CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Perspectiefnota 2026 - 2029 (geamendeerde versie)

Politieke Avond 11 juni 2025, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Perspectiefnota 2026-202930.738 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Toeristenbelasting We kennen in Arnhem twee verschillende tarieven voor de toeristenbelasting: een laag tarief van € 2,00 (2024: € 1,00) per persoon per nacht voor overnachten op een camping, in een slaapzaal of op een aanlegplaats in de jachthaven en een hoog tarief € 3,50 (2024: € 2,50) per persoon per nacht voor overnachten in andere accommodaties, met name hotels en B&B’s. Dit is inmiddels ook als zodanig vertaald in de verordening Toeristenbelasting 2025, welke in november 2024 door de raad is vastgesteld. Verder zien we een toename (in de prognose) van het aantal overnachtingen en is het realistisch om de opbrengsten uit de toeristenbelasting naar boven bij te stellen. De bijstelling is op basis van de cijfers over 2023 en medio 2025 ontvangen we de cijfers over 2024. Deze aanpassing is behoedzaam en we verwachten in aanloop naar de begroting 2026 een nieuwe inschatting te kunnen doen. Indien de uitkomsten hier aanleiding toe geven volgt er nog een herziening van opbrengsten uit toeristenbelasting.

Actualisatie treasury De treasurybegroting is geactualiseerd. De begroting is bijgesteld op basis van: • De realisatie; • De huidige en verwachtte financieringsbehoefte; • De interne verrekening van de rentelasten; • De uitgezette leningen; 18 Perspectief op het Financieel Meerjarenbeeld

•

Ons belang in de Bank Nederlandse Gemeenten.

Uit de actualisatie volgt een voordeel voor 2025 van € 1,2 miljoen, een nadeel van € 0,3 miljoen voor 2026, een voordeel van € 0,2 miljoen voor 2027 en een structureel nadeel van € 0,7 miljoen vanaf 2028. Het voordeel in 2025 ontstaat met name doordat onze financieringsbehoefte lager is en de rente naar beneden is bijgesteld. We hoeven dus minder te lenen dan verwacht en dat gebeurt daarnaast goedkoper. Vanaf 2026 neemt het de financieringsbehoefte toe, met name doordat het investeringsvolume toeneemt, al ontstaat er nog steeds een voordeel, doordat de eerdere raming wordt verlaagd. Structureel bedraagt dit € 1,4 miljoen. Op de interne verrekening van de rente ontstaat een nadeel doordat een te laag rentepercentage voor de financieringskosten werd verrekend in de verschillende programma's. Dit resulteert in een structureel nadeel van € 1,1 miljoen. Daarnaast zijn de rente-inkomsten op de leningen die we als gemeente hebben verstrekt naar beneden bijgesteld. De leningenportefeuille is de laatste jaren aanzienlijk afgenomen doordat bestaande leningen (eerder) zijn afgelost, maar er geen nieuwe leningen zijn verstrekt. Dit levert een structureel nadeel van € 0,9 miljoen.

Bestuur, dienstverlening en financiën Burgerzaken Legesopbrengsten De leges zijn ten aanzien van de nieuwste trends van bevolkingsgroei en spreiding in aanvraag herrekend, met als consequentie dat in de jaren 2025 (€ 172.078), 2026 (€ 1.251) en vanaf 2028 (€ 110.102) minder leges dan begroot worden opgehaald. In 2027 verwachten we juist een piekjaar (€ 236.453) op met name reisdocumenten, waarin het financieel effect ten opzichte van de huidige begroting positief zal zijn. Personele ontwikkelingen De afgelopen tijd is bij Burgerzaken onderzocht hoeveel capaciteit nodig is op basis van verwachte werkvoorraad en verwerkingstijd. Het verkregen inzicht heeft ertoe geleid dat voor wat betreft de inzet van regulier personeel, deze inzet structureel lager is dan begroot. Hier is dan ook sprake van een voordeel voor de algemene middelen, zoals getoond in de eerste rij in onderstaande tabel. Mochten er onvoorziene tegenvallers zijn, zoals ziekteverzuim en onverhoopte afname van productiviteit, dan kan dit worden opgevangen in het begrote structurele inhuurbudget. Omdat er steeds meer wettelijke eisen gesteld worden door het Rijk, is de wisselwerking tussen voldoende kwantitatief en kwalitatief personeel in combinatie met de inzet van betrouwbare technologie een must. Op het moment dat uit jaarlijkse evaluaties/verantwoordingen volgt dat we hieraan niet voldoen, kunnen sancties volgen.

Ten behoeve van de inzet van capaciteit specifiek voor de paspoortpiek is tot en met 2027 in de begroting een bedrag van € 555.000 opgenomen. Ook deze inzet is geactualiseerd en dit leidt in de eerste jaren tot een voordeel voor de algemene middelen. Vanaf 2028 wordt dat een nadeel, omdat vanaf dat jaar geen middelen meer voor de piek zijn begroot. We verwachten wel dat de paspoortpiek vanaf 2028 afneemt ten opzichte van het niveau in de jaren 2025-2027. We houden er echter rekening mee dat die afname wordt gecompenseerd door een toenemend aantal aanvragen als gevolg van een stijgend inwoneraantal. Door de toename zullen deze middelen die nodig zijn voor de piek langzamerhand steeds meer regulier worden, omdat met het reguliere personeel dan het tegen die tijd hogere aantal inwoners dient te worden geholpen. Voor de vergelijking met de jaren tot 2028 is dit in onderstaande tabel nog wel apart weergegeven. Mutatie in € / Jaar Personele inzet regulier Personele inzet paspoortpiek Totale inzet

2025 + 303.278 + 292.696 + 595.974

2026 + 269.432 + 259.045 + 528.477

2027 + 47.649 + 244.510 + 292.159

2028 + 24.095 - 257.072 - 232.977

2029 + 11.017 - 211.072 - 200.055

S S

Daarnaast is het nodig om ook te voldoen aan wettelijke vereisten van hardware op de afdeling Burgerzaken. Hiermee worden de vervanging van onder andere kluizen en andere hardware bedoeld, waarvoor een gemiddeld jaarlijks structureel budget van € 30.000 nodig is. Doorontwikkeling Eind 2024 is besloten om de doorontwikkeling van de afdeling Burgerzaken met de huidige focus te stoppen. Er is een korte termijn plan 2025 uitgewerkt dat de basis moet vormen voor het structurele plan vanaf 2026. Doordat de voortgang is vertraagd, is het niet meer haalbaar om de doorontwikkeling in 2025 af te ronden en is voor 2026 een

19 Perspectief op het Financieel Meerjarenbeeld

aanvullend, incidenteel budget nodig. Doorontwikkeling in samenspel van menskracht en digitalisering blijft onze continue aandacht houden, ook na 2026 als de eerste digitaliseringsslag van onze processen Burgerzaken in 2026 is afgerond. Er worden steeds meer wettelijke eisen gesteld door het Rijk die dienen te zorgen dat onze bedrijfsprocessen kwalitatief en kwantitatief voldoende robuust en betrouwbaar zijn. Op het moment dat uit jaarlijkse evaluaties/verantwoordingen volgt dat we hieraan niet voldoen, kunnen sancties volgen. Dit vraagt om grip op processen en de wisselwerking met beschikbare technologie. Voor de borging zijn nog geen structurele middelen opgenomen in de begroting. Ons voorstel is: € per jaar Begroot Nodig Mutatie op Algemene middelen

2025 520.000 560.000 -40.000

2026 0 560.000 -560.000

2027 e.v. 0 200.000 -200.000

S S

Onder de incidentele kosten voorzien we inzet van een projectmanager en een procesanalist. Structureel is de inzet van een medewerker proces & optimalisatie en de tijdsinzet van medewerkers (procesverantwoordelijken) die hiervoor niet beschikbaar zijn voor reguliere taken, vereist.

