CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Perspectiefnota 2026 - 2029 (geamendeerde versie)

Politieke Avond 11 juni 2025, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Perspectiefnota 2026-202930.738 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Inhoudsopgave 1.

Inleiding.......................................................................................................................................................... 3

2.

Perspectief op het Financieel Meerjarenbeeld ............................................................................................... 9 Financieel perspectief ............................................................................................................................... 9 Autonome en overige financiële ontwikkelingen ...................................................................................... 11 Conclusie ................................................................................................................................................ 39

3.

Perspectief op Ambities en mogelijke knelpunten ........................................................................................ 40

4.

Transformatie Sociaal Domein ..................................................................................................................... 44 De transformatie van het Sociaal Domein ............................................................................................... 44 Ambities en mogelijke knelpunten in het Sociaal Domein ....................................................................... 46

1. Inleiding Arnhem in een wereld vol uitdagingen De wereld verandert in een hoog tempo. Geopolitieke spanningen, zoals de oorlog in Oekraïne en de genocide in Gaza, en de toenemende concurrentie tussen grootmachten als de Verenigde Staten, China en Rusland maken de toekomst onvoorspelbaar. Deze wereldwijde ontwikkelingen zorgen niet alleen voor mondiale onzekerheid, maar raken ook ons dagelijks leven. Arnhemmers maken zich zorgen over kelderende beurskoersen, nemen noodpakketten in huis en vragen zich af in welke wereld hun kinderen opgroeien. Te midden van deze complexe spanningen blijft Arnhem standvastig. Terwijl maatschappelijke tegenstellingen soms worden verscherpt, zoeken wij als stad actief de dialoog op. De Avond van de Goede Moed, georganiseerd in november, is daar een krachtig voorbeeld van: een moment waarin wij elkaar opzoeken en samen bouwen aan begrip en samenwerking. Ook als stadsbestuur zien we de toekomst met een dosis onvoorspelbaarheid. Maar we ontlenen onze kracht aan de bewezen veerkracht en solidariteit van Arnhem. De recente verwoestende brand in ons historische centrum heeft ons nogmaals duidelijk gemaakt hoe essentieel veiligheid is. Dankzij de snelle en professionele inzet van onze veiligheidsdiensten zijn levens beschermd gebleven en is verdere schade voorkomen.

Deze gebeurtenis heeft de verbondenheid onder Arnhemmers versterkt en maakt ons als stad nog sterker. Met het oog op de toekomst staan we als stad klaar om onze ambities waar te maken. Waar we drie jaar geleden aan de start stonden, hebben we vandaag al een stevige basis voor een duurzaam, groen, kansrijk en verbonden Arnhem. Het is onze missie om deze kracht verder te bestendigen voor alle Arnhemmers. Ook de komende jaren willen we ons volop inzetten voor een gastvrije stad waar iedereen zich thuis voelt, ongeacht achtergrond of situatie. We investeren in een groene, veilige woonomgeving en geven de natuur alle ruimte. We zetten ons maximaal in voor goede volkshuisvesting door het woningaanbod te vergroten en wonen betaalbaar te maken. Zo zorgen we dat Arnhem een fijne plek is om te wonen voor mens en dier. Nu de gevolgen van de klimaatverandering wereldwijd steeds zichtbaarder worden, blijven wij vooroplopen op het gebied van klimaat en energie. We investeren proactief in een duurzame, groene en circulaire samenleving. We staan we pal voor onze kwetsbare inwoners. Juist in tijden van onzekerheid is het onze taak om hen te ondersteunen en perspectief te bieden.

Of het nu gaat om armoedebestrijding, (jeugd)zorg en welzijn, of het creëren van gelijke kansen – Arnhem is een stad waarin mensen omkijken naar elkaar en waar wordt samengewerkt aan een duurzame, sociale en veerkrachtige toekomst. Daarbij hebben we bijzondere aandacht voor onze wijken in Arnhem-Oost via het Nationaal Programma Arnhem-Oost. We nemen onze verantwoordelijkheid als het gaat om het opvangen van mensen op de vlucht, omdat we geloven dat solidariteit en medemenselijkheid geen grenzen kennen. Laatste perspectiefnota bestuursperiode Met de laatste fase van deze bestuursperiode in zicht, blikken we terug op een periode waarin veel is bereikt. Er zijn op veel beleidsterreinen vernieuwende visies opgesteld waarin onze koers is aangegeven. Op diverse terreinen staat Arnhem inmiddels bekend om een toonaangevend innovatieve aanpak, denk bijvoorbeeld aan Immerloo schuldenvrij; Radicaal vergroenen; onze Vluchtelingenaanpak; de Mobiliteitsvisie en bijvoorbeeld Energie voor Arnhem. Ook in landelijk perspectief gelden we op meerdere dossiers, zoals Arnhem-Oost en Spoorzone, als voorbeeld voor andere steden. Tegelijkertijd richten we onze blik vooruit. De komende jaren staan in het teken van uitvoering en borging van de ingezette koers. Veel visies en plannen zijn vastgesteld en komen nu tot realisatie.

Dit brengt nieuwe uitdagingen met zich mee, voor ons als bestuur, voor onze organisatie en vooral ook voor de stad. Juist ook omdat de we dit gaan uitvoeren en moeten waarmaken in een stad die in de komende jaren sterk gaat groeien. De schaalsprong van Arnhem is nu al goed merkbaar, met een groeiend aantal gebiedsontwikkelingen, woningbouwprojecten en transformatieopgaven die vragen om regie en afstemming en die ook van de bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisatie veel en veel tegelijk vragen. Tegelijkertijd is er heel veel werk te doen in de bestaande stad. We willen dit in samenhang en in een goede onderlinge balans. Daar zijn onze plannen op gericht: de stad in balans ontwikkelen, waarbij groei hand in hand gaat met leefbaarheid, duurzaamheid en sociale samenhang in de nieuwe en bestaande stad.

3 Inleiding

Financiële positie onzeker Net als in de voorgaande jaren zijn de financiële omstandigheden waaronder we deze Perspectiefnota opstellen helaas onzeker. Dit komt met name door het onzekere financiële meerjarenperspectief vanuit de Rijksoverheid. Het ravijn dient zich in 2026 aan. Als gemeente Arnhem hebben we hierop geanticipeerd en is het ons – als een van de weinige gemeenten – vorig jaar gelukt om een sluitende meerjarenbegroting vast te stellen. Toch merken ook wij dat de financiële situatie steeds meer knelt. Met pijn en moeite lijken we de grootste knelpunten (die zich ieder jaar voordoen) dit jaar op te kunnen vangen. Gelukkig zonder opnieuw te moeten bezuinigen. Maar het realiseren van onze ambities voor de stad staat steeds verder onder druk. Daarom hopen we van harte dat het Rijk bij de meicirculaire ruimte schept die het mogelijk maakt om financiële knelpunten op te lossen en onze ambities waar te maken. Staat van de stad 'Staat van de Stad' geeft een overzicht van de cijfermatige trends en ontwikkelingen op een breed aantal thema's, zoals demografie, economie, veiligheid, armoede, gezondheid en leefbaarheid. Uit de cijfers komt onder andere naar voren dat meer inwoners een diversere achtergrond hebben en dat vergrijzing ook in een relatief jonge stad als Arnhem de komende jaren zichtbaar zal worden. Verder blijven er grote verschillen tussen wijken.

Met name in de wijken in het gebied Arnhem-Oost hebben inwoners relatief vaak moeite met rondkomen, voelen zij zich vaker onveilig en voelen zich minder gezond. Zij ervaren ook een minder prettige woonomgeving. In andere wijken, met name in Arnhem-Noord, zien we veel vaker inwoners die prettig wonen, weinig eenzaamheid voelen en weinig verloedering en overlast ervaren. Staat van de Stad 2024 is te raadplegen via deze link. Met deze Perspectiefnota informeren we uw raad niet alleen over de stand van de gemeentefinanciën. We nemen u ook mee in de hoofdlijnen van het beleid en de toekomst die we voor ogen hebben. Daarbij beschrijven we op hoofdlijnen onze inspanningen, ambities, (mogelijke) knelpunten en uitdagingen voor een duurzaam, groen, kansrijk en verbonden Arnhem. Onze ambities voor de stad blijven onverminderd groot. Graag gaan we met u in gesprek over de ontwikkelingen die op ons afkomen.

