CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Adviesrapport Sectoranalyse Podiumkunsten Arnhem van Lighthart/Zoutman/Mamahit (1 september 2024)

Politieke Avond 17 december 2025, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Uitgangspuntennota Cultuurbeleid 2025 – 2028 ‘Standplaats Arnhem’19.465 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Jesse Wensing

Sectoranalyse podiumkunsten Arnhem 1 september 2024

Walter Ligthart Rento Zoutman In samenwerking met

Simon Mamahit

Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Algemeen beeld van de podiumkunsten in Arnhem 3 Feiten en cijfers over de podiumkunsten in Arnhem 4 Resultaten van de SWOT – analyse 5 Makersklimaat en de keten van talentontwikkeling 6 Programmering 7 Publieksontwikkeling en publieksbereik 8 Accommodatie 9 Samenwerking 10 Resultaten van de benchmark 11 Conclusies en aanbevelingen 12 Popmuziek in Arnhem

4 7 10 12 17 23 26 31 35 39 42 47

Bijlagen 1 Lijst van geïnterviewden sectoranalyse podiumkunsten Arnhem 2 Kwantitatieve overzichten 3 Overzicht talentontwikkeling 4 Vergelijking kosten stadstheaters 5 Benchmark met vijf gemeenten

1 Inleiding

Jesse Wensing

Aanleiding De gemeente Arnhem wil komen tot een herziening van het cultuurbeleid. Er dient een ­uitgangspuntennota met een actie- en financieel programma voor korte en middellange termijn (2025-2028) te worden opgesteld én een document met beleidsvoornemens voor de langere termijn. Dat zal weer de basis zijn voor het opstellen van een nieuwe cultuurvisie voor de periode vanaf 2029. Hiermee kiest de gemeente voor een proactieve én gefaseerde aanpak. In het ­recente advies van de Raad voor Cultuur (Cultuur voor iedereen) wordt gepleit voor sterke regio’s met een eigen culturele identiteit, inclusief de financiering. Die visie past bij de ambitie van Arnhem om zich verder te ontwikkelen tot cultuurhoofdstad van de regio. De opdracht De opdracht die wij van de gemeente Arnhem hebben gekregen is de volgende: voer een scan uit die een goed inzicht geeft in de huidige professionele infra­structuur van de podium­kunsten in Arnhem. Onderdelen van de scan zijn: ǧ Inventarisatie van het aanbod aan zalen, spreiding van podia over de stad, ǧ publiekscapaciteit, faciliteiten, bezoekers (bezettingsgraad) en ǧ (langjarige) publieksontwikkeling. ǧ Het aanbod op het gebied van programmering. ǧ Aanbod aan de productiezijde: de gezelschappen, collectieven en makers.

ǧ Geef daarbij specifieke aandacht aan de repetitie – en ontwikkelruimte, de samenwerking met de podia, talentontwikkeling en de aanwezigheid van ArtEZ. ǧ Voer een benchmark op hoofdlijnen uit met de steden Tilburg, Groningen, Zwolle, Enschede en Nijmegen. Deze opdracht maakt deel uit van vier onderzoeken die bouwstenen leveren voor het opstellen van een toekomstvisie over het bredere cultuurbeleid en de podium­kunsten in Arnhem. De andere onderzoeken worden uitgevoerd door Blueyard, onderzoeker Simon Mamahit (verdieping popmuziek) en Sweco (Culturele Referentienormen). Werkwijze en opbouw van de rapportage We hebben de volgende stappen gezet: ǧ De gemeente heeft een selectie van 18 professionele organisaties aangedragen die zich met de podiumkunsten in Arnhem bezighouden (zie bijlage), om mee in gesprek te gaan. Op verzoek van de gemeente is ook Focus Filmtheater opgenomen in de selectie voor de interviews, gezien zijn rol en positie in het culturele veld. ǧ Allereerst hebben we de kwantitatieve gegevens van de 18 betrokken instellingen verzameld, waaruit we overzichten van de activiteiten en een financieel overzicht over 2022 en 2023 hebben gedestilleerd. ǧ Met (nagenoeg) alle instellingen hebben we interviews gehouden. Van de gesprekken zijn verslagen op hoofdlijnen gemaakt en de gesprekspartners hebben deze op juistheid getoetst.

ǧ Voor de gevraagde benchmark hebben we vijf gemeenten met een centrumfunctie in hun regio: Tilburg, Enschede, Zwolle, Groningen en Nijmegen, met Arnhem vergeleken. De g ­ emeenten hebben voor de benchmark acht vragen beantwoord. Bij de analyse hebben we de door hen toegezonden documenten gebruikt en aanvullende gesprekken gevoerd. Opbouw van het rapport In hoofdstuk 2 beschrijven we de professionele podiuminfrastructuur in algemene zin, zowel kwalitatief als kwantitatief. Voor wat betreft de vraagkant hebben we ons gebaseerd op secundaire bronnen zoals de Cultuurmonitor Gelderland. Op basis van de gesprekken en documentatie hebben we zelf een analyse van de sterke en zwakke punten van de sector opgesteld. De resultaten daarvan vindt u in hoofdstuk 4. Op basis van een analyse van vijf centrale thema’s hebben we een aantal knelpunten en aanbevelingen opgesteld

Inleiding Ligthart & Zoutman

Blz. 5

rond Makersklimaat, Programmering, Publieksontwikkeling, Huis­vesting en Samenwerking. In de hoofdstukken vijf t/m negen werken we thema’s uit. ­Hoofstuk 10 bevat de belangrijkste bevindingen uit de uitgevoerde benchmark van de p ­ odiumkunsten in vijf steden. In hoofdstuk 11 vindt u onze conclusies en aanbevelingen. In hoofdstuk 12 staat de samenvatting van het onderzoek naar de popmuziek dat is uitgevoerd door Simon Mamahit. De bevindingen en aanbevelingen die we doen zijn niet los te zien van recente ontwikkelingen in de culturele sector, landelijk en in de stad Arnhem. Er is sprake van een accentverschuiving naar de regio’s buiten de Randstad aangekondigd en dat betekent dat van de stedelijke knooppunten ook meer gevraagd zal worden. Tijdens het uitvoeren van dit onderzoek is een nieuwe regering aangetreden, de gevolgen daarvan voor de culturele sector worden met enige zorg bezien. Ook hebben de Raad voor Cultuur (RvC) en het Fonds Podiumkunsten (FPK) hebben eind juni de beoordelingen bekend gemaakt van de subsidieaanvragen voor de periode 2025-2028. De gemeente zou er goed aan doen om zich rekenschap te geven van de gevolgen van deze beoordelingen voor de komende cultuurplanperiode. Het FPK heeft in juni 2024 negatief geadviseerd over de meerjaren aanvraag van BOT en Keys to Music voor de periode 2025-2028.

De Plaats en Kistemaker krijgen een positief advies maar dreigen eveneens niet gehonoreerd te worden vanwege gebrek aan budget, ze vallen onder de zogenaamde zaaglijn. Hoogte 80 krijgt wel een bijdrage van het FPK. De advisering van de RvC voor de gezelschappen Introdans en Oostpool en het symfonieorkest Phion ziet er beter uit, zij zullen ook in de komende periode onderdeel blijven uitmaken van de BIS. Dat geldt ook voor De Nieuwe Oost dat als productiehuis kan doorgaan. De Minister van OCW en de Tweede Kamer zullen dit (na)jaar beslissen over deze adviezen.

Inleiding Ligthart & Zoutman

Blz. 6

2 Algemeen beeld van de podiumkunsten in Arnhem

Elske Nissen

Het algemene beeld van de podiumkunsten in Arnhem dat naar voren komt uit het onderzoek duiden we tegen de volgende achtergrond. Op het gebied van de podium­kunsten is er sprake van een verdeling van bestuurlijke verantwoordelijkheden tussen de overheden¹: het Rijk financiert de productie van de podiumkunsten van de rijks gesubsidieerde producenten, de gemeente zorgt voor de accommodatie, in het bijzonder van de lokale podia. In de praktijk zien we dat veel gemeenten zich niet alleen bezig houden met accommodaties, maar inhoudelijk op ook andere aspecten van het cultuurbeleid sturen, waaronder talentontwikkeling. O ­ verigens draagt de provincie Gelderland substantieel bij aan de financiering van de in ­Arnhem gevestigde instellingen die deel uitmaken van de Basisinfrastructuur (BIS). Uit ons onderzoek blijkt dat de gemeente Arnhem zijn rol in het cultuurbeleid serieus neemt. In totaal investeert Arnhem jaarlijks ruim 27 miljoen aan subsidies in cultuur. Daarvan gaat ruim 22 miljoen naar (de huisvesting en organisatie van) wat de gemeente schaart onder de noemer ‘culturele basisvoorzieningen’: Focus Filmtheater, LuxorLive, Museum Arnhem, Rozet en Musis & Stadstheater Arnhem zijn volgens de gemeente-instellingen die essentieel zijn voor de stad, omdat zij de basis vormen van de culturele infrastructuur en vaak als enige een bepaalde functie vervullen².

