CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Plan van aanpak uitbreiding woonwagenlocatie, juni 2020

Politieke Avond 26 januari 2022, gemeente ArnhemBij agendapunt: 20.30 uur - 22.00 uur: Agenderingsverzoek "Plan van aanpak uitbreiding woonwagenlocaties"16.626 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Op basis hiervan zal nader overleg tussen gemeente en corporaties over de financiële uitgangspunten moeten plaatsvinden, waaronder verdeling van kosten en de grondprijs. Dit betekent dat de gemeente een afweging en besluit moet nemen over een aanpassing in de sociale grondprijs voor specifiek woonwagenplaatsen en mogelijk het inbrengen van gronden om niet via een nader te bepalen constructie. De corporaties dienen een standpunt in te nemen over het accepteren van een onrendabele top en IRR in het verhuren van nieuwe huurwagens. Voor wat betreft financiële besluitvorming dient per uitbreidingslocatie een grondexploitatie c.q. investeringsbudget opgesteld te worden. De dekking daarvoor dient integraal afgewogen te worden via de

| 19

Plan van aanpak uitbreiding woonwagenlocaties | Gemeente Arnhem | Definitief | Juni 2020

reguliere procedure van perspectiefnota en programmabegroting. Hierbij kan worden voorgesteld om te laten besluiten over een integraal totaalbudget voor uitbreiding woonwagenlocaties met financiële middelen voor locatie(s) op korte termijn. Hiermee wordt voorkomen dat bij het vaststellen van een nieuwe grondexploitatie c.q. investeringsbudget per locatie er gezocht moet worden naar dekking. Dit werkt praktisch en geeft helderheid over het beschikbaar stellen van geld voor de locaties die kansrijk zijn op korte termijn. Daarnaast biedt het flexibiliteit om middelen in te zetten voor locatie(s) die bij nadere uitwerking meer of minder kansrijk zijn op de korte termijn. Van de woonwagenlocatie Bethaniënstraat zijn financiële consequenties voor uitbreiding (die onlosmakelijk zijn verbonden met de unieke situatie van het verwijderen van de illegale, verontreinigde grondwal) apart inzichtelijk gemaakt. De raad heeft op 27 mei 2020 ingestemd met het voorstel voor uitbreiding met 3 tot 6 extra standplaatsen en daarvoor de financiële middelen beschikbaar gesteld. Ten aanzien van financiële bijdragen door derden verdient het aanbeveling om een lobbytraject op te zetten richting het ministerie van Binnenlandse Zaken om te bezien of (bijvoorbeeld in een pilot) het plan van aanpak voor uitbreiding van woonwagenlocaties in Arnhem kan worden geïntegreerd in de uitwerking van de Woondeal.

| 20

Plan van aanpak uitbreiding woonwagenlocaties | Gemeente Arnhem | Definitief | Juni 2020

7 Risico’s Het uitbreiden met extra standplaatsen in uit te werken projecten en verdere verkenningen naar (middel)lange termijn kent risico’s. Deze liggen vooral op de volgende aspecten: 

Het vertrouwen en verwachtingen van woonwagenbewoners in de voortgang en resultaten. Het woonbehoefteonderzoek heeft geleid tot verwachtingen die niet realiseerbaar zijn. Het is daarom belangrijk om duidelijk over reële resultaten te zijn en om het gesprek mét de woonwagenbewoners te voeren. hebben en niet over hen. De vertegenwoordigende rol van de Huurdersvereniging is daarbij belangrijk in de communicatie naar de achterban. De uitvoerbaarheid van een nieuw toewijzingsbeleid op basis van familieverbanden. Het voorgestelde toewijzingsbeleid is gericht op de specifieke familiecultuur van woonwagenbewoners. Een uitwerking in concrete regels, die eerlijk en toekomstbestendig zijn, moet nog juridisch en organisatorisch vormgegeven worden. Het is van belang dat deze uitwerking én praktisch en juridisch uitvoerbaar blijft én op draagvlak bij alle woonwagenbewoners kan blijven rekenen. Een uitbreiding op een locatie zal niet slagen als er onenigheid ontstaat over voor wie de nieuwe plekken zijn. Voor de gemeente Arnhem en de corporaties is het van belang dat deze concrete toewijzingsregels voldoende waarborgen bieden dat ongewenste effecten tussen gemeenten in de regio zo veel als mogelijk voorkomen moeten worden. Dit moet een vast onderdeel worden van de subregionale overleggen over woonbeleid die tussen directe omliggende gemeenten worden gevoerd.

Het is nog niet zeker of de financiële consequenties voor gemeente en corporaties geaccepteerd en gedekt gaan worden. Kostenoverschrijdingen bij nadere uitwerking van plannen en/of ontbreken van draagvlak en/of nieuwe, aanvullende eisen of wensen. Risico’s in planologische procedures bij uitbreidingen.

| 21

Plan van aanpak uitbreiding woonwagenlocaties | Gemeente Arnhem | Definitief | Juni 2020

 

8 Het vervolg

8.1 Voorstel Voor het realiseren van extra standplaatsen is het noodzakelijk dat het financiële tekort in de business case gedekt wordt. Dit betekent dat gemeente en corporaties haalbare en gedragen afspraken moeten gaan maken over verdeling van kosten om uitbreiding van woonwagenlocaties mogelijk te kunnen maken. Naast het financiële tekort op het realiseren van extra standplaatsen, is er ook budget nodig voor afstemming met corporaties en begeleiden van de doelgroep (waaronder overleg met de Huurdersvereniging). Deze plankosten zijn overkoepelend en behoren niet tot de afzonderlijke grondexploitaties c.q. investeringsbudgetten van mogelijke uitbreidingslocaties. Uitgaande van het bereiken van een haalbare kostenverdeling met de corporaties en financiële dekking, is er viertal kansrijke locaties voor uitbreiding op korte termijn. Gelet op het opdoen van ervaring en een beheersbare scope, wordt echter aanbevolen om niet alle kansrijke locaties gelijktijdig uit te werken en op te pakken, maar te beginnen met 1 of 2 pilotlocatie(s). Deze opgave moet in de prestatieafspraken worden opgenomen, naast procesafspraken over verkenningen naar de (financiële) (on)mogelijkheden van uitbreidingen op (middel)lange termijn. In het plan van aanpak zijn hoofdlijnen verkend voor het vormgeven van toewijzingsbeleid met als uitgangspunt het kunnen samenwonen in familieverband.

In een vervolgfase moet dit nader uitgewerkt worden in eenduidige, eerlijke en uitvoerbare regels. De regels moeten familiebanden respecteren, maar tevens passen bij de situatie ter plekke zoals of er al wel of geen huurwagen staat en inkomensdoelgroep. De organisatie en het beheer van het toewijzingsbeleid (zoals inschrijven, registreren en voordragen) moet dan tevens vorm worden gegeven. Daarbij kan gedacht worden aan het laten inschrijven en registreren bij een ondersteunende partij of samenwerkingsverband (bijvoorbeeld Entree). Door het nader uitwerken en bepalen van een toewijsregeling wordt invulling gegeven aan de Huisvestingsverordening en is een aanvulling op de verordening niet nodig. De hoofdlijnen uit het plan van aanpak worden onderdeel van het gemeentelijk woonwagenbeleid en opgenomen in de Woonvisie.

8.2 Aanbevelingen Voor de verdere uitwerking worden de volgende aanbevelingen meegegeven: 

| 22

Inzetten op 1 of 2 pilotproject(en) om praktische kennis en ervaring op te doen met uitbreiding, inzicht te krijgen in daadwerkelijke kosten en gelet op risicobeheersing. Deze ervaringen kunnen worden gebruikt voor mogelijke toekomstige uitbreidingen. In de organisatorische aansturing uit te gaan van een programmateam dat afspraken met corporaties en de Huurdersvereniging verder uitwerkt en bewaakt. Per uitbreidingslocatie een projectteam in te richten, waarbij voor de daadwerkelijke werkzaamheden tevens een hierin gespecialiseerd bureau kan worden ingeschakeld. Het maken van procesafspraken met corporaties over verkenningen naar de (financiële) (on)mogelijkheden van uitbreidingen op de middellange en lange termijn.

