Bijlage 2a - Zienswijzenrapport (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Bijlage 2a Zienswijzenrapport Onderdeel uitmakend van het raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan 'Fluvium Zuid-A' Zienswijzenrapport behorende bij het raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Fluvium Zuid A’ (zaaknummer 666326)
GEANONIMISEERD
1
Inhoud 1. Inleiding ............................................................................................................................................ 3 2. Reactie op hoofdlijnen ..................................................................................................................... 3 2.1 Parkeren en verkeer ................................................................................................................... 3 2.2 Stedenbouwkundige aspecten ................................................................................................... 5 3. Ingediende zienswijzen .................................................................................................................... 6 3.1. Naam en adressen van de indieners zienswijzen ..................................................................... 6 3.2 Overzicht ingediende zienswijzen en reactie gemeente ............................................................ 7
2
1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Fluvium Zuid A’ heeft zes weken ter inzage gelegen vanaf vrijdag 24 december 2021 tot en met donderdag 3 februari 2022. Naar aanleiding van de terinzagelegging zijn zes zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan ingediend. Deze zienswijzennota maakt onderdeel uit van het raadsvoorstel tot vaststelling van dit bestemmingsplan. Een aantal onderwerpen komt in meerdere zienswijzen terug. Ten behoeve van de leesbaarheid is ervoor gekozen om op deze onderwerpen in hoofdstuk 2 een reactie op hoofdlijnen te geven. Dat deze zienswijze zijn samengevat betekent niet dat bepaalde zienswijze niet of niet volledig betrokken zijn in de (belangen)afweging. Alle ingediende zienswijzen inclusief eventuele bijlagen zijn in de (belangen) afweging betrokken. In de hoofdstuk 3 zijn de individuele zienswijzen samengevat met een reactie van de gemeente.
2. Reactie op hoofdlijnen 2.1 Parkeren en verkeer 2.1.1 Algemeen Aanvullend onderzoek De zienswijze hebben aanleiding gegeven om aanvullend verkeersonderzoek te doen. Dit aanvullend verkeeronderzoek ‘Verkeersonderzoek Arnhem Ayasofya Moskee Westervoortsedijk’ met kenmerk P222383 d.d. 25 oktober 2022 opgesteld door Bureau De Groot Volker is als bijlage bij de toelichting onderdeel van het vast te stellen bestemmingsplan. Het bestemmingsplan ‘Fluvium Zuid A’ maakt de realisatie van een maatschappelijk-religieuze voorziening mogelijk. Ondergeschikt én uitsluitend ten dienste aan een maatschappelijk-religieuze voorziening zijn een aantal functies mogelijk. Het gaat dan om een bibliotheek, kantoor, mortuarium, leslokalen voor cultureel en religieus onderwijs, niet zijnde regulier onderwijs en detailhandel en dienstverlenend bedrijf met een gezamenlijk vloeroppervlak van maximaal 100 m 2. Deze functies zijn onderdeel van de maatschappelijke-religieuze voorziening en zijn op die wijze meegenomen in de berekening en daaropvolgende analyse. 2.1.2 Parkeren De berekende parkeervraag is gebaseerd op de parkeernormen, zoals deze zijn opgesteld door de gemeente Arnhem in haar beleidsregels parkeren Arnhem 2022.
Voor het berekenen van de benodigde parkeerruimte bij de voorziene moskee wordt gebruik gemaakt van het kengetal van 0,15 parkeerplaatsen per zitplaats afkomstig uit deze beleidsregels. De norm past binnen de uitgangspunten welke ook door CROW worden gehanteerd. De gemeente Arnhem is conform die uitgangspunten ‘sterk stedelijk’. De locatie van de nieuwe voorziene moskee is gelegen in ‘schil centrum’. Op basis van de kengetallen uit CROW-publicatie 381, wordt voor een religiegebouw op deze locatie een parkeerkencijfer van 0,1 tot 0,2 parkeerplaatsen per zitplaats aangehouden. Bij het vaststellen van de ‘Beleidsregels parkeren Arnhem 2022’ is uitgegaan van een kengetal van 0,15
3
parkeerplaatsen per zitplaats. Gelet op de CROW publicatie is een parkeerkencijfer van 0,15 per zitplaats - dat in het midden van de bandbreedte van 0,1 tot 0,2 zit - niet onredelijk. In totaal zijn er 52,5, afgerond 53, parkeerplaatsen nodig. Op het eigen terrein van de moskee is ruimte voor 53 parkeerplaatsen. Het eigen terrein biedt daarmee voldoende parkeergelegenheid om de parkeerdruk van een volle bezetting van de moskee in de normale situatie op te vangen. Incidentele parkeerbehoefte Wat betreft de gelijktijdige aanwezigheid van mensen in de moskee is in het bestemmingsplan in artikel 4.3 onder c opgenomen dat in totaal maximaal 350 personen op het perceel aanwezig mogen zijn. Dit is dus gezamenlijk in de moskee en de bijbehorende ondergeschikte functies. Uitzondering hierop is dat gedurende twee dagen per kalenderjaar, maximaal 500 personen op het perceel aanwezig mogen zijn (artikel 4.3 onder d). In de praktijk gaat het om de incidentele, druk bezochte hoogtijdagen, zoals het Offerfeest en het Suikerfeest. Vanwege het incidentele karakter is niet reëel om voor dergelijke piekmomenten te voorzien in parkeren op eigen terrein. Dit zou namelijk niet getuigen van zorgvuldig ruimtegebruik. Voor deze piekmomenten kan worden uitgeweken naar de parkeerplaatsen in de openbare ruimte. De parkeernorm is 0,15 per zitplaats.
De incidentele (extra) parkeerbehoefte is afgerond 23 parkeerplaatsen. In het aanvullende verkeersonderzoek is de incidentele parkeerbehoefte nader onderbouwd. Uit deze nadere onderbouwing blijkt dat er in de nabijheid van de moskee voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn in de openbare ruimte voor het opvangen van de parkeervraag van de incidentele pieksituaties. Sommige parkeerplaatsen zijn op enige loopafstand. Vanwege het incidentele karakter is dit echter acceptabel. Aanpassen regels parkeren In het ontwerp bestemmingsplan zijn onder artikel 11 de regels voor het parkeren opgenomen. In de periode tussen ontwerp en vaststelling is geconstateerd dat de regels voor het parkeren niet op de juiste wijze zijn opgenomen in het ontwerp bestemmingsplan. Daarom wordt aan de gemeenteraad voorgesteld om de regels voor het parkeren gewijzigd vast te stellen. In ‘Bijlage 1 Wijzigingenrapport’ behorende bij het raadsvoorstel is aangegeven welke wijzigingen er worden voorgesteld. 2.1.3 Verkeer Uitgangspunten berekenen verkeersgeneratie In het onderzoek is aangegeven hoe de verkeersgeneratie wordt berekend. Voor de berekening van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de vuistregels en richtlijnen die zijn uitgegeven door het CROW (Publicatie 381: Toekomstig bestendig parkeren - kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, 12-2018).
Voor een moskee zijn geen verkeersgeneratiegegevens bekend. Om die reden is gekeken naar het verwachte aantal geparkeerde voertuigen. In het algemeen zullen deze getallen een goede indicatie geven van de werkelijke verkeersgeneratie. In het onderzoek is aangegeven op welke wijze het aantal geparkeerde voertuigen is onderbouwd. Zie hiervoor voorgaande paragraaf 2.1.1 over parkeren. Uitkomsten verkeersgeneratie Voor het bepalen van de maximale toekomstige verkeersgeneratie wordt uitgegaan van het maximum aantal geparkeerde voertuigen. Gezien in de regels van het bestemmingsplan is vastgelegd dat er, met uitzondering van twee dagen per kalenderjaar, maximaal 350 personen tegelijkertijd op het
4
perceel aanwezig mogen zijn, (zie artikel 4.3 onder c) is het maximum aantal geparkeerde voertuigen afgerond 53 (350 bezoekers x 0,15 parkeernorm). Voor het bepalen van de maximale toekomstige verkeersgeneratie is gekeken naar de piekbelasting tijdens het vrijdagmiddaggebed rond 17:00 uur. Uitgangspunt is dat alle 53 parkeerplaatsen bezet zijn. Er van uitgaande dat deze voertuigen binnen hetzelfde uur arriveren en vertrekken levert dit een verkeersgeneratie op van 106 verkeersbewegingen (53 maal 2). Uit het aanvullende verkeersonderzoek blijkt dat deze toename past binnen de huidige capaciteit van het wegvak van de Van Oldenbarneveldstraat, het kruispunt met de Jacob van Deventerstraat en het kruispunt Westervoortsedijk – Van Oldenbarneveldstraat.