De gemeente heeft met deze organisaties een meerjarige subsidie­relatie voor onbepaalde tijd. Grote investeringen zijn de afgelopen jaren gedaan in de huisvesting van Musis & Stadstheater, Focus Filmtheater, Rozet en Museum Arnhem. Daarnaast kiest de gemeente voor meerjarenvoorzieningen: instellingen die zodanig belangrijk zijn dat deze voor meerdere jaren gefinancierd worden voor bepaalde tijd. Deze subsidies zijn bedoeld voor de exploitatie en daarvoor is circa 2,1 miljoen euro beschikbaar. Zowel bij de culturele basisvoorzieningen als bij de meerjarenvoorzieningen is de afgelopen jaren sprake van weinig doorstroom. Voor meerjarige (2 of 4) en halfjaarlijkse regelingen is per jaar ongeveer 1,2 miljoen beschikbaar, vooral voor artistieke producties en/of presentaties. De subsidie­bedragen per aanvraag zijn met een maximum van 60.000 euro aanmerkelijk lager dan de bedragen voor basis- en meerjarenvoorzieningen. Bij deze regelingen is er wel sprake van relatief veel doorstroom, veel jonge makers en collectieven maken er gebruik van. Naast deze ­regelingen kent Arnhem nog de opstartsubsidie Stroomversneller (maximaal 3000 euro) en regelingen voor amateurkunst-organisaties. Arnhem is ervan doordrongen dat cultuur bijdraagt aan een aantrekkelijke en leefbare stad. Dat is zichtbaar in de beleidsnota Stroom (2012) en meer recent in zijn opvolger Stroomversnelling (2020).

Deze nota’s zijn met input van het veld vastgesteld. Daarin worden drie doelen geformuleerd: 1. Verbreding van cultuurbeleid en participatie 2. Versterking van de culturele keten/infrastructuur 3. Vitalisering van het culturele klimaat De gemeente Arnhem zet middelen vooral in voor de exploitatie van de accommodaties. Uit ons onderzoek blijkt dat veel geïnterviewden vinden dat er voor een vitaal cultureel klimaat juist meer geïnvesteerd moet worden in de makers en de keten. Wij zijn van mening dat flexibilisering van het subsidiehuis helpt bij het bevorderen van de talentontwikkeling en doorstroming van makers en dat dit een belangrijk thema voor een nieuw cultuurbeleidsplan kan zijn. Aangezien veel subsidies meerjarig vastliggen en budgetten waarschijnlijk niet verhoogd worden is dat niet eenvoudig te realiseren. Het vraagt om het maken van scherpere keuzes. We komen daar later in dit rapport op terug. Uit verschillende onderzoeken en onze eigen ervaringsgegevens blijkt dat ­Arnhem een bovengemiddeld aanbod aan podiumkunsten heeft. Het zogenaamde VNG-ringenmodel ³ voorziet het aanbod voor gemeenten >90.000 inwoners o.a. in een schouwburg, een kleine theaterzaal, theaterwerkplaats, muziekensembles en theatergezelschappen, danstheater, kernpodium popmuziek en een filmtheater voor artistiek waardevolle films.

Algemeen beeld van de podiumkunsten in Arnhem Ligthart & Zoutman

Blz. 8

Arnhem heeft meerdere podia /zalen, meerdere makers en festivals die onderdeel zijn van de landelijke BIS: de ontwikkelinstelling De Nieuwe Oost en drie gezelschappen, die een belangrijke rol vervullen voor dans (Introdans), theater (Oostpool,) en muziek (Phion). Muziektheater BOT, Kompagnie Kistemaker, De Plaats, Keys to M ­ usic (Pianobiënnale) maken (nog) gebruik van de meerjarige FPK-regeling. Belangrijke gespecialiseerde kunstopleidingen complementeren dit beeld: voor toneel en dans en het conservatorium ArtEZ, en de MBO-opleidingen Dans, Muziek en Theater van het Rijn/IJssel College. Arnhem onderscheidt zich als makersstad door een breed kunst- en cultuuraanbod en door veel experimenten en initiatieven aan de basis (de grassroots). De stad kent een fijnmazig netwerk van makers en instellingen. Er is aandacht voor nachtcultuur als onderdeel van de podiumkunsten. De grenzen tussen (commercieel) uitgaan en kunstzinnig, gesubsidieerd nachtleven worden o.a. verkend door LuxorLive. In de Cultuurmonitor van de provincie Gelderland wordt cultuur in Arnhem positief beoordeeld. De cultuursector is van groot belang voor Gelderland en Oost-Nederland. In recent publieksonderzoek heeft de gemeente Arnhem bezoekers gevraagd of zij tevreden zijn over het cultureel aanbod en ook daaruit spreekt tevredenheid. Hieronder nemen we korte samenvattingen op van beide rapporten.

In de provinciale cultuurmonitor constateert men dat Arnhem een sterke amateurkunst sector heeft die vooral is gericht op erfgoed en (fanfare) muziek’. De aanwezigheid van veel podia en producenten betekent dat veel van het culturele talent in Gelderland en Oost-Nederland in Arnhem tot wasdom komt en innovatief en uitdagend werk maakt. Dat de stad haar bijzondere positie koestert, wordt geïllustreerd door het feit dat Arnhem in vergelijking met steden van dezelfde omvang per persoon relatief veel uitgeeft aan cultuur. In het recente publieksonderzoek van de gemeente blijkt het publiek over het algemeen zeer tevreden over de podia in Arnhem. Alle onderzochte podia worden als goed of zeer goed ervaren. Men is vooral zeer tevreden over de kwaliteit, diversiteit en omvang van het aanbod, en ook de prijzen worden als redelijk beoordeeld. Veel Arnhemmers geven dan ook aan vaker podiumkunsten te willen bezoeken, hoewel ze daar vaak onvoldoende tijd voor hebben of andere prioriteiten stellen. Het totaalbeeld dat ontstaat vanuit zowel de informatie van de provincie als van de enquête onder de inwoners is dat Arnhem beschikt over een sterke culturele sector en dat de podiumkunsten in Arnhem floreren. Toch valt er naar onze mening nog winst te behalen.

Wat ontbreekt is dat er niet naar de podiumkunsten (en culturele sector) gekeken wordt als een geheel van instellingen in de stad in onderlinge wisselwerking en wederzijdse afhankelijkheid van elkaar dat, kortom, als één ecosysteem samenwerkt, dat de cultuursector, maar ook de stad en haar inwoners, nog meer ten goede zal komen. Het cultureel aanbod in de stad Arnhem is geconcentreerd rond het oude stadscentrum. In Arnhem-Oost wonen meer dan de helft de inwoners maar zijn er ­relatief weinig culturele voorzieningen. Dat feit alleen maakt dat niet alle Arnhemmers worden bereikt door de podiumkunstinstellingen. Om een optimale werking te krijgen van het ecosysteem zouden meer partners uit het culturele circuit betrokken moeten worden in het Nationaal Programma Arnhem Oost.

Interbestuurlijk Kader Cultuurbeleid Stroomversnelling 2020 ³ Het VNG-ringenmodel omschrijft de culturele infrastructuur in gemeenten van verschillende omvang, van klein en middelgroot tot groot.

1

2

Algemeen beeld van de podiumkunsten in Arnhem Ligthart & Zoutman

Blz. 9

3 Feiten en cijfers over de podiumkunsten in Arnhem

Elske Nissen

In ons onderzoek hebben we ons een beeld gevormd van de activiteiten en de financiële situatie van de onderzochte instellingen in de jaren 2022 en 2023. ­ De overzichten daarvan zijn weergegeven in tabellen in bijlage 2. Op basis van de aangeleverde en verzamelde gegevens komen we tot de volgende bevindingen: 1.

