CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Adviesrapport ‘Arnhem, creatieve stad van verbinding’ van Blueyard (5 augustus 2024)

Politieke Avond 17 december 2025, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Uitgangspuntennota Cultuurbeleid 2025 – 2028 ‘Standplaats Arnhem’12.678 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

22

geheel. Daarbij is denken in ketens (opleiding, talentontwikkeling, maken/produceren, presenteren, publiek werven en betrekken) een belangrijk hulpmiddel. Bij wijze van voorbeeld: een instelling met presentatie als kerntaak moet zich realiseren dat opleiding, talentontwikkeling en maken/produceren noodzakelijke voorwaarden zijn om sowieso iets te kunnen presenteren, maar dit ook faciliteren. Ook is het van vitaal belang dat zij actief werven en (nieuwe) publieksgroepen betrekken als noodzakelijke investering in de toekomst.

Elke instelling maakt hierin zijn eigen afweging en verantwoord dit middels een gedegen onderbouwing.

De ambities:

Daarbij kwamen vanuit de diverse gesprekken de volgende prioriteiten naar voren: § Veranker cultuur in de wijken;

§ Blijf investeren in een sterke culturele infrastructuur en zorg daarbij voor samenhang en samenwerking binnen de ketens;

§ Investeer op grond van de nu bestaande achterstand extra in beeldende kunst, in het bijzonder door meer presentatieplekken te creëren;

§ Geef de huidige instellingen in de Basis en vervolgens ook andere meerjarig gefinancierde instellingen expliciet de opdracht de verbinding aan te gaan met andere organisaties in de keten en koppel hier vooraf geformuleerde doelstellingen aan, met name gericht op impact;

§ Overweeg om bij het uitblijven van extra middelen het budget voor de Basis te verlagen en dat voor andere meerjarige subsidies, projectsubsidies, startsubsidies en subsidies voor samenwerking met andere domein te verhogen;

§ Neem in het subsidiehuis belemmeringen weg voor doorgroei in de keten;

§ Baseer een subsidiestelsel op functies in plaats van op instellingen. Bouwsteen 3: De Codes vanzelfsprekend Integrale toepassing van de Codes (Cultural Governance, Diversiteit & Inclusie en Fair Practice/Fair Pay) zou eind 2028 gerealiseerd moeten zijn. Toch nemen wij het hier zonder verdere uitwerking opnieuw op, omdat toepassing van de Codes ook na 2029 onderdeel zou moeten blijven van het cultuurbeleid. Hierin moet ruimte gegeven worden voor afwegingen, bijvoorbeeld tussen aanbod versus arbeidsvoorwaarden.

Thema 2: Stad van Verbinding In de aanbevelingen voor de periode 2025-2028 hebben wij een aantal pilots benoemd, waarbinnen met de praktijk van verbinden ervaring kan worden opgedaan. Vanaf 2029 zou de verbinding met andere domeinen structureel onderdeel moeten zijn van het cultuurbeleid.

§ Verbreed de participatie, onder meer door permanent te investeren in cultuureducatie en -participatie. Daarmee wordt geïnvesteerd in de brede basis van de amateurkunsten;

§ Versterk de cultuurregio en geef die een herkenbaar gezicht. Bouwsteen 4: Cultuur verankerd in de wijken

Net als in de meeste andere steden concentreert het (gesubsidieerde) cultuuraanbod zich in Arnhem vooral in en rond het centrum. Dat aanbod is in beginsel toegankelijk voor alle inwoners, maar in de praktijk maakt een grote groep bewoners van buiten het centrum gelegen wijken er weinig gebruik van. Tegelijkertijd is er in de wijken vaak sprake van ‘eigen’ culturele activiteiten die vaak op het grensvlak liggen van amateur, self-made en professioneel en anders van karakter zijn dan de klassieke disciplines. Vandaar ook het eerdere advies om het cultuurbegrip te verbreden. Een tweede kenmerk van die ‘wijkcultuur’ is dat het in veel gevallen vooral ook om ontmoeting gaat. De ambities:

§ Ontwikkel vanuit cultuur, maar nadrukkelijk in samenwerking (en cofinanciering!) met onderwijs, welzijn, wonen en andere relevante domeinen, een verbindingsregeling en/of programma, gericht op meerjarige samenwerking tussen cultuur en wijken;

