Bijlage 2 - Exploitatieplan Schuytgraaf 2011, 14e herziening
Tekst van het document
RIO-DE-005 - Toon aan wat de gevolgen zijn van het project ten aanzien van de klimaatadaptatie (wateroverlast en overstroming). Motivatie De effecten van het project op de omgeving en het effect die de omgeving heeft op het project (bv kans op hemelwater(overlast) moeten vastgesteld worden. Risico's en kwetsbaarheden van de te ontwikkelen locatie moeten vooraf bekend zijn zodat hier bij de nieuwe ontwikkeling rekening mee kan (en moet) worden gehouden. Zodoende kunnen maatregelen uitgewerkt worden om overlast zo veel als mogelijk te voorkomen, in ieder geval te beperken. Mogelijke oplossing Voer een stresstest wateroverlast uit. Gebruik gemaakt kan worden van de stresstest van de gemeente Arnhem. Inventariseer of er in de directe omgeving van de planlocatie wateroverlast/problemen bekend zijn.
Externe links https://klimaatadaptatienederland.nl/thema-sector/wateroverlast/
VKR-DE-003 - Zorg voor een ontwerp dat voldoet aan de eisen voor toegankelijkheid Motivatie Op 14 juli 2016 trad het VN-verdrag Handicap in Nederland in werking. Doel van dit verdrag is het bevorderen, beschermen en waarborgen van de mensenrechten van mensen met een beperking. In dat licht gezien is het van groot belang dat op een eenduidige wijze de openbare ruimte voor een ieder goed toegankelijk is.
Mogelijke oplossing Er is een landelijke standaard, uitgebracht door het CROW, van beleid en ontwerp , via een beslisboom naar de diverse voorzieningenbladen. Als document is bijgevoegd het Arnhemse handboek toegankelijkheid. De juiste afstemming/verhouding tussen deze twee soorten richtlijn volgt in een later stadium
Bestanden Handboek_Toegankelijkheid.pdf
SMB-DE-001 - Breng geen straatmeubilair aan, tenzij strikt noodzakelijk en geen andere ontwerpoplossingen mogelijk zijn Omschrijving Pas waar mogelijk het ontwerp aan zodat paaltjes en hekjes voorkomen kunnen worden
https://arnhem.hior.nl/richtlijn/exporteren?export_as=pdf&rules=1%2C2%2C3%2C4%2C5%2C6%2C7%2C8%2C9%2C10%2C11%2C12%2C1…
19/74
13-10-2022 13:39
HIOR Print
WTR-DE-001 - Lever een globaal waterplan in met in ieder geval een geo-hydrologisch onderzoek. Motivatie
In deze fase moet uit de watertoets blijken hoe de waterhuishoudkundige systemen binnen het plangebied en in de omgeving van het plangebied functioneren en wat de gevolgen zijn van de ontwikkeling op de waterhuishouding. Uit het onderzoek kan volgen dat bepaalde vormen van ontwikkelingen niet mogelijk zijn of aangepast moeten worden om mogelijk zijn. Mogelijke oplossing
Onderdeel van de watertoets is een waterplan waarin: • naast oppervlaktewater ook grondwater op zowel kwantitatief als kwalitatief niveau wordt meegenomen. • tegelijk de mogelijkheid om hemelwater te infiltreren onderzocht wordt. • bij locaties waar de waterveiligheid in het geding kan raken ook dit aspect betrokken moeten worden.
WTR-DE-002 - Maak een nota van Randvoorwaarden, m.b.t. het onderdeel Water. Motivatie
Duurzaam omgaan met (regen)water. Regenwater moet in principe binnen het te ontwikkelen gebied gehouden worden. De eigenaar is in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor het verwerken van regenwater op eigen terrein. Mogelijke oplossing
Voor het afvoeren van regenwater in het openbaar gebied geldt het principe: • bovengronds afvoeren: a: naar oppervlaktewater of bovengronds infiltreren. b: ondergrondse infiltratievoorziening • Indien oppervlakkige afvoer niet mogelijk is, dan kan regenwater via een buizensysteem worden afgevoerd naar oppervlaktewater of infiltratievoorziening. • afwijking moet schriftelijk onderbouwd worden.
WTR-DE-003 - Bescherm het grondwater. Omschrijving
• Binnen de beschermingszones van beken gelden voorwaarden voor ingrepen in het gebied. Zie hiervoor de desbetreffende bestemmingsplannen of het koepelbestemmingsplan Leemlagen. • Binnen de grondwaterbeschermingsgebieden gelden voorwaarden voor ingrepen in het gebied. Zie hiervoor de desbetreffende voorwaarden Provincie Gelderland
WTR-DE-004 - Grondwaterstanden mogen niet worden aangepast Motivatie De grondwaterstand zoals in de huidige situatie voorkomt (met zijn fluctuaties) mag niet worden verlaagd. - De eigenaar is verantwoordelijk voor het hebben van voldoende ontwatering op het eigen terrein. Daarbij is het niet toegestaan om over- of onderlast op aanliggende terreinen te veroorzaken. - De eigenaar is verantwoordelijk voor de bouwkundige of waterhuishoudkundige staat van hun opstallen, zoals kelders en kruipruimtes. Mogelijke oplossing
In gebieden met een hoge grondwaterstand verdient het aanbeveling om kruipruimteloos te bouwen.. Drainage mag alleen aangelegd worden om pieken in de grondwaterstand af te vangen maar niet om de grondwaterstand te verlagen.
VRI-DE-001 - Bereken de benodigde vormgeving van het verkeerslicht en leg dit vast in een document. Motivatie Om een afwikkeling van voldoende kwaliteit te kunnen garanderen is noodzakelijk te weten hoeveel opstelstroken nodig zijn en welke lengte de opstelstroken moeten hebben. Dit is de randvoorwaarde voor het ontwerp. Mogelijke oplossing Bij nieuwe kruispunten moet de capaciteit van de VRI voldoende zijn om het verkeersaanbod te kunnen verwerken, zowel bij inbedrijfnamen als in de toekomst (planjaar 10 jaar in de toekomst) Voor het snelfiets- en het stedelijk hoofdfietsnetwerk geldt een maximale wachttijd van 90 seconden in de spitsen en 60 seconden in de dalperiode. Bij bestaande kruispunten die niet worden gereconstrueerd moet een zo optimaal mogelijke afwikkeling worden verkregen binnen de bestaande ruimte, zowel bij inbedrijfname als in de toekomst. In beide gevallen zijn de eisen van de opdrachtgever, zoals die in de initiatieffase zijn opgesteld, voor de betreffende VRI bepalend voor de oplossingsrichtingen. Deelconflicten worden niet toegestaan indien: 1. de maximum snelheid van het autoverkeer hoger is dan 50 km/uur . 2. bij een conflict met een in twee richtingen bereden fietspad. Voor het toepassen van deelconflicten met autoverkeer op de hoofdstructuur (gebiedsontsluitingswegen van 1e en 2e orde) gelden aanvullend de volgende uitgangspunten: 1.
linksafslaande auto's vanaf de hoofdstructuur mogen geen deelconflict hebben indien het deelconflict in de bestaande situatie niet aanwezig is 2. rechtsafslaande auto's vanaf de hoofdstructuur mogen in deelconflict worden geregeld als het gaat om maximaal 1 auto per cyclus en die auto zich kan opstellen zonder het achteropkomende verkeer te hinderen. Voor het toepassen van deelconflicten met autoverkeer, geldt dat moet worden aangetoond dat het verkeer in deelconflict kan worden afgewikkeld.
https://arnhem.hior.nl/richtlijn/exporteren?export_as=pdf&rules=1%2C2%2C3%2C4%2C5%2C6%2C7%2C8%2C9%2C10%2C11%2C12%2C1…
20/74
13-10-2022 13:39
HIOR Print
VRI-DE-002 - Overleg met de senior beheerder VRI van Cluster Openbare Ruimte, afdeling Beheer, over de te hanteren intensiteiten. Motivatie De intensiteiten zijn bepalend voor de uitkomsten van de berekeningen en bepalend voor het ontwerp. Fouten in intensiteiten leiden tot een fout ontwerp. Mogelijke oplossing De vakgroep VRI van de afdeling beheer beschikt over actuele tellingen van veel locaties en kan ook prognose intensiteiten aanleveren met een doorkijk van 10 jaar op basis van het RVMK
VRI-DE-004 - Bepaal de interactie met omgeving (o.a. oversteken, kruispunten, uitritten en bushaltes). Motivatie Al vroegtijdig moet inzicht gegeven worden welke maatregelen nodig zijn vanwege de interactie met andere geregelde en ongeregelde oversteken, kruispunten, bushaltes en eventuele uitritten. Mogelijke oplossing Inzicht in de effecten van de VRI op de omgeving wordt verkregen door middel van een berekening of simulatie. Knelpunten door bijvoorbeeld blokkades door wachtrijen worden hiermee duidelijk. Vervolgens worden maatregelen uitgewerkt om de overlast te beperken.
