Bundel met technische vragen en antwoorden Perspectiefnota 2026 - Versie 28 mei - 15.00 uur
Tekst van het document
51
zorgen we voor een warme overdracht naar passende ondersteuning, zoals het wijkteam. Er gebeurt veel op het gebied van mentale gezondheid en suïcidepreventie in de stad. In 2024 zijn we gestart met het verkennen van het meer integraal maken van de aanpak. Wat is er, voor wie en door wie, met welk doel, hoe zorgen we voor meer focus, samenhang en afstemming etc. Daarbij kijken we vooral naar de doelgroep jongeren. Najaar 2024 is een eerste gesprek gevoerd met diverse onderwijspartners, dat heeft geleid tot mooie uitkomsten en een gedeeld gevoel van urgentie en actiebereidheid. Met de overdracht van het programma Perspectief voor Jeugd aan de lijn en het onderbrengen van onderdelen in het nieuwe programma Transformatie Sociaal Domein is gekozen voor een tussenstap. Een stap waarin we de aanpak focussen op en in lijn brengen met het nieuwe programma Transformatie Sociaal Domein en andere ontwikkelingen. Dit krijgt uiteindelijk een plek in de begroting. Rond de zomer geven we u een update van de inzet op suïcidepreventie en we informeren u dan ook over de integrale aanpak voor mentale gezondheid en de planning daarvan. Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
D66-9
Pagina: Vraag:
Hoe staat het met de verkenning voor het reguleren van de voedselomgeving, die beloofd was voor deze perspectiefnota? Hoe veel kost het om dit uit te voeren?
Antwoord:
In de beantwoording van de artikel 44 vragen, staat dat we in de PPN 2026 aangeven wat nodig is voor een verkenning van de uitvoerbaarheid en juridische mogelijkheden voor het reguleren van de voedselomgeving. Deze verkenning wordt regionaal opgepakt, omdat het reguleren van de voedselomgeving een nieuw concept is, dat nog niet op grote schaal wordt toegepast. Gemeenten beschikken momenteel niet over instrumenten om voedselaanbieders te weren op basis van gezondheid. Dat maakt dat het onderzoeken en eventueel toepassen van de nieuwe instrumenten door individuele gemeenten juridische risico’s en hoge ambtelijke belasting met zich meebrengt. Door dit regionaal op te pakken beperken we de financiële en ambtelijke belasting waardoor het niet nodig is om een financieel voorstel in te dienen bij de PPN 2026.
Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
D66-10
Pagina:
8
Vraag:
De regeling Burgerkracht wordt doorgezet. De evaluatie van de regeling geeft erg weinig informatie over waarvoor deze wordt ingezet en hoe de verdeling over de wijken is (de verdeling wordt alleen over de afgelopen 2 jaar per gebied gegeven). Is er meer informatie, in het bijzonder over wat langere termijn (5 jaar) en meer gedetailleerd (per wijk in plaats van per gebied)? Zo ja, kunnen we die dan ontvangen?
Antwoord:
Er is informatie beschikbaar over de afgelopen vijf jaar (2020 tot en met 2024). Het bijgevoegde overzicht bevat gegevens over waar de aanvragen vandaan komen, evenals een onderverdeling naar type aanvraag op themaniveau. Hierbij 52
kunt u denken aan thema’s zoals ontmoeting, aanpassingen in de openbare ruimte, cultuur, sport, etc. Waar mogelijk is een uitsplitsing per wijk gemaakt. Opgemerkt moet worden dat er ook diverse initiatieven bij zitten die voor de hele stad ingezet zijn en dus niet specifiek aan een gebied of wijk te koppelen zijn. Afsluitend: De regeling Burgerkracht is niet de enige regeling waarbij bewonersinitiatieven en/of de verbetering van de leefbaarheid wordt ondersteund. Zo zijn er jaarlijks bewonersbudgetten beschikbaar (waarbij wijken met een lage sociale economische status een hoger budget krijgen) en kunnen Teams Leefomgeving ontwikkelingen in de wijk financieel aanjagen. Zie Bijlage ‘Overzicht Burgerkracht 2020-2024 Technische vraag’ Portefeuillehouder
Marjan van Munster
Fractie:
D66-11
Pagina:
16
Vraag:
In de tekst wordt beargumenteerd waarom de indexering van de subsidies zou aansluiten bij de indexering van de huurprijzen. Graag ontvangen wij en overzicht over het verloop van de indexeringen van subsidies per categorie sinds 2018 en van de indexeringen van de huurprijzen over diezelfde periode.
Antwoord:
Jaarlijks per 1 mei worden de verhuurcontracten van Vastgoedmanagement geïndexeerd conform de algemene voorwaarden behorende bij de standaard ROZ (Raad Onroerende Zaken) huurcontracten. Afhankelijk van het contract en de bijbehorende algemene voorwaarden hanteren we 2 CPI-index methoden: namelijk op basis van het jaarcijfer of op basis van het maandcijfer januari. Wanneer we deze cijfers van de afgelopen jaren vertalen naar een percentage dan zijn de huren in de afgelopen jaren als volgt geïndexeerd. Hierbij zijn percentages afgerond op een decimaal wat kan leiden tot minimale verschillen t.o.v. de daadwerkelijke indexatie. Vanwege extreem hoge CPI op jaarbasis van 10,0% en op maandbasis van 7,6% in 2023 is in de Perspectiefnota 2024-2027 besloten éénmalig af te wijken van deze methode en alleen te indexeren op basis van de kerninflatie, respectievelijk 4,3% CPI-jaar en 6,4% CPI-maand. Met ingang van de Perspectiefnota 2025-2028 wordt de indexering van subsidies opgesplitst in categorieën. Daarvoor werd één percentage voor alle subsidies gehanteerd. Dit percentage is in de kolom Overig opgenomen.
2018 2019 2020 2021 2022
Huurprijzen CPICPI-jaar maand 1,4% 1,5% 1,7% 2,2% 2,6% 1,8% 1,2% 1,6% 2,7% 6,4%
ZenW
Subsidies Cultuur Sport Onderwijs Overig 2,1% 2,3% 2,0% 1,8% 1,0% 53
2023 2024 2025
4,3% 3,8% 3,3%
6,4% 3,2% 3,3%
4,2%
3,2%
3,2%
3,5%
3,1% 4,3% 3,5%
Portefeuillehouder
Paul Smeulders, Maurits van de Geijn
Fractie:
D66-12
Pagina:
19
Vraag:
In de tekst wordt aangegeven hoe de OZB zich landelijk ontwikkelt. Graag ontvangen we dit overzicht vanaf 2023 ook voor de totale woonlasten (dus inclusief afvalstoffenheffing en rioolheffing) in Arnhem en landelijk.
Antwoord:
Het COELO publiceert jaarlijks de Atlas van de lokale lasten waarin de verwachte1 gemiddelde gemeentelijke woonlasten van een meerpersoonshuishouden zijn opgenomen, landelijk en per gemeente. De bedragen in onderstaande tabel zijn afkomstig uit deze Atlas van de lokale lasten van de betreffende jaren. Het percentage achter het bedrag betreft de procentuele stijging ten opzichte van het voorgaande jaar. Tabel: Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
2023 2024 2025
Huishouden koopwoning
Huishouden huurwoning
Landelijk
€ 944 (4,4%)
€ 436 (2,8%)
Arnhem
€ 976 (2,8%)
€ 353 (0,6%)
Landelijk
€ 994 (5,3%)
€ 457 (4,8%)
Arnhem
€ 1.038 (6,4%)
€ 396 (12,2%)
Landelijk
€ 1.052 (5,8%)
€ 480 (5,0%)
Arnhem
€ 1.100 (6,0%
€ 426 (7,6%)
1 Voor het berekenen van de woonlasten worden de gegevens gebruikt die bekend zijn op het
moment dat de Atlas wordt opgesteld. De definitieve woonlasten kunnen afwijken van verwacht, doordat bijvoorbeeld de WOZ-waarde of de afvalhoeveelheden per huishouden zich anders ontwikkelen dan verwacht.
Portefeuillehouder
Paul Smeulders
Fractie:
D66-13
Pagina:
23
Vraag:
Er wordt ingeschat dat op termijn 2,7 miljoen kan worden bespaard door efficiency in de organisatie. Is er een nadere onderbouwing van dat bedrag? Zo ja, kunnen we die ontvangen?
Antwoord:
De onderbouwing van dit bedrag is beschreven op pagina 22 van de perspectiefnota. Voor een nadere toelichting op de organisatieontwikkeling kan desgewenst een informatiesessie worden belegd.
Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
D66-14
Pagina:
26 54
Vraag:
Een verlaging van de kosten van beschermingsbewind kan alleen als er beleidswijzigingen worden doorgevoerd. Welke (mogelijke) beleidswijzigingen zijn hiervoor in beeld?
