Bijlage 3a Regels TAM-Omgevingsplan Schaapsdrift e.o.
Tekst van het document
Artikel 51 51.1
Bouwregel bijbehorende bouwwerken - Schaapsdrift
Bouwregels
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - bouwregel bijbehorende bouwwerken' mogen bijbehorende bouwwerken worden gebouwd, waaronder technische installaties voor de buurthub en nutsvoorzieningen, met een maximale bouwhoogte van 5 meter.
Artikel 52 Bouwregel bouwen buiten bouwvlak - ondergeschikte bouwwerken 52.1
Bouwregels
Ter plaatse van de 'overige zone – bouwregel bouwen buiten bouwvlak – ondergeschikte bouwwerken' mogen ondergeschikte bouwwerken zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, onderhoudsinstallaties, gevel- en kroonlijsten, luifels, trappen en overstekende daken buiten het bouwvlak worden gebouwd.
Artikel 53 53.1
Bouwregel bouwverbod - tuin
Bouwregels
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - bouwregel bouwverbod - tuin' mag niet worden gebouwd, tenzij in de regels van dit omgevingsplan expliciet wordt aangegeven dat ter plaatse mag worden gebouwd. "TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o." (vastgesteld) 29
TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o.
Artikel 54 54.1
Bouwregel gevellijn - Schaapsdrift
Bouwregels
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'bouwregel gevellijn - Schaapsdrift' 'gevellijn' geldt dat de naar het openbaar gebied gekeerde gevel van een hoofdgebouw op de gevellijn dient te worden gebouwd, met dien verstande dat dit niet geldt voor: a. onderdoorgangen; b. de entrees zoals bedoeld in Artikel 58; c. gebouwen die aanwezig zijn op het moment van inwerking treden van dit hoofdstuk.
Artikel 55 55.1
Bouwregel groen
Bouwregels
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - bouwregel groen' mogen uitsluitend in de activiteiten passende bouwwerken worden gebouwd, zoals speeltoestellen en verlichting met een maximale bouwhoogte van 4 meter.
Artikel 56 Bouwregel groen dak parkeren als verplicht onderdeel van klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen 56.1
Bouwregels
a. In aanvulling op het bepaalde onder Artikel 57, geldt ter plaatse van de aanduiding 'overige zone bouwregel groen dak parkeren als verplicht onderdeel klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen' dat indien parkeerplaatsen worden gerealiseerd met een parkeerdek dat de maatregelen dienen te bestaan uit het aanbrengen van een groen dak zoals benoemd in het 'Puntenstysteem Klimaatadaptief en Natuurinclusief bouwen in Arnhem' b. Deze maatregelen worden meegeteld in het benodigde puntenaantal zoals benoemd in Artikel 57 onder b.
Artikel 57 57.1
Bouwregel klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen
Klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen
a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt ter plaatse van de ''overige zone - Bouwregel klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen' slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat voldoende klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen worden getroffen. b. Aan het bepaalde onder a wordt geacht te zijn voldaan indien door de genomen maatregelen voldoende punten worden gehaald zoals opgenomen in de beleidsregels 'Beleidsregels Klimaatadaptief en Natuurinclusief Bouwen' en het bijbehorende 'Puntensysteem Klimaatadaptief en Natuurinclusief bouwen'. 57.2
Beleidsregels
a. Burgemeester en wethouders passen deze regels toe met inachtneming van de door hen vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld onder lid 57.1 onder a en onder b. b. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging. 30 )
"TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o." (vastgesteld
TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o.
Artikel 58 58.1
Bouwregel omgevingskwaliteit Schaapsdrift
Bouwregels
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - bouwregel omgevingskwaliteitsplan Schaapsdrift' aangewezen gronden geldt dat: a. bouwwerken uitsluitend mogen worden opgericht indien ten aanzien van het uiterlijk van bouwwerken wordt voldaan aan de bepalingen uit de beleidsregels 'Omgevingskwaliteitsplan Schaapsdrift e.o.'; b. in afwijking van het gestelde onder a. wordt indien het hoofdgebouw is gerealiseerd niet meer getoetst aan het 'Omgevingskwaliteitsplan Schaapsdrift e.o.' en gelden de bepalingen behorende bij het op het plangebied toepasselijke toetsniveau zoals dat is aangegeven in de welstandsnota; c. voor gebouwen geldt dat dat deze alleen mogen worden gebouwd indien voor het aantal bouwlagen en de geleding wordt voldaan aan de voorwaarden uit de beleidsregels 'Omgevingskwaliteitsplan Schaapsdrift e.o.'; d. ter plaatse van de gebiedsaanduidingen 'overige zone - Omgevingsnormen veld A1 Schaapsdrift', 'overige zone - Omgevingsnorm veld B Schaapsdrift', 'overige zone - Omgevingsnormen veld C Schaapsdrift' en 'overige zone - Omgevingsnormen veld D Schaapsdrift' is per veld een entree toegestaan ten behoeve van parkeren aan de zijde van de Middenstraat; e. ter plaatse van de gebiedsaanduidingen 'overige zone - Omgevingsnormen veld F Schaapsdrift' is per veld één entree toegestaan ten behoeve van een parkeergarage aan de zijde van de Eleanorastraat; f.