§ Draag zorg voor de beschikbaarheid van infrastructuur per wijk, die ruimte en goede faciliteiten biedt voor ontmoeting, voor eigen Subsidiebestel Arnhem – Analyse en bouwstenen

23

culturele initiatieven vanuit de wijk en voor ‘stedelijke’ culturele programma’s;

§ Investeer in ‘brede broedplaatsen’ die gevestigd zijn in wijken en waarbinnen makers actief zijn die in hun (artistieke) werk nadrukkelijk zoeken naar verbinding;

§ Stimuleer waar mogelijk en zinvol dat bestaande en nieuwe culturele initiatieven en organisaties zich vestigen buiten het centrum en vanuit hun nieuwe locatie een actieve band ontwikkelen met de buurt;

§ Vraag van grote instellingen (de Basis) dat zij actief en zichtbaar zijn in wijken. Overweeg zo nodig om een gedeelte van het budget voor de Basis af te zonderen en naar rato te korten op de instellingen in de Basis, waarbij die instellingen gelegenheid krijgen om vanuit het afgezonderde budget projectaanvragen in te dienen die expliciet gaan over het versterken van de verbinding met de stad.

Bouwsteen 5: Brede publieksparticipatie

De meeste culturele instellingen maken werk van diversiteit en inclusie. Toch worden nog lang niet alle inwoners van de stad bereikt. Binnen- en buitenschoolse cultuureducatie is een basisvoorwaarde om dat op termijn te verbeteren. Tegelijkertijd mogen van gesubsidieerde instellingen ook nu al (extra) inspanningen op dit gebied worden verwacht.

Bouwsteen 6: Sterke cultuurregio Er ligt een kans om met 800 jaar Arnhem en Nijmegen als mogelijke kandidaat culturele hoofdstad in het verschiet de cultuurregio 025 nieuwe energie in te blazen, stevig te wortelen en toekomstbestendig te maken. Juist door cultuur te verbinden met thema’s als duurzaamheid, klimaat, energietransitie, natuur en de verbinding tussen stedelijk en landelijk leven. De ambities: § Maak bestuurlijke afspraken met Nijmegen over de ontwikkeling van een sterke cultuurregio aansluitend bij de uitgangspunten van het stelseladvies van de Raad voor Cultuur, ‘Toegang tot Cultuur’, bij voorkeur gerelateerd aan de Groene metropoolregio;

§ Gebruik de viering van Arnhem 800 jaar en de mogelijke kandidatuur van Nijmegen als Europese Culturele Hoofdstad om het profiel van de metropoolregio (inter)nationaal bekend te maken;

§ Ontwikkel de huidige evenementenregeling zo mogelijk intergemeentelijk met Nijmegen tot een regeling voor evenementen en festivals die bijdragen aan het gewenste profiel van de metropoolregio om zo Arnhem en de regio steviger op de kaart te zetten.

De ambities: § Blijf investeren in binnen- en buitenschoolse cultuureducatie en zoek daarbij aansluiting met nieuwe makers en genres in de wijken (bv urban);

§ Stimuleer programma’s en projecten waarin doelgroepen (communities) actief worden betrokken;

§ Vraag van instellingen in het kader van de code diversiteit en inclusie concrete en meetbare doelstellingen te formuleren in het kader van verbreding van het publieksbereik;

§ Geef bij de toekenning van subsidies prioriteit aan projecten en

programma’s die specifiek gericht zijn op het bereiken van nieuwe doelgroepen).

Subsidiebestel Arnhem – Analyse en bouwstenen

24

Subsidiehuis na 2029 Vanuit de inhoud van de zes bouwstenen volgen ten slotte aanbevelingen voor de inrichting van het subsidiehuis vanaf 2029. Ook daarbij maken wij weer onderscheid tussen Stad van Cultuur en Stad van Verbinding.

