Bijlage 1 - Wijzigingsbesluit omgevingsplan thema bodem
Tekst van het document
Artikel 9.10 Bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie – beoordelingsregels 1.Een vergunning voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie, wordt verleend indien: a. de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem, zoals bedoeld in artikel 9.3 niet wordt overschreden, of; b. een sanering van de bodem wordt uitgevoerd volgens paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving. 2.
In afwijking van het eerste lid onder b hoeft de sanering niet te voldoen aan de voorschriften uit paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving als: a. de verontreiniging onder de interventiewaarde bodemkwaliteit ligt of kleiner is dan 25 kubieke meter grond en het geen verontreiniging met asbest en respirabele asbestvezels betreft; b. aannemelijk is dat andere beschermende maatregelen worden getroffen die gezondheidsrisco’s wegnemen. 3.Het bevoegd gezag kan met het oog op het voorkomen van risico’s voor de gezondheid, voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning of de omgevingsplanwijziging, als zij van oordeel is, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt.
Toegevoegd : Afdeling 9.4 Milieubelastende activiteit bodem Paragraaf 9.4.1 Spoedreparatie Artikel 9.11 Spoedreparatie - informatieplicht 1.Ter plaatse van de gebiedsaanwijzing Bodem - Arnhem zonder Rijkswaterstaatgebied is het verboden om een spoedreparatie te verrichten in grond die is verontreinigd boven de
interventiewaarde bodemkwaliteit zonder zo spoedig mogelijk de volgende gegevens aan de toezichthoudende instantie te verstrekken: a. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; b. de verwachte datum en tijdstip van het begin van de activiteit; c. de aard van de spoedreparaties. 2.Het eerste lid is niet van toepassing als het alleen gaat om het tijdelijk uitnemen van grond, met een bodemvolume van ten hoogste 25m3.
Paragraaf 9.4.2 Graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit en een bodemvolume van meer dan 25 m3 Artikel 9.12 Graven in de bodem – informatieplicht beperkt vooronderzoek 1.Ter plaatse van de gebiedsaanwijzing Bodem - Beperkt vooronderzoek is het verplicht om bij het graven in de bodem ten minste 1 week voor aanvang van de werkzaamheden gegevens en bescheiden aan te leveren indien: a. het bodemvolume waarin wordt gegraven groter is dan 25 m3, en b. de kwaliteit van de bodem onder of gelijk aan de interventiewaarde als bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteit leefomgeving is. 2.In het geval, bedoeld in het eerste lid, moeten de volgende gegevens en bescheiden worden aangeleverd: a. een ingevuld formulier “beperkt vooronderzoek Arnhem” of vooronderzoek bodem zoals bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. indien blijkt uit het formulier ”beperkt vooronderzoek Arnhem” of vooronderzoek bodem zoals bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, dat de locatie verdacht is voor het voorkomen van bodemverontreiniging, het vervolgonderzoek, dan wel de vervolgonderzoeken, zoals bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving. 3.Het eerste lid is niet van toepassing op het graven in de bodem als het alleen gaat om het tijdelijk uitnemen van grond.
4.Het eerste lid is niet van toepassing op het graven in de bodem in verband met een spoedreparatie van vitale ondergrondse infrastructuur.
Artikel 9.13 Graven in de bodem - informatieplicht uitgebreid vooronderzoek [Vervallen]
Paragraaf 9.4.3 Graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit en een bodemvolume van ten hoogste 25m3 (kleinschalig graven) Artikel 9.14 Toepassingsbereik kleinschalig graven 1.Ter plaatse van de gebiedsaanwijzing Bodem - Graven Arnhem zonder Rijkswaterstaatgebied en Spijkerkwartier is deze paragraaf van toepassing op het graven in de bodem waarbij: a. het bodemvolume waarin wordt gegraven kleiner dan of gelijk is aan 25 m3; b. de kwaliteit van de bodem boven de interventiewaarde bodemkwaliteit ligt; en c. de verontreiniging niet onder het overgangsrecht valt. 2.Graven in de bodem als bedoeld in het eerste lid omvat ook: a. het zeven van de uitkomende grond op dezelfde locatie; b. het tijdelijk opslaan van grond; c. het terugplaatsen van grond na afloop van tijdelijk uitnemen. 3.Het eerste lid is niet van toepassing op het graven in de waterbodem.
Artikel 9.15 Toepassingsbereik kleinschalig graven Spijkerkwartier 1.Ter plaatse van het werkingsgebied Bodem - Graven Spijkerkwartier is deze paragraaf van toepassing op het graven in de bodem waarbij: a. het bodemvolume waarin wordt gegraven kleiner dan of gelijk is aan 25 m3; en b. de verontreiniging niet onder het overgangsrecht valt. 2.Graven in de bodem als bedoeld in het eerste lid omvat ook: a. het zeven van de uitkomende grond op dezelfde locatie; b. het tijdelijk opslaan van grond; c. het terugplaatsen van grond na afloop van tijdelijk uitnemen. 3.Het eerste lid is niet van toepassing op het graven in de waterbodem. 4.Het eerste lid is niet van toepassing als kan worden aangetoond dat ter plaatse van de activiteit een kwaliteit lager dan de interventiewaarde bodemkwaliteit aanwezig is.
Artikel 9.16 Kleinschalig graven – informatieplicht 1.Het is verboden om te graven in de bodem, zonder ten minste vijf werkdagen voor aanvang van de activiteit de volgende gegevens aan het college van burgemeester en wethouders te verstrekken: a. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; b. de verwachte datum van het begin van de activiteit; en c. de verwachte duur van de activiteit. 2.Onverwijld na het wijzigen van de begrenzing of de verwachte datum van het begin van de activiteit worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. 3.Het eerste lid is niet van toepassing a. als het alleen gaat om het tijdelijk uitnemen van grond; of b. als het gaat om graven in de bodem in verband met een spoedreparatie van vitale ondergrondse infrastructuur.
