Toelichting Bijlage 22 - Explosievenonderzoek
Tekst van het document
139-019-VO-01
Pagina 32 van 72
V e rm o e d e lijk era k e ti n sla g e n1 7se p te m b e r1 9 4 4(lu ch tf o to2o kto b e r1 9 4 4 )
Le g e n d a O n d e rzo e ksg e b ie d K ra te r
B e sch a d ig d eb e b o u w in gn ad eb e vrijd in g(Lu ch tf o to2 8 -8 -1 9 4 5 )
Le g e n d a O n d e rzo e ksg e b ie d B e sch a d ig d eB e b o u w in g
4 HET CONTRA-INDICATIE ONDERZOEK In het onderzoeksgebied kunnen na de oorlog activiteiten hebben plaatsgevonden die de kans op de aanwezigheid van Conventionele Explosieven kunnen beïnvloeden. Er kan sprake zijn van grondroerende werkzaamheden zoals ontgravingen, de aanleg van wegen en watergangen, agrarische activiteiten en de bouw van opstallen, waarbij verondersteld mag worden dat bij deze werkzaamheden eventuele aangetroffen CE zijn gemeld en geruimd. Er kunnen tevens activiteiten hebben plaatsgevonden waarbij grond is aangevoerd welke mogelijk CE bevatten (redepositie). Het vaststellen van naoorlogse grondroerende activiteiten gebeurt conform het WSCS-OCE deels aan de hand van een beeldvergelijking van naoorlogse luchtfoto’s en satellietbeelden met luchtfoto's uit het tijdvak 1940-1945. Het onderzoek is in beeld gebracht met naoorlogse opnamen van 1949, 1964, 1987 en 1992. De beeldvergelijking toont dat er diverse werkzaamheden op het AKZO-terrein hebben plaatsgevonden, waarbij de grond is geroerd. In de hieropvolgende Risicoanalyse zal er verder op naoorlogse werkzaamheden worden ingegaan. De beeldvergelijking is te raadplegen op de volgende pagina’s.
139-019-VO-01
Pagina 35 van 72
1 9 4 4
1 9 4 9
/
Le g e n d a O n d e rzo e ksg e b ie d W e rkza a m h e d e n
E sriN e d e rla n d ,C o m m u n ityM a pC o n trib u to rs
D a tu m : 1 4m a a rt2 0 1 9 Sch a a l: 1 :1 .7 0 0 P ro je ctN r: 1 3 8 -0 1 9 T e k e n in gN r: 1 3 8 -0 1 9 -B V -0 1 O p d ra ch tg e v e r: K LO K G ro e p C o p yrigh t2 0 1 9E xp lo siveC le aran ceG ro u p
01 02 0
4 0
M e te r 6 0
B E Z O E K A D R E S
N ie u w e w e g2 1 2 6 6 0 3B VW ijch e n P O S T A D R E S
P o stb u s3 3 2 6 5 0 0A HN ijm e g e n C O N T A C T G E G E V E N S
E -m a il:in fo @ e cg-gro u p .n l T e le fo o n :0 2 4 -6 4 5 2 4 0 9 w w w .e cg-gro u p .n l
1 9 4 9
1 9 6 4
/
E sriN e d e rla n d ,b e e ld m a te ria a l.n l
Le g e n d a O n d e rzo e k sg e b ie d N a o o rlo g sew e rk za a m h e d e n
E sriN e d e rla n d ,C o m m u n ityM a pC o n trib u to rs
D a tu m : 1 4m a a rt2 0 1 9 Sch a a l: 1 :1 .7 0 0 P ro je ctN r: 1 3 8 -0 1 9 T e k e n in gN r: 1 3 8 -0 1 9 -B V -0 2 O p d ra ch tg e v e r: K LO K G ro e p C o p yrigh t2 0 1 9E xp lo siveC le aran ceG ro u p
01 02 0
4 0
M e te r 6 0
B E Z O E K A D R E S
N ie u w e w e g2 1 2 6 6 0 3B VW ijch e n P O S T A D R E S
P o stb u s3 3 2 6 5 0 0A HN ijm e g e n C O N T A C T G E G E V E N S
E -m a il:in fo @ e cg-gro u p .n l T e le fo o n :0 2 4 -6 4 5 2 4 0 9 w w w .e cg-gro u p .n l
1 9 6 4
1 9 8 7
/
Le g e n d a O n d e rzo e ksg e b ie d W e rkza a m h e d e n
E sriN e d e rla n d ,C o m m u n ityM a pC o n trib u to rs
D a tu m : 1 4m a a rt2 0 1 9 Sch a a l: 1 :1 .7 0 0 P ro je ctN r: 1 3 8 -0 1 9 T e k e n in gN r: 1 3 8 -0 1 9 -B V -0 3 O p d ra ch tg e v e r: K LO K G ro e p C o p yrigh t2 0 1 9E xp lo siveC le aran ceG ro u p
01 02 0
4 0
M e te r 6 0
B E Z O E K A D R E S
N ie u w e w e g2 1 2 6 6 0 3B VW ijch e n P O S T A D R E S
P o stb u s3 3 2 6 5 0 0A HN ijm e g e n C O N T A C T G E G E V E N S
E -m a il:in fo @ e cg-gro u p .n l T e le fo o n :0 2 4 -6 4 5 2 4 0 9 w w w .e cg-gro u p .n l
1 9 8 7
1 9 9 2
/
Le g e n d a O n d e rzo e ksg e b ie d W e rkza a m h e d e n
E sriN e d e rla n d ,C o m m u n ityM a pC o n trib u to rs
D a tu m : 1 4m a a rt2 0 1 9 Sch a a l: 1 :1 .7 0 0 P ro je ctN r: 1 3 8 -0 1 9 T e k e n in gN r: 1 3 8 -0 1 9 -B V -0 4 O p d ra ch tg e v e r: K LO K G ro e p C o p yrigh t2 0 1 9E xp lo siveC le aran ceG ro u p
01 02 0
4 0
M e te r 6 0
B E Z O E K A D R E S
N ie u w e w e g2 1 2 6 6 0 3B VW ijch e n P O S T A D R E S
P o stb u s3 3 2 6 5 0 0A HN ijm e g e n C O N T A C T G E G E V E N S
E -m a il:in fo @ e cg-gro u p .n l T e le fo o n :0 2 4 -6 4 5 2 4 0 9 w w w .e cg-gro u p .n l
1 9 9 2
H e d e n d a a gsesitu a ti e
/
S o u rce :E sri, D ig ita lG lo b e ,G e o E y e ,E a rth sta rG e o g ra p h ics, C N E S /A irb u sD S ,U S D A ,U S G S ,A e ro G R ID , IG N ,a n dth eG ISU se rC o m m u n ity
Le g e n d a O n d e rzo e ksg e b ie d W e rkza a m h e d e n
E sriN e d e rla n d ,C o m m u n ityM a pC o n trib u to rs
S o u rce :E sri, D ig ita lG lo b e ,G e o E y e ,E a rth sta rG e o g ra p h ics, C N E S /A irb u sD S ,U S D A ,U S G S ,A e ro G R ID , IG N ,a n dth eG ISU se rC o m m u n ity
D a tu m : 1 8m a a rt2 0 1 9 Sch a a l: 1 :1 .7 0 0 P ro je ctN r: 1 3 8 -0 1 9 T e k e n in gN r: 1 3 8 -0 1 9 -B V -0 5 O p d ra ch tg e v e r: K LO K G ro e p C o p yrigh t2 0 1 9E xp lo siveC le aran ceG ro u p
01 02 0
4 0
M e te r 6 0
B E Z O E K A D R E S
N ie u w e w e g2 1 2 6 6 0 3B VW ijch e n P O S T A D R E S
P o stb u s3 3 2 6 5 0 0A HN ijm e g e n C O N T A C T G E G E V E N S
E -m a il:in fo @ e cg-gro u p .n l T e le fo o n :0 2 4 -6 4 5 2 4 0 9 w w w .e cg-gro u p .n l
5 RISICOANALYSE 5.1
DOEL
De Risicoanalyse CE heeft het doel om de risico’s van te verwachten CE te beoordelen in relatie tot het toekomstige gebruik van het projectgebied. In de Risicoanalyse CE worden tevens eventuele maatregelen beschreven om vastgestelde risico’s te kunnen beheersen, teneinde de opdrachtgever van een gedegen conclusie en advies te kunnen voorzien. De commissie Vooronderzoek & risicoanalyse van branchevereniging Vereniging Explosieven Opsporing (VEO) heeft een methode opgesteld voor het uitvoeren van een Risicoanalyse CE. Hoewel deze niet verplicht is gesteld, dient deze methode wel als leidraad voor het opstellen van deze analyse. De Risicoanalyse CE bestaat hierbij onder andere uit de volgende onderwerpen: • Vaststellen gebied / verdachte locaties Risicoanalyse CE; • Aanvullingen op het uitgevoerde vooronderzoek; • Vaststellen locatiespecifieke omstandigheden; • Identificatie toekomstig gebruik; • Identificatie van invloeds-, gevaar en uitwerkingsfactoren; • Beoordeling van de risico’s; • Conclusie en advies.