Stad van Cultuur § Benoem in het meerjarenbeleid geen instellingen, maar functies die voortkomen uit de beleidskeuzes;

§ Richt het subsidiehuis zo in dat het de groei van en samenhang binnen ketens stimuleert; maak meer beweging en doorstroming mogelijk;

§ Geef bij de verdeling van het beschikbare budget prioriteit aan regelingen die (nieuwe) makers en artistiek experiment ondersteunen;

§ Vraag meerjarig gefinancierde instellingen samen te werken met lokale makers (professioneel en amateurs);

Stad van verbinding § Maak een domeinoverstijgend verbindingsloket, dat wordt bemenst door en gevoed uit bijdragen van cultuur, onderwijs, welzijn en andere relevante domeinen;

§ Laadt dat loket met regelingen of programma’s die in ieder geval gericht zijn op de verankering van cultuur in de wijken, op de versterking en verbreding van publieksparticipatie, op de verbinding van cultuur met welzijn en op bijzondere programma’s en projecten op het gebied van binnen- en buitenschoolse cultuureducatie;

§ Maak samen met economie een regeling en/of programma gericht op de versterking van cultureel/creatief ondernemerschap. Overweeg of de financiering van broedplaatsen onderdeel zou moeten zijn van zo’n regeling;

§ Laat de bestaande evenementenregelingen (subsidieregeling 1a en 1b) bij voorkeur opgaan in de hiervoor genoemde intergemeentelijke regeling met Nijmegen. Mocht dat niet lukken, maak er dan samen met economie een regeling van die meer dan nu gericht is op grootschalige (publieks)evenementen en festivals die bijdragen aan de profilering en positionering van Arnhem.

§ Behoud laagdrempelig toegankelijk subsidies voor beginnende makers (zoals nu de ‘stroomversneller’;

§ Kijk bij de vormgeving van het stelsel naar mogelijkheden om "de koek" te vergroten. Een stelsel dat aanvragen bij landelijke/provinciale/particuliere fondsen ondersteunt, helpt om meer cultuurgeld in Arnhem beschikbaar te krijgen;

§ Beperk het aantal begrotingssubsidies tot wettelijke taken (bibliotheek, erfgoed);

§ Vraag over alle meerjarige subsidies – dus inclusief de Basis - advies aan een onafhankelijke adviescommissie, die beoordeelt op artistieke kwaliteit, waarde/betekenis voor de stad, organisatie, financiën en de codes en die een integrale afweging kan maken over het geheel van het aanbod;

§ Maak de adviezen van deze commissie openbaar.

Subsidiebestel Arnhem – Analyse en bouwstenen

25

Subsidiebestel Arnhem – Analyse en bouwstenen

26

7. Slotopmerkingen Arnhem, creatieve stad van verbinding

De afgelopen maanden waren wij in de gelegenheid ons te verdiepen in het culturele veld in Arnhem en hebben we met velen uit dat veld kunnen spreken. Hier past ook een woord van dank aan iedereen die bereid was mee te werken. De rijkdom, breedte en diversiteit van het aanbod zien wij als een belangrijk kenmerk van het culturele veld in Arnhem. We zien echter ook dat samenwerking tussen partijen geen vanzelfsprekendheid is en beter kan. Er is geen sprake van onwil, maar er is meer regie nodig om structurele samenwerking van de grond te krijgen zodat de opbrengst meer wordt dan sec de som der delen. De gemeente kan die regie oppakken in beleid en door eisen te stellen in de subsidievoorwaarden.

Koester de basis Het culturele veld in Arnhem staat op een brede basis die begint bij cultuureducatie en -participatie en enthousiaste amateurkunstenaars en -verenigingen. Blijven investeren in, toegankelijk houden van en ruimte maken voor cultuureducatie, -participatie en amateurs is nodig om die basis in stand te houden. Slechten van financiële drempels (zeker als de BTW verhoogd wordt) en beschikbaar stellen van voldoende laagdrempelige plekken voor de breedtekunst moeten onderdeel van beleid zijn en blijven.

Doorstroming Arnhem heeft een mooi pallet aan subsidieregelingen die makers in verschillende stadia van ontwikkeling ondersteunen. Daarnaast is er de Arnhemse basis: gevestigde culturele instellingen die vanuit de begroting worden ondersteund. De maxima in de meerjarige regelingen belemmeren een deel van de makers bij hun doorontwikkeling en instellingen die begrotingssubsidie ontvangen worden te weinig beoordeeld op hun functie voor de gehele keten. Daarom adviseren wij het subsidiestelsel stap voor

stap aan te passen zodat daarin meer groei en doorstroming plaats kan vinden en er een integrale afweging voor het geheel kan plaatsvinden. Dat betekent echter ook dat er bij iedere meerjarige aanvraagronde winnaars en verliezers kunnen zijn. Hoe lastig dit ook kan zijn voor verliezers, voor het stelsel als geheel brengt het gezonde dynamiek.

