Bijlage 2 - Bestemmingsplan 'Chw Drielse Rijndijk 107' - bijlagen
Tekst van het document
Chw Drielse Rijndijk 107
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
Bijlage 2
Quickscan Wet natuurbescherming
Bijlage 3
Stikstofdepositie-onderzoek
Bijlage 4
Onderbouwing versterking Groene ontwikkelingszone
Bijlage 5
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
Bijlage 6
Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
"Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)
1
Drielse Rijndijk 107 in Arnhem
Landschappelijk inpassingsplan Functiewijziging naar wonen 9 november 2023 Versie 1.3
Historie van de locatie en omgeving
1900
1950
2000
2022
Landschapstypen
1꞉1000 Landschapstypen Gelderland Oeverwallenlandschap Uiterwaardenlandschap
Landschapsanalyse Oeverwallenlandschap Het plangebied ligt in een oeverwallenlandschap. Bij elke overstroming van de rivier wordt een laagje klei afgezet. Dicht bij de rivier werden de grovere deeltjes afgezet, zo ontstonden de oeverwallen. De bebouwing is geconcentreerd in ronde of gestrekte dorpen met een onregelmatige blokverkaveling. De percelen en wegen, die de rivieren volgen, zijn ook grillig van vorm. Er komt overwegend landbouw voor maar daarnaast ook veel hoogstamboomgaarden. De perceel scheidingen bestaan vaak uit meidoornhagen, want sloten komen weinig voor. Het beplantingspatroon bestaat verder uit houtsingels, erfbeplantingen, knotwilgenrijen en bosjes. Zowel de wegen als de waterlopen zijn slingerend. Het landschap is kleinschalig. Op en rond het erf Heggen of hagen kunnen voorkomen rondom de voortuin, moestuin, boomgaard of als of scheiding tussen de weilanden. In het weiland of om de boomgaard kwam van oudsher meidoorn of een gemengde doornhaag voor. Rondom de voortuin gaat de voorkeur uit naar meidoorn, veldesdoorn of liguster. In dit landschapstype komen veel hoogstamboomgaarden voor. Dit waren in het verleden productieboomgaarden die zich achter de boerderij bevonden. Productieboomgaarden bestonden voornamelijk uit appels, met bijvoorbeeld peren aan de westkant als windsingel. Ook kwamen er productie kersenboomgaarden voor.
Knotbomen vormen al eeuwenlang een vertrouwd beeld in het Nederlandse cultuurlandschap. Bepaalde boomsoorten werden vroeger geknot om gebruikshout te leveren. Houtsingels komen voor langs de weilanden en boomgaarden en werden in het verleden aangeplant als perceel scheiding, veekering en voor de houtvoorziening. Geriefhoutbosjes werden vaak op overhoekjes geplaatst en werden ook aangeplant voor de houtvoorziening. Soorten die op de oeverwal veel in een houtsingel voorkomen zijn essen, elzen, meidoorn, sleedoorn, veldesdoorn, hazelaar, Gelderse roos, kardinaalsmuts etc. Traditionele verdeling erf De taakverdeling tussen de boer en boerin heeft een belangrijke invloed gehad op de traditionele erfinrichting. De taken waren duidelijk verdeeld en daarmee de grond rondom de boerderij ook. De voor- en achterkant worden nog altijd door een denkbeeldige lijn tussen de verschillende gebouwen van elkaar gescheiden. Deze lijn kan globaal over het gehele erf worden doorgetrokken, waardoor de functionele scheiding tussen wonen (voor) en werken (achter) goed zichtbaar wordt. De vrouw had de verantwoordelijkheid over het woongedeelte, het daarbij liggende terrein met de bleek, de moestuin, de huisweide, eventueel de siertuin en de boerenboomgaard. Op de boerderij werd dat meestal “het voor” genoemd.
De man had de verantwoordelijkheid voor de dieren, de wagens, de werktuigen en het bedrijfsgedeelte. Kortom, hij had de zorg voor “het achter”. Bron꞉ Stichting Landschapsbeheer Gelderland
Traditioneel erf
Huidige situatie plangebied Het plangebied ligt aan de rand van de Vinex-wijk Schuytgraaf, op circa 4,5 kilometer ten zuidwesten van het centrum van Arnhem. Schuytgraaf wordt in het noorden begrensd door de Drielse Rijndijk; langs deze dijk liggen een aantal boerderijen, waaronder die in het plangebied. Parallel aan de dijk ligt aan de zuidzijde de Achterstraat, een landelijke weg met populierbeplanting met aan weerszijden een aantal woonhuizen en boerderijen. In het noordwesten wordt het plangebied begrensd door de Vogelenzangsestraat - Van de Schutgraafseweg, die hierop aantakte, is vooral de oorspronkelijke laan- en erfbeplanting behoudenswaardig. De nabije omgeving van het plangebied kenmerkt zich door zijn groen karakter met tegelijkertijd een aanwezigheid van verschillende stedelijke functies. Het in het noordwesten van Arnhem gelegen buitengebied vervult daarom ook recreatieve en maatschappelijk doeleinden. In het plangebied is een voormalige veehouderij aanwezig. Ruim 10 jaar geleden is de vergunning ingetrokken. Voorheen werden hier vleesvarkens en jongvee gehouden. De agrarische bebouwing is nog steeds aanwezig, evenals de bedrijfswoning. Het plangebied heeft een omvang van circa 3200 m2. De toegangsweg van het plangebied bevindt zich in de huidige situatie aan de noordzijde van het perceel. Dit betreft een inrit vanaf de Drielse Rijndijk.
Het parkeren ten behoeve van de woning vindt plaats op eigen terrein, binnen het plangebied.
Uitgangspunten herontwikkeling plangebied •
De nieuwe situatie moet één erf vormen.
•
De karakteristiek van het gebouw en de complexiteit van het (voormalige) boerenerf alsmede de landschappelijke kenmerken dienen zoveel mogelijk behouden te blijven.
•
Bestaande bomen (zoveel mogelijk) behouden.
•
Beplanting aansluiten op gebiedskenmerken.
•
Heggen of hagen rondom de voortuin, moestuin, boomgaard of als of scheiding tussen de weilanden. In en rond de voortuinen gaat de voorkeur uit naar meidoorn, veldesdoorn of liguster.
•
Houtsingels langs de weilanden. Soorten die op de oeverwal veel in een houtsingel voorkomen zijn essen, elzen, meidoorn, sleedoorn, veldesdoorn, hazelaar, Gelderse roos, kardinaalsmuts.
•
Bestaande woning behouden en inpassen
•
Oude stallen saneren
•
Eén nieuwe woning toevoegen
Erf binnen het oeverwallenlandschap
Nieuwe situatie De agrarische bedrijfsgebouwen zullen gesloopt worden. Alleen het bestaande bijgebouw, dat tegen de woning is aangebouwd, blijft behouden. In totaal zal circa 730 m2 gesloopt2 worden. Daarvoor in de plaats wordt er een nieuwe schuurwoning2 van circa 104 m gebouwd, evenals twee (geschakelde) bijgebouwen van elk 63 m . De2 totale afname aan bebouwing op het perceel komt daarmee neer op circa 500 m . De nieuwe situatie gaat hiermee goed aansluiten op de kenmerken van de omgeving. Kenmerkend voor de erven lang de dijk is namelijk dat de kopgevels van de woningen zich richting de dijk oriënteren. Vanwege de bebouwingsvrije zone langs de dijk, om toekomstige dijkversterkingen mogelijk te maken, wordt de nieuwe woning op wat grotere afstand van de dijk geplaatst dan de bestaande woning. Naast de afname van bebouwing, zal de ruimtelijke kwaliteit verbeterd worden door een goede landschappelijke inpassing. De bestaande rijen bomen langs de noordelijke perceelsgrens blijven behouden. Verder wordt bij beide woningen in de voortuin een struweelhaag aangelegd. Dit worden gemengde doornhagen, bestaande uit eensteilige meidoorn, gewone vlier, hazelaar, wilde liguster, veldesdoorn en Gelderse roos.
