CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Bestemmingsplan 'Chw Drielse Rijndijk 107' - bijlagen

Politieke Avond 28 februari 2024, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Bestemmingsplan 'Chw Drielse Rijndijk 107'14.657 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

1.3 Betrouwbaarheid Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN5740 (NEN5740:2009+A1:2016 nl ‘Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond’). Het asbestonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN5707 (NEN5707+C1:2016 nl ‘Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond). Het vooronderzoek, dat parallel loopt aan deze norm, is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN5725 (NEN 5725:2017 nl 'Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek'). Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het onderzoek is uitgevoerd, is het altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. 1.4 Onafhankelijkheid Tussen Montferland Milieu B.V. en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de integriteit zouden beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. De onafhankelijkheidsverklaring van het uitgevoerde veldwerk is opgenomen in bijlage 11. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door erkende medewerker van Montferland Milieu B.V. 1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de voorinformatie beschreven. Aan de hand van deze gegevens is in hoofdstuk 3 de hypothese gedefinieerd en is de onderzoeksopzet vastgesteld.

Hoofdstuk 4 behandelt de resultaten van het onderzoek. Ten slotte zijn in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen gedefinieerd.

MM23010

3

2.

VOORONDERZOEK

2.1 Geraadpleegde bronnen Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. In bijlage 10 is de informatie van het vooronderzoek opgenomen. Bij het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: informatie van de omgevingsdienst informatie van de initiatiefnemer informatie uit het gemeentelijk informatiesysteem informatie van de website topotijdreis.nl informatie van de website DINOloket.nl informatie van de website ruimtelijkeplannen.nl informatie van KLIC online locatie inspectie Opgemerkt wordt dat de voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Montferland Milieu B.V. afhankelijk van deze bronnen, waardoor we niet kunnen instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Montferland Milieu B.V. streeft wel naar het geven van een zo volledig mogelijk en betrouwbaar beeld.

2.2 Huidige en toekomstige situatie De onderzoekslocatie is gelegen aan de Drielse Rijndijk te Arnhem (gemeente Arnhem). De locatie is kadastraal bekend als gemeente AHM05, sectie AF, nummer 33. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van ca. 3.100 m². In bijlage 1 is de topografische kaart weergegeven. Bijlage 2 bevat de kadastrale kaart met kadastrale gegevens en in bijlage 3 is de situatietekening met monsternamepunten weergegeven. De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van Arnhem. De onderzoekslocatie bestaat in de huidige situatie uit een agrarisch perceel, er bevindt zich een woning en bijgebouw op het perceel. De initiatiefnemer is voornemens de bestemming te wijzigen naar ‘Wonen’, de bijgebouwen te amoveren en nieuwbouw realiseren op het perceel.

Figuur 1: Weergave ruimtelijkeplannen.nl

MM23010

Figuur 2: Toekomstige situatie

4

2.3 Historie Informatie van de omgevingsdienst/initiatiefnemer Op de locatie zijn een tweetal schuren geamoveerd zonder sloopmelding. Uit het inspectieverslag blijkt dat er asbesthoudende materialen zijn aangetroffen op het maaiveld en in de puinhoudende gronddepots. Uit de milieu situatietekening (februari 1999) blijkt dat er een wasplaats aanwezig is (geweest). Verder zijn er geen relevante gegevens bekend welke van invloed zouden kunnen zijn op de onderzoeksstrategie. Informatie van de website topotijdreis.nl Uit historisch kaartmateriaal is gebleken dat het perceel voor 1900 bebouwd is geraakt. In de periode waarin organochloorbestrijdingsmiddelen werden gebruikt (1945 tot 1973) is een (boom)gaard aanwezig geweest. De huidige bebouwing is vanaf 1997 weergegeven. De historische kaart uit 1910 is enigszins verschoven en geeft geen geheel goed beeld van de locatie.

Figuur 3: Historische kaart (1910)

Figuur 4: Historische kaart (1940)

Figuur 5: Historische kaart (1988)

Figuur 6: Historische kaart (2010)

Informatie van het gemeentelijk informatiesysteem Uit informatie van het gemeentelijk informatiesysteem blijkt dat er geen historische activiteiten van het perceel bekend zijn.

Figuur 7: Weergave gemeentelijke informatiesysteem

MM23010

5

2.4 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten Volgens de bodemkwaliteitskaart ligt de onderzoekslocatie binnen de bodemfunctieklasse ‘Landbouw/natuur’. Bodemkwaliteitskaart: Ontgravingsklasse bovengrond AW2000 Ontgravingsklasse ondergrond AW2000 Toepassingsklasse bovengrond AW2000 Toepassingsklasse ondergrond AW2000 2.5 Asbest Volgens de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland is de locatie verdacht (paars) op het voorkomen van asbesthoudende dakplaten.