Verbinding In de door ons bestudeerde beleidsdocumenten en in nagenoeg alle gevoerde gesprekken kwam de roep om verbinding terug; verbinding tussen culturele instellingen, verbinding met een breder publiek, meer verbinding met de wijken, verbinding met andere beleidsterreinen en verbinding in de cultuurregio. Dat zou dan ook de kern van beleid in de komende jaren moeten zijn: concreet vormgeven aan die verbindingen in beleid en de instrumenten die daarbij horen. Het Nationaal Programma Arnhem Oost kan daarbij een goede katalysator zijn.

Creatieve stad Met verschillende kunstvakopleidingen, creatieve ondernemers en makers afficheert Arnhem zich graag als creatieve stad. Toch staat Arnhem niet in de top tien van steden met de meeste creatieve banen. Ga voor die top tien! Maak daar een concrete ambitie van en maak samen met de kunstvakopleidingen een plan hoe Arnhem als stad aantrekkelijk kan zijn en blijven voor creatieve makers. Onderdeel van onze opdracht was te onderzoeken of er een noemer is waaronder Arnhem als cultuurstad te vangen zou zijn. Er is breed en divers aanbod, vaak van hoog niveau, maar onderscheidend is het niet. Ons lijkt het niet verstandig om bij de keuze voor zo'n profiel in te zetten op één of een paar kunstdisciplines. De in potentie sterkste kenmerken van Arnhem als cultuurstad zijn enerzijds dat Arnhem een stad is van makers, een creatieve stad en anderzijds dat die makers en de culturele instellingen in brede zin de verbinding zoeken, met elkaar, met de stad, met andere domeinen en met de wijken. Dat is misschien niet onderscheidend in de zin van uniek, maar juist de combinatie van die twee kan Arnhem de komende jaren wel onderscheidend maken. Bovendien zijn het richtinggevende keuzes en dat kan van een 'cultureel profiel' niet altijd worden gezegd.

Subsidiebestel Arnhem – Analyse en bouwstenen

27

DEEL IV: Bijlagen

In onderstaande tabel zijn per groep het gemiddelde aantal inwoners gegeven, en het cultuurbudget.

8. Vergelijking gemeenten Voor dit onderzoek zijn elf gemeenten gesproken over de inrichting van hun cultuurbestel. Hierbij is gekeken naar: de budgetten, de regelingen, de organisatie van adviescommissies, de inzet op cultuureducatie, de inzet van cultuurcoaches en de samenwerking met de domeinen onderwijs en sociaal. Het betreft een vergelijking op hoofdlijnen. De vergelijking is gedaan aan de hand van deskresearch, een factsheet per gemeente en een interview van een half uur, per gemeente. De resultaten zijn geanonimiseerd weergegeven in deze beknopte samenvatting. De uitkomsten zijn indicatief. Bijvoorbeeld omdat er verschillen zijn in hoe gemeenten hun cultuurbudget indelen. Bij de analyse van de resultaten zijn twee vergelijkingsgroepen van gemeenten gemaakt. Deze groepen zijn vooral samengesteld op basis van de inwonersaantallen van de verschillende gemeenten. Gemeenten zijn geselecteerd voor deelname op basis van de samenstelling van de bevolking, hun cultuurprofiel en met een spreiding over Nederland. In het eerste deel van dit onderzoek worden de resultaten als gemiddelde van deze groepen getoond. In het tweede deel wordt gekeken naar de bevindingen uit alle gemeenten samen en ligt de nadruk op overeenkomsten en verschillen op de onderwerpen van de analyse.

De volgende gemeenten zijn onderdeel van de vergelijking en ingedeeld bij Groep A of B: § Groep A: Arnhem, Den Bosch, Enschede, Groningen, Nijmegen en Tilburg. § Groep B: Alkmaar, Delft, Dordrecht, Leiden en Zwolle.

Aantal inwoners

Totaal cultuurbudget

Budget per inwoner

Groep A

190.000

€ 28,5 mln.

€150

Groep B

120.000

€ 16 mln.

€130

Totaal

160.000

€ 22,5 mln.