Een DUURZAAM Arnhem Energietransitie Als Arnhem willen we vooroplopen in de energietransitie. Dit is noodzakelijk om te voorkomen dat energie-armoede in de toekomst een structureel probleem is. Duurzame alternatieven voor aardgas, benzine en diesel zijn noodzakelijk om onze NEMiA doelen te blijven realiseren. We gaan het energietransitie uitvoeringsplan EvA (Energie voor Arnhem) opstellen en vanaf 2026 uitvoeren. We blijven hiermee duurzame energie en warmte stimuleren, verminderen CO₂- uitstoot en zorgen voor een eerlijke en toegankelijke transitie. Het toekomstbestendige energienetwerk bestaat uit decentrale energiesystemen waarin duurzame opwek maximaal is afgestemd op de vraag. De Green Deals met bedrijven en onze Arnhemse Isolatieaanpak dragen hieraan bij. We willen een actieve rol nemen in het ontwikkelen en realiseren van lokale energiesystemen. Deze systemen zijn randvoorwaardelijk om in tijden van extreme netcongestie woningen te kunnen bouwen en bedrijven te laten groeien en verduurzamen. We willen doorgaan met het klimaatfonds om mee te investeren en co-financiering te krijgen voor de decentrale energiesystemen (beslispunt 660: Voorzetten beleid energietransitie). Ook willen we de komende twee jaar de Arnhemse Aanpak Energiearmoede continueren. Ons doel is een 50 procent circulaire economie in 2030 om vervolgens in 2050 volledig circulair te zijn.

Meer geld voor woningbouwprojecten Tijdens deze wooncrisis is het van groot belang dat er meer woningen worden gebouwd. Tussen 2022 en 2040 bouwen we 16.000 huizen op de juiste plekken in de stad. Deze verstedelijkingsopgave vraagt grote investeringen. Een groot deel van de geplande woningen tot 2040 komt in de Spoorzone Arnhem-Oost, en wordt mede gefinancierd door het Rijk. Door inzet van middelen uit het Stadsontwikkelfonds zijn we in staat om woningbouwontwikkelingen te versnellen en zorg te dragen voor cofinanciering als we van andere overheden bijdragen krijgen voor Arnhemse woningbouwprojecten. Naar aanleiding van de bij de begroting aangenomen raadsmotie stellen we in deze Perspectiefnota voor om dit jaar extra geld beschikbaar te stellen voor het Stadsontwikkelfonds. Bovendien doen we een voorstel voor een meer structurele vulling hiervan. Goede volkshuisvesting We zetten ons maximaal in voor goede volkshuisvesting door wonen betaalbaar te maken en het woningaanbod te vergroten. Zoals ook beschreven staat in de Woonvisie, is ons doel dat meer Arnhemmers binnen enkele jaren een betaalbare, duurzame woning hebben. We hebben hierover prestatieafspraken gemaakt met corporaties en 4 Inleiding

huurders en geven prioriteit aan initiatieven die sociale verbeteringen in wijken bevorderen. We willen dakloosheid voorkomen en zorgen voor snelle, persoonsgerichte opvang met duurzame uitstroom. Om onze plannen met betrekking met betrekking tot woonwagenstandplaatsen te kunnen uitvoeren, willen we hier extra middelen voor beschikbaar stellen. Participatie en armoedebestrijding De Arnhemse aanpakken op energiearmoede en woningisolatie dragen direct en structureel bij aan het verhogen van de bestaanszekerheid. Met name in de Arnhem-Oost wijken helpen en ontzorgen we inwoners, en collectieven, met de verduurzaming van woningen. Hierdoor wordt de leefbaarheid verhoogd en de rekening verlaagd. Dit doen we met energiecoaches, buurtklusbedrijven en door participatie met de bestaande initiatieven in een wijk of straat. Transformatie binnenstad De binnenstad transformeert met een compacter winkelhart, meer groen en ruimte voor ontmoeting. In 2025 presenteren we een ontwikkelperspectief Arnhem Centrum en werken we samen met onze partners in de stad aan gebiedsontwikkelingen zoals het Gele Rijdersplein en het Johnny van Doornplein. Herbouwteam brand Naar aanleiding van de grote brand die op 6 maart een deel van onze historische binnenstad verwoestte, stellen we een herbouwteam in. Door de brand hebben vijf bewoners geen woning meer en kunnen zes ondernemers niet ondernemen.

De impact voor al deze getroffenen maar ook voor omwonenden en aangrenzende ondernemers is groot. We gaan er uiteraard alles aan doen om samen met de betrokkenen deze plek te herstellen en recht te doen aan het historische karakter van de stad. Het herbouwteam gaat dan ook per direct aan de slag met het opstarten van het proces tot herbouw van dit stuk stad. Innovatieve en duurzame economie Onze economie moet duurzamer en innovatiever worden. We stimuleren energie-innovaties, ondersteunen ondernemers en verbeteren werklocaties op duurzaamheid, veiligheid en bereikbaarheid. Daarom stellen we voor om het energie en technologiebudget (EMT) te verhogen. In lijn met de aangenomen raadsmotie kunnen we zo – samen met de provincie - Connectr blijven ondersteunen. Ook in ons afvalbeleid staat circulariteit centraal. Het burgerberaad afval, dat in 2024 werd afgerond, leverde 29 adviezen op die moeten bijdragen aan de vermindering en het hergebruik van grondstoffen. Deze adviezen worden verwerkt in een Uitvoeringsagenda die in Q2 2025 aan de raad wordt voorgelegd.

Een GROEN Arnhem Vergroening en klimaatadaptatie Arnhem zet maximaal in op een groene en gezonde leefomgeving. Onze stad koestert haar prachtige stadsparken en groene ruimtes, maar klimaatverandering, afname van biodiversiteit en toenemende druk op deze gebieden maken actie noodzakelijk. Daarom blijven we investeren in vergroening en klimaatadaptatie. De stad wordt zo ontworpen dat ze bestand is tegen overstromingen, hevige regenval, hitte en droogte. Maatregelen zoals verbeterde afwatering, wateropvang en de aanleg van schaduwrijke plekken moeten hitteproblemen verminderen. Radicale vergroening speelt hierin een sleutelrol. We stellen daarom voor om het investeringskrediet Bomenplan te continueren en verhogen, zodat er meer bomen geplant kunnen worden en bestaande bomen de kans krijgen om groots uit te groeien. Daarnaast worden groene gebieden beter verbonden en wordt de biodiversiteit versterkt. Rond het Stadstheater willen we een groene oase ontwikkelen. Dit moet een fijne plek worden voor mens, plant en dier. We stellen voor extra geld uit te trekken voor de aanpak van invasieve exoten, zoals de Reuzenberenklauw en de Japanse Duizendknoop. Hiermee kunnen we ongewenste uitbreiding tegengaan en nieuwe exoten die zich aandienen, direct aanpakken.

Klimaatbestendige stad Bewoners worden gestimuleerd om zelf klimaatadaptieve maatregelen te nemen, zoals het vervangen van verharde oppervlakken door groen. Ook wordt gewerkt aan een koel netwerk, zodat kwetsbare inwoners tijdens hittegolven verkoeling kunnen vinden in de openbare ruimte. De subsidieregeling Groenblauwe Initiatieven wordt geëvalueerd. We willen hiervoor budget beschikbaar stellen zodat de raad kan besluiten de regeling voort te zetten. Ook het platform Arnhem Klimaatbestendig draagt via het organiseren van klimaatcafés, de website arnhemklimaatbestendig.nl en het geven van informatie op bewonersavonden bij aan bewustwording en het stimuleren van maatregelen. Ons voorstel is om dit initiatief te blijven ondersteunen.

5 Inleiding

Dierenwelzijn Het welzijn van dieren heeft onze absolute prioriteit. Daarom creëren we meer en betere uitlaatplekken voor honden en ondersteunen we huisdiereigenaren die hulp nodig hebben. Er wordt samengewerkt met regiogemeenten om opvang te bieden aan huisdieren die geen zorg meer krijgen. In 2025 opent het nieuwe Dierentehuis Arnhem en omstreken. Om de leefomgeving van dieren te verbeteren, wordt natuurvriendelijk maaibeheer toegepast, ecologische verbindingen versterkt en begrazing ingezet om de biodiversiteit te behouden. Gezonde leefomgeving Arnhem blijft werk maken van een gezonde leefomgeving voor inwoners en bezoekers. Het afgelopen jaar door uw raad vastgestelde plan Gezonde Leefomgeving richt zich op schone lucht, minder geluidshinder en het tegengaan van hittestress en vervuiling. Duurzame mobiliteitstransitie Met de groei van Arnhem neemt ook de verkeersdrukte toe. Daarom werkt de stad aan een duurzame mobiliteitstransitie, waarin wandelen, fietsen en het gebruik van openbaar vervoer worden gestimuleerd. Op verzoek van de provincie willen we de gelijkrichters in het trolleynetwerk sneller dan gepland gaan vervangen. Dit biedt tevens kansen in het kader van netcongestie, gelet op de diverse lopende initiatieven om de trolleyinfrastructuur te gebruiken voor andere gebruikers dan het openbaar vervoer.

