Bijlage 1 - CONCEPT Programma beeldkwaliteit Centrum Asten d.d. 29-8-2024
Tekst van het document
Programma beeldkwaliteit Centrum Asten Concept
Colofon Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Wissing B.V. en naamsvermelding. Aan de inhoud van dit document kunnen geen rechten worden ontleend.
Titel document:
Opdrachtgever:
Programma Beeldkwaliteit Centrum Asten
Gemeente Asten
Projectnaam:
Contactpersoon:
Centrum Asten
Nicole Scharp-Hendriks
Projectnummer:
Versie:
1412
03
Auteur(s):
Status:
Piet Kalsbeek
2e Concept
Hilke Batist Guillaume Veillat
Wijzigingsdatum: 29 augustus 2024
Postbus 37, 2990 AA, Barendrecht Wissing B.V.
T + 31 (0)180 61 31 44
Middenbaan 108, 2991 CT, Barendrecht
www.wissing.nl
_ Programma beeldkwaliteit Centrum Asten
3
Inhoud 1. Inleiding
6
1.1 Aanleiding
6
1.2 Plangebied
6
1.3 Doel
6
2. Ambitie en doel van beeldkwaliteit
8
2.1 Het onderwerp van beeldkwaliteit
8
2.2 Regie op beeldkwaliteit
8
2.3 De status
8
2.4 Wat is geregeld in een beeldregieplan?
8
2.5 Procedure
9
3. Analyse
10
3.1 Ontstaansgeschiedenis
10
3.2 Ruimtelijke structuur
10
3.3 Functionele structuur
10
3.4 Kenmerken
12
3.5 Morfologie en typologie
12
4. Inspiratie en visie
16
4.1 Toekomstbeeld Asten centrum 2040
16
4.2 Inspiratie en visie
16
_ Programma beeldkwaliteit Centrum Asten
4
5. Spelregelsbeeldkwaliteit - Stedenbouwkundige criteria
24
5.1 Samenhang
24
5.2 Massaopbouw
24
5.3 Relatie met de straat
26
6. Spelregelsbeeldkwaliteit - Architectonische criteria
28
6.1 Identiteit architectuur
28
6.2 Gevelopbouw
29
6.3 Daklandschap
30
6.4 Plinten, uitbouwen, erkers, balkons, luifels
30
6.5 Reclamevoering
31
6.6 Materiaal en kleur
32
6.7 Detaillering
33
6.8 Kansen voor biodiversiteit
33
6.9 Slotbepaling
33
7. Bijlagen
34
7.1 Bijlage 1: Analyse van de posters na eerste werksessie
34
7.2 Bijlage 2: Moodboards eerste werksessie
36
7.3 Bijlage 3: Weergave tweede werksessie
39
_ Programma beeldkwaliteit Centrum Asten
5
1. Inleiding 1.1 Aanleiding
•
Het gewenste kleur en materiaalgebruik;
•
Het gewenste beeld in de plint;
• Van oudsher vervult het centrum een belangrijke rol voor Asten en de omge-
Hoe moet worden omgegaan met de toegangen/entrees, buitenruimte/balkons en dakkapellen en eventueel andere aan- en uit-
ving. Het is de plek waar mensen wonen, ondernemen, elkaar ontmoeten en
bouwen zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde (ook i.r.t. de
verblijven. Het centrum is het visitekaartje van de gemeente en fungeert als
interactie met de openbare ruimte);
de centrale ontmoetingsplaats. De gemeente streeft ernaar om het centrum
•
aantrekkelijker te maken als plek om te wonen, te werken, te recreëren en te
Hierbij wordt onderscheid gemaakt in verschillende deelgebieden.
ontmoeten. In het centrum van Asten zijn de komende jaren verschillende
Hoe moet worden omgegaan met de ontsluiting van de bebouwing.
1.2.1
ontwikkelingen te verwachten. Enerzijds doordat enkele winkel(keten-)s letterlijk meer ruimte vragen en anderzijds omdat verschillende locaties binnen
•
het centrum braak liggen en/of leeg staan. Om hierop te kunnen sturen is in
Waar voorziet het plan niet in
Nieuwbouw zorgt voor meer parkeerbehoefte in het centrum. Een parkeerbalans is echter geen onderdeel van het Programma beeld-
2023 gestart met het opstellen van een Programma Centrumontwikkeling. Het Programma Centrumontwikkeling legt de nadruk op de gewenste func-
kwaliteit. Ontwikkelingen zijn alleen mogelijk als kan worden voldaan
ties in het centrum, de inrichting van de openbare ruimte en de samenhang
aan de eisen die worden gesteld aan de dan geldende parkeernor-
tussen de verschillende deelgebieden in het centrum. Het doel is om in 2040
men voor de gemeente Asten. •
te beschikken over een samenhangend en veerkrachtig centrum, waarop
In het Programma beeldkwaliteit wordt geen uitspraak gedaan
inwoners, ondernemers, vastgoedeigenaren en bezoekers trots zijn en waar
over de gewenst functies en de doelgroepen voor wonen. Nieuwe
het fijn, wonen, werken en recreëren is.
ontwikkelingen worden op deze thema’s getoetst aan het Centrum Programma en het Programma Wonen. •
Het Programma Centrumontwikkeling gaat niet in op het gewenste beeld
Het Programma beeldkwaliteit is niet getoetst aan planologische en
van de bebouwing bij herontwikkelingen. Voor herontwikkelingen zijn er
milieutechnische zaken als ook aan andere beleidsnota’s. Nieuwe
op dit moment geen toetsingskaders anders dan het omgevingsplan en
ontwikkelingen worden hier apart aan getoetst.
de welstandsnota. Bij herontwikkelingen wordt hier vaak van afgeweken,
1.2.2 Juridische verankering van het beeldkwaliteitsplan
omdat beide plannen vooral gebaseerd zijn op de bestaande situatie en vaak niet anticiperen op veranderprocessen. Mede gezien de verwachte ontwikkelingen heeft de gemeenteraad de wens uitgesproken om vooraf kaders vast te stellen voor het gewenste bebouwingsbeeld, zodat zij actief
Gelijktijdig met het vaststellen van het Programma beeldkwaliteit wordt aan
kan sturen op de beeldkwaliteit van het centrum. Daarom is dit Programma
het college een voorstel gedaan hoe het plan juridisch kan worden verankerd.
Beeldkwaliteit voor het centrum opgesteld.
Een mogelijkheid is bijvoorbeeld om het Programma beeldkwaliteit uit te werken in toetsbare beleidsregels en deze beleidsregels te koppelen aan het omgevingsplan (juridische verankering). Dit voorstel wordt verwerkt bij
1.2 Doel
de vaststelling van dit Programma.
Het doel is het opstellen van een stedenbouwkundig kader (Programma beeldkwaliteit) voor het centrum van Asten, zodat deze kan worden gebruikt als toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen. Dit Programma betreft alleen de straatwanden binnen het centrum en niet het beeld van de eventueel hierachtergelegen inbreidingen. Het toetsingskader geeft enerzijds zekerheid aan de gebruikers en bewoners van het gebied, maar anderzijds ook duidelijkheid aan ontwikkelende partijen. Het Programma beeldkwaliteit geeft voor het centrum in het algemeen duidelijkheid over: •
De gewenste uitstraling van de bebouwing (wat vinden we passen bij de identiteit van Asten);
Afbeeldingen rechterpagina
•
De gewenste beeldkwaliteit van de panden;
Boven: het Programma Beeldkwaliteit heeft betrekking op de buitengevels
•
De maximaal gewenste bouwmassa en -hoogte;
van de op de afbeelding opgenomen straten en pleinen.