Figuur 8: Weergave asbestdakenkaart 2.6 PFAS Er zijn geen specifieke aanwijzingen voor de aanwezigheid van PFAS ter plaatse van de onderzoekslocatie. Atmosferische depositie kan de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op het de locatie zijn. Van atmosferische depositie is bekend dat dit beperkt tot verhoogde PFAS-gehaltes voornamelijk in de bovengrond.

MM23010

6

2.7 Voorgaande onderzoeken Op de onderzoekslocatie hebben voorzover bekend geen voorgaande bodemonderzoeken plaatsgevonden. Ten westen van de onderzoekslocatie is in 2000 door Enviro Plan een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit is gerapporteerd onder projectnummer: P-002446. Destijds is in de bodemlaag van 1,1 tot 1,5 m -mv een lichte verontreiniging aan minerale olie aangetoond. Het grondwater bleek niet te zijn verontreinigd. Ten zuidoosten van de onderzoekslocatie is in 2022 door Geonius een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit is gerapporteerd onder projectnummer: MA210744.R01.V1.0. Destijds werden er in zowel in de boven- als ondergrond geen verhoogde aangetoond. Het grondwater is niet onderzocht. In de directe omgeving van de projectlocatie zijn geen relevante bodemverontreiniging aanwezig die eventueel invloed hebben op de onderzoeksstrategie.

Figuur 9: Weergave bodemonderzoeken

Figuur 10: Weergave verontreinigingcontouren

2.8 Geohydrologie Op basis van de geologische overzichtskaarten en grondwaterkaart van Nederland kan het volgende beeld van de bodemopbouw worden geschetst. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) op een hoogte van circa 8,9 m +NAP. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 8,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 0,9 m -mv zou bevinden. Uit de grondwaterkaarten van TNO blijkt dat de regionale grondwaterstromingsrichting noordelijk is gericht. De lokale grondwaterstromingsrichting kan plaatselijk worden beïnvloed door sloten, beken, rivieren, rioleringen, onttrekkingen e.d.

MM23010

7

2.9 Locatie inspectie Tijdens de locatie inspectie is op het maaiveld puin waargenomen. Daarnaast zijn er drie puinhoudende depots aangetroffen waar in de grove fractie (in beton gestort) asbest verdacht plaatmateriaal is gesignaleerd. Op de locatie is een bak met verzameld asbestverdacht plaatmateriaal aanwezig (hand-picking uitgevoerd?). Er is sprake (geweest) van asbesthoudende dakbeplating op de (voormalig) schuur die (gedeeltelijk) niet voorzien was van een dakgoot en/of regenpijp. Dit brengt eventueel een bodemrisico met zich mee. Echter de ontwateringzones zijn de bewerkt (sloopwerkzaamheden). Hierdoor is de besmetting van het maaiveld (toplaag) klein geworden. Op basis van de hiervan is ons inziens een specifiek asbestonderzoek ter plaatse van de druppelzones op voorhand niet zinvol/noodzakelijk.

Figuur 11: Locatie reeds geamoveerde bijgebouwen

Figuur 12: Bedrijfswoning

Figuur 13: Puinhoudende depots

Figuur 14: Te amoveren schuur

2.10 Conclusie vooronderzoek Op basis van het vooronderzoek is gebleken dat er op de onderzoekslocatie meerdere (verdachte) deellocaties aanwezig zijn. Het verkennend bodem- en asbestonderzoek richt zich uitsluitend op deze verdachte activiteiten en bestemmingsplanwijziging. De (verdachte) deellocaties zijn hieronder weergegeven: A. Bestemmingsplanwijziging B. Wasplaats C. Puinhoudend depot D. Puinhoudend depot E. Puinhoudend depot

MM23010

8

3.

HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET

3.2 Verkennend bodemonderzoek De gehele onderzoekslocatie (A) kan op basis van het vooronderzoek als heterogeen verdacht worden beschouwd en hiervoor wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een heterogeen verdachte locatie (VED-HE)' gehanteerd, waarbij het analysepakket van de bovengrond is uitgebreid met OCB’s. De bovengrond van de gehele onderzoekslocatie kan als verdacht worden beschouwd met betrekking tot de chemische parameters. In het kader van de NEN5740 dient de bovengrond onderzocht te worden conform onderzoeksstrategie VED-HE. De ondergrond kan als onverdacht beschouwd worden. De wasplaats (B) kan op basis van het vooronderzoek als “verdacht” worden beschouwd en hiervoor wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een ‘verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP)' gehanteerd. De puinhoudende depots (C,D en E) kunnen op basis van het vooronderzoek als “verdacht” worden beschouwd en hiervoor is maatwerk gehanteerd. In de onderstaande tabel is de onderzoeksopzet weergegeven. Locatie Gehele (A)