Doorontwikkeling digitale dienstverlening De trend om onze digitale dienstverlening (zowel intern als extern) te verbeteren en meer papierloos te werken zetten we voort. We optimaliseren verder onze digitale dienstverlening, van digitale aanvraag tot papierloze afhandeling, waarbij we in lijn met de Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer (Wmebv) onze inwoners informeren vanuit de Berichtenbox MijnOverheid of MijnOmgeving. We hebben al grote stappen gezet en willen deze vooruitgang verder doorzetten voor al onze producten en diensten. Daarbij willen we ook stappen zetten in het creëren van een naadloze en consistente inwonerervaring over alle kanalen heen, of het nu online, per telefoon, of aan de balie is. In een hackaton hebben we reeds beproefd om dossierinformatie over een schuldhulpverleningstraject op basis van common ground principes toegankelijk te maken voor inwonercontact medewerkers. Zodoende kunnen ze direct helpen tot waar het wenselijk is, zonder door te verwijzen en extra stress voor inwoners te creëren. We willen dit principe nader in praktijk brengen. Voor kwalitatieve, transparante en efficiënte dienstverlening is procesgericht werken en monitoring essentieel en een sleutel voor succes. Door inzichten uit monitoring en procesmatig te werken zijn we in staat sneller mee te bewegen op veranderingen, prioriteiten te stellen en continu te verbeteren.

Structurelere ondersteuning op gebied van processen en monitoring is daarbij noodzakelijk om blijvend tot slimme oplossingen te komen. In het kader van efficiënt werken, digitaliseren onze akten burgerlijke stand, daarbij zorgen we voor dat akten voor medewerkers tijd en plaat onafhankelijk vindbaar en toegankelijk zijn, zodat deze ter dienstverlening snel gebruikt kunnen worden of aangeleverd bij andere gemeente. Bij de inrichting houden gaan we niet alleen uit van huidige akten, maar ook nieuwe aanwas. Bij de ontwikkelingen van dienstverlening kijken we ook naar de mogelijkheden om op een verantwoorde manier kunstmatige intelligentie (AI) in te zetten. AI kan zorgen voor meer inclusieve dienstverlening, bijvoorbeeld door automatische vertalingen, transcripties en spraakherkenning aan te bieden, zodat inwoner met een taalbarrière makkelijker toegang hebben tot onze diensten. Er is voldoende capaciteit voor beheer en instandhouding, echter geen ruimte voor continu veranderingen doorvoeren op de digitale dienstverlening. Benodigd om dat structureel zelf te kunnen doen vraagt om middelen voor de continue werkzaamheden om de digitale dienstverlening (technisch) te realiseren en te onderhouden.

Autonome technologische ontwikkelingen ICT-landschap Ontwikkelingen ICT en informatieveiligheid Om goede en veilige dienstverlening richting inwoners en bedrijven te kunnen blijven leveren, is ICT voor de gemeente steeds meer van cruciaal belang. Het ICT landschap verSaaSt, wat inhoudt dat steeds meer applicaties naar de cloud gaan. Deze transitie wordt grotendeels bepaald door ICT leveranciers die hun diensten alleen nog via de cloud aanbieden. Hierin moeten wij meebewegen op onze ICT-infrastructuur en personele capaciteit. Daarnaast hebben wij de concepten van een Informatievisie (I-Visie) en de uitvoeringsstrategie (I-Agenda) opgesteld waarin een vertaalslag is gemaakt van de gemeentelijke ambities en hoe we dit kunnen realiseren. De uitvoeringsagenda moet daarin ook een meerjarige financiële vertaling gaan geven voor de begrotingen van de komende jaren. 20 Perspectief op het Financieel Meerjarenbeeld

De wereld om ons heen verandert in rap tempo. We zien dat technologische ontwikkelingen zoals quantum computing en artificial intelligence (AI) razendsnel gaan. Dit biedt ons kansen, maar levert ook dreigingen op. Met beide willen we goed omgaan. Ook zien we dat de geopolitieke situatie verandert. Dreigingen nemen toe – cybercriminaliteit treft ook steeds vaker (semi)overheden. Europese en landelijke wetgeving verandert hierin mee en de eisen die worden gesteld aan overheden worden fors opgeschroefd. Het is hierdoor noodzakelijk om continu te blijven investeren in een veilige en solide ICT omgeving en om daarnaast ook te investeren in procesmanagement en -kwaliteit. Om te kunnen anticiperen op de razendsnelle ontwikkelingen, en om te voorkomen dat er jaarlijks losse knelpunten aan de raad moeten worden voorgelegd, is het van belang om een variabel budget voor ICT en informatieveiligheid vast te stellen. Hierdoor kunnen we snel inspelen op actualiteiten om daarmee de dienstverlening op een veilige wijze te kunnen continueren. In aanloop naar de begroting volgt er een meer uitgewerkt voorstel inclusief concreet voorgesteld variabel budget. Meerkosten migratie applicaties naar de cloud In 2025 wordt er door de ICT-afdeling van De Connectie een plan gemaakt voor de migratie van de onpremise technologie naar de cloudtechnologie.

Noodzakelijk omdat vrijwel alle leveranciers hun software alleen nog maar voor de cloud ontwikkelen en gaan leveren. Dit is een complexe exercitie omdat we enerzijds minder techniek lokaal nodig hebben (en daaraan dus ook minder kosten hebben) maar anderzijds meer cloudtechniek zullen moeten afnemen (toename in de kosten daaraan). De gehele operatie zal meerdere jaren in beslag nemen en daarbij is ook het tempo van de leveranciers medebepalend. Hoe dit meerjarig financieel zal uitpakken is nog onduidelijk en onzeker (daar moet het plan het beeld voor gaan geven). De verwachting is wel dat dit in 2026 tot meerkosten zal leiden omdat er dan een aantal zeer grote applicaties naar de cloud zullen gaan. De meerkosten kennen een omvang van € 500.000. Die meerkosten zijn dus niet voor planvorming maar voor uitvoering. In de jaren erna is er ook sprake van vrijvallende investeringsruimte (door minder onpremise technologie) bij de ICT-afdeling van De Connectie die in samenhang gezien moet worden met de meerkosten van cloudgebruik. In het plan zal dat zichtbaar moeten worden. Het kan dus wel zo zijn dat er in 2027 en verder ook een toename van kosten zal zijn, maar dat is op dit moment nog onzeker.

Informatieveiligheid & Privacy In 2022 is besloten om te investeren op gebied van informatieveiligheid en privacy omdat we niet voldeden aan de wettelijke vereisten vanuit de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO) en Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). We hebben dit onafhankelijk laten toetsen wat deed beeld bevestigde. Destijds is besloten om qua budget- en formatieaanvraag onder het externe advies te zitten, om rekening te houden met het absorptievermogen van de organisatie. Bestuurlijk is destijds al aangegeven dat het mogelijk zou zijn dat er in een later stadium alsnog een uitbreiding aangevraagd zou worden. De destijds aangevraagde budgetten zijn aangewend voor de noodzakelijke bezetting van verplichte functies en voor de programmatische aanpak van de achterstanden. De afgelopen jaren hebben we mooie stappen gemaakt. Gelijktijdig hebben we gemerkt dat zowel de lijnorganisatie als programmaorganisatie tegen grenzen aanlopen terwijl de doelstelling van voldoen aan wet- en regelgeving nog niet was behaald. Dit kwam enerzijds doordat er in de domeinen ‘nieuw’ (eerder onbekend) werk opgehaald werd en anderzijds doordat de vraag in de organisatie naar ondersteuning op vlak van Informatiebeveiliging & Privacy (IB&P) toenam door groeiend bewustzijn. Opgemerkt dient te worden dat de wereld om ons heen de afgelopen paar jaar ook fors is veranderd.

Het huidige dreigingsbeeld en de zichtbaarheid van de vele incidenten in ons land, waarbij ook (semi)overheden getroffen worden, maakt duidelijk dat een verdere investering in informatieveiligheid en privacy noodzakelijk is om ons te wapenen tegen de risico’s (zie eveneens de risicoparagraaf). De aangevraagde budgetten zijn benodigd om noodzakelijke stappen te zetten op het pad naar compliance aan wet- en regelgeving. Om de producten vanuit het programma te verankeren in de organisatie en om achterstanden in te lopen, moet structureel worden geïnvesteerd in zowel technische beveiliging, als procesoptimalisatie en formatie. Projecten lopen over de as van Bedrijfscontinuïteit, Identity and Access Management, Privacy en Kwaliteitsmanagementsysteem Informatieveiligheid. Wet- en regelgeving breidt steeds verder uit, waardoor er de komende jaren veel op de organisatie af komt. Ook met de nu opgenomen budgetten is het nodig om deze verplichte implementaties te temporiseren waarbij het uitgangspunt (voldoen aan wet- en regelgeving en het beheersbaar maken van de risico’s) op termijn overeind blijft. 21 Perspectief op het Financieel Meerjarenbeeld

Ook is er sprake van onzekerheden die nog niet financieel vertaald kunnen worden. Dit omvat onder andere de effecten uit de gemeentebrede risicoanalyses en IT-disaster recovery. De structurele impact hiervan zal gedurende het traject inzichtelijk worden gemaakt.