bij het bouwen van de buurthub zoals bedoeld in Artikel 20, het bouwen in de zone 'overige zone bijbehorende bouwwerken' en 'bijbehorende bouwwerken - Schaapsdrift dient te worden voorzien in een onderhoudspad ten behoeve van de buurthub van ten minste 2 meter aan de westzijde van de buurthub; g. Het is toegestaan om af te wijken van de bepalingen uit de beleidsregels ‘Omgevingskwaliteitsplan Schaapsdrift e.o.’ ten aanzien van het uiterlijk van bouwwerken, het aantal bouwlagen en de geleding van bouwwerken indien dit van belang is voor de ruimtelijke kwaliteit of indien het voldoen aan de regels door bijzondere omstandigheden op zwaarwegende bezwaren stuit. h. Indien door de bouwactiviteiten het totaal aan toe te voegen woningen, ten opzichte van het aantal woningen op het moment van inwerkingtreding van dit hoofdstuk, meer dan 520 bedraagt, dient bij de aanvraag voor bouwen een verkeersonderzoek te worden aangeleverd waaruit volgt dat de verkeerseffecten aanvaardbaar zijn.
Artikel 59 59.1
Bouwregel park
Bouwregels
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘overige zone – bouwregel park geldt dat bouwwerken alleen mogen worden gebouwd indien: a. in de regels van dit omgevingsplan expliciet wordt aangegeven dat ter plaatse mag worden; of b. als wordt volaan aan de volgende voorwaarden: 1. geen onevenredig afbreuk wordt gedaan op stedenbouwkundige, landschappelijke, ecologische, cultuurhistorische en natuurwaarden; 2. de bouwhoogte maximaal 4 m bedraagt.
Artikel 60 60.1
Bouwregel railverkeer
Bouwregels
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - bouwregel railverkeer' gelden de volgende regels: a. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienst van de genoemde activiteiten, zoals werkruimten worden gebouwd met een maximumbouwhoogte van 10 m vanaf de bovenzijde van de "TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o." (vastgesteld) 31
TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o.
spoorstaaf. b. In afwijking van het bepaalde onder a. mag de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen maximaal 3 m bedragen, te meten vanaf de bovenzijde van de spoorstaaf.
Artikel 61 61.1
Bouwregel verblijfsgebied
Bouwregels
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - bouwregel verblijfsgebied' gelden de volgende regels: a. Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven maximumbouwhoogte en voor zover aangegeven, het bebouwingspercentage uitsluitend in de gegeven activiteit passende bouwwerken worden gebouwd. b. De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals entrees tot parkeergarages en straatmeubilair mag ten hoogste 5 m bedragen.
Artikel 62 62.1
Bouwregel voetgangersbrug
Bouwregels
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - bouwregels voetgangersbrug' mag een voetgangersbrug worden gebouwd.
Artikel 63 63.1
Bouwregel waterloop
Bouwregels
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - bouwregel waterloop' is bouwen toegestaan indien: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de waterloop worden gebouwd b. voor andere bouwwerken ten dienste van overige toegestane activiteiten als de watervoerende functie van de waterloop hierdoor niet wordt belemmerd, gehoord de waterbeheerder.
Artikel 64 64.1
Bouwregel wegverkeer
Bouwregels
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - bouwregel wegverkeer' gelden de volgende bouwregels: a. Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven maximumbouwhoogte en voor zover aangegeven, het bebouwingspercentage uitsluitend in de gegeven activiteit passende bouwwerken worden gebouwd. b. De hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, anders ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, zoals geluidwerende voorzieningen, mag ten hoogste 4 m bedragen.
32 )
"TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o." (vastgesteld
TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o.
Hoofdstuk 6 Artikel 65
Omgevingsnormen Omgevingsnorm Schaapsdrift totaal
1. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - omgevingsnorm Schaapsdrift totaal' bedraagt, na afronding van de gebiedsexploitatie, in het totale gebied met deze gebiedsaanduiding: a. minimaal 20% van de betaalbare koopwoningen en middenhuur een: betaalbare koopwoning; b. het maximum aantal horecabedrijven: 2, ondergschikte horeca wordt hier niet bij geteld; c. het maximum bvo horeca: 400 m2, ondergschikte horeca wordt hier niet bij geteld; d. het maximum aantal stadswinkels: 1; e. het maximum bvo stadswinkel; 150 m2; f. het maxium bvo kantoor: 535 m2, bijbehorende kantoren worden hier niet bij geteld. 2. Zorgwoningen worden niet meegeteld bij het aantal wooneenheden, het bvo voor wonen, of bij de percentages van de woningbouwcategorieën.
Artikel 66
Omgevingsnormen veld A1 Schaapsdrift
1. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - omgevingsnormen veld A1 Schaapsdrift' bedraagt: a. het maximum aantal zorgwoningen: 180; b. het maximum bvo zorgwonen en gezondheids- en welzijnszorg: 12.250 m2; c. het maximum bvo kantoor, ondergeschikte horeca of maatschappelijke organisaties: 300 m2.
Artikel 67
Omgevingsnormen veld A2 Schaapsdrift
1. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - omgevingsnormen veld A2 Schaapsdrift' bedraagt: a. het maximum aantal wooneenheden: 6; b. het maximum bvo wonen: 450 m2; c. het minimum percentage betaalbare koopwoningen en middenhuur: 100%; 2. De percentages van de woningbouwcategorieën gelden voor de woningen die na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk worden gebouwd.
Artikel 68
Omgevingsnormen veld B Schaapsdrift
1. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - omgevingsnormen veld B Schaapsdrift' bedraagt: a. het maximum aantal wooneenheden: 170; b. het maximum bvo wonen: 13.500 m2; c. het maximum bvo activiteiten creatieve sector, dienstverlening, horeca van categorie 1, kantoor, lichte gezondheidszorg of maatschappelijke organisaties: 250 m2; d. het minimum percentage betaalbare koopwoningen of middenhuur: 30%; e. het minimum percentage sociale huurwoningen: 30% 2. De percentages van de woningbouwcategorieën gelden voor de woningen die na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk worden gebouwd.
