Cultuurbeleid Arnhem - STROOM (2012)
Tekst van het document
1
Stroom
Cultuurbeleid Cultuur Arnhem beleid Arnhem
Cultuurbeleid Arnhem
STROOM
STROOM
3
2
Arnhem heeft een unieke positie op cultuurgebied in Oost-Nederland. Uniek omdat de gehele creatieve keten (opleiding, productie, presentatie) in ruime mate is vertegenwoordigd voor alle kunstvormen (toneel, muziek, kleinkunst, dans en beeldende kunst, vormgeving en mode). De keten wordt gekenmerkt door een brede basis, een innovatief middensegment en een aantal topgezelschappen (Het Gelders Orkest, Introdans en Toneelgroep Oostpool). Dit culturele klimaat draagt in belangrijke mate bij aan de aantrekkelijkheid van Arnhem. In de beleidsnota cultuur beschrijven wij hoe wij de unieke positie van Arnhem de komende jaren, vanaf 2012, verder uit willen bouwen. ‘Stroom’ is de titel van dit nieuwe beleidskader. Een titel die staat voor de energie die stroomt door onze stad dankzij alle cultuur die we hebben. Een titel die ook past bij de stad aan de Rijn. Het water van deze rivier is constant in beweging, zoekt steeds nieuwe wegen en treedt soms buiten de oevers. De titel Stroom geeft aan dat dit beleid geen strak keurslijf is en dat we rekening houden met veranderende omstandigheden. Deze stad kan en mag trots zijn op haar culturele klimaat. Graag spreek ik de verwachting uit dat dat ook in de toekomst zo zal blijven. Het beleidsplan is in nauwe samenspraak met het culturele veld, ondernemers en betrokken inwoners opgesteld.
Grote dank gaat dus uit naar iedereen die heeft bijgedragen aan de totstandkoming van deze nota. Ik wens u veel leesplezier en Arnhem een goede culturele toekomst.
Michiel van Wessem Wethouder Cultuur
Januari 2012
Cultuurbeleid Arnhem
Cultuurbeleid Arnhem
voorwoord
5
4
voorwoord samenvatting inleiding
p. 3 p. 7 p. 11
1
uitgangspunten en ambities
p. 13
onze omgeving
p. 19 p. 19 p. 20 p. 21 p. 23 p. 24 p. 24 p. 27
2
2.1
2.2 2.3 2.4 2.5
3
hoe staan we ervoor 3.1 3.2
4
4.4
Opdracht basisvoorzieningen De aanjaagfunctie Budget in beweging 4.3.1 Meerjarenvoorzieningen 4.3.2 Meerjarenactiviteiten 4.3.3 Eenmalige activiteiten Randvoorwaarden 4.4.1 Huisvestingsagenda 4.4.2 Profilering en zichtbaarheid 4.4.3 Vergunningen / regelgeving 4.4.4 Creatieve milieus 4.4.5 Ondersteuning startende ondernemers
het subsidiegebouw 5.1
6
De positie van Arnhem als cultuurstad Huidige stand van zaken: de evaluaties en debatten
het nieuwe beleid 4.1 4.2 4.3
5
Rijksbeleid cultuur 2.1.1 Podiumkunsten / Beeldende kunst en vormgeving 2.1.2 Cultuureducatie Overig rijksbeleid Landsdeel Oost en provinciaal beleid Gemeentebeleid Economische en technologische ontwikkelingen
Opzet subsidiegebouw 5.1.1 Subsidies basisvoorzieningen 5.1.2 Subsidies meerjarenvoorzieningen 5.1.3 Subsidies programmatische activiteiten 5.1.4 Eenmalige subsidies
uitvoeringsprogramma vanaf 2012
bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.
Doelenboom cultuurbeleid Arnhem vanaf 2012 Budgettair kader vanaf 2012 Reacties cultuurdebatten (Cultuur Arnhem 2011-2015 en Manifest van de ruimte) Evaluatie cultuurbeleid Arnhem 2009-2011 Aangenomen moties d.d.30-1-2012
p. 31 p. 31 p. 32 p. 37 p. 38 p. 39 p. 41 p. 41 p. 41 p. 42 p. 42 p. 42 p. 45 p. 46 p. 47 p. 47 p.49 p. 49 p. 51 p. 53 p. 55 p. 56 p. 59 p. 61 p. 63 p. 65 p. 71 p. 75 p. 105
Cultuurbeleid Arnhem
Cultuurbeleid Arnhem
inhoud
7
6
Cultuurbeleid Arnhem
Cultuurbeleid Arnhem
samenvatting
In STROOM beschrijft de gemeente Arnhem de manier waarop ze vanaf 2012 haar doelstellingen van het cultuurbeleid wil verwezenlijken. Het is een uitwerking van de Uitgangspuntenbrief Cultuur die in het voorjaar van 2011 door de gemeenteraad is vastgesteld. Centraal in het nieuwe beleid staat de meerwaarde van cultuur voor de maatschappelijke ontwikkeling van Arnhem: cultuur is van belang voor de vitaliteit van de leefgemeenschap in onze stad en regio. We plaatsen cultuur in een breder perspectief van waardecreatie, waarbij cultuurbeleid wordt gelinkt aan het ruimtelijke, economische en sociale domein. Om dit te bereiken stellen we ons drie doelen: verbreding van cultuurbereik en participatie, versterking van de culturele keten, en profilering en vitalisering van het culturele klimaat. De uitgangspositie van Arnhem is gunstig. We kennen een levendig cultureel klimaat, een solide infrastructuur en er is, mede dankzij de aanwezigheid van de kunstvakopleidingen, veel creatief potentieel. De laatste jaren is door zowel de gemeente als het veld zelf veel geïnvesteerd, gerealiseerd en in gang gezet in het culturele domein.
De laatste editie van de Atlas voor Gemeenten illustreert de invloed van deze inspan ningen op de stadsontwikkeling: Arnhem neemt qua woonaantrekkelijkheid de 8e plaats in, waarmee de stad in 2011 de grootste stijger is van de 50 grootste gemeenten van Nederland. Deze positie is mede te danken aan de toegenomen indicator ‘cultureel aanbod’. We willen deze positie behouden en tegelijkertijd de ontwikkeling en vernieuwing van cultuur in Arnhem stimuleren. Daarom is het belangrijk te anticiperen op wat er om ons heen gebeurt. We opereren in
een complexe en snel veranderende omgeving. Digitalisering, medialisering en het economische tij zijn van invloed op het produceren, distribueren, verkopen en consumeren van cultuur(goederen). Deze ontwikkelingen raken ook het beleid van de overheden ten aanzien van cultuur. Het nieuwe cultuurbeleid van het Rijk richt zich op de aanscherping van de relatie tussen vraag (afzet) en aanbod. De landelijke basisinfrastructuur wordt gehalveerd en rijksgesubsidieerde instellingen worden geconcentreerd in geografische kern punten. Arnhem is voor de sector podiumkunsten aangewezen als geografisch kernpunt voor Oost-Nederland. Ook andere maatregelen, zoals de btw-verhoging op theater- en concertkaarten, het wegvallen van de Vogelaargelden voor het wijkwerk en het terugdringen van het aantal studenten op kunsthogescholen (ArtEZ), zullen de cultuursector de komende jaren beïnvloeden. Onze omgeving legt dus beperkingen op maar biedt tegelijkertijd ook ontwikkel- en groeikansen voor cultuur in Arnhem. Om hier adequaat op in te kunnen spelen, is het van belang het culturele aanbod meer dan voorheen te verbinden met publiek (bereik en draagvlak) en ondernemerschap.
Dat vraagt een andere manier van organiseren van het aanbod: het opereren in netwerkverband en het aangaan van allianties, onderling en met partijen buiten het culturele domein, wordt voor culturele instellingen en makers noodzakelijk. Cultuur in Rijnboog is in deze beweging het vliegwiel. We geven hiermee een impuls aan het accommodatieniveau, de kwaliteit van het centrumgebied en de bedrijfsvoering van de culturele instellingen. Tegelijkertijd werken we toe naar een nieuw, breed aansprekende en gezamen lijk gedragen culturele programmering voor zowel stad als regio.