Er is een tweedeling zichtbaar in de culturele sector van Arnhem, tussen de grote organisaties (Musis & Stadstheater, LuxorLive, Introdans, Phion, De Nieuwe Oost en Oostpool) en de overige kleinere instellingen. De grotere organisaties hebben een omzet van meerdere miljoenen. Bij een kleine midden categorie (BOT, Posttheater) bedraagt de omzet tussen 400.000 en 800.000 euro, bij veel kleinere organisaties is de omzet lager dan 250.000 euro. 2. Er zijn grote verschillen in de subsidiestromen. Introdans, Phion, Oostpool krijgen als BIS-instellingen miljoenen subsidies van OCW en de provincie(s), de bijdrage vanuit de gemeente is beperkter. De gemeente subsidieert De Nieuwe Oost, dat als ontwikkelinstelling is opgenomen in de BIS, voor activiteiten die plaatsvinden in Theater aan de Rijn. Daarnaast ontvangt dit theater van de gemeente meerjarige projectsubsidie voor de theaterprogrammering in Arnhem. 3. In vergelijking met andere instellingen gaat er veel gemeentesubsidie naar exploitatie van Musis & Stadstheater, al is de omvang daarvan vergelijkbaar met stadstheaters in andere steden van dezelfde omvang (zie bijlage 4). 4. LuxorLive krijgt, vergeleken met referentiepodia in andere steden, een lager subsidiebedrag. Daar staat tegenover dat de huurlasten van LuxorLive – het is een gemeentelijk pand – ook lager zijn dan die van dezelfde referentiepodia. 5.

Er bestaan grote verschillen tussen de werkgelegenheid die de organisaties creëren. Oostpool, Phion, Introdans, LuxorLive en Musis & Stadtheater zijn de grootste werkgevers op het gebied van podiumkunsten in de stad. Daarbij merken we op dat we geen goed zicht hebben op het aantal ZZP’ers en parttime contracten. 6. Waar de instellingen vallend onder de meerjarige- of basisvoorzieningen vaak een redelijk goed cijferoverzicht geven, is dat bij projectgebonden instellingen minder het geval. Een oorzaak kan zijn dat dat de verplichting om cijfers te leveren over resultaten van de gesubsidieerde projecten onduidelijk is en er te weinig impuls is om deze cijfers naar de gemeente te communiceren. Wel rapporteren veel instellingen in hun jaarverslagen over de kwalitatieve resultaten. 7. De meeste organisaties zijn actief op het gebied van educatie of talentontwikkeling. Het is duidelijk dat de Arnhemse instellingen het belang daarvan onderkennen. 8. Het Focus Filmtheater is gezien zijn functies moeilijk met de podiuminstellingen te vergelijken. Daarom zijn de gegevens over Focus Filmtheater in twee aparte tabellen (5 en 6) weergegeven. Daaruit blijkt dat de instellingen met veel filmvoorstellingen en thematische projecten een groot publiek trekken.

Feiten en cijfers over de podiumkunsten in Arnhem Ligthart & Zoutman

Blz. 11

4 Resultaten van de SWOT-analyse

Jesse Wensing

In de interviews hebben wij onze 18 gesprekspartners gevraagd naar hun drie belangrijkste sterke en zwakke punten en kansen/bedreigingen, voor de eigen organisatie en voor de stad als geheel. In het onderstaande schema vatten wij de belangrijkste resultaten uit de gesprekken samen. We hebben een selectie van de Arnhemse instellingen en makers geïnterviewd, maar er zijn zeker ook andere p ­ artijen die onderdeel zijn van de podiumkunsten in Arnhem (zie voor de lijst van geïnterviewden bijlage 2). In de kolom Toelichting Onderzoekers geven we waar nodig meer context of nuancering op de sterke en zwakke punten uit de inter­views.

Kansen

Bedreigingen

Arnhem heeft een groot en divers aanbod po­diumkunsten: 3 BIS-gezelschappen, Musis & Stadstheater en een groot aantal makers (middelgroot, klein),

Arnhem investeert veel in de fysieke infrastructuur voor podiumkunsten (gebouwen), maar investeert veel minder in productiebudget voor de BIS-instellingen en in sub­culturen. De provincies Gelderland en Overijssel investeren vooral in de BIS-instellingen.

ArtEZ, RijnIJssel MBO en een rijks gesubsidieerde ontwikkeling instelling De Nieuwe Oost.

Dynamisch en internationaal ­georiënteerd veld van (HBO geschoolde) makers waarin nieuwe culturele projecten ontstaan. Theater aan de Rijn en ArtEZ zijn de plekken ‘to be’. Ook Oostpool maakt producties met ArtEZstudenten.

Resultaten van de SWOT-analyse Ligthart & Zoutman

Er is veel minder budget en aandacht voor de noden van de makers/collectieven met statuur c.q. Interessante nieuw­komers, zoals het gebrek aan broedplaatsen.

Toelichting onderzoekers Sterk: Grote, middel en kleine instellingen zorgen samen voor werkgelegenheid, faciliteren en dragen bij aan talentontwikkeling. Verschillende signaturen, van experimenteel tot musical, ook sterk amateurveld in de stad. RijnIJssel met opleiding dans, creatieve contemporary (een van de 2 hiphop Mbo-oplei­dingen in Nederland) en ArtEZ. Geïnterviewden zien de grote investeringen in gebouwen van Musis & Stadstheater⁴ en verwachten investeringen in de huisvesting van Introdans/Oostpool. Door gemeente en provincie zijn er middelen beschikbaar gesteld voor deze huisvestingsplannen. Op dit moment is er geen duidelijkheid over de realisatie van de plannen.

Podiumkunsten veld bestaat uit veel kleine, kwetsbare organisaties, afhankelijk van projectsubsidies. Brengt hoge werkdruk met zich mee.

Blz. 13

Kansen

Bedreigingen

Het vestigingsklimaat voor podiumkunsten ontwikkelt zich gunstig, meer makers zien Arnhem als interessante plek om te werken.

Vlucht van talentvolle makers/ collectieven naar de randstad waar meer werk en netwerk is.

Dit zijn twee tegengestelde bewegingen, onduidelijk is nog wat de boventoon voert/zal gaan voeren. In Arnhem is nog onvoldoende nagedacht over het absorptievermogen van de stad: hoeveel makers wil (kwalitatief) en kan (kwantitatief) de stad en de sector ondersteunen?

Groot aantal makers dat zich richt op sociaal-artistieke projecten. ArtEZ leidt artist educators op die in de stad projecten doen op het snijvlak van sociaal en artistiek een belangrijke rol in de stad kunnen vervullen. Filmtheater Focus heeft sociale rol in programmering voor vluchtelingen, kinderen en andere groepen.

Onderbenutting mogelijkheden van deze makers bij sociaal-artistieke projecten en voor de stedelijke ontwikkeling van Arnhem.

Sterk: Veel podiumkunsten op locatie (openbare ruimte, wijken, festivals); Interactief/community art.

Instellingen en gezelschappen dragen bij aan organiseren samenwerking: delen van faciliteiten, netwerk en kennis.

Samenwerking i wordt niet ingezet op een duurzame manier. Het komt onvoldoende tot stand vanuit de noden in de keten van talentontwikkeling.

Sterk: De bereidheid van o.a. Zu Hause, Theater aan de Rijn, Theater De Leeuw en Posttheater om hier stappen in te zetten en om samen met de BIS- instellingen een plan te ontwikkelen vanuit keten perspectief en meerwaarde voor de stad.

Nieuwe makers en de ‘mid career’ missen perspectief in Arnhem. Gebrek aan doorstroom van makers. Positie Musis & Stadstheater rond talentontwikkeling Arnhem is nog onduidelijk. De samenwerking door basisvoorzieningen en de BIS-gezelschappen wordt als minder urgent ervaren

Toelichting onderzoekers

Zwak: ­ akers. Gebrek aan doorstroom m Onvoldoende aandacht voor samenwerking vanuit noden en wensen in de keten van talentontwikkeling. Zwakke positie nieuwe makers die net op de markt komen. Het gemeentelijk beleid lijkt primair gericht te zijn op individuele instellingen, er zou meer vanuit de keten en interdisciplinaire samenwerking gedacht moeten worden. De roep om meer regie van de gemeente en meer overleg komt vooral vanuit de kleinere instellingen.

Centrale rol ArtEZ en RijnIJssel in toestroom studenten en nieuwe makers. Zij zoeken actief samenwerking met veel spelers in het veld van de podiumkunsten.

Resultaten van de SWOT-analyse Ligthart & Zoutman

ArtEZ en ook het MBO krijgen subsidie voor studenten en niet voor afgestudeerde makers. Hun mogelijkheden om die te ondersteunen zijn daarom beperkt.

Sterk: Als je samenwerking beter inricht kan ArtEZ een belangrijkere rol vervullen.

Blz. 14

Kansen

Bedreigingen

Toelichting onderzoekers

Aantal permanent beschikbare locaties: Musis& Stadtheater, Posttheater, Theater aan de Rijn, Transformatiezaal en Theater de Leeuw.

