CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3c - Motivering

Politieke Avond 2 oktober 2024, gemeente ArnhemBij agendapunt: 19.30 - 20.45 uur: Vaststellen wijzigingsbesluit 'TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat’ en ‘Omgevingskwaliteitsplan Thorbeckekwartier Arnhem’21.653 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat

Inhoudsopgave

Motivering

5

Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Situering en begrenzing besluitgebied

5

1.3

Opzet omgevingsplan

6

1.4

Geldende plannen

7

1.5

Leeswijzer

8

Hoofdstuk 2 Beschrijving bestaande situatie

9

2.1

Inleiding

9

2.2

Historische ontwikkeling

9

2.3

Ruimtelijke en functionele structuur

9

Hoofdstuk 3 Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkeling

11

3.1

Inleiding

11

3.2

Ruimtelijke opzet en structuur

11

3.3

Programma

13

3.4

Groen

13

3.5

Water

13

3.6

Verkeer en parkeren

13

3.7

3.8

3.6.1

Verkeer

13

3.6.2

Parkeren

14

Toets aan het beleid Rijk

15

3.7.2

Provincie

16

3.7.3

Gemeente

18

Welstandsaspecten

23

3.8.1 3.9

15

3.7.1

Welstandsnota 2015

23

Ladder voor duurzame verstedelijking

24

3.9.1

Algemeen

24

3.9.2

Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking

24

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten

25

4.1

Inleiding

25

4.2

Geluid

25

4.3

4.4

4.2.1

Algemeen

25

4.2.2

Situatie besluitgebied

25

Luchtkwaliteit 4.3.1

Algemeen

26

4.3.2

Situatie besluitgebied

27

Hinder 4.4.1

2

26

27 Algemeen

27

Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat" (vastgesteld)

4.4.2 4.5

4.6

4.7

4.8

4.9

4.10

4.11

4.12

4.13

Situatie besluitgebied

Omgevingsveiligheid

28 29

4.5.1

Algemeen

29

4.5.2

Situatie besluitgebied

29

Groen en ecologie

29

4.6.1

Algemeen

29

4.6.2

Situatie besluitgebied

31

Water

35

4.7.1

Algemeen

35

4.7.2

Situatie besluitgebied

37

Bodem

38

4.8.1

Algemeen

38

4.8.2

Situatie besluitgebied

39

Cultuurhistorie en archeologie

39

4.9.1

Algemeen

39

4.9.2

Situatie besluitgebied

40

Stadsklimaat

40

4.10.1

Algemeen

40

4.10.2

Situatie besluitgebied

42

Duurzaamheid

43

4.11.1

Algemeen

43

4.11.2

Situatie besluitgebied

46

M.e.r. - beoordeling

46

4.12.1

Algemeen

46

4.12.2

Situatie besluitgebied

47

Explosieven

47

4.13.1

Algemeen

47

4.13.2

Situatie besluitgebied

47

4.14

Kabels, leidingen en obstakelbeheergebieden

47

4.15

Trillingen

47

4.15.1

Algemeen

47

4.15.2

Situatie besluitgebied

48

Hoofdstuk 5 Toelichting op de thema's in het omgevingsplan

49

5.1

Stap voor stap naar één Arnhems omgevingsplan

49

5.2

Thema parkeren

49

5.3

Thema woningsplitsing en verkamering

49

5.4

Thema Natuurinclusief bouwen

50

5.5

Thema gezondheid

50

Hoofdstuk 6 Uitleg van de regels

51

6.1

Wat is een omgevingsplan?

51

6.2

Wat regelt dit omgevingsplan?

51

6.2.1

Algemeen

51

6.2.2

Focus van dit omgevingsplan

51

6.2.3

Functies en activiteiten

51

Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat" (vastgesteld)

3

6.3

6.4

Opzet van de regels

52

6.3.1

Inleidende regels

52

6.3.2

Functies

52

6.3.3

Waarden

52

6.3.4

Activiteiten

53

6.3.5

Bouwen

53

6.3.6

Omgevingsnormen

53

6.3.7

Voorwaardelijke verplichtingen en zorgplichten

53

6.3.8

Omgevingsplanactiviteiten

53

6.3.9

Algemene regels

53

6.3.10

Overgangs- en slotbepalingen

53

Functies

53

6.4.1

Groengebied

53

6.4.2

Woongebied

54

6.5

Handhaving

54

6.6

Exploitatie

54

Hoofdstuk 7 Procedure

55

7.1

Participatie en vooroverleg

55

7.2

Terinzagelegging (ontwerp-omgevingsplan)

55

4

Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat" (vastgesteld)

Motivering bij de het omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat' (plannummer: NL.IMRO.0202.TAM1045-0301)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Thorbeckestraat bevindt zich een voormalige schoollocatie van RijnIJssel. Door de samenvoeging van een aantal locaties naar de locatie aan de Velperweg (voormalig AKZO-terrein) heeft de locatie aan de Thorbeckestraat zijn functie verloren. Het voornemen bestaat om dit vrijgekomen terrein te benutten ten behoeve van een woningbouwontwikkeling van maximaal 190 woningen. Het zal gaan om verschillende woontypologieën in verschillende prijsklassen. De ontwikkeling is niet mogelijk binnen de juridisch-planologische kaders die op grond van het (tijdelijk) omgevingsplan ter plaatse gelden. Om die reden wordt het omgevingsplan ter plaatse gewijzigd. Ten behoeve van het wijzigingsbesluit is het noodzakelijk te motiveren of het beoogde wijzigingsbesluit voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voorliggende motivering toont dit aan.

1.2

Situering en begrenzing besluitgebied

Het besluitgebied ligt aan de noordzijde van de Nederrijn binnen de kern Arnhem in de gelijknamige gemeente. De beoogde ontwikkeling is voorzien op de huidige locatie van het RijnIJssel-gebouw aan de Thorbeckestraat 6. Ten noorden van het besluitgebied is het Stedelijk Gymnasium Arnhem gevestigd. Aan de westzijde van het besluitgebied zijn twee kerkgebouwen aanwezig. Verder grenst het besluitgebied voornamelijk aan woningen. Op de navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging in Arnhem en de globale begrenzing van het besluitgebied zelf weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de geometrie, behorende bij dit omgevingsplan.

Afbeelding 1.1 Ligging besluitgebied (rode ster) in relatie tot de kern Arnhem (Bron: PDOK viewer).

Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat" (vastgesteld)

5

Afbeelding 1.2 Het besluitgebied bij benadering globaal rood omlijnd (Bron: PDOK viewer).

1.3

Opzet omgevingsplan

Voor deze ontwikkeling wordt geen bestemmingsplan opgesteld maar een omgevingsplan. Op 1 januari 2024 is namelijk de Omgevingswet in werking getreden. Deze wet verplicht ons om regelgeving voor de fysieke leefomgeving te bundelen in één omgevingsplan voor het gehele gemeentelijke grondgebied. Dit betekent dat we regels over bijvoorbeeld, bouwen, welstand, erfgoed, milieu, mobiliteit, duurzaamheid, groen, en grote delen van de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) moeten integreren in onze bestaande bestemmingsplannen. Naast onze eigen bepalingen moeten we regels die het Rijk overhevelt naar gemeenten, zoals bijvoorbeeld vergunningsvrij bouwen en delen van het Activiteitenbesluit, lokaal vertalen in het omgevingsplan. Met het omgevingsplan zorgen we er onder andere voor dat onze inwoners en ondernemers straks op eenvoudige en eenduidige wijze kunnen zien welke ontwikkelmogelijkheden er gelden op een perceel en voor welke activiteiten een vergunning nodig is. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, krijgen we als gemeente via het wettelijk overgangsrecht een omgevingsplan van rechtswege; het zogenaamde tijdelijke omgevingsplan.