€140

* Bovenstaande getallen zijn afgerond en geven het gemiddelde van de gemeenten per groep. Deze resultaten tonen dat de gemeenten uit groep A gemiddeld meer aan cultuurbudget per inwoner besteden dan de gemeenten uit groep B. Er is hierbij een matig positief verband tussen deze variabelen. Met andere woorden dat gemeenten met meer inwoners ook een hoger cultuurbudget per inwoner hebben. Waarschijnlijk door meer of grotere culturele voorzieningen. Verdeling van het cultuurbudget Bij de verdeling van het cultuurbudget over verschillende culturele instellingen en projecten zien we bij meerjarige financiering het volgende: § Gemeenten besteden gemiddeld ongeveer 25% van hun totale cultuurbudget aan bibliotheken. De variatie tussen gemeenten is gedeeltelijk te verklaren door de verschillende taken van bibliotheken. § Het aandeel van de structurele subsidies (exclusief de bibliotheek) bedraagt gemiddeld 58% van het totale cultuurbudget. In de gemeenten uit groep A ligt dit aandeel hoger.

Subsidiebestel Arnhem – Analyse en bouwstenen

28

§ Het aandeel van de drie grootste structureel gefinancierde instellingen (exclusief de bibliotheek) bedraagt in beide groepen gemiddeld 39% van het totale cultuurbudget. § Er is een aanzienlijke variatie in het aantal cultuurinstellingen dat structureel wordt gefinancierd. Hoewel het gemiddelde voor beide groepen vergelijkbaar is, is de spreiding binnen beide groepen zeer groot. Bibliotheek

Structureel

Top 3

Aantal Bandbreedte structureel structureel

Groep A 25%

61%

39%

25

6-43

Groep B 27%

54%

39%

24

12-59

Totaal

58%

39%

25

6-59

26%

Begrotings- Meerjarige subsidie subsidies

Projectregelingen

Snelloket

Groep A

4 van de 6

5 van de 6

5 van de 6

5 van de 6

Groep B

4 van de 5

3 van de 5

6 van de 6

1 van de 5

* Bovenstaande percentages betreffen de omvang van deze post als deel van het gehele cultuurbudget. Uit de analyse van het budget voor projectsubsidies blijkt dat dit voor alle gemeenten rond de 4,0% van het totale cultuurbudget ligt. Het reële bedrag varieert echter aanzienlijk tussen de gemeenten uit groep A en B. Projectbudget

Budget per inwoner Aandeel projectbudget

Groep A

€ 910.000

€ 4,75

4,1%

Groep B

€ 365.000

€ 3,00

3,8%

Totaal

€ 690.000

€ 4,00

4,0%

* Bovenstaande percentage betreft de omvang van deze post als deel van het gehele cultuurbudget.

Subsidie instrumenten Er is gevraagd naar de volgende vier verschillende soorten subsidies: § Begrotingssubsidies: Instellingen die zijn opgenomen in de begroting en elk jaar worden gefinancierd, ontvangen begrotingssubsidies. Dit betreft vaak de BIS (basisinfrastructuur) instellingen en organisaties met een wettelijke taak. § Meerjarige subsidies: Deze regelingen gelden voor meerdere jaren, met een looptijd van 2, 4 of 8 jaar. Ze worden over het algemeen verstrekt aan professionele culturele instellingen. § Projectregelingen: Dit betreft alle regelingen die eenmalig zijn en een duur van minder dan een jaar hebben. Deze regelingen hebben meestal een lokale doelstelling en de projecten moeten bijdragen aan het culturele aanbod in de gemeente. § Snelloket (ook wel impuls) regelingen: Deze worden doorgaans binnen 4 weken beoordeeld en zijn bedoeld ter bevordering van het makersklimaat, amateurkunst, of participatie en inclusie. Er geldt een maximaal subsidiebedrag tussen €2500 en €9000. Opvallend is dat gemeenten uit groep B hier veel minder gebruik van maken. Uit de gesprekken blijkt dat een aantal gemeenten momenteel overstapt van een systeem met begrotingssubsidies naar meerjarige subsidies. Momenteel bestaan deze twee vormen vaak nog naast elkaar. Er zijn ook gemeenten die bewust voor alleen meerjarige subsidies kiezen.