Plan van aanpak uitbreiding woonwagenlocaties | Gemeente Arnhem | Definitief | Juni 2020

Colofon Opdrachtgever

Gemeente Arnhem

Opgesteld door

Afdeling Project- en Interimmanagement Dhr. J. van de Kamp

In samenwerking met

Beleidsafdelingen gemeente Arnhem Vivare Volkshuisvesting Arnhem Portaal Huurdersvereniging Woonwagenbewoners Arnhem

Status

Definitief, versie 1.0

Datum

15 juni 2020

| 23

Plan van aanpak uitbreiding woonwagenlocaties | Gemeente Arnhem | Definitief | Juni 2020

Bijlagen A. Overzicht woonwagenlocaties B. Mogelijke uitbreidingen woonwagenlocaties C. Inspectierapport brandveiligheid, VGGM, d.d. 5-9-2019 D. Quick scan geluidseffecten en -maatregelen, DGMR, d.d. 18-2-2020

| 24

Plan van aanpak uitbreiding woonwagenlocaties | Gemeente Arnhem | Definitief | Juni 2020

Bijlage A

Overzicht woonwagenlocaties

Locaties in eigendom van corporaties.

| 25

Plan van aanpak uitbreiding woonwagenlocaties | Gemeente Arnhem | Definitief | Juni 2020

Joris van der Haagenlaan

Merwedestraat

Klingelbeekseweg

Bethaniënstraat

Gelderse Rooslaan

Dordrechtweg Immerlooplein

Ir. Molsweg

Huissensedijk Frieslandsingel

Groningensingel

Meliskerksestraat

De Pas

Erasmussingel

Eusebiusbuitensingel 53

www.arnhem.nl

Postbus 9200

gemeente@arnhem.nl

6800 HA ARNHEM

0900 - 1809

Project:

Plan van aanpak uitbreiding woonwagenlocaties Onderdeel:

Overzicht bestaande locaties

Cluster:

Openbare Ruimte Formaat:

594x841mm

Afdeling:

Ontwerp Schaal:

1 :15000

Getekend:

Goedgekeurd:

SaalBe

KampJe

Documentcode:

2018-SI-00313.dgn

Datum uitgifte:

15.04.2020 Tekeningnummer:

215

Blad:

14

Status:

CO Aantal:

14

Bijlage B

| 26

Mogelijke uitbreidingen woonwagenlocaties

Plan van aanpak uitbreiding woonwagenlocaties | Gemeente Arnhem | Definitief | Juni 2020

Locatie Frieslandsingel

Ruimtelijke/planologische beoordeling: o Vanuit oogpunt van stedenbouw en landschap is een uitbreiding/verdubbeling van een rij woonwagens denkbaar. Aandachtspunten zijn een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing die aansluit bij de omgeving en parkeren. o Locatie kent bestemming Groen, met dubbelbestemming ‘Waarde – Landschap 1’. Groenvisie en groencompensatieregels zijn van toepassing. o Aandachtspunt is watercompensatie voor toename verhard oppervlak. o Vanuit omgevings- en milieukwaliteit zijn geen belemmeringen voorzien.

| 27

Portaal

Behoefte uit inventarisatieonderzoek: o 5 extra standplaatsen, waarvan 1 bewoner wil verhuizen vanaf locatie Huissensedijk. o Waarvan 5 huurwagens. Mogelijke uitbreidingsruimte: o Mogelijke ruimte voor 5 extra standplaatsen (aanduiding A).

Conclusie en voorstel: o Kansrijke locatie voor korte termijn, met inachtneming van ruimtelijke beoordeling. o Uitbreiding met 4 tot 5 standplaatsen en huurwagens, afhankelijk van o.a. concrete verhuiswens van bewoner vanaf Huissensedijk.

Plan van aanpak uitbreiding woonwagenlocaties | Gemeente Arnhem | Definitief | Juni 2020

Locatie Huissensedijk

Ruimtelijke/planologische beoordeling: o De locatie is fysiek ‘ingeklemd’ in de omgeving. Ruimtelijk en landschappelijk zijn er geen uitbreidingsmogelijkheden.

Portaal

Behoefte uit inventarisatieonderzoek: o 2 extra standplaatsen, waarvan 1 geïnteresseerde thans wonend is. o Waarvan 2 huurwagens. Mogelijke uitbreidingsruimte: o Geen.

Conclusie en voorstel: o Geen uitbreiding.

| 28

Plan van aanpak uitbreiding woonwagenlocaties | Gemeente Arnhem | Definitief | Juni 2020

Locatie De Pas

Ruimtelijke/planologische beoordeling: o Uitbreidingsmogelijkheden zijn ruimtelijk en landschappelijk beperkt, mede gelet op huidig gebruik. o De onderzochte locaties kennen bestemming Groen, met dubbelbestemming ‘Waarde – Landschap 1’. Groenvisie en groencompensatieregels zijn van toepassing. o Aandachtspunt is watercompensatie voor toename verhard oppervlak en parkeren. o Vanuit omgevings- en milieukwaliteit is geluid een belemmering. Geluid wegverkeer is hoger dan de streefwaarde, maar lager dan de grenswaarde. Hiervoor is een procedure nodig gelet op ineffectiviteit van maatregelen. Voor sportvelden is een motivering noodzakelijk en een schermmaatregel te overwegen.

| 29

Vivare

Behoefte uit inventarisatieonderzoek: o 4 extra standplaatsen, waarvan 1 geïnteresseerde thans wonend is. o Waarvan 3 huurwagens. o Waarvan 1 geïnteresseerde (die ook wonend is) een eigen wagen op eigen grond wil. Mogelijke uitbreidingsruimte: o Geen.

Conclusie en voorstel: o Geen uitbreiding.

Plan van aanpak uitbreiding woonwagenlocaties | Gemeente Arnhem | Definitief | Juni 2020

Locatie Dordrechtweg

Ruimtelijke/planologische beoordeling: o Vanuit oogpunt van stedenbouw en landschap slechts beperkte uitbreidingsmogelijkheden gelet op (recreatieve) groene dooradering van de wijk, ontbreken van ruimtelijke eenheid voor het kamp en noodzaak van eigen ontsluiting. Belang is behoud groene buffer. o De onderzochte locaties kennen bestemming Groen. Groenvisie en groencompensatieregels zijn van toepassing. o Aandachtspunt is watercompensatie voor toename verhard oppervlak en parkeren. o Vanuit omgevings- en milieukwaliteit is geluid een belemmering. Het railverkeersgeluid ligt boven de voorkeurswaarde, maar onder de grenswaarde. Maatregelen voor het spoor zijn niet doeltreffend. Een hogere waarde is nodig.

| 30

Vivare

Behoefte uit inventarisatieonderzoek: o 6 extra standplaatsen, waarvan 3 geïnteresseerden thans wonend zijn. o Waarvan 6 huurwagens. Mogelijke uitbreidingsruimte: o Wens Huurdersvereniging is reconstructie en verruiming van huidige locatie i.v.m. leefbaarheid en bereikbaarheid. Een uitbreiding op bestaande locatie is niet gewenst. Conclusie en voorstel: o Geen uitbreiding op bestaande locatie. o Onderzoek naar mogelijkheden en financiering voor reconstructie op lange termijn. Of dan extra standplaatsen mogelijk zijn, is onzeker.

Plan van aanpak uitbreiding woonwagenlocaties | Gemeente Arnhem | Definitief | Juni 2020

Locatie Erasmussingel

Ruimtelijke/planologische beoordeling: o Ruimtelijk lijkt uitbreiding goed mogelijk en landschappelijk goed in te passen. Belangrijk aandachtspunt is of met een uitbreiding het kamp niet te groot wordt gelet op leefbaarheid en beheersbaarheid. o De onderzochte locaties kennen bestemming Groen. Groenvisie en groencompensatieregels zijn van toepassing. o Aandachtspunt is watercompensatie voor toename verhard oppervlak en parkeren. o De geluidbelasting van wegverkeer is hoger dan de voorkeurswaarde, maar lager dan de grenswaarde. Een geluidscherm aan voorzijde is niet realistisch. Snelheidsverlaging op Erasmussingel is noodzakelijk, anders een procedure hogere waarde.

| 31

Vivare

Behoefte uit inventarisatieonderzoek: o 12 extra standplaatsen, waarvan 6 geïnteresseerden thans wonend zijn. o Waarvan 8 huurwagens. o Waarvan 4 eigen wagens op eigen grond. Mogelijke uitbreidingsruimte: o Mogelijke ruimte voor 11 extra standplaatsen. o Signaal vanuit Huurdersvereniging is verdeelde meningen vanaf het kamp over wel/niet benutten van groenstrook voor extra plaatsen in relatie tot huidige uitzicht en spelen. Conclusie en voorstel: o Huurdersvereniging gaat in overleg met bewoners. o Onderzoek naar mogelijkheden en wensen voor middellange termijn.