5.2
VASTSTELLEN PROJECTGEBIED
De gegevens voor het bepalen van de afbakening van het projectgebied zijn door middel van kaartmateriaal aangeleverd door de opdrachtgever en zijn overgenomen in de geaccordeerde aanbieding voor dit onderzoek. Een beschrijving van het onderzoeksgebied is opgenomen in paragraaf 1.5 van het vooronderzoek.
5.3
AANVULLINGEN OP HET UITGEVOERDE VOORONDERZOEK
Aanvullingen van het vooronderzoek zijn voor deze onderzoekslocatie niet van toepassing.
5.4
ANALYSE UITKOMST VOORONDERZOEK
In het vooronderzoek is vastgesteld dat het onderzoeksgebied is beschoten door artillerie. Dit blijkt onder andere uit War Diaries van geallieerde regimenten die het onderzoeksgebied hebben bevrijd, uit luchtfoto’s en uit fotomateriaal van de Beeldbank van het Gelders Archief. Bij een verdacht gebied op verschoten munitie moet rekening worden gehouden met een indringingsdiepte van verschoten CE tot 2 m-MV.
139-019-VO-01
5.5
VASTSTELLEN LOCATIESPECIFIEKE OMSTANDIGHEDEN
In deze paragraaf worden de voor deze Risicoanalyse CE relevante locatiespecifieke omstandigheden in beeld gebracht. Het betreft de bodemopbouw, bodemgebruik, de historische ontwikkeling van het terrein, ondergrondse infrastructuur en archeologie. 5.5.1
BODEMOPBOUW
Bij het Dinoloket zijn gegevens opgevraagd over de bodemopbouw ter plaatse van het onderzoeksgebied. De onderstaande uitsnede toont de gegevens van een boormonsterprofiel waaruit kan worden afgelezen uit welke lagen de bodem is opgebouwd. Hieruit blijkt dat de eerste +/- 35 meter van de ondergrond voornamelijk bestaat uit zand van de grove categorie.
Figuur 11: Boormonsterprofielen van het Dinoloket.
139-019-VO-01
5.5.2
BODEMGEBRUIK
Tevens is nagegaan wat de huidige status van het bodemgebruik is in het projectgebied. Het bodemgebruik in Nederland wordt geregistreerd in de open dataset CBS Bodemgebruik en beschikbaar gesteld via de website van het PDOK. Het bodemgebruik in het gehele onderzoeksgebied wordt geclassificeerd als ‘bedrijfsterrein’.
Figuur 12: projectie van het onderzoeksgebied op de open dataset CBS Bodemgebruik (2012).
139-019-VO-01
5.5.3
HISTORISCHE ONTWIKKELING
Voor wat betreft bovengrondse bebouwing kan worden gesteld dat er nauwelijks nog bebouwing aanwezig is in het onderzoeksgebied. De fabrieken zijn in de periode na de oorlog grotendeels gesloopt. De website www.arnhem.nl gaat uitvoeriger in op deze naoorlogse ontwikkelingen van het AKZO-terrein: “In de jaren '50 volgden opnieuw grote uitbreidingen binnen het complex, waaronder het gebouw "Zuid" en de gehoorzaal, welke deel uitmaakt van de uitbreiding "Noord". Met de groei van het bedrijf ontstond ook de behoefte aan een nieuw hoofdkantoor. De directie en administratieve afdelingen waren tot dan toe gehuisvest in onder meer enkele villa's aan de Velperweg. In 1955 werd begonnen met de bouw van een fors centraal kantoorgebouw, dat een prominente plaats kreeg aan de Velperweg, waardoor aan deze zijde enkele van de oude villa's moesten wijken, onder meer villa "de Enk", waarnaar het nieuwe clubgebouw (naast het hoofdkantoor) uiteindelijk werd genoemd. Het evenwijdig aan de Velperweg gelegen gebouw was bestemd voor de directie en een aantal centrale diensten. De loodrecht op dit gebouw aansluitende achterbouw huisvestte de administratieve diensten. De bouw van het nieuwe AKU-hoofdkantoor werd in twee fasen uitgevoerd. De voorbouw was in 1956 grotendeels gereed. Met de bouw van de grote achtervleugel moest toen nog worden begonnen.
In 1960 vond de officiële opening van het complex plaats. Na enkele eerdere fusies fuseerde in 1969 de Algemene Kunst zijde Unie (AKU), een Nederlands-Duitse fabrikant van kunstvezels, met Koninklijke Zout Organon, actief in onder andere chemie, geneesmiddelen en verf, en ging het bedrijf AKZO heten. In 1985 werd besloten tot de bouw van een nieuw hoofdkantoor, dat na de sloop van de laatste villa's (San Luca, Iwalt en Bella Vista) vanaf 1990 werd gerealiseerd. Het ontwerp van architecten J. Schrieke en E. van Dijk van B&D Architecten, is opgebouwd uit meerdere deelvolumen, die verwijzen naar oorspronkelijke villabebouwingen aan de Velperweg. Het bedrijf Akzo Nobel werd in 1994 gevormd door overname van Nobel Industries door AKZO. Dit bedrijf maakt ondermeer hulpchemicaliën voor de papierindustrie. Een deel van het terrein is in 2002 door AkzoNobel verkocht aan Velperparc bv. (Klaassen/Bam), die een gedeelte heeft doorgeleverd aan Cocon vastgoed Management bv. Door de nieuwe eigenaren worden plannen ontwikkeld voor zowel hergebruik van bestaande bebouwing (hoofdkantoor de Enk), als voor enkele nieuw te realiseren appartementengebouwen.” 35 5.5.4
ONDERGRONDSE INFRASTRUCTUUR
Naast de bovengrondse bebouwing is het om twee redenen van belang om de ligging van ondergrondse kwetsbare infrastructuur te achterhalen. Ten eerste om te bepalen of de bodem naoorlogs geroerd is en ten tweede om te bepalen op welke wijze CE eventueel opgespoord kunnen worden. Over het algemeen kan worden gesteld dat kabels, leidingen en riolen gelden als contraindicatie omdat explosieven ter hoogte van de kabel- en leidingtracés zullen zijn aangetroffen en geruimd. Daarnaast geldt dat kabels en leidingen de detectieresultaten ernstig verstoren, waardoor 35 www.arnhem.nl (13-3-2019).
