CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bijlage 18 - Archeologisch onderzoek

Politieke Avond 6 december 2023, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: bestemmingsplan 'Chw Zijdekwartier'13.909 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bureauonderzoek, Bouwdossieronderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Velperweg 76 (AKZO) te Arnhem Gemeente Arnhem

Opdrachtgever Klokgroep Dhr. R. Melis Kanaalstraat 200 6541 XN Nijmegen 0880-249199 r.melis@klokgroep.nl

Projectnummer

181961 Kenmerk DWS/DIR/HAMA/181961

Eindredactie/kwaliteitscontrole

Drs. E.E.A. van der Kuijl

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

Paraaf

Datum

09-07-2019

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

Colofon Opdrachtgever

Klok Groep

Project

Bureauonderzoek, Bouwdossieronderzoek Plangebied Velperweg 76 (AKZO) te Arnhem

Projectnummer

181961

Titel

Bureauonderzoek, Bouwdossieronderzoek en Verkennend Booronderzoek Plangebied Velperweg 76 (AKZO) te Arnhem, Gemeente Arnhem

Datum en versie

09-07-2019, versie 4.0 (definitief BO en definitief IVO)

Auteurs

D. Woolschot MSc en drs. E.E.A. van der Kuijl

Kwaliteitscontrole

Drs. E.E.A. van der Kuijl (sr. KNA archeoloog / sr. KNA prospector)

Afbeelding voorzijde:

Luchtfoto AKZO-terrein in 1929. Het noorden is onder (bron: www.arnhem.nl)

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

en

Verkennend

Booronderzoek

Archeologie

Archeologie

2 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

Inhoud Samenvatting................................................................................................................................... 4 1.

2

3

4

Inleiding.................................................................................................................................... 6 1.1

Inleiding en onderzoekskader ......................................................................................... 6

1.2

Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek en booronderzoek .............................. 7

1.3

Werkwijze Bureauonderzoek .......................................................................................... 8

1.4

Beleidskaders ................................................................................................................. 9

1.5

Administratieve gegevens ............................................................................................. 12

Bureauonderzoek en verwachtingsmodel .............................................................................. 14 2.1

Landschapsgenese ....................................................................................................... 14

2.2

Historische ontwikkeling van Velp en het plangebied ................................................... 20

2.3

Archeologische waarden............................................................................................... 27

2.4

Bouwdossieronderzoek................................................................................................. 30

2.5

Archeologisch verwachtingsmodel................................................................................ 31

2.6

Bouwhistorische waarden ............................................................................................. 33

2.7

Synthese ....................................................................................................................... 33

Booronderzoek....................................................................................................................... 35 3.1

Werkwijze Booronderzoek ............................................................................................ 35

3.2

Resultaten ..................................................................................................................... 35

Conclusie en aanbeveling ...................................................................................................... 39 4.1

Conclusie ...................................................................................................................... 39

4.2

Selectieadvies ............................................................................................................... 39

4.3

Selectiebesluit ............................................................................................................... 39

4.4

Voorbehoud .................................................................................................................. 39

Gebruikte literatuur ........................................................................................................................ 41 BIJLAGEN ..................................................................................................................................... 43

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

3 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

Samenvatting Hamaland Advies heeft in opdracht van Klok Groep een bureauonderzoek, bouwdossieronderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor de herontwikkeling van een deel van het AKZO-terrein tot woonwijk. Het terrein is gelegen aan de Velperweg 76 te Arnhem, gemeente Arnhem. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 209.450 m². Het onderzoeksgebied betreft het plangebied zonder de bebouwde delen en heeft een oppervlakte van circa 53.365 m². In het oostelijk deel van het onderzoeksgebied wordt een leeflaag met een dikte van 1,0 meter aangebracht. Volgens de Maatregelenkaart van de gemeente Arnhem heeft het noordelijk deel van het onderzoeksgebied een hoge archeologische verwachting. Het zuidelijk deel heeft een lage archeologische verwachting. Bij meerdere verwachtingen is de hoogste eis leidend en dus dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden bij bodemingrepen groter dan 200 m2 en dieper dan 40 cm-mv. Daarnaast heeft het gebied volgens de verwachtingskaart OCE (2009) van gemeente Arnhem een verhoogde trefkans op OCE als gevolg van de ligging in de vuurlinie tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Conclusie Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het onderzoeksgebied zouden kunnen bevinden vanaf de Prehistorie. Deze vondsten kunnen voorkomen vanaf circa 45 cm-mv tot 135 cm-mv. Uit het bouwdossieronderzoek kan geconcludeerd worden dat er in het plangebied sprake is van een bodemverstoring als gevolg van het aanbrengen van heipalen en het graven van funderingen. De heipalen reiken tot in de ‘vaste grond’ en de funderingen zijn tot circa 75 cm-mv uitgegraven. Tevens zijn op (minimaal) twee locaties kelders aanwezig geweest tot een diepte van 300 cm-mv. Ter plaatse van de bebouwing waar door middel van het bouwdossieronderzoek informatie over verkregen is, kunnen archeologische lagen nog gedeeltelijk aanwezig zijn, indien deze lagen en resten dieper dan 75 cm-mv voorkomen. Ook kunnen resten van de vroegste fase van de AKZO-fabriek aanwezig zijn. Het archeologisch niveau bevond zich in de oorspronkelijke situatie voor 1931 op een diepte vanaf 45 cm-mv. In die delen waar geen bebouwing heeft gestaan, kunnen oudere archeologische resten nog wel aanwezig zijn. Het booronderzoek heeft aangetoond dat het gehele onderzoeksgebied als gevolg van de terreininrichting voor de AKZO-fabriek verstoord is tot in de top van de C-horizont. De bodemverstoringen reiken tot minimaal 60 en maximaal 240 cm-mv.

In geen van de boringen is de natuurlijke ondergrond, bestaande uit daluitspoelingswaaierafzettingen van de Formatie van Drenthe, Laagpakket van Schaarsbergen, nog intact aangetroffen.

Selectieadvies Het verkennend booronderzoek heeft aangetoond dat de natuurlijke ondergrond in het gehele onderzoeksgebied verstoord is. Hamaland Advies adviseert derhalve om het onderzoeksgebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkelingen. De kans dat met de geplande bodemingrepen archeologische waarden verloren gaan, wordt gering geacht. Selectiebesluit Op 20 maart 2019 heeft dhr. M. Defilet (stadsarcheoloog Arnhem) het bureauonderzoek en bouwdossieronderzoek getoetst. Een selectiebesluit kon op dat moment nog niet worden genomen omdat er nog een aanpassingronde plaats diende te vinden. De opmerkingen van dhr. Defilet op het conceptrapport zijn verwerkt in deze definitieve rapportage versie 2.0. Op 8 juli 2019 heeft dhr. L. Smole (senior KNA archeoloog gemeente Arnhem) de resultaten van het booronderzoek beoordeeld en akkoord bevonden. Het selectieadvies wordt overgenomen. Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

4 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de gemeentelijk archeoloog van Arnhem (e-mail: martijn.defilet@arnhem.nl).

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

5 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

1.