9
8
• Om de vernieuwingsbeweging inhoudelijk en organisatorisch aan te zwengelen en de culturele sector actief hierbij te betrekken, creëren we een aanjaagfunctie. Deze kwartiermaker krijgt de opdracht mee structurele en duurzame samen werking te bewerkstelligen. In de programmering, maar ook ten aanzien van organisatie, inkoop, co-productie, horeca, marketing en back office. Samenwerking levert inhoudelijke en strategische meerwaarde op, onder andere door gezamenlijk nieuwe publiekstrategieën te ontwikkelen. • We brengen het cultuurbudget in beweging. Concreet zetten we een deel van de huidige meerjarensubsidies om in een nieuw, flexibel budget voor programmatische activiteiten. Ook een deel van het budget van de basisvoorzieningen wordt geoormerkt voor matching met dit budget. Een commissie, bestaand uit de kwartiermaker, Cultuur Netwerk Arnhem, een onafhankelijk voorzitter en twee roulerende commissieleden, zal de aanvragen voor dit budget toetsen en adviseren over de meerwaarde voor de stad. • Daarnaast zullen we gemeentebreed voorwaar den scheppen op een aantal flankerende ter reinen, zoals het vergunningenbeleid, profilering en zichtbaarheid, stimuleren van cultureel ondernemerschap en het faciliteren van woon-/ werkruimten. We koppelen deze beleidslijnen en maatregelen aan een nieuw subsidiegebouw.
Dit bestaat uit subsidies voor de basisvoorzieningen en een regeling voor ondersteuning van meerjarige voorzieningen. Daarnaast worden twee subsidieregelingen gemaakt voor budgetten voor programmatische activiteiten en eenmalige activiteiten. Ook zullen indicatoren worden opgesteld waarmee de resultaten en het effect van het beleid te toetsen zijn. De financiële doorwerking van het nieuwe beleid vindt plaats vanaf 2013.
Cultuurbeleid Arnhem
Cultuurbeleid Arnhem
Om het culturele aanbod in Arnhem op peil te houden en creatieve bedrijvigheid en vernieuwing vrij baan te geven, is een kritische afweging nodig: wat willen we blijven ondersteunen, wat minder, wat vragen we van de instellingen in de stad en waar willen we extra investeren. Bij deze afweging hebben de evaluaties van het bestaande beleid en de cultuurdebatten die in de eerste helft van 2011 met de stad zijn gevoerd, een belangrijke rol gespeeld. Onze inzet is er allereerst op gericht de culturele keten in tact te houden en verder te versterken. De keten rust op een brede voet van de basisvoor zieningen en voorzieningen op het gebied van professionele talentontwikkeling, facilitering in oefen- en repetitieruimte en de profilering van Arnhem als cultuurstad. Om vervolgens door stroming en vernieuwing in de keten mogelijk te maken, is ruimte nodig: om te creëren, onder nemen, experimenteren, en om te groeien. Uit de beleidsevaluaties en de cultuurdebatten blijkt dat deze ruimte als beperkt wordt ervaren, wat remmend werkt op het creatieve en het onder nemend vermogen van culturele makers. We hebben geconstateerd dat de manier waarop wij het cultuurbudget inzetten, een belangrijke factor is. Daar ligt dan ook de sleutel om ruimte te maken voor vernieuwing en creatieve bedrijvigheid.
We doen dit langs de volgende lijnen: • Brede opdrachtverstrekking aan de basisvoor zieningen. We willen de publieke meerwaarde van deze voorzieningen voor de stad verhogen door hun capaciteit (faciliteiten, diensten, maar ook kennis en expertise) onderling én met andere partijen in de stad te delen. Basisvoorzieningen maken in hun programmering en activiteiten programma’s ruimte voor andere partijen en gaan een rechtstreeks ondersteunende band aan met de Arnhemse makers.
te komen tot een nieuw, integraal kader voor het Arnhemse cultuurbeleid. Dit nieuwe beleidskader, getiteld STROOM, verwoordt de visie, ambitie en doelen waar dit gemeentebestuur de komende jaren aan wil werken. Het huidige coalitieakkoord bevat een aanzet, maar behoeft verdere uitwerking. In de bestaande visiedocumenten ‘Cultuurmenu 2001-2005-2015’ en ‘Cultuurvisie 2001-2005-2015’ wordt de overtuiging uitgesproken dat het voor de maatschappelijke en stedelijke ontwikkeling van Arnhem belangrijk is om de positie van kunst en cultuur in de stad te steunen en te versterken. Dit uitgangspunt staat nog recht overeind, maar er is behoefte aan actualisering en meer focus. Veranderingen in de omgeving, onder meer in het cultuurbeleid van het Rijk, maken dit noodzakelijk. Bovendien zijn de diverse beleidskaders waar nu op deelterreinen mee wordt gewerkt, op sommige punten verouderd en sluiten niet altijd op elkaar aan. Het nieuwe beleidskader cultuur zal vanaf 2013 de huidige beleidsnota’s vervangen; 2012 merken we aan als overgangsjaar. Daarnaast is geconstateerd dat de huidige subsidieverlening in de cultuursector weinig overzichtelijk is, deels overlap vertoont en dat voor een aantal subsidies de juiste juridische grondslag ontbreekt.
Door één integraal kader voor alle beleidsvelden te creëren en daar een nieuw subsidiesysteem aan te koppelen, willen we tot een transparante en doelmatige verlening komen, die beter aansluit bij de doelstellingen van onze investeringen in cultuur. Daarmee scheppen we ook duidelijkheid naar andere overheden en de cultuurfondsen, waarmee nauw moet worden samengewerkt de komende jaren. Op 15 februari 2011 heeft het college een aantal uitgangspunten voor het cultuurbeleid vastgesteld in een zogenaamde Uitgangspuntenbrief Cultuur en deze voorgelegd aan de gemeenteraad. De raad stemde op 30 maart 2011 in met de uitgangspunten en voerde een aantal wijzigingen door. Vervolgens zijn drie openbare debatten gevoerd over de focuspunten uit de Uitgangspuntenbrief Cultuur1. Deze hebben veel waardevolle ideeën en gedachten opgeleverd. De uitkomsten zijn verwerkt in een concept Kadernota Cultuur, die met instellingen en stakeholders uit het culturele veld is besproken. De nu voorliggende beleidsnota STROOM vormt hiervan de neerslag, vergezeld van een uitvoeringsprogramma voor de eerste jaren. Leeswijzer In Hoofdstuk 1 verwoorden we onze ambities met het cultuurbeleid, in lijn met de Uitgangspuntenbrief Cultuur. In Hoofdstuk 2 beschrijven we de externe omgeving, inclusief de gevolgen van de bezuinigingen op rijksniveau.
Hoofdstuk 3 beschrijft de huidige stand van zaken in de Arnhemse culturele sector. We geven hier ook de belangrijkste conclusies uit de evaluaties van de bestaande beleidskaders en de cultuurdebatten. In Hoofdstuk 4 komen ambities, stand van zaken en externe ontwikkelingen samen in een beschrijving van de nieuwe richting die we met ons cultuurbeleid inslaan. In Hoofdstuk 5 werken we dit concreet uit in het subsidiegebouw. Hoofdstuk 6 beschrijft kort het uitvoeringsprogramma voor de komende tijd.
1
Deze vonden plaats op 25 mei, 26 mei en 1 juni 2011.
Cultuurbeleid Arnhem
Cultuurbeleid Arnhem
De Arnhemse gemeenteraad heeft op 20 september 2010 ingestemd met het voornemen
11
10
inleiding
13
12
Cultuurbeleid Arnhem
Cultuurbeleid Arnhem
uitgangspunten en ambities
1
Het gemeentelijk cultuurbeleid is geënt op een brede waardeopvatting van cultuur: de intrinsieke en onvervangbare waarde van cultuur is gelegen in de individuele mogelijkheid tot expressie en creatie, en wat dat vervolgens teweeg brengt bij mensen, tussen mensen en in de samenleving. Cultuur staat zowel voor binding, identiteit en traditie als voor dynamiek, creativiteit en vernieuwing. Daarmee is cultuur per definitie van belang voor de vitaliteit van de leefgemeenschap in een stedelijke omgeving. We hebben deze opvatting vertaald in de volgende hoofddoelstelling2: Met cultuur versterken we de economische, sociale en ruimtelijke, kortom de maatschappelijke ontwikkeling van Arnhem. We willen een leefbare, levendige en mooie stad om in te wonen en te werken. Deze stad biedt een gevarieerd cultureel aanbod van goede kwaliteit, dat zichtbaar en toegankelijk is en ook voor de regio een functie heeft. Om dit te bereiken stellen we ons de drie doelstellingen: We willen het bereik van en de participatie met cultuur verbreden. Cultuur is van en voor iedereen. We streven ernaar de toegankelijkheid en bereikbaarheid van kunst en cultuur in de breedte te vergroten en daarmee actieve en passieve cultuurdeelname te stimuleren. Dit komt de persoonlijke ontwikkeling van mensen ten goede, maar is ook voor de ontwikkeling van de lokale en regionale samenleving belangrijk.
