Bijlage 2c - Bijlagen - deel 2
Tekst van het document
Nader onderzoek ecologie Nijmeegse weg, Arnhem
Pagina |4
1.
Inleiding Gemeente Arnhem is voornemens om aan de Nijmeegseweg in Arnhem nieuwe woningen te realiseren. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden moet rekening worden gehouden met beschermde soorten; er mogen geen negatieve effecten op deze soorten ontstaan. Hiervoor is in januari 2022 door Ekoza (Ekoza, rapportnummer 21.345) een quickscan flora en fauna uitgevoerd, waaruit naar voren is gekomen dat binnen het projectgebied de sleedoornpage kan voorkomen en dat vleermuizen verblijfplaatsen en/of een essentiële vliegroute binnen het projectgebied hebben. Deze soorten zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Dit onderzoek heeft ten doel het vaststellen, dan wel uitsluiten van de aanwezigheid van vleermuizen en sleedoornpage binnen het projectgebied. Indien deze soorten aanwezig zijn vindt een beoordeling plaats naar de effecten van de werkzaamheden op deze soorten en de populatie. Hieruit volgt of verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming al dan niet worden overtreden en of er een noodzaak is tot het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming. In hoofdstuk 2 staat het wettelijke kader uiteengezet, waaraan getoetst dient te worden. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het onderzoeksgebied en de voorgenomen ingrepen. Hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van de onderzoeksmethodes die gebruikt zijn.
In hoofdstuk 5 worden de resultaten van het onderzoek besproken en getoetst aan de Wet natuurbescherming. Ten slotte zijn in hoofdstuk 6 de conclusies en aanbevelingen beschreven.
Nader onderzoek ecologie Nijmeegse weg, Arnhem
Pagina |5
2.
Wettelijk kader Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Het bevoegd gezag ligt bij de provincies. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor handelingen en projecten in gebruik, beheer of aanleg door het Rijk, zoals hoofdwegen, spoorwegen, hoofdvaarwegen, waterkeringen, militaire terreinen, gastransportnet, hoogspanningsleidingen, delfstoffen, kustlijn, bepaalde visserij etc. De Wet natuurbescherming is gericht op de bescherming van: • Natura 2000-gebieden; • Soorten; • Houtopstanden. Dit onderzoek heeft enkel betrekking op soorten, in dit geval vleermuizen en sleedoornpage. In dit hoofdstuk is daarom ook alleen de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming uitgelicht.
2.1 Soorten Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes: • soorten van de Vogelrichtlijn; • soorten van de Habitatrichtlijn; • andere soorten.
Vogelrichtlijnsoorten Onder de soorten van de Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Ingevolge artikel 3.1 is het verboden om: 1. Opzettelijk vogels te doden of te vangen; 2. Opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en -eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen; 3. Eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben; 4. Opzettelijk vogels te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Habitatrichtlijnsoorten Onder de soorten van de Habitatrichtlijn vallen soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage I van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. Wat betreft deze soorten is het ingevolge artikel 3.5 (Bern bijl. II, Bonn bijl. I) verboden om: 1. Opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2. Opzettelijk dieren te verstoren; 3. Opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen; 4. Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; Nader onderzoek ecologie Nijmeegse weg, Arnhem
Pagina |6
5. Opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Wat betreft deze soorten is het ingevolge artikel 3.6 (Bern bijl. I en II, Bonn bijl. I) verboden om dieren of planten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te koop of te ruil aan te bieden, tenzij het gaat om aantoonbaar gefokte of gekweekte dieren of planten.
Andere soorten Onder het beschermingsregime andere soorten vallen soorten waarvan er geen Europese verplichting tot bescherming is. Dit zijn soorten die vanuit nationaal belang extra bescherming behoeven. De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Dit project valt onder het bevoegd gezag van de provincie Gelderland. Ingevolge de Wet natuurbescherming artikel 3.10 is het verboden om: 1. Opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2. Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; 3. Opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Zorgplicht Artikel 1.11 Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor eenieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Het betreft bovendien niet alleen dieren en planten van soorten waarvoor de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn specifieke beschermingsmaatregelen eisen, maar alle in het wild levende dieren en planten. De zorgplicht is als een open norm geformuleerd in het eerste lid van artikel 1.11. In het tweede lid wordt de zorgplicht iets geconcretiseerd door te bepalen dat de zorgplicht in elk geval inhoudt dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: • dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, • indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of • voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Voor de bescherming van dieren en planten van soorten waarvoor geen specifiek beschermingsregime geldt op grond van hoofdstuk 3, heeft de zorgplicht zelfstandig betekenis.
Op grond van de zorgplichtbepaling moeten schadelijke handelingen in beginsel achterwege worden gelaten dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen. Nader onderzoek ecologie Nijmeegse weg, Arnhem
Pagina |7
Jaarrond beschermde nesten Nesten van vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd, de nesten van soorten in categorie 5 zijn beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn. Categorieën: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. 5. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Enkele provincies, zoals Limburg en Overijssel, hebben hun eigen lijst van jaarrond beschermde nesten van vogelsoorten.
Nader onderzoek ecologie Nijmeegse weg, Arnhem
Pagina |8
3.
Projectgebied
3.1 Gebiedsbeschrijving Het projectgebied bestaat uit drie deelgebieden langs de Nijmeegseweg in Arnhem-Zuid, provincie Gelderland. Het projectgebied bevindt zich in de woonwijk Malburgen, ten noordoosten van het voetbalstadion Gelredome. In de omgeving van het projectgebied liggen de waterrijke gebieden Meinerswijk en het Immerloopark en lopen de rivieren de Nederrijn en de IJssel. De dorpen Oosterbeek en Westervoort en de stad Huissen liggen nabij dit gedeelte van Arnhem. In Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. is de globale ligging van het projectgebied weergegeven.
Figuur 1. Globale ligging van het projectgebied. De deelgebieden zijn onbebouwde locaties bestaande uit grasvelden met bomen en struiken. In deelgebied 2 is een speeltuin aanwezig. In deelgebied 3 ligt een wandelpad en in het zuidwestelijke deel liggen sloten. De Meldestraat doorkruist deelgebied 3. Verder bestaat het projectgebied uit een deel van de Nijmeegseweg en een deel van de middenberm van de weg. De middenberm bestaat uit gras met populieren. In Figuur 2 zijn de deelgebieden aangegeven en Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. geeft een impressie van het projectgebied.
Nader onderzoek ecologie Nijmeegse weg, Arnhem
Pagina |9
Figuur 2. Ligging van de drie deelgebieden..
1
1
2
2
Nader onderzoek ecologie Nijmeegse weg, Arnhem
P a g i n a | 10
3
3
3
3
Overig
Overig
Figuur 3. Impressie van het projectgebied. Van boven naar beneden: deelgebied 1, deelgebied 2, deelgebied 3, de weg en bermen.
3.2 Voorgenomen ingreep Gemeente Arnhem is voornemens om aan de Nijmeegseweg in Arnhem woningen en groen te realiseren. Tevens worden er aanpassingen aan de kruispunten en de bermen gedaan. In Figuur 4 zijn de geplande werkzaamheden aangegeven op een kaart. Voor de werkzaamheden wordt in de bodem gewerkt, er worden bomen en struiken gerooid en er wordt in sloten gewerkt. De bomen op de middenberm blijven ongemoeid Binnen het projectgebied bevindt zich geen bebouwing. De planning is onbekend.
Nader onderzoek ecologie Nijmeegse weg, Arnhem
P a g i n a | 11
Figuur 4. Planvoornemen.
Nader onderzoek ecologie Nijmeegse weg, Arnhem
P a g i n a | 12
4.
Onderzoeksmethode Iedere dier- en plantengroep behoeft zijn eigen methode van inventarisatie om een zo goed mogelijk beeld te verkrijgen van de betekenis van het projectgebied voor de betreffende soorten of groepen. Vleermuizen zijn zwaar beschermde soorten die onder de Habitatrichtlijn vallen. De sleedoornpage valt onder het beschermingsregime ‘Andere soorten’.