Autoverkeer blijft mogelijk, maar met minder overlast in woonwijken. Het onlangs vastgestelde Duurzaam Mobiliteitsplan vormt het kader om Arnhem bereikbaar, leefbaar en groen te houden. Al deze initiatieven samen maken Arnhem klaar voor de toekomst, met een stad die niet alleen groener en klimaatbestendiger wordt, maar ook een fijne plek blijft om te wonen, werken en ontspannen.

Een KANSRIJK Arnhem Iedereen doet op eigen manier mee Arnhem zet zich in voor een samenleving waarin alle inwoners kunnen meedoen op hun eigen manier. Financiële stabiliteit, werk en toekomstperspectief zijn hierbij essentieel. Om bestaanszekerheid te vergroten, helpt de gemeente mensen aan werk en stimuleert ze uitstroom uit de uitkering. Ook bemiddeling naar betaald werk en arbeidsontwikkeling spelen hierin een rol, met Scalabor als belangrijke partner. Gerichte schuldhulpverlening Om problematische schulden te voorkomen en inwoners perspectief te bieden, hebben we de schuldhulpverlening volledig in eigen beheer genomen. Zo kan de gemeente beter inspelen op de behoeften van inwoners en gerichte hulp bieden, met speciale aandacht voor jongeren, ondernemers en gedupeerden van het Kinderopvangtoeslagenschandaal. Daarnaast blijven investeringen in de Gelrepas, bijzondere bijstand en vroegsignalering van schulden. Ook stellen we in deze Perspectiefnota voor om extra geld uit te trekken voor beschermingsbewind, wat bedoeld is voor mensen die hun financiële zaken niet zelf kunnen regelen. In Immerloo blijven we met het Nationaal Programma Arnhem-Oost experimenteren met innovatieve schuldhulp voor gezinnen met multiproblematiek. Gelijke kansen voor Arnhemse jeugd Kinderen en jongeren in Arnhem moeten gelijke kansen krijgen om zich te ontwikkelen.

Onderwijs is hierin cruciaal, van kinderopvang tot passend onderwijs voor elk talent. De gemeente zorgt voor goede schoolgebouwen en werkt samen met het onderwijs en maatschappelijke partners in Arnhem-Oost aan het verrijken van het onderwijs met extra aanbod op het gebied van sport, cultuur en stages. Uitval wordt zoveel mogelijk voorkomen, met als doel dat alle jongeren een startkwalificatie behalen. Basisvaardigheden en taalontwikkeling krijgen extra aandacht, met een plan dat inwoners van -10 maanden tot 100 jaar ondersteunt. Voorkomen inzet jeugdhulp Het aantal jongeren in zorg is de afgelopen jaren toegenomen. We willen dat kinderen en jongeren zich ontwikkelen naar zelfstandigheid en een gezond volwassen leven. Als het nodig is, ontvangen zij daarbij tijdig passende hulp. Ons doel is dat hulp zo licht en dicht mogelijk bij huis of thuis wordt ingezet en kinderen en jongeren zo veel mogelijk een normaal leven kunnen leiden. Belangrijk hierbij is dat problemen zo vroeg mogelijk worden gesignaleerd om erger te voorkomen. Dit doen we onder meer door de inzet van VAV (vertrouwd, aanwezig, veilig), waarbij gezinnen worden geholpen die vaak al veel verschillende trajecten hebben doorlopen. VAV doet wat nodig is en werkt samen met het gezin aan terugkeer van veiligheid in de thuissituatie. Daardoor worden zware vormen van hulp vermindert of zelfs voorkomen.

6 Inleiding

Ook door de goede samenwerking in de jeugdketen tussen de POH-Jeugd, huisartsen, sociale wijkteams en zorgaanbieders krijgen kinderen en jongeren met een hulpvraag in een zo vroeg mogelijk stadium en op de juiste plek ondersteuning. Bij 70 procent van de kinderen en jongeren die gesproken worden door de POH-jeugd is geen specialistische jeugdhulp nodig. Transformatie sociaal domein De stad groeit en inwoners worden ouder, waardoor de zorgvraag toeneemt. Tegelijkertijd zijn er personeelstekorten en stijgende zorgkosten. Arnhem zet de komende periode nog nadrukkelijker in op een transformatie van het sociaal domein, waarbij hulp en ondersteuning zo dicht mogelijk bij huis worden georganiseerd. De nadruk ligt op preventie en samenhang tussen welzijn en zorg, zodat complexe problemen en zware zorg zoveel mogelijk worden voorkomen. Binnen de zorg en ondersteuning worden groepsgewijze begeleiding en gerichte toewijzing van huishoudelijke hulp ingezet om de beschikbaarheid van zorg te waarborgen. Ook gaan we aan de slag met de uitvoering van het welzijns- en ouderenbeleid. Een gezonde stad Gezondheid is een belangrijke pijler voor een gelukkige en actieve deelname aan de samenleving. Daarom leggen we diverse beweegvoorzieningen aan waaronder skatebanen en pumptracks, met extra aandacht voor ArnhemOost.

Samen met scholen en sportverenigingen worden openbare sportplekken gecreëerd en blijven we werken aan duurzame sportvoorzieningen, bijvoorbeeld door het vervangen van kunstgrasvelden. Ook (sport)evenementen als Tour of Holland dragen bij aan de leefbaarheid en gezondheid van de stad en geven bovendien een impuls aan de breedtesport. Veiligheid Een veilige stad voor onze inwoners blijft voor ons een prioriteit. De stad zet zich in tegen criminaliteit, overlast en digitale misdaad. We willen ook de komende jaren onze lokale aanpak van seksuele intimidatie voortzetten, waarmee we slachtoffers hulp bieden en seksuele intimidatie zoveel mogelijk voorkomen. Daarnaast is ons voorstel om extra te investeren in hulp aan Arnhemmers die te maken hebben gehad met een ongewenste seksuele ervaring. Vanwege de stijging van het aantal Arnhemse meldingen bij Veilig Thuis willen we een extra lokale bijdrage geven om zo te voorkomen dat de wachttijden te veel oplopen. Ook stellen we voor om geld uit te trekken om plegers van huiselijk geweld een laagdrempelig traject te laten volgen, met als doel recidive en langdurig huiselijk geweld te voorkomen. Arnhem-Oost In Arnhem-Oost liggen grote uitdagingen op het gebied van werk, inkomen, wonen, gezondheid, onderwijs en veiligheid.

Met het Nationaal Programma Arnhem-Oost werkt de gemeente, samen met maatschappelijke partners, aan structurele verbeteringen in de wijken Klarendal, Geitenkamp, Presikhaaf-West, Malburgen en het Arnhemse Broek. Buurtcentrum De Overkant wordt gesloopt en vervangen door nieuwbouw. In Malburgen wordt buurthuis de Hobbit onderdeel van een complex met sociale woningbouw en ook een gymzaal. We vernieuwen en verbeteren met middelen van het Nationaal Programma Arnhem-Oost speeltuin de Leuke Linde, inclusief het beheerdershuisje en wordt buurthuis De Overkant gesloopt en nieuw gebouwd. Met de middelen die we nu beschikbaar willen stellen, is de exploitatie en het onderhoud op langere termijn geborgd.

Een VERBONDEN Arnhem Inclusieve stad Arnhem streeft naar een inclusieve stad waar iedereen zich thuis voelt, ongeacht achtergrond, beperking of identiteit. We willen gemeenschappelijkheid bevorderen, bijvoorbeeld door komend jaar de subsidieregeling Burgerkracht voort te zetten (beslispunt: Voortzetten burgerkracht). We bestrijden discriminatie en stimuleren acceptatie, onder andere via kennisateliers en een aanpak tegen arbeidsmarktdiscriminatie. Op verzoek van de raad is ons voorstel om geld beschikbaar te stellen voor een integrale aanpak tegen moslimdiscriminatie. Ons bid voor Roze Zaterdag 2027 is inmiddels ingediend. Meedoen vanaf dag 1 Als gastvrije stad bieden we duurzame opvang voor vluchtelingen en ondersteunen nieuwkomers bij hun integratie. Binnenkort ontvangt u hier (naar aanleiding van een aangenomen raadsmotie) een plan voor. Om aan onze wettelijke taak te voldoen op een wijze waarop we inburgeraars mee laten doen vanaf dag 1 stellen we voor extra budget beschikbaar te stellen voor de uitvoering van inburgering. 7 Inleiding

Cultuur en historie Kunst en cultuur verbinden en dragen bij aan maatschappelijke vraagstukken zoals kansenongelijkheid. We versterken het culturele aanbod, stimuleren talentontwikkeling en geven cultuurhistorie een zichtbare plek in de stad. Naar aanleiding van een aangenomen raadsmotie stellen we voor budget beschikbaar te stellen voor een brede openstelling van Stichting Musis & Stadstheater, zodat er meer ruimte is voor lokale makers in het vernieuwde Stadstheater. Eveneens in lijn met de wens van de raad, willen we voor het jaar 2025 eenmalig geld geven aan de Stichting Trolleymateriaal Arnhem. Hiermee kunnen zij de stallingsruimte van de historische trolleybussen betalen. Inwonersbetrokkenheid Om inwoners meer zeggenschap te geven, organiseren we burgerberaden over grote thema’s. Na het eerste burgerberaad over afval starten we een nieuw beraad over klimaat. Participatietrajecten volgen het Arnhems Stappenplan Participatie om een uniforme en transparante werkwijze te garanderen. Toegankelijke dienstverlening We verbeteren de gemeentelijke dienstverlening door een gastvrij stadhuis en toegankelijke digitale diensten. Ook stellen we voor extra te investeren in de doorontwikkeling van onze digitale dienstverlening.