2.2 Stedenbouwkundige aspecten Door Palmbout Urban Landscapes is in april 2012 het stedenbouwkundig ontwerp ‘Arnhem Centrum Oost’ opgesteld. Dit stedenbouwkundig ontwerp is opgesteld om sturing te geven aan de herontwikkeling van Fluvium en Rijnwijk zodat deze gebieden omgevormd kunnen worden tot een aantrekkelijk stedelijk woongebied. Dit stedenbouwkundig ontwerp is geen onderdeel van het thans voorliggende ontwerpbestemmingsplan. Benadrukt wordt dat het stedenbouwkundig ontwerp is opgesteld om sturing te geven aan de woningbouw in het gebied. De gronden die onderdeel zijn van voorliggend ontwerpbestemmingsplan hebben thans de bestemming ‘bedrijventerrein’. Het stedenbouwkundig ontwerp is dan ook niet slechts beperkt van toepassing op deze gronden. Vanwege het ontbreken van duidelijke richtlijnen voor Fluvium Zuid, is in mei 2020 een Ambitiedocument Fluvium Zuid opgesteld met stedenbouwkundige randvoorwaarden, beeldkwaliteitseisen en andere ambities voor de nog te ontwikkelen kavels in Fluvium Zuid. Het ambitiedocument is een ambtelijk document dat een aanvulling vormt op het stedenbouwkundig ontwerp en geeft richting aan de kopers en architecten, die de kavels op Fluvium Zuid gaan ontwikkelen. In het Ambitiedocument worden verschillende aspecten voor de te ontwikkelen kavels benoemd: waaronder wandbebouwing langs de Westervoortsedijk, type materialisatie etc.
Het merendeel is overgenomen uit het stedenbouwkundig ontwerp maar verder aangescherpt. Het Ambitiedocument is als bijlage gevoegd bij de reserveringsovereenkomsten voor de kavels A, B en C en wordt gehanteerd bij de toetsing van de uitwerkingen voor de kavels.
5
3. Ingediende zienswijzen 3.1. Naam en adressen van de indieners zienswijzen Naam
Straat/Postbus
Postcode
Plaats
1
Arnhem
2
Arnhem
3
Arnhem
4 Stichting Westervoortsedijk Via gemachtigde Vangoud Advocaten
Westervoortsedijk 95A
6827 AW
Arnhem
5 Drukkerij Leeflang BV
Van Oldenbarneveldstraat 116
6827 AP
Arnhem
6 Platform voor Religie en Levensbeschouwingen Gelderland Midden
Arnhem
6
3.2 Overzicht ingediende zienswijzen en reactie gemeente Zienswijze #1 1.
Gronden
Reactie gemeente
Een zeer klein percentage van de inwoners van het Nieuwe Kaderkwartier is Moslim. In een andere wijk een moskee realiseren is milieuvriendelijker gezien de hoeveelheid autoverkeer die het met zich meebrengt.
De betreffende moskee wordt ter plaatse gerealiseerd omdat de huidige vestiging van de Ayasofya moskee aan de Sonsbeeksingel in Arnhem niet meer voldoet aan de eisen van de organisatie, onder meer omdat die locatie een te beperkte capaciteit heeft. Er zijn verschillende locaties onderzocht, telkens met een negatief resultaat. Het betreffen locaties die door de gemeente Arnhem zijn aangedragen en locaties die te koop zijn aangeboden via bijvoorbeeld Funda. De locaties bleken om diverse redenen niet haalbaar/realistisch.
2.
Parkeren is een probleem als beide moskeeën dienst hebben. Er is geen parkeerberekening voor twee moskeeën aangeleverd.
3
In de specifieke gebruiksregels staat een bronsterkte van maximaal 107 dB. In het akoestisch onderzoek industrielawaai is gerekend met 70 dB. De 107 dB is dus niet onderzocht.
Uiteindelijk is de keuze gevallen op de voorliggende locatie. Deze locatie is goed bereikbaar, voldoet aan de grootte, is gelegen richting het zuidoosten en voorziet in voldoende parkeergelegenheid op het eigen terrein. Verder is van belang dat de te realiseren moskee in een gebied ligt dat volop in ontwikkeling is. Zowel in Cobercokwartier als Havenmeesterkwartier worden woningen gerealiseerd. Het is hierbij nog niet te zeggen welke mensen met welke geloofsovertuiging hier komen te wonen. Het voornemen voorziet in het realiseren van één moskee. Uit het aanvullend verkeersonderzoek blijkt dat de moskee op eigen terrein in de parkeerbehoefte kan voorzien. De parkeersituatie voor de al bestaande moskee is hiervoor niet relevant. Zie verder paragraaf 2.1.2 van de zienswijzenota. In de specifieke gebruiksregels voor de gronden waarop de moskee gesitueerd is (artikel 4.3 onder b1) is inderdaad een maximaal bronvermogen bepaald van 107 dB voor (kort samengevat) oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging.
7
Het akoestisch onderzoek industrielawaai is op een aantal punten aangevuld en aangepast ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan. Bij het vast te stellen bestemmingsplan is dit aangepaste en aangevulde onderzoek bijgevoegd. Het gaat om het onderzoek ‘Akoestisch onderzoek industrielawaai Stokerstraat/Jacob van Deventerstraat te Arnhem’, d.d. 19 oktober 2022, met kenmerk 15049.004, versienummer D4 opgesteld door Econsultancy. In tabel 3.2 op pagina 7 van dit aangepaste onderzoek is uiteengezet dat voor wat betreft de minaret uitgegaan is van een bronvermogen van 107 dB. Vervolgens is in het akoestisch onderzoek geconcludeerd dat met dit bronvermogen wordt voldaan aan de normen voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidsniveau op de gevel van de woningen zoals bepaald in artikel 2.17 lid 1 aanhef en onder a van het Activiteitenbesluit. In het aangepaste en aanvullende akoestisch onderzoek is dus wel gerekend met een bronvermogen van 107 dB voor wat betreft de minaret. 4.
In het akoestisch onderzoek industrielawaai is in bijlage 1 een afbeelding opgenomen van de toekomstige stedenbouwkundige massa van de moskee. Hierop zijn twee minaretten te zien. Volgens de regels is er maar één minaret mogelijk. In het onderzoek is blijkbaar uitgegaan van twee minaretten en dus onjuist.
De afbeelding in de bijlage van het akoestisch onderzoek is een verouderde afbeelding en is per abuis opgenomen in het onderzoek. In het aangepaste akoestisch onderzoek ‘Akoestisch onderzoek industrielawaai Stokerstraat/Jacob van Deventerstraat te Arnhem’, d.d. 19 oktober 2022, met kenmerk 15049.004, versienummer D4 opgesteld door Econsultancy is de afbeelding niet meer opgenomen. Conform de verbeelding mag ter plaatse van de bouwaanduiding specifiek bouwaanduiding – 1 één minaret worden gebouwd. Afbeelding 3.1 in de toelichting geeft een eerste opzet van de massa toekomstige moskee met één minaret.
5.
De nieuwe woningbouw is niet meegenomen in de modellering. Wel zijn hogere waarden dan 107 dB en meer
De nieuwe woningbouw is in het model meegenomen. Zie hiervoor paragraaf 3.3 en bijlage 2 van het aangepaste akoestisch onderzoek ‘Akoestisch onderzoek industrielawaai 8
nachtelijk geluid meegenomen. Is dit een opmaat voor meer hinder? Liggen er meer uitbreidingsplannen?
Stokerstraat/Jacob van Deventerstraat te Arnhem’, d.d. 19 oktober 2022, met kenmerk 15049.004, versienummer D4 opgesteld door Econsultancy Het bestemmingsplan maakt niet meer mogelijk dan de moskee en de bijbehorende ondergeschikte functies. Er is dan ook geen sprake van meer hinder of verdere uitbreidingsplannen. Indien er sprake zou zijn van andere ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving die niet binnen het bestemmingsplan past, dan dient hier een nieuwe planologische procedure voor doorlopen te worden. In die procedure kan eventuele hinder aan de orde worden gesteld.
