CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Bijlagen

Politieke Avond 19 oktober 2022, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: 'Chw Omgevingsplan Kluizeweg'17.978 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

6

20107

Analyse en rapportage

Quickscan Soortenbescherming, Kluizeweg, Arnhem

De resultaten uit bronnenonderzoek en veldbezoek zijn verwerkt en geanalyseerd op mogelijke consequenties vanuit de Wet natuurbescherming. Alle in de rapportage opgenomen foto’s zijn tijdens het veldwerk door De Groene Ruimte gemaakt, tenzij anders is aangegeven.

7

20107

3. RESULTATEN SOORTENBESCHERMING 3.1. Flora Er zijn geen beschermde plantensoorten waargenomen binnen het NDFF-zoekgebied. Ook tijdens het veldbezoek zijn beschermde plantensoorten niet aangetroffen. Er werd uitsluitend algemene of gecultiveerder flora aangetroffen. Voor beschermde flora zijn geen geschikte groeimogelijkheden. Het plangebied is grotendeels verhard en het naastgelegen grasveld wordt als gazon beheerd. 3.2. Zoogdieren 3.2.1. Vleermuizen

Bij het veldbezoek van 15 april 2020 bleek dat het plangebied nagenoeg onveranderd was. Echter werden deze keer op twee plaatsen onder en aan het gebouw uitwerpselen van vleermuizen aangetroffen. Enkele uitwerpselen werden aangetroffen onder de kopse noordgevel, maar met name onder de kopse zuid-westgevel werden meerdere uitwerpselen aangetroffen die wijzen op een verblijfplaats in de spouw van die gevel. Er zijn vele open stootvoegen waar vleermuizen tot het formaat van een Laatvlieger door passen. De uitwerpselen waren van een kleinere soort vleermuis, vermoedelijk Gewone dwergvleermuis of Ruige dwergvleermuis, beide typische gebouwbewoners. Hoewel de uitwerpselen ook zogenaamde plakpoepjes kunnen zijn, is het waarschijnlijker dat ze afkomstig zijn van dieren die een verblijfplaats in de spouwmuur hebben.

Quickscan Soortenbescherming, Kluizeweg, Arnhem

Uit de NDFF komen Gewone dwergvleermuis en Rosse vleermuis naar voren. Door De Groene Ruimte zijn met diverse onderzoeken door de jaren heen ook Ruige dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Watervleermuis, Meervleermuis, Kleine dwergvleermuis, Tweekleurige vleermuis (alleen hoog overvliegend) en Baardvleermuis waargenomen in de omgeving. Bij het onderzoek uit 2018 bleek dat het pand zeer geschikt was voor verblijfplaatsen van vleermuizen. Echter zijn toen geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Wel werden diverse Gewone dwergvleermuizen en Ruige dwergvleermuizen waargenomen. Van de Gewone dwergvleermuis werden paarterritoria in de omgeving vastgesteld, van de Ruige dwergvleermuis werd een paarterritorium in een boom buiten het plangebied vastgesteld. Slechts eenmaal werd een passerende Laatvlieger waargenomen. Andere soorten werden niet waargenomen.

8

20107 Figuur 2. Vleermuispoepjes op en onder gevels, geel omcirkeld. Afbeelding links, kopse gevel met veel open stootvoegen.

Uit deze categorie zijn geen soorten in en nabij het plangebied te verwachten. Steenmarter komt in het in de NDFF gehanteerde zoekgebied niet naar voren maar de soort komt wel algemeen voor in de omgeving Arnhem. De soort kan echter worden uitgesloten op basis van het ontbreken van sporen in de vorm van bijvoorbeeld uitwerpselen, krabsporen, vraatsporen, prooiresten etc. Hoewel in de omgeving wel kleine marterachtigen als Bunzing en Wezel voorkomen is het in het plangebied te druk en te stedelijk om verblijfplaatsen van deze soorten in de woningen of tuinen te verwachten. Eekhoorn komt naar voren in NDFF maar de soort heeft alleen in zeer uitzonderlijke gevallen nesten in bebouwing, maar niet in dergelijke appartementencomplexen. Bomen waarin zich nesten kunnen bevinden ontbreken. 3.2.3. Overige zoogdieren met vrijstelling Uit de NDFF komen alleen Rosse woelmuis en Bosmuis naar voren. Andere soorten die zijn te verwachten zijn beperkt tot Egel en Huisspitssmuis en mogelijke (Tweekleurige) bosspitsmuis.

Quickscan Soortenbescherming, Kluizeweg, Arnhem

3.2.2. Overige zoogdieren zonder vrijstelling

9

20107

3.3. Vogels 3.3.1. Jaarrond beschermde nesten Uit de omgeving van het plangebied zijn veel waarnemingen bekend van Huismus en Gierzwaluw (NDFF). Voor Huismussen is echter geen geschikte nestgelegenheid aanwezig door het ontbreken van bijvoorbeeld pannendaken. In 2018 is wel onderzoek gedaan naar Gierzwaluw. De soort werd toen alleen overvliegend waargenomen, nesten werden niet vastgesteld. De potentiele nestgelegenheden in de vorm van grote open stootvoegen zijn echter nog steeds aanwezig. Er kan daarom niet worden uitgesloten dat de dieren zich nu alsnog hebben gevestigd. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren bij het verloren gaan van nesten elders of bij uitbreiding van de omringende populaties. Voor overige soorten met jaarrond beschermde nesten, zoals roofvogels of uilen, zijn geen potenties voor nesten of vast leefgebied aanwezig. 3.3.2. Broedgevallen Broedgevallen beperken zich tot kieren en spleten waarin soorten als Witte kwikstaart of Zwarte roodstaart tot broeden kunnen komen en tot het grinddak waarop Scholeksters tot broeden kunnen komen. Op de bovenste verdieping is tevens een nestkastje aanwezig waarin Pimpel- of Koolmees tot broeden kunnen komen.

Binnen het NDFF-zoekgebied zijn geen waarnemingen bekend van reptielen of beschermde of zeldzame amfibieën en vissen. Uit het veldbezoek bleek dat het plangebied geen geschikt leefgebied bevat voor bovengenoemde soortgroepen. Er is geen open water aanwezig voor vissen en amfibieën, ook geschikt landhabitat ontbreekt voor amfibieën. Voor reptielen ligt het plangebied te ver in stedelijk gebied. 3.5. Insecten en andere ongewervelden In het NDFF-zoekgebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde insecten of andere ongewervelden. Binnen het plangebied bevinden zich geen plantensoorten die als waardplant gebruikt kunnen worden door beschermde insecten. Het plangebied vormt geen geschikt leefgebied voor beschermde insecten en andere ongewervelden. De aanwezigheid van beschermde ongewervelden wordt derhalve uitgesloten.

Quickscan Soortenbescherming, Kluizeweg, Arnhem

3.4. Reptielen, amfibieën en vissen

10

20107

4. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 4.1. Conclusies Flora  Er kan worden aangenomen dat er geen beschermde flora aanwezig is in het plangebied. Vleermuizen  Vaste verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen niet worden uitgesloten en zijn zelfs waarschijnlijk, getuige uitwerpselen die op meerdere plekken werden gevonden onder en aan de gevels. Verblijfplaatsen kunnen zich bevinden in spouwmuren die toegankelijk zijn via open stootvoegen.  Bij de sloop worden eventueel aanwezige verblijfplaatsen vernietigd. Een nader onderzoek dient uitsluitsel te geven over vaste verblijfplaatsen van Gewone en Ruige dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis en Laatvlieger, en die dus door sloop worden vernietigd.  Indien uit het nader onderzoek blijkt dat er vaste verblijfplaatsen in het plangebied aanwezig zijn, en het complex gesloopt wordt, is een ontheffing in het kader van de Wnb-soortenbescherming nodig. Aan het verkrijgen van een ontheffing zijn voorwaarden verbonden.