Het tijdelijke omgevingsplan bestaat uit: de bestaande ruimtelijke plannen in de gemeente (bestemmingsplannen, wijzigingsplannen, uitwerkingsplannen en beheersverordeningen); een aantal verordeningen (de (archeologiebepaling uit de) erfgoedverordening, geurverordening en verordening afvoer regen- en grondwater); en de Bruidsschat (regels die verhuizen van Rijksniveau naar gemeentelijk niveau). Het omzetten van het tijdelijk omgevingsplan tot een permanent omgevingsplan kan gebiedsgericht aangepakt worden. Wij bepalen als gemeente zelf hoe groot zo'n locatie is. Dit hoeft dus niet in één keer voor het hele grondgebied gedaan te worden. De ruimtelijke regels voor een bepaalde locatie kunnen echter alleen gezamenlijk komen te vervallen. Als een ruimtelijke regel voor een locatie vervalt in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, moeten alle ruimtelijke regels voor diezelfde locatie vervallen (artikel 22.6, eerste lid, Omgevingswet). Het is dus niet mogelijk om voor een locatie een ruimtelijke regel te schrappen en tegelijkertijd een andere ruimtelijke regel voor diezelfde locatie te behouden. Het is wel mogelijk om alle ruimtelijke regels voor een bepaalde locatie te laten vervallen maar voor andere locaties nog wel te behouden. Bruidsschatregels mogen wel gedeeltelijk voor een locatie vervallen of wijzigen.

6

Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat" (vastgesteld)

Het overgangsrecht is dus zo ingestoken dat de regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan na 1 januari 2024 worden 'bevroren'. Het is dan niet meer mogelijk de regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan aan te passen, óók niet op ondergeschikte onderdelen. Dit zal met name van belang zijn voor de regels die nu in bestemmingsplannen staan. Als het wenselijk is één of meerdere bestemmingsplannen op onderdelen te wijzigen, zal voor de betreffende locatie een nieuw omgevingsplan moeten worden vastgesteld. Daarmee worden de 'oude' regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan in zijn geheel vervangen. In voorliggende situatie is hier sprake van. In hoofdstuk 5 wordt een uitleg gegeven over de werking van het omgevingsplan.

1.4

Geldende plannen

Dit omgevingsplan vervangt de ruimtelijke regels uit het tijdelijk omgevingsplan ter plaatse van dit besluitgebied. Onderstaand overzicht geeft weer welke bestemmingsplannen de ruimtelijke regels ter plaatse bepalen en komen te vervallen voor deze locatie. Bij elk plan is de datum van vaststelling weergegeven. Bestemmingsplan Arnhems Broek - Van Verschuerwijk Facetplan parkeren Facetplan woningsplitsing en verkamering

Vastgesteld 15-07-2009 30-05-2018 28-10-2020

In afbeelding 1.3 is de verbeelding van het bestemmingsplan 'Arnhems Broek - Van Verschuerwijk' opgenomen ter plaatse van het besluitgebied.

Afbeelding 1.3 Verbeelding geldend bestemmingsplan 'Arnhems Broek - Van Verschuerwijk' (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

Naast dit bestemmingsplan is ook een tweetal facetplannen vigerend. Het gaat om het facetplan parkeren en het facetplan woningsplitsing en verkamering. In het Facetplan parkeren is het parkeerbeleid van bestemmingsplannen waarin dit nog niet verankerd was, alsnog juridisch-planologisch vastgelegd. Er wordt verwezen naar de Beleidsregels parkeren van de gemeente Arnhem. In het Facetplan woningsplitsing en verkamering zijn regels vastgesteld die het splitsen en/of verkameren van een woning verbieden zonder een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders.

Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat" (vastgesteld)

7

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de bestaande situatie in het besluitgebied beschreven. Hoofdstuk 3 omvat de ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkelingen. In hoofdstuk 4 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan de orde. In de hoofdstuk 5, 6 en 7 wordt ingegaan op de juridische aspecten c.q. de plan verantwoording respectievelijk de procedure.

8

Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat" (vastgesteld)

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving bestaande situatie

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt eerst ingegaan op de historische ontwikkeling van het gebied. Daarna volgt een beschrijving van de huidige ruimtelijke en functionele structuur in en om het besluitgebied.

2.2

Historische ontwikkeling

Het stedenbouwkundig plan voor het Arnhems Broek was gebaseerd op de uitbreidingsplannen van 1917 van de de directeur Gemeentewerken, ir. W.F.C. Schaap (1870-1933). Het Plan bevatte een ontwerp voor een arbeiderswijk waaraan tenslotte, na de aanleg van het goederenemplacement, omstreeks 1933 mee werd begonnen. Het terrein werd opgehoogd met zand van elders. De vlakke ligging bleek uitermate geschikt voor een groot volkswoningbouwcomplex dat gebouwd werd in opdracht van de Vereniging Volkshuisvesting en de Centrale Woningstichting. De wijk werd gekenmerkt door lange straten met eenvoudige aaneengesloten arbeiderswoningen in Delftse school. Tot aan de Tweede Wereldoorlog is de uitvoering van het plan ongewijzigd gebleven. Daarna, in de wederopbouwperiode, is het noordelijk en oostelijke deel van het plan uitgebreid. Daar kwamen meergezinshuizen in de vorm van etagebouw (Voetiuslaan / Johan de Wittlaan en Thorbeckestraat). Grote delen van 't Broek zijn sinds halverwege de jaren zeventig gerenoveerd. Begin jaren '70 is ook het schoolgebouw van ROC RijnIJssel gerealiseerd. In 1997 is gestart met de vervangende nieuwbouw ter plaatse van de locaties Broekhoven en Rietlanden. Tegenwoordig bestaat het gebied nog steeds overwegend uit woonbebouwing.

2.3

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied bevindt zich in de wijk Arnhemse Broek. Het besluitgebied heeft een oppervlakte van circa 10.500 m2 en is vrijwel volledig verhard. In de huidige situatie is een schoollocatie van ROC RijnIJssel binnen het besluitgebied aanwezig. Het schoolgebouw bestaat grotendeels uit drie bouwlagen en heeft een plat dak. In een hofje, bereikbaar via de Van Slingelandtstraat, is ruimte voor parkeren. Ook langs de Thorbeckestraat zijn haakse parkeerplaatsen langs de weg aanwezig. Aan de noordzijde van het besluitgebied ligt het Stedelijk Gymnasium Arnhem en aan de westzijde van het besluitgebied is een kerkgebouw aanwezig. Verder wordt de schoollocatie voornamelijk omringd door rijwoningen en twee-onder-één-kapwoningen. Het besluitgebied is gelegen op een helling, waarbij de Thorbeckestraat hoger gelegen is dan de Van Slingelandtstraat. Het verschil in hoogte tussen beide wegen bedraagt circa 3 meter.

Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat" (vastgesteld)

9

Afbeelding 2.1 Huidige schoollocatie ROC RijnIJssel gezien vanaf de Thorbeckestraat (Bron: GoogleMaps).

10

Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat" (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkeling 3.1

Inleiding

In hoofdstuk 2 is een beschrijving van de bestaande situatie in en om het besluitgebied gegeven. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de concrete ontwikkeling binnen het besluitgebied.