Langs de zuidelijke perceelsgrens en in de zuidwestelijke hoek worden twee houtsingels aangelegd, bestaande uit es, els, meidoorn, sleedoorn, veldesdoorn, hazelaar, Gelderse roos of kardinaalsmuts. Voor de nieuwe woning wordt nog een solitaire boom (walnoot) geplant. Tevens wordt er langs de zuidelijke perceelsgrens een nieuwe sloot aangelegd ten behoeve van de hemelwaterafvoer van de (nieuwe) gebouwen. Voor de nieuwe woning wordt een solitaire boom (walnoot) aangelegd. Het perceel zal nog steeds ontsloten blijven via de bestaande inrit, die aansluit op de Drielse Rijndijk. De inrit loopt door tot de (nieuw aan te leggen) erven rondom de woningen. De verharding zal bestaan uit gebakken klinkers. Bij elke woning zal ruimte zijn om minimaal 3 auto's te parkeren. In het kader van natuurinclusief bouwen worden een aantal ecologische voorzieningen getroffen. Op het nieuwe bijgebouw bij de bestaande woning wordt een nestkast voor vleermuizen aangelegd en bij het bijgebouw voor de nieuwe woning komt een nestkast voor huismussen. Tot slot wordt in het zuidelijke deel van het plangebied nog een insectenhotel aangelegd. Impressie nieuw erf
Maatregelen natuurinclusief bouwen Soortgroepen maatregelen - Nestkast huismus 1 punt - Nestkast vleermuis 1 punt - Insectensteen 1 punt Groene maatregelen - 1 inheemse boom
3 punten
Referenties nieuwe woning
Voorstel bestemmingswijziging
ADRES: POSTCODE: PLAATS:
Drielse Rijndijk 107 6846 AA Arnhem
NAAM:
HCB Quotum BV
ADRES:
Laageinderweg 16
POSTCODE:
3774 TD
PLAATS:
Kootwijkerbroek
TELEFOONNUMMER:
06-22059801
CONTACTPERSOON:
Dhr. H.C. van den Brink
E-MAILADRES:
hcbrink@solcon.nl
NAAM:
Baecx B.V.
VELDWERKER:
Dhr. S.P.M. (Matthijs) Bax
DATUM:
8 december 2022
PROJECTNUMMER:
P221277-01
PROJECTLEIDER:
Dhr. J. (Jasper) Smits
PROJECTMEDEWERKER:
Mevr. J. (Jaëlla) Thomassen
Het geldige rapport is degene met het hoogste versienummer. Eerdere versies met lager(e) versienummer(s) komen met de komst van een opvolgend versienummer te vervallen. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Versienummer
Autorisatiedatum
Wijzigingen
1
13 december 2022
Geen; eerste uitgifte
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG VOOR ZAKELIJK GEBRUIK WORDEN VERVEELVOUDIGD, OP WELKE WIJZE OOK, ZONDER VOORAFGAANDE (SCHRIFTELIJKE) TOESTEMMING VAN BAECX B.V.
Pagina
Samenvatting
4
1.
Inleiding
5
2.
Verantwoording 2.1 Aanleiding 2.2 Doelstelling
5 5 5
3.
Vooronderzoek 3.1 Plangebied 3.2 Beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) 3.3 Nationale Databank Flora en Fauna
6 6 7 8
4.
Veldwerk 4.1 Veldbezoek 4.2 Waarnemingen Flora 4.3 Waarnemingen Fauna 4.4 Overige waarnemingen
9 9 9 9 10
Conclusies en aanbevelingen
A. Foto’s B. Tekening C. Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten D. Vrijstelling per provincie E. Wet- en regelgeving
11
In opdracht van HCB Quotum BV is een ecologische quickscan uitgevoerd op de locatie Drielse Rijndijk 107 te Arnhem. De aanleiding is de voorgenomen sloop van een schuur. Nadat de schuur is gesloopt is het voornemen om meerdere nieuwe woningen te realiseren. De bestaande woning wordt apart verkocht en valt buiten de reikwijdte van dit onderzoek. Deze rapportage geeft een eerste inschatting van mogelijke effecten op gebieden en op potentieel aanwezige beschermde flora en fauna. Aan de hand van het vooronderzoek en het veldwerk concludeert en adviseert Baecx B.V. het volgende:
Binnen het plangebied zijn geen beschermde soorten waargenomen.
Gierzwaluw Binnen het plangebied zijn geen gierzwaluwen waargenomen. Ook zijn er geen (potentiële) nestplaatsen vastgesteld. Nader onderzoek achten we derhalve niet noodzakelijk. Huismus Binnen het plangebied zijn er geen huismussen en/of huismusnesten aangetroffen. Nader onderzoek achten we derhalve niet noodzakelijk. Grote Gele Kwikstaart Binnen het plangebied is de grote gele kwikstraat niet waargenomen. Nader onderzoek achten we derhalve niet noodzakelijk. Er zijn binnen het plangebied geen overige waarnemingen gedaan van beschermde vogels, insecten, amfibieën, reptielen, vissen en grondgebonden zoogdieren. De sloop van de schuur en nieuwbouwplannen hebben aannemelijk geen negatieve gevolgen voor de potentieel aanwezige soorten. Te allen tijde is de zorgplicht van toepassing. Verstorende werkzaamheden dienen zo beperkt mogelijk gehouden te worden. Zodra er ook werkzaamheden buiten de reikwijdte van dit onderzoek plaatsvinden, dient een aanvullende quickscan uitgevoerd te worden.
Initiatiefnemers zijn wettelijk verplicht om voorgaand aan het uitvoeren van een ingreep onderzoek te laten doen naar de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN). Bovendien is het in sommige gevallen verplicht melding te doen van het kappen van houtopstanden. Daarnaast dient er mogelijk een ontheffing of vergunning aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag via de Omgevingsvergunning of rechtstreeks bij de provincie.
In opdracht van HCB Quotum BV is een ecologische quickscan uitgevoerd op de locatie Drielse Rijndijk 107 te Arnhem. De aanleiding is de voorgenomen sloop van een schuur. Nadat de schuur is gesloopt is het voornemen om meerdere nieuwe woningen te realiseren. De bestaande woning wordt apart verkocht en valt buiten de reikwijdte van dit onderzoek. Deze rapportage geeft een eerste inschatting van mogelijke effecten op gebieden en op potentieel aanwezige beschermde flora en fauna.