Plan van aanpak uitbreiding woonwagenlocaties | Gemeente Arnhem | Definitief | Juni 2020

Locatie Groningensingel

Ruimtelijke/planologische beoordeling: o Fysiek lijkt uitbreiding goed mogelijk. De locatie is echter onderdeel van moeraszone en vanuit landschappelijk en ecologisch optiek niet voor de hand liggend. Verbreding van scope is de verkenning naar Lorentz locatie en strook langs kanaal. Dit biedt mogelijke kansen voor alternatieve inpassing en/of compensatie moeraszone en uitbreiding van standplaatsen. o De westelijke locaties kennen bestemming Natuur. Groenvisie en groencompensatieregels zijn van toepassing. o Aandachtspunt is watercompensatie voor toename verhard oppervlak en parkeren. o Aan westzijde geenmilieu-belemmeringen. Voor oostzijde zijn geluidsmaatregelen nodig.

| 32

Vivare

Behoefte uit inventarisatieonderzoek: o 9 extra standplaatsen, waarvan 1 geïnteresseerde wonend is, 2 geïnteresseerden liever naar eigen familiekamp gaan. o Waarvan 3 huurwagens. o Waarvan 6 eigen wagens op eigen grond. Mogelijke uitbreidingsruimte: o Mogelijke ruimte voor 8 extra standplaatsen (aanduidingen A en B).

Conclusie en voorstel: o Onderzoek naar mogelijkheden en wensen voor middellange termijn, afhankelijk van verkenning Lorentz locatie en concrete behoefte naar huur- en eigen wagens.

Plan van aanpak uitbreiding woonwagenlocaties | Gemeente Arnhem | Definitief | Juni 2020

Locatie Joris van der Haagenlaan

Ruimtelijke/planologische beoordeling: o Uitbreiding aan oostzijde en zuidzijde lijkt weinig ruimte te laten voor een goede landschappelijke inpassing gelet op cultuurhistorische waardevolle Schelmseweg en aanliggend landschap. o De locaties kennen bestemming Groen. Groenvisie en groencompensatieregels zijn van toepassing. o Aandachtspunt is parkeren op eigen terrein. o Vanuit omgevings- en milieukwaliteit zijn de hoogspanningslijnen een belemmering. Een uitbreiding (i.c. nieuwe woonbestemming) is niet mogelijk in verband met ligging binnen de specifieke zone van de hoogspanningsverbinding.

| 33

Vivare

Behoefte uit inventarisatieonderzoek: o Geen behoefte.

Mogelijke uitbreidingsruimte: o Geen gelet op belemmering hoogspanningslijn.

Conclusie en voorstel: o Geen uitbreiding.

Plan van aanpak uitbreiding woonwagenlocaties | Gemeente Arnhem | Definitief | Juni 2020

Locatie Merwedestraat

Ruimtelijke/planologische beoordeling: o Noordzijde (D) is niet logisch en ongewenst gelet op eerdere verplaatsing en realisatie ecozone en speelveld. Aan zuidzijde is uitbreiding minder wenselijk gelet op parkeergebruik en ontbreken van ruimtelijke eenheid en sociale cohesie met bestaande kamp. Dit geldt ook voor uitbreiding westzijde (A), waarbij een doorsnijding middels een weg ongewenst is. o De locaties kennen bestemming Groen. Groenvisie en groencompensatieregels zijn van toepassing. o Aandachtspunt is watercompensatie voor toename verhard oppervlak en parkeren. o Geluid railverkeer vereist een procedure hogere waarde. Voor geluid wegverkeer is schermmaatregel of snelheidsverlaging nodig.

| 34

Vivare

Behoefte uit inventarisatieonderzoek: o 16 extra standplaatsen, waarvan 11 geïnteresseerden wonend zijn. o Waarvan 16 huurwagens. Mogelijke uitbreidingsruimte: o Mogelijke ruimte voor 5 of 6 extra standplaatsen aan zuidzijde ten koste van openbare parkeerplaats (C en B). o Extra plaatsen afhankelijk van integrale herontwikkeling Merwedeterrein. Conclusie en voorstel: o Onderzoek naar mogelijke uitbreiding richting zuidzijde op middellange termijn, afhankelijk van visie Merwedeterrein, gebruik parkeerterrein en concrete verhuiswens. o Mogelijke uitbreiding en verbeteren leefbaarheid te onderzoeken op lange termijn, afhankelijk van visie op Merwedeterrein en financiering. o Geen uitbreiding aan spoorzijde (D).

Plan van aanpak uitbreiding woonwagenlocaties | Gemeente Arnhem | Definitief | Juni 2020

Locatie ir. Molsweg

Ruimtelijke/planologische beoordeling: o Uitbreiding richting (c.q. tot op) de Huissensestraat is ongewenst vanwege behoud van ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van groene randen van de Huissensestraat. o De locaties kennen bestemming Groen. Groenvisie en groencompensatieregels zijn van toepassing. o Aandachtspunt is watercompensatie voor toename verhard oppervlak en parkeren. Uitgangspunt is geen uitweg aan de Huissensestraat. Interne ontsluiting via kamp is complex gelet op bestaande inrichting. o De geluidbelasting van wegverkeer is hoger dan de grenswaarde. Maatregelen als een scherm, stil asfalt of snelheidsverlaging zijn niet effectief.

| 35

Volkshuisvesting

Behoefte uit inventarisatieonderzoek: o 4 extra standplaatsen, waarvan 2 geïnteresseerden wonend zijn. o Waarvan 4 huurwagens. Mogelijke uitbreidingsruimte: o Geen gelet op geluidsbelemmering wegverkeer.

Conclusie en voorstel: o Geen uitbreiding.

Plan van aanpak uitbreiding woonwagenlocaties | Gemeente Arnhem | Definitief | Juni 2020

Locatie Immerlooplein

Ruimtelijke/planologische beoordeling: o Ruimtelijke is de locatie niet logisch, omdat een nieuwe standplaats door zijn situering geen onderdeel uitmaakt van het bestaande kamp waardoor de herkenbare eenheid teniet wordt gedaan. Op de locatie is een herdenkingsmonument aanwezig. o Locatie kent bestemming Groen, met dubbelbestemming ‘Waarde – Landschap 1’. Groenvisie en groencompensatieregels zijn van toepassing. o Aandachtspunt is watercompensatie voor toename verhard oppervlak. Locatie ligt mogelijk in toekomstig tracé stadswarmte. o Aandacht voor (compenseren) parkeren. o Vanuit omgevings- en milieukwaliteit zijn geen belemmeringen voorzien.

| 36

Volkshuisvesting

Behoefte uit inventarisatieonderzoek: o 4 extra standplaatsen, waarvan 3 geïnteresseerden wonend zijn. o Waarvan 2 huurwagens. o Waarvan 1 eigen wagen op eigen grond. o Waarvan 1 eigen wagen op te huren grond. Mogelijke uitbreidingsruimte: o In theorie 1 tot 2 extra plaatsen, echter is op onderzochte uitbreidingsruimte een monument aanwezig. Huurdersvereniging erkend behoud van monument. Conclusie en voorstel: o Geen uitbreiding.

Plan van aanpak uitbreiding woonwagenlocaties | Gemeente Arnhem | Definitief | Juni 2020

Locatie Gelderse Rooslaan

Ruimtelijke/planologische beoordeling: o Locatie is ruimtelijk en landschappelijk in te passen. Aandachtspunt is zorgen voor nieuwe ruimtelijke eenheid van extra plaatsen ten opzichte van het kamp. Vanuit de wijk was er een initiatief voor een pluk- en moestuin, dit is tevens in afweging met de waterberging. o Locatie kent bestemming Groen. Groenvisie en groencompensatieregels zijn van toepassing. o Gebied is aangewezen als noodzakelijke waterberging voor Malburgen-West. Het zoekgebied A is aangepast en begrensd op de waterberging incl. een onderhoudsstrook van 5m. o Extra uitweg op Gelderse Rooslaan is ongewenst. Dit is aandachtspunt in relatie tot opties voor interne ontsluiting en mogelijke verplaatsing van woonwagens. o Geluid van wegverkeer is hoger dan de voorkeurswaarde, maar lager dan de grenswaarde. Niet realistisch om aan Eldenseweg maatregelen te nemen. Maatregelen aan de Gelderse Rooslaan zijn niet effectief. Procedure hogere waarde nodig.

| 37

Volkshuisvesting

Behoefte uit inventarisatieonderzoek: o 4 extra standplaatsen, waarvan 1 geïnteresseerde wonend is. o Waarvan 4 huurwagens. Mogelijke uitbreidingsruimte: o Mogelijke ruimte voor in principe 4 extra standplaatsen, afhankelijk van exacte opgave en inpassing van waterberging. Conclusie en voorstel: o Kansrijke locatie voor korte termijn, met inachtneming van ruimtelijke beoordeling. o Uitbreiding met 4 standplaatsen en huurwagens, afhankelijk van o.a. concrete verhuiswens.

