Bijlage 1 - Bestemmingsplan Asten, Prins Bernhardstraat 1 VS-02
Tekst van het document
TOELICHTING Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’ NL.IMRO.0743.BP02022003-VS02
23 SEPTEMBER 2025 VASTGESTELD
Gemeente Asten Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’
Gegevens opdrachtgever Organisatie
: P&R Ontwikkeling B.V.
Adres
: Maaskade 18
Postcode
: 5347KD
Plaats
: Oss
Gegevens adviesbureau Naam
: Pittiger in planologie
Plaats
: Sint Oedenrode
Telefoon
: 06-19743337
Internet
: www.pittiger.com
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding .......................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................... 5 1.2 Vigerende bestemmingsplannen .................................................................................................. 7 1.3 Leeswijzer ..................................................................................................................................... 8
2
Huidige en toekomstige situatie ..................................................................................................... 9 2.1 Huidige situatie ............................................................................................................................. 9 2.2 Toekomstige situatie..................................................................................................................... 9 2.3 Stedenbouw ................................................................................................................................ 11 2.4 Verkeer en parkeren ................................................................................................................... 12
3
Beleidskader ................................................................................................................................. 22 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................................... 22 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................................ 23 3.3 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 26
4.
Milieuhygiënische aspecten.......................................................................................................... 31 4.1 Algemeen ................................................................................................................................... 31 4.2 Akoestiek .................................................................................................................................... 31 4.3 Archeologie en cultuurhistorie ................................................................................................... 33 4.4 Bedrijven en milieuzonering ....................................................................................................... 34 4.5 Bodem ......................................................................................................................................... 37 4.6 Externe Veiligheid ....................................................................................................................... 39 4.7 Natuur ......................................................................................................................................... 42 4.8 Luchtkwaliteit .............................................................................................................................
46 4.9 Water .......................................................................................................................................... 50 4.10 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ............................................................................................... 56 4.11 Bereikbaarheid hulpdiensten en bluswatervoorziening ........................................................... 57 4.12 Bezonning ................................................................................................................................. 58
5.
Toelichting, verbeelding en regels ................................................................................................ 59
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
3
5.1 Algemeen .................................................................................................................................... 59 5.2 Toelichting op de regels .............................................................................................................. 59 6.
Uitvoeringsaspecten ..................................................................................................................... 62 6.1 Economische haalbaarheid ......................................................................................................... 62 6.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid................................................................................ 62
7.
Bijlagen ......................................................................................................................................... 64
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
4
1. Inleiding 1.1 Aanleiding De Blokker aan de Prins Bernhardstraat 1 in Asten heeft zijn deuren al enkele jaren gesloten. Sindsdien staat het winkelpand leeg. De eigenaren van het pand en bijbehorende gronden (ca. 1.500 m²) hebben na overleg met de gemeente door P&R Projectontwikkeling BV een plan laten maken voor herontwikkeling van de locatie. P&R Ontwikkeling B.V. is voornemens een appartementencomplex bestaande uit 21 woningen met commerciële plint te ontwikkelen. De gemeente Asten is positief over de ontwikkeling. De gemeente hecht namelijk veel waarde aan herontwikkeling van de locatie Prins Bernhardstraat 1, omdat dit kan bijdragen aan een aantrekkelijk en levendig centrum. Met name het verbeteren van de verbinding tussen de winkelcentra Midas en Kompas wordt hierbij als een kans gezien. Om deze verbinding functioneel te versterken is het wenselijk om winkelruimte toe te voegen aan de steeg tussen Midas en Kompas. Appartementen boven de winkels vergroten bovendien de levendigheid van dit stukje centrum. De ontwikkeling past niet in het vigerende bestemmingsplan ‘Asten Centrumgebied’ en de van toepassing zijnde parapluplannen in verband met archeologie en wonen. Onder andere omdat niet meer woningen zijn toegestaan dan bij inwerkingtreding van het vigerende bestemmingsplan feitelijk aanwezig waren.
Het gaat dan om 19 nieuwe woningen (21 nieuwe – 2 bestaande = 19 woningen meer dan in de huidige situatie). Daarnaast bestaat de nieuwe bebouwing uit meer dan twee bouwlagen en wordt de nieuwe bebouwing 13,3 meter hoog (goot- en bouwhoogte) in plaats van de rechtstreeks toegestane 12 meter bouwen 7 meter goothoogte in het bestemmingsplan. Verder is het conform het vigerende bestemmingsplan toegestaan om maximaal 80% van het perceel te bebouwen. Met het planvoornemen wordt 92,7% bebouwd, waardoor deze bebouwingsnorm wordt overschreden met 12,7%. Om het plan te kunnen realiseren is een bestemmingswijziging nodig. Onderhavig bestemmingsplan voorziet hierin. Plangebied De afbeelding hieronder geeft het plangebied (groene arcering + rode pijltje) op de luchtfoto weer.
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
5
De afbeeldingen hieronder geven de huidige situatie ter hoogte van het plangebied weer.
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
6
1.2 Vigerende bestemmingsplannen Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Asten Centrumgebied’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Asten d.d. 2 juli 2014. Op het plangebied is de bestemming ‘Centrum – 1’ van toepassing. Gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor wonen, detailhandel, dienstverlening (waaronder kantoren), voorzieningen ten behoeve van waterhuishouding, een aan huis gebonden beroep of bedrijf of een ambachtelijk bedrijf en aanverwante voorzieningen. Wonen is overal binnen de bestemming toegestaan, de andere functies alleen op de begane grond. Hierbij geldt dat het aantal woningen per bouwperceel niet mag toenemen ten opzichte van de feitelijke hoeveelheid op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Bouwen is alleen toegestaan binnen het bouwvlak, dat voor 80% mag worden bebouwd. De bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer beslaan dan 2 bouwlagen waarbij een goothoogte van 7 meter en een bouwhoogte van 12 meter geldt. Voor bijgebouwen geldt een maximale goothoogte van 4 meter en bouwhoogte van 6 meter. Verder zijn ter hoogte van het plangebied nog twee wijzigingsgebieden van toepassing in het bestemmingsplan. De regels behorende bij deze wijzigingsgebieden sluiten niet aan bij onderhavige ontwikkeling en zijn met die reden niet relevant hier nader te benoemen.
Zie de afbeelding hieronder die een uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan weergeeft. De ligging van het plangebied is aangegeven met een rood pijltje.
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
7
De voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het bestemmingsplan ‘Asten, Centrumgebied’, omdat: • • • •
het bestemmingsplan rechtstreeks niet meer woningen toelaat dan reeds aanwezig zijn; het bestemmingsplan rechtstreeks niet meer dan 2 bouwlagen toelaat; het bestemmingsplan rechtstreeks een maximale goothoogte kent van 7 meter en een maximale bouwhoogte van 12 meter; het toegelaten bebouwingspercentage van 80% wordt overschreden.