Ontwerpfase CKW-ON-001 - Pas leuningen toe volgens nieuwste versie Bouwbesluit. Motivatie Om de juiste hoogte brugleuning fietsbruggen toe te passen. Mogelijke oplossing Per 1-7-2021 is de minimale hoogte van een leuning bij fietsbruggen 1.30m.
CKW-ON-002 - Pas de normen van RWS toe voor constructieve veiligheid en duurzaamheid. Motivatie Om veiligheid en duurzaamheid te waarborgen. Mogelijke oplossing Verkeersbruggen en tunnels ontwerpen volgens RTD1001_ROK 1.4
CKW-ON-004 - Bescherm alle betonoppervlakken bij bruggen (bovenkant dek, schampkanten e.d.) tegen indringing dooizouten . Motivatie Voorkomen van chloride- geïnitieerde wapenings-corrosie. Mogelijke oplossing Toepassen beschermingslaag zoals sami (onder asfalt) of hydrofobeerlaag.
CKW-ON-005 - Voldoe bij het ontwerp aan de gestelde functie eisen. Omschrijving
CKW-ON-006 - Ontwerp volgens het IFD (Industrieel Flexibel en Demontabel) principe Motivatie 'Standaard' elementen die makkelijker na einde levensduur, renovatie of vervanging door verandering omgeving geheel of gedeeltelijk kunnen worden hergebruikt. Mogelijke oplossing NTA 8085 geeft technische aanwijzingen voor het ontwerpen en bouwen volgens IFD.
CKW-ON-007 - Detailleer duurzaam. Motivatie Kijk op detailniveau om de levensduur van het object of onderdeel te vergroten Mogelijke oplossing Zie CUR 213: • Bij betonnen trappen anti-worteldoek aanbrengen onder de elementen. • Afstemmen van type landhoofd op aansluitende bestrating. Ook het aansluitende straatwerk aan de zijkanten goed opsluiten en af laten wateren. Gebruik maken van stootplaten. • Taludbekleding aanbrengen minimaal over de breedte van het viaduct + ca. 1.00m. om uitspoeling te voorkomen (eis Waterschappen). • Beplanting en bomen dusdanig ontwerpen dat het kunstwerk niet wordt ontwricht door wortelgroei en geen schaduw op het kunstwerk veroorzaakt. • Dakleer of EPDM rubber onder houten dekdelen op langsliggers en tussen dwarsdragers en langsliggers aanbrengen ter bescherming van het hout tegen indringing vocht. • Balusters van de leuningen niet inkepen om aan de tussenregels te bevestigen zodat er minder vocht in de openingen blijft staan. Tussen balusters en langsliggers kunststof klosjes monteren zodat er geen water en vuil tussen blijft staan. •Langsliggers houten bruggen niet in grond laten steken (zodat zuren in de grond geen invloed zullen hebben om hout aan te tasten), maar bijvoorbeeld verhoogd opleggen met hoekprofielen op een betonnen of kunststof kesp. • Dakprofiel aanbrengen in bovenregel leuning zodat de afwatering goed is.
https://arnhem.hior.nl/richtlijn/exporteren?export_as=pdf&rules=1%2C2%2C3%2C4%2C5%2C6%2C7%2C8%2C9%2C10%2C11%2C12%2C1…
21/74
13-10-2022 13:39
HIOR Print
CKW-ON-008 - Zorg ervoor dat het kunstwerk onderhoudsvriendelijk is. Motivatie Om ervoor te zorgen dat overlast van toekomstige graffiti wordt tegen gegaan. Mogelijke oplossing • Probeer graffiti oppervlakken te minimaliseren. Materialen met een langdurige esthetische waarden toepassen. • Tunnelwanden voorzien van een conserveringssysteem volgens erkend applicatuur. Overweeg om een kunstuiting in verf of tegels aan te brengen om zo graffitioverlast te voorkomen. Houd daarbij de kleurstelling zo licht mogelijk vanwege de sociale veiligheid.
CKW-ON-009 - Houd bij het ontwerp rekening met de afwatering. Motivatie Om wateroverlast bij toenemende hevige regenbuien te voorkomen! Klimaatadaptatie door klimaatverandering. Mogelijke oplossing • Bij met name tunnels zorg te dragen voor voldoende afwatering in de onderdoorgang, ook in het profiel van de onderdoorgang moet voldoende langs- en dwarshelling aanwezig zijn. • Aandacht te geven aan de taluds van tunnels en bruggen door eventueel te draineren. • Wateroverlast zoveel mogelijk te voorkomen. Zie Ontwerpfasethema Riolering. • Pompinstallatie bij tunnels toe te passen: verwijzing naar Thema Water.
CKW-ON-010 - Pas 100% circulair materiaalgebruik toe. Motivatie Om slim en duurzaam met onze grondstoffen om te gaan. Mogelijke oplossing Zoals hergebruikte materialen, hernieuwbare grondstoffen. Vanaf 2023 circulair aanbesteden.
CKW-ON-011 - Houd rekening met biodiversiteit Motivatie Om te voorkomen dat planten- en diersoorten door menselijke activiteiten verloren gaan. Mogelijke oplossing Zie biodiversiteitsstrategie
RIO-ON-011 - Verwijder overbodige leidingen, putten en kolken. Motivatie Hiermee wordt onnodig ruimtebeslag en vervuiling in de ondergrond voorkomen. Daarnaast scheelt dit beheer en onderhoudskosten. Mogelijke oplossing Verwijder buiten gebruik gestelde riolen, putten en kolken. Verwijder ook kolken als regenwater van de openbare verharding niet meer naar de riolering wordt afgevoerd (afkoppelen).
RIO-ON-012 - Neem maatregelen om negatieve effecten op de grondwaterstand door vervanging/renovatie van riolering te compenseren. Motivatie Om verdroging of grondwateroverlast te voorkomen. Mogelijke oplossing
RIO-ON-013 - Houd bij een kolk rekening met de criteria van de gemeente Arnhem. Omschrijving • Een kolk moet bestaan uit beton/gietijzer combinatie, tweedelig met stalen geleiderand en een aansluiting aan achterzijde van de kolk hebben. • De kolk moet een gecombineerde 125/160mm uitlaat hebben en voorzien zijn van een vast, scharnierbaar stankscherm (mede ter voorkomen van vuilinstroom in het riool) en een zandvang van minimaal 20 liter. • In de nabije omgeving van speelterreintjes moeten de kolken voorzien zijn van ES- vergrendeling. • De minimale binnenmaat van een kolk moet zijn 200 mm x 200 mm.
RIO-ON-019 - Houd bij het bodemverhang van de riolering rekening met de criteria van de gemeente Arnhem. Motivatie Hiermee wordt voldoende afstroming in de riolering gewaarborgd Mogelijke oplossing Voor het bodemverhang van de streng geldt een maat van 1: buisdiameter (in mm) met een beperking dat de buis niet flauwer dan 1:1000 wordt aangelegd. Hiervan afwijken is mogelijk mits gemotiveerd en onderbouwd door middel van een sleepspanningsberekening. Uitgangspunt voor het ontwerp is dat een rioolstelsel zelfreinigend is.
https://arnhem.hior.nl/richtlijn/exporteren?export_as=pdf&rules=1%2C2%2C3%2C4%2C5%2C6%2C7%2C8%2C9%2C10%2C11%2C12%2C1…
22/74
13-10-2022 13:39
HIOR Print
RIO-ON-029 - Zet de afvoer van de kolk onderin dicht met een plaatje wanneer besloten is dat de kolk niet verwijderd kan worden. Motivatie Hiermee kan de werking van de kolk zo nodig hersteld worden. Mogelijke oplossing In de kolk een folie of een zak aanbrengen en deze vullen met zand. Bij een kolk in voetpad: achter de invoer (rooster) een PE plaatje plaatsen. Tenslotte op het zand een laagje beton aanbrengen, geen wapening toepassen. Bij een kolk in voetpad houdt beton tevens PE plaatje op zijn plaats. Bij een straatkolk beton aanbrengen tot/met het rooster. De functie van de kolk moet weer te herstellen zijn. IVM reinigen straatkolken, dichtgezette kolken duidelijk op de revisietekening aangeven.
RIO-ON-035 - Zorg ervoor dat er geen versnippering van de bodempassage is; deze moet technisch en visueel doorlopen. Motivatie Bodempassages/groengoten moeten zoveel als mogelijk aaneen sluiten om een goede werking te garanderen en onderhoud te minimaliseren. Mogelijke oplossing Voer onvermijdelijke kruisingen van de bodempassage of groengoot met wegen uit als brug of roostergoot. Sifons en ""slokops"" zijn in overleg met afdeling Beheer toegestaan als deze kruisingen geen opstuwing veroorzaken in de waterafvoer.
