Bijlage 2a - tekst
Tekst van het document
De Accentnota sluit aan bij de uitgangspunten van de nieuwe regionale fietsambitie 'Samenwerkingsagenda fiets, regio Arnhem Nijmegen'. De doelen van deze fietsambitie zijn: meer fietsgebruik; betere ontsluiting van stedelijke bestemmingen voor alle inwoners van de stad; de binnenstad beter bereikbaar en aantrekkelijker maken voor fiets; schone lucht en verminderen van CO2 uitstoot; inspelen op de trend van toenemende stedelijke verdichting en urbanisatie; het verduurzamen en toekomstvast maken van het stedelijk vervoersnetwerk; het beïnvloeden van duurzaam stedelijk verplaatsingsgedrag. Openbaar vervoer In december 2018 zijn door de gemeenteraad het HOV-Actieplan en de Stadsnetten-visie vastgesteld. Deze twee beleidsdocumenten voor het openbaar vervoer hebben tot doel om de aantrekkelijkheid en concurrentiekracht van het stedelijk en regionaal OV te vergroten. Om daarmee de bereikbaarheid en economische aantrekkelijkheid van de regio en de steden te verbeteren. Het openbaar vervoer wordt toekomstvast door een kwaliteitsslag met als maatregelen: een netwerk van Hoogwaardig Openbaar Vervoer een mobiliteit te bieden voor iedereen een emissieloos openbaar vervoer door middel van Trolley 2.0. 3.3.3.5 Ruimte voor creativiteit Een bloeiende culturele sector draagt bij aan de identiteit van een stad en zorgt voor de nodige reuring.
In de bruisende stad speelt de creatieve sector een sleutelrol als producent van cultuur. Zowel in het centrum als in de wijken kan de creatieve sector een belangrijke bijdrage leveren aan gebiedsontwikkelingen. De creatieve sector is bij uitstek een vorm van stedelijke economie die zich laat mengen met wonen en andere vormen van bedrijvigheid en die de gewenste levendigheid in deze gebieden kan brengen. Huisvesting ten behoeve van de creatieve industrie is ook goed te verbinden met de maatschappelijke opgaven in de stad. De beleidsregel om bij woningbouwprojecten minimaal dertig procent sociale huur te realiseren, biedt kansen voor de huisvesting van de creatieve en culturele sector. Het gebied leent zich voor het creëren van ontmoetingsplekken in de vorm van ateliers. Derhalve wordt in dit omgevingsplan de mogelijkheid geboden om atelierwoningen toe te voegen in het parkgebouw west.
34 steld)
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan Nijmeegseweg - fase 1" (vastge
3.4
Welstandsaspecten
3.4.1
Welstandsnota 2015
De Arnhemse Welstandsnota is in 2015 vastgesteld. Arnhem is een aantrekkelijke stad om te wonen en te verblijven. Het uiterlijk van de stad draagt daar aan bij. De gemeente wil dat zo houden. Vanuit het oogpunt dat nieuwe bouwwerken in zijn algemeenheid moeten passen in hun omgeving vormt de bestaande stad het referentie- en inspiratiekader. Voor de meest voorkomende bouwwerken zijn in deze nota gebiedsgerichte criteria opgenomen. Deze criteria zijn per gebied ('géén toets', 'lichte toets' en 'zware toets') anders. Hierna is een kaart met de onderverdeling van de gebieden opgenomen en worden de gebieden nader toegelicht.
Afbeelding 3.2. Welstandskaart 2015; Bron: Welstandsnota 2015
Gebied met lichte welstandstoets In gebieden die zich kenmerken door samenhang in het straatbeeld – bijvoorbeeld door een eenheid in dakvormen, architectuur of materiaalgebruik – is het van belang dat dit eigen karakter bewaard blijft. Welstandsregels voor dit niveau zijn beperkt en gaan alleen over het gevelbeeld en de daken die vanaf de straat zichtbaar zijn. Voor de achterkanten van gebouwen gelden geen regels, die zijn dus welstandsvrij. De regels zijn bedoeld om de kenmerken van het gevelbeeld in relatie tot het openbaar gebied op hoofdlijnen in stand te houden. Gelet op de welstandskaart kent de locatie een lichte welstandstoets.
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan Nijmeegseweg - fase 1" (vastgesteld) 35
3.4.2
Beeldregie in het Omgevingskwaliteitsplan
Voor de ontwikkeling zullen aparte beeldkwaliteitseisen komen te gelden. Deze zijn opgenomen in het onderdeel beeldregie van het omgevingskwaliteitsplan dat is opgenomen als bijlage bij de regels. Nadat de ontwikkeling is afgerond zal weer worden teruggevallen op de algemene welstandsregels.
3.5
Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6, lid 2 Bro)
3.5.1
Algemeen
De Ladder voor Duurzame Verstedelijking is opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van het Rijk en per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Bro in de artikelen 1.1.1 en 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De tekst uit het Bro luidt als volgt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is van toepassing bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Ingevolge artikel 1.1.1, eerste lid, onder i van het Bro is een stedelijke ontwikkeling: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' De ruimtevraag moet bij voorkeur worden opgevangen in het bestaand stedelijk gebied. Op basis van gebiedsspecifieke situatie dient bepaald te worden wat wordt ervaren als stedelijk gebied. In het Bro is in artikel 1.1.1, eerste lid, onder h een definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied.
De betreffende definitie luidt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. 3.5.2
Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking
De provincie Gelderland stuurt op een gezonde regionale woningbouwprogrammering. Hierbij is de provincie opgebouwd in regio's. Arnhem valt binnen de regio Arnhem-Nijmegen en deze regio vormt ook het verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkelingen in Arnhem. Er zijn afspraken gemaakt met de Regio Arnhem Nijmegen over de groei van de woningvoorraad (dus: aantallen nieuwbouw) en over de 'kwaliteiten', zoals het aandeel huur- en betaalbare woningen. Dit is vertaald naar subregio's. De woningen binnen project Nijmeegseweg vallen binnen de regionale afspraken. In de Woondeal die is gesloten met de gemeenten in de woningmarktregio, de provincie Gelderland en het Rijk, is het project opgenomen als versnellingslocatie. Dat betekent dat het project van belang is voor een deel van de regionale productie. In het plan wordt uitgegaan van ongeveer 149 woningen (met een maximum van 263) Dit past binnen de woonbehoefte van gemeente Arnhem. Arnhem heeft nog niet meer dan 100% plancapaciteit bereikt. Omdat dit plan voor het merendeel bestaat aan woningen in de betaalbare segmenten, past het plan ook in kwalitatief opzicht goed.
36 steld)
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan Nijmeegseweg - fase 1" (vastge
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Inleiding
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de verschillende milieu- en omgevingsaspecten onderbouwd.
4.2
Geluid
4.2.1
Algemeen
Wet geluidhinder De Wet geluidhinder heeft tot doel de mens te beschermen tegen geluidhinder. Dit is in de wet uitgewerkt in een normenstelsel voor de toelaatbare geluidbelasting in de woonomgeving. Alleen planologisch nieuwe situaties worden getoetst aan de wet. Daarbij moet er akoestisch onderzoek plaatsvinden naar de gevolgen daarvan voor geluidgevoelige objecten. Naast woningen zijn er nog een aantal andere geluidgevoelige objecten aangewezen zoals scholen en zorginstellingen. In de wet staan regels voor weg- en railverkeerslawaai en voor gezoneerde industrieterreinen. De wet werkt verder met zones: dit zijn aandachtsgebieden rond geluidbronnen waarbinnen regels en normen gelden om de negatieve gevolgen van geluidhinder te beperken. Het wettelijk normenstelsel kent voorts voorkeurswaarden en grenswaarden. Als de geluidbelasting beneden de voorkeurswaarde blijft dan zijn er wettelijk geen belemmeringen voor nieuwe geluidgevoelige situaties. Bij een geluidbelasting tussen de voorkeurswaarde en de grenswaarde moet er een gemotiveerd besluit genomen worden om nieuwe geluidgevoelige ontwikkelingen mogelijk te maken (hogere waarde). Voor het verlenen van een hogere waarde is de nota 'uitvoeringsbeleid hogere grenswaarde' van de gemeente Arnhem van toepassing.