6.
De gemeente moet aanvullende eisen aan het mortuarium stellen.
7.
Toestaan ochtendvroeg geluid minaret is onnodig
Het mortuarium dient te voldoen aan de geldende specifieke wet- en regelgeving. Extra eisen in het bestemmingsplan stellen wordt niet noodzakelijk geacht. De periode dat er geluid in de minaret geproduceerd mag worden (tussen 7.00 en 19.00 uur) sluit aan bij de dagperiode zoals volgend uit het Activiteitenbesluit. De hoeveelheid geluid die hierbij geproduceerd mag worden past eveneens binnen de normen die het Activiteitenbesluit stelt. Een verdere inperking van de periode waarop het geluid geproduceerd mag worden is dan ook niet aan de orde.
Zienswijze #2
Zienswijze identiek aan zienswijze 1
Zie beantwoording zienswijze 1
Er is onvoldoende met de buurt gecommuniceerd over de planvorming. Er is eenmalig een online bijeenkomst georganiseerd. Vervolgens is het lang stil geweest, tot er opeens een bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. Er is geen goed planproces gevolgd. Een ontwerpbestemmingsplan is een zeer vergaande stap in de juridische procedure en geeft bovendien alleen inzicht in de ruimtelijk relevante zaken. Andere zaken blijven hierdoor onduidelijk. De zienswijze dient opgevat te worden als een reactie op andere, mogelijk hierna, volgende planproducten en besluiten.
Er is in de afgelopen 1,5-2 jaar op verschillende manieren gecommuniceerd met de buurt en andere belanghebbenden, namelijk via: nieuwsbrieven (naar omwonenden, omliggende bedrijven en kopers van woningen in het Gashouderskwartier), webpagina op de gemeentesite, persberichten en bericht in de wijkkrant. Er zijn verschillende momenten voor online overleg geweest en daarnaast heeft de moskee enkele keren een uitnodiging gestuurd voor een bezoek aan de huidige moskee om te laten zien welke activiteiten zij zoal verrichten. Daarnaast zijn er aparte gesprekken gevoerd met de StaB en de Oka en heeft een speciaal daarvoor aangestelde omgevingsmanager vele
Zienswijze # 3 1.
9
individuele gesprekken gevoerd met mensen die vragen hadden (gemaild, gebeld of live gesprek). Ook in de komende fasen, o.a. bij de uitwerking van het plan, zal regelmatig met alle belanghebbenden worden gecommuniceerd door gemeente en/of de initiatiefnemer. Wat betreft zienswijzen op verdere besluiten, geldt dat hiervoor in de daarvoor bestemde procedures ruimte voor is. Wel geldt dat de zienswijze in de daarvoor bestemde termijn ingediend dient te worden. De nu ingediende zienswijze geldt dus niet automatisch als zienswijze op eventuele andere besluiten die voor het realiseren van de moskee genomen dienen te worden. 2a.
Er is geen rekening gehouden met het feit dat geluid op 6 meter hoogte gemakkelijk over een gebouw van 9 meter heen gaat.
Het gebouw aan de Stokerstraat hoek Westervoortsedijk heeft op basis van het bestemmingsplan een hoogte van maximaal 20 meter. Dit zijn de toetspunten 17-21 uit het akoestisch onderzoek industrielawaai. De rest van de Stokerstraat heeft op basis van het bestemmingsplan een hoogte van maximaal 9 meter. Dit zijn de toetspunten 01-16 uit het akoestisch onderzoek industrielawaai. Zoals uit het akoestisch onderzoek industrielawaai volgt is er gerekend op zowel een hoogte van 1,5 meter als op een hoogte van 5 meter en voor het gebouw van 20 meter is op zowel 1,5, 4,5, 7,5, 10,5 13,5 en 16,5 meter een berekening uitgevoerd.
2b.
In het akoestisch onderzoek is uitgegaan van een aantal punten op de gevel die geluid geven, zoals koelinstallaties. De geluidsinstallaties van de minaret lijkt hierin meegenomen als geluidsbron in figuur 3.3. Er is dus een fout gemaakt in het geluidsonderzoek.
2c.
In de planregels staat dat de bron van het geluid is begrensd op 107 dB. Deze grens is niet gemotiveerd. De grens kan ook lager, op een aanvaardbaar niveau in een stille woonwijk
De minaret is als geluidsbron in het rekenmodel meegenomen, zie puntbron 6 op figuur 3.3 pagina 7 en op pagina 5 van bijlage 2 van het aangepaste akoestisch onderzoek ‘Akoestisch onderzoek industrielawaai Stokerstraat/Jacob van Deventerstraat te Arnhem’, d.d. 19 oktober 2022, met kenmerk 15049.004, versienummer D4 opgesteld door Econsultancy. Dit is conform de op basis van de planregels toegestane situering. De geluidsbronnen van het gebouw zijn op de gevel van het gebouw gesitueerd om de worst-case situering in kaart te brengen. In paragraaf 4.4.2 van de toelichting en het akoestisch onderzoek industrielawaai is gemotiveerd waarom de geluidssterkte van de minaret is gemaximeerd op 107 dB. 10
worden begrensd. Het RIVM adviseert in discotheken het geluid niet harder te zetten dan 102 dB.
Uiteengezet is dat, gelet op de vrijheid van godsdienst, geen geluidsnormen van toepassing zijn voor oproepen tot belijden van godsdienst of levensovertuiging. Voorts is uiteengezet dat gekozen is om aansluiting te zoeken bij de normen voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidsniveau op de gevel van de woningen zoals bepaald in artikel 2.17 lid 1 aanhef en onder a van het Activiteitenbesluit. Het aangepaste akoestisch onderzoek ‘Akoestisch onderzoek industrielawaai Stokerstraat/Jacob van Deventerstraat te Arnhem’, d.d. 19 oktober 2022, met kenmerk 15049.004, versienummer D4 opgesteld door Econsultancy. laat zien dat bij een bronvermogen van maximaal 107 dB wordt voldaan aan de normen voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidsniveau op de gevel van de woningen zoals bepaald in artikel 2.17 lid 1 aanhef en onder a van het Activiteitenbesluit.
2d.
Onduidelijk is hoe met de geluidsreflectie is omgegaan. Uit ervaring blijkt dat wanneer ten westen van deze buurt geluid wordt geproduceerd zoals met koningsdag, dit geluid sterk weerkaatst tegen het gebouw ‘de transformatie’ en de haaks daarop staande appartementen. Hier lijkt geen rekening mee te zijn gehouden.
Ten aanzien van reflectie is rekening gehouden met de voorschriften uit de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai 1999 (industrielawaai) en Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (wegverkeerslawaai). Hier zijn de geldende reken- en meetvoorschriften in opgenomen. Er wordt hierbij standaard gerekend met een reflectiefactor van 0,8. Alleen in bijzondere gevallen, dient hiervan afgeweken te worden. Daar is in dit geval geen sprake van. Naast het nieuwe gebouw, wordt ook rekening gehouden met reflectie van bestaande bebouwing in de omgeving. Ook hier geldt een standaardreflectiefactor van 0,8, waarbij er eveneens geen redenen zijn om hiervan af te wijken.
2e.
Er wordt gerekend met de normen van een gemengd gebied, terwijl er sprake is van een rustige woonwijk. Zeker nu er plannen zijn dat de belangrijkste geluidsproducent, Van Houtum Recycling, over enkele jaren vertrekt.
In paragraaf 2.1 van het aangepaste akoestisch onderzoek ‘Akoestisch onderzoek industrielawaai Stokerstraat/Jacob van Deventerstraat te Arnhem’, d.d. 19 oktober 2022, met kenmerk 15049.004, versienummer D4 opgesteld door Econsultancy, is uiteengezet waarom sprake is van een ‘gemengd gebied’. Rondom het plangebied bevinden zich voornamelijk gronden waaraan bedrijfsbestemmingen zijn 11
toegekend. Ten noorden van het plangebied zijn gronden met een woonbestemming gelegen. Gelet hierop is sprake van een sterke functiemenging en derhalve van een ‘gemengd gebied’. 3a.
3b.