Plan van aanpak uitbreiding woonwagenlocaties | Gemeente Arnhem | Definitief | Juni 2020

Locatie Meliskerkestraat

Ruimtelijke/planologische beoordeling: o Locatie sluit direct aan op woonstraat en tegenover gelegen woningen. Nieuwe standplaats heeft geen ruimtelijke relatie meer met bestaande waardoor heldere ruimtelijke eenheid ontbreekt. Er is geen landschappelijke groene inpassing mogelijk. o Locatie kent bestemming Groen met dubbelbestemming ‘Waarde - Landschap 1’. Groenvisie en groencompensatieregels zijn van toepassing. o Aandachtspunt is watercompensatie voor toename verhard oppervlak en parkeren. Vanuit mobiliteit geschikt geacht. o Het noordelijke deel B voldoet aan de grenswaarde. Maatregelen kunnen de geluidsbelasting wel beperken, maar niet onder de voorkeurswaarde brengen. Eventueel procedure hogere waarde nodig.

| 38

Volkshuisvesting

Behoefte uit inventarisatieonderzoek: o 9 extra standplaatsen, waarvan 4 geïnteresseerden wonend zijn. o Waarvan 5 huurwagens. o Waarvan 4 eigen wagen op eigen grond. Mogelijke uitbreidingsruimte: o Mogelijke ruimte voor 1 extra standplaats (aanduiding B).

Conclusie en voorstel: o Kansrijke locatie voor korte termijn, met inachtneming van ruimtelijke beoordeling. o Uitbreiding met 1 standplaats en huurwagen.

Plan van aanpak uitbreiding woonwagenlocaties | Gemeente Arnhem | Definitief | Juni 2020

Locatie Klingelbeekseweg

Ruimtelijke/planologische beoordeling: o Vanuit landschappelijk en ruimtelijk oogpunt is een uitbreiding in het parkgebied ongewenst. Tevens is dit groencompensatie voor het bebouwen van Hoogstede. Op de noordoostelijke hoek van het parkgebied bevindt zich een bunker met geschutskoepel. o Locatie kent bestemming Groen met dubbelbestemming ‘Waarde - Landschap 1’. Groenvisie en groencompensatieregels zijn van toepassing. o In de bodem onder het aangrenzende parkgebied bevindt zich een restverontreinigingscontour die is voorzien van een afdeklaag (leeflaag).

| 39

Volkshuisvesting

Behoefte uit inventarisatieonderzoek: o Geen behoefte.

Mogelijke uitbreidingsruimte: o Geen.

Conclusie en voorstel: o Geen uitbreiding.

Plan van aanpak uitbreiding woonwagenlocaties | Gemeente Arnhem | Definitief | Juni 2020

Rapportage Schouw Bethaniënstraat 222 tm 238 Datum

:

05–09-2019

Aan

:

Henk Kamerbeek

Van

:

Abel Drent

Kopie aan

:

Inleiding: Vanuit het gemeente Arnhem is brandweer Gelderland-Midden gevraagd om een schouw brandveiligheid uit te voeren bij de woonwagens op de standplaatsen aan de Bethaniënstraat 222 tot en met 238 te Arnhem. De basis voor de schouw is de beoordeling van de brandveiligheid overeenkomstig het Bouwbesluit 2012 en daaraan gekoppeld het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is als bijlage 1 toegevoegd. Vanuit het bestemmingsplan zijn geen eisen met betrekking tot de brandveiligheid opgenomen, derhalve is de schouw uitgevoerd conform het Bouwbesluit. Beoordeling volgens het Bouwbesluit: Beantwoorden vraag: Voldoen de woonwagens op de woonwagenstandplaats aan de relevante eisen van het Bouwbesluit met betrekking tot de brandveiligheid? De relevante eisen van het Bouwbesluit zijn aangegeven in: Afdeling 2.2 Sterkte bij brand, hieraan wordt voldaan. Afdeling 2.9 Beperking van het ontwikkelen van brand en rook, hieraan wordt voldaan. Afdeling 2.10 Beperking van uitbreiding van brand, hier wordt nader op ingegaan. Afdeling 2.12 Vluchtroutes, hieraan wordt voldaan. Afdeling 6.5 Tijdig vaststellen van brand nieuwbouw en bestaande bouw, hier wordt nader op ingegaan. Toelichting: Afdeling 2.10 Beperking van uitbreiding van brand, is onderverdeeld in functionele eisen en prestatie eisen. Indien er wordt voldaan aan de prestatie eis voldoet men ook aan de functionele eis.

De prestatie eis wordt aangegeven in bijlage 2. In bijlage 3 is aangegeven dat alleen Bethaniënstraat 222, 222a en 222b geclusterd zijn met maximaal 4 woonwagens. De afstand is meer dan 5 meter van deze 3 geclusterde woonwagens en hierbij wordt voldaan aan alle prestatie eisen, inclusief een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) van minimaal 20 minuten (artikel 2.100 Bouwbesluit). De overige 8 woonwagens voldoen niet aan de prestatie eis. De afstanden tussen de woonwagens variëren van minimaal 1.5m (zie bijlage 4) tot 3,5 meter. De conclusie is dat hierbij niet wordt voldaan aan de prestatie eis. Toch kan men concluderen dat met de huidige onderliggende afstanden van de woonwagens op gelijkwaardige veilige manier (artikel 1.3 Bouwbesluit) wordt voldaan aan de functionele eis van het Bouwbesluit. De onderbouwing is aangegeven in bijlage 5.

Postbus 5364 6802 EJ Arnhem www.vggm.nl

Rapportage Schouw Bethaniënstraat 222 tm 238 Afdeling 6.5 Tijdig vaststellen van brand nieuwbouw en bestaande bouw, het aanbrengen van rookmelders, is niet te eisen maar het advies is wel om de rookmelders te plaatsen (artikel 6.21 Bouwbesluit). Conclusie: Er wordt niet voldaan aan de prestatie eisen van het Bouwbesluit. Dit vormt, op basis van gelijkwaardigheid, echter geen probleem in het kader van risico gerichte brandveiligheid omdat wel aan de functionele eis wordt voldaan. Aanbeveling: Bij de 3 bezochte woonwagens zijn rookmelders aanwezig (zie bijlage 6). Ondanks dat deze rookmelders verouderd zijn,(ouder dan 10 jaar) functioneren de rookmelders nog wel. Aanbeveling is, omdat een vroege detectie van rook en brand levensreddend is, bij alle 11 de woonwagenbewoners een rookmelder aan te bieden.

Postbus 5364 6802 EJ Arnhem www.vggm.nl

maximum bouwhoogte (m): 4 maximum aantal bouwlagen: 1

Artikel 12 Wonen - Woonwagenstandplaats 

12.1 Bestemmingsomschrijving

12.2 Bouwregels

12.3 Specifieke gebruiksregels

12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - Woonwagenstandplaats' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

het wonen in woonwagens, hieronder niet begrepen bewoning van woningen of woonschepen, met dien verstande dat maximaal 12 woonwagens mogen worden geplaatst.

en daaraan ondergeschikt voor:

b.

groen- en speelvoorzieningen;

c.

buurtwegen, woonstraten en andere voorzieningen ten behoeve van het verkeer;

d.

verblijfsgebieden.

12.2 Bouwregels a.

Op de in lid 1 van dit artikel bedoelde gronden, voorzover binnen het bouwvlak gelegen, mogen, met inachtneming van de aangegeven maximaal aantal bouwlagen en maximumbouwhoogten uitsluitend woonwagens, bijgebouwen en andere ondergeschikte binnen de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd.

b.

Op de in lid 1 van dit artikel bedoelde gronden, ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mogen bijgebouwen en andere binnen de bestemming passende bouwwerken met een maximum bouwhoogte van 3 meter en een maximale oppervlakte van 20 m2 worden gebouwd.

12.3 Specifieke gebruiksregels a.

Onder gebruik van de gronden en opstallen in strijd met de bestemming bedoeld in art 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening wordt in elk geval begrepen: 1. gebruik als beroeps- of bedrijfsmatige werk- of opslagruimte; 2. het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte.

b.

Het bepaalde in lid 12.3 onder a.1. is niet van toepassing op het gedeelte van een woning in gebruik ten behoeve van beroep aan huis door de bewoner, mits dit gedeelte niet meer bedraagt dan 1/3 van de vloeroppervlakte van de woning. Voorts mag door dit gebruik geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse, noch een onevenredige parkeerdruk ontstaan.

