AZC21.04.03A 10 Bijlage 3 Reactienota op concept-werkprogramma 2021.pdf
Tekst van het document
Reactienota concept-Werkprogramma Metropoolregio Eindhoven 2021, versie 10 februari 2021
De gemeenteraden zijn gevraagd uiterlijk 1 februari 2021 een evt. zienswijze kenbaar te maken Van 21 deelnemende gemeenten is een formele reactie ontvangen
100437-1856\SVE\HLE\-1
Gemeentelijke reacties op concept-Werkprogramma Metropoolregio Eindhoven 2021 Gemeente
Reactie
Antwoord
Asten
Het concept-Werkprogramma is zorgvuldig en in nauwe samenwerking met de regio tot stand gekomen en geeft op hoofdlijnen de acties weer op de regionale opgaven, zoals die zijn afgesproken in het Samenwerkingsakkoord. Asten kan instemmen met het conceptWerkprogramma 2021. Geen zienswijze in te dienen op de thema’s Economie, Mobiliteit en Samenwerking. Thema Energietransitie Een zienswijze in te dienen voor het thema Energietransitie, waarin meer aandacht wordt gevraagd voor de problematiek in onze regio met betrekking tot de congestie op het elektriciteitsnet.
De reactie wordt als ondersteuning gezien dat we met elkaar op de goede weg zijn.
Bergeijk
Best
Thema Transitie Landelijk Gebied Een zienswijze in te dienen voor het thema Transitie Landelijk Gebied, waarin aandacht wordt gevraagd voor een aantal verbeterpunten omtrent: de te bereiken doelstellingen; een concrete beschrijving van de wijze waarop de doelstellingen worden bereikt; de benodigde ambtelijke capaciteit; het verduidelijken van de verbinding stad-land en de focus van de medewerkers van de MRE. Het is u bekend dat de raad van Best kritisch is over het Samenwerkingsakkoord MRE 20192022, waaraan dit werkprogramma een invulling geeft, alsmede over de sindsdien aan ons voorgelegde begrotingen. Belangrijkste aandachtspunt van Best was de overlap m.b.t.
100437-1856\SVE\HLE\-2
De reactie wordt als ondersteuning gezien dat we met elkaar op de goede weg zijn. Het probleem van de congestie op het elektriciteitsnetwerk heeft de volle aandacht, zoals ook beschreven in de concept RES 1.0. Continue afstemming tussen de regionale overheden en de netbeheerder is noodzakelijk, qua timing, capaciteit van mensen en middelen, kostenefficiëntie en ruimtelijke afstemming over gemeentegrenzen heen. Ook wordt door de Provincie i.s.m. de netbeheerder gewerkt aan een systeemstudie om inzicht te krijgen in de wenselijke energiemix voor 2050. Zie de reactie bij gemeente Bladel
Samenwerking, waarbij ieder zijn rol invult is de kracht van onze samenwerking. De afgelopen 2 jaar is er ook ambtelijk afstemmingsoverleg geweest tussen de agenda’s van het stedelijk gebied en de Metropoolregio Eindhoven. Juist om elkaar te
Aanpassingen Werkprogramma
Deze problematiek zullen we ook benoemen in het MRE Werkprogramma.
Zie de reactie bij gemeente Bladel
een aantal taken, die naar de mening van gemeente effectiever op andere schaalniveaus zijn of kunnen worden belegd.
Thema Samenwerking en Strategie -Efficiency en afbakening takenpakket Best heeft daarbij ook aangegeven zeker perspectief te zien in het stevig verbinden van 21 gemeenten en dat we ons uiteraard voegen in de meerderheidsbesluitvorming door het Algemeen Bestuur MRE. De reactie van de gemeente spitst zich daarom niet toe op de samenwerkingsthema’s an sich, maar wel op de handvatten die Best ziet voor een efficiencyslag en een scherpere afbakening van het aan de MRE opgedragen takenpakket. Thema Economie Best onderschrijft krachtig de geformuleerde ambities op het punt van economische strategie en kennis en innovatie. Via o.a. de financiering van Brainport Development N.V. en het Stimuleringsfonds heeft de MRE hier zeker toegevoegde waarde. Wel is in het Werkprogramma verduidelijking gewenst hoe u de ‘verbinding Brainport Agenda aan Stichting Brainport en 21 gemeenten’ concreet ziet. Wat kan de MRE zelf, in aanvulling op haar werkzaamheden als betaalautoriteit en de op zichzelf prima communicatie vanuit de vennootschap Brainport Development, hier nog meer in betekenen? Deze vraag strekt eens te meer, daar de MREzetel in de stichting al enige tijd vacant is. Op het punt van ‘versterken basiseconomie’ ziet gemeente, zoals bekend, het grootste risico dat er taken worden opgepakt c.q. overgedaan, die beter door andere overheden of externe organisaties kunnen worden opgepakt.
100437-1856\SVE\HLE\-3
versterken en de verschillende schaalniveaus in relatie tot de opgaven scherp te benoemen. We zijn het met u eens dat de uitvoering van taken belegd dient te worden bij gemeenten of eventueel de subregio’s. Als regionale samenwerking ligt de nadruk op de verbinding en regionale afstemming op onze 4 thema’s. Onder het hoofdstuk Samenwerking en Strategie is onze werkwijze omschreven hoe we als samenwerking met elkaar, ieder vanuit zijn eigen rol, inzet leveren.
In het Werkprogramma hebben we naast de rol van financiering van Brainport Development ook opgenomen dat we inhoudelijk op de Brainport Agenda via het platform van het Portefeuillehoudersoverleg Economie zorgdragen voor afstemming met de 21 gemeenten. Dit doen we door input op te halen voor het jaarplan van Brainport Development, de voorgang van het jaarprogramma en de prioritaire acties van de BNA te agenderen en te bespreken in het Portefeuillehoudersoverleg Economie (Brainport Development is vast lid), zodat de relatie met subregionale en lokale agenda’s inzichtelijk worden. De voorzitter van de MRE neemt tevens de honneurs waar voor wat de zetel van de MRE in het stichtingsbestuur Brainport betreft. Dit is een terecht punt waar continue afstemming over plaatsvindt zowel in bestuurlijk als ambtelijke overleggen hieromtrent, zodat zoals benoemd voorkomen wordt dat zaken worden
Geen aanpassing
Geen aanpassing
Geen aanpassing
De Herstelaanpak Breed Economisch Vestigingsklimaat is daarvan een voorbeeld. Het zou goed zijn om deze organisaties in het Werkprogramma onder ‘organisatie van de samenwerking’ expliciet te benoemen. Zo wordt duidelijk dat de ‘lead’ voor de uitvoering vaak buiten de MRE ligt. Zo wordt duidelijk dat de ‘lead’ voor de uitvoering vaak buiten de MRE ligt. Best doet daarmee aan u ook een oproep om te voorkomen dat de hiervoor gereserveerde bestemmingsreserve wordt opgebruikt als ‘procesgeld’.
Thema Mobiliteit In het Werkprogramma lopen activiteiten vanuit MRE, GGA (Gebiedsgerichte Aanpak) en het Programmateam Bereikbaarheidsagenda enigszins door elkaar. GGA en Bereikbaarheidsagenda kennen in ieder geval een separate financiering. Daardoor wordt onderbelicht wat MRE als strategische organisatie feitelijk doet bovenop hetgeen we vanuit de GGA en Bereikbaarheidsagenda mogen verwachten. Anders gezegd: wat gebeurt er op strategisch niveau in Zuidoost-Brabant nu extra, wat men niet doet in de regio’s Hart van Brabant, West-Brabant en Noordoost-Brabant? Onze inschatting is dat deze acties in 2021 alleen betrekking hebben op het gezamenlijk Streefbeeld, het regionaal fietsnetwerk, opzetten regionale uitvoeringsorganisatie en mogelijke vervolgacties MIRT. Omdat dit niet heel duidelijk is beschreven kunnen wij ook het bijbehorende financieel overzicht op dit punt niet goed op waarde schatten. Als dit wordt verhelderd, ontstaat er mogelijk zicht op een efficiëntere werkwijze van de concernorganisatie MRE.
