwezige houtwal. Op de voor 'Bos' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. Enkelbestemming ‘Verkeer’
Tevens kent een deel van de gronden in het midden van het gebied de bestemming ‘Verkeer’. De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor het bewegend en stilstaand wegverkeer met de daartoe nodige voorzieningen. Op de voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden opgericht, welke met het verkeer verband houden, alsmede kleine bouwwerken van openbaar nut zoals voor verkeersregeling en wegverlichting. Bestemmingsplan ‘Asten Parapluplan Wonen 2019’ Dit parapluplan is vastgesteld op 4 februari 2020. De doelstelling van dit paraplubestemmingsplan is de begrippen ‘wonen/woondoeleinden’, ‘woning/wooneenheid’ en ‘huishouden’ duidelijk te omschrijven en aan elkaar te koppelen. Hiermee 18
worden de begripsbepalingen voor het gehele gemeentelijke grondgebied op elkaar afgestemd. Bruidsschat De bruidsschat is een onderdeel van het omgevingsplan dat regels bevat over onderwerpen waarover in het verleden door het Rijk regels werden opgesteld. Dit zijn dus gedecentraliseerde regels. De regels gaan over bouwwerken, open erven en terreinen (afdeling 22.22), milieubelastende activiteiten (afdeling 22.3), het aanleggen of wijzigen van (spoor)wegen zonder geluidproductieplafonds (afdeling 22.4) en gemeentelijke omgevingsvergunningen (afdeling 22.5). Strijdigheden De bouw en het gebruik van woningen is niet toegestaan op basis van de opgenomen regels in het tijdelijke omgevingsplan van de gemeente Asten. In de beheersverordening Asten Stegen, Koestraat 2013, die onderdeel uitmaakt van het tijdelijke omgevingsplan, is ter plaatse van de agrarische bestemming regulier wonen niet toegestaan. Ter plaatse van het besluitgebied gelden tevens de regels uit de bruidsschat, welke onderdeel uitmaken van het tijdelijk omgevingsplan. Het voorliggende plan maakt geen milieubelastende activiteiten mogelijk, waardoor er geen strijd ontstaat met de instructieregels uit het Bkl. De regels uit de bruidsschat voor bouwwerken, open erven en terreinen zijn wel van toepassing voor een woningbouwplan. Deze regels staan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties niet in de weg.
De ontwikkeling past derhalve niet binnen de juridisch-planologische kaders die ter plaatse gelden op grond van het tijdelijke omgevingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet een wijzigingsbesluit omgevingsplan worden opgesteld.
19
3 Beleidskader 3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: − ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; − duurzaam economisch groeipotentieel; − sterke en gezonde steden en regio's; − toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven: − Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. − Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. − Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
Toetsing Voorliggend project voorziet in de realisatie van in totaal 226 woningen. Het woonprogramma is erg divers, zowel in woningtype als prijscategorie. Daarmee speelt het project in op de gevarieerde woonbehoefte in de gemeente en de regio. De verbindingen en verwevenheid met de bestaande kern van Asten zijn van grote betekenis. Door alle mogelijke verbindingen met de bestaande kern te benutten ontstaat een fijnmazige aansluiting met het dorp. Bovendien is bij de gebiedsinrichting zo veel mogelijk rekening gehouden met de kenmerken en identiteit van de al bestaande woningen in de omgeving, maar vooral ook met het bestaande karakter van het gebied. In Biesvelden is veel aandacht voor een natuurinclusieve en klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte. De buurt wordt zo groen mogelijk ingericht, waarbij wordt ingezet op het versterken van de biodiversiteit, het tegengaan van hittestress en creëren van een gezonde leefomgeving voor zowel mens als dier. Verder worden de woningen toekomstbestendig en duurzaam gebouwd. Voorliggende ontwikkeling is daarmee in lijn met de doelstellingen van de NOVI.