4.1 Vleermuizen Vleermuizen kunnen over het algemeen worden ingedeeld in gebouwbewonende en boombewonende soorten, hoewel dit gedurende het jaar kan veranderen. Dit onderzoek richt zich op soorten die in bomen verblijven, omdat er bomen gekapt moeten worden. Daarnaast hangen er enkele vleermuiskasten aan bomen waar vleermuizen in kunnen zitten. Soorten die worden aangemerkt als boombewoners zijn bijvoorbeeld rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis en watervleermuis, maar ook de gewone dwergvleermuis wordt wel eens in bomen aangetroffen. Deze soorten verblijven dan meestal in verlaten spechtenholten of in holten die zijn ontstaan door rotting na het afbreken van een tak. Vleermuizen zijn locatietrouw en maken vaak jarenlang gebruik van hetzelfde netwerk aan verblijfplaatsen. Aan het begin van de zomer vormen de vrouwtjes kraamkolonies in daarvoor geschikte verblijfplaatsen. Hier brengen ze hun jongen groot. De mannetjes verblijven vaak solitair of in kleine groepjes bij elkaar in zomerverblijven. Vanaf half augustus bezetten de mannetjes de paarverblijven van waar ze al roepend vrouwtjes proberen te lokken. Vooral rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en gewone dwergvleermuis laten zich horen. De gewone dwergvleermuis vliegen al roepend rond in de buurt van de verblijfplaats.
Rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis roepen vaak vanuit de verblijfplaats.
Inventarisatie Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd op basis van het vleermuisprotocol 2021 van het Netwerk Groene Bureaus. Het onderzoek is gericht op het vaststellen van de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen in de te kappen bomen en in enkele vleermuiskasten die aan de bomen hangen. Het veldonderzoek is uitgevoerd in de periode begin juni t/m half september 2022 (Tabel 1).
Tabel 1. Bezoekdata en weersomstandigheden tijdens het vleermuisonderzoek. Bezoek
Datum
Tijd
Zon onder/op
Bewolking
Wind (Bft.)
Temp. (°C)
1
3-6-2022
3:20-5:35
5:28
helder
2
11
2
8-7-2022
3:25-5:40
5:34
Licht bewolkt
2
12
3
22-8-2022
22:00-24:00
20:54
bewolkt
1
14
4
12-9-2022
21:00-23:15
20:06
bewolkt
2
11
Nader onderzoek ecologie Nijmeegse weg, Arnhem
P a g i n a | 13
Het veldonderzoek is uitgevoerd door middel van 4 inventarisatierondes. Omdat er meerdere bomen met holtes en enkele vleermuiskasten in het projectgebied aanwezig zijn, zijn de bezoeken in de zomerperiode uitgevoerd door 5 personen en in de paartijd met 2 personen. In de paartijd kunnen vleermuizen de hele nacht roepen waardoor er meer tijd is om verblijfplaatsen op te sporen en kan het onderzoek met minder personen worden uitgevoerd. De onderzoeken zijn uitgevoerd bij goed vleermuisweer: weinig wind, geen regen en een temperatuur van boven de 10 graden Celsius. Tussen de verschillende inventarisatierondes zit een minimaal bepaalde periode om de veldwaarnemingen zo goed mogelijk te verdelen over de optimale periode voor elke waar te nemen functie per soort. Voor de inventarisatie van de vleermuizen is gebruik gemaakt van een batdetector met timeexpension (Petterson D240x) en een Batscanner (Elekton). Bij de batscanner wordt de piekfrequentie van vleermuizen direct weergegeven. Ook als een vleermuis snel langs vliegt. Zo worden er geen soorten gemist. Daarnaast is tijdens één avondronde in de paartijd aanvullend gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera van het type ‘FLIR Scion OTM’. Zowel in de zomer- als in de paarperiode zijn overdag de kasten bekeken op bewoning door er vanaf onder in te schijnen. Dit is uitgevoerd op de dagen dat ook het batdetectorwerk is uitgevoerd.
Hiermee konden eventuele zomerverblijven van gewone dwergvleermuizen in de kasten worden opgespoord. Zomerperiode In de periode 1 juni t/m 15 juli 2022 zijn 2 ochtendbezoeken uitgevoerd. De bezoeken in deze periode zijn gericht op het vinden van kraam,- en zomerverblijven. Tijdens de ochtend blijven vleermuizen een tijdje zwermen voor hun verblijfplaats voordat ze naar binnen gaan. Omdat het zwermen meer tijd in beslag neemt dan het uitvliegen in de avond zijn verblijfplaatsen in bomen ’s ochtends makkelijker te vinden. Sommige soorten zwermen al als het nog donker is. Het gebruik van een zaklamp helpt om de dieren te zien. Het ochtendbezoek is 2,5 uur voor zonsopkomst gestart en geëindigd bij zonsopkomst. Tussen de onderzoeksrondes zit een periode van minimaal 20 dagen. Paarperiode In de periode 15 augustus t/m 15 september 2022 zijn 2 avondbezoeken uitgevoerd. De bezoeken in deze periode zijn gericht op het vinden van paarverblijven. In de paartijd proberen mannetjes met luid geroep vrouwtjes naar hun verblijfplaatsen te lokken. Het onderzoek naar paarverblijven start minimaal een uur na zonsondergang. Omdat het dan al donker is, is het vlieggedrag van vleermuizen minder zichtbaar. Om inzicht te krijgen in het gedrag en het bepalen van de verblijfslocaties is gebruik gemaakt van een zaklamp en van een warmtebeeldcamera.
Tussen de onderzoeksrondes zit een periode van minimaal 20 dagen.
4.2 Sleedoornpage De sleedoornpage komt voor op een aantal locaties in Overijssel, langs de randen van de Veluwe, op de Utrechtse Heuvelrug, op en een enkele locatie in Noord-Brabant en in ZuidLimburg. Er leven ook steeds meer populaties in het stedelijk gebied. In Arnhem Zuid, en ook in de nabije omgeving van het projectgebied worden eitjes van sleedoornpage in struwelen Nader onderzoek ecologie Nijmeegse weg, Arnhem
P a g i n a | 14
met sleedoornpage aangetroffen. Zoals in struiken langs de Nijmeegse weg (buiten het projectgebied), Batavierenweg en langs de Malburgse Bandijk. De sleedoornpage is weinig mobiel en vliegt zelden verder dan enkele honderden meters langs bosrand of struweel. De vlinder overwintert als ei, die afgezet worden op sleedoorn en soms ook op andere Prunus-soorten. De eitjes worden op de overgang van ouder naar jonger hout (twee- of driejarig) gelegd, in de oksel van een doorn of tak. Dit gebeurt vrijwel altijd aan de zonnige zuidzijde van de struik. In de omgeving staan markante, vrijstaande bomen (ontmoetingsbomen) waar de mannetjes zich in de hoge kruinen verzamelen en waar de vrouwtjes die uit de pop kruipen direct naar toe vliegen. De mannetjes voeden zich met honingdauw en de vrouwtjes voeden zich daarnaast ook met nectar van o.a. guldenroede en koninginnekruid voor de ontwikkeling van de eitjes.
Inventarisatie Voor het onderzoek naar sleedoornpage is geen onderzoeksprotocol beschikbaar. De vlinders leven veel in de kruinen van hoge bomen en worden slechts weinig gezien. Het onderzoek naar sleedoornpage is dan ook gericht op het zoeken naar eitjes op de takken van sleedoorns of andere Prunus-soorten en wordt in de winterperiode uitgevoerd. De sleedoorns zijn dan kaal, waardoor de witte, afgeplatte bolle eitjes zichtbaar zijn. Op 7 februari 2023 zijn de hagen die verwijderd gaan worden (deelgebied 2) gecontroleerd op de aanwezigheid van sleedoornpage eitjes.