100437-1856\SVE\HLE\-4
overgedaan, dan wel niet op de goede plek belegd worden. Uitgangspunt is hierbij ook dat de MRE (werkorganisatie) niet de uitvoering tot zich neemt. Dit zoals ook in het Samenwerkingsakkoord MRE afgesproken. Dit uitgangspunt is ook gehanteerd in de Herstelaanpak. Het bestuurlijk netwerk MRE (Taskforce en Portefeuillehoudersoverleg Economie) heeft de Herstelaanpak opgezet. De uitvoering is belegd bij regionale partners (Brainport Development, arbeidsmarktregio’s, WTC, subregio’s). Deze worden als zodanig ook benoemd. De gereserveerde middelen voor de Herstelaanpak worden dan ook uitsluitend ingezet voor uitvoeringsprojecten in de Herstelaanpak en niet voor procesgeld. Op regionaal niveau wordt er, zoals het werkprogramma ook aangeeft, vanuit verschillende gremia samengewerkt. Al deze werkzaamheden komen samen in het Portefeuillehoudersoverleg Mobiliteit en zijn daarom ook opgenomen in het Werkprogramma. Om inzichtelijk te maken wie wat doet, zijn de werkzaamheden van de gemeenten, Metropoolregio Eindhoven (Team MRE) en Programmateam Bereikbaarheidsagenda apart omschreven. De regio heeft ervoor gekozen om de Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) werkzaamheden onderdeel uit te laten maken van de werkzaamheden van het Team MRE.
Het gaat hierbij om deelname aan thematische provinciale overleggen, het uitvoeren van een paar regionale verkeersveiligheidsprojecten en het tactisch ontwikkelteam van de OV concessie en de coördinatie op het ontwikkelen van de Regionale Mobiliteitsagenda (RMA) en het Regionale Mobiliteitsprogramma (RMP). De GGA kent géén separate financiering, anders dan een bescheiden werkbudget dat wordt opgebracht door de gemeenten en ingezet
Geen aanpassingen
Thema Transitie Landelijk Gebied Transitie Landelijk Gebied (TLG) is een forse opgave, zeker ook voor de stad-land relatie zoals die voor onze subregio (Stedelijk Gebied) aan de orde is. Het werkplan brengt voor de activiteiten van de MRE focus aan, hetgeen Best uiteraard onderschrijft. Het is van belang dat we het 100437-1856\SVE\HLE\-5
voor de externe kosten van de ontwikkeling van beleid én voor gezamenlijke uitvoering van verkeersveiligheidsprojecten. De manier waarop de regionale samenwerking vorm krijgt, wordt in elk van de vier Brabantse regio’s op eigen wijze ingevuld én door de gemeenten zelf gefinancierd, deels in middelen voor de inhuur van externe capaciteit (vast en flexibel), deels door het ter beschikking stellen van menskracht. Een vergelijking maken van de vier Brabantse regio’s op het gebied van efficiency is complex, omdat iedere regio op een andere manier georganiseerd is. Dit jaar staat is in het werkprogramma opgenomen dat we op zoek gaan naar een efficiënte manier van samenwerken in de regio (governance). Natuurlijk nemen we daarbij ook de goede voorbeelden van de andere GGA regio’s mee, zodat we daar van kunnen leren. In 2021 hebben we als regio forse opgaven, die niet gebagatelliseerd moeten worden, zoals het opstellen van een overkoepelend Streefbeeld, een regionale strategie dat als basisdocument dient voor de regio om in gesprek te gaan met de Provincie om bij te dragen aan onze ambities, het starten met het programmatisch samenwerken, vervolgacties van het MIRT, het uitwerken van een regionale aanpak voor verkeersveiligheid, energie/duurzaamheid, logistiek en fiets.
We zijn er ons van bewust dat de transitie van het landelijk gebied een integrale opgave is die raakt aan veel beleidsterreinen. Bij het thema Transitie Landelijk Gebied is het ruimtelijke kwaliteit, en niet ruimtelijke ordening, waarin de verbinding ligt naar natuur en bodem-, lucht- en landschappelijke kwaliteit.
Geen aanpassingen voor het werkprogramma.
Signalen worden meegenomen bij de doorontwikkeling van het Samenwerkingsakkoord.
Portefeuillehoudersoverleg TLG niet laten verworden tot een overkoepelende thematafel ruimte. Dit hebben we namelijk subregionaal georganiseerd (SGE). Het is goed om hier afstemming te hebben op het niveau van Zuidoost-Brabant, maar MRE heeft hier niet de lead. Inmiddels hebben SGE portefeuillehouders Piet Machielsen (Oirschot) en Marc van Schuppen (Best) initiatief genomen voor een bestuurlijk afstemmingsoverleg met Peel en Kempen. Dit krijgt een vervolg in 2021 in de vorm van een licht bestuurlijk en ambtelijk netwerk, waarbij we, onder trekkerschap van wethouder Ad van den Oever (Veldhoven) een voorstel willen neerleggen bij de andere subregio’s. Gemeente verwijst verder naar het Jaarprogramma Ruimte 2021 SGE. Thema Energietransitie De Regionale Energiestrategie richt zich maar op 2 van de 5 klimaattafels, namelijk elektriciteit en gebouwde omgeving. Dit betekent dus dat de energietransitie niet ‘klaar’ is als we de doelen uit de RES hebben behaald. Behoudens een opmerking bij ‘mobiliteit’ (valt niet onder de RES) staat dit niet stevig benoemd in het Werkprogramma. Verder heeft gemeente toch wel enige zorg over het vele papier, de bijbehorende advieskosten en de ambtelijke inzet i.r.t. concrete resultaten en draagvlak. Het zou goed zijn om resultaten te benoemen, die onze ruim 750.000 inwoners hiervan gaan merken.
100437-1856\SVE\HLE\-6
Het initiatief van de SGE portefeuillehouders voor een licht bestuurlijk en ambtelijk netwerk met de 4 subregio’s is waardevol om de afstemming gestalte te geven. Het is goed om de behoefte aan regionale afstemming te betrekken bij de doorontwikkeling van het Samenwerkingsakkoord vanuit het perspectief van de 21 gemeenten.
We zullen in het Werkprogramma opnemen dat de RES betrekking heeft op 2 van de 5 Klimaattafels.
We zullen in het Werkprogramma opnemen dat de RES betrekking heeft op 2 van de 5 Klimaattafels.
We hebben de opgave gekregen van het Rijk om een RES op te leveren. Het proces tot realisatie van de RES is voor veel inwoners inderdaad nog vaak erg abstract. Toch willen we (Team MRE i.s.m. gemeenten) in het RES-proces proberen zoveel mogelijk inwoners al mee te nemen bij de verschillende fasen van beleidsvorming tot projectimplementatie, inclusief keuzes van locaties. De communicatielijnen naar inwoners lopen met name via de gemeenten zelf, waar veel directere contacten met inwoners liggen. Op regionale schaal worden wel diverse webinars georganiseerd, en vanuit de RES Werkgroep Communicatie &
In het Werkprogramma zullen we een tekst opnemen over het bereiken van inwoners.
Thema Samenwerking en Strategie De ambitie voor hoe we 21 gemeenten willen verbinden staat prima verwoord op de website van MRE en wordt door Best krachtig onderschreven: “een netwerk, waarin 21 regiogemeenten samenwerken aan strategische grensoverschrijdende opgaven” en “dynamische en actiegerichte samenwerking van en door gemeenten. Minder bureaucratie, minder vergaderen, maar meer doen, meer vertrouwen” en “ondersteund door een kleine flexibele, ambtelijke organisatie”. Met het vaststellen van het Samenwerkingsakkoord heeft het Algemeen Bestuur inmiddels gekozen voor een gemeenschappelijk openbaar lichaam, op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen, als samenwerkingsvorm. In 2021 staat nu de actualisatie van onze Gemeenschappelijke Regeling (GR) op de rol, waarbij deze ook in lijn wordt gebracht met de (aanstaande) wetswijziging Wgr. Best doet u de aanbeveling om daarbij te (laten) onderzoeken of het huidige type GR – te weten de zwaarste vorm, namelijk de raadsregeling – wel past bij de hierboven geschetste ambitie. Dat laat onverlet dat we onderschrijven dat gemeenteraden goed in stelling moeten worden gebracht. De ervaring van gemeente met samenwerking in het Stedelijk Gebied leert in ieder geval dat een zware juridische entiteit (GR in de vorm raadsregeling) daarvoor niet noodzakelijk is. 100437-1856\SVE\HLE\-7
Participatie worden tools aangereikt, zoals voorbeeldpresentaties en artikelen. Daarnaast komen uit de samenwerking binnen de werkgroepen aanpakken voort, die gemeenten zelf kunnen gebruiken om inwoners te stimuleren om bijvoorbeeld met energiebesparing aan de slag te gaan. Als samenwerking van 21 gemeenten en regionale afstemming is in het Werkprogramma onder het thema Samenwerking en Strategie de betrokkenheid en de rol van de gemeenteraden nadrukkelijker opgenomen.