Artikel 9.17 Tijdelijke opslag vrijkomende grond Het is verboden om grond die bij het graven is vrijgekomen langer dan acht weken na beëindiging van het graven in de directe nabijheid van de ontgravingslocatie op te slaan.
Artikel 9.18 Milieukundige begeleiding bij nazorg Het is verboden om te graven in de bodem zonder milieukundige begeleiding als bedoeld in BRL 6000, indien op de locatie sprake is van een afdeklaag in de vorm van een leeflaag of een andere duurzame afdeklaag aanwezig is en de ontgraving dieper reikt dan deze laag.
Artikel 9.19 Gescheiden houden van grond Het is verplicht om bij het graven, terugplaatsen of afvoeren van grond, partijen grond van verschillende kwaliteitsklassen, waarin de partijen op grond van artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit zijn ingedeeld, gescheiden te houden.
Paragraaf 9.4.4 Graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit en een bodemvolume van meer dan 25 m3 Artikel 9.20 Graven in bodem gelegen in Spijkerkwartier Ter plaatse van de gebiedsaanwijzing Bodem - Graven Spijkerkwartier gelden de regels uit paragraaf 3.2.22. van het Besluit activiteiten leefomgeving, tenzij in recent onderzoek ter plaatse van de activiteit een kwaliteit lager dan de interventiewaarde bodemkwaliteit is aangetoond.
Artikel 9.21 Tijdelijk uitnemen van grond 1.Ter plaatse van de gebiedsaanwijzing Bodem - Arnhem zonder Rijkswaterstaatgebied, bij het graven in de bodem waarbij: a. het bodemvolume waarin wordt gegraven groter is dan 25 m3; b. de kwaliteit van de bodem boven de interventiewaarde bodemkwaliteit ligt; c. de verontreiniging niet onder het overgangsrecht valt is het verboden om grond na het tijdelijk uitnemen terug te brengen in de bodem als de grond boven de interventiewaarde bodemkwaliteit is verontreinigd met asbest, respirabele asbestvezels en/of mobiele verontreinigingen. 2.Met een maatwerkvoorschrift kan van het eerste lid worden afgeweken. 3.Een maatwerkvoorschrift wordt gesteld met het oog op de belangen, bedoeld in artikel 3.14 tot en met 3.17.
Paragraaf 9.4.5 Toepassen van bouwstoffen Artikel 9.22 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het toepassen van immobilisaten, bodemassen, producten/mengsels waarin metaalslakken zijn verwerkt, speciaal recycling granulaat en stabilisaat.
Artikel 9.23 Toepassen van bouwstoffen 1.Het is verboden om de activiteit het toepassen van bouwstoffen, zoals bedoeld in het Besluit activiteiten leefomgeving, te verrichten als het gaat om de volgende bouwstoffen en/of producten/mengsels van bouwstoffen, zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden bij het bevoegd gezag.: a. immobilisaten; b. bodemassen; c. producten/mengsels waarin minder dan 20 massaprocent metaalslakken zijn verwerkt; d. speciaal recycling granulaat; e. stabilisaat, met uitzondering van waterglas en ongebluste kalk in een volume grond (in situ) van minder dan 25m3. 2.Een melding bevat: a. het akkoord van de opdrachtgever; b. schriftelijke instemming van de eigenaar van de locatie; c. schriftelijke instemming van de uiteindelijke eigenaar; d. de verantwoordelijke voor de toepassing en nazorg in zowel de aanlegfase als in de gebruiksfase; e. de coördinaten van de ontvangende landbodem en, als dit bekend is, het adres; f. de aanduiding van de functionele toepassing, bedoeld in artikel 4.1260 van het Besluit activiteiten leefomgeving, in het kader waarvan de bouwstof wordt toegepast, en een onderbouwing van de functionaliteit van de toepassing; g. de verwachte datum van het begin van de activiteit (toepassing van de bouwstof); h.
de verwachte datum waarop de activiteit (toepassing van de bouwstof) zal zijn voltooid, en de verwachte datum waarop het totale werk (waar de activiteit onderdeel van uitmaakt) zal zijn voltooid; i. de dimensionering van de functionele toepassing in het kader waarvan de bouwstof wordt toegepast; j. de hoeveelheid bouwstof in kubieke meters die in totaal in het werk zal worden toegepast; k. tekeningen van de toepassingslocatie; de toepassingscontour in het horizontale vlak en dwarsdoorsnedes van de toepassing waarin boven en onderzijde van de toepassing zijn
aangegeven ten opzichte van NAP; l. een milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op de toe te passen bouwstof aangevuld met de zuurgraad, geleidbaarheid(ec) en kritische parameters van deze bouwstof; m. een kwaliteitsverklaring waarop de milieuverklaring bodemkwaliteit is afgegeven; n. de herkomstlocatie van de toe te passen bouwstof; o. als de herkomst buiten Nederland is: het nummer dat de bevoegde autoriteit heeft toegekend aan de kennisgeving, bedoeld in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PbEU 2006, L 190); p. verwerkingsvoorschriften en/of toepassingsvoorwaarden van de bouwstof; q. veiligheidsinformatieblad van de bouwstof; r. beschrijving van de kwaliteit en dikte van de afdeklaag en het moment dat deze wordt aangebracht; s. beschrijving van de werkwijze hoe de taluds/randen worden afgewerkt; t. de toepassingshoogte ten opzichte van de gemiddeld hoogste grondwaterstand; u.
een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat het toepassen van deze bouwstof (zowel in de aanleg- als in de gebruiksfase) nadelige effecten heeft op de bodem, het grondwater, oppervlaktewater, kwetsbare objecten of ecologie, die kunnen bestaan uit veranderingen in chemische of ecologische kwaliteit, zetting of zuurgraad, of anderszins strijdig is met de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving; v. een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat het toepassen van deze bouwstof (zowel in de aanleg- als in de gebruiksfase) nadelige effecten heeft op veiligheid en humane gezondheid en overlast voor de omgeving als gevolg van stofvorming en percolaat wordt voorkomen, dan wel anderszins strijdig is met de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Paragraaf 9.4.6 Toepassen van grond of baggerspecie Artikel 9.24 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het op of in de landbodem toepassen van grond of baggerspecie.