20
3.1.2
Instructieregels rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het Besluit kwaliteit leefomgeving is één van de vier AMvB’s die invulling geven aan de Omgevingswet. In het besluit staan: − instructieregels voor programma’s, omgevingsplannen, omgevingsverordeningen, waterschapsverordeningen en projectbesluiten: het betreft onder meer normen en regels voor geluid en geur van bedrijfsmatige activiteiten, externe veiligheid en erfgoed, maar ook inhoudelijke randvoorwaarden voor de programma’s voor de kwaliteit van de buitenlucht, de waterprogramma’s, de actieplannen geluid en de beheerplannen voor Natura 2000-gebieden. − omgevingswaarden: het Bkl bevat o.a. omgevingswaarden voor luchtkwaliteit en de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en zwemwater. − regels voor omgevingsvergunningen: dit betreft de regels die het bevoegd gezag hanteert bij het beoordelen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning, het opnemen van voorschriften in een omgevingsvergunning en het wijzigen van voorschriften of intrekken van een omgevingsvergunning.
− monitoring en informatie: dit gaat over de regels over monitoring, gegevensverzameling, gegevensbeheer, toegang tot gegevens, kaarten en verslagen over de toestand van de fysieke leefomgeving. Toetsing Raadpleging van het Omgevingsloket toont aan dat er in het projectgebied op basis van het Bkl twee gebiedsaanwijzingen van toepassing zijn: − Gebieden waar windturbines het radarbeeld kunnen verstoren; − Uitsluitingsgebieden hyperscale datacentra. In het project wordt geen windturbine gebouwd en geen hyperscale datacentrum ontwikkeld. De beschreven regels zijn daarmee niet relevant voor het project. Het voornemen is daarmee niet in strijd met het gestelde in het Bkl.
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. De essentie van de laddertoets is dat bij een voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling steeds sprake moet zijn van een aantoonbare actuele marktbehoefte en dat er uitdrukkelijk moet worden gekeken naar de ruimtelijke effecten. Toetsing Het voornemen bestaat om in totaal 226 woningen te realiseren. Relevant is of deze ontwikkeling is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bkl. Bij de beantwoording van deze vraag moet volgens de Afdeling in onderlinge samenhang worden beoordeeld in hoeverre het project, in vergelijking met het
21
voorgaande project, voorziet in een functiewijziging en welk planologische beslag op de ruimte de ontwikkeling maakt in vergelijking met het voorgaande project. Gelet op het voorgaande is voorliggende ontwikkeling binnen het besluitgebied aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 5.129g Bkl. Daarom is een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking 1 doorlopen (bijlage 1 bij deze motivering). In deze toets is aangetoond dat deze ontwikkeling voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte voor het marktgebied. Deze behoefte wordt gerealiseerd buiten stedelijk gebied. Aangezien de geconstateerde kwantitatieve en kwalitatieve behoefte niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd, is het gerechtvaardigd dat de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied is voorzien. Daarmee wordt geconcludeerd dat het project de toetsing aan de Ladder positief heeft doorlopen. 3.1.4
Nationale woon- en bouwagenda De landelijke overheid heeft op 11 maart 2022 de Nationale woon- en bouwagenda vastgesteld. Reden hiervoor is dat Nederland behoefte heeft aan een toegankelijk, betaalbaar woonlandschap van goede kwaliteit. Deze opgave is echter complex en vraagt om een gerichte inspanning van alle betrokkenen. Het Rijk bundelt daarom de krachten samen met belangrijke partners in het woonveld, zoals medeoverheden, woningcorporaties en marktpartijen, om de geconstateerde problemen en oorzaken aan te pakken en de doelstellingen van de Nationale woon- en bouwagenda te realiseren. Daarbij neemt het Rijk de rol op zich van normsteller en bewaker van nationale doelen die gerealiseerd moeten worden. De Nationale woon- en bouwagenda stelt het Rijk in staat om de diverse bouw- en woonopgaven samen en in samenhang met andere belangen aan te pakken, te financieren en te monitoren. Zo wordt gebouwd aan een samenleving waarin het rechtvaardig en prettig wonen is. De agenda kent drie kerndoelen: 1. Beschikbaarheid: voldoende woningen voor iedereen. De bouw van 900.000 woningen tot en met 2030, met als streven twee derde betaalbaar. 2. Betaalbaarheid: woonlasten sluiten beter aan bij het inkomen. Het aantal huishoudens dat te hoge woonlasten draagt ten opzichte van het inkomen neemt af. 3.
