Bijlage - Eindrapport NPAO incl. bestuurlijke nota
Tekst van het document
het rijk voor aandacht voor de focusgebieden: op 15 juni 2020 via het manifest: “Kom op voor de meest kwetsbare gebieden, Urgente oproep 15 burgemeesters voor ondersteuning om tweedeling tegen te gaan” en 26 mei 2021, ‘Dicht de kloof’ Artikel van de burgemeesters van 15 gemeenten in het Algemeen Dagblad.
12
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave beleid is de regeling kansrijke wijk.7 In deze regeling zijn zes regelingen gebundeld.
Tekstkader 2. Actielijnen NPLV Actielijn 1 | We zorgen voor een integrale aanpak met duidelijke regie en een adequaat juridisch instrumentarium (samenhangende aanpak)
Afspraken met de focusgebieden Met de focusgebieden van het NPLV is een overeenkomst gesloten. In de overeenkomst staan afspraken voor het focusgebied. Kort samengevat gaat het om de volgende afspraken: • commitment aan de drie doelen (het verbeteren van de fysieke leefomgeving; het bieden van een beter perspectief; het vergroten van de veiligheid). • maatwerk per focusgebied. De drie doelen zijn breed en geven daardoor veel ruimte. Hierdoor kunnen gemeenten hun eigen doelen stellen. • commitment aan een langjarige inzet voor 15-20 jaar. • organiseren van een publiek-private alliantie onder voorzitterschap van de burgemeester. • er is een onafhankelijk programmabureau. • inwoners worden betrokken. • de alliantie stelt een integraal gebiedsplan voor het focusgebied op. • opzetten van monitoring van het programma. De lokale programma’s worden ondersteund door een ‘kennisinfrastructuur’.
Beleidsinhoudelijke actielijnen Actielijn 2 | We verbeteren slechte woningen en zorgen voor meer gemengde wijken (woningen en wijken) Actielijn 3 | We zorgen ervoor dat meer bewoners kunnen meedoen in de samenleving (meedoen) Actielijn 4 | We investeren in de preventie van jeugdcriminaliteit en vergroten de weerbaarheid van jongeren (veiligheid)
Opzet van het programma Het uitgangspunt van het NPLV is dat als problemen van mensen stapelen er meer nodig is dan het reguliere beleid. Kernwoorden zijn: • een extra inspanning • gebiedsgericht werken, dat wil zeggen een samenwerking van private en publieke actoren in een gebied • een integrale aanpak, zoals ‘ontschotting’ van middelen • een langdurige inzet. Het NPLV gaat uit van een generatie, dat wil zeggen vijftien tot twintig jaar.
Een belangrijk verschil tussen het NPLV en eerder rijksbeleid 8 met vergelijkbare doelen met de focusgebieden is de lange looptijd (een generatie) van het NPLV. Het integraal werken is ook van belang, vooral omdat het doel van het NPLV heel breed is. Het gaat om een samenwerking van veel partners: de gemeente, privaatrechtelijke organisaties (corporaties, scholen, zorginstellingen enzovoort) en het rijk.
Inzet van het rijk De opzet van het NPLV is dat de rijksoverheid bij al haar beleid telkens de vraag stelt of er iets extra’s nodig en mogelijk is voor de focusgebieden. Het NPLV bestaat daarmee uit aanvullend beleid op regulier rijksbeleid. Zijn er extra middelen mogelijk? Kunnen de focusgebieden op een andere manier worden geholpen? Dat zijn vragen die het rijk voor de drie actielijnen stelt. Een aanvullende vraag is of het beleid integraler kan voor de gemeenten met focusgebied. Het gaat dan om actielijn 1 van het programma ‘We zorgen voor een integrale aanpak met duidelijke regie en een adequaat juridisch instrumentarium (samenhangende aanpak)’. Een voorbeeld van integraler
In paragraaf 2.3 van dit hoofdstuk gaan we in op het gebiedsplan. De andere afspraken bepreken we in de hoofdstukken 3 tot en met 7 van dit startonderzoek.
wijken geselecteerd. In deze wijken was een stapeling van sociale, fysieke en economische problemen. Het rijk investeerde in deze wijken met als doel de problemen aan te pakken. Dit beleid duurde tot ongeveer 2010.
7 Gemeenten verwijzen hier vaak naar met SPUK (specifieke uitkering) kansrijke wijk. 8 Het grotestedenbeleid (1994 – 2002) had tot doel het wonen, werken en leven in 45
grote steden te verbeteren. In 2007 startte de Vogelaarwijken. In dat jaar werden de
13
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave
Figuur 1.a 18 t/m 30 jarigen zonder startkwalificatie
Figuur 1.c Kinderen in bijstandshuishoudens
(percentage 2020)
(percentage, 2021)
Nederland
Nederland
Nijmegen
Nijmegen
Malburgen-Oost (zuid)
Malburgen-Oost (zuid)**
Arnhemse Broek
Arnhemse Broek
Klarendal
Klarendal
Presikhaaf-West
Presikhaaf-West*
Geitenkamp
Geitenkamp 0%
5%
10%
15%
20%
25%
30%
0%
5%
10%
15%
20%
25%
Figuur 1.b Huishoudens onder of rond sociaal minimum
Figuur 1.d Jongeren verdacht van een delict (2021)
(percentage 2021)
(percentage 2021)
30%
Nederland Nijmegen
Malburgen-Oost (zuid)** Arnhemse Broek Klarendal Presikhaaf-West* Geitenkamp 0%
5%
10%
15%
20%
25%
Bron: zichtopwijken, download 2 april 2024 + er zijn geen cijfers voor Presikhaaf-West voor figuur 1.d.
* Presikhaaf is verdeeld in West en Oost. Hier is alleen West opgenomen. ** Malburgen – is in de database zichtopwijken in drie delen gesplitst. Alleen MalburgenOost (zuid) is hier meegenomen.
14
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave
2.2 Waarom Arnhem-Oost als focusgebied?
2.3 Doelen en start NPAO
Keuze voor Arnhem-Oost Arnhem-Oost is een van de 20 focusgebieden. De keuze voor de focusgebieden is, zoals eerder aangegeven, onder andere gebaseerd op de leefbaarometer 2018. Gemeenten hebben het eigen focusgebied vervolgens afgebakend. In Arnhem is de indeling Arnhem-Noord en -Zuid – boven en onder de rivier gangbaar. Arnhem-Oost was geen term die bijvoorbeeld inwoners gebruikten. Er is een scheidslijn in Arnhem tussen Oost en West. In Arnhem-Oost wonen vooral mensen met lagere inkomens, in West met hogere inkomens. Deze scheidslijn tussen ‘arm’ en ‘rijk’ (Oost en West) is er zowel onder (Malburgen) als boven de rivier (Presikhaaf, Geitenkamp, Arnhemse Broek en Klarendal). Er zijn enkele delen in Arnhem-Oost die erbuiten vallen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de wijk Paasberg in Noord, of de wijk Kronenburg in Zuid die in Arnhem-Oost liggen. Ook zijn er bedrijventerreinen in Arnhem-Oost, zoals bij Arnhemse Broek. De wijken Elderveld en Schuytgraaf in Arnhem-West – zijn voorbeelden van wijken die ook steeds meer te maken krijgen met achterstanden. Op basis van kenmerken in de leefbaarometer zijn ze niet meegenomen. Besloten is te focussen op Arnhem-Oost. Succesvolle acties kunnen vervolgens ook in andere wijken worden uitgerold. In paragraaf 3.2 gaan we hier verder op in.
Ontwikkeling programma Het NPAO is in een aantal stappen ontwikkeld. In de begroting 2021 van de gemeente Arnhem gaat het voor het eerst over het programma. In die begroting staat: “In sommige wijken staat de leefbaarheid meer onder druk dan in andere wijken. Deze buurten hebben extra aandacht nodig. Op plekken waar dit speelt, ontwikkelen we samen met bewoners en professionals een aanpak.” Dit leidde tot de motie (20M253) met daarin de vraag van de gemeenteraad aan het college om: 1. In nauwe samenwerking met de teams leefomgeving en een brede vertegenwoordiging van bewoners uit deze wijken een integraal, samenhangend maar beknopt lange termijn beleid te formuleren voor de Arnhem Oost Aanpak. 2. Dit beleid, inclusief concrete, meetbare doelen en de daarvoor benodigde middelen, uiterlijk in mei 2021 aan de raad aan te bieden. Vervolgens is 18 mei 2021 het ‘richtinggevend kader Arnhem-Oost (aanpak Arnhem-Oost)’ aan de raad aangeboden. In juli 2021 is de ‘aanpak ArnhemOost’ in de raad behandeld. Dit leidde tot discussie en vijf aangenomen moties. Het programma is in 2022 in uitvoering gegaan, vooral aan de hand van een aantal pilots en acties. In 2023 is het programma verder ontwikkeld. Inhoudelijk zijn de programmalijnen ontwikkeld waar acties onder zijn geplaatst. Organisatorisch was de verdere ontwikkeling gericht op de alliantie. Dit leidde tot een gebiedsplan in juni 2023.