Artikel 9.25 Bodemvreemd materiaal 5 procent 1.Het is verboden om ter plaatse van de milieuaandachtsgebieden Bodem - Functieklasse landbouw en natuur, Bodem - Functieklasse wonen en Bodem - Functieklasse stedelijk wonen grond of baggerspecie toe te passen waarbij het percentage steenachtig materiaal of hout hoger is dan 5 gewichtsprocent. 2.Het eerste lid is niet van toepassing wanneer de grond of baggerspecie wordt toegepast als ophoog- of funderingslaag onder infrastructuur (zoals wegen, spoorwegen of leidingen) of onder permanente bebouwing.
Artikel 9.26 Nota bodembeheer De kwaliteitseisen zoals vastgesteld in de Nota Bodembeheer Milieuregio Arnhem, 2011 (en eventuele latere addenda en wijzigingen) zijn van toepassing.
Artikel 9.27 Toepassen van thermisch gereinigde grond – meldplicht 1.Het is verboden om de activiteit het toepassen van grond of baggerspecie, zoals bedoeld in het Besluit activiteiten leefomgeving, te verrichten zonder dit ten vier weken voor het begin ervan
te melden als het gaat om het toepassen van thermisch gereinigde grond. 2.Een melding bevat: a. het akkoord van de opdrachtgever; b. schriftelijke instemming van de eigenaar van de locatie; c. schriftelijke instemming van de uiteindelijke eigenaar; d. de verantwoordelijke voor de toepassing en nazorg in zowel de aanlegfase als in de gebruiksfase; e. de coördinaten van de ontvangende landbodem en, als dit bekend is, het adres; f. de aanduiding van de functionele toepassing, bedoeld in artikel 4.1260 van het Besluit activiteiten leefomgeving, in het kader waarvan de bouwstof wordt toegepast, en een onderbouwing van de functionaliteit van de toepassing; g. de verwachte datum van het begin van de activiteit (toepassing van de bouwstof); h. de verwachte datum waarop de activiteit (toepassing van de bouwstof) zal zijn voltooid, en de verwachte datum waarop het totale werk (waar de activiteit onderdeel van uitmaakt) zal zijn voltooid; i. de dimensionering van de functionele toepassing in het kader waarvan de bouwstof wordt toegepast; j. de hoeveelheid bouwstof in kubieke meters die in totaal in het werk zal worden toegepast; k. tekeningen van de toepassingslocatie; de toepassingscontour in het horizontale vlak en dwarsdoorsnedes van de toepassing waarin boven en onderzijde van de toepassing zijn aangegeven ten opzichte van NAP; l.
een milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op de toe te passen bouwstof aangevuld met de zuurgraad, geleidbaarheid(ec) en kritische parameters van deze bouwstof; m. een kwaliteitsverklaring waarop de milieuverklaring bodemkwaliteit is afgegeven; n. de herkomst locatie van de toe te passen bouwstof; o. als de herkomst buiten Nederland is: het nummer dat de bevoegde autoriteit heeft toegekend aan de kennisgeving, bedoeld in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PbEU 2006, L 190); p. verwerkingsvoorschriften en/of toepassingsvoorwaarden van de bouwstof; q. veiligheidsinformatieblad van de bouwstof; r. beschrijving van de kwaliteit en dikte van de afdeklaag en op het moment dat deze wordt aangebracht; s. beschrijving van de werkwijze hoe de taluds/randen worden afgewerkt; t. de toepassingshoogte ten opzichte van de gemiddeld hoogste grondwaterstand; u.
een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat het toepassen van deze bouwstof (zowel in de aanleg- als in de gebruiksfase) nadelige effecten heeft op de bodem, het grondwater, oppervlaktewater, kwetsbare objecten of ecologie, die kunnen bestaan uit veranderingen in chemische of ecologische kwaliteit, zetting of zuurgraad, of anderszins strijdig is met de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving; v. een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat het toepassen van deze bouwstof (zowel in de aanleg- als in de gebruiksfase) nadelige effecten heeft op veiligheid en humane gezondheid en overlast voor de omgeving als gevolg van stofvorming en percolaat wordt voorkomen, dan wel anderszins strijdig is met de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Paragraaf 9.4.7 Saneren van de bodem
Artikel 9.28 Toepassingsbereik saneren Deze paragraaf is van toepassing op het saneren van de bodem ter plaatse van de gebiedsaanwijzing Bodem - Arnhem zonder Rijkswaterstaatgebied.
Artikel 9.29 Afdeklaag Een waterdoorlatende verharding is toegestaan als afdeklaag, mits de verontreiniging niet mobiel of vluchtig is.
Artikel 9.30 Minimale dikte afdeklaag Een laag grond of baggerspecie die wordt aangebracht als afdeklaag dient de minimale dikte te hebben zoals aangegeven in onderstaande tabel. Tabel 9.37 minimale dikte van de afdeklaag Bodemgebruik
Minimale dikte afdeklaag (in cm)
Industrie/bedrijven
50
locaties waar de gemiddelde grondwaterstand <50 cm-mv is niet grondgebonden teelten in kassen
Artikel 9.31 Terugsaneerwaarden 1.Verontreiniging van de bodem dient te worden verwijderd door de grond te ontgraven totdat de stof die boven de waarde, bedoeld in artikel 9.3 was aangetroffen, niet meer voorkomt in een concentratie hoger dan het niveau van de waarde zoals opgenomen in onderstaande leden. 2.