Oppervlakte Ca. 3.100 m²

Aantal boringen 12 tot ± 1,0 m -mv 2 tot ± 2,0 m -mv 2 tot ± 0,5 m -mv

Wasplaats (B) <100 m² Standaard NEN-pakket grond: • Lutum en organische stof • Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn) • PCB's • Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen • Minerale olie (C10-40)

Peilbuizen 1 Combi A

Analyses grond 4 * standaard NEN-pakket + OCB 1 * standaard NEN-pakket

Analyses water 1 * standaard NEN-pakket -

Standaard NEN-pakket grondwater: • Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn) • Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen, naftaleen) • Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, chloorethenen, chloormethaan, chloroform, chloorethanen, chloorpropanen en bromoform) • Minerale olie (C10-40)

3.2 Verkennend asbestonderzoek Voor het verkennend asbestonderzoek is voor de gehele onderzoekslocatie de 'Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld' gehanteerd. De puinhoudende depots worden indicatief onderzocht. Voorafgaand aan de werkzaamheden zal een visuele inspectie van het maaiveld worden uitgevoerd. Het maaiveld wordt hierbij steekproefsgewijs geïnspecteerd. De locatie wordt opgedeeld in inspectiestroken van 1,5 m en deze worden geïnspecteerd. Bij het aantreffen van asbestverdacht plaatmateriaal op het maaiveld of in de bodem, worden deze verzameld voor analyse op asbest. In de onderstaande tabel is de onderzoeksopzet weergegeven. Locatie

Oppervlakte/inhoud

Gehele (A) Ca. 3.100 m² Depot (C) Ca. 8 m³ Depot (D) Ca. 14 m³ Depot (E) Ca. 35 m³ Asbest in grond: • Droge stof • Fijne fractie asbest

MM23010

Aantal gaten in de verdachte laag (l*b*d) 12 tot (0,3 m*0,3 m*0,5 m -mv) Grepen Grepen Grepen

Aantal gaten tot onderzijde verdachte laag 2 -

Analyses 3 * asbest in grond 1 * asbest in grond 1 * asbest in grond 1 * asbest in grond

9

4.

RESULTATEN

4.1 Uitvoering veldwerk De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 27-01-2023 en op 03-02-2023 is de peilbuis bemonsterd. Op de tekening in bijlage 3 staan de diverse boringen weergegeven. Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, welke geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de onderzoeksprotocollen en de ligging van kabels en leidingen. In de onderstaande tabel zijn de resultaten van de visuele inspectie van de toplaag opgenomen. De inspectie betreft het onverharde deel van de locatie. Inspectiepunten Weersomstandigheden Type grond Conditie maaiveld Inspectie-efficiëntie Beperkingen van de inspectie Asbestverdacht materiaal op het maaiveld aangetroffen? Ondefinieerbaar puin aangetroffen?

Resultaat Droog, maaiveld zeer nat klei braak 50% - 70% Ja, vegetatie Nee, in depots aan beton Ja

Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. Hierbij is gebruik gemaakt van de olie/watertest (O/W-test) en is gelet op afwijkende kleur of geur van de bodem. Zintuiglijk zijn in de vaste bodem geen noemenswaardige bijmengingen met bodemvreemde materialen waargenomen. In de vaste bodem is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Per proefgat wordt het uitkomende materiaal uitgespreid in lagen van circa 2 cm dik en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Vervolgens wordt al het uitkomende materiaal gezeefd (zeeffractie 20 mm) en worden de mengmonsters samengesteld. De complete omschrijvingen van de boorprofielen staan vermeld in bijlage 4. In onderstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven: Locatie Depot (C) Depot (D) Depot (E)

Boring -

Diepte boring (m -mv) -

Traject (m -mv) -

Waargenomen bijzonderheden Sterk puin, asbest verdacht plaatmateriaal aan beton! Sterk puin Sterk puin

Toelichting: Bij de veldwerkzaamheden zijn over de gehele onderzoekslocatie op het maaiveld sporen puin aangetroffen. In de bodem zijn slechts sporen baksteen aangetroffen. Op het maaiveld en in de bodem is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De depots zijn sterk puinhoudend. Er is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen in de depots. Met uitzondering van de grove brokken beton welke in de depot C liggen. Hierin is asbestverdacht plaatmateriaal waargenomen (projectfoto’s bijlage 9). Voor de geplaatste peilbuis geldt dat het onderste gedeelte van de peilbuis (het peilfilter) is geperforeerd. Boven het filter is een laag zwelklei aangebracht, zodat er géén verontreinigingen van bovenaf in de peilbuis kunnen migreren. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand en/of storende laag, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden is ingeschat. In de onderstaande tabel staan de meetresultaten van het grondwater weergegeven: Locatie