Veel podiumkunstenaars werken in tijdelijk beschikbare ruimten (leegstandsbeheer) in slechte werkomstandigheden. Locaties worden overvraagd. Er is te weinig betaalbare ruimte.

Sterk: In de interviews wordt aangegeven dat de bereidheid tot samenwerking tot betere benutting van de ruimten kan leiden.

Potentie Hip Hop community Arnhem en andere makers.

Arnhem heeft een gebrek aan creatieve broedplaatsen. De rafelranden van de stad staan onder druk.

Hou bij het creëren van broedplaatsen rekening met de signatuur van de makers.

Gemeente is aanspreekbaar voor vragen van partijen uit de het veld van de podiumkunsten en neemt initiatief tot onderzoek.

Gebrek aan inhoudelijke visie gemeente op de podiumkunsten in Arnhem. De sturing wordt als ad hoc ervaren; de gemeente is onvoldoende zichtbaar bij de podium­ instellingen in Arnhem.

Binnen de gemeente zijn er slechts enkele ambtenaren die zich met de podiumkunsten bezig­houden (totaal circa 1 fte). Dat is gezien de vraagstukken en wensen vanuit de sector (te) weinig en mede een verklaring van de ervaren ad hoc sturing.

Er zijn goede mogelijk­heden om het vestigingsklimaat voor makers te verbeteren als dat wordt gedaan vanuit een gezamenlijke visie en aanpak: voor repeteren, werkplaatsen en voorstellingen.

Het blijft gaan zoals nu: ieder vindt zelf het wiel uit. Bestaande ruimten voor podium­kunsten en organisatiecapaciteit worden in de huidige manier van werken niet optimaal benut.

Kansen: Theater aan de Rijn geeft aan meer te willen doen in de keten: produceren en programmeren. Verhuurders als Theater De Leeuw en Transformatiezaal zijn bereid meer te doen, Posttheater is gestart met Werkplaats. Hier ligt ook een belang­rijke rol voor het Stads­theater nu daar een ­nieuwe studio en kleine zaal komt.

De gemeente kan zoeken naar mogelijk interessante locaties en daar rekening mee houden in haar v astgoedbeleid. Voorbeelden zijn: Steenfabriek en voormalige Melkfabriek Coberco

De gemeente laat het vooral over aan de markt en vastgoedpartijen. Veel mogelijk interessante ruimten voor podium­kunsten zijn in handen van projectontwikkelaars. Vinden van betaalbare oefenruimte is lastig. De gemeente zoekt in haar vastgoedbeleid niet actief naar mogelijke culturele bestemmingen.

Sterk voorbeeld van keten­ samenwerking is Poppunt Gelderland.

Resultaten van de SWOT-analyse Ligthart & Zoutman

Blz. 15

Kansen

Bedreigingen

Toelichting onderzoekers

Verbeter de samen­werking tussen ontwikkel­instellingen, producenten, BIS- gezelschappen, podia en festivals, met het oog op betere ­samenwerking in de keten. Neem een voorbeeld aan projecten als Station Noord en Plan Brabant.

De vrees voor mogelijke onderlinge concurrentie in de programmering van Musis & Stadstheater, LuxorLive en Posttheater.

Deze drie instellingen maken wel afspraken over programmering. De geuite vrees in de gesprekken klinkt dan ook merk­waardig en is een punt van aandacht.

Arnhem heeft naast Hoogte80 relatief weinig podiumkunsten festivals. Gelet op alle locaties en makers zou een Podiumkunsten festival in het centrum van de stad een goede optie zijn.

Festivals worden in Arnhem op matig niveau gefinancierd. Wet- en regelgeving, eisen aan fair pay, duurzaamheid en toegankelijkheid zorgen ervoor dat kosten moeilijk terug te verdienen zijn.

De gemeente zou volgens de ­geïnterviewden een actiever/ pro­actief festival­beleid moeten voeren. De gemeente geeft aan dat er juist wel veel in is geïnvesteerd in beschikbarre locaties.

De gemeente kan de verbinding van de BIS-­instellingen met de stad meer benutten door actief (huisvesting) beleid en van hen daarin een actieve rol te vragen: meer zichtbaar zijn voor het veld.

De financiering van de BIS-instellingen door de gemeente blijft in volume zeer achter bij provincie en Rijk. Er is een dreigende korting op de subsidie van het Rijk.

De samenwerking tussen Phion, Oostpool en Introdans rond Mid­ zomernacht droom wordt genoemd als een succesvol voorbeeld, dat helaas geen vervolg heeft gekregen.

Stijgende kosten van huisvesting, energie, personeel en productie.

Stijgende armoede in Arnhem geeft druk op de publieksinkomsten.

Ticketprijzen moeten niet te hoog zijn, ‘pay what you can’.

⁴ Hierbij past de opmerking dat het in standhouden van een Stadstheater en concertzaal per definitie kostbaar is. Dat zien we ook in de vergelijking van de uitgaven voor stadtheaters in andere steden (zie bijlage 4)

Resultaten van de SWOT-analyse Ligthart & Zoutman

Blz. 16

5 Makersklimaat en de keten van talentontwikkeling

Jort Brummel

Arnhem als stad van makers in de podiumkunsten Veel van de geïnterviewden vinden dat Arnhem een rijk klimaat voor de podiumkunsten heeft, ondanks dat jonge makers met artistieke potentie nog steeds uit Arnhem naar de randstad trekken, waar meer banen en interessant netwerk te vinden zijn. Andere geïnterviewden menen dat collectieven juist in de stad blijven, of terugkeren uit de randstad waar de concurrentie sterker is en de huren hoger. ArtEZ, Theater aan de Rijn, als onderdeel van De Nieuwe Oost, zijn knooppunten voor HBO geschoold talent dat vernieuwend en vaak interdisciplinair werkt. Theater aan de Rijn is ook letterlijk dé hotspot voor makers die al stappen gezet hebben op het pad van professionalisering en is een ontmoetingsplek van een internationaal georiënteerde kunst community. Gezelschappen en collectieven in de stad zijn ook afkomstig uit het RijnIJssel MBO of gestart als autodidacten, bijvoorbeeld uit de hiphop en popmuziek. Introdans, Oostpool en Phion zijn de grote BIS instellingen die landelijk actief zijn en van belang als stimulerende kracht voor makers in de stad. Zij verbinden in hun producties disciplines en geven startende makers regelmatig kansen. Sommige makers en collectieven, zoals Arnhemse Meisjes, Muziektheater BOT en Kompagnie Kistemaker hebben een lang ‘trackrecord’ in Arnhem.

Zu Hause en Soul Cypher/Hiphophub hebben zich meer recent gemeld in dit circuit. Voor de groeiende hiphop community zijn de jongerencentra in Arnhem een belangrijke plek voor uitproberen en netwerken. LuxorLive draagt met een brede programmering nieuwe bands uit Arnhem en regio bij aan de talentontwikkeling in de stad. Het Poppunt Gelderland is een belangrijke voorziening voor deze groep. Makers en podia verschillen in signatuur en oriëntatie, Zo richt Theater De Leeuw zich onder meer op voor­ bereiding en presentatie van kleinschalige musicals. Arnhem heeft een goed circuit van speelplekken met een gemengde functie, van programmeren en repeteren tot verhuur aan amateurverenigingen. Een aantal geïnterviewden typeert Arnhem als stad van ‘klassieke toneel, dans en muziek, met weinig aandacht en ruimte voor subculturen’ waarin de rafelranden van de stad minder gewaardeerd worden dan de gevestigde cultuur. Die mening sluit niet aan bij het hierboven geschetste beeld. Sociaal-artistiek werken In de afgelopen periode zijn makers en podia in hun projecten meer gaan werken in een menging van artistieke en sociale doelen. Zij zien het als een uitdaging om in locatieprojecten met lokale communities te werken en daarmee bij te dragen aan de ontwikkeling van de stad.

Enkele voorbeelden van initiatieven van makers en podia rond sociaal-artistieke projecten: ǧ Introdans werkt samen met het arbeidsontwikkelingsbedrijf Scalabor en ArtEZ in een voorstelling met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, in het bijzonder mensen met een verstandelijke beperking en senioren. Ook werkt Introdans met inwoners van de wijk Klarendal. ǧ Oostpool werkt in het project Future Citizens met asielzoekers. ǧ Theater aan de Rijn heeft in samenwerking met het AZC het project Huisgenoten georganiseerd. ǧ Theater De Plaats heeft wijkprojecten in Geitenkamp en Presikhaaf. ǧ Focus Filmtheater doet maatschappelijke projecten met inwoners van Arnhem Zuid en vluchtelingen. ǧ De HipHopHub doet laagdrempelige participatiegerichte activiteiten voor de Hiphop scene. Amateurkunsten Arnhem heeft een relatief rijk circuit van amateurkunsten. Waar elders in Nederland de amateurverenigingen onder druk staan lijken deze in Arnhem en regio weliswaar goed stand te houden, maar dat geldt niet voor hun financiële positie.