Inleiding

1.1

Inleiding en onderzoekskader Hamaland Advies heeft in opdracht van Klok Groep een bureauonderzoek, bouwdossieronderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor de herontwikkeling van een deel van het AKZO-terrein tot woonwijk. Het terrein is gelegen aan de Velperweg 76 te Arnhem, gemeente Arnhem (zie Afbeelding 1). De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 209.450 m². Het plangebied zonder de bebouwde delen en heeft een oppervlakte van circa 53.365 m². In het oostelijk deel van het onderzoeksgebied wordt een leeflaag met een dikte van 1,0 meter aangebracht. Volgens de Maatregelenkaart van de gemeente Arnhem heeft het noordelijk deel van het onderzoeksgebied een hoge archeologische verwachting. Het zuidelijk deel heeft een lage archeologische verwachting. Bij meerdere verwachtingen is de hoogste eis leidend en dus dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden bij bodemingrepen groter dan 200 m2 en dieper dan 40 cm-mv. Volgens de verwachtingenkaart op OCE van gemeente Arnhem (2009) heeft het onderzoeksgebied een verhoogde trefkans op OCE als gevolg van de ligging in de vuurlinie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Derhalve is voorafgaand aan de ontwikkeling door een erkend bureau een PRA opgesteld. Ten tijde van het opstellen van dit rapport was de PRA nog niet beschikbaar.

Het onderzoeksgebied dient door de overschrijding van de vrijstellingsgrens voorafgaand aan de vergunningverlening in het kader van de bestemmingsplanwijziging en het gemeentelijk archeologiebeleid, te worden onderzocht. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek en bouwdossieronderzoek dat aangevuld is met een verkennend booronderzoek. Op 20 maart 2019 heeft dhr. M. Defilet (stadsarcheoloog Arnhem) het bureauonderzoek en bouwdossieronderzoek getoetst. Op 8 juli 2019 heeft dhr. L. Smole (senior KNA archeoloog gemeente Arnhem) de resultaten van het booronderzoek beoordeeld en akkoord bevonden.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

6 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

Afbeelding 1: Topografische kaart (bron: topotijdreis.nl)

1.2

Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek en booronderzoek Het doel van het bureauonderzoek en het verkennend booronderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en om het plangebied. Op basis van de verworven informatie wordt een archeologisch verwachtingsmodel voor de onderzoekslocatie opgesteld. Om deze doelstelling te realiseren, zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld:1 Bureauonderzoek 1. Wat is de aard (ontstaanswijze en classificatie), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke bodemhorizonten en natuurlijke afzettingen in het omringende (binnen een afstand tot ca. 200 m van de onderzoekslocatie) gebied? 2. Wat is de aard (ontstaanswijze), diepteligging, genese, gaafheid, dikte, en omvang van eventueel in het omringende gebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, colluvium, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)? 3. Wat is het historisch landgebruik van de onderzoekslocatie en het omringende gebied geweest. 4.

Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen (‘waarnemingen’ inclusief uitkomsten historisch kaartonderzoek) zijn reeds binnen het onderzoeksgebied en/of binnen de landschappelijke eenheden rondom de onderzoekslocatie bekend? Vermeld per vondst- en/of spoorcomplex minimaal: a) bronvermelding (onderzoeksrapportages, ARCHIS-gegevens) b) de materiaalcategorie 1

Habraken 2014

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

7 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

c) ouderdom d) ruimtelijke (geografische) verspreiding e) stratigrafische verspreiding (diepteligging en/of dikte vondstlaag) f ) fragmentatie 5. Welke natuurlijke formatieprocessen (sedimentatie, erosie, laterale verplaatsing, bodemvorming, degradatie e.d.) hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied? 6. Met welke culturele formatieprocessen (grondbewerking, bemesting, ophoging, betreding, percelering, [de-]constructie, materiaaltypen, materiaalgebruik en materiaaldepositie e.d.) hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied? 7. Welke formatieprocessen kunnen een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van eventuele aanwezige vondstspreidingen, de vondstdichtheid, vondst- en spoorniveaus en de fysieke kwaliteit van eventueel aanwezige archeologische resten? 8. Wat is de aard (mobilia [materiaalsoorten, fragmentatie, dichtheden], immobilia, ruimtelijke en stratigrafische spreiding, etc.) van (mogelijk) aanwezige vondst- en/of spoorcomplexen? 9. Hoe manifesteren deze zich tijdens prospectieonderzoek (prospectiekenmerken, geografisch en stratigrafisch)? 10. Met de inzet van welke zoekmethoden (detectie- en waarnemingsvorm, monsterbehandeling en zoekstrategie) kunnen vondst- en/of spoorcomplexen systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.). Licht beargumenteerd toe met verwijzing naar de verschillende KNA-leidraden. 11.

Wat is a) de aard (ontstaanswijze, textuur, kleur), b) diepteligging en c) ouderdom van de relevante natuurlijke afzettingen in de ondiepe ondergrond ter plaatse van het onderzoeksgebied? d) hoe dik is de holocene deklaag en/of een afdekkende laag colluvium, esdek, etc.?

1.3

Werkwijze Bureauonderzoek Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (protocol 4002 Bureauonderzoek KNA, versie 4.1) en bestaat uit de volgende onderdelen: 1. 2. 3. 4. 5.

Afbakenen Plan- en onderzoeksgebied, vermelden overheidsbeleid, vaststellen consequenties toekomstig gebruik (KNA-LS01) beschrijving van het huidig gebruik (KNA LSO2); beschrijving van de historische situatie en de mogelijke verstoringen KNA LSO3); beschrijving van de bekende archeologische, ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijke kenmerken (KNA LSO4); het opstellen van een specifieke verwachting en formulering onderzoeksstrategie (KNA LSO5).

Om tot een gefundeerd archeologisch verwachtingsmodel te komen is voor het onderzoek relevant bronnenmateriaal geraadpleegd. Door informatie uit verschillende invalshoeken samen te voegen ontstaat de mogelijkheid dwarsverbanden te leggen tussen de diverse brontypen en aan de hand hiervan een geïntegreerd archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. De gegevens voor het onderzoek en de onderzoeksvragen zijn met name ontleend aan - en voldoen aan de eisen van Habraken, J., 2014; Handboek archeologisch onderzoek binnen de regio Arnhem, 2014, Eisen en kaders voor onderzoek en beoordeling van rapporten. De volgende bronnen zijn geraadpleegd voor het onderzoek: • •

Archis, het geautomatiseerde archeologische informatiesysteem voor Nederland geomorfologisch, geologisch, bodemkundig, topografisch en historisch kaartmateriaal;

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

8 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

• • • • •

1.4

Archeologische beleidskaart gemeente Arnhem; Overleg d.d. 30 november 2018 op het Stadkantoor Arnhem met dhr. M. Defilet; Overleg d.d. 18 januari 2019 en raadpleging Explosievenkaart WO II Stadskantoor Arnhem met dhr. L. Wigman Gelders Archief Arnhem (bezocht op 18 januari 2019); Relevante archeologische rapporten en publicaties.

Beleidskaders Rijksbeleid In 1992 werd in Valetta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De nieuwe wet heeft zijn beslag gekregen via een wijziging van de Monumentenwet 1988, aanpassingen in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en enkele andere wetten en met de invoering van de Wabo (2010). Met de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaalt'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen worden. Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten te dragen die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats.