Artikel 69
Omgevingsnormen veld C Schaapsdrift
1. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - omgevingsnormen veld C Schaapsdrift' bedraagt: a. het maximum aantal wooneenheden: 58; b. het maximum bvo wonen: 5.500 m2; c. het maximum bvo activiteiten creatieve sector, bedrijf geschikt voor functiemenging, dienstverlening, horeca van categorie 1, kantoor, lichte gezondheidszorg of maatschappelijke organisaties: 200 m2; "TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o." (vastgesteld) 33
TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o.
d. het minumum percentage betaalbare koopwoningen of middenhuur: 38%; 2. De percentages van de woningbouwcategorieën gelden voor de woningen die nog niet gebouwd zijn wanneer dit hoofdstuk in werking treedt.
Artikel 70
Omgevingsnormen veld D Schaapsdrift
1. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - omgevingsnormen veld D Schaapsdrift' bedraagt: a. het maximum aantal wooneenheden: 199; b. het maximum bvo wonen: 15.750 m2; c. het maximum bvo activiteiten creatieve sector, dienstverlening, horeca van categorie 1, kantoor, lichte gezondheidszorg of maatschappelijke organisaties: 250 m2; d. het minimum percentage betaalbare koopwoningen of middenhuur: 20%; e. het minimum percentage sociale huurwoningen: 41%. 2. De percentages van de woningbouwcategorieën gelden voor de woningen die na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk worden gebouwd.
Artikel 71
Omgevingsnormen veld E Schaapsdrift
1. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - omgevingsnormen veld E Schaapsdrift' bedraagt: a. het maximum aantal wooneenheden: 8; b. het maximum bvo wonen: 840 m2; c. het maximum bvo activiteiten creatieve sector, dienstverlening, horeca van categorie 1, kantoor, lichte gezondheidszorg of maatschappelijke organisaties: 270 m2; d. Het minimum percentage betaalbare koopwoning of middenhuur: 100% 2. De percentages van de woningbouwcategorieën gelden voor de woningen die na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk worden gebouwd.
Artikel 72
Omgevingsnormen veld F Schaapsdrift
1. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - omgevingsnormen veld F Schaapsdrift' bedraagt: a. het maximum aantal wooneenheden: 103; b. het maximum bvo wonen: 8.330 m2; c. het minimum percentage betaalbare koopwoningen of middenhuur: 96%. d. het maximum bvo activiteiten creatieve sector, dienstverlening, horeca van categorie 1, kantoor, lichte gezondheidszorg of maatschappelijke organisaties: 700 m2; 2. Minimaal 30% van de gevellengte aan de zijde van de Eleanorastraat dient, bij het in gebruik nemen van de nieuw te bouwen woningen binnen deze gebiedsaanduiding, te zijn ingericht als een Activiteit creatieve sector of een Activiteit bedrijf - geschikt voor functiemenging - Schaapsdrift. Daarnaast geldt dat minimaal 1.220 m2 bvo beschikbaar moet zijn voor deze functies. 3. De percentages van de woningbouwcategorieën gelden voor de woningen die na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk worden gebouwd.
Artikel 73
Omgevingsnormen veld G Schaapsdrift
1. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - omgevingsnormen veld G Schaapsdrift' bedraagt: a. het maximum aantal wooneenheden: 79; b. het maximum bvo wonen: 4.750 m2; c. het maximum bvo bedrijven creatieve sector, creatieve functies, dienstverlening, horeca van categorie 1, kantoor, lichte gezondheidszorg of maatschappelijke organisaties: 250 m2; d. het minimum percentage sociale huurwoningen: 100%. 2. De percentages van de woningbouwcategorieën gelden voor de woningen die na de inwerkingtreding 34 "TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o." (vastgesteld )
TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o.
van dit hoofdstuk worden gebouwd.
Artikel 74 Omgevingsnorm maximum bouwhoogte voetgangersbrug 15m boven spoorstaaf Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - omgevingsnorm maximum bouwhoogte voetgangersbrug 15m boven spoorstaaf' bedraagt de maxium bouwhoogte van de voetgangersbrug 15 meter boven de bovenzijde van de spoorstaaf.
"TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o." (vastgesteld) 35
TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o.
Hoofdstuk 7
Omgevingsplanactiviteiten
Artikel 75 Omgevingsplanactiviteit afwijken instandhoudingsverplichting klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen 75.1
Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden om ter plaatse van de 'overige zone - omgevingsplanactiviteit afwijken instandhoudingsverplichting klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen' zonder een omgevingsvergunning een bouwwerk te gebruiken zonder de vereiste klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen in het kader van de vergunningverlening aan te brengen en in stand te houden. 75.2
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning bedoeld in 75.1 kan worden verleend indien indien op andere wijze kan worden voorzien in het treffen van voldoende klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen zoals opgenomen in de Beleidsregels Klimaatadaptief en Natuurinclusief bouwen.