RIO-ON-038 - Zorg ervoor dat de infiltratievoorziening integraal onderdeel is van de inrichting van het gehele gebied waarbij ook de aanpalende gebieden Motivatie De infiltratievoorziening moet ruimtelijk op een logische wijze in de omgeving ingepast worden. Mogelijke oplossing
RIO-ON-039 - Stem de inrichting van het gebied alsmede de bouwpeilen af op de oppervlakkige afwatering van het gebied. Motivatie Hiermee wordt overlast en/of schade bij water op straat situaties door hevige neerslag geminimaliseerd Mogelijke oplossing Ook bij overschrijding van de ontwerpnorm voor de neerslag mag geen water in woningen stromen. Daarbij speciale aandacht voor verdiept aangelegde delen van gebouwen zoals parkeerkelders en souterrains.
RIO-ON-044 - Bepaal de afvoercapaciteit van (grijs)goten middels stationaire berekeningen. Motivatie Hiermee wordt de benodigde en beschikbare capaciteit in beeld gebracht. Mogelijke oplossing Maak gebruik van de uitgangspunten voor functioneel ontwerp uit de Kennisbank (Rioned).
RIO-ON-046 - Stem de goothelling (in de lengterichting) af op de helling van de weg en de benodigde afvoercapaciteit. Motivatie Hiermee wordt afvoer van water via de goot gewaarborgd. Mogelijke oplossing Het afschot in de lengte richting moet minimaal 0,3% bedragen.
RIO-ON-048 - Zorg ervoor dat door de roostergoot geen extra opstuwing ontstaat van het afstromende water in de bodempassage of groengoot. Motivatie door opstuwing in een roostergoot wordt afstroming belemmerd en kan wateroverlast ontstaan. Mogelijke oplossing Pas voldoende ruim gedimensioneerde roostergoten toe.
RIO-ON-049 - Zorg ervoor dat de roostergoot volgens reguliere methodes te onderhouden is (o.a. doorspuiten). Motivatie hierdoor kan het beheer en onderhoud in een standaard onderhoudsronde worden uitgevoerd zonder aanvullende werkzaamheden. Mogelijke oplossing
https://arnhem.hior.nl/richtlijn/exporteren?export_as=pdf&rules=1%2C2%2C3%2C4%2C5%2C6%2C7%2C8%2C9%2C10%2C11%2C12%2C1…
23/74
13-10-2022 13:39
HIOR Print
RIO-ON-050 - Zorg ervoor dat het rooster vast aan de onderbak zit. Motivatie Rammelen van het rooster op de onderbak van de goot moet voorkomen worden. Mogelijke oplossing Gebruik monoliete roostergoten.
RIO-ON-058 - Vraag voor de bouw van een rioolgemaal/pompput en de bijbehorende persleiding het Programma van Eisen (PvE) op bij de afdeling Stedelijk Wat Motivatie Een rioolgemaal/pompput met bijbehorende persleiding zijn locatie specifiek. Mogelijke oplossing
WTR-ON-001 - Stel een uitgewerkt waterplan op, gebaseerd op de conclusies van het globale waterplan. Omschrijving In dit plan zijn alle aspecten, zie hieronder, met betrekking tot de waterhuishouding opgenomen voor zover van toepassing. •geo-hydrologie, •grondwateronttrekking, •infiltratie, •drainage, •grondwater, •oppervlaktewater •riolering
OVL-ON-001 - Dien voorstellen voor het aanbrengen van standaard borden aan masten van de plusverlichting ter goedkeuring in bij het cluster Openbare Ruim Motivatie De bevestiging van standaard borden aan lichtmasten van de plusverlichting is alleen in overleg toegestaan. Mogelijke oplossing Het is toegestaan om standaard verkeersborden en straatnaamborden aan lichtmasten van de basisverlichting te bevestigen.
OVL-ON-002 - Zorg ervoor dat bij aanleg en/of wijziging in de elektrische installaties het ontwerp voldoet aan de elektrische principebepalingen volgens Motivatie De elektrische installaties van de openbare verlichting bestaan uit voedingspunten met een verdeelinrichting, kabels en aansluitpunten (bv. lichtmasten). Dit kabelnet is een separaat net en is dus niet gecombineerd met het distributienet van het energiebedrijf. Mogelijke oplossing De onderhoudsaannemer van de gemeente is tevens operationeel installatieverantwoordelijk. Alle werkzaamheden aan de openbare verlichtingsinstallatie moeten met de installatieverantwoordelijke worden afgestemd. Aan het voedingsnet voor openbare verlichting mag alleen door gekwalificeerd personeel van een geaccrediteerd bedrijf worden gewerkt.
OVL-ON-003 - Gebruik bij het plaatsen of vervangen van voedingspunten de standaarduitvoering van de Gemeente. Motivatie Om een uniform voedingspunt neer te zetten. Mogelijke oplossing De standaard uitvoering voedingspunt gemeente Arnhem zoals benoemd in Raambestek Verlichtingswerken en Onderhoud 2021-2025. Op te vragen via Cluster Openbare Ruimte.
OVL-ON-004 - Houd de kabeltypen van de gemeente voor aansluiting aan. Motivatie Om uniformiteit in de kabel te hebben. Mogelijke oplossing De aan te houden kabeltypen voor de aansluiting van: • lichtmasten tussen twee groepen EO-YMeKaszh 3x6 of EO-YMeKaszh 3x10; • secundaire aansluitingen EO-YMeKaszh 2x2,5. Bij het aanbrengen van kabels in tunnels of langs gevels, kabels zonder aardscherm gebruiken (YMvK).
OVL-ON-005 - Houd rekening met kabels buiten de plangrens. Motivatie Door de verwevenheid in de structuur van het kabelnet. Mogelijke oplossing De kabels van een groep elektrisch doorlussen op de aansluitkastjes in de aansluitpunten (bv. lichtmasten). Een zogenaamde uitloper beperken tot de elektrische aansluiting van enkele aansluitpunten.
https://arnhem.hior.nl/richtlijn/exporteren?export_as=pdf&rules=1%2C2%2C3%2C4%2C5%2C6%2C7%2C8%2C9%2C10%2C11%2C12%2C1…
24/74
13-10-2022 13:39
HIOR Print
OVL-ON-006 - Sluit splitspunt kabels afzonderlijk aan op de aansluitkastjes in aansluitpunten of de aders in één mast dubbel isoleren (geen aansluiting Motivatie Zodat de verlichting niet onnodig lang uit is. Mogelijke oplossing Voor het tijdelijk oplossen van kabelstoringen.
OVL-ON-007 - Breng geen splitspunt kabels aan in de aansluitpunten tussen groepen van verschillende voedingspunten. Motivatie Zodat de verlichting niet onnodig lang uit is. Mogelijke oplossing Voor het tijdelijk oplossen van kabelstoringen.
OVL-ON-008 - Geef het lichtmastenplan en kabeltracés aan op de tekeningen van het voorlopige inrichtingsplan met dwarsprofielen. Omschrijving Uitgangspunten ten aanzien van lichtmasten en kabeltracés: In de legenda zijn de gebruikte symbolen aangegeven door: 1.Typeaanduiding lichtmast, masten, armaturen, voedingspunten en kabels. 2. te plaatsen, verplaatsen en te verwijderen lichtmasten. 3. te plaatsen en te verplaatsen armaturen. 4. te vervangen masten en armaturen. 5. ligging van splitspuntkabels
OVL-ON-009 - Geef het lichtmastenplan en de elektrische installaties aan op tekening van het totale definitieve verlichtingsplan met dwarsprofielen. Omschrijving Uitgangspunten ten aanzien van totale verlichting en elektrische installaties. In de legenda zijn de gebruikte symbolen aangegeven voor: • typeaanduiding lichtmasten, masten, armaturen, voedingspunten en kabels • te plaatsen, verplaatsen en te verwijderen lichtmasten; • te plaatsen en te verplaatsen armaturen • te vervangen masten en armaturen; • ligging van splitspunt kabels.
OVL-ON-010 - Situeer het kabelnet in de normsleuf voor kabels en leidingen voor nutsbedrijven. Omschrijving • Kabel ligt bij voorkeur in de combisleuf, tenzij niet anders mogelijk dan ligt deze alleen. In groen met 60cm dekking van grond, bij verharding met 50cm dekking van grond. • Kabel ligt bij voorkeur onder straatwerk en niet in plantsoenen (onder gazon mag). • Kabel ligt nooit onder gesloten verharding zonder mantelbuis (asfalt en beton). • Kruisingen van wegen en watergangen zijn altijd haaks op de weg-as of op de watergang en in mantelbuis. • Kruisingen van gesloten verharding, zo kort mogelijk in mantelbuis
OVL-ON-011 - Maak lichtberekeningen met de meest actuele fotometrische gegevens ( I-tabellen) van de fabrikant van de armaturen. Motivatie Zodat met de juiste lichttechnische data gewerkt wordt. Mogelijke oplossing De I - tabellen, om lichtberekeningen te kunnen maken, kunnen op aanvraag geleverd worden door de Cluster Openbare Ruimte.