3.2

Ruimtelijke opzet en structuur

De gronden aan de Thorbeckestraat in Arnhem zijn jarenlang in gebruik geweest als schoollocatie van ROC Rijn IJssel. Door een samenvoeging van meerdere locaties heeft de locatie aan de Thorbeckestraat haar functie verloren en is daarmee vrijgekomen voor een nieuwe invulling. Het voornemen bestaat om de huidige bebouwing te slopen en hiervoor in de plaats een woningbouwontwikkeling ten behoeve van maximaal 190 woningen te realiseren. Deze woningen zullen in twee blokken gerealiseerd worden. Tussen de blokken is ruimte voor een kwalitatief hoogwaardige groene doorgang. De functie van de doorgang is het verbinden van de twee wijken Spijkerkwartier en Statenkwartier en als ontmoetingsplek voor de bewoners en de buurt. Wat betreft de toekomstige bouwhoogtes is aangesloten bij de kenmerken van de omgeving. Daarbij is rekening gehouden met het sterk aanwezige hoogteverschil. Zo ligt het niveau van de Thorbeckestraat circa 3 meter hoger ten opzichte van het niveau van de Van Slingelandtstraat. Als gevolg van het hoogteverschil in het besluitgebied wordt gewerkt met maximum bouwhoogtes ten opzichte van NAP. In de noordoosthoek van het plangebied wordt ruimte geboden voor bebouwing in maximaal vijf bouwlagen, maar voor het grootste gedeelte bestaat de bebouwing uit maximaal vier bouwlagen.

De beoogde bebouwing aan de Van Slingelandtstraat krijgt veelal een lagere bouwhoogte wat neerkomt op drie bouwlagen en een vierde laag in een setback (gezien vanaf het niveau van de Van Slingelandtstraat), waardoor qua aard en schaal wordt aangesloten op de omgeving. Het parkeren voor de bewoners van de woningen zal volledig gerealiseerd worden binnen het besluitgebied. Dit zal gerealiseerd worden middels meerdere, uit het zicht onttrokken, parkeerhofjes te midden van het besluitgebied. Deze binnenterreinen zijn niet openbaar. Het overige parkeren zal langs de Thorbeckestraat en de Van Slingelandtstraat plaatsvinden. Het aspect parkeren is in paragraaf 3.6.2 verder uitgewerkt.

Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat" (vastgesteld)

11

Afbeelding 3.1 Stedenbouwkundig plan locatie Thorbeckestraat (Bron: Sacon).

Afbeelding 3.2 Maximum bouwhoogte beoogde bebouwing ten opzichte van het NAP (Bron: Sacon).

12

Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat" (vastgesteld)

3.3

Programma

Programmatisch is het uitgangspunt dat er maximaal 190 woningen worden gerealiseerd. Het zal gaan om een combinatie van appartementen en grondgebonden rijwoningen. Minstens 50% van het totale programma zal in het sociale huursegment/betaalbare koopsegment gerealiseerd worden. De andere helft van de woningen zal bestaan uit vrije sector koopwoningen. Daarnaast geldt dat minimaal 30% van het totale programma bestaat uit sociale huurwoningen. Met het maximum van 190 woningen wordt iets meer flexibliteit geboden ten opzichte van het stedenbouwkundig plan wat voor de ontwikkeling is opgesteld. Zo heeft de initiatiefnemer bij de verdere uitwerking van de plannen richting aanvraag omgevingsvergunning voldoende ruimte om onvoorziene zaken binnen het plan op te kunnen lossen. Door tegelijkertijd vast te leggen dat iedere woning een minimum gebruiksoppervlak van 42 m2 heeft en de opgenomen regels met betrekking tot onder meer parkeren, groen en water wordt een goede balans gevonden met het tegelijkertijd waarborgen van een goede omgevingskwaliteit.

3.4

Groen

Het besluitgebied is in de huidige situatie vrijwel volledig verhard. Er zijn nauwelijks groen- of waterelementen aanwezig. Wel zijn direct buiten de grenzen van het besluitgebied langs de Thorbeckestraat en Van Slingelandtstraat enkele volwassen bomen terug te vinden die in de ontwikkeling ingepast worden. Deze groenelementen worden aangevuld met de realisatie van een nieuwe groenstructuur die de twee woonblokken in het plan van elkaar scheidt, maar het Spijkerkwartier en Statenkwartier met elkaar verbindt. In paragraaf 4.6 wordt verder stilgestaan bij het aspect groen. Daar is een nadere toelichting terug te vinden op de groenbalans waaruit volgt dat zowel feitelijk als juridisch-planologisch sprake is van een toevoeging van groen op de locatie. Juridisch-planologisch wordt in dit omgevingsplan vastgelegd dat de binnenterreinen van de woonblokken met voldoende groen worden ingericht.

3.5

Water

Met de beoogde ontwikkeling zal het verhard oppervlak in het besluitgebied afnemen met circa 1.676 m2. In eerste instantie wordt het hemelwater dat op de daken valt vastgehouden op de groen(blauwe) daken. De resterende waterbergingsopgave zal worden afgekocht. Het vuilwater wordt gescheiden van het hemelwater ingezameld en onder vrij verval afgevoerd naar het omliggende gemengd stelsel. In paragraaf 4.7 wordt verder stilgestaan bij het aspect water.

3.6

Verkeer en parkeren

3.6.1

Verkeer

Voor voorliggende ontwikkeling is een verkeerstoets opgesteld, die als bijlage bij deze motivering is opgenomen. Uit de verkeerstoets blijkt dat de ontwikkeling circa 1.022 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal veroorzaakt en circa 1.135 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. Op basis van deze berekende toekomstige intensiteiten is beoordeeld in hoeverre het omliggende wegennet deze verkeersbewegingen op kan vangen. Uit de verkeerstoets blijkt dat dit het geval is en dat het extra verkeer op geen enkel wegvak in het omliggende wegennet zorgt voor knelpunten als gevolg van de komst van de ontwikkeling.

Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat" (vastgesteld)

13

3.6.2

Parkeren

Bij de te realiseren ontwikkeling dienen voldoende parkeerplaatsen te worden ingepast. De gemeente Arnhem heeft voor het aspect parkeren gemeentelijk beleid vastgesteld in de vorm van beleidsregels. Wat betreft bezoekersparkeren kent de gemeente Arnhem geen normen. Daarom is in overleg met de gemeente is ervoor gekozen om de algemene CROW-norm bezoekersparkeren van 0,3 aan te houden. Dit is een algemene richtlijn. Op basis hiervan en het programma binnen het stedenbouwkundig plan van 180 woningen levert dit de navolgende parkeerbalans op.

Zoals in voorgaande tabel is te zien kent de ontwikkeling op basis van het stedenbouwkundig plan een parkeeropgave van 188 parkeerplaatsen. Binnen het stedenbouwkundig plan zijn 46 parkeerplaatsen in het westelijke binnengebied en 98 parkeerplaatsen in het oostelijk binnengebied te vinden. Verder worden de 31 bestaande parkeerplaatsen in het openbaar gebied, aangevuld met 13 nieuwe parkeerplaatsen, benut. Dit is in navolgende afbeelding weergegeven. Om het tekort van de parkeerplaatsen te vereffenen worden 6 deelauto’s ingezet. Deze worden gerealiseerd op parkeerplaatsen in het openbaar gebied. Dit maakt dat een sluitende parkeerbalans ontstaat. Uiteindelijk is het programma in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning leidend voor het bepalen van de hoeveelheid parkeerplaatsen die gerealiseerd moeten worden.