Artikel 76 76.1
Omgevingsplanactiviteit landschap en natuur
Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden om ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - omgevingsplanactiviteit landschap en natuur ' zonder omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het vellen, rooien en beschadigen van houtgewassen b. het aanbrengen van beplantingen c. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse leidingen, constructies, installaties of andere apparatuur; d. het verlagen van de bodem of het afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist e. het ophogen van gronden; f. het gebruik van groeistoffen, stoorstoffen of kunstmest g. het aanleggen, verbreden of verharden van voet-, rijwielpaden, ontsluitingswegen en parkeerplaatsen h. het aanbrengen van oppervlakte verharding groter dan 25 m2. i. het aanbrengen van recreatievoorzieningen (incl. raster, wildroosters en ruitervoorzieningen) j. het graven, dichten, verdiepen of verbreden van greppels, sloten, vijvers, beken en andere watergangen; k. het aanleggen van reservoirs. 76.2
Uitzonderingen vergunningsplicht
Het verbod, als bedoeld in lid 76.1 is niet van toepassing indien: a. die van geringe omvang zijn, dan wel het normale onderhoud en beheer betreffen; b. welke op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt, in uitvoering zijn. 76.3
Beoordelingsregels
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 76.1 mag alleen worden verleend indien: a. deze verband houden met de doeleinden, die aan de desbetreffende functies en activiteiten zijn toegekend en b. hierdoor dan wel door daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de landschappelijke-, cultuurhistorische- en natuurwaarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.
36 )
"TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o." (vastgesteld
TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o.
Artikel 77 77.1
Omgevingsplanactiviteit tuin
Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden om ter plaatse van de aanduiding 'overige zone-omgevingsplanactiviteit tuin' in afwijking van het bepaalde in artikel 41 oppervlakteverhardingen aan te brengen. 77.2
Beoordelingsregels
Een omgevingsvergunning als bedoeld onder 77.1 kan worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarde of de waardevolle groenelementen binnen de tuin.
Artikel 78 78.1
Omgevingsplanactiviteit verkamering
Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden om ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone-omgevingsplanactiviteit verkamering' zonder omgevingsvergunning een (gedeelte) van een gebouw te verkameren (vanaf drie onzelfstandige wooneenheid). 78.2
Uitzonderingen vergunningplicht
Het verbod, als bedoeld in lid 78.1 is niet van toepassing indien sprake is van verkameren door een hospita. 78.3
Beoordelingsregels
a. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder 78.1 kan worden verleend ten behoeve van verkamering, indien: 1. de gebruiksoppervlakte van de bestaande woning gelijk is aan of groter is dan 110 m2, en; 2. het gebouw niet opgedeeld wordt in meer dan één onzelfstandige wooneenheid per 18m2 gebruiksoppervlakte; en; 3. het verkamerde gebouw minimaal beschikt over een bergingsruimte met een oppervlakte van ten minste 3 m2 ten behoeve van de stalling van fietsen, afvalcontainer(s) of afvalzakken. Vanaf 4 onzelfstandige wooneenheden geldt als aanvullende eis dat 1m2 bergingsruimte per wooneenheid wordt toegevoegd. b. De omgevingsvergunning wordt in ieder geval niet verleend indien: 1. sprake is van verkameren met als doel het verschaffen van kortdurend verblijf van maximaal 3 maanden, te vergelijken met logies, al dan niet als onderdeel van de arbeidsvoorwaarden, aan werknemers; of 2. indien zich door het verkameren een niet-verkamerd gebouw wordt ingesloten door legale kamergewijze bewoning van gebouwen aan dezelfde straat; of 3. indien een bijgebouw in gebruik wordt genomen als onzelfstandige wooneenheid.
Artikel 79 79.1
Omgevingsplanactiviteit woningsplitsing
Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden om ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone-omgevingsplanactiviteit woningsplitsing' zonder omgevingsvergunning een (gedeelte) van een gebouw te splitsen naar twee of meerdere zelfstandige woning 79.2
Beoordelingsregels
Een omgevingsvergunning als bedoeld onder lid 79.1 kan worden verleend ten behoeve van woningsplitsing, indien: 1. de gebruiksoppervlakte van de bestaande woning gelijk is aan of groter is dan 110 m2, en; "TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o." (vastgesteld) 37
TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o.
2. de gebruiksoppervlakte van elke zelfstandige woning die als gevolg van splitsing ontstaat niet kleiner is dan 50 m2, en; 3. de gesplitste woningen over een bergingsruimte met een oppervlakte van ten minste 5 m2 per woning en; 4. de gesplitste woningen beschikken over een buitenruimte.
38 )
"TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o." (vastgesteld
TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o.
Hoofdstuk 8
Voorwaardelijke verplichtingen
Artikel 80
Voorwaardelijke verplichting buurthub
80.1
Voorwaardelijke verplichting
1. Het in gebruik nemen van gebouwen die na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk worden gebouwd overeenkomstig de ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting - buurthub' geldende activiteiten, is uitsluitend toegestaan indien een buurthub is gerealiseerd met minimaal 250 parkeerplaatsen en in stand wordt gehouden. 2. In afwijking van het bepaalde onder het eerste lid, is het in gebruik nemen van gebouwen die na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk worden gebouwd tevens toegestaan indien ten behoeve van het parkeren gebruik wordt gemaakt van tijdelijke parkeerplaatsen uitsluitend vooruitlopend op de definitief gebouwde buurthub. 80.2
Gebruiksverbod
Het is verboden om de tijdelijke parkeerplaatsen te gebruiken vanaf het moment dat de buurthub is gebouwd en in gebruik is genomen.