In maart 2019 heeft het Algemeen Bestuur op basis van een herijkingsproces van de samenwerking in de Metropoolregio Eindhoven het Samenwerkingsakkoord 2019-2022 en het Statuut Overlegorganen 2019 vastgesteld. Hiermee hebben we gekozen voor een nieuwe manier van werken. Echter de Gemeenschappelijke Regeling hebben we nog niet aangepast, omdat we hebben afgesproken tot en met 2020 ervaring op te doen met deze manier van werken en we op basis daarvan in 2021 een geactualiseerde Gemeenschappelijke Regeling vaststellen. De aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling is derhalve technisch van aard. Hierin zullen wij uw gemeenten op gepaste wijze meenemen.
Zowel in het proces rondom doorontwikkeling van het Samenwerkingsakkoord als de ambtshalve wijziging rondom de Gemeenschappelijke Regeling uit het Samenwerkingsakkoord 2019-2022 zal de genoemde opmerking meegenomen worden.
Bladel
Vanwege de raadscyclus in de gemeente Bladel was de uiterlijke datum van 2 februari 2021 niet haalbaar om u een door onze gemeenteraad vastgestelde zienswijze aan te bieden. Reeds eerder hebben wij u dan ook een conceptreactie toegezonden. Gemeente heeft besloten geen zienswijze in te dienen op de thema’s Economie, Mobiliteit en Samenwerking en Strategie van het Werkprogramma 2021. Ten aanzien van de thema’s Transitie Landelijk Gebied en Energietransitie in het Werkprogramma 2021 brengt Bladel de volgende zienswijzen naar voren. Thema Transitie Landelijk Gebied Als Kempengemeenten wordt een meerwaarde gezien in de MRE als verbindende factor voor de 21 regiogemeenten. Die meerwaarde uit zich in de sterke lobby richting andere overheden en het samenbrengen van kennis en ervaringen. De raad waardeert dan ook de inzet van de MRE-collega’s en wil graag de schouders blijven zetten onder de samenwerking. In het werkprogramma worden echter wel een aantal verbeterpunten gezien. De zienswijze spitst zich binnen dit thema toe op vijf deelonderwerpen. Wat willen we bereiken? In het programma is opgenomen wat de resultaten zijn, die we willen bereiken. Gemeente vindt de punten, die ter invulling hiervan zijn opgenomen echter niet geheel logisch.
Monitoren, een bijeenkomst voor europarlementariërs, overleggen en bijeenkomsten organiseren zijn op zichzelf geen doelstelling, maar een middel om een doelstelling te bereiken. Het faciliteren en onderhouden van een goed functionerend netwerk is een doelstelling, die hierbij benoemd kan worden.
100437-1856\SVE\HLE\-8
De concept-reactie is gebruikt bij de beantwoording van de zienswijzen.
De reactie wordt als ondersteuning gezien dat we met elkaar op de goede weg zijn.
Goed dat de Kempengemeenten de toegevoegde waarde ervaren om de transitie van het landelijk gebied op het niveau van 21 gemeenten op te pakken. Met betrekking tot kennisontwikkeling en ervaringen delen zal hiervoor in het Werkprogramma 2021 en de doorontwikkeling van het Samenwerkingsakkoord nadrukkelijk aandacht aan worden besteed.
Geen aanpassingen
Het onderhouden en uitbreiden van het netwerk is inderdaad geen doelstelling op zich, maar een instrument om doelstellingen te bereiken.
In het Werkprogramma wordt opgenomen dat een goed functionerend netwerk de doelstelling is en daarbij wordt opgenomen hoe daar invulling aan wordt gegeven.
Wat gaan we samen doen? In het programma is voor het onderdeel TLG opgenomen wat we willen bereiken, de planning en de samenwerkingspartners. Wat ontbreekt is een beschrijving van de wijze, waarop we met elkaar de doelstellingen in het Streefbeeld gaan bereiken. Welke werkzaamheden worden uitgevoerd en welke capaciteit hiervoor gevraagd wordt blijft onduidelijk. Hierdoor weten we niet wat we gaan doen en op welke wijze, met als gevolg dat de verwachtingen hierover mogelijk (te) verdeeld zijn, te weinig capaciteit gereserveerd is en de doelstelling niet of onvoldoende wordt behaald. Wat Bladel betreft hoort een werkprogramma veel concreter te zijn, inclusief uren- en kostenraming. Dit is gemeente ook gewend bij werkprogramma’s van andere instanties. Deze concretiseringsslag is wat Bladel betreft essentieel om een besluit te kunnen nemen. Wie doet wat? Hoewel in het Werkprogramma genoemd staat wat de rol van gemeenten en MRE is, is ons niet helemaal duidelijk wie de MRE is. In onze optiek zijn we dat allemaal, maar moet per actiepunt duidelijk worden gemaakt welke inzet vanuit gemeenten versus de MRE medewerkers wordt ingebracht. Er wordt toegelicht dat bij het Werkprogramma rekening gehouden is met de benodigde ambtelijke capaciteit, zowel vanuit de gemeenten als het team van medewerkers van de organisatie Metropoolregio Eindhoven.
Wij vinden niet terug wat deze capaciteit inhoudt. Verbinding stad-land De werkgroep, die zich inhoudelijk bezig houdt met de verbinding stad-land ervaart gebrek aan een concrete doelstelling. Gemeente vindt dat hiervoor in het Werkprogramma meer aandacht voor zou moeten zijn. Als daar niet is opgenomen wat een verbonden stad en land is, ‘hoe’ die verbinding tot stand 100437-1856\SVE\HLE\-9
Het Werkprogramma beschrijft op themaniveau de doelen, beoogde resultaten en de inzet. In het Samenwerkingsakkoord is afgesproken wat de inzet van gemeenten zou moeten zijn. Het Werkprogramma is binnen deze kaders geformuleerd. Daarbij is de kwaliteit van de inzet belangrijk. Uitwerking van de inzet vindt plaats in de project- en procesplannen, die in het overleg met de portefeuillehouders worden besproken. Om tot bemensing vanuit de gemeenten van de verschillende opgaven te komen wordt inmiddels op het niveau van gemeentesecretarissen afgestemd. De kaders voor de kosten zijn in het Werkprogramma benoemd.
In het werkprogramma wordt de beschrijving van de wijze waarop de doelstellingen uit het Streefbeeld worden bereikt, aangescherpt.
In het Werkprogramma wordt onder ‘wat doen we hiervoor?’, met MRE de ambtelijke organisatie van de Metropoolregio bedoeld. Hiermee is de aard van inzet inzichtelijk.
Geen aanpassing voor het Werkprogramma.
De verbinding stad-land is een doelstelling, die raakt aan de reden waarom de 21 gemeenten samenwerken. Ten tijde van het opstellen van het conceptWerkprogramma stond de invulling van deze opgave in een verkennende fase. Bestuurlijk is een groot draagvlak om concreter te benoemen hoe we de wederkerigheid tussen
In het Werkprogramma wordt een actualisatie gemaakt, die tegemoet komt aan de gemaakte zienswijze. Opgenomen wordt dat op basis van data in kaart wordt gebracht hoe de voedselkringloop in onze regio is.
komt en welke acties daarvoor worden gepleegd zal die onduidelijkheid blijven. Bladel vraagt zich af of die verbinding stad-land niet meer een procesmatige doelstelling is, die we bereiken door samen onder de vlag van de MRE samen te werken aan meer concrete opgaven. Focus Gemeente zou graag zien dat de medewerkers van de MRE zich richten op het organiseren van kennisdeling tussen gemeenten en de lobby naar andere partijen. Bladel ziet daar een sterke meerwaarde in voor onze regio. Gemeente ziet geen meerwaarde in het opstellen van nieuwe beleidsstukken of richtinggevende documenten. Graag ziet Bladel die focus in het Werkprogramma dan ook meer naar voren komen. Thema Energietransitie Gemeente vraagt meer aandacht voor de problematiek met betrekking tot de congestie op het elektriciteitsnet; het probleem dat het netwerk niet is berekend op grote pieken, zoals het grootschalig opwekken van duurzame energie. Dit wordt niet voldoende erkend of toegelicht in het Werkprogramma 2021. Het urgentiebesef en de noodzaak tot borging in het Werkprogramma 2021 is voor Bladel evident. Daarnaast worden er op pagina 27 van het werkplan verkeerde data gehanteerd: de oplevering van de RES 1.0 staat gepland voor 2021, niet 2022. Wij vinden dat het proces rondom het komen tot de RES 1.0 beter gepland dient te worden.