OVL-ON-012 - Houd voor het plaatsen van lichtmasten rekening met de afstanden die Arnhem hanteert. Omschrijving • De volwassen kroondiameter wordt op tekening aangeven. • De aan te houden afstand tussen bomen en lichtmasten = 1,5 x de helft van de volwassen kroondiameter. •De lichtmasten van de hoofdverlichting staan langs de rijweg voor de bomenrij of minimaal in één zichtlijn met de bomen. • Voor lichtmasten langs verkeerswegen een minimale afstand van 0,6 meter • bij trottoir een afstand van 0,5 meter aanhouden tussen zijkant weg en zijkant lichtmast . •Daarnaast is de obstakelvrije ruimte voor voetgangers op trottoir van 0,90 meter. •De gemeente hanteert standaardmaatvoeringen voor de plaats van lichtmasten bij parkeervoorzieningen. (zie bijlage 1). De aangegeven optie 3 is alleen bedoeld voor de bijverlichting. •De plaats van lichtmasten is afgestemd op de ondergrondse voorzieningen, waarbij de lichtmasten in één zichtlijn staan. • De plaats van lichtmasten is afgestemd op de lichtmasten buiten het plangebied.
OVL-ON-013 - Vraag voor aansluiting van secundaire aansluitingen de mogelijkheden bij de gemeente aan. Omschrijving Op basis van overeenkomsten met de gemeente is het toegestaan om de verlichting van lichtreclameborden, abri's, stadsinfo's en de achterpadverlichting van woningbouwverenigingen aan te sluiten op lichtmasten van de openbare verlichting.
https://arnhem.hior.nl/richtlijn/exporteren?export_as=pdf&rules=1%2C2%2C3%2C4%2C5%2C6%2C7%2C8%2C9%2C10%2C11%2C12%2C1…
25/74
13-10-2022 13:39
HIOR Print
OVL-ON-014 - Verlicht hoofdwegen met verlichtingsklasse M4 met volgende afwijkingen of aanvullingen van de gemeente. Motivatie Om er voor te zorgen dat de verlichting verkeersveiligheid en sociale veiligheid biedt. Mogelijke oplossing Afwijkingen of aanvullingen van de gemeente: • Aanliggende voet- en fietspaden minimaal P5 • De te leveren lichtberekeningen zijn gebaseerd op type wegdek C2 met Q0 = 0,07 en geen depreciatiefactor • De verlichting wordt in de nachtperiode als volgt gedimd: Lamp aan – 23:00 uur 100% 23:00 – 06:00 uur 50% 06:00 – lamp uit 100%
OVL-ON-015 - Verlicht ontsluitingswegen in het stedelijk gebied met verlichtingsklasse M5 met met volgende afwijkingen of aanvullingen van de gemeente. Motivatie Om er voor te zorgen dat de verlichting verkeersveiligheid en sociale veiligheid biedt. Mogelijke oplossing Afwijkingen of aanvullingen van de gemeente: • Aanliggende voet- en fietspaden minimaal P5 • De te leveren lichtberekeningen zijn gebaseerd op type wegdek C2 met Q0 = 0,07 en geen depreciatiefactor • De verlichting wordt in de nachtperiode als volgt gedimd: Lamp aan – 23:00 uur 100% 23:00 _ 01:00 uur 70% 01:00 – 06:00 uur 50% 06:00 – lamp uit 100%
OVL-ON-016 - Verlicht conflictzones zoals Rotondes, kruisingen en oversteekplaatsen op hoofdwegen en ontsluitingswegen in het stedelijk gebied met één Motivatie Om er voor te zorgen dat de verlichting verkeersveiligheid en sociale veiligheid biedt. Mogelijke oplossing Afwijkingen of aanvullingen van de gemeente: • Aanliggende voet- en fietspaden minimaal P5 • De te leveren lichtberekeningen zijn gebaseerd op type wegdek C2 met Q0 = 0,07 en geen depreciatiefactor • De verlichting wordt in de nachtperiode als volgt gedimd: Lamp aan – 23:00 uur 100% 23:00 – 06:00 uur 50% 06:00 – lamp uit 100%
OVL-ON-017 - Verlicht ontsluitingswegen buiten het stedelijk gebied met verlichtingsklasse M5 met volgende afwijkingen of aanvullingen van de gemeente. Motivatie Om er voor te zorgen dat de verlichting verkeersveiligheid en sociale veiligheid biedt. Mogelijke oplossing Afwijkingen of aanvullingen van de gemeente: • lichtberekeningen zijn gebaseerd op type wegdek C2 met Q0 = 0,07 en depreciatiefactor 0,9. • De verlichting wordt in de nachtperiode als volgt gedimd: Lamp aan – 23:00 uur 100% 23:00 _ 01:00 uur 70% 01:00 – 06:00 uur 50% 06:00 – lamp uit 100%
OVL-ON-018 - Buurtwegen, Woonstraten, fiets- en voetpaden worden verlicht met verlichtingsklassen P5 met de volgende afwijkingen of aanvullingen van de g Motivatie Om er voor te zorgen dat de verlichting verkeersveiligheid en sociale veiligheid biedt. Mogelijke oplossing Afwijkingen of aanvullingen van de gemeente: • lichtberekeningen zijn gebaseerd op een depreciatiefactor van 0,9. •Tot 22 uur houdt de gemeente zich aan de richtlijn, vanaf 22 uur niet meer i.v.m. duurzaamheidsoverwegingen. Daarna geldt het volgende dimregime: Lamp aan – 22:00 uur 100% 22:00 – 00:00 uur 70% 00:00 – 06:00 uur 50% 06:00 – lamp uit 70%
OVL-ON-019 - Bedrijventerreinen en Parkeerterreinen (> 20 plaatsen) worden verlicht met verlichtingsklasse P4 met de volgende afwijkingen of aanvullingen Motivatie Om er voor te zorgen dat de verlichting verkeersveiligheid en sociale veiligheid biedt. Mogelijke oplossing Afwijkingen of aanvullingen van de gemeente • Lichtberekeningen zijn gebaseerd op een depreciatiefactor van 0,9. • De verlichting wordt in de nachtperiode als volgt gedimd: Lamp aan – 23:00 uur 100% 23:00 _ 01:00 uur 70% 01:00 – 06:00 uur 50% 06:00 – lamp uit 100%
OVL-ON-020 - Vrijliggende Fietspaden binnen en buiten het stedelijk gebied worden verlicht met verlichtingsklassen P5 met de volgende afwijkingen of aanv Motivatie Om er voor te zorgen dat de verlichting verkeersveiligheid en sociale veiligheid biedt. Mogelijke oplossing Standaard OLC ingebouwd in armatuur. Optioneel: dynamisch verlichten met detectiesensoren in overleg met Cluster Openbare Ruimte. Minimaal 10% licht bij dynamisch verlichten. Minimaal 3 masten vooruit verlichten bij dynamisch. ·lichtberekeningen zijn gebaseerd op een depreciatiefactor van 0,9.
https://arnhem.hior.nl/richtlijn/exporteren?export_as=pdf&rules=1%2C2%2C3%2C4%2C5%2C6%2C7%2C8%2C9%2C10%2C11%2C12%2C1…
26/74
13-10-2022 13:39
HIOR Print
OVL-ON-021 - Hoofdwegen, Conflictzones, Woonstraten, Winkelstraten, Horeca en uitgaansgebied en voeten fietspaden die binnen de singels vallen en Stati Motivatie Om er voor te zorgen dat de verlichting verkeersveiligheid en sociale veiligheid biedt. Mogelijke oplossing Hoofdwegen: M3 klasse. De te leveren lichtberekeningen zijn gebaseerd op type wegdek C2 met Q0 = 0,07 en geen depreciatiefactor. Conflictzone’s (Rotonde, kruisingen en oversteekplaatsen): C2 klasse Woonstraten: P4 klasse met EVmin = 0,3 lux. Depreciatiefactor van 0,9. Hoofdwinkelstraten: P2 klasse met EVmin = 0,3 lux. Depreciatiefactor van 0,9. Zijwinkelstraten: P3 klasse met Evmin = 0,3 lux. Depreciatiefactor van 0,9 Horeca en uitgaansgebied: P3 klasse met EVmin = 0,3 lux. Depreciatiefactor van 0,9. Voet- en fietspaden: P4 klasse met EVmin = 0,3 lux. Depreciatiefactor van 0,9. Stationsgebieden : In overleg met Cluster Openbare Ruimte. Steenstraat : P2 klasse met Evmin = 0,3 lux. Depreciatiefactor van 0,9.
OVL-ON-022 - Buurtwinkelcentra worden verlicht met verlichtingsklassen P4 met de volgende afwijkingen of aanvullingen van de gemeente Motivatie Om er voor te zorgen dat de verlichting verkeersveiligheid en sociale veiligheid biedt. Mogelijke oplossing lichtberekeningen zijn gebaseerd op een depreciatiefactor van 0,9. Evmin = 0,3 lux.