14

Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat" (vastgesteld)

Afbeelding 3.3 Beoogde parkeerinrichting binnen het besluitgebied en langs de Thorbeckestraat en de Van Slingelandtstraat (Bron: Sacon).

3.7

Toets aan het beleid

3.7.1

Rijk

3.7.1.1 De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven; 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3.

Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties Toetsing Gelet op het feit dat er met voorliggend plan wordt voorzien in een duurzame en toekomstbestendige herontwikkeling van een vrijgekomen perceel binnen de bebouwde kom van Arnhem, waarbij de bestaande kwaliteiten en identiteit van de omgeving van het plangebied behouden blijven, is dit plan in lijn met het gedachtegoed van de NOVI.

Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat" (vastgesteld)

15

3.7.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is als instructieregel in het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.129g) opgenomen. Doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een evenwichtige toedeling van functies aan locaties door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Voor voorliggende ontwikkeling is de Toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking positief doorlopen. Dit is in paragraaf 3.9 verder uitgewerkt.

3.7.1.3 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) geeft instructieregels voor omgevingsplannen. Diverse instructieregels hebben betrekking op het waarborgen van verschillende nationale belangen, zoals het Waddengebied, het kustgebied, Rijksvaarwegen, het IJsselmeergebied, de grote rivieren, militaire terreinen en buisleidingen van nationaal belang. In voorliggende situatie raakt dit omgevingsplan geen van de nationale belangen die in de instructieregels van het Bkl zijn opgenomen. Een nadere beschouwing van deze instructieregels is daarom niet vereist. 3.7.2

Provincie

Omgevingsvisieen -verordening Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. Gezond en veilig. Dat = een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat = voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat = aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend. Dat = een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennisen onderwijsinstellingen. Maar dat = ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema's: Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer. Circulaire economie: sluiten van kringlopen. Biodiversiteit: werken met de natuur. Bereikbaarheid: duurzaam verbonden. Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio.

Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn. De Omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen.

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke 16

Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat" (vastgesteld)

leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.

Toetsing Eén van de ambities uit de provinciale Omgevingsvisie betreft het bereiken van een dynamisch, duurzaam en divers woonklimaat. De provincie Gelderland kent een unieke ligging; een strategische en aantrekkelijke positie te midden van sterke regio's in binnen- en buitenland. Juist door de bijzondere kwaliteiten en veelzijdigheid van Gelderland kan zij zich verder ontwikkelen als ideale vestigingsplek en uitvalslocatie om te werken en te wonen. Met voorliggend project worden (betaalbare) woningen gerealiseerd in een binnenstedelijke locatie en wordt tegelijkertijd een in onbruik geraakte locatie herontwikkeld, waardoor verloedering en verpaupering door leegstand wordt voorkomen. De woningbouwontwikkeling wordt tevens, middels een integraal groenplan, op een natuurinclusieve wijze ingericht. Hiermee wordt aansluiten gevonden bij meerdere punten uit de omgevingsvisie van Gelderland.

Daarnaast heeft raadpleging van de digitale versie van de Omgevingsvisie en -verordening uitgewezen dat de gronden van het besluitgebied zijn aangewezen als 'intrekgebied'. De provincie streeft ernaar het grondwater als bron voor de drinkwatervoorziening te beschermen. Voor een effectieve en duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening maakt de provincie daardoor onder andere gebruik van regelgeving en vergunningverlening. De provincie wil niet dat fossiele energie (aardgas, aardolie, schaliegas of steenkoolgas) gewonnen wordt in de intrekgebieden voor de drinkwatervoorziening. De Omgevingsverordening regelt dan ook dat een ontwikkeling ter plaatse van een intrekgebied niet mag voorzien in een functie die de winning van fossiele energie mogelijk maakt. Met voorliggend initiatief is geen sprake van de winning van fossiele energie en worden er geen problemen ten aanzien van de drinkwatervoorziening veroorzaakt. Ook vormt de woonfunctie geen bedreiging voor de kwaliteit van de drinkwatervoorzieningen in Gelderland.

Volgens artikel 5.44 van de provinciale omgevingsverordening moet bij iedere ontwikkeling rekening worden gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. In voorliggende situatie maakt het besluitgebied onderdeel uit van de Veluwe. Gelet op de stedelijke setting van het besluitgebied zijn veel van de landschappelijke kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen niet direct te herleiden van toepassing op deze situatie. Dat neemt niet weg dat in voorliggende situatie binnen de ontwikkeling rekenschap wordt gegeven van het aanwezige reliëf op de locatie en wordt ingezet op een vergroening van het besluitgebied. Op die manier wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de kenmerkende kwaliteiten die de locatie heeft binnen de streek de Veluwe.

Daarnaast geldt dat in artikel 5.85 van de provinciale omgevingsverordening is vastgesteld dat in de motivering bij het omgevingsplan een beschrijving dient te worden gegeven van de maatregelen die worden genomen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken. In voorliggende situatie wordt de nieuwbouw aardgasloos ontwikkeld en wordt zoveel mogelijk duurzaam materiaal gebruikt. Per saldo wordt bij deze ontwikkeling het aandeel groen op de locatie verhoogd en wordt voorzien in waterbergingsmogelijkheden. Door het nemen van voorgenoemde maatregelen wordt aangenomen dat voldoende rekening wordt gehouden met de aspecten duurzaamheid en klimaatadaptie. Dit alles maakt dat het initiatief dan ook niet in strijd is met de doelstellingen van de Omgevingsvisie en -verordening.

Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat" (vastgesteld)

17

3.7.3

Gemeente

3.7.3.1 Omgevingsvisie Om te zorgen dat Arnhem zichzelf blijft op weg naar de toekomst, is samen met de stad de omgevingsvisie 'Arnhem 2040' opgesteld.

Op naar 2040: waar ligt onze focus? Arnhem is in trek bij bewoners, bedrijven en bezoekers en groeit. In de komende twintig jaar neemt de behoefte aan woningen naar verwachting met 16.000 toe. Deze groei willen we benutten om de stad aantrekkelijker, socialer en vitaler te maken. Het gewenste toekomstbeeld voor Arnhem 2040 is een stad als onderdeel van een sterke regio met een veelzijdig landschap, waardevolle wijken en krachtige knooppunten.

Er wordt rekening gehouden met wat er in heel Nederland speelt en daarbij worden bij het maken van keuzes de drie criteria uit de nationale omgevingsvisie gehanteerd: we combineren op één plek liefst meerdere functies, we gaan uit van de kenmerken van een gebied en we lossen onze eigen problemen hier en nu op. In Arnhem worden nog vier aanvullende 'afwegingsprincipes' onderscheiden, bij het maken van keuzes. De volgende voorwaarden worden aan het ruimtegebruik in een groeiende stad gesteld: 1. 2. 3. 4.

De Arnhemse identiteit versterken; Duurzaam en gezond ontwikkelen; Wijken versterken waarin iedereen mee kan doen; Slim omgaan met ruimtegebruik.

De Arnhemse binnenstad is een economische monitor van de stad en regio. De aanwezige straten, pleinen, groen en blauw met voorzieningen krijgt steeds meer economische betekenis. De aanwezige functies vloeien steeds meer in en door elkaar, waarbij ontmoeten en beleven centraal staan. Richting 2040 wordt een vergroting van de binnenstad in de richting van Arnhem Centraal Stations, de Steenstraat en omgeving, Centrum West en Centrum Oost gezien.