Ter hoogte van het plangebied zijn verder nog twee parapluplannen van kracht: ‘Asten Archeologie 2012’ en ‘Asten Parapluplan Wonen 2019’. Voor wat betreft het aspect archeologie geldt op basis van het parapluplan ‘Asten Archeologie 2012’ dat twee dubbelbestemmingen van kracht zijn ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 3’. Dit houdt in dat zonder archeologisch onderzoek respectievelijk niet meer dan 250 m2 met een diepte van 0,4 meter beneden maaiveld en 2500 m2 met een diepte van 0,4 meter beneden maaiveld in de grond mag worden geroerd. Dit betekent dat in onderhavige situatie archeologisch onderzoek aan de orde is. Het bestemmingsplan ‘Asten Parapluplan Wonen 2019’ is verder niet relevant in relatie tot onderhavige ontwikkeling. 1.3 Leeswijzer Deze toelichting bevat 6 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk zullen in hoofdstuk 2 de bestaande en toekomstige situatie meer gedetailleerd uiteengezet worden. In de hoofdstukken 3 en 4 komen het beleid en de randvoorwaarden die in acht moeten worden genomen aan bod. Hoofdstuk 5 bevat de uitvoeringsaspecten en hoofdstuk 6 een algehele motivatie (samenvatting) voor wat betreft de planologische aanvaardbaarheid van het initiatief.
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
8
2 Huidige en toekomstige situatie 2.1 Huidige situatie 2.1.1 Bouwgeschiedenis en ruimtelijke structuur Het plangebied ligt in Asten dat ruim 13.000 inwoners heeft. Meer specifiek ligt het plangebied in het kernwinkelgebied van het centrum van Asten aan de Prins Bernhardstraat. Langs het plangebied af is sprake van een doorsteek voor langzaamverkeer richting het Burgemeester Ruttenplein. Uit archeologisch onderzoek van 2010 is gebleken dat Asten al in de Romeinse tijd stenen bebouwing kende. De naam Asten verscheen echter voor het eerst in oorkonden uit 1202 en 1212. Asten ligt op een zandrug langs de Aa, welke vroeger bescherming bood tegen overstromingen en waarop wegen konden worden aangelegd. Omdat Asten de eerste plaats was aan de rand van de Peel, werden hier reparatiewerkplaatsen voor wagens, kroegen en herbergen opgericht ten behoeve van reizigers en peelwerkers. Hieruit kwam ook een aanzienlijke handelsactiviteit voort. Van groot economisch belang was de aanleg van de ZuidWillemsvaart die in 1826 werd geopend. In 1828 startte Antoon Bluijssen een een bedrijf dat tot grote bloei kwam onder zijn zoon Jan Bluijssen. De firma A. Bluijssen en zonen deed in textiel, boter en margarine waarvoor de fabrieken in het hart van Asten gebouwd werden.
Later is er door Willem Bluijssen, zoon van Jan, een winkelketen opgezet die tussen 1891 en 1899 expandeerde tot 144 winkels in Nederland, België, Engeland en Schotland. En dan was er nog het landgoed Bluijssens Broek met een grote vooraanstaande boerderij. In 1907 gaat het bedrijf ten onder: 400 werknemers werkloos, waarvan 100 in Asten. De Bluijssens verdwijnen uit Asten. In de jaren 1970 zijn de fabrieksgebouwen afgebroken, maar de villa’s zijn behouden gebleven. Het belangrijkste en meest bekende bedrijf van Asten op dit moment is Klokkengieterij Eijsbouts, van waaruit tevens het initiatief tot het Nationaal Beiaardmuseum is gekomen. Dit heeft mede het toerisme naar Asten gestimuleerd. Verder zijn in Asten tal van andere industriële bedrijven gevestigd, zoals op het terrein van de voedingsmiddelenindustrie, huisdiervoeder, metaalnijverheid, machinebouw, beton, glas, kunststoffen, meubelen en kleding. Het plangebied is op dit moment bebouwd ten behoeve van detailhandel op de begane grond. Op de verdieping is sprake van twee woningen (appartementen). De bebouwing bestaat uit één-, twee- en drielaagse bebouwing en is in verouderde staat. 2.1.2 Functies rondom het plangebied Het plangebied maakt onderdeel uit van het kernwinkelgebied van Asten.
In het kernwinkelgebied van Asten zijn allerlei functies aanwezig bestaande uit detailhandel, dienstverlening (waaronder kantoren), bedrijvigheid en horeca op de begane grond en wonen op de verdiepingen. 2.2 Toekomstige situatie P&R Ontwikkeling BV heeft met de eigenaren van het pand overeenstemming bereikt om de locatie her te ontwikkelen. De herontwikkeling bestaat qua functies uit de realisatie van een
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
9
gebouw met een commerciële plint van 1040 m2 bedoeld voor detailhandel, dienstverlening en bedrijvigheid en wonen in appartementen op de verdiepingen. Het gaat dan om 15 dure koop- en 6 sociale huurappartementen. Met deze ontwikkeling wordt dit gedeelte van het kernwinkelgebied van Asten gerevitaliseerd. Hieronder zijn de ‘artist impressions’ van de toekomstige situatie afgebeeld.
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
10
2.3 Stedenbouw Uitgangspunten Ruimtelijk-stedebouwkundig gezien is het mogelijk de bebouwing op het perceel te intensiveren. Qua hoogte kan aangesloten worden bij de appartementencomplexen van het Kompas en Midas, maar dient tegelijkertijd aansluiting gezocht te worden bij de lagere (lint)bebouwing op de belendende percelen aan de Markt en Prins Bernhardstraat. In het bijzonder dient hierbij rekening gehouden te worden met de cultuurhistorische waarde van het pand aan Markt 17-19. In de verbindingssteeg is het wenselijk om differentiatie in de nieuwbouw aan te brengen om een eentonig straatbeeld te voorkomen. Planopzet Het voorgebouw heeft op de begane grond een commerciële ruimte met een tweezijdige oriëntatie, zowel gericht op de Prins Bernardstraat als op de steeg. Op de verdiepingen bevinden zich in totaal zes grote appartementen met op de zon georiënteerde loggia’s / terrassen op de beide hoeken van het voorgebouw. Het achtergebouw heeft op de begane grond een commerciële ruimte en een stallingsgarage die ruimte biedt aan 29 parkeerplaatsen en wordt ontsloten vanuit de Frits de Bruijnstraat. Op de verdiepingen van het achtergebouw bevinden zich 9 grote appartementen en 6 kleinere appartementen. Deze appartementen hebben zuidwest georiënteerde dakterrassen aan de achterzijde van het gebouw. Alle appartementen worden ontsloten middels drie trappenhuizen aan de steeg.
De individuele bergruimten zijn op de begane grond ondergebracht.
