Bijlage 1 - Wmo-beleidsregels
Tekst van het document
Besluit van
10 december 2019
Zaaknummer
4157608
HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN ARNHEM; Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; Besluit vast te stellen de volgende
Beleidsregels Wmo gemeente Arnhem 2020
Hoofdstuk 1
Inleiding
In dit document, de Beleidsregels Wmo gemeente Arnhem 2020, staat hoe het college in de uitvoering van de Wmo 2015 omgaat met de bevoegdheden op grond van de wet, de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Arnhem en de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Arnhem. De reden voor het vaststellen van deze Beleidsregels is tweeledig. Allereerst is in de MJPB 2020-2023 opgenomen dat het college met maatregelen komt om meer sturing te geven op het sociaal domein. Dit mede om de inzet van de beschikbare middelen zo effectief mogelijk in te zetten voor de inwoners die dit het hardst nodig hebben. Hiervoor zijn beleidsregels ontwikkeld. In de beleidsregels wordt verduidelijkt wat onder passende, effectieve en efficiënte zorg wordt verstaan (doen wat nodig is). Daarnaast hebben de gemeenten in Centraal Gelderland besloten om nieuwe afspraken te maken met aanbieders van zorg. De nieuwe contracten zullen in werking treden per 1-7-2020. Uitgangspunten en afwegingskaders bij de in te zetten nieuwe producten zijn opgenomen in deze Beleidsregels. Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze Beleidsregels wordt een aantal wettelijke begrippen nader geduid en worden criteria benoemd die een rol spelen bij de afweging of een inwoner in aanmerking komt voor ondersteuning op grond van de Wmo 2015.
In hoofdstuk 3 wordt beschreven hoe de noodzaak tot het bieden van een maatwerkvoorziening samen met de inwoner wordt onderzocht. Hoofdstuk 4 beschrijft geeft handvatten voor de beoordeling of de maatschappelijke ondersteuning in de vorm van een persoonsgebonden budget verstrekt kan worden. Hoofdstuk 5 handelt over de kwaliteitseisen die worden gesteld aan maatwerkvoorzieningen. Hoofdstuk 6 regelt inwerkingtreding en citeertitel van deze beleidsregels. De Richtlijnen in de bijlagen bevatten de meer specifieke afwegingskaders die behoren bij de betreffende maatwerkvoorzieningen. Deze zijn aanvullend op het algemeen afwegingskader in hoofdstuk 2.
Hoofdstuk 2
Algemeen afwegingskader
Inleiding Deze Beleidsregels zijn een verdere uitwerking van de geldende verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Arnhem en de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Arnhem. De Wmo is een maatwerkwet. Dat houdt in dat op individueel niveau wordt vastgesteld of ondersteuning noodzakelijk is. Er bestaat geen categoriaal recht op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo zelf. Daarom staat in de Wmo een zorgvuldige toegangsprocedure tot de maatwerkvoorziening centraal. Het gaat erom dat een inwoner zicht krijgt op hetgeen hem gaat helpen om tot een duurzame oplossing van zijn vraag te komen. Hiertoe verkent de inwoner samen met het wijkteam zijn ondersteuningsvraag, zijn behoeften en de noodzakelijke resultaten en ook wat hij op eigen kracht, met mantelzorg of hulp uit het sociaal netwerk dan wel door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten kan doen om zijn zelfredzaamheid en participatie te handhaven of te verbeteren. In aanvulling hierop wordt gekeken of een algemene voorziening passend is of dat (ook) een maatwerkvoorziening nodig is. Het wettelijke kader en de Verordening leggen de kaders van de toegangsprocedure vast. Het resultaat van de procedure moet steeds zijn dat een passende bijdrage wordt geleverd aan zelfredzaamheid en participatie.
Individueel én objectief Als een inwoner aanspraak maakt op ondersteuning op grond van de Wmo zal dit verzoek gewogen worden. Het gaat daarbij om een individuele weging en de uitkomst kan daarom per inwoner verschillen. Hoewel de weging dus altijd individueel is, moet deze tegelijkertijd objectief zijn. Daarom worden altijd de volgende elementen op de hierna beschreven wijze betrokken bij de weging: 1. Eigen mogelijkheden / eigen kracht Niet iedere beperking leidt tot verminderde zelfredzaamheid of een participatieprobleem zoals bedoeld in de Wmo. En niet elke beperking van de zelfredzaamheid of participatie vraagt om overheidsondersteuning. Door eigen oplossingen in te zetten kan in veel gevallen een levenspatroon voortgezet worden dat als aanvaardbaar gezien kan worden. Dat zou anders kunnen zijn wanneer de beperkingen leiden tot een participatieprobleem dat niet met eigen oplossingen of hulp van anderen kan worden opgelost. Om te kunnen bepalen of en welke ondersteuning nodig is, is zorgvuldig onderzoek noodzakelijk. Dat onderzoek richt zich eerst op het geobjectiveerd vaststellen van beperkingen en het verlies van zelfredzaamheid en participatie dat hieruit voortkomt. Daarna wordt bekeken welke eigen mogelijkheden de inwoner heeft om de nodige hulp en ondersteuning hierbij te krijgen.
Onder eigen mogelijkheden wordt onder meer verstaan dat gebruik gemaakt wordt van voorliggende voorzieningen zoals de Zorgverzekeringswet (basis- en aanvullende verzekering) of voorzieningen via het UWV (Zie ook: 8. Afstemmen op andere voorzieningen). Dat rekening gehouden wordt met datgene wat de inwoner op eigen kracht kan doen ter bevordering van zijn zelfredzaamheid en participatie, impliceert ook dat soms consequenties van eigen keuzes voor eigen rekening van de inwoner blijven. 2. Algemeen gebruikelijke voorzieningen Eigen kracht kan ook betekenen zelf betalen. Soms kan een ondersteuningsvraag worden opgelost met het aanschaffen van een algemeen gebruikelijke voorziening. Een algemeen gebruikelijke voorziening is een voorziening die - normaal in de handel verkrijgbaar is,
- ook door mensen zonder beperkingen wordt aangeschaft en gebruikt of - die niet aanzienlijk duurder is dan voorzieningen met vergelijkbare functies. Dit betekent dat indien de inwoner vraagt om een voorziening die voor een persoon zonder beperkingen in een financieel vergelijkbare positie (waarbij behalve naar het inkomen ook wordt gekeken naar zorguitgaven) tot het normale aanschaffingspatroon behoort, hij deze zelf moet bekostigen. Het verstrekken van dergelijke voorzieningen op grond van de Wmo is dan niet redelijk en strookt niet met de doelstelling van de wet. Het betekent ook dat diensten die iemand zelf al adequaat sinds geruime tijd betrekt om de beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en participatie te verminderen of weg te nemen en die overlappen met de gevraagde maatwerkvoorziening, niet hoeven te worden verstrekt. Als bijvoorbeeld iemand al jaren een eigen hulp heeft dan kan de particuliere hulp als algemeen gebruikelijk worden beschouwd. Een dergelijke beslissing moet heroverwogen worden als de inwoner stopt met het betrekken van de diensten, bijvoorbeeld vanwege het ontbreken van financiële draagkracht. Wat algemeen gebruikelijk is wordt beïnvloed door maatschappelijke ontwikkelingen, die aan verandering onderhevig zijn.
Voorbeelden van een algemeen gebruikelijke voorziening zijn een e-bike, tandem, openbaar vervoer, thermostatische kranen en het lid zijn van een vereniging of club. In individuele gevallen kan een voorziening die op zichzelf als algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd, vanwege omstandigheden van de persoon toch niet algemeen gebruikelijk zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om een plotseling optredende beperking waardoor algemeen gebruikelijke voorzieningen eerder dan normaal moeten worden vervangen of moeten worden aangepast. 3. Algemene voorzieningen Algemene voorzieningen zijn laagdrempelig toegankelijk. In de stad is een gevarieerd aanbod aan voorzieningen aanwezig. Met de activiteit of ondersteuning die via deze algemene voorzieningen wordt geboden kan een individuele inwoner (een deel van) zijn participatieproblemen verminderen of zijn zelfredzaamheid verhogen. In deze gevallen is het niet noodzakelijk een maatwerkvoorziening in te zetten of kan volstaan worden met een aanvulling op de algemene voorziening. Er zal altijd op individueel niveau onderzocht worden of de inwoner met de algemene voorziening voldoende resultaat kan behalen. 4. Aanvaardbaar niveau Het streven is om de inwoner op het niveau van participatie en zelfredzaamheid te brengen dat bij zijn situatie past.