Om de landschapen, parken en polderlinten in het groenblauwe netwerk te kunnen koesteren, wordt ingezet in het bouwen op plekken in of direct aan de bestaande stad. Bij voorkeur gaat het om goed bereikbare plekken in en rond het centrum, de omgeving van treinstations en (winkel)centra. Daarbij geldt dat maatwerk altijd aan de orde is en er specifieke uitdagingen voor iedere locatie zullen gelden. Daarom wordt gewerkt aan een integraal kwaliteitskader waarin wordt aangegeven welke kwaliteiten versterkt moeten worden en waar verdichting kan bijdragen aan de karakteristiek van het gebied.

Toetsing Met voorliggend plan wordt deels invulling gegeven aan de grote woningbehoefte de komende twintig jaar. Door het samenbrengen van de locaties van RijnIJssel is het schoolgebouw binnen het besluitgebied in onbruik geraakt. Om verloedering tegen te gaan is een plan opgesteld voor de sloop van dit gebouw ten behoeve van maximaal 190 woningen. Dit sluit aan bij de voorwaarde uit de omgevingsvisie om slim met de ruimte om te gaan. De ontwikkeling sluit tevens aan bij de voorwaarde voor het versterken van de wijk waarin iedereen mee kan doen. Deze voorwaarde wordt behartigd door de helft van het programma te voorzien in betaalbare woningbouw voor bijvoorbeeld starters en senioren. Ook de opbouw van de woningen in verschillende blokken met een groene verbinding er tussen, zorgt voor een versterking van de wijk. Hiermee wordt geacht dat de ontwikkeling in lijn is met het gestelde uit de Omgevingsvisie Arnhem 2040.

18

Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat" (vastgesteld)

3.7.3.2 Woonbeleid De Arnhemse Woonprincipes 2025 (de Arnhemse woonvisie) is met brede participatie uit de stad tot stand gekomen. Deze Woonprincipes vormen tezamen de actualisering van de Woonvisie 2015 en de strategische koers die er voor moet zorgen dat Arnhem ook in de toekomst een woonstad blijft waar het voor iedereen aantrekkelijk is om te wonen, te leren, te werken en te leven. Bij het opstellen van de Woonprincipes is rekening gehouden met wet- en regelgeving en beleidskaders van andere overheden.

Met instrumenten als het Volkshuisvestelijk kader, de Uitvoeringsagenda en het Procesplan (langer) Zelfstandig wonen, stuurt de gemeente in het woonprogramma op een kwalitatieve en gedifferentieerde woningvoorraad dat nu en in de toekomst kan voldoen aan de vraag en behoefte van alle woningzoekenden. Het fundament voor het Wonen in Arnhem ligt in de bestaande woningvoorraad, de transformatiemogelijkheden van gebouwen, en een aanvullende nieuwbouwopgave. Hiermee kan meer aanbod gecreëerd worden aan levensloopgeschikte woningen en woonvormen in verschillende prijsklassen, in koop en huur. Daarbij streeft Arnhem met een gezonde mix aan diverse bevolkings- en inkomensgroepen naar prettige, veilige en toegankelijke woon-en leefomgevingen in wijken en buurten.

De nieuwe Arnhemse Woonprincipes 2025, zijn door de gemeenteraad vastgesteld op 14 december 2015 en vervangen de Arnhemse Woonvisie 2015 en bijbehorende Arnhemse Woonagenda 2011-2015.

De vier pijlers van de Woonprincipes zijn: Duurzaam betaalbaar; hierbij zorgt de gemeente Arnhem dat er voor elk inkomen voldoende passende sociale en betaalbare woningen beschikbaar zijn. Daarbij stuurt de gemeente niet alleen op aantallen, maar streeft het ook naar een goede prijskwaliteit en op de duurzaamheid van woningen in de nieuwbouw en in de bestaande woningvoorraad. Levensloopgeschikt wonen; door meer levensloopgeschikte woningen aan de voorraad toe te voegen én bestaande woningen aan te passen of op te plussen, kan de gemeente mensen, gezond of beperkt, in verschillende levensfases van hun leven, een passende woonplek blijven bieden in Arnhem. Aantrekkelijke woonstad; Arnhem heeft door zijn centrale ligging een bijzondere ruimtelijke en groene kwaliteit. Met de binnenstad, de Rijn en stadsparken in combinatie met wonen, leren, werken en verblijven maakt het de stad vitaler. Arnhem wil een aantrekkelijke woonstad zijn en blijven voor haar huidige inwoners, maar ook meer studenten en midden en hoge inkomens aan zich binden door het bieden van aantrekkelijke, levendige of bijzondere woonmilieus. Wijken met identiteit; Elke wijk heeft zijn eigen herkenbare identiteit die recht doet aan de beleving van haar inwoners.

Met deze variëteit wil de stad inzetten op een duurzame woon- en leefomgeving waar bewoners trots zijn op hun wijk, waar ze zich thuis en ook zelf verantwoordelijk voor voelen. Dat palet van eigen identiteit en karakters van wijken draagt bij aan de aantrekkingskracht van Arnhem als woonstad. Deze vier pijlers van de woonprincipes zijn onlosmakelijk verbonden aan het overkoepelde thema Duurzaamheid. Tezamen vormen ze de ruggengraat van de Arnhemse Woonprincipes 2025.

Er ligt op het gebied van Wonen, Welzijn en Zorg een stevige fysieke huisvestingsopgave. Door meer levensloopgeschikte woningen aan de voorraad toe te voegen én bestaande woningen preventief aan te passen of op te plussen, kunnen we mensen, gezond of beperkt, in verschillende levensfases van hun leven, een passende woonplek blijven bieden. Daarnaast ligt er de opgave om voor bijzondere doelgroepen en met name voor mensen in kwetsbare posities meer geschikt en passend kleinschalig aanbod aan woonvormen of (beschutte, beschermde) woonconcepten te realiseren en te faciliteren dat het (langer) zelfstandig wonen, aangevuld wordt met arrangementen van (thuis)zorg, begeleiding, ondersteuning of toezicht en andere vormen van dienstverlening en welzijnsvoorzieningen in de directe of nabije woonomgeving kan worden geboden. Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat" (vastgesteld)

19

Plan van aanpak woningbouwontwikkeling Arnhem Om beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen in Arnhem op peil te houden moeten er meer woningen worden gerealiseerd de komende jaren. Dit geldt voor alle soorten woningen en voor alle doelgroepen: aantrekkelijke levensloopbestendige woningen voor ouderen, woningen voor kleine huishoudens, sociale woningbouw in goedkoop en betaalbare segment, de middenhuurcategorie en het hogere segment.

Het vergt een inspanning van de gemeente om samen met de ontwikkelaars en corporaties te zorgen voor een evenwichtig aanbod dat enerzijds aansluit bij de woningbehoefte de komende jaren en anderzijds aansluit bij het streefbeleid en de gewenste ruimtelijke kwaliteiten uit de omgevingsvisie.

In november 2019 is het regionale woningbehoefteonderzoek Arnhem Nijmegen opgeleverd. Dit onderzoek geeft een actueel beeld van het functioneren van de woningmarkt. De in het woningbehoefteonderzoek beschreven (mis)matches op de woningmarkt zijn niet 1-op-1 te vertalen naar een woningbouwprogramma. Dit vraagt om keuzes, op welke vraag wil je je richten als gemeente? En deze keuzes hebben betekenis voor het te realiseren programma. Met het woningbehoefteonderzoek als basis komen is de gemeente tot een plan van aanpak gekomen voor de Arnhemse woningbouwontwikkeling voor de komende jaren (18 december 2019). De belangrijkste conclusie uit het woningbehoefte onderzoek zijn: Tempoversnelling in productie: De woningbehoefte is dermate groot dat tempoversnelling in productie nodig is. Waarderen woonmilieus: Binnen de woonmilieus ligt er een gevarieerde opgave naar marktsegmenten, van stedelijk wonen tot wonen in een groene omgeving, van hoogbouw tot eengezinswoning. Mismatch in vraag en aanbod: Op de regionale woningmarkt is er een mismatch tussen vraag en aanbod. Dit is het gevolg van de groeiende aantal kleine huishoudens. Instrumentarium nodig bij oplossen deel mismatch: Bij een deel van de geconstateerde mismatches zullen marktpartijen en consumenten ervoor zorgen dat deze opgelost worden. Dat is niet bij alle segmenten even makkelijk.