Kwaliteitsborging informatiebeheer Informatie is één van de belangrijkste bedrijfsmiddelen van een overheidsorganisatie. De ontwikkeling van digitaal werken en digitale dienstverlening verloopt in een hoog tempo. Tegelijkertijd hebben overheden moeite om hun informatiebeheer op orde te krijgen. Het aantal wetten en regels rondom informatie nemen toe waardoor overheden onder druk worden gezet om hun informatiebeheer op orde te krijgen, zoals wetgeving die bepaalt dat overheidsinformatie herbruikbaar moet zijn en veel sneller openbaar en beschikbaar moet zijn voor het publiek. Dit stelt hoge eisen aan informatieverwerking en informatiebeheer. Het wettelijk verplichte kwaliteitssysteem voor informatiebeheer levert een belangrijke bijdrage aan het verbeteren van de bedrijfsvoering, een goede dienstverlening aan burgers, bedrijven en een open en transparante overheid, het mogelijk maken van een reconstructie van ons handelen en doen van (historisch) onderzoek en zorgt ervoor dat we aan onze wettelijke verplichtingen voldoen. Voor de borging, onderhoud, implementatie, controle en naleving is capaciteit benodigd: • Ontwerpen kaders en richtlijnen die onderdeel zijn van het kwaliteitssysteem, implementatie en onderhoud.

• Afstemming met diverse disciplines binnen de organisatie die verantwoordelijk zijn om onderdelen van het kwaliteitssysteem op te leveren, te implementeren en te onderhouden. • Zorgen dat de “audit cyclus”/ PDCA cyclus ten aanzien van het kwaliteitssysteem wordt uitgevoerd.

Uitvoering Wet open overheid (Woo) Bij de invoering van de Wet open overheid (WOO) is voor 2024 en 2025 tijdelijk budget toegekend van € 400.000 respectievelijk € 250.000 uitmondend in een structureel budget van € 100.000 vanaf 2026. Het implementatiebudget is toereikend gebleken, maar structureel is €180.000 benodigd. Ten opzichte van het huidige jaar is er profijt van de nieuwe anonimiseringssoftware, waardoor het lakken zelf makkelijker gaat en er minder wordt uitbesteed. Wel is het aantal WOO-verzoeken gestegen (van 94 in 2023, naar 114 in 2024) en de uitvoering van WOO-verzoeken voor zowel de vakafdeling als het ondersteuningsteam blijft arbeidsintensief. Met een totaalbudget van € 180.000 kunnen zowel de goede kwaliteit en de betere doorlooptermijnen gehandhaafd worden. Officiële Bekendmakingen van verordeningen e.d. betreft een complexe taak met een hoog risicoprofiel. Deze werkzaamheden worden daarom uitbesteed bij het enige gespecialiseerde bureau in Nederland, waarvoor de kosten ongeveer € 20.000 per jaar bedragen. Dit is in lijn met alle andere grotere gemeenten.

Efficiency organisatieontwikkeling In de Perspectiefnota 2025 zat een groot aantal bezuinigingen. Afgesproken is dat de ambtelijke organisatie daarin ook een aandeel neemt door efficiënter te werken. Die opgave is inmiddels uitgewerkt met voorstellen die passen in de lopende organisatieontwikkeling. In 2023 is die gestart met het organisatieprogramma LWAA (Lekker Werken aan de Ambities van Arnhem). Daaruit is ook de organisatievisie OPO voortgekomen (Opgavegericht werken, Professional centraal en Ongedeelde organisatie) die begin 2024 is vastgesteld. Die visie maakt dat we effectiever gaan werken met meer werkplezier, maar op onderdelen ook efficiënter. Zo gaan er onder meer efficiencyvoordelen ontstaan door het organisatiebreed programmeren van opdrachten en projecten (opgavegericht werken); het vaker benoemen van een behandelaar met integraal mandaat (professional centraal) en snellere besluitvorming bij dilemma’s tussen beleidsvelden of tussen beleid en uitvoering (ongedeelde organisatie). Naarmate we onze activiteiten preciezer afstemmen en beter organiseren op de vragen en problemen in de stad kunnen we gerichter en effectiever werken. Naarmate we de fasen en bijdragen in projecten intern beter afstemmen, ontstaat minder frictieverlies.

Deze effecten zijn toegedeeld naar de verschillende clusters en ingeboekt met ingang van 2027, zodat in de aanloop daarheen de verschillende maatregelen kunnen worden ingevoerd en de krimp via natuurlijk verloop kan worden opgevangen.

Veiligheid Zorg en Veiligheidshuis Voor de periode 2021 - 2027 heeft de rijksoverheid jaarlijks € 150 miljoen vrijgemaakt om de gemeentelijke dienstverlening aan inwoners met een kwetsbare positie te versterken. Arnhem heeft ervoor gekozen deze 22 Perspectief op het Financieel Meerjarenbeeld

middelen bij het Zorg en Veiligheidshuis (ZVH) onder te brengen ter professionalisering hiervan. Als deze zogenaamde POK middelen vervallen, zal het ZVH haar tarief aan de deelnemende gemeenten verhogen, dus ook aan de gemeente Arnhem. Dit zal op jaarbasis voor Arnhem € 90.000 bedragen.

Bereikbaarheid Versnellen vervanging gelijkrichters Op verzoek van de provincie wordt voorgesteld de gelijkrichters sneller te vervangen dan eerder aangenomen. We stellen daarom voor om in plaats van 2 per jaar, 4 gelijkrichters per jaar te vervangen. Het vervangen van de gelijkrichters biedt ook kansen in het kader van netcongestie. Er lopen diverse initiatieven om de trolley-infrastructuur te gebruiken voor andere gebruikers dan het openbaar vervoer. Het vervangen van de gelijkrichters biedt mogelijkheden om de gelijkrichters hiervoor geschikt te maken en de aansluiting te verzwaren voor meerdere gebruikers. De investering leidt tot een oplopende reeks aan kapitaallasten vanaf 2026. We stellen voor om een investeringskrediet van jaarlijks € 1,3 miljoen beschikbaar te stellen voor het vervangen van de gelijkrichters en de aanvullende jaarlijkse kapitaallasten hiervan (opgebouwd naar een bedrag van € 274.560 in 2029) vanaf 2026 structureel te dekken uit de algemene middelen.

Uitstellen uitbreiding parkeerareaal Voor 2025 was een bedrag van € 500.000 begroot aan extra parkeerinkomsten. Dit ten gevolge van de uitbreiding van het gereguleerd parkeren gebied. Doordat vaststelling van het duurzaam mobiliteitsplan langer heeft geduurd dan voorzien, hierna nog het parkeerbeleid moet worden vastgesteld en pas daarna kan worden begonnen met de uitbreiding van het gereguleerd parkeren gebied, worden deze inkomsten in 2025 niet gerealiseerd. We stellen voor om de verwachte parkeeropbrengsten en de afdracht van de BR Bereikbaarheid aan de algemene middelen, incidenteel met € 500.000 naar beneden bij te stellen.

Economie Subsidie Connectr Voor Arnhem vormen de maatschappelijke opgaven op het gebied van duurzaamheid en energietransitie niet alleen uitdagingen, maar ook economische kansen. Onze ambitie is dat het regionale energie ecosysteem stevig groeit en binnen Europa bekend staat als ‘Hotspot Energy’. Dit doen we door innovatie te stimuleren met behulp van Connectr en de ambitie om het European Center for Flexible Energy Solutions te vestigen. Dit is aangekondigd tijdens de Arnhem Electricity Week. Naast het stimuleren van innovatie binnen het energiecluster doen we dit ook door het verbinden van de twee topcluster van Arnhem namelijk de creatieve sector en de energy sector. Samen met het cluster Internationaal laten we tijdens de jaarlijkse Arnhem Electricity Week alle ontwikkelingen en ambities zien binnen ons energycluster.