Beleidsplan Geluid Het beleidsplan Geluid heeft tot doel geluidsnormen voor nieuwe situaties af te stemmen op de aard en de functie van een gebied. Hierdoor kan beter rekening gehouden worden met ontwikkelingen en verwachting van de gebruikers van een gebied. In het centrum en dichtbij goed openbaar vervoer wil de gemeente Arnhem veel functies mogelijk maken. Als gebieden intensiever gebruikt worden neemt de kans op geluidhinder ook toe. Andere gebieden zoals de parken worden juist gewaardeerd om hun relatieve rust. Deze uitgangspunten hebben geleid tot een gebiedsgerichte invulling van geluidskwaliteiten binnen Arnhem. Naarmate de geluidbelasting hoger is neemt het belang van een zorgvuldige invulling van de totale leefomgevingskwaliteit toe. Vanwege de dominante woonfunctie in de stadswijken is de na te streven milieubelasting laag. Alleen aan de randen van de stadswijken, waar deze grenzen aan verkeerswegen, wordt een hogere geluidsbelasting toegestaan (-1, onrustig (48 db tot 53 dB) tot –2, zeer onrustig (53 dB tot 58 dB)).
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan Nijmeegseweg - fase 1" (vastgesteld) 37
4.2.2
Situatie plangebied
DGMR heeft in opdracht van de gemeente akoestisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van de woningbouw (Woningen Nijmeegseweg, Akoestisch onderzoek voor de ontwikkeling van woningen aan de Nijmeegseweg in Arnhem, DGMR, M.2021.0760.01.R003, 8 november, Bijlage 8 Akoestisch onderzoek. Uit het onderzoek volgt dat de geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de Nijmeegseweg, de A325 en de N325 (Batavierenweg) hoger is dan de voorkeurswaarde. Er moeten daarom hogere waarden worden vastgesteld. Gelijktijdig met de chw omgevingsplanprocedure is een verkeersbesluit genomen. De geluidbelasting door de Nijmeegseweg valt hierdoor onder 'binnenstedelijk'. In Bijlage 9 Onderbouwing Hogere Waarden worden de hogere waarden onderbouwd. Daarnaast kan op een aantal gevels van woningen in het entreegebouw ook niet worden voldaan aan de maximale grenswaarden voor geluid. Het gaat hierbij om de zuidwestelijke (ZW), zuidoostelijke (ZO) en noordwestelijke (NW) gevels van het entreegebouw. Deze gevels dienen in beginsel doof uitgevoerd te worden. De grenswaarden worden zowel overschreden vanwege wegverkeer als door industrielawaai (zie paragraaf 4.4). Ter plaatse moet de gevel doof uitgevoerd worden of dienen bouwkundige maatregelen te worden getroffen om de geluidbelasting te beperken.
Dit chw omgevingsplan onderscheidt twee soorten dove gevels. De eerste variant betreft de dove gevel zoals gedefinieerd in artikel 1b lid 4 van de Wet geluidhinder. Een dove gevel wordt in het kader van de Wet geluidhinder (en overige milieuwetgeving) niet als geluidgevoelige gevel beschouwd. De geluidbelasting ter plaatse van een dove gevel wordt niet getoetst aan de normstelling uit de Wet geluidhinder en overige milieuwetgeving. Met andere woorden en voor zover hier relevant: een dove gevel is geen toetspunt voor een bedrijf, als bijvoorbeeld het Gelredome omdat een dove gevel voor wat betreft de beoordeling van de geluidbelasting geen toetspunt is. Volgens de definitie van de Wet geluidhinder zijn dove gevels: gevels waarin geen te openen delen aanwezig zijn en die een minimale geluidwering bezitten afhankelijk van de geluidbelasting. Naast bovenstaande “klassieke” dove gevel, wordt met dit chw omgevingsplan ook geëxperimenteerd 38 steld)
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan Nijmeegseweg - fase 1" (vastge
met de verruimde definitie van de dove gevel. Deze verruiming is met de inwerkingtreding van de Omgevingswet geeffectueerd en vastgelegd in artikel 5.78y van het Bkl. Alleen wordt onder de Omgevingswet niet meer gesproken over 'dove gevel', maar over een “niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen” (artikel 5.78y lid 2 Besluit kwaliteit leefomgeving). Op het moment dat het chw omgevingsplan wordt vastgesteld geldt de Omgevingswet Het voorgaande komt er in de kern op neer dat ter plaatse van de als dove gevel aangeduide gevels, de bouwer van de betreffende woningen de keuze wordt gelaten om woningen uit te rusten met dove gevels of niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen. Dit is een verruiming ten opzichte van het oude recht, in dat (1) de dove gevel te openen delen mag bevatten, en (2) bouwkundige maatregelen slechts ter plaatse van het te openen deel getroffen hoeven te worden. De geluidwerende constructie mag het geluid op de hele gevel verlagen, maar ook alleen het geluid ter plaatse van het (hele) te openen deel. Onder een niet-geluidgevoelige gevel worden ook andere bouwkundige maatregelen aan de gevel verstaan die het geluid op een gevel beperken. Het voordeel hiervan is dat “dove gevels” onder de Omgevingswet te openen delen mogen bevatten en dat dan wél gewerkt mag worden met (uitsluitend) vliesgevels ter plaatse van de te openen delen.
Wanneer bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning door middel van een akoestisch onderzoek wordt onderbouwd dat de grenswaarden uit de Wet geluidhinder bij een woning niet overschreden wordt, dan geldt de verplichting tot het uitvoeren van een dove gevel of een 'niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregel' niet. Op dat moment gelden wel de eisen vanuit de vastgestelde hogere waarden.
4.3
Luchtkwaliteit
4.3.1
Algemeen
De Europese richtlijnen voor luchtkwaliteit zijn geïmplementeerd in titel 5.2 van de Wet Milieubeheer. Het doel van deze wetgeving is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. De wet is primair gericht op het voorkomen van negatieve effecten op de gezondheid van de mens. Daarnaast zijn er voor de stoffen zwaveldioxide en stikstofoxiden ook normen opgenomen ter bescherming van ecosystemen. Voor het toetsen van ruimtelijke plannen zijn de volgende grenswaarden het meest relevant: PM10 (fijnstof) 1. de jaargemiddelde concentratie van 40 µg PM10/m3 mag niet worden overschreden; 2. de 24 uursgemiddelde concentratie van 50 µg PM10/m3 mag niet vaker dan 35 keer per jaar worden overschreden; NO2 (stikstofdioxide) 1. de jaargemiddelde concentratie van 40 µg NO2/m3 mag niet worden overschreden; 2. de uurgemiddelde concentratie van 200 µg NO2/m3 mag niet vaker dan 18 keer per jaar worden overschreden. Voor de overige stoffen worden in Nederland geen overschrijdingen gerapporteerd.
In de op de Wet milieubeheer gebaseerde algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) zijn regels vastgelegd waaronder projecten (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die niet in betekenende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit, zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit, toch doorgang kunnen vinden. De grens ligt bij een toename van maximaal 3%. Om te voorkomen dat in gebieden waar (nog) grenswaarden worden overschreden of dreigen overschreden te worden, een verslechtering van de luchtkwaliteit plaatsvindt, kunnen bij ministeriële regeling bepaalde gebieden en bepaalde broncategorieën worden aangewezen waarbinnen geen gebruik kan worden gemaakt van de NIBM-regeling.