Peilbuis

Gehele (A) Wasplaats (B)

B15

Filterstelling (m -mv) 2,00 - 3,00

Grondwaterstand (m -mv) 0,78

Zuurgraad (pH) 7.45

Geleidbaarheid EGV (µS/cm) 290

Troebelheid (NTU) 2

Toelichting: Geen van de gemeten waarden van de zuurgraad en de geleidbaarheid wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden.

MM23010

10

4.3 Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn (meng)monsters samengesteld van de grond. De zintuigelijke waarnemingen (roest) in de ondergrond geven aanleiding het standaard NEN-analysepakket voor grond uit te breiden met arseen. In onderstaande tabel staan de mengmonsters weergegeven. Verkennend bodemonderzoek Locatie Grond(meng)monster Gehele (A) A-MM01 Gehele (A)

A-MM02

Gehele (A)

A-MM03

Gehele (A)

A-MM04

Wasplaats (B)

B-MM05

Locatie Grondwatermonster Gehele (A) B15-1-1 Wasplaats (B) Verkennend asbestonderzoek Locatie Grond(meng)monster Gehele (A) A-ASMM01

Gehele (A)

A-ASMM02

Gehele (A)

A-ASMM03

Depot (C) Depot (D) Depot (E)

C-ASMM04 D-ASMM05 E-ASMM06

Samenstelling A01: 0.00 - 0.50, A02: 0.00 - 0.50, A03: 0.00 - 0.50, A04: 0.00 - 0.50 A05: 0.00 - 0.50, A06: 0.00 - 0.50, A07: 0.00 - 0.50, A08: 0.00 - 0.50 A11: 0.00 - 0.50, A12: 0.00 - 0.50, A13: 0.00 - 0.50, A14: 0.00 - 0.50 A01: 0.50 - 1.00, A03: 0.50 - 1.00, A05: 0.50 - 1.00, A06: 0.50 - 1.00, A07: 0.50 - 1.00, A09: 0.50 - 1.00, A10: 0.50 - 1.00, A12: 0.50 - 1.00, A13: 0.50 - 1.00, A14: 0.50 - 1.00 B15: 0.00 - 0.50, B16: 0.00 - 0.50, B17: 0.00 - 0.50 Samenstelling B15-1-1

Traject (m -mv) 0,00 - 0,50

Samenstelling A01: 0.00 - 0.50, A02: 0.00 - 0.50, A03: 0.00 - 0.50, A04: 0.00 - 0.50, A05: 0.00 - 0.50 A06: 0.00 - 0.50, A07: 0.00 - 0.50, A08: 0.00 - 0.50, A09: 0.00 - 0.50, A10: 0.00 - 0.50 A11: 0.00 - 0.50, A12: 0.00 - 0.50, A13: 0.00 - 0.50, A14: 0.00 - 0.50 C18: 0.00 - 0.50 D19: 0.00 - 0.50 E20: 0.00 - 0.50

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00

Analyse Standaard NEN-pakket + OCB Standaard NEN-pakket + OCB Standaard NEN-pakket + OCB Standaard NEN-pakket + arseen

0,00 - 0,50

Standaard NEN-pakket

Traject (m -mv) 2,00 - 3,00

Analyse Standaard NEN-pakket

Traject (m -mv) 0,00 - 0,50

Analyse Asbest in grond

0,00 - 0,50

Asbest in grond

0,00 - 0,50

Asbest in grond

-

Asbest in grond Asbest in grond Asbest in grond

Motivatie: A-MM01, A-MM02 en A-MM03 zijn samengesteld uit de individuele grondmonsters van de potentieel verdachte bovengrond. A-MM04 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de roesthoudende ondergrond. B-MM05 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de potentieel verdachte bovengrond ter plaatse van de vml. wasplaats. A-ASMM01 en A-ASMM03 zijn samengesteld uit de individuele grondmonsters van de potentieel verdachte bovengrond. A-ASMM02 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de potentieel verdachte bovengrond, waarvan twee ter plaatse van het asbestverdachte dak zonder regenpijp. C-ASMM04, D-ASMM05 en E-ASMM06 zijn samengesteld uit grepen uit de puindepots.