Met de introductie van de nieuwe wet zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen. In de regelgeving is vastgelegd dat in het kader van een omgevingsvergunning van de aanvrager geëist kan worden dat hij een rapport overlegt waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein voldoende is vastgesteld. Voor de toetsing van archeologische waarden is een archeologisch bestel ontwikkeld, waarmee de archeologische waarde van een terrein bepaald kan worden door middel van een getrapt systeem van onderzoek. In het kader van het vrijstellingsbesluit volstaat in eerste instantie een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO-K).

Provinciaal Beleid Het provinciaal beleid van Gelderland t.a.v. cultuurhistorie en archeologische monumentenzorg is vastgelegd in het Cultuur- en erfgoedprogramma. Zij wil bewerkstelligen2: • Versterken van de functionaliteit van erfgoed; • Verbeteren van de uitvoeringskwaliteit door samenwerking in het erfgoednetwerk; • Stimuleren van innovatie en nieuwe ontwikkelingen; • Verankeren van de geschiedenis van Gelderland in de identiteit van de Gelderse regio’s; • Versterken van de maatschappelijke rol van musea; • Versterken van de presentatie van collecties beeldende kunst die verbonden zijn met onze provincie, de ‘Gelderse school’; • Stimuleren van kwalitatief hoogwaardig cultuuronderwijs op basisscholen. Cultuureducatie heeft een vaste plek in het lesaanbod binnen het basisonderwijs; 2

Provincie Gelderland 2016

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

9 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

•

Stimuleren van cultuur- en erfgoedparticipatie.

In de programmaperiode 2017-2020 gaat de provincie aan de slag met: -

-

Klimaat en duurzaamheid met betrekking tot onderhoud van erfgoed in de provincie Samenwerking met kennis- en onderwijsinstellingen zoals Universiteiten en Hogescholen over instandhoudingstechnologie (innovaties van materialen, methoden en technieken) is noodzakelijk om de onderhoudstermijn van erfgoed te verlengen en daardoor onderhoudskosten te besparen; Archeologische en cultuurhistorische Waardenkaarten van gemeenten toegankelijk maken voor een breder publiek; We actualiseren de Kennisagenda Archeologie van Gelderland en samen met gemeenten de Erfgoedwet op goede wijze implementeren; Het actief omgaan met nieuwe opgaven zoals het (laten) verrichten van onderzoek naar het vraagstuk hoe beter om te kunnen gaan met leegstand van monumentaal vastgoed; Inventarisaties groen, haalbaarheidsonderzoeken of strategische beheervisies, gemeentelijke visies; Bescherming erfgoedwaarden door inzet deskundigheid en maatwerk in de regelgeving. Voor de Limes voorbereiding van de aanwijzing als Werelderfgoed Instandhouding en beleefbaar maken door afsprakenkaders met gemeenten, restauratie fysieke projecten, functieverandering en duurzaamheidsbevordering; Een netwerk van alle relevante partijen zorgt voor programmatische samenwerking; De uitvoering van projecten als de Vliegende startprojecten, Kennisagenda archeologie, Landgoederen en buitenplaatsen (zie Documenten), Landgoed Sevenaer.

De Archeoregio laat zich op het regionale niveau van Oost-Gelderland onderverdelen in vijf subgebieden op basis van de geomorfologische gesteldheid3 Het plateau van Winterswijk (subregio 1) Het stuwwallandschap van Montferland (subregio 2) Het vlakke midden, het centrale dekzandlandschap (subregio 3) Het stuwwal- en dekzandlandschap van het stroomgebied van de Berkel (subregio 4) Het rivierenlandschap van de Oer-Rijn, de Oude IJssel en IJssel (subregio 5) Provinciale kennisagenda Veluwe4 Deze agenda heeft de volgende Topthema’s: • Archeologie van de beekdalen: De meeste activiteit op de Veluwe gebeurde langs beken en sprengen. In de beekdalen zijn resten te vinden van activiteiten als visserij en industrie (papiermolens, wasserijen, graanmolens) en van nederzettingen, kastelen en winplaatsen. • Productie, transport en handel: Exportproducten van de Veluwe. Het ontstaan en de verdwijning van de productiecentra en handel in de Veluwe. De relatie tussen de Veluwse handelsnetwerken en grote aardwerken zoals de Hunneschans. • Het grafritueel: De relatie tussen grafveld en nederzetting, rijkdom en status, culturele achtergrond, het landschap en de mate van hiërarchie in de bevolking. Voor alle archeologische perioden. • Militair erfgoed: De Veluwe is tijdens de Tachtigjarige Oorlog, de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog het toneel geweest van militaire activiteiten.

Relieken zijn schansen, bunkers, FLAK-stellingen en vliegvelden.

Gemeentelijk beleid Met de invoering van de Wet op de archeologische monumentenzorg in 2007 (thans Erfgoedwet) is de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief gedelegeerd aan gemeenten. Gemeente Arnhem beschikt daarom over eigen archeologiebeleid, een gemeentelijk archeoloog en treedt op als bevoegd gezag. De gemeente heeft haar archeologiebeleid neergelegd in de Archeologische 3 4

Bruning 2012 zie hoofdstuk 4; Kennisagenda Archeologie Rivierengebied; Bruning L. 2012

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

10 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

Verwachtingskaart. Deze verwachtingskaart geeft inzicht in de mate waarin archeologische resten in een gebied aangetroffen kunnen worden. In de erfgoedverordening is opgenomen waar en vanaf welke verstoringsoppervlakten en -diepten archeologisch onderzoek geldt. Dit is ook naar een kaartbeeld vertaald: de Maatregelenkaart5. Tevens zijn de archeologie richtlijnen opgenomen in de bestemmingsplannen.

5

Geraadpleegd via https://www.arnhem.nl/stad_en_wijken/archeologie_en_geschiedenis/Archeologie_in_Arnhem

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

11 van 66

Project Kenmerk

1.5

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

Administratieve gegevens Tabel 1: Gegevens projectgebied

Opdrachtgever

KlokGroep

Projectnaam

Velperweg 76 (AKZO) Arnhem

Uitvoerder

Hamaland Advies

Bevoegd gezag

Gemeente Arnhem

Beheer en plaats documentatie

Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Provincie

Gelderland

Gemeente

Arnhem

Plaats

Arnhem

Toponiem

AKZO-terrein

Adres

Velperweg 76

Kaartbladnummer

40B

RD- coördinaten

X,Y plangebied

X,Y onderzoeksgebied

NO

192.560 / 444.626

192.685 / 444.411

ZO

192.799 / 444.292

192.799 / 444.292

ZW

192.375 / 444.052

192.542 / 444.119

NW

192.245 / 444.541

192.483 / 444.367

192.476 / 444.302

192.646 / 444.287

Centrumcoördinaat Hoogte Kadastrale onderzoeksgebied

14,40 m+NAP gegevens

gemeente Arnhem, sectie Q, perceel 9272

CMA/AMK Status

Nvt

Archis-monumentnummer

Nvt

Archis-waarnemingsnummer

Nvt

CIS code/Archis onderzoekmeldingsnummer

4663635100

Oppervlakte plangebied

Circa 209.450 m2

Oppervlakte onderzoeksgebied

Circa 53.365 m²

Huidig grondgebruik

(voormalig) bedrijventerrein met parkeerterrein

Toekomstig grondgebruik

Woonwijk

Bodemtype (extrapolatie)