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan Nijmeegseweg - fase 1" (vastgesteld) 39
4.3.2
Situatie plangebied
DGMR heeft in opdracht van de gemeente onderzoek gedaan naar de luchtkwaliteit (Analyse luchtkwaliteit Nijmeegseweg-West, DGMR, M.2021.0760.05.N001, Bijlage 9). In dit onderzoek is parkgebouw Oost meegenomen. De daadwerkelijke uitstoot zal dus minder zijn. Uit het onderzoek volgt dat het plan geen betekenende bijdrage heeft op de luchtkwaliteit voor de omgeving. Op basis van de achtergrondconcentraties is sprake van een goed woon- en leefklimaat voor het aspect luchtkwaliteit.
4.4
Hinder
4.4.1
Algemeen
Hinder In het kader van bedrijven en milieuzonering dienen de effecten van inrichtingen op hun omgeving (gevoelige bestemmingen, waaronder eventueel nieuw te ontwikkelen woningen) in beeld gebracht te worden. Voorbeelden van hinder zijn geluid, geur, stof of gevaar. In de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering 2009' is een lijst van inrichtingen opgenomen waarbij de inrichtingen op grond van de hinder die zij veroorzaken, zijn opgedeeld in 6 categorieën. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat een inrichting uit categorie 1 relatief weinig hinder veroorzaakt en een inrichting uit categorie 6 bijzonder veel hinder veroorzaakt. Geurhinder van industriële bedrijven Het beleidsplan Geur uit 2010 gaat in op geur afkomstig van industriële bedrijven waarvoor de gemeente Arnhem het bevoegde gezag is. Milieubeleid kan een positieve bijdrage leveren aan maatschappelijke thema's als gezondheid, veiligheid, leefbaarheid, duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. Geur is een milieuaspect dat een belangrijke bijdrage levert aan de leefbaarheid. Het geurbeleid van de gemeente Arnhem sluit, voor zover dat mogelijk is, aan op het geurbeleid van de provincie Gelderland. Het doel van het geurbeleid is dat inwoners van Arnhem nu en in de toekomst niet worden blootgesteld aan geuroverlast door industriële bedrijven.
Trillingen Bij de beoordeling van trillingen op het aspect trillinghinder de wordt SBR-richtlijn "Meet-en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen, deel B Hinder voor personen in gebouwen" aangehouden. Deze richtlijn heeft geen wettelijke status, maar heeft mede door jurisprudentie een ruim draagvlak opgebouwd en wordt geïnterpreteerd als de meest recente stand der inzichten. De richtlijn hanteert afhankelijk van de functie streefwaarden voor trillingen ter voorkoming van hinder. Lichthinder De Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) heeft in 2021 de geactualiseerde richtlijn Lichthinder uitgegeven. In deze richtlijn zijn grenswaarden opgenomen. De grenswaarden voor de verschillende parameters zijn afhankelijk van de soort verlichting. Grenswaarden zijn opgenomen voor de verticale verlichtingssterkte (Ev lux)en de richtingsafhankelijke lichtsterkte per armatuur (cd). Tevens wordt er een onderscheid gemaakt in de dag- (07.00 tot 19.00 uur), avond- (19.00tot 23.00 uur) en nachtperiode (23.00 tot 07.00 uur). In dit geval gaat het om veldverlichting van de voetbalvelden van MASV. De grenswaarden zijn afhankelijk van het omgevingstype. Op basis van de richtlijn kan de omgeving worden getypeerd als stedelijk gebied(E3).
40 steld)
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan Nijmeegseweg - fase 1" (vastge
4.4.2
Situatie plangebied
In het plangebied wordt woningbouw mogelijk gemaakt. Dit is geen activiteit die, op basis van de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering', hinder bij omwonenden kan veroorzaken. Wel dient er rekening gehouden te worden met de milieubelasting van omliggende activiteiten op de nieuw te bouwen woningen. 4.4.2.1 Geluid Op basis van het geluidbeleid is het ontwikkelgebied gelegen binnen het gebiedstype stedelijke zone. De algemene kwalificatie voor de geluidsambities in de stedelijk zone is “overwegend lawaaiig”. Door drukke wegen is er sprake van hoge geluidsniveaus. Voor het gebied geldt een toetswaarde van 55 dB(A) etmaalwaarde als ambitie, incidenteel en als plafondwaarde. Rondom het ontwikkelgebied Nijmeegseweg bevinden zich het Gelredome en sportclub MASV. Geluidhinder Gelredome De Omgevingsdienst Regio Arnhem heeft in opdracht van de gemeente de indicatieve geluidbelasting van het Gelredome op de nieuw te bouwen woningen in beeld gebracht. Uit het onderzoek volgt dat op het merendeel van de toetspunten niet aan de toetswaarde van 55 dB(A) kan worden voldaan. Dit geldt voor zowel de representatieve bedrijfssituatie (RBS) als de incidentele bedrijfssituatie (IBS). Dit betekent dat deze gevels doof oftewel niet geluidgevoelig uitgevoerd dienen te worden. Deze maatregel wordt in de regels van het chw omgevingsplan opgenomen.
Daarnaast moeten deze woningen voorzien zijn van een verblijfsruimte aan de geluidsluwe zijde en een geluidsluwe buitenruimte. Op deze manier is er sprake van een goed- woon en leefklimaat voor de bewoners en wordt Gelredome niet in haar bedrijfsvoering belemmerd. Geluidhinder sportvelden DGMR heeft in het kader van een goede ruimtelijke ordening een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting van MASV ten opzichte van de nieuw te bouwen woningen. Uit het akoestisch onderzoek volgt dat op een aantal toetspunten niet kan worden voldaan aan de toetswaarde van 55 dB(A). Dit wordt vooral veroorzaakt door stemgeluid van bezoekers en spelers. De toetspunten waar niet kan worden voldaan aan 55 dB(A) zijn ook toetspunten waar ikv geluid Gelredome en wegverkeersgeluid dove gevels moeten komen. Dit betekent dat er in dit kader al maatregelen worden getroffen om een goed woon-en leefklimaat voor de bewoners van de nieuwbouwflat te garanderen. Verder is er voor wat betreft activiteiten binnen MASV getoetst aan de geluidnormen uit het Activiteitenbesluit. Hieruit volgt dat de geluidbelasting bij de nieuwbouw in de nachtperiode hoger is dan 50 dB(A) etmaalwaarde maar lager dan 55 dB(A) etmaalwaarde. Op basis van ons geluidbeleid is een etmaalwaarde van maximaal 55 dB(A) mogelijk. Dit betekent dat er voor MASV maatwerkvoorschriften moeten worden opgesteld.
Hiermee is sprake een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij alle woningen. Cumulatie Er is in het plangebied sprake van meerdere relevante geluidbelastingen. De cumulatie van de verschillende geluidbronnen is door DGMR in een separaat cumulatierapport opgenomen (zie bijlage). In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden afgewogen of een gecumuleerde geluidbelasting niet leidt tot een onaanvaardbare geluidbelasting op de nieuwe woningen. Op basis van het geluidbeleid wordt de geluidbelasting van MASV en het Gelredome samen getoetst Het geluid voor het wegverkeer wordt apart beoordeeld (zie onderbouwing hogere waarden). In het geluidbeleid zijn voor weg- en railverkeer en voor bedrijven andere ambities opgenomen. Tabel: Gemeentelijke ambitie- incidentele en plafondwaarden voor 'Stedelijke zone/ Knooppunt':
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan Nijmeegseweg - fase 1" (vastgesteld) 41
Bron Wegverkeer Bedrijven
Ambitie zeer onrustig 53 – 58 dB 50 – 55 dB
Incidenteel lawaaiig 58- 63 dB 50-55 dB
Plafond zeer lawaaiig 63 – 68 dB 50 – 55 dB
De totale geluidbelasting van het Gelredome en de sprotvelden wordt getoetst aan waarden in het geluidbeleid die gelden voor bedrijven. Dit is maximaal 55 dB(A). Voor het wegverkeer geldt een maximale waarde van 63 dB. Wat betreft de gecumuleerde geluidbelasting is sprake van een aanvaardbare situatie. Daar waar de gecumuleerde geluidbelasting hoger is dan 63 dB worden gevels zonder te openen delen gerealiseerd. 4.4.2.2 Trillingen Tijdens evenementen in het Gelredome kunnen door dansende en springende bezoekers voelbare trillingen in omliggende woongebouwen optreden. Trillingen kunnen hinder veroorzaken, onder andere in de vorm van slaapverstoring. In dat kader is het van belang om bij de nieuwbouw rondom Gelredome een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te waarborgen en om de bedrijfsbelangen van het Gelredome niet onevenredig te schaden. In het kort Landelijke waarden specifiek voor trillingen door dansende en springende bezoekers bij evenementen ontbreken. Daarom is de Beoordelingsrichtlijn Trillingen in nieuwbouw door evenementen Gelredome (hierna Beoordelingsrichtlijn nieuwbouw) opgesteld, met grenswaarden afgeleid van de landelijke trillingsrichtlijnen. De Beoordelingsrichtlijn nieuwbouw is op 20 mei 2025 vastgesteld door het college.