Makersklimaat en de keten van talentontwikkeling Ligthart & Zoutman

Blz. 18

Dit beeld uit de interviews wordt bevestigd in de monitor van de provincie Gelderland: ‘Gelderland kent relatief veel amateurkunstbeoefenaars, die goed georganiseerd zijn en sterk maatschappelijk betrokken. Ze maken vooral muziek of zingen in een koor. Ze zetten zich bovendien veel in voor de lokale samen­ leving en voor speciale doelgroepen. Deze verenigingen zijn belangrijk voor een buurt of dorp.’5 Het amateurleven is terug te zien in de netwerken van podia en collectieven, waarvan sommigen dit circuit actief opzoeken. Zo organiseert Phion een Dag van de Blazers voor studenten en amateurmusici en het Groot Amateur Project met dans, theater en muziek in Musis. Samenwerking Uit de interviews en onze inventarisatie blijkt dat de bereidheid om nieuwe makers te helpen aanwezig is, bij ­collectieven, de BIS-gezelschappen en podia. De meeste makers die wij gesproken hebben zijn afkomstig van Artez of van MBO Rijn IJssel college en werken met deze opleidingen samen. Naar onze mening maakt de invulling van de samenwerking echter vaak een ad hoc indruk. Er wordt weinig gedacht vanuit de keten van talentontwikkeling en langs langere lijnen en in samenhang. De ruimte en financiële slagkracht van elk individueel podium en gezelschap is immers beperkt.

Makers zoeken elkaar graag op waar ze een vergelijkbare signatuur en interesse hebben, maar buiten de eigen discipline lijken zij dat minder te doen. We zien dat als een gemiste kans, omdat kruisbestuiving ook inspireert. Bij de geïnterviewden is er veel waardering voor organisaties en programma’s die een verbindende – en kennisfunctie hebben, zoals de Cultuur Academy, De Generator, The Hub en de ArtEZ Business Centre. Maar lang niet iedereen kent deze organisaties en profiteert daarvan. Subsidiemogelijkheden Makers(collectieven) in Arnhem die aan de weg timmeren doen een beroep op meerjarige (2 of 4 jaar) financiering van de gemeente of op de projectsubsidie­regeling halfjaarlijks,1 of 2 jaar (zie hoofdstuk 3). De subsidie is volgens hen te laag om de bijdrage aan Arnhem te leveren die ze graag zouden willen. Subsidiëring van een basis of meerjarenvoorziening sluit de mogelijkheid om projectsubsidie van de gemeente te verwerven uit en dat geldt ook van een aantal particuliere fondsen. De provincie Gelderland heeft een aantal incidentele subsidies afgebouwd, dat heeft een groot gat geslagen in de dekking van projecten en daarmee ook de mogelijkheid om landelijke subsidies van het FPK te matchen. Makers zijn veel tijd kwijt aan het op projectbasis regelen van financiering voor hun producties.

Ruimere mogelijkheden voor meerjarige financiering zal rust en ruimte bieden om producties te ontwikkelen en waar mogelijk collega’s te helpen. Ook meer uniformering en vereenvoudiging van criteria zal daarbij helpen. Een algemene ontwikkeling is dat steeds meer culturele instellingen voor een deel van activiteiten ook afhankelijk van de bijdrage van particuliere fondsen. Dat vraagt ook om cultureel ondernemerschap. In ons onderzoek is dat aspect niet mee­genomen. Onzekere huisvesting: behoefte aan betere werkruimte/broedplaatsen Er is grote behoefte aan betere werkruimte, broedplaatsen en regelvrije plekken. De huisvesting van makers, onder meer BOT, Zu Hause en Arnhemse Meisjes is op de korte termijn onzeker. Zij werken onder matige omstandigheden wat huis­vesting betreft. Dit heeft invloed op het makers­klimaat voor de podiumkunsten in de paragraaf over huisvesting gaan wij hierop in.

Makersklimaat en de keten van talentontwikkeling Ligthart & Zoutman

Blz. 19

De keten van talentontwikkeling Bij talentontwikkeling is gebruikelijk te denken in de keten, waarin verschillende categorieën makers worden onderscheiden. Schematisch ziet dit er zo uit, in sommige gevallen sprake van overlap:

Toelichting per categorie: 1 en 2. Kennismaken, Talent ontdekken en ontwikkelen In deze fase maken jongeren kennis met cultuur op informele plekken, op scholen en in opleidingen. Zij ontdekken hun talenten en gaan daarna -vanuit een intrinsieke motivatie om iets met theater, dans of muziek te doen- gebruik maken van oefenruimtes en studio’s en leren zo professionals in de lokale makerscene kennen. Zij zijn vooral op zoek naar netwerk en gelijkgestemden door middel van jams of vooropleidingen. Dit wordt wel de humuslaag genoemd voor talentontwikkeling. Ook de amateurkunst en het werk in de kunstcentra horen hierbij. 3. Studenten en startende professionals Talenten in deze fase hebben de ambitie om zich als beroepsmuzikant, acteur, danser of anderszins verder te ontwikkelen. Zij volgen daartoe een kunstvak­opleiding op HBO- of mbo-niveau of ontwikkelen zich anderszins en gaan daarna op zoek naar mogelijkheden om als zelfstandig maker te kunnen bestaan. Talent­ontwikkelaars kunnen hen ondersteunen door handvatten te bieden om hun zakelijke en artistieke kwaliteit verder te ontwikkelen en hen te helpen bij het aanvragen van subsidies, beurzen, plaatsing op showcases, nominaties voor prijzen en deelname aan talentontwikkelingstrajecten.

Makersklimaat en de keten van talentontwikkeling Ligthart & Zoutman

Blz. 20

4. Professionals en ‘midcareers’. Makers in deze fase zijn professioneel actief: in projecten, producties, binnen gezelschappen of collectieven. In de meeste gevallen als zzp’er, in enkele gevallen in vaste dienst. Hier is de vraag hoeveel midcareers de stad Arnhem en de podiumkunsten instellingen kunnen en willen ondersteunen. Doorstroom is van belang, maar het absorptievermogen van de Arnhemse instellingen is voor deze categorie beperkt. Collectieven maken vaak gebruik van de subsidieregelingen en kunnen zich verder ontwikkelen. In de popsector werken muzikanten, de lokale popsector en de commerciële markt samen. Grote instellingen als Introdans, Oostpool en Phion richten zich vooral op schakel 3 en 4. Dat geldt ook voor Theater aan de Rijn dat vooral werkt met afgestudeerde makers op HBO -niveau op weg naar verdere professionalisering (schakel 3). Posttheater en Theater De Plaats richten zich m.n. op de derde schakel in de keten. Focus Filmtheater, Introdans, Oostpool en Musisch & Stadstheater werken allemaal met leerlingen van het voortgezet onderwijs, (schakel 2), soms met het primair onderwijs en het MBO.

Werking van de keten en knelpunten Nagenoeg alle makers en instellingen die we hebben gesproken hebben een rol in het curriculum onderwijs van Artez: het begeleiden van voorstellingen van 1e jaars studenten (BOT), het ontwikkelen van een jaarlijkse voorstelling met 3e jaars studenten (Oostpool), workshops, bieden van stageplaatsen en oefen- en speelruimte. Sommige instellingen bieden coaching en zakelijke begeleiding van talenten, zoals de Hip Hop Hub, Theater aan de Rijn en Theater De Leeuw. Theater De Leeuw werkt zowel met studenten en alumni van MBO Rijn IJssel als met ArtEZ. Je kunt met recht stellen dat de collectieven en instituten van Arnhem zijn vervlochten met de opleiding van ArtEZ. We maken hieruit op dat studenten aan de opleidingen in Arnhem een rijke leer­omgeving hebben, met veel mogelijkheden, zowel bij de BIS-gezelschappen als bij de ‘mid career’ makers en op de podia in de stad. Maar dat gaat niet vanzelf. Wanneer makers net uit de veilige omgeving van de opleiding komen, of autodidact zijn, moeten ze vooral zélf op zoek naar netwerk en werk. Sommigen lukt dat, zij vinden aansluiting bij producties van één van de BIS-gezelschappen of podia. Voor de alumni van theater, dans en klassieke muziek is het logisch dat zijn voor hun toekomst nationaal en ook internationaal kijken. De arbeidsmarkt voor uitvoerend kunstenaars is niet eenvoudig.