Kwaliteit: voldoende woningen voor aandachtsgroepen en ouderen, perspectief voor kwetsbare wijken en duurzame huisvesting bereikbaar voor iedereen. Met de zes onderliggende programma’s van de Nationale Woon- en Bouwagenda wordt invulling gegeven aan het realiseren van de doelstellingen. Beoordeling initiatief De beoogde realisatie van in totaal 226 nieuwe woningen, met een gevarieerd woningbouwprogramma, draagt bij uitstek bij aan de ambities en doelstellingen uit de 1
SAB (2025) Ladder voor duurzame verstedelijking Biesvelden fase 1, Asten. Projectnummer: 230268.03, 12 november 2025.
22
Nationale woon- en bouwagenda. Door de ontwikkeling van Biesvelden tot woongebied wordt het woningaanbod uitgebreid en daarmee de beschikbaarheid vergroot (kerndoel 1). Bovendien is in het programma rekening gehouden met betaalbaarheid, door 67% betaalbaar te maken. Daarmee sluiten de woonlasten beter aan bij het inkomen (kerndoel 2). Tot slot biedt het project ruimte aan woningen voor specifieke doelgroepen. Zo zijn er levensloopbestendige woningen voorzien, woningen die bij uitstek geschikt zijn voor ouderen. Tevens wordt er ook specifiek voorzien in kleinere woningen voor starters. Daarmee wordt aansluiting gevonden bij kerndoel 3. Gelet op het voorgaande is onderhavig project volledig in lijn met de Nationale woon- en bouwagenda. 3.1.5
Conclusie rijksbeleid Voorliggend project is in overeenstemming met het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De visie heeft de titel ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’. De Brabantse Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De basisopgave binnen de Omgevingsvisie is het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Daarnaast bevat de visie ambities op het gebied van de energietransitie, een klimaatbestendig Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Het gaat om de volgende kernwaarden: − meerwaarde-creatie; − technische en sociale innovatie; − kwaliteit boven kwantiteit; − steeds beter; − proactief en preventief boven gevolgbeperking en herstel. Daarnaast ziet de provincie Noord-Brabant één basisopgave en vier hoofdopgaven voor de toekomst, namelijk: − basisopgave: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit; − werken aan de Brabantse energie transitie; − werken aan een klimaatproof Brabant; − werken aan de slimme netwerkstad; − werken aan een concurrerende, duurzame economie.
Toetsing In de provinciale Omgevingsvisie is aangegeven dat er de komende tien jaar 120.000 woningen in Brabant gebouwd moeten worden. Tegelijkertijd is de nadrukkelijke wens om de aspecten van de leefomgeving die Brabantse steden en dorpen 23
aantrekkelijk maken als vestigings- en woonprovincie te koesteren. Daarom zet de provincie in op voldoende keuzemogelijkheden qua woonvormen, zodat er wordt aangesloten bij de wensen van de (toekomstige) inwoners. Voorliggend plan biedt ruimte aan een divers woningbouwprogramma, zowel qua woontype als prijscategorie. Op die manier wordt voorzien in de behoefte (zie ook paragraaf 3.1.3). In het stedenbouwkundig plan heeft groen een centrale plek. Door Biesvelden fase 1 zo groen mogelijk uit te werken en de verharding zo veel mogelijk te reduceren, krijgt de nieuwe woonwijk een inrichting die ‘klimaatproof’ is. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat met voorliggend plan wordt aangesloten bij verschillende hoofdopgaven van de gemeente Noord-Brabant. 3.2.2
Omgevingsverordening Noord-Brabant (31 december 2025) De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn. De Omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Noord-Brabant. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.