Met name het proces rondom het betrekken van de gemeenteraden verloopt niet naar wens. De deadlines zijn te strak ingepland, wat de besluitvorming en het draagvlak niet ten goede komt. Wij verlangen dan ook meer regie en overzicht op het bestuurlijk proces rondom 100437-1856\SVE\HLE\-10
stad en land kunnen versterken en het ecosysteem van onze regio. Inmiddels zijn vorderingen gemaakt en wordt dit onderwerp voor het thema Transitie Landelijk Gebied toegespitst op het onderwerp voedselkringloop.
Lobby naar andere partijen en kennisdeling is belangrijk. In het programma wordt hier invulling aan gegeven. Lobby is een activiteit, die in alle opgaven besloten zit om doelstellingen te bereiken. Het Portfeuillehoudersoverleg is het podium om hier afspraken over te maken.
In het Werkprogramma wordt de inspanning ten aanzien kennisdeling duidelijker beschreven.
Zie de reactie bij de gemeente Bergeijk.
Idem
Inderdaad, deze data worden aangepast.
Data worden in de tekst aangepast.
We begrijpen het gevoel dat de deadlines in het besluitvormingsproces te straks zijn ingepland. In dit proces hebben we enerzijds te maken met de druk, die vanuit de afspraken op nationaal niveau (Klimaatakkoord) op de regio’s wordt gelegd inclusief deadlines, terwijl we tegelijkertijd ons eigen proces willen lopen. Waarbij ook de keuze is gemaakt om dit zorgvuldig te doen en
de RES 1.0.
Cranendonck Deurne
Tenslotte verwachten we een veel concreter Werkprogramma, waarbij ook een raming van de benodigde uren en kosten zijn toegevoegd. Dit wordt ook teruggezien in werkprogramma’s van andere instanties. Er wordt nu wel toegelicht dat bij het Werkprogramma rekening is gehouden met de benodigde ambtelijke capaciteit, zowel vanuit de gemeenten als het team van medewerkers van de MRE, maar er wordt niet concreet aangeduid wat deze capaciteit inhoudt. Voor kennisgeving aangenomen; geen zienswijze Het Werkprogramma sluit aan op de regionale doelen en ambities, die in het Samenwerkingsakkoord 2019-2022 zijn opgenomen. De beschreven activiteiten zijn nodig voor de complexe en omvangrijke opgaven, die in de regio spelen. Het Werkprogramma voor 2021 is een logisch vervolg op de resultaten van het Werkprogramma 2020. We lichten dit hieronder nader toe. Een hoge ambitie voor de regio vraagt om goede samenwerking Zuidoost-Brabant/Brainport Eindhoven – onze regio – vormt samen met de Noord- en Zuidvleugel van de Randstand het economisch kerngebied van Nederland. Zuidoost-Brabant
100437-1856\SVE\HLE\-11
hiervoor een planMER-procedure te doorlopen. Dit heeft continue ook de aandacht in het Portefeuillehoudersoverleg en de Stuurgroep, We zoeken continu naar mogelijkheden om voldoende ruimte te kunnen geven aan de raden, stakeholders en inwoners om input te kunnen geven, en tegelijkertijd wel voldoende tempo in het proces te houden. Overigens is vanuit het Nationaal Programma RES recent de waardering uitgesproken voor het zorgvuldige proces dat we doorlopen met de planMER-procdure. In het Samenwerkingsakkoord is afgesproken wat de inzet van gemeenten zou moeten zijn. Het Werkprogramma is binnen deze kaders geformuleerd. Daarbij is de kwaliteit van de inzet belangrijk. Uitwerking van de inzet vindt plaats in de project- en procesplannen, die in het overleg met de portefeuillehouders worden besproken.
De reactie wordt als ondersteuning gezien dat we met elkaar op de goede weg zijn.
heeft een internationale koppositie in de kennisintensieve maakindustrie en levert daardoor een belangrijke bijdrage aan het verdien- en innovatievermogen van Nederland. Deze positie is niet vanzelfsprekend. Om de concurrentie met stedelijke regio’s elders in de wereld aan te kunnen en het verdienvermogen van Nederland te versterken, moeten de innovatiekracht, de productiviteit en de agglomeratiekracht van de regio worden vergroot. Dat vraagt om blijvende investeringen in de economie, in kennis en innovatie. Het vraagt ook om versterking van de kwaliteit en schaal van de verstedelijking, van de bereikbaarheid, en van de kwaliteit van de leefomgeving in stedelijk en landelijk gebied. Het belang van deze opgaven voor de regio en Nederland wordt onderstreept door de Nationale Actieagenda Brainport en de eind 2020 gemaakte MIRT-afspraken met Rijk en Provincie over bereikbaarheid en verstedelijking (schaalsprong Brainport). Zuidoost-Brabant is samen met de aangrenzende delen van Noordoost-Brabant en Noord- en Midden-Limburg tevens een van de belangrijkste voedselproducerende regio’s van Nederland. Op dit schaalniveau is vrijwel de complete agrofoodketen aanwezig, inclusief onderwijs, onderzoek & ontwikkeling en toeleverende bedrijvigheid.
Tegelijkertijd spelen er in het landelijk gebied grote opgaven op het gebied van verdere verduurzaming van de landbouw, leefbaarheid, omgevingskwaliteit en herstel van het natuurlijk systeem. Daarnaast zijn er voor stad en platteland de opgaven van duurzame energieopwekking en klimaatadaptatie. Ook hier wordt het nationale belang van de opgaven onderkend: in het kader van de Nationale Omgevingsvisie heeft het kabinet eind 2020 de (ruime) Peelregio aangewezen als voorlopig NOVI-gebied (definitieve aanwijzing 100437-1856\SVE\HLE\-12
volgt naar verwachting begin 2021). Doel daarvan is om als één overheid een meerjarige programmatische aanpak van de transitie van het landelijk gebied te realiseren. Binnen deze context van opgaven en ambities voor Zuidoost-Brabant opereert de samenwerking van de MRE. De gemeenten doen dat vanuit een gezamenlijke missie. De activiteiten en doelen, die voor 2021 voor de thema’s Economie, Mobiliteit, Energietransitie en Transitie Landelijk Gebied in het conceptWerkprogramma 2021 zijn opgenomen, sluiten aan op de opgaven, missie en ambities van de MRE en de hierboven beschreven ontwikkeling van Zuidoost-Brabant. In algemene zin vormt het concept-Werkprogramma voor 2021 daarmee naar onze mening een nodig en passend antwoord op de opgaven voor dit jaar. Een aantal onderdelen van het conceptWerkprogramma 2021 geeft aanleiding voor een specifieke vraag of opmerking. Thema Transitie Landelijk Gebied -Regionale uitdagingen: de ontwikkeling van de landbouw In hoofdstuk 2 (pag. 6) staan de opgaven en uitdagingen voor het landelijk gebied beschreven. De tekst geeft de verschillende aspecten van deze uitdaging goed weer. Eén belangrijk element ontbreekt echter: het (blijvende) belang van de landbouw zelf voor het landelijk gebied en de verdere verduurzaming van de landbouw, terwijl dat in het Streefbeeld tot de uitgangspunten behoort. Deurne verzoekt u de tekst hierop aan te vullen.
In de uitwerking van dit thema in hoofdstuk 7 komt dit aspect overigens wel terug. Thema Mobiliteit -Mobiliteit en Verstedelijking hangen met elkaar samen Een majeure opgave voor de verdere ontwikkeling van Zuidoost-Brabant als onderdeel 100437-1856\SVE\HLE\-13
De gemeenteraad van Deurne heeft hierin gelijk.