Voor de nieuwbouw in de omgeving van Gelredome gaat gelden (via een planregel in het omgevingsplan) dat aan de grenswaarden uit de Beoordelingsrichtlijn nieuwbouw moet worden voldaan en dat daarbij moet worden uitgegaan van de meegegeven uitgangspunten op basis van eerdere trillingsmetingen bij de maatgevende concerten in het Gelredome. Mogelijk moeten trillingsmaatregelen aan de nieuwbouw worden getroffen. Voor (de exploitant van) Gelredome gaat gelden (via een maatwerkbesluit) dat, voor de evenementen, in relatie tot de nieuwbouw, op maaiveld aan (afgeleide) grenswaarden op basis van de eerdere metingen bij de maatgevende concerten in het Gelredome moet worden voldaan. Achtergrond B.V. Exploitatiemaatschappij Gelredome organiseert jaarlijks diverse evenementen op de locatie Batavierenweg 25 in het Gelredome in Arnhem. Tijdens evenementen in het Gelredome kunnen door dansende en springende bezoekers voelbare trillingen in omliggende woongebouwen optreden. Voor de diverse typen evenementen heeft de gemeente Arnhem een omgevingsvergunning milieu verleend (d.d. 12 oktober 2012). Voor trillingen zijn de evenementen type C (popconcerten, dag- en avondperiode) en type D (dance-events, dag-, avond- en nachtperiode) van belang. Evenementen type C mogen maximaal 24 keer per jaar plaatsvinden en type D maximaal 2 keer per jaar in de periode oktober tot en met maart.
In de verleende omgevingsvergunning waren geen trillingsnormen opgenomen. Niet relevant voor trillingen (door dansende en springende bezoekers) zijn de overige evenementen uit de omgevingsvergunning milieu, te weten de voetbalwedstrijden (type A), motorsportevenementen (type B) en monsterjam of tractor pullevenementen (type E). Relevant zijn namelijk de evenementen met dansende en springende bezoekers op het veld (en niet zozeer op de tribune). Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet (2024) moet Gelredome waarschijnlijk voldoen aan de rechtstreeks geldende waarden uit de Omgevingswet. Iets specifieker: aan de waarden uit de Bruidsschat van de Omgevingswet, die op die manier deel uitmaken van het (tijdelijke deel van het) gemeentelijke omgevingsplan. De Omgevingswet bevat namelijk normen voor continue trillingen. En trillingen door dansende en springende bezoekers zijn, de landelijke trillingsrichtlijnen van de SBR (Stichting Bouwresearch) volgend, te classificeren als continue trillingen. De trillingen zijn namelijk ten opzichte van de grootste trillingstijd (elke trilling duurt maximaal 0,5 seconden) lang aanwezig (perioden 42 steld)
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan Nijmeegseweg - fase 1" (vastge
van dansen en springen tijdens evenementen duren tientallen seconden, en komen veelvuldig voor tijdens de uren durende concerten). En de tijdsduur van rust (enkele tientallen seconden tussen twee periodes waarin hogere trillingen optreden tijdens een concert) is niet veel langer dan de periode van de trillingen (ook enkele tientallen seconden). Gelredome voldoet bij de betreffende evenementen niet aan de normen in de Omgevingswet voor continue trillingen. De normen in de Omgevingswet zijn afgeleid van de impact op de gezondheid voor langdurige blootstelling (dagelijks, 24 uur per dag) en niet specifiek bedoeld voor dansende en springende bezoekers bij evenementen, die een gemaximeerd aantal keer per jaar plaatsvinden (maximaal 26 evenementen per jaar, waarvan slechts maximaal 2 in de nachtperiode). Beoordelingsrichtlijn Trillingen in nieuwbouw door evenementen Gelredome Landelijke waarden specifiek voor trillingen door dansende en springende bezoekers bij evenementen ontbreken. Daarom is de Beoordelingsrichtlijn nieuwbouw opgesteld, met grenswaarden afgeleid van de landelijke trillingsrichtlijnen. In de opgestelde Beoordelingsrichtlijn nieuwbouw zijn de grenswaarden kortgezegd afgeleid van de waarden uit de landelijke SBR-trillingsrichtlijnen. De landelijke SBR-richtlijnen zijn mede uit het oogpunt van gezondheid opgesteld.
Daarbij wordt een bepaalde mate van hinder geaccepteerd. In de opgestelde Beoordelingsrichtlijn nieuwbouw rondom Gelredome zijn de grenswaarden afgeleid van de waarden voor bouw- en sloopwerkzaamheden uit de landelijke SBR-trillingsrichtlijn 'Hinder voor personen in gebouwen' (Deel B). In beide gevallen gaat het namelijk om trillingen gedurende korte, niet-permanente periodes. Omdat evenementen bij Gelredome jaarlijks kunnen terugkeren (wat bij bouw- en sloopwerkzaamheden doorgaans niet zo is), zijn de grenswaarden in de Beoordelingsrichtlijn nieuwbouw rondom Gelredome voor de evenementen wel strenger dan die voor bouw- en sloopwerkzaamheden, om zo een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwbouw te creëren. Van belang daarbij is ook dat het gaat om evenementen die maximaal 26 keer per jaar voorkomen, waarvan slechts maximaal 2 keer in de nachtperiode (23.00u-07.00u). Voor meer onderbouwing van de grenswaarden wordt kortheidshalve Beoordelingsrichtlijn nieuwbouw zelf, zoals vastgesteld door het college.
verwezen
naar
de
NB. Het maakt voor de Beoordelingsrichtlijn nieuwbouw rondom Gelredome overigens niet uit om welk type trillingen het bij evenementen in het Gelredome gaat. In de Beoordelingsrichtlijn zijn grenswaarden opgenomen waar de nieuwbouw aan moet voldoen in relatie tot de trillingen door evenementen met dansende en springende bezoekers in het Gelredome, ongeacht om welk type trillingen het gaat. Trillingsonderzoek en -maatregelen nieuwbouw Voor de nieuwbouw in de omgeving van Gelredome gaat gelden (via een planregel in het omgevingsplan) dat aan de grenswaarden uit de Beoordelingsrichtlijn nieuwbouw rondom Gelredome in trillinggevoelige ruimten moet worden voldaan en dat daarbij moet worden uitgegaan van de meegegeven uitgangspunten op basis van eerdere trillingsmetingen bij de maatgevende concerten in het Gelredome. Trillinggevoelige ruimten zijn (conform het Bkl) ruimten met een woonfunctie, een gezondheidszorgfunctie (met bedden), een bijeenkomstfunctie voor kinderopvang (met bedden) en een onderwijsfunctie. Mogelijk moeten trillingsmaatregelen aan de nieuwbouw worden getroffen.