Antwoord:
We vinden het belangrijk dat inwoners die het nodig hebben zo goed mogelijk worden geholpen door bewindvoerders en dat als er schulden zijn, dat de inwoners zo snel mogelijk warm worden doorverwezen naar Schuldhulpverlening. Er zijn geen voorstellen om het beleid te wijzigen. Er zijn twee mogelijkheden om de kosten te verlagen: de inwoner minder bijzondere bijstand vergoeden en/of de inkomensgrens verlagen om de doelgroep te verkleinen. Beide mogelijkheden zijn niet in lijn het harmoniseren van de inkomensregelingen: in 2024 is de inkomensgrens juist gestegen van 100 naar 110%.
Portefeuillehouder
Marjan van Munster
Fractie:
D66-15
Pagina:
26
Vraag:
Er is spraken van een bedrag oplopend naar 1,9 miljoen structureel nadeel op de BUIG. Kunnen we hiervan een specificatie ontvangen, zodat we zien welk deel van het nadeel voortkomt uit lagere verwachte inkomsten uit het verdeelmodel en welk deel uit hogere verwachte kosten (zoals re-integratiebudget en uitkeringslasten)?
Antwoord:
Financieel gezien maakt tet re-integratiebudget geen onderdeel uit van het BUIG budget. Het BUIG budget bestaat grotendeels (98%) uit de inkomsten van het Rijk (aangevuld met inkomsten van bijvoorbeeld ten onrechte genoten bijstandsuitkeringen). De lastenkant bestaat uit de uitbetaalde bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. In oktober 2024 is het voorlopig macrobudget 2025 door het Rijk bekend gemaakt. Op basis van het BUIG verdeelmodel is het bedrag voor Arnhem bepaald. Op basis van een scenario waarbij rekening gehouden wordt met een stijgend aantal bijstandsuitkeringen (conform landelijke trend) en een stijgend aantal loonkostensubsidies worden de nieuwe te verwachten bijstandslasten berekend. Het plaatje voor de BUIG ziet er dan meerjarig als volgt uit:
Portefeuillehouder
Marjan van Munster
Fractie:
D66-16
Pagina:
26/27
Vraag:
De kosten voor de individuele studietoeslag lopen sterk op en er is nog geen prognose over hoever deze trend doorzet. In het hoger onderwijs wordt actief doorverwezen naar de IST, wat eerder niet gebeurde. Welke oorzaken zijn bij de
55
gemeente in beeld van het veel hogere aantal aanvragen en op welke wijze wordt het gesprek gevoerd met onderwijsinstellingen over het verwijzen van de juiste doelgroepen naar deze toeslag? Antwoord:
De belangrijkste reden voor de stijging is de mogelijkheid om vanaf 1 april 2022 de studietoeslag met terugwerkende kracht aan te vragen. Dit kan over een periode van 5 jaar. Dus een student die in 2025 een aanvraag doet en in 2023 ook al recht had op de studietoeslag kan dit voor 2023, 2024 en 2025 aanvragen. Over de doorverwijzingen van studenten naar de studietoeslag door hoger onderwijsinstellingen hebben wij geen informatie. We horen wel terug dat studenten onderling elkaar informeren (mond-op-mond). Ook door acties van de Landelijke Studentenvakbond en CNV Jongeren is de bekendheid van de regeling toegenomen. Bovendien geven we als gemeente zelf ook aan dat er de mogelijkheid op aanvraag met terugwerkende kracht is.
Portefeuillehouder
Marjan van Munster
Fractie:
D66-17
Pagina:
p.31
Vraag:
Er worden opnieuw enorme extra kosten gemaakt voor woonwagenstandplaatsen. Hoeveel bedragen, per locatie, de totale gemeentelijke kosten per standplaats inmiddels?
Antwoord:
De gemeente heeft als pilot 4 locaties (Bethanienstraat, Merwedestraat, Gelderserooslaan en Schuytgraaf) aangewezen voor de uitbreiding van woonwagenstandplaatsen. Deze locaties zijn kansrijk bevonden, maar niet duidelijk was of deze locaties haalbaar dan wel uitvoerbaar zijn. Onderzoek was nodig om dat in kaart te brengen. In de afgelopen periode heeft de gemeente diverse onderzoeken uitgevoerd voor de 4 kansrijke locaties om de planologische en financiële haalbaarheid en op draagvlak onder de bewoners aan te tonen. Ook zijn de plannen aangepast aan de aangescherpte normen voor brandveiligheid en toegankelijkheid voor de hulpdiensten, die hogere kosten met zich meebrengen. De uitkomst van het haalbaarheidsonderzoek stelde de gemeente in staat om de grondexploitaties van de 4 locaties nauwkeuriger door te rekenen. De gemeente als grondeigenaar kan door middel van de GREX (grondexploitatie berekening) de grondopbrengsten en grondkosten in kaart brengen bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen en daarmee inzicht geven in de haalbaarheid van een gebiedsontwikkeling. Hier is uitgekomen dat er € 3,1 miljoen extra nodig is voor het realiseren van de 22 standplaatsen op de bovengenoemde locaties. Hieronder vallen werkzaamheden, zoals sloop, verplaatsen van woonwagens, bouwrijp maken van de grond en de inrichting van de openbare ruimte (woonrijp maken).
Daarnaast zijn er kosten geraamd voor de inhuur en ambtelijke inzet waarvan de hoogte bepaald is door de inzet die geleverd is om consensus te bereiken in het intensieve overleg met en tussen bewoners. Dit vroeg om regelmatige bijstelling van planningen met de financiële consequenties van dien.
56
De gemaakte kosten tot op heden hebben betrekking op het project Pilot Woonwagenlocaties en op het project van de sanering van de grondwal op de Bethanienstraat. Dit zijn kosten die gemaakt voor de haalbaarheidsanalyse, woonwagenstandplaatsbehoefte, communicatie met bewoners, analyse complexiteit van de locaties en de sanering van de grondwal. Vanwege de integrale benadering voor de realisatie van woonwagenstandplaatsen zijn kosten per standplaats en/of locatie niet te herleiden. Portefeuillehouder
Marjan van Munster
Fractie:
D66-18
Pagina:
43
Vraag:
“Om de meerkosten van fair pay te kunnen financieren zijn geen middelen aanwezig.” Tegelijkertijd stellen overheden, waaronder de gemeente Arnhem, fair pay verplicht voor subsidieontvangers. Waarom zijn deze kosten niet aangemerkt als onvermijdelijk? En wat zijn de gevolgen van het niet bekostigen van fair pay?
Antwoord:
De gevolgen van het niet bekostigen van fair pay zijn dat het cultuuraanbod in de stad verschraalt. Namelijk met het eerlijk belonen van makers is er – zonder extra middelen - minder budget beschikbaar voor culturele programmering. De praktijk is daarnaast echter ook weerbarstig. Het culturele werkveld wordt gekenmerkt door veel ZZP’ers of werknemers op basis van een tijdelijk contract. Door het niet bekostigen van fair pay blijven tarieven van freelancers in de sector vaak noodgedwongen laag en hebben werkgevers en opdrachtgevers moeite te voldoen aan toch al gematigde salarissen. Dit vergroot de bestaansonzekerheid in de culturele beroepsgroep. Uitholling van de sector is reëel, doordat talent uit de sector dreigt te vertrekken, mede omdat salariëring achterblijft bij andere sectoren. Hoewel urgent zijn deze kosten niet aangemerkt als onvermijdelijk omdat het geen wettelijk taak en verplichting is.
Portefeuillehouder
Cathelijne Bouwkamp
Fractie:
D66-19
Pagina:
47
Vraag:
Wat is het actuele tijdpad voor de transformatie van het sociaal domein? Welke stappen worden op welk moment verwacht en welke raadbesluiten zijn op welk moment nodig?
Antwoord:
Wij zijn thans bezig de transformatie verder uit te werken. Wij zijn voornemens hierover met uw raad in gesprek te gaan in het proces naar vaststelling van de begroting 2026. Een detailplanning hiervoor volgt na de zomer. Deze zullen we voorbereiden met uw raadswerkgroep transformatie sociaal domein. De transformatie is een opgave die meerdere jaren gaat lopen. Dus ook na vaststelling van de begroting zullen wij regelmatig op onderdelen van de transformatie met de stad en uw raad in gesprek gaan. Ook hiervoor volgt op een later moment de planning.