Dit gebiedsplan is door de alliantie vastgesteld en naar de raad gestuurd. April 2024 heeft de raad een uitvoeringsprogramma gekregen voor de jaren 2024-2027. Dit uitvoeringsprogramma is door de alliantie vastgesteld en ter kennisneming naar de raad gestuurd.
Kenmerken Arnhem-Oost De wijken van Arnhem- Oost hebben achterstanden op onderwijs, leefbaarheid en veiligheid. Er zijn veel bewoners met lage inkomens. In figuur 1 laten we enkele scores van de vijf wijken zien. Daarbij hebben ook de cijfers voor Nijmegen en Nederland opgenomen om te kunnen vergelijken. We hebben voor Nijmegen gekozen, omdat Nijmegen in dezelfde regio ligt en geen focusgebied heeft. Als we kijken naar de cijfers van de leefbaarometer (cijfers van 2020) voor de fysieke omgeving en voor wonen dan geven bewoners hun wijk de volgende score: • Malburgen-Oost (Zuid): onvoldoende, • Arnhemse Broek en Presikhaaf-West: zwak • Geitenkamp: voldoende • Klarendal: ruim voldoende. In Nijmegen geven bewoners hun wijk gemiddelde een ruime voldoende en het Nederlands gemiddelde is een ‘goed’.
Doelen programma De ‘aanpak Arnhem–Oost’ en het gebiedsplan hebben een sterke inhoudelijke samenhang. In tekstkader 3 hebben we een overzicht van de doelen opgenomen. Kort samengevat focust het programma op het inhalen van achterstanden. De huidige generatie kinderen en jongeren staat daarbij voorop. In hoofdstuk 3 gaan we verder op de afzonderlijke programmalijnen in.
15
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave
2.4 Betrokkenheid raad bij doelen en start NPAO
Tekstkader 3. Overzicht doelen diverse documenten van het NPAO Richtinggevend kader Arnhem- Oost (aanpak Arnhem-Oost), (18 mei 2021) De hoofdambitie van de Arnhem-Oost-aanpak is dat iedere jongere in Arnhem-Oost dezelfde kansen heeft als elke andere jongere in Arnhem en Nederland. Daarvoor is een langjarige beweging nodig. Het programma is opgezet aan de hand van vier ontwikkellijnen: 1. Bewoners voelen zich vrij, veilig en verbonden met elkaar in hun wijk, waar zij trots op zijn. 2. Alle jongeren kunnen zich ontwikkelen in een cultuur waarin de persoonlijke ontwikkeling centraal staat en alle bewoners zijn aan het werk als ze dat kunnen of doen mee. 3. Iedere bewoner kan rondkomen, en leeft gezond - zowel fysiek als mentaal. 4. Opgroeien en leven in kwalitatief goede woningen in een prettige en veilige openbare ruimte.
De ‘aanpak Arnhem-Oost’ is door de raad behandeld. Hierover was discussie. Het beeld dat hieruit naar voren komt is dat het draagvlak van het programma groot is bij de raad; de noodzaak staat niet ter discussie. 15 juni 2023 is het gebiedsplan gepresenteerd in een bijeenkomst. 14 september 2023 was er een informatiesessie met raadsleden over het gebiedsplan Arnhem–Oost. Over de bijeenkomst in september wordt door geïnterviewden gezegd dat deze goed werd gewaardeerd, maar niet druk was bezocht. In de verkennende vragenlijst van dit startonderzoek hebben we raadsleden gevraagd: “hoe goed kent u het nationaal programma Arnhem-Oost?” De meeste raadsleden (59%) geven aan hun kennis een cijfer tussen de 6 en de 7,5. 23% geeft een hoger cijfer en 18% geeft de eigen kennis een onvoldoende. Op de vraag “waar kent u het nationaal programma Arnhem-Oost van?” Gaf 59% aan van het gebiedsplan, 41% was op de informatieavond in september 2023 geweest en 24% gaf aan geïnformeerd te worden in gesprekken met betrokkenen. 12% geeft aan het programma nauwelijks te kennen. Hierbij dient benadrukt te worden dat de kennis van het programma bij de invullers van de vragenlijst waarschijnlijk groter is dan bij de niet-invullers. In de sessie met raadsleden over dit startonderzoek werd aangegeven dat het lang stil was na het verschijnen van het gebiedsplan en de raadsinformatiesessie van september 2023.
Ook was er een vraag om meer zicht te krijgen op de planning. Het gaat dan onder andere om de vraag wanneer de raad welke stukken krijgt en wat er dan van de raad wordt verwacht. Inmiddels is het uitvoeringsplan 2024 – 2026 naar de raad gestuurd en kan een informatieavond worden georganiseerd als de raad dat wenst.
Uitvoeringsprogramma Arnhem – Oost 2022 (15 maart 2022) De doelen voor de komende generatie zijn ambitieus, maar ook urgenter dan ooit. Doelen zijn onder andere: het aantal kinderen dat opgroeit in armoede moet drastisch afnemen; alle jongeren die de mogelijkheden hebben om een startkwalificatie te hebben, halen die ook; jongeren zijn gezond, zowel fysiek als mentaal, en maken minder gebruik van Jeugdzorg. Gebiedsplan Arnhem–Oost en uitvoeringsagenda 2023 – 2027 (presentatie 15 juni 2023) Het Nationaal Programma Arnhem-Oost heeft als doel om de achterstanden op het gebied van onderwijs, werk & inkomen, wonen, gezondheid, leefbaarheid en veiligheid in de vijf wijken (Presikhaaf, Malburgen, Geitenkamp, Het Arnhemse Broek en Klarendal) aan te pakken. Het Nationaal Programma Arnhem-Oost werkt langs drie lijnen: 1. Opvoeden en Opgroeien (de pedagogische wijk)| Een kansrijke en inclusieve ontwikkeling voor ieder kind en iedere jongere (‘min 10 maanden’ tot 27 jaar) 2. Werk en Inkomen | Bestaanszekerheid voor ieder gezin en huishouden 3. Wonen en Leven | Leven in een duurzame woning en in een gezonde en veilige buurt
Dit hoofdstuk is vooral een terugblik. We gaan in dit hoofdstuk daarom niet in op de ruimte voor de raad. In hoofdstuk 8 ‘governance‘ komen we terug op de frequentie waarmee de raad informatie krijgt, de communicatie hierover en de mogelijke rol van de raad bij de huidige en toekomstige plannen.
Uitvoeringsplan 2024 – 2026 (PM april 2024) Verdere invulling van de drie lijnen uit het gebiedsplan met acties voor de komende drie jaar.
16
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave kolom beleidsmaatregelen van de rijksoverheid opgenomen. Het gaat dan om regulier rijksbeleid. In de tweede kolom hebben we opgenomen welke specifieke rijksmaatregelen er voor de focusgebieden zijn. In de derde kolom hebben we aangegeven of de maatregel onderdeel uitmaakt van het NPAO of niet. Kolom 2 van figuur 2 laat zien dat ‘specifiek voor focusgebied’ met name gaat om extra middelen voor een specifiek doel. De uitzondering is de regeling kansrijke wijk. Het bijzondere aan deze regeling is dat deze zes andere regelingen bundelt. Het doel hiervan is ontschotting, zodat beter integraal kan worden gewerkt. Deze bundeling van uitkeringen is er alleen voor gemeenten met een focusgebied. Andere gemeenten krijgen middelen via de diverse onderliggende specifieke uitkeringen.