Deze rapportage geeft een eerste inschatting van mogelijke effecten op gebieden en op potentieel aanwezige beschermde flora en fauna. Indien (negatieve) effecten op beschermde gebieden en beschermde soorten aanwezig zijn en/of de aanwezigheid hiervan niet afdoende kan worden aangetoond of uitgesloten, is nader onderzoek noodzakelijk. Het doel van de ecologische quickscan is het in kaart brengen van de te verwachten effecten op beschermde gebieden en soorten in de directe omgeving van het plangebied. De quickscan betreft geen gerichte inventarisatie naar soorten. De volgende vragen dienen beantwoord te worden: • Welke beschermde natuurwaarden en flora en fauna zijn in het plangebied aanwezig of te verwachten? • Heeft de ingreep mogelijk effecten op de potentieel aanwezige natuurwaarden? Zo ja, welke effecten zijn dit? • Houden deze effecten mogelijk een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming in? • Welke mogelijkheden zijn er om deze negatieve effecten te minimaliseren of te voorkomen? • Is nader onderzoek noodzakelijk? • Is ontheffing of vergunning van de Wet natuurbescherming noodzakelijk?
De locatie is gesitueerd in Arnhem en gelegen op het perceel kadastraal bekend als AHM05 AF 33. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 3710 m². Het plangebied bestaat uit: • Aan de noordzijde bomenrij, weg en weiland; • Aan de oostzijde bomen en huis; • Aan de zuidzijde weiland; • Aan de westzijde bomen en weiland.
Afbakening plangebied
De schuur dateert uit 1960 en is gebouwd als systeembouw met vezelcement wallboard. Sommige delen van het wallboard zijn open. Het dak is voorzien van golfplaten, bespoten met pur en de gordingen zijn van hout. De schuur was voormalig in gebruik als veestalling en staat momenteel leeg.
Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied of in een NNN-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied t.o.v. het plangebied is ‘Veluwe’. Dit Natura 2000-gebied ligt op circa 1,5 kilometer afstand ten westen van het plangebied. Beschermd NNN-gebied, ‘Gelders natuurnetwerk’, ligt op circa 380 meter afstand ten oosten van het plangebied. In de bestaande situatie zijn diverse menselijke invloeden aanwezig in de zone tussen het plangebied en beschermde Natura 2000 en/of NNN gebieden. Het betreft agrarisch gebied. Als gevolg van de bestaande situatie zullen de voorgenomen werkzaamheden aannemelijk géén verdere negatieve effecten opleveren zoals geluids- en visuele verstoringen. De afstand tussen het plangebied en de beschermde gebieden is hiervoor te groot. De werkzaamheden zullen naar verwachting geen invloed hebben op beschermde natuurgebieden. Overtreding van de Wet natuurbescherming t.o.v. Natura 2000 en/of NNN is niet aan de orde.
Met behulp van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is een lijst gemaakt van beschermde soorten die mogelijk aanwezig kunnen zijn in en rondom het plangebied. In onderstaande tabel is weergegeven welke beschermde soorten en welke functies rondom het plangebied aanwezig kunnen zijn. Tijdens het veldwerk dient beoordeeld te worden of deze soorten ook daadwerkelijk (in potentie) aanwezig zijn. FLORA FAUNA CHECK Soort
Beschermingsregime
Functie
Protocol
Baardvleermuis
Habitatrichtlijn
zomerverblijfplaats in gebouw kraamverblijfplaats in gebouw
mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig
Franjestaart
Habitatrichtlijn
zomerverblijfplaats in gebouw kraamverblijfplaats in gebouw
mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig
Gewone dwergvleermuis
Habitatrichtlijn
Gewone grootoorvleermuis
Habitatrichtlijn
Kleine dwergvleermuis
Habitatrichtlijn
Laatvlieger
Habitatrichtlijn
Ruige dwergvleermuis
Habitatrichtlijn
Blaasvaren
Wet natuurbescherming (andere soorten)
paarverblijfplaats in gebouw winterverblijfplaats in gebouw zomerverblijfplaats in gebouw kraamverblijfplaats in gebouw massa winterverblijfplaats paarverblijfplaats in gebouw winterverblijfplaats in gebouw zomerverblijfplaats in gebouw kraamverblijfplaats in gebouw paarverblijfplaats in gebouw winterverblijfplaats in gebouw zomerverblijfplaats in gebouw kraamverblijfplaats in gebouw paarverblijfplaats in gebouw winterverblijfplaats in gebouw zomerverblijfplaats in gebouw kraamverblijfplaats in gebouw paarverblijfplaats in gebouw winterverblijfplaats in gebouw zomerverblijfplaats in gebouw groeiplaats
mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig
Gierzwaluw
Vogelrichtlijn
nestlocatie
mogelijk aanwezig
Huismus
Vogelrichtlijn
nestlocatie
mogelijk aanwezig
Grote Gele Kwikstaart
Vogelrichtlijn
nestlocatie
mogelijk aanwezig
Op 8 december 2022 is het plangebied bezocht door dhr. S.P.M. (Matthijs) Bax. Tijdens het veldbezoek is het plangebied en de directe omgeving daarvan geïnventariseerd op de aanwezigheid van ruimtelijk structuren en habitats. In algemene zin wordt bij het veldwerk gebruik gemaakt van een verrekijker, zaklamp, endoscoop en mobiel met fotocamera en NDFF-invoerportaal (Nationale Databank Flora en Fauna). De weersomstandigheden waren als volgt: 4 °C, onbewolkt, geen neerslag. Opgemerkt dient te worden dat het veldbezoek een momentopname betreft. De volgende beschermde soorten die op basis van het vooronderzoek mogelijk aanwezig zouden kunnen zijn in en rondom het plangebied zijn tijdens het veldbezoek nader onderzocht en in de volgende paragrafen aanvullend beschreven.
Binnen het plangebied is geen beschermde flora soorten aanwezig. Buiten het plangebied zijn singels aanwezig met onder andere eiken, kastanjebomen en elzen. Zie bijlage B voor de tekening.
Gierzwaluw Volgens het Kennisdocument Gierzwaluw van BIJ12 brengt de gierzwaluw het grootste deel van zijn leven door in de lucht. Alleen om te broeden verlaten gierzwaluwen tijdelijk het luchtruim en komen ze aan het aardoppervlak. Hij broedt vooral in steden en dorpen (figuur 2), waar hij nestelt in donkere holtes in ventilatieschachten, spleten in muren, onder dakpannen en in kerktorens. In ons land zijn nesten van gierzwaluwen uitsluitend te vinden in allerlei menselijke bebouwing: onder dakpannen, in kieren en gaten in muren maar ook in nestkasten. Er zijn geen gierzwaluwen, sporen van gierzwaluwen en/of nestplaatsen waargenomen tijdens het veldbezoek. Huismus Volgens het Kennisdocument Huismuis van BIJ12 heeft de huismus een sterke binding met mensen en komt tot broeden in of tegen gebouwen in dorpen en steden, in en bij boerderijen, maneges, kinderboerderijen en andere vormen van bebouwing in het landelijk gebied. Op plekken waar menselijke bebouwing wordt afgewisseld met groenvoorzieningen zijn meer huismussen dan op plekken waar geen groen aanwezig is. Hierbij valt te denken aan ruim opgezette wijken met parkjes en tuinen en in dorpen met veel groen en met landbouwgronden in de nabijheid. Er zijn geen huismussen en/of huismusnesten aangetroffen.
Grote Gele Kwikstaart Volgens de Vogelbescherming broedt en foerageert de grote gele kwikstaart aan de oevers van beken en rivieren, liefst met loofbos of loofbomen omzoomd. In Nederland broedt hij ook aan zwak of zelfs nauwelijks stromend water. Er zijn geen grote gele kwikstaarten en/of (potentiële) verblijfsplaatsen aangetroffen.