Afgestudeerden van de ‘artist educators’ richting van ArtEZ hebben meer kansen om in Arnhem en regio om aan het werk te komen. Het lijkt ons wenselijk dat de stad beter profiteert van dit menselijk kapitaal door interessante makers die van de opleiding komen meer kansen te bieden. Beginnende maker (categorie 2, 3 of 4) Jaarlijks studeren bij ArtEZ bij toneel tussen de 8 en 10 studenten af. Bij dans zijn dat tussen de 15 en 18 studenten. Bij de Artist Educator zijn dit voor dans tussen 15 en 18, voor theater tussen 12 en 16 studenten. Knelpunten die door de geïnterviewde makers worden genoemd zijn: ǧ Weinig plek voor samenkomst, interactie, gemeenschap, broedplaatsen. ǧ Weinig ruimte voor experiment, voor research en development. ǧ Weinig fysieke ruimte beschikbaar. ǧ Weinig ondersteuning in de zoektocht naar werk, een financiële basis en ruimte. ǧ Vertrek naar de Randstad.

Makersklimaat en de keten van talentontwikkeling Ligthart & Zoutman

Blz. 21

Midcareer/professionals (categorie 4): Alle makers en collectieven die al één of meerdere keren gebruik hebben gemaakt van de twee jarige regeling van de gemeente Arnhem en de meerjarige regeling van het Fonds Podiumkunsten. Knelpunten: ǧ Makers beschikken vaak enkel over tijdelijke ruimte (leegstandsbeheer) en werken onder slechte werk­ omstandigheden. Andere werkruimten zijn niet/lastig beschikbaar. ǧ SLAK: is als bemiddelaar vooral op beeldende kunst gericht, niet zozeer op podiumkunsten. ǧ De meerjarige subsidie bijdrage voor gezelschappen is onvoldoende voor een stabiele organisatie en daar ook niet voor bedoeld, waardoor opbouwen van een stevige backoffice niet mogelijk is. De mogelijkheid van een gedeelde backoffice voor makers in Arnhem wordt geopperd, maar geïnterviewden voegen daaraan toe ‘je moet het toch zelf doen’. Meerjarige subsidie beperkt de mogelijkheden voor aanvragen projectsubsidies bij gemeente/fondsen. ǧ Veel stress vanwege onzekerheid in verwerving van korte projectsubsidies. ǧ De categorisering die de gemeente hanteert is niet flexibel, de indeling naar functies biedt weinig ruimte voor interdisciplinariteit en bevordert deze niet. Aanbevelingen ǧ Koester en beloon het relatief rijke circuit van amateurkunsten in Arnhem en in de regio. Dat is van groot belang voor de impact in de samenleving.

ǧ Verbeter de samenwerking in de keten gericht op het oplossen van de knel­punten: • Door het delen van ruimte, kennis, netwerk, en het verbeteren van de ondersteuning van (jonge) makers. • Door het aanbod van en de vraag naar repetitie -en werkruimte beter bij elkaar te brengen. ǧ Verbeter het vestigingsklimaat voor podiumkunstenaars in Arnhem door startende makers meer subsidiemogelijkheden en ondersteuning te bieden. Dat voorkomt dat ze na het verlaten van de beschermde omgeving van de opleiding te veel gaan ‘zwemmen’. ǧ Formuleer als gemeente duidelijker beleidsdoelen op het gebied van talent­ontwikkeling op basis waarvan keuzes gemaakt kunnen worden in overleg met de instellingen welke en hoeveel veelbelovende makers de stad kan onder­steunen (financieel en/of artistiek. ǧ Geef een aantal ‘mid career’ makers met trackrecord een betere positie en laat hen bijdragen aan de ontwikkeling van Arnhem. Maak hierover afspraken tussen podia en gezelschappen. ǧ Gebruik bij het formuleren van nieuw beleid de kennis van onafhankelijke deskundigen zoals nu al gebeurt door de inzet van de Adviescommissie Culturele Subsidies Arnhem bij de beoordeling van subsidie­ aanvragen.

5

Cultuurmonitor Gelderland

Makersklimaat en de keten van talentontwikkeling Ligthart & Zoutman

Blz. 22

6 Programmering

Jesse Wensing

Rond programmering hebben we de volgende onderzoeksvragen gesteld: - Wat wordt er geprogrammeerd (genres) en door wie? - Is er sprake van overlap, is er afstemming, zijn er lacunes? - In hoeverre is er sprake van stads brede programmering? Als we het aanbod van de culturele instellingen overzien dan constateren we dat het aanbod op elk van de (vier) sectoren muziek, muziektheater, theater en dans groot en divers is. Klassieke muziek, opera, popmuziek, ­repertoiretheater, mime, objecttheater en ervaringstheater, ballet en experimentele dans en niet te vergeten steeds meer interdisciplinair aanbod is in Arnhem zichtbaar. Op de grote podia, maar ook in de wijken, op locatie en in festivals. We zien ook projecten in co-creatie met lokale communities. In 2023 hebben de geïnterviewde instellingen ruim 1700 voorstellingen getoond en/of gespeeld in de stad en daarbuiten. Door de producerende instellingen werden in dit eerste post-Corona jaar 94 producties gemaakt. In bijlag 2 en de tabel in hoofdstuk 7 geven we inzicht in de aantallen producties en de genres waarop de podium­ kunstinstellingen zich richten. Het overall-beeld is dat met een groot aanbod een publieksbereik van meer dan 500.000 bezoeken in 2023 werd gerealiseerd.

Daarbij past de kanttekening dat het voor de BIS-instellingen cijfers betreft waarin geen onderscheid wordt gemaakt tussen landelijk bereik en het bereik in de stad. Maar landelijk bereik en impact straalt ook af op Arnhem als culturele hub in Oost-Nederland. Op het gebied van theater, dans en klassieke muziek is er dus sprake van een groot en breed aanbod, zo blijkt uit onze inventarisatie. Dat heeft zeker te maken met de aanwezigheid van de landelijk gesubsidieerde instellingen in Arnhem en de aandacht die er is voor interdisciplinair aanbod van (jonge) makers met die hun aanbod nieuw publiek bereiken. Opvallende uitzonderingen in het aanbod zijn de magere programmering op jazz-gebied en het beperkt aantal grote festivals dat Arnhem kent op het gebied van de podiumkunsten. Daar is wel behoefte aan, de festivals SoulCypher en Hoogte80 zijn succesvolle uitzonderingen. De culturele sector is voortdurend in ontwikkeling. Sociale media bieden een nieuw podium voor de podium­ kunsten, met in potentie een wereldwijd bereik. Illustratief hiervoor is hoe in de Corona-periode met online uitvoeringen van klassieke muziek miljoenen werden bereikt. Tegelijkertijd blijft in het aanbod de ‘live ontmoeting ‘van groot belang. Makers verbinden genres en werken inter­disciplinair.

Dat vraagt van de podia wel dat ze flexibel zijn in hun programmering, zowel in fysieke als organisatorische zin, maar ook om schaalbaarheid van de podia (en tribunes) om zo makkelijker in te kunnen spelen op trends en ontwikkelingen. Stadsbrede afstemming? Over de toedeling van functies naar podia zijn globale afspraken gemaakt tussen instellingen. Musis & Stadstheater heeft de kerntaak om te programmeren voor een breed publiek en daarbij alle disciplines van de podiumkunsten te laten zien. Posttheater en Theater aan de Rijn hebben een meer specialistisch profiel, zij geven aan beducht te zijn voor concurrentie van Musis & Stadstheater. LuxorLive programmeert popmuziek, van grootschalige dance tot nieuwe bands uit de regio, maar meent ook dat de samenwerking met Musis & Stadstheater beter kan. Vanuit het perspectief van de stad is het belangrijk dat de instellingen kijken naar het totale aanbod, de lacunes en mogelijkheden om het samen beter en effectiever te doen. Op basis van het uitgevoerde onderzoek constateren we dat er slechts beperkt sprake is van een stads rede programmering, of beter gezegd inter­connectiviteit (onderlinge verbondenheid), op het gebied van programmering. Daarbij is enige overlap in aanbod natuurlijk onvermijdelijk.

Immers, bezoekers kiezen niet alleen voor een genre maar ook voor de sfeer en ambiance van een podium en ook gezelschappen hebben hun voorkeuren voor podia.