Toetsing In het navolgende worden de relevante gebiedsaanduidingen en bijbehorende regelgeving besproken die van toepassing zijn op het ontwikkelgebied: Attentiezone geluid provinciale weg: het oostelijk van het plangebied is gelegen binnen de attentiezone geluid van de provinciale weg N279. Een omgevingsplan ter plaatse van deze zone mag uitsluitend geluidsgevoelige gebouwen (woningen) toestaan met een geluidsbelasting tussen de 55 dB Lden en 60 dB Lden als is geborgd dat ten minste bij één geluidgevoelige ruimte een geluidluwe zijde aanwezig is met ten minste één te openen deel. Geluidgevoelige gebouwen met een geluidsbelasting hoger dan 60 dB Lden is uitsluitend toegestaan als alle gevels met een hogere geluidsbelasting worden uitgevoerd als een niet-geluidgevoelige gevel en er ten minste bij één geluidgevoelige ruimte een geluidluwe zijde aanwezig is met ten minste één te openen deel. Als de realisatie van een geluidluwe zijde vanwege stedenbouwkundige reden niet inpasbaar is, wordt in afwijking van het voorgaande een geluidluwe plek gerealiseerd. Indien de geluidgevoelige bebouwing binnen de
24
bebouwde kom is gelegen, dan kunnen de waarden worden verhoogd met 5 dB(A). Bij de inrichting van het besluitgebied en de bouw van de woningen wordt rekening gehouden met deze eisen ten aanzien van de geluidsbelasting als gevolg van de provinciale weg. Dit wordt nader toegelicht in paragraaf 4.4. Beperking grootschalige logistiek: de nieuwvestiging of uitbreiding van grootschalige logistiek is uitgesloten. Grootschalige logistiek maakt geen onderdeel uit van voorliggende ontwikkeling en dus is deze regeling niet van toepassing. Beperkingen veehouderij: de vestiging van, omschakeling naar of uitbreiding van een veehouderij is uitgesloten. Een veehouderij maakt geen onderdeel uit van voorliggende ontwikkeling en dus is deze regeling niet van toepassing. Groenblauwe waarden: deze aanduiding ligt in de strook aan de noordelijke en oostelijke rand van het plangebied. Ter plaatse van deze aanduiding gelden regels ten aanzien van het behoud, herstel en/of de duurzame ontwikkeling van het bodemen watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken, biodiversiteit en landschappelijke waarden en kenmerken. In het stedenbouwkundig plan van Biesvelden is rekening gehouden met deze zone. Deze gronden krijgen een groene invulling, waarbij rekening is gehouden met de reeds aanwezige ecologische en landschappelijke waarden.
Landelijk gebied: ten aanzien van wonen in Landelijk gebied is opgenomen dat een toename van het aantal woningen in principe is verboden. Van dit principe kan worden afgeweken indien artikel 5.13 (maatwerk voor verplaatsing van functies en activiteiten) en afdeling 5.5 in ogenschouw worden genomen. In artikel 5.13 staat dat ontwikkelingen in Landelijk gebied mogelijk zijn indien: − het een verplaatsing van een functie of activiteit betreft; − er geen geschikte bestaande locaties zijn voor hergebruik; en − het achterblijvende bouwperceel, inclusief alle daarin aanwezige functies en bebouwing, feitelijk en juridisch wordt opgeheven.
In afdeling 5.5 staat onder andere dat een omgevingsplan kan voorzien in een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen ter plaatse van Landelijk gebied als: − binnen Stedelijk gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; − transformatie van cultuurhistorisch waardevol of ander geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; − dit past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 5.12; − de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afdeling 7.2; − de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting is afgestemd op de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving, waaronder de met deze verordening te beschermen en te ontwikkelen waarden; en − de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting houdt rekening met een duurzame afronding van het Stedelijk gebied.
25
Binnen de bestaande bebouwde kom van de kern Asten zijn onvoldoende inbreidingslocaties voorhanden voor het totale woningbouwprogramma om te voorzien in voldoende kwalitatieve huisvestiging. Het is derhalve noodzakelijk naar alternatieven te kijken. Uit de woningbouwmonitor Asten 2022-2031 volgt tevens dat binnen Asten voor de komende periode binnenstedelijk onvoldoende ruimte beschikbaar is. In het Masterplan Asten-Oost (vastgesteld op 24 september 2024) is het plangebied als uitleglocatie opgenomen. Het plangebied maakt onderdeel uit van een grotere planmatige woningbouwontwikkeling aan de oostzijde van Asten. De keuze voor de uitbreiding op deze locatie is tot stand gekomen na een integrale afweging vanuit de gebiedskwaliteiten (hanteren lagenbenadering) samen met gemeente en waterschap. De ontwikkeling van Asten Oost is gefaseerd opgepakt om in het kader van zorgvuldig ruimtegebruik en woningbouwprogramma in tijd flexibel in te kunnen spelen op de daadwerkelijke woonwensen. Het planvoornemen voorziet in fase I van Biesvelden aan de oostzijde van de kern van Asten. Door de voorziene invulling van het plangebied wordt aangesloten bij de reeds bestaande stedelijke structuur en infrastructuur van de oorspronkelijke kern van Asten en de (nieuwe) woonwijk Loverbosch. Het planvoornemen vormt een afronding van de kern van Asten.