139-019-VO-01
op basis van de detectieresultaten geen uitspraak gedaan kan worden over de mogelijke aanwezigheid van CE. Het bepalen van de aanwezigheid van deze objecten is dan ook van belang voor het vaststellen van een alternatieve opsporingsmethode ter plaatse. In maart 2019 is een KLIC-melding gedaan bij het Kadaster te Zwolle. 36 Resultaat van deze melding is de wetenschap dat er zich in het verdachte gebied diverse kabels en leidingen bevinden. Zie hiervoor de tekening op de volgende pagina. De beheerders en typen infrastructuur zijn als volgt op te sommen: 1. KPN (datatransport) 2. V.d. Donk BBAH (datatransport) 3. Relined (datatransport) 4. Trent (datatransport) 5. Vitens (water) 6. AKZO Nobel Nederland BV (water) 7. AKZO Nobel Nederland BV (datatransport) 8. AKZO Nobel Nederland BV (gas hoge druk) 9. AKZO Nobel Nederland BV (hoogspanning) 10. AKZO Nobel Nederland BV (laagspanning) 11. AKZO Nobel Nederland BV (overig) 12. AKZO Nobel Nederland BV (petrochemie) 13. AKZO Nobel Nederland BV (riool) 14. AKZO Nobel Nederland BV (warmte) 15. Liander (middenspanning) 16. Liander (gas lage druk) 17. Liander (laagspanning) 18. Ziggo BV (datatransport) 19. Eurofiber (datatransport)
36 Vermeld dient te worden dat de gegevens omtrent ondergrondse infrastructuur zoals deze door de uitgevoerde
oriëntatie zijn verkregen, een geldigheidsduur hebben van maximaal 20 werkdagen na aanvraag.
139-019-VO-01
5.5.5
ARCHEOLOGIE
De Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) bevat een vlakdekkende en landsdekkende classificatie van de trefkans op archeologische resten. Deze trefkans is gebaseerd op een kwantitatieve analyse en op archeologisch inhoudelijke kennis van het bodemarchief. De kaart geeft een globaal beeld van de trefkans op archeologische resten in de bodem en onder water. Deze trefkans wordt per gebied van 50 bij 50 meter aangegeven met een van de categorieën: ‘hoge', ‘middelhoge', ‘lage' of ‘zeer lage' trefkans, dan wel: ‘niet gekarteerd'. Op basis van de IKAW kan gesteld worden dat er geen feitelijk beeld is van de trefkans op archeologische waarde, omdat het projectgebied als ‘niet gekarteerd’ is geclassificeerd.
Figuur 13: Uitsnede van de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW).
139-019-VO-01
5.6
ARCHIEFONDERZOEK NAOORLOGSE WERKZAAMHEDEN
Door ECG is archiefonderzoek verricht in het Gelders Archief te Arnhem met betrekking tot naoorlogse werkzaamheden op het AKZO-terrein. De volgende foto is aangetroffen, waarop te zien is dat een gedeelte van het terrein wordt bewerkt. Met een bulldozer wordt de bovenste grondlaag geroerd.
Figuur 14: Opspuiten van het AKZO terrein, 30-12-1953. Bron: Beeldbank Gelders Archief, Collectie 3019 AKZO foto’s/negatieven.
Er zijn geen documenten aangetroffen over de sloop van de voormalige fabrieksgebouwen op het ENKA-terrein.
139-019-VO-01
5.7
IDENTIFICATIE TOEKOMSTIG GEBRUIK
Ten behoeve van de Risicoanalyse CE wordt het toekomstig gebruik van het projectgebied achterhaald en wordt geïnventariseerd en beschreven welke handelingen er op welke wijze in of op de bodem kunnen optreden. Uit gegevens van de opdrachtgever blijkt dat een gedeelte van het AKZO-terrein zal worden herontwiikkeld tot woonwijk. Het gebied zal in de toekomst dus een woonfunctie gaan vervullen. Hiervoor gaan de volgende werkzaamheden plaatsvinden: • Slopen, inclusief funderingen tot 1 a 1,5 m-mv; • Saneren op plot 3.2; • Aanbrengen leeflaag op de helft van plot 3.1; • Herinrichting op 50.000 m2;
•
Nieuwbouw van voornamelijk grondgebonden woningen zonder kelder.
Door de opdrachtgever is de onderstaande werktekening aangeleverd.
Figuur 15: Tekening deellocaties AKZO-terrein te Arnhem.
139-019-VO-01
6 LEEMTEN IN KENNIS
Van eventuele meldingen of ruimingen van (vermoede) explosieven in of direct grenzend aan het onderzoeksgebied zijn over de periode 1940-1944 en 1948-1970 geen gegevens meer bekend bij de EOD en het SSA.
De locatiegegevens van een aantal van de door de EOD uitgevoerde ruimingen waren te summier om hieraan een exacte locatie aan te koppelen.
Er heeft geen controle plaatsgevonden of de ontleende adresgegevens corresponderen met mogelijk in de loop van de jaren veranderde huisnummering, straatnamen of perceelindelingen.
ECG heeft een inventarisatie gemaakt van luchtfoto’s van relevante data en kwaliteit. Hieruit bleek dat er geen luchtopnamen beschikbaar zijn die het onderzoeksgebied net na de bevrijding in beeld brengen.
ECG beschikt niet over de complete informatie aangaande de maatvoering van de naoorlogse grondroerende werkzaamheden.
139-019-VO-01
Pagina 50 van 72
7 CONCLUSIE EN ADVIES Het doel van deze studie is het verkrijgen van een, door middel van het verzamelen en verwerken van relevant historisch feitenmateriaal, gefundeerd antwoord op de volgende drie kernvragen: 1. Is het onderzoeksgebied of delen hiervan betrokken geweest bij oorlogshandelingen (indicaties) en is er daardoor sprake van een verhoogd risico op het aantreffen van Conventionele Explosieven oftewel van VERDACHT gebied? Het indicatie-onderzoek wijst uit dat het onderzoeksgebied betrokken is geweest bij oorlogshandelingen in het kader van de bevrijding van Arnhem. In april 1945 werd de fabriek aangewezen als artilleriedoel en door beschietingen en gevechten beschadigd. De schade is zichtbaar op foto’s die net na de bevrijding van de ENKA fabriek werden gemaakt. 2. Zijn er gebeurtenissen (contra-indicaties) die een aanwijzing vormen dat een (mogelijk VERDACHT) gebied als ONVERDACHT kan worden aangemerkt? In de periode na de oorlog hebben er grondroerende werkzaamheden in het onderzoeksgebied plaatsgevonden. Ten eerste is de ontwikkeling van het terrein met behulp van een beeldvergelijking tussen luchtfoto’s uit de periode 1940-1945 en naoorlogse luchtfoto’s in beeld gebracht. Hierop is te zien dat de fabriekspanden die er tijdens de oorlog stonden, naoorlogs gefaseerd zijn gesloopt.