4.3 Effectenbeoordeling Als er beschermde soorten in het projectgebied aanwezig zijn, vindt een effectenbeoordeling plaats. Aan de hand van de ingreep worden de effecten van de activiteiten op de aanwezige soort bepaald. Effecten kunnen optreden tijdens de realisatiefase van het project en zijn dan tijdelijk van aard, maar kunnen ook in de gebruiksfase optreden en zijn dan permanent van aard. Effecten van de ingreep op aanwezige soorten zijn sterk afhankelijk van een aantal variabelen, zoals: de voorgenomen werkzaamheden, de exacte locatie, de periode van het jaar, het tijdstip van de dag, de doorlooptijd van de werkzaamheden, de gebruikte machines of materialen, enzovoort. Verder is het van belang te weten welke effecten de werkzaamheden hebben op de gunstige staat van instandhouding van de soort. Onderzocht wordt of de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden, een ontheffing noodzakelijk is en of daaruit voortvloeiende verplichtingen in de vorm van mitigatie of compensatie noodzakelijk zijn.
Nader onderzoek ecologie Nijmeegse weg, Arnhem
P a g i n a | 15
5.
Resultaten
5.1 Vleermuizen Zomerperiode Er is met de batdetector gezocht naar zwermende dieren rondom de bomen. Er zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen. Op beide ochtenden zijn wel enkele foeragerende gewone dwergvleermuizen gehoord en zijn er enkele rosse vleermuizen overgevlogen. De dwergvleermuizen bleven steeds maar even rond de bomen jagen en vertrokken naar de omliggende woonwijken. De rosse vleermuizen vlogen hoog over en hadden geen enkele binding met de bomen. Na het licht worden zijn de vleermuiskasten die aan de boom hingen gecontroleerd op de aanwezigheid van eventuele gewone- of ruige dwergvleermuizen. Er is geen enkel dier in de kasten aangetroffen. Paarperiode Er zijn verschillende gewone dwergvleermuizen roepend gehoord maar geen van de dieren had binding met de bomen in het onderzoeksgebied. Alle paarterritoria lagen in de woonwijken in de omgeving. Er zijn geen andere paarroepen van andere soorten gehoord. Wel vlogen er enkele keren een rosse vleermuis en een laatvlieger voorbij. Op dezelfde dag van het batdetectoronderzoek zijn de kasten bekeken. Er zijn geen vleermuizen in de kasten aangetroffen. Daarmee kunnen zomerverblijven van dwergvleermuizen worden uitgesloten.
Effectenbeoordeling Er zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen om die reden is er geen effect te verwachten.
5.2 Sleedoornpage In de hagen die om de speeltuin staan zijn na zorgvuldig zoeken geen eitjes van de sleedoornpage aangetroffen.
Effectenbeoordeling Er zijn geen negatieve effecten van de werkzaamheden op sleedoornpage.
Nader onderzoek ecologie Nijmeegse weg, Arnhem
P a g i n a | 16
6.
Conclusies De Wet natuurbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van soorten in hun natuurlijk leefgebied. Niet alleen de instandhouding van verblijfplaatsen is van belang, maar ook de instandhouding van het leefgebied. Te allen tijde dient men de zorgplicht in acht te nemen. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. De zorgplicht geldt voor alle planten en dieren, beschermd of niet.
6.1 Vleermuizen Er zijn geen vleermuisverblijven in de bomen aanwezig. Daarmee is er geen ontheffing nodig in het kader van de Wet natuurbescherming.
6.2 Sleedoornpage Negatieve effecten op sleedoornpage zijn uitgesloten. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig.
Nader onderzoek ecologie Nijmeegse weg, Arnhem
P a g i n a | 17
Bronnen Literatuur • • • • • • • • • •
Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Kanters & J.C. Buys 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur van Nederland 12: 1-432. Ekoza, 2022. QS Flora en Fauna Nijmeegseweg te Arnhem. Ekoza, rapportnummer21.345a, Velp Kapteyn, K. 1995. Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Schuyt & Co, Haarlem. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12. Kennisdocument Gewone grootoorvleermuis Plecotus auritus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12. Kennisdocument Rosse vleermuis Nyctalus noctula. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12. Kennisdocument Watervleermuis Myotis daubentonii. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12. Limpens, H., Mosterd, K. & Bongers, W. 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. Onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV, Utrecht. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2021) Vleermuisprotocol 2021, januari 2021. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl
Websites • • • • • • •
https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/ https://wetten.overheid.nl/BWBR0038668/ www.google.nl/maps www.ndff.nl www.openstreetmap.org www.verspreidingsatlas.nl www.zoogdiervereniging.nl
Nader onderzoek ecologie Nijmeegse weg, Arnhem
PROJECT “Nijmeegseweg” Projectcode: V800020
AFWEGINGSRAPPORTAGE BOMEN IN PROJECT Nijmeegseweg fase 1 Deel A Voorbereidingsfase
Opgesteld door Groenontwerper Projectleider
Naam
Datum bijgewerkt 23-06-2025
Versie 6 1
2
1. INLEIDING ........................................................................................................................................ 4 2. INITIATIEFFASE .............................................................................................................................. 5
2.1 Aanleiding project ........................................................................................................................ 5 2.2 Mogelijkheid boominclusief ontwerpen .................................................................................... 5 2.2.1. Invloed werkzaamheden/ontwerp op bomen ........................................................................ 5 2.2.2. Mogelijkheden boominclusief ontwerpen ............................................................................. 5 2.2.3. Landschappelijke kansen binnen het project. ....................................................................... 6 2.3 Waardering bomen (groenontwerper) ...................................................................................... 6 2.3.1 Waardering ................................................................................................................................ 6 2.3.2. Staat van de bomen beheertechnisch .................................................................................... 7 2.3.3. Waardebepaling ....................................................................................................................... 7 2.4 Juridische bescherming bomen ................................................................................................. 7 2.4.1.
Bestemmingsplan .................................................................................................................... 7 2.4.2. APV en Omgevingswet ............................................................................................................ 8 2.4.3. Wet natuurbescherming .......................................................................................................... 8 2.5 Bomenbalans ................................................................................................................................ 8 2.6 Communicatie .............................................................................................................................. 9 2.7 Conclusie initiatieffase ................................................................................................................ 9 3. DEFINITIEFASE ............................................................................................................................. 10
3.1 Groen en bomen in het ontwerp .............................................................................................. 10 3.1.1. Boominclusief ontwerpen en voorzieningen te behouden bomen. .................................. 10 3.1.2. Locaties en voorzieningen te verplanten bomen. ............................................................... 10 3.1.3. Mogelijkheden voor meer groen in het ontwerp. ............................................................... 10 3.2 Compensatie groen en bomen ................................................................................................. 10 3.2.1 Werkwijze compensatie .......................................................................................................... 10 3.2.2 Bepalen vorm van compensatie ............................................................................................ 10 3.3 Kosten boominclusief ontwerpen ............................................................................................ 11 3.4 Communicatie ............................................................................................................................ 11 3.4.1 Communicatie richting politiek. .............................................................................................
11 3.4.2 Communicatie richting de wijk .............................................................................................. 11 3.5 Conclusie definitiefase .............................................................................................................. 13
3
1. INLEIDING Het Bomenplan 2020 heeft als doel: Meer (buitengewone) bomen in Arnhem, meer groenmassa in de vorm van meer boomkroonoppervlakte en daardoor een nog groenere stad. Uitgangspunt daarbij is kwaliteit en toekomstbestendigheid: De juiste boom op de juiste plek in optimale groeiplaatsomstandigheden. Dit geldt zowel voor bestaande als nieuw te planten bomen. We willen een betere bescherming van bomen. Het belang van bomen vraagt om meer aandacht en transparantie in besluitvorming en communicatie. Door het opstellen van deze afwegingenrapportage wordt invulling gegeven aan het bomenbeleid zodat op basis van een integrale, inzichtelijke afweging keuzes worden gemaakt over bomen. Het invullen van de afwegingenrapportage "Bomen in Projecten" start in de initiatieffase. Het is een dynamisch document waarin de informatie over het proces rondom bomen, gedurende alle fasen in een project bijgehouden wordt. Alle resultaten en conclusies over bomen wordt in of als bijlagen bij dit document verzameld.