Vogels  Jaarrond beschermde nestplaatsen van Gierzwaluw zijn mogelijk aanwezig. Nestmogelijkheden bevinden zich met name in de open stootvoegen in de kopse gevels.  Door sloop gaan de potentieel aanwezige nesten verloren. Nader onderzoek moet uitwijzen of er daadwerkelijk nesten aanwezig zijn.  Indien nader onderzoek uitwijst dat nesten in het plangebied aanwezig zijn, en het complex gesloopt wordt, is een ontheffing in het kader van de Wnb-soortenbescherming nodig. Aan het verkrijgen van een ontheffing zijn voorwaarden verbonden.  Alle broedgevallen, ook van de algemene vogelsoorten, zijn bij de wet beschermd en mogen niet verstoord of vernietigd worden. De soorten die in het plangebied tot broeden kunnen komen broeden uitsluitend tussen begin april en begin augustus. Als de sloop buiten deze periode wordt uitgevoerd is verstoring niet aan de orde. Indien wel binnen deze periode gesloopt moet worden is een broedvogelcheck door een ecoloog noodzakelijk voorafgaande aan de sloop. Reptielen, amfibieën en vissen  Beschermde verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van reptielen, amfibieën en vissen zijn uitgesloten; vervolgstappen zijn niet aan de orde.

Quickscan Soortenbescherming, Kluizeweg, Arnhem

Overige zoogdieren  Er is geen sprake van vaste verblijfplaatsen van overige beschermde zoogdiersoorten zonder vrijstelling in de onderzochte panden. Wel kan er sprake zijn van enkele kleine zoogdiersoorten. Voor deze dieren geldt wel altijd de zorgplicht.

11

20107

Insecten en andere ongewervelden  Beschermde verblijfplaatsen van insecten en andere ongewervelden zijn uitgesloten; vervolgstappen zijn niet aan de orde. Zorgplicht Voor alle soorten, dus inclusief de soorten met een vrijstelling en soorten zonder bijzondere beschermingsstatus, geldt de wettelijke zorgplicht. Dit houdt in dat al het redelijke gedaan moet worden om verstoring van deze soorten te voorkomen. 4.2. Aanbevelingen Vogels  Voor de geplande sloop is nader onderzoek noodzakelijk om uitsluitsel te verkrijgen over de aanwezigheid van Gierzwaluwnesten.  Als de sloop plaatsvindt tussen 1 april en 1 augustus dient voorafgaand aan de werkzaamheden een broedgevallencheck (alle vogelsoorten) te worden uitgevoerd.

Quickscan Soortenbescherming, Kluizeweg, Arnhem

Vleermuizen  Voor de sloop is nader onderzoek noodzakelijk naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis en Laatvlieger. Dit onderzoek moet plaatsvinden tussen 15 mei en 1 oktober, met 4 veldrondes conform het vleermuisprotocol.

12

20107

BRONNEN De Groene Ruimte, 2018. Nader onderzoek beschermde soorten Kluizeweg, Arnhem. Project 18893. In opdracht van Volkshuisvesting Arnhem. Kadaster.nl., 2020. Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Verkregen van https://www.kadaster.nl/bag-viewer, op 16-4-2020. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging, 2017. Vleermuisprotocol 2017.

Geraadpleegde websites NDFF: www.ndff-ecogrid.nl www.pdok.nl/viewer

Quickscan Soortenbescherming, Kluizeweg, Arnhem

 

13

20107

BIJLAGE 1.

MEEST RELEVANTE ARTIKELEN UIT DE WET NATUURBESCHERMING BIJ EEN QUICKSCAN

Onderstaande tekst bevat een aantal artikelen uit de Wet natuurbescherming, welke relevant zijn bij een quickscan in het kader van de soortenbescherming. Uiteraard is alleen de volledige wettekst bepalend; aan onderstaande tekst kunnen derhalve geen rechten worden ontleend. Artikel 3.1. [ betreft: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn]. 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.10. [ betreft: Beschermingsregime ‘andere soorten’]. 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c.

vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen;

Quickscan Soortenbescherming, Kluizeweg, Arnhem

Artikel 3.5. [ betreft: Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn].

14

20107 Quickscan Soortenbescherming, Kluizeweg, Arnhem

c. ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. 3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.

15

20107

BIJLAGE 2. * V

MIDDELS DE WET NATUURBESCHERMING IN GELDERLAND BESCHERMDE SOORTEN

geen vrijstelling vrijstelling Vleermuizen Baardvleermuis

*

Bechstein’s vleermuis

*

Bosvleermuis

*

Brandt’s vleermuis

*

Franjestaart

*

Gewone dwergvleermuis

*

Gewone grootoorvleermuis

*

Grijze grootoorvleermuis

*

Grote hoefijzerneus

*

Grote rosse vleermuis

*

Ingekorven vleermuis

*

Kleine dwergvleermuis

*

Kleine hoefijzerneus

*

Laatvlieger

*

Meervleermuis

*

Mopsvleermuis

*

Noordse vleermuis

*

Rosse vleermuis

*

Ruige dwergvleermuis

*

Tweekleurige vleermuis

*

Vale vleermuis

*

Watervleermuis

*

Aardmuis

V

Bever

*

Boommarter

*

Bosmuis

V

Bruinvis

*

Bultrug

*

Bunzing

*

Damhert

*

Das

*

Dwergmuis

V

Dwergpotvis

*

Dwergspitsmuis

V

Dwergvinvis

*

Edelhert

*

Eekhoorn

*

Egel

V

Eikelmuis

*

Gestreepte dolfijn

*

Gewone bosspitsmuis

V

Gewone dolfijn

*

Gewone spitsdolfijn

*

Gewone vinvis

*

Gewone zeehond

*

Griend

*

Grote bosmuis

*

Grijze dolfijn

*

Grijze zeehond

*

Haas

V

Hamster

*

Hazelmuis

*

Hermelijn

*

Hille (Butskop)