8 Inleiding

2. Perspectief op het Financieel Meerjarenbeeld Financieel perspectief Financiële uitdagingen gemeenten Gemeenten worden gefinancierd uit het gemeentefonds, waarvan de hoogte bepaald wordt door de Rijksoverheid. Sinds 1995 werd daardoor de zogenaamde trap-op-trap-af-systematiek gehanteerd, maar vanaf 2024 wordt de groei van het gemeentefonds gekoppeld aan de stijging van het bruto binnenlands product. Omdat gemeenten in de periode 2022-2025 bij ongewijzigd beleid zouden profiteren van de extra rijksuitgaven aan defensie, landbouw en onderwijs, is eerder het besluit genomen om in 2026 de uitkering met drie miljard euro te korten. Deze greep uit het gemeentefonds wordt ook wel het 'ravijnjaar' genoemd en leidt in heel Nederland tot problemen. Doordat vorig jaar één van de geplande bezuinigingen op gemeenten (een deel van de opschalingskorting) is geschrapt, is dit bedrag vorig jaar tot 2,3 miljard euro teruggebracht. Vanaf 2026 wordt dit bedrag dus gekort op het gemeentefonds waar de verplichte taken van gemeenten uit worden betaald. In de afgelopen begrotingen hebben we in Arnhem deze korting op het gemeentefonds reeds verwerkt.

Spanningen in bestuurlijke en financiële verhoudingen Rijk en gemeenten Minister Uitermark van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) signaleert spanningen in de bestuurlijke en financiële verhoudingen tussen het Rijk en gemeenten, waarbij vooral de gemeentelijke autonomie onder druk staat. Gemeenten krijgen steeds meer taken in medebewind zonder voldoende beleidsvrijheid of middelen, wat leidt tot een scheve taak-middelenbalans. Daarnaast zorgt rijkssturing, met name in het sociaal domein, voor minder lokale beleidsruimte en vergroot dit de financiële risico’s voor gemeenten. Nationale opgaven vereisen samenwerking tussen overheden, maar gemeenten kampen met capaciteitsproblemen en de stapeling van landelijke doelen maakt uitvoering complex. Ook wordt steeds meer regionaal samengewerkt, wat efficiëntie kan bevorderen, maar de democratische legitimiteit bemoeilijkt. De grens tussen gemeentelijke autonomie en medebewind vervaagt, waardoor gemeenten vooral uitvoerende taken krijgen zonder voldoende beleidsvrijheid. Dit alles leidt tot structurele spanningen en een vicieuze cirkel van bestuurlijke problemen. Vooruitzichten voor gemeenten Vanuit het Rijk komen vooralsnog geen signalen waaruit blijkt dat gemeenten uit het financiële ravijn geholpen worden. En dat ravijn is diep, zeggen de gemeenten zelf.

Vooral voor 2026 vrezen veel gemeenten dat ze hun begroting niet rond krijgen. In de voorbereidingen rondom de Voorjaarsnota van het Rijk wordt door de VNG deze urgentie onder de aandacht gebracht: ‘als het rijk ons niet tegemoetkomt, verschraling van voorzieningen voor onze inwoners onontkoombaar is en ook de ambities van het kabinet niet waargemaakt kunnen worden.’ Financieel beeld Arnhem Ook in Arnhem is de structurele beperkte financiële ruimte bepalend voor de mate waarin knelpunten in de komende jaren opgevangen kunnen worden en ambities gerealiseerd kunnen worden. In lijn met de voorgaande jaren is er nog wel wat incidentele ruimte (bijvoorbeeld door inzet vanuit bestemmingsreserves) aanwezig, maar ontbreekt het aan voldoende structurele ruimte. Dit betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden, dat er focus aangebracht moet worden en dat er prioriteiten gesteld moeten worden. In deze Perspectiefnota geven we een financieel beeld met toelichting op de autonome financiële ontwikkelingen en de overige financiële knelpunten waarin niet of nauwelijks keuzes te maken zijn. Daarnaast schetsen we het perspectief op de ambities en mogelijk knelpunten waar we als gemeente voor aan de lat staan of willen staan, maar waarvoor met de huidige inzichten geen of onvoldoende financiële middelen voorhanden zijn.

Mogelijk ontwikkelt de financiële ruimte zich in de komende periode wel naar een meer gunstig beeld. Op de eerste plaats blijft de VNG zich inzetten om het ravijnjaar (deels) op te lossen via een campagne, acties en door stevige gesprekken met het kabinet te voeren. Specifiek op het gemeentefonds speelt er daarnaast nog een aantal ontwikkelingen, die de financiële ruimte in de komende jaren substantieel kan beïnvloeden: (Opnieuw) uitstel nieuw verdeelmodel Beschermd Wonen In deze Perspectiefnota wordt uitgegaan van de invoering van het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen per 2026. In de huidige Begroting 2025 is dit in de jaren 2026, 2027 en 2028 verwerkt. In de nieuwe Begroting 2026 betekent dit in de nieuwe jaarschijf 2029 een extra nadeel van ruim € 7 miljoen in vergelijking met 2028. De mogelijkheid is reëel dat er (net als vorig jaar) geen tijdige besluitvorming heeft plaatsgevonden over het

9 Perspectief op het Financieel Meerjarenbeeld

woonplaatsbeginsel en daarmee over de invoering van het nieuwe verdeelmodel. In dat geval verschuift het effect van de invoering van het model een jaar op en dit leidt tot de volgende (structurele) effecten: Nieuw verdeelmodel Beschermd Wonen Bedragen x € 1 miljoen Beschermd Wonen nu in gemeentefonds (stelpost)

2025

2026

2027

2028

2029

0

-4,9

-14,7

-23,0

-30.2

Beschermd Wonen met 1 jaar uitstel

0

0

-4,9

-14,7

-23,0

Effect op beeld

0

4,9

9,8

8,3

7,1

De meicirculaire 2025 zal deze duidelijkheid moeten verschaffen. Hervormingsagenda Jeugd De deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd (Commissie-Van Ark) adviseert dat het Rijk de helft van de landelijke tekorten op de jeugdzorg van 2023 (€ 628 miljoen) en 2024 (€ 828 miljoen) compenseert. De gemeenten zouden dus € 728 miljoen compensatie voor 2023 en 2024 moeten krijgen. Daarnaast geeft de commissie aan dat het niet wenselijk en niet haalbaar is om de beoogde besparingen vanaf 2026, zoals opgenomen in het meerjarig financieel kader in de hervormingsagenda jeugd, te handhaven. Het volume van het budget voor de jeugdzorg moet mee gaan groeien met het landelijke zorgbudget. Bij besluitvorming over de Voorjaarsnota 2025 wordt duidelijk of deze compensatie wordt toegekend (gedeeltelijk of voor het geheel) en in welke mate structurele tegemoetkoming aan de orde is. Vervolgens zal bij de meicirculaire een verdeling worden bepaald. Er is dus geen garantie dat dit bedrag ook daadwerkelijk wordt toegevoegd aan het gemeentefonds. Mocht deze compensatie (deels) toegekend worden, dan valt dit, onder voorbehoud van eventuele aanbevelingen van de commissie hieromtrent, aan de algemene middelen, aangezien de tekorten op jeugdzorg de afgelopen jaren ook zijn aangevuld vanuit de algemene middelen.