Met het planvoornemen wordt voorzien in de aangetoonde vraag naar uitbreidingsmogelijkheden voor woningbouw. Het plan voorziet in een natuurinclusieve woonwijk ter bevordering van groen en natuur in de woonomgeving. Dit heeft een positief effect op de gezondheid en bevordert daarmee de leefbaarheid. Zowel de natuurlijke als wateropgave is gekoppeld aan de aanwezige natuurlijke elementen en de bodemopbouw met aanwezige hoogtes en nattere laagtes in het plangebied. Doordat tevens de nieuwe bebouwing dient te voldoen aan de BENG-eisen wordt zo deze vraag duurzaam ingevuld. Een dergelijke woonwijk is binnen de gemeente Asten een aanvulling op het bestaande woningbouwprogramma. Bovendien is de woningbouwontwikkeling in 2024 regionaal afgestemd. In het Stedenbouwkundig plan en het Beeldkwaliteitsplan is vastgelegd dat er sprake is van een goede omgevingskwaliteit en een prettige woonomgeving, doordat er rekening wordt gehouden met de bestaande kwaliteiten in het gebied, het gebied een klimaatadaptatieve inrichting krijgt en de ontwikkeling bijdraagt een duurzame, concurrerende economie.
26
Het planvoornemen voldoet ten slotte aan de eis dat de stedenbouwkundige inrichting rekening houdt met het omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en naaste omgeving, met name duurzame afronding van het stedelijk gebied. Er is gekozen voor een natuur inclusieve wijk, waarbij de leefgebieden van biotopen in combinatie met ecologische en landschappelijke structuren als vertrekpunt is genomen voor de stedenbouwkundige invulling van het gebied. Dit leidt tot een kwalitatief hoogwaardig plan, waarbij omgevingskwaliteiten behouden en versterkt worden. 3.2.3
Conclusie provinciaal beleid Voorliggend project is in overeenstemming met het provinciaal beleid.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regionale woondeal Zuidoost-Brabant In de provincie Noord-Brabant zijn in 2023 voor de vier verschillende woonregio’s aparte Woondeals opgesteld. In totaal moeten deze deals voorzien in de bouw van in totaal 130.600 nieuwe woningen in de provincie Noord-Brabant in de periode tot en met 2030. In de vier Brabantse Woondeals is concreet vastgelegd hoeveel woningen er bij komen in iedere regio en gemeente. Van de vier woonregio’s is regio Zuidoost-Brabant de regio met de grootste woningbouwopgave, namelijk 45.130 woningen. Vervolgens is in 2023 een nieuwe landelijke en een provinciale woningbehoefteprognose uitgekomen. Hieruit blijkt dat de opgave voor nieuw te realiseren woningen groter is dan eerder geraamd. Daarnaast is het Convenant Beethoven opgesteld, waarin staat dat de bouw van 17.000 woningen en 2.280 onzelfstandige studenteneenheden wordt versneld. De plannen waren oorspronkelijk gepland voor de periode 2030-2040, maar worden naar voren gehaald (start bouw uiterlijk in 2030). Tevens is in de zomer van 2023 op de regionale Ontwikkeldag de regionale Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant vastgesteld met daarin de ambitie om tot 2040 100.000 woningen aan de regio toe te voegen. Daarom is besloten de Woondeal uit 2023 te actualiseren. De nieuwe en grotere woningbouwopgave is in december 2024 vastgesteld. Daarin is Biesvelden 1 als sleutelproject opgenomen.