Hoofdstuk 3. Programmalijnen NPAO In dit hoofdstuk gaan we in op de vraag wat het NPAO inhoudt. Welk type beleids- en uitvoeringsacties zijn er? Hoe verhouden die acties zich tot het reguliere beleid van Arnhem? Bij deze vragen staan we in paragraaf 3.2 stil. In paragraaf 3.3 zoomen we in op de rol van de raad. Het NPAO en daarmee ook het gebiedsplan en de uitvoeringsplannen zijn van de alliantie. Wat betekent dat voor de raad? Welke stukken krijgt de raad? En welke ruimte heeft de raad bij het uitzetten van de beleidskaders? We beginnen dit hoofdstuk met de vraag wat het landelijk beleid is voor het NPLV en wat dat betekent voor het NPAO.
Wel of geen NPAO? Uit figuur 2 blijkt dat van het rijksbeleid de middelen voor het volkshuisvestingsfonds, energiefixers (advies en hulp bij energiearmoede) en de regeling kansrijke wijk voor het NPAO worden ingezet. Het onderdeel school en omgeving van de regeling kansrijke wijk loopt in Arnhem via de scholen. In sommige andere focusgebieden lopen deze middelen via de gemeente. De andere maatregelen maken geen onderdeel uit van het NPAO. Een voorbeeld hiervan zijn de regiodeals. De regiodeals, is voor een aantal focusgebieden van belang, maar voor andere focusgebieden niet of indirect. De gemeente maakt dan wel deel uit van bijvoorbeeld een regiodeal, maar niet specifiek voor het focusgebied. Dit is ook voor Arnhem het geval, zie figuur 2. In paragraaf 3.2 gaan we in op de maatregelen die onderdeel zijn van het NPAO.
3.1 De landelijk actielijnen Inspanningsverplichting In tekstkader 2, in paragraaf 2.1, hebben we de actielijnen van het NPLV opgenomen. De actielijnen 2, 3 en 4 zijn beleidsinhoudelijk. Ze gaan kort samengevat over wonen, meedoen en veiligheid. Voor deze actielijnen is er regulier rijksbeleid. Met het NPLV heeft het rijk toegezegd, daar waar het van toepassing is en waar het kan, prioriteit te geven aan de focusgebieden; het rijk heeft een inspanningsverplichting. Behalve het reguliere rijksbeleid kan er daarom een extra accent worden gelegd of extra middelen beschikbaar worden gesteld voor de focusgebieden. De gemeenten met een focusgebied hebben eveneens een inspanningsverplichting. Ook gemeenten dienen bij beleid, waarvoor het relevant is, af te wegen of iets extra’s voor het focusgebied nodig en mogelijk is. Voor de volledigheid merken we op dat de kenmerken van de focusgebieden er al voor kunnen zorgen dat er relatief veel middelen naar de gebieden gaan. Bijvoorbeeld, als een kenmerk van de focusgebieden is dat er relatief veel woningen met een D tot en met F-energielabel staan, en er zijn maatregelen om woningen te verbeteren dan gaan relatief veel middelen naar deze woningen. Overzicht van het rijksbeleid Figuur 2 geeft een overzicht van het rijksbeleid voor de focusgebieden tot en met 2023. In het overzicht zijn in de eerste
17
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave
Figuur 2. Overzicht landelijk beleid in relatie tot de focusgebieden Beleidsmaatregel Actielijn woningen en wijken Volkshuisvestingsfonds (VHF) herstructurering van het slechtste deel van de (particuliere) woningvoorraad in de meest kwetsbare gebieden, dat wil zeggen woningverbetering (renovatie en verduurzaming), transformatie van (commercieel) vastgoed naar woningen, sloop/nieuwbouw en inponding (verwerving voor herstructurering). Woningbouwimpuls (WBI) versnellen van de bouw, het vergroten van het aantal nieuwbouwwoningen in een project, of het vergroten van de betaalbaarheid van die woningen voor mensen met een middeninkomen. Nationaal isolatieprogramma (NIP) Extra ondersteuning door gemeenten (lokale aanpak) van verhuurders van particuliere woningen en eigen initiatief woningeigenaren; energielabel: D, E, F en G. Energiefixers (advies en hulp bij energiearmoede) Actielijn veiligheid Preventie met gezag; domein-overstijgende, gebiedsgerichte aanpak. - geïnvesteerd wordt in domeinen die samenhangen met de risico– en beschermende factoren voor jeugdcriminaliteit, zoals school, werk en inkomen en talentontwikkeling via jongerenwerk. - aanpak gericht op het versterken van het gezag in de wijk en de versterking van de jeugdstrafrechtketen.
Actielijn meedoen GALA aanpak van gezondheidsachterstanden op lokaal niveau voor onder meer sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis, met als dwarsdoorsnijdend doel het terugdringen van vermijdbare gezondheidsachterstanden.
Positie focusgebieden
NPAO
Alle gemeenten. Focusgebieden en grensgemeenten krijgen prioriteit
ja
Alle gemeenten. Afhankelijk van de woningbouwopgave
nee (middelen voor woningen rond Kronenburg)
Alle gemeenten. De focusgebieden leggen verbinding met de aanpak van het gebied.
nee, wordt ingezet voor heel Arnhem
Een bedrag naar rato van het aantal energiearmoedewoningen in elke gemeente. Additionele middelen voor focusgebieden.
ja
De focusgebieden en acht andere gemeenten
nee; wordt ingezet voor heel Arnhem wel zijn er intensiveringen van onderdelen (VIOS en PIT) voor Arnhem-Oost.
Regeling Kansrijke wijk (SPUK Kansrijke wijk) 1. Ontwikkeling van het jonge kind maatregelen om de kansengelijkheid in het funderend onderwijs te bevorderen 2. School en omgeving (verrijkte schooldag) buitenschools aanbod voor leerlingen tijdens hun basis- en middelbare schooltijd 3. Preventie armoede en schulden aanpak van geldzorgen en de preventie van armoede en schulden voor inwoners 4. Re-integratie gemeentelijke re-integratiedienstverlening aan inwoners 5. Veerkracht en Weerbaarheid doel: gemeenten, professionals en maatschappelijke organisaties meer kennis en instrumenten in handen te geven, waarmee zij de
18
Alle gemeenten. De focusgebieden kunnen voor de uitwerking van hun gebiedsplannen een beroep doen op het expertisecentrum Pharos.
nee (Arnhem doet mee aan GALA, maar er wordt geen gebruik gemaakt van de optie om een beroep te doen op Pharos).
Gaat als een gebundelde SPUK naar de focusgebieden.
ja, De middelen school en omgeving zijn in Arnhem niet opgenomen in de Regeling Kansrijke wijk, maar worden via een subsidie van het rijk aan scholen verstrekt.
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave Beleidsmaatregel
Positie focusgebieden
veerkracht en weerbaarheid van individuen en groepen kunnen vergroten ten behoeve van de sociale stabiliteit 6. Later toegevoegd door het rijk: gezonde leefomgeving; gezondheidsachterstanden in samenhang aanpakken. € 500.000 per jaar per focusgebied voor 2023 – 2025 voor het opzetten van het programmabureau Regiodeals (vijf tranches) Een aantal regiodeals is voor gebieden waarbinnen een stedelijk focusgebied ligt.
NPAO
ja nee (Regiodeal Arnhem-Nijmegen (Groene Metropoolregio))
op verminderen van schuldproblematiek, zoals het experiment Immerloo schuldenvrij, op het versterken van netwerken van bewoners, bijvoorbeeld door een gezin te koppelen aan een ander gezin. Ook de ontwikkeling van vaardigheden door opleidingen en taallessen maken onderdeel uit van deze programmalijn.
3.2 De programmalijnen van het NPAO 3.2.1 Het NPAO op hoofdlijnen Het NPAO heeft als doel om de achterstanden op het gebied van onderwijs, werk & inkomen, wonen, gezondheid, leefbaarheid en veiligheid in ArnhemOost aan te pakken. Het gebiedsplan kent daarvoor drie programmalijnen: 1. opvoeden en opgroeien; de pedagogische wijk 2. werk en inkomen; bestaanszekerheid voor ieder gezin en huishouden 3. wonen en leven; leven in een duurzame woning en in een gezonde en veilige buurt Deze drie programmalijnen hebben ieder 10 acties. Deze acties worden ingevuld met activiteiten. In het uitvoeringsprogramma van april 2024 is per actie aangegeven welke activiteiten er zijn of worden ontwikkeld. In alle drie de programmalijnen is een aantal acties dat in gang is gezet en een aantal dat in het beginstadium van ontwikkeling is.