Voorwaarde is een sterke culturele keten3, waarin educatie, productie en presentatie van cultuur is geborgd. Talent krijgt hierin de kans zich te ontwikkelen en te groeien; het culturele klimaat krijgt voeding. Het profileren en vitaliseren van het culturele klimaat tot slot is van belang voor ons functioneren in de regio en de uitstraling naar de rest van het land: Arnhem als culturele hoofdstad van het Oosten.
2
We volgen hiermee de wijzigingen die de raad op 31 mei 2011 heeft aangebracht in de Uitgangspuntenbrief Cultuur middels twee amendementen: ‘De meer-waarde van cultuur’ (fracties CU, SP, Trots) en ‘Geen aparte focus op highlights’ (fracties SP, Pro Arnhem, Zuid Centraal, CU, Fractie Özyurek). De tekst van de Uitgangspuntenbrief
3
Cultuur is vervolgens gewijzigd. Ook de ‘doelenboom’ voor het cultuurbeleid vanaf 2012 is aangepast, zie de bijlage ‘doelenboom’. De term ‘creatieve keten’ is tot nu toe in het Arnhemse cultuurbeleid gebruikt om de culturele infrastructuur, ingedeeld naar functies, aan te duiden. De creatieve keten is echter een breder economisch
begrip, dat ook organisaties en makers buiten de culturele infrastructuur omvat. We spreken daarom vanaf nu van de culturele keten als we de functies educatie, productie en presentatie van cultuur bedoelen, en culturele basis infrastructuur om naar de instellingen te verwijzen die gezamenlijk deze functies uitoefenen.
De creatieve economie bestrijkt meer beleidsterreinen dan Cultuur. Het gaat ook om bedrijvigheid en werkgelegen heid, terreinen waarop Economische Zaken actief is, en om ruimtelijke ontwikkeling. De creatieve sector is een benaming voor beroepen en bedrijven (veelal kleinschalig van opzet, MKB, ZZP) die zich primair richten op het scheppen van zaken, producten en diensten, de exploitatie van kunstzinnigheid en intellectueel eigendom. Hieronder vallen
5
Om aan onze doelstellingen duidelijk richting te geven hebben wij ze in de Uitgangspuntenbrief Cultuur vertaald in 3 focuspunten: • meer evenwicht en samenhang in de culturele keten; • een kritische afweging van kosten en opbreng sten binnen de culturele basisinfrastructuur; • de profilering van Arnhem als culturele hoofd stad van het Oosten. Een nieuw subsidiesysteem (‘gebouw’) is hiermee onlosmakelijk verbonden. Culturele keten De culturele instellingen, gezamenlijk onderdeel uitmakend van de culturele keten, spelen in onze ambities de hoofdrol. Of het nu gaat om toneel, dans, muziek, beeldende kunst en vormgeving of erfgoed: talloze instellingen zetten zich in voor educatie, productie en presentatie van cultuur. In dit proces is de piramidestructuur van groot belang. De top wordt gevoed door de basis, de humuslaag waar de mogelijke talenten van morgen kiemen en ten dele doorstromen naar de top. De top werkt op zich weer inspirerend voor de basis. Zonder (cultuur)educatie geen cultuurmin nend publiek en kweekvijver van talent. Zonder talent geen aansprekende, vernieuwende culturele uitingen. En zonder dit alles geen excellentie. Zo ontstaat een cirkel die vernieuwing garan deert.
Dit proces dient een individueel belang - de persoonlijke ontwikkeling - en is ook van belang voor de samenleving: creativiteit en een onder zoekende houding zijn van toenemende waarde in de huidige kennissamenleving, waarin een steeds groter beroep wordt gedaan op de zelfredzaam heid van burgers, ook door de overheid. Voor de werking van de culturele keten is een adequaat voorzieningenniveau een eerste voor waarde. Cultuur in Rijnboog betekent een flinke opwaardering van dit niveau, zowel in fysiek en technisch opzicht als op het gebied van service, programmering en dienstverlening. De centrale
onder meer architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur; beeldende kunsten; literatuur, schrijven en poëzie; mode, vormgeving en interieur; muziek, compositie, dans, toneel; audiovisueel en grafisch ontwerp; film en fotografie; reclame en media; ontwikkelaars van software. In de Podiumpeiler 2011 berekent G. Marlet dat de podiumkunsten Nederland in 2009 minstens 900 miljoen euro aan welvaartswinst opleverden. Daar
stonden in hetzelfde jaar maatschappe lijke kosten van 600 miljoen tegenover. ‘Welvaartswinst’ wordt onder andere samengesteld uit de ‘optiewaarde’: de hogere prijs die mensen bereid zijn te betalen voor een locatie in een stad met een groot aanbod aan podiumkunsten. De podiumkunsten bepaalt mede de huizenprijzen. Uit: R.Ponds, G.Marlet en J.Poort: Kassa of kaalslag? De maatschap pelijke gevolgen van bezuinigingen op kunt en cultuur, augustus 2011, p. 46.
Cultuurbeleid Arnhem
Cultuurbeleid Arnhem
4
15
14
De grondslag onder onze ambities is de visie op de creatieve stad en de creatieve economie4. De creatieve stad is geen statisch gegeven, bedacht achter een tekentafel of bureau. Het is een span nende, uitdagende en sociaal dynamische stad die in beweging blijft. De creatieve economie draagt bij aan de beeldvorming van de stad en aan de individuele ontplooiing, maatschappelijke parti cipatie en sociaal-economische positie van mensen. Het rendement van de culturele sector, onderdeel van creatieve economie, is gelegen in maatschap pelijke waardevermeerdering. Naast de ‘zachte’ waardevermeerding door de bijdrage aan zelf redzaamheid en zelfbewustzijn van mensen, gaat het ook om ‘harde’ waardevermeerdering. We doelen dan op de directe opbrengsten van culturele activiteit (multiplicatoreffecten, inkomsten evenementen en festivals, sponsoring topgezel schappen, toerisme) en de indirecte opbrengsten: stijgende huizen- en grondprijzen (de ‘optiewaarde’ van cultuur)5, een gezonde werkgelegenheid en demografische ontwikkeling: geen krimp maar groei. Steden met een creatief klimaat en een divers cultureel aanbod doen het economisch beter: werken volgt wonen. Ook voor de aantrekkelijkheid van Arnhem voor studenten is de dynamiek die het culturele en creatieve klimaat met zich meebrengt van belang.
Cultuurbeleid is daarmee één van de instrumenten om de demografische opbouw en de spreiding van inkomens- en opleidingsniveau in balans te brengen en de stad daarmee bestendig te maken voor de toekomst. In dit licht bezien wordt subsidiëring van cultuur steeds meer een investering in het economische, ruimtelijke en sociale klimaat van de stad. We dagen professionele culturele organisaties en makers uit hun kwaliteiten en deskundigheid in te zetten voor de leefbaarheid, levendigheid en aantrekkelijkheid van Arnhem. Wij scheppen daarvoor de voorwaarden.