Y30 Holtpodzolgronden, lemig fijn zand Rn95A Kalkhoudende poldervaaggrond, zware zavel en lichte klei, profielverloop 5 Rd90A Kaklhoudende ooivaaggronden, zware zavel en lichte klei, profielverloop 5 pZn30 Gooreerdgrond, grof zand

Grondwatertrap

Niet gekarteerd

Geomorfologie (extrapolatie)

15B11/14B11 Stuwwal 4G21 Daluitspoelingswaaier 36R21ydl Droogdal 3B44 Stroomrug

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

12 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

Geologie Periode

4F91 Plateau-achtige storthoop, opgespoten terrein of kunstmatig eiland 2M45HD Vlakte van rivierafzettingen Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden of Formatie van Boxtel op Formatie van Echteld/Nieuwkoop Laat-Paleolithicum t/m Nieuwe Tijd

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

13 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

2

Bureauonderzoek en verwachtingsmodel

2.1

Landschapsgenese Geologie, Geomorfologie en Bodemgesteldheid Het rivierengebied wordt gekenmerkt door diverse stroomruggen waarvan vele geulen inmiddels behoren tot het fossiele rivierlandlandschap. Door de verplaatsing van geulen is sprake van een complexe landschappelijke situatie, waarbij eventuele archeologische vindplaatsen geërodeerd kunnen zijn of juist afgedekt kunnen zijn door de aanwezigheid van jongere rivierafzettingen. Van oorsprong bevinden zich afzettingen van de Rijn in de nabijheid van het plangebied. De afzettingen die zowel in het huidige Rijndal in het Weichselien zijn afgezet behoren tot de Formatie van Kreftenheye. De fluviatiele afzettingen in de bovengrond zijn tijdens het LaatWeichselien en Holoceen afgezet en worden tot de Formatie van Echteld gerekend.6 Vanaf het Holoceen wordt het klimaat warmer en vochtiger, wat tot resultaat heeft dat rivieren een meanderende vorm aannemen. Meanderende rivieren bestaan uit stroomgordelafzettingen, waarbij een onderverdeling gemaakt kan worden tussen beddingafzettingen, waarbij doorgaans alleen de zwaarste (grofzandige) sedimenten worden afgezet; oeverafzettingen, waarbij de stroomsnelheid minder is en waardoor ook lichtere deeltjes, zoals fijn zand en zandige klei wordt afgezet; en komafzettingen, waarbij de lichtste (klei)deeltjes worden afgezet.

In periodes van rust, waarbij geen sprake is van overstromingen, kan zich lokaal ook veen ontwikkelen. Wanneer dit proces gelijkmatig verloopt, als bijvoorbeeld een rivierbedding langzaam dichtslibt, wordt dit proces ook wel aangeduid als een “fining upward sequence”. Op de Paleogeografische kaart7 ligt het plangebied niet in een stroomgordel. Volgens de geologische kaart8 komt in het noordelijk deel van het plangebied de Formatie van Boxtel voor met een dek van het Laagpakket van Wierden: fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek (Ec6) of alleen dekzand het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel (Ec5). In het zuidelijk deel van het plangebied komt de Formatie van Echteld/Formatie van Nieuwkoop voor op de Formatie van Boxtel: rivierklei en –zand met inschakelingen van veen op zand (Ec4) of is er alleen sprake van de Formatie van Echteld/Formatie van Nieuwkoop: rivierklei en –zand met inschakelingen van veen (Ec2). 1. Wat is de aard (ontstaanswijze en classificatie), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke bodemhorizonten en natuurlijke afzettingen in het omringende (binnen een afstand tot ca. 200 m van de onderzoekslocatie) gebied? Op de geomorfologische kaart9 (zie Afbeelding 2) is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging in de bebouwde kom.

Ten noordwesten van het plangebied komen een stuwwal (14B11) en een droogdal voor (36R21ydl). Ten noordoosten van het plangebied is sprake van een stuwwal (15B11) en een daluitspoelingswaaier (4G21). Ten zuidoosten van het plangebied is de ondergrond als stroomrug (3B44) en plateau-achtige storthoop, opgespoten terrein of kunstmatig eiland (4F91) gekarteerd. Ten zuidwesten van het plangebied is eveneens sprake van een plateau-achtige storthoop, opgespoten terrein of kunstmatig eiland (4F91), alsmede van een vlakte van rivierafzettingen (2M45HD). Op basis van het booronderzoek dat Synthegra10 uitgevoerd heeft in het noordelijk deel van het onderzoeksgebied ligt het plangebied zeer waarschijnlijk aan de voet van de stuwwal van Arnhem. Op deze gestuwde afzettingen is mogelijk sprake van een dek van smeltwaterafzettingen. 6

Berendsen 1997, 87. Cohen & Stouthamer, 2012 8 https://www.grondwatertools.nl 9 Archis3 10 Van der Zee, 2007 7

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

14 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

Dhr. M. Defilet heeft aangegeven dat in een deel van het onderzoeksgebied sprake is van hellingafzettingen. Vanuit deze gradiëntzone konden diverse landschappen worden geëxploiteerd. Het overige deel van het onderzoeksgebied kende natte omstandigheden.11

A B A

C

D

D

E

E

Afbeelding 2: Geomorfologische kaart (bron: Archis3). Legenda: A = stuwwal, B = daluitspoelingswaaier, C = droogdal, D = plateau-achtige storthoop, opgespoten terrein of kunstmatig eiland, E = stroomrug, F = vlakte van rivierafzettingen

2. Wat is de aard (ontstaanswijze), diepteligging, genese, gaafheid, dikte, en omvang van eventueel in het omringende gebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, colluvium, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)?

Bodem Het plangebied is op de bodemkaart12 (zie Afbeelding 3) vanwege de ligging in de bebouwde kom niet getypeerd. Ten noorden van het plangebied komen holtpodzolgronden in lemig fijn zand (Y30) voor. Ten zuidoosten is sprake van kalkhoudende poldervaaggronden in zware zavel en lichte klei met profielverloop 5 (Rn95A) en kalkhoudende ooivaaggronden in zware zavel en lichte klei (Rd90A). Ten westen van het plangebied is sprake van een gooreerdgrond in grof zand (pZn30).

11 12

Gemeente Arnhem, 2016 Archis3

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

15 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

A

A

A

D

B

C

Afbeelding 3: Bodemkaart (bron: Archis3). Legenda: A = holdpodzol, B = kalkhoudende poldervaaggrond, C = kalkhoudende ooivaaggrond, D = gooreerdgrond

Zanddieptekaarten Op de zanddieptekaart13 is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging buiten de uiterwaarden en buiten de invloedssfeer van Rijn en IJssel. Het onderzoeksgebied ligt op de flank van de stuwwal. Op de zandbanenkaart van de provincie Gelderland14 is alleen het zuidelijk deel van het plangebied en het gehele onderzoeksgebied gekarteerd. Het pleistocene zand komt tussen 0 en 1,0 m-mv voor (zanddieptecode 20). Dit pleistocene zand bestaat uit een dek van afspoelingswaaierzand waarvan de top binnen 1,0 m-mv aanwezig is (deklagencode 401).

Grondwater15 Vanwege de ligging in de bebouwde kom is de grondwatertrap niet gekarteerd.