De afgelopen jaren is gewerkt aan het opstarten van nieuwe initiatieven, welke ook zijn opgenomen in deze Perspectiefnota, zoals: • Connectr (met mogelijke aanvulling European Center for flexible energy solutions) • Arnhem Electricity Week: • Programma Creatief x Energie; Onze investeringen in deze initiatieven hebben gezorgd voor een veelvoud aan investeringen door andere partijen in onze energiesector en ons vestigingsklimaat aantrekkelijk gemaakt voor belangrijke spelers in Arnhem en een aantrekkende werking gehad op internationale spelers zoals Milence, Hyosung en Volstora. Om dit te kunnen behouden en uit te bouwen is het nodig dat deze ontwikkelingen duurzaam wordt voortgezet. Connectr en de samenwerkende partners (waaronder provincie Gelderland) zijn hiertoe bereid en willen ook financieel bijdragen. De provincie Gelderland heeft voor het meerjarenplan van Connectr de komende jaren een subsidiebijdrage van € 1,2 miljoen per jaar gereserveerd. Dit vraagt dat er ook vanuit de gemeente Arnhem voldoende financiële middelen beschikbaar worden gesteld. Op 30 mei 2024 hebben partijen die samenwerken in Connectr het initiatief gelanceerd om het ‘European Center for flexible energy solutions' te realiseren in Arnhem. De propositie daarvoor wordt nu uitgewerkt.

Op basis hiervan zullen verdere vervolgstappen met betrekking tot capaciteit (kwartiermaker en boegbeeld) en financiering gezet worden. Mogelijk wordt hierbij ook een beroep gedaan op de gemeente Arnhem. 23 Perspectief op het Financieel Meerjarenbeeld

Onderwijs Non-formele educatie Bij het beoordelen van subsidieaanvragen voor het regionale programma voor non-formele educatie, is voor het project 'Samen taal in Malburgen' van City at Home per ongeluk een verouderde projectbegroting als uitgangspunt genomen. Een ingediende herziene begroting is abusievelijk niet meer gebruikt voor de subsidieverlening. Doordat alle ruimte binnen het subsidieplafond is verleend, dit een administratieve fout van de gemeente betreft en deze partij op inhoudelijke gronden wél recht heeft op subsidie, is het voorstel om dit te herstellen vanuit de algemene middelen voor een bedrag van € 38.051 per jaar gedurende de subsidieperiode.

Beheer MFC's De kosten voor het beheer van de MFC's zijn niet in lijn met de beschikbare middelen waarbij dit al langere tijd leidt tot overschrijdingen. Dit blijkt uit de jaarrekeningen 2023 en 2024. Dit heeft onder andere te maken met een te lage formatie aan beheerders waardoor moet worden ingehuurd, een te lage kostendekkendheid uit huren en servicekostenvergoedingen en gebruik voor sociale activiteiten tegen te lage tarieven. Onderzoek naar het integraal accommodatiebeleid en inhoudelijke en financiële (structurele) oplossingen zijn gaande, maar daarmee op dit moment niet direct voorhanden. De kans is daardoor aanwezig dat er ook vanaf 2025 een soortgelijke overschrijding plaats gaat vinden. In de Begroting 2026 en Turap-2 2025 komen we om die reden met een voorstel.

Cultuur Historische trolleybussen onderdak behouden De gemeenteraad heeft bij de behandeling van de Begroting 2025 een motie aangenomen om de Stichting Trolleymateriaal Arnhem éénmalig in 2025 financiële steun te geven voor de stallingsruimte van historische trolleybussen, zodat de stichting op zoek kan naar definitieve stallingsruimte. Voor het jaar 2025 wordt om die reden eenmalig € 20.000 ter beschikking gesteld vanuit de algemene middelen.

Brede openstelling Stichting Musis & Stadstheater In 2020 is de motie Cultuurhuis voor heel Arnhem’ (20M349) aangenomen. Met deze motie roept de raad op om in het nieuwe Stadstheater maximaal ruimte te bieden aan lokale makers, zowel in het gebouw als het gebruik van het gebouw. Stichting Musis & Stadstheater heeft een exploitatiebegroting 2028 opgesteld waarin MSA gedurende het jaar ruimte (o.a. Grote Zaal, Kleine Zaal, Studio, foyers) beschikbaar stelt om niet of tegen zeer gereduceerd tarief, de zogenaamde ‘brede openstelling’. Doelgroep zijn lokale en regionale initiatieven en makers die ondersteuning verdienen, zoals amateurverenigingen, kleinere gezelschappen of collectieven, of organisaties die activiteiten organiseren met een grote maatschappelijke of sociale relevantie. Deze afspraken zullen worden vastgelegd in de subsidiebeschikking voor MSA vanaf 2028. Hiermee wordt invulling gegeven aan de motie. Dit past ook in de lijn van de nieuwe Uitgangspunten Cultuur, waarin we nadrukkelijk inzetten op meer ondersteuning van lokale makers. Om gehoor te geven aan deze beleidskeuze van de raad is op basis van de huidige inzichten een aanvullende subsidie van € 60.000 per jaar noodzakelijk. Dit wordt veroorzaakt doordat, terwijl er weinig tot geen inkomsten zijn, de vaste lasten wel doorlopen, zoals techniek, energie, schoonmaak.

Ook zal personeel worden ingezet voor het begeleiden (productie en techniek) van deze activiteiten. Voor deze diensten is een stijging van 10% voor een deel van de personeelslasten in de begroting opgenomen. We zijn volop in gesprek met MSA over de keuzes die gemaakt kunnen worden en wat deze betekenen voor zowel het functioneren van Stadstheater (en Musis) als voor de toekomstige exploitatie. In de opgestelde exploitatiebegroting 2028 zijn aannames opgenomen waaronder de mogelijke inkomsten uit hoofde van verhuur aan gezelschappen zoals Phion, Theater Oostpool en Introdans. Ook hierover worden nog diverse gesprekken gevoerd.

Rozet Rozet heeft te maken met structurele tekorten op de begroting. In 2024 is er incidenteel € 425.000 subsidie (zijnde de helft van het tekort van € 850.000) verleend, waarbij we hadden gehoopt op een structurele oplossing vanaf 2025. Dit is, ondanks intensief contact en nauwe samenwerking, niet gelukt. Ook voor 2025 is het verwachte tekort € 850.000. De eigen vermogenspositie van Rozet is niet toereikend om dit tekort (in zijn geheel of gedeeltelijk) op te kunnen vangen. Daarom willen we dit bedrag incidenteel subsidiëren. Dit bedrag beschikken we in delen en onder gerichte voorwaarden, om zo te komen tot structurele oplossingen die gaan leiden tot een toekomstbestendig

24 Perspectief op het Financieel Meerjarenbeeld

Rozet. Hierover informeren we de raad afzonderlijk. Rozet heeft aangegeven dit jaar nog meer incidentele kosten te verwachten. Tegelijkertijd zien we dat de nieuwe horecapartij op de begane grond van het Rozetpand financiële voordelen met zich meebrengt, waarin de begroting van Rozet nog geen rekening is gehouden. We denken dat een aanvullende subsidie van maximaal € 850.000 in 2025 toereikend zal zijn.

Participatie en armoedebestrijding Kwijtschelding lokale heffingen Het budget voor verruiming van kwijtschelding van lokale heffingen blijkt te ruim begroot. Daarom wordt het budget naar beneden bijgesteld. Voor afvalstoffen- en rioolheffing wordt de verlaging van kwijtschelding meegenomen in de berekening van de tarieven met ingang van 2026. Voor OZB geldt dit niet. Dit betekent een incidenteel voordeel van € 240.000 voor 2025 en een structureel voordeel van € 10.000 met ingang van 2026.

BUIG 2025 De systematiek van de Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten (BUIG) maakt de omvang van het budget dat Arnhem ontvangt voor het grootste deel moeilijk voorspelbaar. Het gedeelte dat te beïnvloeden is, heeft betrekking op de inzet van loonkostensubsidie. Het knelpunt dat nu wordt voorzien, betreft de meest actuele stand van het saldo BUIG (budget wat ontvangen wordt en prognose van de uitgaven voor BUIG lasten) en het saldo dat reeds is opgenomen in de begroting. Dit betreft het voorlopige budget 2025. Het nadeel betreft een saldo van € 0,8 miljoen in 2025, waarbij het gaat om een nadeel op de lasten van € 5 miljoen en een voordeel op de baten van € 4,2 miljoen. Dit saldo loopt in de jaren daarna op naar € 1,9 miljoen in 2029.