•
De gewenste korrelgrootte van de bebouwing;
Midden historische afbeeldingen centrum Asten: Koningsplein (links) en
•
De kapvorm;
Markt (rechts)
•
De gewenste percelering van de bebouwing;
Onder: historische afbeelding Koningsplein
_ Programma beeldkwaliteit Centrum Asten
6
Hoogte opbouw Legenda 3 bouwlagen incl. kap - lage goot 3 bouwlagen incl. kap - hoge begane grond, hoge goot en hoge kap 4 bouwlagen Hoogteaccent = plus 1 bouwlaag Monument Cultuurhistorische waarde Special
Plangebied Legenda Plangebied Plangebied (kadastraal) Gevels Gevels Beeldkwaliteitsplan Monument Monument Cultuurhistorische waarde Cultuurhistorische waarde
_ Programma beeldkwaliteit Centrum Asten
7
2. Ambitie en doel van beeldkwaliteit Dit Programma beeldkwaliteit geeft nader invulling aan de doelen en ambi-
de samenhang met het openbaar gebied. De CRK is in opdracht van het
ties uit het Programma Centrumontwikkeling. Concreet betekent dit dat de
gemeentebestuur verantwoordelijk voor de regie op beeldkwaliteit. Zo wordt
beeldkwaliteit van gebouwen moet bijdragen aan de gestelde doelen. Elke
tijdens het realisatieproces het gedachtegoed van het beeldkwaliteitsplan
bouwopgave zorgt dat het centrum elke keer een stukje mooier wordt. Nu is
bewaakt bij doorgaans wisselend gezelschap van betrokkenen.
er geen blauwdruk te geven voor individuele bouwopgaves: elke opgave kent
2.2.2 Architectenselectie
immers een specifiek programma, context, bouwbudget of opdrachtgever. Dit Programma beeldkwaliteit biedt een overkoepelende visie op bouwen in het centrum, en geeft daarvoor specifieke spelregels. Visie en spelregels
Om een hoge architectonische kwaliteit en variatie in de bebouwing te be-
moeten door de opdrachtgever en architect op een zinvolle manier worden
reiken, is het raadzaam dat er door initiatiefnemers een zorgvuldige archi-
geïnterpreteerd, zodanig dat de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) ge-
tectenkeuze plaatsvindt. Het selecteren van architecten die het concept en
durende het proces op kwaliteit kan sturen.
de gewenste beeldtaal van het centrum onderschrijven is een belangrijke
Dit plan is bedoeld om de ambities op het gebied van architectonische kwa-
waarborg voor de beoogde kwaliteit.
liteit te realiseren. De criteria uit de welstandsnota (gebiedstypen Historisch
2.2.3 Het Programma beeldkwaliteit
centrum, Historische linten, Thematische bouw) zijn daarvoor ontoereikend. De basisgedachte voor deze ontwikkeling is dat er een (beeld-)kwaliteit ontstaat, die past bij de dorpskern en representatief is voor het centrum.
Dit document omvat de regels en richtlijnen voor de realisatie van alle ge-
2.1 Het onderwerp van beeldkwaliteit
vastgesteld, wordt het gebruikt bij het toetsen van principeverzoeken en
bouwen die in het centrum worden gerealiseerd. Nadat dit document is het ontwerp, toetsing en vergunningverlening van bouwwerken.
2.3 De status (onder voorbehoud)
De regels en richtlijnen voor de beeldkwaliteit gelden voor alle ver- en nieuwbouwprojecten die zich afspelen in het centrum van Asten. Dit beeldkwali-
Het Programma beeldkwaliteit krijgt een formele status als Programma.
teitsplan heeft daartoe een tweeledig doel, namelijk:
Dit is nodig omdat het plan wordt gekoppeld aan de verlening van omge-
1.
vingsvergunningen. Gezien de lange realisatieperiode is flexibiliteit het uit-
2.
Het stellen van bebouwingsregels, waaraan bouwplannen kunnen worden getoetst;
gangspunt. Omdat het gemeentelijke omgevingsplan vrij globaal is (met het
Het geven van een inspiratiekader, dat initiatiefnemers helpt bij de
oog op flexibiliteit), bestaat het gevaar dat de kwaliteit van de bouwplannen
vormgeving van een passende sfeer en architectuur.
onder de maat zal worden, of dat na oplevering van gebouwen de individuele gebruikers maximaal zullen gaan profiteren van de (ruimte) marges die het
Met dit kader weten initiatiefnemers op voorhand welke kwaliteitseisen
omgevingsplan zal bieden. Om de gemeente een adequaat middel in handen
worden gesteld voor de bebouwing. Onderstaand wordt aangegeven op
te geven om dit te voorkomen, staan in dit Programma beeldkwaliteit soms
welke wijze bouwplannen worden getoetst, en op welke manier sprake is
meer gedetailleerde spelregels. Anders heeft de gemeente immers geen
van te toetsen ‘regels’ en inspirerende ‘richtlijnen’.
beheersinstrument om de gerealiseerde beeldkwaliteit ook na oplevering in stand te houden.
2.2 Regie op beeldkwaliteit
2.4 Wat is geregeld in een beeldregieplan?
De regie op de beeldkwaliteit vindt op meerdere wijzen plaats. Het beeldkwaliteitsplan is slechts één van de instrumenten. Ook het Programma Centrumontwikkeling en het Omgevingsplan zijn van toepassing.
2.4.1 Sfeer en identiteit (laag 1)
2.2.1 CRK
Het Programma beeldkwaliteit geeft het ambitieniveau aan ten aanzien van
De uitvoering van het beeldkwaliteitsplan vindt plaats in de bouwplanont-
de sfeer en identiteit van de gebouwde omgeving alsmede het niveau van
wikkeling. De regie op beeldkwaliteit is in deze fase toevertrouwd aan de
de architectonische kwaliteit. Hoofdstuk 4 geeft aan hoe de sfeer, identiteit
CRK. Deze bewaakt de kwaliteit van plannen, de onderlinge samenhang en
en de planstructuur op een consistente manier kunnen worden doorvertaald.
_ Programma beeldkwaliteit Centrum Asten
8
2.4.2 Beeldkwaliteit op stedenbouwkundig niveau (laag 2)
2.4.5 Criteria: regels versus inspiratie
In hoofdstuk 5 wordt de “Beeldkwaliteit op stedenbouwkundig niveau” be-
en criteria als inspiratie. De stedenbouwkundige criteria en sommige archi-
Het Programma beeldkwaliteit maakt onderscheid tussen criteria als regels
schreven. Het bevat concrete aanwijzingen voor de doorvertaling van de
tectonische criteria moeten worden opgevat als regels. Deze geven vorm
structuur (de tweedimensionale plattegrond) naar de stedelijke ruimte (de
en inhoud aan de visie op de beeldkwaliteit in het centrum. Bouwplannen
derde dimensie). De criteria richten zich op de verschijningsvorm van de
moeten voldoen aan deze regels. Uitsluitend bij goedkeuring van de CRK
ruimte. De gebouwen vormen immers de wanden van de openbare ruimte
kan daarvan worden afgeweken ten behoeve van het verbeteren van de
en bepalen mede de sfeer en identiteit.
stedenbouwkundige kwaliteit. Daarnaast worden criteria gegeven die dienen
Bij elke ontwikkeling dient (de architect van) de initiatiefnemer te starten
als inspiratie, waarbij getoetst wordt in de zin van ‘wat heeft de architect
met een analyse van de locatie in relatie tot de omgeving. Dit hoofdstuk is
hiermee gedaan?’. In deze inspiratie zit echter geen vrijblijvendheid.
de basis om het ‘verhaal van de plek’ te vertellen. In het hoofdstuk wordt aangegeven op welke wijze dit vorm krijgt.
2.5 Procedure
2.4.3 Beeldkwaliteit op gebouwniveau (laag 3)
Het Programma beeldkwaliteit verkrijgt de status als een beleidsdocument
Daarnaast worden architectonische criteria op gebouwniveau opgesteld. De
waarin de eisen van de kwaliteit van het centrum zijn vastgelegd. Nadat het
richtlijnen en referenties illustreren de sfeer van het beoogde resultaat van
Programma beeldkwaliteit is vastgesteld wordt het als toetsingskader toe-
een plek of de bebouwing. Bij de architectonische criteria gaat het om een
gepast bij de planvorming. Initiatiefnemers die in het centrum bouwplannen
inspiratiekader in de vorm van algemene ‘beeldregels’, die daarna worden
willen realiseren moeten zowel met het Programma Centrumontwikkeling
uitgewerkt in de vorm van regels (ter toetsing) en richtlijnen (ter inspiratie).
als het Programma beeldkwaliteit rekening houden.
Dit wordt beschreven in hoofdstuk 6.
2.4.4 Beeldkwaliteit openbare ruimte (laag 4) De openbare ruimte speelt een cruciale rol in de kwaliteit van het centrum. De beeldkwaliteit voor deze openbare ruimte wordt in het Programma Centrumontwikkeling behandeld en dit maakt derhalve geen deel uit van dit Programma beeldkwaliteit.
_ Programma beeldkwaliteit Centrum Asten
9
3. Analyse
3.2 Ruimtelijke structuur De ontstaansgeschiedenis van Asten is nog steeds terug te zien in de huidige structuur en bebouwingspatronen. De Markt vormt het centrale middelpunt, omringd door de nog herkenbare wat bochtige lintbebouwing.