Tevens zijn er na de oorlog enkele gebouwen en parkeerplaatsen aangelegd en weer afgebroken. ECG heeft tevens een KLIC melding gedaan, waarmee is vastgesteld dat er over het gehele terrein naoorlogse kabels en leidingen in de grond liggen. Bij de aanleg van deze kabels en leidingen is de grond in het onderzoeksgebied geroerd. Tot slot is op een foto uit 1953 te zien dat er werkzaamheden hebben plaatsgevonden waarbij een bulldozer grond heeft verzet. Het is niet feitelijk achterhaald tot welke diepte de grond in het onderzoeksgebied naoorlogs is geroerd. Gezien de aard en de schaal van de achterhaalde grondroerende werkzaamheden wordt het door ECG aannemelijk geacht dat eventuele achtergebleven explosieven uit de Tweede Wereldoorlog reeds zullen zijn aangetroffen en geruimd, ten minste tot op de diepte van maximaal 1,5 m-MV van de toekomstig geplande werkzaamheden. Derhalve wordt het onderzoeksgebied vanwege de achterhaalde contra-indicaties aangemerkt als ‘onverdacht’ op het aantreffen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Dit geldt voor de naoorlogs geroerde laag. 3. Indien er sprake is van VERDACHT gebied wat is dan de (sub)soort, hoeveelheid, verschijningsvorm van de vermoede Conventionele Explosieven? Het onderzoeksgebied is aangemerkt als ‘onverdacht’. Derhalve is deze vraag niet van toepassing.
139-019-VO-01
Pagina 51 van 72
ECG adviseert u om de geplande bodemroerende werkzaamheden op reguliere wijze uit te voeren. Tevens wordt u geadviseerd om de uitvoerende partijen op de hoogte te stellen van het ‘Protocol Spontane Vondst’ dat in Bijlage 5 van deze rapportage is opgenomen. Mochten er alsnog munitie(gelijkende) objecten in het werkgebied worden aangetroffen, dan wordt u geadviseerd om de werkzaamheden direct te staken en de lokale politie van deze vondst op de hoogte te stellen. Tevens wordt u geadviseerd om in een dergelijke situatie contact op te nemen met een WSCS-OCE gecertificeerd opsporingsbureau en gezamenlijk vast te stellen of opschaling van de opsporingswerkzaamheden noodzakelijk is.
139-019-VO-01
Pagina 52 van 72
8 OVERZICHT VAN GEHANTEERDE BRONNEN Literatuur: Amersfoort, H. en P. Kamphuis (red.), Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (Den Haag 2005). Dendermonde, M., Nieuwe tijden, nieuwe schakels. De eerste vijftig jaren van de A.K.U. (Wormerveer, z.j.). Evans, M.M., De slag om Arnhem (Andover, Hampshire 1998). Eversteijn, T., Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945 (z.p. z.j.). Farrar-Hockley, A., Arnhem; Parachutisten vallen uit de hemel (Antwerpen 1972). Huurman, C., Het spoorwegbedrijf in oorlogstijd, 1939-'45 (2001). Iddekinge, P.R.A. van, Arnhem 44/45: evacuatie, verwoesting, plundering, bevrijding, terugkeer (Arnhem 1981). Kerkhoffs, B., Driemaal Arnhem: vijf jaar oorlog om 30 kilometer! (Arnhem 1982). Klaverstijn, B., Samentwijnen; Via fusie naar integratie. Uitgegeven door Enka BV, Arnhem ter gelegenheid van haar 75-jarig bestaan (z.p. 1986). Peters, C., Gelderland bevrijd (Hulst 1994). Sectie Krijgsgeschiedenis van den Generalen Staf, Beknopt overzicht van de krijgsverrichtingen der Koninklijke Landmacht 10-19 mei 1940 (Leiden 1947). Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil…: kroniek van een luchtoorlog, deel 1 (Den Haag 1990). Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil…: kroniek van een luchtoorlog, deel 2 (Den Haag 1993).
Overige rapportages/documentatie: Beoordelingsrichtlijn voor het Procescertificaat “Opsporen Conventionele Explosieven (OCE)” versie 2007-02 (8 februari 2007). Deltares, Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven Kenmerk 1210497000-GEO-0002 (z.p. 2014). Deltares, Ontwerp voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven Kenmerk 1210497-000-GEO-0002-gbh (z.p. 24 maart 2015) Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Jaarplan 2015 (Den Haag 2014). Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945, Verliesregister 1939-1945. Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (Den Haag 2008). T&A Survey, Historisch vooronderzoek naar de aanwezigheid van niet gesprongen conventionele explosieven ter plaatse van spoortracé Arnhem - Zutphen, rapportnummer ROZ154 (Amsterdam, 04-06-2012). Vereniging voor Explosieven Opsporing, Handreiking vooronderzoeken BRL-OCE versus WSCSOCE. Notitie 3VEO-VOO.05667.V (Geldermalsen 16 april 2013). Werkveld specifiek Certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE: 2012, versie 1), Staatscourant 2012 nr. 4230 (Den Haag 2012) 106144.
139-019-VO-01
Pagina 53 van 72
Internet: http://ahn.nl Htp://arnhem.nl http://cultureelerfgoed.nl http://dotkadata.nl http://explosievenopsporing.nl http://geheugenvannederland.nl http://maps.google.nl Archieven: Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg (Duitsland) Explosieven Opruimingsdienst van het ministerie van Defensie te Rijswijk en Soesterberg Gelders Archief te Arnhem Luchtfotoarchief Topografische Dienst/Kadaster te Zwolle Nationaal Archief te Den Haag National Archives te London (Engeland) National Archives and Records Administration te Washington (VS) National Collection of Aerial Photography/The Aerial Reconnaissance Archives/Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh (Schotland) National Air Photo Library te Ottowa (Canada) Nederlands Instituut voor Militaire Historie te Den Haag NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust – en Genocidestudies Semistatische archiefdiensten Ministerie Defensie te Rijswijk Speciale Collecties Wageningen University te Wageningen Bundesarchiv-Militärarchiv RL 2-II GENERALSTAB DER LUFTWAFFE/LUFTWAFFENFÜHRUNGSSTAB
INV.NR.: OMSCHRIJVING: 4 5. Abteilung (Ic; Feindaufklärung, Abwehr, geistige Betreuung) 4.1 Lagemeldungen, Lageberichte 205 Lageberichte Nr.246-Nr.258, 9. Mai 1940 – 21. Mai 1940 206 Lageberichte Nr.259-Nr.264, 22. Mai 1940 – 27. Mai 1940 207 Lageberichte Nr.265-Nr.270, 28. Mai 1940 – 1. Juni 1940 208 Lageberichte Nr.271-Nr.276, 3. Juni 1940 – 7. Juni 1940 209 Lageberichte Nr.277-Nr.282, 9. Juni 1940 – 13. Juni 1940 210 Lageberichte Nr.283-Nr.290, 15. Juni 1940 – 21. Juni 1940 211 Lageberichte Nr.292-Nr.298, 23. Juni 1940 – 29. Juni 1940 211a 1. Juli 1940 – 5. Juli 1940 212 Lageberichte Nr.305-Nr.317, 7. Juli 1940 – 19. Juli 1940 213 Lageberichte Nr.319-Nr.330, 21. Juli 1940 – 1. Aug. 1940 214 Lageberichte Nr.375-Nr.382, 15. Sept. 1940 – 22. Sept. 1940 215 Lageberichte Nr.383-Nr.391, 23. Sept. 1940 – 1. Okt. 1940 216 Lageberichte Nr.393-Nr.403, 3. Okt. 1940 – 13. Okt. 1940 217 Lageberichte Nr.404-Nr.414, 14. Okt. 1940 – 24. Okt. 1940 218 Lageberichte Nr.415-Nr.425, 25. Okt. 1940 – 4. Nov. 1940 219 Lageberichte Nr.426-Nr.434, 5. Nov. 1940 – 13. Nov. 1940 139-019-VO-01
Pagina 54 van 72
RL 2-II GENERALSTAB DER LUFTWAFFE/LUFTWAFFENFÜHRUNGSSTAB INV.NR.: 220 221 222 223 224 225 226 227 228 229 230 231 232 233 234 235 236 237 238 239 240 241 242 243 244 245 246 247 248 249 250 251 252 253 254 255 256 257 258 259 260 261 262 263 264 265 266 267 268 269 1025
OMSCHRIJVING: Luftlageberichte Nr.435-Nr.440, 14. Nov. 1940 – 19. Nov. 1940 Luftlageberichte Nr.441-Nr.447, 20. Nov. 1940 – 26. Nov. 1940 Luftlageberichte Nr.448-Nr.454, 27. Nov. 1940 – 3. Dez. 1940 Luftlageberichte Nr.455-Nr.463, 4. Dez. 1940 – 12. Dez. 1940 Luftlageberichte Nr.464-Nr.471, 13. Dez. 1940 – 21. Dez. 1940 Luftlageberichte Nr.472-Nr.479, 22. Dez. 1940 – 31. Dez. 1940 Luftlageberichte Nr.480-Nr.488, 1. Jan. 1941 – 9. Jan. 1941 Luftlageberichte Nr.489-Nr.497, 10. Jan. 1941 – 18. Jan. 1941 Luftlageberichte Nr.498-Nr.510, 19. Jan. 1941 – 31. Jan. 1941 Luftlageberichte Nr.511-Nr.519, 1. Feb. 1941 – 9. Feb. 1941 Luftlageberichte Nr.520-Nr.528, 10. Feb. 1941 – 18. Feb. 1941 Luftlageberichte Nr.529-Nr.538, 19. Feb. 1941 – 28. Feb. 1941 Luftlageberichte Nr.539-Nr.546, 1. März 1941 – 8. März 1941 Luftlageberichte Nr.547-Nr.554, 9. März 1941 – 16. März 1941 Luftlageberichte Nr.555-Nr.559, 17. März 1941 – 21 März 1941 Luftlageberichte Nr.560-Nr.562, 22. März 1941 – 24. März 1941 Luftlageberichte Nr.563-Nr.569, 25. März 1941 – 31. März 1941 Luftlageberichte Nr.570-Nr.575, 1. Apr. 1941 – 6. Apr. 1941 Luftlageberichte Nr. 577-Nr. 583, 8. Apr 1941 – 14. Apr. 1941 Luftlageberichte Nr.584-Nr.591, 15. Apr. 1941 – 22 Apr. 1941 Luftlageberichte Nr.592 – Nr.599, 23. Apr. 1941 – 30. Apr. 1941 Luftlageberichte Nr.600 – Nr.605, 1. Mai 1941 – 6.