positionering in de binnenstad zal de culturele voorzieningen extra loop en publieksbereik opleveren; andersom wordt een impuls gegeven aan de levendigheid en economie van de binnen stad. We spelen met het Kennis- en Kunstencluster in op veranderende behoeften en gedrag bij het (potentieel) publiek. Het geïnteresseerde publiek laat zich niet meer eenduidig uitsplitsen in vast staande categorieën als de ‘bibliotheekbezoeker’, ‘theaterbezoeker’ of ‘filmbezoeker’; de moderne cultuurconsument is breed georiën teerd, veeleisender en op zoek naar ontmoeting en beleving. Dit is duidelijk terug te zien in de grote toename van het aantal festivals, ook in Arnhem. Met het Kunstencluster spelen we hierop in: we creëren een laagdrempelige plek waar altijd iets te beleven is, niet alleen het verwachte, maar ook het onverwachte. De grenzen tussen (kunst) disciplines vervagen en vernieuwing vindt plaats op de snijvlakken tussen disciplines. Er vinden steeds meer kruisbestuivingen en crossovers plaats, ook
tussen ‘hoge’ en ‘lage’ kunst, tussen amateur en professioneel, toegepast en autonoom, fysiek en digitaal, kunst en erfgoed. Onderzoek toont aan dat vooral hier de aanwas in het publieksbereik, met name onder jongeren, plaatsheeft. Om deze ontwikkeling te faciliteren en te stimu leren zijn multifunctionele en multidisciplinaire gebouwen en ruimten nodig. Daarnaast is het minstens zo belangrijk dat instellingen en makers zichzelf en hun activiteiten wezenlijk anders gaan organiseren: efficiënter en nadrukkelijk in samen werking met partijen binnen en buiten de culturele sector. Kosten en opbrengsten: cultureel ondernemerschap Kern van het nieuwe beleid is dat we cultuur inbedden in een breder perspectief van waarde creatie, waarbij cultuurbeleid wordt gelinkt aan andere maatschappelijke domeinen: ruimtelijk, economie, welzijn, onderwijs. Cultureel aanbod komt zo in nauwe relatie te staan tot publiek en
ondernemerschap6. Van instellingen wordt gevraagd kansen te zien en bedreigingen te pareren. Niet alleen ten aanzien van het publiek en de (lokale) samenleving, maar ook wat betreft de ambities van het gemeentelijk cultuurbeleid. Een sterke cultuur sector is ondernemend en innovatief en zet zijn creativiteit niet alleen in voor een kwalitatief hoogwaardig aanbod, maar ook om nieuw publiek aan zich te binden en bestaand publiek te behouden. Daarmee trekken we het begrip ‘cultureel onder nemerschap’ nadrukkelijk breder dan het genereren van eigen inkomsten. Ondernemerschap in enge zin (gerelateerd aan bereik en inkomsten) is immers niet voor alle culturele activiteiten mogelijk, dan wel noodzakelijk: er moet ook ruimte zijn voor vernieuwing, experiment en innovatie, waarvoor (nog) geen markt is. Met ondernemerschap in bredere zin bedoelen we dat makers en instellingen steeds meer genoodzaakt zijn om zich tot ‘de basis’
Dat neemt niet weg dat, zonder de eigen identiteit te verliezen, het goed mogelijk is om tussen instellingen in omringende gemeenten samen te werken op onderdelen als inkoop, kaartverkoop en marketing en meer gezamenlijk, uniek aanbod te creëren in Arnhem èn de regio (festivals, thematische programmering). We gaan daarbij uit van dat wat in Arnhem natuurlijk is ontstaan en bij ons hoort en dat waar we goed in zijn: mode en vormgeving, en de podium- en beeldende kunsten. Hierin past ook aandacht voor de cultuurhistorische identiteit van Arnhem, in het bijzonder de periode rond de Tweede Wereldoorlog.
te verhouden en een breed draagvlak te verwer ven. We willen dat zij hun aanbod verbinden aan de vraag en behoefte die leven in een stad – manifest of latent. Het is de kunst mensen aan je te binden: ‘Art with people’ in plaats van ‘Art for people’7. Dit kan bijvoorbeeld door de lokale omgeving –amateur of professioneel – te betrek ken bij het productieproces. Zo ontstaat sociaal draagvlak en in het verlengde daarvan een breder publieksbereik, crowdfunding en uiteindelijk meer bestaanslegitimiteit. Instellingen moeten dus investeren in een sterke basis in eigen stad en regio. Het opereren in net werkverband en het aangaan van allianties zijn daarbij onontbeerlijk. Bijvoorbeeld als het gaat om onderzoek naar potentieel en huidig publiek, het ontwikkelen van participatiestrategieën en gezamenlijke publiciteit/marketing, het aangaan van samenwerkingsverbanden in de publiekprivate sfeer, het bedenken van inventieve
6
7
De term publiek moet steeds worden gerelateerd aan het soort activiteit. Het gaat dus niet noodzakelijkerwijs om een omvangrijk publiek; minstens zo belangrijk zijn de breedte en samenstelling van het publiek. Charles Leadbeater betoogt in zijn essay ‘The Art of with’ dat mensen meer dan
ooit zelf actief zijn in het produceren van cultuur: ze nemen deel aan leesclubs, ze bloggen, schrijven recensies, publiceren in eigen beheer, uploaden filmpjes en eigen muziek. Hij bepleit deze creativiteit ‘van onderaf’ te integreren in de praktijk van de kunst- en cultuursector. (http:// www.charlesleadbeater.net/home.aspx)
8
9
“De Randstad is vol en dat zal leiden tot een trek naar andere stedelijke regio’s als Arnhem-Nijmegen.” Uit: Nederland in 2040: een land van regio’s, Planbureau voor de Leefomgeving (augustus 2011). G. Marlet, Atlas voor Gemeenten 2011, p.14.
Cultuurbeleid Arnhem
Cultuurbeleid Arnhem
Profilering Arnhem cultuurstad Tot slot willen we de kwaliteit van het Arnhemse culturele aanbod en voorzieningenniveau beter buiten de stad uitdragen. Onze ambitie is een duidelijk profiel als cultuurstad neer te zetten en onze regiofunctie in Oost-Nederland beter te vervullen. We willen daarin meer dan nu aansluiting maken met grote culturele trekkers in de regio zoals het Nederlands Openlucht Museum en het KröllerMüller Museum. We zijn trots op Arnhems rijke productieklimaat, dat ook buiten de gemeentegrenzen veel te bieden heeft, zowel voor publiek als talentvolle makers. De stadsregio Arnhem-Nijmegen bestaat uit een verzorgingsgebied van 750.000 mensen, met een verwachte aanwas vanuit het Westen van het land in de komende jaren8. En feitelijk is het
verzorgingsgebied voor de culturele sector nog veel groter, al naar gelang de kunstdiscipline. Zo trekken mode en vormgeving bezoekers uit Eindhoven en Amsterdam en is er voor beeldende kunst wederzijdse belangstelling tussen Arnhem en het Ruhrgebied. Iedere stad wil zijn eigen voorzieningen(niveau) hebben en behouden. Zowel publieke als culturele organisaties zijn aan de eigen identiteit gehecht en de bereidheid te reizen voor cultureel aanbod is vooral in de podiumkunsten beperkt9.
17
16
product-marktcombinaties, het creëren van gezamenlijk aanbod, het inbedden van educatieve en publieksactiviteiten. Hier ligt ook een sterke link met onderwijsinstellingen in de stad - vooral ArtEZ en Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN) - en met het economisch beleid.
19
18
Cultuurbeleid Arnhem
Cultuurbeleid Arnhem
onze omgeving
2
2.1 Rijksbeleid In het regeerakkoord van het huidige kabinet Rutte is afgesproken met ingang van 2013 jaarlijks 200 miljoen euro te bezuinigen op het rijksbudget voor kunst en cultuur. In de beleidsbrief Meer dan kwaliteit beschrijft staatssecretaris Cultuur Halbe Zijlstra hoe hij dit wil realiseren. Belangrijkste maatregel is het halveren van de landelijke basis infrastructuur (BIS) naar 90 instellingen in 2013. Ook wordt de btw op theater- en concertkaartjes en op aankopen beeldende kunst van 6 naar 19% verhoogd. De beleidsbrief illustreert de veranderende rol van de rijksoverheid ten opzichte van de kunst- en cultuursector. Kunst en cultuur zelf staan niet ter discussie, wel de legitimatie van overheidssteun ervoor: “Het kabinet staat voor een omslag in het cultuurbeleid. Die is nodig omdat onze samen leving is veranderd en het cultuurbeleid daarmee niet langer in de pas loopt. De overheid treedt te veel op als financier en bij de verlening van subsidies is nu te weinig aandacht voor publiek en ondernemerschap10.” In de brief wordt ook de analyse gegeven die aan deze stellingname ten grondslag ligt. Het bezoek aan musea, klassieke muziekconcerten en de 10
‘Meer dan kwaliteit: een nieuwe visie op cultuurbeleid’, p. 2 11 Vanaf 2009 doet zich landelijk een tendens voor van dalende bezoekers aantallen bij de duurdere en traditionele podiumkunsten (zoals opera en klassieke muziek) en bij de commerciële seg menten (zoals musical en popmuziek). In 2010 resulteerde dit in een afname van
schouwburgen beperkt zich per definitie tot een relatief klein hoogopgeleid deel van de bevolking. In dit segment treedt vergrijzing op, terwijl aanwas van onderaf geen vanzelfsprekend gegeven is. Tegelijkertijd blijft het aanbod groeien, met als gevolg dat het bereik van gesubsidieerde cultuur stagneert en in een aantal segmenten zelfs terugloopt. Het economisch tij van de afgelopen jaren zet deze ontwikkeling verder op scherp11. Deze ontwikkelingen beïnvloeden het politieke draagvlak voor de inzet van publieke middelen voor kunst en cultuur. Staatssecretaris Zijlstra maakt in zijn brief duidelijk dat artistieke kwaliteit en ambities niet op zichzelf staan maar gerelateerd zijn aan publiek en maat schappij. De nieuwe criteria voor de BIS illustreren dit: participatie, publieksbereik en publieksbinding, educatie, en cultureel ondernemerschap. Overige criteria zijn: aanbod van (inter)nationale betekenis en concentratie in een van de aangewezen geo grafische kernpunten. In Arnhem zullen de gevolgen van het nieuwe rijksbeleid cultuur vooral de sector podiumkunsten (toneel, dans en muziek) en het beleidsterrein cultuureducatie treffen omdat daar het meeste
het aantal bezoekers van 6% (= 1 miljoen personen) en 12% minder publieksinkomsten. (bron: Ministerie van OCW, Cultuur in beeld (2011), p.52). Al langer daalt het gemiddeld aantal bezoekers per voorstelling: van 369 in 2005 naar 323 in 2009 (bron: G. Marlet, Podiumpeiler 2011).