Portefeuillehouder
Marjan van Munster
Fractie:
D66-20
Pagina:
8 57
Vraag:
Er zou extra budget nodig zijn voor het programma ‘Meedoen vanaf dag één’. In het raadsvoorstel daarover ontbreekt een specificatie van de kosten. Wat zijn de activiteiten die de gemeente op dit moment doet, die maken dat de verschillende geldstromen vanuit het Rijk en eerder vastgestelde budgetten niet (meer) toereikend zijn voor het programma ‘Meedoen vanaf dag één’? En wat zijn dan de kosten van deze activiteiten gespecificeerd per activiteit?
Antwoord:
Zoals in het raadsvoorstel 'Arnhem, gastvrije stad’, het Arnhemse beleidskader voor opvang, meedoen en wonen van mensen die gevlucht zijn 2025-2035 toegelicht, worden de ambities uit het beleidskader gedekt met zowel tijdelijke als structurele middelen. Van het COA ontvangen we jaarlijks middelen op basis van lokale afspraken (€1 mln pj structureel) en het faciliteitenbesluit (€900.000 pj). Daarnaast heeft uw raad voor een vastgestelde periode in begrotingen incidentele middelen beschikbaar gesteld voor vluchtelingen. Er is €500.000 per jaar beschikbaar gesteld van 2023 tot en met 2026, en daarnaast nog €500.000 per jaar van 2024 tot en met 2028. Deze middelen zijn voldoende om de ambities te kunnen opstarten. Om de aanpak te kunnen borgen, zijn deze middelen structureel nodig.
Portefeuillehouder
Paul Smeulders
Fractie:
D66-21 (mondeling gesteld op 14/05)
Pagina:
38
Vraag:
1. Hoe ver staat het met het actieplan bestaande voorraad? 2. Hoe zit het met de woningsplitsingscoach? Hoe kunnen mensen de gemeente bereiken? 3. Hoe wordt na de pilot hier invulling aan gegeven? 4. Zijn wij als gemeente Arnhem strenger t.a.v. woningdelen en splitsen dan andere gemeenten? Weerhoudt dit mensen/initiatieven dan?
Antwoord:
1. De verwachting is dat eind juni de Aanpak beter benutten bestaande voorraad in de Raad komt. 2. In de Aanpak beter benutten bestaande voorraad komt de invulling van de splitsingscoach aan de orde. Indien inwoners vragen hebben over woningsplitsing, dan kunnen ze contact opnemen met de ODRA. Er is in enkele wijken ook een pilot geweest om mensen nadrukkelijker op te zoeken. U ontvangt daarover binnenkort meer informatie. 3. Dat komt terug in de Aanpak beter benutten bestaande voorraad. 4. We hebben in Arnhem kaders opgesteld waardoor het splitsen van woningen gekaderd is. Dit is ingesteld om woningkwaliteit en goede leefbaarheid in onze stad te borgen. Het is wisselend hoeveel andere gemeenten splitsingsregels hebben. We zijn zeker niet de enige. Alle vier de G4-gemeenten kennen bijvoorbeeld splitsingsregels, maar dichterbij hebben in onze subregio ook Rheden en Overbetuwe regels over splitsen. Het komt voor dat we splitsingsinitiatieven die bij de gemeente binnenkomen geen omgevingsvergunning verlenen omdat het initiatief niet voldoet aan de (door de raad vastgestelde) regels. Gesteld kan dus worden dat initiatieven soms worden tegengehouden.
Portefeuillehouder
Paul Smeulders
DENK Fractie:
DENK-1
Pagina: 58
Vraag:
Wat zijn de parkeerinkomsten voor de gemeente Arnhem verdeeld over de dagdelen per week (gemiddeld) per parkeerautomaat in Arnhem?
Antwoord:
Het beantwoorden van deze vraag (berekenen van gemiddelde op basis van de juiste datasets van welke perioden en jaren) zouden we moeten uitbesteden. Het is belangrijk dat we zorgvuldig afstemmen welke informatie benodigd is om een goede uitvraag te kunnen doen naar dit bureau. Dit stemmen we graag aan de voorkant met de vraagstellers af, zodat we vervolgens met een zo concreet mogelijk antwoord kunnen komen.
Portefeuillehouder
Nermina Kundic
Fractie:
DENK-2
Pagina: Vraag:
• •
Hoeveel meters aan riool hebben we de afgelopen 10 jaar jaarlijks gereinigd in Arnhem in relatie tot begrote reinigingsmeters. Is er afwijking inzake daadwerkelijk gereinigde riolering en indicatie aan reiniging? Zo ja, waar ligt dat dan aan?
Antwoord:
Het reinigen van riolen gebeurt op sommige plekken om verstopping te voorkomen (planmatig reinigen). In andere gevallen is dit nodig voorafgaand aan het inspecteren van riolering. In de exploitatiebegroting gaan we uit van gemiddeld 50 km rioolreiniging per jaar voorafgaand aan inspecties en ca. 80 km planmatig reinigen van riolering. De hoeveelheden planmatig reinigen wordt in de praktijk ieder jaar volledig uitgevoerd. De hoeveelheden reiniging voorafgaand aan inspecties worden gemiddeld in de praktijk ook uitgevoerd. Sommige jaren liggen de hoeveelheid meters wat lager door ‘lastige’ locaties/riolen en soms liggen de hoeveelheden wat hoger door ‘makkelijke’ meters.
Portefeuillehouder
Bob Roelofs
Fractie:
DENK-3
Pagina: Vraag:
Hebben we de meest recente statistieken van de verplaatsbare flitscamera's die we hebben in de stad?
Antwoord:
Flitscamera’s zijn niet in beheer bij de gemeente maar bij het Openbaar Ministerie (OM). Zij beheren eveneens de gegevens over de (verplaatsbare) flitscamera’s. In Arnhem is op de Marasingel een locatie ingericht om een flexflitser te plaatsen. Wij vragen voor deze locatie de recente statistieken op bij het OM. Op dit moment hebben we die gegevens nog niet.
Portefeuillehouder
Nermina Kundic
GroenLinks Fractie:
GL-1 (mondeling gesteld op 14/05)
Pagina: Vraag:
Woonwagenlocaties: Hoe veel woonwagenplaatsen kunnen er gerealiseerd worden met de extra 3,1 mln. die er nu is aangevraagd.
59
Cf. bestaand plan? Antwoord:
De gemeente heeft als pilot 4 locaties (Bethanienstraat, Merwedestraat, Gelderserooslaan en Schuytgraaf) aangewezen voor de uitbreiding van woonwagenstandplaatsen. Deze locaties zijn kansrijk bevonden, maar de haalbaarheid van deze locaties was nog niet aangetoond. In de afgelopen periode heeft de gemeente de 4 locaties onderzocht op planologische en financiële haalbaarheid en op draagvlak onder de bewoners. Ook zijn de plannen aangepast aan de aangescherpte normen voor brandveiligheid en toegankelijkheid voor de hulpdiensten, die hogere kosten met zich meebrengen. De uitkomst van het haalbaarheidsonderzoek stelde de gemeente in staat om de grondexploitaties van de 4 locaties nauwkeuriger door te rekenen. De € 3,1 miljoen is nodig voor de realisatie van de woonwagenstandplaatsen op de vier bovengenoemde locaties voor 22 standplaatsen. Hieronder vallen werkzaamheden, zoals sloop, verplaatsen van woonwagens, bouwrijp maken van de grond en de inrichting van de openbare ruimte (woonrijp maken). Daarnaast zijn er kosten geraamd voor de inhuur en ambtelijke inzet waarvan de hoogte bepaald is door de inzet die geleverd is om consensus te bereiken in het intensieve overleg met en tussen bewoners. Dit vroeg om regelmatige bijstelling van planningen met de financiële consequenties van dien.
Ook wordt nog een deel van het bedrag gebruikt voor de afronding van de sanering van de grondwal aan de Bethanienstraat. De gemaakte kosten tot op heden hebben betrekking op het project Pilot Woonwagenlocaties en op het project van de sanering van de grondwal op de Bethanienstraat. Dit zijn kosten die gemaakt voor de haalbaarheidsanalyse, woonwagenstandplaatsbehoefte, communicatie met bewoners, analyse complexiteit van de locaties en de sanering van de grondwal. Vanwege de integrale benadering voor de realisatie van woonwagenstandplaatsen zijn kosten per standplaats en/of locatie niet te herleiden.