3.1 Ontstaansgeschiedenis
Langs de Markt vormen de Prins Bernhardstraat, het Koningsplein en de Wilhelminastraat een oude verbindingsroute met markante, historische gebouwen zoals de kerk en het verzorgingshuis Bartholomeus. Op strategische
Voor een begrip van de morfologie van Asten volgt een beknopte beschrijving
knooppunten zoals bij de R.K. kerk en bij de kruising met de Logtenstraat
van de ontstaansgeschiedenis van het dorp*. Asten is ontstaan langs een
komen wegen samen. De bebouwing op deze kruispunten is gesloten en
route op de hoger gelegen zandrug tussen de armen van de rivier de Aa. Deze
benadrukt de knopen.
verhoogde ligging bood bescherming tegen overstromingen en diende als
Door de jaren heen hebben meerdere inbreidingen en herstructureringen
een stevig fundament voor de weg van Helmond via Lierop en Asten naar
plaatsgevonden. Hierdoor is er naast de historische structuur een tweede
het Peelmoeras. Als eerste grote nederzetting nabij de Peel vestigden zich
lijn (met hoofdzakelijk) vooroorlogse bebouwing zichtbaar. De bebouwings-
er smederijen, kroegen en herbergen. Verder ontstond er handel in levens-
structuren van de Logtenstraat, Langstraat, Mgr. den Dubbeldenstraat en
middelen en textiel voor boeren en arbeiders in het achterland.
de Kerkstraat zijn nog steeds duidelijk herkenbaar.
De oudste bebouwing concentreerde zich langs de route Lierop en Heusden
Rondom de Markt, het Koningsplein en de Wilhelminastraat bevinden zich
(nu de Burgemeester Wijnenstraat en Emmastraat) en langs de route Asten
meerdere rijks- en gemeentelijke monumenten (R.K. kerk, Bartholomeus,
naar Ommel (nu de Emmastraat en de Prins Bernhardstraat). De route naar
vml. postkantoor). Daarnaast bevinden zich aan de Emmastraat verschillen-
Someren (nu Wilhelminastraat) was minder belangrijk vanwege de moeilijke
de gemeentelijke monumenten (voormalig Café de Waag en autobusbedrijf
passage van het beekdal van de Aa, die een gedeelte van het jaar onbe-
van Asten). Ook de Julianastraat en Kleine Marktstraat herbergen enkele
gaanbaar was. Vanwege de mindere betekenis voor handel en nijverheid
rijksmonumenten (villa, voormalige winkel met twee woningen en stalling).
verschenen langs deze weg rond 1890 de kloostercomplexen. De vraag naar turf resulteerde rond 1850 in een versnelde groei van Asten. Tegen 1900 had het dorp een structuur ontwikkeld rond een kruispunt van
3.3 Functionele structuur
twee belangrijke wegen, waarvan drie assen een doorgaand karakter hadden. Langs deze route vestigden zich woningen, bedrijven, openbare functies en
Kenmerkend voor het centrum is het gemengde gebruik. De voorzienin-
klassieke directeurswoningen. Arbeiderswoningen vonden geleidelijk een
gen liggen verspreid in het gebied. Er zijn winkelconcentratiegebieden te
plek achter deze hoofdassen. Dit zijn de huidige Lindestraat, Burgemeester
onderscheiden: twee in het kernwinkelgebied (winkelcentrum ‘t Kompas
Frenckenstraat, Mgr. den Dubbeldenstraat en de Kerkstraat. De eerste ver-
en winkelcentrum De Midas in combinatie met de Markt) en het Floraplein
dichting van de kern vond plaats tussen de hoofdroutes en deze achterpaden.
(beoogde vestiging Aldi).
* Voor een uitgebreider beschrijving wordt verwezen naar de Welstandsnota
De meeste horecagelegenheden bevinden zich aan de westzijde van de
Asten of de website van de Heemkundekring Asten-Someren.
Markt en rond het Eeuwig Levenplein (de kruising van Prins Bernhardstraat en Logtenstraat). Daarnaast zijn er verspreid over het centrum enkele cafés en restaurants te vinden. Rondom het Koningsplein (de locatie van de oude kerk) bevindt zich het merendeel van de maatschappelijke voorzieningen, waaronder de R.K. kerk, het gemeentehuis en gemeenschapshuis ‘t Kwartier. Het aanbod van kantoren en zakelijke dienstverlening is beperkt en bestaat voornamelijk uit verspreid gelegen kleine kantoren en dienstverlenende bedrijven. De Koninklijke Klokkengieterij Eijsbouts aan de Driehoekstraat en het tankstation aan de Tuinstraat zijn grootschalige bedrijven. Wonen is een belangrijke functie in het centrum, met woningen en appartementencomplexen of woningen boven winkels en horecagelegenheden. In het recente verleden zijn er diverse nieuwe woningen gerealiseerd. Het voormalige historisch klooster H. Bartholomeus is omgevormd tot appartementencomplex ‘t Lievenhuis. Diverse seniorenwoningen zijn gegroepeerd in het Bartholomeushof. Aan de Deken Meijerstraat bevindt zich het verzor-
Het Marktveld van Asten in 1675. Het Marktveld had de omvang van de
gingshuis Savant De Lisse. Op de hoek van de Burgemeester Wijnenstraat
huidige Markt, gemeentehuis, Marktstraat en Kleine Marktstraat.
en Markt (voorheen locatie De Wit) is als verbindend element tussen twee winkelgebieden een appartementengebouw gerealiseerd.
_ Programma beeldkwaliteit Centrum Asten
10
Asten en omgeving in 1832. De morfologische opbouw met markt, linten en knopen is duidelijk afleesbaar. Het Koningsplein is van de Markt afgesplitst als gevolg van de realisatie van het bouwblok waarin zich het gemeentehuis bevindt. De kromming in de noordwand van het Koningsplein komt door de aanwezigheid van de Oude Kerk en de Driehoekstraat.
Kaart cultuurhistorisch waardevolle gebieden en monumenten.
_ Programma beeldkwaliteit Centrum Asten
11
Vanwege de veelzijdige rol van het centrum, zijn er wel nuances en accenten
3.4 Kenmerken
te bespeuren, die van invloed zijn op het gebruik, de identiteit en dus ook de beeldkwaliteit van de verschillende gebiedstypen . Er is bijvoorbeeld een duidelijk verschil tussen de identiteit van de Markt en het Koningsplein of tussen die pleinen en de linten of knopen:
3.4.1 Centrumdorp
•
Markt: handel, ontmoeten en vertier
•
Koningsplein: overheid, kerk en gegoede burgerij (een echt plein voordat het een parkeerterrein werd)
Kenmerkend voor Asten is de rol als centrumdorp. Van oudsher kwam men naar hier voor handel en vertier. Dat is in de morfologie zichtbaar in de markt
•
(in oorsprong een enorme pleinruimte) en de linten die de markt verbond met
•
Linten: gemengd met handel, nering, horeca en wonen Knopen: horen eigenlijk bij de linten, maar door de samenkomst
het achterland. Opvallend is dat de Wilhelminastraat geen handelsverbinding
daarvan ontstaan grotere ruimten, die niet echt als plein kunnen
was en daar dan juist de kerkelijke complexen ontstonden.
worden beschouwd.
3.4.2 Schaalstappen Een tweede kenmerk is dat er sprake is van een opschalend dorpscentrum.
3.5 Morfologie en typologie
Daarmee wordt bedoeld dat een centrumdorp eens in de zoveel tijd een schaalstap maakt. Dat is afleesbaar in de grotere panden of complexmatige
In de voorgaande paragrafen is beschreven dat veel van de historische
ontwikkelingen uit het recente verleden. Ook de komende jaren staat Asten
structuren, patronen en opbouw nog sterk aanwezig zijn. We noemen dit
voor zo’n schaalstap (gezien het aantal projecten voor vernieuwing van ge-
samenspel van structuren en patronen ook wel de morfologie van het dorp.
bieden en gebouwen). Dat hoort bij een vitaal centrumdorp. Dat maakt dat
Voor de gebouwen die een plek innemen in deze morfologie spreken we
in het centrum verschillende groeistadia zichtbaar zijn, van het historische
over gebouwtypen: een boerderij, woonhuis met winkel, handelsgebouw,
1 laag met kap tot de recente projecten zoals op de hoek van de markt.
industriepand of institutioneel gebouw zijn voorbeelden van typologieën die in Asten voorkomen. Vaak is er een relatie tussen de morfologie en de gebouwtypologieën: langs de linten zijn vaker boerderijtjes, woon-winkelpanden en andere commerciële activiteiten (zoals industrie) te vinden. Die staan ook aan de pleinen, maar daar staan doorgaans juist de meer statige panden (koopmanshuizen, complexen, maatschappelijke functies). Bij de opgave om een passende beeldkwaliteit tot stand te brengen kunnen de bestaande morfologie en typologie een handvat bieden. Ze kunnen een aanleiding vormen om ruimtes en gebouwen zodanig vorm te geven dat dit leidt tot typerende plekken, passende gevelopbouw, architectuur en een gebiedsidentiteit die in lijn is met de uitgangspunten (ruimtelijk, sociaal en functioneel). Het biedt ook een hulpmiddel om de bij de morfologie passende ‘maat en schaal’ te definiëren: waar is de overwegende schaal 3 bouwlagen en waar is 4 bouwlagen passend, en waar is ruimte voor accenten. Zonering De uitdaging is dus om goed te omschrijven wat passend is in een ‘opschalend dorpscentrum’. Een genuanceerde zonering kan daarbij helpen. Die zonering vinden we in de koppeling van de morfologie van het dorp
Schaalstappen in het dorpscentrum in de loop van de decennia
met bijbehorende typologieën. De kern van de visie op beeldkwaliteit is dat de fysieke identiteit wordt bepaald door een koppeling van een morfologie met een typologie. Vervolgens wordt voor elke combinatie van die twee de
3.4.3 Gezelligheid en vertier
specifieke beeldkwaliteit beschreven (inclusief bijbehorende ‘beeldregels’).