Bij sociale huur, middenhuur, goedkope koop en bijzondere woonvormen is inzet van aanvullend instrumentarium nodig om realisatie te borgen. Inzet bestaand bezit: Meer dan 90% van de woningen van 2030 staat er nu al. Het is waardevol te onderzoeken waar extra inzet wenselijk is om deze woningvoorraad te verbeteren op het gebied van verduurzaming, kwaliteitsverbetering, sociale veiligheid en leefbaarheid in de wijken. Buy-to-let: Aankoop van goedkope koopwoningen door (particuliere) beleggers om te verhuren (Buy-to-let) vergroot het tekort in de goedkope koop. Mensen zoeken dan noodgedwongen een woning in de middenhuur. Arnhem heeft een woningbehoeftetoevoeging van ruim 7000 woningen tot 2030. Tot 2028 staan 7235 woningen in de harde en zachte plancapaciteit ingepland. Ervaring leert dat plannen regelmatig niet doorgaan of op zich laten wachten. Doorprogrammeren is daarom nodig om uiteindelijk op de gerealiseerde aantallen uit te komen. De woningbehoefte tot 2025 is bovendien dermate groot dat tempoversnelling in productie nodig is. Het zwaartepunt voor de korte termijn (tot 2025) ligt op het zorgen van voldoende nieuwbouw om in te spelen op de acute woningvraag. Tot 2025 moeten er 5100 woningen worden toegevoegd.

Toetsing Voorliggend plan voorziet in de toevoeging van maximaal 190 woningen op een binnenstedelijke locatie. Het zal gaan om een combinatie van appartementen en grondgebonden rijwoningen. Minstens 50% van het totale programma zal in het sociale huursegment/betaalbare koopsegment gerealiseerd worden. De

20

Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat" (vastgesteld)

andere helft van de woningen zal bestaan uit vrije sector koopwoningen (maximaal 50%). Daarnaast geldt dat minimaal 30% van het totale programma bestaat uit sociale huurwoningen. De uitgangspunten voor het woonprogramma zijn enkele grondgebonden rijwoningen in combinatie met appartementen in verschillende groottes. Volgens de woonvisie is de vraag naar dit type woningen groot, waardoor voorliggend plan aansluit op de vraag. Het plan levert een bijdrage aan de Arnhemse woningbouwopgave. De ontwikkeling past bij de vraag binnen de regio, waardoor geen mis-match ontstaat. Hiermee wordt geacht dat op een juiste manier wordt bijgedragen aan de gewenste tempoversnelling van de woningproductie en dat het plan aansluit bij de hoofdopgaven van het wonen, zoals gesteld in de Arnhemse Woonvisie.

3.7.3.3 Verkeers- en mobiliteitsbeleid Gemeentelijk beleid De gemeente Arnhem heeft haar verkeersbeleid op hoofdlijnen verwoord in de Structuurvisie Arnhem 2020-2040. Voor mobiliteit biedt de structuurvisie een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief. Arnhem streeft naar een duurzame bereikbaarheid in een aantrekkelijke en veilige stad. Vooral in de bestaande stad geldt daarbij het principe: eerst de bestaande verkeersruimte beter benutten en pas daarna zoeken naar mogelijkheden tot uitbreiding van de (auto)verkeersruimte. De inzet van slim ruimtegebruik, voor versterking van fiets en openbaar vervoer, aangevuld met spitsmijdende maatregelen moet Arnhem de komende jaren bereikbaar houden. Fiets De 'Accentnota Fiets, Fietsambitie 2019-2024' (vastgesteld in januari 2020) bevat de Arnhemse fietsambitie voor de periode 2019-2024, met een doorkijk naar 2030. De nota is de start van een nieuwe aanpak waarin fietsvriendelijkheid centraal staat en meer tempo wordt gemaakt met uitvoering. Op basis van hoe de stad zich ontwikkelt en de betekenis van de fiets in de stad van de toekomst, wordt bepaald wat er nodig is om bewoners en forenzen te overtuigen om meer met de fiets te gaan. Daarin is de substantiële verbetering van de Arnhemse fietsinfrastructuur belangrijk, door de aanleg van meer stedelijke doorfietsroutes.

De Accentnota sluit aan bij de uitgangspunten van de nieuwe regionale fietsambitie 'Samenwerkingsagenda fiets, regio Arnhem Nijmegen'. De doelen van deze fietsambitie zijn: meer fietsgebruik; betere ontsluiting van stedelijke bestemmingen voor alle inwoners van de stad; de binnenstad beter bereikbaar en aantrekkelijker maken voor fiets; schone lucht en verminderen van CO2 uitstoot; inspelen op de trend van toenemende stedelijke verdichting en urbanisatie; het verduurzamen en toekomstvast maken van het stedelijk vervoersnetwerk; het beïnvloeden van duurzaam stedelijk verplaatsingsgedrag. Openbaar vervoer In december 2018 zijn door de gemeenteraad het HOV-Actieplan en de Stadsnetten-visie vastgesteld. Deze twee beleidsdocumenten voor het openbaar vervoer hebben tot doel om de aantrekkelijkheid en concurrentiekracht van het stedelijk en regionaal OV te vergroten. Om daarmee de bereikbaarheid en economische aantrekkelijkheid van de regio en de steden te verbeteren. Het openbaar vervoer wordt toekomstvast door een kwaliteitsslag met als maatregelen: een netwerk van Hoogwaardig Openbaar Vervoer een mobiliteit te bieden voor iedereen een emissieloos openbaar vervoer door middel van Trolley 2.0. Toetsing Zoals in paragraaf 3.6 is terug te lezen voorziet voorliggende ontwikkeling in een sluitende parkeerbalans, waarbij kansen op het gebied van deelmobiliteit worden benut.

Verder kent de omgeving van het besluitgebied een goede bereikbaarheid via het openbaar vervoer en de fiets. De verwachting is Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat" (vastgesteld)

21

dan ook dat toekomstige bewoners van deze mogelijkheden gebruik zullen maken. Op die manier sluit de ontwikkeling aan op het verkeers- en mobiliteitsbeleid van Arnhem.

3.7.3.4 Ruimte voor creativiteit Een bloeiende culturele sector draagt bij aan de identiteit van een stad en zorgt voor de nodige reuring. In de bruisende stad speelt de creatieve sector een sleutelrol als producent van cultuur. Zowel in het centrum als in de wijken kan de creatieve sector een belangrijke bijdrage leveren aan gebiedsontwikkelingen. De creatieve sector is bij uitstek een vorm van stedelijke economie die zich laat mengen met wonen en andere vormen van bedrijvigheid en die de gewenste levendigheid in deze gebieden kan brengen. Huisvesting ten behoeve van de creatieve industrie is ook goed te verbinden met de maatschappelijke opgaven in de stad. De beleidsregel om bij woningbouwprojecten minimaal dertig procent sociale huur te realiseren, biedt kansen voor de huisvesting van de creatieve en culturele sector. Toetsing Voorliggende ontwikkeling geeft invulling aan de genoemde beleidsregel en voorziet dan ook in minimaal 30% sociale huurwoningen. Op die manier wordt een bijdrage geleverd aan het bieden van ruimte voor creativiteit.