Vogels Binnen het plangebied zijn geen beschermde soorten te verwachten of waargenomen. Tevens is er ook geen geschikt habitat aanwezig. Insecten Binnen het plangebied zijn geen beschermde soorten te verwachten of waargenomen. Tevens is er ook geen geschikt habitat aanwezig. Amfibieën/reptielen/vissen Binnen het plangebied zijn geen beschermde soorten te verwachten of waargenomen. Tevens is er ook geen geschikt habitat aanwezig. Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn geen beschermde soorten te verwachten of waargenomen. Tevens is er ook geen geschikt habitat aanwezig. Buiten het plangebied In de singel die zich buiten het plangebied bevindt, bevinden zich kraaien en buizerds. De singel en de bestaande woning valt buiten de reikwijdte van dit onderzoek.
Aan de hand van het vooronderzoek en het veldwerk concludeert en adviseert Baecx B.V. het volgende:
Binnen het plangebied zijn geen beschermde soorten waargenomen.
Gierzwaluw Binnen het plangebied zijn geen gierzwaluwen waargenomen. Ook zijn er geen (potentiële) nestplaatsen vastgesteld. Nader onderzoek achten we derhalve niet noodzakelijk. Huismus Binnen het plangebied zijn er geen huismussen en/of huismusnesten aangetroffen. Nader onderzoek achten we derhalve niet noodzakelijk. Grote Gele Kwikstaart Binnen het plangebied is de grote gele kwikstraat niet waargenomen. Nader onderzoek achten we derhalve niet noodzakelijk. Er zijn binnen het plangebied geen overige waarnemingen gedaan van beschermde vogels, insecten, amfibieën, reptielen, vissen en grondgebonden zoogdieren. De sloop van de schuur en nieuwbouwplannen hebben aannemelijk geen negatieve gevolgen voor de potentieel aanwezige soorten. Te allen tijde is de zorgplicht van toepassing. Verstorende werkzaamheden dienen zo beperkt mogelijk gehouden te worden. Zodra er ook werkzaamheden buiten de reikwijdte van dit onderzoek plaatsvinden, dient een aanvullende quickscan uitgevoerd te worden.
Bijlage A
Overzicht met woning (buiten plangebied)
Singel (buiten plangebied)
Golfplaten bespoten met pur
Overzicht schuur
Openingen in vezelcement wallboard
Openingen in vezelcement wallboard
Overzicht
Overzicht
Overzicht
Singel (buiten plangebied)
Singel (buiten plangebied)
Singel (buiten plangebied)
Bijlage B
Aanwezige bebouwing (plangebied) Niet meer aanwezige bebouwing (gesloopt) Singels buiten reikwijdte met onder andere eik, kastanje en els Singels buiten reikwijdte (buren) Projectnummer: P221277-01 Locatie: Drielse Rijndijk 107 te Arnhem
Bijlage C
Bijlage C Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Soort Steenuil Athene noctua Gierzwaluw Apus apus Huismus Passer domesticus Roek Corvus frugilegus Grote gele kwikstaart Motacilla cinerea Kerkuil Tyto alba Oehoe Bubo bubo Ooievaar Ciconia ciconia Slechtvalk Falco peregrinus Boomvalk Falco subbuteo Buizerd Buteo buteo Havik Accipiter gentilis Ransuil Asio otus Sperwer Accipiter nisus Wespendief Pernis apivorus Zwarte wouw Milvus migrans Blauwe reiger Ardea cinerea Boerenzwaluw Hirundo rustica Bonte vliegenvanger Ficedula hypoleuca Boomklever Sitta europaea Boomkruiper Certhia brachydactyla Bosuil Strix aluco Brilduiker Bucephala clangula Draaihals Jynx torquilla Eidereend Somateria mollissima Ekster Pica pica Gekraagde roodstaart Phoenicurus phoenicurus Glanskop Parus palustris Grauwe vliegenvanger Muscicapa striata Groene specht Picus viridis Grote bonte specht Dendrocopos major Hop Upupa epops Huiszwaluw Delichon urbicum IJsvogel Alcedo atthis Kleine bonte specht Dendrocopos minor Kleine vliegenvanger Ficedula parva Koolmees Parus major Kortsnavelboomkruiper Certhia familiaris macrodactyla Oeverzwaluw Riparia riparia Pimpelmees Parus caeruleus Raaf Corvus corax Ruigpootuil Aegolius funereus Spreeuw Sturnus vulgaris Tapuit Oenanthe oenanthe Torenvalk Falco tinnunculus Zeearend Haliaeetus albicilla Zwarte kraai Corvus corone Zwarte mees Periparus ater Zwarte roodstaart
Phoenicurus ochruros Zwarte specht Dryocopus martius
Categorie 1
Uitleg categorie Nesten die buiten het broedseizoen ook als vaste rust- en verblijfplaats dienen
2 2 2 3 3 3 3 3 4 4 4 4 4 4 4 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
Nesten van koloniebroeders die op dezelfde plaats broeden en daarin honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing Nesten van vogels die ieder jaar op dezelfde plaats broeden en daarin honkvast zijn of afhankelijk zijn bebouwing
Vogels die ieder jaar gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een nest te bouwen
Nesten zijn alleen beschermd in het broedseizoen, wel is een inventarisatie gewenst
Bijlage D
Bijlage D Vrijstelling per provincie De volgende soorten zijn voor alle provincies vrijgesteld: Zoogdieren: Aardmuis Microtus agretis Bosmuis Apodemus sylvaticus Dwergmuis Micromys minutus Dwergspitsmuis Sorex minutus Egel Erinaceus europaeus Gewone bosspitsmuis Sorex araneus Haas Lepus europeus Huisspitsmuis Crocidura russula
Konijn Oryctolagus cuniculus Ondergrondse woelmuis
Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Woelrat Arvicola terrestris
Amfibieën en reptielen: Bruine kikker Rana temporaria Gewone pad Bufo bufo Kleine watersalamander Triturus vulgaris Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana ridibunda) Middelste groene kikker / Bastaardkikker Pelophylax klepton esculentus (Rana esculenta) De volgende soorten zijn in de provincies Overijssel, Gelderland, Flevoland, Zeeland, NoordBrabant en Noord-Holland niet vrijgesteld van de Wet natuurbescherming: Bunzing Mustela putorius Hermelijn Mustela erminea Wezel Mustela nivalis De volgende soorten zijn in de provincie Zuid-Holland niet vrijgesteld van de Wet Natuurbescherming: Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus De volgende soorten zijn in Limburg alleen in vaste perioden vrijgesteld: Eekhoorn Sciurus vulgaris: maart - april - juli - november Hazelworm Anguis fragilis: juli - september Levendbarende hagedis Zootoca vivipara: 15 augustus - 15 oktober Molmuis Arvicola scherman: jaarrond Steenmarter Martes foina: 15 augustus – februari De volgende soort is alleen in de provincie Noord-Brabant vrijgesteld van de Wet natuurbescherming: Wild zwijn Sus scrofa
Bijlage E
Bijlage E Wet- en regelgeving WET NATUURBESCHERMING Sinds 1 januari 2017 is in Nederland de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze wet omvat zowel soort- als gebiedsbescherming en vervangt hiermee de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. Gebiedsbescherming Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn lidstaten verplicht speciale beschermingszones (Natura 2000-gebieden) aan te wijzen. Elk Natura 2000-gebied heeft instandhoudingsdoelstellingen t.a.v.: Leefgebieden voor vogelsoorten (Vogelrichtlijn) Natuurlijke habitatten en de habitatten van soorten (Habitatrichtlijn) Gebiedsbescherming Artikel 2.7, lid 2 Wet natuurbescherming: Het is verboden om activiteiten binnen en buiten een Natura 2000-gebied uit te voeren die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen: 1. 2.