Werkgeverschap sociale werkvoorziening Door meerdere niet beïnvloedbare factoren vallen de kosten voor Werkgeverschap Sociale Werkvoorziening (WgSW) structureel hoger uit. Het gaat hierbij met name om de loonontwikkeling bij SW-medewerkers. Voor 2025 en verder is er geen ruimte om dit binnen de reserves van de Modulaire Gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Centraal Gelderland (MGR SD CG) op te vangen. Het zal daarmee uit de gemeentelijke bijdragen van de deelnemende gemeenten moeten komen. Regiobreed gaat het om een bedrag van € 1,5 miljoen. Voor Arnhem betekent dit een nadeel van € 783.000 in 2025 aflopend naar € 635.000 in 2029 (rekening houdend met een uitstroom van SW-medewerkers van 5%).

Beschermingsbewind In 2024 zijn de landelijk vastgestelde tarieven voor bewindvoering met 6% gestegen t.o.v. 2023. Daarnaast zijn er ook meer inwoners die gebruik maken van bewindvoering. Dit betekent dat in 2024 het budget van € 4,3 miljoen met € 0,6 miljoen is overschreden. In 2025 stijgen de tarieven weer met 6%, dit leidt (zonder stijging van aanvragen) tot een structureel tekort van € 0,8 miljoen. Dit betreft een ontwikkeling die grotendeels autonoom is en die we ook landelijk terugzien. Er zijn in het verleden al instrumenten ingezet als goedkoper alternatief voor bewind (Budget Ondersteuning op Maat) en de samenwerking met bewindvoerders via een Convenant, maar ook dat heeft niet geleid tot een structurele daling van deze kosten. Een verlaging van kosten kan alleen als er beleidswijzigingen worden doorgevoerd.

Alleenverdienersproblematiek In de septembercirculaire hebben we een decentralisatieuitkering van € 346.000 ontvangen om inwoners te compenseren die te weinig bijstand hebben ontvangen in het kader van alleenverdienersproblematiek. Met ingang van 2025 ontvangen we hiervoor structureel een bijdrage van het rijk. De verwachting was dat in 2024 de gehele compensatie afgerond kon worden, maar dat is niet gelukt. In 2024 is er inclusief uitvoeringskosten € 70.000 besteed. De verwachting is dat we in 2025 nog € 120.000 nodig hebben. Omdat het niet bestede deel van € 276.000 in het jaarekeniresultaat van 2024 is verwerkt, nemen we voor 2025 het bedrag van € 120.000 op. Het is geen optie om deze inwoners niet te compenseren, het betreft een wettelijke taak en we hebben er extra middelen voor ontvangen.

Studietoeslag Vanaf april 2022 is de regeling individuele studietoeslag overgegaan van aanvraag bijzondere bijstand naar een inkomensregeling. Deze landelijke regeling is voor mensen die door een structurele fysieke beperking niet in staat zijn om zelf inkomen te verdienen naast hun studie. De wijziging van de regeling heeft tot gevolg dat de aanvraag nu met terugwerkende kracht kan worden gedaan tot ingangsdatum. Het is mogelijk om 5 jaar lang (vanaf april 2022) de toeslag met terugwerkende kracht aan te vragen. De regeling voor studietoeslag is bovendien een openeinderegeling. In de begroting is meerjarig al rekening gehouden met een stijging. Het is echter zeer moeilijk om een meerjarige prognose af te geven. Voor 2025 komen we met de huidige cijfers en aannames op een tekort

25 Perspectief op het Financieel Meerjarenbeeld

van € 410.000 uit. Voor 2026 en verder is het nog niet mogelijk om met een prognose te komen, we gaan de realisatie zeer nauwlettend volgen en onderzoeken hoe we meer grip kunnen krijgen op het prognosticeren van de studietoeslag.

Vergroten bereik Individuele inkomenstoeslag In de begroting van de jaren 2023 tot en met 2026 is jaarlijks € 2 miljoen opgenomen voor het verbeteren van de Inkomensregelingen. Hiermee hebben we de pilot voor de Bijverdienbeloning uitgevoerd, onderzoek gedaan naar de Inkomensregelingen en o.a. het proces en bereik verbeterd van de Individuele Inkomenstoeslag (IIT). Het vergroten van het bereik van de IIT leidt structureel tot meer verstrekkingen. Tot en met 2027 is er dekking beschikbaar, met ingang van 2028 ontstaat er een knelpunt van € 360.000.

Borging wettelijke termijnen en kwaliteit dienstverlening uitvoering participatiewet In 2024 is extra inzet gepleegd om te voorkomen dat achterstanden in doorlooptijden van aanvragen in het kader van de participatiewet te groot werden. Belangrijkste redenen waren de hoge werkdruk (we bereiken steeds meer inwoners met onze regelingen en we willen persoonlijk contact en maatwerk bieden) en de door- en uitstroom van ervaren personeel. Door maatregelen te treffen, zoals het verbeteren van werkprocessen en het reduceren van inhuur, kunnen we het tekort voor het grootste deel ‘zelfstandig’ terugbrengen. Echter, de werkdruk blijft hoog en doorlooptijden staan onder druk en daarom verwachten we ondanks deze maatregelen een overschrijding op de uitvoeringskosten in 2025 en 2026 van € 600.000 en in 2027 van € 300.000. Zodoende kan Arnhem doorlooptijden zoveel mogelijk binnen de wettelijke termijnen houden, blijven we inzetten op het versterken van bestaanszekerheid en krijgen we de ruimte om de basis op orde te brengen. Dit is een belangrijke voorwaarde binnen de opgave ‘Transformatie sociaal domein’.

Welzijn en inclusie Integrale aanpak moslimdiscriminatie in Arnhem Bij de begrotingsbehandeling 2025 is middels motie 24M142 gevraagd om € 50.000 ter beschikking te stellen in 2025 voor uitwerking van een plan van aanpak moslimdiscriminatie. Voorgesteld wordt om deze middelen voor de uitvoering van de acties naar aanleiding van dit plan van aanpak op te nemen in de begroting in 2025.

Actualisatie lasten De Hobbit In Malburgen wordt op de hoek van de Zwanebloemlaan en de Fluitekruidstraat een buurthuis, gymzaal en 12 sociale huurappartementen gebouwd. Voor deze ontwikkeling (ook wel bekend al de Hobbit) is samen met Volkshuisvesting, Rijnstad en de gemeente een business case opgesteld. Hierover is de raad in 2020 geïnformeerd. De business case gaat uit van verschillende exploitaties. De grondexploitatie behelst de aankoop van gronden/panden, bouwrijp maken en vervolgens verkoop van de bouwrijpe grond voor het buurthuis en sociale woningbouw. Voor de aanleg van de openbare ruimte is subsidie van de provincie beschikbaar. Het buurthuis (en de sociale woningbouw) wordt gebouwd en gefinancierd door Volkshuisvesting, waarbij de gemeente en Rijnstad beoogd huurder zijn. De bouw van de gymzaal wordt gedaan door de gemeente, waarbij het Sportbedrijf de exploitatie in handen neemt. De realisatie van het project is een lang gekoesterde wens van de wijk en levert een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid in deze Arnhem-Oost wijk. De huurkosten, het gebruikersonderhoud en overige exploitatielasten voor de gemeente zijn niet afdoende in de begroting verwerkt. Deze kosten bedragen structureel € 150.000.