Over de motivatie achter deze transitie worden drie belangrijke redenen genoemd: meerjarige regelingen bieden meer transparantie, geven de gemeenten meer grip op de doorstroming, en maken een onafhankelijke beoordeling door een adviescommissie mogelijk. Uit het overzicht van alle aan te vragen regelingen blijkt dat gemeenten op uiteenlopende manieren omgaan met de specificering hiervan. Deze regelingen kunnen worden onderverdeeld in de volgende veelvoorkomende categorieën:

§ Een regeling voor amateurkunst § Een regeling voor evenementen/producties Subsidiebestel Arnhem – Analyse en bouwstenen

29

§ Een regeling voor jongerencultuur (vaak (mede)gefinancierd vanuit § §

de SPUK) Een regeling voor inclusie/diversiteit Een (jonge) makers regeling.

De beoordeling van subsidieaanvragen Bij het beoordelen van subsidieaanvragen blijkt dat alle gemeenten gebruikmaken van een ambtelijke toets op een bepaalde groep aanvragen. Daarnaast maakt het merendeel van de gemeenten voor bepaalde regelingen gebruik van een adviescommissie. Welke regelingen door wie worden beoordeeld, hangt over het algemeen af van de hoogte van de aanvraag. De volgende tabel toont het percentage gemeenten dat gebruikmaakt van een adviescommissie, het aantal aanvragen dat de commissies in totaal verwerken, en of deze commissies adviseren over structurele en/of incidentele middelen. AdviesStructurele Incidentele Structurele & commissie middelen middelen incidentele

Aanvragen cie.

Groep A

6 van de 6

1

1

4

Ca. 50

Groep B

3 van de 5

0

2

1

Ca. 45

Het gebruik van onafhankelijke adviescommissies neemt duidelijk toe. In het merendeel van de gemeenten is dit een thema dat momenteel wordt ontwikkeld. Adviescommissies worden vooral ingezet in de volgende situaties: § Wanneer een budget voor projectsubsidies moet worden verdeeld in een aanvraagronde. Er zijn dan per jaar twee rondes waarin aanvragen kunnen worden ingediend. De commissie beoordeelt alle aanvragen binnen een bepaalde ronde. § Wanneer projectsubsidies met een relatief hoog subsidiebedrag worden verdeeld, bijvoorbeeld bij aanvragen hoger dan € 10.000. § Bij de beoordeling van aanvragen voor meerjarige subsidies, waarbij de aanvrager een ondernemingsplan ter beoordeling indient.

Deze commissies worden begeleid door de ambtelijke staf en in sommige gevallen door een toegewezen ambtenaren die aanvragen van voorbereidend commentaar voorzien. De commissies bestaan altijd uit onafhankelijke experts en komen voor in de volgende variaties: § Een vaste voorzitter met circa vier roulerende commissieleden. § Een vaste commissie die per kwartaal bijeenkomt om alle binnengekomen aanvragen te beoordelen. § Een vaste voorzitter en circa 15 commissieleden die op afroep beschikbaar zijn, waarbij een aanvraag door minimaal vijf commissieleden wordt beoordeeld. § Meerdere deelcommissies, bijvoorbeeld voor professionele initiatieven en voor amateurkunst. Cultuureducatie inzet en samenwerking Bijna alle deelnemende gemeenten investeren met eigen middelen in het programma Cultuureducatie met Kwaliteit, op een enkele uitzondering na. De organisatie en het bereik van cultuureducatie verschillen echter sterk per gemeente. Daarnaast maken vrijwel alle gemeenten gebruik van cultuurcoaches, vaak ondergebracht bij de uitvoeringsorganisatie voor cultuureducatie en participatie. Verschillende benamingen en rollen worden gehanteerd, zoals cultuurmakelaar, cultuurverbinder, of cultuurcoach. Een mogelijke richting van een verklaring ligt in de samenwerking met het beleidsdomein onderwijs.