Voor de bodemfunctieklasse landbouw/natuur geldt: a. De minimale terugsaneerwaarde bij robuuste ontwikkeling is de waarde behorende bij de functie wonen. b. De terugsaneerwaarde bij bestaande situatie/niet-robuuste ontwikkeling betreft de MHTR/METR, zijnde de berekende waarde met behulp van de Risicotoolbox. 3.Voor de bodemfunctieklasse wonen geldt: a. De minimale terugsaneerwaarde bij robuuste ontwikkeling is de waarde behorende bij de functie wonen. b. De terugsaneerwaarde bij bestaande situatie/niet-robuuste ontwikkeling betreft de MHTR/METR, zijnde de berekende waarde met behulp van de Risicotoolbox. 4.Voor de bodemfunctieklasse stedelijk wonen geldt: a. De minimale terugsaneerwaarde bij robuuste ontwikkeling is: 1. Voor de functie wonen en voor de functie openbaargebied waar het gaat om kinderspeelplaatsen en aangewezen locaties voor stadslandbouw: de waarde behorende bij de functie wonen. 2. Voor de functie openbaar gebied daar waar niet het gaat om kinderspeelplaatsen en aangewezen locaties voor stadslandbouw: de waarde behorende bij de functie industrie. b. De terugsaneerwaarde bij bestaande situatie/niet-robuuste ontwikkeling betreft de MHTR/METR, zijnde de berekende waarde met behulp van de Risicotoolbox. 5.Voor de bodemfunctieklasse industrie geldt: a. De minimale terugsaneerwaarde bij robuuste ontwikkeling is de waarde behorende bij de functie industrie.
b. Indien het de functie wonen betreft, is de minimale terugsaneerwaarde de waarde behorende bij de functie wonen. c. De terugsaneerwaarde bij bestaande situatie/niet-robuuste ontwikkeling betreft de MHTR/METR, zijnde de berekende waarde met behulp van de Risicotoolbox.
Artikel 9.32 Nazorg na afloop van saneren van de bodem 1.Dit artikel is van toepassing op het verrichten van nazorg als sanering van de bodem heeft plaatsgevonden op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, dit omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift. 2.De eigenaar, erfpachter en/of gebruiker van een locatie dient de noodzakelijke maatregelen te treffen gericht op het voor onbepaalde tijd in stand houden en onderhouden of vervangen van een afdeklaag. 3.Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor tijdelijke beschermingsmaatregelen die de bron van verontreiniging niet wegnemen maar de blootstellingsroute blokkeren als bedoeld in artikel 19.9c van de Omgevingswet.
Paragraaf 9.4.8 Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico Artikel 9.33 Mitigerende maatregelen 1.Dit artikel is van toepassing op een activiteit op een locatie waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is. 2.Degene die een activiteit verricht als bedoeld in het eerste lid dient in het belang van bescherming van de bodem maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd om humane risico’s en verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of te beperken of, als dat redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de activiteit die wordt verricht, de verontreiniging ongedaan te maken. II Artikel 22.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.29 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen 1.Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a. de activiteit niet in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, met uitzondering van paragraaf 22.2.4; b. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en c.
Verwijderd :
de activiteit betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie en:
Toegevoegd : [Vervallen]
Verwijderd : 1. de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden; of 2. bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit van de bodem: als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregelen wordt getroffen. Een sanerende of andere beschermende maatregel is in ieder geval een sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving. 2.Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing als: a. het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; of b. het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, toch moet worden verleend. JJ Artikel 22.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.30 Nadere invulling beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie 1.
Verwijderd : De toelaatbare kwaliteit van de bodem, bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, onder c, is de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving.
Toegevoegd : [Vervallen]
Verwijderd : 2.Er is sprake van overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit.
Verwijderd : 3.Het zinsdeel «in meer dan 25 m3 bodemvolume» in het tweede lid is niet van toepassing voor zover het gaat om aanwezigheid van asbest.
KK Artikel 22.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.31 Voorschrift omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie: na einde activiteit
Verwijderd : Aan een omgevingsvergunning voor een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie die is verleend met toepassing van artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder c, onder 2, wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat het gebouw, of een gedeelte daarvan, alleen in gebruik wordt genomen nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop er een of meer sanerende of andere beschermende maatregelen zijn getroffen als bedoeld in artikel 22.29.
Toegevoegd : [Vervallen]
LL Artikel 22.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.35 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van de bouwkosten; b. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak; 2. de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 3. de wijze waarop de locatie wordt ontsloten; 4. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 5. het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; e. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; f. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; g.
gegevens en bescheiden die samenhangen met een uit te brengen advies van de Agrarische Adviescommissie in geval van een aanvraag voor een bouwactiviteit op een locatie waaraan een agrarische functie is toegedeeld; h. [Vervallen]; i. de volgende gegevens en bescheiden voor de toetsing aan de regels over redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet:
1. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; 2. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; 3. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en 4. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking; j.
Verwijderd : als de aanvraag betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie:
Toegevoegd : [Vervallen]; en
Verwijderd : 1. de onderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.30, redelijkerwijs is uit te sluiten; en 2. als de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.30, wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.30, redelijkerwijs is uit te sluiten; en k. overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan. MM Subparagraaf 22.3.7.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Subparagraaf 22.3.7.1 Nazorg na saneren van de bodem Artikel 22.125 Toepassingsbereik
Verwijderd : Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van nazorg als saneren van de bodem heeft plaatsgevonden op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, dit omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift.
Toegevoegd : [Vervallen]
Artikel 22.126 Nazorg na afloop van saneren van de bodem 1.
Verwijderd :
De eigenaar, erfpachter of gebruiker van een locatie treft de noodzakelijke maatregelen gericht op het voor onbepaalde tijd in stand houden en onderhouden of vervangen van een afdeklaag.
Toegevoegd : [Vervallen]
Verwijderd : 2.Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor tijdelijke beschermingsmaatregelen die de bron van verontreiniging niet wegnemen maar blootstelling aan de verontreiniging voorkomen in verband met een toevalsvondst als bedoeld in artikel 19.9a van de Omgevingswet. NN Subparagraaf 22.3.7.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Subparagraaf 22.3.7.2 Kleinschalig graven boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Artikel 22.127 Toepassingsbereik 1.