*

Huisspitsmuis

V

Kleine zwaardwalvis

*

Konijn

V

Lynx

*

Molmuis

*

Narwal

*

Noordse vinvis

*

Noordse woelmuis

*

Ondergrondse woelmuis

V

Orca

*

Otter

*

Potvis

*

Ree

V

Rosse woelmuis

V

Spitsdolfijn van Gray

*

Steenmarter

*

Tuimelaar

*

Tweekleurige bosspitsmuis

V

Veldmuis

V

Veldspitsmuis

*

Vos

V

Waterspitsmuis

*

Wezel

*

Wilde kat

*

Wild zwijn

*

Witflankdolfijn

*

Witsnuitdolfijn

*

Witte dolfijn

*

Woelrat

V

Wolf

*

Quickscan Soortenbescherming, Kluizeweg, Arnhem

Overige zoogdieren

Amfibieën

16

20107 Alpenwatersalamander

*

Bruine kikker

V

Boomkikker

*

Geelbuikvuurpad

*

Gewone pad

V

Heikikker

*

Kamsalamander

*

Kleine watersalamander

V

Knoflookpad

*

Meerkikker

V

Middelste groene kikker

V

Poelkikker

*

Rugstreeppad

*

Vinpootsalamander

*

Vroedmeesterpad

*

Vuursalamander

*

Reptielen Adder

*

Dikkopschildpad

*

Gladde slang

*

Hazelworm

*

Kemps’ zeeschildpad

*

Lederschildpad

*

Levendbarende hagedis

*

Muurhagedis

*

Ringslang

*

Soepschildpad

*

Zandhagedis

*

Beekdonderpad

*

Beekprik

*

Elrits

*

Gestippelde alver

*

Grote modderkruiper

*

Houting

*

Kwabaal

*

Steur

*

Aardbeivlinder

*

Apollovlinder

*

Bosparelmoervlinder

*

Boszandoog

*

Bruin dikkopje

*

Bruine eikenpage

*

Donker pimpernelblauwtje

*

Duinparelmoervlinder

*

Gentiaanblauwtje

*

Grote parelmoervlinder

*

Grote vos

*

Grote vuurvlinder

*

Grote weerschijnvlinder

*

Iepenpage

*

Kleine heivlinder

*

Kleine ijsvogelvlinder

*

Kommavlinder

*

Pimpernelblauwtje

*

Sleedoornpage

*

Spiegeldikkopje

*

Teunisbloempijlstaart

*

Tijmblauwtje

*

Veenbesblauwtje

*

Veenbesparelmoervlinder

*

Veenhooibeestje

*

Veldparelmoervlinder

*

Zilveren maan

*

Zilverstreephooibeestje

*

Vissen

Libellen Beekrombout

*

Bosbeekjuffer

*

Bronslibel

*

Donkere waterjuffer

*

Gaffellibel

*

Gevlekte glanslibel

*

Gevlekte witsnuitlibel

*

Gewone bronlibel

*

Groene glazenmaker

*

Hoogveenglanslibel

*

Kempense heidelibel

*

Noordse winterjuffer

*

Oostelijke witsnuitlibel

*

Rivierrombout

*

Sierlijke witsnuitlibel

*

Speerwaterjuffer

*

Quickscan Soortenbescherming, Kluizeweg, Arnhem

Dagvlinders

17

20107 Kevers Brede geelrandwaterroofkever

*

Gestreepte waterroofkever

*

Heldenbok

*

Juchtleerkever

*

Vermiljoenkever

*

Vliegend hert

*

*

Platte schijfhoren

*

Weekdieren Bataafse stroommossel Overige diersoorten Europese rivierkreeft

*

Akkerboterbloem

*

Akkerdoornzaad

*

Akkerogentroost

*

Beklierde ogentroost

*

Berggamander

*

Bergnachtorchis

*

Blaasvaren

*

Blauw guichelheil

*

Bokkenorchis

*

Bosboterbloem

*

Bosdravik

*

Brave hendrik

*

Brede wolfsmelk

*

Breed wollegras

*

Bruinrode wespenorchis

*

Dennenorchis

*

Dreps

*

Drijvende waterweegbree

*

Echte gamander

*

Franjegentiaan

*

Geelgroene wespenorchis

*

Geel schorpioenmos

*

Geplooide vrouwenmantel

*

Getande veldsla

*

Gevlekt zonneroosje

*

Glad biggenkruid

*

Gladde zegge

*

Groene nachtorchis

*

Groenknolorchis

*

Groensteel

*

Groot spiegelklokje

*

Grote bosaardbei

*

Grote leeuwenklauw

*

Honingorchis

*

Kalkboterbloem

*

Kalketrip

*

Kartuizer anjer

*

Karwijselie

*

Kleine ereprijs

*

Kleine schorseneer

*

Kleine vlotvaren

*

Kleine wolfsmelk

*

Kluwenklokje

*

Knollathyrus

*

Knolspirea

*

Korensla

*

Kranskarwij

*

Kruipend moerasscherm

*

Kruiptijm

*

Lange zonnedauw

*

Liggende ereprijs

*

Liggende raket

*

Moerasgamander

*

Muurbloem

*

Naakte lathyrus

*

Naaldenkervel

*

Pijlscheelkelk

*

Roggelelie

*

Rood peperboompje

*

Rozenkransje

*

Ruw parelzaad

*

Scherpkruid

*

Schubvaren

*

Schubzegge

*

Smalle raai

*

Spits havikskruid

*

Steenbraam

*

Stijve wolfsmelk

*

Stofzaad

*

Tengere distel

*

Tengere veldmuur

*

Tonghaarmuts

*

Trosgamander

*

Veenbloembies

*

Vliegenorchis

*

Vroege ereprijs

*

Wilde averuit

*

Wilde ridderspoor

*

Wilde weit

*

Wolfskers

*

Zandwolfsmelk

*

Zinkviooltje

*

Zomerschroeforchis

*

Zweedse kornoelje

*

Quickscan Soortenbescherming, Kluizeweg, Arnhem

Vaatplanten

18

20112

Nader onderzoek beschermde soorten Kluizeweg, Arnhem

20112

Colofon

Titel ............................: Nader onderzoek beschermde soorten Kluizeweg, Arnhem Projectnummer .......: 20112 Opdrachtgever ........: Volkshuisvesting Arnhem Postbus 5229 6802EE Arnhem Datum ........................: 22-12-2020 Status rapport ..........: eindrapport Bestand ......................: 20112 - eindrapport Kluizeweg, Arnhem - vs1.0 Opdrachtnemer ......: De Groene Ruimte BV Sportstraat 42 6707 GH Wageningen tel. 0317-423969 dgr@dgr.nl www.dgr.nl Handtekening voor akkoord directie, Naam..........................: ir. P.A.W.M. Raaijmakers Handtekening ...........:

Auteursrecht ............: De auteursrechten van dit rapport rusten bij zowel opdrachtgever als opdrachtnemer, tenzij schriftelijk anders is/wordt overeengekomen. Alleen degenen bij wie het auteursrecht rust zijn gerechtigd het rapport voor eigen gebruik te vermenigvuldigen, te verspreiden of toe te passen, alsook om het ter informatie aan derden openbaar te maken tegen onderling (= zij bij wie het auteursrecht rust) overeengekomen voorwaarden (kosten, citeren, gebruiken, wijzigen etc). De informatie in dit rapport is mogelijk deels afkomstig uit de NDFF. Deze informatie mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar worden gemaakt. Raadpleging van en eventuele verdere handelingen met/op basis van het door De Groene Ruimte BV geleverde product vallen buiten elke verantwoordelijkheid van opdrachtgever en/of De Groene Ruimte BV.

20112 1.

INLEIDING................................................................................................................................. 2

2.

PLANGEBIED EN HANDELING................................................................................................. 3

3.

NADER ONDERZOEK GIERZWALUW ................................................................................... 4 3.1. Uitvoering ................................................................................................................. 4 3.2. Resultaten.................................................................................................................. 4 3.3. Conclusie ................................................................................................................... 4

4.

NADER ONDERZOEK VLEERMUIZEN..................................................................................... 5 4.1. Uitvoering ................................................................................................................. 5 4.2. Resultaten.................................................................................................................. 5 4.3. Conclusie ................................................................................................................... 6

5.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................ 7 5.1. Conclusies ................................................................................................................. 7 5.2. Aanbevelingen .......................................................................................................... 8

Nader onderzoek beschermde soorten Kluizeweg, Arnhem

INHOUDSOPGAVE

1

20112 1.

INLEIDING

Aanleiding naderonderzoek beschermde soorten In opdracht van Volkshuisvesting Arnhem heeft De Groene Ruimte voor de Kluizeweg (Arnhem Noord) in april 2020 een ecologische quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) uitgevoerd. Aanleiding hiervoor is de geplande sloop, gevolgd door nieuwbouw. In 2018 is door De Groene Ruimte ook ecologisch onderzoek gedaan naar dit complex. Omdat de geplande sloop indertijd echter is uitgesteld tot na de verjaringstermijn van het uitgevoerde onderzoek, moest het onderzoek herhaald worden.