3.7.3.5 Duurzaamheidsbeleid New Energy made in Arnhem Het gemeentelijke beleid op het gebied van duurzaamheid is vastgelegd in het Programmaplan New energy made in Arnhem 2020-2030 (op 29 januari 2020 vastgesteld door de gemeenteraad) en De Arnhemse Aanpak van de wijkgerichte Energietransitie (op 15 april 2019 vastgesteld door de gemeenteraad). Circulaire economie De Visie circulaire economie Arnhem is op 3-11-2020 door het college vastgesteld. Voor nieuwbouwplannen is minimaal 25% toepassen van circulaire bouwmaterialen in projecten opgenomen. Hoe dit wordt toegepast is aan de ontwikkelaar Strategie klimaatadaptatie In de strategie klimaatadaptatie zijn ambities benoemd om Arnhem klimaatbestendiger te maken. Belangrijk uitgangspunt is dat het klimaatbestendig maken van Arnhem wordt meegenomen in alle ruimtelijke plannen.

Voor ontwikkelingen is van belang: - het oppervlakte verharding tot een minimum te beperken; - hemelwater van gebouwen af te koppelen; - de openbare ruimte dusdanig in te richten zodat zware buien zo min mogelijk overlast veroorzaken; - de bebouwing in deze velden heeft een zodanige verkaveling dat de ontwikkeling geen effect heeft op de verkoelende winden naar de stad; - er wordt een balans gezocht tussen verdichten (toename bebouwing en verharding) en groen/blauwe inrichting zodat de gevoelstemperatuur aangenaam blijft; - de ontwikkeling niet mag leiden tot een verslechtering op het gebied van hittestress Toetsing In paragraaf 4.11 wordt nader stilgestaan bij het aspect duurzaamheid en is terug te lezen dat er binnen de ontwikkeling op verschillende manieren invulling wordt gegeven aan ambities rondom duurzaamheid.

22

Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat" (vastgesteld)

3.8

Welstandsaspecten

3.8.1

Welstandsnota 2015

De Arnhemse Welstandsnota is in 2015 vastgesteld. Arnhem is een aantrekkelijke stad om te wonen en te verblijven. Het uiterlijk van de stad draagt daar aan bij. De gemeente wil dat zo houden. Vanuit het oogpunt dat nieuwe bouwwerken in zijn algemeenheid moeten passen in hun omgeving vormt de bestaande stad het referentie- en inspiratiekader. Voor de meest voorkomende bouwwerken zijn in deze nota gebiedsgerichte criteria opgenomen. Deze criteria zijn per gebied ('géén toets', 'lichte toets' en 'zware toets') anders. Hierna is een kaart met de onderverdeling van de gebieden opgenomen en worden de gebieden nader toegelicht.

Afbeelding 3.3. Welstandskaart 2015; Bron: Welstandsnota 2015

Toetsing Gelet op de welstandskaart kent de locatie een lichte welstandstoets. Hiervoor geldt dat in gebieden die zich kenmerken door samenhang in het straatbeeld – bijvoorbeeld door een eenheid in dakvormen, architectuur of materiaalgebruik – is het van belang dat dit eigen karakter bewaard blijft. Welstandsregels voor dit niveau zijn beperkt en gaan alleen over het gevelbeeld en de daken die vanaf de straat zichtbaar zijn. Voor de achterkanten van gebouwen gelden geen regels, die zijn dus welstandsvrij. De regels zijn bedoeld om de kenmerken van het gevelbeeld in relatie tot het openbaar gebied op hoofdlijnen in stand te houden. In het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met deze Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat" (vastgesteld)

23

aspecten. Voor voorliggende ontwikkeling is aanvullend een omgevingskwaliteitsplan opgesteld waarin kaders voor de uitwerking van de uiterlijke verschijningsvorm van de gebouwen en de uitgangspunten en randvoorwaarden van de inrichting van de (semi-) openbare ruimten zijn geformuleerd. Naast de algemene beeldkwaliteit- en duurzaamheidsuitgangspunten worden ook de uitgangspunten per deelgebied omschreven. Het omgevingskwaliteitsplan is als voorwaardelijke verplichting in de regels van dit omgevingsplan opgenomen en zal te zijner tijd voor de welstandtoets worden gebruikt in het kader van de omgevingsvergunningprocedure voor de bouwactiviteiten in het besluitgebied.

3.9

Ladder voor duurzame verstedelijking

3.9.1

Algemeen

Sinds 2012 maakt de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' onderdeel uit van het ruimtelijk beleid vanuit de Rijksoverheid. Het doel van de Ladder is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. De Ladder is in de Omgevingswet terug te vinden in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). 3.9.2

Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking

Voorliggende ontwikkeling is te definiëren als een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 5.129g van het Bkl. Om die reden is een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Deze is als bijlage bij deze motivering gevoegd. Uit de toets volgt dat de ontwikkeling voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte voor het verzorgingsgebied. Deze behoefte wordt gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied. Daarmee wordt geconcludeerd dat het plan de toetsing aan de Ladder positief heeft doorlopen.

24

Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat" (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Inleiding

Op grond van artikel 4.2 van de Omgevingswet bevat een omgevingsplan in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de verschillende milieu- en omgevingsaspecten onderbouwd.

4.2

Geluid

4.2.1

Algemeen

Besluit kwaliteit leefomgeving In het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn in afdeling 5.1 (§ 5.1.4.2a.4 Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden) regels opgenomen voor het toestaan van geluidgevoelige gebouwen in het geluidsaandachtsgebieden van wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Er moet akoestisch onderzoek verricht worden wanneer geluidgevoelige gebouwen geheel of gedeeltelijk binnen een geluidaandachtsgebied komen te liggen. Er wordt daarbij gewerkt met een standwaarde en grenswaarde. Voor rijkswegen en provinciale wegen, gemeente- en waterschapswegen, hoofd- en lokale spoorwegen en industrieterreinen gelden ieder eigen standaard- en grenswaarden volgens het Bkl. De standaardwaarden hebben als doel geluidhinder te voorkomen en te beperken tot aanvaardbare geluidniveaus. Maar ook voor het aspect geluid geldt dat wordt gekeken naar een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aanvaardbaarheid van zowel geluidbelasting als geluidhinder is afhankelijk van de planologische context; in een woonwijk worden andere geluidniveaus aangetroffen en verwacht dan in een bruisend stadscentrum. Een overschrijding van de standaardwaarden kan daarmee door het bevoegd gezag acceptabel worden geacht en hoeft geen obstakel te zijn. Wel geldt dat in het Bkl grenswaarden zijn opgenomen waarboven er doorgaans geen aanvaardbaar geluidniveau kan bestaan.