Hoogte De hoogte in het plangebied is relatief uniform en de gemiddelde maaiveldhoogte bedraagt circa 14,40 m+NAP. Het meest westelijke deel van het plangebied is met een hoogte van circa 11,32 m+NAP aanzienlijk lager gelegen en het noord(oost)elijke deel ligt met circa 16,33 m+NAP bijna 2 meter hoger dan de rest van het plangebied (zie Afbeelding 4).

13

Cohen 2012 http://kaarten.gelderland.nl/viewer/app/thema_zandbanen 15 http://maps.bodemdata.nl/bodemdatanl/index.jsp 14

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

16 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

Afbeelding 4: Hoogteligging (bron: AHN2)

Milieu- en geotechnische gegevens De opdrachtgever heeft meerdere onderzoeksrapporten van milieukundige onderzoeken ter beschikking gesteld die betrekking hebben op het huidige plangebied. In 2016 heeft Arcadis een samenvattende studie gemaakt van alle voorgaande onderzoeken,16 waarvan de resultaten hieronder beknopt beschreven worden: uit de voorgaande onderzoeken is gebleken dat de bodem en het grondwater op meerdere plekken verontreinigd zijn. De lichte verhogingen ten opzichte van de achtergrondwaarde kunnen verklaard worden door het voorkomen van baksteen, sintels en kolengruis. Plaatselijk is de grond en het grondwater licht tot sterk verontreinigd met zware metalen, PAK, minerale olie en PCB en in mindere mate ook met fenol en aromatische- en gechloreerde koolwaterstoffen. De belangrijkste verontreinigingen in de bovengrond bevinden zich in het centrale parkeerterrein (licht tot sterk verontreinigd met PCB, zware metalen en PAK), gebouw B3 (zink), de buitenzijde van gebouw B5 (PCB) en de parkeerplaats van gebouw B5 (PAK). Over het gehele terrein komen diffuus zware metalen, PAK, minerale olie en PCB’s voor. De aangetroffen mobiele verontreinigingen zijn als stabiel beschouwd. Asbest is niet aangetroffen. De conclusie van het rapport is dat voor een bestemming wonen een leeflaag van minimaal 1,0 meter dik aangebracht dient te worden (ingraven of opbrengen).

Voor een bestemming ‘industrie’ is de sanering van de verontreiniging niet spoedeisend.17 Het plangebied is gelegen binnen deellocatie 5 en 6 van de onderzoeken van Hofstede (zie Afbeelding 5). Voor deellocatie 518 is aangegeven dat dit gehele deel met 4 meter is opgehoogd ten behoeve van de realisatie van bebouwing. In 1994 is in dit deelgebied in totaal 100 m3 grond afgegraven ten behoeve van bodemsanering. Voor deellocatie 619 is aangegeven dat de bodem in het verleden tot 0,5 m-mv is afgegraven en dat langs de westelijke grens van deellocatie 6 een rioolsleuf op 2,5 tot 3,0 m-mv aangelegd is.

16

Oranjewoud, 2000; Arcadis, 2001a; Arcadis, 2001b; Arcadis, 2001c; Arcadis, 2004a; Arcadis, 2004b; Arcadis, 2006; Syneca, 2008; Arcadis, 2008; Bos, 2008; Bos, 2008b; De Natris en Miltenburg, 2008a; De Natris en Miltenburg, 2008b; De Natris en Miltenburg, 2008c; De Natris en Miltenburg, 2008d; De Natris en Miltenburg, 2008e; De Natris en Miltenburg, 2009a; De Natris en Miltenburg, 2009b; De Natris, 2010; De Natris, 2011; Arcadis 2014a; Arcadis, 2014b; Mekkink, 2016a. 17 Mekkink, 2016b 18 De Natris en Miltenburg, 2009a 19 De Natris en Miltenburg, 2009b

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

17 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

Afbeelding 5: Deellocaties milieuonderzoek Hofstede met het huidige plangebied ter plaatse van deellocaties 5 en 6

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

18 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

In het Bodemloket20 zijn voor het plangebied geen meldingen opgenomen. Uit het Dinoloket21 zijn in het plangebied meerdere geologische boringen bekend (zie Afbeelding 6). In het noordelijk deel van het plangebied gaat het om de volgende boringen: -

-

-

-

B40B0360, tot 286 m-mv: tot 1,20 m-mv matig fijn, zwak grindig, sterk humeus, siltig zand, tot 3,00 m-mv grof zand, tot 4,50 m-mv matig fijn, sterk siltig zand en tot 6,00 m-mv zandige leem. De diepere lagen zijn archeologisch niet relevant en worden daarom niet beschreven. B40B0359, tot 286 m-mv: tot 1,20 m-mv matig fijn, sterk humeus, zwak siltig zand, tot 3,00 m-mv matig fijn zand, tot 4,50 m-mv matig fijn, sterk siltig zand en tot 6,00 m-mv sterk zandige, siltige leem. De afzettingen die tot 4,50 m-mv aangetroffen zijn, zijn gerekend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. De afzettingen die tussen 4,50 en 6,00 m-mv aanwezig zijn, zijn geclassificeerd als de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Schimmert. De diepere lagen zijn archeologisch niet relevant en worden daarom niet beschreven. B40B0137, tot 20 m-mv: tot 7,00 m-mv matig grof, zwak grindig zand. De diepere lagen zijn archeologisch niet relevant en worden daarom niet beschreven. B40B0045, tot 85 m-mv: tot 6,00 m-mv matig grof, zwak tot sterk grindig, niet tot zwak siltig zand van de Formatie van Boxtel. De diepere lagen zijn archeologisch niet relevant en worden daarom niet beschreven.

B40B0041, tot 90 m-mv: tot 1,00 m-mv matig fijn, zwak grindig, matig humeus zand (antropogeen esdek), tot 2,30 m-mv fijn, sterk grindig, siltig zand (Formatie van Boxtel), tot 4,50 m-mv sterk zandige leem (Formatie van Drenthe, Laagpakket van Gieten) en tot 10,00 m-mv fijn, sterk grindig zand (gestuwde afzettingen). De diepere lagen zijn archeologisch niet relevant en worden daarom niet beschreven. B40B0040, tot 128 m-mv: tot 1,80 grof, grindig zand (antropogeen omgewerkt), tot 2,10 m-mv zeer fijn, grindig, sterk siltig zand (antropogeen omgewerkt), tot 6,20 m-mv zeer fijn, sterk siltig zand (Formatie van Boxtel). De diepere lagen zijn archeologisch niet relevant en worden daarom niet beschreven.

In het oostelijk deel van het plangebied staan de onderstaande boringen gemeld: -

-

B40B0044, tot 88 m-mv: tot 12,75 m-mv matig fijn tot matig grof, zwak tot sterk grindig zand van de Formatie van Boxtel. De diepere lagen zijn archeologisch niet relevant en worden daarom niet beschreven. B40B0047, tot 89 m-mv: tot 3,00 m-mv antropogeen opgebrachte grond, tot 12,00 m-mv zeer grof, zwak tot sterk grindig zand van de Formatie van Kreftenheye. B40B0046, tot 89 m-mv: tot 10,00 m-mv matig tot zeer grof, zwak grindig zand van de Formatie van Boxtel. De diepere lagen zijn archeologisch niet relevant en worden daarom niet beschreven. B40B0138, tot 20 m-mv: tot 80 cm-mv fijn zand van het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel) en tot 11,50 m-mv fijn, soms sterk grindig zand en zwak zandig grind van de Formatie van Boxtel. De diepere lagen zijn archeologisch niet relevant en worden daarom niet beschreven.