In programmalijn 3. wonen en leven staat prettig wonen centraal, waarbij het gaat om de woning, de straat, buurt en sociale samenhang. In deze programmalijn zijn acties rond verbeteren en verduurzamen van particuliere woningen opgenomen, evenals acties voor verbetering van de openbare ruimte, door meer groen, meer mogelijkheden voor bewegen, zoals in speeltuinen, voor ontmoeten, zoals in wijkcentra en tegengaan van verloedering, door bijvoorbeeld het opkopen van verwaarloosde panden. Ambitie De drie programmalijnen hebben dus ieder een eigen ambitie met bijhorende acties en activiteiten. De lat ligt daarbij soms hoog, zoals bij de rijke schooldag waar het de ambitie is om een programma aan te bieden van 8.00-17.00 - en als het kan tot 20.00 - vijf dagen per week inclusief een schoolmaaltijd. Deze actie wordt werkenderwijs opgezet. Scholen zijn al begonnen met aanvullend aanbod. Werkenderwijs wordt ontdekt wat werkt en verbeterd kan worden. Gestart wordt in de Arnhem-Oost wijken. De ambitie van de gemeente is om uiteindelijk op alle Arnhemse basisscholen een rijke schooldag te introduceren. De programmalijnen zijn zo opgezet dat de beleidsmaatregelen van het rijk erin passen, maar niet dominant zijn. Anders gezegd er is een inhoudelijk uitgangspunt per programmalijn, waarbij middelen worden gezocht en ingezet in plaats van andersom.
In programmalijn 1. opvoeden en opgroeien staan jongeren van min 10 maanden tot en met 27 jaar centraal. De programmalijn is gericht op preventie. De acties varieren van inzet voor 0-4 jarigen, zoals versterking van de voor- en vroegschoolse educatie (VVE)/peuteropvang, de rijke schooldag, waarbij het streven is dat kinderen van 8.00-17.00 vijf dagen per week naar school kunnen tot preventieve maatregelen rond middelbare scholen, zoals veilig in en om school, waarbij het gaat om het opvangen van signalen van risicovol gedrag van jongeren. In programmalijn 2. werk en inkomen is de focus op financiele rust voor mensen,
met de mogelijkheid voor daginvulling en voor perspectief. Acties zijn gericht
19
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave 3.2.2 Relatie gemeentelijk beleid en de programmalijnen
‘Voortgang en doorontwikkeling pedagogische wijk’ van 11 oktober 2022 worden bijvoorbeeld de acties ‘voorschool’ voor 0-4 jarigen, de rijke schooldag, veilig in en om school (VIOS) en preventief interventie team (PIT) genoemd. Deze acties maken nu onderdeel uit van het NPAO. Daarbij is het van belang dat voorschoolse educatie en de rijke schooldag in het verlengde liggen van gemeentelijk beleid voor bijvoorbeeld peuterspeelzalen en buitenschoolse activiteiten. VIOS en PIT zijn onderdeel van het programma ‘preventie met gezag’. Deze onderdelen zijn voor Arnhem-Oost geïntensiveerd. Dit gemeentelijk beleid staat niet op zichzelf; voor alle acties zijn diverse (alliantie)partners van belang, zoals peuterspeelzalen, scholen, politie, welzijnsinstellingen en sportverenigingen. Iets vergelijkbaars geldt voor de programmalijnen 2 en 3. Ook daar liggen diverse acties in het verlengde van gemeentelijk beleid en wordt het gemeentelijk beleid veelal in samenwerking met meer partijen uitgevoerd.
Extra ten opzichte van regulier beleid Diverse acties zijn nauw verwant met regulier beleid. De rijke schooldag ligt bijvoorbeeld in het verlengde van een reguliere gemeentelijke taak, zoals buitenschoolse activiteiten, maar het is ook extra. Dit is in lijn met de afspraken met de rijksoverheid waarbij zowel het rijk als de gemeente een inspanningsverplichting hebben om iets extra’s te doen voor de focusgebieden. Dat leidt tot de vragen: wat is regulier beleid en wat is specifiek voor Arnhem-Oost? Kan dat worden afgebakend? En is het belangrijk om het af te bakenen? In het NPAO wordt uitgegaan van drie manieren waarop iets extra / aanvullend kan zijn: • een intensivering van reguliere activiteiten. Zo zijn er acties als: ‘meer kinderen, jongeren en volwassenen stimuleren om dagelijks binnen of buiten te bewegen en te sporten.’ En ‘meer opleidings- en leertrajecten.’ • een doorbraak, zoals bij onderwijshuisvesting. Voor de scholen in Arnhem-Oost kan anders met het aantal m2 onderwijshuisvesting worden omgegaan. Het Integraal Huisvestingsplan (IHP) dat voorjaar 2024 door de raad wordt behandeld, biedt hier ruimte voor. • innovatie, een voorbeeld hiervan is ‘Immerloo schuldenvrij’. Het gaat bij deze activiteit om een experiment met een nieuwe aanpak. Schulden van bewoners worden versneld gesaneerd en waar nodig en mogelijk opgekocht.
3.2.3 Relatie met andere wijken Er is dus een nauwe relatie tussen gemeentelijk beleid en het NPAO. Wat is de betekenis hiervan voor de andere wijken? De relatie kan er op twee manieren zijn. Enerzijds zijn er wijken waar het minder goed gaat met veel bewoners. Voor deze wijken is het mogelijk dat als activiteiten in Arnhem-Oost effectief zijn ze worden doorgezet naar deze wijken. Activiteiten kunnen breder worden ingezet en zijn niet onlosmakelijk aan het NPAO gekoppeld. De interactie kan ook andersom. In Arnhem-Oost zijn relatief veel sociale huurwoningen. Andere wijken in Arnhem hebben relatief weinig sociale huurwoningen. In de woonvisie, vastgesteld door de raad op 27 maart 2024, is opgenomen dat het aandeel sociale woningbouw moet groeien, dit omdat de vraag naar sociale woningbouw groot is. Verder is in de woonvisie opgenomen: “Om de tweedeling in de stad te verkleinen en het aanbod van sociale huur aan de West- en Noordkant te vergroten, gaan we in de toekomst extra sturen op sociale woningbouw in deze delen van de stad. In zes van de vierentwintig wijken kiezen we voor hoge percentages sociale huur bij nieuwbouwprojecten. In deze wijken gaan we zelf actief (potentiële) woningbouwprojecten van de grond proberen te krijgen, zie ook deze raadsbrief.” (raadsvoorstel Woonvisie Arnhem 2024-2028/2034, p. 3.).
Extra ten opzichte van gemeentelijk beleid Bij het extra kan het gaan om extra ten opzichte van gemeentelijk beleid, maar ook ten opzichte van het beleid van andere partners. Het gebiedsplan en het uitvoeringsplan is van de alliantie. Niet bij alle acties hoeft de gemeente te zijn betrokken. Wel lopen de meeste middelen via de gemeente, zie ook hoofdstuk 6. Dit betekent dat de gemeente vaak een rol heeft. Ook is de gemeente de enige partner in de alliantie die direct of indirect een rol heeft bij alle onderwerpen. De andere partners hebben de focus op een beperkt aantal taken, zoals wonen, bestrijden criminaliteit of onderwijs. Als we naar programmalijn 1 opvoeden en opgroeien kijken dan zien we dat een aantal acties viel onder de pedagogische wijk. In de raadsinformatiebrief
20
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave van het programma – en ander beleid kan krijgen. In de sessie met raadsleden is hierover verkennend gesproken. De volgende mogelijkheden kwamen naar voren:
3.3 Wat is de ruimte voor de raad? De gemeenteraad van Arnhem heeft de afgelopen jaren diverse raadsbrieven of raadsvoorstellen gekregen voor acties van de programmalijnen van het NPAO. Dit met de kanttekening dat de acties niet altijd al onder het NPAO vielen. Het gaat dan bijvoorbeeld om: • raadsvoorstellen over het volkshuisvestingsfonds en de cofinanciering. • raadsbrieven over ‘Voortgang en doorontwikkeling pedagogische wijk’, (11 oktober 2022), ‘Rijke schooldag en Aanpak gezonde schoolmaaltijden pedagogische wijk’, (13 december 2022)
Raadsvoorstellen: het is een optie om op raadsvoorstellen een vakje op te nemen ‘relatie met NPAO’. Bij ieder onderwerp wordt dan de relatie aangegeven, bijvoorbeeld het betreft regulier beleid, maar het is ondersteunend aan het programma. Als er geen relatie is kan dat uiteraard ook worden aangegeven. Er was enige twijfel in de sessie over deze optie, omdat de ervaring is dat dit snel verwatert. Het wordt plichtmatig. Daar staat tegenover dat het kan helpen iedereen scherp te houden.