GRN-ON-001 - Maak een ontwerpvoorstel (DO) met daarin aangegeven hellingspercentages van alle taluds. Motivatie Alle taluds, daaronder vallen ook taluds van watergangen, sloten, bodempassages, wadi's e.d., mogen maximaal een verhouding hebben van 1:3 vanwege beheerbaarheid. Mogelijke oplossing Werk het programma van eisen uit in een ontwerp.
GRN-ON-002 - Beplanting mag niet conflicteren met omgevingsveiligheid (verkeer) Omschrijving • I.v.m. verkeersveiligheid (zichtlijnen) mag de beplanting het zicht op kruispunten niet belemmeren. • De beplanting is max. 0,75m. hoog. • Langs hoofdwegen de buitenzijde van de hagen minimaal 1m uit de kant van de weg ontwerpen. • Bij erftoegangswegen moet het oprijzicht minimaal 5m voor de kantstreep of kant van de verharding van de hoofdweg aanwezig zijn. Bij uitritten minimaal 2,5m. • In het oprijzicht mogen geen obstakels, bomen of beplanting staan die het zicht ontnemen. •Langs hoofdwegen (wegen met verkeersintensiteit hoger dan 10.000 voertuigen per etmaal) de buitenzijde van de hagen minimaal 1m uit de kant van de weg ontwerpen. ( R )
GRN-ON-004 - Gras zoveel mogelijk extensief ontwerpen Motivatie Ter bevordering van de biodiversiteit Mogelijke oplossing • Grasvelden dusdanig opbouwen en profileren dat geen wateroverlast kan ontstaan. (R) • De ondergrondse groeiruimte voor gras bedraagt min. 0,30m diep. (R) • Gras/ kruidenoppervlaktes dienen toegankelijk te zijn voor een standaard maaimachine (minimaal 2 meter). • waar mogelijk en nodig kan wateropvang een functie van de berm zijn, inrichting dan daarop aanpassen.
GRN-ON-005 - maak een Ontwerpvoorstel (DO) met aangegeven maten m.b.t. grasvlakken Omschrijving
GRN-ON-006 - Bodemopbouw grasveld aanpassen op het gebruik Motivatie Voorkomt verdichting en verslemping van de bodem Mogelijke oplossing Intensief gebruikte grasvelden zijn bijvoorbeeld speelweides, vuiltrekplaatsen, ligweides. doorwortelbare zone is minimaal 30cm.
GRN-ON-007 - Behoud de toplaag van gras/kruidenbermen. Motivatie Ter behoud van zaadbank, natuurlijke bodemopbouw en gebiedseigengrond. t.b.v. de biodiversiteit. Mogelijke oplossing Toplaag tijdelijk in depot zetten.
https://arnhem.hior.nl/richtlijn/exporteren?export_as=pdf&rules=1%2C2%2C3%2C4%2C5%2C6%2C7%2C8%2C9%2C10%2C11%2C12%2C1…
27/74
13-10-2022 13:39
HIOR Print
GRN-ON-008 - Let bij profilering van grasveld op optimale wateropvang. Motivatie Water vasthouden waar het valt. Mogelijke oplossing Waterinlaten maken, verlaagde banden, wadi ed.
GRN-ON-009 - Houdt rekening met machinaal onderhoud grasvegetaties. Motivatie Beheerkosten laag houden. Mogelijke oplossing Het gebied moet toegankelijk zijn voor maaimachines van 2 meter breed.
BMN-ON-003 - Maak een KLIC-melding Motivatie Om beschikbare ondergrondse groeiruimte in beeld te krijgen. Mogelijke oplossing • Aanleg van kabels- en leidingen dient minimaal 2 meter buiten het wortelpakket van de boom te gebeuren. • Bij structureel groen dienen k&l buiten het eindbeeld van het wortelpakket gerealiseerd te worden. •Een aanvraag voor aanleg kabel- en leidingentrace is noodzakelijk. •Indien kabels en leidingen binnen de kroonprojectie van een volwassen boom komen te liggen, dient met de boombeheerder overleg gepleegd te worden voor gestuurde boring. •Werkzaamheden dienen uitgevoerd te worden conform de poster 'WERKEN ROND BOMEN'. (R)
BMN-ON-008 - Voorzie bomen, die langs voet- of fietspaden worden aangeplant, in het ontwerp van antiworteldoek Motivatie zodat voet- en fietspaden niet beschadigd worden door boomwortels Mogelijke oplossing deze bomen dienen voorzien te zijn van antiworteldoek over een lengte van het eindbeeld wortelpakket plus 2 meter om beschadiging en opdruk van deze paden in de toekomst te voorkomen. (R)
SPL-ON-001 - Zorg ervoor dat de speelplek bereikbaar is voor onderhouds-materieel. Motivatie Speelplekken moeten machinaal kunnen worden gereinigd en gemaaid. Hekwerken en omheiningen mogen bereikbaarheid niet beperken. Mogelijke oplossing Zorg er voor dat omheiningen of hekwerken openingen of poortjes hebben die zijn afgestemd op onderhouds-voertuigen.
SPL-ON-002 - Voorzie glijgoten en glijbanen van RVS en richt ze niet op het zuiden. Motivatie omdat rvs niet brandbaar is en niet statisch wordt maar wel heel heet in de zon. Mogelijke oplossing Er wordt geen multiplex toegepast.
SPL-ON-003 - Voldoe bij houten speeltoestellen en -elementen aan de eisen van gemeente Arnhem. Motivatie omdat het hout langer in stand blijft. Mogelijke oplossing • Houten speeltoestellen zijn van langzaam gegroeid Robinia, voornamelijk kernhout. • Langzaam gedroogd (2 jaar aan de buitenlucht). • Houten vlonders en loopplanken zijn van inlandse Larix. • Houten elementen waar water doorheen loopt zijn van Populier.
SPL-ON-005 - Plaats een staander van een toestel in gazon minimaal 0,20m binnen de valondergrond. Motivatie Om ervoor te zorgen dat schade aan de staander door het maaien van het gras of schoonmaken van bestrating wordt voorkomen. Mogelijke oplossing
SPL-ON-006 - Beperk geluidsoverlast en visuele overlast (zicht in woningen) tot een minimum bij speelvoorzieningen. Omschrijving De minimale afstand van gevel tot buitenkant valondergrond is 7 keer de valhoogte van het speeltoestel. De minimale afstand tot erfgrens is 2m. De afstand van een speeltoestellen hoger dan 2 meter (bovenkant toestel) en een woning moet minimaal 25 meter zijn.
https://arnhem.hior.nl/richtlijn/exporteren?export_as=pdf&rules=1%2C2%2C3%2C4%2C5%2C6%2C7%2C8%2C9%2C10%2C11%2C12%2C1…
28/74
13-10-2022 13:39
HIOR Print
SPL-ON-009 - Pas een afstand van minimaal 10 meter toe tussen een speelvoorziening en hondenvoorziening. Motivatie Omdat spelende kinderen en honden niet samen gaan. Mogelijke oplossing Als dit niet mogelijk is, dan is een afschermende maatregel een vereiste. Beplanting of een haag (met de functie afscheiding) om een speelplek heeft een hoogte van max. 1m.
SPL-ON-012 - Plaats geen zandbakken, tenzij... Omschrijving Plaats alleen zandbakken als er een overeenkomst met een bewoner wordt gesloten waarin onderhoudsafspraken worden vastgelegd en de zandbak afsluitbaar (voor katten) is. Indien een zandbak wordt aangelegd de normering NEN-EN 117-1:2017 hanteren, zijnde; zandbakken behoren een voorziening te hebben die de graafdiepte van de zandbak beperkt tot een duidelijk maximum (tussen 30 en 60 cm).
SPL-ON-013 - Zorg voor beplanting of haag (met functie) om een speelplek van een max. hoogte van 1 m. Motivatie Zodat er voldoende zicht/sociale controle op de speelplek is. Mogelijke oplossing
TLY-ON-001 - Onderzoek combinatie OVl en trolleymasten en bewegwijzering. Motivatie In het kader van vermindering van objecten is combinatie van dragers onontbeerlijk. Mogelijke oplossing
TLY-ON-002 - Betrek de trolleyontwerper (Connexxion) direct na vaststelling van het VO om de masten exact te kunnen positioneren. Motivatie Wijzigingen in de bandenlijn hebben direct gevolgen voor de positie van trolleymasten. Dus eerst de bandelijnen (nagenoeg) definitief, dan pas echt positie masten bepalen. Mogelijke oplossing
TLY-ON-003 - Trolleyvoorzieningen plaatsen buiten het profiel van ruime ruimte. Motivatie Ook trolleyvoorzieningen, ook al hebben ze meer ruimte nodig dan standaard, dienen buiten het profiel van vrije ruimte geplaatst te worden. Mogelijke oplossing
VRI-ON-009 - Voeg altijd rateltikkers toe voor voetgangers die reageren op omgevingsgeluid. Motivatie Ook visueel gehandicapte moeten kunnen oversteken. Mogelijke oplossing De rateltikkers worden bekabeld vanuit de automaat om de rateltikker te kunnen dimmen en in- en uit te schakelen. Op de middenberm worden geen rateltikkers toegepast, tenzij de middenberm 5 meter of breder is.