Onderstaande boringen staan geregistreerd in het westelijk deel van het plangebied: -

-

20 21

B40B0043, tot 83 m-mv: tot 4,00 m-mv grof, zwak tot matig grindig zand en leem van de Formatie van Echteld. Tot 17,75 m-mv matig tot zeer grof, zwak tot sterk grindig zand van de Formatie van Kreftenheye. De diepere lagen zijn archeologisch niet relevant en worden daarom niet beschreven. B40B0042, tot 88 m-mv: tot 11,50 m-mv matig tot zeer grof, zwak tot sterk grindig, siltig zand en zwak grindige, matig humeuze, sterk zandige leem van de Formatie van Boxtel. De diepere lagen zijn archeologisch niet relevant en worden daarom niet beschreven. B40B0039, tot 34 m-mv: tot 11,75 m-mv fijn tot zeer grof, zwak tot sterk grindig, niet siltig tot siltig zand van de Formatie van Boxtel. De diepere lagen zijn archeologisch niet relevant en worden daarom niet beschreven.

www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

19 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

Uit de beschikbare bodemgegevens blijkt dat in het gehele onderzoeksgebied sprake is van fijn tot zeer grof, niet tot sterk grindig zand tot een diepte van minimaal 6,00 m-mv. In een aantal boringen is eveneens sprake van (zandige) leem. Het hoogste voorkomen van de gestuwde afzettingen is op 4,50 m-mv.

Afbeelding 6: Ondergrondse (bron:dinoloket.nl)

2.2

Historische ontwikkeling van Velp en het plangebied Historie Arnhem De naam Arnhem, is afgeleid van ‘Arneym’, en dat weer is afgeleid van Arn of Aro - van het Germaanse arnu (arend) - en heem (thuis). De naam Arneym wordt voor het eerst genoemd in 893 in een goederenregister van de abdij Prüm. Arnhem is oorspronkelijk niet gebouwd op de oevers van de Rijn, maar op het hoger gelegen deel langs de Sint-Jansbeek. Arnhem ontstond op de plek waar de weg tussen Nijmegen en Utrecht/Zutphen zich splitste. Zeven sprengbeken voorzagen de stad van water en pas toen de loop van de Rijn in 1530 door de Arnhemmers verlegd werd, kwam Arnhem aan de rivier te liggen. De nederzetting kreeg op 13 juli 1233 stadsrechten van graaf Otto II van Gelre, de graaf van Zutphen. De stad werd in 1579 het eerst de Gelderse hoofdstad, toen het zich als hoofdstad van het Kwartier van Veluwe in het Hertogdom Gelre bij de Unie van Utrecht voegde. In 1585 voegde Arnhem zich, als hoofdstad van het gewest Gelre, bij de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en in 1817 werd Arnhem hoofdstad van de provincie Gelderland in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Tijdens de 2e helft van de 19e en van de 20e eeuw is Arnhem sterk uitgebreid.

Historie Plangebied Het plangebied ligt op het voormalige Fabrieksterrein van ENKA (vanaf 1929 AKU en sinds 1994 AkzoNobel). ENKA staat voor Eerste Nederlandse Kunstzijdefabriek Arnhem en de eerste fabriek werd in 1911 in Arnhem opgericht door Jan Coenraad Hertogs. In 2007 is het bedrijf niet langer

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

20 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

op de locatie van het huidige plangebied gevestigd. In 1922 werd vanwege de groei van het bedrijf een vestiging geopend in Ede. 22, 23 Het onderzoeksgebied is op historische kaarten als volgt aangegeven: -

-

-

-

-

Op de kaart van Jacob van Deventer uit 156024 ligt het onderzoeksgebied in het Arnhemse Broek. Op de Kadastrale kaart 1811-1832 (zie Afbeelding 7) loopt Het Straatje van noordwest naar zuidoost door het onderzoeksgebied. Het onderzoeksgebied is gelegen op de volgende percelen: o 89 Tuin of moesgrond Hermes Hendrik Gaymans o 112 Tuin Hermes Hendrik Gaymans o 113 Tuin of moesgrond Leprozengasthuis Arnhem o 126 Boomgaard Jacobus Arnoldus van Kesteren o 196 Weiland Jacobus Arnoldus van Kesteren o 201 Weiland Jacobus Arnoldus van Kesteren o 202 Weiland Burgerweesthuis te Arnhem o 210 Weiland Peter van Zadelhof Op basis van de beschikbare bronnen is onbekend waarom Het Straatje een kronkerlig verloop kent. Verkennend booronderzoek kan mogelijk uitsluitsel geven of dit de grens met de klei-zone betreft.25 De kaart van 1868 (zie Afbeelding 8) geeft voor het eerst bebouwing weer in het onderzoeksgebied. Deze bebouwing bevindt zich in de noordoostelijke hoek en bestaat uit een drietal gebouwen. Hoewel op de kaart het bijschrift ‘Klein Plattenburg’ staat, betreft dit niet de gebouwen binnen het onderzoeksgebied maar de gebouwen die boven de vermelding ingetekend zijn. De kaart van 1931 is tevens de eerste kaart waarop de ten zuiden van het onderzoeksgebied gelegen spoorlijnen van Arnhem richting Velp en Arnhem richting Westervoort aangegeven zijn.

Op de kaart van 1906 (zie Afbeelding 9) is de bebouwing in de noordoostelijke hoek van het onderzoeksgebied toegenomen. Ten noorden van Het Poortstraatje (voorheen Het Straatje) is sprake van een zestal gebouwen en ten zuiden van de straat is eveneens een gebouw aangegeven. In het noordwestelijke deel van het onderzoeksgebied is tevens sprake van een gebouw. Waar de naam Poortstraatje vandaan komt, is vooralsnog onbekend. In het overzicht voor straatnamen in Arnhem is alleen de herkomst van moderne straatnamen opgenomen en wordt ‘Het Poortstraatje’ niet genoemd.26 Vanaf 1931 (zie Afbeelding 10) is ook het centrale deel van het onderzoeksgebied bebouwd en staat voor het eerst de benaming ‘Kunstzijdefabriek’ bij het onderzoeksgebied genoteerd. Vanaf 1958 (zie Afbeelding 11) is het gehele centrale en westelijke deel van het plan onderzoeksgebied gebied bebouwd met een fabrieksgebouw van de kunstzijdefabriek. Alleen het meest oostelijke deel van het onderzoeksgebied is nu onbebouwd. Het Poortstraatje is niet langer aanwezig. Bovengenoemde situatie blijft bestaan tot 1997 (zie Afbeelding 12). De kaart uit dit jaar geeft weer dat het grootste deel van het fabrieksgebouw gesloopt is en dat alleen het centraaloostelijke deel van het onderzoeksgebied nog bebouwd is. De huidige situatie is ontstaan in 2015 met de sloop van dit centraal-oostelijke deel.