Ook is er regulier beleid waarin wordt gewogen of inspanningen in relatie tot Arnhem-Oost mogelijk zijn. Dat is bij de woonvisie gebeurd, zie de vorige paragraaf. Ook in het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP), vastgesteld door de raad op 27 maart 2024, wordt rekening gehouden met Arnhem-Oost. Dit gebeurt door de prioriteringslijst in het IHP. “Deze lijst is tot stand gekomen door de kwalitatieve analyse van de gebouwen, gekoppeld aan de kwantitatieve vraag en de maatschappelijke situatie, bijvoorbeeld in ArnhemOost waar de scholen voor hun specifieke opgave extra huisvestingsmeters ter beschikking kunnen krijgen. “ (Raadsvoorstel IHP 2024-2039,p. 6). Ook is aangegeven dat de inzet van extra middelen voor scholen in Arnhem-Oost bedoeld is voor leerlingen met achterstanden en om de schoolgebouwen het middelpunt van de wijk te laten zijn met voorzieningen die bijdragen aan een gezonde toekomst van onze kinderen. Waar het speelplein ook na schooltijd gewoon beschikbaar is voor buurtkinderen (voorwoord IHP, p. 5).
Raadswerkgroep of klankbordgroep: er was discussie over de vraag of een raadswerkgroep wenselijk is. Het voordeel is dat een aantal raadsleden dan intensiever betrokken is. Dat kan handig zijn, omdat het om veel informatie gaat. Een klankbordgroep zou ook kunnen; dat is een lossere wijze van organiseren, dan kunnen meer raadsleden zich informeren op een minder intensieve manier. Ook zou het gecombineerd kunnen met een jaarlijkse dag in Arnhem-Oost waar raadsleden op een compacte manier kunnen worden bijgepraat en acties ook zichtbaar kunnen worden. Een aandachtspunt bij de overwegingen voor een raadswerkgroep of klankbordgroep is dat het NPAO langlopend is en er een goede overdracht naar nieuwe raadsleden moet zijn. Ook werd genoemd dat beleidsinformatie op een website handig zou kunnen zijn. Raadsleden kunnen dan kijken hoe het ermee staat. Tot slot, benadrukten aanwezige raadsleden dat er ook voor moet worden gewaakt dat de organisatie niet teveel wordt belast, evenals dat er geen informatie overload voor raadsleden is.
De raad wordt op deze manier betrokken bij het gemeentelijk aandeel in het NPAO. Aanvullend kunnen er overwegingen en/of inzichten zijn die ook voor de raad van belang zijn. Het gaat bijvoorbeeld om punten die zijn genoemd bij de beantwoording van de vragenlijst en/of in de raadssessie: Hoe voer je echt integraal beleid? Zodat sociaal en fysiek samen gaan? Hoe worden acties vanuit het NPAO ervaren? Wat is bijvoorbeeld een criterium om de acties breder in te zetten of af te bouwen? Om de relatie tussen bijvoorbeeld regulier beleid en het NPAO te kunnen leggen is het nodig inzicht te hebben in de samenhang. Een vraag is hoe de raad zicht op de relatie tussen NPAO – in het bijzonder het gemeentelijke deel
21
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave
Hoofdstuk 4. Samenwerkende partners NPAO
4.1.2 Hoe is de alliantie en programmaorganisatie voor het NPAO georganiseerd?
Bij het Nationaal programma Arnhem-Oost zijn veel partijen betrokken. Hoe werken zij samen? Wie doet wat? Wie spreekt wie aan? En wat is de rol van de gemeente daarbij? Op deze vragen gaan we in dit hoofdstuk in. We beginnen met de alliantie, het alliantieoverleg en de programmaorganisatie (paragraaf 4.1). In paragraaf 4.2 gaan we in op de rol van de gemeente, zowel bestuurlijk als ambtelijk. In de laatste paragraaf (4.3) kijken we naar de rol van de raad. Wat is die tot nu toe? En wat is de ruimte voor de raad?
Partners in de alliantie Voorjaar 2024 bestaat de alliantie uit ongeveer 70 alliantiepartners. Een voorwaarde om een partner te kunnen zijn is onder andere actief zijn in Arnhem-Oost. Er melden zich regelmatig partijen die partner willen worden. De opzet is dat de alliantiepartners twee keer per jaar samenkomen om de voortgang van het NPAO te bespreken.
Figuur 3. Overzicht van de partners in de alliantievertegenwoordiging
De paragrafen hebben telkens de indeling: Wat is er afgesproken met de rijksoverheid? Hoe is het in Arnhem georganiseerd? Wat zijn de ervaringen?
(31 maart 2024) Alliantievertegenwoordiging
4.1 De alliantie en de programmaorganisatie
Gemeente Arnhem; de burgemeester (voorzitter) Gemeente Arnhem: coordinerend wethouder Christelijke onderwijsgroep HAN university of applied sciences Politie Gelderland-Midden Presikhaaf University Rabobank Rijksoverheid UWV-werkbedrijf VNO-NCW midden Woningbouwcooperatie volkshuisvesting Een plek is nog open
4.1.1 Wat is afgesproken? Alliantieoverleg Een van de afspraken in het NPLV is dat er voor het focusgebied een alliantieoverleg is. Aan het overleg nemen de betrokken lokale partijen deel. Het rijk – dat is een van de betrokken ministeries - neemt ook deel aan het overleg. Het overleg is onder leiding van de burgemeester. Het doel van het alliantieoverleg is het bevorderen van integraal werken, onder andere door het vaststellen van het gebiedsplan. Programmaorganisatie Er is binnen het NPLV ook afgesproken dat er een programmaorganisatie is. Doelen van deze organisatie zijn onder andere: samenwerken stimuleren, dwarsverbanden leggen, het uitwerken van de doelen en ambities van het gebiedsplan in concrete acties en projecten en het zorg dragen voor de uitvoering. De programmaorganisatie moet volgens het NPLV onafhankelijk zijn. Wat onafhankelijk inhoudt is landelijk niet bepaald. Onafhankelijk wil dus (vooralsnog) niet zeggen dat er een aparte juridische organisatie moet zijn.
Alliantievertegenwoordiging Vanaf de start van de ontwikkeling in 2021, zijn partners betrokken geweest en was er overleg. Vervolgens is in een aantal stappen meer structuur gebracht in de samenwerking en de vorming van de alliantie. Daarbij is er gekozen voor een alliantieoverleg in de vorm van een alliantievertegenwoordiging. Deze vertegenwoordiging bestaat uit 12 deelnemers. De opzet van deze vertegenwoordiging is dat de burgemeester, de coordinerend wethouder en het rijk deelnemen, evenals drie vertegenwoordigers per programmalijn (negen in totaal). De vertegenwoordigers zijn zo gekozen dat ze geen directe financiele belangen bij het programma hebben. Partners met een grote mate van financiele
22
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave afhankelijkheid van de gemeenten zijn geen vertegenwoordiger. Een deel van de vertegenwoordigers vertegenwoordigt ook andere partners. Zo zijn er drie woningcorporaties actief in Arnhem-Oost. Een van hen neemt aan de alliantievertegenwoordiging deel. Voorjaar 2024 komt de alliantievertegenwoordiging voor het eerst bij elkaar. In figuur 3 hebben we de alliantievertegenwoordiging opgenomen. De taken van de alliantievertegenwoordiging zijn: het bepalen van de richting en de plannen van het programma, adviseren over onderwerpen die extra aandacht behoeven in Arnhem- Oost en toezicht houden op de voortgang van het programma. De opzet is dat de alliantievertegenwoordiging zo’n vier keer per jaar bij elkaar komt.