SMB-ON-001 - Pas geen hekwerken met gaas en puntige kammen toe bij hoogtes <1,80m. Omschrijving
SMB-ON-002 - Zorg er voor dat bij omheinde gras/ kruidenoppervlaktes minimaal een toegangspoort aanwezig is die de breedte heeft van een standaard maaima Omschrijving
SMB-ON-003 - Zorg ervoor dat de onderzijde van een hekwerk ruimten van 15-20 cm hoog boven het maaiveld bevat. Motivatie Op deze manier zijn de hekwerken voor kleine zoogdieren passeerbaar. Mogelijke oplossing
https://arnhem.hior.nl/richtlijn/exporteren?export_as=pdf&rules=1%2C2%2C3%2C4%2C5%2C6%2C7%2C8%2C9%2C10%2C11%2C12%2C1…
29/74
13-10-2022 13:39
HIOR Print
SMB-ON-004 - Zorg bij hekwerken voor een ontwerp-levensduur van 25 à 30 jaar. Omschrijving
BKU-ON-001 - Houd bij het ontwerpen van nieuwe beeldende kunstwerking rekening met de locatie. Motivatie Het beeldende kunstwerk mag vanwege de plaats geen bovenmatige onderhoudskosten met zich meebrengen. Mogelijke oplossing Door materiaalgebruik kan een object nog enigszins worden aangepast aan een locatie (bijvoorbeeld massieve en robuuste materialen voor vandalismegevoelige plaatsen), maar een te consequente toepassing van dit principe gaat ten koste van de diversiteit.
WGN-ON-001 - Hanteer de criteria van gemeente Arnhem voor het ontwerp van bermen. Motivatie Bermen worden vaak te hoog aangelegd waardoor ze na verloop van tijd geen regenwater meer opvangen. Dit komt uiteindelijk niet ten goede aan de kwaliteit van de weg. Mogelijke oplossing Bermen met een afwateringsfunctie dienen minimaal 10 mm en maximaal 20 mm onder de verharding te liggen. Bermen zonder een afwateringsfunctie dienen minimaal 0 mm en maximaal 20 mm onder de verharding te liggen. Zie ook randvoorwaarden groen.
WGN-ON-002 - Voorzie bermen en middengeleiders die verhard moeten worden van onkruidarme verharding. Motivatie Om te voorkomen dat er veel onderhoud gepleegd moet worden, of dat er situaties ontstaan waar de verharding niet goed onderhouden kan worden. Mogelijke oplossing Middengeleiders smaller dan 60 cm of minder dan 10m2 verharden dmv beton met print of betonklinkers en voegen met voegmiddel (Voegstones). Middengeleiders breder dan 60 cm of en groter dan 10m2 inzaaien met gras.
WGN-ON-003 - Voer rijbanen met een verkeersfunctie (wegtype 2 en 3) altijd uit in asfaltconstructie, waarvan de deklaag bestaat uit geluidreducerend mate Motivatie Dit zijn wegen met een hoge verkeersintensiteit waarbij comfort van belang is voor weggebruiker en voor aanwonenden. Mogelijke oplossing In het actieplan geluid staat welke wegen voorzien moeten worden van SMA8G+ (stil asfalt). Overige wegen minimaal SMA toepassen. Een en ander volgens standaard details gemeente Arnhem.
WGN-ON-004 - Ontwerp asfaltconstructies volgens de standaard constructieopbouw asfalt. Motivatie Om ervoor te zorgen dat de weg zo lang mogelijk mee gaat. Mogelijke oplossing Gebruik de standaard constructieopbouw asfalt van de gemeente Arnhem. Bij alternatieven worden berekeningen aangeleverd die na goedkeuring kunnen worden toegepast.
WGN-ON-005 - Zorg ervoor dat de verhardingsconstructies de zwaarst mogelijk te verwachten belasting aan kunnen, ook bij eventueel oneigenlijk gebruik. Motivatie Er wordt nog te vaak te lichtte funderingen toegepast dan wel dat er onvoldoende rekening gehouden is met de ondergrond (klei, zand of veen) Mogelijke oplossing Onderbouw middels constructieberekeningen incl. de draagkracht van de ondergrond met daarbij opgenomen evt. grondverbeteringen.
WGN-ON-006 - Voer woonstraten en verblijfsgebeiden (woonerf, 30km zone) uit in elementverhardingen van betonklinkers of gebakken klinkers. Omschrijving De aan te brengen verhardingselementen betonklinkers of gebakken klinkers hebben een dikte van tenminste 80 mm. Deze verhardingen wordt in rijbanen uitgevoerd in keperverband, in parkeervakken in elleboogverband. Wegtype 5,6 en 7: • dienen gefundeerd te worden op een steenmengsel van minimaal 250mm, dat voldoet aan het gestelde in 80.12.01 van de RAW 2015. • wordt het straatwerk aangebracht op een laag straatzand van tenminste 40 mm en maximaal 60 mm. • dient de opsluiting te bestaan uit banden met een afmeting van ten minste 100 x 200 x 1000 mm. Verkantingen/dwarshelling: • betonklinkers en tegels 2.5% (1:40) • gebakken klinkers 3.5 % (1:30) (R)
https://arnhem.hior.nl/richtlijn/exporteren?export_as=pdf&rules=1%2C2%2C3%2C4%2C5%2C6%2C7%2C8%2C9%2C10%2C11%2C12%2C1…
30/74
13-10-2022 13:39
HIOR Print
WGN-ON-007 - Voer fietspaden altijd in asfalt uit. Motivatie Omdat fietspaden rijbanen zijn met een specifieke functie. Voor fietsers is comfort belangrijk. Daarom zijn fietspaden bij voorkeur uitgevoerd in asfalt en worden fietspaden in nieuwe situaties altijd in asfalt aangelegd. Ze zijn vlak, hebben in langs- en dwarsrichting een goede betrouwbare afwatering en er is zo min mogelijk menging met andere verkeerssoorten. In het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van fietspaden spelen deze aspecten een grote rol. Mogelijke oplossing Zie standaard details asfalt constructies gemeente Arnhem. Alternatieven mogen alleen toegepast na goedkeuring van de gemeente.
WGN-ON-008 - Gebiedsontsluitingswegen, wijkontsluitingswegen, busbanen en industriewegen altijd in asfalt uitvoeren. Motivatie Vanwege de belasting en intensiteiten is het toepassen van asfalt voorgeschreven. Mogelijke oplossing Bij wegtype 2,3 en 4 altijd in asfalt uitvoeren. • Een kantoplsuiting toepassen dmv betonbanden. Minimaal 13/150x250x1000mm. Verkanting/afschot: • beton 2% (1:50) • asfalt 2-2.5 % (1:40- 1:50)
WGN-ON-009 - Breng inritelementen aan bij inritten. Motivatie Vanwege de hoge belasting door verkeer is het toepassen van minimaal 8cm dikke element verhardingen vereist. Inritblokken toepassen. Mogelijke oplossing Elementenverharding welke behoort bij de inrit dient een dikte te hebben van minimaal 80 mm, niet afwijkend van kleur te zijn t.o.v. trottoir en gefundeerd te zijn. Bij zware belasting (>= 30 ton totaal) moet een verlaagde band worden toegepast.
WGN-ON-010 - Voorzie rijbanen van kantopsluitingen incl. goottegel in beton met steunrug, tenzij... Motivatie Rijbanen hebben kantopsluitingen nodig als steun voor de verhardingsconstructie. Mogelijke oplossing Indien de rijbaan is ingesloten in andere verhardingen (parkeervakken, molgoten etc) dan is een kantopsluiting niet nodig.
WGN-ON-011 - Zorg ervoor dat het materiaal/bouwstoffen voldoet aan de van toepassing zijnde Europese regels (CE-Marketing) Omschrijving
WGN-ON-012 - Situeer geen straatkolken in verharding van fietspaden en fietsstroken. Motivatie Straatkolken in fietspaden zorgen voor discomfort. Mogelijke oplossing Water oppervlakkig afvoeren of gebruik maken van een trottoirkolk.
WGN-ON-013 - Situeer geen putten in de rijsporen of fietspaden. Motivatie Putten kunnen zorgen voor discomfort of stroefheidsproblmen voor fietsers en motorfietsen. Mogelijke oplossing Putkoppen en kolken niet in fietspaden en rijsporen situeren. Hiermee rekening houden bij het ontwerpen van de riolering.
WGN-ON-014 - Voer Haltehavens van de bus uit in beton (platen of gestort ter plaatse). Motivatie Vanwege de grote krachten die ontstaan door het halteren van de bus op elke keer dezelfde locatie is beton voorgeschreven. Geen asfalt toepassen. Mogelijke oplossing Halteplaatsen dienen te voldoen aan de ontwerpeisen zoals beschreven in het handboek Halteplaatsen CROW publicatie 233.