Daarbij zijn van belang de situatie van de inwoner voordat hij getroffen werd door zijn beperkingen, alsmede de situatie van personen in vergelijkbare omstandigheden en in dezelfde leeftijdscategorie die geen beperkingen hebben. Aanvaardbaar wil aan de andere kant zeggen, dat de inwoner zich er soms bij neer moet leggen dat er belemmeringen blijven, of dat hij zich enige beperkingen zal moeten getroosten. De ondersteuning beperkt zich in die zin tot wat noodzakelijk is in het licht van zelfredzaamheid en participatie, en breidt zich niet uit tot wat de inwoner noodzakelijk vindt in het kader van smaak. Het betekent ook niet per definitie dat hij alle hobby’s moet kunnen uitoefenen die hij voorheen uitoefende. 5. Financiële mogelijkheden De wet staat niet toe dat slechts op basis van inkomen ondersteuning wordt verleend of geweigerd. Tegelijkertijd biedt het beschikken over financiële middelen de mogelijkheid in eigen oplossingen te voorzien. Het college mag hierop een beroep doen in het gesprek met de burger.
6. Gebruikelijke hulp Gebruikelijke hulp is hulp die verwacht wordt van huisgenoten en die “normaal” wordt geacht in de relatie tussen huisgenoten. Het is de normale, dagelijkse hulp die partners of ouders, inwonende kinderen of andere volwassen huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid samen een huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden en voor elkaar. Ondersteuning wordt in de volgende gevallen als gebruikelijke hulp beschouwd: 1. In kortdurende situaties (maximaal 3 maanden): als uitzicht op herstel (van de zelfredzaamheid) dusdanig is dat ondersteuning daarna niet meer nodig zal zijn. 2. In langdurige situaties: - bij normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer (bezoek familie/vrienden, bezoek arts, brengen en halen van kinderen naar school, sport of clubjes, etc.); - hulp bij overnemen van alle taken die bij een huishouden behoren zoals de thuisadministratie, het schoonhouden van het huis, et cetera; - het leren omgaan van derden (familie/vrienden/leerkracht etc.) met de inwoner; - ouderlijk toezicht op kinderen, de aard en mate hiervan is afhankelijk van de leeftijd van het kind. Deze afbakening is overgenomen van het CIZProtocol gebruikelijke zorg uit 2015.
In individuele gevallen kan het voorkomen dat een huisgenoot of partner geen gebruikelijke hulp kan leveren omdat deze zodanige gezondheidsproblemen heeft of zodanige overbelasting dreigt dat redelijkerwijs kan worden geconcludeerd dat de betreffende taken niet uitgevoerd kunnen worden. Het is aan de inwoner en de betreffende leden van het huishouden om dit te onderbouwen met objectieve en relevante gegevens. Deze onderbouwing kan betrokken worden bij de weging of een maatwerkvoorziening noodzakelijk is. Wanneer de partner of huisgenoot gezondheidsproblemen en beperkingen heeft of door de combinatie van een (volledige) werkkring of opleiding en het voeren van het huishouden overbelast dreigt te raken, zullen de (medische) gegevens ter onderbouwing daarvan door de inwoner moeten worden aangeleverd. De gemeente moet daar een geobjectiveerd oordeel over kunnen vormen. Wanneer de dreigende overbelasting wordt veroorzaakt door een combinatie van werk en gebruikelijke hulp en andere activiteiten dan werk en huishouden, gaan werk en gebruikelijke hulp voor. Het beoefenen van vrijetijdsbesteding kan op zich geen reden zijn om alsnog een maatwerkvoorziening toe te kennen voor taken die in redelijkheid overgenomen kunnen worden door huisgenoten in het kader van gebruikelijke hulp.
In geval de leden van een leefeenheid overbelast dreigen te raken door de combinatie van werk en verzorging van de zieke partner/huisgenoot, gaat het aanvragen van persoonlijke verzorging via de Zorgverzekeringswet voor op het eventueel bieden van een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo. Indien de enige huisgenoot van de inwoner vanwege zijn/haar werk fysiek niet aanwezig is, wordt dit betrokken bij de afweging of de gebruikelijke hulp daadwerkelijk geleverd kan worden. Hiermee kan alleen rekening worden gehouden, wanneer het om aaneengesloten perioden van ten minste zeven etmalen gaat. De afwezigheid van de huisgenoot moet een verplichtend karakter hebben en inherent zijn aan diens werk, denk hierbij aan offshore werk, internationaal vrachtverkeer en werk in het buitenland. Wanneer de enige huisgenoot een aaneengesloten periode van ten minste zeven etmalen van huis is, is er in die periode feitelijk sprake van een éénpersoonshuishouden en kan er geen gebruikelijke hulp worden geleverd.
In geval de inwoner een zeer korte, bekende levensverwachting heeft kan, ter ontlasting van de leefeenheid van de inwoner, afgewogen worden of taken die redelijkerwijs onder de gebruikelijke hulp vallen toch in aanmerking kunnen komen voor een maatwerkvoorziening. 7. Ondersteuning door mantelzorgers en vrijwilligers Wanneer verminderde zelfredzaamheid of een participatieprobleem (gedeeltelijk) kan worden opgelost door een mantelzorger of vrijwilliger, kan aanvullend daarop een algemene of maatwerkvoorziening nodig zijn. Indien noodzakelijk wordt bij het bepalen van de meest passende ondersteuningsvorm rekening gehouden met de belangen van de mantelzorger of vrijwilliger. 8. Afstemmen op andere voorzieningen Dit zijn (wettelijke) voorzieningen waar eerst een beroep op kan worden gedaan alvorens een maatwerkvoorziening wordt overwogen: • Voorliggend op de Wmo is een voorziening/dienst op grond van een andere wettelijke regeling, zoals de Zorgverzekeringswet (Zvw) of via het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen (UWV). Indien dit het geval is, zal er op grond van de Wmo geen voorziening worden verstrekt. • Onderwijs: begeleiding van kinderen met problemen is de verantwoordelijkheid van school en de ouders. Tevens zijn er mogelijkheden vanuit de Wet passend onderwijs. Daarnaast kan een beroep gedaan worden op de Jeugdwet.
• Arbeidsvoorzieningen: op grond van de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen(WIA), de Wajong en de Participatiewet zijn er mogelijkheden voor aangepast werk. • Hoewel de Wet langdurige zorg (Wlz) formeel niet als een voorliggende voorziening kan worden beschouwd kan ondersteuning via de Wmo geweigerd worden als een inwoner aanspraak heeft op ondersteuning op grond van de Wlz of er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de inwoner hierop aanspraak kan maken en dit weigert te onderzoeken. 9. Goedkoopst adequate voorziening Indien een voorziening moet worden ingezet, wordt gekeken naar de inzet van algemene voorzieningen. Zijn deze niet aanwezig of bieden ze geen of onvoldoende oplossing, dan kan (aanvullend daarop) een maatwerkvoorziening worden ingezet. Bij een maatwerkvoorziening wordt gekozen voor de goedkoopst adequate voorziening. Er zijn vaak meerdere geschikte oplossingen, maar er wordt gekozen voor de oplossing die naar objectieve maatstaven de goedkoopste is. Indien de inwoner een duurdere voorziening wil (die eveneens adequaat is) komen de meerkosten voor rekening van de inwoner. 10. Langdurig noodzakelijk Bij het bepalen van de goedkoopst adequate voorziening, wordt rekening gehouden met de (te verwachten) gebruiksduur en intensiteit van het gebruik.