Om invulling te geven aan deze wettelijke verplichting heeft Volkshuisvesting aan De Groene Ruimte gevraagd om gericht nader onderzoek te doen naar vleermuizen en Gierzwaluw. Doel van dit onderzoek is het krijgen van uitsluitsel over de aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van beschermde soorten in het plangebied, alsook de functies die het plangebied voor deze soorten vervult. Op basis van de precieze uitvoering van de beoogde handeling is het daarna mogelijk om te bepalen of verstoring kan worden uitgesloten. Zo niet dan is het wellicht mogelijk om de uitvoering of werkwijze aan te passen opdat verstoring wordt voorkómen; in het andere geval wordt duidelijk voor welke soorten een ontheffing nodig is. Onderhavige rapportage betreft dit nader onderzoek, gericht op de genoemde soorten(groepen). Het onderzoek is door ervaren ecologen van De Groene Ruimte1) uitgevoerd conform de richtlijnen en eisen uit het Kennisdocument voor Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis en het Vleermuisprotocol van het Netwerk Groene Bureaus, goedgekeurd door het ministerie van EZ. Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden het plangebied en de handeling beschreven. In hoofdstuk 3 en 4 zijn de werkwijze, resultaten en conclusie verwoord voor respectievelijk Gierzwaluw en vleermuizen. Beknopte veldverslagen van de bezoeken zijn opvraagbaar.

Een samenvatting van de conclusies en aanbevelingen die hieruit voortvloeien zijn weergegeven in hoofdstuk 5.

1)

Nader onderzoek beschermde soorten Kluizeweg, Arnhem

Uit de quickscan (De Groene Ruimte, 2020) is naar voren gekomen dat vaste verblijfplaatsen van vleermuizen (Gewone en Ruige dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis en Laatvlieger) en Gierzwaluw niet zijn uit te sluiten. Om vast te stellen hoeveel verblijfplaatsen aanwezig zijn en van welke soorten (vleermuizen) is nader onderzoek geadviseerd, opdat wordt voldaan aan de Wnb.

ing. M.W. Bokje, M. Römkens, ing. L. Kijm, ir. R. Noordhuis & ing. C. van Reenen

2

20112 2.

PLANGEBIED EN HANDELING

Het plangebied ligt in het noorden van Arnhem (Figuur 1). Het betreft een appartementencomplex met vier verdiepingen, gebouwd in 1964. Het is opgebouwd uit bakstenen en de kopse gevels hebben een spouwmuur met open stootvoegen. Rondom het gebouw is het terrein grotendeels verhard, aan de zuidkant is een onderhouden grasveld aanwezig. De voorgenomen handeling is de sloop van dit complex aan de Kluizeweg waarna nieuwbouw plaatsvindt.

Nader onderzoek beschermde soorten Kluizeweg, Arnhem

Figuur 1. Ligging plangebied in de omgeving (rood omcirkeld). (Bron ondergrond: www.pdok.nl/viewer/)

3

20112 3.

NADER ONDERZOEK GIERZWALUW

3.1.

Uitvoering

In het plangebied is gericht nader onderzoek uitgevoerd naar nestplaatsen van Gierzwaluw. Daartoe zijn gedurende het voorjaar van 2020 op drie dagen rond zonsondergang (ca. 21.00u - 22.30u) bezoeken gebracht aan het plangebied (Tabel 2). Door deskundige ecologen van De Groene Ruimte zijn, conform de richtlijnen uit het Kennisdocument Gierzwaluw van BIJ12 geïnventariseerd op zicht en geluid. Tabel 2. Details veldbezoeken Datum en tijd

Weersomstandigheden

medewerkers

11-06-20 21.00u – 22.30u

17 - 15 oC, 7/8 bewolkt, 2 Bft

M. Römkens

24-06-20 21.00u – 22:30u

25 – 21 oC, 0/8 bewolkt, 1 Bft

M. Römkens

14-07-20 21.00u – 22:30u

15 oC, 2/8 tot 5/8 bewolkt, 3 Bft

M. Römkens

Resultaten

Gierzwaluwactiviteit is beperkt waargenomen boven het plangebied, maar dieren toonden geen enkele band met het gebouw. Aan de oostzijde van het plangebied werden wel nesten vastgesteld, in woningen naast het plangebied, aan de overzijde van de Kluizeweg. Er zijn geen verblijfsplaatsen vastgesteld van Gierzwaluwen in de planlocatie. 3.3.

Conclusie

Het is uitgesloten dat de planlocatie nesten van Gierzwaluwen bevat.

Nader onderzoek beschermde soorten Kluizeweg, Arnhem

3.2.

4

20112 4.

NADER ONDERZOEK VLEERMUIZEN

4.1.

Uitvoering

In het plangebied is gericht nader onderzoek uitgevoerd naar vaste verblijfplaatsen van vleermuizen. Daartoe zijn in 2020 op zes dagen, verdeeld over het voorjaar, zomer en/of najaar, in de schemerperiode veldbezoeken gebracht aan de planlocatie (Tabel 3). Door deskundige ecologen van De Groene Ruimte is, conform de richtlijnen uit het Vleermuisprotocol van het Netwerk Groene Bureaus geïnventariseerd op zicht en met behulp van een batdetector (Pettersson D240x). Wanneer nodig zijn opnames gemaakt van de vleermuisgeluiden met een Roland R-05 en zijn geluiden geanalyseerd met het programma BatSound versie 4.1 van Pettersson. Tabel 3. Details veldbezoeken Weersomstandigheden o

medewerkers

11-06-2020 21.30u – 00.00u

17 - 15 C, 7/8 bewolkt, 2 Bft

M. Römkens

24-06-2020 21.30u – 00.10u

25-21 oC, 0/8 bewolkt, 1 Bft

M.W. Bokje M. Römkens

14-07-2020 21.30u – 00:10u

15 oC, 2/8 tot 5/8 bewolkt, 3 Bft

M.W. Bokje M. Römkens

18-08-2020 20.55u – 00.30u

18 oC, 8/8 bewolkt, 2 Bft

L. Kijm

27-08-2020 20.35u – 00.40u

17 oC, 8/8 bewolkt, kort lichte regen, 2- 3 Bft

M.W. Bokje R. Noordhuis

08-09-2020 20.05u – 00.30u

17 oC, 8/8 bewolkt, 2 Bft

M.W. Bokje C. van Reenen

15-09-2020 19.50u – 00.30u

24 oC, 6/8 bewolkt, 2 Bft

L. Kijm

4.2.

Resultaten

Direct bij het eerste bezoek op 11 juni 2020 werden reeds een half uur voor zonsondergang uitvliegende Gewone dwergvleermuizen waargenomen aan de oostzijde van het gebouw. De dieren kwamen uit open stootvoegen van meerdere verdiepingen en van onder de dakrand. Gedurende de avond bleven de dieren uitvliegen. Na zonsondergang nam het aantal uitvliegers af. In totaal werd het aantal uitvliegers op zo’n 60 dieren geschalt. Dit grote aantal dieren wijzen op een groot kraamverblijf. Op 24 juni en 14 juli is daarom besloten uitvliegers te tellen. Wederom vlogen de eerste dieren meer dan een half uur voor zonsondergang uit. Op 24 juni werd het grootste aantal uitvliegers geteld, met ongeveer 230 dieren die uitvlogen uit open stootvoegen van verschillende verdiepingen en vanonder de dakrand. De dieren vlogen uit bij alle gevels, maar met name de oost-, zuid- en westgevel. Ongeveer een half uur na zonsondergang nam de activiteit enigzins af, maar vanaf 1 uur tot 1,5 uur na zonsondergang kwam er zwermactiviteit op gang van vermoedelijk terugkerende ouderdieren. Daarbij werd het geroep van de jongen duidelijk waargenomen.