Figuur 4. Organisatie NPAO
Kopgroep Uit de alliantievertegenwoordiging wordt het dagelijks bestuur gekozen. Dit dagelijks bestuur bestaat uit vijf deelnemers. De burgemeester is de voorzitter. De coordinerend wethouder is deelnemer. Daarnaast is er een deelnemer per programmalijn. De kopgroep is verantwoordelijk voor het uitwerken van de koers, de begroting en de samenwerkingsafspraken. Zij zijn de opdrachtgever van het programmabureau. De kopgroep komt 8 a 10 keer per jaar bij elkaar. Figuur 4 geeft een overzicht van de organisatie van het Nationaal programma Arnhem-Oost. Programmaorganisatie Het programmabureau bestaat uit een directeur, de programmamanagers voor de drie programmalijnen en enkele fte’s voor communicatie, kennisdelen en kennisstructuren. Het programmabureau is voorjaar 2024 volledig bemenst en heeft zijn intrek genomen in een eigen locatie in Malburgen. Het programmabureau wordt gefaciliteerd door de gemeente en is vooralsnog geen zelfstandige juridische entiteit. Een van de vragen voor de komende jaren is welke organisatievorm en bijhorende rechtsvorm het meest passend is voor het programmabureau en de alliantie. De keuze voor de organisatievorm is complex, omdat het om publieke en private partners gaat, waarbij een groot deel van de middelen wordt verstrekt via het rijk aan de gemeente.
Dit betekent dat er bij het aanvragen van de middelen, de wijze van uitvoeren (aanbestedingsregels) en bij de verantwoording moet worden voldaan aan regels van het rijk en de
uitwerking ervan binnen de gemeente, zoals raamovereenkomsten van de gemeente. Uitvoering van de acties van het NPAO Zoals in paragraaf 3.2 beschreven kent het NPAO drie programmalijnen met ieder tien acties. Het doel is dat iedere actie een trekker of ‘eigenaar’ heeft die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de actie. Deze eigenaren zijn werkzaam bij of voor een van de partners en
23
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave zijn dus niet in dienst van het programmabureau. Vooralsnog zijn de meeste eigenaren van acties werkzaam bij de gemeente, zie verder paragraaf 4.2. Afhankelijk van de actie is er ook sturing door een werkgroep of stuurgroep.
4.2 De gemeente in de alliantieorganisatie 4.2.1 Wat is afgesproken over de rol van de gemeente? Over de rol van de gemeente is afgesproken dat de gemeente een van de partners in de alliantie is – dus gelijk is aan de andere partners. Landelijk is afgesproken dat de burgemeester de voorzitter is van het alliantieoverleg. Dit vanwege de aard van de functie van burgemeester en de statuur. In het landelijke programma is opgenomen dat het voorzitterschap van de burgemeester, zowel van belang is “voor de verbinding met de maatschappelijke partners in het gebied, als ook voor het borgen van een langjarige doorlooptijd van het programma, die niet onderhevig is aan de 4jaren cyclus van de gemeentepolitiek of een kabinetsperiode; de burgemeester als boegbeeld en ‘beschermheer/vrouw’ van het programma.” (NPLV, p. 41).
4.1.3 Ervaringen met de alliantie en programmaorganisatie Ervaringen met de alliantie De alliantievertegenwoordiging moet bij het afronden van dit onderzoek nog starten. Er is afgelopen jaren wel gewerkt aan betrokkenheid van alle partners in het gebied. Wat zijn de ervaringen daarover tot nu toe? In de eerste plaats wordt in diverse interviews genoemd dat er een enthousiasme is bij betrokken partners; betrokkenen zien kansen om iets voor elkaar te krijgen, om door te pakken. Er is breed commitment in de stad. Het geeft een boost aan de wijken. Er wordt aan gewerkt om het anders te doen; er is een beweging op gang gekomen. In de tweede plaats is er de vervolgvraag: wat gaan de partners doen? Hoe kan de capaciteit, geld en commitment worden vergroot? En wat kan er gezien bijvoorbeeld de budgetten en/of personeelstekorten van partners? Daarbij is het van belang dat het ook gaat om anders werken. Het gaat om meer dan geld. Het gaat ook om de kwaliteit van de uitvoering en om samenwerking. Een aandachtspunt daarbij is dat er oog moet zijn voor wijkorganisaties; deze organisaties waren er al en moeten verder in hun kracht worden gezet.
Verder is bepaald dat het programmabureau onafhankelijk is, dus ook onafhankelijk van de gemeente. De middelen lopen echter grotendeels via de gemeente (zie ook hoofdstuk 6). 4.2.2 Hoe is de rol van de gemeente georganiseerd in het NPAO? Rol burgemeester In Arnhem is de burgemeester de voorzitter van de alliantievertegenwoordiging en van de kopgroep. De burgemeester is ook het boegbeeld van het programma; hij zet zich in voor het NPAO, waardoor draagvlak wordt gecreeerd.
Ervaringen met het programmabureau Het programmabureau is voorjaar 2024 pas voltallig. Over het programmabureau wordt aangegeven dat de pluspunten zijn dat ervoor wordt gezorgd dat acties zijn geborgd en er verbindingen zijn tussen de partners, waarbij iedereen zijn eigen rol kan pakken. Door de structuur van het programma – de drie programmalijnen – is het duidelijker waar de acties aan bijdragen, is er meer integraliteit en slagkracht. Als nog te ontwikkelen punten wordt vooral genoemd: meer uitdragen wat er gebeurt, ervoor zorgen dat er nog meer eenheid is. Iedereen vertelt hetzelfde verhaal, maar heeft ook iedereen dezelfde beelden?
Coördinerend wethouder Na de verkiezingen van 2022 heeft het nieuwe college ervoor gekozen de inzet van de gemeente te laten lopen via een coordinerend wethouder. De coordinerend wethouder zit in de alliantievertegenwoordiging en de kopgroep en kan daar aangeven wat de inzet van de gemeente is. In die zin stuurt de wethouder, met de andere partners in de overleggen, het programmabureau aan in relatie tot het NPAO. Coordineren houdt in: zorgen voor de structuren en de lijnen en zorgen dat de neuzen dezelfde kant op staan; het samen doen. Daartoe hoort ook het uitdragen van een andere manier van werken, zoals de wijk ingaan, naar bijeenkomsten gaan en dergelijke.
24
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave
Figuur 5. Rol van de gemeente in de programmaorganisatie
op te zetten en daarna te bezien wat de toekomstige organisatievorm zou kunnen zijn.
Programmaorganisatie gemeente Het NPAO is ook een stadsprogramma binnen de gemeente Arnhem. Er is daarom een programmastaf van de meest betrokken wethouders. Ook is er een programmamanager voor het NPAO. Op dit moment wordt de functie van programmamanager voor het NPAO binnen de gemeente vervuld door de kwartiermaker voor het programmabureau. De gemeente is de grootste partner en trekt veel van de acties. Het kost tijd om het programma, zowel inhoudelijk als organisatorisch op te zetten en vorm te geven. Er is voor gekozen om te beginnen het programma vanuit de gemeente
Complexiteiten Het NPAO goed inbedden in de gemeentelijke organisatie is complex, omdat het NPAO langlopend is en integraal en aanvullend is. Ook zijn er ontwikkelingen in de organisatie die van belang zijn voor het gemeentelijk deel van het NPAO. Het gaat dan om: • het opnieuw vormgeven van de relatie tussen stadsprogramma’s en de lijnorganisatie. In de vorige coalitieperiode was de organisatie zo
25
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave
•
opgezet dat alle medewerkers in een stadsprogramma zaten. Zomer 2022 is opnieuw bepaald wat programma’s zijn en wat niet. Dit leidt tot een andere manier van werken. het organisatorisch anders inbedden van de teams leefomgeving. De koersnota van september 2022 is de basis om de wijze van bekostiging van de teams anders vorm te geven. De teams krijgen dan alleen middelen voor wat wijkspecifiek is.9 Los daarvan is het zoeken naar wat de relatie is tussen de teams leefomgeving in de relevante wijken en het NPAO.
4.2.3 Ervaringen met de rol van de gemeente in het NPAO Uit de interviews blijkt dat de burgmeester zich sterk inzet voor het NPAO en hiermee veel draagvlak creeert. Hetzelfde geldt voor de coordinerend wethouder en het college. Uit de interviews blijkt ook dat de organisatie aandacht vergt. Geïnterviewden geven aan dat het doel, inhoud en draagvlak hiervoor in de stad er zijn, maar dat de grote vraag is hoe het programma te organiseren, in het bijzonder in de gemeente. De wijze van organiseren is niet voor iedereen een probleem. Voor diverse onderwerpen sluiten de doelstelling van de gemeente en het NPAO op elkaar aan, waarbij het programma een ondersteunende en versterkende rol heeft. Zoals in paragraaf 4.2.2 aangegeven is er voorjaar 2024 inmiddels een organisatiewijze vormgegeven. Bij het afronden van dit startonderzoek is het nog te vroeg om de ervaringen hierover mee te nemen.