de kwaliteit van de natuurlijke habitatten of de habitatten van soorten in dat gebied kan verslechteren, of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
De activiteit kan alleen uitgevoerd worden als het Bevoegd Gezag een vergunning verleend. Voor werkzaamheden die uitgevoerd worden in nationaal belang is de minister van Economische Zaken Bevoegd Gezag. Soortbescherming In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten Habitatrichtlijnsoorten Andere soorten (nationale soorten) Per beschermingsregime zijn aparte verbodsbepalingen opgesteld, zie onderstaande tekstvak. Deze verbodsbepalingen gelden overal in Nederland en kunnen daarom van invloed zijn op ruimtelijke ingrepen en/of het herzien/opstellen van bestemmingsplannen. Deze activiteiten dienen getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. De toetsing omvat: Inventarisatie van het (mogelijk) voorkomen van wettelijk beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied en de directe omgeving daarvan, Inventarisatie en beoordeling van (significant) nadelige effecten t.g.v. de activiteit op beschermde soorten die binnen het plangebied en/of de directe omgeving daarvan aanwezig zijn, Indien nodig, een opname van maatregelen die de (significant) negatieve effecten op de beschermde soorten en diens habitatten mitigeren en/of compenseren.
Soortbescherming Vogelrichtlijnsoorten: artikel 3.1 Wet natuurbescherming: Hieronder vallen alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels. 1. 2. 3. 4.
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.
Habitatrichtlijnsoorten: artikel 3.5 Wet natuurbescherming: Hieronder vallen alle dieren uit de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel a, het Verdrag van Bern, bijlage II en het Verdrag van Bonn, bijlage I, en alle planten uit de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel b en het Verdrag van Bern, bijlage I. 1.
2. 3. 4. 5.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van de dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn of bijdrage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen of af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Andere soorten: artikel 3.10, lid 1 Wet natuurbescherming: Hieronder vallen nationaal beschermde soorten. a) b) c)
In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten genoemd in de bijlage, onderdeel A bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen; Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Ontheffing en vrijstellingen Wanneer ten minste 1 verbodsbepaling uit bovenstaande artikelen overtreden wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij het Bevoegd Gezag waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffing geeft de initiatiefnemer de mogelijkheid om onder voorwaarden de wet te overtreden. Vrijstellingen beschrijven handelingen en situaties waarin de wet niet van toepassing is. Deze kunnen verkregen worden wanneer er: Geen andere bevredigende oplossing bestaat, Geen negatief effect is op de staat van intandhouding van de soort, Er voldaan is aan de in de wet genoemde belangen (art. 3.3, lid 4b, art. 3.8, lid 5b en art. 3.10, lid 2).
Voor vogels kan echter geen beroep gedaan worden op belang “Dwingende reden van groot openbaar belang”. Wanneer overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden door het treffen van mitigerende maatregelen, is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Wel kan in dergelijke gevallen toch ontheffing aangevraagd worden om de te treffen maatregelen goed te laten keuren. Indien het bevoegd gezag de maatregelen goedkeurt, wordt door hen een “positieve afwijzing” afgegeven. Bij de aanvraag van een ontheffing zijn een activiteitenplan en/of een compensatieplan noodzakelijk. Hierin staan de bevindingen uit de ecologische quickscan vermeld en worden maatregelen beschreven die uitgevoerd dienen te worden om ervoor te zorgen dat de nadelige effecten op beschermde plant- en diersoorten zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel te beperken. Voor de soorten uit beschermingsregime “Andere soorten” geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10, mits een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit. Indien aantoonbaar gewerkt kan worden volgens een dergelijke gedragscode, hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden voor overtreding van één of meerdere verbodsbepalingen uit artikel 3.10 van de Wnb.
Indien er geen goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit of het niet mogelijk is om volgens een dergelijke gedragscode te werken, dient bij overtreding van verbodsbepalingen wel een ontheffing aangevraagd te worden. Zorgplicht (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) Voor alle plant- en diersoorten (inclusief onbeschermde soorten) geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat (mogelijke) nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover mogelijk, zoveel mogelijk vermeden dienen te worden. De Zorgplicht dient hiermee als vangnet voor de onbeschermde soorten in Nederland.
NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS), omvat beschermde gebieden die zijn aangewezen t.b.v. ecologische verbindingen tussen natuurgebieden. Deze gebieden vormen hiermee een ecologisch netwerk waarvan de natuurwaarden niet mogen worden aangetast. De (mogelijke) effecten dienen daarom ook getoetst te worden op deze natuurwaarden. De provincie waarbinnen het plangebied valt is tevens Bevoegd Gezag.
Bijlage A
Overzicht met woning (buiten plangebied)
Singel (buiten plangebied)
Golfplaten bespoten met pur
Overzicht schuur
Openingen in vezelcement wallboard
Openingen in vezelcement wallboard
Overzicht
Overzicht
Overzicht
Singel (buiten plangebied)
Singel (buiten plangebied)
Singel (buiten plangebied)
Bijlage B
Aanwezige bebouwing (plangebied) Niet meer aanwezige bebouwing (gesloopt) Singels buiten reikwijdte met onder andere eik, kastanje en els Singels buiten reikwijdte (buren) Projectnummer: P221277-01 Locatie: Drielse Rijndijk 107 te Arnhem
Bijlage C
Bijlage C Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Soort Steenuil Athene noctua Gierzwaluw Apus apus Huismus Passer domesticus Roek Corvus frugilegus Grote gele kwikstaart Motacilla cinerea Kerkuil Tyto alba Oehoe Bubo bubo Ooievaar Ciconia ciconia Slechtvalk Falco peregrinus Boomvalk Falco subbuteo Buizerd Buteo buteo Havik Accipiter gentilis Ransuil Asio otus Sperwer Accipiter nisus Wespendief Pernis apivorus Zwarte wouw Milvus migrans Blauwe reiger Ardea cinerea Boerenzwaluw Hirundo rustica Bonte vliegenvanger Ficedula hypoleuca Boomklever Sitta europaea Boomkruiper Certhia brachydactyla Bosuil Strix aluco Brilduiker Bucephala clangula Draaihals Jynx torquilla Eidereend Somateria mollissima Ekster Pica pica Gekraagde roodstaart Phoenicurus phoenicurus Glanskop Parus palustris Grauwe vliegenvanger Muscicapa striata Groene specht Picus viridis Grote bonte specht Dendrocopos major Hop Upupa epops Huiszwaluw Delichon urbicum IJsvogel Alcedo atthis Kleine bonte specht Dendrocopos minor Kleine vliegenvanger Ficedula parva Koolmees Parus major Kortsnavelboomkruiper Certhia familiaris macrodactyla Oeverzwaluw Riparia riparia Pimpelmees Parus caeruleus Raaf Corvus corax Ruigpootuil Aegolius funereus Spreeuw Sturnus vulgaris Tapuit Oenanthe oenanthe Torenvalk Falco tinnunculus Zeearend Haliaeetus albicilla Zwarte kraai Corvus corone Zwarte mees Periparus ater Zwarte roodstaart
Phoenicurus ochruros Zwarte specht Dryocopus martius
Categorie 1
Uitleg categorie Nesten die buiten het broedseizoen ook als vaste rust- en verblijfplaats dienen
2 2 2 3 3 3 3 3 4 4 4 4 4 4 4 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