Portefeuillehouder
Marjan van Munster
Fractie:
GL-2
Pagina: Vraag:
Zijn er binnen de ontwikkeling van het bestuurskwartier, of andere lopende gebiedsontwikkelingen zoals de verbouwing van het stadhuis, de vergroening van het centrum of de verbetering van de verbinding tussen de Rijnkade en het centrum, plannen of overwegingen waarbij de herinrichting of bestrating van de Markt wordt meegenomen
Antwoord:
In gebiedsontwikkeling rondom Bestuurskwartier, Stadhuis en plannen Rijnkade is de herinrichting of bestrating van de Markt niet meegenomen. Ook in de visie openbare ruimte “Arnhem de koelste binnenstad van Nederland”, die voor de zomer richting de Raad komt, is de Markt niet meegenomen. Als uitwerking van het DMP, wordt nu een nieuw parkeerbeleid opgesteld. Een van de opties binnen dit beleid zou kunnen zijn, het realiseren van een 60
ondergrondse parkeervoorziening onder de markt. In de verkenning worden meerdere opties verkend. Portefeuillehouder
Cathelijne Bouwkamp/ Bob Roelofs
Fractie:
GL-3 (mondeling gesteld op 14/05)
Pagina: Vraag:
Woonwagenstandplaatsen 3,1 mln. waarvoor is die nodig?
Antwoord:
Zie antwoord op GL-1.
Portefeuillehouder
Marjan van Munster
Fractie:
GL-4
Pagina: Vraag:
Is een nieuwe manier van aanvragen van de bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen ook sneller voor inwoners? En wat zijn de kosten?
Antwoord:
Het proces van aanvragen van bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen is niet sneller. Voor de aantallen aanvragen in de pilotperiode zijn de extra kosten € 350.000 per jaar, hiervoor is voldoende budget binnen bijzondere bijstand. Als het aantal aanvragen na de omzetting naar structureel beleid fors gaan stijgen, zijn er wel extra middelen nodig.
Portefeuillehouder
Marjan van Munster
Fractie:
GL-5
Pagina: Vraag:
Wat zouden de kosten zijn van structurele continuering van de buurtcongierges?
Antwoord:
Uit de evaluatie blijkt dat de inzet van de buurtconciërges een groot succes is, in het bijzonder binnen de Arnhem Oost aanpak. De buurtconciërges hebben inmiddels een vaste aanstelling. De kosten voor de buurtconciërges bedragen €750.000 per jaar. Voor een deel van deze kosten is dekking binnen de bestaande begroting gevonden. Vanaf 2026 is er structureel € 400.000 aan aanvullende dekking nodig.
Portefeuillehouder
Bob Roelofs/Marjan van Munster
PvdA Fractie:
PvdA-1 (mondeling gesteld op 14/05)
Pagina: Vraag:
Antwoord:
Wat is er aan woningen geregeld voor mensen met prioriteit (eerst dak boven het hoofd dan andere problemen). Vanuit RIBW 10 naar 15 voor begeleiding. Kan dat niet veel meer? •
De principes/prioritering van woningverdelen zijn vastgelegd in de Huisvestingsverordening en worden vervolgens lokaal ingekleurd binnen de prestatieafspraken met corporaties. Daarnaast zijn er regionaal binnen de GMR afspraken gemaakt over de huisvesting van aandachtsgroepen; onder andere dat er een evenwichtige verhouding moet zijn tussen
61
•
•
• •
verhuringen aan urgente aandachtsgroepen (regionaal maximaal 25%) en regulier woningzoekenden. In Arnhem is in de Meerjarige Prestatieafspraken Wonen 2025-2029 dit maximale percentage van 25% verhuringen aan urgente aandachtsgroepen overgenomen. Ook is afgesproken dat de woningcorporaties maximaal 120 woningen per jaar beschikbaar stellen om mensen die uitstromen uit een zorginstelling, uit maatschappelijke opvang (MO) of vanuit een dakloze situatie (housing first) te bemiddelen met zorg en begeleiding naar een sociale huurwoning. De 15 woningen voor housing first (13%) met begeleiding door de RIBW vallen onder deze 120 woningen. Ophogen van dit percentage van 13% voor housing first binnen de 120 woningen gaat ten koste van andere mensen die klaar zijn om uit te stromen uit bv beschermd wonen of jeugdhulp met verblijf. Daarnaast moet er geld worden gereserveerd op de begroting om extra Housing First begeleiding te faciliteren via RIBW. We hebben Housing first Nederland opdracht gegeven om oplossingsrichtingen voor dakloze jongeren verder te brengen. Eind dit jaar komen zij met een gedragen plan van aanpak hiervoor.
Portefeuillehouder
Paul Smeulders
Fractie:
PvdA-2
Pagina: Vraag:
• • •
Hoeveel meldingen zijn er jaarlijks gedaan bij Veilig Thuis Arnhem sinds 2020? (p. 35) Hoe verhoudt deze stijging zich tot het landelijk gemiddelde en tot andere gemeenten binnen de regio? (p. 35) Is er een analyse gedaan naar de mogelijke oorzaken van de stijging? Zo ja, kan deze gedeeld worden? Zo nee, waarom niet? (p. 35)
Antwoord: Hoeveel meldingen zijn er jaarlijks gedaan bij Veilig Thuis Arnhem sinds 2020?
Jaartal 2020 2021 2022
Arnhem
2023 2024
977 1.196
1.080 1.127 952
Nederland 127.410 119.375 123.010 127.390 129.220
Hoe verhoudt deze stijging zich tot het landelijk gemiddelde en tot andere gemeenten binnen de regio? In Arnhem zien wij een hogere stijging van het aantal meldingen dan in onze regio gemeenten. Er is geen landelijk gemiddelde bekend. De landelijke cijfers zijn opgenomen in bovenstaande tabel. Is er een analyse gedaan naar de mogelijke oorzaken van de stijging? Zo ja, kan deze gedeeld worden? Zo nee, waarom niet?
62
Er is geen analyse gedaan naar de oorzaken van de stijgingen. In 2024 zien wij ten opzichte van 2023 een stijging van 20% in (her)meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling in de gemeente Arnhem. De reden van het aantal meldingen is niet specifiek te duiden. We zien wel dat complexiteit is toegenomen. Financiële problematiek binnen gezinnen en huisvesting is steeds meer een aanleiding van Huiselijke geweld. Financiële problematiek brengt stress met zich mee. Bij scheidingen moeten gezinnen/ huishoudens langere bij elkaar blijven wonen om dat er geen woonruimte beschikbaar is. Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
PvdA-3
Pagina: Vraag:
Hoelang zijn de huidige wachttijden bij Veilig Thuis Arnhem, uitgesplitst naar type melding? (p. 35)
Antwoord:
Alle meldingen die bij Veilig Thuis binnenkomen, worden beoordeeld. Acute meldingen worden gelijk opgepakt. Er zijn twee type wachtlijsten: meldingen en diensten. Voor de niet-acute meldingen zijn er op dit moment 10 mensen uit de gemeente Arnhem die langer wachten dan 5 dagen voor een beoordeling van de melding. Het maximale aantal dagen dat er gewacht wordt, is 11. Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt tussen de aard van de melding, bijvoorbeeld ouderenmishandeling of kindermishandeling. Van de meldingen die Veilig Thuis binnenkrijgt, gaat ongeveer 75% door naar het lokale team. De andere 25% krijgt een dienst van Veilig Thuis zelf. Hierbij staan er 15 mensen op de wachtlijst, die langer dan 5 dagen wachten, en bedraagt de maximale tijd 15 dagen. Diensten kunnen zijn Onderzoek, wat inhoudt dat er uitgebreider onderzoek wordt gedaan naar de veiligheid, of Voorwaarde en Vervolg, waarbij de casus wordt doorgezet naar specifieke zorg.
Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
PvdA-4
Pagina: Vraag:
Velig Thuis Wat is de gemiddelde tijd tussen melding en interventie, en voldoet Arnhem hierbij aan landelijke normen? (p. 35)
Antwoord:
Op niet alle meldingen volgt een interventie. Als interventie nodig is, voldoen we aan de landelijke norm. Bij complexe casuïstiek kan het zijn dat we afwijken van de landelijke norm.
Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
PvdA-5
Pagina: Vraag:
Veilig Thuis Op basis waarvan blijkt dat 2 FTE extra voldoende is om wachttijden terug te dringen? (p. 35)
63
Antwoord:
De inschatting van Veilig Thuis is dat zij met 2FTE het team voldoende op sterkte hebben om de meldingen te behandelen en, waar nodig, door te zetten.
Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
PvdA-6
Pagina: Vraag:
Veilig Thuis Hoe worden wachttijden tussen nu en 2026 tegengegaan, aangezien de bijdrage pas in 2026 ingaat? (p. 35)
Antwoord:
Zoals wij in februari met u middels een raadsbrief dd. 7 feb. 2025 (brief) hebben gedeeld, heeft Veilig Thuis een verbeterplan opgesteld waar zij in 2025 mee aan de slag gaan. Dit verbeterplan kwam na de goedkeuring van de begrotingssubsidie aan Veilig Thuis. Hierdoor is de uitwerking van het verbeterplan nog niet meegenomen in hun begroting voor 2025. Het proces kruiste hiermee de gemeentelijke begrotingscyclus. Mochten er in 2025 aanvullende middelen nodig zijn, gaan we met Veilig Thuis in gesprek en nemen we dit mee in met Turap 2.
Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
PvdA-7
Pagina: Vraag:
Veilig Thuis Is de lokale bijdrage voldoende om aan de wettelijke termijnen van vijf werkdagen te voldoen voor het opmaken van een veiligheidsbeoordeling en/of tijdig te starten met een vervolg op de meldingen. (p. 35)
Antwoord:
De inschatting is dat het voor nu voldoende en toereikend is. Wij zullen dit strak monitoren en u daarover tijdig informeren.
Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
PvdA-8
Pagina: Vraag:
Hoeveel jongeren zijn in de afgelopen 3 jaar boventallig geplaatst en/of afgewezen wegens capaciteitsgebrek? (p. 49)
Antwoord:
Jongeren (18 tot 27 jaar) die zich aanmelden voor opvang worden in principe geplaatst in de jongerenopvang. Als deze vol is, wordt een andere oplossing gezocht. Dat is nooit de straat.
Aantal plaatsingen van jongeren op: Wachtlijst
2022
2023
2024
29
27
13
Boventallig in een noodvoorziening* Nachtopvang De Duif
11
24
12
2
2
3
Kanttekening cijfers: • In het cliëntregistratiesysteem is de afgelopen jaren niet geregistreerd dat de 2 crisisplekken in de praktijk vaak regulier 64
worden ingezet. In het afgelopen jaar is de praktijk dat er in plaats van de 8 reguliere en 2 crisisplekken, 11 opvangplekken worden ingezet. Er is geen opvang aan een jongere afgewezen, omdat er geen bedden beschikbaar waren. Te allen tijde wordt ingezet op een passende oplossing, door of een tijdelijke netwerkplaatsing te organiseren en als dat niet lukt volgt boventallige plaatsing in een hotel of wordt gezocht naar een andere onconventionele oplossing.
*Deze aantallen zijn onderdeel van de opgenomen aantallen jongeren op de wachtlijst. Voorbeeld: In 2022 zijn 11 jongeren van de 29 jongeren op de wachtlijst boventallig geplaatst, omdat er geen plek in de jongerenopvang beschikbaar was, de opvangvraag acuut was en er ook geen oplossing in het netwerk te vinden was. Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
PvdA-9
Pagina: Vraag:
Is het risico reëel dat jongeren bij het wegvallen van opvang op straat terechtkomen? (p. 49)
Antwoord:
Ja, dat is een reëel risico.
Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
PvdA-10
Pagina: Vraag: Antwoord:
Wat zijn de belangrijkste oorzaken van de stagnerende uitstroom? (p. 49) -
-
Toename van het aantal dakloze personen met een complexe/zware zorgvraag waarvoor geen passende vervolgplek (WMO/WLZ) beschikbaar is. Er is een tekort aan passende en betaalbare woonruimte.
Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
PvdA-11
Pagina: Vraag:
• • •
Hoeveel mensen maken gemiddeld dagelijks gebruik van de 22uursopvang? (p. 49) Wat zijn de belangrijkste uitkomsten van tussentijdse evaluaties van deze pilot tot nu toe? (p. 49) Welke risico’s zijn voorzien bij de beëindiging van deze opvang? (p. 49)
Antwoord: •
Over de periode van 1 januari 2025 tot 1 mei 2025: Nachtopvang De Duif: 162 unieke bezoekers, gemiddeld aantal 15/16 bezoekers per nacht. Stichting Het Kruispunt: er is dagelijks een wisselend aantal bezoekers. In de maanden januari t/m april waren er maandelijks circa 3300 65
• •
bezoekers. Dit betreft geen unieke personen: mensen mogen maximaal tweemaal per dag binnenkomen (eenmaal ’s ochtends, eenmaal ’s middags) en zoveel dagen per maand als ze willen. Gemiddeld worden in de avond 60 maaltijden geserveerd. Medio juli worden de eerste resultaten/bevindingen van de pilot in beeld gebracht. De proef hangt samen met de zorg- en veiligheidsinterventies ten behoeve van dak- en thuislozen en de leefbaarheid in de binnenstad en directe omgeving. Bij de beëindiging van deze opvang kunnen bewoners en ondernemers in het CSA gebied mogelijk meer overlast ervaren.
Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
PvdA-12
Pagina: Vraag:
Beschutte opvang: • Hoe vaak waren deze 8 plekken in 2023 en 2024 bezet? (p. 49) • Welk effect heeft deze opvang gehad op het contact en herstelperspectief van zorgmijdende burgers? (p. 49)
Antwoord: •
•
De 8 beschikbare plekken zijn in 2023 en 2024 altijd volledig bezet geweest. Er was en is meer vraag naar dit type opvang dan het huidig aantal plekken. De belangrijkste focus van beschutte opvang ligt op het bieden van veilige huisvesting (bed, bad, brood en faciliteiten) en het onderhouden van contact met de cliënt. Vanuit deze stabiele basis wordt ernaar gestreefd de cliënt te motiveren om te werken aan zijn herstel. Het wegnemen van zorgen over een veilige plek zorgt ervoor dat cliënten rust ervaren, waardoor zij meer openstaan voor hun hersteltraject.
Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
PvdA-13
Pagina: Vraag:
Opvang EU-burgers: • Hoeveel mensen hebben sinds juli 2024 gebruik gemaakt van deze opvang? (p. 50)
Antwoord:
In de periode 1 juli 2024 (de start van de opvang voor dakloze EU-burgers) tot 15 mei 2025 hebben 36 unieke personen gebruik gemaakt van deze opvang.
Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
PvdA-14
Pagina: Vraag:
Welke middelen zijn tot 2029 extra benodigd om de volgende voorzieningen op maatschappelijke opvang en beschermd wonen te behouden en/of te kunnen gaan aanbieden (p. 49): - 22-uursopvang - Jongerenopvang - Opzetten ontbreken aanbod snijvlak Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen
66
-
Nieuwe vorm trainingshuizen Beschermd Wonen en uitbreiding capaciteit Maatschappelijke Opvang
Antwoord: Structurele borging van: - 22-uurs opvang: € 350.000,- (vanaf 01-01-2027) - Jongerenopvang: Opvang en begeleidingskosten: € 300.000,- lopend beleid, structureel Huisvestingscomponent ntb, lopend beleid, incidenteel -Opzetten ontbreken aanbod snijvlak Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen: € 200.000,- structureel - Nieuwe vorm trainingshuizen Beschermd Wonen en uitbreiding capaciteit Maatschappelijke Opvang € 350.000,- structureel voor nieuwe vorm trainingshuizen BW € 600.000,- structureel voor uitbreiding capaciteit MO voor zwaardere doelgroep. Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
PvdA-15
Pagina: Vraag:
Welke middelen zijn tot 2029 extra benodigd om de vroegsignalering op hetzelfde niveau te behouden? (p. 46)
Antwoord:
Met ingang van 2027 is er jaarlijks een extra bedrag van € 230.000 nodig om Vroegsignalering op het huidige niveau te houden.
Portefeuillehouder
Marjan van Munster
Fractie:
PvdA-16
Pagina: Vraag:
Welke middelen zijn tot 2029 extra benodigd om de levensloopbegeleiding Vanuit Autisme Bekeken structureel in te kunnen zetten? (p. 49)
Antwoord:
Voor de opstart is € 22.000,- incidenteel nodig Vanaf 2026 is er structureel € 300.000,- nodig om VAB in te kunnen zetten
Portefeuillehouder
Eva van Esch
Fractie:
PvdA-17
Pagina: Vraag:
Hoe loopt het proces tot herbouw van het deel van de stad dat zwaar is beschadigd door de recente brand?
Antwoord:
Dit proces hebben wij u geschetst in de raadsbrief Brand binnenstad, van crisis naar herbouw Arnhem - iBabs Publieksportaal. Momenteel wort er gewerkt conform deze aanpak.
Portefeuillehouder
Bob Roelofs 67
Fractie:
PvdA-18
Pagina: Vraag:
Om die reden is in deze Perspectiefnota nog geen raming opgenomen van het mogelijke extra voordeel, maar wordt kan deze eventueel worden betrokken bij de begroting 2026 (als er in de meicirculaire duidelijker is) of anders bij het nieuwe coalitieakkoord dat volgend jaar opgesteld zal worden. (p.10). Wordt de raad hierover geïnformeerd na publicatie van de meicirculaire?
Antwoord:
Ja, de raad wordt na ontvangst en doorrekening van de meicirculaire geïnformeerd over de uitkomsten hiervan.