Mai 1941 Luftlageberichte Nr.606 – Nr.613, 7. Mai 1941 – 14. Mai 1941 Luftlageberichte Nr.614 – Nr.625, 15. Mai 1941 – 26. Mai 1941 Luftlageberichte Nr.626 – Nr.637, 27. Mai 1941 – 7.Juni 1941 Luftlageberichte Nr.638 – Nr.645, 8. Juni 1941 – 15. Juni 1941 Luftlageberichte Nr.646 – Nr.655, 16. Juni 1941 – 25. Juni 1941 Luftlageberichte Nr.656 – Nr.660, 26. Juni 1941 – 30. Juni 1941 Luftlageberichte Nr.661 – Nr.666, 1. Juli 1941 – 6. Juli 1941 Luftlageberichte Nr.667 – Nr.672, 7. Juli 1941 – 12. Juli 1941 Luftlageberichte Nr.673 – Nr.678, 13. Juli 1941 – 18. Juli 1941 Luftlageberichte Nr.679 – Nr.684, 19. Juli 1941 – 24. Juli 1941 Luftlageberichte Nr.685 – Nr.691, 25. Juli 1941 – 31. Juli 1941 Luftlageberichte Nr.692 – Nr.700, 1. Aug. 1941 – 9. Aug. 1941 Luftlageberichte Nr.701 – Nr.707, 10 .Aug. 1941 – 16. Aug. 1941 Luftlageberichte Nr. 708 – Nr.713, 17. Aug. 1941 – 22. Aug. 1941 Luftlageberichte Nr.714 – Nr.719, 23. Aug. 1941 – 28. Aug. 1941 Luftlageberichte Nr.720 – Nr.725, 29. Aug. 1941 – 3.Sept. 1941 Luftlageberichte Nr.726 – Nr.730, 4. Sept. 1941 – 8.Sept. 1941 Luftlageberichte Nr.731 – Nr.736, 9. Sept. 1941 – 14. Sept. 1941 Luftlageberichte Nr.737 – Nr.742, 15. Sept. 1941 – 20. Sept. 1941 Luftlageberichte Nr. 743 – Nr.748, 21. Sept. 1941 – 26. Sept. 1941 Luftlageberichte Nr.749 – Nr.754, 27. Sept. 1941 – 2. Okt. 1941 Luftlageberichte Nr.755 – Nr.760, 3. Okt. 1941 – 9.
Okt. 1941 Luftlageberichte Nr.761 – Nr.765, 10 .Okt. 1941 – 14. Okt. 1941 Luftlageberichte Nr.766 – Nr.769, 15. Okt. 1941 – 18. Okt. 1941 Luftlageberichte Nr.770 – Nr.774, 19. Okt. 1941 – 23. Okt. 1941 Luftlageberichte Nr.775 – Nr.778, 24. Okt. 1941 – 28. Okt. 1941 Luftlageberichte Nr.779 – Nr.785, 28. Okt. 1941 – 3. Nov. 1941 Luftlageberichte Nr.786 – Nr.791, 4. Nov. 1941 – 9. Nov. 1941 Lageberichte Nr.331-Nr.340, 2.- 11. Aug. 1940
139-019-VO-01
Pagina 55 van 72
RL 2-II GENERALSTAB DER LUFTWAFFE/LUFTWAFFENFÜHRUNGSSTAB INV.NR.: 1026 1557
OMSCHRIJVING: Lageberichte Nr.341-Nr.345, 12.- 16. Aug. 1940 Lagebericht Nr. 269, 1. Juni 1940
Gelders Archief 1037 MILITAIR GEZAG IN GELDERLAND, 1941-1948 INV.NR.:
OMSCHRIJVING:
1. Provinciale Militaire Commissaris in Gelderland en rechtsopvolgers 1.3. A.F.H. Blaauw, PMC te Arnhem april-september 1945, Commissaris 4e Militaire Afdeling oktobernovember 1945 en het Afwikkelingsbureau, 1946 191 Stukken betreffende het opruimen van mijnen en munitie, 1945. 1.4. Dienst Burgermijnopruiming van het PMC Gelderland 1.4.1. Hoofd van de Dienst Burgermijnopruiming/District Arnhem 260 Rapporten, 1945. 261 Dag- en weekrapporten betreffende het opruimen van mijnen en munitie, 1945. 264 Instructies, 1945. 265 Situatieschetsen van mijnenvelden, 1945.
1506 KAARTENVERZAMELING GEMEENTE ARNHEM INV.NR.:
OMSCHRIJVING:
10
Het leggen van een zuurriool t.v.b. de AKU. Vanaf de Vosdijk naar de Rijn. Situatie, 1948-05-25
1515 DOCUMENTATIECOLLECTIE GEMEENTEARCHIEF ARNHEM INV.NR.: 587 589 2031 2043 2044 3387
OMSCHRIJVING: Sociaal-economische grondslagen voor de toekomstige ontwikkelingen van de gemeente Arnhem. + Rapport van de studiecommissie stadsplan + AKU algemeen: Knipsels A.C. betreffende jaarcijfers staking etc. over 1965. AKU algemeen. Knipsels A.C. betreffende documentatie en bedrijfskwesties over de jaren 1967/1968. Vijftig jaar AKU. Stukken, verband houdende met de fusie van AKU N.V. en KZO N.V. tot AKZO N.V. Algemene kunstzijde unie N.V. (AKU); Arnhem. Beschouwing over de geschiedenis van Arnhem tussen 1911 en 1961; vooral in relatie met de vestiging van de Aku; typoscript. Annotatie: Idem 2e ex. aanwezig onder ADC 3456.