Er is een variatie tussen de gemeenten in de samenwerking met de afdeling onderwijs, die incidenteel of intensief kan zijn. § Incidentele samenwerking: In sommige gemeenten is de samenwerking tussen cultuur en onderwijs beperkt tot minimale contacten of informele afstemming. Dit is vaak te wijten aan een gebrek aan capaciteit binnen de afdelingen of een lage prioriteit in het beleid. Interacties zijn ad-hoc en projectgebonden zonder structurele ondersteuning. De financiële bijdragen komen voornamelijk van de cultuurafdeling, met weinig tot geen substantiële steun vanuit

Subsidiebestel Arnhem – Analyse en bouwstenen

30

onderwijs. Dit leidt tot gefragmenteerde initiatieven die de potentiële voordelen niet volledig benutten. § Intensieve samenwerking: Andere gemeenten hebben een intensieve samenwerking tussen cultuur en onderwijs, vaak met formele mechanismen zoals stuurgroepen waarin beide sectoren overleggen, of een collega die betrokken is bij beide afdelingen. Deze samenwerking is soms thematisch, met gezamenlijk beleid en cofinanciering voor gezamenlijke doelen. Dit resulteert vaak in een hoge deelname van scholen en verbinding met programma’s zoals de verlengde schooldag, wat leidt tot meer cultuureducatie en een verrijkt onderwijsaanbod.

Toelichting Deze vergelijking is uitgevoerd als onderdeel van een drietal opdrachten van Blueyard voor gemeenten voor herziening van het bestel of de beleidsvisie. Deelnemende gemeenten aan de vergelijking krijgen deze samenvatting als dank voor hun medewerking. De vergelijking is uitgevoerd door Auke Damsma (projectassistent) en Jurriaan Rammeloo (senior adviseur). Meer informatie kunt u vinden op blueyard.nl

Ook de samenwerking met het sociaal domein varieert tussen gemeenten, waarbij er sprake kan zijn van incidentele of intensieve samenwerking. § Incidentele samenwerking: Enkele gemeenten melden beperkte tot geen formele samenwerkingsverbanden tussen cultuur en het sociaal domein. Interacties zijn projectgericht en afhankelijk van individuele initiatieven, met cultuur als financierende partij. Er is geen structurele financiering of strategie. Sommige gemeenten bevinden zich in een opbouwfase van samenwerking rond thema’s zoals ouderenbeleid of laaggeletterdheid. § Intensieve samenwerking: Sommige gemeenten hanteren een geïntegreerde aanpak van cultuur en het sociaal domein, ondersteund door teams of rollen die deze integratie bevorderen. Dit omvat specifieke programma's met gezamenlijke investeringen in projecten zoals armoedebeleid en cultuurinitiatieven die bijdragen aan sociaal welzijn. Voorbeelden zijn projecten die gezondheid bevorderen, zoals dansen voor valpreventie en choreografie voor weerbaarheid. Deze samenwerking wordt ondersteund door cofinanciering en steeds meer omarmd door het sociaal domein. Een risicofactor bij deze intensieve samenwerking is het stapelen van subsidievoorwaarden, wat het aanvraagproces complexer maakt.

Subsidiebestel Arnhem – Analyse en bouwstenen

31

9. Deelnemerslijst interviews § Gemeente Arnhem: Paul van Hoof, Ontwikkelbedrijf en Heleen Sauer, programmamanager Groeiende Stad.

§ Gemeente Arnhem: Monaïm Benrida, programmadirecteur Nationaal Programma Arnhem Oost

§ Cultuur Netwerk Arnhem: voorzitter Ralph Dassen (directeurbestuurder Focus Filmtheater) en Jenny Doest (directeur-bestuurder Rozet2)

§ Introdans: Marieke van ’t Hoff, zakelijk directeur-bestuurder § Museum Arnhem: Saskia Bak, directeur-bestuurder § Platform Beeldende Kunst Arnhem: Inge Pollet, directeur Plaatsmaken

§ Cultuur Academy: Esther Dikkers, directeur § ArtEZ University of the Arts, Sharon Gesthuizen, directeur Art & Design

§ Rijn IJssel: Jean Paul Verhofstad, directeur Creatieve Industrie § Gemeente Nijmegen: Natalie van den Dobbelsteen, strategisch adviseur Cultuur

§ Externe adviescommissie meerjarige regelingen Producties, Evenementen en Festivals: Nelly Voorhuis, voorzitter

§ Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen: Mariken Prüst, programmamanager Ontspannen Regio

§ Raad voor Cultuur: Kristel Baele, voorzitter

2 Rozet: wegens de rol die zij vervullen op het gebied van cultuureducatie

Subsidiebestel Arnhem – Analyse en bouwstenen

32

Keizersgracht 100-104 1015 CV Amsterdam, the Netherlands info@blueyard.nl www.blueyard.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=2f9b0862-7d1d-47df-a85e-3cba58dcc9ab