3c.
Onduidelijk is of er rekening is gehouden met de regionale functie van de moskee. Er wordt gesteld dat de moskee een lager aantal verkeerbewegingen genereert dan de eerder toegestane functie. Het effect van een moskee op zijn omgeving is wel wezenlijk anders dan een bedrijf. Bij een moskee mag er worden verondersteld dat de verkeersbewegingen piekmomenten zullen betreffen. Dat is een heel ander effect dan een bedrijf dat gedurende een hele dag verkeer aan trekt. Voor de parkeervoorzieningen wordt uitgegaan van circa 350 bezoekers op een vrijdag en een norm van 0,15 voor een religiegebouw. In het geluidsonderzoek uitgegaan van 370 bezoekers op een vrijdag. Het totaal aantal bezoekers dat op zo’n dag aanwezig is dus volstrekt onduidelijk.
Onduidelijk is in welke ruimtes de 350 mensen aanwezig zijn. Want er zijn niet alleen gebedsruimtes maar ook een feestzaal, klaslokalen en detailhandel. Het kan dus goed zijn dat er tegelijk gebruik wordt gemaakt van de leslokalen en de bijeenkomst zaal. Dit kan betekenen dat er veel meer mensen aanwezig zijn. Voor het gebruik van elk van deze functies heeft de gemeente weer aparte parkeernormen. Deze zijn niet toegepast op deze locatie.
In paragraaf 2.1.3 van deze zienswijzenota wordt deze zienswijze beantwoord.
Het geluidsonderzoek heeft als doel de akoestische gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling in kaart te brengen, niet de uiteindelijke verkeersgeneratie of het aantal bezoekers in kaart te brengen. Hierbij worden aannames gedaan. In dit geval is met meer bezoekers in het akoestisch onderzoek gerekend. Uit de resultaten blijkt dat er dan nog altijd sprake is van een akoestisch aanvaardbare situatie. De enkele omstandigheid dat in het akoestisch onderzoek is gerekend met de aanwezigheid van meer personen, laat onverlet dat op de gronden die zijn bestemd als ‘Maatschappelijk’ maximaal 350 personen aanwezig mogen zijn (zie artikel 4.3 onder c). In artikel 4.3 onder c van de planregels is bepaald dat ter plaatse van de gronden met de bestemming ‘Maatschappelijk’ maximaal 350 personen tegelijk aanwezig mogen zijn. Gelet hierop is geborgd dat er op die gronden, waarop dus tevens de moskee is voorzien, in totaal maximaal 350 personen tegelijkertijd aanwezig mogen zijn. De verdeling over de betreffende ruimtes binnen de moskee is daarbij niet relevant. Blijken er toch meer dan 350 personen aanwezig te zijn op het terrein van de moskee (ongeacht de verdeling over de betreffende ruimtes), dan handelt de moskee in strijd met het bestemmingsplan en kan handhavend opgetreden worden.
12
3d.
In Beleidsregels voor toepassing van artikel 2.5.30 van de Bouwverordening gemeente Arnhem 2003 staat dat “Uitgangspunt van artikel 2.5.30 is dat de aanvrager van een bouwvergunning er alles aan doet om de parkeereis op eigen terrein te realiseren”. Niet is onderbouwd waarom de gemeente in haar eigen beleid aangeeft dat parkeervoorzieningen op eigen terrein moeten worden gerealiseerd en voor de moskee een uitzondering wordt gemaakt door 33 parkeerplekken op straat toe te schrijven aan de moskee. Temeer omdat op piekmomenten er een toename van het aantal bezoekers is met 42%. Er wordt daarom bezwaar gemaakt tegen het ‘toewijzen van 33 parkeerplekken op straat’ aan de moskee.
Opgemerkt wordt dat op grond van artikel 4.3 onder d van de planregels gedurende twee dagen per kalenderjaar maximaal 500 personen tegelijkertijd in de moskee aanwezig mogen zijn op het terrein van de moskee. De door reclamant genoemde verdeling over de betreffende ruimten is daarbij niet relevant. De zienswijze was aanleiding om aanvullend verkeersonderzoek te doen. Dit aanvullend verkeeronderzoek ‘Verkeersonderzoek Arnhem Ayasofya Moskee Westervoortsedijk’ met kenmerk P222383 en datum 25 oktober 2022 is als bijlage bij de toelichting onderdeel van het vast te stellen bestemmingsplan. In paragraaf 2.1.2 van deze zienswijzenota wordt deze zienswijze behandeld. Gelet hierop is de beleidsregel omtrent parkeren gekoppeld aan een algemene bouwregel. In het kader van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ (ex. artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder a van de Wabo) wordt getoetst of er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Wat verstaan moet worden onder ‘voldoende parkeergelegenheid’ volgt uit de (dynamische) beleidsregel.
3e.
Onduidelijk is welk betaald parkeren regime hier gaat gelden. Hier moet tenminste het betaald parkeren regime van 9-18 uur op straat worden ingevoerd zodat parkeren op eigen terrein aantrekkelijk wordt. En ik verzoek zeer frequent parkeeronderzoeken plaats te laten vinden zodat gemonitord wordt of de parkeervoorziening en het parkeergedrag niet ten koste gaat van de leefbaarheid in de buurt.
Een bestemmingsplan is niet de plek om vast te leggen hoe het betaald parkeren ingevuld gaat worden en hoe de monitoring hiervan plaatsvindt. Hetzelfde geldt voor de gevraagde monitoring. Beide zijn uitvoeringsaspecten die buiten het bestemmingsplankader vallen.
4a.
Veel van de bezoekers zullen van elders uit Arnhem en uit de regio komen en dus met de auto. Ontsluiting via de Van Oldenbarneveltstraat leidt over de gehele lengte van de Van Oldenbarneveltstraat tot een aanzienlijk piek in het verkeersaanbod. Aan de Van Oldenbarneveltstraat is ook de
In paragraaf 2.1.3 van deze zienswijzennota wordt deze zienswijze beantwoord.
13
4b.
4c.
5.
6a.
Al Fath moskee gevestigd wat nu de gebeds- en feestdagen al tot problematische verkeerssituatie en parkeersituaties leidt. De kruising met het hoofdfietsverbinding op de Van Verschuerstraat en de rotonde met de Johan de Wittlaan leiden op dit moment al regelmatig tot files op de Van Oldenbarneveltstraat. De Van Oldenbarneveltstraat is qua breedte niet berekend op deze toename. Er is geen vrij liggend fietspad in het 50km gebied en het wegprofiel in het 30 km gebied is te smal voor twee passerende auto’s en twee fietsers. Ik maak bezwaar tegen het ontbreken van een stedenbouwkundige visie inclusief beeldkwaliteit plan voor de ontwikkeling van de moskee. Met het stedenbouwkundige plan van Palmbout Urban Landscape is met veel zorg een nieuw stuk stad vormgegeven. Aan de ontwikkeling van de moskee wordt nu niet de noodzakelijke zorg besteed. Er is geen stedenbouwkundige visie in het plan opgenomen. Er wordt een gebouw vastgeplakt aan het einde van de woonwijk zonder dat er een relatie wordt gelegd in vorm en uiterlijk van dit gebouw met zijn omgeving. Het stedenbouwkundig plan van Palmbout Urban Landscaps voorziet in een centrale plek in de nieuwe buurt bij het pleintje op de kruising van de Westervoortsedijk met de Rietgrachtstraat en de Broekstraat.
Een moskee moet dus opgaan in het bouwblok dat in het stedenbouwkundigplan van Palmbout Urban Landscaps en geen onderscheidend positie innemen in het gevelbeeld. Het is volstrekt onduidelijk hoe dit wordt vormgegeven. Dit geldt tevens voor de minaret en de programmering.
De wijk ligt tussen het centrum van Arnhem en winkelcentrum Lely in. Er is geen visie om van de Westervoortsedijk een winkelstraat te maken. Onduidelijk is
In paragraaf 2.1.1 van deze zienswijzenota wordt deze zienswijze beantwoord.
In paragraaf 2.1.1 van deze zienswijzenota wordt deze zienswijze beantwoord.