Nieuwe verdeelmodel gemeentefonds In 2023 is een nieuw verdeelmodel van kracht geworden voor het gemeentefonds. Daarbij wordt gewerkt met een ingroeipad, om gemeenten stapsgewijs te bewegen richting de nieuwe uitkomsten. Arnhem is een voordeelgemeente binnen het nieuwe model. Tegelijkertijd wordt onderzoek gedaan naar verbetering van het model. Concreet betekent dit dat op een aantal onderdelen gerichte onderzoeken zijn uitgevoerd. Het nieuwe verdeelmodel zou per 2026 in moeten gaan. Een aantal van deze geplande onderzoeken is afgerond, maar een aantal loopt vertraging op of geeft aanleiding voor vervolgonderzoeken. De oorspronkelijke planning van het ministerie van BZK wordt niet gehaald om in de meicirculaire 2025 bekend te maken of aanpassingen per 2026 gewenst zijn en zo ja, wat hiervan het financiële effect per gemeente is. Uit de brief van de minister van BZK van 7 februari 2025 wordt duidelijk dat nieuwe model in het jaar 2026 nog niet van kracht is en het ingroeipad van 2025 ook in 2026 geldt. Vanaf 2027 wordt de verdeling, en daarmee de suppletie-uitkering, zeker wel aangepast. Arnhem zou daardoor vanaf 2027 een voordeel van mogelijk een aantal miljoen extra tegemoet kunnen zien. Kanttekening hierbij is dat dit proces van herijking altijd voor- en nadeelgemeenten kent en daardoor vertragingen en aanpassingen ook reëel zijn.

Ook de uitkomsten van de vervolgonderzoeken kunnen aanleiding zijn voor aanpassing van het (voorlopig) nieuwe model. Om die reden is in deze Perspectiefnota nog geen raming opgenomen van het mogelijke extra voordeel, maar wordt kan deze eventueel worden betrokken bij de begroting 2026 (als er in de meicirculaire duidelijker is) of anders bij het nieuwe coalitieakkoord dat volgend jaar opgesteld zal worden. Leeswijzer financieel beeld In dit hoofdstuk wordt hierna nader ingegaan op de autonome ontwikkelingen en de onvermijdelijke knelpunten. Dit leidt tot een financieel beeld voor de jaren 2025 tot en met 2029, waarbij ook de ontwikkeling van de weerstandsfactor in beeld wordt gebracht. In het volgende hoofdstuk worden ambities en mogelijke knelpunten geschetst waarvoor de (structurele) ruimte met het inzicht van dit moment ontbreekt, maar die we wel belangrijk vinden om als gemeente mee aan de slag te gaan. Mogelijk is er bij het opstellen van de Begroting 2026 meer zicht op aanvullende middelen vanuit de meicirculaire op basis van bijvoorbeeld de hiervoor geschetste ontwikkelingen. Rekening houdend met de besluitvorming van deze Perspectiefnota bestaat dan de mogelijkheid om een aantal van de genoemde ambities en mogelijke knelpunten in de Begroting 2026 van dekking te voorzien.

10 Perspectief op het Financieel Meerjarenbeeld

Autonome en overige financiële ontwikkelingen Het financiële meerjarenbeeld in deze Perspectiefnota wordt grotendeels bepaald door ontwikkelingen op de jaarlijkse autonome posten met nauwelijks keuzevrijheid en door overige financiële ontwikkelingen, waarin in beperkte mate keuzes te maken zijn. Onderstaande tabel geeft op de eerste plaats inzicht in de verwachte meerjarige ontwikkeling van de autonome posten en vervolgens worden de overige financiële ontwikkelingen per programma geduid. Onder de tabel volgt een toelichting per onderdeel. Autonome en overige financiële ontwikkelingen

2025

2026

2027

2028

2029

I/S

Gemeentefonds

4.957

17.068

17.214

16.798

18.060 S

Nominaal en areaal 2026

2.900

-18.500

-17.700

-16.500

-18.200 S

Nominale ontwikkeling IHP

-71

-142

-213

-284

-355 S

-12

-23

-34

-51 S

4.010

4.010

4.010

4.010 S

Bedragen x € 1.000 Autonoom

Indexatie DMP 2024 naar 2026 Voordeel zorg

6.250

Voordeel zorg - toevoeging aan BR Wmo en Jeugdzorg Dotatie overschot BW aan BR Wmo en Jeugdzorg laten vervallen Actualisatie meerjareninvesteringsplanning (MIP)

-6.250

I

3.000

3.100

4.500

800

I

2.132

959

1.008

586

549 S

-62

-116

-170 S

Indexatie MIP Planningsrealisme MIP

-147

314

1.350

I

Indexatie opbrengsten OZB (inflatiecorrectie)

1.817

1.817

1.817

1.817 S

Indexatie opbrengsten OZB 2029 tot 5%

1.450 S

Aframen stelpost OZB

-860

-860

-860

-860

-860 S

Oninbare posten belastingen

-100

-100

-100

-100

-100 S

Dekking oninbare posten afvalstoffenheffing

77

77

77

77 S

Dekking oninbare posten rioolheffing

23

23

23

23 S

Toeristenbelasting

150

150

150

150

150 S

Actualisatie treasury

1.236

-246

291

-641

-746 S

Burgerzaken - Legesopbrengsten

-172

-1

236

-110

-110 S

Burgerzaken - Personele ontwikkelingen

596

528

292

-233

-200 S

Burgerzaken - Materiële lasten

-30

-30

-30

-30

-30 S

Burgerzaken - Doorontwikkeling

-40

-560

-200

-200

-200 S

Doorontwikkeling digitale dienstverlening

-330

-340

-340

-340

-340 S

Dekking doorontwikkeling digitale dienstverlening

259

Bestuur, dienstverlening en financiën

Autonome technologische ontwikkelingen ICTlandschap Informatieveiligheid & Privacy

I -500

I

-2.100

-1.100

-1.100

-1.100 S

Kwaliteitsborging informatiebeheer

-100

-100

-100

-100 S

Uitvoering Wet open overheid (Woo)

-100

-100

-100

-100 S

2.700

2.700

2.700 S

Efficiency organisatieontwikkeling

11 Perspectief op het Financieel Meerjarenbeeld

Autonome en overige financiële ontwikkelingen

2025

2026

2027

2028

2029

I/S

Bedragen x € 1.000 Veiligheid Zorg en Veiligheidshuis

-90

-90 S

-211

-275 S

Bereikbaarheid Versnellen vervanging gelijkrichters Uitstellen uitbreiding parkeerareaal

-84

-148

-500

I

Economie Subsidie Connectr (24M78)

-200

-200

-200

-38

-38

-38

-200

I

Onderwijs Non-formele educatie

-38

I

Cultuur Historische trolleybussen onderdak behouden (24M155) Brede openstelling Stichting Musis & Stadstheater

-20

Rozet

-850

I -60

-60 S I

Participatie en armoedebestrijding Kwijtschelding Afvalstoffenheffing

60

60

60

60 S

-60

-60

-60

-60 S

170

170

170

170 S

-170

-170

-170

-170 S

10

10

10

10

10 S

BUIG 2025

-801

-1.263

-1.461

-1.812

-1.864 S

Werkgeverschap sociale werkvoorziening

-783

-743

-705

-669

-635 S

Beschermingsbewind

-800

-800

-800

-800

-800 S

Alleenverdienersproblematiek

-120

I

Studietoeslag

-410

I

Doorberekenen lagere kwijtschelding in afvalstoffenheffing Kwijtschelding Rioolheffing

60

170

Doorberekenen lagere kwijtschelding in rioolheffing Kwijtschelding OZB en overige heffingen

Vergroten bereik Individuele inkomenstoeslag Borging wettelijke termijnen en kwaliteit dienstverlening uitvoering participatiewet Welzijn en inclusie

-360 -600

Integrale aanpak moslimdiscriminatie in Arnhem (24M142) Actualisatie lasten De Hobbit

-50

Uitvoeringskosten inburgering

-400

De Overkant en de Leuke Linde

-600

-300

-360 S I

I -150

-150

-150

-150 S

-800

-800

-800

-800 S

-250

-250

-250

-250 S

Gezondheid en sport Voordeel SPUK Sport

988

I

Voordeel subsidie Sportbedrijf

700

I

Exploitatielasten gymzalen

-225

Dekking exploitatielasten OZB, heffingen en verzekeringen gymzaal fluitekruid uit IHP

-307

-307

-307

-307 S

-20

-20

-20

-20 S

12 Perspectief op het Financieel Meerjarenbeeld

Autonome en overige financiële ontwikkelingen

2025

2026

2027

2028

2029

I/S

Bedragen x € 1.000 Ruimtelijke ontwikkeling Adviescommissie Omgevingskwaliteit Stadsontwikkelfonds (24M143g)

-65

-65

-65

-65

-65 S

-6.000

I

Wonen en leefomgeving Woonwagenstandplaatsen

-3.100

Wijkonderhoud Aanpak Invasieve Exoten

-160

Dekking Aanpak Invasieve Exoten Totaal autonome en overige financiële ontwikkelingen