Artikel 2.83 lid 2 Bouwbesluit Het tweede lid geeft aan dat er ten hoogste 4 woonwagens met bijgebouwen (zie voor het begrip «nevenfunctie» artikel 1.1) bij elkaar mogen liggen binnen een brandcompartiment, op voorwaarde dat de totale gebruiksoppervlakte in dat brandcompartiment aan woonwagens en bijgebouwen niet groter is dan 500 m². De onderlinge afstand die hierbij tussen de woonwagens moet worden aangehouden is niet in dit besluit geregeld. De denkbeeldige afstand van 5 m in artikel 2.84, achtste lid, die in de praktijk soms als onderlinge afstand wordt aangehouden is daar niet voor bedoeld. De in dat artikel genoemde afstand is alleen een rekenwaarde. De daadwerkelijke afstand tussen de woonwagens volgt uit het bestemmingsplan. Dit (tweede) lid geeft het bevoegd gezag alleen de mogelijkheid om op te treden tegen een brandonveilige opstelling van woonwagens al dan niet als gevolg van een onjuiste afstand tussen de woonwagens onderling. Een clusteromvang van ten hoogste 4 woonwagens biedt voldoende brandveiligheid en laat ruimte om woonwensen in te willigen. Bij dit tweede lid zijn de aanbevelingen uit de handreiking Brandveiligheid van woonwagens en woonwagenlocaties, VROM-Inspectie, 15 maart 2009 verwerkt. In het tweede lid van artikel 2.83 is bij Stb. 2014, 51 de gebruiksoppervlakte binnen het brandcompartiment van ten hoogste 500 m2 verruimd naar ten hoogste 1.000 m2.

Hiermee is het mogelijk om voortaan grotere woonwagens dan 125 m2 te plaatsen binnen een brandcompartiment. Dit gewijzigde voorschrift past beter binnen de uitgangspunten van de hierboven genoemde Handreiking brandveiligheid van woonwagens en woonwagenlocaties, op basis waarvan de afgelopen jaren veel woonwagenlocaties opnieuw zijn ingericht.

MEMO Betreft

:

Memo brandveiligheid risicogerichte benadering woonwagenstandplaatsen

Inleiding Op 11 april 2018 is in een woonwagen in de woonwagenstandplaats aan de Ir. Molsweg in Arnhem brand uitgebroken. Dit is reden geweest om eens specifiek te kijken naar de regelgeving op het gebied van brandcompartimentering in relatie tot de situatie in de praktijk. Doel van deze memo is om te bekijken of er knelpunten zijn waar op gereageerd zou moeten worden. Daarom zijn alle woonwagenstandplaatsen in Gelderland Midden aan een schouw onderworpen, waarbij is vastgesteld dat een groot aantal standplaatsen op het gebied van het onderdeel “beperking uitbreiding van brand” niet voldoen aan de uitgangspunten van het Bouwbesluit 2012. Voor een juist begrip hiervan zullen we kort kijken naar wat het Bouwbesluit 2012 hierover stelt. Bouwbesluit Artikel 2.82 geeft geen specifieke eisen voor woonwagens, terwijl in artikel 2.83 lid 2 wordt gesteld dat in een brandcompartiment ten hoogste vier woonwagens zijn gelegen met een totaal gebruiksoppervlak van ten hoogste 1000 m2. Dit kan worden gerealiseerd door het aanbrengen van een bouwkundige weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (wbdbo) van 30 minuten, of door een onderlinge afstand aan te houden van minimaal 5 meter tussen de woonwagens (2.84 lid 10). In de toelichting Bouwbesluit 2012 wordt expliciet aangegeven dat deze wbdbo geldt voor een compartiment van vier woonwagens.

In afdeling 2.11 (Verdere beperking uitbreiding van brand) worden geen directe eisen gesteld die rechtstreeks betrekking hebben op woonwagens. De toelichting geeft hierom aan dat kan worden volstaan met de eisen vanuit artikel 2.82, 2.83 en 2.84. Conclusie is dat de brandcompartimentering per cluster van maximaal vier woonwagens de enige eis is die gesteld kan worden aan deze standplaatsen op het gebied van beperken van brand. Uit de toelichting Bouwbesluit 2012 blijkt verder dat de brandveiligheid van woonwagens en hun standplaatsen deels op een risicogerichte manier zijn benaderd. Hierbij is de handreiking “Brandveiligheid van woonwagens en woonwagenlocaties” van de VROM-Inspecties uit 2009 gebruikt als uitgangspunt, waarin rekening is gehouden met de specifieke “woonwensen“. Verwacht wordt dat het onmogelijk zal zijn om al de bestaande standplaatsen te laten gaan voldoen aan de hierboven genoemde regelgeving, daarom zullen we hierna kijken of een risicogericht benadering kan leiden tot een acceptabel en gelijkwaardig brandveiligheidsniveau ten opzichte van de geldende regels.

Postbus 5364 6802 EJ Arnhem www.vggm.nl

MEMO Onderzoek Om een beeld te krijgen van de daadwerkelijke risico’s bij een brand in een woonwagen is het noodzakelijk om in het verleden te duiken. Daarbij wordt meteen duidelijk dat er nauwelijks gegevens van branden in woonwagens kunnen worden opgevraagd binnen onze organisatie. Dat heeft te maken met beperkingen in ons datasysteem en een beperkte hoeveelheid incidenten met woonwagens binnen onze regio. Daarnaast zijn kleine en door de bewoners zelf gebluste branden totaal niet in beeld. Het is natuurlijk niet zo dat er niets bekend is over branden bij woonwagenstandplaatsen. Als er veel schade is of als er slachtoffers te betreuren zijn wordt hiervan gelijk in de media verslag gedaan, waardoor via internet alsnog gegevens bekend worden. In bijlage 1 is een globaal overzicht van woonwagenbranden in Nederland over de afgelopen 15 jaar weergegeven, achterhaald via gegevens op het internet. Zoals al eerder aangegeven zullen dit vast niet alle daadwerkelijke branden in woonwagens zijn, maar geven ze wel een goede indicatie voor het aantal relevante branden op woonwagenstandplaatsen.

Volgende vraag die meteen opkomt is of bij een brand van een woonwagen het aantal slachtoffers beperkt blijft, een belangrijke reden eventuele handhaving van regels? Binnen Nederland blijkt dat de er vanaf 2006 in totaal 4 dodelijke slachtoffers te betreuren zijn geweest, bij drie losse incidenten. Daarnaast zijn er meerdere gewonden te betreuren geweest. Bij geen van de gevonden incidenten waren meer dan 4 woonwagens betrokken. Buiten Nederland zie je dat in 2015 in Dublin zelfs 10 personen zijn overleden na een brand in meerdere woonwagens. Dit is zeker niet exemplarisch, maar kan worden gezien als een zeer uitzonderlijke situatie door een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Wat overigens wel opvalt bij dit incident is dat er ook hier slechts sprake was van een beperkt aantal betrokken woonwagens, te weten 2 stuks. Beantwoorden deelvraag Hoe is het nu mogelijk dat er bij branden op woonwagenstandplaatsen nooit meer dan 4 woonwagens zijn afgebrand? Hieronder zijn een aantal mogelijke oorzaken aangegeven. 1. Het voordeel van woonwagens boven woningen is dat er bij woonwagens vrijwel nooit sprake is van branddoorslag van de woonwagens onderling, in tegenstelling tot de situatie bij normale woningen welke tegen elkaar aan zijn gebouwd (branddoorslag via het dakbeschot).