4
Initiatieffase
Definitiefase
Ontwerpfase
Contractfase
Realisatiefase
Nazorgfase
2. INITIATIEFFASE
In deze fase wordt informatie verzameld over de bomen en de invloed van het project op de bomen en vice versa. Einde initiatieffase wordt de scope vastgesteld en is duidelijk voor welke bomen een integrale afweging gemaakt moet worden.
2.1 Aanleiding project Het plangebied rondom de Nijmeegseweg staat al lange tijd op de stadsagenda om tot (woningbouw)ontwikkeling te komen. In 1997 werd er al gesproken over een (woningbouw)ontwikkeling aan de Nijmeegseweg, waarbij de basis is terug te vinden in het ontwikkelingsplan Malburgen uit 1997. Ontwikkelingsplan Malburgen 1997 Het project Nijmeegseweg vindt zijn grondslag in het Ontwikkelingsplan Malburgen uit 1997. Hierin is benoemd dat de Nijmeegseweg een groene stadsboulevard kan worden die centraal in de wijk ligt en zo de beide delen van de wijk aan elkaar verbindt. Dat vraagt om een smaller profiel met aan beide zijden bebouwing die met elkaar in relatie staat en met bomen tussen de rijbanen. Deze stadsboulevard verbindt niet alleen de twee delen van Malburgen, maar verbindt Malburgen ook met de stad. De versmalling van het profiel wordt gerealiseerd door de oostelijke rijbaan naar de westelijke zijde op te schuiven. De gebiedsontwikkeling in Malburgen heeft de afgelopen jaren plaats gevonden. Het project Nijmeegseweg is één van de laatste projecten op basis van het Ontwikkelingsplan. In 2010 zijn de flats aan de westzijde van het plangebied gesloopt. De ideeën voor een stadsboulevard zijn in het huidige stedenbouwkundig plan uitgewerkt tot een Malburgse bosschage.
Woningbouw opgave Arnhem staat voor een grote binnenstedelijke woningbouw van ongeveer 17.000 woningen. De planontwikkeling aan de Nijmeegseweg kan een bijdrage leveren in de woningbouwopgave waarbij het voordeel is dat wij als gemeente Arnhem deze gronden in ons bezit hebben en daarmee mogelijk een versnelling kunnen bewerkstelligen.
5
2.2 Mogelijkheid boom inclusief ontwerpen 2.2.1. Invloed werkzaamheden/ontwerp op bomen
Schetsontwerp Nijmeegseweg fase 1
In de initiatieffase voor fase 1 is er bij het proces om te komen tot een stedenbouwkundig plan zoveel mogelijk rekening gehouden met bestaande bomen. Nieuwbouw is gepland op de locaties waar de oude flats zijn gesloopt. De inrichting van De Monchypark houdt rekening met de bestaande bomen. 2.2.2. Mogelijkheden boom inclusief ontwerpen De individuele bomen, bomenrijen of boomgroepen staan op dit moment in grote groenstroken die worden omsloten door verschillende verkeersstromen. Enerzijds zijn dit fietspaden en wandelpaden en anderzijds zijn dit rijbanen. Op deze groenstroken is nu woningbouw voorzien. De geplande woningbouw voor fase 1 moet dusdanig worden ingepast dat er zoveel mogelijk bomen behouden kunnen blijven. De stedenbouwkundige invulling van het plan houdt hier rekening mee. Mochten er bomen toch niet ingepast kunnen worden zullen we de mogelijkheden onderzoeken om de bomen te verplanten. Als dit niet mogelijk blijkt, worden de bomen kwalitatief gecompenseerd. In het schetsontwerp is vanaf het begin van het proces als uitgangspunt gehanteerd dat de zuidelijke entree van de Nijmeegseweg wordt geaccentueerd met een markant gebouw – het entreegebouw. Ter hoogte van dit toekomstige entreegebouw ligt een spontaan tot ontwikkeling gekomen struweel met struiken en tot boom uitgroeiende zaailingen.
Door de positionering van het gebouw kan dit struweel niet worden gehandhaafd. De compensatie wordt gevonden op- en aan het gebouw zelf in de vorm van een groen levend gebouw en door het aanplanten van ± 100 nieuwe bomen in de omgeving buiten de grenzen van het plangebied in de wijk Malburgen. 6
2.2.3. Landschappelijke kansen binnen het project. Het schetsontwerp biedt de kans een robuuste groenstructuur te creëren en de ecologisch verbinding ter hoogte van de Meldestraat te realiseren. Waardevolle bomen worden ingepast of verplant. Tussen de nieuwe gebouwen komen ‘pocketparkjes’ met een meerwaarde voor de gebruikers en met waarden voor de biodiversiteit. De weg-begeleidende beplanting met Lindes en Essen, aan de westzijde van de Nijmeegseweg blijft intact. Het de Monchypark transformeert van ‘kijkgroen’ naar een gebruikspark.
2.3 Waardering bomen In deze paragraaf wordt de beheers- en beleidsmatige waarde en de kwaliteit bepaald van de bomen. 2.3.1 Waardering In het Bomenplan is een waarderingstabel opgenomen om te bepalen of een boom een Buitengewone gemeentelijke boom is. Bij één of meer keer 'ja' is er sprake van een Buitengewone gemeentelijke boom.
Waarderingstabel gemeentelijke boom
Ja / Nee
Voldoet de boom aan één of meerde waardencriteria? -
Landelijk monument
Nee
-
Gemeentelijk monument
Nee
-
Toekomstboom (gemeentebomen)
Ja
-
Belangrijke rol in geschiedenis (gedenkboom) en /of onderdeel van beschermd stadsgezicht
Nee
-
Onderdeel van Gelders Natuurnetwerk
Nee
-
Onderdeel van Arnhemse Groenvisiekaart
Ja
-
Ecologisch waardevol omdat er binnen 25 meter uit de stam van de boom geen andere boom staat
Nee
-
Boom staat in een gebied dat volgens de hitte attentiekaart rood of oranje is
Nee
-
Boom heeft stamomtrek 100 cm op 1,30m gemeten
Ja
-
Kroondiameter groter dan 5 meter
Ja
Conclusie waarderingstabel: In het plangebied staan verschillende Buitengewone gemeentelijke bomen. Er staan ook bomen die van minder waarde zijn omdat ze bijvoorbeeld een slechte conditie hebben.
7
2.3.2. Staat van de bomen beheerstechnisch De bomen in de waarderingstabel zijn allemaal beheerstechnisch onderzocht. Van de 49 bomen zijn er 37 bomen die op dit moment in goede staat verkeren, conditie is voldoende. Bij deze bomen is de gemiddelde levensverwachting meer dan 15 jaar. Onder de 49 bomen zijn 11 van deze bomen met de levensverwachting geschat tussen de 5 en 15 jaar. Van 1 boom zijn geen beheerstechnische gegevens bekend. (zie bijlage 2022-SI-00078-203 BAR – 4 Conditie)
2.4 Juridische bescherming bomen 2.4.1. Bestemmingsplan
Malburgen West 2010 Het struweel ter hoogte van het toekomstig entreegebouw kent deels de bestemming Sport en deels de bestemming Groen. Ook ligt er over een deel van dit gebied een dubbelbestemming i.v.m. waarde archeologie. Voor bomen die staan binnen bestemming Sport geldt geen vergunningplicht voor het kappen van bomen. Voor bomen die staan binnen bestemming Groen geldt geen vergunningplicht voor het kappen van bomen. Voor het gebied waar de dubbelbestemming waarde archeologie van toepassing is geldt een vergunningplicht voor graafwerkzaamheden dieper dan 30cm.