MM23010

11

4.4 Interpretatie analyseresultaten verkennend bodemonderzoek In bijlage 5 zijn de analyserapporten van de grond opgenomen en in bijlage 7 van het grondwater. De toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage 8. De gemeten gehalten zijn met behulp van het organisch stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters het gehalte in de individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen zijn dan het aangetoonde gehalte in het betreffende mengmonster. In de onderstaande tabel worden de concentraties aangegeven die de geldende toetsingskaders overschrijden, daarnaast is een indicatie van de te verwachten bodemkwaliteitsklasse volgens het Besluit Bodemkwaliteit weergegeven. Locatie Gehele (A)

Grond(meng)monster A-MM01

Traject (m -mv) 0,00 - 0,50

Gehele (A) Gehele (A)

A-MM02 A-MM03

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Gehele (A) Wasplaats (B)

A-MM04 B-MM05

0,50 - 1,00 0,00 - 0,50

Locatie Grondwatermonster Traject (m -mv) Wasplaats (B) A01-1-1 2,00 - 3,00 Betekenis van de tekens en afkortingen WBB: S = streefwaarde AW = achtergrondwaarde (licht verontreinigd) T = tussenwaarde (matig verontreinigd) I = interventieaarde (sterk verontreinigd) - = onder achtergrondwaarde of detectiegrens

Gehalte > AW Cadmium (0,706) Koper (44,26) Lood (92,14) Zink (196,1) PCB 0,0225) PAK (2,442) Cadmium (1,171) Koper (46,05) Kwik (0,2376) Nikkel (38,08) Lood (162,5) Zink (400,6) PAK (4,605) Nikkel (36,89) Cadmium (0,6645) Koper (52,9) Kwik (0,2376) Nikkel (36,21) Lood (79,65) Zink (276,3) Gehalte > S Barium (230)

Gehalte > T -

Gehalte > I -

Indicatie BBK Wonen

-

-

AW Industrie

-

-

AW Industrie

Gehalte > T Gehalte > I Indicatie BBK N.v.t. Betekenis van de afkortingen BBK: AW= toepasbaar voldoet aan Achtergrondwaarde Wonen= toepasbaar (functieklasse Wonen) Industrie= toepasbaar (functieklasse industrie) NT= niet toepasbaar

Toelichting: Het is bekend dat in zowel de grond als in het grondwater zware metalen in sterk fluctuerende gehalten kunnen voorkomen, zowel door natuurlijke bronnen als door menselijke activiteiten veroorzaakt. De gehalten betreffen dan (natuurlijke) achtergrondwaarden. De verhoogde gehalten PAK in de grond kunnen veroorzaakt worden door antropogene bestandsdelen (puin/kooldeeltjes) en/of door microscopisch kleine deeltjes (bijv. roet). Het betreffen dan diffuus verspreide verontreinigingen. PCB's werden onder andere toegepast als isolatievloeistof in transformatoren, als hydraulische vloeistof, koelvloeistof en weekmaker in kunststoffen. Voor zover bekend is op de onderzoekslocatie geen bron aanwezig of aanwezig geweest die een dergelijke verontreiniging met PCB’s veroorzaakt kan hebben.

MM23010

12

4.5 Interpretatie analyseresultaten verkennend asbestonderzoek In bijlage 6 zijn de analyserapporten van het asbest opgenomen. In de onderstaande tabel zijn resultaten opgenomen van de berekeningen van de asbestconcentratie van de op locatie verzamelde asbestverdachte materialen in de fractie > 20 mm. Tevens is in de tabel de totale asbestconcentratie opgenomen. Deze concentratie bevat de asbestconcentratie in de fractie > 20 mm (bepaald in het veld) met de asbestconcentratie in de fractie < 20 mm (bepaald in het laboratorium). Locatie

Berekende asbestconcentratie (fractie > 20 mm) mg/kg d.s. Gehele (A) A-ASMM01 0,00 - 0,50 0 Gehele (A) A-ASMM02 0,00 - 0,50 0 Gehele (A) A-ASMM03 0,00 - 0,50 0 Depot (C) C-ASMM04 0 Depot (D) D-ASMM05 0 Depot (E) E-ASMM06 0 *Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm: geen asbest waargenomen.

MM23010

Grond(meng) monster

Traject (m -mv)

Asbestconcentratie (fractie < 20 mm) mg/kg d.s. <0,7* <0,5* <0,3* <0,5* <0,6* 9,3*

Totale asbestconcentratie mg/kg d.s. <0,7 <0,5 <0,3 <0,5 <0,6 9,3

13

5.