Opgemerkt wordt dat er geen rechtsregel is die ertoe strekt dat, in alle gevallen, een beeldkwaliteitsplan dan wel een stedenbouwkundig plan moet worden opgesteld bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Zie in dit kader tevens de uitspraak van de Afdeling van 4 september 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:3056, r.o. 7.1). Zoals uiteengezet in paragraaf 2.2 van deze zienswijze nota is, vanwege het ontbreken van duidelijke richtlijnen voor Fluvium Zuid, in mei 2020 een Ambitiedocument Fluvium Zuid opgesteld met stedenbouwkundige randvoorwaarden, beeldkwaliteitseisen en andere ambities voor de nog te ontwikkelen kavels in Fluvium Zuid. Het ambitiedocument is een ambtelijk document dat een aanvulling vormt op het stedenbouwkundig ontwerp en geeft richting aan de kopers en architecten, die de kavels op Fluvium Zuid gaan ontwikkelen. In het Ambitiedocument worden verschillende aspecten voor de te ontwikkelen kavels benoemd: waaronder wandbebouwing langs de Westervoortsedijk, type materialisatie etc. Het merendeel is overgenomen uit stedenbouwkundig ontwerp maar verder aangescherpt. Het Ambitiedocument is als bijlage gevoegd bij de reserveringsovereenkomsten voor de kavels A, B en C en wordt gehanteerd bij de toetsing van de uitwerkingen voor de kavels. Voorliggend bestemmingsplan voorziet uitsluitend in aan de moskee ondergeschikte en ten dienste daarvan staande
14
6b.
6c.
6d.
Zienswijze # 4 1.
daarom waarom er losse detailhandel in een maatschappelijke functie moet worden gevestigd. Het vestigen van solitaire winkels is in strijd met uw detailhandels beleid “detailhandelsvisie Arnhem 2016-2021”. Door de ondernemers van Arnhem centrum streven een compact centrum gebied door losse detailhandel toe te staan draagt hier niet aan bij. De beoogde supermarkt locatie op de hoek van de Rietgrachtstraat met de Westervoortsedijk is inmiddels ingevuld met een gezondheidscentrum waaruit geconcludeerd mag worden dat het kennelijk niet aantrekkelijk is om hier een detailhandel te realiseren. Onduidelijk is daarom waarom er binnen het gebouw van een moskee, een maatschappelijke voorziening, detailhandel vierkante meters noodzakelijk zijn. Het worden losstaande winkels zonder relatie met hun omgeving. Dit zal in de context van moskeeën in overwegend islamitische landen anders zijn maar dat hangt dus samen met de stedenbouwkundige opzet en plek van het gebouw in de stad. Op de plek waar de moskee gepland staat is geen sprake van een winkelstraat.
detailhandel. Er is dan ook geen sprake van de vestiging van solitaire winkels.
De huidige bestemming van het perceel getuigt van een goede ruimtelijke ordening. Er is sprake van een bestemming voor bedrijven tot en met milieucategorie 2. Deze (relatief lichte) bedrijvigheid verhoudt zich goed tot de aangrenzende woonbestemming, kantoorpanden en andere bedrijfspercelen. Een bedrijfsbestemming is niet geluidsgevoelig en is ook geen kwetsbaar object en daarmee een ideale invulling van het plangebied. Daarnaast bestaat er een grote behoefte aan bedrijfskavels in de omgeving en is het aanbod nihil. Er zijn zelfs meerdere concrete gegadigden om zich op deze kavel te vestigen. De bestemmingsplan herziening is dan ook niet nodig en zelfs ongewenst.
De betreffende moskee wordt ter plaatse gerealiseerd omdat de huidige vestiging van de Ayasofya moskee aan de Sonsbeeksingel in Arnhem niet meer voldoet aan de eisen van de organisatie, onder meer omdat die locatie een te beperkte capaciteit heeft. Er zijn verschillende locaties onderzocht, telkens met een negatief resultaat. Het betreffen locaties die door de gemeente Arnhem zijn aangedragen en locaties die te koop zijn aangeboden via bijvoorbeeld Funda. De locaties bleken om diverse redenen niet haalbaar/realistisch.
In punt 6a wordt deze zienswijze beantwoord.
In punt 6a wordt deze zienswijze beantwoord.
In punt 6a wordt deze zienswijze beantwoord.
Uiteindelijk is de keuze gevallen op de voorliggende locatie. Deze locatie is goed bereikbaar, voldoet aan de grootte, is gelegen richting het zuidoosten en voorziet in voldoende parkeergelegenheid op het eigen terrein. 15
Verder is de gemeente van mening dat een maatschappelijke functie zoals een moskee ruimtelijk en functioneel zeer wenselijk en passend is in een gebied dat in transitie is van bedrijventerrein naar een gebied waar steeds meer woningen worden gerealiseerd. Het nieuwe bestemmingsplan gaat niet in op de vraag of een nu toegestane functie passend is, maar of de nieuwe functie passend is en in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt aangetoond dat er sprake is van een passende functie en dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Dat de huidige functie dat ook is, is hierbij niet relevant. 2.
3.
Indien de raad van mening is dat een maatschappelijke bestemming in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, dan dient het plangebied in ieder geval de dubbele bestemming ‘Maatschappelijk/Bedrijven’ te krijgen, zodat het perceel in de toekomst ook alternatieve gebruiksmogelijkheden krijgt. In de collegenota van 16 juni 2020 wordt gesproken over een verruiming van de bestemming naar maatschappelijke doeleinden/ bedrijven. Als de bouw van de moskee geen doorgang vindt of als de moskee op enig moment sluit, dan kan het perceel zonder ruimtelijke procedure in gebruik worden genomen voor bedrijvigheid
Het oostelijke centrumgebied is volop in ontwikkeling. Voor de (woning)bouwplannen die hier zijn/worden gerealiseerd, werden in april 2012 zeer strikte stedenbouwkundige- en beeldkwaliteitseisen vastgesteld die nadien bij iedere
Het is vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’) dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsruimte toekomt om bestemmingen aan te wijzen en met het oog hierop regels te geven. Zie in dit kader bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 20 april september 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1160, r.o. 4.) Er is gekozen om geen dubbelbestemming op de kavel te leggen omdat de Islamitische Unie daarmee publiekrechtelijk de mogelijkheid zou krijgen om (deels) een bedrijf te ontwikkelen en dat is niet wat beoogd is in de afspraken met de Islamitische Unie. Mocht de ontwikkeling van de moskee om welke reden dan ook niet doorgaan dan zal de grond niet geleverd worden en zal de gemeente op dat moment bekijken wat te doen. Mocht het zo zijn dat geconcludeerd wordt dat de functie van bedrijf het beste is, dan zal er opnieuw een bestemmingsplanherziening plaatsvinden en zal de gemeente de kavel aan de markt aanbieden. Opgemerkt wordt dat er geen rechtsregel is de ertoe strekt dat, in alle gevallen, een beeldkwaliteitsplan dan wel een stedenbouwkundig plan moet worden opgesteld bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Zie in dit kader tevens 16
ontwikkeling ook strikt door de gemeente zijn toegepast. Uitgangspunt voor dit deel van de Westervoortsedijk is een lanenstructuur met een beperkte bouwhoogte en zoveel mogelijk aaneengesloten bebouwing en dichte hoeken. Voor het specifieke kavel is zelfs een footprint en bebouwingsenveloppe opgesteld. Het is in de ogen van de stichting evident dat de stedenbouwkundige structuur die de gemeente hier voorstaat bestaat uit gesloten gevelwanden langs de nieuwe straat en de Westervoortsedijk met een besloten binnentuin met parkeeroplossing. In het thans ter inzage gelegde ontwerpbestemmingsplan lijkt van die gedachte niets overgebleven. De stichting is van mening dat de gemeente zich als betrouwbare overheid dient te conformeren aan eerder vastgestelde stedenbouwkundige en beeldkwaliteitskaders. Deze kaders hebben voor alle ontwikkelingen in de omgeving als strikte leidraad gegolden en kunnen niet ineens voor een op zichzelf staand initiatief volledig worden losgelaten.
de uitspraak van de Afdeling van 4 september 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:3056, r.o. 7.1). Zoals uiteengezet in paragraaf 2.2 van deze zienswijze nota is, vanwege het ontbreken van duidelijke richtlijnen voor Fluvium Zuid, in mei 2020 een Ambitiedocument Fluvium Zuid opgesteld met stedenbouwkundige randvoorwaarden, beeldkwaliteitseisen en andere ambities voor de nog te ontwikkelen kavels in Fluvium Zuid. Het ambitiedocument is een ambtelijk document dat een aanvulling vormt op het stedenbouwkundig ontwerp en geeft richting aan de kopers en architecten, die de kavels op Fluvium Zuid gaan ontwikkelen. In het Ambitiedocument worden verschillende aspecten voor de te ontwikkelen kavels benoemd: waaronder wandbebouwing langs de Westervoortsedijk, type materialisatie etc. Het merendeel is overgenomen uit stedenbouwkundig ontwerp maar verder aangescherpt. Het Ambitiedocument is als bijlage gevoegd bij de reserveringsovereenkomsten voor de kavels A, B en C en wordt gehanteerd bij de toetsing van de uitwerking voor de kavels.