Nesten van koloniebroeders die op dezelfde plaats broeden en daarin honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing Nesten van vogels die ieder jaar op dezelfde plaats broeden en daarin honkvast zijn of afhankelijk zijn bebouwing
Vogels die ieder jaar gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een nest te bouwen
Nesten zijn alleen beschermd in het broedseizoen, wel is een inventarisatie gewenst
Bijlage D
Bijlage D Vrijstelling per provincie De volgende soorten zijn voor alle provincies vrijgesteld: Zoogdieren: Aardmuis Microtus agretis Bosmuis Apodemus sylvaticus Dwergmuis Micromys minutus Dwergspitsmuis Sorex minutus Egel Erinaceus europaeus Gewone bosspitsmuis Sorex araneus Haas Lepus europeus Huisspitsmuis Crocidura russula
Konijn Oryctolagus cuniculus Ondergrondse woelmuis
Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Woelrat Arvicola terrestris
Amfibieën en reptielen: Bruine kikker Rana temporaria Gewone pad Bufo bufo Kleine watersalamander Triturus vulgaris Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana ridibunda) Middelste groene kikker / Bastaardkikker Pelophylax klepton esculentus (Rana esculenta) De volgende soorten zijn in de provincies Overijssel, Gelderland, Flevoland, Zeeland, NoordBrabant en Noord-Holland niet vrijgesteld van de Wet natuurbescherming: Bunzing Mustela putorius Hermelijn Mustela erminea Wezel Mustela nivalis De volgende soorten zijn in de provincie Zuid-Holland niet vrijgesteld van de Wet Natuurbescherming: Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus De volgende soorten zijn in Limburg alleen in vaste perioden vrijgesteld: Eekhoorn Sciurus vulgaris: maart - april - juli - november Hazelworm Anguis fragilis: juli - september Levendbarende hagedis Zootoca vivipara: 15 augustus - 15 oktober Molmuis Arvicola scherman: jaarrond Steenmarter Martes foina: 15 augustus – februari De volgende soort is alleen in de provincie Noord-Brabant vrijgesteld van de Wet natuurbescherming: Wild zwijn Sus scrofa
Bijlage E
Bijlage E Wet- en regelgeving WET NATUURBESCHERMING Sinds 1 januari 2017 is in Nederland de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze wet omvat zowel soort- als gebiedsbescherming en vervangt hiermee de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. Gebiedsbescherming Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn lidstaten verplicht speciale beschermingszones (Natura 2000-gebieden) aan te wijzen. Elk Natura 2000-gebied heeft instandhoudingsdoelstellingen t.a.v.: Leefgebieden voor vogelsoorten (Vogelrichtlijn) Natuurlijke habitatten en de habitatten van soorten (Habitatrichtlijn) Gebiedsbescherming Artikel 2.7, lid 2 Wet natuurbescherming: Het is verboden om activiteiten binnen en buiten een Natura 2000-gebied uit te voeren die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen: 1. 2.
de kwaliteit van de natuurlijke habitatten of de habitatten van soorten in dat gebied kan verslechteren, of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
De activiteit kan alleen uitgevoerd worden als het Bevoegd Gezag een vergunning verleend. Voor werkzaamheden die uitgevoerd worden in nationaal belang is de minister van Economische Zaken Bevoegd Gezag. Soortbescherming In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten Habitatrichtlijnsoorten Andere soorten (nationale soorten) Per beschermingsregime zijn aparte verbodsbepalingen opgesteld, zie onderstaande tekstvak. Deze verbodsbepalingen gelden overal in Nederland en kunnen daarom van invloed zijn op ruimtelijke ingrepen en/of het herzien/opstellen van bestemmingsplannen. Deze activiteiten dienen getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. De toetsing omvat: Inventarisatie van het (mogelijk) voorkomen van wettelijk beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied en de directe omgeving daarvan, Inventarisatie en beoordeling van (significant) nadelige effecten t.g.v. de activiteit op beschermde soorten die binnen het plangebied en/of de directe omgeving daarvan aanwezig zijn, Indien nodig, een opname van maatregelen die de (significant) negatieve effecten op de beschermde soorten en diens habitatten mitigeren en/of compenseren.
Soortbescherming Vogelrichtlijnsoorten: artikel 3.1 Wet natuurbescherming: Hieronder vallen alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels. 1. 2. 3. 4.
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.
Habitatrichtlijnsoorten: artikel 3.5 Wet natuurbescherming: Hieronder vallen alle dieren uit de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel a, het Verdrag van Bern, bijlage II en het Verdrag van Bonn, bijlage I, en alle planten uit de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel b en het Verdrag van Bern, bijlage I. 1.
2. 3. 4. 5.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van de dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn of bijdrage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen of af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Andere soorten: artikel 3.10, lid 1 Wet natuurbescherming: Hieronder vallen nationaal beschermde soorten. a) b) c)
In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten genoemd in de bijlage, onderdeel A bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen; Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Ontheffing en vrijstellingen Wanneer ten minste 1 verbodsbepaling uit bovenstaande artikelen overtreden wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij het Bevoegd Gezag waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffing geeft de initiatiefnemer de mogelijkheid om onder voorwaarden de wet te overtreden. Vrijstellingen beschrijven handelingen en situaties waarin de wet niet van toepassing is. Deze kunnen verkregen worden wanneer er: Geen andere bevredigende oplossing bestaat, Geen negatief effect is op de staat van intandhouding van de soort, Er voldaan is aan de in de wet genoemde belangen (art. 3.3, lid 4b, art. 3.8, lid 5b en art. 3.10, lid 2).
Voor vogels kan echter geen beroep gedaan worden op belang “Dwingende reden van groot openbaar belang”. Wanneer overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden door het treffen van mitigerende maatregelen, is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Wel kan in dergelijke gevallen toch ontheffing aangevraagd worden om de te treffen maatregelen goed te laten keuren. Indien het bevoegd gezag de maatregelen goedkeurt, wordt door hen een “positieve afwijzing” afgegeven. Bij de aanvraag van een ontheffing zijn een activiteitenplan en/of een compensatieplan noodzakelijk. Hierin staan de bevindingen uit de ecologische quickscan vermeld en worden maatregelen beschreven die uitgevoerd dienen te worden om ervoor te zorgen dat de nadelige effecten op beschermde plant- en diersoorten zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel te beperken. Voor de soorten uit beschermingsregime “Andere soorten” geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10, mits een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit. Indien aantoonbaar gewerkt kan worden volgens een dergelijke gedragscode, hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden voor overtreding van één of meerdere verbodsbepalingen uit artikel 3.10 van de Wnb.
Indien er geen goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit of het niet mogelijk is om volgens een dergelijke gedragscode te werken, dient bij overtreding van verbodsbepalingen wel een ontheffing aangevraagd te worden. Zorgplicht (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) Voor alle plant- en diersoorten (inclusief onbeschermde soorten) geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat (mogelijke) nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover mogelijk, zoveel mogelijk vermeden dienen te worden. De Zorgplicht dient hiermee als vangnet voor de onbeschermde soorten in Nederland.
NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS), omvat beschermde gebieden die zijn aangewezen t.b.v. ecologische verbindingen tussen natuurgebieden. Deze gebieden vormen hiermee een ecologisch netwerk waarvan de natuurwaarden niet mogen worden aangetast. De (mogelijke) effecten dienen daarom ook getoetst te worden op deze natuurwaarden. De provincie waarbinnen het plangebied valt is tevens Bevoegd Gezag.
ONDERZOEK STIKSTOFDEPOSITIE Betreft:
Aanleg- en gebruiksfase nieuwbouw Drielse Rijndijk 107 in Arnhem
Opdrachtgever:
H.C.B. Vastgoed, de heer H.C. van den Brink
Uitgevoerd door:
Teus’ Advies, Dave Anbeek, dave@teusadvies.nl, 06-38907230
Versie / datum:
1.0 / 9 februari 2023
Bijlagen:
1. Aerius-berekening gebruiksfase 2. Rekenuitgangspunten aanlegfase 3. Aerius-berekening gebruiksfase
Aanleiding Initiatiefnemer is voornemens een nieuwe vrijstaande woning te realiseren aan de Drielse Rijndijk 107 in Arnhem De agrarische bebouwing wordt hiervoor gesloopt. Door opdrachtgever is gevraagd te onderzoeken of bij hierbij negatieve effecten optreden op Natura 2000-gebieden door de depositie van stikstof. Onderzoek De stikstofdepositie is afzonderlijk berekend voor de aanlegfase en voor de gebruiksfase van het project. Deze berekeningen zijn gemaakt met behulp van het rekenmodel Aerius (http://www.aerius.nl). Het perceel is gelegen in het buitengebied van Arnhem. Het perceel ligt op circa 1,3 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Andere beschermde gebieden liggen op grotere afstand. Aanlegfase De berekening voor de aanlegfase is opgenomen als bijlage 1. De uitgangspunten, aan de hand waarvan de invoergegevens voor de berekening zijn bepaald, zijn opgenomen als bijlage 2. Deze uitgangspunten zijn gebaseerd op ervaringscijfers, de kengetallen die binnen het rekenmodel worden gehanteerd en de inschattingen van de opdrachtgever. Uit de berekening blijkt dat de aanlegfase niet leidt tot een toename van stikstofdepositie. Uit de berekening volgen geen toenames die hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jaar. Gebruiksfase Tijdens de gebruiksfase treedt stikstofdepositie alleen op door de verkeersbewegingen van en naar de woning.
Aan de hand van CROW-publicatie 381 is een inschatting van de te verwachten verkeersgeneratie te maken. Dit plan voorziet in een vrijstaande woning. Hiervoor geldt het kengetal van 8,6 verkeersbewegingen per woning per etmaal. De totale, te verwachten, verkeersgeneratie komt daarmee neer op afgerond 9 verkeersbewegingen per etmaal. Er is vanuit gegaan dat deze verkeersbewegingen evenredig verdeeld worden richting het oosten en westen en na 80 meter worden opgenomen in het heersende verkeersbeeld. De berekening voor de gebruiksfase is opgenomen als bijlage 3. Uit de berekening blijkt dat de gebruiksfase niet leidt tot een relevante toename van stikstofdepositie. Uit de berekeningen volgen geen toenames die hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jaar. Conclusie Gezien het resultaat van de met Aerius uitgevoerde berekeningen, zijn geen negatieve effecten aan de orde door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het project is niet vergunningplichtig op grond van de Wet natuurbescherming (onderdeel gebiedsbescherming). 1
Bijlage 1
Projectberekening
Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
Projectberekening
₃
RbM8WKtjuURK (09 februari 2023)
ₓ
2/7
Projectberekening
₃
ₓ
RbM8WKtjuURK (09 februari 2023)
3/7
Projectberekening
RbM8WKtjuURK (09 februari 2023)
4/7
Projectberekening
RbM8WKtjuURK (09 februari 2023)
5/7
Projectberekening
ₓ ₃
ₓ ₃ ₓ ₃ ₓ ₃ ₓ ₃
ₓ ₂ ₃
ₓ ₂ ₃
RbM8WKtjuURK (09 februari 2023)
6/7
Projectberekening
RbM8WKtjuURK (09 februari 2023)
7/7
Bijlage 2
Rekenuitgangspunten aanlegfase Algemene gegevens Project: Nieuwbouw Drielse Rijndijk 107 in Arnhem Fase: Aanleg Opsteller: Teus' Advies, Dave Anbeek Versie: 1.0 Datum: 9 februari 2023 Algemene uitgangspunten aanlegfase > maximaal 1 jaar bouwtijd > 200 werkbare dagen per jaar > geen aggregraat nodig, netstroom op locatie aanwezig > verticaal transport op bouwplaats met elektrisch aangedreven kraan Werktuigen op bouwplaats Shovel voor sloop, bouwjaar > 2015 Shovel voor bouw, bouwjaar > 2015 Betonmixer, bouwjaar > 2015 Betonpomp, bouwjaar > 2015 Vrachtwagen (laden/lossen) Bouwverkeer Licht verkeer personeel Bestelbussen personeel Vrachtwagen
1 1 1 1 1
Werkdagen per jaar 6 4 2 2 50
Draaiuren per dag 6 6 4 4 0,25
Totaal aantal draaiuren 36 24 8 8 12,5
Aantal per werkdag 1 1 -
Aantal werkdagen 200 200 -
Totaal aantal transporten 200 200 50
Totaal aantal bewegingen 400 400 100
Aantal
Verbruik liter per uur 8 8 15 10 4
Liter totaal per jaar 288 192 120 80 50
AdBlue verbruik 17,28 11,52 7,2 4,8 3
Stageklasse IV IV IV IV IV
Bijlage 3
Projectberekening
Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
Projectberekening
₃
Rjvd4dmFkqqS (09 februari 2023)
ₓ
2/6
Projectberekening
₃
ₓ
Rjvd4dmFkqqS (09 februari 2023)
3/6
Projectberekening
Rjvd4dmFkqqS (09 februari 2023)
4/6
Projectberekening
Rjvd4dmFkqqS (09 februari 2023)
5/6
Projectberekening
ₓ ₂ ₃
ₓ ₂ ₃
Rjvd4dmFkqqS (09 februari 2023)
6/6
NOTITIE Betreft:
Onderbouwing versterkingsmaatregelen GO Drielse Rijndijk 107 in Arnhem
Opdrachtgever:
H.C.B. Vastgoed, de heer H. van den Brink
Opgesteld door:
Teus’ Advies, Dave Anbeek, dave@teusadvies.nl, 06-38907230
Versie/datum:
1.0 / 1 november 2023
Bijlagen:
-
Aanleiding Aan de Drielse Rijndijk 107 in Arnhem is een voormalig agrarisch bedrijf aanwezig. De eigenaar is voornemens de agrarische bedrijfsbebouwing te slopen en een nieuwe, vrijstaande woning te bouwen. De bestaande bedrijfswoning wordt omgevormd naar een reguliere woning. Op basis van de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland is een nieuwe ontwikkeling binnen de Groene ontwikkelingszone (GO) alleen mogelijk als de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen van de GO per saldo worden versterkt. Deze notitie gaat in op de vraag hoe het plan daaraan bijdraagt. Beleid Artikel 2.52 van de provinciale omgevingsverordening laat een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als blijkt dat de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen van de Groene ontwikkelingszone per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt en de samenhang niet verloren gaat. Om dit te toetsen, heeft de provincie een rekensysteem ontwikkeld waarmee de impact van de nieuwe ontwikkeling op de GO berekend kan worden, afgezet tegen de bestaande functie. Indien nodig kunnen dan versterkingsmaatregelen genomen worden om tot een positief saldo te komen. In dit rekensysteem wordt in tabel 1 eerst bepaald wat de verliesfactor aan natuur is, waaronder het verdwijnen van natuurvriendelijke oevers of een struweelhaag.