Bij kortdurend of incidenteel gebruik, kan een groter beroep op eigen mogelijkheden of de inzet van voorliggende of algemene voorzieningen worden gedaan. Uiteraard wordt hierbij rekening gehouden met de feitelijke aanwezigheid van eigen mogelijkheden, voorliggende of algemene voorzieningen. 11. Voorzienbaarheid In situaties dat een inwoner zijn hulpvraag redelijkerwijs van tevoren had kunnen voorzien en zelf actie had kunnen ondernemen om te voorkomen dat deze hulpvraag zou ontstaan, kan besloten worden een
aanvraag voor een voorziening af te wijzen. Van inwoners wordt namelijk verwacht dat zij zelf of samen met het eigen netwerk oplossingen zoeken voor ervaren of toekomstig redelijkerwijs te verwachten belemmeringen. Zo ook wordt verwacht dat zij bij het doen van een aanschaf of bij een verhuizing rekening houden met de al aanwezige beperkingen en de redelijkerwijs te verwachten ontwikkeling hiervan. De mogelijkheid een aanvraag af te wijzen vanwege "voorzienbaarheid" van de hulpvraag gaat echter níet zo ver dat van een inwoner verwacht kan worden dat hij preventief maatregelen treft en investeringen doet die tot doel hebben te voorkomen dat toekomstige onzekere gebeurtenissen in zijn gezondheidstoestand als gevolg van het ouder worden leiden tot een beroep op deze wet. Indien een inwoner die naar een inadequate woning is verhuisd kan aantonen dat hij deze keuze heeft gemaakt omdat er geen reëel alternatief voorhanden was, dan zal hiermee rekening gehouden worden bij de afweging.
Hoofdstuk 3
Het toekennen van een maatwerkvoorziening
Na de melding wordt de inwoner uitgenodigd voor een keukentafelgesprek. Tijdens dat gesprek en de verdere gesprekken die eventueel nog volgen, wordt de inwoner door het wijkteam geholpen om zijn situatie in kaart te brengen en een analyse te maken, liefst in samenspraak met het netwerk van de inwoner. Er wordt integraal gekeken, dat wil zeggen dat alle aspecten van de situatie besproken en onderzocht worden en er gezocht wordt naar een samenhangende aanpak. Deze werkwijze leidt tot een plan, dat de inwoner in principe zelf, maar zo nodig samen met het wijkteam, opstelt. In dit plan staat welke resultaten noodzakelijk zijn om de beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie, dan wel de problemen die aanleiding zijn voor de behoefte aan beschermd wonen of opvang, op te lossen. Ook staat daar in wat de inwoner op eigen kracht, met mantelzorg of met hulp van zijn netwerk gaat doen om zijn zelfredzaamheid en participatie te handhaven of te verbeteren. In aansluiting hierop geeft de inwoner aan of hij gebruik wil maken van een algemene voorziening of (ook) aanspraak wil maken op een maatwerkvoorziening. In de weging of de maatwerkvoorziening kan worden toegekend worden de resultaten van bovenstaande verkenning meegenomen.
Stappenplan Wmo-onderzoek In navolging van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 21 maart 2018 moet uit de weging blijken dat het onderzoek in het kader van de Wmo 2015 heeft plaatsgevonden volgens het volgende "stappenplan". 1. Na een melding zal het college allereerst moeten vaststellen wat de hulpvraag is. 2. Vervolgens moet het college concreet vaststellen welke problemen zich voordoen bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving. 3. Als die problemen voldoende in kaart zijn gebracht kan het college vaststellen welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid of participatie. 4. Vervolgens dient het college te onderzoeken of en in hoeverre - de eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg of ondersteuning door anderen uit het sociale netwerk en - voorliggende (algemene) voorzieningen de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden. Slechts voor zover die mogelijkheden ontoereikend zijn dient het college een individuele maatwerkvoorziening te verlenen. 5. Daarbij is van belang dat als voor het onderzoek naar de nodige ondersteuning specifieke deskundigheid is vereist, een specifiek deskundig oordeel en advies niet mogen ontbreken.
In het algemene afwegingskader zoals beschreven in hoofdstuk 2 van deze Beleidsregels worden de bij stap 4 te onderzoeken aspecten nader geduid. De noodzaak tot het bieden van een maatwerkvoorziening wordt op bovenstaande wijze samen met de inwoner onderzocht en vastgelegd in het ondersteuningsplan (Mijn plan-Ons plan, MPOP). Maatwerkvoorzieningen Maatwerkvoorzieningen kennen verschillende verschijningsvormen, passend bij het resultaat dat behaald moet worden. Naast het algemene afwegingskader zoals beschreven in hoofdstuk 2 van deze Beleidsregels wordt bij de beoordeling van een aanvraag voor een maatwerkvoorziening het specifieke afwegingskader van de betreffende maatwerkvoorziening betrokken. Deze afwegingskaders zijn
beschikbaar in de vorm van de richtlijnen die onderdeel zijn van deze Beleidsregels en als bijlagen zijn bijgevoegd. Naast de richtlijnen maken wijkcoaches gebruik van professionele consultatie en winnen ze, indien noodzakelijk, advies in van experts. De aard, omvang, duur en eventuele andere specificaties van een maatwerkvoorziening worden daar waar nodig vastgesteld in overleg met aanbieders van aanvullende zorg/ maatwerkvoorzieningen en met professionals met expertise op het gebied van beperkingen en ziektebeelden van de klantgroep. Hierbij valt te denken aan expertise op het gebied van psychiatrische stoornissen, zintuiglijke beperkingen, niet aangeboren hersenletsel, fysieke beperkingen, dementie en gedragsproblemen, etc. Richtlijnen In de bijlagen zijn de volgende richtlijnen beschikbaar met meer informatie over maatwerkvoorzieningen en het specifieke afwegingskader dat daarbij gehanteerd wordt. Bijlage 1: Richtlijn Huishoudelijke ondersteuning Bijlage 2: Richtlijn Combi-ondersteuning thuis Bijlage 3: Richtlijn Begeleiding Bijlage 4: Richtlijn Groepsbegeleiding Bijlage 5: Richtlijn Activerend werk Bijlage 6: Richtlijn Beschermd wonen Bijlage 7: Richtlijn Woonvoorzieningen Bijlage 8: Richtlijn Vervoersvoorzieningen Bijlage 9: Richtlijn Rolstoelvoorzieningen
Hoofdstuk 4
Persoonsgebonden budget
Inleiding Een persoonsgebonden budget (pgb) draagt bij aan de mogelijkheden van de inwoner om regie te voeren over het eigen leven en kan een oplossing zijn bij ondersteuningsvormen die niet of onvoldoende geleverd worden door een instelling. PGB-beleid In de Uitgangspuntennotitie PGB Arnhem 2017, (zaaknummer: 2016-12-00159, documentnummer: 2016.0.061.046) door het college vastgesteld op 13 december 2016, is het gemeentelijk PGB-beleid uitgebreid beschreven. De Uitgangspuntennotitie maakt onderdeel uit van deze beleidsregels. De belangrijkste uitgangspunten hieruit zijn hieronder weergegeven:
Koppeling aan doelen De zelfredzaamheid van de inwoner staat altijd centraal. Deze leidt tot het stellen van doelen en het bepalen van een aanpak in het Mijn Plan / Ons Plan. Van daaruit beoordeelt en beslist de wijkcoach of een maatwerkvoorziening noodzakelijk is en tenslotte wordt de leveringsvorm (ZIN of PGB) bepaald. De ZIN of het PGB worden dus altijd gekoppeld aan de afgesproken doelen in Mijn Plan / Ons Plan. Ja mits Het PGB is in beginsel beschikbaar voor alle Arnhemmers die in aanmerking komen voor ondersteuning op grond van de Jeugdwet en/of Wmo 2015. Wel is het van belang dat Arnhemmers die een PGB willen een bewuste keuze maken en weten welke verantwoordelijkheden daarmee samenhangen. We noemen dit daarom een 'Ja, mits' beleid. (Zie hierboven onder het kopje PGB-toets). De "mitsen" betreffen niet alleen het beheren van het budget maar ook het aansturen van de hulp (regievoeren). Ook moet de geleverde zorg van voldoende kwaliteit zijn. De wijkcoach toetst of aan de voorwaarden is voldaan. Regie over PGB door vertegenwoordiger In het geval de inwoner zelf niet beschikt over de benodigde vaardigheden om de regie te voeren over het PGB, kan in een aantal situaties toch een PGB worden verstrekt. Zo kan bijvoorbeeld iemand uit het netwerk of een wettelijk vertegenwoordiger de regierol op zich nemen.