Onderstaande tabel toont een overzicht van de woningbouwopgave, waarin is aangegeven wat de realisatie is geweest in de afgelopen jaren en wat dat betekent voor de opgave en gemiddelde jaarlijkse productie in de resterende periode.
27
Bron: Regionale woondeal, bewerkt door SAB.
Toetsing De woonregio Zuidoost-Brabant heeft in de Regionale Woondeal 2023 de afspraak vastgelegd om in de periode 2022 tot en met 2030 45.130 woningen te realiseren. Het grootste deel moet in de periode tot 2025 al opgeleverd worden. Elke gemeente neemt een fair share van de regionale opgave. Voor Asten geldt een bruto nieuwbouwopgave van 690 woningen (netto 640 woningen). Door het Convenant Beethoven en de Ontwikkelstrategie is het benodigde aantal sindsdien sterk toegenomen. Indien het benodigde aantal vergeleken wordt met het daadwerkelijk gerealiseerde aantal woningen, dan is er een resterende woningbouwopgave van 610 woningen in de gemeente Asten. 3.3.2
Conclusie Het regionaal beleid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie gemeente Asten Op 5 oktober 2021 heeft de gemeenteraad van Asten de ‘Omgevingsvisie Asten’. Hierin zijn concreet de volgende doelstellingen geformuleerd: − Transformatie buitengebied − Vitale kernen − Klimaatbestendig en energieneutraal Asten In de Omgevingsvisie is het grondgebied van de gemeente opgedeeld in verschillende deelgebieden. Onderhavig besluitgebied valt binnen het deelgebied ‘dynamische dorpen’. Voor dit deelgebied is opgenomen dat, bij uitbreiding van de dorpen voor wonen of bedrijvigheid, rekening gehouden dient te worden met de aanwezige landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten en zoveel mogelijk aangesloten moet worden op bestaande structuren. Bovendien is de nadrukkelijke ambitie opgenomen om “voldoende, betaalbare en passende woningen en woonomgevingen voor alle doelgroepen te realiseren”.
28
Kaart deelgebieden (Bron: Omgevingsvisie gemeente Asten).
Toetsing Onderhavig besluitgebied is in de Omgevingsvisie opgenomen als onderdeel van het dorp Asten. Binnen het dorp dienen voldoende betaalbare en passende woningen gerealiseerd te worden voor alle doelgroepen. Het woningbouwprogramma uit voorliggend project is erg divers en sluit daarmee aan bij deze doelstelling van de gemeente. Met de nieuwe woonwijk is zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij de bestaande woningen van Asten en is rekening gehouden met de in het gebied aanwezige kwaliteiten. Op die manier is de ontwikkeling van Biesvelden in lijn met de gemeentelijke Omgevingsvisie. 3.4.2
Programma Wonen 2024-2030 Bouwen aan vitale dorpen Het Programma Wonen 2024 – 2030 van de gemeente Asten is bedoeld om richting te geven aan het gemeentelijk woonbeleid de komende jaren. De basis daarvoor heeft de gemeente al gelegd in de Toekomstagenda Asten 2030 en de Omgevingsvisie. Het woonbeleid moet bijdragen aan de doelen die daarin zijn gesteld. Het hoofddoel is dat Asten, Ommel en Heusden aantrekkelijke dorpen zijn om in te wonen, met voldoende woningaanbod voor haar eigen inwoners én voor mensen van buitenaf die hier graag komen wonen. Door te werken aan aantrekkelijk en toekomstbestendig aanbod worden voorzieningen op peil gehouden. Centrale thema’s in dit document zijn: 29
− Werken aan vitale en toekomstbestendige kernen: − Doel: Asten, Ommel en Heusden zijn aantrekkelijke dorpen om in te wonen, met voldoende woningaanbod voor onze eigen inwoners én voor mensen van buitenaf die hier graag komen wonen. Door te werken aan aantrekkelijk en toekomstbestendig aanbod houdt de gemeente haar voorzieningen op peil en wordt de kracht van haar gemeenschap behouden. − Bouwen met ambitie: − Doel: Voldoende woningen bouwen om tegemoet te komen aan de woningbehoefte van haar lokale inwoners én om nieuwe inwoners naar Asten, Ommel en Heusden te trekken. Daarbij heeft de gemeente oog voor de eigenheid van haar dorpen. Zo wordt gewerkt aan vitale kernen. Er worden tot en met 2026 500 nieuwbouwwoningen gerealiseerd. In de periode erna komen daar nog eens zeker 500 woningen bij. − Prettig oud worden in haar dorpen: − Doel: Mensen kunnen prettig ouder worden in Asten, Ommel en Heusden. Zij kunnen een fijne oudere dag beleven in een passende woning met sociale contacten, in verbinding met de omgeving. − Eerlijke kansen op de woningmarkt: − Doel: Iedereen moet een passend huis kunnen vinden. Jong en oud. De gemeente streeft naar eerlijke kansen op de woningmarkt in Asten, Ommel en Heusden. Voor de vitaliteit van haar dorpen heeft de gemeente extra aandacht voor de woonkansen van jongeren en voor doorstroming.