CONCLUSIE

5.1 Algemeen In opdracht van de initiatiefnemer heeft Montferland Milieu B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek verricht aan de Drielse Rijndijk 107 te Arnhem (gemeente Arnhem). Het bodem- en asbestonderzoek is uitgevoerd in het kader van een voorgenomen bestemmingsplanwijziging. 5.2 Conclusie en aanbevelingen Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: • Tijdens het veldwerk is de opgeboorde/gegraven grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Over de gehele locatie is op het maaiveld puin waargenomen, in de bodem zijn enkel sporen baksteen waargenomen. • De bovengrond over de gehele locatie is over het algemeen licht verontreinigd met div. zware metalen en plaatselijk met PAK’s en PCB’s. • De ondergrond over de gehele locatie is licht verontreinigd met nikkel. • Het grondwater is licht verontreinigd met barium. • Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn. De vastgestelde waarden overschrijden enkel de achtergrond- en/ of streefwaarde, wat duidt op enkel lichte (natuurlijke) verontreinigingen. • De tevoren gestelde hypothese “De gehele locatie (A) kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd” dient formeel gezien te worden aangenomen.

De verhogingen in de grond en in het grondwater zijn echter gering en kunnen als niet significant beschouwd worden. • De tevoren gestelde hypothese ‘De wasplaats (B) kan op basis van het vooronderzoek als verdacht te worden beschouwd’ dient formeel gezien te worden aangenomen. De verhogingen in de grond en in het grondwater zijn echter gering en kunnen als niet significant beschouwd worden. • Bij het verkennend asbestonderzoek zijn in de bodem geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de grove fractie van de depots is asbest aangetroffen in de brokstukken van de vermoedelijk geamoveerde bebouwing. In het mengmonster E-ASMM06 (depot E) van de fijne fractie is een gehalte van 9,3 mg/kg d.s. aangetoond. Het mengmonster bevindt zich onder het criterium voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) en een nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. • In het kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm is geen asbest waargenomen. Hierdoor is er geen aanleiding tot het uitvoeren van een SEM-analyse. • De hypothese voor het asbestonderzoek “De gehele onderzoekslocatie kan op basis van de gekregen informatie als “heterogeen verdacht worden beschouwd” wordt verworpen. • De hypothese voor het asbestonderzoek “De puinhoudende depots C, D en E kunnen op basis van de gekregen informatie als “verdacht worden beschouwd” dient te worden verworpen.

MM23010

14

Standaard slotopmerking: Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende wetten en regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Opgemerkt wordt dat wij slechts een adviserende taak hebben en dat het bevoegd gezag de noodzaak tot de uitvoering van nader of aanvullend onderzoek vaststelt. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Eventueel vrijkomende grond kan niet zondermeer in het grondverkeer worden opgenomen. Mocht de grond naar elders worden getransporteerd, dient te worden nagegaan in hoeverre de kwaliteit van de af te voeren grond overeenstemt met de verwerkingsmogelijkheden die voor de betreffende stort- c.q.

hergebruikslocatie gelden. Deze zijn geformuleerd in het Besluit bodemkwaliteit. Aanbevolen wordt dan ook de eindverwerkingslocatie in overleg met het bevoegd gezag vast te stellen. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.

MM23010

15

BIJLAGE 1: Topografische kaart

Topografische kaart

A4

PROJECTNAAM: Drielse RIjndijk 107 te Arnhem

SCHAAL:

PROJECTNUMMER: MM23010

GETEKEND: HWI DATUM: 7-2-2023

BIJLAGE: 1

BIJLAGE 2: Kadastrale kaart met gegevens

Kadastrale kaart

Kadastraal object Kadastrale gemeente:

AHM05

Sectie:

AF

Perceel:

33

A4

PROJECTNAAM: Drielse Rijndijk 107 te Arnhem

SCHAAL:

PROJECTNUMMER: MM23010

GETEKEND: HWI DATUM: 7-2-2023

BIJLAGE: 2

BIJLAGE 3: Situatietekening met monsternamepunten

Legenda Bebouwing Locatiegrens Toekomstige bebouwing Te amoveren bebouwing Boring tot 0,5 m -mv Boring tot 1,0 m -mv Boring tot 2,0 m -mv Peilbuis Asbestgat + boring tot 2,0 m -mv Asbestgat + boring tot 1,0 m -mv Puinhoudend gronddepot Vml. druppelzone

Situatietekening met monsternamepunten

A4

PROJECTNAAM: Drielse Rijndijk 107 te Arnhem

SCHAAL:

PROJECTNUMMER: MM23010

GETEKEND: HWI DATUM: 14-2-2023

BIJLAGE: 3

BIJLAGE 4: Boorprofielen

A0 1

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 2 50 3

klei, m at ig zandig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen bakst een, rest en kolengruis, edelm an klei, zwak zandig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