Datzelfde geldt voor de materialisatie en uitstraling die voor dit gebied altijd is nagestreefd. Er moest vanwege het van oudsher industriële karakter van het gebied steeds sprake zijn van robuuste vormgeving en materiaalgebruik, rode gebakken stenen, hout, metaal, etc. In het onderhavige bestemmingsplan blijkt op geen enkele wijze van de voortzetting van die uitgezette lijn. Er is geen nieuw beeldkwaliteitsplan opgesteld om de vormgeving van de moskee te laten aansluiten op de omgeving. In een gebied dat jaren lang met zulke strenge eisen zo zorgvuldig is vormgegeven, dient op zijn minst deugdelijk te worden gemotiveerd waarom dit kavel ineens alles wordt losgelaten en bij wijze van spreken een 'welstandsvrije' situatie in het leven wordt geroepen. De stichting hecht eraan dat nieuwbouw op dit kavel, voor welke functie dan ook, zich conformeert aan de uitgangspunten die ook voor de rest 17
van het gebied gelden. In de ogen van de stichting ligt het dus voor de hand om een nieuwe beeldkwaliteitsparagraaf te schrijven waarin duidelijke eisen worden gesteld aan de inpassing en vormgeving van de nieuwbouw op deze locatie. 4.
Een groot zorgpunt is dat parkeerbehoefte als gevolg van de nieuw te bouwen moskee ernstig wordt onderschat. Dit komt enerzijds door de gekozen normstelling van 0,15 parkeerplaatsen per zitplaats uit het 18 jaar geleden vastgestelde parkeerbeleid. Deze normstelling is gezien de ligging van de moskee veel te laag. In vergelijkbare gevallen elders in het land wordt een normstelling van 0,3 (of hoger) gehanteerd. Daarnaast zit de onderschatting in het feit dat ten onrechte geen realistische worst-case berekening is gemaakt van de bezoekersaantallen, het autogebruik en de samenhang van de verschillende functies die tegelijkertijd in gebruik mogen zijn. Tot slot wordt op de zogenaamde ‘bijzondere dagen’ die twee keer per jaar zijn toegestaan, een parkeerprobleem afgewenteld op de omgeving. Hierbij is niet aangetoond dat daarvoor parkeercapaciteit bestaat. Een structureel twee keer per jaar terugkerend knelpunt is niet incidenteel en kan in planologische zin niet worden genegeerd. Er dient derhalve te worden onderzocht of en zo ja hoe de parkeerdruk in die situatie kan worden opgevangen. De stichting heeft dan ook ernstige twijfels bij de vraag of het bouwplan voorziet in voldoende parkeergelegenheid.
5a.
5b.
Vanwege de het hiervoor opgemerkte gebrek aan parkeerplaatsen en de onderschatting van de verkeersgeneratie zal het akoestisch onderzoek aangepast moeten worden. Ten onrechte wordt in het akoestisch onderzoek industrielawaai aangenomen dat er geen maatwerk nodig is in verband met het overschrijden van de maximale
De zienswijze was aanleiding om aanvullend verkeersonderzoek te doen. Dit aanvullend verkeeronderzoek ‘Verkeersonderzoek Arnhem Ayasofya Moskee Westervoortsedijk’ met kenmerk P222383 en datum 25 oktober 2022 is als bijlage bij de toelichting onderdeel van het vast te stellen bestemmingsplan. In paragraaf 2.1.2 van deze zienswijzenota wordt deze zienswijze behandeld. Gelet hierop is de beleidsregel omtrent parkeren gekoppeld aan een algemene bouwregel. In het kader van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ (ex. artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder a van de Wabo) wordt getoetst of er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Wat verstaan moet worden onder ‘voldoende parkeergelegenheid’ volgt uit de (dynamische) beleidsregel. In het kader van de procedure omtrent de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ kan ter discussie gesteld worden of de normen uit de beleidsregel volstaan. Nu deze beleidsregel geen onderdeel uitmaakt van dit bestemmingsplan, kan deze niet (inhoudelijk) ter discussie gesteld worden in de voorliggende planprocedure. In punt 4 wordt deze zienswijze beantwoord.
Deze zienswijze heeft aanleiding gegeven om de gemeenteraad voor te stellen om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. 18
geluidsniveaus op de gevels van de nieuwe woningen vanwege het dichtslaan van portieren op het parkeerterrein. De maximale waarden uit het Activiteitenbesluit worden immers overschreden. Gelet op de reeds hoge geluidsbelasting in het gebied, ligt het niet voor de hand dat verruimend maatwerk toegepast wordt. Dit betekend ook dat het bestemmingsplan moet voorzien in geluidreducerende maatregelen vanwege geluid van de inrichting.
Mede op dit punt is het akoestisch onderzoek aangepast en aangevuld. In het aangepaste ‘Akoestisch onderzoek industrielawaai Stokerstraat/Jacob van Deventerstraat te Arnhem’, d.d. 19 oktober 2022, met kenmerk 15049.004, versienummer D4 opgesteld door Econsultancy, is aangegeven dat er ter plaatse van het parkeerterrein een geluidscherm van 1,20 meter hoogte wordt gerealiseerd. Zie hiervoor paragraaf 3.2 pagina 6 en paragraaf 3.3 en figuur 3.3 pagina 8 van het akoestisch onderzoek. Uit het aangepaste ‘Akoestisch onderzoek industrielawaai Stokerstraat/Jacob van Deventerstraat te Arnhem’, d.d. 19 oktober 2022, met kenmerk 15049.004, versienummer D4 opgesteld door Econsultancy, blijkt dat indien een geluidscherm van 1,20 meter hoogte ter plaatse van enkele parkeerplekken gerealiseerd wordt, er sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat.
5c.
Er heeft in het akoestisch onderzoek industrielawaai geen toetsing plaatsgevonden aan het Arnhemse geluidsbeleid, waarin het ambitieniveau voor het gebied ‘redelijk rustig’ is.
5d.
Het bestemmingsplan voor de moskee zorgt voor beperkingen van de op het bedrijventerrein gevestigde bedrijven. Er zijn namelijk leslokalen toegestaan, een school dus. Een school is een geluidgevoelig object. Er vindt dus een overschrijding plaats van de wettelijke voorkeurswaarde en daarvoor in geen hogere waarde vastgesteld. Ook blijkt uit de opgave van de initiatiefnemer dat er beoogd wordt een dienstwoning voor de imam te realiseren. Dit is eveneens een geluidgevoelig object en werkt beperkend voor de aanwezige bedrijven op het
In ‘Bijlage 1 Wijzigingenrapport’ behorende bij het raadsvoorstel is aangegeven welke wijzigingen er worden voorgesteld. De toetsing aan het beleidsplan geluid heeft plaatsgevonden in de toelichting (paragraaf 4.4.2) bij het bestemmingsplan. Daar hoort de toetsing ook thuis. Het plangebied valt niet in het gebied redelijk rustig maar in het gebied stedelijke zone die getypeerd wordt als overwegend lawaaiig. Het ambitieniveau voor industrielawaai is 55 dB, dus ‘onrustig’. De moskee met daarbij ondergeschikte en ten dienste van de moskee toegestane leslokalen voor cultureel en religieus onderwijs, niet zijnde regulier onderwijs kwalificeert niet als een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 1 van de Wgh gelezen in samenhang met artikel 1.2 van het Besluit geluidhinder. Het is juist dat op grond van artikel 1.2 lid 1 aanhef en onder a van het Besluit geluidhinder een onderwijsgebouw kwalificeert als een ander geluidsgevoelig gebouw als 19
nabijgelegen bedrijventerrein. Het gebruik voor bewoning dient voor alle duidelijkheid en ter voorkoming van een handhavingsdiscussie in de planregels worden uitgesloten.