1537 DOCUMENTATIECOLLECTIE TWEEDE WERELDOORLOG INV.NR.:
OMSCHRIJVING:
950
Slag om Arnhem - A.K.U.
2197 SECRETARIE GEMEENTE ARNHEM, 1940-1949 INV.NR.:
OMSCHRIJVING:
62 1736 1760 1766
Inventarisatie van de oorlogsschade aan gebouwd onroerend goed. Bombardement op 22 en 25 Februari 1944. Aanschrijvingen betreffende niet-ontplofte projectielen (landmijnen enz). Mededeling van de Hoofd-Commissaris van Politie van het tot ontploffing brengen van munitie door de militairen. Opruimen van landmijnen, bommen en munitie. Opruiming van permanente defensie werken.
4816 4818
139-019-VO-01
Pagina 56 van 72
5047 7060
Afwikkeling oorlogsschade van de gemeente eigendommen en bezittingen (schaderapport Kiewit). Het leggen van een kabel en het aanbrengen van schakelinstallaties, enz. t.b.v. de stroomvoorziening van de A.K.U.
2199 SECRETARIE GEMEENTE ARNHEM, 1960-1969 INV.NR.: 898
OMSCHRIJVING: Leggen van telegraaf/telefoonkabels in wegen door PTT -geordend op straat c.q. wijk-.
1078 2531
Vergunning aan A.K.U. t.b.v. Stichting Rayon Pensioenfonds voor het hebben van leidingen naar E.M.P. -woningen in Presikhaaf (Zie -1.778.532.2 II.) Plan van de AKU tot uitbreiding aan de Velperweg. Ruilen van grond aan de Tivolilaan en Oude Velperweg met de N.V. Enka.
2200 SECRETARIE GEMEENTE ARNHEM, 1970-1979 INV.NR.: 570
OMSCHRIJVING: Melding en ruiming van oorlogstuig
2212 GEMEENTEWERKEN ARNHEM, 1940-1949 INV.NR.:
OMSCHRIJVING:
439
Stukken betreffende het herstel van bomschade, voorschriften Regeringscommissaris voor de Wederopbouw, 1940-1949. 1 omslag Stukken betreffende het graven van loopgraven voor de Duitse Wehrmacht, 1944-1945. 1 omslag Stukken betreffende de luchtbescherming, 1955-1952. 5 omslagen Stukken betreffende het opruimen van verdedigingswerken, mijnen, munitie en schuilplaatsen, 1945-1951., 1960. 1 omslag Stukken betreffende en correspondentie met de Nederlandse Spoorwegen over diverse onderwerpen, 1940-1949. 1 omslag
449 451 471 707
2213 GEMEENTEWERKEN ARNHEM, 1970-1977 INV.NR.: 47
OMSCHRIJVING: Bouwplannen AKU, 1950-1953, 1957, 1963-1971.
2215 GEMEENTEWERKEN ARNHEM, 1940-1949 INV.NR.:
OMSCHRIJVING:
439
Stukken betreffende het herstel van bomschade, voorschriften Regeringscommissaris voor de Wederopbouw, 1940-1949. 1 omslag
3018 AKZO NOBEL FIBERS INV.NR.:
OMSCHRIJVING:
87 110
Publicaties m.b.t. historie en jubilea van Enka-bedrijven Publicaties m.b.t. historie en jubilea van Enka-bedrijven
Nationaal Archief 2.04.53.15 INSPECTIE BESCHERMING BEVOLKING LUCHTAANVALLEN INV.NR.: 73
OMSCHRIJVING: Gelderland
139-019-VO-01
Pagina 57 van 72
2.04.110 ARCHIEF KORPS HULPVERLENINGSDIENST VAN HET MINISTERIE BINNENLANDSE ZAKEN 1945-1974 INV.NR.: 20 21 22 27 28
OMSCHRIJVING: Registers met krantenknipsels inzake explosieven. Zonder datum. Registers met krantenknipsels inzake explosieven. 1945-1947. Registers met krantenknipsels inzake explosieven. 1957-1959. Register met krantenknipsels inzake ongevallen met oorlogstuig. 1965-1970. Verzameling krantenknipsels inzake de Hulpverleningsdienst. 1947-1970.
2.13.71 ARCHIEVEN VAN HET MINISTERIE VAN DEFENSIE TE LONDEN 1940-1941 - MINISTERIE VAN OORLOG TE LONDEN [1941-1945]; DEPARTEMENT VAN OORLOG: BUREAU LONDEN [1945-1947], (1933) 1940-1947 (1974) INV.NR.: OMSCHRIJVING: 368 Stukken betreffende luchtbombardementen in Nederland, 1941, 1944-1945 1788-2107 Rapporten betreffende verdedigingsstelsels in Nederland, 1941-1945 1846 Provincie Gelderland. 1943-1945 1851 Arnhem. 1943-1945
2.13.210 MINISTERIE VAN DEFENSIE: COMMISSIE VAN PROEFNEMING INV.NR.: 23
OMSCHRIJVING: Staten houdende opgaven van plaatsen waar mogelijk onontplofte projectielen zijn gevonden, die wel of niet geruimd zijn, 1940.
Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie 077 GENERALKOMMISSARIAT FÜR DAS SICHERHEITSWESEN (HÖHERE SS- UND POLIZEIFÜHRER NORD-WEST) INV.NR.: 1328 1759
OMSCHRIJVING: Dagberichten van de Befehlshaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende vijandelijke luchtaanvallen, 1940-1941 Berichtgevingen betreffende neergekomen vliegtuigen, 1943
216K DEPARTEMENT VAN JUSTITIE INV.NR.: 180
181
182 183 184 185 186
OMSCHRIJVING: Rapporten van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politiekorpsen en de Marechaussee inzak het geven van het sein luchtalarm, het neerstorten van vliegtuigen en de vondst van nietontplofte explosieven, 23 juni 1943 – 28 april 1944. Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeenten: Aalsmeer-Apeldoorn. Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeenten: Arcen-Arnhem. Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeenten: Baarn-Burgh. Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeenten: Capelle a/d IJssel-Dwingeloo. Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeenten: Echt-Zwolle. Meldingen van verschillende gemeenten betreffende ongevallen, beschietingen, bombardementen
139-019-VO-01
Pagina 58 van 72
216K DEPARTEMENT VAN JUSTITIE INV.NR.:
OMSCHRIJVING: en het afwerpen van (lege) benzinetanks door vliegtuigen.
226B BUREAU INLICHTINGEN – HOOFDBUREAU LONDEN 1940-1945 INV.NR.: 119 123 124 125
OMSCHRIJVING: Rapporten en brieven over geallieerde bombardementen, neergestorte vliegtuigen en treinbeschietingen, 27 april 1943 – augustus 1944. Militaire spionagerapporten en situatieschetsen betreffende Nederlandse en Duitse objecten, onder meer van de Geheime Dienst Nederland, april 1943-augustus 1944. Militaire spionagerapporten en situatieschetsen betreffende Nederlandse en Duitse objecten, onder meer van de Geheime Dienst Nederland, 27 oktober 1944-14 februari 1945. Militaire spionagerapporten en situatieschetsen betreffende Nederlandse en Duitse objecten, onder meer van de Geheime Dienst Nederland, 15 februari-16 april 1945.