Ook in zo'n geval beoordeelt de wijkcoach op basis van de individuele situatie of een PGB toegekend kan worden. Daarbij gelden voor de beoordeling van de vertegenwoordiger vergelijkbare afwegingscriteria als bij beoordeling van een inwoner. Regie en zorgverlening in principe niet in één hand Een belangrijk punt ter overweging is dat geen sprake mag zijn van een onwenselijke vermenging van rollen. Het risico van regie over het pgb en zorgverlening in één hand is dat niet gewaarborgd is dat de belangen van de inwoner zullen prevaleren boven dat van de zorgverlener. Slechts in bepaalde goed gemotiveerde uitzonderingssituaties is het toegestaan dat het aansturen van de hulp en het uitvoeren van de ondersteuning door één en dezelfde persoon wordt gedaan. Waarom in dat geval sprake is van zo'n uitzonderingssituatie moet dan duidelijk blijken uit het zorg- en budgetplan dat voorligt. Bewindvoerder als vertegenwoordiger? Een ander specifiek aandachtspunt is de rol van een bewindvoerder. Bewindvoerders zijn wettelijk vertegenwoordigers die kunnen ondersteunen bij met name de financiële en administratieve kant van het PGB. In de praktijk blijkt dat er regelmatig situaties voorkomen waarbij inwoners zelf onvoldoende in staat zijn om regie te voeren over het PGB (zorginhoudelijk en financieel) en dat daarom een bewindvoerder wordt ingezet.
De bewindvoerder vervult veelal geen regierol op de inhoud en invulling
van de zorg. Daarom kiest de gemeente Arnhem ervoor om een bewindvoerder alleen toe te staan als deze zelf betrokken kan en wil zijn bij de regie op de zorginhoud (in afstemming met de inwoner). Of wanneer er naast een bewindvoerder een andere regievoerder op de zorginhoud is (inwoner zelf of iemand uit zijn netwerk of een mentor). Onder regie op de zorginhoud verstaan we: - Op de hoogte van de zorgbehoefte van de inwoner zoals ook vastgelegd in MijnPlan /OnsPlan; - Betrokken bij de inhoudelijke afspraken met zorgverleners over de inhoud van en momenten van ondersteuning; - Betrokken bij de evaluatie van de geboden ondersteuning door de aanbieder en inwoner. Wanneer hieraan niet wordt voldaan en de bewindvoerder 'slechts' de financiële en administratieve kant uitvoert, en er ook geen andere regievoerder op de zorginhoud is, is dit een grond om het verzoek tot een PGB af te wijzen. PGB voor ondersteuning uit sociaal netwerk Het is mogelijk om met een PGB ondersteuning of zorg in te kopen bij een persoon uit het sociale netwerk. Dit noemen we ook wel informele ondersteuning. Hiervoor gelden lagere tarieven. Betaling vanuit het PGB voor ondersteuning door het sociaal netwerk is slechts mogelijk als dit buiten datgene valt van wat redelijkerwijs van dit netwerk verwacht mag worden. Overbelasting dient daarbij voorkomen te worden. Wijkcoaches toetsen hierop.
Ook moet de ondersteuning van voldoende kwaliteit zijn (net zoals dat geldt voor de Zorg in natura). Andere niet-professionele zorgverleners (niet-bedrijfsmatig verleende hulp) Daarnaast kan een PGB ingezet worden voor andere niet-professionele zorgverleners, die niet direct uit het sociale netwerk komen. Net als voor informele ondersteuning geldt voor niet-professionele/niet bedrijfsmatig verleende hulp een ander - lager - PGB tarief dan voor professionele/bedrijfsmatig verleende hulp. Gezamenlijk ondersteuning inkopen Het is toegestaan dat meerdere budgethouders samen ondersteuning inkopen met het PGB. Dit gebeurt bijvoorbeeld in gezamenlijke woonprojecten of andere vormen van collectieve zorgverlening. Het zorgdoel, de aanvraag, afhandeling en verantwoording blijft wel individueel.
Hoofdstuk 5
Eisen aan de kwaliteit van maatwerkvoorzieningen
Inleiding Kwaliteitstoezicht draagt bij aan passende en kwalitatief goede ondersteuning. Met het oog daarop is met de nota Aanpak kwaliteit, toezicht en handhaving Wmo 2015 en Jeugdwet, door het college vastgesteld op 25 juni 2019 (zaaknummer 360223), het (regionaal ontwikkelde) gemeentelijk kwaliteitsbeleid met betrekking tot in te kopen zorg en ondersteuning in het kader van Wmo 2015 en Jeugdwet vastgesteld. De aanpak is erop gericht om de kwaliteitseisen aan aanbieders te verhogen en meer toetsbaar te maken. Dit biedt vervolgens ook mogelijkheden om intensiever te gaan toetsen of aanbieders voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen. Onderdeel van genoemde nota is het Afsprakenkader "Zicht op kwaliteit". Bijlage 2a van dit afsprakenkader is het Kwaliteitskader, wat de algemene kwaliteitseisen bevat die gesteld worden aan zowel Wmo– als Jeugdhulpaanbieders. Het Kwaliteitskader maakt onderdeel uit van deze beleidsregels. Het kwaliteitskader in het kort Het uitgangspunt van het kwaliteitskader is een gedeelde visie op de vraag wat goede zorg is voor mensen die voor een bepaalde periode hulp of ondersteuning nodig hebben. Aanbieders van zorg en ondersteuning en alle zorgverleners die door deze aanbieders worden ingezet op opdrachten, dienen over voldoende deskundigheid te beschikken op het gebied van de betreffende zorgen ondersteuningsvorm(en).
Dit geldt tevens voor de benodigde kennis van wet- en regelgeving die hierop van toepassing is. Het kwaliteitskader biedt een overzicht van de kwaliteitseisen die zo veel mogelijk concreet en toetsbaar zijn. Het preciseert aan welke kwaliteitseisen gecontracteerde aanbieders dienen te voldoen en het geeft duidelijkheid naar inwoners over wat zij mogen zij verwachten van de geboden zorg en ondersteuning. Bovendien helpt het organisaties en medewerkers die de zorg uitvoeren bij het voortdurend werken aan en sturen op kwaliteitsverbetering. De kwaliteitseisen zijn vertaald naar de contracten met aanbieders. Uiteraard gelden te allen tijde óók de productspecifieke eisen: deze zijn aanvullend op de eisen uit het kwaliteitskader.
Hoofdstuk 6
Slotbepalingen
Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking op 1 februari 2020, met uitzondering van de bijlagen 3 tot en met 6, welke in werking treden op 1 juli 2020. Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Wmo gemeente Arnhem 2020.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Arnhem in haar vergadering van 10 december 2019.
Het college van burgemeester en wethouders voornoemd, de secretaris,
de burgemeester,
Bijlage 1: Richtlijn huishoudelijke ondersteuning
1. Inleiding Huishoudelijke ondersteuning (HO) is bedoeld voor personen die thuis wonen met een vorm van beperking (conform de Wmo 2015). We kennen de algemene voorziening en de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning. De mate waarin een inwoner in staat is om te gaan met zijn beperking is bepalend voor de te bieden ondersteuning. Een belangrijke vraag hierbij is in welke mate de inwoner in staat is om eigen regie te voeren, nog leerbaar is in het aanleren van omgaan met zijn beperkingen. Daarnaast hebben ook andere aspecten invloed op de behoefte van de inwoner aan ondersteuning zoals de gezinssamenstelling, het eigen sociale netwerk, de woning en de financiële situatie. De algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning ( AV-HO) is voorliggend op de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning ( MVHO). Wanneer de inwoner in aanmerking komt voor de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning wordt door middel van het keukentafelgesprek door de wijkcoach geborgd dat de inwoner een maatwerkvoorziening krijgt, die optimaal is afgestemd op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden. 2. Uitgangspunten -
de algemene- en maatwerkvoorziening HO kan worden ingezet daar waar eigen kracht van inwoners en sociale netwerken niet afdoende zijn; de algemene voorziening HO is voorliggend op de maatwerkvoorziening HO; de gemeentelijke ondersteuning bij het voeren van een huishouden neemt de verantwoordelijkheid van de inwoner niet over, maar ondersteunt de inwoner om het resultaat te behalen.