Programmering Ligthart & Zoutman

Blz. 24

Veel partijen geven ook aan het ontbreken van structurele samenwerking te betreuren. Betere programmatische afstemming draagt bij aan een kwalitatief hoogwaardige maar ook overzichtelijk aanbod van podia en producties waarbij álle publieksgroepen in de stad bediend kunnen worden. Aanbevelingen ǧ

ǧ

Geef vorm aan een stadsbrede programmering. Het aanbod aan zalen, publieksbereik en ambities van de verschillende instellingen is groot, maar niet alle doelgroepen en stadsdelen worden bereikt. Door gezamenlijk een stadsbrede visie te ontwikkelen op het aanbod van podium­kunsten, en keuzes te maken in programmering kan aanbod verrijkt worden en publiekgroepen beter bediend. De gemeente kan hier een regierol in vervullen, maar de culturele organisaties zij verantwoordelijk voor de concrete invulling.

Programmering Ligthart & Zoutman

Blz. 25

7 Publieksontwikkeling en publieksbereik

Jort Brummel

Op basis van de verzamelde informatie constateren we dat na de coronajaren het publiek de podiuminstellingen van Arnhem weer weet te vinden. We concluderen dat alle culturele instellingen aandacht hebben voor de doelgroepen die ze willen benaderen, het publieksbereik en de omvang van het publiek. De organisaties zetten hiertoe een brede mix van instrumenten in. In de tabel hieronder geven we per organisatie een overzicht van het publieksbereik. Organization

Genre

Doelgroep

Toelichting

Bereik 22 / 23

Arnhemse Meisjes

Dans

Families, dans en festival lief­hebbers

Kleinschalige duetten op ongebruikelijke plaatsen

4.450 / 3.500

Muziektheater BOT

Muziektheater

Theaterfestival publiek, niet-­theaterbezoekers

Creëert locatievoorstellingen, en speelt veel op theaterfestivals in Nederland en daar buiten

7.107 / 5.256

De Plaats

Locatietheater

Locatietheater, omwonenden

Onbekend

2.145 / 2.604

Min. 23.560 / onbekend

Festival Hoogte80

Theater

Cultuurminnaars, wijkbewoners en uitgaanspubliek

Het festival heeft 3 instaptredes voor publiek: laag, als introductie aan theater, midden, voor kenners, en hoog, voor cultuuradepten. In 2022 voerden ze ‘pay what you can’ in.

Festival Keys to Music

Pianomuziek

Dertigers en veertigers, studenten en gezinnen

Gebruik van gevestigde marketingmethoden via de kanalen van partners, spelende artiesten en advertenties.

Nvt / onbekend

Film

Liefhebbers internationale/ kwaliteitsfilm en filmfestivals

Bezoekers zijn veelal, hoogopgeleid, midden/ hoog inkomen. Ter verbreding biedt men divers en meertalig aanbod.

116.983 / 164.241

Hiphop

Klassieke hiphopliefhebbers, jongeren

Produceert festival Soulcypher, en bereikt jongeren via laag­drempelige en participatiegerichte voorstellingen.

Onbekend

Dans

Dansliefhebbers, jongeren en maatschappelijk kwetsbaren in projecten

Het publiek in de leeftijdscategorie 41-55 (42%), vaak middel/hoog opgeleid (40%). Verzorgen ook veel projecten buiten het theater. (Scholen, zorginstellingen)

63.537 / 75.120

Theater

Festivalbezoekers, 15-35 jaar. Theaterliefhebbers 35-55 jaar

Onbekend

300 / 2875

Focus Filmtheater

HipHopHub

Introdans

Kompagnie Kistemaker

Publieksontwikkeling en publieksbereik Ligthart & Zoutman

Blz. 27

Organization

Genre

Doelgroep

Toelichting

Bereik 22 / 23

Dans

Dansliefhebbers, jongeren en beoefenaars

Lava bereikt de doelgroep via kanalen partners, sociale media en advertenties

2.200 / 4.400

Musis & Stadstheater

Popmuziek

Breed en divers publiek, passend bij de regio

Bestaand publiek, jongeren & kinderen, binden incidentele bezoekers

107.037 / 118.000

Oostpool

Theater

Geëngageerde jongeren. Nieuw en divers publiek

Sociaal relevante producties, gericht op jong publiek.

105.062 / 78.852

Symfonische Muziek

Liefhebbers van symfonische muziek

Drie publieksgroepen: Klassieke Cultuurlief­hebbers (50% publiek), Weelderige Cultuurminnaars en Proevende Buitenwijkers (25% publiek) Culturele Alleseters (25%)

77.699 / 113.581

Poppodium LuxorLIVE

Popmuziek

Breed publiek aan muziekliefhebbers

LuxorLive biedt alles van dance tot rock en hiphop, een plek te waar alle Arnhemmers voor muziek naartoe kunnen

90.917 / 95.873

Posttheater

Comedy, cabaret, kleinkunst

Liefhebbers comedy en kleinkunst

Naast bestaand publiek bieden ze nu ook een virtueel ticket aan. Willen via een programma op zorginstellingen kwetsbare groepen bereiken

16.372 / ong. 23.500

Theater ad Rijn

(Experimenteel) Theater

Jongeren, kinderen, nonformals, avontuurlijken

Veel jong publiek: 50% bezoekers onder de 35 jaar. Om het theater toegankelijker te maken werd ‘pay what you can’ ingevoerd

3.927 / 4.709

Theater de Leeuw

Musical en (muziek)theater

Jongeren vanaf 14 jaar, studenten en volwassenen

Onbekend

Onbekend

Zijlmakerij

Toneel

Breed, divers publiek, zowel Onervaren als kenners

Onbekend

Onbekend

Zu Hause

Theater

Postmaterialisten en Cosmopolieten

Jong, actief en gedreven publiek tussen de 18 en 35 jaar, vakpubliek, beginnende makers en mid-careers

3.000 / 3.600

LAVA

Phion

Publieksontwikkeling en publieksbereik Ligthart & Zoutman

Blz. 28

Deze tabel is opgesteld op basis van de informatie van de instellingen. Veel ­organisaties vullen publieksbereik op hun eigen manier in. Dit maakt een onder­linge ­vergelijking van doelgroepen en publieksbereik moeilijk. Een uniforme m ­ ethode voor het vergaren en presenteren van publieksgegevens is naar onze mening wenselijk. De organisaties bereiken hun publiek via de reguliere kanalen zoals advertenties, Driehoeks borden, persaandacht, eigen nieuwsbrieven, mond op mondreclame en de sociale media. Maar ook rond voorstellingen, producties en projecten, bij­voorbeeld door workshops, i­ ­nleidingen en ‘after talks’. Sommige gezelschappen, zoals BOT en Arnhemse Meisjes, richten zich heel specifiek op b ­ ezoekers van internationale theaterfestivals (Oerol, de Parade, Karavaan) en op het maken van locatievoorstellingen. De locatievoorstellingen kunnen ook tot stand komen in co creatie met inwoners (wijkproject Thuishaaf van De Plaats). De HipHopHub/Soul Cypher richt zich op de groeiende brede hiphop community in Arnhem, een laagdrempelige cultuur waarin makers en bezoekers deel uitmaken van één community. LuxorLive programmeert voor een breed Arnhems publiek van populaire dance in de Coberco fabriek tot nieuwe bandjes uit stad en regio in de kleine zaal.

De grotere (BIS)instellingen besteden aandacht aan gericht doelgroepenonderzoek op basis waarvan ze hun strategie voor publieksontwikkeling formuleren. Dat is ook een specifiek onderdeel van de subsidievoorwaarden van het Ministerie van OCW. De publieksonderzoeken gaan uit van verschillende uitgangspunten en indelingen (zoals het Culturele Doelgroepen Model, Whize, ECM). Kleinere instellingen baseren zich bij publieksbereik vooral op hun ervaring en praktijkinzichten, ook omdat de menskracht en middelen ontbreken om het anders te doen. De meeste podia in Arnhem kiezen behalve voor het programmeren van podiumkunst ook voor a ­ ndere taken, zoals coproduceren, talentontwikkeling, educatie en het uitvoeren van sociaal-­artistieke projecten. Musis & Stadstheater heeft een brede programmeringstaak en toont nagenoeg alle podiumkunsten vanuit een b ­ rede publieksbenadering. Het wil ook een diverser en jonger publiek bereiken door te coproduceren met (huis)gezelschappen en het b ­ eschikbaar stellen van de nieuwe kleine zaal (vlakke vloer) aan jong talent.