Nader onderzoek beschermde soorten Kluizeweg, Arnhem

Datum en tijd

5

20112 Op 14 juli werd een aantal van circa 180 Gewone dwergvleermuizen geteld. Dezelfde activiteit als op 24 juni werd waargenomen. Daarnaast werden er aan de oostgevel gedurende ongeveer een kwartier 4-5 Gewone grootoorvleermuizen waargenomen. De dieren zwermden daar en vlogen soms door open stootvoegen naar binnen om enkele seconden later weer naar buiten te komen. De exacte functie van het gebouw voor Gewone grootoren is onduidelijk, de dieren werden daarna niet meer waargenomen, ook niet bij andere bezoeken. Wellicht werden de dieren aangetrokken door de grote acitivteit van Gewone dwergvleermuizen. Omdat de dieren wel korte tijd duidelijk binding met de gevel toonde wordt uitgegaan van een zomerverblijf. De najaarsbezoeken zijn extra lang uitgevoerd om zo te kunnen vaststellen of er naast een massakraamverblijf ook een massawinterverblijf aanwezig is. Door tot na middernacht onderzoek te doen kan middernachtzwermen worden vastgesteld. Gedurende alle najaarsbezoeken werd echter steeds maar zeer beperkt activiteit waargenomen, en alleen van baltsende Gewone dwergvleermuizen. Er zijn geen aanwijzingen voor massawinterverblijfplaatsen. Er zijn drie paarverblijven van Gewone dwergvleermuis vastgesteld, één in de westgevel, één in de oostgevel en één in de noordgevel. De paarverblijven bevinden zich allemaal in de spouwmuur, die werd bereikt via open stootvoegen. Conclusie

Het gehele gebouw dient als massakraamverblijf voor de Gewone dwergvleermuis, er zijn maximaal 230 vastgesteld die uitvlogen uit open stootvoegen van alle verdiepingen op alle windrichtingen, de dieren kwam ook onder de dakranden vandaan. Tevens is één zomerverblijf van Gewone grootoorvleermuis vastgesteld. Het gaat om een verblijf van 4 of 5 dieren. In het najaar zijn 3 paarverblijven vastgesteld van de Gewone dwergvleermuis. Massawinterverblijven zijn niet aangetroffen. Het is niet uitgesloten dat een enkele Gewone dwergvleermuis overwinterd in de spouwmuur.

Nader onderzoek beschermde soorten Kluizeweg, Arnhem

4.3.

6

20112 5.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

5.1.

Conclusies In het plangebied Kluizeweg, te Arnhem zijn nesten van Gierzwaluwen uitgesloten. In het plangebied Kluizeweg, te Arnhem zijn wel verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld: o Het gaat om een massakraamverblijf van de Gewone dwergvleermuis; o Een zomerverblijf van de Gewone grootoorvleermuis; o Drie paarverblijven van de Gewone dwergvleermuis.

Nader onderzoek beschermde soorten Kluizeweg, Arnhem

• •

7

20112 5.2.

•

•

Aanbevolen wordt om tijdig een ontheffing aan te vragen voor de voorgenomen handeling. De ontheffing kan worden aangevraagd via de omgevingsvergunning (in dat geval een verklaring van geen bedenkingen) of rechtstreeks bij het bevoegde gezag (in dit geval provincie Gelderland). De officiële termijn voor ontheffingverlening is 20 weken, maar hier kan van worden afgeweken. Aan het verkrijgen van een ontheffing zijn over het algemeen voorwaarden verbonden waaronder het aanbieden van voldoende alternatieve verblijfplaatsen voor de soorten waarvan verblijfplaatsen verloren gaan. Om vertraging van het project te voorkomen wordt geadviseerd om tijdig de alternatieve verblijfplaatsen te realiseren. Voor alternatieve verblijfplaatsen geldt een gewenningsperiode varierend van drie tot acht maanden. Omdat dit een complexe situatie is met een uitzonderlijk groot kraamverblijf, waarbij de lokale gunstige staat van instandhouding in het geding kan zijn, wordt aanbevolen om een vooroverleg met bevoegd gezag aan te vragen.

Nader onderzoek beschermde soorten Kluizeweg, Arnhem

•

Aanbevelingen

8

20112 BRONNEN

Nader onderzoek beschermde soorten Kluizeweg, Arnhem

BIJ12, 2017a. Kennisdocument Gierzwaluw, versie 1.0. - BIJ12, Utrecht BIJ12, 2017b. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, versie 1.0. - BIJ12, Utrecht BIJ12, 2017c. Kennisdocument Gewone grootoorvleermuis, versie 1.0. - BIJ12, Utrecht De Groene Ruimte, 2020. Quickscan Soortenbescherming, Kluizeweg, Arnhem. Netwerk Groene Bureaus, 2017. Vleermuisprotocol 2017,

9

BK Bouw- & Milieuadvies B.V. Daltonstraat 30D Postbus 3064 3301 DB Dordrecht 088 321 25 10 info@bkbouwenmilieuadvies.nl www.bkbouwenmilieuadvies.nl BANK NL45ABNA0586840729 KVK 24459961 BTW NL820721141B01

Bomen Effecten Analyse Kluizeweg 101-187 Arnhem

Opdrachtgever:

Volkshuisvesting Arnhem F. de Vries Kadestraat 1 Postbus 5229, 6802 EE Arnhem

Projectnummer:

205937

Versienummer:

1.0

Plaats, datum:

Dordrecht, 16 februari 2021

Auteur:

D. van der Hulst, MSc

Paraaf:

Controleur:

G. Kalkman, BSc.

Paraaf:

BK Bouw- & Milieuadvies pagina 3 van 24

Inhoudsopgave

pagina

1

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................ 4 1.1 Planlocatie ............................................................................................................................................................................................. 4 1.2 Aanleiding .............................................................................................................................................................................................. 5 1.3 Leeswijzer ............................................................................................................................................................................................... 5 2 Methode van onderzoek............................................................................................................................................................................ 6 2.1 Visuele bomen controle ...................................................................................................................................................................

6 3 Situatie en planvorming ............................................................................................................................................................................. 8 3.1 Huidige situatie ................................................................................................................................................................................... 8 3.2 Visuele bomen controle ................................................................................................................................................................... 8 4 Conclusie visuele boomcontrole en advies ........................................................................................................................................ 2 4.1 Conclusie visuele boomcontrole .................................................................................................................................................. 2 4.2 Knelpuntenanalyse werkzaamheden .......................................................................................................................................... 2 4.3 Advies ......................................................................................................................................................................................................

2 5 Eisen en randvoorwaarden ....................................................................................................................................................................... 3 5.1 Ontgravingen ....................................................................................................................................................................................... 3 5.2 Ophoging ............................................................................................................................................................................................... 3 5.3 Bodemverdichting .............................................................................................................................................................................. 3 5.4 Bronbemaling ....................................................................................................................................................................................... 3 5.5 Aanleggen van Nutsvoorzieningen............................................................................................................................................. 4 6 Boombeschermende maatregelen ........................................................................................................................................................

5 6.1 Aandachtspunten voorafgaand aan de werkzaamheden .................................................................................................. 5 6.2 Beschermd boomgebied ................................................................................................................................................................. 5 6.3 Bomenschouw...................................................................................................................................................................................... 5 6.4 Inzet van een boomtechnisch toezichthouder ....................................................................................................................... 5 6.5 Instructie van het personeel ........................................................................................................................................................... 6 6.6 Aandachtspunten na de werkzaamheden ................................................................................................................................ 6

Bijlagen 1 Fotobijlage 2 Bomenposters

Kluizeweg 101-187 te Arnhem Bomen Effecten Analyse | 205937 | 16 februari 2021

BK Bouw- & Milieuadvies pagina 4 van 24

1

Inleiding

In opdracht van’ Volkshuisvesting Arnhem’ heeft BK bouw- & milieuadvies een Bomen Effecten Analyse opgesteld om de aanwezige bomen op de locatie Kluizeweg te Arnhem te beoordelen op de schadelijke gevolgen van de geplande werkzaamheden.

1.1

Planlocatie

De planlocatie wordt ingesloten door een weg, inrit met parkeervakken en grasvelden. De locatie bestaat uit een flatgebouw met omliggende plantsoen en bestrating.

Figuur 1: De grenzen van het projectgebied zijn weergegeven op een luchtfoto.