3. Doel algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning (AV-HO) Het doel van de algemene voorziening is het bieden van ondersteuning aan volwassenen, die vanwege een beperking niet of onvoldoende in staat zijn op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit hun sociaal netwerk, een schoon en leefbaar huis te realiseren, de was te kunnen verzorgen en/of boodschappen te doen. Daarnaast komen onder bepaalde voorwaarden ook tijdelijk zieken en mantelzorgers ervoor in aanmerking, zie onder "Voor wie". AV-HO is bedoeld voor inwoners die in staat zijn zelf regie te voeren over hun huishouden en huishoudelijke taken. Met de geboden ondersteuning is de inwoner in staat langer zelfstandig thuis te wonen. De inzet van de AV-HO komt rechtstreeks tot stand tussen inwoner en de door de gemeente gecontracteerde aanbieders AV-HO. Aanbieder en inwoner bepalen gezamenlijk hoeveel uren worden ingezet (tot maximaal 2,5 uur per week per huishouden1), voor welke duur, voor welke activiteiten en met welke frequentie.
1
Samenhang uren algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning versus basisuren en aanvullende uren: De Algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning kent een bovengrens van maximaal 2,5 uur per week. Deze uren richten zich op het uitvoeren van het lichte -en zware schoonmaakwerk alsmede de wasverzorging en/of boodschappen verzorgen. Boodschappen verzorgen zit enkel nog in de algemene voorziening HO en valt niet onder de maatwerkvoorziening HO. Het maximale aantal uren per week AV-HO van 2,5 uur komt overeen met inzet basisuren maatwerkvoorziening HO alsmede wasverzorging en boodschappen doen. Wanneer de bovengrens van 2,5 uur per week niet meer volstaat, vanwege bijv. complexere problematiek of regieverlies, dan gaat dit via de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning.
4. Omschrijving algemene voorziening Huishoudelijke ondersteuning (AV-HO) De AV-HO kan bestaan uit het uitvoeren van: - lichte huishoudelijke taken: (bed opmaken, stoffen, afwassen, kamers opruimen, vuilniszak verwisselen) en zware huishoudelijke taken ( stofzuigen, schrobben/soppen van sanitair en keuken dweilen, bedden verschonen, opruimen huishoudelijk afval); - wasverzorging (wassen in wasmachine, drogen in droger of ophangen/afhalen). We gaan uit van de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner. Deze dient zoveel als mogelijk te zorgen voor strijkvrij wasgoed en/of; - boodschappen doen. 5. Voor wie De algemene voorziening HO is bedoeld voor de volgende doelgroepen: Zelfstandig wonende inwoners van 75 jaar of ouder of; per 1-7-2020: Zelfstandig wonende inwoners vanaf 18 jaar t/m 74 jaar, bij wie sprake is van zodanig fysieke beperkingen dat men langdurig niet in staat is het huishouden te doen en/of; Inwoners die tijdelijk ziek zijn en/of; Inwoners die transferzorg nodig hebben om vanuit een ziekenhuis naar huis te kunnen en/of; Inwoners die mantelzorg verlenen en die overbelast zijn of dreigen te worden. Bij verzilvering van het mantelzorgcompliment kan gekozen worden voor uren algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning. 6.
Doel maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning Het bieden van ondersteuning aan volwassenen, die vanwege zware en/of complexe problematiek niet of onvoldoende in staat zijn op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg, met hulp van andere personen uit hun sociale netwerk, of met de Algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning, een schoon en leefbaar huis te realiseren. Er is geen eigen regie over het huishouden, dan wel licht verminderde eigen regie. Met het bieden van ondersteuning is de inwoner in staat langer zelfstandig thuis te wonen. De aanbieder werkt met een ondersteuningsplan waarin de doelen en methodische aanpak worden gedefinieerd in lijn met het plan dat vanuit de wijkcoach is opgesteld. Aanbieder en wijkcoach evalueren periodiek de verdere aanpak, in ieder geval voor afloop van de toewijzing. De doelen en het in te zetten product worden altijd afgestemd en ingezet met de goedkeuring van de inwoner en/of de mantelzorger/familie. 7.
Omschrijving maatwerkvoorziening Huishoudelijke ondersteuning (MV-HO) De MV-HO is gericht op: activeren van de inwoner zodat zij een eigen huishouden kunnen ( blijven) voeren; aanleren van huishoudelijke taken; stimuleren van de zelfredzaamheid van de inwoner in de huishouding via instructie, advies en voorlichting; organiseren en structureren van de dagelijkse huishoudelijke taken en dagelijks leven; indien een inwoner geen eigen regie over het huishouden kan voeren, ondersteunen bij regie voeren; overname van huishoudelijke taken wanneer activeren en aanleren niet mogelijk zijn; De maatwerkvoorziening HO kan bestaan uit een of meerdere van de hieronder vermelde specifieke taken: Licht en zwaar huishoudelijk werk (in de woning);
-
-
-
-
De was verzorgen (wassen, ophangen, afhalen, vouwen, eventueel strijken en opbergen). We gaan uit van de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner. Deze dient zoveel als mogelijk te zorgen voor strijkvrij wasgoed; Het bereiden en klaarzetten van broodmaaltijden, het opwarmen van kant- en klaar maaltijden in de magnetron en in het geval van kinderen t/m 5 jaar kan dit ook betekenen het bereiden en klaarzetten van de volledige maaltijd (ook buiten reguliere werktijden). Het gedeeltelijk overnemen van de organisatie van het huishouden waaronder afstemming met aanwezige zorg (meervoudige problematiek); Het stimuleren van de zelfwerkzaamheid van de inwoner in diens huishouden via instructie, advies en voorlichting gericht op het huishouden; Het aanleren van werkzaamheden gericht op het huishouden waaronder ook het bereiden en klaarzetten van (brood) maaltijden en zelfverzorging (hieronder wordt verstaan het verzorgen van de inwoner, zijn gezinsleden en kinderen); De huishoudelijke ondersteuner heeft een actieve signalerende functie t.a.v. de gezondheidssituatie, de leefomstandigheden en de sociale omgeving van de inwoner.
8. Voor wie De maatwerkvoorziening HO is bedoeld voor inwoners vanaf 18 jaar die zelfstandig wonen en: bij wie sprake is van zodanig fysieke beperkingen dat men langdurig niet in staat is het huishouden te doen en niet zelf de regie kunnen voeren en ondersteuning/ sturing nodig hebben bij de uitvoering van huishoudelijke taken en een ondersteuningsbehoefte hebben waarvoor de Algemene voorziening HO niet toereikend is. 9. Afwegingskader maatwerkvoorziening Huishoudelijke ondersteuning Hulp bij het voeren van een huishouden wordt alleen geboden wanneer er geen andere oplossingen (zoals eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, vrijwilligershulp of de Algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning) zijn die problemen op dit leefgebied kunnen voorkomen of oplossen. Gemeentelijke ondersteuning bij het voeren van een huishouden neemt de verantwoordelijkheid van de inwoner niet over, maar helpt de inwoner om het resultaat te behalen. Activiteiten die door de inwoner zelf kunnen worden uitgevoerd, behoren tot de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner.