Mondriaanstichting. Deze fondsen zullen fuseren en het gezamenlijke budget wordt substantieel verlaagd: van 40 miljoen nu naar 25,6 miljoen vanaf 2013. Ook wordt de Wet Werk en Inkomen Kunstenaars (WWIK) afgeschaft, een wet die afge studeerde kunstenaars ondersteunt in het opzetten van een rendabele beroepspraktijk. Gevolgen voor Arnhemse instellingen en makers Arnhem is aangewezen als geografisch kernpunt voor theater, met Toneelgroep Oostpool als stads gezelschap om Oost-Nederland te bedienen (een werkgebied van 3 miljoen inwoners)12. Kerntaak is het op de planken brengen van grootschalige theaterproducties. Daarnaast krijgt het stadsgezel schap taken op het gebied van research & develop ment, educatie en talentontwikkeling. Daarvoor moet verregaand worden samengewerkt met pro ductiehuizen, schouwburg, opleidingen en tot slot het jeugdtheater, waarvoor per regio € 0,5 miljoen beschikbaar is. De functie talentontwikkeling wordt niet langer door het rijk ondersteund. Het gaat om de werkplaatsen/ productiehuizen toneel, dans en muziek, in Arnhem zijn dat Generale Oost en Productiehuis Wintertuin. Beide bevinden zich momenteel in een fusietraject met Productiehuis ON (popmuziek). De taak om bewezen (afgestu deerd) talent door te laten stromen wordt belegd bij de grote gezelschappen, echter zonder extra of geoormerkt budget.
Op het gebied van de (klassieke) muziek wordt in het toekomstige orkestenbestel per landsdeel een bedrag van € 6 miljoen beschikbaar gesteld. Dit betekent dat zowel Het Gelders Orkest als Orkest van het Oosten een flinke korting op hun subsidie tegemoet kunnen zien. Introdans krijgt de (extra) landelijke taak jeugddans te verzorgen, een erkenning van de kwaliteit van het Ensemble voor Jeugd.
12 In de podiumkunsten worden voorzieningen geconcentreerd in een beperkt aantal regio’s (geografische kernpunten). Dit zijn stedelijke gebieden waarin aanbod, afname, opleiding, ontwikkeling, doorstroming, coproducties en uitwisseling plaats kunnen vinden omdat er niet alleen rijksgesubsidieerde producerende instellingen zijn gevestigd, maar er ook een kunstvakopleiding aanwezig is en een schouwburg die in zijn
Het korten op de budgetten van Fonds Cultuur participatie en het Fonds voor de Podiumkunsten zal vooral het middensegment toneel, muziek en dans treffen. Arnhemse gezelschappen die gesubsidieerd worden uit de twee- of vierjarige regeling van het Fonds voor de Podiumkunsten zijn Keesen & Co, orkest de Ereprijs en De Plaats. Voor deze gezelschappen geldt eveneens in de toekomst een hogere eigen-inkomstennorm. Ook de korting op de fondsen voor beeldende kunst en vormgeving zal diverse Arnhemse instel lingen en/of individuele makers raken. Het Fonds BKVB subsidieerde in 2010 24 projecten en individuele kunstenaars/ vormgevers. De Mon driaanstichting verleende tien subsidies, onder andere aan het MMKA, de Arnhem Modebiënnale en enkele kleinere evenementen. Het afschaffen van de WWIK zal gevolgen hebben voor individuele Arnhemse kunstenaars en het aanbod in de stad. 2.1.2 Cultuureducatie Cultuureducatie heeft prioriteit in het nieuwe rijksbeleid. De regeling versterking Cultuureducatie voor het primair onderwijs (€ 10,90 per leerling) blijft bestaan. Het huidige Fonds Cultuurparticipa tie wordt samengevoegd met het Fonds Podium kunsten. Het gezamenlijk budget bedraagt ruim € 12 miljoen. Samen worden ze verantwoordelijk voor de uitvoering van vier programma’s cultuur educatie en –participatie.
Het huidige programma ‘cultuurparticipatie’ wordt per 2013 met 25% gekort tot € 10 miljoen per jaar en voortgezet onder de noemer ‘cultuureducatie met kwaliteit’ dat gericht is op het primair onderwijs. Dit pro gramma behelst een landelijk flankerend beleid voor een doorlopende leerlijn cultuureducatie in het primair onderwijs. De overige programma’s hebben betrekking op amateurkunst13, talent ontwikkeling14 en immaterieel erfgoed15. Het budget voor deze programma’s bedraagt ongeveer € 2 miljoen. De overige regelingen van
programmering een zwaartepunt Sociaal en Cultureel Planbureau die schetst. legt op gesubsidieerde podiumkunst. In de subsidieregeling culturele 14 Dit programma draait om de basisinfrastructuur 2013-2016 van ondersteuning van jong talent in de fase het rijk wordt Arnhem specifiek als voorafgaand aan het kunstvakonderwijs. geografisch kernpunt genoemd. Het richt zich bijvoorbeeld op 13 Dit programma ondersteunt buitenschoolse projecten en concoursen. beoefenaars, verenigingen en 15 Een klein programma waarbij een aantal instellingen om via nieuwe media en pilots in kader het van de uitvoering internet in te spelen op de veranderingen van het UNESCO-verdrag immaterieel in de kunstbeoefening zoals het rapport erfgoed gesubsidieerd worden. Toekomst Kunstbeoefening van het
Cultuurbeleid Arnhem
Cultuurbeleid Arnhem
2.1.1 Podiumkunsten en beeldende kunst en vormgeving De podiumkunsten vormen budgettair de grootste sector in het rijksbeleid en er wordt stevig op bezuinigd. Het budget loopt terug van 236 miljoen nu naar 156 miljoen in 2013. Inzet van het nieuwe beleid is het aanscherpen van de relatie tussen vraag (afzet) en aanbod, vooral bij toneel en dans. De rijksgesubsidieerde instellingen worden geconcentreerd in geografische kernpunten, minder instellingen kunnen aanspraak maken op
subsidie en de aangewezen gezelschappen krijgen minder subsidie en meer taken. Voor het huidige middensegment (producties voor de midden- en kleine zaal), dat wordt gefinancierd via het Fonds Podiumkunsten, komt aanzienlijk minder geld beschikbaar: het budget van het fonds wordt met éénderde gekort terwijl het aantal aanvragen sterk zal toenemen door instellingen die niet langer een plek in de BIS hebben. Ook zal naar verwachting een aantal instellingen niet kunnen voldoen aan de ondergrens om in aanmerking te komen voor subsidie. Voor podiumkunstinstellingen wordt de toetredingsnorm eigen inkomsten 21,5% voor de jaren 2013-2016. Ten aanzien van de beeldende kunst en vormgeving geldt dat in Arnhem door zowel kunstenaars als presentatie-instellingen (waaronder Gemeente Musea Arnhem) vooral een beroep wordt gedaan op incidentele projectgelden van het Fonds BKVB en
21
20
rijksgeld naartoe gaat, en in mindere mate de beeldende kunst en vormgeving. We schetsen hieronder de wijzigingen en voor zover mogelijk de gevolgen. Pas op Prinsjesdag 2012 zullen de budgettaire gevolgen duidelijk zijn, als de Tweede Kamer in het kader van de cultuurbegroting de subsidiebesluiten vanaf 2013 behandelt.