Uitvoeringskosten inburgering De afgelopen jaren is de instroom van nieuwkomers sterk gegroeid. Arnhem heeft in het kader van hun inburgering de wettelijke taak om hen te begeleiden en krijgt hiervoor, zoals alle gemeenten, een tegemoetkoming van de kosten via het gemeentefonds. Deze tegemoetkoming van € 700.000 is echter niet toereikend om alle uitvoeringskosten te dekken. Om toch aan onze wettelijke taak te voldoen, hebben we de afgelopen jaren extra incidenteel en structureel geld uitgetrokken. Dit betreft een structureel bedrag van afgerond € 400.000 en een incidenteel bedrag van jaarlijks € 530.000 tot en met 2028 uit de bestemmingsreserve Inburgering, integratie en asiel. Met dit geld en het geld uit het gemeentefonds kunnen we in ieder geval 800 nieuwkomers begeleiden. Eind 2024 zaten we echter al op een niveau van 1.290 dossiers. Als gemeente hebben wij geen invloed op de hoogte van de instroom. Conform de wet Inburgering heeft elke nieuwkomer recht op in totaal drie jaar begeleiding. Een deel van de nieuwkomers die in 2022 zijn ingestroomd, stroomt dus in 2025 weer uit. De verwachting is echter dat de instroom groter is dan de uitstroom. Voor 2025 gaan we uit van 1375 dossiers.

26 Perspectief op het Financieel Meerjarenbeeld

Om aan onze wettelijke taken te voldoen op een wijze waarop we inburgeraars mee laten doen vanaf dag 1 als we structureel meer capaciteit hebben voor de begeleiding van nieuwkomers. Met de huidige middelen kunnen 800 dossiers worden begeleid. Om ook de extra 575 dossiers te kunnen begeleiden is in 2025 incidenteel € 400.000 en vanaf 2026 € 800.000 structureel benodigd.

De Overkant en de Leuke Linde Welzijn gaat in de kern over activiteiten die bijdragen aan het welzijn van inwoners. In de praktijk worden deze activiteiten ontplooid in en rond diverse locaties, zoals buurthuizen. Ook kan het voorzieningen betreffen voor inwoners waarbij ook een beheerderslocatie hoort (De Leuke Linde). Via investeringen vanuit Nationaal Programma Arnhem-Oost worden buurtcentrum de Overkant en speeltuin De Leuke Linde vernieuwd. Deze voorzieningen worden hiermee toekomstbestendige bruisende middelpunten van Presikhaaf voor ontmoetingen van bewoners en waar kinderen kunnen leren sporten en ontwikkelen. Dit brengt structureel hogere kosten met zich mee voor exploitatie en onderhoud binnen beleidsveld Welzijn. Bij buurtcentrum de Overkant gaat het om sloop huidig pand en nieuwbouw. Hierna zal dit vernieuwde pand verhuurd worden aan een partij tegen een hogere huur dan eerder. Dit is een subsidiepartij, dus hier zal een verhoogd subsidiebedrag tegenover staan. Inschatting op dit moment is een structureel bedrag van € 200.000. Dit bestaat voor de helft uit eigenaarslasten en kapitaalslasten voor het gedeelte van de investering welke nog niet volledig gedekt kan worden binnen het Nationaal Programma Arnhem-Oost. Hiervoor is een investeringskrediet van € 675.000 nodig.

Het andere gedeelte is een inschatting van hogere lasten aan subsidiepartijen in verband met gestegen huurprijzen. Speeltuin de Leuke Linde wordt vernieuwd, inclusief het beheerdershuisje. De investering wordt gedekt met middelen van het Nationaal Programma Arnhem-Oost. Wel worden er structurele lasten verwacht voor onder andere exploitatie en onderhoud. Inschatting op dit moment is een structureel bedrag van € 50.000.

Gezondheid en sport Voordeel sport Voordeel spuk sport 2023; ontvangen in 2025 Gemeenten (en sportbedrijven) kunnen de btw die hen in rekening wordt gebracht voor investeringen, beheer en dienstverlening in sport, vanaf 2019 niet meer in aftrek brengen. Om de ontwikkeling en instandhouding van sportaccommodaties te stimuleren, kunnen gemeenten jaarlijks de specifieke uitkering stimulering sport (SPUK Sport) aanvragen om dit btw-nadeel te compenseren. De gemeente Arnhem ontvangt een voorschot en met de jaarrekening wordt de verantwoording in orde gemaakt. Het resultaat is dat de gemeente in 2025 nog een bedrag zal ontvangen van het ministerie. De vertraging wordt veroorzaakt, doordat het ministerie in eerste instantie de teveel betaalde voorschotten terug haalt en vervolgens vinden de nabetalingen aan de gemeenten met een lager voorschot plaats. De vaststellingsbeschikking van de spuk sport 2023 is ontvangen en voor Arnhem is een aanvullende verlening toegekend van € 988.000. Voordeel subsidie Sportbedrijf Voor het jaar 2024 heeft het Sportbedrijf extra budget ontvangen voor verwachte loon- en prijsstijgingen. Een deel hiervan bleek niet nodig. Het risico rond loon- en prijsstijging op huur en energie is in eerste instantie incidenteel afgedekt binnen het subsidiekader van het Sportbedrijf.

Bij aanvang van het boekjaar 2024 ontving de gemeente het signaal van Sportbedrijf, dat deze middelen slechts gedeeltelijk zouden hoeven worden ingezet. Vanuit de subsidieverlening geeft de recente kwartaalrapportage wederom een voordeel van € 1,2 miljoen op de exploitatie van Sportbedrijf over 2024. Dit heeft ertoe geleid, dat de gemeente in de kwartaalrapportages meer toelichting en duiding vraagt bij de ontwikkeling van de exploitatie over betreffende subsidie- en boekjaar. Daarnaast wil de gemeente in eerder stadium de (concept) begroting en aanvraag beoordelen. Er ligt een afspraak met sportbedrijf, waarin € 700.000 wordt teruggevorderd door de gemeente en het andere deel van € 500.000 wordt ingezet door sportbedrijf om de toegenomen kosten betreffende het afvoeren van oude kunstgrasvelden te dekken. Dit staat los van de verduurzaming van de velden. De verwachting van Sportbedrijf blijft onveranderd dat het tekort op de exploitatie de komende jaren verder wordt teruggedrongen. Hiervoor zijn al diverse initiatieven gestart om de bedrijfsvoering toekomstbestendig te maken.

27 Perspectief op het Financieel Meerjarenbeeld

Exploitatielasten gymzalen Sporthal Middachtensingel De structurele lasten voor de nieuwe sporthal aan de Middachtensingel zijn niet volledig in de begroting verwerkt. Er zijn aanvullende middelen nodig ter omvang van € 225.000, waarvan € 172.000 voor het eigenarenbeheer en € 53.000 subsidiemiddelen ten behoeve van de exploitatie door het Sportbedrijf. Vanaf 2026 is structurele dekking vanuit de algemene middelen nodig. Gymzaal Fluitekruid Behoudens de kapitaallasten moeten de overige exploitatielasten voor gymzaal Fluitekruid nog worden begroot. Per saldo gaat het om de eigenaarslasten en het tekort op de exploitatie bij het Sportbedrijf. Dit is een bedrag van jaarlijks € 82.207 vanaf 2026 (prijspeil 2026). Aangezien deze investering onderdeel uitmaakt van het integraal huisvestingsplan (IHP) is er reeds dekking voor de kosten voor OZB, heffingen en verzekering van samen € 19.685. Het resterend tekort is daarmee € 62.522.

Ruimtelijke ontwikkeling Adviescommissie Omgevingskwaliteit Met de invoering van de Omgevingswet zijn de welstandstaken ondergebracht in de adviescommissie omgevingskwaliteit. Omdat de taken voor deze commissie onder de Omgevingswet zijn uitgebreid (op stedenbouw en landschap), zijn er meer leden toegevoegd. Incidenteel was hiervoor tot en met 2024 geld beschikbaar gesteld. Gezien het structurele karakter van de uitbreiding van taken stellen we voor om het budget voor de adviescommissie omgevingskwaliteit met € 65.000 structureel te verhogen vanaf 2025.

Stadsontwikkelfonds Woningbouw en stadsontwikkelfonds De woningbouwopgave is één van de grootste ambities van deze bestuursperiode. Het tekort aan woningen maakt dat de urgentie groot is en deze ook breed gevoeld wordt. Om de ambities ten aanzien van de stedelijke ontwikkeling te realiseren is de bestemmingsreserve Stadsontwikkelfonds ingesteld. Het Stadsontwikkelfonds wordt gevuld vanuit een positief jaarresultaat van het grondbedrijf nadat het weerstandsvermogen van het grondbedrijf op het vereiste niveau is gebracht. Door inzet van het stadsontwikkelfonds zijn we in staat woningbouwontwikkelingen te versnellen en om zorg te dragen voor cofinanciering als we bijdragen van andere overheden krijgen voor Arnhemse woningbouwprojecten. Het stadsontwikkelfonds willen we met het oog op deze doelen blijven inzetten. Naast het borgen van de voortgang of versnelling van projecten, zijn deze middelen ook bedoeld voor onder andere het realiseren van meer sociale huurwoningen, maatschappelijke functies of vergroening van de openbare ruimte. Het Stadsontwikkelfonds werkt in de praktijk tot nu toe goed. Zo heeft het fonds bijgedragen aan belangrijke stappen voor het project Spoorzone Arnhem-Oost, de realisatie van flexwoningen op het Merwedeterrein, en aan projecten zoals de Koepel en de Hobbit.