Een derde kenmerk is dat het centrumdorp een rol speelt in het bieden van
stegen en parken (zie schematische weergave). Onderstaand zijn de ken-
gezelligheid/vertier voor eigen inwoners en toeristen. Dat kenmerk van het
merken of waarden beschreven voor elk van de overwegende gebiedstypen.
De morfologie van Asten wordt gekenmerkt door linten, pleinen, knopen,
dorp is juist de ‘charme’ van een authentiek Brabants dorp (identiteit). Op de
In essentie zijn er 8 gebiedstypen. In de verschijningsvorm van elk gebied-
Markt verwacht men die authenticiteit, de menselijke maat en de charme.
stype kunnen vanzelfsprekend specifieke eigenschappen voorkomen. Zo
Dat wil niet zeggen dat de hele Markt kleinschalig moet zijn met historise-
zijn bijvoorbeeld de drie ‘knopen’ verschillend van verschijningsvorm en
rende architectuur. Wel moet de architectuur bijdragen aan die verwachting
inrichting, maar morfologisch is er in alle drie gevallen sprake van een knoop
van een authentiek Brabants dorp en dus worden gedimensioneerd (maat
in de lintenstructuur.
en schaal) en gedetailleerd op de menselijke maat en de charme. Dit alles vraagt om levendige plinten langs de centrale ruimten (Markt, Koningsplein, Linten en Knopen). _ Programma beeldkwaliteit Centrum Asten
12
Morfologie centrum Legenda Markt Markt Koningsplein Koningsplein
Floraplein Floraplein Linten Linten Knooppunten Knooppunten Dwarstraten en stegen Dwarsstraten en stegen Park Park Eigentijdse invulling Eigentijdse inbreiding
Schematische weergave van de morfologieën in het centrum van Asten
Hoogte opbouw Legenda
Fijnmazige (historische) typologie 3 bouwlagen incl. kap - lage goot
3 bouwlagen incl. kap - hoge begane grond, hoge goot en hoge kap 4 bouwlagen Hoogteaccent = plus 1 bouwlaag Monument Grootschalige (her-) ontwikkeling Cultuurhistorische waarde Special
Plangebied
(Historische) complexen _ Programma beeldkwaliteit Centrum Asten
13
Legenda Plangebied (kadastraal) Gevels Beeldkwaliteitsplan
3.5.1 Pleinen - Markt •
functioneel: handel, ontmoeten en vertier. Plaatselijk wonen op de verdieping;
•
identiteit: authentiek Brabants dorp;
•
morfologie: pleinruimte als ‘huiskamer’ van het dorp;
•
typologie: gemengd, kleinschalig, van 1+kap tot 3+kap;
•
stedenbouwkundig: dimensioneren (maat en schaal) op de menselijke maat en de charme.
3.5.2 Pleinen - Koningsplein •
functioneel: overheid, kerk en gegoede burgerij (een echt plein voordat het een parkeerterrein werd);
•
identiteit: parkeerterrein / plein;
•
morfologie: plein;
•
typologie: institutionele complexen en gegoede huizen;
•
stedenbouwkundig: gezien de maat van de pleinruimte is een bijbehorende ‘bewanding’ aanwezig: 2 (hoge) bouwlagen met kap aan de noordgevel en 1 tot 3 bouwlagen met kap aan de zuidgevel. De complexen en gegoede huizen zorgen voor een klassieke wandvorming.
3.5.3 Pleinen - Floraplein •
plein met een oorsprong midden jaren 1980;
•
functioneel: winkelplein rondom een parkeerterrein met een woonge-
•
morfologie: plein uit de 2e helft 20e eeuw;
bouw aan de Floralaan; •
typologie: winkelstrip met bovenwoningen en bedrijfsmatig winkelpand. Complexmatige samengestelde volumes, binnen een grote korrel.
•
Zuidoost: open bebouwing (commercieel).
3.5.4 Linten •
functioneel: gemengd met handel, commercie, horeca en wonen;
•
identiteit: historie en gemengd karakter;
•
morfologie: lintvormig patroon;
•
typologie: kleinschalige panden met naar de openbare ruimte gerichte ‘levendige’ plinten. Plaatselijk genuanceerde middenschaal.Boven de plinten doorgaans woonfunctie;
•
stedenbouwkundig: kleinschalig met een verticale geleding
•
de gevel-straat verhouding ligt doorgaans rond de 1:2 tot 1:1,5. In de
(‘pandje-pandje’); laatste decennia is de schaalstap gemaakt naar 1:1.
_ Programma beeldkwaliteit Centrum Asten
14
3.5.5 Knopen •
knopen horen morfologisch bij de linten, maar door de samenkomst daarvan ontstaan grotere ruimten, die niet echt als plein kunnen worden beschouwd. Ze vormen de overgang van de woongebieden naar het centrum.
•
functioneel: gemengd met handel, nering, horeca en wonen;
•
identiteit: historie en gemengd karakter;
•
morfologie: knoop in de lintvormige structuur;
•
typologie: klein- en middenschalige panden met naar de openbare ruimte gerichte ‘levendige’ plinten. Daarboven doorgaans wonen;
•
stedenbouwkundig: kleinschalig met een verticale geleding (‘pandje-pandje’).
3.5.6 Dwarsstraten en stegen •
korte verbindingen tussen de hoofdelementen uit de structuur: soms straatjes (Kleine Marktstraat, Molenweg, Langstraat, Lindestraat, Kerkstraat, Driehoekstraat, Monseigneur Den Dubbeldenstraat), soms meer een steeg (Remery passage);
•
functioneel: overwegend wonen en soms gemengd;
•
morfologie: schaal en de korrelgrootte zijn overeenkomstig de straatprofielen (doorgaans kleinschalig), plaatselijk een schaalvergroting (Deken Meijerstraat-Julianastraat-zuid en de Langstraat).
3.5.7 Burgemeester Ploegmakerspark •
het park is morfologisch gezien een vrij recente toevoeging aan de dorpsstructuur;
•
functioneel: parkruimte voor ontmoeting;
•
identiteit: park uit de 20e eeuw;
•
morfologie: grote open ruimte tussen de linten;
•
typologie: rondom het park is geen sprake van een specifieke bijbe-
•
stedenbouwkundig: wanden rondom het park wisselend van maat,
horende typologie; schaal en architectuur. Er is sprake van individuele gebouwen in een groene setting.
3.5.8 Eigentijdse inbreidingen •
hoven Kerkstraat-Julianastraat: vanaf de jaren zeventig ontstond eerst bebouwing aan de twee straten, en vanaf de jaren tachtig volgde de hofvormige invulling van het binnenterrein. Het is morfologisch aan te merken als hofvormig ‘complex’;
•
winkelcentrum ’t Kompas, Burgemeester Ruttenplein: compacte winkelcentrum met karakter van een hofvormig ‘complex’. Boven de winkels liggen appartementen (2 tot 3 verdiepingen). Het winkelcentrum is bereikbaar via de Burgemeester Wijnenstraat. Door de aanleg van de Langstraat-Frits de Bruijnstraat (kortsluiting tussen Langstraat en Lindestraat) en later ‘t Kompas ontstond ook het functioneel parkeerplein. Rondom dit ‘plein’ staat grootschalige bebouwing aan de zuidzijde en open lintbebouwing aan de noordzijde.