Verwijderd : Deze paragraaf is van toepassing op het graven in de bodem waarbij het bodemvolume waarin wordt gegraven kleiner dan of gelijk is aan 25 m3 en sprake is van:
Verwijderd : a. locaties waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking is verleend als bedoeld in artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is; of b. locaties of gebieden waar de bodem diffuus is verontreinigd tot boven de interventiewaarde bodemkwaliteit zoals dat blijkt uit: 1. een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder b, van de Omgevingswet; of 2. een bodemkwaliteitskaart vastgesteld op grond van artikel 25c, derde lid van het Besluit bodemkwaliteit.
Toegevoegd : [Vervallen]
Verwijderd : 2.Graven in de bodem als bedoeld in het eerste lid omvat ook: a. het zeven van de uitkomende grond op dezelfde locatie; b. het tijdelijk opslaan van grond; en c. het terugplaatsen van grond na afloop van tijdelijk uitnemen.
Verwijderd : 3.Het eerste lid is niet van toepassing op het graven in de waterbodem.
Artikel 22.128 Gegevens en bescheiden: voor het begin van de activiteit 1.
Verwijderd : Ten minste een week voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 22.127, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:
Verwijderd : a. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; b. de verwachte datum van het begin van de activiteit; en c. de verwachte duur ervan.
Toegevoegd : [Vervallen]
Verwijderd : 2.Onverwijld na het wijzigen van de begrenzing of de verwachte datum van het begin van de activiteit worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
Verwijderd : 3.Het eerste lid is niet van toepassing: a. als het alleen gaat om het tijdelijk uitnemen van grond; of b. op het graven in de bodem in verband met een spoedreparatie van vitale ondergrondse infrastructuur.
Artikel 22.129 Bodem en afval: tijdelijke opslag van vrijkomende grond
Verwijderd : Met het oog op het beschermen van de gezondheid, het beschermen van de kwaliteit van de bodem en het doelmatig beheer van afvalstoffen wordt grond die bij het graven is vrijgekomen niet langer dan acht weken na beëindiging van het graven in de directe nabijheid van de ontgravingslocatie opgeslagen.
Toegevoegd : [Vervallen]
Artikel 22.130 Bodem en afval: milieukundige begeleiding bij kleinschalig graven
Verwijderd : Met het oog op het beschermen van de gezondheid, het beschermen van de kwaliteit van de bodem en het doelmatig beheer van afvalstoffen, wordt de activiteit milieukundig begeleid volgens BRL SIKB 6000 als het graven plaatsvindt op een locatie waar een afdeklaag is aangebracht als saneringsaanpak en de ontgraving dieper reikt dan deze afdeklaag.
Toegevoegd :
[Vervallen] OO Subparagraaf 22.3.7.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Subparagraaf 22.3.7.3 Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico Artikel 22.131 Toepassingsbereik
Verwijderd : Deze paragraaf is van toepassing op een activiteit op een locatie waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.
Toegevoegd : [Vervallen]
Artikel 22.132 Bodem: mitigerende maatregelen
Verwijderd : Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 22.131, verricht, neemt in het belang van bescherming van de bodem maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of te beperken of, als dat redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de activiteit die wordt verricht, ongedaan te maken.
Toegevoegd : [Vervallen]
PP Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bijlage I Overzicht Informatieobjecten Archeologie - Hoge verwachting /join/id/regdata/gm0202/2024/9bec80fb59ab4fc58c81f7e84499b66b/nld@2025-0417;10232600 Archeologie - Lage verwachting
Verwijderd : /join/id/regdata/gm0202/2024/a2982723d6fc4964b5ba7a85fe79c50b/nld@2025-0417;10232600
Toegevoegd : /join/id/regdata/gm0202/2024/a2982723d6fc4964b5ba7a85fe79c50b/nld@2026-0106;11073223 Archeologie - Middelhoge verwachting /join/id/regdata/gm0202/2024/f0c45b05c4154ed9806b50856dc6f549/nld@2025-0417;10232600 Archeologie - Overige gebieden - opgehoogd terrein /join/id/regdata/gm0202/2024/16589af5b7ad4b9eb94f14bbb0224b78/nld@2025-0926;13141662 Archeologie - Overige gebieden - vergraven/afgegraven /join/id/regdata/gm0202/2024/81ec5d31bc7f425a937051815c84f4af/nld@2025-0926;13141662 Archeologie - Waardevol gebied /join/id/regdata/gm0202/2024/9a2e41f4cca34b0db24b547573e1b4a3/nld@2025-0417;10232600 Archeologie - Waardevol gebied (begraafplaats) /join/id/regdata/gm0202/2024/378528ba65524d638a8656188d3e3ea0/nld@2025-0417;10232600 Archeologie - Waardevol gebied (gemeentelijk beschermd) /join/id/regdata/gm0202/2024/1cc5cff00d954326a5688dc2ae7b963c/nld@2025-0926;13141662 Archeologie - Waardevol gebied (rijksbeschermd, UNESCO) /join/id/regdata/gm0202/2024/1fc6d89dbceb4bc2b438172b77345373/nld@2025-0417;10232600 Archeologie - Waardevol gebied (rijksbeschermd) /join/id/regdata/gm0202/2024/9c8e77c30c3c447ea746e84ac4a684d7/nld@2025-0417;10232600