bedoeld in artikel 1 van de Wgh. Uit de Nota van Toelichting volgt dat het bij een ‘onderwijsgebouw’ moet gaan om een gebouw bestemd voor regulier onderwijs. Hiervoor wordt verwezen naar de volgende passage uit Nota van Toelichting: “Evenals voorheen gaat het bij een onderwijsgebouw om een gebouw bestemd voor primair onderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs, particulier onderwijs, beroepsonderwijs, volwasseneneducatie of hoger en universitair onderwijs. De delen van een onderwijsgebouw die in een bestemmingsplan een andere bestemming hebben gekregen dan leslokaal, theorielokaal of theorievaklokaal worden niet aangemerkt als een deel van het geluidsgevoelige gebouw. Bijvoorbeeld een practicumruimte, een gymnastieklokaal of een kantoorruimte die als zodanig is aangewezen in het bestemmingsplan, valt niet onder de werking van dit besluit. Als in het bestemmingsplan enkel het onderwijsgebouw als geheel is genoemd en er geen aparte bestemming is gegeven voor verschillende delen van het gebouw, valt het onderwijsgebouw in zijn geheel onder de werking van dit besluit. De wet kende een vergelijkbare bepaling, namelijk dat delen van een gebouw die niet zijn bestemd voor geluidsgevoelige onderwijsactiviteiten geen deel uitmaken van een onderwijsgebouw.”. 1
In het bestemmingsplan is expliciet bepaald dat de leslokalen niet bestemd zijn voor regulier onderwijs. Onder regulier onderwijs moet volgens artikel 1.32 van de planregels het volgende worden verstaan: “Onder regulier onderwijs wordt het verstaan het uitoefenen van (speciaal) basisonderwijs en voortgezet (speciaal) onderwijs zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voorgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra, zoals deze wetten luiden op het moment van vaststelling van dit plan.”.
1 Staatsblad 2012, 164.
20
Gelet hierop is mogen de leslokalen niet gebruikt worden voor het uitoefenen van (speciaal) basisonderwijs en voortgezet (speciaal) onderwijs zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voorgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra. Derhalve kwalificeert de moskee niet als een onderwijsgebouw en derhalve niet als een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 1 van de Wgh gelezen in samenhang met artikel 1.2 van het Besluit geluidhinder. Verder wordt opgemerkt dat een dienstwoning voor de imam niet is toegestaan op grond van het bestemmingsplan. 5e.
5f.
6.
Delen van gebouwen kunnen ook geluidgevoelig zijn. Dit volgt uit de definitie van verblijfsruimte in artikel 1.1 lid 1 onder d van het Besluit geluidhinder. Het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai redeneert alleen vanuit een goede ruimtelijke ordening voor de lokalen/leerlingen zelf en beschouwt de situatie niet voor omliggende bedrijven/functies. Dit dient alsnog te gebeuren. De geluidsbelasting van industrielawaai, wegverkeerslawaai en de moskee dient gecumuleerd beschouwd te worden. Zowel voor de woningen in de directe omgeving die gevolgen ondervinden van de nieuwe bestemming, als voor de geluidgevoelige delen van de moskee zelf (de delen waar de vestiging van leslokalen niet is uitgesloten). Dit is niet gebeurd.
In de plantoelichting wordt geconcludeerd dat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening. Een onderbouwing op grond van de ladder voor duurzame verstedelijking is dus in de ogen van de gemeente niet nodig. Deze conclusie lijkt mede te zijn gebaseerd op de conclusies over het verkeer-
Zie de beantwoording van de zienswijze onder punt 5d. De moskee met daarbij ondergeschikte en ten dienste van de moskee toegestane leslokalen voor cultureel en religieus onderzoek, niet zijnde regulier onderwijs kwalificeert niet als een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 1 van de Wgh gelezen in samenhang met artikel 1.2 van het Besluit geluidhinder. Deze zienswijze heeft aanleiding gegeven om het aspect cumulatie nader te onderbouwen. In het aangepaste akoestisch onderzoek ‘Akoestisch onderzoek industrielawaai Stokerstraat/Jacob van Deventerstraat te Arnhem’, d.d. 19 oktober 2022, met kenmerk 15049.004, versienummer D4 opgesteld door Econsultancy, heeft een toetsing van cumulatie plaats gevonden. Zie hiervoor paragraaf 4.3 pagina 11 en 12 en bijlage 5 behorende bij het onderzoek. Hierbij merken wij op dat de leslokalen niet geluidsgevoelig zijn. Zie hiervoor de beantwoording van de zienswijze onder punt 5d. Deze zienswijze heeft aanleiding gegeven om de toelichting op dit punt nader te onderbouwen. Zie hiervoor paragraaf 3.4.2.2. van de toelichting van het vast te stellen bestemmingsplan.
21
en parkeren en geluidhinder, waarmee de stichting het dus oneens is. Volgens de stichting is er wel sprake van een functiewijziging met een zodanige aard en omvang dat deze als nieuwe stedelijke ontwikkeling kwalificeert. De nieuwe bestemming kent een hele andere dynamiek, is gebiedsvreemd en zorgt voor knelpunten op piekmomenten. Er dient vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening dus terdege zorgvuldig te worden onderzocht en onderbouwd of aan deze specifieke maatschappelijke bestemming in de voorgenomen omvang behoefte is. Dat is tot op heden nagelaten. Dat is des te meer verwonderlijk, omdat ten onrechte niet geborgd is dat deze bestemming op de oude locatie komt te vervallen, zodat de toevoeging aan maatschappelijke functies in planologisch opzicht nog groter is. 7.
8a.
Binnen het plangebied is vroeger een ernstige bodemverontreiniging gesaneerd. De kavel is voorzien van een leeflaag en is niet geschikt voor gevoelig gebruik. Er lijkt onvoldoende onderzoek te zijn gedaan naar de vraag of het gebruik van deze kavel ten behoeve van de moskee vanuit milieuhygiënisch oogpunt mogelijk en gewenst is. Aan een deel van het plangebied wordt in het nieuwe bestemmingsplan de bestemming ‘Groen’ toegekend. Op dat perceelsgedeelte rust op grond van het vigerende bestemmingsplan nog de bestemming ‘Verkeer’. Gebruik van gronden voor een groenbestemming dient te zijn afgestemd op de bodemgesteldheid, zodat geen risicovol gebruik van de grond wordt gemaakt.
De ondergrond ter plaatse van de ernstige bodemverontreiniging is gesaneerd. Er bestaat dan ook geen risico voor de volksgezondheid.
Zoals uit het gemeentelijke beleidsplan externe veiligheid volgt, geldt in Arnhem voor de Westervoortsedijk en de N325 een plaatsgebonden risicocontour voor vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg. Voor het centrum en de stedelijke zone zijn overschrijdingen van de 10-6 contour op grond van het beleidsplan niet acceptabel. De plaatsgebonden risicocontour voor de Westervoortsedijk is
De Westervoortsedijk (en de N325) ter hoogte van de planlocatie maken geen onderdeel van de aangewezen route voor het transport van gevaarlijke stoffen waarvoor een 10-6 PR contour geldt. Dit betekent dat dit geen belemmering voor de planlocatie vormt. De Westervoortsedijk is tot aan de Driepoortenweg onderdeel van de route voor het transport van gevaarlijke stoffen.
Binnen het plangebied is daarnaast de gebiedsaanduiding ‘Milieuzone – bodembeschermingsgebied 1’ opgenomen. Bij graafwerkzaamheden onder de leeflaag is een saneringsplan noodzakelijk en dient toestemming van de gemeente Arnhem (als bevoegd gezag in het kader van de Wet bescherming) worden verkregen.