_ Programma beeldkwaliteit Centrum Asten
15
4. Inspiratie en visie 4.1 Toekomstbeeld Asten centrum 2040 Het Programma Centrumontwikkeling beschrijft dat ook in de verre toe-
•
Leefbaarheid en gastvrijheid: het centrum geeft prioriteit aan de voetganger en fietser, de auto is te gast. Het centrum is daardoor
komst het hart van Asten moet worden gezien als het kloppende hart van
aantrekkelijker, gastvrijer en veiliger voor de gebruiker.
de gemeenschap. Het centrum is niet alleen een ontmoetingsplaats voor •
bewoners, maar ook een gastvrije bestemming voor bezoekers. Het is een
Verstevigen verbinding deelgebieden: het centrum neemt een krach-
levendige plek waar mensen samenkomen, nieuwe ervaringen opdoen en
tige positie in, dankzij een stevige en goed doordachte ruimtelijke
zich thuis voelen, of ze nu komen om te winkelen, te genieten van horeca,
verbinding tussen alle deelgebieden in het centrum. •
deel te nemen aan evenementen, of gewoon om te genieten van de sfeer. De toekomstvisie omvat een centrum dat draait om ervaring en beleving. Met
Toekomstbestendigheid en duurzaam: openbare ruimte en gebouwen in het centrum zijn aanzienlijk vergroend, ter bevordering van
gezellige pleinen, unieke winkels, sfeervolle horeca, culturele evenementen,
klimaatadaptatie, biodiversiteit, recreatie en logistiek. •
recreatieve activiteiten en maatschappelijke voorzieningen in een groene
Behoud van het unieke DNA: het dorpse karakter van het centrum is
omgeving is het centrum een geliefde bestemming. Juist deze veelzijdig-
in alles herkenbaar. Asten heeft een bruisend en levendig centrum,
heid vormt de kracht van het centrum en maakt het tot een aantrekkelijke
met veel activiteiten, een aantrekkelijke mix aan functies, met de
omgeving om te wonen, te ondernemen en te werken.
Markt als middelpunt.
Kernkwaliteiten
* de tekst uit deze paragraaf wordt tzt nog afgestemd op het definitieve
•
Programma Centrumontwikkeling.
Economische vitaliteit: het compacte centrum is economisch vitaal dankzij een levendige mix aan functies met ruimte voor kraamkamerfuncties en een experimentenzone. In het centrum wordt samengewerkt in een gouden cirkel en actieve plinten dragen bij aan een dynamisch straatbeeld.
Programma Centrum: sfeerimpressie Markt (bron: StadenCo)
_ Programma beeldkwaliteit Centrum Asten
16
4.2 Inspiratie en visie
Algemene beeldregels
4.2.1 Bijdragen aan de gewenste identiteit
1. Structuur: een samenhangende reeks van
De beeldkwaliteit van gebouwen moet bijdragen aan de doelen uit het
bijzondere plekken en verbindende lijnen;
Programma Centrumontwikkeling. Elke bouwopgave zorgt dat het centrum elke keer een stukje aantrekkelijker wordt. Dit Programma Beeldkwaliteit biedt een overkoepelende visie op bouwen in het centrum, en geeft daar-
2. Identiteit: een compacte - centrumdorpse –
voor specifieke spelregels. De kern van de visie op beeldkwaliteit is dat elk
sfeer, die ontstaat door een gevarieerde reeks
gebouw moet passen binnen een identiteit of streefbeeld dat voor iedere plek is beschreven. We kunnen dit definiëren als de ‘couleur locale’ van het
van individueel herkenbare gebouwen;
centrum als geheel, met nuanceringen daarvan per plek. Een gebouw aan de Markt moet aan andere spelregels voldoen dan een gebouw aan de Prins
3. Bebouwing is overwegend compact, waardoor
Bernhardstraat of het Burgemeester Ploegmakerspark, maar ze maken wel allen deel uit van hetzelfde centrum.
een aaneengesloten beeld ontstaat langs pleinCouleur locale
en, linten en knopen. Het Burgemeester
Een schildering van omgeving die gezamenlijk karakteristiek zijn voor een bepaalde regio, dorp of een historische periode. Het gaat er daarbij
Ploegmakerspark vormt een uitzondering met
niet om een zo realistisch mogelijke beschrijving te geven, maar veeleer om het oproepen van sfeer en achtergrond voor het verhaal.
een meer gefragmenteerde (open) bewanding; Kenmerkend voor Asten is een dorpse morfologie, maat- en schaal-
4. Panden dragen bij aan de gewenste
verhoudingen, variatie in gevels en verschillende architectuurstijlen door elkaar. De morfologie kant doorgaans bijpassende gebouwety-
ruimte-werking van afzonderlijke plekken;
pen, een woon-winkelpand, woning, maatschappelijke of commerciële functie. De korrelgrootte van gebouwen is afgestemd op de plek, op
5. Respectvolle omgang met historische panden,
de breedte van de openbare ruimte of op de specifieke functie. Een woon-winkelpand bijvoorbeeld is van bescheidener schaal dan een
door ze op een natuurlijke manier in het gevel-
maatschappelijke of commerciële functie. De optelsom van morfologie, typologie en architectuur biedt een typisch Astense beeldkwaliteit.
beeld te verweven;
4.2.2 Beeldkwaliteit centrum
6. Gevarieerde korrelgrootte: gebouwen vormen een reeks individueel herkenbare panden.
Op basis van de voorgaande analyse wordt de fysieke identiteit bepaald door een koppeling van de identiteit van een plek (morfologie) met een ty-
Volumes zijn (afhankelijk van de positie in de
pologie. De bijzondere identiteit en de uitstraling van de specifieke plekken in het hart van Asten, vormen de inspiratie voor de beeldkwaliteit. In deze
structuur) wat groot- dan wel kleinschaliger;
paragraaf wordt de koppeling gelegd tussen de morfologie, de passende typologieen en de bijbehorende beeldkwaliteitsaspecten. Deze laatste is in
7. Bijdragen aan de dorpse sfeer door de aanwezig-
deze paragraaf nog op hoofdlijnen. De concrete uitwerking in de spelregels is te vinden in de hoofdstukken 5 (stedenbouwkundige spelregels) en 6
heid van kappen en afwezigheid van repetitie van
(architectonische spelregels). Tevens kunnen we enkele overkoepelende kenmerken benoemen, die vanuit
volumes, stijlen, beeldkenmerken;
het oogpunt van beeldkwaliteit altijd en overal in het centrumgebied relevant zijn. Kenmerkend voor de beeldkwaliteit in het centrum van Asten zijn de
8. Het gevarieerde beeld wordt ondersteund door
hiernaast opgenomen 8 ‘algemene beeldregels’. Specifieke beeldregels volgen in hoofdstukken 5 en 6. Op deze manier leidt de combinatie van
een genuanceerde gevelindeling en
morfologie en typologie tot een specifieke beeldkwaliteit, die vervolgens kan worden gestuurd met ‘beeldregels’. Deze kenmerken vormen de basis
architectonische uitwerking.
voor de te (her-)ontwikkelen locaties. Op de volgende pagina’s wordt dit per morfologische eenheid toegelicht, waarbij wordt voortgebouwd op de indeling en analyse uit paragraaf 3.5. _ Programma beeldkwaliteit Centrum Asten
17
4.2.2.1
Markt
Vanuit oogpunt van beeldkwaliteit behoren ook de pleinruimte aan de noordzijde van het gemeentehuis en de Marktstraat tot deze morfologische eenheid. Dit was immers oorspronkelijk Markt, waarbij de 2 pleinruimten Markt en Koningsplein in elkaar overliepen. Kenmerkend is het detailleren op de menselijke maat en de beoogde charme van deze ‘huiskamer’ van Asten. De massa-opbouw draagt bij aan het wensbeeld van een charmant Brabants dorpsplein. De korrelgrootte is overwegend fijnmazig. Het gemeentehuis vormt door functie en volume het meest dominante bouwwerk aan het plein. De gevels hebben een geparcelleerde opbouw, overwegend historiserend met zo nu en dan een uiting van duurzame of eigentijdse architectuur. Er is sprake van gevarieerde hoogteopbouw en alle panden hebben (echte) kappen. Spelregels •
•
De bijpassende typologie aan de Markt is het ‘koopmanshuis’: een
ging, bijzondere kap of hoogte-accent (geen extra verdieping). •
commerciële of maatschappelijke plint met wonen erboven. •
Accenten zijn architectonisch van aard (bijvoorbeeld een versprin-
De overwegende bouwhoogte is 3 bouwlagen (inclusief kap). Op
Op de Markt staan diverse monumenten en beelbepalende panden (zie algemene beeldregel 5).
hoeken of in een zichtas van een straat kan door een iets hogere
•
Marktstraat: bouwhoogte 3 bouwlagen inclusief de kap.
bouwhoogte (1 á 2 meter) de stedenbouwkundige situatie worden
•
In een kap kan een volwaardige woonlaag worden gerealiseerd. De
benadrukt.
4.2.2.2
regels en richtlijnen voor een kap staan in paragraaf 6.3.