Kluizeweg 101-187 te Arnhem Bomen Effecten Analyse | 205937 | 16 februari 2021

BK Bouw- & Milieuadvies pagina 5 van 24

1.2

Aanleiding

Het huidige flatgebouw wordt herontwikkeld tot nieuwbouw. Ten behoeve van de bestemmingsplanprocedure wenst de opdrachtgever inzicht te krijgen in de aantallen en staat van de aanwezige bomen. Tevens is de vraag of deze bomen behouden kunnen blijven en welke eisen, randvoorwaarden en boombeschermende maatregelen hiervoor noodzakelijk zijn.

Figuur 2: Nieuwe situatie

1.3

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de methode die gebruikt is voor dit onderzoek. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de huidige situatie behandeld en in hoofdstuk 4 worden conclusies getrokken aan de hand van de visuele bomeninspectie. In hoofdstuk 5 worden de eisen en randvoorwaarden beschreven en in hoofdstuk 6 zijn de additionele boombeschermende maatregelen die genomen kunnen worden weergegeven.

Kluizeweg 101-187 te Arnhem Bomen Effecten Analyse | 205937 | 16 februari 2021

BK Bouw- & Milieuadvies pagina 6 van 24

2

Methode van onderzoek

2.1

Visuele bomen controle

Tijdens het veldbezoek worden alle aanwezige bomen op het terrein met een stamdiameter groter dan 10 cm in kaart gebracht (geen van de bomen staan op de waardevolle bomenlijst of in een natuurgebied waarbij het bestemmingsplan zegt dat ze beschermd zijn (bron: https://www.arnhem.nl/Inwoners/bouwen_en_verbouwen/omgevingsvergunning/kapvergunning)). De bomen worden vanaf de wortel (indien zichtbaar) tot en met de kroon geïnspecteerd. Van de bomen wordt de volgende informatie opgeschreven: de soort, de Nederlandse en wetenschappelijke naam, de Diameter op Borsthoogte (DBH), de kroondiameter, de kroonhoogte, de algehele conditie, de mechanische conditie, de levensverwachting bij gelijkblijvende omstandigheden en de eventuele gebreken of afwijkingen. De onderdelen kroondiameter/kwetsbare zone, algehele conditie, mechanische conditie en toekomstverwachting worden nader toegelicht. Kroondiameter en kwetsbare zone: De kroondiameter wordt gebruikt als maatstaf om de kwetsbare zone van de boom te bepalen, zie figuur 3. De kwetsbare zone is de zone rond de boom waarbinnen de vitale onderdelen van de boom zich bevinden, zoals het wortelnetwerk. Dit wortelnetwerk is essentieel voor de conditie en groei van de boom. Indien er werkzaamheden binnen de kwetsbare zone plaatsvinden, is er kans dat deze beschadigd raken. Dit kan desastreuze gevolgen hebben voor het voortbestaan van de boom.

Figuur 3: kwetsbare zone (bron: poster werken rondom bomen, aangepast). Algehele conditie: Tijdens de veldronde wordt de boom beoordeeld op vitaliteit. Deze vitaliteit is gecategoriseerd in vier categorieën. Indien een boom een goede groei en geen afwijkingen vertoont, kan een boom worden beoordeeld als goed; de boom is dan vitaal. De tweede categorie is redelijk vitaal; de conditie van de boom is dan niet optimaal. Dit resulteert bijvoorbeeld in een niet optimale (soort specifieke) groei van de boom. Een boom die redelijk vitaal is, kan zich herstellen, indien de omstandigheden dit toelaten. De derde categorie is matig vitaal. Een boom wordt beoordeeld als matig indien de boom zich in een sterk verminderde conditie bevindt en bijvoorbeeld een vrij kale kroon heeft, veel hangende takken of als er sprake is van regeneratiegroei. De laatste categorie is een slechte vitaliteit. Deze bomen vertonen weinig groei meer, hebben veel dode takken en een nagenoeg lege kroon. De boom kan zich in dit geval bijna niet meer herstellen. Mechanische conditie: Naast de algehele conditie wordt ook de mechanische conditie, zoals de stabiliteit van de boom en takken, beoordeeld. Deze conditiebepaling is met name van belang als de boom in de toekomst nabij Kluizeweg 101-187 te Arnhem Bomen Effecten Analyse | 205937 | 16 februari 2021

BK Bouw- & Milieuadvies pagina 7 van 24

gebouwen of wegen staat en in het geval van een slechte mechanische conditie, een gevaar kan gaan vormen. Ook bij deze conditiebepaling worden de vier categorieën, goed, redelijk, matig en slecht gehanteerd. Een boom wordt als goed beoordeeld als er geen mechanische afwijkingen worden gesignaleerd. Een boom wordt beoordeeld als redelijk indien er aanwijzingen zijn van lichte vermindering van de mechanische kwaliteit zoals tekenen van startende overbelasting en lichte schreefstand. Een boom heeft een matige mechanische conditie indien de boom duidelijke signalen vertoont van mechanische verzwakking, zoals grote wonden of schreefstand. Een boom valt in de categorie slecht indien de boom sterk is verzwakt en een direct gevaar vormt. Toekomstverwachting: Ook voor de toekomstverwachting worden de vier categorieën gehanteerd. De levensverwachting is sterk verbonden met de algehele en mechanische conditie van de boom. Een boom heeft een goede toekomstverwachting indien verwacht wordt dat deze circa 15 jaar zonder enkele problemen kan voortleven, onder dezelfde omstandigheden. Een boom heeft een redelijke toekomstverwachting indien de boom lichte afwijkingen vertoont. Een boom heeft een matige levensverwachting als er mechanische of biologische gebreken zijn gesignaleerd, zoals schreefstand of schimmels.

Een boom heeft een slechte levensverwachting indien de boom ernstige gebreken vertoont en er verwacht wordt dat de boom eerdaags sterft. Concluderend zijn de conditie, mechanische kwaliteit en toekomstverwachting van groot belang om te bepalen of de boom behouden kan worden, aangezien enkel een gezonde boom in staat is om adequaat te reageren op veranderingen in de leefomgeving. Wanneer een boom vanwege conditionele en/of mechanische gebreken een (sterk) verminderde toekomstverwachting heeft, is het veelal niet zinvol om de boom te behouden en kan deze in de toekomstige situatie bovendien een gevaar gaan vormen.

Kluizeweg 101-187 te Arnhem Bomen Effecten Analyse | 205937 | 16 februari 2021

BK Bouw- & Milieuadvies pagina 8 van 24

3

Situatie en planvorming

3.1

Huidige situatie

Uit het veldbezoek op 7-1-2021, blijkt dat binnen de begrenzing van het plangebied, in het totaal 17 bomen aanwezig zijn. Op voorhand zijn door de opdrachtgever geen bomen benoemd die behouden moeten worden. In bijlage 1 zijn foto’s van de planlocatie opgenomen.

3.2

Visuele bomen controle

Ten behoeve van het onderzoek zijn de bomen genummerd. Deze nummering is weergeven in figuur 4 waar als achtergrondkaart de huidige situatie is gebruikt. In figuur 5 zijn de boomnummers geprojecteerd op het planvoornemen. De resultaten van de visuele bomencontrole zijn samengevat in Tabel 1.

Kluizeweg 101-187 te Arnhem Bomen Effecten Analyse | 205937 | 16 februari 2021

BK Bouw- & Milieuadvies pagina 3 van 24

Figuur 4: Kaart van de huidige situatie met nummering van de bomen.

Kluizeweg 101-187 te Arnhem Bomen Effecten Analyse | 205937 | 16 februari 2021

BK Bouw- & Milieuadvies pagina 3 van 24 Figuur 5: Boomnummers en locaties geprojecteerd op het planvoornemen, met in rood de conflicterende bomen, in orannje de bomen die mogelijk conflicterend zijn en in groen de bomen die in principe behouden kunnen blijven.