Een andere complexiteit voor de gemeentelijke organisatie is dat er met veel partners wordt samengewerkt. Het NPAO is een vorm van netwerksturing. Dat is op complex. Delen van het netwerk waren er al en krijgen nu op net wat andere wijze vorm. Organisatiewijze Inmiddels is er, zoals in paragraaf 4.1 geschetst, een organisatiewijze ontwikkeld met als doel dat er een eigenaar per actie is of komt. Voor iedere actie is dan iemand verantwoordelijk. Het verschilt per actie wie dat is. Het kan een wijkmanager zijn, een beleidsadviseur, een externe, een projectleider enzovoorts. De afdelingen worden bij de acties betrokken. Daarbij geeft de indeling in eenmalige, tijdelijke en structurele acties duidelijkheid over de inzet: - eenmalig is bijvoorbeeld een speeltuin renoveren - tijdelijk is bijvoorbeeld het inzetten van extra jongerenwerkers bij scholen met een lerarentekort. Die actie is er tot het lerarentekort is opgelost. - structureel is bijvoorbeeld dat kinderen van 8.00-17.00 naar school kunnen.
4.3 Wat is de ruimte voor de raad? Wat is afgesproken? De gemeente neemt deel aan de alliantie van het NPAO. De alliantie is een publiek-private samenwerking met de gemeente als een van de partners. Over de rol van de raad in de alliantie is in het NPLV niets specifieks afgesproken. Dit betekent dat de raad zijn traditionele rol heeft. De raad heeft de kaderstellende en controlerende rol ten opzichte van het college. Het college, dat is de coordinerend wethouder en de burgemeester, heeft een rol in de alliantie. De raad kan met het college in gesprek over het NPAO en de alliantie. Hoe heeft Arnhem de rol van de raad in het NPAO georganiseerd? De raad heeft in 2021 de aanpak Arnhem-Oost vastgesteld. Vervolgens heeft de raad diverse raadsinformatiebrieven ontvangen over onderwerpen met een raakvlak met het NPAO, zoals de rijke schooldag, het IHP en het volkshuisvestingsfonds (zie paragraaf 3.3). De lijnen naar de alliantie lopen voor de raad via het college. Daarnaast waren er in 2023 twee bijeenkomsten over het NPAO. Op de eerste avond (15 juni
In figuur 5 hebben we aan figuur 4 de rol van de gemeente bij de organisatie van het NPAO toegevoegd.
9 In de huidige systematiek hebben de teams leefomgeving een groot budget, maar een
opzet krijgen de teams alleen de middelen waarover ze zelf kunnen beslissen over de inzet. Terugmandateren is dan niet meer nodig.
deel daarvan wordt teruggemandateerd naar de stedelijke programma’s. In de nieuwe
26
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave 2023) heeft de programmadirecteur het gebiedsplan gepresenteerd. De tweede avond (14 september 2023) was een raadsinformatiesessie. Ervaringen met de rol van de raad in het NPAO In de vragenlijst aan de raadsleden was onder andere een vraag opgenomen of de raad zijn rol en positie ten opzichte van de alliantie zou moeten bepalen. Het merendeel van de invullers van de vragenlijst vindt dat de raad dat moet doen. Kanttekeningen die daarbij werden gemaakt zijn dat de raad in een samenwerking niet overal op kan sturen en dat er een grote afhankelijkheid is van Den Haag voor deze samenwerking. In de bijeenkomst met raadsleden over het NPAO is de vraag voorgelegd welke rol raadsleden willen vervullen, bijvoorbeeld die van strateeg (stip op de horizon) of prioriteitsteller. Raadsleden gaven aan dat ieder raadslid zijn eigen rol kan kiezen. De rollen zijn dan verdeeld. Diversiteit van de rollen heeft de voorkeur boven allemaal een vergelijkbare rol. Op de bijeenkomst bleek ook dat een van de grote vragen voor de raad is het zoeken van een balans tussen enerzijds afstand houden, want het gaat om de samenwerking, en anderzijds beslissingen nemen over het gemeentelijk aandeel. Daarbij speelt mee dat betrokkenheid van de raad bij het NPAO van belang is, omdat het om een belangrijk, groot en langlopend programma gaat.
Formele kaders voor de rol van de raad in een netwerksamenwerking zijn er niet. Er zijn wel andere netwerken, zoals de Groene metropoolregio ArnhemNijmegen. Aan deze samenwerking nemen 18 gemeenten deel via een bestuursakkoord. Bij die samenwerking gaat het om overheden. Het NPAO is een publiek-private samenwerking. De ruimte die er voor de raad in ieder geval is, is een aantal keer per jaar, bijvoorbeeld twee keer, een informatieavond met de programmadirecteur, al dan niet samen met alliantiepartners. Een of twee keer per jaar een document met een terugblik en/of vooruitblik is ook een optie. Het uitvoeringsplan 2024-2026 kan worden gezien als een start hiervoor. Deze documenten kunnen worden besproken op de informatieavonden. In hoofdstuk 8 over governance gaan we hier verder op in.
27
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave Netwerken gebeurt ook als ouders kinderen wegbrengen. Een gesprekje op zo’n moment kan bijvoorbeeld leiden tot een vraag om extra zorg.
Hoofdstuk 5. Bewonersparticipatie Het NPAO is er voor de bewoners van Arnhem-Oost. Hoe worden zij bij het programma betrokken? Hoe worden bewoners geïnformeerd over het programma? Hoe worden ideeën opgehaald? Hoe worden bewoners gestimuleerd actief te zijn het programma? In paragraaf 5.1 gaan we hier op in. In paragraaf 5.2 staan we vervolgens stil bij de vraag welke ruimte de gemeenteraad hierbij heeft.
Onderdeel van programmalijn 2 werk en inkomen is onder andere het streven naar een domeinoverstijgende frontoffice. Algemeen beleid van Arnhem, zoals onder andere de ‘goed geregeld Arnhem loketten’, zijn ook van belang. Het streven is dat er bijvoorbeeld loketten in buurthuizen in Arnhem komen waar een goede intake is en naar de totaalproblematiek wordt gekeken. In programmalijn 2 zijn onder andere acties voor netwerkvorming van bewoners opgenomen. Het gaat dan om de actie buurtsupport. Bij deze actie gaat het om gezinnen met kinderen met beginnende problemen. Deze gezinnen worden gekoppeld aan andere gezinnen. Dit koppelen houdt in dat er bijvoorbeeld een keer in de week samen wordt gegeten of dat er een mogelijkheid is voor huiswerk maken.
5.1 Bewonersparticipatie in het NPAO Wat is er afgesproken? In het NPLV is opgenomen dat bewoners centraal staan. In het gebiedsplan moet worden aangegeven ‘hoe en waarbij’ bewoners worden betrokken. Dat er bewonersparticipatie is, is een verplichting. Hoe bewoners worden betrokken is aan de alliantie.
In programmalijn 3 wonen en leven spelen bijvoorbeeld de energiefixers (of energiecoaches) een rol. Voor de klusbedrijven werken medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt. Zij komen bij buurtgenoten binnen en kunnen een kop koffie drinken. Ze komen bij gezinnen waar problemen zijn en de stap naar hulpverlening te complex is. De energiefixer kan vragen of hij een volgende keer iemand mee kan nemen. Dat is een linking pin; die kan vervolgens weer verder helpen. De activiteit ‘ontwikkelperspectief Malburgen’ is ook onderdeel van deze programmalijn. Voor dit ontwikkelperspectief worden bewoners betrokken via bijeenkomsten, door ouders te benaderen via scholen, met de moskee bespreken wat kan en bijvoorbeeld door gebruik te maken van de aanwezigheid van mensen die bij elkaar komen voor activiteiten en dergelijke. Per buurt wordt de input opgehaald.
Hoe heeft Arnhem bewonersparticipatie in het programma georganiseerd? Algemeen Vanuit het NPAO wordt gewerkt aan communicatie in het algemeen via de website en een nieuwsbrief. Ook is het programmabureau, sinds voorjaar 2024, gevestigd in Malburgen. Bewonersbijeenkomst Bewoners betrekken in de zin van input ophalen is in een beginfase. In Klarendal zijn bewoners actief. Deze bewoners hebben zich bij het programma gemeld in 2023. Vervolgens hebben ze een bijeenkomst georganiseerd in het Posttheater. De actieve bewoners zijn de deuren af geweest om mensen voor de bijeenkomst te vragen. In die bijeenkomst zijn initiatieven uit de wijk opgehaald.