-210

I -3.220

-3.220

-3.220 S

-160

-160

-100 S

50

I

3.733

-4.576

3.191

-1.640

-3.011

Waarvan structureel

13.624

-3.141

-1.085

-3.552

-2.811

Waarvan incidenteel

-9.891

-1.435

4.276

1.912

-200

Autonome ontwikkelingen Gemeentefonds Het voordeel op het gemeentefonds ontstaat vanwege het feit dat de september- en decembercirculaires 2024 niet meer in de begroting zijn verwerkt. De Begroting 2025 is namelijk gebaseerd op de meicirculaire 2024. Uit de september- en decembercirculaire 2024 ontstaan de volgende effecten: • Als gevolg van wijzigingen in de uitkeringsfactor en actualisatie van de maatstaven ontstaat een voordeel van ruim € 3 miljoen in 2025, ruim € 2,5 miljoen in 2026, bijna € 2 miljoen in 2027 en bijna € 1 miljoen vanaf 2028. • Vanaf 2026 rekenen we op basis van onze systematiek van constante prijzen met een structurele verhoging op basis van de verwachte indexatie van het accres. Dit levert ruimte op van ruim € 11 miljoen vanaf 2026, bedoeld ter dekking van de nominale en areale verhogingen aan de lastenkant in onze begroting. • Een aantal nieuwe taakmutaties en (aanpassingen in) decentralisatieuitkeringen wordt met programma's verrekend. • In de septembercirculaire 2024 is aangekondigd dat de landelijke taakstelling op jeugdzorg komt te vervallen. In Arnhem hadden we hiermee rekening gehouden door € 5 miljoen minder inkomsten gemeentefonds vanaf 2026 in te ramen en was op programma Zorg bij jeugd een taakstelling van € 5 miljoen opgenomen. Beide posten zijn nu komen te vervallen (dus een neutraal effect op de algemene middelen).

• De stelpost ruimte onder het plafond BTW-compensatiefonds is afgeraamd. In de Begroting 2025 is deze stelpost opgenomen ter vervanging van de middelen die gemeenten zouden ontvangen inzake de indexatie op de WMO-kosten. Deze middelen waren wel toegezegd, maar niet verwerkt in de meicirculaire, waardoor de Provincie aangaf dat hiermee in de Begroting 2025 geen rekening kon worden gehouden. In de septembercirculaire zijn deze middelen alsnog toegevoegd aan het gemeentefonds, waardoor de opgenomen stelpost kan komen te vervallen. In deze Perspectiefnota vinden we het voorbarig om opnieuw een mogelijke ruimte onder het BTW-compensatiefonds in te zetten, maar richting de Begroting 2026 zullen we deze mogelijkheid als een scenario op tafel houden. • Daarnaast zijn de lasten beschermd wonen geactualiseerd. Bij de actualisatie kwam naar voren dat er sprake is van een daling van de lasten doordat een deel van de taken en daarmee van de besparing overgaat naar de regio. Dit leidt tot een voordeel van ruim 7 ton vanaf 2029.

Nominale en areale ontwikkelingen Nominaal en areaal 2026 Op 26 februari is het Centraal Economisch Plan (CEP) gepubliceerd. Mede op basis hiervan wordt de loon- en prijsontwikkeling van de Arnhemse begroting geraamd. Daarnaast wordt op basis van de groei van de stad de volumeontwikkeling (areaalontwikkeling) van de begroting berekend. Totaal bedraagt de loon-, prijs- en volumeontwikkeling structureel € 18,0 miljoen in 2026, en € 17,9 miljoen structureel vanaf 2027.

13 Perspectief op het Financieel Meerjarenbeeld

Jaarlijks wordt bij de Perspectiefnota een raming gemaakt van de loon-, prijs- en volumeontwikkeling en wordt dit bij de Begroting verder uitgewerkt. De verschillen tussen raming en uitwerking zijn op de stelpost voor nominale ontwikkeling blijven staan en worden nu afgerond. Dit levert een incidenteel voordeel van € 2,9 miljoen in 2025 met name doordat de geraamde loonontwikkeling zich naar verwachting niet volledig gaat voordoen. Voor 2026 resteert een nadeel van € 0,2 miljoen, in 2027 een voordeel van € 0,5 miljoen en een voordeel van € 1,7 miljoen in 2028. Indexatie Perspectiefnota (bedragen x € 1 miljoen) Loon-, en prijsontwikkeling 2026 Areaalontwikkeling 2026 Subtotaal Verrekening restant voorgaande jaren Totaal

2025

2026

2027

2028

2029

14,5 3,7 17,9 -0,5 17,7

14,5 3,7 17,9 -1,7 16,5

14,5 3,7 17,9

-2,9 -2,9

14,7 3,7 18,0 0,1 18,5

2026

2027

2028

2029

1,4 7,4 0,9 0,7 0,5 0,4 0,2 0,2 1,0 2,0 14,7

1,3 7,5 0,9 0,7 0,6 0,4 0,2 0,2 1,0 1,7 14,5

1,3 7,6 0,9 0,7 0,6 0,4 0,2 0,2 1,0 1,6 14,5

1,3 7,6 0,9 0,7 0,6 0,4 0,2 0,2 1,0 1,6 14,5

18,2

De loon- en prijsontwikkeling is als volgt opgebouwd: Loon- en prijsontwikkeling 2026 (bedragen x € 1 miljoen) Loonontwikkeling eigen ambtenaren Zorgcontracten Onderhoud Openbare Ruimte Subsidies Zorg en Welzijn Subsidies Cultuur Subsidies Sport Subsidies Onderwijs Subsidies Overig Gemeenschappelijke Regelingen Overig Totaal

Loonontwikkeling eigen ambtenaren Het CPB raamt in het CEP een loonontwikkeling voor de sector overheid van 2,0%. Aangezien de CAOgemeenteambtenaren tot 31 maart 2025 loopt en een nieuwe CAO nog niet is afgesloten, nemen we de raming van het CEP over. De loonontwikkeling voor 2026 komt daardoor uit op € 1,4 miljoen. Zorgcontracten Met ingang van 2024 zijn er nieuwe regels rond de indexering van zorgcontracten. Nieuwe contracten worden geïndexeerd met 90% Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA) en 10% Prijs Particuliere Consumptie (PCC) die wordt aangevuld met een verrekening van het verschil tussen de voorlopige en definitieve raming van de OVA en de PCC van het voorgaande jaar. Een steeds groter deel van de zorgcontracten valt onder deze nieuwe indexeringsregels. In de raming voor de Perspectiefnota is gerekend met een OVA van 4,2% en een PCC van 1,8%. Daarmee komt de gecombineerde index uit op 3,9%. Hiermee komt de raming voor de indexering van de zorgcontracten uit op € 7,4 miljoen in 2026 oplopend tot € 7,6 miljoen vanaf 2028. Onderhoud Openbare Ruimte Voor de raming van de ontwikkeling van het onderhoud in de openbare ruimte gebruiken we sinds enkele jaren de BDB-index grond-, weg- en waterbouw onderhoud (GWWo). Voor 2025 werd rekening gehouden met een prijsstijging van 7,6%.

Doordat deze zich niet volledig heeft voorgedaan is de prijsstijging voor 2026 beperkt met 2,6%. Hierdoor komt de ontwikkeling van de kosten voor onderhoud in de openbare ruimte uit op € 0,9 miljoen. Subsidies Sinds vorig jaar wordt bij de indexering van de subsidies gediversifieerd in de verhouding loon- en prijsontwikkeling tussen verschillende categorieën subsidieontvangers. Voor alle subsidies worden dezelfde percentages voor loonen prijsontwikkeling gehanteerd. Dit zijn dezelfde indexen die al gebruikt worden voor indexatie van de budgetten van de eigen organisatie, namelijk de loonvoet sector overheid en de index materiële overheidsconsumptie (IMOC). Er worden vijf verschillende categorieën gebruikt: zorg en welzijn, cultuur, sport, onderwijs en overig.