Bij trillingsmaatregelen kan worden gedacht aan een ontwerp met bredere volumes (vierkanten bijvoorbeeld) en aan constructieve maatregelen, zoals tunnelbouw, het vermijden van staalconstructies (en dus het toepassen van betonnen balken in plaats van stalen balken), het vermijden van open constructies onderin gebouwen, het optimaliseren van de fundering (door het toepassen van een voldoende dikke plaatfundering in plaats van een balkenfundering en door het toepassen van langere dikkere of schuine palen). Iets specifieker betekent dit dat bij de bouwaanvraag een trillingsonderzoek moet worden overgelegd waaruit blijkt dat, al dan niet met trillingsmaatregelen, in trillinggevoelige ruimten, aan de (overeenkomstige) in de planregels vastgelegde grenswaarden wordt voldaan. En dat conform de specifieke gebruiksregel in de planregels de eventueel benodigde trillingsmaatregelen moeten worden getroffen en in stand worden gehouden.
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan Nijmeegseweg - fase 1" (vastgesteld) 43
Input trillingsberekening Bij de trillingsberekening moet worden uitgegaan van de meegegeven uitgangspunten op basis van eerdere trillingsmetingen bij de maatgevende concerten in het Gelredome (zie de bij de planregels gevoegde bijlage). De meegegeven uitgangspunten zijn bepaald op basis van eerdere metingen van maatgevende concerten in het Gelredome, ter plaatse van de betreffende nieuwbouwlocatie. De resultaten van die trillingsmetingen zijn opgenomen in het rapport Trillingsmetingen (bijlage 19). Deze gegevens zijn dus een vaststaand gegeven en uitgangspunt voor de trillingsberekening. Relatie tussen trillingsspectrum op trillinggevoelige ruimten
maaiveld
en
grenswaarden voor
nieuwbouw in
Doordat bij de nieuwbouw met het meegegeven trillingsspectrum op maaiveld aan de grenswaarden in trillinggevoelige ruimten moet worden voldaan, ontstaat een maximaal toegestane vaste versterkingsfactor van de trillingen in het gebouw (tussen maaiveld en de vloer) waarmee nog aan de norm uit de planregels kan worden voldaan. Zolang Gelredome niet meer trillingen veroorzaakt dan de maatgevende concerten en in het gebouw de trillingen niet méér worden versterkt dan is toegestaan, dan worden de grenswaarden in de planregels, gebaseerd op de Beoordelingsrichtlijn nieuwbouw rondom Gelredome, in de trillinggevoelige ruimten van de nieuwbouw ook niet overschreden. Toelichting versterkingsfactor De trillingen vanuit de bodem worden in een gebouw versterkt door de bouwkundige constructie en fundering. Deze versterking in het gebouw verschilt per frequentie, en is onder meer afhankelijk van de eigenfrequentie en demping van het gebouw en onderdelen daarvan. Bij de eigenfrequenties van de constructie worden de trillingen meer versterkt dan bij frequenties die daar verder vandaan liggen. Per frequentie beschouwd kan een gebouw worden gezien als een lineair systeem.
Omdat de trillingen door dansende en springende mensen tussen de 2 en 4 Hz liggen, en de variatie in frequenties beperkt is, is ook de variatie in versterking in het gebouw beperkt, en kan dus worden gesproken over een 'vaste versterkingsfactor' bij die specifieke frequenties. Deze 'vaste versterkingsfactor' is voor elk concert ongeveer hetzelfde. GrenswaardenGelredome, maatwerkbesluit Voor Gelredome gaat gelden (via een maatwerkbesluit) dat, voor de evenementen type C en D, in relatie tot de nieuwbouw, op maaiveld aan (afgeleide) grenswaarden op basis van de eerdere metingen bij de maatgevende concerten in het Gelredome moet worden voldaan. De grenswaarden voor Gelredome gaan gelden op maaiveld (ter plaatse van toetspunten) en niet in trillingsgevoelige ruimten (bij de nieuwbouw). Gelredome heeft namelijk alleen invloed op de evenementen en niet op de manier waarop een gebouw wordt gebouwd. De bescherming tegen trillingshinder bij de nieuwbouw blijft gewaarborgd: Bij de nieuwbouw moet volgens de planregels nog steeds in trillinggevoelige ruimten aan de grenswaarden uit de Beoordelingsrichtlijn nieuwbouw rondom Gelredome worden voldaan. En de grenswaarden en uitgangspunten in de planregels voor de nieuwbouw en de grenswaarden in het maatwerkbesluit voor Gelredome zijn aan elkaar gerelateerd.
Deze zijn immers beide bepaald op basis van de eerdere metingen bij de maatgevende concerten. Bij de nieuwbouw rondom Gelredome is daarmee sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Aangezien de grenswaarden in het maatwerkbesluit zijn bepaald op basis van de eerdere metingen bij maatgevende concerten, kan Gelredome dus aan deze grenswaarden voldoen en haar bedrijfsvoering voortzetten. Gelredome wordt dus niet onevenredig in haar bedrijfsbelangen geschaad. Het maatwerkbesluit kent een eigen procedure, separaat van het omgevingsplan. Binnenplanse afwijkmogelijkheid In de planregels is een binnenplanse afwijkbevoegdheid opgenomen. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de vergunde situatie van Gelredome in de toekomst wijzigt. Bijvoorbeeld omdat Gelredome zou gaan stoppen met de 2 dance-events/nachtevenementen, wat zou betekenen dat er geen trillingsnormen voor de nacht meer (nodig) zijn. Of bijvoorbeeld omdat Gelredome maximaal 12 evenementen (i.p.v. 26) met dansende en springende bezoekers gaat organiseren, waarbij gelet op de opgestelde 44 steld)
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan Nijmeegseweg - fase 1" (vastge
Beoordelingsrichtlijn uit zou kunnen worden gegaan van andere (ruimere) grenswaarden (voor de dag- en avondperiode). Indien de vergunde situatie van Gelredome wijzigt, kan het college met een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid ervoor kiezen dat voor de trillingsberekening van de nieuwbouw uit kan worden gegaan van de dan overeenkomstige (ruimere) trillingswaarden. Hiermee is er op het aspect trillingen sprake van een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' (ETFAL). 4.4.2.3 Lichthinder Naast de geplande woningen ligt een sportveld dat is voorzien van verlichting, die hoort bij het sportcomplex van MASV. DGMR heeft in opdracht van de gemeente onderzoek gedaan naar de lichthinder van het sportcomplex van de Midden Arnhemse Sport Vereniging (MASV) op de beoogde woningbouw (Bijlage 17, Plan Nijmeegseweg West Arnhem, Arnhem, 14 juni 2023, M.2021.0760.04.N001). Onderzocht is of de verlichting van het veld bij deze woningen voldoet aan de normstelling van de NSVV. Dit betreft de verticale verlichtingssterkte en de lichtsterkte per armatuur. Uit het onderzoek volgt dat ter plaatse van de gevels van de geprojecteerde woningen niet voldaan wordt aan de normstelling voor de lichtsterkte per armatuur. De optredende verticale verlichtingssterkte voldoet wel. Er is derhalve onderzocht welke maatregelen nodig zijn om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te realiseren.
Met een alternatieve installatie is het wel mogelijk om aan de grenswaarden te voldoen. De armaturen worden daarom ten behoeve van de woningbouw vervangen. Hiervoor worden privaatrechtelijke afspraken gemaakt met MASV. Daarnaast wordt ook in de regels van het omgevingsplan geborgd dat zowel MASV niet wordt beperkt in haar activiteiten en voor de toekomstige bewoners van de nieuwbouw sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op het gebied van licht. Opgenomen wordt in de regels dat een lichtgevoelig object zoals een woning alleen mag worden gebouwd indien de lichtsterkte van de armaturen op de gevels van de beoogde woningen niet meer bedraagt dan de grenswaarde voor een stedelijk gebied. 4.4.2.4 Windhinder In opdracht van de gemeente Arnhem heeft DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. voor de ontwikkeling van woningbouw aan de Nijmeegseweg in Arnhem een windhinderonderzoek uitgevoerd (zie Windhinder). Uit het onderzoek komt naar voren dat de bebouwing van fase 1 alleen en van fase 1 en fase 2 samen het windklimaat rond de bestaande bebouwing verbetert. Er ontstaat geen windgevaar in en rond het plangebied.