Bestemmingsplan Gelredome-Nijmeegseweg-Rijnhal De bomen staan binnen bestemming Groen. Voor bomen die staan binnen bestemming Groen geldt geen vergunningplicht voor het kappen van bomen. Binnen deze bestemming is het kappen van bomen die zijn aangeduid als bomenrij vergunning plichtig. Bomen die vanwege de beoogde locaties van de gebouwen moeten verdwijnen staan niet binnen de aanduiding bomenrij en zijn daarom niet vergunning plichtig. 2.4.2. APV en Omgevingswet De te kappen bomen zijn niet vergunning plichtig op grond van de APV. 2.4.3. Wet natuurbescherming De bomen staan binnen de bebouwde kom boswet en zijn niet vergunning-/meldingsplicht op grond van de Wet natuurbescherming
8
2.5 Bomenbalans Van de huidige 49 bomen worden 33 bomen ingepast en zijn er in totaal 8 bomen die niet ingepast kunnen worden. Van de 8 overige bomen moet onderzocht worden of ze verplant kunnen worden. De positionering van de bouwblokken zorgt ervoor dat deze bomen komen te vervallen. Deze 8 bomen zijn ongeschikt voor een verplanting. Een boom moet sterk genoeg zijn om verplant te kunnen worden, dit is bij deze bomen niet het geval. Bij eventuele verplanting is de kans zeer aannemelijk dat de boom afsterft. Een aantal bomen (oa. Populieren) zijn van dusdanig formaat dat het technische niet haalbaar is de boom te verplanten.
Voor in totaal 8 bomen is het wel de moeite waard om deze te onderzoeken op verplantbaarheid. Dit omdat het een sterke boomsoort betreft en de huidige kwaliteit van de bomen voldoende is om de verplanting te kunnen overleven. Verder onderzoek moet uitwijzen of dit ook daadwerkelijk het geval is. Als deze bomen verplant kunnen worden zullen we deze binnen de bestaande plangrens of in de directe omgeving terug planten. Als verplanting niet mogelijk is, worden ze alsnog gekapt en eveneens gecompenseerd.
9
Naast de bestaande bomen hebben we binnen de plangrens ook te maken met een struweel. Op deze locatie is groen spontaan tot ontwikkeling gekomen. Door de positionering van het Entreegebouw kan dit struweel niet worden gehandhaafd. De compensatie wordt gevonden open aan het gebouw zelf in de vorm van een groen levend gebouw. De ecosysteemdiensten die dit bosje levert, zijn in beeld gebracht. Deze ecosysteemdiensten zullen gecompenseerd worden door het gebouw en de omgeving.
10
2.6 Communicatie Er ligt de opdracht in dit gebied circa 250 woningen te realiseren. Dit project is tot stand gekomen op de “Malburgse manier”. Samen met bewoners en de gemeente zijn de ambities en uitgangspunten geformuleerd. De klankbordgroep heeft gewerkt aan verschillende ruimtelijke modellen, wat geleid heeft tot een toekomstvisie, een schetsontwerp en een omgevingskwaliteitsplan. Gedurende de diverse fases van het project zijn de boomadviseurs vanuit de gemeente aangehaakt.
2.7 Conclusie initiatieffase Bij de keuze voor de positie van de bouwblokken is het belangrijk rekening te houden met locatie van de huidige bomen. Bij het inventariseren van de bomen is gebleken dat er een aantal bomen zijn benoemd tot gemeentelijke waardevolle bomen. (Boomnummer: 05.16.B.0759, 05.16.B.0561 en 05.16.B.0564). Het is belangrijk dat deze bomen sowieso worden ingepast. Daarnaast moet er gekeken worden naar de locatie van het Entreegebouw en het compenseren van het groen. We willen verder onderzoeken of het haalbaar is acht bomen te verplanten. Deze bomen kunnen dan alsnog duurzaam behouden blijven. Bomen die uiteindelijk niet inpasbaar blijken en het spontaan tot ontwikkeling gekomen struweel, worden gecompenseerd.
11
Initiatieffase
Definitiefase
Ontwerpfase
Contractfase
Realisatiefase
Nazorgfase
3. DEFINITIEFASE
In deze fase wordt het totale groenplan op hoofdlijnen gemaakt. Welke bomen zouden er weg moeten, welke kunnen verplant worden, welke kunnen er nieuw geplant worden en hoe zou er gecompenseerd kunnen worden. Einde definitiefase is er een positieve balans voor het groen. Positief wil zeggen dat er òf meer groen is, meer groen terug kan komen, òf kwalitatief hoogwaardiger groen òf dat er een financiële bijdrage gedaan kan worden waardoor we elders meer groen kunnen realiseren.
3.1 Groen en bomen in het ontwerp 3.1.1. Boom inclusief ontwerpen en voorzieningen te behouden bomen. Het is niet mogelijk volledig boom inclusief te ontwerpen. Bomen die behouden kunnen worden krijgen genoeg boven- en ondergrondse groeiruimte voor duurzaam behoud. 3.1.2. Locaties en voorzieningen te verplanten bomen. Vijftien bomen worden onderzocht op verplantbaarheid. Als deze bomen verplant kunnen worden komen ze te staan bijvoorbeeld in de pocketparks tussen de gebouwen. Als in een verdere ontwerpfase dit niet mogelijk blijkt, dan wordt er een plantlocatie buiten de projectgrens gezocht. De bomen krijgen voldoende ruimte om verder uit te groeien.
3.1.3. Mogelijkheden voor meer groen in het ontwerp. In de plannen is veel aandacht voor het groen. Zowel in de openbare ruimte als op- en aan de gebouwen. Dit is vastgelegd in het omgevingskwaliteitsplan.
3.2 Compensatie groen en bomen. 3.2.1 Werkwijze compensatie De werkwijze voor het compenseren van bomen is vastgelegd in het Bomenplan. Bomen die niet kunnen worden ingepast of verplant worden gecompenseerd. 3.2.2 Bepalen vorm van compensatie Bij het ontwikkelplan Malburgen is voor de gehele wijk een groenplan opgesteld. Dit plan is al gerealiseerd. Er zijn robuuste aanéén gesloten groenstructuren aangelegd. De compensatie in dit project Nijmeegseweg fase 1 bestaat uit een kwaliteitsverbetering van het groen in het plangebied. Deze kwalitatieve compensatie zorgt voor groen wat een meerwaarde heeft voor biodiversiteit, klimaatadaptatie, landschappelijke- en gebruikswaarden. In het stedenbouwkundig plan wordt een kwaliteitsslag gemaakt in zowel de openbare als de private 12
ruimte: Ondanks dat er in het plan enkele bomen en het struweel verdwijnen, is groen een integraal onderdeel van de omgevingskwaliteit van zowel de groene als de bebouwde ruimte. Zo wordt de hoeveelheid infrastructuur verkleind door slimmer om te gaan met infrastructuur en de vrijgekomen infrastructuur te vergroenen, bijvoorbeeld het Monchyplein dat getransformeerd wordt naar een biodivers De Mochypark met plekken voor ontmoeting. Tussen de bebouwing komen pocketparks en collectieve tuinen. Watergangen worden verbeterd waarbij sommige watergangen worden verlegd en de oevers natuurvriendelijk ingericht worden. Dit speelt aan de Meldenstraat en bij de watergangen rondom de locatie van het toekomstige Entreegebouw. Naast deze kwaliteitslagen in de onbebouwde ruimte worden er ook groene kwaliteitsslagen gemaakt in de gebouwde ruimte. Zo wordt voorgesteld in het bestemmingsplan en het omgevingskwaliteitsplan klimaat-adaptieve en natuur-inclusieve maatregelen op te nemen zoals de gebouwcomplexen voor te bereiden dat de gevels begroeid kunnen worden met groene biodiverse gevelvegetatie.