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
11
Het voorgebouw is een vier-laags gebouw opgedeeld in twee geveldelen met set-backs (teruggelegen gevels/ verticale gevelsprongen) van circa 3 meter op verschillende hoogtes; In aansluiting op het buurpand spring de gevel vanaf de tweede verdieping terug en op de steeghoek vanaf de derde verdieping. De baksteen architectuur is transparant van opzet door de grote gevelopeningen waarachter op enkele plaatsen loggia’s bevinden. Ondanks de strenge gevelorde ontstaat toch een levendig gevelbeeld door de verschillende gevelhoogtes en de perceelsgewijze opbouw. Ook het achtergebouw is perceelsgewijs opgebouwd met stadspanden op een lage plint. Tevens hebben deze panden ook op de derde verdieping een set-back van circa 2 meter. Doordat de verblijfsruimten van de appartementen op de verdiepingen direct aan de steeg liggen, krijgt de steeg de kwaliteit van een aangename woonstraat. In combinatie met de aanwezigheid van de commerciële ruimten op de begane grond wordt de sociale controle op de openbaar terrein verbeterd. Het achtergebouw sluit aan beide uiteinden qua hoogte aan op de aldaar aanwezige bouwhoogten, vier-laags in de Prins Bernardstraat en drie-laag bij het Burgemeester Ruttenplein. De kleurstelling van het gebouw zorgt voor een warme uitstraling. De combinatie van grijstinten van de kozijnen en dakranden én het genuanceerde warmbruine, zachtgele en grijswitte metselwerk.
Zodoende ontstaat een goede inpassing in het stedelijk weefsel van het dorp Asten. Zowel de commerciële ruimten als de appartementen zullen de leefbaarheid van het dorp positief beïnvloeden. De zes kleinere appartementen sluiten aan op de grote vraag naar betaalbaar wonen. Door de vijftien grote, luxe appartementen wordt tevens ingezet op een duurder segment. Onderhavig planvoornemen biedt op deze manier mogelijkheden voor een divers publiek, waarbij goed wonen wordt gegarandeerd. Conclusie uitgangspunten vs. planopzet In het ontwerp is qua hoogten aansluiting gezocht bij de omliggende bebouwing door een terugliggende bovenste bouwlaag en terugliggende balkons/loggias aan de Prins Bernhardstraat te realiseren. Dit is geborgd via de regels en verbeelding van dit bestemmingsplan. In het ontwerp is tegemoetgekomen aan de eis voor wat betreft differentiatie in de nieuwbouw door een zekere parcellering aan het gebouw toe te voegen. 2.4 Verkeer en parkeren Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een nieuw project op de verkeersstructuur. Het plangebied wordt ontsloten door de Prins Bernhardstraat (eenrichtingsverkeer vanaf het noordoosten), de langzaamverkeer verbinding tussen de Prins Bernhardstraat en het Burgemeester Ruttenplein en het parkeerterrein naast de Lidl. In de Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
12
toekomstige situatie doorkruist een auto de langzaamverkeer verbinding als deze vanuit het parkeerterrein naast de Lidl de parkeergarage in- of uitrijdt. Zie de afbeelding hieronder waarop de in-/uitrit van de parkeergarage met een blauwe pijl is aangegeven. Van gemotoriseerd verkeer als gevolg van deze ontwikkeling op de langzaamverkeer verbinding tussen de Prins Bernhardstraat en het Burgemeester Ruttenplein is geen sprake.
Ingang parkeergarage 2.4.1 Verkeersaantrekkende werking Verkeersaantrekkende werking Door adviesbureau Buiten-Ruimte is de verkeersaantrekkende werking van voorliggend plan in beeld gebracht in de “Notitie Verkeer en parkeren Prins Bernhardstraat 1-3, Asten”, welke is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 14). Hieronder is hiervan een samenvatting weergegeven. Buiten-Ruimte heeft in 3 stappen de theoretische verkeersgeneratie van voorliggend plan berekend. Daarnaast hebben zij naar maatregelen gekeken om de verkeersveiligheid in de toekomst te waarborgen, zodat de nieuwe situatie geen nadelige gevolgen heeft voor gebruikers van omliggende wegen. Stap 1: Verkeersgeneratie ontwikkeling De eerste stap is het berekenen van de verkeersgeneratie voor zowel de bestaande als de toekomstige situatie op basis van CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’. In de tabellen hieronder zijn de resultaten van deze berekeningen weergegeven voor een weekdag en werkdag.
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
13
De kencijfers voor de verkeersgeneratie van woningen van het CROW gaan uit van een weekdag. Voor woningen is bij de verkeersgeneratie de werkdag maatgevend. Om een weekdag om te rekenen naar een werkdag wordt volgens de CROW-systematiek een correctiefactor van 1,11 toegepast.
Uit bovenstaande blijkt dat na realisatie van voorliggende ontwikkeling de theoretische verkeersgeneratie op een gemiddelde weekdag met 571 verkeersbewegingen toeneemt. Op een gemiddelde werkdag is de toename 584 verkeersbewegingen. Stap 2: Verkeersbewegingen stallingsgarage en laden en lossen In stap 2 wordt bepaald hoeveel van de verkeersbewegingen uit onderstaande tabellen gebruik maken van de stallingsgarage. In de toekomstige situatie parkeren bewoners hun voertuigen in een stallingsgarage op eigen terrein. Dat betekent dat van de woningen in de toekomstige situatie moet worden berekend hoeveel verkeersbewegingen door bewoners worden gemaakt. Dit is berekend op basis van de parkeernormen, omdat deze uit een bewoners- en bezoekersdeel bestaan. Bij de koopwoningen is het aandeel bewoners 81% en bij de huurwoningen 73%. Voor de koopwoningen betekent dit dat van de 108 verkeersbewegingen op een weekdag er 88 van bewoners zijn en de rest van bezoekers. Op een werkdag zijn van de 120 verkeersbewegingen 97 bewoners en de rest van bezoekers. Er is bij deze berekeningen geen rekening gehouden met de bestaande situatie.
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
14
Naast de verkeersbewegingen van bewoners, die de langzaam verkeersverbinding doorkruisen, zijn er laad- en losbewegingen ten behoeve van de commerciële dienstverlening. Om laden en lossen de langzaamverkeersverbinding niet te laten doorkruisen is in het plangebied geen laad- en losplaats geprojecteerd. Dat doorkruisen is namelijk niet wenselijk met het oog op de verkeersveiligheid. Laden en lossen is daarom op de algemene laad- en losstrook die al bestaat, aan de zijkant van het pand waar de Lidl in zit, voorzien. Vrachtwagens kunnen op het parkeerterrein steken om vooruit of achteruit de laad- en losplaats te bereiken, zonder de langzaam verkeersverbinding te doorkruisen. Hiervoor is met maximaal 2 extra verkeersbewegingen per dag rekening gehouden. Na de realisatie van voorliggende ontwikkeling wordt de langzaam verkeersverbinding tussen de Prins Bernhardstraat en het Ruttenplein theoretisch op een gemiddelde weekdag 106 keer en op een gemiddelde werkdag 117 keer doorkruist. Daarnaast rijdt er gemiddeld 1 vrachtwagen per dag naar de bestaande laad- en losplaats. Deze vrachtwagen doorkruist de langzaam verkeersverbinding niet. Stap 3: Verdeling van verkeersbewegingen In stap drie wordt bepaald of de omliggende wegen de extra verkeersbewegingen van de nieuwe ontwikkeling verkeersveilig kunnen verwerken.