Ervaringen Zoals aan het begin van de paragraaf aangegeven is het betrekken van bewoners in een beginfase. Het vergt ook een andere manier van werken. Het betekent bijvoorbeeld dat de gemeente ook veel meer in de wijken moet komen en oplossingsgerichter werkt. Veel bewoners in Arnhem-Oost hebben geen vertrouwen in de overheid. Het kost dus tijd om mensen te bereiken. Een aandachtspunt daarbij is het verloop van medewerkers van alle betrokken organisaties. Medewerkers gaan vaak snel weg, waardoor weer nieuwe mensen moeten worden ingewerkt. Dat betekent dat de bewoners
Acties programmalijnen De actiefste inzet op bewonersparticipatie loopt via de acties in de programmalijnen. Dit gebeurt op hoofdlijnen op twee manieren: • netwerken met en voor bewoners opbouwen • instanties toegankelijker maken voor bewoners. In programmalijn 1 opvoeden en opgroeien wordt er bijvoorbeeld door jongerenwerkers gewerkt aan netwerken. De jongerenwerkers leren kinderen kennen. Ook via de rijke schooldag komt er zicht op kinderen en hun vragen.
28
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave dan de constante factor in de wijk zijn. Het programmabureau ziet het als zijn rol om de continuïteit te borgen.
• •
5.2 Welke ruimte heeft de raad? Ervaringen met bewonersparticipatie Bewonersparticipatie bij het NPAO is nog in een startfase. We kijken daarom naar ervaringen met de volksvertegenwoordigende rol en bewonersparticipatie in Nederland in het algemeen. Platform 31’10 geeft bijvoorbeeld aan dat uit onderzoek blijkt dat raadsleden het ingewikkeld vinden om een goede balans te vinden tussen burgerparticipatie en de eigen rol. Het gaat dan overigens om een ander vraagstuk (energietransitie). De reden dat raadsleden aangeven dat ze het moeilijk vinden een goede balans te vinden is dat ze enerzijds het proces van burgerparticipatie niet willen verstoren en anderzijds dat als ze afstand houden ze niet weten wat er speelt in de wijk (platform 31, tien lessen voor raadsleden voor participatie).
de raad niet voorop staat en dat burgers daarom niet gevraagd moeten worden naar het stadhuis te komen. De raad moet naar de bewoners toe. het belangrijk is inzichtelijk te hebben welke groepen bewoners zijn betrokken door de diverse partners. Dit omdat het belangrijk is zoveel mogelijk mensen -iedereen is het streven – te betrekken. De moeilijk te bereiken groepen zijn daarbij vooral van belang. Hiervoor is het nodig te weten welke partners zich op welke doelgroepen richten. Wie richt zich op jongeren, op meiden, op expats, op studenten, op nieuwkomers enzovoort? En wat is dan nog meer nodig?
Tekstkader 4. Opties raad bij bewonersparticipatie Sturing op participatie door de raad: dit kan door: • kaders te stellen die ervoor zorgen dat bewoners het voortouw kunnen nemen: welke groepen moeten wanneer worden betrokken? • te streven naar betrokkenheid van alle bewonersgroepen. Dit betekent dat de raad inzicht nodig heeft, bijvoorbeeld in welke alliantiepartner contact heeft met welke groepen bewoners. Als er hiaten zijn kan de raad bijvoorbeeld meedenken welke groepen wanneer betrokken kunnen worden.
Opties voor bewonersparticipatie In tekstkader 4 hebben we een aantal opties opgenomen voor bewonersparticipatie. Deze opties hebben we gebaseerd op de website van platform 31 en discussies met raadsleden in Arnhem en andere focusgebieden voor het startonderzoek NPLV van de vier samenwerkende rekenkamers. De opties hebben we in drie groepen gedeeld: de raad kan sturen op wat hij belangrijk vindt hoe de bewonersparticipatie eruit zou moeten zien. De raad kan zelf contact zoeken, hetzij via raadsbijeenkomsten, hetzij door zelf op pad te gaan.
Bewoners: • uitnodigen bij raadsbijeenkomsten, bijvoorbeeld als gast van de raad. • belangrijke documenten, zoals bijvoorbeeld een jaarrapportage, bespreken met een aantal bewoners
Input sessie met raadsleden Op de bijeenkomst met raadsleden voor het startonderzoek in februari was een van de vragen van raadsleden: hoe de rol van de burger te stimuleren? Ook in de vragenlijst aan raadsleden is bij de antwoorden een aantal keren opgemerkt dat bewoners betrokken moeten zijn en meer betrokken moeten worden. Het programma moet niet alleen door de gemeente en maatschappelijke partners worden bepaald, maar ook door bewoners. In de sessie met raadsleden is over enkele opties voor bewonersparticipatie gesproken. De conclusie van die bijeenkomst was dat:
Raad naar bewoners: • deelnemen aan bewonersbijeenkomsten • regelmatig, bijvoorbeeld een keer per jaar, een raadsdag in Arnhem-Oost organiseren.
10 Platform 31 is een kennisnetwerk voor complexe opgaven in de stad en de regio.
29
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave De middelen van de tweede tranche van het volkshuisvestingsfonds zijn voor Arnhem-Oost en maken onderdeel uit van het NPAO. Dit uitgezonderd een onderdeel, namelijk het refugium in Presikhaaf.
Hoofdstuk 6. Bekostiging Welke middelen zijn er voor het NPAO? Van het rijk en van de gemeente? En wat is de inzet van de andere partners? In paragraaf 6.1 beantwoorden we deze vragen. Vervolgens kijken we in paragraaf 6.2 naar het inzicht in de middelen dat de gemeenteraad van Arnhem tot nu toe heeft gekregen. In paragraaf 6.3 staan we stil bij de ruimte voor de raad voor het verkrijgen van inzicht in de financiën.
De middelen voor school en omgeving voor 2024 – zomer 2025 moeten per school worden aangevraagd en verantwoord. Voor 2023 was er ook een regeling. De middelen hiervoor konden door scholen samen worden aangevraagd. De middelen voor school en omgeving zijn niet bij het budget van het NPAO opgenomen.
6.1 Welke middelen zijn er voor het NPAO?
Figuur 6. Rijksmiddelen voor Arnhem-Oost
6.1.1 Inzet rijksoverheid Zoals in hoofdstuk 2 beschreven bestaat het rijksbeleid voor het NPLV uit aanvullend beleid op regulier rijksbeleid. Dit betekent dat de ministeries bij regulier beleid steeds de vraag stellen en beantwoorden of er iets extra’s nodig en mogelijk is voor de focusgebieden. Het rijk heeft een inspanningsverplichting. Ook wordt er gekeken waar het beleid integraler kan. Deze insteek komt tot uitdrukking in de vier actielijnen van het NPLV.
Specifieke uitkering/subsidie
bedrag
periode
Middelen voor Arnhem-Oost, niet opgenomen in budget NPAO volkshuisvestingsfonds eerste tranche € 25,5 mln. 10 jaar (2021) school en omgeving niet bekend 2023 voor een jaar 2024 – half 20205 anderhalf jaar
In figuur 2 (paragraaf 3.1) hebben we een overzicht opgenomen van het landelijk beleid, waarbij er iets extra’s (financieel) mogelijk is voor de focusgebieden. Voor Arnhem gaat het dan om middelen voor het volkshuisvestingsfonds, school en omgeving, energiefixers (energiearmoede) en de regeling kansrijke wijk. Deze middelen worden als specifieke uitkering aan gemeenten verstrekt of als subsidie aan de scholen (school en omgeving).
Middelen NPAO volkshuisvestingsfonds* energiefixers (energiearmoede)** kansrijke wijk+
tweede tranche (2023)
€ 25,5 mln.
10 jaar
drie jaar (2023 – 2025) € 8,4 mln. drie jaar (2023 – 2025) * De tweede tranche is in totaal € 26,6 mln. Hiervan is € 25,5 mln. voor Arnhem-Oost. € 1,1 mln. niet (refugium in Presikhaaf). ** Arnhem krijgt € 4 mln. voor deze regeling: € 2 mln. voor Arnhem in het algemeen en € 2 mln. voor Arnhem-Oost. + inclusief middelen (€ 1,5 mln.) voor de programmaorganisatie