Bij een geluidbelasting boven deze grenswaarde is de ontwikkeling niet zonder meer mogelijk. Beleidsplan Geluid Naast paragraaf 5.1.4.2a.4 is ook het geluidbeleid en de nota hogere grenswaarden van de gemeente Arnhem van toepassing. Hoewel deze zijn gebaseerd op de oude wetgeving van de Wet geluidhinder zijn de basisprincipes van dit beleid nog van kracht. Het toetsingskader is omgezet naar de normering van paragraaf 5.1.4.2a.4. Het beleidsplan Geluid heeft tot doel geluidsnormen voor nieuwe situaties af te stemmen op de aard en de functie van een gebied. Hierdoor kan beter rekening gehouden worden met ontwikkelingen en verwachting van de gebruikers van een gebied. In het centrum en dichtbij goed openbaar vervoer wil de gemeente Arnhem veel functies mogelijk maken. Als gebieden intensiever gebruikt worden neemt de kans op geluidhinder ook toe. Andere gebieden zoals de parken worden juist gewaardeerd om hun relatieve rust. Deze uitgangspunten hebben geleid tot een gebiedsgerichte invulling van geluidskwaliteiten binnen Arnhem. Naarmate de geluidbelasting hoger is neemt het belang van een zorgvuldige invulling van de totale leefomgevingskwaliteit toe. Het initiatief ligt in het gebiedstype 'Stadswijk'. Vanwege de dominante woonfunctie in de stadswijken is de na te streven milieubelasting laag.

Alleen aan de randen van de stadswijken, waar deze grenzen aan verkeerswegen, wordt een hogere geluidsbelasting toegestaan. Er geldt daarom een ambitiewaarde van de geluidsklassen 'rustig' en 'redelijk rustig', een incidentele waarde van 'onrustig' en 'zeer onrustig' en een plafondwaarde van 'lawaaiig'. 4.2.2

Situatie besluitgebied

Om de akoestische situatie ter plaatse inzichtelijk te maken is een akoestisch onderzoek (spoor)wegverkeerslawaai uitgevoerd. Deze is als bijlage bij deze motivering gevoegd. Uit het onderzoek volgt dat: De geluidbelasting als gevolg van de relevante spoorwegen tezamen niet zorgt voor een Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat" (vastgesteld)

25

overschrijding van de standaardwaarde van 55 Lden. De geluidbelasting als gevolg van de omliggende gemeente- en waterschapswegen tezamen zorgt voor een overschrijding van de standaardwaarde van 53 Lden ter plaatse van de bouwvlakken die direct grenzen aan de Fagelstraat. De geluidbelasting bedraagt 55 dB. Hiermee valt het geluid in de geluidsklasse 'onrustig' (53 – 58 dB). Dit voldoet aan de incidentele waarde uit het geluidbeleid. De grenswaarde van 70 Lden wordt ook niet overschreden. Uit onderzoek is gebleken dat de Fagelstraat maatgevend is, dus deze weg is nader onderzocht. Bron- en overdrachtsmaatregelen zijn onderzocht, maar stuiten op bezwaren van landschappelijke, civieltechnische, stedenbouwkundige en mogelijk financiële aard. Een eventuele herbestrating van de Fagelstraat naar de klinkers in keperverband zorgt echter wel tot een dusdanige geluidreductie dat ter plaatse voldaan kan worden aan de standaardwaarde van 53 Lden. Indien afgewogen wordt dat de herbestrating niet mogelijk is, dienen hogere waarden in het omgevingsplan toe te worden gestaan. Het herbestraten van de Fagelstraat heeft financiële gevolgen. Deze financiële inspanning staat niet in verhouding tot de aanwezige geluidbelasting en de te behalen reductie.

Er is geen goedkoper en doelmatig alternatief aanwezig door bij een geplande onderhoudsbeurt van de Fagelstraat gelijk deze straat te herbestraten in keperverband. Er staat namelijk de komende jaren geen onderhoud gepland van de Fagelstraat. Omdat de komende jaren geen onderhoud aan de Fagelstraat gepland staat, is het toepassen van de maatregel in voorliggende situatie niet noodzakelijk. Om die reden wordt in voorliggend omgevingsplan een geluidbelasting voor wat betreft het gezamenlijk geluid van 55 Lden vastgelegd, daar waar de standaardwaarde wordt overschreden. Op basis van het gemeentelijk geluidbeleid is er geen verplichting tot het realiseren van geluidluwe buitenruimtes bij de woningen. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is echter wel onderzocht of het mogelijk is om alle woningen te voorzien van tenminste één geluidluwe buitenruimte (maximaal 53 Lden geluidbelasting). Als onderdeel van het akoestisch onderzoek is aangegeven dat dit met de juiste vormgeving van de balkons bij deze woningen goed realiseerbaar is. Op basis hiervan vormt het aspect geluid geen belemmering.

4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1

Algemeen

De Europese richtlijnen voor luchtkwaliteit zijn geïmplementeerd in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Het doel van deze wetgeving is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. De wet is primair gericht op het voorkomen van negatieve effecten op de gezondheid van de mens. Daarnaast zijn er voor de stoffen zwaveldioxide en stikstofoxiden ook normen opgenomen ter bescherming van ecosystemen. Voor het toetsen van ruimtelijke plannen zijn de volgende omgevingswaarden het meest relevant: PM10 (fijnstof) 1. de jaargemiddelde concentratie van 40 µg PM10/m3 mag niet worden overschreden; 2. de 24 uursgemiddelde concentratie van 50 µg PM10/m3 mag niet vaker dan 35 keer per jaar worden overschreden; NO2 (stikstofdioxide) 1. de jaargemiddelde concentratie van 40 µg NO2/m3 mag niet worden overschreden; 2. de uurgemiddelde concentratie van 200 µg NO2/m3 mag niet vaker dan 18 keer per jaar worden overschreden. Voor de overige stoffen worden in Nederland geen overschrijdingen gerapporteerd. In de artikelen 5.53 en 5.54 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is bepaald wanneer activiteiten 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In deze situaties is toetsing aan de omgevingswaarden niet noodzakelijk.

26

Bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Thorbeckestraat" (vastgesteld)

4.3.2

Situatie besluitgebied

Onderliggend plan voorziet in de realisatie van maximaal 190 woningen. Het plan draagt daarom 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Raadpleging van de achtergrondconcentraties uit de Atlas Leefomgeving heeft aangetoond dat er geen sprake is van (dreigende) overschrijdingen van de omgevingswaarden uit het Bkl. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's. Op basis hiervan vormt het plan op het gebied van luchtkwaliteit geen belemmering.

4.4

Hinder

4.4.1

Algemeen

Hinder In het kader van bedrijven en milieuzonering dienen de effecten van milieubelastende activiteiten op hun omgeving (gevoelige functies, waaronder eventueel nieuw te ontwikkelen woningen) in beeld gebracht te worden. Voorbeelden van hinder zijn geluid, geur, stof of gevaar. Voorafgaand de inwerkingtreding van de Omgevingswet werd gewerkt met de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering 2009'. Hierin is een lijst van inrichtingen opgenomen waarbij de inrichtingen op grond van de hinder die zij veroorzaken, zijn opgedeeld in 6 categorieën. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat een inrichting uit categorie 1 relatief weinig hinder veroorzaakt en een inrichting uit categorie 6 bijzonder veel hinder veroorzaakt. In de Omgevingswet wordt niet langer gewerkt met de term inrichting en wordt gesproken over milieubelastende activiteiten. Omdat in voorliggende situatie het gemeentebrede omgevingsplan nog gereed is en daarmee de bestemmingsplannen nog onderdeel uitmaken van omgevingsplan, is het kader van de VNG-publicatie nog wel relevant. Geurhinder van industriële bedrijven Het beleidsplan Geur uit 2010 gaat in op geur afkomstig van industriële bedrijven waarvoor de gemeente Arnhem het bevoegde gezag is. Milieubeleid kan een positieve bijdrage leveren aan maatschappelijke thema's als gezondheid, veiligheid, leefbaarheid, duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=d51e99af-7df3-41fc-bd47-3a1912b0922d