16
In 2010 waren er 12.230 basisschool leerlingen . 17 Uit recent onderzoek van TNS NIPO blijkt dat directieleden uit het voortgezet onderwijs verwachten dat slechts 3% van de scholen de financiering van culturele activiteiten die nu via de Cultuurkaart 18
2.2 Overig rijksbeleid Het wegvallen van de Vogelaargelden heeft verre gaande consequenties voor stichting Beleven. Wijk- en bewonersbudgetten gaan fors omlaag waardoor het culturele aanbod in de wijken van stichting Beleven onder druk komt te staan. In het onderwijsbeleid zien we een recente ontwikkeling ten aanzien van de hbo-kunstopleidingen. Het Nederlandse kunstvakonderwijs levert jaarlijks ruim 20.000 studenten af in de podium- en beeldende kunsten en vormgeving. Het lukt slechts een beperkt deel van hen om daadwerkelijk in hun vakgebied werk te vinden of een op hun vakgebied gebaseerde beroepspraktijk op te zetten. Op verzoek van de Tweede Kamer en staatssecretaris Zijlstra heeft de Hbo-raad een sectorplan opgesteld, met daarin de afspraak dat de gezamenlijke kunsthogescholen 25% minder studenten autonome beeldende kunst aannemen en 10% minder studenten klassieke muziek en jazz18. De hogescholen gaan zich meer specialiseren (differentiatie) en profileren. Mogelijk heeft dit gevolgen voor de opleidingen van ArtEZ, die over drie steden zijn verdeeld. Dit geldt met name voor de opleiding Fine Art (autonome beel dende kunst) die momenteel op alle drie locaties wordt aangeboden, waarvan Fine Art Arnhem de enige Gelderse hbo-opleiding autonome beeldende kunst is.
Belangrijke aanbeveling van de Hbo-raad is dat het kunstvakonderwijs meer aandacht besteedt aan cultureel ondernemerschap en aansluiting bij de creatieve industrie.
loopt, volledig vanuit eigen budget zullen gaan financieren als deze kaart wordt opgeheven. Naar verwachting zal de rest van de scholen dit budget hier maar gedeeltelijk (71%) of helemaal niet voor inzetten (26%). Focus op toptalent, Den Haag, juli 2011.
Cultuurbeleid Arnhem
Cultuurbeleid Arnhem
Gevolgen voor Arnhemse instellingen Het programma ‘cultuureducatie met kwaliteit’ moet ertoe leiden dat cultuureducatie een stevige basis krijgt binnen het primair onderwijs en meer is dan een aaneenschakeling van incidenten en losse kennismakingen. Zo veel mogelijk scholen en culturele instellingen moeten gaan werken met een doorgaande leerlijn cultuureducatie. Voor landsdeel Oost is een bijdrage van € 1.9 milljoen beschikbaar voor dit programma. Anders dan voorheen gaan de middelen rechtstreeks naar de culturele instellingen in plaats van de overheden. Voor het gemeentelijke budget betekent dit een verlaging van € 161.000 die nu nog van het Rijk wordt ontvangen. Ook hanteert het Fonds een entreebedrag, gebaseerd op leerlingaantallen, van € 250.000 wat betekent dat een aanvraag uit het landsdeel Oost een gezamenlijke aanvraag van meerdere instellingen uit verschillende steden moet zijn. Van de overheden wordt co-financiering verwacht op basis van het leerlingaantal in het primair onderwijs. Voor Arnhem betekent dat een bijdrage van € 79.00016. BIS-instellingen kunnen overigens geen aanvraag indienen. De veranderde opzet van het Fonds Cultuurparti cipatie leidt ertoe dat de financiële ruimte om te sturen op samenhang en samenwerking tussen onderwijs en cultuur (onder andere door middel van de combinatiefuncties) kleiner wordt.
In combinatie met het vervallen van de Vogelaar gelden, komen de combinatiefuncties cultuur, het programma cultuureducatie voortgezet onderwijs en het programma ‘cultuur in de wijk’ onder grote
druk te staan. Voor het voortgezet onderwijs vervalt daarbij ook de rijksbijdrage aan de Cultuurkaart. Dit kan tot gevolg hebben dat cultuur voor en binnen het voortgezet onderwijs buiten beeld raakt17.
23
22
het Fonds Cultuurparticipatie komen te vervallen. Educatie wordt een algemeen toetsingscriterium om toegelaten te worden tot de basisinfrastructuur. De BIS-instellingen moeten samenwerking zoeken met het onderwijs, dat een rol krijgt als opdracht gever en afnemer. De rijksbijdrage aan de cultuurkaart voor het voortgezet onderwijs wordt beëindigd. Tot slot geldt niet langer een btwvrijstelling op cursussen voor volwassenen voor cultuureducatie-aanbieders.
25
24
Productiehuis ON (Deventer) en Generale Oost (Arnhem) is wat dat betreft een goed voorbeeld van grensoverstijgend samenwerken. De provincie Gelderland kondigde in 2010 aan met ingang van 2013 fors te bezuinigen op het Gelderse bibliotheekwerk. Voor Bibliotheek Arnhem betekent dit een halvering (a € 450.000) van de subsidie voor de Wetenschappelijke Steun Functie. Het huidige cultuurbeleid van de provincie is verwoord in de nota Meer verbindingen (2008) en in het coalitieakkoord uit 2011. Daarin worden monumentenzorg en culturele infrastructuur als kerntaken benoemd en voor de laatste een extra investering van € 30 miljoen uitgetrokken. In Arnhem vindt samenwerking en afstemming met de provincie plaats op het gebied van marketing en toerisme, cultureel hergebruik en functievernieuwing van industrieel erfgoed en de culturele infrastructuur (Cultuur in Rijnboog, renovatie en verbouw Musis Sacrum).