Koningsplein
Het plein wordt gekenmerkt door een statige bewanding. Op de beide korte einden zijn het gemeentehuis en de Heilige Maria Presentatiekerk de meest prominente bouwwerken. Met uitzondering van het pand Bartholomeus (typologie ‘complex’), is de overheersende typologie het ‘herenhuis’. Nieuwe panden met een gevel aan het plein verkrijgen een korrelgrootte die is ontleend aan de ‘herenhuízen’ in de noordgevel. Dit is overeenkomstig de maat en schaal van het Koningsplein. In de gevelwanden is met uitzondering van het gemeentehuis, kerk en Bartholomeus, geen ruimte voor accenten door middel van bouwhoogte. Spelregels •
•
Elke herenhuis is vormgegeven als een individueel pand, met een samenhang tussen de herenhuizen (vergelijkbaar gevelritme en ge-
renhuizen zijn dus hoger, maar tonen zich wel als 2 (hoge) verdiepin-
laagdheid, variërende vormgeving binnen architectonische familie).
gen met een (hoge) kap. Nieuwe goothoogten sluiten visueel aan op
Het ‘herenhuis’ heeft een overwegend symmetrische opbouw en
de bestaande. Hierdoor zijn 3 woonlagen mogelijk. •
duidelijke hoofdentree. De architectuur is statig, met een rijke detaillering. •
De herenhuizen hebben een gemiddeld hogere verdiepingshoogte dan in de linten. Hierdoor verkrijgen ze een statiger karakter. De he-
Accenten zijn architectonisch van aard (bijvoorbeeld een verspringing, bijzondere kap of hoogte-accent (geen extra verdieping).
•
De bijpassende typologie is ‘herenhuis’ (wonen in plint en kap).
In een kap kan een volwaardige woonlaag worden gerealiseerd. De regels en richtlijnen voor een kap staan in paragraaf 6.3.
_ Programma beeldkwaliteit Centrum Asten
18
4.2.2.3
Floraplein
In tegenstelling tot de beide pleinen in het centrum is dit geen plein met een historische oorsprong. Hoewel de Tuinstraat en de Logtenstraat al voor 1900 als tracé herkenbaar zijn, kwamen de huidige Logtenstraat, Tuinstraat en Floralaan rond 1970 tot stand. Vanaf midden jaren 1980 zijn gefaseerd de huidige pleinwanden tot stand gekomen. Door herontwikkeling kan de architectonische kwaliteit rond het plein sterk worden verbeterd. Ook draagt herontwikkeling bij aan de wandvorming aan het Burgemeester Ploegmakerspark. Bebouwing bestaat uit een complexmatig, samengesteld volume, binnen een grote korrel. De architectuur is eigentijds en heeft een duurzame uitstraling. Groene gevels en daken vormen onderdeel van de architectuur, maar overheersen niet. Spelregels •
De bijpassende typologie is ‘duurzaam complex’.
•
De basishoogte aan het plein is tot 3 bouwlagen. De hoogte aan de
•
Gevelwand zuidoost: accent door extra bouwlaag mogelijk, met
•
Accenten zijn architectonisch van aard (bijvoorbeeld een versprin-
wandvorming aan zowel het Floraplein als de Tuinstraat.
achterkant is tot 2 bouwlagen en met een setback op de 3e bouwlaag.
ging, bijzondere kap of hoogte-accent (geen extra verdieping), dit m.u.v. de gevelwand zuidoost.
_ Programma beeldkwaliteit Centrum Asten
19
4.2.2.4
Gevel-straat verhouding
Linten
Naast regels over het aantal bouwlagen wordt de ontwikkelruimte bepaald
De linten hebben een zeer gevarieerde verschijningsvorm, korrelgrootte en
door een maximale gevel-straat verhouding. Hiermee wordt vernauwing
beeldkwaliteit. Omdat de straatprofielen doorgaans beperkt zijn, is de massa
van het straatprofiel voorkomen, bijvoorbeeld op plekken waar al hoge be-
van de aangrenzende bouwwerken daarop afgestemd: er is een afgewogen
bouwing staat.
hoogte-breedte verhouding (gevel-straat verhouding).
•
De gevel-straat verhouding is de verhouding tussen de hoogte van de bebouwing en de breedte van de straat;
Er zitten nuanceverschillen tussen de linten. De opgenomen spelregels zijn •
op alle linten van toepassing, maar bij een concrete planuitwerking wordt
De maximale gevel-straat verhouding mag op geen enkel punt in het straatprofiel doorbroken worden. Het is dus geen gemiddelde van
gestimuleerd om naar deze nuances te zoeken en die in het ontwerp een
een gebouw of gevelwand;
plek te geven. Panden zijn ontworpen op de menselijke maat en dragen bij •
aan de beoogde aantrekkelijkheid die linten met een gemengd karakter eigen
Bij een langskap geldt de hoogste gevel-straat verhouding, gemeten
zijn. De korrelgrootte is fijnmazig met individueel herkenbare architectuur
vanuit de goot, of de nok. De straatbreedte wordt hier gemeten van-
(elk pand lijkt op een ander moment in de tijd te zijn gebouwd).
uit de nok, of goot tot de tegenoverliggende rooilijn.
De gevels hebben een geparcelleerde opbouw, overwegend historiserend met zo nu en dan een uiting van duurzame of eigentijdse architectuur. Er is sprake van gevarieerde hoogteopbouw. Spelregels •
De bijpassende typologie is ‘lintbebouwing’.
•
De basishoogte is tot 3 bouwlagen (inclusief kap), maar verspringt
straatprofiel Hier wordt vanuit de goot gemeten
straatprofiel Hier wordt vanuit de nok gemeten
regelmatig omlaag. Waar in het verleden de overwegende bouwRegels:
hoogte is overschreden, is dat geen aanleiding om dat tot norm te
max 1:1
verklaren. •
Accenten zijn architectonisch van aard (bijvoorbeeld een verspringing, bijzondere kap of hoogte-accent (geen extra verdieping). Accenten door middel van een extra bouwlaag alleen daar waar op het kaartbeeld massa-opbouw is aangegeven.
•
straatprofiel
Naast een gebouw met een bovengemiddelde verhouding wordt ‘lucht’ aangebracht in de gevelwand door naastgelegen gebouw/ge-
1.
denkbeeldige lijn die niet doorbroken mag worden.
bouwdeel substantieel lager te maken. •
De maximale gevel-straat verhouding aan één zijde is 1:1. Dit is een
In beginsel is altijd een kap aanwezig is. Bij uitzondering en om gemiddeld max 1:1,5
afwisseling te bereiken kan een plat gedekt gebouw worden gerealiseerd, onder voorwaarde dat deze nooit breder is dan 1 pandbreedte van 5 á 6 meter meter. •
De architectuur is gevarieerd en ook nieuwe bebouwing maakt gebruik van referenties naar verschillende stijlperiodes (dus niet alleen
straatprofiel 2.
modern). •
In een kap kan een volwaardige woonlaag worden gerealiseerd. De
De gemiddelde gevel-straat verhouding van tegenover elkaar gelegen bebouwing is maximaal 1:1,5.
regels en richtlijnen voor een kap staan in paragraaf 6.3. gemiddeld max 1:1,5
‘lucht’ na accent
3.
straatprofiel Als aan één zijde in een straatprofiel de gevel-straat verhouding boven het maximale gemiddelde uitkomt, wordt de ontwikkelruimte aan de overzijde evenredig beperkt.
_ Programma beeldkwaliteit Centrum Asten
20
4.2.2.5
Knopen
In een dorpsstructuur die is ontstaan uit een reeks linten, vormen knopen in essentie verbijzonderingen van de linten. Elke knoop heeft een karakteristieke ruimte-opbouw. Dat wordt duidelijk in de korrelgrootte en vormgeving van de panden aan zo’n knoop. Er is eerder sprake van een nuancering van bouwvolumes dan van een afwijkende schaal. De korrelgrootte is dus klein maar kan afhankelijk van de plek iets forser zijn dan langs een lint. De iets forsere zijde ligt vanzelfsprekend aan de kant van het centrum. Net als in de linten is er sprake van een individueel herkenbare architectuur. Spelregels •
Een knoop vormt een genuanceerde overgang van de woonwijken naar het centrum. Er is t.o.v. de linten doorgaans een verbreding van de openbare ruimte.
•
De bijpassende typologie is ‘lintbebouwing XL’. Een ‘schaalstap’ sluit op een ruimtelijk verantwoorde manier aan op de linten.
•
De hoogte is tot 4 bouwlagen inclusief de kap als de basis en bouwt af richting de randen van de ‘knoop’.
•
In een kap kan een volwaardige woonlaag worden gerealiseerd. De regels en richtlijnen voor een kap staan in paragraaf 6.3.
•
Accenten zijn architectonisch van aard (bijvoorbeeld een verspringing, bijzondere kap of hoogte-accent (geen extra verdieping). Accenten door middel van een extra bouwlaag alleen daar waar op het kaartbeeld massa-opbouw is aangegeven.
•
In het straatprofiel mag de gevel-straat verhouding oplopen tot 1:1
centrum
aan beide zijden van de straat, wederom afbouwend richting de randen van de ‘knoop’.