De verkeersintensiteiten van de motorvoertuigen op de omliggende wegen zijn op de afbeelding hieronder weergegeven.
De omliggende wegen zijn erftoegangswegen binnen de bebouwde kom. Ondanks dat alle wegen in dezelfde wegcategorie vallen, zijn de Markt en Prins Bernhardstraat meer ingericht met op het oog op een verblijfsfunctie en hebben daardoor andere inrichting dan de Frits de Bruijnstraat of Burgemeester Wijnenstraat. Vandaar dat op basis van de
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
15
leefbaarheidsindicator in het Verkeer en Vervoersplan 2016 voor de Markt en Prins Bernhardstraat (erftoegangswegen type 2) is uitgegaan van een bovengrens van 4.000 motorvoertuigen per etmaal. Voor de overige wegen (erftoegangswegen type 1) is op basis van deze leefbaarheidsindicator uitgegaan van een bovengrens van 6.000 motorvoertuigen per etmaal. De theoretische verkeersgeneratie van de ontwikkeling Prins Bernhardstraat 1-3 is 571 verkeersbewegingen op een gemiddelde weekdag en 584 verkeersbewegingen op een gemiddelde werkdag. Op dit moment is er geen inzicht in de verwachte verkeersverdeling en daarom wordt in de tabellen hieronder uitgegaan van het worst-case scenario waarbij de volledige verkeersgeneratie wordt toegevoegd aan alle omliggende wegen.
Op alle omliggende wegen blijven de etmaalintensiteiten op een gemiddelde weekdag en werkdag na toevoegen van de extra verkeersbewegingen onder bovengrens passend bij de wegcategorie. Hierdoor kunnen de omliggende wegen de extra verkeersbewegingen van de herontwikkeling van het perceel Prins Bernhardstraat 1-3 verkeersveilig verwerken. Verkeersveiligheid Door Buiten-Ruimte is de verkeersveiligheid van voorliggend plan in beeld gebracht in de “Notitie Verkeer en parkeren Prins Bernhardstraat 1-3, Asten”, welke is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 14). De tekst hieronder gaat daarop in. De openbare ruimte is ingericht voor langzaam verkeer, waardoor de automobilist duidelijk het gevoel heeft dat de auto te gast is. Tussen het plangebied en de Frits de Bruijnstraat is een doorsteek voor voetgangers/fietsverkeer gelegen. Onder andere met die reden is de deur van de parkeergarage niet gelijk met de gevel ontworpen, maar is vanaf de gevel bezien eerst een vlakke opstelplek van 6 meter diep aanwezig, waarna de deur van de parkeergarage is gesitueerd waarachter de hellingbaan aanwezig is. Door de vlakke opstelplek hoeven auto’s geen extra vaart te maken om de stallingsgarage uit te rijden en gaan ze met een lage snelheid richting de langzaam verkeersverbinding. Aan de linkerkant (noordwestzijde plangebied) van de ingang en uitgang is er een grote opening in de gevel.
Hierdoor kan een auto veilig stoppen bij het uitrijden van de stallingsgarage en heeft de bestuurder goed zicht op naderende voetgangers en fietsers
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
16
vanaf het Burgemeester Ruttenplein. Dit voorkomt dat auto’s langzaam verkeersdeelnemers van links niet kunnen zien en andersom. Voor het waarschuwen van voetgangers en fietsers vanuit de Prins Bernhardstraat voor auto's die de stallingsgarage uitrijden, komt er een stoplicht op de muur van het gebouw met de tekst 'let op in/uitrit' en een symbool van een auto. Daarnaast komt er een witte lijn op de grond die laat zien waar auto's stoppen zodat ze goed zicht hebben op voetgangers en fietsers aan de rechterkant (zie de afbeelding hieronder).
Het stoplicht wordt verbonden met de sensor van de deur, zodat mensen op tijd weten dat er een auto uit de stallingsgarage komt. De stallingsgarage wordt alleen gebruikt door bewoners die bekend zijn met de langzaam verkeersverbinding die ze doorkruisen. Daarom kan er vanuit worden gegaan dat zij hun snelheid aanpassen als ze de garage inrijden. Daarnaast is de ingang van de stallingsgarage afgesloten met een poort, waardoor het niet mogelijk is om een hoge snelheid de stallingsgrage in te rijden. Na de realisatie van de voorliggende ontwikkeling ontstaat er een acceptabele verkeerssituatie. Er worden voldoende maatregelen genomen om de verkeersveiligheid voor langzaam verkeer ter hoogte van de ingang van de stallingsgarage te waarborgen. De maatregelen zijn geborgd via een voorwaardelijke verplichting in de planregels. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening ten aanzien van het aspect verkeer. 2.4.2 Parkeren Door Buiten-Ruimte is de parkeerbehoefte en -oplossing uitgewerkt in de “Notitie Verkeer en parkeren Prins Bernhardstraat 1-3, Asten”, welke is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 14). De tekst hieronder is daarop gebaseerd. Het parkeren moet – v.w.b. de bestemmingsplanherziening - ingevolge de Nota parkeernormen 2016 van de gemeente Asten worden opgelost.
In tabel 1 hieronder is de theoretische parkeerbehoefte van de bestaande en toekomstige situatie berekend. Omdat
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
17
de functies in de openbare ruimte op verschillende momenten van de dag een andere bezetting hebben, is gerekend met de aanwezigheidspercentages voor parkeren in de openbare ruimte uit tabel 2.
De theoretische parkeerbehoefte in de bestaande situatie is maximaal 15 parkeerplaatsen en de theoretische parkeerbehoefte van de toekomstige situatie is maximaal 61 parkeerplaatsen. Het maatgevende moment, in de bestaande en toekomstige situatie is een werkdagmiddag. In tabel 3 is het verschil tussen de bestaande en de toekomstige theoretische parkeerbehoefte berekend (saldering). Er is verschil gemaakt in bewoners en medewerkers en bezoekers. De bewoners parkeren in de stallingsgarage en de bezoekers en medewerkers in de openbare ruimte. Voor bewoners is de werkdagavond maatgevend met een theoretische aanwezigheidspercentage van 100% en voor bezoekers en medewerkers van bedrijven is de werkdagochtend en -middag maatgevend met een theoretische aanwezigheidspercentage van 100%.