Cultuurbeleid Arnhem
Cultuurbeleid Arnhem
2.3 Landsdeel Oost en provinciaal beleid Nu het belang van cultuur breed wordt erkend als stimulator voor stedelijke ontwikkeling, ontstaat er meer concurrentie tussen steden. Tegelijkertijd worden de middelen schaarser, wat juist tot samenwerking noopt. Afstemming met andere overheden zoals provincie en omringende gemeenten, is dan ook van toenemend belang. Dit geldt zeker nu Arnhem door het Rijk is aange wezen als geografisch kernpunt voor het lands deel Oost: Arnhem vervult met zijn aanbod en voorzieningen een taak voor de regio. Daarbij zien we de regio als katalysator, met mogelijkheden tot samenwerking in de functies productie en presentatie, zoals podia, musea, festivals. Dit geldt vooral voor Nijmegen dat sterk is in popmuziek, letteren, debat en film; terreinen die in Arnhem niet of minder goed ontwikkeld zijn. Juist het feit dat beide steden eigen specialisaties kennen levert veel interessante samenwerkingsmogelijkheden op, onder meer tussen de musea (Gemeente Musea Arnhem en museum Het Valkhof), de poppodia (Luxor en Doornroosje) en op het gebied van het theater (aanbod voor jeugd en volwassenen) en talentontwikkeling. De structurele samenwerking tussen de productiehuizen Wintertuin (Nijmegen),
2.4 Gemeentelijk beleid In de paragraaf Cultuur in het Arnhemse coalitie akkoord staat een aantal wensen en uitgangs punten benoemd: de kleinere podia zoveel mogelijk behouden; stimuleren dat grote culturele instellingen efficiënter gaan werken en verzelf standigen of zo veel mogelijk samenwerken; bekijken of de verzelfstandiging van MSSA kan worden versneld; organisatoren van evenementen krijgen alleen tegen strengere voorwaarden een garantiesubsidie; de gemeente steekt minder geld in de volgende editie van de Modebiënnale; er komt een broedplaats/informatiepunt voor kunstenaars; in Arnhem-Zuid komt een (oefen) ruimte voor muziek, dans, circus en theater. Het Arnhemse Cultuurbeleid draagt bij aan de stadsprogramma’s ‘Verbeteren woon- en leef omgeving’ en ‘Aantrekkelijke centrumstad’, waarin de (economische) versterking en profilering van Arnhem als centrum van het Oosten centraal staat. Het financiële beleid van de gemeente heeft in 2010 en 2011 tot twee bezuinigingsronden geleid. Voor het programma cultuur betekende dat allereerst een structurele bezuiniging vanaf 2011
van € 572.000. Deze is ingevuld door kortingen op de structurele subsidies/bijdragen (€ 295.000), de meerjarige subsidies (€ 100.000), de incidentele subsidies (€ 117.000) en overige maatregelen (€ 60.000). Vervolgens heeft de gemeenteraad in april 2011 een structureel bezuinigingspakket van in totaal € 25 miljoen met ingang van 2012 vastgesteld. Hiervan is € 242.000 gevonden in het budget voor het programma cultuur. De bezuiniging is ingevuld door een verlaging van de subsidies/bijdragen aan Musis Sacrum / Schouwburg Arnhem (vanaf 2013 € 100.000), Het Gelders Archief (vanaf 2013 € 105.000), RTV Arnhem (vanaf 2014 € 37.000). Het economische beleid van de gemeente, neer gelegd in de Economische Agenda Arnhem 2015, is voor de cultuursector van groot belang omdat het (creatieve) bedrijvigheid stimuleert, met de nadruk op het cluster mode en vormgeving. Startende ondernemers worden ondersteund door coaching, advies en werk- en ervaringsplekken (IkStart smart, project GO!, mode-incubator, Coming Soon), netwerken worden geprofessionaliseerd (OPA)
2.5
Economische en technologische ontwikkelingen De gevolgen van de economische en financiële crisis laten zich inmiddels voelen in de culturele sector. Er wordt fors bezuinigd op de rijks- en provinciale begrotingen, veel gemeenten volgen. Ook de budgetten van de private fondsen zijn geslonken, waardoor zij vaker subsidieaanvragen afwijzen. Sponsoring is eveneens een meer onzekere factor dan voorheen. Daarnaast werkt door dat mensen minder te besteden hebben en hun cultuurconsumptie daar op aanpassen. Ze zijn minder bereid vaste verbintenissen aan te gaan (bijvoorbeeld een vast abonnement) en hun gedrag is minder voorspelbaar. Vrijetijdsbesteding in het algemeen is individueler geworden en meer ad hoc van aard. Een andere belangrijke trend is de opkomst van de beleveniseconomie, al langer een bekend fenomeen in commerciële sectoren zoals boekhandels, horeca en bioscopen. Het vraagt een meer consumentgerichte benadering; mensen zijn bijvoorbeeld veeleisender en kritischer ten aanzien van sfeer en serviceverlening. Daar komt bij dat het traditionele onderscheid tussen low
Cultuurbeleid Arnhem
Cultuurbeleid Arnhem
In de beleidsnota Panorama Arnhem (2009-2012) heeft cultuurhistorie een actieve en zichtbare rol bij ontwerpkeuzen en stadsontwikkeling. In erfgoed bevindt zich de identiteit van een stad. Er wordt in dit verband ook wel gesproken over het culturele DNA van de stad. Onderzoek wijst uit dat (cultureel) erfgoed een belangrijke factor is in de aantrekkingskracht van steden voor verhuizende huishoudens en voor toerisme. Er zijn in Arnhem veel dwarsverbanden tussen erfgoed en cultuur: culturele instellingen zijn gehuisvest in monumentaal erfgoed (onder andere Musis Sacrum, Luxor, Focus Filmtheater, MMKA) en in toenemende mate wordt religieus, militair en industrieel erfgoed hergebruikt voor de creatieve milieus. Bovendien kent Arnhem veel monumentaal groen erfgoed, waaronder de historische stadsparken. Dit leent zich uitstekend voor culturele activiteiten, bijvoorbeeld door locatiegebonden kunsttentoonstellingen en podiumkunstenfestivals. Deze combinatie verwerken we in onze stadspromotie: Arnhem groen & creatief.
27
26
en er is aandacht voor internationale uitwisseling (EU-project ORGANZA). Daarnaast schept de gemeente op tal van andere terreinen voorwaarden voor culturele productie en ondernemerschap: fysiek (woon/werkruimten, creatieve milieus), in regelgeving (o.a. vergunningenbeleid) en middels starterssubsidies (Inwonerszaken). De brede schoolontwikkeling en het flankerend onderwijsbeleid (combinatiefuncties, verlengde schooldag, visie op het jonge kind) zijn van belang voor het beleidsterrein cultuureducatie. Instel lingen die in de brede school participeren, zullen elkaar moeten versterken door het activiteiten aanbod op elkaar af te stemmen maar ook door gezamenlijk nieuwe activiteiten te bieden. Om de samenwerking tussen onderwijs en partners vorm en inhoud te geven zijn combinatiefuncties in het leven geroepen. Binnen het wijkgericht werken vindt de komende jaren een heroriëntatie plaats die raakt aan het nieuwe cultuurbeleid. De nieuwe wijkaanpak richt zich niet meer op wijken als geheel maar op delen van de wijk (buurtaanpak). Daarnaast wordt gekeken naar de mogelijkheden om het gebruik van wijkaccommodaties te optimaliseren of af te stoten. Op dit moment zijn er vele professionals, waaronder de cultuurscouts, actief in wijken. Er wordt ingezet op samenwerking en een gerichte inzet (interventies) van deze professionals. Dit moet zowel efficiency als effectiviteit vergroten.
Het jeugdbeleid heeft een raakvlak met cultuur beleid omdat het uitgaat van stimuleren van talentontwikkeling in brede zin van het woord. Onderdelen van het jeugdbeleid worden herijkt, zoals de uitgangspunten voor het tiener- en jongerenwerk. Nieuwe forse uitdagingen, waar onder de decentralisatie van de jeugdzorg, komen op de gemeente af. Door het afschaffen van diverse kortingen vanuit het minimabeleid kan de maatschappelijke participatie, met name van kinderen die op sportverenigingen, kunstclubs zitten of cursussen bij een kunstinstelling volgen, onder druk komen te staan. Er wordt gezocht naar andere vormen van financiering, bijvoorbeeld bijdragen van particulieren of fondsen. Deze zijn noodzakelijk om de participatie van kinderen uit gezinnen met een minimuminkomen te blijven ondersteunen. Voor cultuurparticipatie is het jeugdfonds Cultuur in beeld.
Cultuurbeleid Arnhem
Cultuurbeleid Arnhem
Concluderend kunnen we stellen dat onze omgeving beperkingen oplegt maar ook ontwikkelen groeikansen biedt voor cultuur in Arnhem. We kennen een levendig cultureel klimaat, een solide infrastructuur, er is veel creatief potentieel en met onze positie als geografisch kernpunt groeit ons afzetgebied, wat meer betrokkenheid en samenwerking met de regio vraagt. Voorwaarde voor behoud en versterking van het culturele klimaat is dat het culturele aanbod meer in relatie komt te staan tot publiek (bereik en draagvlak) en ondernemerschap. Dat vraagt een andere manier van organiseren van het aanbod: het opereren in netwerkverband en het aangaan van allianties, onderling en met partijen buiten het culturele domein, wordt voor culturele instellingen en makers noodzakelijk. Cultuur in Rijnboog is in deze beweging het vliegwiel; we geven hiermee een impuls aan het accommodatieniveau en de kwaliteit van het centrumgebied. Tegelijkertijd werken we toe naar een breed aansprekend en gezamenlijk gedragen culturele programmering. In de volgende hoofdstukken zetten we uiteen hoe we met ons beleid anticiperen op de veranderende omgeving en inspelen op de kansen die zich voordoen.
29
28
en high cultuur steeds minder scherp is af te bakenen. Culturele instellingen concurreren met de commerciële vrijetijdsector, die veel sterkere marketingsmethodes inzet. Deze tendensen worden sterk gevoed door ICT- ontwikkelingen, vooral internet en nieuwe media. Zij hebben de mogelijkheden enorm vergroot om zelf te produceren, te distribueren en te marketen. Er wordt in dit verband wel gesproken over de democratisering van kunst en cultuur. Waren vroeger productie en distributiemiddelen voorbehouden aan een relatief bescheiden groep, tegenwoordig is iedereen behalve consument ook een potentiële maker (prosumer) en vindt via internet of via social media zijn eigen publiek; mensen zijn op zoek naar authenticiteit en klein schaligheid. Bovendien is bijna alles te down loaden en veelal nog gratis ook. Deze tendens raakt vrijwel alle makers, organisaties en bedrijven in de publieke en private sector: van bibliotheek, schouwburg, orkest en concertzaal tot boekhandel, bioscoop en media. Ook zij moeten de digitalise ringslag maken en tegelijkertijd op zoek naar een nieuwe relatie met hun publiek en andere verdien modellen.