_ Programma beeldkwaliteit Centrum Asten
21
lint / woongebied
4.2.2.6
Dwarsstraten en stegen
•
De ontwikkelruimte wordt bepaald door de verhouding bouwhoogte-straatbreedte: -
Op bepaalde plekken in het centrum is sprake van korte verbindingen tus-
In het straatprofiel is de bouwhoogte-straatbreedte verhouding niet hoger dan 1:1,5 gemiddeld tussen de tegenovergelegen
sen de hoofdelementen uit de structuur. Dit zijn soms straatjes (Kleine
bebouwing.
Marktstraat, Molenweg, Langstraat, Lindestraat, Kerkstraat, Driehoekstraat, Monseigneur Den Dubbeldenstraat), soms meer een steeg (Remery pas-
-
sage). Soms hebben ze een historische oorsprong, soms zijn ze relatief
-
De maximale bouwhoogte-straatbreedte verhouding is 1:1. Naast een gebouw met een hogere verhouding wordt ‘lucht’ aangebracht in de gevelwand.
recent. De schaal en de korrelgrootte zijn overeenkomstig de straatprofielen (doorgaans kleinschalig), maar plaatselijk vindt een schaalvergroting plaats,
•
Het realiseren van een zelfstandige woning in de kap is alleen moge-
•
Bij nieuwe dwarsstraten en stegen mag i.p.v. een kap ook een duide-
zoals langs de Deken Meijerstraat-Julianastraat-zuid en de Langstraat.
lijk bij niet-historische dwarsstraten en stegen.
Spelregels
lijke setback worden toegepast.
•
De bijpassende typologie is ‘lintbebouwing S/M’.
•
De hoogte is tot 3 bouwlagen inclusief de kap als de basis, maar verspringt regelmatig omlaag.
•
Op de 3e bouwlaag is een kap verplicht.
•
Geen (hoogte) accenten toegestaan, met uitzondering van architectonische accenten, daar waar de stedenbouwkundige structuur aanleiding geeft (bijvoorbeeld een zichtas, verbreding of vernauwing in de openbare ruimte)
4.2.2.7
Burgemeester Ploegmakerspark
De beeldkwaliteit van het park wordt grotendeels bepaald door gebouwen die zijn gesitueerd aan de Burgemeester Frenckenstraat, de Tuinstraat en de Logtenstraat. Er liggen momenteel slechts enkele panden aan de parkrand. De structuur langs de Burgemeester Frenckenstraat-oostzijde, de Tuinstraat en Logtenstraat zijn zeer open met een reeks individuele panden met tuinen. Herontwikkeling van onderbenutte terreinen geeft de gelegenheid om meer interactie te krijgen tussen het centrum en het park en/of aantrekkelijker
Spelregels
parkranden tot stand te brengen.
•
Logtenstraat-Tuinstraat: de bijpassende typologie is ‘herenhuizen in een tuin’ (Logtenstraat en Tuinstraat).
De bij het park behorende typologie is het ‘herenhuis XL’: panden die samen •
een nieuwe parkrand vormen en waar het groen bijna tot tegen de gevels
Terrein Midas (ontwikkeling): nieuwe parkrand. Eigentijdse uitstraling,
doorloopt. Dit vraagt om ‘zuivere’ gevels, waarbij de gevels van het gebouw
hoogte 3 bouwlagen, exclusief een 4e laag met een substantiële
opgaan in het groen van de omgeving.
setback.
Bebouwing aan de Logtenstraat en Tuinstraat kan worden gekenmerkt met
•
Duidelijke relatie met bestaande en nieuwe openbare ruimten.
•
Accenten zijn architectonisch van aard (bijvoorbeeld een versprin-
Bijdragen aan een aantrekkelijke route tussen park en Markt.
de typologie ’herenhuis’. Als gevolg van de parkachtige karakter van deze beide straten is sprake van een lossere ‘korrel’ dan bijvoorbeeld aan het Koningsplein
_ Programma beeldkwaliteit Centrum Asten
ging, bijzondere kap of hoogte-accent (geen extra verdieping).
22
4.2.2.8
Eigentijdse inbreidingen
Deze morfologie/typologie betreft enkele complexmatige eenheden, die een samenhangend geheel vormen met bijbehorende binnenruimten in de vorm van hoven of passages. Hoven Kerkstraat-Julianastraat: bebouwing uit de jaren zeventig aan de twee straten, en vanaf de jaren tachtig hofvormige invulling van het binnenterrein. Het is morfologisch aan te merken als hofvormig ‘complex’. Winkelcentrum ’t Kompas, Burgemeester Ruttenplein-Langstraat-Frits de Bruijnstraat: compact winkelcentrum met een hofvormig ‘complex’. Boven de winkels zijn appartementen gebouwd, variërend van 2 tot 3 verdiepingen hoog. •
De basishoogte is tot 3 bouwlagen exclusief kap of setback op de 4e
•
Accenten zijn architectonisch van aard (bijvoorbeeld een versprin-
Spelregels •
bouwlaag.
De bijpassende typologie is ‘complexmatig’. Elke inbreiding toont zich als een samenhangend ensemble en is aan de randen afge-
ging, bijzondere kap of hoogte-accent (geen extra verdieping). •
stemd op de omgeving. •
steeg zijn de daar betreffende beeldregels van toepassing.
_ Programma beeldkwaliteit Centrum Asten
Openbare binnenterreinen (in bijv. hofvormige complexen) hebben een maximale gevel-hof verhouding van 1:2.
Waar een inbreiding grenst aan een plein, lint, knoop, dwarsstraat of
23
5. Spelregels beeldkwaliteit Stedenbouwkundige criteria 5.1 Samenhang
5.2 Massaopbouw
De vernieuwingen in het centrum van Asten vinden gefaseerd plaats. Het
Het uitgangspunt van de vernieuwing is dat een beperkte schaalvergroting
is daarom van belang dat er samenhang ontstaat, waarbij de verschillen-
vanuit stedenbouwkundig oogpunt goed mogelijk is. Ook elders in het cen-
de initiatieven een ruimtelijke logica vertonen. Samenhang ontstaat door
trum heeft die schaalsstap plaatsgevonden. In stedenbouwkundig opzicht
richtlijnen op het niveau van de dorpsstructuur en het individuele bouwblok.
is plaatselijk een genuanceerde schaalstap mogelijk. Dit betekent dat niet
Daarnaast zorgen regels over de massaopbouw, de specifieke functionali-
de historische bebouwing van 1 of 2 bouwlagen met kap maatgevend is.
teiten en de relatie met de openbare ruimte voor samenhang.
Omgekeerd betekent dit overigens ook dat daar waar minder passende schaalvergrotingen hebben plaatsgevonden, dat ook niet automatisch de
Samenhang op het niveau van de dorpsstructuur - regels
nieuwe vorm is.
•
Bebouwing is georiënteerd op de morfologische eenheid waaraan
Voor de kenmerkende ruimten in het centrum zijn op het bijgaand kaartbeeld
het gebouw is gekoppeld: de massaopbouw en architectuur maken
de ‘overwegende bouwhoogten’ gedefinieerd. Ook schaalstappen uit het
duidelijk waar het gebouw morfologisch bij hoort.
verleden zijn hierop zichtbaar, maar zoals gezegd zijn die niet maatgevend
•
Bouwblokken aan een lint, plein, knoop of park presenteren zich naar
voor de toekomst. Op de volgende manier kan invulling worden gegeven
die ruimte. De ‘korrelgrootte’ van een pand of reeks van panden is
aan een schaalstap:
afgestemd op de morfologie. •
woningen toevoegen in plinten waar momenteel commerciële functies
•
woningen toevoegen in de kap;
•
genuanceerd massa toevoegen t.p.v. pleinen, knopen en eigentijdse
aanwezig zijn;
Samenhang op het niveau van het bouwblok - regels •
•
Ter plaatse van hoeken is sprake van een dubbele oriëntatie.
Bouwblokken vormen samen met de bestaande bebouwing steeds
invullingen.
een afgerond geheel, al dan niet in samenhang met naastgelegen (gedeelten van) bouwblokken. Bouwblokken kennen alzijdig een pas-
Verbijzondering t.o.v. de overwegende bouwhoogte zijn gesitueerd daar waar
sende kwaliteit, die is afgestemd op de situering aan de openbare
accenten wenselijk zijn. Dit is afhankelijk van de situatie in de dorpsstructuur.
ruimte.
Als bouwlaag worden zowel een commerciële plint, een woonlaag als kapverdieping meegeteld. Een geheel verdiepte parkeergarage of kelder is for-
Samenhang in de architectuur - regels
meel wel een bouwlaag, maar worden in relatie tot de beeldkwaliteit niet
•
meegeteld als bouwlaag. Overigens zijn halfverdiepte parkeerkelders niet
•
•
Samenhang wordt bereikt door elk gebouw uit te voeren in een passende architectuur.
passend in het dorpscentrum. Indien een kelder aanwezig is, dan is deze
De bouwblokken hebben een herkenbare individualiteit, die wordt
geheel verdiept.
bereikt door de principes zoals die voor elke morfologische eenheid
Bij de concrete stedenbouwkundige vormgeving wordt rekening gehouden
zijn gedefinieerd in paragraaf 4.2.2.
met zowel bezonning als schaduw. Zogenaamde sun-spots in de openbare
Elk ‘pand’ is voldoende architectonisch onderscheidend. Er worden
ruimte (waar lentezon is gegarandeerd) worden gerespecteerd.
diverse instrumenten ingezet om dit te bereiken: verspringende goothoogte, onderbreking dakvlak (muurdam, andere kaprichting of kapvorm), gevelindeling, gevelkleuren en details of ornamenten.