22

http://www.arneym.nl/canonarnhem1900heden/enka/index.html https://mijngelderland.nl/inhoud/specials/gemaakt-in-gelderland/van-arnhemse-kunstzijdefabriek-naarmiljardenbedrijf 24 http://www.arneym.nl/ 25 Opmerking dhr. M. Defilet in beoordeling van 20 maart 2019 26 https://arnhem.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=8b1ee6bb183a4540b05690e5b5b5010f 23

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

21 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

Afbeelding 7: Situatie 1811-1832 (beeldbank.cultureelerfgoed.nl)

Afbeelding 8: Kaart van 1868 (Bron: topotijdreis.nl)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

22 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

Afbeelding 9: Kaart van 1906 (Bron: topotijdreis.nl)

Afbeelding 10: Kaart van 1931 (Bron: topotijdreis.nl)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

23 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

Afbeelding 11: Kaart van 1958 (Bron: topotijdreis.nl)

Afbeelding 12: Kaart van 1997 (Bron: topotijdreis.nl)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

24 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

Tweede Wereldoorlog Op de Indicatieve Kaart voor Militair Erfgoed (IKME)27 ligt het plangebied in de Noordoever-Rijnlinie. Deze Duitse linie was een verlenging van de Westwall om een eventuele vijand die vanuit het zuiden optrok op te kunnen vangen. Daarnaast maakt het westelijke deel van het plangebied onderdeel uit van het operatieterrein Market Garden. In het Verliesregister28 zijn voornamelijk vliegtuigcrashes opgenomen met de melding ‘crashed near Arnhem’. Het Verliesregister geeft geen inzicht in de vraag of er in of nabij het huidige plangebied ook vliegtuigen gecrasht zijn.

Afbeelding 13: 13: Luchtfoto van het plangebied van 15 maart 1945 met het plangebied in de rode cirkel (bron: Dotka)

Tijdens Operatie Market Garden moesten de luchtlandingstroepen de Rijnbrug vanuit het noorden bezetten, terwijl het geallieerde leger vanuit het zuiden optrok. Als enige eenheid van de gelande Britse troepen slaagde het bataljon van John Frost erin de noordzijde van de brug te veroveren. Hierna kwamen zij van twee kanten onder Duits vuur te liggen: van de Duitsers die de zuidzijde van de brug in handen hadden en van van de Duitsers die vanaf het noorden het centrum van Arnhem heroverden.29 De Nederlandse kapitein Jacobus Groenewoud sneuvelde op 18 september toen hij contact wilde maken met de rest van de divisie. Hij kreeg postuum de Militaire Willems-Orde. Orde. Een Poolse brigade onder leiding van Stanisław Sosabowski landde later bij Driel (ten zuiden van de Rijn) om verlichting te brengen. Uiteindelijk kwamen de geallieerden uit het zuiden te laat om de brug in te nemen. Om te voorkomen dat Duitsers hun posities in de Betuwe weer in zouden nemen, is de brug vernietigd door de RAF en de USAAF. Voor het gehele gehele plangebied geldt volgens de kaart Kans op aantreffen CE van de gemeente Arnhem een hoge kans op het aantreffen van Niet Gesprongen Explosieven Explosieven (zie Afbeelding 14). Op 18 januari 2019 is op het Stadskantoor van de gemeente Arnhem de digitale kaart met betrekking tot CE risicogebieden in verband met de Tweede Wereldoorlog ingezien.

Voor het onderzoeksgebied is de volgende informatie relevant:

• •

Verdedigingswerken: ten noorden, noorden, zuiden en westen van het plangebied zijn loopgraven aanwezig (zie Afbeelding 15); Grondgevechten na Slag om Arnhem: kans op verschoten/geworpen munitie (KKM, hand- en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers). Deze zone om omvat vat geheel Arnhem;

27

www.ikme.nl https://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/rs.php?aircraft=&sglo=&date=&location=Arnhem&pn=&unit=&nam e=&cemetry=&airforce=&target=&area=&airfield= 29 www.wikipedia.org 28

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

25 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

•

• •

Artilleriebeschietingen na Slag om Arnhem: verschoten munitie, geschutsmunitie (2 centimeter tot en met 7,2 inch) en rakketten (landmatras ten noorden van de Rijn). Deze zone omslaat geheel Arnhem; Er bestaat een verhoogde kans op het aantreffen van CE (zie Afbeelding 14); Uit het onderzoeksgebied zelf zijn geen gevechtshandelingen bekend.

Afbeelding 14: Kans op het aantreffen van conventionele explosieven (CE), bewerkt naar L. Wigman (gemeente Arnhem) met het plangebied in het oranje kader en het onderzoeksgebied in het rode kader.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

26 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

Afbeelding 15: Risicokaart op aantreffen CE – Verdedigingswerken met in paars de locaties van de loopgraven en het onderzoeksgebied in het oranje kader (Bron: gemeente Arnhem)

3. Wat is het historisch landgebruik van de onderzoekslocatie en het omringende gebied geweest? Tot 1868 kende het gehele onderzoeksgebied een agrarische functie waarbij delen in gebruik waren als weiland, boomgaard en tuin en/of moesgrond. Vanaf 1868 was het noordoostelijke deel van het onderzoeksgebied bebouwd. Bebouwing in het centrale deel van het onderzoeksgebied ontstond vanaf 1931 en pas met de sloop van de fabriekshallen van de kunstzijdefabriek in, volgens de cartografische gegevens, 1997 en in 2015. Een groot deel van het plangebied is momenteel in gebruik als (beklinkerd) parkeerterrein.

2.3

Archeologische waarden In het plangebied is één onderzoek uitgevoerd. Binnen een straal van 400 meter vanaf het centrum van het plangebied zijn 10 onderzoeken opgenomen in Archis3 (zie Afbeelding 16). - 2167239100. In 2007 heeft Synthegra een bureau- en karterend booronderzoek30 uitgevoerd in het noordoostelijk deel van het huidige plangebied. Uit het booronderzoek blijkt dat er vanaf het maaiveld sprake is van een 60 tot 200 centimeter dik ophoogpakket met vermoedelijk stadsafval uit de 18e en 19e eeuw. De C-horizont is direct onder het ophogingspakket aangetroffen en bestaat uit zeer grof, matig siltig, sterk grindig zand. In één boring is onder de ophooglaag sprake van een pakket sterk zandige, sterk grindige klei: gestuwde rivierafzettingen. Het plangebied ligt op de voet van de stuwwal, waarop mogelijk een dunne laag regen- of smeltwaterafzettingen ligt. De bodem is geclassificeerd als enkeerdgrond. Het natuurlijke podzolprofiel dat onder het esdek werd verwacht is niet meer intact. Synthegra adviseert om geen vervolgonderzoek uit te voeren.

30

Van der Zee, 2007

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

27 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

- 2071456100. Op 360 meter ten noorden van het plangebied heeft BAAC in 2005 een bureauonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is niet in Archis3 en DansEasy opgenomen. - 2468121100. Op 325 meter ten noorden van het plangebied heeft de gemeente Arnhem in 2015 een bureauonderzoek31 uitgevoerd. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied ten noordwesten van het historische centrum van Arnhem is gelegen. Voor de periode Mesolithicum – Romeinse tijd geldt een middelhoge archeologische verwachting, voor de Middeleeuwen en Nieuwe tijd geldt een hoge verwachting en voor de Moderne tijd geldt een middelhoge verwachting in het midden een oosten van het plangebied van de gemeente Arnhem. Het advies van de gemeente Arnhem is dan ook om in de nabijheid van het plangebied een intensieve archeologische begeleiding van de graafwerkzaamheden en eventuele opsporing van conventionele explosieven uit te voeren. - 3984978100. Op 270 meter ten oosten van het plangebied heeft de gemeente Arnhem in 2015 een bureauonderzoek32 uitgevoerd. Op basis van het bureauonderzoek geldt voor de periode Mesolithicum – Romeinse tijd een middelhoge verwachting Voor de periode Middeleeuwen – Moderne tijd is de archeologische verwachting hoog.