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
18
De parkeerbehoefte van de bestaande situatie kan worden ‘gesaldeerd’ met de parkeerbehoefte die het bestemmingsplan mogelijk maakt. Het college heeft voor dit plan in het verleden al een besluit genomen waarin dit is vastgelegd en uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 26 maart 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1313) volgt ook dat het salderen van parkeerbehoefte een uitgangspunt is waar in het algemeen gebruik van kan worden gemaakt. Via eerder gemeentelijk onderzoek is in beeld gebracht wat de restcapaciteit aan parkeerplaatsen in de openbare ruimte is. Bij een maximale bezettingsgraad van 85% is de beschikbare rest parkeercapaciteit op 100 meter loopafstand voor bezoekers van de woningen 66 parkeerplaatsen. Voor bezoekers van de commerciële ruimte zijn er binnen 200 meter loopafstand 288 parkeerplaatsen beschikbaar en voor de medewerkers van de commerciële ruimte zijn er binnen een maximale loopafstand van 500 meter 433 parkeerplaatsen beschikbaar. In tabel 4 staat een berekening van de rest parkeercapaciteit per maatgevend moment op 100 meter, 200 meter en 500 meter loopafstand, gebaseerd op de gemiddelde bezettingsgraad per maatgevend moment uit het parkeeronderzoek.
In tabel 5 staat een vergelijking tussen het parkeeraanbod in de toekomstige situatie, de extra theoretische parkeerbehoefte van de ontwikkeling en het aantal geparkeerde voertuigen in de bestaande situatie.
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
19
Na de realisatie van voorliggende ontwikkeling zijn er op eigen terrein voldoende parkeerplaatsen voor bewoners. Daarnaast is er binnen een loopafstand van 100 meter in de openbare ruimte voldoende rest parkeercapaciteit om te voorzien in de theoretische parkeerbehoefte van de bezoekers van bewoners. Binnen een loopafstand van 200 meter is, naast voldoende capaciteit voor bezoekers van bewoners, voldoende restcapaciteit in de openbare ruimte om te voorzien in de theoretische parkeerbehoefte van de bezoekers van de bedrijven en buiten de blauwe zone is er binnen 500 meter voldoende capaciteit om te voorzien in de theoretische parkeerbehoefte van de medewerkers van de bedrijven. Buiten-Ruimte heeft voorgaande in de “Notitie Verkeer en parkeren Prins Bernhardstraat 13, Asten” (bijlage 14) ook uitgewerkt voor een alternatief scenario waarbij sprake is van een nieuwe parkeernota. De gemeente Asten werkt namelijk aan een nieuwe nota parkeernormen, waaraan voorliggende ontwikkeling mogelijkerwijs in de toekomst v.w.b. de aanvraag omgevingsvergunning getoetst zal worden. Hieruit volgt dat ook kan worden voldaan aan de nieuwe parkeernota. In beide situaties is dus sprake van voldoende parkeercapaciteit, zodat voor een onaanvaardbare parkeersituatie niet hoeft te worden gevreesd.
Parkeeroplossing in het plangebied Onderstaande afbeelding illustreert de wijze waarop het parkeren in het plangebied eruit ziet (29 parkeerplaatsen in een parkeerkelder).
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
20
Voor de overige parkeerplaatsen waarvoor gebruik gemaakt wordt van de openbare ruimte stort de initiatiefnemer een bijdrage van € 7.250,-1 per parkeerplaats in het gemeentelijke mobiliteitsfonds. Dit is vastgelegd in de anterieure overeenkomst welke tussen de initiatiefnemer en gemeente is gesloten. Via voorgaande parkeeroplossing wordt voorzien in de parkeereis die voor voorliggende ontwikkeling geldt.
1
Prijspeil 2017
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
21
3
Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 De Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; - De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; - De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.
Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; - Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; - Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Onderhavige ontwikkeling past binnen de kaders van de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Als sprake is van een stedelijke ontwikkeling in het kader van het Bro moet aan de ladder voor duurzame verstedelijking worden getoetst. Deze houdt in dat bezien moet worden of behoefte is aan de ontwikkeling en dat als buiten bestaand stedelijk gebied wordt ontwikkeld, wordt gemotiveerd dat voor de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied geen ruimte is.
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
22
Stedelijke ontwikkeling Onderhavig plan omvat ten opzichte van wat op dit moment in het plangebied is toegestaan het toevoegen van 19 woningen. Daarnaast worden feitelijk ook 615 m2 aan detailhandelsmeters toegevoegd. Op basis van jurisprudentie is daarmee sprake van een stedelijke ontwikkeling. Daarom is voor onderhavige ontwikkeling een laddertoets verplicht. Behoefte Wonen De ontwikkeling past binnen het gemeentelijke woningbouwbeleid – de woonvisie 2015 2024, de woningbouwmonitor 2022-2031 en de versnellingsagenda woningbouw gemeente Asten – dat afgestemd is met de regio. Een toelichting hierop staat in paragraaf 3.3.4. Doordat het via dit bestemmingsplan te realiseren aantal woningen past binnen het gemeentelijk en regionale woningbouwbeleid, sluit de ontwikkeling aan bij de behoefte. Detailhandel Door BRO is een behoefteonderzoek uitgevoerd voor de feitelijke toevoeging van 615 m2 aan detailhandelsmeters in het plangebied. Het onderzoek is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 13). Uit dit onderzoek blijkt dat door de toevoeging geen negatieve ruimtelijke effecten worden verwacht: “Naar verwachting resulteert de beoogde uitbreiding van detailhandel in het centrum van Asten niet in onaanvaardbare (omzet)effecten.” •
• •
“Op basis van de kwantitatieve berekening blijkt dat er voldoende kwantitatieve behoefte is voor de uitbrieding van 615 m2 wvo. In theorie is er dus voldoende omzet te behalen voor winkels om goed te kunnen functioneren. Ook na de beoogde uitbreiding. Als gevolg van de beoogde uitbreiding wordt dus geen extra leegstand verwacht. Het beoogde huurder van het pand (Hema) is bovendien al lange tijd gevestigd in het centrum. Hierdoor is het niet de verwachting dat er een wezenlijke verschuiving van bestedingen plaatsvindt. Bovendien neemt leegstand zelfs af. Een van de grootste leegstaande panden in het centrum van Asten is onderdeel van de nieuwe locatie die door Hema in gebruik wordt genomen.”