100 t ype dat um boorm eest er x y

-50

50 2

-100

weiland / cm t ov m aaiveld 1 3

50 2

klei, m at ig zandig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen bakst een, rest en kolengruis, edelm an klei, zwak zandig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

100

weiland / cm t ov m aaiveld

0

50 2

-100

in sp e ct ie g a t 2 7 -0 1 -2 0 2 3 A. Ellm a n n 1 8 6 4 1 2 .8 2 4 4 2 4 2 6 .9 2

klei, m at ig zandig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen bakst een, rest en kolengruis, edelm an klei, zwak zandig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, m at ig roest , edelm an

100

-50

klei, m at ig silt ig, neut raal blauw, grijs, edelm an

150 4

A0 3

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 3 50 2

klei, m at ig zandig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen bakst een, rest en kolengruis, edelm an klei, zwak zandig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, m at ig roest , edelm an

100

t ype dat um boorm eest er x y

-200

in sp e ct ie g a t 2 7 -0 1 -2 0 2 3 A. Ellm a n n 1 8 6 4 1 3 .0 3 4 4 2 3 8 6 .1 3

0

-50

A0 6 -100

in sp e ct ie g a t 2 7 -0 1 -2 0 2 3 A. Ellm a n n 1 8 6 4 1 8 .1 4 4 4 2 4 1 2 .8 1

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 3 50 2 100 t ype dat um boorm eest er x y

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

0

-100 3

200

t ype dat um boorm eest er x y

-50

-100

1 5 -50

0

in sp e ct ie g a t 2 7 -0 1 -2 0 2 3 A. Ellm a n n 1 8 6 4 0 7 .7 5 4 4 2 4 0 9 .8 5

A0 5 0

klei, m at ig zandig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen bakst een, rest en kolengruis, edelm an klei, zwak zandig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

100 t ype dat um boorm eest er x y

A0 2

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 3

in sp e ct ie g a t 2 7 -0 1 -2 0 2 3 A. Ellm a n n 1 8 6 4 1 9 .8 8 4 4 2 4 4 6 .0 5

0

t ype dat um boorm eest er x y

A0 4 0

D r ie lse Rijn d ijk 1 0 7 t e Ar n h e m MM23010 N EN 5 1 0 4

klei, m at ig zandig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen bakst een, rest en kolengruis, edelm an klei, zwak zandig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, m at ig roest , edelm an

0

-50

-100

in sp e ct ie g a t 2 7 -0 1 -2 0 2 3 A. Ellm a n n 1 8 6 3 9 5 .6 3 4 4 2 3 8 4 .5 9

A0 7

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 3 50 2

klei, m at ig zandig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen bakst een, rest en kolengruis, edelm an klei, zwak zandig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, m at ig roest , edelm an

100 t ype dat um boorm eest er x y

-50

50 2

-100

weiland / cm t ov m aaiveld 1 3

50 2

klei, m at ig zandig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen bakst een, rest en kolengruis, edelm an klei, zwak zandig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

100

-50

-100

in sp e ct ie g a t 2 7 -0 1 -2 0 2 3 A. Ellm a n n 1 8 6 3 8 0 .3 5 4 4 2 4 1 3 .3 6

weiland / cm t ov m aaiveld 1 3

klei, st erk zandig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, m at ig bakst een, rest en kolengruis, edelm an

2

klei, zwak zandig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, m at ig roest , edelm an

50

100

-100

in sp e ct ie g a t 2 7 -0 1 -2 0 2 3 A. Ellm a n n 1 8 6 3 9 6 .8 6 4 4 2 4 3 6 .0 6

A1 2

weiland / cm t ov m aaiveld 1 5

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 3 50 2

klei, st erk zandig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen bakst een, rest en kolengruis, edelm an klei, zwak zandig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, m at ig roest , edelm an

100 t ype dat um boorm eest er x y

0

-50

0

A0 9

-50

-100

0

t ype dat um boorm eest er x y

0

in sp e ct ie g a t 2 7 -0 1 -2 0 2 3 A. Ellm a n n 1 8 6 3 8 1 .3 2 4 4 2 4 4 8 .8 9

A1 1 0

klei, m at ig zandig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen bakst een, rest en kolengruis, edelm an klei, zwak zandig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

100 t ype dat um boorm eest er x y

A0 8

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 3

in sp e ct ie g a t 2 7 -0 1 -2 0 2 3 A. Ellm a n n 1 8 6 3 8 3 .7 8 4 4 2 3 9 4 .2 9

0

t ype dat um boorm eest er x y

A1 0 0

0

klei, m at ig zandig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, m at ig bakst een, rest en kolengruis, edelm an