4.5
Externe veiligheid
4.5.1
Algemeen
Externe veiligheid Met externe veiligheid wordt bedoeld de kans op overlijden van mensen buiten de grenzen van een bedrijf of transportmedium, als rechtstreeks gevolg van een ongeval met (gevaarlijke) stoffen binnen de grenzen van het bedrijf dan wel het transportmedium. In de externe veiligheid worden twee risicobegrippen gehanteerd het PR (Plaatsgebonden Risico)voetnoot en het GR(Groepsrisico)voetnoot. Landelijk beleid Voor bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). In het Bevi wordt een onderscheid gemaakt in kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. De 10-6 PR contour geldt ten opzichte van kwetsbare objecten als grenswaarde en ten opzichte van beperkt kwetsbare objecten als richtwaarde. Het beoordelingskader voor het groepsrisico is een oriënterende waarde. Voor ondergrondse (aardgas)leidingen is er het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en voor de transportroutes (weg, water, spoor) het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het Bevi, Bevt en Bevb zijn de milieukwaliteitseisen vastgelegd die in de ruimtelijke planvorming moeten doorwerken. Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan Nijmeegseweg - fase 1" (vastgesteld) 45
Gemeentelijk beleid Het beleidsplan externe veiligheid van de gemeente Arnhem beschrijft de mate van gewenste externe veiligheid in Arnhem. Uitgangspunt hierbij zijn de landelijke normen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In een groot gedeelte van de stad streven we naar het niet doen toenemen van de risico's. Op sommige plekken in de stad, op bedrijventerreinen voor zware industrie en de volgens het structuurplan stedelijke zone accepteren we een hoger risico dan op andere plaatsen. Wel moet daar extra aandacht zijn voor de beschikbare mogelijkheden voor rampenbestrijding, de zelfredzaamheid van mensen en de hulpverlening. 4.5.2
Situatie plangebied
Externe veiligheid Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Daarnaast zijn binnen het plangebied geen nieuwe risicovolle activiteiten voorzien. Dit betekent dat er geen 10-6 PR contour is. Verantwoording groepsrisico Er is geen toe- of afname van het groepsrisico waardoor er geen verantwoording van het groepsrisico plaatsvindt. Vanuit externe veiligheid zijn er geen voorwaarden omdat het plangebied niet voorziet in nieuwe risicovolle activiteiten. Daarnaast ligt het plangebied niet binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit.
4.6
Groen en ecologie
4.6.1
Algemeen
Wet natuurbescherming (Regels ter bescherming van de natuur) De Wet natuurbescherming (Wnb) vervangt sinds 2017 het wettelijke stelsel voor de natuurbescherming zoals dat was neergelegd in de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet, door één integraal en vereenvoudigd kader. De Wnb neemt de Europese regelgeving als uitgangspunt. Waar dat noodzakelijk is voor een adequate bescherming van natuurwaarden waarvoor geen specifieke bescherming is voorzien in Europese regelgeving worden aanvullende nationale beschermingsvoorschriften verankerd. De wet gaat over de bescherming van de kernnatuurwaarden en de houtopstanden, als onderdeel van een groter maatregelenpakket gericht op de bescherming van natuurwaarden en het tegengaan van biodiversiteitsverlies. De taken en verantwoordelijkheden worden zoveel mogelijk bij de provincies neergelegd. Bescherming van gebieden Voor de instandhouding van gebieden die zijn aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitat-richtlijn (Natura 2000-gebieden) stelt de Wnb specifieke kaders. De Natura 2000-gebieden in Arnhem zijn Veluwe en Rijntakken.
Het is verboden om zonder vergunning een project te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstelling voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Indien het project afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, dan moet een passende beoordeling worden gemaakt van de gevolgen voor het gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen. Alleen indien daaruit met zekerheid blijkt dat het plan of project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet aantast, wordt de vergunning verleend. Als de zekerheid niet kan worden verkregen, dan kan een vergunning alleen worden verleend als er geen alternatieve oplossingen zijn, er sprake is van een dwingende reden van groot openbaar belang en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen (de zgn. “ADC-toets“) Op het moment dat een passende beoordeling nodig is, moet voor het kaderstellend plan (zoals een 46 steld)
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan Nijmeegseweg - fase 1" (vastge
omgevingsplan) een plan-MER worden gemaakt. De beheerplannen – waarin de uitwerking in omvang, ruimte en tijd van de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden plaatsvindt en waarin de voor die gebieden te treffen maatregelen in samenhang worden beschreven – zijn kaderstellende instrumenten. Ingeval overeenkomstig het beheerplan wordt gehandeld is verzekerd dat de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen niet in het geding is. Bescherming van soorten De Wnb sluit aan bij het specifieke beschermingsregime uit de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn en de natuurbeschermingsverdragen. Er wordt voorzien in concrete verboden ten aanzien van onder meer het vangen en doden van in die bronnen genoemde diersoorten, de verstoring van deze soorten en aantasting van hun rust- en voortplantingsplaatsen, alsmede in een verbod op het plukken en vernielen van bepaalde planten. Voorts wordt voorzien in limitatief opgesomde gronden voor ontheffing van deze verboden. Alleen opzettelijk verrichte handelingen zijn strafbaar. Bij vogels zijn bovendien verstoringen niet strafbaar als de staat van instandhouding van die vogelsoorten niet in gevaar komt. Gedeputeerde staten kunnen onder voorwaarden ontheffing verlenen van de verboden. Daarnaast geldt als beschermingsregime voor (nationale) soorten: a. een zorgplicht die van toepassing is op alle natuurwaarden in Nederland; b.
een verbod op het opzettelijk doden van de in de bijlage van de wet genoemde dieren, met een ontheffingsregime dat ruimer is dan dat voor internationaal en Europees beschermde soorten (zoogdieren, reptielen, amfibieën en thans op een rode lijst staande vissen, dagvlinders, libellen en kevers) (82 soorten); c. een verbod op het vangen van dieren genoemd in de bijlage en het opzettelijk beschadigen van hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (zoals de dassenburcht); en d. een verbod op het plukken of opzettelijk vernielen van in de bijlage genoemde vaatplanten (63 soorten, waaronder orchideeën). Er wordt voorzien in ruimere ontheffingsmogelijkheden dan voor de strikt beschermde soorten gelden (artikel 3.10 lid 2). Voorts wordt het aantal bejaagbare soorten uitgebreid, worden door gedeputeerde staten goedgekeurde faunabeheerplannen sturend bij de schadebestrijding, populatiebeheer en jacht en is de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het stelsel van soortenbescherming, met inbegrip van de taken van het (op te heffen) Faunafonds, bij de provincies komen te liggen. Groenvisie 2017-2035 De Groenvisie gaat over het Groen-blauw raamwerk, de stedelijke hoofdgroenstructuur, vertaald in doelen, ambities en ontwikkelopgaven. Dit Groen-blauw raamwerk van de stad bepaalt het gezicht van de stad en de aantrekkelijkheid van uiteenlopende woon- en recreatiemilieus.