De teksten in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 7 worden in overeenstemming gebracht op de door de gemeenteraad van Deurne bedoelde wijze.
De vervolgacties uit het bestuurlijk MIRToverleg moeten nog nader worden uitgewerkt en gealloceerd. Daarom is het nu als volgt opgenomen in het werkprogramma: “Mogelijke vervolgacties naar aanleiding van resultaten MIRT onderzoek”. Een
Opnemen in “Verbinding Brainport met economische hoofdcentra (nationaal en internationaal)” onder het kopje “wat willen we bereiken”: In samenwerking met Rijk en Provincie uitwerking geven aan de vervolgacties die
van het economisch kerngebied van Nederland is de schaalsprong van de Brainport. Die schaalsprong vraagt om het creëren van hoogstedelijke milieus en het daartoe toevoegen van woningen, bedrijvenlocaties, voorzieningen, en het verbeteren van de (inter)nationale bereikbaarheid. Dit raakt de hele regio. Eind november 2020 zijn in het bestuurlijk MIRToverleg afspraken met het Rijk en de provincie gemaakt over de strategie voor deze schaalsprong. Die afspraken worden in 2021 uitgewerkt. Gemeente verzoekt u in hoofdstuk 5 van het Werkprogramma 2021 aan te geven welke activiteiten voor het thema Mobiliteit hieruit volgen. Daarbij speelt dat het thema Mobiliteit bij de MRE is belegd, terwijl de andere onderwerpen van de verstedelijking belegd zijn bij de subregio’s. De afstemming hiertussen is nog niet ingericht. Deurne verzoekt u de afstemming tussen het thema Mobiliteit en de subregionale verstedelijkings-/ontwikkelstrategieën als ontwikkelpunt in het Werkprogramma op te nemen. Volgens ons is een integrale benadering van de regionale verstedelijkingsopgave vereist. Thema Energietransitie -Het energielandschap van de toekomst Over het thema Energietransitie in hoofdstuk 6 merken we het volgende op: In het opleveren en doorontwikkelen van de Regionale Energie Strategie is het onderscheid tussen procesbegeleiding van planvorming en uitvoering vervaagd.
Het zou goed zijn als hier een duidelijker onderscheid in wordt aangegeven, met name waar de planvorming stopt en de uitvoering begint en hoe de MRE-organisatie daarin haar rol invult. Dit geeft helderheid over de 100437-1856\SVE\HLE\-14
vergelijkbare tekst zal ook opgenomen worden onder het kopje “Verbinding Brainport met economische hoofdcentra (nationaal en internationaal)”. In het te ontwikkelen Streefbeeld Mobiliteit en de Regionale Mobiliteitsagenda sluiten we aan op de afspraken uit het MIRT-overleg en verbreden we de gedachten naar de hele regio. Afstemming tussen het thema Mobiliteit en de subregionale verstedelijkings-/ontwikkelstrategieën is daarbij ook van groot belang. We zullen dit als ontwikkelpunt mee nemen in de doorontwikkeling van het Samenwerkingsakkoord.
Er is een procesplan opgesteld om te komen tot de RES 1.0, waarin een overzicht is gegeven van de rollen en verantwoordelijkheden voor de verschillende partijen in het RES-proces. Bij MRE ligt hierbij de rol van procesregisseur met als doel te komen tot een gedragen en vastgestelde RES. Dit houdt in ervoor zorgen dat het proces goed is georganiseerd en wordt begeleid, op strategisch niveau. De uitvoering van de plannen ligt in handen van de 21 gemeenten, al dan niet in subregionaal verband. Vanuit de RESmiddelen worden hiervoor externe
voortvloeien uit de afspraken die zijn gemaakt tijdens het bestuurlijk MIRT-overleg. De afstemming tussen het thema Mobiliteit en subregionale verstedelijkings-/ontwikkel strategieën wordt opgenomen in de doorontwikkeling van het Samenwerkingsakkoord.
taakverdeling tussen MRE, gemeenten en wat nog niet is belegd.
In de tijdlijn op pagina 27 is de jaaraanduiding boven de kolommen onjuist. Kenmerkend voor de huidige benadering van de Energietransitie is het zoeken naar koppelkansen van klimaatadaptatie, landschap, nieuwe economische dragers en natuurontwikkeling. Deurne mist in deze benadering het aspect van doorontwikkeling en verduurzaming van de landbouw. Ook die zal, mede gelet op het uitgangspunt van het Rijk inzake kringlooplandbouw in 2030 mogelijk leiden tot een ruimteclaim. De vraag is welke gronden/gebieden zich daar dan het beste voor lenen. Dat betekent mogelijk een aanvullende onderzoeksvraag voor de vervolgfasen van de RES. Dit aspect wordt naar de mening van gemeente nog onvoldoende onderkend in het Werkprogramma. Deurne verzoekt hierin in het werkprogramma te voorzien en hierbij een relatie te leggen met het thema Transitie Landelijk Gebied. In beginsel is de RES een verantwoordelijkheid van de regio zelf, in afstemming met de Provincie. Voor regio’s die binnen een NOVI-gebied liggen 100437-1856\SVE\HLE\-15
projectleiders ingezet ter ondersteuning. Om de RES tot uitvoering te krijgen is echter wel voldoende uitvoeringskracht essentieel. Het uitwerken van de strategische plannen naar tactische (uitvoerings)programma’s en de daadwerkelijke uitvoering is niet een vanzelfsprekende doorlopende lijn. Om inzicht te krijgen in wat er hierbij nodig is wordt een analyse/verkenning uitgevoerd naar de gewenste samenwerking op thema’s voortvloeiend uit de RES, en naar mogelijke uitvoeringsentiteiten. Uitgangspunt blijft dat de lokale overheden verantwoordelijk zijn en blijven voor de uitvoering. Inderdaad, deze data worden aangepast.
Data worden aangepast.
Om een zorgvuldige afweging te kunnen maken bij de keuzes van zoekgebieden voor grootschalige opwek voor zonne- en windenergie doorlopen we een planMERprocedure. In deze planMER wordt breder gekeken naar kansen en risico’s voor de volgende ontwikkelrichtingen: 1) vitale agrarische economie; 2) veerkrachtig natuurlijk systeem; 3) duurzame en innovatie economie en 4) veerkrachtig en klimaatbestendig watersysteem. Inzichtelijk wordt gemaakt in hoeverre bij de invulling van de verschillende zoeklocaties voor wind- en zonne-energie kansen en risico’s aanwezig zijn voor realisatie van doelen, die zijn gesteld voor deze ontwikkelrichtingen.
In het Werkprogramma zullen we hier een tekst over toevoegen.
Reguliere afstemming met grenzende andere RES-regio’s, waaronder de RES-regio Noordoost-Brabant en de RES-regio Noorden Midden-Limburg vindt reeds plaats.
We zullen dit opnemen in de tekst van het Werkprogramma.
geldt vanuit het Rijksbeleid echter de aansporing en mogelijk zelfs de opdracht om de daarin vallende RES’-en op elkaar af te stemmen. De MRE valt binnen het voorlopig NOVI-gebied de Peel. Een afstemming van de RES met die van Noordoost-Brabant en Limburg is dus aan de orde. Gemeente verzoekt u deze afstemming op te nemen in het Werkprogramma om gezamenlijk verder invulling te kunnen geven aan een robuuste infrastructuur en inrichting van grootschalige opwek in de Peelregio. Thema Transitie Landelijk Gebied Hierover merkt Deurne het volgende op: Nu de definitieve aanwijzing van het NOVIgebied de Peel aanstaande is, is het wenselijk om het actiepunt op pagina 38 inzake het NOVIgebied aan te vullen met het uit- en opwerken van het Plan van Doorgaan voor het NOVIgebied de Peel voor Zuidoost-Brabant.
In het verlengde van de opmerkingen van Deurne bij hoofdstuk 6 vindt gemeente het van belang om op pagina 41 bij de onderlinge afstemming tussen de RES en het thema Transitie Landelijk Gebied deze niet te beperken tot het landschap, maar hierbij ook de toekomstige agrarische ruimtelijke structuur als afzonderlijk onderdeel te betrekken, en dit als zodanig te benoemen in het Werkprogramma Thema Samenwerking en Strategie -Afstemming tussen thema’s MRE en subregio’s; samenhang tussen thema’s binnen de MRE De afstemming en samenwerking over regionale opgaven is in Zuidoost-Brabant op verschillende manieren geregeld. De MRE-samenwerking focust zich op 4 thema’s: Economie, Mobiliteit, Energietransitie en Transitie Landelijk Gebied. Sinds de update van de MRE in 2019 is samenwerking en afstemming op de thema’s zoals Verstedelijking, Wonen, Bedrijventerreinen, Klimaat-adaptatie en Ruimte 100437-1856\SVE\HLE\-16
De gemeenteraad van Deurne heeft hierin gelijk.