Aandachtspunt bij de woningbouwprojecten is dat we daarbij telkens bekijken hoe we de woningen van energie voorzien. Op 13 november 2024 heeft de raad de motie ‘Behoud Stadsontwikkelfonds’ aangenomen. Hiermee heeft de raad opnieuw het belang van het fonds onderstreept. In de motie wordt aangegeven dat de raad van mening is dat volkshuisvesting een overheidstaak is en de gemeente aangewezen is om ervoor te zorgen dat er meer woningen moeten worden gebouwd én dat deze woningen betaalbaar moeten zijn. De raad heeft opgeroepen om bij de Perspectiefnota 2026 te streven naar een opnieuw gevuld Stadsontwikkelfonds, en indien dit niet lukt op basis van positieve grondopbrengsten in de Perspectiefnota een voorstel te doen voor een andere financieel robuuste systematiek. Vulling BR Stadsontwikkelfonds komende jaren onzeker Het grondbedrijf heeft over 2024 een positief resultaat behaald van € 7 miljoen ten opzichte van het begrote resultaat. De voornaamste reden voor dit positieve resultaat is de tussentijdse winstneming Schuytgraaf die in 2024 heeft plaatsgevonden door een sterke stijging van de grondprijzen. In 2024 is daarnaast de gebiedsexploitatie Spoorzone (inclusief Rijnpark fase 1) vastgesteld. De gebiedsexploitatie Spoorzone levert een aanzienlijke bijdrage aan de invulling van de woningbehoefte in Arnhem.

De gemeente neemt hierbij actief de regie in handen om het volkshuisvestelijk programma in de Spoorzone te realiseren en het woningbouwtekort te verminderen. Die regie en actieve rol bij de ontwikkeling van de Spoorzone, maar ook bij (toekomstige) gebiedsontwikkelingen, brengt ook risico’s met zich mee.

28 Perspectief op het Financieel Meerjarenbeeld

De benodigde weerstandscapaciteit is afgezet tegen het beschikbare weerstandsvermogen. Conform de nota grondbeleid is het volledige jaarresultaat 2024 van € 7 miljoen toegevoegd aan de bestemmingsreserve grondexploitatie om het weerstandsvermogen aan te vullen. Het beschikbare weerstandsvermogen eind 2024 van het grondbedrijf is niet afdoende om de volledige benodigde weerstandscapaciteit grondbedrijf te dekken. Als de omvang van het weerstandsvermogen groter is dan 110% van het risicoprofiel wordt het meerdere vanuit de reserve Grondexploitatie overgeheveld naar het Stadsontwikkelfonds. In geval het weerstandsvermogen lager is dan 100%, zal de Algemene Reserve voor dat verschil tot 100% ook moeten dienen als weerstandsvermogen voor het grondbedrijf (paragraaf 3.6 nota grondbeleid). Er wordt om die reden aanvullend een beroep gedaan voor € 25,85 miljoen op de Algemene Reserve ten behoeve van het afdekken van het risico grondbedrijf. Het gevolg van de benodigde inzet van het positieve resultaat grondbedrijf, van 7 miljoen, voor de benodigde weerstandscapaciteit, is dat er geen dotatie aan de bestemmingsreserve Stadsontwikkelfonds kan worden gedaan. Het is de verwachting dat dotaties aan het Stadsontwikkelfonds vanuit het jaarresultaat van het grondbedrijf voor de komende jaren zullen uitblijven.

Immers eventuele positieve resultaten in de komende jaren van het grondbedrijf zullen eerst ingezet dienen te worden om de benodigde weerstandscapaciteit grondbedrijf af te dekken, totdat er geen aanspraak meer gedaan hoeft te worden op de Algemene Reserve voor het afdekken van een deel van het risico grondbedrijf. En mochten er de komende jaren nog nieuwe gebieds- en grondexploitaties ter vaststelling worden aangeboden aan de raad, dan zal het benodigde weerstandsvermogen nog verder zal toenemen. Er kan dan ook worden geconcludeerd dat het grondbedrijf het Stadsontwikkelfonds in de komende jaren naar verwachting niet kan voeden met positieve jaarresultaten. Miljarden voor woningbouw bij het Rijk, wel cofinanciering vereist Op vrijwel alle woningbouwprojecten zit tegenwoordig een zogenaamde ‘onrendabele top’. In het regeerprogramma van het Rijk is € 5 miljard beschikbaar voor (het afdekken van onrendabele toppen voor) woningbouw en € 2,5 miljard voor mobiliteitsmaatregelen om woningbouw mogelijk te maken. Gedurende dit jaar wordt duidelijk wat de criteria zijn voor gemeenten om aanspraak te kunnen maken op deze middelen. Vaak is bij subsidiemogelijkheden van het Rijk gemeentelijke cofinanciering een vereiste. Deze bijdragen en hun cofinanciering worden vaak aan specifieke projecten gekoppeld.

De € 5 miljard van de Rijksoverheid wordt ingezet om verschillende regelingen te financieren: • In de vorige kabinetsperiode heeft de gemeente een grote bijdrage ontvangen voor de Spoorzone ArnhemOost. Momenteel verkennen we of we een aanvraag kunnen indienen voor de tweede fase voor Rijnpark, aangezien het Rijk waarschijnlijk opnieuw geld beschikbaar gaat stellen voor grootschalige woningbouwlocaties. • Er komt binnenkort waarschijnlijk een nieuwe ronde om woningbouwimpulsmiddelen aan te vragen. Gemeenten moeten bij deze regeling opdragen voor 50% van het publiek financieel tekort. Voor subsidies van andere overheden is het dan ook noodzaak dat we als Arnhem voldoende middelen beschikbaar hebben om ook zelf projecten mogelijk te blijven maken. • Op dit moment is de Realisatiestimulans in ontwikkeling. De Realisatiestimulans is een nieuwe voorspelbare bijdrage, gebaseerd op het totaal aantal gerealiseerde betaalbare woningen per jaar. Het gaat hierbij om een bijdrage van gemiddeld € 7.000 per gerealiseerde woning in het betaalbare segment. Omdat dit een regeling achteraf is (na realisatie), kan het wenselijk zijn dat een gemeentelijke voorfinanciering gewenst is. • Een deel van de € 5 miljard is beschikbaar voor woningbouw in de gebieden van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, waar Arnhem-Oost er een van is.

Het gaat om woningen in het midden en goedkope segment en om sociale huurwoningen. De realisatie van deze woningen leidt tot aanzienlijke wijkverbeteringen aangezien ook een stevige investering in de kwaliteit van de openbare ruimte wordt gedaan. Er zijn plannen ingediend voor Arnhem-Oost, en er is gekeken naar projecten buiten ArnhemOost die de druk op Arnhem-Oost verminderen als ze worden gerealiseerd. Het gaat om projecten voor de versnelling van de woningbouw in Presikhaaf, Malburgen, Rijnpark, Arnhem-West en de Nijmeegseweg. De komende periode vindt samen met het ministerie de uitwerking van de hoofdafspraak over de gebieden plaats. Robuuste systematiek Arnhem maakt goede kans om middelen van het Rijk binnen te halen, maar daarvoor is gemeentelijke cofinanciering vereist. Om tot een langjarige robuuste financiële systematiek te komen voor het realiseren van meer sociale en betaalbare woningen in Arnhem is meer nodig. De vraag is dus hoe we kunnen zorgen voor een