3.3 Kosten boominclusief ontwerpen De kosten voor het boom inclusief ontwerpen worden meegenomen in de financiële begroting van het complete project.
3.4 Communicatie 3.4.1 Communicatie richting de wijk Voor het project Nijmeegseweg is in samenspraak met de gemeente en bewoners gekozen voor een co-creatief proces met een actieve rol voor de klankbordgroep. In 2020 is in drie stappen toegewerkt naar een duurzaam stedenbouwkundig plan. Het stedenbouwkundig ontwerp is gebaseerd op de thema’s en ambities die de klankbordgroep ons heeft aangereikt in de eerste twee stappen van het co-creatieve proces. Zodoende zijn vanuit deze basisbehoeften van de bewoners en met instemming van de gemeentelijke projectgroep de volgende ambities geformuleerd. Het project Nijmeegseweg moet bijdragen aan: • het realiseren van een leefomgeving die meerwaarde biedt voor huidige en toekomstige bewoners van de wijk; • het leveren van een belangrijke bijdrage aan de doelen van de gemeente inzake woningbouw en klimaat; • het verbeteren van Malburgen zodat de wijk een aantrekkelijk onderdeel van de stad kan zijn; • het verbinden van Malburgen Oost en West, ruimtelijk, gevoelsmatig en functioneel wat betreft het langzame verkeer. In een derde stap heeft de klankbordgroep gewerkt aan ruimtelijke modellen voor het gebied. Dit ontwerpend onderzoek met maquettes en referenties heeft cruciale overeenkomsten aan 13
ruimtelijke aspecten en voorkeuren aan het licht gebracht. Dit zijn de sleutel ingrediënten van de uiteindelijke visie en het stedenbouwkundig ontwerp: • het behouden van het groene karakter van de Nijmeegseweg als geheel; • een groene, parkachtige entree bij het De Monchyplein, het toevoegen van groene verblijfskwaliteit; • bijzondere bebouwing tegenover de Gelredome als markante zuidelijke entree; • laagbouw aan de westzijde van de Nijmeegseweg t.h.v. de bestaande rijwoningen; • op termijn toevoegen van woningen aan de oostelijke kant voor een eerlijke verdeling en het naar elkaar toebrengen van beide wijkdelen. Om de ambities van het stedenbouwkundig ontwerp voor de ontwikkel en beheerfase voor de bebouwde en onbebouwde ruimte te borgen is een omgevingskwaliteitsplan opgesteld. Ook in de totstandkoming van dit kwaliteitsplan heeft de klankbordgroep een rol gespeeld. In een workshop kwaliteit is zowel de gewenste en bij Malburgen passende uitstraling van de bebouwing aan de orde gekomen als de programmatische invulling van de groene openbare ruimtes.
14
3.5 Conclusie definitiefase De Nijmeegseweg is een complexe opgave tussen woningbouw en inbreiding van de stad, mobiliteit en het behoud en versterken van de groene waarden. Door zorgvuldig om te gaan met bomen en een hoge ambitie te hanteren voor de groene kwaliteiten van het hele plangebied, wordt invulling gegeven aan het bomenplan en het groenbeleid. In de definitie fase is dit belang stevig geborgd. In de verdere uitwerkingen van het plan blijven deze onderwerpen hoog op de agenda staan. Het spontaan tot ontwikkeling gekomen bosje op de plek van het toekomstig entreegebouw wordt gecompenseerd door de ecosysteem diensten die dit bosje levert terug te laten komen op en aan het gebouw Het kroonoppervlakte van de te kappen bomen bedraagt 1.302 m2. Dit kroonoppervlakte wordt gecompenseerd in het nieuwe inrichtingsplan openbare ruimte voor fase 1 en fase 2. daarnaast worden er 100 extra bomen aangeplant in Malburgen
15
Bijlagen: - 2022-SI-00078-201 BAR d.d. 18-09-2024 - 2022-SI-00078-202 BAR - 2 d.d. 18-09-2024 - 2022-SI-00078-203 BAR - 3 boomkronen d.d. 18-09-2024 - 2022-SI-00078-204 BAR – 4 conditie d .d. 18-09-2024 - Rapport 304346 ESD Arnhem Compensatie Ecosysteemdiensten Bosschage Nijmeegseweg v3 - NL.IMRO.0202.993-0301-Chw-Nijmeegseweg-Fase1-29072024
16
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
64
62 17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
2
n a a l r e i l o i V
27
28
29
0 1
2
4
n a a l r e i l o i V 5
3
1
8 -4 8 -3 8 -2 8 -1
4 -4 4 -3 4 -2 4 -1
6 -4 6 -3 6 -2 6 -1
32
33
34 78 80 82 84
A
86 88 90
6
25
2
5 1
7 1
9 1
21
23
2
25
7
9
7
1 1
3 1
8
5
t a a r t s n o o m e An
1
4
4
3
B 43.
2 41.
4 1
3
42.
a 1
4
8 1
2 1
5
40.
45.
1
3 1
39.
30 1
8
-3 2/4
4 1
22
47.
C
-2 6/8
46.
2
4
-3 8/8
2 1
0 1
aan l oos
1 1
20
aan l aver Kl
0 1
2 1
8 1
20
20
3 1
6
0 1
8
4 1
9
6 1
8 1
8 1
R se der l Ge
7
6 1
1 1
aat r Resedast
6
6 1
5
7
9
4 1
6 1
6 1
4 1
1 1
1
3
eapad r Spi
21
2 1
9 1
0 1
7 1
2 1
5 1
pad em uur r er St
0 1
3 1
aat r dest M el
1 1
4 1
4 1
9
aat r oem st debl Paar
20
8
8
2 1
2 1
7
78 06 / 1 1
9
44.
6
6
0 1
0a 1
B
6
5
7
9
aat r dst ui ngkr Penni
1 1
3 1
1
3
5
7
9
1 1
3 1
1
0 -3 1 0 -2 1 0 -1 1 8 -3 8 -2 8 -1
d a p g n i l r e e h Sc 3
2 -4 1 2 -3 1 2 -2 1 2 -1 1
0 -4 1 0 -3 1 0 -2 1 0 -1 1
31 2 -4 2 -3 2 -2 2 -1
4a 1
A
C
30
5 1
24
48.
82
80
78
76
74
68
62
64
66
60
34
32
30
28
26
24
58
56
54
t a a r t ms e o l b e d r a Pa
28
84
86
70
72
36
52
D
38.
28 0 /1 1
26
D
22
49.
29. 33.
37.
t a a r t ms e o l b e d r a Pa 2 /8
18. 6.
36.
t a a r t ms e o l b e d r a Pa
5.
26.
24. 14.
F
F 4.
31. 13.
11. 12. 3.
25.
32.
28. 23.
35. 30.
34.
17.
n a a l n e z El
21.
G 10.
G
27.
22. 15.
16.
19.
20.
D e
9.
M
n a a l n e z El
yp ch n o
H
H
l
8.
in e
7. 1.
2.
J
J
Legenda Plangebied grens
Boom te kappen K
K
Boom onderzoeken op verplantbaarheid
Boom in te passen
WG
L
Woongebied
L A
WR-TN Tuin
Code:
Aanpassing bomen fase 1
Homama
Omschrijving:
Getekend:
23.06.2025 Datum:
www.arnhem.nl
Eusebiusbuitensingel 53 Postbus 9200
OW
Water
0800 - 1809
6800 HA ARNHEM
Project:
M
M
Nijmeegseweg, fase 1
OG-VB Openbaar gebied - Verblijfgebied Onderdeel:
Boombalans met bestemmingsplan funcites
GG
Groengebied Cluster:
PG
Afdeling:
Openbare Ruimte
Parkgebied
N
Formaat:
Schaal:
594 x 1680 mm
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
Ontwerp
1 :500
31
Getekend:
GroePa
Goedgekeurd:
WenkMa
Documentcode:
2022-SI-00078.dgn
32
Datum uitgifte:
Status:
18.09.2024
Tekeningnummer:
201 33
Blad:
Aantal:
1
4 34
N
Nijmeegseweg fase 1 Onderzoek stikstofdepositie
Status Versie Rapport Datum
definitief 001 M.2021.0760.32.R001 10 september 2025
Nijmeegseweg fase 1
Colofon Opdrachtgever
Gemeente Arnhem
Contactpersoon opdrachtgever Project Betreft Uw kenmerk
Gem. Arnhem Analyse Nijmeegseweg West Aanpassen onderzoek stikstofdepositie -
Rapport Datum Versie Status
M.2021.0760.32.R001 10 september 2025 001 definitief
Uitgevoerd door
DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. Weerdjesstraat 70 6811 JE Arnhem Postbus 153 6800 AD Arnhem
Contactpersoon
Projectadviseur
2e lezer/secr.