Omdat feitelijk 615 m2 detailhandel wordt toegevoegd, moet conform de gemaakte afspraken in regionaal verband, de regio hierover worden geinformeerd. Deze afspraak geldt voor toevoegingen tot 1000 m2. Op 15 mei 2025 is het plan toegelicht in het bestuurlijk overleg EZ De Peel. Er zijn geen opmerkingen vanuit de regio gekomen. Ligging planvoornemen De appartementen worden middels herontwikkeling in bestaand stedelijk gebied gerealiseerd op een locatie waar in de huidige situatie verouderde bebouwing aanwezig is. Voldaan wordt aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord Brabant
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
23
vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij wil dat de Brabantse leefomgeving er in 2050 uitziet. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma’s. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a.
door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma’s) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Onderhavig plan is niet in strijd met de Omgevingsvisie Noord-Brabant. De beleidsdoelstellingen vanuit de Omgevingsvisie Noord-Brabant worden nader uitgewerkt in een provinciale ruimtelijke verordening die instructieregels voor gemeenten bevat. Na 1 januari 2021 zal die verordening tegelijkertijd met de Omgevingsvisie in werking treden. Tot die tijd geldt de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 en de daaruit voortgevloeide Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant waaraan gemeenten zich moeten houden. Hieronder wordt op beide instrumenten nader ingegaan. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Het beleid zoals opgenomen in de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 is door de provincie Noord-Brabant vertaald in een provinciale planologische verordening. Een instrument waarmee provincies regels stellen waaraan gemeenten zich moeten houden bij het ontwikkelen van onder andere bestemmingsplannen. 3.2.2
De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant regelt diverse ruimtelijke onderwerpen, welke op perceelniveau per onderwerp zijn begrensd en visueel op een kaart met verschillende kaartlagen zijn weergegeven. Hierdoor is voor ieder gebied in Noord-Brabant duidelijk welke regels er wat betreft provinciaal ruimtelijk beleid gelden. Door deze regels weten gemeenten al in een vroeg stadium waaraan ze toe zijn. Ter plaatse van het plangebied gelden conform de Interim omgevingsverordening NoordBrabant de instructieregels voor gemeenten voor de ‘Landelijke kern’. Zie de uitsnede van de kaart van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ter hoogte van het plangebied (rode pijltje) hieronder.
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
24
De ontwikkeling waar het hier om gaat betreft het herontwikkelen van een plek die bestemd is voor centrumfuncties, meer specifiek detailhandel, dienstverlening waaronder kantoren en ambachtelijke bedrijvigheid op de begane grond met wonen op de verdieping. Dit blijft zo, waarbij de bebouwing wordt vernieuwd (revitalisering kernwinkelgebied) en tegelijkertijd op de verdieping meer woningen (+19) dan in de huidige situatie zijn toegelaten worden toegestaan (invulling woningbouwbehoefte). Op onderhavige ontwikkeling is artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van toepassing. In dit artikel is geregeld dat ontwikkelingen die voorzien in de functie ‘Wonen’ binnen het stedelijk gebied moeten zijn gelegen. Onderhavige locatie is gelegen in het stedelijk gebied van Asten. Verder geldt dat het om duurzame stedelijke ontwikkeling moet gaan. Hiervan is sprake omdat de ontwikkeling zorgvuldig ruimtegebruik bevordert. Namelijk, verouderd stedelijk gebied wordt getransformeerd en tegelijkertijd beter benut ingericht. Door herontwikkeling van de bestaande situatie wordt de steeg tussen Midas en Kompas verbeterd, omdat commerciele functies worden toegevoegd in de volledige plint. Dit maakt de steeg aantrekkelijker om gebruik van te maken en zorgt voor een goede verbinding tussen Midas en Kompas.
Niet alleen hierdoor, maar ook door appartementen op de verdiepingen toe te voegen wordt de levendigheid van dit stukje centrum vergroot. Ook moet de ontwikkeling passen in de regionale afspraken. Voor de motivatie daaromtrent wordt verwezen naar paragraaf 3.3.2 van deze toelichting. Hieruit blijkt dat het plan passend is in de afspraken die regionaal zijn gemaakt. Verder is paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies van toepassing. Het gaat in onderhavige situatie dan vooral om de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik, de toepassing van de lagenbenadering,
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
25
meerwaardecreatie en voor zover het het landelijk gebied betreft ook kwaliteitsverbetering van het landschap. Met dit plan wordt met uitzondering van kwaliteitsverbetering van het landschap, omdat het een binnenstedelijke herontwikkeling betreft, hieraan invulling gegeven. Sprake is van inbreiding waarbij bestaande bebouwde ruimte wordt herontwikkeld. Hierdoor ontstaat revitalisering van het kernwinkelgebied. Daarbij kunnen, door de hoogte te benutten, woningen worden toegevoegd waaraan in Asten behoefte is. Verder wordt rekening gehouden met alle van toepassing zijnde milieuaspecten, waarop in het volgende hoofdstuk nader ingegaan wordt. Op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is er in verband met het voorgenomen initiatief geen sprake van strijdigheden. Voldaan wordt aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Toekomstagenda Asten 2030
De gemeente wil samen met haar inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties werken aan een vitale, leefbare en aantrekkelijke gemeente Asten. Hiervoor heeft de gemeente de Toekomstagenda Asten 2030 gemaakt, wat het het kompas vormt om koers te houden én een uitnodiging is om mee te doen. Op de Toekomstagenda Asten 2030 staan allerlei agendapunten, waaraan de gemeente in ieder geval tot 2030 wil werken. Onderhavige ontwikkeling ligt in het centrum van Asten. De centrumontwikkeling is één van de agendapunten op de Toekomstagenda Asten 2030. Met de centrumontwikkeling is het de bedoeling om aan een centrum in Asten te werken dat uitnodigend is voor inwoners en bezoekers. Daarbij wil de gemeente aansluiten bij de kernkwaliteiten van de natuur en voedselproductie en staan beleven en genieten centraal. Het centrum is de plek voor ontmoeten, eten en drinken en ook werken. De sfeer wordt bepaald door kleinschalige diensten en ambachtelijk werk. Een bruisend centrum is een belangrijke troef in het binden van jongeren en jonge gezinnen. We ontwikkelen in het centrum passende woningen en voorzieningen. Om dit aantrekkelijke centrum te ontwikkelen zijn vier initiatieven geopperd om dit te bereiken, namelijk: aansprekende evenementen, toekomstbestendige mobiliteitsoplossingen, transformatie klokkengieterij en aanpak leegstand.
Onderhavige ontwikkeling draagt bij aan ‘aanpak leegstand’. Door het nu nog leegstaande vastgoed her te ontwikkelen, waardoor het flexibeler inzetbaar is voor centrumfuncties dan het huidige vastgoed, wordt het mogelijk om de leegstand ter plaatse terug te dringen. Naast het terugdringen van leegstand in het plangebied zorgt de ontwikkeling ook voor de realisatie van in het centrum passende woningen: luxe koopappartementen én sociale huurappartementen.