Portefeuillehouder
Paul Smeulders
Fractie:
PvdA-19
Pagina: Vraag:
Voor het opstellen van de begroting 2026 en het verwerken van de financiële effecten van het vaststellen van het DMP, dienen de ramingen incidenteel te worden geactualiseerd/geïndexeerd naar het prijspeil van 2026. (p. 16) - wat zijn de financiële gevolgen hiervan?
Antwoord:
Het DMP is begin 2024 opgesteld met prijspeil 2024. De vaststelling van het DMP is echter pas in 2025 vastgesteld. Omdat de financiële gevolgen nog niet in de begroting waren verwerkt, is er geen standaard indexatie van de begroting verwerkt op de ramingen van het DMP. Dit wordt nu hersteld door incidenteel de verwachte investeringen te indexeren. Dit betekent dat de investeringen met € 2,4 mln. in totaal worden geïndexeerd (max. oplopend tot € 79.000 kapitaallasten in 2030).
Portefeuillehouder
Nermina Kundic
Fractie:
PvdA-20
Pagina: Vraag:
Antwoord:
Op verzoek van de provincie wordt voorgesteld de gelijkrichters sneller te vervangen dan eerder aangenomen. We stellen daarom voor om in plaats van 2 per jaar, 4 gelijkrichters per jaar te vervangen. (p. 23). Waarom? De provincie wil in het kader van de aanbesteding alle potentiële risico’s aan voor inschrijvende vervoerders elimineren. De ambitie van de provincie is hoger dan die van de gemeente bij het vervangen van de gelijkrichters. De provincie wil er 4 per jaar vervangen, de gemeente in principe 2 per jaar. Wij willen met de hogere ambitie van de provincie meegaan. Als eerste worden 4 gelijkrichters vervangen in de Coehoornstraat (2) en de Westervoortsedijk (2).
Portefeuillehouder
Nermina Kundic
Fractie:
PvdA-21
Pagina: Vraag:
Dit heeft onder andere te maken met een te lage formatie aan beheerders waardoor moet worden ingehuurd, een te lage kostendekkendheid uit huren en servicekostenvergoedingen en gebruik voor sociale activiteiten tegen te lage tarieven. (p. 24). Is bekend waarom de formatie aan beheerders te laag is?
Antwoord:
Bij de keuze in 2020 om het beheer van de MFC’s terug in te besteden bij de gemeente is ervoor gekozen om de capaciteitsbehoefte deels op te vangen 68
binnen de bestaande formatie en door de inzet van stichtingen/vrijwilligers. Met andere woorden, het extra werk zou deels ‘erbij’ worden gedaan. Gelet op de werkzaamheden die het beheer van het gemeentelijk vastgoed sindsdien met zich meebrengt, bleek dit te optimistisch ingeschat. Verder zouden de extra uren voor de openstelling voor de sociale activiteiten initieel worden gedaan door stichtingen/vrijwilligers. Dit is grotendeels niet gelukt en de enkele gevallen waar dat mondjesmaat wel is gebeurd, is er geen zekerheid dat dit in de toekomst zo zal blijven (bijvoorbeeld als vrijwilligers stoppen). De gemeente draagt de verantwoordelijkheid in de MFC’s voor o.a. de veiligheid en daarom is tot op heden ingehuurd om het tekort aan beheerders op te vullen. Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
PvdA-22
Pagina: Vraag:
Dit bedrag beschikken we in delen en onder gerichte voorwaarden, om zo te komen tot structurele oplossingen die gaan leiden tot een toekomstbestendig Rozet. Hierover informeren we de raad afzonderlijk. (p. 25). Wanneer? En is dit voor besluitvorming Perspectiefnota?
Antwoord:
We verwachten de raad hierover in het najaar van 2025 te kunnen informeren, zie raadsbrief: 'Stand van zaken Rozet'
Portefeuillehouder
Cathelijne Bouwkamp
Fractie:
PvdA-23
Pagina: Vraag:
Voor een toegankelijk Stadstheater is in de begroting al in middelen voorzien. Voor het groene hart van de Stadsoase is een investeringsbudget in 2027 noodzakelijk. Vanuit het Klimaatadaptatiefonds wordt in 2026 een incidentele bijdrage geleverd van € 580.000 voor dit investeringsbudget. De daaruit voortvloeiende structurele kapitaallasten bedragen vanaf 2028 een bedrag van € 32.500. We onderzoeken de mogelijkheid om deze bedragen (deels) te betrekken bij de rioolheffing. (p. 37). Waarom wordt onderzocht om dit te betrekken bij de rioolheffing? Past dit wel bij de rioolheffing?
Antwoord:
Kosten die betrekking hebben op klimaat adaptieve maatregelen zijn alleen toe te rekenen aan de rioolheffing als ze te relateren zijn aan de gemeentelijke zorgplichten van de riooltaak voor hemelwater, grondwater en afvalwater. Dat geldt niet voor alle kosten die we maken voor klimaatadaptatie. We onderzoeken daarom in hoeverre deze kosten toe te rekenen zijn.
Portefeuillehouder
Cathelijne Bouwkamp
PvdD Fractie:
PvdD-1
Pagina: Vraag:
Onze fractie zou graag de structurele en incidentiele middelen (apart van elkaar) op de verschillende onderwerpen in een overzicht onder elkaar willen willen hebben van de laatste 3 jaar (Klimaat en energie, zorg, onderwijs etc.)
Antwoord:
In de bijlage is een overzicht van de ontwikkelingen in het financieel kader per onderwerp van de begrotingen 2023, 2024 en 2025 opgenomen, waarbij de “I” 69
aangeeft dat het een incidentele ontwikkeling is en een “S” dat het een structurele ontwikkeling is. Portefeuillehouder
Paul Smeulders
Fractie:
PvdD-2
Pagina: Vraag:
Op het moment dat jongeren geen recht meer op jeugdzorg hebben. Op welke manier kan de wijkcoach of iemand anders van de gemeente ervoor zorgen dat de overgang goed verloopt. Dat bijvoorbeeld iemand die nog zorg nodig heeft dat de jeugdzorginstelling dat daadwerkelijk in gang zet. Hoe waarborgen we dat? Op welke manier verlengen we die zorg als dat wel nodig is? En hoe zorgen we ervoor dat dat (soepel) gebeurt?
Antwoord:
Wanneer een jongere 18 jaar wordt is voorafgaand een toekomstplan gemaakt met de jongere, wijkcoach en zorgaanbieder. Hierin staat beschreven welke zorg vanaf 18 jaar nodig is. Zorgverzekering en WMO zijn voorliggend op de jeugdwet. Doordat zorg vanuit de zorgverzekering pas aangevraagd kan worden als de jongere bijna 18 is, kunnen wachttijden de overgang belemmeren. De wijkcoach ondersteunt de jongere waar nodig bij het vormgeven van dit plan. Ook de zorgaanbieder heeft hierin een verantwoordelijkheid. Een behandeling kan worden voortgezet na 18 jaar, deze wordt dan vergoed vanuit de zorgverzekering. Begeleiding kan worden voortgezet vanuit de WMO. Het wijkteam blijft waar nodig betrokken. Verlengde jeugdwet kan in specifieke situaties worden ingezet wanneer dit nodig is. De wijkcoach is op de hoogte van wanneer de verlengde jeugdwet ingezet mag worden.
Portefeuillehouder
Bob Roelofs
Fractie:
PvdD-3
Pagina: Vraag:
Hoe zorgen we ervoor dat iemand die jeugdzorg verlaat financieel overeind kan blijven indien deze de middelen niet heeft? Deze groep heeft vaak geen steun van ouders, studeert of studeert juist niet en geen toegang tot studiefinanciering of heeft te weinig inkomen door laagbetaald werk (minimumloon).
Antwoord:
Een jongere die uitstroomt uit jeugdzorg wordt hierin ondersteund door de wijkcoach. De wijkcoach denkt tijdig mee over de toekomst van de jongere, samen met de zorgorganisatie waar de jongere op dat moment zorg ontvangt. Dit wordt vastgelegd in het toekomstplan, financiën zijn een onderdeel van dit plan. Jongeren kunnen een beroep doen op de bijstand, wel kan deze pas aangevraagd worden als de jongere 18 jaar is. Samen met de jongere wordt gekeken welke (on)mogelijkheden er zijn, waarbij er samen wordt gekeken naar het inkomsten- en uitgavenpatroon. Hierbij wordt rekening gehouden met het gat dat ontstaat tussen de mogelijk toegekende bijstandsuitkering en het bereiken van het 18e levensjaar. Jongeren die in detentie zitten (dit valt ook onder jeugdzorg) worden naar en na uitstroom begeleid door de RIO Jeugd. De RIO Jeugd maakt een plan met de jongere op basis van de Big Five (inkomen, school/werk, support, welzijn, wonen). De RIO blijft in beeld zolang als nodig is, ook als de jongere 18 jaar of ouder is en al is uitgestroomd uit detentie. Het doel
70
hiervan is om recidive te voorkomen en te werken aan een beter toekomstperspectief. Portefeuillehouder
Bob Roelofs
Fractie:
PvdD-4
Pagina: Vraag:
Op blz. 41 perspectiefnota staat dat er diverse energieprojecten worden ontwikkeld en gerealiseerd. De meeste investeringen worden door de rijksoverheid, bedrijven etc. gedaan. Zonder cofinanciering gaan die projecten niet door hoeveel euro's aan investeringen in de energietransitie lopen we dan mis? Om hoeveel cofinanciering gaat het per jaar van 2025-2040?