Het gaat daarbij om de waarden vanuit landschap, cultuurhistorie, ecologie, water en recreatief gebruik op gemeente en op particuliere terreinen. Aan groen heeft belangrijke waarden en kwaliteiten voor een leefbare stad. Zo ook het Arnhemse groen. Daarbij valt te denken aan gezondheid, klimaat (verminderen van hitte en van wateroverlast), milieu (verbeteren luchtkwaliteit), stadslandbouw, dierenwelzijn, toerisme en sport en bewegen. Het groen biedt ruimte voor een gezonde, leefbare, aantrekkelijke en daarmee ook toekomstbestendige woon- en werkomgeving. De Groenvisie legt niet alleen het Groen-blauw raamwerk vast, dus de stedelijke hoofdgroenstructuur, maar geeft ook richting aan het belang van groen in de wijken, zodat initiatieven de waarden van het groen (landschap, biodiversiteit, gezondheid, waterbuffering, koelte) niet aantasten maar juist versterken. Zij vormt daarmee een basis voor de vertaling naar de (planologische) bescherming van waardevolle gebieden en waardevolle bomen in de omgevingsplannen. Er wordt ingezet op het versterken van de natuurwaarden in het Groen-blauw netwerk en het stedelijke gebied. Bij de realisatie van (nieuw) bouw bestaan er veel kansen voor de vergroting van de biodiversiteit in de stad: de natuurinclusieve stad. Voor het plangebied zetten we in op typische soorten van de gebouwde omgeving: o.a. vleermuizen, gierzwaluw en huismus.
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan Nijmeegseweg - fase 1" (vastgesteld) 47
In de Groenvisie zijn de Arnhemse regels groencompensatie 2017 opgenomen. Uitgangspunt blijft dat de totale groenbalans in de stad neutraal moet blijven of toeneemt. Moet er toch groen verdwijnen, dan wordt dat gecompenseerd. Eerst kwantitatief, dan kwalitatief en als laatste financieel. Bij financiële compensatie wordt de waarde van het groen en de boomopstanden gestort in het Groenfonds. Het provinciale beleid met betrekking tot groencompensatie heeft betrekking op bos binnen het Gelderse Natuurnetwerk. Daar waar de provinciale compensatieregels gelden treden de gemeentelijke terug. Bomenplan 2020 Het Bomenplan kent vier pijlers: 1. Vergroten groenmassa Bij vaststellen van het bomenbeleid heeft de raad besloten dat het kroonvolume, de bladmassa van onze bomen, met minimaal 5% moet toenemen. In wijken met hitte-eilanden (rode en oranje gebieden op de hitte attentiekaart) streven we naar een toename van het kroonvolume met 10%. Dit gaan we doen door behouden van bestaande bomen, het aanplanten van extra bomen en het verbeteren van groeiplaatsomstandigheden. 2. Beschermen bomen Groeiplaatsen van bomen worden (fysiek) beschermd. Bomen moeten beter worden beschermd op bouwlocaties en bij de uitvoering van werken. Bij evenementen worden er boombescherming afspraken gemaakt met de organisatie. Het beleid wordt juridisch geborgd in de APV en het omgevingsplan.
Waardevolle particuliere bomen en buitengewone gemeentebomen genieten extra bescherming. 3. Duurzaam toekomstbestendig bomenbestand Groeiplaatsen voor bomen worden optimaal ingericht met voldoende boven- en ondergrondse groeiruimte. Het handboek bomen 2018 van het Norm Instituut Bomen wordt hierbij gehanteerd. We willen veel variatie en diversiteit. Zowel inheemse als niet inheemse soorten worden toegepast. Geen monoculturen om ziekten en plagen te voorkomen. 4. Bomen krijgen bij planontwikkeling meer gewicht. Door gebruik te maken van een BoomAfwegingsrapportage (BAR) worden keuzes omtrent bomen zorgvuldig integraal afgewogen. Boominclusief ontwerpen (zoals rekening houden met de reeds aanwezige bomen en bomen vanaf het begin intekenen in de plannen, met hun volwassen kroondiameter en ondergrondse groeiplaats) is uitgangspunt. 4.6.2
Situatie plangebied
Dit omgevingsplan biedt ruimte aan maximaal 263 woningen verspreid over het gebied. DMGR heeft in opdracht van de gemeente Arnhem een berekening voor de stikstofdepositie die voortkomt uit het gebruik van maximaal 290 woningen en faciliteiten gemaakt (Bijlage 13 Stikstofonderzoek, Onderzoek stikstofdepositie. Onderzoek gebruiksfase plangebied Nijmeegseweg, Arnhem, M.2021.0760.02.R001, 10 september 2025, DGMR). Uit de berekeningen volgt dat het plan geen significante toename van de stikstofdepositie veroorzaakt op de Natura 2000-gebieden in de omgeving. De stikstofdepositie voldoet zowel voor de gebruiksfase als beide jaren van de aanlegfase aan de grenswaarde van afgerond 0,00 mol/ha/jaar. Op basis van de resultaten kunnen daarom significante negatieve effecten op voorhand worden uitgesloten. Ekoza heeft in opdracht van de gemeente onderzoek gedaan naar de aanwezige beschermde flora en fauna. Uit de quickscan Flora en Fauna (Bijlage 10, Quickscan flora en fauna Nijmeegseweg, Arnhem, Ekoza, Velp, 10 januari 2022, 21.345) blijkt dat nader onderzoek benodigd is. Uit het nader onderzoek (Bijlage 11, Nader onderzoek ecologie Nijmeegse weg, Arnhem, Ekoza Velp, 12 maart 2023, 22.134) volgen onderstaande conclusies. Er zijn geen vleermuisverblijven in de bomen aanwezig. Daarmee is er geen ontheffing nodig in het kader van de Wet natuurbescherming.
Negatieve effecten op sleedoornpage zijn uitgesloten. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig. Toets aan de Groenvisie 48 steld)
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan Nijmeegseweg - fase 1" (vastge
De geplande woningbouw vindt deels plaats binnen een groenbestemming en deels binnen de woonbestemming van de in 2012 gesloopte flatgebouwen. De ontwikkeling is onderdeel van het totaalplan Malburgen. Er is daardoor geen verplichting tot het juridisch compenseren van de oppervlakte groen die verloren gaat. Het totaalplan Malburgen is vastgesteld voor 2006. Binnen het totale plan Malburgen is spraken van een sluitende groenbalans. De regels voor groencompensatie uit de Groenvisie 2017-2035 zijn daardoor niet van toepassing. Ook de eventuele financiële component hiervan vervalt. De kwalitatieve compensatie blijft wel gelden. Dit komt voort uit het verlies van feitelijk groen en de kap van bomen. In dit plan wordt daarom voorzien in kwalitatieve compensatie. Het De Monchyplein wordt in fase 2 ingericht als park (het 'De Monchypark) en er worden pocketparks toegevoegd. Het karakter van deze ruimte verandert van een groene grasvlakte naar een parkruimte die beter toegankelijk wordt en beter beleefd kan worden. Dit betekent dat het groen aantrekkelijk wordt voor insecten, vogels en kleinere zoogdieren. Deze kwaliteiten worden bereikt door een slim ontwerp en door de juiste beplantingskeuzen. Er worden 100 extra bomen aangeplant Malburgen breed.
Ook te toekomstige bebouwing draagt bij aan de groene kwaliteit doordat een deel van de gebouwen klimaatadaptief worden gebouwd waarbij de gebouwen voorzien worden van groene levende begroeide gevels en indien mogelijk vegetatiedaken. Tevens worden er voorzieningen getroffen voor vleermuizen, insecten en vogels. Toets aan bomenplan De Nijmeegseweg is een complexe opgave tussen woningbouw en inbreiding van de stad, mobiliteit en het behoud en versterken van de groene waarden. Door zorgvuldig om te gaan met bomen en een hoge ambitie te hanteren voor de groene kwaliteiten van het hele plangebied, wordt invulling gegeven aan het bomenplan en het groenbeleid. In dit kader is een BAR opgesteld (Bijlage 12 Bomen Afwegingsrapportage). Bij de keuze voor de positie van de bouwblokken in fase 1 is rekening gehouden met de locatie van buitengewone bomen in het plangebied. Van de huidige 49 bomen worden 33 bomen ingepast en zijn er in totaal 8 bomen die niet ingepast kunnen worden. Van de 8 overige bomen moet onderzocht worden of ze verplant kunnen worden. De positionering van de bouwblokken zorgt ervoor dat deze bomen komen te vervallen. Deze 8 bomen zijn ongeschikt voor een verplanting. Een boom moet sterk genoeg zijn om verplant te kunnen worden, dit is bij deze bomen niet het geval. Bij eventuele verplanting is de kans zeer aannemelijk dat de boom afsterft. Een aantal bomen (oa.