De teksten in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 7 worden in overeenstemming gebracht op de door de gemeenteraad van Deurne bedoelde wijze.
De afstemming tussen RES en het thema Transitie Landelijk Gebied is belangrijk. Het belang van een goede toekomstige agrarische ruimtelijke structuur is daarbij een belangrijk element.
De tekst in hoofdstuk 6 wordt aangepast op de door de gemeenteraad van Deurne bedoelde wijze.
In toenemende mate grijpen opgaven op elkaar in. Voor de Coronacrisis was de stikstofcrisis daarvan het meest duidelijke voorbeeld. Niet alleen binnen de thema’s maar ook tussen de thema’s zullen we nadrukkelijk afstemming zoeken. Daarnaast wordt via de Ontwikkeldagen van ZuidoostBrabant ook op de andere dossiers, o.a. via de eind december vastgestelde omgevingsagenda Zuidoost-Brabant afstemming gezocht vanuit de twee lijnen zijnde de duurzame schaalsprong Brainport en de nieuwe balans in het landelijk gebied.
Continu aandacht voor afstemming en samenhang zowel binnen de thema’s van het Samenwerkingsakkoord als ook in samenhang met de bovenlokale opgaven in Zuidoost-Brabant
belegd bij de 4 subregio’s Peel, Kempen, A2gemeenten en Stedelijk gebied Eindhoven. Daarnaast speelt bij de MRE de samenwerking met Rijk en Provincie. Het belang van een goede onderlinge samenwerking en afstemming neemt toe - op inhoud en tussen partijen: zo vraagt de schaalsprong van de Brainport om een goede afstemming tussen de verstedelijkingsen mobiliteitsopgave; en de transitie van het landelijk gebied om afstemming tussen landbouw, landschap, energietransitie, klimaatadaptatie en stad-en-platteland relaties. In hoofdstuk 8 van het conceptWerkprogramma wordt ingegaan op de afstemming tussen de thema’s van de MRE en op de ontwikkeling van de samenwerking binnen de MRE en met het Rijk, de waterschappen en de Provincie. We merken hierover het volgende op: Hoewel er in al 2020 sprake was van een betere koppeling tussen de thema’s van de MRE door het portefeuillehoudersoveleg en inhoudelijke verbindingen, blijft dit voor ons ook voor 2021 een punt van zorg. De noodzaak van deze verbinding wordt in het Werkprogramma benoemd. Deurne mist echter de uitwerking hoe de verbinding tussen de verschillende thema’s wordt vormgegeven in proces en planvorming bij de afzonderlijke thema’s. Hoe vindt afstemming plaats en op welke manier wordt die geborgd? De regionale ontwikkelingen vragen om een hechtere afstemming tussen de thema’s van de MRE en die van de subregio’s.
De afstemming met de thema’s van de subregio’s is in het Werkprogramma onvoldoende benoemd, terwijl die gelet op de regionale opgaven wel relevant is. Dat is een gemis. 100437-1856\SVE\HLE\-17
Zie bovenstaand antwoord
Gemeente verzoekt u aan te geven hoe u deze koppeling in 2021 wilt vormgeven. Financiën Het is een moeilijke tijd, waarin we verkeren. De ontwikkelingen bij lokale overheden nopen ons om kritisch te kijken naar onze financiën. Dit heeft inmiddels geleid tot een aantal taakstellingen in onze meerjarenbegroting. Wat Deurne betreft geldt dat niet alleen voor de lokale uitgaven en investeringen van de gemeente, maar ook voor de intergemeentelijke samenwerking. We hebben hier een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Eersel
Bij de vaststelling van de meerjarenbegroting van Deurne in 2020 heeft gemeente besloten een structurele bezuiniging op te nemen van 5% op de organisatiekosten voor de vier grote Gemeenschappelijke Regelingen, waarvan de MRE er een is. Deurne zal dit besluit betrekken bij de zienswijze op de komende begroting MRE. Deurne wenst u succes bij het afronden van het Werkprogramma 2021. Gemeente ziet uit naar het gezamenlijk realiseren van dit Werkprogramma en naar het behalen van de beoogde resultaten. Voor de thema’s Economie, Mobiliteit en Samenwerking en Strategie heeft Eersel besloten geen zienswijze in te dienen. Thema Energietransitie Voor het thema Energietransitie heeft gemeente besloten een zienswijze in te dienen, waarin: Meer aandacht wordt gevraagd voor de problematiek in onze regio met betrekking tot de congestie op het elektriciteitsnet. Voor dit thema vraagt Eersel meer aandacht voor de problematiek in onze regio met betrekking tot de congestie op het elektriciteitsnet. Het probleem dat het netwerk niet is berekend op grote pieken, zoals het grootschalig opwekken van duurzame energie. Dit wordt niet voldoende erkend of toegelicht in
100437-1856\SVE\HLE\-18
Het Werkprogramma 2021 is opgesteld binnen de financiële kaders van de door het Algemeen Bestuur op 1 juli 2020 vastgestelde Programmabegroting 2021 Metropoolregio Eindhoven. In week 10-2021 wordt aan uw gemeente de Programmabegroting 2022 toegezonden met het verzoek uw zienswijze hierop uiterlijk 20 mei 2021 kenbaar te maken.
Geen aanpassing
Zie de reactie bij de gemeente Bergeijk.
Idem
het Werkprogramma 2021. Het urgentiebesef en noodzaak tot borging in het Werkprogramma 2021 is voor gemeente evident. Meer regie en overzicht op het bestuurlijk proces rondom de RES 1.0 wordt verlangd. Voor wat het opleveren en doorontwikkelen RES betreft vindt Eersel dat het proces rondom het komen tot de RES 1.0 beter gepland moet worden. Met name het proces rondom het betrekken van de raden verloopt niet naar wens. De deadlines zijn te strak ingepland, hetgeen de besluitvorming en het draagvlak niet ten goede komt. Eersel verlangt dan ook meer regie en overzicht op het bestuurlijk proces rondom de RES 1.0. Thema Transitie Landelijk Gebied Voor het thema Transitie Landelijk Gebied heeft gemeente besloten een zienswijze in te dienen, waarin aandacht wordt gevraagd voor een aantal verbeterpunten. Als Kempengemeenten zien wij meerwaarde in de MRE als verbindende factor voor de 21 regiogemeenten op het gebied van Transitie Landelijk Gebied (hierna: TLG). Die waarde uit zich in de sterkere lobby richting andere overheden en het samenbrengen van kennis en ervaringen. Wij waarderen dan ook de inzet van onze MRE collega’s en blijven graag onze schouders zetten onder de samenwerking. Gemeente heeft echter wel nog moeite met het Werkprogramma, zoals dit nu is ingestoken en dient hiervoor een aantal verbeterpunten in.
Te bereiken doelstellingen In het Werkprogramma is opgenomen wat de resultaten zijn die we willen bereiken. Eersel vindt alleen de punten, die ter invulling hiervan zijn opgenomen niet allemaal logisch. Monitoren, een bijeenkomst voor Europarlementariërs, overleggen en bijeenkomsten zijn op zichzelf geen doelstelling, maar een middel om een doelstelling te bereiken. Het faciliteren en onderhouden van een goed functionerend netwerk is een doelstelling, die hierbij benoemd kan worden. 100437-1856\SVE\HLE\-19
Zie de reactie bij de gemeente Bladel.