Dit is bij woonwagens veel minder het geval omdat ze los van elkaar geplaatst zijn, met alleen soms een berging die grenst aan de buren. 2. Door de combinatie van kleinere ruimte en de toepassing van veel kunststoffen in een woonwagen zal er relatief veel rook ontstaan. Er ontstaat eerder een brandstof-beheerste brand met een beperkte uitbreidingssnelheid dan bij normale woningen. Resultaat hiervan is dat vooral in het begin van de brand minder hittestraling afgegeven zal worden aan de omgeving, waardoor het risico op brandoverslag wordt beperkt. 3. Als laatste en niet onbelangrijke factor om mee te wegen is dat de repressieve dienst eenvoudiger woonwagens kan blussen dan woningen. De brandoppervlakte is klein door de beperkte oppervlak Postbus 5364 6802 EJ Arnhem www.vggm.nl

MEMO en hoogte van de woonwagen. Het overgrote deel van de woonwagens beschikt alleen over een begane grond, hierdoor is de binnenaanval door de brandweer relatief eenvoudig en snel uit te voeren. Hierdoor is het mogelijk een beginnende brand in een vroegtijdig stadium te bestrijden. Daarnaast kan de repressieve dienst eenvoudig bluswater voor blussing en/of koeling tussen de woonwagens krijgen, ook al is er maar een beperkte ruimte van bijvoorbeeld 50 cm aanwezig. Conclusie Op basis van de hierboven genoemde factoren is min of meer aangetoond dat bij brand in één woonwagen er geen brand te verwachten is waarbij vier of meer dan vier woonwagens zijn betrokken. Met deze constatering is ook gelijk duidelijk dat er aan de functionele eis vanuit het Bouwbesluit wordt voldaan, immers een brandcompartiment omvat maximaal vier woonwagens. Daar waar zich meer dan vier woonwagens in een brandcompartiment bevinden geldt ook dat het risico op uitbreiding naar meer woonwagens niet te verwachten is. Daarom is het voor het bevoegd gezag in deze situaties niet strikt noodzakelijk om handhavend op te treden inzake clustervorming. Aanbeveling Hoeft er dan niets meer worden gedaan aan de situatie op bestaande woonwagenstandplaatsen? Dat is wat ons betreft wat te beperkt. Het is zeker zo dat de bouwkundige schade acceptabel is.

Maar het is zeker verstandig om verder te kijken naar wat er mogelijk is om te zorgen voor nog meer persoonlijke veiligheid voor de bewoners. Hieronder worden een aantal mogelijke oplossingsrichtingen aangegeven. 1. Blijven adviseren om in bestaande situaties een zo groot mogelijke afstand tussen woonwagens te realiseren. Het blijft verstandig om daar waar mogelijk de afstand tussen de afzonderlijke clusters naar 5 meter te brengen. Het Bouwbesluit 2012 geeft aan dat er binnen een brandcompartiment maximaal vier woonwagens gesitueerd kunnen zijn, dus bij nieuw in te richten woonwagenstandplaatsen dit als uitgangspunt vasthouden. 2. Rookmelders blijven adviseren om te zorgen voor een vroegtijdige alarmering van de bewoners in geval van brand. Hierbij dient bij plaatsing van de melders wel rekening gehouden te worden met de specifieke eigenschappen van een woonwagen (lage plafonds, vaak een open keuken). Bij toepassing van meerdere rookmelders (bijvoorbeeld ook in slaapkamers) deze gekoppeld uitvoeren. 3. Om de ontwikkeling van brand te beperken en dus schade en mogelijk slachtoffers te beperken kan een woningsprinkler, watersproei installatie of zelfs een stationaire watermistinstallatie worden toegepast. Ook het toepassen van een blus bol DSPA (Dry Sprinkler Powered Aerosol) kan overwogen worden.

4. Voorlichting naar de bewoners over gebruik, aankleding en versiering om de bewustwording op het gebied van brandveiligheid te vergroten.

Postbus 5364 6802 EJ Arnhem www.vggm.nl

MEMO 5. Voor de brandweer is het noodzakelijk om gegevens van branden op woonwagenstandplaatsen vast te gaan leggen in hun document management systeem. Communicatie Ondanks het beperkte aantal branden in woonwagens blijft het verstandig om aandacht te hebben voor brandveiligheid op woonwagenstandplaatsen. Voorstel is om in overleg te treden met de belangenvereniging voor woonwagenbewoners om na te gaan wat de beste wijze is om deze boodschap over te brengen. Ook de gemeenten en eventueel woningcorporaties, als eigenaren van de standplaatsen, kunnen betrokken worden in deze consultatieronde. Vervolgens moet dit leiden tot een gerichte campagne met als doel een nog brandveiliger woonklimaat voor woonwagenbewoners. Er is inmiddels een overleg geweest met de Stichting woonwagen belangen Nederland. De voorzitter van de vereniging van Sinti Roma en Woonwagenbewoners NL& Woonwagenbelangen Nederland, heeft na overleg toegestaan dat deze memo op de internet site “Het Wiel” (toegang van meer dan 4000 personen) geplaatst mag worden. De voorzitter bedankt ons voor de samenwerking en geeft aan ook graag in de toekomst meer voor elkaar te betekenen.

Postbus 5364 6802 EJ Arnhem www.vggm.nl

Gemeente Arnhem - woonwagenstandplaatsen Haalbaarheidsonderzoek geluid

Documentnummer: Datum: Contactpersoon:

M.2019.1521.00.R001 (HL) 18 februari 2020 ing. J.D. (Jasper) Pondman | jpo@dgmr.nl | t 088 - 3467 817

Colofon Opdrachtgever

Inhoud Gemeente Arnhem Postbus 9029 6800 EL ARNHEM

Contactpersoon opdrachtgever Mevrouw Gerritsen Project Betreft Uw kenmerk

Gemeente Arnhem - woonwagenstandplaatsen Haalbaarheidsonderzoek geluid -

Rapport Datum Versie Status

M.2019.1521.00.R001 18 februari 2020 003 eindrapportage

Uitgevoerd door

DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. Van Pallandtstraat 9-11 6814 GM Arnhem Postbus 153 6800 AD Arnhem

Contactpersoon

ing. J.D. (Jasper) Pondman 088 346 78 17 jpo@dgmr.nl

Auteur

ing. J.D. (Jasper) Pondman 088 346 78 17 jpo@dgmr.nl

Projectadviseur

ing. M.H.M. (Michel) van Kesteren 088 346 78 00 ks@dgmr.nl

2e lezer/secr.

HL

ing. M.H.M. (Michel) van Kesteren DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V.

2|

Gemeente Arnhem - woonwagenstandplaatsen | M.2019.1521.00.R001

In dit document is een analyse opgenomen van de geluidbelasting bij een aantal locaties waar mogelijk uitbreiding van woonwagenstandplaatsen kan komen. De geschetste uitbreidingsmogelijkheden zijn onderdeel van het locatieonderzoek in het kader van het plan van aanpak voor uitbreiding van woonwagenlocaties dat door de gemeente Arnhem in overleg met betrokken corporaties en woonwagenbewoners wordt opgesteld. De analyse zijn uitgevoerd voor de relevante geluidsbronnen. Dat zijn industriegeluid, wegverkeersgeluid en railverkeersgeluid. Voor industriegeluid is gebruik gemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. Daarbij is gekeken voor welke bedrijven de standplaatsen komen binnen de richtafstand. Voor die bedrijven is de representatieve invulling van de maximale planmogelijkheden bepaald en doorgerekend. Deze zijn getoetst aan de streefwaarden uit stap 2 en 3 uit de publicatie. Wordt voldaan aan stap 2, dan is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Bij stap 3 is een extra afweging nodig. Voor sportvelden is ook de representatieve invulling van de maximale planmogelijkheden opgenomen. De geluiden vallen niet onder regelgeving, maar een afweging van de geluidbelasting is wel noodzakelijk in het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing. Het Activiteitenbesluit geeft geen grenswaarden voor het geluid van sportactiviteiten.

Eventuele ontwikkeling van woonwagenstandplaatsen leidt daardoor niet tot een belemmering voor de sportvelden. Voor verkeer is getoetst of de geluidbelasting voldoet aan de voorkeurswaarde van 48 dB. In dat geval is geen hogere waarde en onderbouwing daarvoor nodig. Indien dat niet het geval is, is getoetst of de geluidbelasting voldoet aan de grenswaarde. Voor woonwagenstandplaatsen bedraagt die grenswaarde 53 dB. Dit is een andere waarde dan geldt voor woningen. Woonwagens zijn namelijk minder goed te isoleren. Ook gelden de grenswaarden niet bij de gevel, maar op de grens van het terrein. Maatregelen zijn onderzocht om te bepalen of het mogelijk is de geluidbelasting terug te brengen onder de voorkeurswaarde of grenswaarde. Voor railverkeer is eenzelfde benadering gevolgd. De voorkeurswaarde bedraagt in dit geval 55 dB en de grenswaarde 63 dB.

De Pas Hier gaat het enkel om wegverkeer industriegeluid van de sportvelden.

en

De richtafstand (kleine cirkels rond uitbreidingslocaties) van de bedrijvigheid op het bedrijventerrein tegenover de locatie ligt niet over de woonwagenstandplaatsen heen. Daarmee vormt dit geen belemmering.

De geluidbelasting (ten hoogste 51 dB) is hoger dan de voorkeurswaarde, maar lager dan de grenswaarde. Maatregelen zijn niet mogelijk om te gaan voldoen aan de voorkeurswaarde. De geluidbelasting wordt bepaald door De Pas en Lange Akker.