Artikel 81 81.1
Voorwaardelijke verplichting waterberging bui van 40 mm
Voorwaardelijke verplichting
Het is uitsluitend toegestaan gebouwen die na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk worden gebouwd binnen de gebiedsaanduiding 'voorwaardelijke verplichting - waterberging bui van 40 mm' in gebruik te nemen, indien een voorziening is aangelegd waarmee een bui van 40 millimeter binnen 45 minuten op eigen terrein kan worden opgevangen en verwerkt. 81.2
Gebruiksverbod
Het gebruik van gronden en/of bouwwerken zoals bedoeld in het eerste lid, is verboden indien de waterberging niet (volledig) is aangelegd dan wel niet (volledig) in stand wordt gehouden.
"TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o." (vastgesteld) 39
TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o.
Hoofdstuk 9 Artikel 82 82.1
Thema geluid Geluid veroorzaakt door buurthub
Aanwijzing vergunningplicht buurthub
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een buurthub binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone Geluid veroorzaakt door buurthub' te exploiteren 82.2
Beoordelingsregels omgevingsvergunning buurthub
Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning uit artikel 82.1 alleen als geluidsonderzoek aantoont dat het stemgeluid dat afkomstig is van het gebruik van de parkeerhub op het moment van de aanvraag om omgevingsvergunning, ter plaatse van de gevel van een feitelijk aanwezige of geprojecteerde woning niet meer bedraagt dan 50 dB(A) etmaalwaarde, resulterend in een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van: a. 50 dB(A) in de dagperiode van 7.00 uur – 19.00 uur; b. 45 dB(A) in de avondperiode van 19.00 uur – 23.00 uur; en c. 40 dB(A) in de nachtperiode van 23.00 uur – 7.00 uur. 82.3
Aanvraagvereisten buurthub
De aanvrager van de omgevingsvergunning voor bouwen zoals bedoeld in artikel 82.1, levert de volgende gegevens: a. situatietekening van de nieuwe toestand van het terrein met daarop: 1. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak; 2. de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 3. de wijze waarop de locatie wordt ontsloten;de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 4. het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; 5. aansluitpunten voor het warmtesysteem; 6. de ligging van de omliggende leidingen van het warmtenet; b. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het peil en het aantal bouwlagen; c. een akoestisch onderzoek.
Artikel 83 Geluid veroorzaakt door bedrijf geschikt voor functiemenging - Schaapsdrift 83.1 Verhouding met regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan van rijkswege (bruidsschat) Waar de regels in dit artikel van het omgevingsplan afwijken van de regels over geluid in paragraaf 22.3.4 van het omgevingsplan, hebben de regels in dit artikel voorrang. 83.2
Toepassingsbereik
1. De regels uit dit artikel gelden ter plaatse van de 'overige zone - geluid veroorzaakt door bedrijf geschikt voor functiemenging - Schaapsdrift' 2. De regels in dit artikel zijn van toepassing op het geluid dat wordt veroorzaakt door bedrijfsmatige activiteiten geschikt voor functiemenging zoals toegestaan volgens artikel 16 'activiteit bedrijf geschikt voor functiemenging - Schaapsdrift' waarbij het gaat om activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die: a. rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan; of b. elkaar functioneel ondersteunen. 3. De waarden in dit artikel zijn niet van toepassing op: a. het geluid op een niet-geluidgevoelige gevel; 40 )
"TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o." (vastgesteld
TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o.
b. het geluid van een activiteit op 'geluidgevoelige gebouwen met een functionele binding of voormalige functionele binding' met die activiteit; en c. onversterkt menselijk stemgeluid, tenzij het muziekgeluid is of daarmee vermengd is. 83.3
Normadressaat
Aan dit artikel wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de omgevingsnorm. 83.4
Waar de waarden gelden
De waarden in dit artikel voor het geluid door een activiteit gelden, tenzij anders bepaald: 1. op een geluidgevoelig gebouw dat op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is toegelaten, anders dan een woonschip of woonwagen: 2. op de gevel, als het gaat om een geluidgevoelig gebouw; en 3. op de locatie waar een gevel mag komen, als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw, tot dat het geluidgevoelige gebouw is gerealiseerd; 4. op een woonschip of woonwagen, op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of die woonwagen; 5. voor zover er binnen 10 meter vanaf de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht geen geluidgevoelig gebouw is gelegen of toegelaten, gelden de waarden in dit artikel voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op een afstand van 10 meter van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht. 6. de onder 3 genoemde afstand van 10 meter wordt verruimd tot maximaal 30 meter, voor zover de locatie grenst aan openbaar gebied en tot zover er geen geluidgevoelige gebouwen zijn gelegen of toegelaten. 83.5
Geluidwaarden op een geluidgevoelig gebouw
Bij het verrichten van een activiteit is het geluid op een geluidgevoelig gebouw niet meer dan de waarden in tabel 5a. Tabel 5a
83.6
Maatwerkvoorschriften
Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over: 1. activiteiten waarbij, anders dan door laden en lossen, regelmatig maximale geluidniveaus LAmax van meer dan 70 dB(A) in de dagperiode optreden, die tot hinder leiden; en 2. activiteiten waarbij door het laden en lossen regelmatig maximale geluidniveaus LAmax van meer dan 75 dB(A) in de dagperiode optreden, die tot hinder leiden.
"TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o." (vastgesteld) 41
TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o.
Artikel 84
Gezamenlijk geluid veld A1 Schaapsdrift
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone – Gezamenlijk geluid veld A1 Schaapsdrift' bedraagt het gezamenlijke geluid wat betreft spoor- en wegverkeer op de gevels van geluidgevoelige gebouwen 62 dB.
Artikel 85
Gezamenlijk geluid veld B Schaapsdrift
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone – Gezamenlijk geluid veld B Schaapsdrift' bedraagt het gezamenlijke geluid wat betreft spoor- en wegverkeer op de gevels van geluidgevoelige gebouwen 60 dB.