WGN-ON-015 - Voer busbanen en bushalteplaatsen uit in een verzwaarde constructie. Motivatie Om ervoor te zorgen dat voorzieningen als wegversmallingen, uitbuigingen e.d. berekend zijn op het meest ongunstige ontwerpvoertuig. Mogelijke oplossing Eis: volledig tracé dient getoetst te zijn middels rijcurves. Halteplaatsen dienen te voldoen aan de ontwerpeisen zoals beschreven in het handboek Halteplaatsen CROW publicatie 233.
https://arnhem.hior.nl/richtlijn/exporteren?export_as=pdf&rules=1%2C2%2C3%2C4%2C5%2C6%2C7%2C8%2C9%2C10%2C11%2C12%2C1…
31/74
13-10-2022 13:39
HIOR Print
WGN-ON-016 - Hanteer de normen ten behoeve van de gehandicapten volgens de publicatie 337 Richtlijn toegankelijkheid. Motivatie Arnhem wil dat de openbare ruimte inclusief (voor iedereen toegankelijk) wordt ingericht. Mogelijke oplossing Handboek voor Toegankelijkheid oversteekplaats C03 (pag.59)
WGN-ON-017 - Pas stille deklagen alleen toe indien noodzakelijk vanuit wetgeving of vastgesteld beleid. Motivatie Daar waar noodzakelijk is het terugdringen van verkeerslawaai nodig eventueel door middel van het toepassen van stil asfalt. Mogelijke oplossing • Snelheid max 30 km/h geen dunne geluidsreducerende deklaag toepassen, bij lage snelheid zeer weinig effectief. • Snelheid max 50 km/h alleen indien onvermijdelijk een dunne geluidsreducerende deklaag toepassen. Indien mogelijk geniet SMA 8G+ de voorkeur. • Snelheid max 70 km/h in principe een dunne geluidsreducerende deklaag toepassen, bij vrijliggende wegen zou dubbellaags ZOAB toegepast kunnen worden. • Eisen over stroefheid, kleur, textuur etc vlgs RAW standaard 2015 Indicatie levensduur > 10 jaar, met referenties • Bestand tegen wringing en andere vervorming, niet toepassen op kruispunten • Gemodificeerd bitumen ivm weerstand tegen wringing en rafeling • Max 14 % holle ruimte (classificatie semi-dicht, deze grens is gesteld tbv wringing, veroudering, rafeling, dus duurzaamheid) • Geen specifieke reiniging noodzakelijk.
WGN-ON-018 - Voer voetpaden uit in elementverharding. Motivatie Vaak liggen onder voetpaden kabels en leidingen. Vanwege de bereikbaarheid van deze leidingen is het uitvoeren in elementverharding vereist. Mogelijke oplossing Voetpaden uitvoeren in elementenverharding dik 60mm. Bij zwaar belaste inritten elementverharding dik 80mm toepassen. Als in voetpaden obstakels zijn geprojecteerd, zoals bebording en lichtmasten, rekening houden met een obstakelvrije ruimte van 0,60m tussen zijkant weg en zijkant te plaatsen object, tevens dient er voor de voetgangers een vrije ruimte van minimaal 0,90m breed te zijn. Zijkant bord is maatgevend.
VKR-ON-001 - Pas bij verkeersborden reflectieklasse 2 toe. Motivatie De BABW geeft hierin enige vrijheid, Arnhem kiest voor klasse 2 en voor bewegwijzering en straatnaamborden voor reflectieklasse 3. Mogelijke oplossing Link naar CROW verkeersborden CROW Kennisbank verkeerstekens
VKR-ON-007 - Ontwerp als standaard inrichting een E-laad parkeerplaats. Omschrijving De actieradius is 250m.
VKR-ON-009 - Zorg ervoor dat een geleidelijn voldoet aan de richtlijnen van Viziris. Een natuurlijke gidslijn niet. Motivatie Gebruik van officiële geleidelijnen is voorbehouden aan looproutes die publieke voorzieningen bereikbaar moeten maken voor een zo groot mogelijk publiek. Dergelijke looproutes vormen verbindingsroutes tussen OV-halteplaatsen en genoemde publieke voorzieningen. Voor andere bestemmingen worden eenvoudiger oplossingen gezocht. Dit houdt in dat er niet standaard extra voorzieningen worden aangelegd. De basis wordt dan in principe niet, echter soms wel. Per situatie moet dat wat aangelegd wordt goed zijn, anders kun je beter geen voorzieningen treffen (goed of niet). Mogelijke oplossing Voorgesteld wordt om in eerste instantie uit te gaan van de landelijke richtlijn "Bestemming bereikt", opgesteld door Viziris. Extra voorzieningen: Altijd bij: • Stations vanaf alle perrons, via relevante zaken (kaartjes, informatie, etc) tot aan uitgang station en vandaar naar trams/bussen, taxi's en dichtstbijzijnde gidslijnen naar de stad. • Bushaltes vanaf de halte tot aan bestaande trottoirs cq. dichtstbijzijnde gidslijn. Soms bij: • Locaties met veel bezoekers met visuele beperking, bijv. ziekenhuizen, ooginstituten (Visio, Barthimeus, e.d.) alleen als de aanwezige gidslijnen onvoldoende of gevaarlijk zijn.
• Hoofdwandelroutes door de stad ook als de aanwezige gidslijnen onvoldoende of gevaarlijk zijn. Voor Arnhem spreken we af om zéér spaarzaam één hoofdroute (rondweg) om de binnenstad te kiezen, die aantakt op de voorzieningen die voor iedereen bereikbaar moeten zijn en een route van de binnenstad naar de omliggende wijken biedt. Niet bij: • De voorzieningen die buiten dit noodzakelijke netwerk liggen (bv 30 km zones en parken) hoeven niet te worden voorzien van speciale voorzieningen. Kijk hier of de voorzieningen die er nu wel liggen goed zijn. Deze kan je laten liggen. Daar waar ze niet goed zijn en dus gevaarlijk kunnen zijn voor de gebruiker, kun je de voorzieningen beter weg halen. Onder het motto: "doe het goed of niet". Anders ga je verwachtingen scheppen en breng je mensen eerder in gevaar dan dat je ze helpt. Voor onduidelijke situaties, "grijs gebied", hanteren we de volgende drie criteria: • De plaats moet veel worden gebruikt door visueel-gehandicapten. • De plaats moet geschikt zijn voor de te plaatsen voorzieningen. • Zonder voorzieningen is het nu een gevaarlijke situatie. Alleen als ze aan alle drie de criteria voldoen, moeten er voorzieningen komen. Richtlijnen geleidelijnen zie voor standaarddetails tekening 02564 210
https://arnhem.hior.nl/richtlijn/exporteren?export_as=pdf&rules=1%2C2%2C3%2C4%2C5%2C6%2C7%2C8%2C9%2C10%2C11%2C12%2C1…
32/74
13-10-2022 13:39
HIOR Print
VKR-ON-010 - Voorzie de hoofdwandelroutes van speciale voorzieningen voor visueel gehandicapten. Motivatie Hoofdwandelroutes door de stad ook als de aanwezige gidslijnen onvoldoende of gevaarlijk zijn. Voor Arnhem spreken we af om zéér spaarzaam één hoofdroute (rondweg) om de binnenstad te kiezen, die aantakt op de voorzieningen die voor iedereen bereikbaar moeten zijn en een route van de binnenstad naar de omliggende wijken biedt. Mogelijke oplossing Niet bij: De voorzieningen die buiten dit noodzakelijke netwerk liggen (bv 30 km zones en parken) hoeven niet te worden voorzien van speciale voorzieningen. Kijk hier of de voorzieningen die er nu wel liggen goed zijn. Deze kan je laten liggen. Daar waar ze niet goed zijn en dus gevaarlijk kunnen zijn voor de gebruiker, kun je de voorziening beter weghalen. Onder het motto: doe het goed of niet. Anders ga je verwachtingen scheppen en breng je mensen eerder in gevaar dan dat je ze helpt. Bij grijs gebied.
VKR-ON-011 - Ontwerp voetpaden via het handboek voor toegankelijkheid voetpad Omschrijving
SPL-ON-004 - Stem materiaalkeuze van valdempende ondergronden af op de omgeving en houd rekening met kinderen met een beperking. Motivatie Omdat Arnhem een inclusieve gemeente is Mogelijke oplossing In natuurlijke omgeving een valondergrond van natuurlijk, los materiaal, in verharde omgeving een valondergrond van vast materiaal. Laat APCG of Bijzonder in Arnhem participeren.