Samenhang op het niveau van het bouwblok
_ Programma beeldkwaliteit Centrum Asten
24
Morfologie centrum Aste Morfologie centrum Aste Legenda Legenda Markt Markt Koningsplein Koningsplein Floraplein Floraplein Linten Linten Knooppunten Knooppunten Dwarstraten en stegen Dwarstraten en stegen Park Park Eigentijdse invulling Eigentijdse invulling
Hoogte opbouw Hoogte opbouw Legenda Legenda
bouwlagen incl. kap - lage gootgoot 33 bouwlagen (incl. kap) - lage
Schematische weergave van de overwegende hoogte-opbouw in het centrum
3 bouwlagen incl. kap - lage goot
33 bouwlagen (incl.kap kap) - hoge plint en bouwlagen incl. - hoge begane grond,goot hoge goot en hoge kap hoge 3 bouwlagen incl. kap - hoge begane grond, hoge goot en hoge kap 4 bouwlagen
44 bouwlagen bouwlagen (incl. kap)
Hoogteaccent = plus 1 bouwlaag
Hoogteaccent ==plus Hoogteaccent plus1 1bouwlaag bouwlaag Monument
Monument Monument
Cultuurhistorische waarde
Cultuurhistorische waarde Cultuurhistorische waarde Special
Special Special
Plangebied Plangebied _ Programma beeldkwaliteit Centrum Asten
25
Legenda Legenda
Plangebied (kadastraal) Plangebied (kadastraal)
5.3 Relatie met de straat In het dorpscentrum is de relatie tussen gebouwen en het lint, het plein, een knoop of het park van het allergrootste belang. Gebouwen moeten niet alleen goed zijn ingepast in de morfologie van het centrum, maar ook moet de aansluiting tussen gebouw en openbare ruimte optimaal zijn. Dit gaat om zowel het ruimtelijk ontwerp als om de functionaliteit. De beeldkwaliteit van een plint is afhankelijk van de functionaliteit van de openbare ruimte: •
Openbare ruimte met een commercieel perspectief: de uitstalling van waren, van reclame, het entreegebied naar winkels of ruimte voor logistiek of terras.
•
Openbare ruimte grenzend aan woningen: hier is juist behoefte aan enige private ruimte tussen de woning en de openbare ruimte en zal een dergelijke zone meer gebruikt worden als gevelstoep of tuintje. Enige afstand tot de openbare ruimte is dan vanuit het wooncomfort wenselijk. We noemen deze ruimten ‘intermediaire zones’: een gebied dat soms bij het
Intermediaire zones van commerciële en maatschappelijke functies worden
gebouw hoort of soms openbaar is, maar altijd een overgang vormt tussen
verzorgd ingericht
private ruimte en openbare ruimte.
5.3.1 Rooilijnen
5.3.2 Overgang openbaar-privé
Omdat in de meeste gevallen sprake is van bestaande gevelwanden, liggen
Als er ruimte aanwezig is tussen de rooilijn en de erfscheiding, dan wordt
de meeste rooilijnen al vast. Bij nieuwbouw van panden gelden de volgende
deze benut als intermediaire zone. De inrichting is gerelateerd aan de func-
principes.
tionaliteit van het gebouw. In deze zone is ruimte voor een entree (bordes), (gevel)tuintjes, het uitstallen van producten en het plaatsen van reclame.
Spelregels •
Ook bij het gebouw behorende stallingsruimte (bezoekersfietsen, reclames,
Gevelwanden dicht op de straat zijn kenmerkend voor de situatie van
terras) worden in de intermediaire zone gesitueerd. Deze overgang wordt
de panden in het centrum. Met het wijzigen van de rooilijn wordt te-
met de gebouwen mee ontworpen.
rughoudend omgegaan en bij voorkeur alleen toegestaan buiten het •
werkelijke winkelhart.
Functionaliteit commercieel:
Als dat vanuit functioneel opzicht nodig is, ligt de rooilijn terug ten
Tot commerciële functies behoren zowel winkels als dienstverlening, (flex-)
opzichte van de overwegende rooilijn. Bijvoorbeeld bij woningen kan
werkplekken of horeca. Hiervoor gelden de volgende regels:
het wenselijk zijn om t.b.v. enige privacy een gebouw terug te rooien. •
Spelregels
De rooilijnen zijn helder, zonder teveel in- of uitspringingen, waardoor robuuste bebouwingswanden ontstaan.
•
•
uitstallingen van producten en reclame: tot maximaal 1 meter uit de
Afhankelijk van de functies in de plinten en achter de gevel wordt er
gevel, mits er voldoende ruimte overblijft voor verkeersfuncties (vrije
ruimte gereserveerd voor bij het pand behorende buitenruimten (bij-
doorgang voor voetgangers minimaal 1,80 meter). Richtlijnen
voorbeeld gevelterras, stoep, entreegebieden, stallingsruimte, etc.). •
Dergelijke functies worden niet afgewenteld op de openbare ruimte.
terrassen: indien mogelijk op eigen terrein, terrassen op openbaar gebied zijn mogelijk maar alleen in overleg met gemeente.
Enkele voorbeelden van een matige relatie tussen woongevels en openbare ruimte _ Programma beeldkwaliteit Centrum Asten
26
Functionaliteit maatschappelijk
Richtlijnen
Tot maatschappelijke functies behoren bijvoorbeeld zorgverlening en ver-
•
woningen op de begane grond in het winkelhart: - stoepje 0,8-1,0 meter op maaiveldniveau
gelijkbare instellingen. Hiervoor gelden dezelfde regels als bij commerciële
- terreinafscherming door stoeppaaltjes
functies. •
woningen op de begane grond buiten het winkelhart:
Functionaliteit wonen
- geveltuintje, stoepje of terras 0,8-1,2 meter op maaiveldniveau
Woningen op de begane grond die grenzen aan de openbare ruimte, hebben
- lage terreinafscherming door muurtje, spijlenhek, plantenzone
behoefte aan privacy. Dat is begrijpelijk, maar het beeld in de openbare ruim-
of glas, hoogte max. 1 m.). Indien beplanting: dan mengen van
te mag niet worden verstoord door bijvoorbeeld privacyschermen, opgetilde
soorten om een gevarieerd en voor flora/fauna interessante
balkons, brede anonieme gevels en rolluiken. Om een goede relatie tussen
menging te krijgen, bijvoorbeeldclematis, passiebloem en/of
gevels en openbare ruimte tot stand te brengen gelden de volgende regels.
kamperfoelie).
Spelregels •
woningen op de begane grond in het winkelhart:
- voordeur woningen aan de straat, ook bij appartementen
- geen bergingdeuren aan de straat
- geen containerruimte straatzijde
•
woningen op de begane grond buiten het winkelhart:
- voordeur woningen aan de straat, ook bij appartementen
- geen bergingdeuren aan de straat
- geen containerruimte straatzijde
Stalling voor fietsen, scootmobiels e.d. worden bij de planontwikkeling mee ontworpen, zeker als er een grote aantrekken de werking wordt verwacht. De fietsenstalling dient zoveel mogelijk geïntegreerd in de buitenruimte aansluitend bij de aanwezige structuur.
Intermediaire zones van appartementen worden verzorgd ingericht met een netjes (semi-openbaar) entreegebied
Balkontuintjes, Geveltuintjes, Stoepen of Stoeptuintjes _ Programma beeldkwaliteit Centrum Asten
27
6. Spelregels beeldkwaliteit Architectonische criteria Beeldregels architectuur
6.1 Identiteit architectuur Op voorhand wordt er niet 1 stijl gedefinieerd, omdat het dorpscentrum daarvoor te gevarieerd is. Dit houdt in dat diverse historische stijlen of ty-
1. Gevarieerde architectuur: er is sprake van meer-
pologieën (van klassiek tot expressionistisch, van ‘notabel koopmanshuis’
dere architectuurstijlen
tot pakhuis of koetshuis) denkbaar zijn. Indien er historiserend wordt gebouwd, moet worden voorkomen dat histori-
2. Straatgevels zijn opgebouwd uit ‘ensembles’ van
serend wordt opgevat als namaak. Het gaat dan om een goede interpretatie
bouwvolumes. Herhaling van dezelfde volumes