2
MMO|PZW
k:\doc\m\2021\076000\076032\m2021076032r001 onderzoek stikstofdepositie nijmeegseweg fase 1.docx 10-09-2025
Auteur
Nijmeegseweg fase 1
k:\doc\m\2021\076000\076032\m2021076032r001 onderzoek stikstofdepositie nijmeegseweg fase 1.docx 10-09-2025
Inhoud 1. Inleiding
4
2. Situatie 2.1 Omgeving 2.2 Plan Nijmeegseweg fase 1
5 5 5
3. Beoordelingskader 3.1 Wet natuurbescherming 3.2 Beoordeling stikstofdepositie 3.3 Intern en extern salderen 3.4 Referentiesituatie
7 7 7 7 7
4. Uitgangspunten 4.1 Gebruiksfase 4.2 Aanlegfase 4.3 Referentiesituatie 4.4 Invoergegevens 4.5 Rekenmethode
8 8 8 9 11 12
5. Resultaten en conclusie
13
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
Uitgangspunten AERIUS-berekening gebruiksfase AERIUS-berekening aanlegfase jaar 1 AERIUS-berekening gebruiks- en aanlegfase jaar 2
3
Nijmeegseweg fase 1
1. Inleiding De gemeente Arnhem heeft het voornemen om een aantal woningen langs de Nijmeegseweg in Arnhem te ontwikkelen. Mogelijk heeft het plan nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied. DGMR heeft daarom onderzocht wat het effect van het plan is op deze natuurgebieden. Voor de ontwikkeling van de woningen is een wijziging van het bestemmingsplan nodig. In dit onderzoek is beoordeeld of het plan een significant effect heeft op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in de omgeving. De stikstofdepositie is berekend voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. De berekeningen zijn gemaakt met AERIUS.
k:\doc\m\2021\076000\076032\m2021076032r001 onderzoek stikstofdepositie nijmeegseweg fase 1.docx 10-09-2025
4
Nijmeegseweg fase 1
2. Situatie 2.1 Omgeving Het plangebied ligt langs de Nijmeegseweg in het zuiden van Arnhem. Het plan betrekt een gebied vanaf het Gelredome tot aan De Monchyplein. De dichtstbijzijnde stikstofgevoelige natuurgebieden Rijntakken en Veluwe liggen op 2,2 en 3,2 kilometer afstand van het plangebied.
k:\doc\m\2021\076000\076032\m2021076032r001 onderzoek stikstofdepositie nijmeegseweg fase 1.docx 10-09-2025
Op onderstaande kaart zijn de ligging van de planlocatie (1) en de Natura 2000-gebieden in de omgeving weergegeven. De paarse vlakken zijn de stikstofgevoelige delen van een natuurgebied.
figuur 1: kaart Natura 2000-gebieden rondom de bouwlocatie in Arnhem (Bron: AERIUS)
2.2 Plan Nijmeegseweg fase 1 Fase 1 van het plan Nijmeegseweg biedt ruimte aan 263 woningen, verspreid over 16 blokken. De invulling van het plan bestaat uit zowel grondgebonden woningen als appartementen. Blok 1 wordt voorzien van een parkeergarage. Bij alle andere woningen liggen de parkeerplekken op het maaiveld. In onderstaande figuur staat een plattegrond van het plan weergegeven. Fase 1 bestaat uit blokken 1 t/m 16.
5
Nijmeegseweg fase 1
6
k:\doc\m\2021\076000\076032\m2021076032r001 onderzoek stikstofdepositie nijmeegseweg fase 1.docx 10-09-2025
figuur 2: plattegrond plan Nijmeegseweg: blokken 1 t/m 16 is fase 1 (bron: opdrachtgever)
Nijmeegseweg fase 1
3. Beoordelingskader 3.1 Wet natuurbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden is verankerd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Voor de Natura 2000-gebieden zijn aanwijzingsbesluiten opgesteld. In deze aanwijzingsbesluiten staan de exacte begrenzing van het gebied weergegeven, voor welke soorten en habitattypen het betreffende gebied is aangewezen en welke instandhoudingsdoelstellingen er gelden. Voor plannen (binnen en buiten Natura 2000-gebieden) waarvan niet op voorhand zeker is dat ze geen gevaar voor de instandhoudingsdoelstellingen vormen, geldt mogelijk een vergunningplicht.
k:\doc\m\2021\076000\076032\m2021076032r001 onderzoek stikstofdepositie nijmeegseweg fase 1.docx 10-09-2025
3.2 Beoordeling stikstofdepositie Om te beoordelen of een natuurvergunning benodigd is, moet worden aangetoond dat geen significant negatief effect op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied ontstaat, als gevolg van de beoogde activiteiten. Op de volgende manieren kan worden aangetoond dat een project geen significant negatief effect op een Natura 2000-gebied veroorzaakt: • Als met AERIUS geen bijdrage op relevante habitats binnen een Natura 2000-gebied wordt berekend en de stikstofdepositie voldoet aan de grenswaarde van 0,00 mol/ha/jaar. • Door het uitvoeren van een aanvullende ecologische onderbouwing waarmee op voorhand wordt aangetoond dat geen significante gevolgen voor Natura 2000-gebied ontstaan. 3.3 Intern en extern salderen Als de berekende stikstofdepositie in de toekomstige situatie hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar en daarmee significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, dan kan gebruik worden gemaakt van intern of extern salderen. Voor saldering is een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit vereist. • Met interne saldering toon je aan dat binnen het plan of project geen significante toename van de stikstofdepositie ontstaat. De referentiesituatie voor interne saldering bestaat uit de activiteiten waarvoor al toestemming is verleend binnen het gebied van het plan of project.
Hierbij moet worden uitgegaan van de activiteiten die zijn vergund en feitelijk aanwezig zijn. • Wanneer de beoogde situatie wordt vergeleken met een referentiesituatie buiten de begrenzing van het plan of project, dan is er sprake van extern salderen. Voor externe saldering is wel een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit vereist. Als uit de vergelijking volgt dat er geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie, kan de omgevingsvergunning onder bepaalde voorwaarden worden verleend. 3.4 Referentiesituatie In het planspoor wordt de referentiesituatie bepaald op basis van de feitelijke, planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan.