Antwoord:
Energieprojecten vergen een relatief grote investering aan de voorkant (miljoenen) en verdienen zicht in de regel na circa 30 jaar terug. Financiers vragen voor dergelijke investeringen op verschillende manieren commitment van de gemeente. Dit is in alle gevallen capaciteit van gemeente ambtenaren om mee te initiëren en te ontwikkelen. In deze eerste fases van dergelijke infra-structurele projecten wordt veelal ook financiering gevraagd voor haalbaarheidsonderzoeken en naar voren halen van praktisch logische investeringen die pas in de toekomst renderen. Bijvoorbeeld een warmtepijp vast leggen, omdat de riolering wordt vervangen. Wij schatten dat er in de periode 2025-2040 ongeveer 5 miljoen euro aan cofinanciering per jaar nodig is. Een deel daarvan zal vanaf 2030 terugstromen, omdat dit investeringen zijn die terugbetaald worden door de renderende projecten vanaf 2030. Vanaf 2030 zullen steeds meer cofinanciering vragen betaald kunnen worden vanuit de terugkerende middelen.
Portefeuillehouder
Cathelijne Bouwkamp
Fractie:
PvdD-5
Pagina: Vraag:
Project zorgzame buurt. Zijn er activiteiten geweest, bekend bij de gemeente, die opener zijn (toegankelijk voor iedereen) in bijvoorbeeld een verzorgingstehuis. Wat vinden ouderen hiervan?
Antwoord:
Binnen het project ‘zorgzame buurten’ zijn dit essentiële elementen; een mix van zorg en niet zorg en een sterke verbinding met de buurt. Er vindt momenteel al samenwerking plaats tussen bijv. welzijnspartners en verpleeghuizen in Arnhem. Een mooi voorbeeld hiervan is het project ambassadeurs migranten ouderen. Pleyade heeft SWOA benaderd met de vraag of een drietal Afghaanse ouderen intramuraal woonachtig binnen Waalstaete kan deelnemen aan de activiteiten die voor deze gemeenschap worden georganiseerd en de uitnodiging om dit ook op Waalstaete te organiseren. Ook met Driegasthuizengroep heeft SWOA afspraken rondom deelnemers vanuit activiteitenlokaal De Kolibrie (DGG) die deelnemen aan activiteiten binnen De Thuyn van (SWOA). De bestuurder van DGG geeft aan dat op locatie Klingelpoort (een kleinschalig complex dat plaats biedt aan 24 woonzorgappartementen) het contact met buurtbewoners van nature heel makkelijk gaat. Buurtbewoners, kinderen, iedereen komt ‘gewoon’ binnen voor een kop koffie.
Portefeuillehouder
Bob Roelofs
71
Fractie:
PvdD-6
Pagina: Vraag:
Wat zijn de totale kosten die nu gemaakt zijn aan extern bureau Necker en welke kosten gaan nog komen/wat zijn de verwachte totale kosten aan het eind? Zijn er nog andere externe kosten die betrekking hebben tot participatieverordening?
Antwoord:
De kosten die tot nu toe aan extern bureau Necker zijn gemaakt bedragen €19.490,-. In totaal zijn de verwachte kosten voor de ondersteuning die zij bieden voor het opstellen van de participatieverordening €33.610,-. Daarnaast zijn in het kader van de inwonersconsultatie tot nu toe kosten gemaakt voor een advertentie in de Arnhemse Koerier à €570. Daarnaast is in 2025 rekening gehouden met kosten voor het opmaken van een publieksversie van de participatieverordening à €2.750,-. Voor 2026 houden wij rekening met kosten voor eventuele kosten die nodig blijken voor de implementatie van deze verordening. Hieraan is nog geen specifiek bedrag te koppelen. De bestemmingsreserve burgerparticipatie biedt hiervoor dekking.
Portefeuillehouder
Bob Roelofs
Fractie:
PvdD-7
Pagina: Vraag:
Op welke manier helpt de gemeente ouderen om van een te groot huis naar een kleinere woning te verhuizen? Ouderen blijven vaak te lang in grote huizen wonen omdat zij verhuizen naar kleinere woningen niet kunnen betalen. Heeft de gemeente inzicht in welke mate dit fenomeen in Arnhem speelt?
Antwoord:
We hebben in samenwerking met de provincie en de corporaties sinds mei 2022 een verhuiscoach in de gemeente Arnhem. Deze verhuiscoach helpt senioren om door te verhuizen naar een kleinere, passende levensbestendige woning. In de periode van april 2022 tot en met december 2024 zijn in totaal 343 woonadviesgesprekken gevoerd met geïnteresseerde senioren. En zijn er 47 verhuizingen in de gemeente Arnhem geweest die via de verhuiscoach zijn verlopen. Hierover is uw raad op 1 april 2025 geïnformeerd middels een raadsbrief.
Portefeuillehouder
Paul Smeulders
Fractie:
PvdD-8
Pagina: Vraag:
Op welke manier helpt de gemeente jongeren en ouderen aan elkaar te koppelen om eenzaamheid tegen te gaan en problemen op de woningmarkt te tackelen?
Antwoord:
De gemeente biedt ruimte voor, en financiële ondersteuning aan, initiatieven waarin jongeren en ouderen aan elkaar worden gekoppeld. Voorbeelden hiervan zijn ‘Kamers met Aandacht' en ‘Hospi Housing’. Daarnaast houden we bij veel woningbouwprojecten nadrukkelijk rekening met het inpassen van gedeelde ruimten en het stimuleren van ontmoetingen in de buitenruimte.
Portefeuillehouder
Paul Smeulders
72
Fractie:
PvdD-9
Pagina: Vraag:
Zorg algemeen: Krijgen ervaringsdeskundigen een vergoeding als zij gevraagd worden om bijvoorbeeld input te geven voor beleidsontwikkelingen?
Antwoord:
Ervaringsdeskundigen zijn vaak in dienst bij een zorgorganisatie. Afspraken over betalingen lopen via de zorgorganisatie. In de meeste gevallen krijgen zij een vrijwilligersvergoeding. Wanneer het gaat om een zorgprofessional met ervaringsdeskundigheid dan krijgt diegene volwaardig loon. Gekeken naar beleidsontwikkelingen zetten wij Jongerennetwerk in (vanuit Zorgbelang). Zij zijn een gesubsidieerde partij en de ervaringsdeskundigen krijgen een vrijwilligersvergoeding.
Portefeuillehouder
Eva van Esch/ Bob Roelofs
Fractie:
PvdD-10
Pagina: Vraag:
Vraag richting afdeling toezicht kwaliteit en rechtmatigheid jeugd en WMO: Op wat voor gronden hebben jullie afgelopen jaren zorgverleners op de vingers getikt wat zijn de gevolgen van deze zorgverleners. Zien jullie gevallen waarin belastinggeld slecht wordt ingezet dat niet voldoet aan ons beleid dat verspild is. Dingen opgevallen voor beleidsverbeteringen.
Antwoord:
Toezichthouders zien in de praktijk dat er heel veel goed gaat in het Arnhemse zorglandschap. Zij zien echter ook dat door fouten van en/of misbruik door zorgaanbieders gemeenschapsgeld niet rechtmatig wordt gebruikt, waardoor kwetsbare inwoners noodzakelijke zorg wordt onthouden. In hun werk in Arnhem zien de toezichthouders Wmo en Jeugdwet in het kader van rechtmatigheid als de meest voorkomende fraudevormen dat: • duurdere zorg wordt gedeclareerd dan geleverd is; • meer uren worden gedeclareerd dan geleverd zijn; • zorg wordt gedeclareerd voor cliënten aan wie geen zorg is geleverd; • aanbieders een ondeugdelijke of foutieve administratie voeren. Arnhem probeert zicht en grip te krijgen (op risico) op onrechtmatigheid of onvoldoende kwaliteit van ondersteuning door verschillende instrumenten te combineren. Bij die instrumenten gaat het om locatiebezoeken van aanbieders, het analyseren van jaarrekeningen, inclusief het in kaart brengen van risicofactoren op onrechtmatigheid, de inkoopprocedure en meldingen en signalen van inwoners, ketenpartners en de interne organisatie. Door deze instrumenten te combineren weegt de gemeente Arnhem op een gedegen manier af naar welke aanbieders onderzoek gedaan wordt. Om zo de beschikbare capaciteit optimaal te benutten.