Artikel 86
Gezamenlijk geluid veld E Schaapsdrift
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone – Gezamenlijk geluid veld E Schaapsdrift' bedraagt het gezamenlijke geluid wat betreft spoor- en wegverkeer op de gevels van geluidgevoelige gebouwen 66 dB.
Artikel 87
Gezamenlijk geluid veld F Schaapsdrift
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone – Gezamenlijk geluid veld F Schaapsdrift' bedraagt het gezamenlijke geluid wat betreft spoor- en wegverkeer op de gevels van geluidgevoelige gebouwen 64 dB.
Artikel 88
Gezamenlijk geluid veld G Schaapsdrift
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - Gezamenlijk geluid veld G Schaapsdrift' bedraagt het gezamenlijke geluid wat betreft spoor- en wegverkeer op de gevels van geluidgevoelige gebouwen 65 dB.
Artikel 89
Bouwregel geluid Schaapsdrift
Ter plaatse van de 'overige zone - bouwregel geluid - Schaapsdrift' geldt de verplichting dat bij gevels van woningen waar de geluidbelasting hoger is dan 58 Lden door gemeentewegen en hoger is dan 60 Lden door het spoor, de woningen zijn voorzien van een geluidluwe buitenruimte en een verblijfsruimte aan de geluidsluwe zijde.
42 )
"TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o." (vastgesteld
TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o.
Hoofdstuk 10
Artikel 90 90.1
Thema kostenverhaal
Fasering van het kostenverhaalsgebied
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel gaan over fasering in deelgebieden en in tijd en zijn voor wat betreft de deelgebieden van toepassing overeenkomstig Bijlage 1 Kaart deelgebieden en is van toepassing op het gebied aangeduid als 'overige zone - fasering kostenverhaalsgebied Schaapsdrift'. 90.2
Fasering in deelgebieden en in tijd
Voor de ontwikkeling van de deelgebieden in fasen geldt de fasering in deelgebieden in tijd volgens onderstaande faseringstabel: Deelgebieden
Bouwrijp maken
Deelgebied 1: Bouwveld 2026-2027 A Deelgebied 2: Overige 2027-2029 bouwvelden B t/m G Deelgebied 3: 2027 Parkeerhub – onderdeel van bouwveld F Deelgebied 4: 2026-2030 Aanleg overige openbare ruimte
Artikel 91 91.1
Vergunning voor bouwen 2028-2029
Woonrijp maken
2028-2030
2029 - 2032
2028
2029
2029 - 2030
2028-2032
Algemene kostenverhaalsregels
Toepassingsbereik kostenverhaalsgebied
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op het gebied aangeduid als 'overige zone – kostenverhaalgebied Schaapsdrift'. 91.2
Specifieke aanvraagvereisten kostenverhaalsbeschikking
Bij de aanvraag voor een kostenverhaalsbeschikking worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een lijst met soort en aantal kostenverhaalsplichtige activiteiten die zullen worden uitgevoerd; b. de locatie waar deze activiteiten worden uitgevoerd; c. een opgave van de kosten van zelf verrichte werkzaamheden, blijkend uit facturen. De opgave wordt ingedeeld volgens Bijlage 2 Civieltechnische raming van het bouw- en woonrijp maken; 91.3
Aanspraak op vergoeding kosten inrichting openbare ruimte
a. Degene die in het kostenverhaalsgebied werken, werkzaamheden en maatregelen verricht nadat de aanvraag voor een kostenverhaalsbeschikking voor het geheel van zijn eigendommen is ingediend, kan verzoeken om een vergoeding voor de kosten van die inrichting voor zover die kosten niet reeds in mindering zijn gebracht op de kostenverhaalsbijdrage in de kostenverhaalsbeschikking. b. De vergoeding wordt geweigerd als: 1. de gemeente de oplevering van de ingerichte openbare ruimte niet heeft goedgekeurd; en 2. tussen gemeente en aanvrager geen overeenkomst tot stand is gekomen over het beheer of de koop en verkoop van de grond van die openbare ruimte. c. Bij het verzoek om vergoeding wordt een opgave van de kosten van de verrichte werken, werkzaamheden en maatregelen, blijkend uit facturen. De opgave wordt ingedeeld volgens Bijlage 2 "TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o." (vastgesteld) 43
TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o.
Civieltechnische raming van het bouw- en woonrijp maken. d. De vergoeding is niet hoger dan de bedragen die voor de betreffende werken, werkzaamheden en maatregelen in de kostenverhaalsregels van het betreffende kostenverhaalsgebied zijn opgenomen. 91.4
Behandeltermijn en tijdstip indiening verzoek om eindafrekening
Burgemeester en wethouders stellen eindafrekeningen op verzoek, als bedoeld in artikel 13.20, vierde lid, van de Omgevingswet, eenmaal per jaar vast uiterlijk op 15 december. Verzoeken om een eindafrekening dienen tenminste 8 weken voor die datum te worden ingediend. 91.5
Eindafrekening en aanvraagvereisten verzoek om eindafrekening
91.5.1 Eindafrekening a. Binnen 12 weken na uitvoering van voor de in het kostenverhaalsgebied voorziene werken, werkzaamheden en maatregelen stellen burgemeester en wethouders bij beschikking een eindafrekening van het kostenverhaal in het kostenverhaalsgebied vast. b. De kostenverhaalsregel blijft van kracht totdat deze is ingetrokken. Wanneer na het moment van eindafrekening nog niet voor alle bouwactiviteiten kostenverhaalsbeschikkingen zijn aangevraagd, maar daarna worden aangevraagd, wordt de verschuldigde geldsom geacht samen te vallen met het bedrag van de in lid 3 bedoelde herberekening op het in lid 1 bedoelde moment. Het besluit tot eindafrekening houdt in die gevallen in dat er geen sprake is van een terugbetaling. c. Bij de eindafrekening wordt de kostenverhaalsbijdrage, zoals betaald op basis van de kostenverhaalsbeschikking, herberekend op grond van de totale werkelijk gerealiseerde kosten na uitvoering van de voorziene werken, werkzaamheden en maatregelen. Ingeval van terugbetaling wordt 2% rente, prijspeil 1 januari 2025, gerekend over het terug te betalen bedrag. d. Bij de eindafrekening wordt uitgegaan van de eenheden en relatieve gewichten die zijn gehanteerd bij de kostenverhaalsbeschikking. e.