31
30
Cultuurbeleid Arnhem
Cultuurbeleid Arnhem
hoe staan we ervoor
3
3.1 De positie van Arnhem als cultuurstad In een tijd waarin alle steden zich profileren met hun onderscheidend vermogen en kwaliteiten heeft Arnhem met zijn groene ligging en creatieve klimaat een goede uitgangspositie. Dankzij de aanwezigheid van de hogescholen ArtEZ en HAN en de creatieve opleidingen van ROC Rijn IJssel kent Arnhem een relatief hoog aantal mensen dat wordt opgeleid of werkt in de creatieve sector. Daarnaast biedt de stad tal van voorzieningen voor creatief talent om zich verder te ontwikkelen, om werk te presenteren en te verkopen. Hierdoor heeft Arnhem een vruchtbaar productieklimaat waarin veel hoogwaardige producties en activiteiten tot stand komen. De rijksgezelschappen maken en presenteren hier hun podiumkunstproducties, het Museum voor Moderne Kunst Arnhem (MMKA) heeft een nationale reputatie, manifestaties als de Arnhem Mode Biënnale, Made in [Arnhem] en Sonsbeek Internationaal trekken bezoekers uit regio en land, de stad huisvest het grootste theater van Nederland, GelreDome, en kent met de aanwezigheid van het Nederlands Openlucht Museum ook een erfgoedtrekker van formaat. Zowel het rijk als de provincie dragen bij aan de financiering van onze culturele infrastructuur en we nemen deel aan het strategisch overleg in landelijke G9-verband (de 9 grote cultuursteden).
De theaterdisciplines zijn van oudsher sterk ontwikkeld in Arnhem; het nieuwe cultuurbeleid
van het Rijk bevestigt deze positie door Arnhem aan te wijzen als geografisch kernpunt. Daarnaast is Arnhem sterk op het terrein van de beeldende kunst en vormgeving. Met een (inter)nationaal gerenommeerde mode-afdeling biedt Arnhem een ideale basis voor tal van activiteiten en ontwikkelingen op het gebied van mode. Er is de laatste jaren veel geïnvesteerd, gerealiseerd en in gang gezet op cultureel gebied. We maken voortgang in het project Cultuur in Rijnboog, de bouw van het Kenniscluster is begonnen, we zetten stappen in het verzelfstandigingsproces van de werkmaatschappijen Het Domein, Musis Sacrum/Schouwburg Arnhem en Gemeente Musea Arnhem. Nieuw beleid voor podiumkunsten en cultuureducatie wordt uitgevoerd, er is een lokaal cultureel netwerk ontstaan (Cultureel Netwerk Arnhem), Showroom Arnhem maakt regionaal naam als hotspot, Luxor Live heeft zijn deuren geopend, het imago van Arnhem modestad is verder uitgebouwd en cultuur is meer dan voorheen duidelijk onderdeel van onze citymarketing. De laatste editie van de Atlas voor Gemeenten illustreert de invloed van deze inspanningen op de stadsontwikkeling: Arnhem neemt qua woonaantrekkelijkheid de 8e plaats in, waarmee de stad in 2011 de grootste stijger is van de 50
19 “De grootste stijger is de stad die zich zowel op de woonaantrekkelijkheid sindex als op de sociaal-economische index de laatste vijf jaar het meest heeft verbeterd. De combinatie van deze twee indices is van groot belang omdat die aangeeft dat de stad er dus niet alleen in geslaagd om haar aantrekkingskracht te vergroten, maar ook om zoveel mogelijk mensen in de stad daarvan mee te laten profiteren.” Uit: G. Marlet, Atlas voor gemeenten 2011, p. 16 20 Bron: http://www.vscd.nl/nieuws/1159/ Btw_verhoging_leidt_tot_minder_ kaartverkoop_/?ref=%2F (website Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties) 21 Stand voorverkoop op 30-08-2011.
3.2
Huidige stand van zaken: de evaluaties en debatten Wil de gemeente kunnen anticiperen op wat er om ons heen gebeurt, dan is het ook belangrijk te weten wat er op dit moment speelt in het Arnhemse culturele veld en welke behoeften er leven22.Gebaseerd op de evaluaties van de beleidskaders cultuur (podiumkunsten, cultuur educatie en amateurkunst), de behandeling in de gemeenteraad van de Uitgangspuntenbrief Cultuur en de debatten die naar aanleiding van de uitgangspunten in de eerste helft van 2011 met de stad zijn gevoerd, komen we tot onderstaand actueel beeld: • Er is grote behoefte aan ruimte voor (jonge) makers en cultureel ondernemers, zowel fysiek als in regelgeving23. Makers en cultureel ondernemers hebben podia, woon- en werk ruimte en ‘vrije ruimte’ voor initiatieven zoals festivals en manifestaties nodig24. Het aantal concrete plekken waar - ook tijdelijk en/of experimenteel - geproduceerd en gepresenteerd kan worden blijft achter bij de behoefte in de stad. • Daarnaast geldt de behoefte aan ruimte ten aanzien van het cultuurbeleid en –budget, vooral een meer flexibele inzet van subsidies. Het merendeel van het cultuurbudget, te weten 70%, wordt structureel besteed aan de basisvoorzieningen: de twee gemeentemusea, de stadspodia Schouwburg, Musis Sacrum,
22 Zie voor een uitgebreide evaluatie van het huidige beleid de bijlage Rapportage Evaluatie cultuurbeleid. Deze gaat in op kwantitatieve gegevens over het culturele veld en kwalitatieve gegevens: de beleidsevaluaties podiumkunsten, cultuureducatie en amateurkunst, en de cultuurdebatten die dit voorjaar plaatsvonden. 23 De cultuurdebatten hebben twee reacties uit de culturele sector opgeroepen. Ten eerste een brief van meerdere Arnhemse culturele ondernemers: ‘Cultuur Arnhem 2011-2015: Investeer in (jonge) ondernemende bruisende mensen’ (24 mei 2011). Zij pleiten voor meer aandacht voor een nieuwe generatie
makers en creatief ondernemers. In juli volgde het (anonieme) ‘Manifest van de ruimte’, een pleidooi voor “een radicaal ander cultuurbeleid” met meer fysieke, mentale en financiële ruimte voor de jonge generatie makers. 24 In het kader van creatieve milieus is tot nu toe vooral gesproken over ateliers en atelierwoningen, waarmee een sterke link werd gelegd met beeldende kunsten en beeldend kunstenaars. Omdat dit echter één van de vele doelgroepen is binnen de creatieve sector, naast bijvoorbeeld makers en uitvoerenden binnen de podiumkunsten, is er voor gekozen om in het vervolg te werken met de begrippen werkruimte en woonwerkruimte.
Cultuurbeleid Arnhem
Cultuurbeleid Arnhem
Arnhem staat er op het eerste oog goed voor op cultureel gebied. Maar als we onze blik op de horizon richten, zien we dat onze verworvenheden onder druk staan. De eerder geschetste landelijke ontwikkeling van stagnerend en dalend publieks bereik van gesubsidieerde cultuur zet zich versneld door als gevolg van de rijksbezuinigingen. Onderzoek van Bureau Berenschot uit augustus 2011 wijst uit dat de gesubsidieerde kunst- en cultuursector in 2013 maximaal 1 miljard euro minder inkomsten zal hebben, 20% minder dan in 2009. Dit is het directe gevolg van bezuinigingen bij de drie overheidslagen en de dalende kaartverkoop als gevolg van de recente btw-verhoging. Voor het seizoen 2011-2012 is de omzet uit de voorverkoop van theater- en concertkaarten met 18% gedaald. De absolute kaartverkoop liep terug met 14%, daarnaast kochten mensen minder dure kaartjes20. Voor MSSA geldt dat de absolute kaartverkoop voor deze periode is gedaald met 9%, de omzet met 14%21. De teruglopende inkomsten zullen onvermijdelijk het aanbod (zowel aantal producties als uitvoeringen) en cultuurparticipatie in brede zin beïnvloeden. Dit zal ook het culturele klimaat in Arnhem raken. De noodzaak hierop te anticiperen - en de spiraal mogelijk te stoppen - is groot, zowel bij de gemeente als bij de instellingen en makers zelf. Het vergroten van de publieke belangstelling,