AFV-ON-001 - Stel een afvalplan op Omschrijving Raadpleeg de volgende documenten: • Locatiecriteria • Plaatsingsproces •Afvalstoffenverordening
VKR-IN-001 - Ga uit van ASVV 2021 en meest recente overige CROW publicaties. Motivatie Indien geen specifieke Arnhemse richtlijn van toepassing is gebruiken we de algemeen aanvaarde landelijke richtlijnen zoals de ASVV, en dan altijd de meest recente versie Mogelijke oplossing Het CROW (kennisbank) is de toegang tot de meeste richtlijnen
VKR-ON-004 - Ontwerp bewegwijzering volgens volgens CROW publicatie 322 en ASVV 2021 voorzieningenblad bewegwijzering. Motivatie CROW 322 richtlijn bewegwijzering is het standaardkader. Mogelijke oplossing Voor wat betreft niveau niv 1 is de NBd de partij, voor de bewegwijzering van publieke en recreatieve bestemmingen is City Outdoor Signs de contractpartner.
VKR-ON-006 - Breng pijlen op het fietspad aan bij afslaande bewegingen over het tweerichtingsfietspaden in de voorrang. Motivatie De automobilist er extra op te attenderen dat fietsers uit twee richtingen kunnen komen. Mogelijke oplossing Blokmarkering toepassen bij fietspaden in de voorrang. De blokmarkering wordt vanuit comfortoverwegingen in principe buiten de rijloper van het fietspad aangebracht. Haaientanden worden in combinatie met en niet in plaats van blokmarkering aangebracht. Zie ook ASVV en BABW
VKR-ON-008 - Kies de juiste oversteekvoorziening adhv het stroomschema Motivatie Door gebruik te maken van het stroomschema wordt een goede afweging gemaakt om de juiste keuze te maken Mogelijke oplossing zie bijlage "stroomschema-vop-2nd-edition"
https://arnhem.hior.nl/richtlijn/exporteren?export_as=pdf&rules=1%2C2%2C3%2C4%2C5%2C6%2C7%2C8%2C9%2C10%2C11%2C12%2C1…
33/74
13-10-2022 13:39
HIOR Print
BMN-ON-005 - Dien bij een kapaanvraag een kaplijst, ontwerptekeningen en een uitgewerkte groenbalans in. Motivatie Het ontwerp dient als onderbouwing voor de groencompensatie/balans. Mogelijke oplossing • Voor het indienen van een kapaanvraag moet in een vroeg stadium helder zijn welke bomen gekapt zouden moeten worden (exacte locatie), •welke kenmerken deze boom heeft (soort leeftijd diameter etc.), • waarom deze weg moet • wie de wens heeft geïnitieerd. • Compensatie van bomen, natuur of bos of een combinatie van deze zowel kwantitatief, kwalitatief als financieel dient te worden uitgewerkt in een groenbalans •Dit dient te worden opgenomen in alle ontwerpen / ruimtelijke plannen in deze fase • De wijze van compensatie wordt daarin vastgelegd.
BMN-ON-007 - Pas voldoende ondergrondse voorzieningen bij de standplaats van de boom toe en geef dit in het ontwerp met een omschrijving aan. Motivatie Hierdoor kan de boom z'n eindbeeld bereiken. Mogelijke oplossing • het aantal toe te passen m3 bomenzand, bomengrond of bomengranulaat • voor de minimale stabiliteitsbreedte wordt voor bomen in de bomenhoofdstructuur, structuurdragende bomen en boomlanen de NIB-richtlijnen van 80 jaar gehanteerd. Voor bomen in de buurten geldt de NIBrichtlijn van 40 jaar. Zie hiervoor de boommonitor of de bomenposter BOMENONTWERP van Norminstituut Bomen.
BMN-ON-004 - Maak en onderbouw een beplantings- of materiaalvoorstel voor de boomspiegels inclusief maatvoering. Omschrijving •Bij nieuw te planten bomen in verharding is de minimale maat van de boomspiegel: Voor alle bomen minimaal 1x1m. •Bij bomen in structureel Groen: bomen van de 1e en 2e grootte: minimaal 2x 2m, 3e grootte: minimaal 1x1m. (R) • Indien boomspiegels worden beplant, dan dienen deze voorzien te worden van een onderhoudsarme onder begroeiing (bodembedekkers, kruiden, grassen e.a.) (R) • Bomen in verharding op betreding intensieve plaatsen of in smalle profielen moeten worden voorzien van boomroosters. •Boomroosters dienen voorzien te worden van grind. Waarbij het gehele onderliggende gebied aangevuld dient te zijn. (R)
SPL-ON-007 - Kies speeltoestellen van leveranciers waar een raamovereenkomst mee is afgesloten. Motivatie Leveranciers zijn: Boas, Boerplay, Eibe, Huisman, HvR Speeltotaal, IJslander, Kompan, Lappset, Nijha, Proludic, Replay, Spereco, Van Ee. Mogelijke oplossing Ontwerp met aanduiding speeltoestellen en leveranciers.
SPL-ON-008 - Voldoe aan de normen van de WAS bij informele en formele speelruimte volgens NEN EN 1176 en NEN EN 1177. Motivatie omdat de speelvoorziening veilig bespeelbaar moet zijn voor de kinderen Mogelijke oplossing Indien nodig een keuringscertificaat opnemen.
SPL-ON-010 - Leg speeltoestellen hoger dan 3 meter altijd aan met een bouwvergunning. Motivatie conform APV Arnhem. Mogelijke oplossing Aanvraag omgevingsvergunning bij het omgevingsloket.
https://arnhem.hior.nl/richtlijn/exporteren?export_as=pdf&rules=1%2C2%2C3%2C4%2C5%2C6%2C7%2C8%2C9%2C10%2C11%2C12%2C1…
34/74
13-10-2022 13:39
HIOR Print
GRN-ON-003 - Maak een beplantingsplan met daarop: beheertype, soortnaam, begroeiingsdichtheid, onderlinge plantafstand, randafstand en maatvoeringen Omschrijving • De plantafstand tot de rand van een plantvak moet zodanig zijn dat de beplanting in volwassen staat tot aan de rand van het vak komt en niet overkookt. • Plantafstanden binnen een vak zijn zodanig dat het vak goed sluit zodat onkruid geen kans krijgt. • In het ontwerp rekening houden met het voorkomen van parkeerschade of ontstaan van 'olifantenpaden' in beplanting. (R) • Vakken voor klim- en leiplanten in verharding moeten zodanig ontworpen zijn dat er voldoende regenwater en lucht bij de wortels kan komen. Richtlijn is een vak van minimaal 0,5m breed, 1 m lang en 0,6m diep. • De ondergrondse groeiruimte voor beplanting bedraagt min. 0,60m diep. (R)) • Bij beplantingskeuze rekening houden met de mogelijkheden voor biodiversiteit. • Bij natuurlijke beplantingen zijn soorten van de Potentieel Natuurlijke Vegetatie en aanplant van inheemse soorten uitgangspunt. •Het gebruik van autochtoon plantmateriaal heeft de voorkeur. • Vaste planten alleen op plus locaties toepassen, zoals centrumgebied en winkelcentra. Niet in woonwijken. (Tenzij bewoners of derden zelf het onderhoud van deze plantvakken gaan uitvoeren). • Beplanting moet aansluiten bij beheertype.
Beplanting is goed vorstbestendig, stevig en vraagt weinig onderhoud. • Bij de soortenkeuze van hagen kan volstaan worden met een knipbeurt van één tot twee keer per jaar, zowel bovenop als aan de zijkanten . De Groeiruimte is minimaal 0,5m breed en 0,6m diep. Gehanteerd wordt een minimale haagvoetbreedte van: 0,50m voor hagen van 0,50 tot 1,00m hoog 0,70m voor hagen van 1,00 tot 1,50m hoog 1,00m voor hagen van 1,50 tot 2,50m hoog Haag in het midden van de plantstrook planten. (R) • Europees vastgestelde en provinciaal vastgestelde invasieve exoten mogen niet worden toegepast, voor de soorten zie unielijst invasieve exoten (Site NVWA) en de provinciale soorten: Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina), Watercrassula (Crassula helmsii), Aziatische duizendknopen (Falopia), Canadese en Late Guldenroede (Solidago canadensis en S. gigantea), Hemelboom (Ailanthus altissima), Amerikaanse trosveenbes (Vaccinium corymbosum L.) en Ambrosia (Ambrosia) • Heesters in zichtlijnen mogen niet hoger worden dan 0,75m. (R) • De gemeente Arnhem heeft het bijenconvenant getekend. Dit betekent dat bij nieuwe aanplant de mogelijkheden voor het aanplanten van drachtplanten moet worden meegenomen. (B)
SWP-ON-001 - Het projectteam Motivatie Na vaststellen van het projectplan wordt besloten of de leden uit het beoogd projectteam uit de definitiefase ook in het definitieve projectteam zitten. Deze projectteamleden committeren zich voor de looptijd van het project aan de opdracht. Dit houdt in tot het opheffen van de rollen in de nazorgfase. Omdat elk project anders is kan niet eenduidig beschreven worden hoe een projectteam ingericht moet worden. Wel zijn er een aantal instrumenten te benoemen die de projectleider zou kunnen gebruiken voor de aansturing van het projectteam. Doel: Optimale werking van het projectteam.