Idem
Zie de reactie bij gemeente Bladel
Zie de reactie bij gemeente Bladel
Zie de reactie bij gemeente Bladel
Zie de reactie bij gemeente Bladel
Concrete beschrijving van de wijze, waarop de doelstellingen worden bereikt In het Werkprogramma is voor het onderdeel TLG opgenomen wat we willen bereiken, de planning en de samenwerkingspartners. Wat ontbreekt is een beschrijving van de wijze waarop we met elkaar de doelstellingen in het Streefbeeld landelijk gebied gaan bereiken. Welke werkzaamheden worden uitgevoerd en welke capaciteit hiervoor wordt gevraagd blijft onduidelijk. Hierdoor weet gemeente niet wat we gaan doen en op welke wijze, met als gevolg dat de verwachtingen hierover mogelijk (te) verdeeld zijn, te weinig capaciteit gereserveerd is en de doelstelling niet of onvoldoende wordt behaald. Wat Eersel betreft hoort een werkprogramma veel concreter te zijn, inclusief uren- en kostenraming. Dit is gemeente ook gewend bij werkprogramma’s van andere instanties. Deze concretiseringsslag is wat Eersel betreft essentieel om een besluit te kunnen nemen. Benodigde ambtelijke capaciteit Hoewel in het Werkprogramma genoemd staat wat de rol van gemeenten en MRE is, is gemeente niet helemaal duidelijk wie de MRE is. In de optiek van gemeente zijn wij dat allemaal, maar moet per actiepunt duidelijk worden gemaakt welke inzet vanuit gemeenten versus de MRE-medewerkers wordt ingebracht.
Er wordt toegelicht dat bij het Werkprogramma rekening gehouden is met de benodigde ambtelijke capaciteit, zowel vanuit de gemeenten als het team van medewerkers van de organisatie MRE. Eersel vindt niet terug wat deze capaciteit inhoudt. Verduidelijken van de verbinding stad-land De werkgroep, die zich inhoudelijk bezighoudt met de verbinding stad-land ervaart gebrek aan een concrete doelstelling. Gemeente is van mening zou hiervoor in het Werkprogramma meer aandacht voor moeten zijn. Als daar niet is opgenomen wat een verbonden stad en land is, ‘hoe’ die verbinding tot stand komt en welke acties daarvoor worden gepleegd zal die onduidelijkheid blijven. 100437-1856\SVE\HLE\-20
Zie de reactie bij gemeente Bladel
Zie de reactie bij gemeente Bladel
Zie de reactie bij gemeente Bladel
Zie de reactie bij gemeente Bladel
Zie de reactie bij gemeente Bladel
Zie de reactie bij gemeente Bladel
Eindhoven
Geldrop-Mierlo
Eersel vraagt zich af of die verbinding stad-land niet meer een procesmatige doelstelling is, die we bereiken door samen onder de vlag van de MRE samen te werken aan meer concrete opgaven. De focus van de medewerkers van de MRE Gemeente zou graag zien dat de medewerkers van de MRE zich richten op het organiseren van kennisdeling tussen gemeenten en de lobby naar andere partijen. Eersel ziet daar een sterke meerwaarde in voor onze regio. Gemeente ziet geen meerwaarde in het opstellen van nieuwe beleidsstukken of richtinggevende documenten. Graag ziet Eersel die focus in het Werkprogramma dan ook meer naar voren komen. Voor de volledigheid en uitgebreidere toelichting op de thema’s, waarvoor geen zienswijze wordt ingediend, verwijst gemeente naar het tevens toegestuurd raadsvoorstel en -besluit. Eersel ziet uw reactie op de zienswijze met belangstelling tegemoet. Wij hebben besloten in te stemmen met het concept-Werkprogramma 2021, met daarbij het volgende aandachtspunt. Thema Samenwerking en Strategie -Betrokkenheid gemeenteraden Alhoewel er in het Samenwerkingsakkoord 2019-2022 en in de opeenvolgende Werkprogramma’s expliciet aandacht is voor de positie en (tijdige, tussentijdse) betrokkenheid van de raden maken wij toch van de gelegenheid gebruik om juist in het jaar 2021 daar extra op te wijzen.
Immers in 2021 worden raadsbesluiten gevraagd over een aantal majeure dossiers zoals de RES 1.0 en de geactualiseerde Regionale Mobiliteitsagenda. Ook wordt in 2021 gestart met de voorbereidingen voor het Samenwerkingsakkoord voor de periode 2022-2025 en de technische aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling. -Concreetheid Bij het Samenwerkingsakkoord 2019-2022 heeft Geldrop-Mierlo aangegeven dat een verdere
100437-1856\SVE\HLE\-21
Zie de reactie bij gemeente Bladel
Zie de reactie bij gemeente Bladel
Door middel van deze reactienota, bijgevoegde brief en het voorstel aan het Algemeen Bestuur gaan we er vanuit dat we uw zienswijzen hebben beantwoord.
-
We onderschrijven het belang van de betrokkenheid van de gemeenteraden. Deze zullen nadrukkelijk betrokken worden aan de voorkant in het proces.
In het Werkprogramma 2021 zal onder het thema Samenwerking en Strategie nadrukkelijker de betrokkenheid van de raden benoemd worden waarbij kennissessies als belangrijk instrument zal worden ingezet.
Op onderdelen zoals ook is terug te lezen in deze reactienota bij andere gemeenten, is de mate van concreetheid verder aangescherpt.
concretisering van de taken en de werkzaamheden van de Metropoolregio wenselijk is. Deze wens is ook geuit bij de zienswijze op het vorige Werkprogramma (2020). De concreetheid van de taken en werkzaamheden van de Metropoolregio is ten opzichte van het verleden verbeterd. De resultaten worden per thema benoemd, maar ook dan blijft het in veel gevallen bij algemene beschrijvingen. Bedrijfsvoering Voor gemeente is het uitgangspunt steeds geweest dat de kosten van de regionale samenwerkingen niet mogen stijgen. De uitgaven voor de Metropoolregio en het Stedelijk Gebied Eindhoven werden daarbij verbonden. Opgemerkt wordt daarbij dat de resultaten van de samenwerking in het Stedelijk Gebied concreter en lokaal meer zichtbaar zijn, dan die van de samenwerking in de Metropoolregio. De beschikbare middelen voor regionale samenwerking zijn, mede door de financiële positie van de gemeente beperkt. Onze voorkeur gaat daarom ook uit naar een besteding met concretere resultaten. De gemeente heeft bij de behandeling van uw Programmabegroting 2021 aangegeven dat het interessant is dat de vier Gemeenschappelijke Regelingen (MRE,GGD, OD en VR) in navolging van de synchronisatie van de P&C-cyclus en het harmoniseren van de financiële beleidsregels en verordeningen, een volgende stap willen maken.
Geldrop-Mierlo heeft begrepen dat inmiddels door de afzonderlijke organisaties voor de eigen organisatie is onderzocht of het gezamenlijk uitvoeren van bedrijfsvoeringstaken op het terrein van P&O, algemeen bestuurlijke zaken en inkoop leidt tot efficiencyvoordelen. In een bestuurlijk overleg tussen de 4 GR-en is o.a. geconcludeerd dat er geen toegevoegde waarde, kostenreductie en/of efficiencywinst te behalen is in het anders organiseren van de 100437-1856\SVE\HLE\-22
Daarnaast zal via de Portefeuillehoudersoverleggen extra nadruk gelegd worden op de concretisering en realisatie daarvan in eigen gemeente.
De samenwerkingsorganisatie MRE heeft de laatste jaren geen stijging in kosten gehad anders dan de indexering, zoals deze met de 4 verbonden partijen is afgesproken. De taken welke in regionaal verband worden uitgevoerd zijn lokale opgaven welke bovenlokaal met elkaar worden opgepakt. De toegevoegde waarde zit daarin onder andere in een betere bovenregionale positionering. Voorbeelden daarvan zijn een NOVI-gebied de Peel of de gezamenlijke Herstelaanpak.
Vanuit het perspectief van de MRE wordt op basis van de reeds uitgevoerde onderzoeken geen aanleiding gezien in de meerwaarde om hier een extern bureau een uitgebreid onderzoek naar te laten doen. De organisatie MRE betreft een kleine organisatie met een compacte ondersteuning op de bedrijfsvoeringstaken, zoals P&O. Daarnaast is de afgelopen jaren al een forse reductie behaald door het wegsnijden van diverse bedrijfsvoeringstaken als afronding van de transformatie SRE-MRE. Voorbeelden zijn daarbij vervallen van ondersteuning P&O, financiën en facilitaire zaken. Een verdere kostenreductie wordt vanuit het perspectief van de MRE dan ook niet als realistisch gezien.