Sportvelden aan de zuidzijde. Op basis van een inschatting van het gebruik en het trainings/wedstrijdschema hebben we de geluidbelasting in beeld gebracht. Dit ligt zowel voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, als voor de maximale geluidsniveaus boven de streefwaarden uit stap 2 van de VNGpublicatie Bedrijven en milieuzonering. Die oorzaak is stemgeluid en geluid van fluitjes. Voor het maximale geluidsniveau ligt dit ook boven de streefwaarden uit stap 2. (LAr,LT ten hoogste 49 en 46 dB(A), Lmax ten hoogste 82 en 75dB(A) in dag- en avondperiode). De geluiden zijn niet relevant voor de toetsing aan het Activiteitenbesluit. Eventueel kan gemotiveerd worden dat de niveaus in dit geval aanvaardbaar zijn.

Een schermmaatregel langs de weg is niet doeltreffend. Er blijft een overschrijding van de voorkeurswaarde

Het vervangen van het wegdek voor een stil wegdek zorgt niet voor een geluidbelasting onder de voorkeurswaarde.

De Pas is reeds een 30 km/uurweg. Het verlagen van de rijsnelheid op de Lange Akker naar 30 km/uur zorgt nog steeds voor een overschrijding van de voorkeurswaarde.

30

Met een scherm van 2 meter hoog, met een hoek om het plangebied is het maximale geluidsniveau te beperken tot 75 dB(A). Motivering blijft noodzakelijk

Eindconclusie: past binnen grenswaarde, maatregelen aan De Pas en Lange Akker zijn niet realistisch, schermmaatregel niet effectief. Voor sportvelden is een motivering noodzakelijk en een schermmaatregel te overwegen. 3|

Gemeente Arnhem - woonwagenstandplaatsen | M.2019.1521.00.R001

Dordrechtweg Het gaat hier om rail- en wegverkeer.

Het railverkeersgeluid (geluidbelasting ten hoogste 59 dB) ligt boven de voorkeurswaarde, maar onder de grenswaarde. Maatregelen zijn niet doeltreffend voor het spoor. Een hogere waarde is wel nodig.

Het wegverkeersgeluid van de gezoneerde wegen en de niet gezoneerde wegen is onder de voorkeurswaarde.

Eindconclusie: Voor railverkeer is een hogere waarde nodig. Het wegverkeer voldoet aan de voorkeurswaarde.

4|

Gemeente Arnhem - woonwagenstandplaatsen | M.2019.1521.00.R001

Erasmussingel Het gaat hier enkel om wegverkeer.

Met een scherm van 2 m hoog over een lengte van 150 m langs de standplaatsen kan de geluidbelasting beperkt worden tot de voorkeurswaarde. Een scherm langs de voorzijde van het terrein, dat tevens de ontsluiting vormt, en aan de voorzijde van de woonwagens is stedenbouwkundig en gelet op de gewenste openheid niet realistisch. De geluidbelasting (ten hoogste 52 dB) is hoger dan de voorkeurswaarde, maar lager dan de grenswaarde. Maatregelen zijn mogelijk om te gaan voldoen aan de voorkeurswaarde.

Met het vervangen van het wegdek op de Erasmussingel voor een stil wegdek blijft de geluidbelasting boven de voorkeurswaarde.

Door de Erasmussingel nabij het gebied af te waarderen van 50 naar 30 km/uur is deze niet meer zoneringsplichtig. Op dat moment geldt daarvoor niet meer de Wgh en wordt het formeel mogelijk de standplaatsen te realiseren. Wel dient nog onderbouwd te worden dat de geluidbelasting als gevolg van nietgezoneerde wegen acceptabel is. De geluidbelasting van de niet gezoneerde wegen is na de snelheidsverlaging 48 dB.

30

Eindconclusie: Past binnen grenswaarde, met schermmaatregel of snelheidsverlaging ook binnen de voorkeurswaarde. 5|

Gemeente Arnhem - woonwagenstandplaatsen | M.2019.1521.00.R001

Groningensingel Het gaat hier enkel om wegverkeer.

Het wegverkeersgeluid (geluidsbelasting 54 dB) is boven de grenswaarde.

Op het westelijke deel (deel aan het water) wordt wel voldaan aan de voorkeurswaarde.

Op het oostelijke deel is de geluidbelasting hoogstens 54 dB. Daarom zijn hier de volgende maatregelen onderzocht:

Met een schermmaatregel is de geluidbelasting (geluidbelasting 51 dB) niet tot de voorkeurswaarde te beperken. Wel kan worden voldaan aan de grenswaarde.

Met het aanpassen van het wegdek op de wegen rond het gebied blijft de geluidbelasting boven de voorkeurswaarde (52 dB). Een hogere waarde is nodig.

Het afwaarderen van de Groningensingel tot 30 km/uurweg maakt dat deze niet meer zoneringsplichtig is. Op dat moment geldt daarvoor niet meer de Wgh en wordt het formeel mogelijk de standplaatsen te realiseren. Wel dient nog onderbouwd te worden dat de geluidbelasting als gevolg van nietgezoneerde wegen acceptabel is. De geluidsbelasting is 50 dB. Gezien de wijkontsluitingsfunctie van deze weg is dit niet wenselijk.

30

Eindconclusie: Het westelijke deel voldoet aan de voorkeurswaarde. Op het oostelijke deel kan met scherm- of wegdekmaatregelen aan de grenswaarde worden voldaan. 6|

Gemeente Arnhem - woonwagenstandplaatsen | M.2019.1521.00.R001

Merwedestraat Hier gaat het om wegverkeersgeluid.

railverkeer

en

Het railverkeersgeluid (geluidbelasting ten hoogste 58 dB) ligt boven de voorkeurswaarde, maar onder de grenswaarde. Maatregelen zijn niet nodig voor het spoor. Een hogere waarde is wel nodig. Het is wel kritisch. Hij ligt tegen het spoor aan, daardoor gaat het geluid er eigenlijk overheen. Op iets grotere hoogte loopt de geluidbelasting daardoor al snel op.

Het wegverkeersgeluid van gezoneerde wegen ligt boven de voorkeurswaarde en boven de grenswaarde (ten hoogste 61 dB). Daarom is een aantal maatregelen onderzocht:

om

Met een schermmaatregel is dit onder de grenswaarde te reduceren. Daarvoor is 180 meter scherm van 2 meter hoog toegepast (kosten ca. € 180.000,--). De geluidbelasting komt dan onder de grenswaarde te liggen (ten hoogste 52 dB). Dan is nog steeds een hogere waarde nodig.

Met het aanpassen van het wegdek op de wegen rond het gebied blijft de geluidbelasting boven de grenswaarde (59 dB). Dit geeft geen oplossing.

Door de Merwedestraat nabij het gebied af te waarderen van 50 naar 30 km/uur is deze niet meer zoneringsplichtig. Op dat moment geldt daarvoor niet meer de Wgh en wordt het formeel mogelijk de standplaatsen te realiseren. Wel dient nog onderbouwd te worden dat de geluidbelasting als gevolg van nietgezoneerde wegen acceptabel is. Die geluidbelasting bedraagt dan nog 58 dB (hierop is aftrek toegepast). Dit behoeft op dat moment nog wel onderbouwing.

30 Eindconclusie: Formeel mogelijk te maken door schermmaatregel of afwaardering naar 30 km/uur van de Merwedestraat nabij het plangebied.

7|

Gemeente Arnhem - woonwagenstandplaatsen | M.2019.1521.00.R001

Ir. Molsweg Het gaat hier enkel om wegverkeer.

Met een schermmaatregel is dit niet tot de grenswaarde te beperken.

De geluidbelasting (geluidbelasting 59 dB) is hoger dan de voorkeurswaarde en de grenswaarde. Daarom is een aantal maatregelen onderzocht:

Het aanpassen van het wegdek is niet goed mogelijk voor de N325. Met het veranderen van het wegdek van de Ir. Molsweg en de Huissensestraat blijft de geluidbelasting boven de grenswaarde.

Een snelheidsverlaging is niet mogelijk, gezien de wijkontsluitingsfunctie van de IR. Molsweg en de Huissensestraat. Voor de N325 is dit eveneens onwenselijk.

30

Eindconclusie: Geluidsbelasting boven de grenswaarde, en maatregelen zijn niet effectief. 8|

Gemeente Arnhem - woonwagenstandplaatsen | M.2019.1521.00.R001

Gelderse Rooslaan Hier gaat het enkel om wegverkeer.