Vervolgens wordt in tabel 2 de impact van de ontwikkeling, afgezet tegen de bestaande functie, berekend. Tot slot kunnen in tabel 3 versterkingsmaatregelen genomen worden om, indien nodig, tot een positief saldo te komen. Situatie plangebied Voor de gewenste ontwikkeling is het rekensysteem van de provincie gebruikt. Hieronder wordt daarop een toelichting gegeven. Tabel 1 Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van tabel 1 weergeven. Voor het plan wordt 1 solitaire boom en 4 overige struiken/boomgewassen verwijderd. Totaal gaat dit om een verlies van 130 m2. Omgerekend zijn dat 39 verliespunten.
1
Tabel 2 In tabel 2 wordt de impact van de ontwikkeling bepaald. Het plan voorziet in de toevoeging van 1 nieuwe woning en een woonbestemming van 1.730 m2. Daarnaast verdwijnt er een agrarisch bouwperceel van 3.100 m2. Volgens de toelichting bij het rekensysteem moet dat worden ingevoerd als bedrijventerrein. Dit resulteert in een negatief impactsaldo van 376 punten.
Tabel 3 In tabel 3 is het mogelijk versterkingsmaatregelen toe te passen. In dit geval is dat niet nodig, omdat de ontwikkeling per saldo geen aantasting veroorzaakt op de Groene ontwikkelingszone. Toch worden, in het kader van een goede landschappelijke inpassing, landschapselementen toegevoegd. Het gaat om twee houtsingels en twee struweelhagen. Totaal zorgen die maatregelen voor 66 punten. Ook wordt nog een nestkast voor huismussen, een nestkast voor vleermuizen en een insectensteen toegepast. Omdat de oppervlakte daarvan nog niet bekend is, zijn deze maatregelen buiten beschouwing gelaten. In totaal komt het saldo neer op 402,8 versterkingspunten.
2
Conclusie De impact op GO, van het bestaande, agrarische bouwperceel is groter dan de komst van 1 nieuwe woning en de woonbestemming voor de bestaande bedrijfswoning. Daarmee vindt per saldo al een versterking plaats voor de GO. Met de nieuwe landschappelijke inpassing worden nieuwe landschapselementen toegevoegd, waarmee een verdere versterking plaatsvindt. Hiermee voldoet het plan aan artikel 2.52 uit de provinciale omgevingsverordening.
3
2023 Verkennend bodem- en asbestonderzoek
Drielse Rijndijk 107 te Arnhem
MM23010 Montferland Milieu B.V. 14-2-2023
Montferland Milieu B.V. Zeddamseweg 77 7041 CN ‘s-Heerenberg Tel: 0314-640414 info@montferlandmilieu.nl www.montferlandmilieu.nl
TITELBLAD
Projectnaam Projectnummer
Adres Postcode en plaats
Drielse Rijndijk 107 te Arnhem MM23010
Drielse Rijndijk 107 6846 AA Arnhem
Gemeente
Arnhem
Aanleiding
Bestemmingsplanwijziging
Versienummer
1
Status
Definitief
Datum
14 februari 2023
Plaats
‘s-Heerenberg
Opsteller
Montferland Milieu B.V. (HWI)
Autorisatie
Montferland Milieu B.V. (AEL)
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ...................................................................................................................................................... 3 1.1
Achtergrond .......................................................................................................................................... 3
1.2
Kwaliteit ................................................................................................................................................ 3
1.3
Betrouwbaarheid .................................................................................................................................. 3
1.4
Onafhankelijkheid ................................................................................................................................. 3
1.5
Leeswijzer ............................................................................................................................................. 3
2.
VOORONDERZOEK ......................................................................................................................................... 4 2.1
Geraadpleegde bronnen ....................................................................................................................... 4
2.2
Huidige en toekomstige situatie ........................................................................................................... 4
2.3
Historie ................................................................................................................................................. 5
2.4
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ........................................................................... 6
2.5
Asbest ................................................................................................................................................... 6
2.6
PFAS ...................................................................................................................................................... 6
2.7
Voorgaande onderzoeken .................................................................................................................... 7
2.8
Geohydrologie ...................................................................................................................................... 7
2.9
Locatie inspectie ................................................................................................................................... 8
2.10
Conclusie vooronderzoek ..................................................................................................................... 8
3.
HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET ............................................................................................................. 9 3.2
Verkennend bodemonderzoek ............................................................................................................. 9
3.2
Verkennend asbestonderzoek .............................................................................................................. 9
4.
RESULTATEN ................................................................................................................................................ 10 4.1
Uitvoering veldwerk............................................................................................................................ 10
4.3
Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses .................................................................... 11
4.4
Interpretatie analyseresultaten verkennend bodemonderzoek ........................................................ 12
4.5
Interpretatie analyseresultaten verkennend asbestonderzoek ......................................................... 13
5.
CONCLUSIE .................................................................................................................................................. 14 5.1
Algemeen ............................................................................................................................................ 14
5.2
Conclusie en aanbevelingen ............................................................................................................... 14
BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10 BIJLAGE 11 BIJLAGE 12 BIJLAGE 13 BIJLAGE 14
Topografische kaart Kadastrale kaart met gegevens Situatietekening met monsternamepunten Boorbeschrijvingen Analysecertificaten grond Analysecertificaten asbest Analysecertificaten grondwater Toetsingstabellen Projectfoto's Informatie vooronderzoek Onafhankelijkheidsverklaring Toegepaste normen Toelichting toetsingskader Verklarende woordenlijst
1.
INLEIDING
1.1 Achtergrond In opdracht van de initiatiefnemer heeft Montferland Milieu B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek verricht aan de Drielse Rijndijk 107 te Arnhem (gemeente Arnhem). Het bodem- en asbestonderzoek is uitgevoerd in het kader van een voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Het onderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of er een gronden/of grondwaterverontreiniging aanwezig is en welke mogelijk een belemmering kan vormen. 1.2 Kwaliteit De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Montferland Milieu B.V. conform de beoordelingsrichtlijn BRL-SIKB 2000. Montferland Milieu B.V. is gecertificeerd en erkend voor het uitvoeren van milieuhygiënisch bodemonderzoek conform deze beoordelingsrichtlijn. Het toepassingsgebied van dit certificaat betreft de BRLSIKB protocollen 2001 (plaatsen handboringen en peilbuizen, nemen grondmonsters), 2002 (nemen van grondwatermonsters) en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming asbest in bodem). De grond- en grondwatermonsters zijn (voor)behandeld door middel van de AS3000-methode in het door de Raad voor Accreditatie erkende laboratorium Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Montferland Milieu B.V. werkt volgens een kwaliteitssysteem, zoals beschreven in het kwaliteitshandboek. Ons kwaliteitssysteem is gecertificeerd volgens de kwaliteitsborgingsnormen van de NEN-EN-ISO 9001:2015.