CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan Asten, Prins Bernhardstraat 1 VS-02

Gemeenteraad 23 september 2025, gemeente AstenBij agendapunt: Herstelbesluit Asten Prins Bernhardstraat 1 (bespreekstuk)27.366 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

7.2.3 Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2.2 sub d voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarde dat: a.

de waterhuishouding niet wordt verstoord;

b.

geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.

28

7.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen, nadere eisen stellen aan: a.

de situering en afmetingen van bouwwerken, met een maximum afwijkingspercentage van 10%, indien dit noodzakelijk is, ter voorkoming van onevenredige nadelige gevolgen voor de milieusituatie, verkeersveiligheid, sociale veiligheid en gebruiksmogelijkheden en/of privacy van aangrenzende gronden, dan wel voor zover dit noodzakelijk is ten behoeve van het na te streven stedenbouwkundige beeld;

b.

het aantal en de situering van parkeerplaatsen, indien dit noodzakelijk is ter voorkoming van parkeeroverlast tengevolge van toegestane veranderingen in gebruik en/of uitbreiding van de bebouwing.

7.4 Parkeren 7.4.1 Bouwregels a.

De gronden zoals aangewezen in de verschillende bestemmingen mogen slechts worden bebouwd onder de voorwaarde dat voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. Voor het bouwen van woningen geldt de aanvullende voorwaarde dat voor bewoners van die woningen op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden.

b.

Bij omgevingsvergunning om te bouwen wordt conform de Parkeernormennota 2016 van de gemeente Asten bepaald of sprake is van voldoende parkeergelegenheid, met dien verstande dat indien voornoemde Parkeernormennota wordt gewijzigd, aan de hand van die nieuwe nota wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid.”

7.4.2 Gebruiksregels Als gebruik in strijd met het bestemmingsplan geldt het (veranderen van het) gebruik van gronden of bouwwerken, indien niet in voldoende mate parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. Of sprake is van voldoende parkeergelegenheid wordt beoordeeld op basis van de Parkeernormennota 2016, zoals opgenomen in bijlage 4 bij de planregels. Indien op grond van artikel 7.4.1 op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid moet worden gerealiseerd en in stand worden gehouden, geldt als gebruik in strijd met het bestemmingsplan het (veranderen van het) gebruik van gronden of bouwwerken, indien niet in voldoende mate parkeergelegenheid op eigen terrein wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. 7.4.3 Binnenplanse afwijkbevoegdheid Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in de artikelen 7.4.1 en 7.4.2 indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit en mits wordt voldaan aan Parkeernormennota 2016 met dien verstande dat indien voornoemde publicatie worden gewijzigd, voldaan moet worden aan die nieuwe publicatie.

7.5 Waterhuishouding 7.5.1 Bij nieuw-, her- of verbouw of wijziging van het gebruik dient de inrichting van de gronden zodanig plaats te vinden, dat wordt voldaan aan de eisen uit het op moment van aanvraag geldende Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). 7.5.2

29

Als er op grond van het GRP maatregelen moeten worden getroffen, dan is de initiatiefnemer of aanvrager verplicht om deze maatregelen te realiseren en in stand te houden.

30

Artikel 8 Algemene gebruiksregels 8.1 Gebruiksverbod Het is verboden de gronden en opstallen in dit bestemmingsplan te gebruiken en/of te doen en/of te laten en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemming(en).

8.2 Strijdig gebruik Onder gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en opstallen voor en/of als: a.

een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf;

b.

een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf;

c.

straatprostitutie;

d.

de plaatsing van kampeermiddelen of andere onderkomens, niet zijnde een bouwwerk in de zin van de Woningwet, een en ander met uitzondering van een normaal gebruik overeenkomstig de bestemming.

31

Artikel 9 Algemene afwijkingsregels 9.1 Centrum - 1 Indien niet op grond van een andere bepaling van deze regels afgeweken kan worden, is het bevoegd gezag bevoegd om bij een omgevingsvergunning af te wijken van de regels binnen de bestemming ‘Centrum - 1’ van het plan voor: a.

het oprichten of uitbreiden van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, tot een hoogte van maximaal 15 meter. Voor lichtmasten is een maximale hoogte van 20 meter toegestaan;

b.

het wijzigen van het gebruik van onbebouwde gronden, niet ten behoeve van bouwen;

c.

het uitbreiden van een bouwwerk ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen, voorzieningen voor het openbaar vervoer en het wegverkeer tot maximaal 1.000 m².

9.2 Voorwaarden De in 9.1 genoemde afwijkingen mogen slechts worden verleend indien: a.

voldaan wordt aan het vereiste van een goede ruimtelijke onderbouwing van de voorgestane ontwikkeling, waaronder mede wordt begrepen dat uit de noodzakelijke (milieu)onderzoeken moet blijken dat de gronden geschikt zijn voor de beoogde ontwikkeling;

b.

er geen sprake is van strijd met het provinciaal of nationaal ruimtelijk beleid;

c.

er geen sprake is van strijd met relevante wet- en regelgeving;

d.

een watertoets is uitgevoerd. Deze voorwaarde geldt niet wanneer op voorhand vaststaat dat bij het project geen waterhuishoudkundige relevante aspecten aan de orde zijn;

e.

deze naar aard en omvang passen binnen de ruimtelijke (stedenbouwkundig en functioneel) uitgangspunten van het bestemmingsplan en de aard, schaal en functie van de kern.

32

Artikel 10 Algemene wijzigingsregels 10.1 Algemene regels tot wijziging 10.1.1 Wijziging in verband met geringe afwijkingen of onnauwkeurigheden Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen ten behoeve van het in geringe mate, tot niet meer dan 2 meter, verschuiven van de bestemmingsgrenzen, mits dit noodzakelijk is, in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden van de kaart, ten opzichte van de feitelijke situatie, voor zover daarmee wordt beoogd een zo goed mogelijke overeenstemming tussen het plan en de werkelijke toestand te bereiken. 10.1.2 Wijziging in verband met verschuiving van het bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen ten behoeve van een verschuiving van het bouwvlak onder de voorwaarden dat: a.

het bouwvlak aan de zijde van de voorgevel verschuift richting de bestemming ‘Verkeer’;

b.

het bouwvlak niet voor de voorgevel van aangrenzende woningen is gelegen;

c.

de oppervlakte van het bouwvlak niet toeneemt;

d.

de verschuiving inpasbaar is vanuit het stedenbouwkundig ruimtelijke beeld;

e.

belangen van derden niet onevenredig worden geschaad;

f.

geen sprake is van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen, of gelet op de aard en omvang van het wijzigingsplan door middel van noodzakelijk (milieu)onderzoek is aangetoond dat het plan alsnog uitvoerbaar is;

g.

voor het overige aangesloten wordt bij de bouwregels voor het bouwvlak van de onderliggende bestemming.

33

HOOFDSTUK 4 – OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 11 Overgangsrecht 11.1 Bouwwerken a.

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

b.

In afwijking van het bepaalde onder a kan het bevoegd gezag eenmalig een omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%.

c.

Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

11.2 Gebruik a.

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, zoals bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

c.

Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

d.

Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

34

Artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’

35

BIJLAGEN BIJ DE REGELS Bijlage 1: toegesneden lijst van bedrijfstypen Bijlage 2: retentiedaken en infiltratievoorzieningen Bijlage 3: inrichting ontsluiting parkeergarage Bijlage 4: parkeernormen 2016

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=9205599e-929a-4b21-854f-b5427f7335e4