In de raadsbrief van 30 januari 2024 is de raad geïnformeerd over de voortgang van het toezicht op zorgaanbieders Wmo en Jeugdwet. 73
https://arnhem.bestuurlijkeinformatie.nl/ Toezicht is zacht waar het kan en hard waar het moet. Toezichthouders hanteren daarbij een zakelijke houding op basis van geconstateerde feiten. Zij grijpen in als de situatie dat vereist. Daarmee beogen wij dat kwetsbare inwoners de zorg krijgen die zij nodig hebben. En dat zorgaanbieders die niet voldoen aan de gestelde eisen het onrechtmatig gedeclareerde geld terugbetalen. De bevindingen van de toezichthouders worden actief openbaargemaakt en zijn te vinden op rechtmatigheidsonderzoeken | Open woo (arnhem.nl). Toezichthouders Wmo en Jeugdwet nemen deel aan een Arnhemse werkgroep ‘criminelen in de zorg’. Wij zien namelijk dat er bij de gemeente Arnhem op verschillende plekken signalen binnenkomen dat er mensen in de zorg actief zijn die daar niet thuishoren. Dit kan binnen de Wmo en Jeugdwet zijn, waarbij de gemeente verantwoordelijk is. Maar we zien dit ook terug op de andere zorgdomeinen, waarbij de gemeente geen verantwoordelijkheid heeft. Wel zijn de slachtoffers hetzelfde, namelijk kwetsbare Arnhemmers die zorg nodig hebben en het op deze manier niet krijgen. In deze werkgroep wordt gekeken naar hoe we, waar mogelijk, beleid kunnen aanpassen zodat zorg op de juiste manier wordt ingezet. Daarom wordt binnen de werkgroep gewerkt aan een analyse van aard en omvang van het probleem in Arnhem.
Tegelijkertijd gaan we verder met het doorontwikkelen van onderzoeken rechtmatigheid Wmo- en Jeugdzorg, zodat we de pleegkans verlagen en de pakkans verhogen. We gaan meer samen optrekken met de verantwoordelijken binnen de Wet langdurige zorg (Wlz) en de forensische zorg. We gaan daarbij zoveel mogelijk ondersteuning aan deze partners bieden om ook binnen die zorgdomeinen criminaliteit tegen te gaan. En om samen een signaal te kunnen afgeven richting de landelijke overheid om aan te dringen op een gezamenlijke aanpak van zorgfraude. Portefeuillehouder
Eva van Esch
74
VVD Fractie:
VVD-1 (mondeling gesteld op 14/05)
Pagina: Vraag:
Vraag: Sofa: waar is vastgelegd dat het bedrag gelijk blijft en niet het percentage? Klopt het dat het percentage niet hetzelfde blijft en dat eigenlijk het bedrag dus te laag is?
Antwoord:
Alle niet-woningen in de gemeente Arnhem leveren een bijdrage aan het Ondernemersfonds. Het Ondernemersfonds heeft een (vastgesteld) budget van € 890.000 per jaar, dat wordt opgebouwd via een opslag op de reguliere OZB niet-woningen van gemiddeld 3,2%. Naar aanleiding van de evaluatie in 2014 heeft de gemeenteraad het bestuur van het Ondernemersfonds de mogelijkheid gegeven om jaarlijks met een onderbouwd verzoek te vragen om de opslag te verhogen tot maximaal 5%. In 2015 heeft de raad besloten het budget voor de resterende raadsperiode tot en met 2018 vast te stellen op € 890.000 (wat op dit moment een percentage van 2,8% is). Er is niet eerder een onderbouwd verzoek gedaan door het Ondernemersfonds. Uit de laatste evaluatie van 2024 is gebleken dat het Ondernemersfonds in verhouding tot de benchmark relatief een laag bedrag ontvangt uit de OZB opslag. Indien de stijgende lijn van het aantal aanvragen zich voortzet is op termijn het bedrag niet meer voldoende. Ook de subsidiepartners als STAB, PBA en CMA hebben aangegeven niet meer dezelfde activiteiten te kunnen doen voor dit bedrag. We zijn daarom in gesprek met het Ondernemersfonds om gezamenlijk te kijken naar een onderbouwd advies voor een verhoging.
Portefeuillehouder
Nermina Kundic
Fractie:
VVD-2 (mondeling gesteld op 14/05)
Pagina:
p.6
Vraag:
•
• Antwoord:
Bij de begroting van 2022 is een motie aangenomen over de ontwikkeling van het bijstandsvolume waarbij aangeven wordt dat we het minimaal 10% beter willen doen dan de G16 gemeenten. Deze motie is afgedaan maar we zijn benieuwd naar de huidige stand van zaken. Wat is de bijstandsdichtheid Arnhem ten opzichte van andere gemeenten?
Hieronder zie je de gegevens uit de benchmark met de 16 grote gemeenten waar Arnhem sinds 2019 aan deelneemt. In oktober 2022 (begin collegeperiode) deden we het 3% beter dan de landelijke lijn (sinds 2019 staan overige gemeenten uit de benchmark op -8,1% en Arnhem op -11,1%). Aan de opdracht om het 10% beter, dus 3,3% beter te gaan doen vergeleken met de G16 in deze collegeperiode voldoen we nog steeds. (overige gemeenten uit de benchmark sinds 2019 -6,5% en Arnhem sinds 2019 -10,3%, verschil is 3,8%)
75
De bijstandsdichtheid van Arnhem is uitgedrukt in aandeel huishoudens met bijstand afgezet tegen het totaal aantal huishoudens 8,3%. Bij gemeenten met een grootteklasse van 100.000-300.000 inwoners ligt dit percentage op 5,4% (bron: waarstaatjegemeente). Portefeuillehouder
Marjan van Munster
Fractie:
VVD-3 (mondeling gesteld op 14/05)
Pagina: Vraag:
Geldt het schrappen van investeringen van woningbouw door de huurbevriezing ook voor woningcorporaties in Arnhem?
Antwoord:
Ja, de woningcorporaties hebben u hierover een brief gestuurd. De beantwoording van artikel-44 vrragen over dit onderwerp kunt u vandaag (20-5) verwachten
Portefeuillehouder
Paul Smeulders
Fractie:
VVD-4
Pagina: Vraag:
Waarom wordt een deel van de risico’s in het grondbedrijf gedekt vanuit de algemene reserve in plaats van de daarvoor ingerichte bestemmingsreserves?
Antwoord:
In paragraaf 3.6. van de nota grondbeleid staat: “Als de omvang van het weerstandsvermogen van het grondbedrijf (bestaand uit de reserve grondexploitatie, de reserve strategische posities en de reserve voorstudies) groter is dan 110% van het risicoprofiel wordt het meerdere vanuit de reserve Grondexploitatie overgeheveld naar het Stadsontwikkelfonds. In geval het weerstandsvermogen lager dan 100% is, zal de Algemene Reserve voor dat verschil tot 100% ook moeten dienen als weerstandsvermogen voor het grondbedrijf.”
Portefeuillehouder
Paul Smeulders
76
Fractie:
VVD-5
Pagina: Vraag:
Hebben we een beeld van de capaciteitstekorten (uitgedrukt in FTE's) binnen de verschillende programma's (en in relatie tot de ambities)? Deze ontvangen we graag. Als we dit niet in beeld hebben, waarom niet?
Antwoord:
Het inzetten van de schaars beschikbare capaciteit op de grote opgaven en de altijd wisselende actualiteiten is de taak van het management. Binnen alle programma’s werken we daarbij in principe binnen de beschikbaar gestelde capaciteitsmiddelen. Soms leidt dat tot vertraging in andere dossiers. Met name door de groeiende stad zijn de ambities van de gemeente de afgelopen jaren in structurele zin gestegen. Om de stad in de komende jaren met bijna 20% te laten groeien is op termijn een navenante groei van de ambtelijke organisatie nodig. Op dit moment vraagt het vooral veel inzet om de gebiedsontwikkeling tot stand te brengen. Komende jaren zal die inzet naar verwachting nog substantieel toenemen, al zullen daarvoor ook extra middelen beschikbaar komen, vanuit de investeringsprojecten en bijvoorbeeld de groeiende uitkering gemeentefonds. Op dit moment is er dus niet zozeer sprake van een capaciteitstekort als wel van een toenemende noodzaak om te prioriteren en een opgave om de benodigde structurele groei van de organisatie te managen.