7
Nijmeegseweg fase 1
4. Uitgangspunten In dit hoofdstuk staan de uitgangspunten voor het onderzoek beschreven. In bijlage 1 is een volledige uitwerking van de toegepaste gegevens opgenomen. Voor dit onderzoek hebben wij de gebruiksfase en aanlegfase onderzocht. 4.1 Gebruiksfase De nieuwe gebouwen worden voorzien van een fossielvrije verwarming. Voor het berekenen van de stikstofdepositie in de gebruiksfase zijn daarom alleen de vervoersbewegingen van het wegverkeer relevant die van en naar de parkeerplaatsen rijden. De verkeersgeneratie is berekend op basis van CROW-publicatie 744. Daarbij is uitgegaan van het gebiedstype sterk stedelijk schil centrum. In onderstaande tabel staat een overzicht van de verkeersgeneratie van het plan. In het onderzoek zijn wij er in overeenstemming met de CROW-publicatie van uitgegaan dat per woning 0,02 bewegingen van zware motorvoertuigen ontstaan. tabel 1: vervoersbewegingen Onderdeel Koop, appartement, 75-100 m2 Huur, huis, sociale huur Huur, huis, vrije sector Koop, appartement, >100 m2 Koop, huis, tussen/hoek Appartement sociale huur, <75-100 m2 Totaal
Aantal 109 46 9 44 13 42 263
Kengetal* 5,5 4,0 6,3 7,2 7,2 3,0
Vervoersbewegingen/etmaal 599,5 184,0 56,7 316,8 93,6 126,0 1376,6
* kengetal CROW-publicatie 744, Parkeerkencijfers 2024
4.2 Aanlegfase Voor de aanlegfase is in overleg met de opdrachtgever een reële en aannemelijke prognose van het bouwmaterieel gemaakt dat nodig is om het plan te kunnen realiseren. De aanlegfase van het plan bestaat uit het bouw- en woonrijp maken van het plangebied, het aanleggen van de fundering en parkeergarage en het realiseren van de gebouwen. Een nadere onderbouwing van de berekening van de emissies van de werktuigen en vervoersbewegingen is opgenomen in bijlage 1. In dit onderzoek is ook de combinatie van de stikstofdepositie voor de aanleg- en gebruiksfase berekend, omdat een deel van de gebouwen voor de afronding van de werkzaamheden in gebruik wordt genomen. De aanlegfase duurt volgens de huidige planning 2 jaar met een bouwtijd van 18 maanden per bouwblok. Eerst worden blokken 2 t/m 10 en blok 16 gerealiseerd. Na 6 maanden wordt gestart met de bouw van blok 1 en blokken 11 t/m 15. In de laatste 6 maanden van de aanlegfase zijn blokken 2 t/m 10 en blok 16 in gebruik. In dit onderzoek hebben wij de stikstofdepositie voor beide jaren van de aanlegfase inzichtelijk gemaakt. In onderstaande tabel staat de planning weergegeven. tabel 2: planning aanleg en gebruik Nijmeegseweg fase 1
8
Deel
Jaar 1
Jaar 2
Jaar 3
Blok 1 Blokken 2 t/m 10 Blokken 11 t/m 15 Blok 16
1/3 bouw 2/3 bouw 1/3 bouw 2/3 bouw
2/3 bouw 1/3 bouw 1/2 gebruik 2/3 bouw 1/3 bouw 1/2 gebruik
Volledig gebruik Volledig gebruik Volledig gebruik Volledig gebruik
k:\doc\m\2021\076000\076032\m2021076032r001 onderzoek stikstofdepositie nijmeegseweg fase 1.docx 10-09-2025
Blok 1 2 t/m 10 2 t/m 10 11 t/m 15 11 t/m 15 16
Nijmeegseweg fase 1
Materieel In onderstaande tabel staat de prognose voor de werktuigen voor de totale aanlegfase. Daarbij hebben wij het motorvermogen en de ureninzet aangegeven. Het plan wordt deels met elektrisch materieel gerealiseerd. Aangezien de benodigde elektrische werktuigen in Nederland voldoende beschikbaar zijn, is dit te beschouwen als een reële en aannemelijke prognose van het materieel. In onderstaande tabel staat de inzet met groene tekst weergegeven als hiervoor een elektrisch werktuig wordt ingezet. tabel 3: materieelinzet werktuigen (groen = elektrisch) Materieel Mobiele kraan Trekker Boor-/heistelling Betonmixer Betonpomp Shovel Graafmachine Verreiker
Motorvermogen (kW) 120 120 300 250 250 150 130 60
Aantal uur jaar 1 1047 342 228 150 228 455 638 68
Aantal uur jaar 2 1253 408 272 180 272 545 762 82
k:\doc\m\2021\076000\076032\m2021076032r001 onderzoek stikstofdepositie nijmeegseweg fase 1.docx 10-09-2025
Voertuigen In onderstaande tabel staat een prognose van de wegvoertuigen die nodig zijn om het plan te kunnen realiseren. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen het aantal zware motorvoertuigen (vrachtwagens) en lichte motorvoertuigen (bestelwagens en personenwagens). Wij gaan ervan uit dat de vrachtwagens gemiddeld 10 minuten stationair draaien op de bouwplaats. tabel 4: aantal voertuigen aanlegfase Materieel Lichte motorvoertuigen Zware motorvoertuigen
Aantal voertuigen jaar 1 8.653 1.458
Aantal voertuigen jaar 2 10.347 1.743
4.3 Referentiesituatie Uit de berekeningen volgt dat de berekende stikstofdepositie in de aanleg- en gebruiksfase hoger is dan de grenswaarde van 0,00 mol/ha/jaar. Om te kunnen beoordelen of het plan een significant effect heeft op een Natura 2000-gebied, hebben wij de stikstofdepositie in de aanlegfase vergeleken met de referentiesituatie. In het planspoor wordt de referentiesituatie bepaald op basis van de feitelijke, planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan. Op de locatie waar het plan wordt gerealiseerd, stonden in het verleden woningen, in overeenstemming met het vigerend bestemmingsplan GelreDome – Nijmeegseweg – Rijnhal (vastgesteld op 25 november 2013). In de uitspraak over het plan Zandzoom1 heeft de Raad van State geoordeeld dat ook gebruik dat al langer geleden is beëindigd voor interne saldering kan worden gebruikt, als vaststaat dat de activiteit uitsluitend is gestopt voor de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt. Uit het Ontwikkelingsplan Malburgen, van 2 maart 1998, blijkt dat de oude woningen binnen het plangebied zijn geamoveerd om de realisatie van de woningen binnen het plan Nijmeegseweg mogelijk te maken. De referentiesituatie bestaat voor dit onderzoek daarom uit de inmiddels gesloopte woningen. Binnen het plangebied stonden op deze locatie 126 portiekwoningen.
Op onderstaande omgevingsplankaart staan de woonbestemmingen binnen het plangebied weergegeven.
1
Uitspraak bestemmingsplan Zandzoom 2019 ECLI:NL:RVS:2021:1960 9
Nijmeegseweg fase 1
figuur 3: kaart omgevingsplan voormalige woningen (bron: Omgevingsloket)
Representatieve situatie activiteiten In de referentiesituatie ontstaat emissie door het gasverbruik en de vervoersbewegingen van de gebouwen.
tabel 5: gasverbruik referentiesituatie Type Woning Appartementen 1 Appartementen 2 Appartementen 3 Appartementen 4 Appartementen 5 Appartementen 6 Appartementen 7
Aantal woningen 18 18 24 12 18 18 18
Gasverbruik (m3/jaar)* 15.660 15.660 20.880 10.440 15.660 15.660 15.660
* Kengetallen gasverbruik CBS 'Statistische trends: Huishoudens betalen bijna 10 procent minder voor energie', (2020).
Vervoersbewegingen In de omgeving zijn diverse parkeerplaatsen aanwezig voor personenwagens. Het aantal vervoersbewegingen is berekend op basis van kengetallen uit de CROW-publicatie 744 op basis van het gebiedstype sterk stedelijk schil centrum. In het onderzoek zijn wij er in overeenstemming met de CROW-publicatie van uitgegaan dat per woning 0,02 bewegingen van zware motorvoertuigen ontstaan. In onderstaande tabel staat een overzicht van het aantal vervoersbewegingen.
10
k:\doc\m\2021\076000\076032\m2021076032r001 onderzoek stikstofdepositie nijmeegseweg fase 1.docx 10-09-2025
Gasverbruik woningen De woningen werden verwarmd met een gasgestookte installatie. Het energieverbruik hebben wij bepaald op basis van kengetallen van het CBS. In onderstaande tabel staat een overzicht van het gasverbruik.