Arnhem kent meerdere ­podia die productie­faciliteiten bieden en vaak een eigen doelgroep hebben: Theater aan de Rijn (ontwikkelinstelling, gericht op opkomende makers en jong publiek), Theater de Leeuw (kleinere musicals, amateurs), ­Zu Hauze (interdisciplinair) en Hiphophub/Soulcypher (hiphop), Focus Filmtheater (filmliefhebbers), Posttheater (cabaret en kleinkunst) en LuxorLive (breed pop­publiek en niches). De meeste van deze instellingen produceren én programmeren en besteden veel aandacht aan het bereiken van nieuwe doelgroepen. Nagenoeg alle instellingen verzorgen dus educatieprojecten in Arnhem en in de randgemeenten (soms ook landelijk) die een belangrijke rol spelen bij de publieks­ontwikkeling. Zo zijn Introdans en Oostpool al jaren voortrekkers op het gebied van (nieuwe vormen van) educatie. Filmtheater Focus heeft een groot bereik in de doelgroepen die zij bedient met haar programmering, thematische festivals en (educatie) projecten. In zijn algemeenheid kan dus worden gezegd dat de Arnhemse podiuminstellingen een groot en breed publiek bereiken. Arnhem kent ook specifieke subculturen, zo groeit er rond Theater aan de Rijn een community van makers en publiek dat geïnteresseerd is in innovatieve, experimentele vormen van programmeren.

­Er zijn grote verschillen te zien in omvang, schaal en publieksbereik bij de podia en m ­ akers: het aantal bezoekers varieert van 100 tot 120.000 bezoekers per jaar. Die grote bandbreedte zegt iets over de diversiteit van de sector. De meeste instellingen spreken de ambitie uit om een meer divers publiek te bereiken. Het uitspreken van die ambitie is niet voldoende, het vraagt om concrete plannen en daar is bij een flink aantal instellingen nog wel winst te behalen. Het ontbreekt ons echter aan inzicht om daar per instelling een oordeel over te geven.

Publieksontwikkeling en publieksbereik Ligthart & Zoutman

Blz. 29

Aanbevelingen ǧ

ǧ

ǧ

Een gedeelde aanpak voor publieksbereik en –ontwikkeling ontbreekt. We menen dat het belangrijk is dat de gemeente hierover beleid formuleert. Van instellingen mag worden gevraagd om in hun plannen aan te geven wat hun doelstellingen zijn op het gebied van publieksbereik, publiekssegmentatie en de impact die ze willen realiseren. Als daar overeenstemming over is dan is het toetsen van resultaten eenvoudiger. Er is veel kennis aanwezig, maar niemand heeft het overzicht over de sector. Dat geldt voor publieksbereik maar ook breder. Dat maakt datagedreven werken vanuit een gemeenschappelijke informatiepositie lastig en ook de vertaling van de kennis naar de uitvoeringspraktijk (disseminatie) blijft daardoor achter. De centrale uitdaging hiervoor is versterken van de culturele intelligence: kennisdeling, die nodig is voor ontwikkeling, besluitvorming en uitvoering. Een belangrijke uitkomst van ons onderzoek is dus dat er bij de culturele instellingen in Arnhem weinig gedeelde kennis is over publiek en publieks­onderzoek. Als de gemeente Arnhem zoveel mogelijk Arnhemmers (breed, divers en toegankelijk) wil bereiken met kunst en cultuur kan een gezamenlijke aanpak helpen: Maak op stedelijk niveau afspraken over welke doelgroepen door wie het beste kunnen worden bereikt.

In Rotterdam is door Rotterdam Festivals een aanpak ontwikkeld waarbij voor alle (structureel gesubsidieerde) instellingen vraag en aanbod in kaart werd gebracht met behulp van het Culturele Doelgroepen Model (Whize). Elke organisatie krijgt jaarlijks een publieksanalyse van de culturele doelgroepen die zij bereikt. Instellingen kunnen hun eigen bereik vergelijken met andere instellingen (benchmark) en krijgen suggesties voor samenwerking met andere instellingen en voor verbreding of versterking van het publiek. Los van de typeringen van de persona’s, die leiden tot veel discussies, heeft het Culturele Doelgroepen Model het gesprek over publiekbereik geprofessionaliseerd (één taal) en helpt het om keuzes te maken: welke instelling kiest voor welk publiek? Het Culturele Doelgroepen Model is een exportproduct geworden, o.a. in Utrecht en Den Haag wordt het gehanteerd. Ook individuele instellingen in Arnhem zoals Phion gebruiken dit model al.

Publieksontwikkeling en publieksbereik Ligthart & Zoutman

Blz. 30

8 Accommodaties

Elske Nissen

De gemeente Arnhem heeft in de afgelopen periode flink geïnvesteerd in cultureel vastgoed, zoals in de renovatie van Musis (25 miljoen) en de vernieuwbouw van het Stadstheater (ca.75 miljoen). Theater aan de Rijn heeft een voorstel voor uitbreiding met een nieuwe zaal bij de gemeente ingediend. Oostpool en Introdans ontwikkelden plannen voor repetitieruimtes. De gemeente en de provincie Gelderland hebben daarvoor een bijdrage toegezegd. Veel geïnterviewden noemen het cultuurbeleid van de gemeente Arnhem daarom vooral ‘vastgoedbeleid’. In de gesprekken komt een aantal knelpunten aan de orde: ǧ De huisvesting van veel makers, zoals BOT, Arnhemse Meisjes en Zuhause is op korte termijn onzeker, en vraagt om oplossingen. ǧ Veel jonge makers en gezelschappen werken in gebouwen die vallen onder leeg­­standsbeheer: zonder ­verwarming, niet duurzaam, waarbij de veiligheid te wensen overlaat en opgeslagen materialen en installaties niet te verzekeren zijn. ǧ Er is een tekort aan passende werkruimte voor jonge makers en gezel­schappen, van dans tot theater, ­muziek, en voor de groeiende hiphop scene.

ǧ Er is grote behoefte aan ‘regelvrije’ ruimtes en broedplaatsen: ruimten voor korte of langere tijd met zo min mogelijk protocollen en belemmerende ­systemen voor de professionals, met een ‘hub-functie’ die uitnodigt tot uit­wisseling, samenwerken, kennisdeling en discipline-overstijgende samen­werking. R ­ edelijk geprijsde huisvesting, waarin faciliteiten als verwarming, opslag en dergelijke geregeld zijn. ǧ Meerdere makers zijn actief in educatieve en/of participatieprojecten. Ook die passen in een broedplaats en bieden meerwaarde voor de ontwikkeling in de directe omgeving van de broedplaats. ǧ In Arnhem is nergens de verantwoordelijkheid belegd voor het verzamelen van kennis over beschikbare (tijdelijke) ruimte voor podiumkunsten en de ver­deling ervan zoals in andere steden (o.a. Rotterdam en Enschede). SLAK is vooral actief met ateliers voor beeldende kunst. ǧ De vraag is welk vastgoed de gemeente nog zelf in beheer heeft en of de ­gemeente met een cultureel doel, aansluitend bij de stedelijke ontwikkeling, vastgoed zou willen verwerven of ontwikkelen. ǧ De zorgen voor de ene partij kunnen niet uitgeruild worden tegen de kansen van anderen, maar de vraag is wel om samenhang en heldere politieke keuzes. Twee actuele situaties komen in veel gesprekken aan de orde. We gaan daar nader op in.

Theater aan de Rijn en Musis & Stadstheater Theater aan de Rijn ambieert een extra nieuwe zaal omdat er momenteel ruimte­gebrek is voor de voorstellingen en repetities van hun eigen productiehuis. De organisatie meent dat gebruik van de nieuw te bouwen vlakke vloerzaal van het Stads­theater het ruimtegebrek niet zal oplossen, omdat “hun” makers qua ontwikkeling nog niet toe zijn aan spelen in een schouwburgzaal, en ook dat het verschil in sfeer en makers cultuur met het Stadstheater te groot is. Het Stadstheater geeft aan dat zij nu een vlakke vloerzaal bouwen die juist geschikt is voor jonge makers en die ook bijdraagt aan de diversiteit van het aanbod. Beide instellingen menen dat het niet eenvoudig is om afspraken te maken over gebruik en programmering van die zaal, over de zeggenschap, risico’s en kosten. In hoeverre daar al veel in is geïnvesteerd is niet duidelijk. Wij menen dat het belangrijk is om dit vraagstuk te bezien vanuit het perspectief van de samenhang in de keten. Vlakke vloerzalen zijn ontstaan uit de wens om uit het lijsttoneel te stappen, om meer interactie te hebben met publiek en zijn daarmee uitermate geschikt als podium voor jong talent, dat zich doorontwikkeld uit de productiehuis-omgeving. Jonge makers trekken bovendien jong en divers publiek aan, een wens die wordt geuit door het Stadstheater.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=0310a5ca-3f8a-4d26-8768-5a90cfbb9827