Bij de eindafrekening wordt een vergelijking gemaakt tussen enerzijds het programma aan bouwactiviteiten zoals dat in het omgevingsplan was opgenomen ten tijde van de eindafrekening en anderzijds het programma aan bouwactiviteiten zoals dat gehanteerd is bij het verlenen van de kostenverhaalsbeschikking. 91.5.2 Aanvraagvereistenverzoek om eindafrekening Bij het verzoek worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een kopie van de kostenverhaalsbeschikking; b. een opgave van de kosten van zelf verrichte werkzaamheden blijkend uit facturen; de opgave wordt ingedeeld volgens Bijlage 2 Civieltechnische raming van het bouw- en woonrijp maken; c. een bewijs dat verzoeker recht heeft op de terugbetaling, als een ander dan degene namens wie betaald is, het verzoek doet; d. naam, adres, telefoonnummer en rekeningnummer van verzoeker. 91.6
Tijdvak voor het kostenverhaal
Voor het kostenverhaalsgebied geldt een tijdvak van een periode van 8 jaren, welk tijdvak ingaat op de prijspeildatum van 1 januari 2025. 91.7
Opbrengsten
De opbrengsten worden geraamd op het bedrag conform de hierna opgenomen tabel. Tabel 1 Programma per uitgiftecategorie per bouwveld
44 )
"TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o." (vastgesteld
TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o.
De totale grondopbrengst per bouwveld is opgenomen in onderstaande tabel: Tabel 2 Grondopbrengst per bouwveld
De grondopbrengsten zijn vervolgens vertaald naar een gemiddelde grondopbrengst per m² bvo per bouwveld, opgenomen in onderstaande tabel: Tabel 3 Aantallen m² bvo per bouwveld en gemiddelde grondprijs per m² bvo.
Voor elk van de uitgiftecategorieën is een aantal m² BVO aangenomen. De grondopbrengsten zijn vervolgens vertaald naar een gemiddelde grondopbrengst per m² BVO per bouwveld Tabel 3a Grondopbrengsten van de aantallen m² BVO per uitgiftecategorie en van de totale grondopbrengsten
"TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o." (vastgesteld) 45
TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o.
91.8
Inbrengwaarde van gronden en te slopen opstallen
De inbrengwaarden van de gronden met de daarop eventueel te slopen opstallen in het kostenverhaalsgebied zijn geraamd op de bedragen zoals opgenomen in tabel 4 in de onderdelen: a. Waarde van gronden en te slopen opstallen; b. Kosten vrijmaken van rechten, etc; c. Kosten van sloop en verwijdering/verplaatsing opstallen, obstakels; d. Saneringskosten en kosten van grondwerk Tabel 4 Inbrengwaarden
91.9
Overige kosten
Voor de kosten van de werken, werkzaamheden en maatregelen zijn de bedragen geraamd als opgenomen in de volgende tabel 5 Tabel 5 Overige kosten
46 )
"TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o." (vastgesteld
TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o.
De uitsplitsing van de kosten van onderzoek en van de milieukosten is opgenomen in tabel 6: Tabel 6 Onderzoek- en milieukosten
91.10
Parameters voor rente, discontering en indexering van kosten en opbrengsten
Voor het toerekenen van rente, discontering en indexering van de kosten en opbrengsten zijn de parameters gehanteerd, uitgaande van een prijspeil van 1 januari 2025 en een einde van het in artikel 91.6 bedoelde tijdvak op 31 december 2032, alles conform tabel 7. Tabel 7 Parameters
"TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o." (vastgesteld) 47
TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o.
91.11
Fasering, parameters en contante kosten en opbrengsten
Met toepassing van de kosten- en opbrengstenparameters als bedoeld in artikel 91.10 zijn de kosten en opbrengsten in de tijd uitgezet en contant gemaakt volgens de perioden van de tabel van artikel 90.2. De kostenverhaalsbijdrage wordt berekend aan de hand van de contant gemaakte kosten en opbrengsten zoals opgenomen tabel 8 en 9: Tabel 8 Contante kosten
Tabel 9 Contante opbrengsten per bouwveld 91.12
Verhaalbare kosten na toepassing macro-aftoppingstoets
93.12 Verhaalbare kosten na toepassing macro-aftoppingstoets Het bedrag aan totaal te verhalen kosten na toepassing van de macroaftopping bedraagt € 23.637.230,-, berekend door het totale niveau van de contant gemaakte kosten te nemen na aftrek van het subsidie, als overige opbrengstpost, en het totale niveau van de contant gemaakte kosten, alles conform tabel 10: Tabel 10 Verhaalbare kosten
48 )
"TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o." (vastgesteld
TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o.