Voorbeelden van het benutten van de eigen mogelijkheden zijn: - deel van het huishouden wordt door de inwoner uitgevoerd en voor een andere deel wordt ondersteuning geboden; - bij de inrichting van de woning en de planning van huishoudelijke werkzaamheden dient de inwoner zoveel mogelijk medewerking te verlenen aan een zo efficiënt mogelijke ondersteuning (bijv. zo ver als mogelijk voorbereiden van de was, ergonomisch verantwoord inrichten van de woning). Uit de eigen verantwoordelijkheid vloeit ook voort dat geen rekening gehouden wordt met de gevolgen van keuzes waarop de inwoner zelf invloed heeft, bijvoorbeeld: - het type en de grootte van de woning zijn niet van invloed op de hoeveelheid te verstrekken hulp; - het hebben van huisdieren (niet zijnde hulphonden/-dieren) en de consequenties daarvan (extra vervuiling van het huis, verzorging van het dier) behoort tot eigen verantwoordelijkheid; - het onderhoud van de tuin wordt niet tot het huishouden gerekend.
Als na bovenstaande afweging ondersteuning bij het huishouden noodzakelijk blijkt, wordt de voorziening toegekend. De maatwerkvoorziening HO bestaat uit basisuren die, als dat noodzakelijk is, aangevuld worden met extra uren op maat. 10. Basisuren: 105 uren per jaar (2 uur per week) De basisuren worden altijd toegekend als betrokkene recht heeft op ondersteuning bij het huishouden. Met de basisuren kan het huis schoon gehouden worden op het door de gemeente gedefinieerde niveau van schoon: een schoon huis betekent dat iedereen gebruik moet kunnen maken van een schone woonkamer, als slaapvertrek in gebruik zijnde ruimtes, de keuken, sanitaire ruimtes en trap/gang. Het huis dient zodanig schoon te zijn dat het niet vervuilt en zo een algemeen aanvaard basisniveau van schoon houden wordt gerealiseerd. De taken die leiden tot een schoon en leefbaar huis, conform bovenstaande definitie is door experts vastgesteld en beschreven in het onafhankelijke en objectieve onderzoek, uitgevoerd door KPMG Plexus en Bureau HHM, juli 2016. Ten behoeve van het realiseren van een schoon huis worden 105 uur per jaar beschikbaar gesteld inde vorm van basisuren. Via het onafhankelijke en objectieve onderzoek is vastgesteld dat met dit aantal uren het resultaat schoon huis behaald kan worden. De basisuren HO richten zich op het uitvoeren van het lichte en zware schoonmaakwerk.
Denk aan het afnemen van stof, stofzuigen, reinigen van ramen (alleen binnenzijde), vloeren en sanitair en bedden verschonen. In de basisnorm is naast de activiteiten ook indirecte tijd gerekend voor aankomst en vertrek, het pakken van materialen en sociaal contact met de inwoner. Via de basisuren krijgt de inwoner de beschikking over 105 uren ondersteuning per jaar, die naar eigen inzicht ingezet kunnen worden voor het realiseren van het resultaat ‘schoon huis’. De inwoner kan deze uren verzilveren bij een aanbieder waarmee de gemeente een contract heeft afgesloten voor het leveren van huishoudelijke ondersteuning. 11. Aanvullende uren: op maat Wanneer als gevolg van objectiveerbare (medische) beperkingen de inwoner onvoldoende ondersteund wordt door de basisuren bij het realiseren van een schoon huis of als er een ander noodzakelijk resultaat behaald moet worden, kunnen er aanvullende uren ingezet worden. De grootte van het huis of het huishouden is, in het algemeen, geen aanleiding om aanvullende uren toe te kennen. Ook de aanwezigheid van dieren (uitgezonderd hulphonden e.d.) is geen aanleiding voor het toekennen van aanvullende uren. De gevolgen hiervan op de omvang van de schoonmaaktaak en het zoeken van oplossingen daarvoor behoort, in de eerste plaats, tot de eigen verantwoordelijkheid van de aanvrager. Aanvullende ondersteuning: A.
Een hoger niveau van hygiëne of schoonhouden realiseren Dat kan nodig zijn vanwege objectiveerbare medische/fysieke beperkingen als gevolg waarvan: - betrokkene niet tot enige huishoudelijke werkzaamheden in staat is (dit geldt alleen bij ernstige fysieke beperkingen) of - een meer dan gebruikelijke hygiëne noodzakelijk is, of - een snellere vervuiling van het huis plaatsvindt. Daarnaast kan de noodzaak van een hoger niveau van hygiëne of van schoonhouden ingegeven zijn door de aanwezigheid van kinderen onder de 13 jaar, wanneer dit leidt tot een snellere vervuiling van het huis.
Tot slot kunnen er andere noodzakelijke factoren zijn die buiten de beïnvloedingssfeer van de aanvrager liggen en meegewogen moeten worden. Voordat op deze grond aanvullende ondersteuning wordt toegekend wordt altijd eerst onderzocht of en in hoeverre de inwoner via de eigen mogelijkheden, het eigen netwerk en de eigen kracht in combinatie met de basisuren in staat is (een deel van) het noodzakelijke hoger niveau van hygiëne of schoonmaken te realiseren. B. Ondersteuning bij wasverzorging Ondersteuning ten behoeve van deze taken wordt geboden als een persoon een belemmering heeft bij het op orde en schoon houden van het linnen- en/of beddengoed en kleding. De verzorging van de was omvat het machinaal wassen, laten drogen, en opvouwen van kleding en linnenen beddengoed. Tot de verantwoordelijkheid van de inwoner behoort het beschikken over een wasmachine, wasdroger, strijkvrije kleding, beperken van extra zware was bijvoorbeeld door het gebruik van incontinentiemateriaal of anti-allergieproducten. C. Ondersteuning bij maaltijden Indien een persoon niet (meer) in staat is zelf of met hulp van de omgeving maaltijden te verzorgen en voorliggende voorzieningen niet of onvoldoende tot de noodzakelijke oplossing leiden, kan ondersteuning door de gemeente worden bezien.
Onder maaltijdverzorging wordt verstaan het verzorgen van de broodmaaltijd, koffie en thee zetten, warme maaltijd opwarmen. Uitgangspunt hierbij is: 1 keer per dag de broodmaaltijd bereiden en klaarzetten en 1 keer per dag een warme maaltijd opwarmen en/of klaarzetten. D. Ondersteuning bij organiseren van huishoudelijke taken Dit is mogelijk wanneer betrokkene niet tot zelfregie en planning van de werkzaamheden in staat is. Het overnemen van de regie over het huishouden kan noodzakelijk zijn als in redelijkheid niet meer van de inwoner verwacht kan worden dat hij zelfstandig beslissingen neemt (bijv. een terminale situatie) of als disfunctioneren dreigt. Dat kan zich uiten in vervuiling (van de woning of van kleding), verwaarlozing (eten en drinken) of ontreddering van zichzelf of van afhankelijke huisgenoten waardoor het functioneren in huis maar ook buitenshuis belemmerd wordt. Naast het overnemen van de huishoudelijke taken heeft de hulp, aansturende en regietaken. Daarbij geldt voor de hulp een verantwoordelijkheid bij het signaleren van ongewenste situaties of toenemende kwetsbaarheid bij betrokkene. Ook kan ondersteuning bestaan uit het helpen handhaven, verkrijgen of herkrijgen van structuur in het huishouden E. Thuis zorgen voor kinderen tot en met 5 jaar Het zorgen voor kinderen is een taak van ouder en/of verzorgers.
Dat geldt ook voor ouders die door beperkingen niet in staat zijn hun kinderen te verzorgen. Elke ouder is zelf verantwoordelijk voor de opvang en (het organiseren van de noodzakelijke) verzorging van zijn of haar kinderen. Ondersteuning is alleen mogelijk als ouders door acuut ontstane problemen een oplossing nodig hebben voor kinderen tot en met de leeftijd van 5 jaar en is per definitie tijdelijk (maximaal 3 maanden), in afwachting van een definitieve oplossing. De zorg voor kinderen omvat het wassen, douchen, aankleden, verschonen van luiers en het voeden van baby's. Het passen op kinderen valt niet onder deze ondersteuning.