Verwijderd : waarde Archeologie - hoge verwachting /join/id/regdata/gm0202/2024/9e4f91a463174d9a9d30c359cc0b7a2c/nld@2025-0417;10232600
Verwijderd : waarde Archeologie - lage verwachting /join/id/regdata/gm0202/2024/9fcba801164d40e88ac71d2c4f741f0e/nld@2025-0417;10232600
Verwijderd : waarde Archeologie - middelhoge verwachting /join/id/regdata/gm0202/2024/ec0554d2b8d7401ab3ad6afcc56a441e/nld@2025-0417;10232600
Verwijderd : waarde Archeologie - overige gebieden - opgehoogd terrein /join/id/regdata/gm0202/2024/6efcf5009f904b82bf82491f74a2958b/nld@2025-0926;13141662
Verwijderd : waarde Archeologie - overige gebieden - vergraven/afgegraven /join/id/regdata/gm0202/2024/4e514938bcaa473daaff86a6e30eb826/nld@2025-0926;13141662
Verwijderd : waarde Archeologie - waardevol gebied /join/id/regdata/gm0202/2024/ec77b177f9bf4d5bb7439e93f32a2d9b/nld@2025-0417;10232600
Toegevoegd : Bodem - Arnhem zonder Rijkswaterstaatgebied /join/id/regdata/gm0202/2025/2fa355dedad9468c87f85caa8b6da83c/nld@2026-0106;11073223
Toegevoegd : Bodem - Beperkt vooronderzoek /join/id/regdata/gm0202/2025/b2b64c9c3aff425591efc72f2aeae6ba/nld@2026-0106;11073223
Toegevoegd : Bodem - Functieklasse industrie /join/id/regdata/gm0202/2025/2a82faffb05244098463276fe5b9a252/nld@2026-0106;11073223
Toegevoegd : Bodem - Functieklasse landbouw en natuur /join/id/regdata/gm0202/2025/9e9e01550a174a949cba5a68d56ccfae/nld@2026-0106;11073223
Toegevoegd : Bodem - Functieklasse stedelijk wonen /join/id/regdata/gm0202/2025/0a06b3a78dd742398c6eddd196d01946/nld@2026-0106;11073223
Toegevoegd : Bodem - Functieklasse wonen /join/id/regdata/gm0202/2025/652b8a4bc31a4b88b1568c3b66124141/nld@2026-0106;11073223
Toegevoegd : Bodem - Graven Arnhem zonder Rijkswaterstaatgebied en Spijkerkwartier /join/id/regdata/gm0202/2025/432d0de680c54f55ad4aee855dda4f1b/nld@2026-0106;11073223
Toegevoegd :
Bodem - Graven Spijkerkwartier /join/id/regdata/gm0202/2025/d741425081b94b968eb432ed6f850af4/nld@2026-0106;11073223
Toegevoegd : Bodem - Uitgebreid vooronderzoek /join/id/regdata/gm0202/2025/e3e4a27e079d43278d01f6014584e83c/nld@2026-0106;11073223 Geomorfologie - Leemlagen > 1,5 m
Verwijderd : /join/id/regdata/gm0202/2024/dddfdcf678f344ea93197f92994cdb3e/nld@2025-0417;10232600
Toegevoegd : /join/id/regdata/gm0202/2024/dddfdcf678f344ea93197f92994cdb3e/nld@2026-0106;11073223
Verwijderd : waarde Archeologie - waardevol gebied (begraafplaats) /join/id/regdata/gm0202/2024/d2585260ebdb449a9dcf1e7f62a04451/nld@2025-0417;10232600 Geomorfologie - Leemlagen > 3,0 m /join/id/regdata/gm0202/2024/3ebd3bf18e4243a9adca462d4014572a/nld@2025-0417;10232600
Verwijderd : waarde Archeologie - waardevol gebied (gemeentelijk beschermd) /join/id/regdata/gm0202/2024/98e88b096f2d4beda22e5845ca4e8c74/nld@2025-0926;13141662 Geomorfologie - Leemlagen > 4,0 m /join/id/regdata/gm0202/2024/ee78d41327d14286af1b2d0744f12072/nld@2025-0417;10232600
Verwijderd : waarde Archeologie - waardevol gebied (rijksbeschermd, UNESCO) /join/id/regdata/gm0202/2024/f17e7682c7584376b126504d72222c18/nld@2025-0417;10232600
Verwijderd : waarde Archeologie - waardevol gebied (rijksbeschermd) /join/id/regdata/gm0202/2024/75610a2893154054bf0edba39ec4ace0/nld@2025-0417;10232600
Verwijderd : waarde Geomorfologie - leemlagen >1,5m
/join/id/regdata/gm0202/2024/5821124b38734e38b94a30ce98123862/nld@2025-0417;10232600
Verwijderd : waarde Geomorfologie - leemlagen >3,0m /join/id/regdata/gm0202/2024/a5fed0cb12bc4b05840ed56e4ca3d102/nld@2025-0417;10232600
Verwijderd : waarde Geomorfologie - leemlagen >4,0m /join/id/regdata/gm0202/2024/5191ff2ef8174e66a10743abf14b774a/nld@2025-0417;10232600 QQ Bijlage III wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bijlage III Bij artikel 1.1, derde lid, van dit omgevingsplan, begripsbepalingen
Verwijderd : Archeologisch deskundige Een door burgemeester en wethouders als zodanig aangewezen archeoloog die voldoet aan de door en krachtens de Erfgoedwet gestelde kwalificaties en eisen. Archeologisch onderzoek Onderzoek verricht door een dienst, bedrijf of instelling, gecertificeerd volgens de BRL 4000 en daarmee in het bezit van de voor archeologisch onderzoek noodzakelijke certificaten, werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie. Archeologisch onderzoek resulteert in een rapportage, in het geval van gravend onderzoek volgens de uitgangspunten van een onderliggend Programma van eisen. Archeologische verwachting De aan een gebied toegekende archeologische verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten in dat gebied. Archeologische waarde De aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten. Historische begraafplaats Een besloten gebied waar menselijke resten van overleden personen zijn bijgezet en die niet meer als zodanig in gebruik is. Specifieke archeologische verwachting De aan een gebied toegekende archeologische verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten in dat gebied, specifiek relicten uit de Tweede Wereldoorlog, prehistorische akkercomplexen, het kanaal De Grift en de Romeinse Rijksgrens of Limeszone.