Semi-Statisch Informatiebeheer Defensie Z.N. ARCHIEF VAN DE MIJN- MUNITIE OPRUIMINGSDIENST (M.M.O.D.), 1945-1947
Ruimingrapporten, correspondentie en plattegronden. Gemeenten A t/m Z, 1945-1947 43 A t/m B 44 B t/m E 45 E t/m G 46 G t/m H 47 H t/m K 48 K t/m L 49 M t/m N 50 N t/m O 51 P t/m S 52 S t/m U 53 V t/m W 54 W 55 W t/m Z
The National Archives (Londen) AIR 37 AIR MINISTRY: ALLIED EXPEDITIONARY AIR FORCE, LATER SUPREME HEADQUARTERS ALLIED EXPEDITIONARY FORCE (AIR), AND 2ND TACTICAL AIR FORCE: REGISTERED FILES AND REPORTS INV.NR.: 714 715 716 717 718
OMSCHRIJVING: 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: July.- August 1944 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: Sept.- Oct. 1944 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: Nov.- Dec. 1944 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: Jan.- Feb. 1945 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: Mar.- May 1945
WO 171 WAR OFFICE: ALLIED EXPEDITIONARY FORCE, NORTH WEST EUROPE (BRITISH ELEMENT): WAR DIARIES, SECOND WORLD WAR INV.NR.: 4235
OMSCHRIJVING: R.A., 1945 Jan.-Apr.
139-019-VO-01
Pagina 59 van 72
9 BIJLAGEN BIJLAGE 1: CE-BODEMBELASTINGKAART
139-019-VO-01
Pagina 60 van 72
BIJLAGE 2: TOELICHTING VERPLICHTE EN AANVULLENDE BRONNEN WSCS-OCE Toelichting verplichte bronnen WSCS-OCE Literatuur Aan de start van het bronnenonderzoek wordt op basis van literatuuronderzoek een lijst opgesteld met oorlogshandelingen die relevant zijn voor de mogelijke aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied (indicaties). Deze lijst bevat tevens een verwijzing naar de data waarop de oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden. Gemeentelijk en provinciaal archief Bij het raadplegen van het gemeentelijk en provinciaal archief dienen ten minste de stukken van de luchtbeschermingsdienst, de stukken over aangetroffen/geruimde CE en de oorlogsschaderapporten te worden geraadpleegd. Indien deze stukken niet aanwezig zijn, dient dit te worden vermeld in de rapportage. Explosieven Opruimings Dienst Defensie Bij het raadplegen van het archief van de Explosieven Opruimings Dienst Defensie (EOD) dient als eerste de database met meldingen van aangetroffen CE en de collectie mijnenveldkaarten te worden geraadpleegd. Indien in de database met meldingen van aangetroffen CE indicaties voor de aanwezigheid van CE worden aangetroffen, dient de collectie MORA’s/UO’s te worden geraadpleegd. Indien in de collectie mijnenveldkaarten indicaties voor de aanwezigheid van CE worden aangetroffen, dient de collectie mijnenveld ruimrapporten te worden geraadpleegd.
NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies De organisatie raadpleegt de Collectie Departement van Justitie (toegangsnummer 216k) en de Collectie Generalkommissariat für das Sicherheitswesen – Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West (toegangsnummer 077) uit het archief van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. Nationaal Archief te Den Haag De organisatie raadpleegt de collectie “Binnenlandse Zaken” (toegangsnummer 2.04.53.15) waarin de berichten van gemeenten aan de Rijksinspectie Luchtbescherming te Den Haag in de periode 1940-1943 zijn ontsloten. Semistatische archiefdiensten Ministerie Defensie te Rijswijk De organisatie raadpleegt de collectie van de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) waarin de ruimingen in de periode 1945-1947 zijn ontsloten. Luchtfotocollectie Wageningen Universiteit en Topografische Dienst De organisatie dient beschikbare luchtfoto’s betreffende de datum waarop de oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden te inventariseren. Daaruit worden de bruikbare luchtfoto’s geselecteerd. Bij de selectie van luchtfoto’s dient rekening te worden gehouden met: opnamedatum in relatie tot oorlogshandelingen, kwaliteit van het fotobeeld en de schaal. De organisatie interpreteert de geselecteerde luchtfoto’s ten minste op schade aan het landschap als gevolg van 139-019-VO-01
Pagina 62 van 72
oorlogshandelingen en de aanwezigheid van militaire werken. De interpretatie van luchtfoto’s dient te geschieden door een deskundige met ervaring in de interpretatie van luchtfoto’s uit het tijdvak 1940-1945. De organisatie dient de beschikbare luchtfoto’s te rapporteren en daarin tevens de selectie te motiveren. Indien er indicaties zijn voor de aanwezigheid van CE, dient de organisatie de luchtfoto’s en/of satellietbeelden te verzamelen met dekking van het onderzoeksgebied uit de naoorlogse periode. De organisatie vergelijkt de luchtfoto’s/satellietbeelden met luchtfoto’s uit het tijdvak 1940-1945, met als doel te inventariseren welke naoorlogse ontwikkelingen in het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden waarbij grond is geroerd of verzet. Conform het gestelde in het WSCS-OCE dient er aanvullend in een aantal gevallen uitgeweken te worden naar de volgende bronnen: Toelichting aanvullende bronnen WSCS-OCE Conform het gestelde in het WSCS-OCE dient er aanvullend in een aantal gevallen uitgeweken te worden naar de volgende bronnen: NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies De organisatie raadpleegt de literatuurcollectie van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) indien onvoldoende informatie aanwezig is om een totaalbeeld te vormen van oorlogshandelingen in het onderzoeksgebied.
Nederlands Instituut voor Militaire Historie De collectie “Duitse verdedigingswerken in Nederland en rapporten van het Bureau Inlichtingen te Londen (1940–1945)” met collectienummer 575 van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) dient ten minste te worden geraadpleegd indien uit raadpleging van de verplichte bronnen blijkt dat er indicaties zijn dat Duitse militaire werken in het onderzoeksgebied aanwezig waren tijdens de Tweede Wereldoorlog. De collectie “Gevechtsverslagen en rapporten mei 1940” met collectienummer 409 van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie dient ten minste te worden geraadpleegd indien uit raadpleging van de verplichte bronnen blijkt dat er indicaties zijn dat grondgevechten hebben plaatsgevonden in de periode mei 1940. The National Archives Londen/Bundesarchiv-Militärarchiv/The National Archives Washington DC Er dient aanvullend bronnenonderzoek plaats te vinden indien uit raadpleging van de verplichte bronnen blijkt dat er indicaties zijn dat oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden, waarbij mogelijk CE in het onderzoeksgebied terecht zijn gekomen, maar er onvoldoende informatie aanwezig is in de Nederlandse archieven en op de geraadpleegde luchtfoto’s over:
de aard van de oorlogshandeling; het aantal en de soort CE dat tijdens de oorlogshandeling is ingezet;
139-019-VO-01
Pagina 63 van 72
de inslaglocaties van CE.
Aanvullend onderzoek omvat één of meerdere van de onderstaande buitenlandse archieven (zie paragrafen 2.8.1 en 2.8.2): 37
The National Archives te Londen; Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg; The National Archives te Washington DC.
Luchtfotocollectie The Aerial Reconnaissance Archives/National Collection of Aerial Photography Indien de verplichte luchtfotoarchieven onvoldoende resultaat opleveren, wordt aanvullend de Luchtfotocollectie The Aerial Reconnaissance Archives geraadpleegd. 38 Op de inventarisatie en selectie van luchtfoto’s is hetgeen bepaald onder verplichte bronnen van toepassing. Wanneer uit het bronnenmateriaal relevante feiten naar voren komen, wordt met behulp van voetnoten en bronvermelding een verwijzing gegeven naar de vindplaats van de betreffende passages, afbeeldingen of documenten zodat alle gegevens desgewenst verifieerbaar zijn. 39
37 De organisatie dient de keuze voor het te raadplegen archief/de te raadplegen archieven te motiveren in het rapport op
basis van het reeds verzamelde bronnenmateriaal. ECG beschikt over archiefbestanden uit The National Archives te Londen. Deze keuze is gebaseerd op de aanwezigheid van het aldaar aanwezige bronnenmateriaal welke betrekking heeft op de activiteiten van de in Nederland actieve diverse Geallieerde leger- en luchtmachtonderdelen. 38 De collectie The Aerial Reconnaissance Archives (TARA) is sinds 2014 ondergebracht bij de National Collection of Aerial Photography (NCAP). 39 ECG hanteert hiervoor de methodiek van onderzoek, annotatieregels en richtlijnen conform de systematiek van: P. de Buck e.a., Zoeken en schrijven. Handleiding bij het maken van een historisch werkstuk (Rijswijk 1992).