91.13
Verdeling van de verhaalbare kosten over de activiteiten
De bruto kostenverhaalsbijdrage in de kostenverhaalsbeschikking wordt voor het kostenverhaalsgebied Schaapsdrift bepaald op een bedrag per m² bruto vloeroppervlak per bouwveld. De grondopbrengsten per bouwveld zijn vertaald als aandeel van de verhaalbare kosten zoals dat volgt uit tabel 10. De uitkomst is de bruto-kostenverhaalsbijdrage per m² per bouwveld Tabel 11 Bruto-kostenverhaalbijdrage per m² bvo per bouwveld
"TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o." (vastgesteld) 49
TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o.
Hoofdstuk 11
Algemene regels
Artikel 92
Toepassingsbereik
Dit artikel is van toepassing ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - algemene regels'.
Artikel 93
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 94
Strijdige activiteiten
Onder gebruik van locaties in strijd met het omgevingsplan wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning; b. het gebruik van de locaties ten behoeve van thuisprostitutie, raamprostitutie en seksinrichtingen.
Artikel 95
Seksinrichtingen
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 94 voor de vestiging van maximaal één seksinrichting per wijk onder voorwaarde dat: a. het geen raamprostitutie betreft; b. de aanvraag past binnen de ruimtelijk relevante aspecten van het vestigingsbeleid prostitutie; c. het aantal seksinrichtingen, niet zijnde raamprostitutiebedrijven, op het grondgebied van de gemeente Arnhem na het afwijken van de regels niet meer dan acht zal bedragen; d. er in de wijk nog geen seksinrichting is; e. de seksinrichting niet in een appartementengebouw wordt gevestigd; f. het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast; g. er geen onevenredige vergroting van de parkeerdruk ontstaat; h. de afstand tot de dichtstbijzijnde seksinrichting hemelsbreed tenminste 250 m bedraagt; i. de inrichting niet meer dan acht werkplekken bevat.
Artikel 96 96.1
Overige regels - Schaapsdrift
Parkeren
a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het fietsparkeren en parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort of in de buurthub artikel 20 met inachtneming van het bepaalde onder c. b. Indien het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken - waarvoor een omgevingsvergunning is benodigd - daartoe aanleiding geeft, moet, voor wat betreft de toename in de parkeer-of stallingsbehoefte, in voldoende mate ruimte zijn aangebracht op die gronden of op de bij die bouwwerken behorende en daartoe bestemde gronden of in de buurthub. c. Voor de bouwvelden A1, A2, B, C en D geldt dat van de nieuw toe te voegen functies 48-52% van de parkeerbehoefte per bouwveld in de buurthub opgelost dient te worden. Tijdelijke parkeerplaatsen zijn toegestaan buiten de buurthub, uitsluitend vooruitlopend op de definitieve gebouwde buurthub. Bij de aanvraag dient te worden aangegeven welke parkeerplaatsen tijdelijk zijn. d. De onder a. en b bedoelde ruimte voor het parkeren van personenauto's moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. e. Aan het bepaalde onder a en b.
wordt geacht te zijn voldaan indien de ruimte voor parkeren of 50 )
"TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o." (vastgesteld
TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o.
f.
stallen voldoet aan de parkeernormen zoals vastgelegd in: 1. de “Beleidsregels Parkeren Arnhem 2022”; 2. de fietsparkeerbehoefte, opgenomen in Bijlage 4 bij de regels. van de bepaalde parkeernormen onder e.1. kan worden afgeweken. In plaats daarvan kunnen de parkeernormen worden toegepast die zijn opgenomen in 'Bijlage 4 parkeernormen personenauto's' bij de regels.
96.2
Laden of lossen
Indien de functie van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen, dient, onverminderd het bepaalde elders in de regels van dit plan, in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in, of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 96.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden of bouwwerken waarbij niet in voldoende mate ruimte is aangebracht en in stand wordt gehouden op eigen terrein voor het genoemde in lid 96.1 overeenkomstig de beleidsregels als bedoeld in lid 96.4 zoals die golden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 96.1 onder a en onder b. 96.4
Beleidsregels
a. Burgemeester en wethouders passen deze regels toe met inachtneming van de door hen vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het parkeren, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld onder lid 96.1 onder a en onder b. b. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging. 96.5
Afwijkingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de leden 96.1 en 96.2: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, of b. voor zover op andere wijze in de benodigde parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. 96.6
Voorwaarden voor afwijken
Afwijken van de regels, als bedoeld in de leden 96.1 en 96.2 is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de parkeersituatie in de openbare ruimte; b. de woon- en leefsituatie.
"TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o." (vastgesteld) 51
TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o.
Hoofdstuk 12 Artikel 97 97.1
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
97.1.1 Overgangsbepaling Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk [22d]aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 97.1.2 Afwijken Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sublid 97.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sublid 97.1.1 met maximaal 10%. 97.1.3 Uitzondering op het overgangsrechtbouwwerken Het bepaalde in lid 97.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 97.2
Overgangsrecht gebruik
97.2.1 Overgangsbepaling Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk [22d] en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 97.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het strijdige gebruik, bedoeld in lid 97.2.1 te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 97.2.3 Verbod hervatten strijdig gebruik Indien het gebruik, bedoeld in lid 97.2.1 na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 97.2.4 Uitzondering op het overgangsrechtgebruik Het bepaalde in lid 97.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 98
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o..
52 )
"TAM-omgevingsplan Schaapsdrift e.o." (vastgesteld