Kluizeweg 101-187 te Arnhem Bomen Effecten Analyse | 205937 | 16 februari 2021

BK Bouw- & Milieuadvies pagina 4 van 24 Tabel 1: Resultaten visuele bomencontrole. Boomnummer

Boomsoort Nederlandse naam

Dbh (cm)

1 2

Boomsoort Wetenschappelijke naar Ginkgo biloba Ginkgo biloba

Boomhoogte (m) 12 12

Algehele MechaniConditie sche conditie Goed Goed Goed Goed

Toekomstverwachting Goed Goed

Gebreken en afwijkingen

20 20

Kroondiameter (m) 5 4

Japanse notenboom Japanse notenboom

3

Berberis Julianae

4

Betula papyrifera

5

Chinese zuurbes

<10

1

1.5

Goed

Goed

Goed

Nee

niet vergunningplichtig

Papierberk

<10

2

3

Goed

Goed

Goed

Nee

Betula papyrifera

Papierberk

<10

1

3

Goed

Goed

Goed

Nee

meerstammig, niet vergunning- Niet conflicterend plichtig niet vergunningplichtig Niet conflicterend

6

Betula papyrifera

Papierberk

<10

2

3

Goed

Goed

Goed

Nee

7

Betula papyrifera

Papierberk

<10

4

5

Goed

Goed

Goed

Nee

8

Betula papyrifera

Papierberk

<10

1,5

2,5

Goed

Goed

Goed

Nee

meerstammig, niet vergunning- Niet conflicterend plichtig meerstammig, niet vergunning- Niet conflicterend plichtig niet vergunningplichtig Niet conflicterend

9

Betula papyrifera

Papierberk

<10

2

3

Goed

Goed

Goed

Nee

niet vergunningplichtig

Niet conflicterend

10

Betula papyrifera

Papierberk

<10

1,5

3

Goed

Goed

Goed

Nee

niet vergunningplichtig

Niet conflicterend

11

Betula papyrifera

Papierberk

<10

1,5

3,5

Goed

Goed

Goed

Nee

niet vergunningplichtig

Mogelijk conflicterend

12

Betula pendula

Ruwe berk

30

7

16

Goed

Goed

Goed

Nee

gat van afgebroken tak

Mogelijk conflicterend

13

Aesculus

Paardenkastanje

45

11

11

Slecht

Slecht

Slecht

Ja

Niet conflicterend

14

Salix caprea

Boswilg

35

7

5

Matig

Matig

Matig

Ja

15

Salix caprea

Boswilg

35

Matig

Matig

Matig

Ja

16

Salix caprea

Boswilg

35

Matig

Matig

Matig

Ja

paddestoelen, gaten, boom lijkt dood scheefstand, regeneratie, geknot scheefstand, regeneratie, geknot scheefstand, regeneratie, geknot

17

Castanea sativa

Tamme kastanje

45

Goed

Goed

Goed

Goed

steefstand/groei, groei van mossen

Niet conflicterend

11

15

Opmerkingen

Nee Nee

Conflicterend met bouw- plan? Mogelijk conflicterend Mogelijk conflicterend Conflicterend

Niet conflicterend Niet conflicterend Niet conflicterend

Kluizeweg 101-187 te Arnhem Bomen Effecten Analyse | 205937 | 16 februari 2021

BK Bouw- & Milieuadvies pagina 2 van 24

4

Conclusie visuele boomcontrole en advies

4.1

Conclusie visuele boomcontrole

Geconcludeerd kan worden dat de meeste bomen zich in goeie staat verkeren. De enigste boom die in een slechte staat verkeert is nummer 13, die dood lijkt en waar zich paddenstoelen bevinden met gaten in de stam. Deze boom is inmiddels ook al weggehaald. Daarnaast zijn de drie boswilgen, nummer 14 t/m 16, die gegroepeerd staan van matige conditie. Gesteld kan worden dat de meeste bomen bij gelijkblijvende omstandigheden een goede toekomstverwachting hebben. Uit de analyse van het bouwplan blijkt, dat bomen met nummers 4 t/m 10 en 13 t/m 17 behouden kunnen blijven. Nummer 3 in conflict staat en moet worden geveld en nummers 1, 2, 11 en 12 dichtbij het pand staan maar kunnen, afhankelijk van de werkzaamheden, behouden blijven. Geen van deze bomen is vergunning plichtig.

4.2

Knelpuntenanalyse werkzaamheden

In tabel 2 is een overzicht van de boomtechnische knelpunten weergegeven. In deze tabel staat beschreven welke toekomstige, geplande werkzaamheden tot mogelijk schadelijke gevolgen bij de bomen kunnen leiden. tabel 2: overzicht boomtechnische knelpuntenanalyse

Boomnummers

Werkzaamheden

Mogelijke gevolgen

1,2,3,4,11 en 12

Bronbemaling

Kans op verdroging

1,2,3,4,11 en 12

Werkzaamheden met machines binnen de kwetsbare zone

Kans op schade aan bovengrondse en ondergrondse delen van de boom en/of verdichting van de groeiplaats

Alle bomen

Opslag van materiaal in de nabijheid van de bomen

Kans op schade aan bovengrondse en ondergrondse delen van de boom en/of verdichting van de groeiplaats

1,2,3,4,11 en 12

Grondwerkzaamheden binnen de kwetsbare zone

Kans op schade aan bovengrondse en ondergrondse delen van de boom en/of verdichting van de groeiplaats

Ondanks de geanalyseerde knelpunten kunnen 1, 2, 11 en 12 duurzaam behouden worden, mits de eisen en randvoorwaarden beschreven in hoofdstuk 5 en boombeschermende maatregelen beschreven in hoofdstuk 6 gevolgd worden.

4.3

Advies

Om gedurende de uitvoering van de bouwwerkzaamheden onaanvaardbare schades aan de te handhaven bomen en groeiplaatsen te voorkomen, zijn in hoofdstuk 5 specifieke eisen en randvoorwaarden opgenomen. Deze eisen zorgen ervoor dat de bomen duurzaam gehandhaafd kunnen worden. Aanvullend staan in hoofdstuk 6 boombeschermende maatregelen genoemd die gedurende de periodes voor, tijdens en na de werkzaamheden genomen kunnen worden om zo kwaliteit van de te behouden bomen te verbeteren.

Kluizeweg 101-187 Arnhem Bomen Effecten Analyse| 205937 | 16 februari 2021

BK Bouw- & Milieuadvies pagina 3 van 24

5

Eisen en randvoorwaarden

In dit hoofdstuk worden de specifieke eisen en randvoorwaarden per categorie van de werkzaamheden besproken.

5.1

Ontgravingen

Indien graafwerkzaamheden worden uitgevoerd binnen de kwetsbare zone, dient handmatig te worden voorgestoken. Wanneer hierbij beworteling wordt aangetroffen, moeten de volgende regels strikt worden gevolgd: • Wortels met een diameter groter dan 6 centimeter moeten worden gehandhaafd. De reden hiervoor is dat wortels met een diameter kleiner dan 6 centimeter grotendeels bestaan uit levend spinthout waardoor zij in staat zijn om eventuele wonden goed te dichten. Bij het beschadigen van wortels met een diameter groter dan circa 6 centimeter wordt het levenloze kernhout blootgelegd. Een veelvoorkomend gevolg van dergelijke grote wonden is aantasting door houtparasitaire schimmels. Hierdoor kan de boom minder stabiel worden. • Er dient niet meer dan 10% van het totale wortelgestel te worden verwijderd. Een boom, mits in een goede conditie, kan een kleinschalig verlies van fijne wortels goed verdragen. Een groter verlies zal vrijwel zeker leiden tot een (ernstig) verlaagde conditie.

5.2

Ophoging

Binnen de kwetsbare zone mag geen grondophoging plaatsvinden. Grondophoging kan er namelijk toe leiden dat de noodzakelijke gasuitwisseling en infiltratie van hemelwater wordt belemmerd door verdichting van de grond. Deze verdichting kan tevens leiden tot het verslechteren van de bodemstructuur en verstoort mogelijk het noodzakelijk aanwezige bodemleven.