Populieren) zijn van dusdanig formaat dat het technische niet haalbaar is de boom te verplanten.
Voor in totaal 8 bomen is het wel de moeite waard om deze te onderzoeken op verplantbaarheid. Dit omdat het een sterke boomsoort betreft en de huidige kwaliteit van de bomen voldoende is om de verplanting te kunnen overleven. Verder onderzoek moet uitwijzen of dit ook daadwerkelijk het geval is. Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan Nijmeegseweg - fase 1" (vastgesteld) 49
Als deze bomen verplant kunnen worden zullen we deze binnen de bestaande plangrens of in de directe omgeving terug planten. Als verplanting niet mogelijk is, worden ze alsnog gekapt en eveneens gecompenseerd. Naast de bestaande bomen hebben we binnen de plangrens ook te maken met een struweel. Op deze locatie is groen spontaan tot ontwikkeling gekomen. Door de positionering van het Entreegebouw kan dit struweel niet worden gehandhaafd. De compensatie wordt gevonden op- en aan het gebouw zelf in de vorm van een groen levend gebouw. De ecosysteemdiensten die dit bosje levert, zijn in beeld gebracht. Deze ecosysteemdiensten zullen gecompenseerd worden door het gebouw en de omgeving, zie paragraaf hieronder. Iconisch groen Entreegebouw Nijmeegseweg Dit gebouw wordt een levend groen gebouw met groeiplaats voor bomen, struiken en planten en leefgebied voor vogels, insecten en kleine zoogdieren. Op de huidige locatie van het gebouw is al enige jaren sprake van spontane natuurontwikkeling nadat de beoogde sportvelden nooit zijn aangelegd. Bomen en struiken hebben zich op spontane wijze gevestigd aan zijn aan het uitgroeien tot een buurtbosje. Dit bosje, deze groeiplaats, bezit diverse waarden.
Hemelwater wat valt kan hier infiltreren en wordt zo langer vast gehouden in de bodem, de beplanting zorgt voor schone en gezuiverde lucht, het is een leefgebied voor kleine zoogdieren, insecten en vogels. Het bosje draagt bij aan de verkoeling van de stad. Deze ecosysteemdiensten* moeten terug komen op- en aan de horizontale en verticale vlakken van het nieuwe gebouw. We eisen voor dit gebouw meer dan de huidige regels Natuur inclusief bouwen en aanvullende regels uit dit omgevingsplan voor de overige plots. De aanwezige ecosysteemdiensten worden in beeld gebracht door een extern bureau. Door middel van groene daken en groene gevels dienen de ecosysteemdiensten terug te komen in, op en aan het gebouw.
Wat zijn ecosysteemdiensten? De bijdragen die ecosystemen leveren aan economische en andere menselijke activiteiten en de voordelen die dat oplevert, worden ecosysteemdiensten genoemd. Er zijn regulerende en culturele ecosysteemdiensten. Regulerende ecosysteemdiensten zijn, de natuurlijke bijdragen aan waterzuivering, luchtfiltratie, klimaatregulatie (koolstofvastlegging in biomassa), bestuiving, kustbescherming en lokale klimaatregulatie. Culturele ecosysteemdienst zijn de immateriële voordelen die mensen halen uit ecosystemen door geestelijke verrijking, cognitieve ontwikkeling, recreatie en esthetische beleving. Voorbeelden hiervan zijn esthetische waarden. Bomen en ecosysteemdiensten Bomen zijn belangrijk voor een gezonde en klimaatbestendige stad. Ze verbeteren de luchtkwaliteit, zorgen voor langdurige Co2-binding en zorgen bij hevige regenval voor een vertraagde afgifte van water naar de bodem. Verder dragen ze bij aan de biodiversiteit doordat ze schuilplaats, woonplaats, broedplaats of voedsel zijn voor vele organismen zowel boven als onder maaiveld. Bomen zijn onderdeel en tegelijkertijd ondersteuners van de biodiversiteit. Bomen leveren voedsel, 50 steld)
Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan Nijmeegseweg - fase 1" (vastge
leefruimte, bescherming en nestgelegenheid aan insecten, vogels, kleine zoogdieren en korstmossen. Dit doen ze zowel boven als onder het maaiveld. Bomen hebben een positief effect op de menselijke geest en dragen bij aan een gevoel van geluk en zingeving. Kortom bomen: Zijn goede watermanagers Brengen verkoeling Ondersteunen en creëren biodiversiteit Filteren en zuiveren de lucht Dragen bij aan het welzijn van mensen en dieren Daken Het huidige bestaande maaiveld wordt opgetild naar dak niveau. Dit intensieve groene dak heeft een dikke substraatlaag en daardoor ook meer gewicht. De constructie van het gebouw dient hierop berekend te zijn. De dikte van de substraatlaag is afhankelijk van de gewenste vegetatie. In dit geval voldoende dik om struiken- en boomgroei mogelijk te maken. Intensieve groene daken vereisen in het algemeen een bewateringssysteem en vergen net als een plantsoen onderhoud. Aangezien intensieve groene daken over het algemeen bewatering nodig hebben, is het aan te raden niet rechtstreeks door de substraatlaag opgenomen regenwater dat op het dak valt, in een opslag te bufferen en voor de bewatering te gebruiken. Door de oneindige diversiteit in uitvoeringsmogelijkheden van intensieve groene daken valt slechts in algemene termen iets te zeggen over het rendement met betrekking tot de wateropgave, hittestress en biodiversiteit.
Er dient aandacht te zijn voor een zodanige vormgeving van de intensieve groene daken dat ze niet of zo min mogelijk met drinkwater bevloeid moeten worden. De ecosysteemdiensten die de huidige groene omgeving van het spontane wijkbosje levert, moet minimaal terug komen op – en aan het gebouw. Liever nog willen we dat door dit gebouwd de ecosysteemdiensten worden verbeterd (opvangen water, zuiveren lucht, waarden voor natuur en biodiversiteit, verkoelende werking op de omgeving) Gevels De dichte delen van de gevels moeten gehele bedekt worden met grondgeboden gevelgroen, zelfhechters die een hoogte tot van 8 tot 25 a 30 meter kunnen bereiken. Om dit te bewerkstelligen is er voldoende ruimte nodig voor de wortels van de planten om te kunnen groeien water- en voedingsstoffen op te nemen. Er is dus niet veel ruimte op het maaiveld nodig maar wel onder het maaiveld. Door aan de gevel gebruik te maken van klimhulpen kunnen ook andere soorten worden toegepast die tot de maximale hoogte van de gevel kunnen groeien. De groene gevels en daken vergen een integraal ontwerp van het gehele gebouw en de installaties en de natuurinclusieve maatregelen die op op en aan het gebouw worden getroffen voor vogels en insecten die o.a. nu voorkomen in het buurtbosje.
4.7
Water
4.7.1
Algemeen
Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Water programma 2022-2027. Het plan geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. De belangrijkste ambities richten zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte uit 2012 beschrijft het kabinet doelen voor de periode tot 2028. Verbetering leefomgeving, milieu en water is er één. Het gaat om de bescherming van de grondwaterkwaliteit en –kwantiteit, de bescherming en verbetering van de waterkwaliteit, een goede zoetwatervoorziening en voldoende ruimte voor waterveiligheid. Verder is klimaatbestendige Bestemmingsplan "Chw Omgevingsplan Nijmeegseweg - fase 1" (vastgesteld) 51