22
8b.
blijkens de tekst van het beleidsplan 20 meter vanuit het hart van de weg. Geconcludeerd wordt dat de eerste 7 meter van het moskeegebouw binnen de plaatsgebonden risicocontour zouden kunnen worden gerealiseerd, hetgeen niet in overeenstemming is met beleidsplan. Een eventuele afwijking van het beleidsplan is, voor zover mogelijk, niet gemotiveerd. Op zeer korte afstand van het moskeegebouw ligt een gasontvangststation met een capaciteit van ruimt 43.000 m3. De situering van het bouwvlak voor het moskeegebouw valt weliswaar net buiten de plaatsgebonden risicocontour van 25 meter, maar verondersteld mag worden dat er ook voor dit gasontvangstation een groepsrisico geldt. In de Afdelingsjurisprudentie worden gasontvangstations in ieder geval betrokken bij het opstellen van een QRA. Het groepsrisico van het gasontvangstation dient in samenhang te worden beschouwd met overige risicobronnen zoals het vervoer over water, spoor en BRZO inrichtingen op het industrieterrein. Een deugdelijke analyse van het groepsrisico heeft niet plaatsgevonden. In het onderzoek naar externe veiligheid van Econsultancy wordt in paragraaf 3.3 volstaan met de conclusie dat het gebouw buiten de plaatsgebonden risicocontour uit het Activiteitenbesluit valt. Dit terwijl er sprake is van een functiewijziging naar een gebruik voor grote groepen (deels kwetsbare) personen.
Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening kan niet met slechts een toets aan het plaatsgebonden risico worden volstaan en dient een QRA te worden opgesteld met betrekking tot alle risico's. Dus zowel de gastransportleidingen, het wegvervoer gevaarlijke stoffen als het gasontvangstation. Dit is behalve gelet op de grote groepen bezoekers in het gebouw tevens van belang omdat vrijwel alle parkeerplaatsen ten behoeve van de bezoekers van de moskee zijn gesitueerd op het buitenterrein op nog veel kortere afstand van het gasontvangstation (zelfs binnen de pr-contour).
Het gasontvangststation valt onder de werking van het Activiteitenbesluit en niet onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Op grond van artikel 3.12 lid 6 van het Activiteitenbesluit geldt een vaste afstand van 25 meter ten opzichte van kwetsbare objecten. Deze afstandsnorm heeft dwingende werking; hiervan kan niet worden afgeweken. Vastgesteld wordt dat het bouwvlak voor het moskeegebouw buiten de 25 meterzone valt. Dit betekent dat wordt voldaan aan de afstandsnorm van artikel 3.12 lid 6 van het Activiteitenbesluit. Nu voldaan wordt aan artikel 3.12 lid 6 van het Activiteitenbesluit is een onderzoek naar het groepsrisico evenmin noodzakelijk. Opgemerkt wordt dat in de jurisprudentie van de Afdeling gasontvangststations soms worden betrokken bij het opstellen van een QRA. Blijkens de betreffende jurisprudentie wordt dit gedaan om te onderbouwen dat ondanks dat niet wordt voldaan aan de afstandsnorm van artikel 3.12 lid 6 van het Activiteitenbesluit toch sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat omdat het groepsrisico en het plaatsgebonden risico aanvaardbaar zouden zijn. De moskee valt alleen binnen de inventarisatieafstand voor het groepsrisico van de ondergrondse aardgasleiding N55911. Vandaar dat hiervoor alleen een groepsrisicoberekening is uitgevoerd.
23
8c.
Het onderzoek externe veiligheid van Econsultancy dat als bijlage 4 bij de plantoelichting is gevoegd is behalve hetgeen hiervoor is aangevoerd over het gastontvangstation ook voor het overige niet op juiste uitgangspunten gebaseerd. Zo is bij het beschouwen van het groepsrisico ten onrechte niet uitgegaan van een worst-case scenario van 500 bezoekers die incidenteel zijn toegestaan. Er is zelfs niet uitgegaan van hetgeen regulier in de planregels is toegestaan (maximaal 350 personen tegelijk binnen de bestemming 'Maatschappelijk'). Uitgegaan wordt van maximaal 250 personen tegelijk door de weeks. Dat zijn dus gelet op het bepaalde in planregel 4.3 zo'n 100 personen te weinig. Daarnaast is ten onrechte gasleiding 2 met nummer N-55923 niet beschouwd. Deze gasleiding ligt op een zodanige afstand van het plangebied dat in ieder geval een deel daarvan (het parkeerterrein) binnen inventarisatieafstand valt. Ook het groepsrisico van deze leiding diende dus te worden beschouwd. De hogedruk gasleidingen lijken qua ligging sowieso niet goed beschouwd, omdat deze blijkens een inrichtingstekening van de gemeente op een veel kortere afstand van het plangebied zijn gelegen. Tot slot is het onderzoek ten onrechte gebaseerd op de BAG en daarmee voor deze specifieke situatie op onjuiste gegevens. Binnen het invloedsgebied van het groepsrisico wordt thans grootschalige woningbouw gerealiseerd.
In totaal gaat het om een kleine 190 nieuwe woningen. Deze woningen zijn momenteel in aanbouw en daar wonen thans nog geen mensen, dus de BAG geeft geen juist beeld. Ten tijde van de beoogde realisatie van het binnen het plangebied voorziene moskeegebouw zullen er veel meer mensen wonen in dit gebied en zal het aantal aanwezigen en daarmee groepsrisico veel groter zijn. De kans is aanzienlijk dat de oriënterende waarde terdege wordt overschreden ten gevolge van de toevoeging van de moskee.
De zienswijze heeft aanleiding gegeven om aanvullend onderzoek te doen. Dit aanvullend ‘Onderzoek Externe Veiligheid Stokerstraat/Jacob van Deventerstraat te Arnhem’, d.d. 17 juni 2022, met kenmerk 15049.003, versienummer D2 opgesteld door Econsultancy is als bijlage bij de toelichting onderdeel van het vast te stellen bestemmingsplan. In het aanvullend onderzoek is uitgegaan van een ‘worstcase’ situatie. Het uitgangspunt is dat er zowel in de dag-, avond- en nachtperiode zeven dagen per week 350 mensen aanwezig zijn in de moskee. En dat 2 maal per jaar in de dag-, avond- en nachtperiode 500 mensen aanwezig zijn. Dit is immers toegestaan op grond van het bestemmingsplan. Daarnaast is het aanvullende onderzoek niet alleen gebaseerd op de BAG maar ook op de nieuw te bouw woningen (maximum aantal wooneenheden 200) die mogelijk zijn op basis van bestemmingsplan ‘Fluvium Midden – Westervoortsedijk West’ (Gashouderskwartier). Het aantal aanwezigen binnen dit bestemmingsplan is tevens meegenomen in de berekeningen. In het aanvullend ‘Onderzoek Externe Veiligheid Stokerstraat/Jacob van Deventerstraat te Arnhem’, d.d. 17 juni 2022, met kenmerk 15049.003, versienummer D2 opgesteld door Econsultancy is in het kader van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) een groepsrisicoberekening uitgevoerd.
Dit geldt alleen als de moskee binnen de inventarisatieafstand groepsrisico van de buisleiding ligt. Zoals in tabel 3.1 op pagina 5 van het externe veiligheidsonderzoek aangegeven ligt de moskee niet binnen de inventarisatie afstand van buisleiding N559-23. De inventarisatie afstand is 95 meter en de moskee komt op 97 meter. Vandaar dat dit niet is meegenomen in de groepsrisicoberekening.
24
9.
Het plan is blijkens de plantoelichting vooralsnog financieel niet uitvoerbaar. In paragraaf 5.5 van de plantoelichting staat weliswaar dat over de plankosten en eventuele planschade is gecontracteerd, maar tegelijkertijd staat daarmee vast dat er geen volledig kostenverhaal plaatsvindt. Dit roept bij de stichting de vraag op hoe deze gang van zaken zich verhoudt tot de staatssteunregelgeving en het recente Didam-arrest van de Hoge Raad. De stichting krijgt dit graag toegelicht en verneemt ook graag of de gemeenteraad in zal staan voor het tekort op de grondexploitatie en of er van gemeentewege dus budget zal worden vastgesteld voor deze verlieslatende grondexploitatie. De algehele gang van zaken waarbij een kavel gemeentegrond met een bedrijfsbestemming (waaraan een grote behoefte bestaat) niet voor een marktconforme prijs wordt verkocht, maar de bestemming wordt gewijzigd in Maatschappelijk en deze gemeentegrond vervolgens wordt verkocht met verlies, roept bij de stichting de grootst mogelijke vraagtekens op. Dit is in deze tijden niet uit te leggen.