5.3

Bodemverdichting

De bodem mag binnen de kwetsbare zone niet verdicht worden. Dit betekent dat er geen zwaar transport of opslag van (bouw)materialen mag plaatsvinden binnen deze zone. Een verdere bodemverdichting leidt onvermijdelijk tot wortelsterfte en zal de ontwikkeling van nieuwe wortels belemmeren.

5.4

Bronbemaling

Bomen zijn afhankelijk van het grondwater. Wanneer het grondwater sterk daalt, zal dit leiden tot conditieverlies. Gedurende de uitvoering van de geplande werkzaamheden zal er vermoedelijk bronbemaling worden toegepast. Indien bronbemaling wordt toegepast zal het grondwaterniveau in de (directe) omgeving dalen. Het is van belang te voorkomen dat dit schade veroorzaakt aan de bomen. Dit kan worden bereikt door de werkzaamheden uit te voeren buiten het groeiseizoen, als de bomen in rust zijn (periode november tot maart). Indien dit niet mogelijk is, dient een gesloten bronbemaling te worden toegepast door het gebruik van een verticale damwand (sleufbekisting). Als dit ook niet mogelijk is, dient retourbemaling te worden toegepast. Het water dat wordt opgepompt is echter doorgaans niet geschikt voor de boom. Het water dat wordt gebruikt, moet voldoen aan de onderstaande randvoorwaarden: • Het is zuurstofrijk zoet water; • Het is vrij van voor bomen schadelijke verontreinigingen (EC-waarde <1,5 mS/cm); • Het heeft een maximaal temperatuurverschil van 10°C met bodemtemperatuur; • Het heeft een watertemperatuur van minimaal 10°C en maximaal 25°C.

Kluizeweg 101-187 Arnhem Bomen Effecten Analyse| 205937 | 16 februari 2021

BK Bouw- & Milieuadvies pagina 4 van 24

Indien het water van de retourbemaling niet geschikt is, is er nog de mogelijkheid om de bomen individueel water te geven, doorgaans voldoet oppervlaktewater aan de bovengenoemde voorwaardes. Echter moet er wel rekening gehouden worden met de waterbehoefte van de boom, zowel teveel als te weinig water kan leiden tot wortelschade. In figuur 6 is het stappenplan voor bronbemaling schematisch weergegeven.

figuur 6: stappenplan bronbemaling

5.5

Aanleggen van Nutsvoorzieningen

Om wortelschade te voorkomen dient er bij de aanleg of vervanging van nutsvoorzieningen, zoals kabels en leidingen, zoveel mogelijk buiten de kwetsbare zone te worden gewerkt. Indien dit niet mogelijk is dan wordt geadviseerd om gebruik te maken van alternatieve uitvoeringtechnieken (‘no dig’, sleufloze technieken) zoals gestuurd boren, persen, sleuven aanleggen met grondzuiginstallaties of handmatig graven. Om schade aan de bomen tijdens toekomstig onderhoud te voorkomen, wordt aanvullend geadviseerd zogenaamde kabelgoten of mantelbuizen toe te passen.

Kluizeweg 101-187 Arnhem Bomen Effecten Analyse| 205937 | 16 februari 2021

BK Bouw- & Milieuadvies pagina 5 van 24

6

Boombeschermende maatregelen

6.1

Aandachtspunten voorafgaand aan de werkzaamheden

Geadviseerd wordt om de gestelde eisen en boombeschermende maatregelen zoals omschreven op te nemen in het bestek. En dit af te dwingen via een goede boete- en schaderegeling.

6.2

Beschermd boomgebied

Om risico's zoveel mogelijk uit te sluiten, wordt geadviseerd een omhulsel over de stammen te plaatsen. Deze ommanteling moet bestaan uit houten delen van 22 mm dik en 75 mm breed. Tussen de stam en de ommanteling moet een afstand van 8 tot 10 cm aanwezig zijn. Deze ruimte kan worden opgevuld met een drainbuis, die tevens eventuele stoten kan opvangen. Indien praktisch haalbaar, wordt aanvullend geadviseerd om koppelbare bouwhekken om de beschermde boomgebieden te plaatsen om werkzaamheden binnen de kwetsbare zone te voorkomen (zie Figuur 7).

Figuur 7: Ffysieke afscherming van bomen door middel van bouwhekken (bron: poster werken rond bomen).

6.3

Bomenschouw

Geadviseerd wordt de bomen en de standplaatsen dagelijks voorafgaand aan de werkzaamheden te inspecteren en schades en gebreken schriftelijk vast te leggen, ten behoeve van een nul-opname. Met deze dagelijkse nulopname kan er inzichtelijk worden gemaakt wanneer schades aan bomen zijn ontstaan en wie er verantwoordelijk kan worden gesteld. Afwijkingen en beschadigingen aan bomen, waargenomen tijdens deze dagelijkse opname, dienen gemeld te worden aan de uitvoerder/boomtechnisch toezichthouder.

6.4

Inzet van een boomtechnisch toezichthouder

Om de werkzaamheden rond de bomen te begeleiden en te controleren kan een deskundige worden ingezet, een zogenaamde boomtechnisch toezichthouder. Een boomtechnisch toezichthouder is een persoon met aantoonbare boomtechnische kennis, die aanstuurt en controleert op het naleven van de voorschriften.

Kluizeweg 101-187 Arnhem Bomen Effecten Analyse| 205937 | 16 februari 2021

BK Bouw- & Milieuadvies pagina 6 van 24

Daarnaast kan de boomtechnisch toezichthouder zorgen voor vaktechnische input en indien nodig beoordelen welke wortels wel of niet verwijderd kunnen worden. De bevoegdheid van de boomtechnisch toezichthouder moet worden vastgelegd in het bestek.

6.5

Instructie van het personeel

Naast de inzet van een boomtechnisch toezichthouder (zie paragraaf 6.4) moet het uitvoerende personeel voorafgaand aan de werkzaamheden goed op de hoogte zijn van de ‘speciale’ regels die gelden met betrekking tot werken rondom bomen. Daarom wordt geadviseerd om de poster ‘werken rond bomen’ op te hangen in de directieen/of bouwkeet (zie bijlage 2: posters Werken rond bomen). Deze posters zijn te bestellen bij Vereniging Stadswerk (www.stadswerk.nl).

6.6

Aandachtspunten na de werkzaamheden

Tijdens de werkzaamheden kunnen, ondanks de in hoofdstuk 5 benoemde eisen en randvoorwaarden en de aanvullende boombeschermende maatregelen beschreven in dit hoofdstuk, schades ontstaan aan bomen. Geadviseerd wordt om de bomen en de groeiplaatsen na uitvoering van de werkzaamheden te inspecteren en vergelijken met deze nul-meting. Op deze wijze is het mogelijk om de aannemer conform het bestek aansprakelijk te stellen.

Kluizeweg 101-187 Arnhem Bomen Effecten Analyse| 205937 | 16 februari 2021

BK Bouw- & Milieuadvies pagina 7 van 24

Bijlage

Fotobijlage

Kluizeweg 101-187 Arnhem Bomen Effecten Analyse| 205937 | 16 februari 2021

BK Bouw- & Milieuadvies pagina 8 van 24

Foto 1: Bomen 1 en 2, Japanse notenbomen

Kluizeweg 101-187 Arnhem Bomen Effecten Analyse| 205937 | 16 februari 2021

BK Bouw- & Milieuadvies pagina 9 van 24

Foto 2: Boom 3 (struik), Chinese zuurbes

Kluizeweg 101-187 Arnhem Bomen Effecten Analyse| 205937 | 16 februari 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=c996bb05-a60e-43aa-8e35-7441a8940b36