Tijdelijk deel omgevingsplan Het tijdelijke deel van het omgevingsplan bestaat uit: ruimtelijke regels uit bestemmingplannen en het exploitatieplan; rijksregels over activiteiten (aangeduid als bruidsschat) opgenomen in hoofdstuk 22. Toestemmingsvrij
Een activiteit waarbij geen melding, informatie of een vergunning nodig is.
Toegevoegd : Archeologisch deskundige Een door burgemeester en wethouders als zodanig aangewezen archeoloog die voldoet aan de door en krachtens de Erfgoedwet gestelde kwalificaties en eisen. Archeologisch onderzoek Onderzoek verricht door een dienst, bedrijf of instelling, gecertificeerd volgens de BRL 4000 en daarmee in het bezit van de voor archeologisch onderzoek noodzakelijke certificaten, werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie. Archeologisch onderzoek resulteert in een rapportage, in het geval van gravend onderzoek volgens de uitgangspunten van een onderliggend Programma van eisen. Archeologische verwachting De aan een gebied toegekende archeologische verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten in dat gebied. Archeologische waarde De aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten. Historische begraafplaats Een besloten gebied waar menselijke resten van overleden personen zijn bijgezet en die niet meer als zodanig in gebruik is. Specifieke archeologische verwachting De aan een gebied toegekende archeologische verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten in dat gebied, specifiek relicten uit de Tweede Wereldoorlog, prehistorische akkercomplexen, het kanaal De Grift en de Romeinse Rijksgrens of Limeszone.
Tijdelijk deel omgevingsplan Het tijdelijke deel van het omgevingsplan bestaat uit: besluiten die zijn aangewezen in artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet; kaarten, bedoeld in artikel 3.5, lid 2, en besluiten, bedoeld in artikel 3.5, lid 3, Aanvullingswet bodem Omgevingswet; en omgevingsplanregels van rechtswege, bedoeld in artikel 22.2, lid 1, Omgevingswet. Toestemmingsvrij Een activiteit waarbij geen melding, informatie of een vergunning nodig is. Bodemgevoelige locatie Bodemgevoelige locatie als bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving of een locatie waar als gevolg van het gebruik sprake is van een verhoogde kans op blootstelling aan de grond: a. kinderspeelplaats; b. camping; c. moestuincomplex of aangewezen locaties voor stadslandbouw. Robuuste ontwikkeling Ontwikkeling op een (deel van een) kadastraal perceel waardoor het gebruik/de functie wijzigt, bijvoorbeeld nieuwbouw van één of meerdere woningen. Ook herbouw van een woning wordt als een robuuste ontwikkeling beschouwd. Niet-robuuste ontwikkeling
Ontwikkeling op een (deel van een kadastraal) perceel waardoor het gebruik/de functie niet wijzigt, niet zijnde herbouw van woning. Voorbeelden hiervan zijn het bouwen van een schuurtje of beperkte uitbreiding (aanbouw) van een bestaande woning. Stabilisaat De toevoeging van bindmiddelen aan de bodem. RR Na sectie ' Waarde - Archeologie (overige gebieden - vergraven/afgegraven)' worden negen secties ingevoegd, luidende:
Toegevoegd : Artikel 3.14 Bodemfunctieklasse landbouw/natuur Veel activiteiten met grond worden getoetst aan het gebruik van de bodem. De kwaliteit van de grond moet hierbij aansluiten en geen risico opleveren. Het beheergebied van de bodemkwaliteitskaart is ingedeeld in vier functieklassen: 1. Landbouw/natuur 2. Wonen 3. Stedelijk wonen 4. Industrie Bij bouwen, functieverandering, graven, saneren of toepassen van de grond moet met deze functieklassen rekening gehouden worden.Naast de standaard gebiedsaanwijzingen landbouw/natuur, wonen en industrie wordt onderscheid gemaakt in de functieklasse stedelijk wonen. Deze functieklasse ziet op enkele wijken die verhoogde achtergrondwaarden hebben op het gebied van bodemverontreiniging. Bij nieuwe ontwikkelingen is hier een lagere bodemkwaliteit toegestaan in openbaar gebied dat niet voor bodemgevoelige activiteiten wordt gebruikt. Door middel van de gebiedsaanwijzingen worden specifieke gebieden binnen de gemeente Arnhem aangewezen waar bepaalde regels gelden. De volgende vijf gebiedsaanwijzingen worden onderscheiden: 1. Arnhem zonder Rijkswaterstaatgebied 2. Beperkt vooronderzoek bodem 3. Uitgebreid vooronderzoek bodem 4. Graven Arnhem zonder Rijkswaterstaatgebied en Spijkerkwartier, en 5. Graven Spijkerkwartier.
Voor een groot gedeelte van de regels geldt als werkingsgebied het grondgebied van de gemeente Arnhem, met uitzondering van de gebieden die onder het beheer van Rijkswaterstaat vallen. Daarnaast wordt onderscheid gemaakt in gebieden waarin beperkt, dan wel uitgebreid vooronderzoek uitgevoerd moet worden. Uitgebreid onderzoek moet worden uitgevoerd in gebieden waarin een verhoogde kans op bodemverontreiniging bestaat. Voor de activiteit graven wordt onderscheid gemaakt tussen het werkingsgebied Spijkerkwartier (met verhoogde achtergrondwaarden) en het overige grondgebied van de gemeente Arnhem, met uitzondering van het gebied dat onder het beheer van Rijkswaterstaat valt.
Toegevoegd : Artikel 3.15 Bodemfunctieklasse wonen Zie toelichting bij artikel 3.14 van dit omgevingsplan.
Toegevoegd : Artikel 3.16 Bodemfunctieklasse stedelijk wonen Zie toelichting bij artikel 3.14 van dit omgevingsplan.