14 Perspectief op het Financieel Meerjarenbeeld

Voor de verhouding loon/prijs wordt voor zorg en welzijn aangesloten bij de verhouding die voor de zorgcontracten wordt gehanteerd, 90/10. Voor cultuur en sport is op basis van de jaarrekeningen van de afgelopen jaren gekeken naar de verhouding tussen personeelslasten en overige lasten. Deze bleek voor beide categorieën gemiddeld 45/55 te zijn. Voor onderwijs en overig wordt uitgegaan van de basisverhouding van 60% loonontwikkeling en 40% prijsontwikkeling. De loonvoet sector overheid is in het CEP geraamd op 2,0% en de IMOC op 2,1%. Daarmee volgen de onderstaande percentages per subsidiecategorie en bijbehorende indexatie. Categorie Zorg en Welzijn Cultuur Sport Onderwijs Overig Totaal

Verhouding 90% CAO Gem. 10% IMOC 45% CAO Gem. 55% IMOC 45% CAO Gem. 55% IMOC 60% CAO Gem. 40% IMOC 60% CAO Gem. 40% IMOC

Percentage 2,0% 2,1% 2,1% 2,0% 2,0%

Indexatie € 0,7 miljoen € 0,5 miljoen € 0,4 miljoen € 0,2 miljoen € 0,2 miljoen € 2,0 miljoen

Een aantal subsidiepartners huurt vastgoed van de gemeente. De huur die zij betalen, wordt per 1 mei 2025 verhoogd met 3,34% respectievelijk 3,35% (afhankelijk van maand- of jaarbetaling) en loopt tot 30 april 2026. De subsidie is voor 2025 geïndexeerd met percentages die variëren tussen 3,2% en 4,2% (het laatste percentage betreft het beleidsterrein Zorg en Welzijn waar de indexatie voor 90% wordt bepaald door de loonvoet; voor de overige sectoren geldt een indexering die varieert tussen 3,2% en 3,5%) en wordt in 2026 geïndexeerd met een percentage dat varieert tussen 2,0% en 2,1%. Rekening houdende met het feit dat de subsidie indexering over de huurperiode voor 8 maanden wordt bepaald door de indexering over 2025 en 4 maanden over 2026, varieert de subsidie indexering over deze periode gemiddeld tussen 2,9% en 3,1%. In vergelijking met genoemde huurindexering van 3,34% respectievelijk 3,35% ligt deze daarmee tussen 0,44% en 0,24% onder de huurindexatie. Met deze informatie voldoen we aan de toezegging om voor de zomer duidelijkheid te verschaffen over de index van de subsidies en huur van maatschappelijke organisaties. Gemeenschappelijke regelingen De indexatie van de gemeenschappelijke regelingen wordt per regeling, met het vaststellen van hun begroting door de deelnemers, bepaald.

In maart is namens de wethouders financiën regio Arnhem een brief naar een aantal gemeenschappelijke regelingen gegaan (VGGM, MGR, GMR, BVO DRAN en de ODRA) waarin hen is opgeroepen om voor de indexatie aan te sluiten bij de prijsindexatie van het gemeentefonds zijnde 2,7%. Voor de raming van de indexatie van de gemeenschappelijke regelingen wordt hierbij aangesloten. Hiermee komt deze uit op € 1,0 miljoen. In aanloop naar de Begroting 2026 zullen de begrotingen van de verschillende gemeenschappelijke regelingen worden vastgesteld en daarmee dus ook de definitieve indexatie. De VGGM is geconfronteerd met een hogere loonkostenontwikkeling dan waarmee in de begroting van 2024 rekening werd gehouden. Als lonen en prijzen stijgen en de gemeentelijke bijdrage niet in gelijke tred meeloopt, dan bestaat het risico dat de VGGM mogelijk onvoldoende middelen beschikbaar heeft om de opgedragen taken uit te voeren. Overig In de post overig zitten en budgetten die worden geïndexeerd met de IMOC (2,1%), CPI (2,6%) en de caoontwikkeling van de marktsector (4,1%). Onder andere algemene inkoopbudgetten die niet vallen onder openbare ruimte of zorg worden geïndexeerd met de IMOC. Dit is met € 1,8 miljoen het grootste deel van ‘Overig’.

Het restant wordt onder andere gevormd door bijvoorbeeld representatiekosten die worden geïndexeerd met de CPI en ìnhuur dat geïndexeerd wordt met de cao-ontwikkeling van de marktsector. Areaalontwikkeling 2025 In de begroting worden de budgetten die gevoelig zijn voor de groei van de stad geïndexeerd met de groei van het aantal inwoners of de groei van het aantal woningen. In de prognose groeit het aantal inwoners in 2026 met 1,0% en het aantal woningen met 0,9%. Om de verschillende budgetten in de begroting hierop aan te passen is een indexatie van € 3,7 miljoen nodig. Dit landt volgens de onderstaande verdeling in de verschillende programma’s.

15 Perspectief op het Financieel Meerjarenbeeld

Programma (bedragen x € 1.000)

Indexatie

Bestuur, dienstverlening en financiën

104

Veiligheid Bereikbaarheid

69 219

Economie Onderwijs

0 99

Cultuur Participatie en armoedebestrijding

253 326

Zorg Welzijn en inclusie

2.081 367

Gezondheid en sport Klimaat en energie

12 4

Ruimtelijke ontwikkeling Wonen en leefomgeving

16 175

Totaal

3.725

Nominale ontwikkeling IHP Met ingang van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) onderwijs 2024-2039 is afgesproken dat de prijsontwikkeling voor onderwijshuisvesting wordt bepaald op basis van de VNG-norm. De VNG-norm 2025 is eind oktober 2024 gepubliceerd, terwijl de nominale ontwikkeling voor het IHP is bepaald op basis van de langjarige inflatieverwachting vanuit het CPB. Dit maakt dat we voortaan jaarlijks bekijken of de VNG-publicatie in het najaar afwijkt van de eerdere voorspelling voor de begroting in het voorjaar. Indien dit afwijkt, leidt dat tot een correctie. Voor 2025 zien we dat de VNG-norm met 5,7 procent in het najaar hoger uitvalt dan de 2 procent waarmee is gerekend en daarom een bijstelling in de benodigde dekking voor het IHP nodig is. Daarnaast is die dekking doorgerekend door bedragen tot en met 2028 door te indexeren. Dat was op verzoek van de raad en destijds de reikwijdte van de meerjarenbegroting (2025-2028). Deze perspectiefnota bevat de jaren 2026-2029 en daarmee komt jaarschijf 2029 erbij. Dat betekent dat alle investeringen en exploitatiemiddelen zoals besloten in het IHP voor het jaar 2029 aan de begroting worden toegevoegd. Omdat de afspraak is om bedragen in het IHP door te indexeren voor alle jaren in de meerjarenraming, worden deze middelen voor jaarschijf 2029 nu geïndexeerd.

Bij vaststelling van het IHP was de benodigde jaarlijkse structurele verhoging van het financieel kader € 1,13 miljoen. Het effect van de VNGnorm 2025 én het toevoegen van een jaarschijf zorgt ervoor dat dit bedrag met € 71.000 moet worden verhoogd om het IHP te kunnen bekostigen. Indexatie DMP 2024 naar 2026 De ramingen van de projecten binnen vijf jaar in het duurzaam mobiliteitsplan (DMP) zijn berekend op het prijspeil 2024. De vaststelling van het DMP duurde langer dan voorzien was. De ramingen zijn daarom nog niet volledig in de begroting verwerkt en geïndexeerd. Voor het opstellen van de begroting 2026 en het verwerken van de financiële effecten van het vaststellen van het DMP, dienen de ramingen incidenteel te worden geactualiseerd/geïndexeerd naar het prijspeil van 2026.

Voordeel zorg Uit de actualisering van de prognose 2025 en voor 2026 en verder blijkt een structureel voordeel in 2025 en verder en een incidenteel voordeel in 2025. De volgende zaken dragen bij aan het incidentele voordeel (€ 2,2 miljoen in 2025): • Voor het beleidsveld beschermd wonen wordt een incidenteel voordeel van € 1,9 miljoen verwacht. Het aantal cliënten daalt licht. Dit voordeel is tijdelijk aangezien vanaf 2026 naar verwachting een nieuwe aanbesteding met aangepaste producten en tarieven van kracht is. • Op het beleidsveld woonvoorzieningen en doelgroepenvervoer wordt een incidenteel voordeel van € 340.000 verwacht. Het structurele voordeel (€ 4 miljoen) vanaf 2025 is als volgt opgebouwd: • Aan bestaande budgetten wordt jaarlijks een bedrag voor nominaal (prijs en areaal) toegevoegd. Deze bedragen zijn niet volledig benut. Dit zorgt voor een voordeel van circa € 2,5 miljoen.

16 Perspectief op het Financieel Meerjarenbeeld

•

•

Bij de prognose voor de Perspectiefnota 2025 was een grote groei te zien voor met name jeugdzorg. Die groei heeft doorgezet, maar minder sterk dan verwacht. Tevens was een verwachte prijscompensatie opgenomen, deze blijkt in werkelijkheid iets lager te liggen. Het voordeel bedraagt circa € 275.000. Daarnaast is zichtbaar dat de inzet van PGB blijft dalen en hier wordt ook een structureel voordeel verwacht van € 1,2 miljoen.