50

-50 2

klei, zwak zandig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

3

klei, m at ig silt ig, neut raal blauw, grijs, edelm an

0

100

-100

-50

150 -100 4

in sp e ct ie g a t 2 7 -0 1 -2 0 2 3 A. Ellm a n n 1 8 6 3 8 5 .5 9 4 4 2 4 2 4 .0 9

200 t ype dat um boorm eest er x y

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

D r ie lse Rijn d ijk 1 0 7 t e Ar n h e m MM23010 N EN 5 1 0 4

-200

in sp e ct ie g a t 2 7 -0 1 -2 0 2 3 A. Ellm a n n 1 8 6 4 0 2 .6 9 4 4 2 4 3 4 .2 6

A1 3

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 3

klei, st erk zandig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, m at ig bakst een, rest en kolengruis, edelm an

2

klei, zwak zandig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, m at ig roest , edelm an

50

100 t ype dat um boorm eest er x y

B1 6 0

braak / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

50

-100

t ype dat um boorm eest er x y

in sp e ct ie g a t 2 7 -0 1 -2 0 2 3 A. Ellm a n n 1 8 6 4 0 2 .6 6 4 4 2 4 2 6 .4 2

klei, m at ig zandig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen bakst een, rest en kolengruis, edelm an

B1 7 A1 4

braak / cm t ov m aaiveld 1

weiland / cm t ov m aaiveld 1 5

klei, m at ig zandig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, m at ig bakst een, rest en kolengruis, edelm an

50

-50 2

klei, zwak zandig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

100 t ype dat um boorm eest er x y

0

50 t ype dat um boorm eest er x y

-50

g r on d b or in g 2 7 -0 1 -2 0 2 3 A. Ellm a n n 1 8 6 3 8 5 .7 6 4 4 2 4 2 7 .0 5

0

0

0

klei, m at ig zandig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen bakst een, rest en kolengruis, edelm an

0

-50

g r on d b or in g 2 7 -0 1 -2 0 2 3 A. Ellm a n n 1 8 6 3 8 7 .2 3 4 4 2 4 3 2 .4 3

-100

in sp e ct ie g a t 2 7 -0 1 -2 0 2 3 A. Ellm a n n 1 8 6 3 9 3 .3 3 4 4 2 4 2 7 .8 5

C1 8

cm t ov m aaiveld

0 1

0

klei, m at ig zandig, zwak hum eus, neut raal zwart , bruin, st erk puin, edelm an

50

B1 5

1

braak / cm t ov m aaiveld

0 1 50 2

klei, m at ig zandig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, sporen bakst een, rest en kolengruis, edelm an klei, zwak zandig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, m at ig roest , edelm an

100

0

100 -120

4x3x1,20 -50

t ype dat um boorm eest er x y

d e p ot 2 7 -0 1 -2 0 2 3 A. Ellm a n n 1 8 6 3 8 7 .0 3 4 4 2 4 1 6 .4 0

-100 3

klei, m at ig silt ig, neut raal grijs, bruin, edelm an

150 4 200

200

-200

klei, m at ig silt ig, neut raal blauw, grijs, edelm an

D19

cm t ov m aaiveld

0 1

250

300

50

300 t ype dat um boorm eest er x y

0

klei, m at ig zandig, zwak hum eus, neut raal zwart , bruin, st erk puin, edelm an

-300

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 7 -0 1 -2 0 2 3 A. Ellm a n n 1 8 6 3 8 7 .4 1 4 4 2 4 2 8 .3 4

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

D r ie lse Rijn d ijk 1 0 7 t e Ar n h e m MM23010 N EN 5 1 0 4

100 -120

4x4x1,70 t ype dat um boorm eest er x y

d e p ot 2 7 -0 1 -2 0 2 3 A. Ellm a n n 1 8 6 3 8 7 .9 2 4 4 2 4 4 8 .6 6

E2 0

cm t ov m aaiveld

0 1

0

klei, m at ig zandig, zwak hum eus, neut raal zwart , bruin, st erk puin, edelm an

50

100 -120

6x5x2,50 t ype dat um boorm eest er x y

d e p ot 2 7 -0 1 -2 0 2 3 A. Ellm a n n 1 8 6 3 9 3 .1 2 4 4 2 4 4 9 .2 3

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

D r ie lse Rijn d ijk 1 0 7 t e Ar n h e m MM23010 N EN 5 1 0 4

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN SITEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

GRIND, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

ZAND, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

LEEM, silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

KLEI, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

VEEN, hum eus (V,h)

slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

BIJLAGE 5: Analysecertificaten grond

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=7bb9a391-9db6-49d7-a392-4e782e9db018