De geluidbelasting wordt bepaald door de Eldenseweg. Het is niet realistisch om hier maatregelen aan te nemen. De geluidbelasting (ten hoogste 52 dB) is hoger dan de voorkeurswaarde, maar lager dan de grenswaarde. Maatregelen zijn mogelijk om te gaan voldoen aan de voorkeurswaarde.

Onderzocht zijn maatregelen bij het plangebied en aan de Gelderse Rooslaan. Zowel met scherm, ander wegdek of snelheidsverlaging blijft die geluidbelasting (afgerond) gelijk. Maatregelen aan de Gelderse Rooslaan zijn niet nodig.

Eindconclusie: past binnen grenswaarde, maatregelen aan Eldenseweg zijn niet realistisch, schermmaatregel niet effectief. 9|

Gemeente Arnhem - woonwagenstandplaatsen | M.2019.1521.00.R001

Meliskerkestraat Het gaat hier enkel om wegverkeer.

Met een schermmaatregel is dit onder de grenswaarde te reduceren. Daarvoor is 160 meter scherm van 2 meter hoog toegepast (kosten ca. €160.000,--). De geluidbelasting komt dan onder de grenswaarde te liggen (ten hoogste 52 dB). Dan is nog steeds een hogere waarde nodig.

Het wegverkeersgeluid van gezoneerde wegen ligt boven de voorkeurswaarde en boven de grenswaarde (ten hoogste 55 dB). Daarom is een aantal maatregelen onderzocht:

Het noordelijke deel voldoet wel aan de grenswaarde. Maatregelen kunnen de geluidsbelasting wel beperken, maar niet onder de voorkeurswaarde brengen.

Met het aanpassen van het wegdek op de wegen rond het gebied blijft de geluidbelasting boven de grenswaarde (54 dB). Dit geeft geen oplossing.

Door de Batavierenweg nabij het gebied af te waarderen van 50 naar 30 km/uur is deze niet meer zoneringsplichtig. De Meliskerkestraat is reeds 30 km/uur. Een snelheidsverlaging voor de Batavierenweg is echter niet wenselijk gezien de doorstromingsfunctie van deze weg.

30

Eindconclusie: Het noordelijke deel voldoet aan de grenswaarde. Met een schermmaatregel kan de gehele uitbreiding gerealiseerd worden, Hogere waarden zijn nodig.

10 | Gemeente Arnhem - woonwagenstandplaatsen | M.2019.1521.00.R001

Bethaniënstraat Hier gaat het om railverkeer, wegverkeer en bedrijvigheid. Het railverkeer blijft onder de voorkeurswaarde. Daarvoor zijn geen maatregelen nodig.

Met schermen van 2 meter hoog en 70 en 20 meter lang is de geluidbelasting te reduceren, maar blijft de geluidbelasting boven de grenswaarde liggen.

Het wegverkeer ligt boven de voorkeurswaarde en boven de grenswaarde (ten hoogste 57 dB). Daarom zijn maatregelen onderzocht:

Door het toepassen van stil asfalt blijft de geluidbelasting ook boven de grenswaarde (ten hoogste 54 dB)

De bedrijven hebben een richtafstand van 50 meter. De twee deelgebieden liggen binnen de richtafstand van drie bedrijven. Deze gebouwen zijn zeer specifiek gericht op het huidig gebruik. Het is niet aannemelijk dat hier op overzienbare tijd ander type bedrijvigheid zal plaatsvinden. Daarom zijn de activiteiten van deze bedrijven op basis van kentallen ingeschat. Daaruit blijkt dat deze bedrijven geen belemmeringen ondervinden van de nieuwe standplaatsen en dat voor het aspect bedrijvigheid sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Met een snelheidsverlaging van de Bethanienstraat nabij het gebied kan worden voldaan aan de grenswaarde. Wel is nog steeds een hogere waarde nodig voor verder gelegen stukken van deze weg. De Wgh is niet meer van toepassing voor de wegen in de buurt, maar in de ruimtelijke motivering moet nog wel aandacht besteed worden aan de verhoogde geluidbelasting.

Naast het gebied ligt een sportveldje (cruyff court). Op basis van een inschatting van het gebruik, gebaseerd op vergelijkbare situaties, hebben we de geluidbelasting in beeld gebracht. Dit ligt zowel voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, als voor de maximale geluidsniveaus boven de streefwaarden uit stap 2 van de VNGpublicatie Bedrijven en milieuzonering. Dit komt zowel door het stemgeluid, als door het geluid van ballen tegen het hekwerk. Voor het maximale geluidsniveau ligt dit ook boven de streefwaarden uit stap 3. (LAr,LT ten hoogste 53 dB(A), Lmax ten hoogste 72 dB(A) in dag- en avondperiode). Hiervoor geldt enkel een afweging voor het woon- en leefklimaat. Het veldje kent geen formeel toetsingskader voor geluid en wordt dus ook niet belemmerd door uitbreiding van de standplaatsen. Voor deze afweging is gekeken naar maatregelen:

30

Met een scherm van 2 meter hoog is het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau te reduceren tot onder de streefwaarde uit stap 2.

Met een scherm van 3 meter hoog, met een hoek om het plangebied is het maximale geluidsniveau onder de streefwaarde uit stap 2 te krijgen.

Eindconclusie: Rail voldoet, verkeer is enkel met een snelheidsverlaging binnen de grenswaarden te krijgen. Bedrijven worden niet belemmerd. Voor de geluidbelasting van het sportveld is een motivering nodig of dit acceptabel wordt geacht in deze situatie, maatregelen zijn wel mogelijk. 11 | Gemeente Arnhem - woonwagenstandplaatsen | M.2019.1521.00.R001

Conclusie Vanuit akoestisch perspectief zijn het westelijke deel van de Groningensingel en Erasmussingel zonder hogere waarden te ontwikkelen. Voor De Pas, de Dordrechtweg en de Gelderse Rooslaan zijn maatregelen niet effectief, maar Hogere waarden wel mogelijk. Voor de Merwedestraat, Meliskerkestraat en Bethanienstraat kan met maatregelen aan de grenswaarde worden voldaan, hogere waarden blijven noodzakelijk. De Ir. Molsweg overschrijdt de grenswaarde, en maatregelen zijn niet effectief.

Locatie

Railverkeer

Wegverkeer

Industrie of sport

conclusie

Toelichting

De Pas

-

Ja, mits HW

Ja, mits

Ja, mits

Bronmaatregelen niet doeltreffend, motivering bij sportveld, scherm bij sportvelden kan overwogen worden. Bedrijvigheid buiten richtafstand.

Dordrechtweg

Ja, mits HW

Ja

-

Ja, mits

Hogere waarde railverkeer nodig.

Erasmussingel

-

Ja, mits

-

Ja, mits

Schermmaatregel of snelheidsverlaging nodig, anders HW.

Groningensingel

-

Ja, mits

-

Ja

Westelijk deel onder voorkeurswaarde, voor het oostelijk deel zijn maatregelen mogelijk voor het beperken tot de grenswaarde.

Ja, mits Merwedestraat

Ja, mits HW

Ja, mits

-

Ja, mits

Voor wegverkeer snelheidsverlaging of schermmaatregel. RL Opletten op hoogte rond het spoor

Ir. Molsweg

-

nee

-

Nee

Wegverkeer boven grenswaarde, maatregelen niet effectief.

Gelderse Rooslaan

-

Ja, mits HW

-

Ja, mits

Wegverkeer een hogere waarde, geen goede maatregelen mogelijk

Meliskerkestraat

Ja

Ja, mits

-

Ja, mits

Wegverkeer schermmaatregel of snelheidsverlaging, daarna HW nodig.

Bethanienstraat

ja

Ja, mits

Ja, mits

Ja, mits

Wegverkeer een snelheidsverlaging, motivering/schermen bij sportveld

12 | Gemeente Arnhem - woonwagenstandplaatsen | M.2019.1521.00.R001

Conclusie Vanuit akoestisch perspectief zijn het westelijke deel van de Groningensingel en Erasmussingel zonder hogere waarden te ontwikkelen. Voor de Erasmussingel zijn wel maatregelen nodig. Voor De Pas, de Dordrechtweg en de Gelderse Rooslaan zijn maatregelen niet effectief, maar Hogere waarden wel mogelijk. Voor de Merwedestraat, Meliskerkestraat en Bethaniënstraat en het oostelijk deel van de Groningensingel kan met maatregelen aan de grenswaarde worden voldaan, hogere waarden blijven noodzakelijk. De Ir. Molsweg overschrijdt de grenswaarde, en maatregelen zijn niet effectief.

13 | Gemeente Arnhem - woonwagenstandplaatsen | M.2019.1521.00.R001

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=eb18bfc6-f1a0-46ae-b9b5-95c3c2463117