Het advies van de gemeente Arnhem is om tijdens de werkzaamheden enkele waarnemingen te verrichten indien er sprake is van verstoringen en een archeologische begeleiding uit te voeren indien de bodem intact is. Op 320 meter ten zuidoosten van het plangebied staan de volgende onderzoeken gemeld: - 2128253100. In 2006 heeft Grontmij een bureauonderzoek33 uitgevoerd voor een groter plangebied. Grontmij adviseert om een verkennend booronderzoek uit te voeren omdat voor het gehele plangebied een verwachting geldt op archeologische waarden. - 2096259100. Vestigia heeft in 2006 een booronderzoek34 uitgevoerd waaruit is gebleken dat de boringen rondom de bebouwing tot grote diepte verstoord zijn. In een tweede groep boringen, in het noordwestelijk deel van het plangebied, is sprake van een esdek met daaronder een matig ontwikkelde podzol in matig grof, licht grindhoudend zand. Een derde groep boringen heeft geen tekenen van bodemvorming en het gehele bodemprofiel bestaat uit grindhoudend, matig grof tot grof zand. De laatste groep boringen wordt gekenmerkt door matig zandige tot siltige klei, welke op een diepte tussen 140-200 cm-mv voorkomt. Onder de kleilaag is matig grindhoudend fijn tot matig grof zand aanwezig. Vestigia adviseert om in het noordwestelijke deel van het plangebied een waarderend booronderzoek uit te voeren. - 4022884100.

In 2017 heeft BAAC een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek35 uitgevoerd voor het noordelijke deel van het hierboven genoemde plangebied van Vestigia. Op basis van het booronderzoek is er in het plangebied vanaf het de basis van het boorprofiel richting het maaiveld sprake van beddingzand van de Rijn of IJssel, oeverafzettingen, een colluviaal dek met mogelijke bodemvorming, een cultuurlaag en komafzettingen of een ophoogpakket. In de cultuurlaag is een fragment aardewerk uit de Late Middeleeuwen B en bouwkeramiek aangetroffen. BAAC adviseert om in het gehele plangebied een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. - 4547465100. ADC heeft in 2017 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd op bovenstaande locatie van BAAC. Het onderzoek is in Archis3 nog niet afgemeld. Dit rapport is opgevraagt bij dhr. M. Defilet. Het rapport was bij de gemeentelijk archeoloog evenmin beschikbaar. - 4547465100. Op 350 meter ten zuiden van het plangebied heeft Synthegra in 2005 een booronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is niet opgenomen in Archis3 en/of DansEasy. Dit rapport is opgevraagt bij dhr. M. Defilet. Het rapport was bij de gemeentelijk archeoloog evenmin beschikbaar.

31

Smole, 2015a Smole, 2015b 33 Fijma en Hoekstra, 2006 34 Diepeveen-Jansen en Klerks, 2006 35 Van Putten en Kalisvaart, 2017 32

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

28 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

- 2022118100. Op 315 meter ten zuiden van het plangebied is in 2015 een noodonderzoek/bouwwerkzaamheden, proefsleuven uitgevoerd. De uitvoerder staat gemeld als zijnde een particulier en in Archis3 is geen aanvullende informatie opgenomen. Dit rapport is opgevraagd bij dhr. M. Defilet. Het rapport was bij de gemeentelijk archeoloog evenmin beschikbaar. Rondom het plangebied staan meerdere vondstmeldingen geregistreerd: • • •

3091124100. Op 390 meter ten noordoosten is een sestertius uit de Midden Romeinse tijd B aangetroffen. 2936975100. Op 460 meter ten noordoosten is zijn aardewerk en crematieresten uit de periode Neolithicum – IJzertijd aangetroffen. 4022884100. Op 335 meter ten zuidoosten zijn tijdens het bovengenoemde booronderzoek van BAAC 3 fragmenten keramiek uit de Late Middeleeuwen B – Nieuwe tijd aangetroffen.

In het Ambitiedocument van gemeente Arnhem36 is een paragraaf ‘Archeologie en Cultuurhistorie’ opgenomen. Hierin is aangegeven dat er binnen het plangebied sprake is van een gebouwd Rijksmonument (530921). Het betreft het pand aan de Tivolilaan 51-187. Daarnaast staan binnen het plangebied meerdere gemeentelijke monumenten: gebouw C3 gehoorzaal, Gedenkteken 1942-1945, Zijderupscocon en gedenkteken 1938. Het portiersgebouwtje (B7) is potentieel beeldbepalend.

Afbeelding 16: Onderzoeksmeldingen (Bron: Archis3)

4. Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen (‘waarnemingen’ inclusief uitkomsten historisch kaartonderzoek) zijn reeds binnen het onderzoeksgebied en/of binnen de landschappelijke eenheden rondom de onderzoekslocatie bekend? Vermeld per vondst- en/of spoorcomplex minimaal: a) bronvermelding (onderzoeksrapportages, ARCHIS-gegevens) 36

Gemeente Arnhem, 2016

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

29 van 66

Project Kenmerk

: BO, Bouwdossieronderzoek en IVO Archeologie Velperweg 76 (AKZO) Arnhem, gem. Arnhem : DWS/DIR/HAMA/181961

b) de materiaalcategorie c) ouderdom d) ruimtelijke (geografische) verspreiding e) stratigrafische verspreiding (diepteligging en/of dikte vondstlaag) f ) fragmentatie Zie paragraaf 2.3 en tabel 2 voor detailinformatie. De waarnemingen in Archis3 geven een indicatie dat er in de omgeving van het plangebied menselijke bewoning heeft plaatsgevonden vanaf de periode Neolithicum – IJzertijd en dat de omgeving van het plangebied in de Late Middeleeuwen gebruikt is. Archis geeft geen informatie over de ruimtelijke (geografische) verspreiding, de stratigrafische verspreiding (diepteligging en/of dikte vondstlaag) en de fragmentatie. Gegevens hierover zijn niet beschikbaar.

2.4

Bouwdossieronderzoek Op 18 januari 2019 heeft Hamaland Advies een bouwdossieronderzoek uitgevoerd in het Gelders Archief in Arnhem. Wij zijn de medewerkers van het archief zeer erkentelijk voor het helpen lokaliseren en beschikbaar stellen van de bouwdossiers. In totaal zijn 26 dossiers geraadpleegd, die betrekking hadden op het gehele AKZO/ENKA-terrein. Onder de zoekterm ‘Velperweg 76’ zijn 20 dossiers gevonden (zie Bijlage 3) en onder de zoekterm ‘Tivolilaan 0’ zijn nog eens 6 dossiers teruggevonden (zie Bijlage 3). Voor het onderzoeksgebied is in een drietal dossiers relevante informatie gevonden: •

Archiefblok 2197

Inv.nr. 9575

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=bdf076f3-1b2e-4f92-9d25-88419dbe53d8