Toetsing Met voorliggend project wordt aangesloten op alle vier de doelen. Door het aantal woningen in de kern Asten uit te breiden wordt het inwoneraantal vergroot en daarmee ook het draagvlak voor voorzieningen. Op die manier draagt de ontwikkeling bij aan een vitale en toekomstbestendige kern (1). Daarnaast wordt er met de realisatie van 226 woningen voor een groot deel voorzien in de totale woningbouwambitie van de gemeente tot 2026 (2). In het woningbouwprogramma zijn levensloopbestendige woningen, die bij uitstek geschikt zijn voor senioren. Op die manier biedt het plan ouderen uit de gemeente de kans om ouder te worden in een vertrouwde omgeving (3). Tot slot kent betaalbaarheid een centrale plek in het woningbouwprogramma. Immers is 2/3e van alle woningen betaalbaar en valt 30% in het sociale segment. 3.4.3
Conclusie gemeentelijk beleid Het project is in overeenstemming met het gemeentelijk beleid.
30
4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1
Milieueffectrapportage
4.1.1
Algemeen De wetgeving over de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarin is bepaald dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een plan of programma een milieueffectrapport opstelt, als dat plan of programma het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten die zijn aangewezen in artikel 16.43 van de Omgevingswet. Onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (EU-richtlijn voor strategische milieubeoordeling), wordt in ieder geval verstaan een omgevingsvisie, programma, omgevingsplan en voorkeursbeslissing. Voor de plannen en programma’s waarvoor een plan-milieueffectrapport moet worden opgesteld is in de Omgevingswet een generieke aanwijzing opgenomen. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de SMB-richtlijn. In Bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan de aangewezen categorieën van projecten waarvoor een m.e.r.-procedure verplicht is. Voor plannen en programma’s die betrekking hebben op kleine gebieden op lokaal niveau en/of kleine wijzigingen heeft de Omgevingswet de plan-m.e.r.-beoordeling geïntroduceerd. Voor deze ontwikkelingen is een plan-m.e.r. alleen verplicht als voor de activiteit aanzienlijke milieugevolgen worden verwacht.
Een plan-m.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op plannen of programma’s die een kader vormen voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Omgevingsbesluit zijn genoemd. De plan-m.e.r.-beoordeling betreft een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect.
4.1.2
Toetsing Onderhavig is een project zoals benoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit, namelijk ‘een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen’ (nr. J11). Voor dit project geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht, aangezien sprake is van aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. Deze m.e.r.-beoordeling2 is uitgevoerd en te vinden in bijlage 2 bij deze motivering. In de notitie is beoordeeld of als gevolg van de woningbouwontwikkeling Asten Biesvelden fase 1 nadelige effecten op het milieu zijn te verwachten. De navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer.
2
SAB (2025) M.e.r.-beoordeling Asten, woningbouw Biesvelden fase 1.
31
Aspect
Beoordeling milieueffecten
Archeologie
Ter plaatse van het besluitgebied zijn een gedeelte van de gronden met een archeologische verwachtingswaarde aanwezig. Onderzoek heeft aangetoond dat het besluitgebied vrijgegeven kan worden. Van een negatief milieueffect op dit aspect is hierdoor geen sprake.