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
26
De ontwikkeling past in de Toekomstagenda Asten 2030. 3.3.2
Omgevingsvisie Asten
Op 5 oktober 2021 is de Omgevingsvisie Asten door de gemeenteraad vastgesteld. Deze Omgevingsvisie is een uitwerking van de Toekomstagenda 2030. In de Omgevingsvisie staan de ambities die de gemeente voor de fysieke leefomgeving heeft. In de Omgevingsvisie Asten worden voor het gemeentelijke grondgebied verschillende deelgebieden, waarvoor verschillende ambities gelden, onderscheiden. Het gaat om: Peel & Beekdalen, Groen Genieten, Dynamische Dorpen, Boeren Buurten, Agrarisch Anders en Peel Pionieren. Onderhavig plan is gelegen in het deelgebied Dynamische Dorpen. Het deelgebied Dynamische Dorpen is een deelgebied dat onder andere voor het bebouwd gebied van de gemeente bedoeld is. Niet voor alle bebouwde gebieden geldt dezelfde ambitie. Voor het centrum van Asten, waarin het plangebied is gelegen, wil de gemeente koesteren dat het goed toeven blijft voor inwoners en bezoekers. Het is de bedoeling dat het centrum leeft en een aantrekkelijk aanbod van winkels en horeca heeft. De ontwikkelingsrichting voor het centrum van Asten is: o
o
Behouden van het voorzieningenniveau met een samenhangend aanbod van winkelvoorzieningen, horeca, welzijn en cultuur. Gelet op de ontwikkelingen in het winkelen wordt het centrum steeds meer een gemengd gebied waar, naast winkels en horeca en evenementen, ook ruimte is voor groen, wonen en dienstverlening. Zorgen voor een aantrekkelijk en levendig centrum, waar zowel de Astenaar als de bezoeker graag komt en verblijft en waar jaarrond wat te beleven valt.
De ontwikkeling die beoogd wordt mogelijk te maken met dit bestemmingsplan bestaat uit een functie die bijdraagt aan het voorzieningenniveau van het centrum alsook aan het toevoegen van woningen. In zijn totaliteit draagt de ontwikkeling bij aan het creeren van een gemengd centrumgebied dat aantrekkelijk en levendig is. Een nu nog verouderde plek in het kernwinkelgebied die kampt met leegstand wordt straks een locatie die weer meedoet in het centrum. De ontwikkeling past in de Omgevingsvisie Asten. 3.3.3 Centrumvisie (vastgesteld in 2007) In 2007 heeft de gemeente Asten de centrumvisie vastgesteld. De centrumvisie moet het frame aangeven waarbinnen toekomstige ontwikkelingen beoordeeld en uitgevoerd kunnen worden, zodat het centrum van Asten kan uitgroeien tot een aantrekkelijk en hoogwaardig gebied. Specifiek voor onderhavige locatie is in de centrumvisie aangegeven dat deze plek zich leent voor het inpassen van nieuwbouw/ herontwikkeling. De visie daarbij is dat het gebied ingevuld blijft voor detailhandel en dat de langzaamverkeersverbinding hier gehandhaafd blijft.
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
27
Onderhavige locatie geeft invulling aan hetgeen in de visie voor dit gebied is geformuleerd. Zo wordt de bestaande bebouwing gesloopt en nieuwbouw gepleegd. De nieuwbouw bestaat uit een commerciële plint (begane grond) voor detailhandel, dienstverlening en bedrijvigheid en op de verdiepingen gaat worden gewoond. Het gaat dan om luxe appartementen en sociale huur appartementen. Door deze herontwikkeling wordt de steeg tussen Midas en Kompas verbeterd, omdat commerciele functies worden toegevoegd in de volledige plint. Dit maakt de steeg aantrekkelijker om gebruik van te maken. Niet alleen hierdoor, maar ook door appartementen op de verdiepingen toe te voegen wordt de levendigheid van dit stukje centrum vergroot. De ontwikkeling sluit aan bij de centrumvisie. 3.3.3a Centrumvisie (vastgesteld in 2024)
Op 5 november 2024 heeft de gemeente Asten de meest recente centrumvisie vastgesteld. De gemeente Asten wil haar centrum aantrekkelijker maken voor wonen, werken, recreëren en ontmoeten. Hoewel het centrum al wordt gewaardeerd, is vernieuwing nodig om het toekomstbestendig te maken. De huidige centrumvisie uit 2007 is aan actualisatie toe, de nieuwe visie kijkt vooruit richting 2040. Het centrum is het kloppend hart van Asten: een plek om te verblijven, te ondernemen en elkaar te ontmoeten. Tegelijkertijd zorgen trends zoals vergrijzing, leegstand, online winkelen en verstening voor nieuwe uitdagingen. Ook de impact van de coronapandemie, stijgende kosten en personeelstekorten speelt mee. Thema’s als duurzaamheid, inclusie en brede welvaart worden steeds belangrijker en verdienen een plek in de nieuwe visie. Asten kent daarnaast specifieke opgaven, zoals het benutten van braakliggende terreinen, het verbinden van winkelgebieden, het tegengaan van leegstand, grootschalige renovaties en de keuze voor een autovrij of autoluw centrum. De visie fungeert als een overkoepelend kader voor verschillende deelgebieden en projecten in het centrum van Asten, en bevordert de onderlinge samenhang en kwaliteit. Onderhavige locatie is in de centrumvisie specifiek aangestipt.
De locatie wordt erin aangemerkt als ontwikkellocatie voor een functiemix van detailhandel, diensten, ambachten, (dag)horeca en wonen op de verdieping. Daarbij is ook voor de openbare ruimte rondom de locatie een specifieke richting geformuleerd: groen, met sfeer, aantrekkelijk, verbeterde routing en toegankelijkheid. Het herontwikkelingsplan draagt bij aan het realiseren van de geformuleerde visie. De nieuwbouw bestaat uit een commerciële plint (begane grond) voor detailhandel, dienstverlening en bedrijvigheid en wonen op de verdiepingen. Het herontwikkelingsplan verbetert de steeg tussen Midas en Kompas, omdat commerciële functies worden toegevoegd in de volledige plint. Dit maakt de steeg aantrekkelijker om gebruik van te maken. Door het toevoegen van appartementen op de verdiepingen wordt de levendigheid van dit stukje centrum aanvullend vergroot.
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
28
De ontwikkeling sluit aan bij de centrumvisie. 3.3.4 Woonbeleid De gemeente heeft in de regio afgesproken hoeveel woningen zij in de periode 2022 t/m 2030 realiseert. Dit is vastgelegd in de Regiodeal. Het gemeentelijke woonbeleid in Asten bestaat vervolgens uit de Woonvisie 2015-2024, de Woningbouwmonitor 2022-2031 en de Versnellingsagenda woningbouw gemeente Asten dat invulling geeft aan de Regiodeal. Het beleid dat in deze gemeentelijke beleidsdocumenten is opgenomen is regionaal afgestemd. De afbeelding hieronder geeft inzicht in de gemaakte afspraken in Regiodeal.
Hieronder zijn twee uitsnedes (kwalitaitieve en kwantitatieve opgave) uit de Woningbouwmonitor 2022 – 2031 opgenomen.