Hierdoor ontstaat in 2025 een totaal voordeel van € 6,2 miljoen, waarvan wordt voorgesteld deze toe te voegen aan de BR WMO en Jeugdzorg. Voor 2026 en verder komt het structurele voordeel van € 4 miljoen ten gunste van de algemene middelen.

Dotatie overschot Beschermd Wonen aan BR Wmo en Jeugdzorg We kiezen bij de ingroei naar het negatieve herverdeeleffect van Beschermd Wonen voor een ander ingroeipad. Dit betekent een oploop met € 5,9 miljoen per jaar in plaats van de huidige begrote € 5,1 miljoen per jaar. Het gevolg is dat er budget beschikbaar komt, waarvan we voorstellen om dat op twee manieren in te zetten. Een budget van € 6 miljoen kan ingezet worden voor het sociaal domein waarmee in totaal € 15 miljoen beschikbaar is als incidentele dekking die betrokken kan worden bij de transformatie van het sociaal domein (zie ook hoofdstuk Transformatie Sociaal Domein). Daarnaast kan het overschot in de begroting op Beschermd Wonen dat in de jaren 2025 tot en met 2028 zou worden gedoteerd aan de bestemmingsreserve WMO en Jeugdzorg (in totaal € 11,4 miljoen), conform begrotingsregels vrijvallen ten gunste van de algemene middelen. Dit komt neer op € 3 miljoen in 2025, € 3,1 miljoen in 2026, € 4,5 miljoen in 2027 en € 0,8 miljoen in 2028. In de risicoparagraaf is een risico opgenomen voor eventuele effecten van een tariefstijging.

Actualisatie meerjareninvesteringsplanning (MIP) Op basis van de realisatie over 2024 zijn de planningen van de investeringsprojecten in het MIP geactualiseerd. Hierdoor verschuift de realisatie van een aantal projecten naar een later jaar. Dit kan diverse oorzaken hebben, zoals personele wisselingen of knelpunten in de capaciteit. De grootste verschuiving zijn projecten die niet in 2024 gerealiseerd zijn, maar in 2025 gerealiseerd zullen worden en daarmee vanaf 2026 leiden tot kapitaallasten in de begroting. Dit leidt tot een voordeel van € 2,1 miljoen in 2025. Dit leidt ook tot verschuivingen in de komende jaren, wat tot een voordeel leidt van € 1,0 miljoen in 2026 en 2027 aflopend tot € 0,5 miljoen in 2029. De projectuitgaven zijn daarnaast geïndexeerd voor de verwachte prijsstijgingen. Hiervoor zijn de indices gebruikt, voor Grond-, wegen waterbouw nieuwbouw (3,0%) en Bedrijfsgebouwen nieuwbouw (1,0%). Voor de indexering moet in 2026 € 62.000 gereserveerd worden, oplopend tot € 170.000 in 2029. Planningsrealisme MIP Niet alle investeringen volgen hun oorspronkelijk geplande investeringsritme. Dit kan diverse redenen hebben zowel intern (bv. personele wisselingen) als extern (vertraging bij leveranciers). Voor alle investeringsprojecten wordt een realistische planning gemaakt. Door onvoorziene omstandigheden wordt in een aantal gevallen deze planning niet gehaald.

Vooraf valt niet te zeggen welke projecten dit betreft. Door de vele investeringsprojecten die lopen, is het op basis van ervaring, echter wel een zekerheid dat dit bij een aantal projecten zal gebeuren. Projecten die later dan oorspronkelijk gepland afgerond worden, worden later geactiveerd, waardoor de kapitaallasten in de begroting naar achteren schuiven. Hier wordt sinds vorig jaar rekening mee gehouden door een deel planningsrealisme in te ramen. Voor het gehele MIP, inclusief nieuwe investeringen, is het planningsrealisme opnieuw geraamd. Hiervoor wordt een aflopende reeks van 70%, 50% en 30% voor de verwachtte onderuitputting van de kapitaallasten geraamd. Dit geeft een nadeel voor het financieel beeld van € 0,1 miljoen in 2026 en een voordeel van € 0,3 miljoen in 2027 en € 1,4 miljoen in 2028. Het voordeel dat ontstaat doordat de reeks die vorig jaar is ingeboekt de jaren 2025, 2026 en 2027 betrof. Voor 2026, 2027 en 2028 wordt nu dus een groter deel aan onderuitputting geraamd. Voor 2026 ontstaat toch een nadeel als gevolg van de verschuiving van investeringsprojecten in de tijd.

OZB Afgesproken is dat de geraamde opbrengsten OZB, exclusief areaalontwikkeling, jaarlijks met 5 procent stijgen ter dekking van de stijging van lonen en prijzen en andere bestedingsdoelen. De aanvullende indexatie boven op de inflatiecorrectie is in de begroting reeds cumulatief verwerkt voor de jaarschijven tot en met 2028. Voor jaarschijf 2029 wordt deze aanvullende indexatie in de Begroting 2026 verwerkt, vooralsnog in lijn met het huidige beleid van een jaarlijkse stijging van 5 procent. Voor 2029 betekent dit een bedrag van € 1.450.000 structureel. Het deel dat specifiek is bedoeld voor inflatiecorrectie wordt jaarlijks met een gelijkblijvende reeks in de begroting opgenomen. Voor 2026 betreft dit een bedrag van € 1.817.000 structureel. Uitgangspunt is om net als vorig jaar 17 Perspectief op het Financieel Meerjarenbeeld

een totale stijging van 5 procent van de opbrengsten OZB te realiseren. Dit betekent dat de gemiddelde (verwachte) lastenstijging OZB ook 5 procent per jaar is. De daadwerkelijke waardeontwikkeling kan afwijken van de waardeontwikkeling waar voor de tariefberekening van uit is gegaan. Met als gevolg dat ook de gemiddelde lastenstijging af kan wijken van de 5 procent. Ter vergelijking is in onderstaande tabel de landelijk (verwachte) gemiddelde stijging van de woonlasten OZB over de afgelopen jaren opgenomen (bron: COELO):

Gemiddelde stijging woonlasten OZB landelijk

2023 6,0%

2024 5,9%

2025 6,9%

Bij de Begroting 2011 is besloten structureel een stelpost meeropbrengsten OZB te begroten van € 860.000, die losstaat van de jaarlijkse tariefberekening. De reden voor het opnemen van deze stelpost was dat destijds elk jaar bleek dat er op de OZB een positief resultaat werd behaald. De afgelopen jaren laten zien dat de realisatie van deze meeropbrengsten onder druk staat. De verschillen tussen de feitelijke waardeontwikkeling en de bij de tariefberekening gehanteerde te verwachten waardeontwikkeling zijn beperkt, waardoor ook afwijkingen op de op basis van de tariefberekening begrote opbrengsten minder te verwachten zijn en de stelpost minder realistisch is. We stellen daarom voor om deze stelpost vanaf 2025 volledig af te ramen. Het is de intentie om voor de Begroting 2026 in beeld te brengen in hoeverre indexatie van het ondernemersfonds (SOFA) mogelijk is, bijvoorbeeld door middel van een lichte verhoging van de tarieven voor niet-woningen, waardoor dit voor de algemene middelen een neutraal effect is.

Oninbare posten lokale heffingen Om diverse redenen worden belastingvorderingen oninbaar verklaard. Vaak gebeurt dit nadat een deurwaarder in de laatste stap van het invorderingstraject tot de conclusie komt dat er geen verhaalsmogelijkheden zijn. Andere redenen voor oninbaar verklaren zijn bijvoorbeeld een faillissement van de belastingschuldige, of het gevolg van de uitkomst van een schuldregeling. In de begroting is jaarlijks een bedrag van € 250.000 opgenomen ter dekking van kosten oninbaar van belastingvorderingen. De afgelopen jaren is sprake van een overschrijding van dit bedrag en de verwachting is dat structureel € 100.000 meer nodig is. Het huidige budget van € 250.000 is naar rato van de opbrengsten toegerekend aan de afvalstoffenheffing, rioolheffing en ozb (overige heffingen te verwaarlozen). Uit een nadere analyse blijkt dat voornamelijk bij de afvalstoffenheffing en ook bij de rioolheffing relatief veel oninbaar wordt verklaard. Herberekeningen op basis van de percentages oninbaar per heffingsoort laten zien dat de aanvullende € 100.000 volledig aan de afvalstoffen- en rioolheffing kan worden toegerekend. Voorgesteld wordt om voor 2026 en verder het hogere bedrag van kosten oninbaar door te berekenen in de tarieven van de riool- en afvalstoffenheffing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=6b802ce8-234f-4e27-982e-3a97d0220552