Voor het individueel vaststellen van de benodigde aanvullende uren ondersteuning wordt gebruik gemaakt van onderstaande tabel: Richtlijn individuele weging, die is gebaseerd op het Protocol voor huishoudelijke hulp van het CIZ uit 2006. In deze tabel, die dient als richtlijn presenteren we categorieën en activiteiten en de daarbij behorende richttijden. Uitgangspunt is altijd dat de ondersteuning op de goedkoopste en meest efficiënte wijze vorm krijgt.
Richtlijn individuele weging extra aanvullende uren ondersteuning ( bovenop basisuren van 2 uur per week) Resultaat
Ondersteuning bij een hoger niveau van hygiëne of schoonhouden realiseren tgv fysieke beperkingen of tgv aanwezigheid van kinderen tot 13 jaar
Taken
Norm per week
Het gaat niet om een limitatieve lijst
De aanwezigheid van meerdere aandoeningen leidt niet (automatisch) tot een cumulatie aan uren. Deze norm is een richtlijn, de afweging wordt individueel gemaakt
Extra lichte en zware taken noodzakelijk a.g.v.:
30 min. per week
-medisch geobjectiveerde allergieën voor huisstofmijt/ernstige klachten tgv COPD problematiek; -hogere vervuilingsgraad door gebruik noodzakelijke hulpmiddelen; -extra schoonmaak ivm incontinentie, speekselverlies, spugen; -extra schoonmaak ivm ernstige beperkingen in gebruik van armen en handen.
Ondersteuning bij wasverzorging
-wassen en centrifugeren in wasmachine. Deze drogen in droger of ophangen; -vouwen en opbergen;
30 min. per week bij een eenpersoonshuishouden; 45 min. per week bij een meerpersoonshuishouden
-er kan sprake zijn van extra bewassing als gevolg van bijv. incontinentie of bedlegerigheid
Ondersteuning bij maaltijden
-broodmaaltijd bereiden en klaarzetten; -koffie/thee zetten; -warme maaltijd opwarmen
Op basis van 30 min. per dag, 5 dagen in de week is de richttijd 2,5 uur per week
Ondersteuning bij organiseren van huishoudelijke taken
-opslaan en beheer levensmiddelen;
30 min. per week
-organisatie huishoudelijke activiteiten; -helpen handhaven, verkrijgen of herkrijgen van structuur in het huishouden; -signalerende, aansturende en regie taken
Let op: Tijdnormering is indicatief. Er wordt altijd een afweging gemaakt op basis van individuele casus. Als er, op basis van uitzondering, reden is om af te wijken van bovenstaande normeringen, kan dat, mits onderbouwd. Let op: Bovenstaande tabel is excl. thuis zorgen voor kinderen tot en met 5 jaar. Hiervoor is geen richttijd uitgewerkt. De inzet hiervan is altijd van tijdelijke aard (maximaal 3 maanden). In de opdracht aan de aanbieder/ondersteuner staat vermeld het aantal in te zetten uren huishoudelijke ondersteuner, de uit te voeren werkzaamheden en frequentie.
Bijlage 2: Richtlijn Combi-ondersteuning thuis (COT) Omschrijving Combi-ondersteuning thuis (COT) is het geheel of gedeeltelijk overnemen van bepaalde huishoudelijke taken en ondersteuning bij de organisatie van het huishouden, gecombineerd met ondersteuning bij het aanbrengen van (dag)structuur. Met het combineren van de taken vanuit de maatwerkvoorziening Huishoudelijke ondersteuning met begeleiding die door dezelfde zorgverlener wordt geleverd, ontstaat het geïntegreerde aanbod van COT. De maatwerkvoorziening COT is, net als de maatwerkvoorziening Huishoudelijke ondersteuning, gericht op:
activeren van de inwoner zodat zij een eigen huishouden kunnen (blijven) voeren; aanleren van huishoudelijke taken; stimuleren van de zelfredzaamheid van de inwoner in de huishouding via instructie, advies en voorlichting; organiseren en structureren van de dagelijkse huishoudelijke taken en dagelijks leven; regie voeren of ondersteunen bij regie voeren; overname van huishoudelijke taken wanneer activeren en aanleren niet mogelijk zijn. In aanvulling op de ondersteuning die valt onder Huishoudelijke ondersteuning biedt COT daarnaast ook nog ondersteuning bij:
zelfverzorging: het verzorgen van de inwoner en andere gezinsleden ( ook kinderen). Het gaat hier om de hulp daarbij, bijvoorbeeld een maaltijd klaarzetten en een po legen. Het gaat niet om activiteiten die onder de Zvw/Wlz- functie "persoonlijke verzorging " vallen (daarvan is sprake als de behoefte eraan verband houdt met de behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop) ; het organiseren van het dagelijks leven, zoals weekstructuur, dagplanning, organiseren van belangrijke afspraken; het begeleiden en ondersteunen bij ( administratieve) handelingen, zijnde geen financiële handelingen, zoals bankzaken, overschrijvingen of zaken met Digi-D; toeleiden naar financiële ondersteuning wanneer nodig; contacten aangaan met het netwerk; het begeleiden en stimuleren naar algemene en voorliggende voorzieningen, bijvoorbeeld naar een buurt- of inloophuis.
Doel Het bieden van ondersteuning van volwassenen, die vanwege zware en/of complexe problematiek niet of onvoldoende in staat zijn op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit hun sociale netwerk, een schoon en leefbaar huis, een gestructureerd huishouden en regie over het dagelijks leven te realiseren. Afwegingskader Bij het bepalen of een inwoner in aanmerking komt voor Combi-ondersteuning thuis worden de volgende voorwaarden gehanteerd:
er is sprake van zware en/of complexe problematiek waardoor de inwoner niet of onvoldoende in staat is op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit het sociale netwerk een schoon en leefbaar huis te realiseren;
er is geen of sterk verminderde eigen regie over het huishouden als gevolg van bijvoorbeeld verminderde sociale redzaamheid, gedragsproblemen en/of een psychische stoornis; huishoudelijke ondersteuning alleen is niet meer toereikend.
Uitgangspunten De volgende uitgangspunten zijn van toepassing bij COT:
Resultaat, activiteiten en frequentie van de COT worden op basis van het keukentafelgesprek bepaald. De inzet wordt afgestemd op de problematiek van de inwoner. De doelen en het in te zetten product worden altijd afgestemd en ingezet met de goedkeuring van de inwoner en/of de mantelzorger/familie. Indien mogelijk wordt afgeschaald naar de algemene voorziening dan wel de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning, of naar de eigen mogelijkheden van de inwoner. De aanbieder werkt met een ondersteuningsplan waarin de doelen en methodische aanpak worden gedefinieerd in lijn met het plan dat vanuit de lokale toegang is opgesteld. Aanbieder en lokale toegang evalueren periodiek de verdere aanpak, in ieder geval voor afloop van de toewijzing.