Kwantitatieve opgave
Kwalitatieve opgave
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
29
Het uitgangspunt van het woonbeleid is dat in aansluiting bij de behoefte wordt gebouwd. Zowel kwantitatief als kwalitatief. Daarbij is in het beleid opgenomen dat de toevoeging van woningen primair plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied, waarbij voorrang wordt gegeven aan locaties nabij voorzieningen, herstructureringslocaties en leegstaand of leegkomend vastgoed. De kwantitatieve taakstelling voor Asten is dat tot 2023 690 woningen worden toegevoegd. Ook is een kwalitatieve taakstelling opgenomen, waarbij percentages zijn benoemd voor de verschillende typen en doelgroepen. In geval van transformatie (zie programma Vitale Kernen) geldt dat de percentages niet één op één van toepassing zijn. Het gaat er in die gevallen om dat gekomen kan worden tot een haalbare ontwikkeling die passend is voor de tranformatielocatie. Specifieke aandacht is gevraagd voor starters/ jonge gezinnen en senioren. Onderhavige ontwikkeling past kwantitatief gezien binnen de taakstelling van de gemeente voor Asten. Nog niet alle 690 woningen zijn geprogrammeerd. Voor Asten zijn 304 woningen geprogrammeerd, waarvan 133 als harde plancapaciteit en 171 als potentiële plancapaciteit. Er is dus nog voldoende ruimte voor onderhavige ontwikkeling.
Verder worden met de ontwikkeling woningen gerealiseerd die passend zijn voor starters (6x sociale huur) en voor senioren (15x dure koop appartementen: bereikbaar via lift, nultreden, dichtbij voorzieningen). Verder voldoet het programma in het plangebied aan de in de versnellingsagenda gestelde eis om 25% in de categorie sociale huur en de Regiodeal om in nieuwbouwplannen 30% sociale huur te realiseren (6 van 19 (aantal nieuwe woningen) = 31,6%). Voldaan wordt aan het gemeentelijke woonbeleid.
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
30
4. Milieuhygiënische aspecten 4.1 Algemeen Bij ruimtelijke ingrepen is het van belang dat sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat. Om die reden moet in een bestemmingsplan (of ander ruimtelijk besluit) aannemelijk worden gemaakt dat aan de milieuwetgeving kan worden voldaan. Het milieubeleid bestaat uit diverse wet- en regelgeving, waarvan een deel ruimtelijk relevant is. Deze milieunormen hebben een indirecte (zonering) en directe (sectorale wetgeving die opgenomen wordt in het bestemmingsplan (of ruimtelijke onderbouwing), zoals de Wet geluidhinder, Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen) werking. In dit hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan. 4.4
Akoestiek Beleidskader De Wet geluidhinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan dan wel ander ruimtelijk besluit, indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De Wet geluidhinder bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Indien een nieuwe geluidsbron mogelijk wordt gemaakt dient volgens de Wet geluidhinder in beeld gebracht te worden of en welke gevolgen dit heeft voor eventuele naastgelegen geluidsgevoelige objecten. Los van de Wet geluidhinder is het van belang dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ook daarop moet bij een bestemmingsplanwijziging of ander ruimtelijk besluit ingegaan worden. Consequenties Het plangebied ligt niet binnen de onderzoekszones van de geluidsgezoneerde wegen. Er geldt dan ook geen onderzoekszone in het kader van de Wgh. Echter moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in een plangebied waar gevoelige functies worden gerealiseerd. Hiertoe is door Aelmans een onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting op de gevels.
Dit onderzoek is als bijlage 8 aan voorliggende toelichting toegevoegd. De conclusie van het onderzoek is als volgt. “Wet geluidhinder Plangebied is niet gelegen in de zone van een zoneplichtige weg. Derhalve wordt formeel niet getoetst aan de Wet geluidhinder. Het verlenen van een eventuele hogere waarde conform artikel 110a, lid5van de Wet geluidhinder is niet aan de orde. Cumulatie
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
31
Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de cumulatie bepaald inclusief alle gemodelleerde geluidbronnen. Ter bepaling van de milieukwaliteit in de omgeving is deze gecumuleerde waarde getoetst aan de ‘methode Miedema’. De maximale gecumuleerde waarde, welke voornamelijk wordt bepaald door de Prins Bernhardstraat, bedraagt 59dB, waarmee gesteld kan worden dat er sprake is van de kwalificatie ‘matig’ en daarmee dient bezien te worden of maatregelen mogelijk zijn. Daar maatregelen aan de bron en overdrachtsmaatregelen op overwegende bezwaren stuiten, dient de oplossing gezocht te worden in geluidwerende maatregelen in de gevel en/of dak. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen is een binnenniveau van 33 dB gewaarborgd. Tevens beschikt het bouwplan over een geluidluwe gevel/buitenruimte. Daarmee is er sprake van een aanvaardbaar woon-en leefklimaat. Karakteristieke geluidwering van de gevel Grootheid
Hoogste waarde
hoogste gecumuleerde geluidbelasting
59dB
vereist binnenniveau
33dB
Maximaal benodigde karakteristieke geluidwering(GA;k)
26dB
Aangezien de cumulatieve geluidbelasting hoger is dan 53 dB dient er een nader onderzoek te worden uitgevoerd ter bepaling van de geluidwering van de gevel. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform dat nader onderzoek) is een binnenniveau van 33 dB en daarmee een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd. Dit is van toepassing op de zes beoogde appartementen gelegen aan de voorzijde van de Prins Bernhardstraat. Conform de resultaten van het akoestisch onderzoek dient een vervolgonderzoek naar de geluidwering van de gevel te worden uitgevoerd voor de zes appartementen gelegen aan de voorzijde van de Prins Bernhardstraat. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning activiteit ‘Bouwen’. Via de regels van dit bestemmingsplan is geborgd dat dit wordt uitgevoerd en aangeleverd. Rail of luchtverkeerlawaai In de nabijheid van het plangebied is geen sprake van rail- of luchtverkeer. Geluid ten gevolge van deze bronnen is dan ook niet aan de orde. Industrielawaai Voor wat betreft het aspect industrielawaai is geen sprake van belemmeringen. Op de motivering hiervoor wordt in paragraaf 4.4. Bedrijven en milieuzonering ingegaan.
Bestemmingsplan ‘Asten Prins Bernhardstraat 1 2022’, 23 september 2025
32
Geluid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.3.1 Archeologie Beleidskader Het verdrag van Malta regelt de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Nederland heeft dit verdrag in 1992 ondertekend en in 1998 geratificeerd. Het Verdrag van Malta (ook wel Verdrag van Valletta genoemd) was geïmplementeerd in de Monumentenwet, tot deze wet op 1 juli 2016 vervangen werd door de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden blijven gehandhaafd. Een belangrijk doel is de bescherming van het archeologische materiaal in de bodem (in situ), omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Het is verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen (of andere ruimtelijke besluiten) rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologisch waarden. Dit was in de voorgaande periode reeds een gebruikelijke praktijk. Consequenties De gemeente Asten heeft haar archeologiebeleid opgenomen in het paraplubestemmingsplan ‘Asten Archeologie 2012’. In dat bestemmingsplan zijn op basis van de verwachtingswaarden voor de gemeente dubbelbestemmingen opgenomen waarin is geregeld wanneer archeologisch onderzoek nodig is.