Natuur
Uit het uitgevoerde stikstofonderzoek blijkt dat er voor de aanlegfase de
(gebiedsbe-
rekenresultaten niet hoger zijn dan 0,00 mol stikstof/ha/j. Voor de ge-
scherming)
bruiksfase is een toename van 0,01 mol/ha/jaar op 0,13 ha waargenomen. Door fasering of tijdens de projectfase te opteren voor een vergunning Natura 2000-activiteit (ten behoeve van intern salderen) is het plan uitvoerbaar. Geconcludeerd wordt dat met de gehanteerde parameters milieueffecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten.
Natuur
Op grond van verricht natuuronderzoek volgt dat er mogelijk be-
(soortenbe-
schermde soorten in het besluitgebied aanwezig zijn. Bij de verdere uit-
scherming)
werking van de ontwikkeling is het noodzakelijk om nader onderzoek naar deze beschermde soorten uit te voeren. Mocht hieruit blijken dat inderdaad sprake is van de verstoring van de betreffende soorten, dan zullen maatregelen moeten worden getroffen om negatieve effecten te voorkomen. Een vergunning voor een fauna en flora activiteit is misschien noodzakelijk. Als deze werkwijze wordt opgevolgd zijn er wat betreft soortenbescherming geen negatieve effecten te verwachten.
Verkeer
De beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeersaantrekkende werking, die ertoe leidt dat zowel binnen als buiten het besluitgebied mogelijk verkeerskundige ingrepen moeten plaatsvinden om de verkeersafwikkeling op een goede manier vorm te geven. Er is een verkeersstudie uitgevoerd en de Koestraat wordt heringericht aan de noordzijde van de ontwikkellocatie. Als gevolg van de ontwikkeling, wordt derhalve de wegenstructuur opgepakt, waardoor er geen nadelig milieueffect aanwezig zullen zijn.
Geluid
Als gevolg van de ontwikkeling zal er sprake zijn van een verkeersaantrekkende werking. Hiermee kunnen veranderingen optreden in de geluidssituatie van bestaande woningen. De eventuele toename van geluidhinder wordt beperkt doordat de geluidbelastingen onder de standaardwaarde voor gemeentewegen blijft.
Luchtkwaliteit
Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Het project draagt Niet in Betekenende Mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit en gezien de bestaande achtergrondconcentraties is geen sprake van een wezenlijke verslechtering.
Water
De ontwikkeling zorgt voor een verharding van het besluitgebied. Uit de uitgevoerde quick scan blijkt dat maatregelen nodig zijn voor de waterberging, het grondwaterpeil en de riolering. Ervan uitgaande dat de conclusies worden opgevolgd zijn negatieve milieueffecten op dit aspect uit te sluiten.
De uitkomst van de uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De conclusie is 32
dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het opstellen van een MER is daarom niet nodig. 4.1.3
Conclusie Het aspect milieueffectrapportage vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit project.
4.2
Bodem
4.2.1
Algemeen Om een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie toe te staan, dient op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.89i en 5.89j) aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik. Een locatie is bodemgevoelig als hier een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of omgevingsvergunning. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend of toebehorend aan een bodemgevoelig gebouw, zoals een tuin of terrein. Onder een bodemgevoelig gebouw wordt verstaan; een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn. Om aan te tonen of de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik is het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek als bedoeld in artikel 5.7b van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) noodzakelijk. Dit onderzoek moet uitwijzen of de locatie mag worden aangewend voor de beoogde ontwikkeling. Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie zijn (op grond van artikel 5.89i Bkl) opgenomen in het omgevingsplan. In het tijdelijke omgevingsplan zijn de waarden gelijk aan het door het Bkl vastgestelde.
Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. Het uitvoeren van asbest in het kader van ruimtelijke procedure niet noodzakelijk maar wel verplicht in het kader van de omgevingsvergunning bouwen.
4.2.2
Toetsing Vanwege de voorgenomen ontwikkeling tot woningbouw op de locatie is een verkennend bodemonderzoek volgens NEN 57240 en hydrologisch onderzoek3 uitgevoerd om te bepalen of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik (bijlage 3 bij deze motivering). Navolgende afbeelding toont de kaart met de boringen die zijn gezet.