29 Perspectief op het Financieel Meerjarenbeeld

duurzame vulling van het Stadsontwikkelfonds, nu de optie vanuit het positieve resultaat van het grondbedrijf de komende jaren zeer klein is. Een eerste mogelijkheid is om een structurele toevoeging aan het fonds in de begroting op te nemen, zoals bijvoorbeeld bij het IHP gebeurt. Echter de structurele financiële ruimte is zeer beperkt en daarnaast zijn dit soort ontwikkelingen juiste met incidentele middelen te financieren. Om tot een systematiek te komen met een toevoeging van incidentele middelen aan het fonds is het voorstel om, in geval van een positief gemeentelijk jaarresultaat, jaarlijks bij de jaarrekening 50% van de niet begrote maar wel gerealiseerde jaarwinst van de gemeente toe te voegen aan BR Stadsontwikkelfonds. Deze voeding van het fonds bedraagt maximaal € 6 miljoen per jaar. Het toevoegen van het jaarresultaat wordt begrensd door de minimale hoogte van de weerstandsfactor van 1,0. Wanneer de gemeente dan een meevaller heeft in de vorm van een niet begroot voordelig jaarrekeningresultaat dan wordt eerst de BR Stadsontwikkelfonds aangevuld voordat de meevaller in de algemene reserve beschikbaar komt voor andere zaken. Mogelijke gewenste verdere vulling van het Stadsontwikkelfonds wordt vervolgens integraal afgewogen. Het voorstel is dat de woningbouwopgave op deze wijze prioriteit krijgt ten opzichte van andere opgaven.

Kanttekening is dat de voeding van het fonds van jaar op jaar kan wisselen en volledig afhankelijk is van of er een positief jaarresultaat is. Korte termijn De aangegeven aanvullingen op het Stadsontwikkelfonds zullen met name bijdragen aan gebiedsontwikkelingen die op de langere termijn hun uitwerking krijgen. Voor een aantal ontwikkelingen is het van belang om vooruitlopend daarop éénmalig een extra bedrag aan het Stadsontwikkelfonds toe te voegen. Deze gebiedsontwikkelingen spelen op de korte termijn en behoeven een extra inzet van de gemeente, al dan niet als voorfinanciering of co-financiering voor bijdragen van andere overheden. Wij stellen daarom voor om in 2025 voor de gebiedsontwikkelingen die op korte termijn spelen een bedrag van € 6 miljoen toe te voegen aan het Stadsontwikkelfonds. Dit bedrag is gebaseerd op het gemiddelde kengetal voor de publieke onrendabele top en de gevraagde cofinancieringsbijdrage.

Wonen en leefomgeving Woonwagenstandplaatsen In 2024 is besloten om in totaal veertien extra woonwagenstandplaatsen te realiseren op drie zgn. pilotlocaties (Bethaniënstraat, Merwedestraat, Gelderse Rooslaan). Daarnaast is er een nieuw te ontwikkelen locatie in Schuytgraaf voorzien. Hiermee zet de gemeente een belangrijke stap in het voorzien van een behoefte aan nieuwe standplaatsen. We volgen de uitspraak van het Europese Hof die stelt dat de woonwagenbewoners recht hebben op het behoud van hun eigen cultuur. De uitbreiding van deze locaties loopt echter traag. Het toevoegen van woonwagenstandplaatsen is ruimtelijk, juridisch en financieel een omvangrijke en complexe opgave. Het proces om tot uitbreiding van de standplaatsen te komen, kan niet zelfstandig door de gemeente worden doorlopen. De gemeente is ook afhankelijk van de samenwerking met de huurdersvereniging, bewoners en corporaties. Door gebrek aan consensus met en tussen bewoners en ook bedreigingen, moesten planningen regelmatig worden bijgesteld, met alle financiële consequenties van dien (gestegen rentelasten, hogere bouwkosten, meerwerk aannemer, toegenomen plankosten). Gelet op de vele afhankelijkheden blijven er grote onzekerheden met betrekking tot de planning. Voor de verschillende locaties zijn de doorrekeningen geactualiseerd.

Om op de beoogde locaties de uitbreidingen te realiseren is € 3,1 miljoen incidenteel in 2026 nodig. Hiervoor zijn verschillende redenen. Allereerst omdat de inrichtingsschetsen voor de drie pilotlocaties zijn aangepast op basis van aangescherpte normen voor brandveiligheid en toegankelijkheid voor hulpdiensten. De inrichting wordt daardoor duurder. Bovendien kon op basis van de verkenningen per locatie (koop of huur) een meer nauwkeurige doorrekening worden gemaakt van de nog vast te stellen grondexploitaties. We gaan uit van vaststelling van de grondexploitaties in 2026.

Wijkonderhoud In het najaar 2023 is een Europese aanbesteding geweest voor het dagelijks onderhoud in ons stadsdeel Centrum, Spijkerbuurt en Arnhems Broek (CSA) voor het jaar 2024 (zie ook raadsbrief Het dagelijks onderhoud in stadsdeel Centrum, Spijkerbuurt en Arnhems Broek van 16 januari 2024). Voor een deel van dit dagelijks onderhoud is de Europese aanbesteding mislukt, doordat de inschrijvingen resulteerden in een forse overschrijding van het begrote budget. Op twee van de vier percelen heeft maar één marktpartij ingeschreven. Deze overschrijding is voor de jaren 2025 en 2026 in de begroting opgenomen, om intussen alternatieve manieren van uitvoering te kunnen onderzoeken en voorbereiden. Op dit moment lopen de voorbereidingen voor nieuwe aanbestedingen van de

30 Perspectief op het Financieel Meerjarenbeeld

stadsdelen Noordoost, Noordwest en Bossen & Parken. De gunning van deze opdrachten vindt plaats in augustus/september 2026. Er is een raming gemaakt van de benodigde budgetten vanaf 2027 en verder. Tegelijkertijd onderzoeken we hoe het wijkonderhoud op een andere manier uitgevoerd kan worden. De verwachting is overigens niet dat een andere manier van uitvoeren significant goedkoper zal zijn, maar uiteraard is dat wel onze inzet. Om budgetten beschikbaar te hebben op het moment dat de overige genoemde stadsdelen aanbesteed moeten worden (medio 2026), is voor alle stadsdelen samen een bedrag van in totaal € 3.220.000 nodig. Voor het uitvoeren van dit werk op de in de begroting vastgestelde ambitieniveaus zijn deze kosten onvermijdelijk. Niet toekennen zal leiden tot verdere verlaging van het onderhoud in de stad (dat met uitzondering van de binnenstad al op een laag onderhoudsniveau zit). Dit zal leiden tot een rauw beeld en een verslechtering van leefbaarheid. Ook zal er op een minder duurzame manier worden gewerkt (met betrekking tot in te zetten voertuigen, materiaal en dergelijke). Er zit hoe dan ook een ondergrens aan verlaging van de kosten omdat we moeten zorgen voor een veilige, toegankelijke openbare ruimte.

Aanpak Invasieve Exoten In de begroting 2025 is een bezuiniging doorgevoerd op de aanpak van invasieve exoten: € 3 ton in de jaren 2025 tot en met 2027. Voortschrijdend inzicht laat zien dat er toch aanvullend budget nodig is om tot een effectieve aanpak te komen. Voor de aanpak van de Reuzenberenklauw (Unielijst) en de Japanse duizendknoop is een aanvullende inspanning nodig op het nog bestaande budget om deze soorten op orde te krijgen tot een beheersbaar niveau. Hierna is de inschatting dat een structureel budget van € 100.000 voldoende is om de huidige en nieuw vestigende invasieve plantensoorten op een beheersbaar niveau te houden. Het vertragen of niet meer uitvoeren van de beheersing invasieve exoten zal leiden tot meerkosten op de totale beheersing van invasieve exoten. Het verminderen van beheersing van invasieve exoten zal eerdere investeringen op invasieve exoten te niet doen en daarmee leiden tot kapitaalvernietiging. Dit betekent concreet dat er vanaf 2025 tot en met 2028 incidenteel een bedrag van € 160.000 per jaar noodzakelijk is voor een efficiënte aanpak. Dit in aanvulling op het reeds in begroting opgenomen incidentele budget. Tevens is er in 2026 een incidenteel budget van € 50.000 noodzakelijk voor de gezamenlijke aanpak met bewoners. Dit budget van € 50.000 kan bekostigd worden uit de reeds beschikbaar gestelde middelen vanuit het Groenfonds.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=6b802ce8-234f-4e27-982e-3a97d0220552