139-019-VO-01
Pagina 64 van 72
BIJLAGE 3: VASTSTELLEN VERDACHT GEBIED EN AFBAKENING IN VOORONDERZOEK Deze bijlage maakt onderdeel uit van paragraaf 6.5 van het WSCS-OCE en wordt gebruikt om te beoordelen of bepaalde oorlogshandelingen een indicatie vormen voor de aanwezigheid van CE (verdacht of onverdacht) en voor de horizontale afbakening van het verdachte gebied. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken.
139-019-VO-01
Pagina 65 van 72
wetten.nl - Regeling - Arbeidsomstandighedenregeling - BWBR0008587
Indicatie
Artillerie-, mortier- of raketbeschieting
Raketbeschieting inslagenpatroon bekend
Inslagpunt blindganger, zijnde een vliegtuigbom
Algemene omschrijving
Locatie van aangebrachte vernielingslading. Gebied dat is beschoten door mobiel of vast geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudig) raketwerpersysteem. Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers.
Uitgangspunt Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied conclusie Verdacht Onverdacht
x
Situationeel te bepalen.
x
Op basis van een analyse van het inslagenpatroon wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon. Te bepalen volgens rekenmethode waarin ten minste rekening wordt gehouden met de volgende parameters: de afwerphoogte, de afwerpsnelheid, het gewicht van de bom, de diameter van de bom en de weerstand van de bodem. Op basis van in ieder geval deze vijf parameters wordt berekend tot welke diepte CE theoretisch kunnen indringen en hoever de maximale horizontale verplaatsing is. Situationeel te bepalen.
Vliegtuigbom die niet in werking is getreden.
Crashlocatie vliegtuig
Aanwezigheid van CE vanwege de x crash. Krater van gedetoneerde Gebied waarin zich de krater van de incidentele detonatie van een incidentele luchtafweergranaat luchtafweergranaat bevindt. Inslagpunt van een V-1 Gebied dat is getroffen door de inslag x wapen van een V-1 wapen. Krater van een Gebied waarin zich de krater van de x (gedeeltelijk) detonatie van een V-1 wapen bevindt. gedetoneerd V-1 wapen Krater van een Gebied waarin zich de krater van de x (gedeeltelijk) detonatie van een V-2 wapen bevindt. gedetoneerd V-2 wapen Dumplocatie van munitie Dumplocatie van CE en/of x en/of toebehoren toebehoren in landbodem of op waterbodem. Ongecontroleerde (Sympathische) detonatie van een x (massa)explosie explosieven voorraad zoals ontploffing munitieopslag of munitie trein. Vernietigingslocatie voor Eén of meerdere springputten. x CE
Vernielingslading (in werking gesteld)
Tapijtbombardement
Duikbombardement op zgn. ‘Pin Point Target’, inslagenpatroon onbekend
Locatie van in werking gestelde x vernielingslading, waarbij de mogelijkheid bestaat op het aantreffen van niet (geheel) gedetoneerde springlading(en). Gebied dat is getroffen door een x bombardement met middelzware en/of zware bommenwerpers, met als doel om schade aan te richten over een groot gebied.
Gebied dat is getroffen door een bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen. Duikbombardement op Lineair gebied, nabij een spoorlijn, zgn. ‘Line Target’, dat is getroffen door een inslagenpatroon bombardement met onbekend jachtbommenwerpers, met als doel om de spoorlijn te treffen. Raketbeschieting op zgn. Gebied dat is getroffen door een ‘Pin Point Target’, raketbeschieting met inslagenpatroon jachtbommenwerpers, met als doel onbekend om een vooraf bepaald specifiek object te treffen. Raketbeschieting op zgn. Lineair gebied, nabij een spoorlijn, ‘Line Target’, dat is getroffen door een inslagenpatroon raketbeschieting met onbekend jachtbommenwerpers, met als doel
pagina 27 van 32
x
x
Tenzij er indicaties zijn dat het geen incidentele luchtafweergranaat betreft. 15 meter rondom een inslagpunt vanwege de mogelijke horizontale verplaatsing onder de grond. 50 meter rondom een inslagpunt vanwege de mogelijke aanwezigheid van explosieve componenten. Situationeel te bepalen.
Locatie van de dump en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld dumping in stilstaand of stromend water. Situationeel te bepalen
De contour(en) van de springput(ten) en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld gelet op de afstand van eventuele uitgeworpen CE buiten deze contour(en). Locatie waar de vernielingslading in werking is gesteld en afbakening verder situationeel te bepalen.
Op basis van een analyse van het inslagenpatroon 1 wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon. Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 181 meter gemeten vanuit het hart van het doel 2/3.
x
Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 91 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn 2/4.
x
Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 108 meter gemeten vanuit het hart van het doel 2/5.
x
Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 80 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn 2/6.
http://wetten.overheid.nl/BWBR0008587/2016-07-05/0/BijlageXII/afdrukken+informatie
28-07-16
BIJLAGE 4: SYSTEEM CERTIFICATEN OPSPOREN CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN
139-019-VO-01
Pagina 69 van 72
BIJLAGE 5: PROTOCOL SPONTANE VONDST
139-019-VO-01
Pagina 70 van 72
LEGENDA
Start-werk vergadering
Actie aannemer Actie opdrachtgever Actie Politie Actie EOD Vervolgstap Communicatielijn
Personeel informeren hoe te handelen bij vondst van een (vermoedelijk) explosief
Werkzaamheden
Eventueel toolbox door een Senior OCEdeskundige
Aantreffen verdacht object bij werkzaamheden
Werkzaamheden staken
Opdrachtgever in kennis stellen van vondst
(In overleg met politie) Afzetten van het terrein
Het object niet beroeren!
Personen uit de omgeving van het object verwijderen
Maatregelen treffen tegen roeren of verplaatsen object
Bij het melden van vondst: - Naam, functie en telefoonnummer van de melder - De ligplaats van het object - Een omschrijving van het object (kleur, vorm, lengte, breedte, diameter, etc.) - Hoeveel objecten er zijn aangetroffen - Naam en telefoonnummer van de contactpersoon die bekend is met de ligplaats van het object - (Indien mogelijk:) Een foto van het object
Politie in kennis stellen van vondst (0900-8844)
Na het aantreffen van een vermoedelijk explosief
EOD in kennis stellen van vondst
Maak geen melding van de vondst op social media!
Bevoegd Gezag in kennis stellen van vondst
Identificatie van het object
EOD arriveert bij vindplaats
Object is geen explosief
Object is een explosief
Ruiming explosief door EOD
In overleg met EOD bepalen of het om een incidentele vondst gaat JA
Incidentele vondst
Na identificatie en eventuele ruiming
Werkzaamheden hervatten
NEE Verdacht gebied
Werkzaamheden hervatten na aanvullende maatregelen
Instructies van de medewerkers van de EOD en het Bevoegd Gezag dienen strikt opgevolgd te worden!
139-019-VO-01
Pagina 72 van 72