Bijlage 3: Richtlijn Begeleiding Geldig vanaf 1-7-2020 Omschrijving Begeleiding bestaat uit individuele begeleiding thuis of elders, niet zijnde op de locatie van de aanbieder, en/of persoonlijke verzorging die is gericht op het bevorderen/ontwikkelen en -indien dit niet meer mogelijk is- behouden/stabiliseren van de zelfredzaamheid en de participatie van de inwoner opdat deze zo lang mogelijk zelfstandig in de eigen leefomgeving kan blijven wonen. De begeleiding kan zich richten op alle leefgebieden voor zover nodig: zelfstandig wonen, werk, , sociale contacten, financiën, gezondheid e.d. Doel
Ontwikkelen van zelfredzaamheid. De begeleiding is met name bedoeld om een verandering tot stand te helpen brengen opdat de inwoner zo lang mogelijk zelfstandig thuis kan blijven wonen en kan participeren. Stabiliseren van zelfredzaamheid, indien ontwikkelen van zelfredzaamheid nog niet of niet meer haalbaar is. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij inwoners die zorg mijden of inwoners met beginnende dementie. Het ontmoeten van anderen kan een onderdeel zijn van het doel waarvoor begeleiding wordt ingezet, maar is nooit het hoofddoel (zie ook het Afwegingskader). De doelen en het in te zetten product worden altijd afgestemd en ingezet met de goedkeuring van de inwoner en/of de mantelzorger/familie. De aanbieder werkt met een ondersteuningsplan waarin de doelen en methodische aanpak worden gedefinieerd in lijn met het plan dat vanuit de lokale toegang samen met de inwoner is opgesteld. Aanbieder en lokale toegang evalueren periodiek de verdere voortgang, in ieder geval voor afloop van de toewijzing. Indien blijkt dat de inwoner structureel onvoldoende meewerkt aan de uitvoering van dit ondersteuningsplan, dan kan dat reden zijn om de begeleiding te beёindigen. Afwegingskader
De voorwaarden die gehanteerd worden bij het bepalen of er noodzaak bestaat voor ondersteuning in de vorm van begeleiding variëren per product en staan vermeld bij de Productsoorten.Voor alle productsoorten geldt dat de benodigde ondersteuning niet het ontmoeten van anderen als hoofddoel moet hebben. Indien de ondersteuningsbehoefte hoofdzakelijk op het gebied van ontmoeten ligt, adviseert de lokale toegang de inwoner over een passend aanbod in de wijk, waaraan de inwoner zelf of eventueel met behulp van eigen netwerk, vrijwilligers of aangestuurd door een ambulant begeleider kan deelnemen. Als de inwoner ondersteuning nodig heeft die in groepsverband kan worden opgepakt, is Groepsbegeleiding voorliggend. Als de inwoner ondersteuning nodig heeft bij het aanbrengen van (dag)structuur gecombineerd met het geheel of gedeeltelijk overnemen van bepaalde huishoudelijke taken en ondersteuning bij de organisatie van het huishouden, is Combi-ondersteuning voorliggend. De combinatie individuele Begeleiding en Activerend Werk/Groepsbegeleiding is mogelijk als er tijdelijk begeleiding nodig is om naar de locatie van Activerend Werk of Groepsbegeleiding te gaan of als de individuele begeleiding zich richt op het toepassen van vaardigheden in de thuissituatie. Aanvullende individuele Begeleiding op de locatie van Activerend Werk of Groepsbegeleiding is niet mogelijk.
Uitgangspunten
De volgende uitgangspunten zijn van toepassing bij begeleiding
Zo passend mogelijk: de talenten, mogelijkheden (eigen kracht naar draagkracht op dat moment) en ondersteuningsbehoefte van de inwoner in relatie tot de gestelde doelen staan centraal Zo inclusief mogelijk: Het sociale netwerk van de inwoner en passende algemene voorzieningen in de wijk worden maximaal ingezet om te voorzien in de ondersteuningsbehoefte van de inwoner. Het kan een (tijdelijk) begeleidingsdoel zijn dat de ambulant begeleider de inwoner stimuleert om voor zaken als vervoer, boodschappen doen en taalondersteuning gebruik te maken van het sociale netwerk en passende (algemene) voorzieningen in de wijk. Ambulant begeleiders hebben kennis van passende algemene voorzieningen in de wijk. Zo licht mogelijk: begeleiding is - indien de inwoner weer zelfredzaam kan worden - tijdelijk en dient zo snel mogelijk afgeschaald te worden door het aantal uren te verminderen en/of het inzetten van een zo licht mogelijk begeleidingsproduct (basis- in plaats van gespecialiseerde begeleiding, al dan niet in combinatie). De aanbieder kan hierin ook initiatief nemen; de lokale toegang is dan volgend. Gericht op zelfredzaamheid: er is tijdens de begeleiding zoveel mogelijk focus op de zelfredzaamheid van de inwoner.
Het is dan ook niet de bedoeling dat ambulant begeleiders zelf inwoners vervoeren, boodschappen doen en taalondersteuning bieden (volgens bovenstaande voorbeelden), maar dat zij de inwoner stimuleren hier hulp bij te zoeken bijvoorbeeld in het sociale netwerk.
Productsoorten Begeleiding I Basisbegeleiding Basisbegeleiding kan ingezet worden voor
activeren en aanbrengen dagstructuur; stabiliseren (op orde brengen) of handhaven van de situatie; oefenen en inslijpen/toepassen van praktische vaardigheden om achteruitgang te voorkomen; ondersteunen bij het regelen/overnemen van dagelijks/praktische bezigheden (financien, dagstructuur, zelfstandig wonen, participatie, sociale contacten, gezondheid/persoonlijke verzorging e.d.); ondersteuning mantelzorger of persoon die gebruikelijke hulp levert. De begeleiding is planbaar en vindt vrijwel altijd plaats op geplande momenten. Van persoonlijke verzorging op grond van de Wmo is alleen sprake als de behoefte eraan samenvalt met de behoefte aan individuele begeleiding en geen verband houdt met de behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop. Voor wie? Inwoners met alleen een verstandelijke, lichamelijk/somatische of geriatrische beperking, en inwoners uit de doelgroep GGZ- en NAH-cliënten, al dan niet in combinatie met een verstandelijke beperking, bij wie sprake is van een zelfredzaamheidsvraagstuk en bij wie bovendien het merendeel van onderstaande criteria van toepassing is:
Inwoner vertoont gedrag dat redelijk constant is; Beperkt regieverlies en/of beperkte gevolgen voor het dagelijks leven; Situatie is redelijk voorspelbaar; Inwoner is nog redelijk actief; Inwoner heeft redelijk inzicht in eigen beperking/ziekte; Stabiel medicatiegebruik.
II Gespecialiseerde begeleiding Gespecialiseerde begeleiding kan ingezet worden:
ter overbrugging tot behandeling of ter motivatie tot behandeling; voor het methodisch trainen van vaardigheden die geleerd moeten worden uit de behandeling; voor het ontwikkelingsgericht trainen van vaardigheden met behulp van methodische interventies.
Voor wie? Inwoners uit de doelgroep GGZ- en NAH-cliënten al dan niet in combinatie met een verstandelijke beperking, bij wie sprake is van een zelfredzaamheidsvraagstuk en bij wie bovendien het merendeel van onderstaande criteria van toepassing is:
Inwoner vertoont zeer regelmatig onvoorspelbaar gedrag; De situatie is onvoorspelbaar; de inwoner is zeer snel (psychisch) uit balans (met bijvoorbeeld psychoses tot gevolg); Ernstig regieverlies en grote gevolgen voor het dagelijks leven; Inwoner is veelal passief / zeer beperkt actief; Inwoner heeft geen of beperkt ziekte-inzicht; Inwoner moet nog leren omgaan met veranderingen in bijvoorbeeld medicatiegebruik. Gespecialiseerde begeleiding kan plaatsvinden op geplande en ongeplande momenten. Gespecialiseerde begeleiding is niet bedoeld voor mensen met alleen een verstandelijke, lichamelijk/somatische of geriatrische beperking.
Bijlage 4: Richtlijn Groepsbegeleiding Geldig vanaf 1-7-2020 Omschrijving Groepsbegeleiding is begeleiding in groepsverband die overdag plaatsvindt, op een locatie buiten de woonsituatie. Groepsbegeleiding bestaat uit activiteiten waarbij de vaardigheden van een inwoner worden getraind of onderhouden zodat de inwoner zo lang mogelijk zelfstandig thuis kan blijven wonen. Het gaat hierbij om vaardigheden met betrekking tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Er vindt begeleiding op de groep plaats maar er is (naast groepsactiviteiten) ruimte voor inwoners om individuele activiteiten te verrichten afgestemd op hun talenten, mogelijkheden en ondersteuningsbehoefte. Een belangrijke afweging bij het kiezen voor groepsbegeleiding in plaats van individuele begeleiding is de inschatting dat begeleiding van de inwoner in een groep ook effectief is, waarbij de gestelde doelen middels groepsbegeleiding tegen lagere kosten behaald kunnen worden. De begeleiding is gericht op het bereiken van een goed omschreven doel waarbij de inwoner, de mantelzorger en het netwerk actief worden betrokken. Het is bedoeld voor inwoners met verstandelijke, zintuiglijke, lichamelijke en/of psychische of geriatrische (dementie) beperking bij wie sprake is van een zelfredzaamheidsvraagstuk.