Geen aanpassing
bedrijfsvoering, dus ook in die van de Metropoolregio Eindhoven. Het verbaast gemeente dat de organisaties hun eigen efficiency in bedrijfsvoering beoordelen. Geldrop-Mierlo stelt de leden van de Metropoolregio Eindhoven voor het Dagelijks Bestuur een taakstelling mee te geven om tot kostenreductie op bedrijfsvoering te komen. Thema Samenwerking en Strategie -Inhoud Werkprogramma Het concept-Werkprogramma geeft inderdaad in hoofdlijnen de acties op de regionale opgaven, dit op de thema’s vanuit de vier overleggen portefeuillehouders. De input is daarnaast besproken op de Metropoolconferentie.
Gemert-Bakel
Geldrop-Mierlo kan zich echter voorstellen dat in het Werkprogramma, naast de regionale opgaven, ook acties worden opgenomen over dossiers als Gulbergen, Attero, het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven en over de uitwerking van verdergaande (regionale) samenwerking, efficiencymaatregelen en besluitvormingsprocessen. Gemeente verzoekt u daar in het volgende Werkprogramma ook aandacht aan te schenken. -Concreetheid Daarnaast vraagt gemeente u in de toekomst nog concretere beschrijvingen van de resultaten, de taken en werkzaamheden van uw organisatie in uw begrotingen en werkprogramma's op te nemen. Gemert-Bakel stemt in met het conceptWerkprogramma 2021 MRE. Wij zien dat de ingezette koers van 2020 wordt voortgezet en het programma zich richt op het behalen van resultaten. Dat we samen sterker staan zien we terug in de praktijk, nu de Coronacrisis de uitdaging om onze ambities waar te maken nog groter heeft gemaakt.
100437-1856\SVE\HLE\-23
We hebben uw opmerking inzake Gulbergen, RHCe en verdergaande (regionale) samenwerking opgenomen als aandachtspunten bij volgende werkprogramma’s en de doorontwikkeling van het Samenwerkingsakkoord.
We hebben uw opmerking inzake concreetheid meegenomen. Op onderdelen is het Werkprogramma 2021 daar reeds verder op aangescherpt, zoals in de reactienota is terug te lezen. De reactie wordt als ondersteuning gezien dat we met elkaar op de goede weg zijn.
Geen wijziging in het Werkprogramma. Opmerkingen worden meegenomen in de doorontwikkeling van het Samenwerkingsakkoord.
Heeze-Leende
Gemeente geeft nog de volgende aandachtspunten mee: Thema Samenwerking en Strategie -Verbinding thema’s Er is helder weergegeven wat de inhoud en activiteiten zijn onder de verschillende thema’s. Ook wordt genoemd dat er een sterke verbinding is tussen de verschillende onderwerpen. Er mist echter nog een uitwerking hoe de verbinding tussen de verschillende thema’s wordt vormgegeven in proces en planvorming. Hoe vindt afstemming plaats en op welke manier wordt dit meegenomen? -Aanleveren stukken Agenda’s en stukken graag eerder aanleveren, zodat deze in de subregio’s en gemeenten beter voorbereid kunnen worden voordat input geleverd wordt aan de diverse Portefeuillehoudersoverleggen MRE. Akkoord, geen zienswijze Met een motie is aangegeven, dat er behoefte is aan meer duidelijkheid over wat de input en outcome voor Heeze-Leende is.
Naast het agenderen van alle thema’s als aandachtspunt in de 4 Portefeuillehoudersoverleggen wordt in het Dagelijks Bestuur ook via themasessies aandacht geschonken aan de verbinding tussen de thema’s. Daarnaast zal ook via de lijn van Brede Welvaart door kennissessies voor raadsleden, colleges en ambtenaren de verbinding worden gelegd op de thema’s.
In de voorbereidingen richting Portefeuillehoudersoverleggen en andere gremia trachten we een balans te vinden tussen tijdige aanlevering en het nog meenemen van de meest actuele informatie. De reactie wordt als ondersteuning gezien dat we met elkaar op de goede weg zijn. M.b.t. de regionaal gegenereerde output is deze naast de resultaten zoals: - Instemming met Meerjarenplanning en Financiering Brainport Development 20212024; - Oplevering van het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport Eindhoven met bijhorende afspraken met de Rijksoverheid; - Regionale Mobiliteitsagenda met bijbehorend programma 2021; - Vaststelling van het Streefbeeld Landelijk Gebied; - Vaststelling van de concept-RES; - Vaststelling van de Omgevingsagenda Zuidoost Brabant Ook de verdeling dat gemeenten hier zelf voor de uitvoering aan de lat staan. Het regionaal afstemmen en een lobby uitvoeren naar Provincie en Rijk rondom verbeteren van de mobiliteit draagt bijvoorbeeld ook bij aan de afname van sluipverkeer door kernen en wijken van Heeze-Leende. Waarmee de
100437-1856\SVE\HLE\-24
Continu aandacht voor tijdige aanlevering stukken.
Helmond
In de concreetheid ziet Helmond een verbetering. Gemeente waardeert de terugblikken op behaalde resultaten en de doorkijk naar 2021 én 2022. Ook waardeert gemeente hoe de gemeenten betrokken worden bij de totstandkoming. Samenwerken levert resultaten Vorig jaar benadrukte Helmond alert te zijn op ontwikkelingen van invloed op de strategische positie van de regio. Een voorbeeld daarvan in 2020 was de ontwikkeling van een regio-brede Herstelaanpak Breed Economisch Vestigingsklimaat in reactie op de onvoorziene Coronapandemie. Onze complimenten daarvoor. Er zijn ook andere resultaten behaald in 2020: - Instemming met Meerjarenplanning en Financiering Brainport Development 2021-2024; - Oplevering van het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport Eindhoven met bijhorende afspraken met de Rijksoverheid; - Regionale Mobiliteitsagenda met bijbehorend programma 2021; - Vaststelling van het Streefbeeld Landelijk Gebied; - Vaststelling van de concept-RES; - Vaststelling van de Omgevingsagenda Zuidoost Brabant Regionale samenwerking loont ! Als we hierin blijven investeren dan kunnen we de potenties van onze regio nog beter benutten en onze missie realiseren. De aandacht voor regio’s neemt toe De rol van regio’s in het openbaar bestuur neemt toe. Met de “Thorbeckebrief 2019” zette Minister Ollongren in op het beter toerusten van
100437-1856\SVE\HLE\-25
veiligheid op wijk en buurtniveau toeneemt. Ditzelfde geldt voor een gezamenlijk Streefbeeld Landelijk Gebied, dat bijdraagt aan de unieke kenmerken van HeezeLeende en daarmee aan de fysieke leefomgeving. De reactie wordt als ondersteuning gezien dat we met elkaar op de goede weg zijn.
We delen uw mening dat we trots mogen zijn op de resultaten binnen de inhoudelijke dossiers. Dit is het resultaat van een gezamenlijke inspanning van u en uw 20 collegagemeenten.
De rol van de regio als ‘schakelkast’ tussen de verschillende schaalniveaus wordt steeds scherper neergezet, zowel door Rijk als Provincie. Deze ontwikkeling zien wij terug
medeoverheden vanwege hun groeiende verantwoordelijkheden, op gerichter regionaal samenwerken en op het versterken van de verbondenheid met inwoners (democratische legitimatie). Een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen is nu in procedure. Er is groeiende aandacht voor welvaart op regionaal niveau, getuige het groeiende aantal regiodeals en de recente publicatie van de Regionale Monitor Brede Welvaart. Gemeente verwacht in het Regeerakkoord ná de Tweede Kamer verkiezingen van maart 2021 deze trends ook terug te zien. Thema Samenwerking en Strategie -De Metropoolregio Eindhoven moet haar rol pakken en kansen benutten Tegen de achtergrond van de groeiende betekenis van de regio en het belang van regionale samenwerking daarbij dienen wij met onze samenwerking in de Metropoolregio Eindhoven onze rol te pakken en kansen te benutten. Meer dan andere samenwerkingsverbanden in onze regio, zoals Brainport, is de MRE het verlengd lokaal bestuur, met door de raden aangewezen vertegenwoordigers in het Algemeen Bestuur. Helmond ziet dit in 2021 graag verder uitgewerkt in de lange termijn strategie voor de regio, met daarbij aandacht voor de Brede Welvaartsontwikkeling van onze regio. De aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling MRE dient ook de kansen, die de wijziging Wgr gaat bieden, maximaal te benutten.