Toegevoegd : Artikel 3.17 Bodemfunctieklasse industrie Zie toelichting bij artikel 3.14 van dit omgevingsplan.
Toegevoegd : Artikel 3.18 Gebiedsaanwijzing Arnhem zonder Rijkswaterstaatgebied Zie toelichting bij artikel 3.14 van dit omgevingsplan.
Toegevoegd : Artikel 3.19 Gebiedsaanwijzing beperkt vooronderzoek bodem Zie toelichting bij artikel 3.14 van dit omgevingsplan.
Toegevoegd : Artikel 3.20 Gebiedsaanwijzing uitgebreid vooronderzoek bodem Zie toelichting bij artikel 3.14 van dit omgevingsplan.
Toegevoegd : Artikel 3.21 Gebiedsaanwijzing graven Arnhem zonder Rijkswaterstaatgebied en Spijkerkwartier Zie toelichting bij artikel 3.14 van dit omgevingsplan.
Toegevoegd : Artikel 3.22 Gebiedsaanwijzing graven Spijkerkwartier Zie toelichting bij artikel 3.14 van dit omgevingsplan. SS De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Verwijderd : Artikel 22.30 lid 1 In het omgevingsplan wordt als lokale waarde de interventiewaarde bodemkwaliteit vastgelegd in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving. Voorheen was dit ook de waarde waaraan de bodemkwaliteit getoetst werd. Een verbod om te bouwen op verontreinigde bodem (boven de lokale waarde) zonder omgevingsvergunning als er geen maatregelen worden getroffen, volgt uit het samenstel van de vergunningplicht voor bouwen die al elders in de bruidsschat is geregeld met de beoordelingsregel in artikel 22.29, eerste lid (het toegevoegde onderdeel c), dat die vergunning alleen wordt verleend in de situatie die is gedefinieerd in de specifieke beoordelingsregel. TT De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Verwijderd : Artikel 22.30 lid 2 Gelijkwaardig met de regels van de voormalige Wet bodembescherming is hierbij opgenomen dat sprake is van een overschrijding van deze interventiewaarde als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie is overschreden in meer dan 25 m3 bodemvolume. Voorheen werd dit «het geval van verontreiniging» genoemd. Hierbij kan sprake zijn van onaanvaardbare risico’s en moet, afhankelijk van de functie en het gebruik, wellicht worden gesaneerd of een andere beschermende maatregel worden getroffen. Anders dan bij een saneringsgeval onder de Wet bodembescherming is het niet noodzakelijk om de exacte hoeveelheid verontreiniging of de contour voor een bepaalde concentratie stoffen in beeld te brengen; de grens van 25 m3 is alleen bedoeld om te voorkomen dat de beoordelingsregel elke emmer verontreiniging vangt. De regel is niet gericht op het opsporen en aanpakken van hele kleine verontreinigingen en vereist daarom alleen maatregelen als het om meer dan 25 m3 verontreiniging binnen een perceel gaat.
UU De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Verwijderd : Artikel 22.30 lid 3 De grens van 25 m3 uit het tweede lid geldt niet voor asbest, omdat asbest ook in kleine hoeveelheden gevaar voor de gezondheid kan opleveren. Ook bij een kleinere hoeveelheid dan 25 m3 moeten de in het omgevingsplan omschreven maatregelen worden getroffen.
VV Na sectie ' Voorrangsregels leemlagen' worden 29 secties ingevoegd, luidende:
Toegevoegd : Artikel 9.1 Voorrangsregels bodem Dit artikel regelt dat bij strijdigheid met het tijdelijke deel van het omgevingsplan de regel uit dit betreffende hoofdstuk uit het omgevingsplan voorgaat. Voor zover regels betreffende bodembeheer niet strijdig aan elkaar zijn gelden deze regels naast elkaar. Strijdigheid kan
bijvoorbeeld bestaan bij regels uit bestemmingsplannen of de regels uit hoofdstuk 22 van het omgevingsplan (de omgevingsplanregels van rijkswege).
Toegevoegd : Artikel 9.2 Bestandsformaat aanleveren gegevens en bescheiden Door aanlevering van gegevens in een voorgeschreven digitaal format is een betere verwerking in het bodeminformatiesysteem mogelijk.
Toegevoegd : Artikel 9.3 Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem De toelaatbare kwaliteit van de bodem geeft aan welke chemische kwaliteit nog toelaatbaar is bij een bepaald gebruik. Als de gehaltes aan verontreinigende stoffen hoger zijn dan die waarden, dan zijn sanerende maatregelen nodig om een veilig gebruik van de bodem mogelijk te maken (dat wil zeggen zonder risico’s voor menselijke gezondheid en ecologie). Dit artikel geeft weer in welke situaties (verandering van functie en/of (bij)bouwen) welke bodemkwaliteit nog toelaatbaar is. Met MHTR wordt bedoeld; maximaal humaan toelaatbaar risiconiveau. Met METR het maximaal ecologisch toelaatbaar risiconiveau. Voor lood nemen we de lokale normen die zijn vastgelegd in een beleidsnotitie als uitgangspunt, deze is te vinden op de website van de gemeente Arnhem (zoekterm: bodem). Omdat een sanering soms te ingrijpend is (in die zin dat de negatieve effecten zwaarder kunnen wegen dan de positieve effecten), maken we altijd een afweging en kunnen we afwijken van de waarden in artikel 9.3. De risicotoolbox is een hulpmiddel voor deze afweging. In de risicotoolbox wordt aangegeven welke overwegingen gebruikt kunnen worden en welke informatie daarbij nodig is.
Toegevoegd : Artikel 9.4 Activiteit in gebruik nemen bodem gevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie – informatieplicht Voordat een bodemgevoelig gebouw of een gedeelte van een bodemgevoelig gebouw in gebruik genomen wordt, moet informatie worden verstrekt waaruit blijkt hoe de sanerende of andere beschermende maatregelen (bedoeld in artikel paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving) zijn uitgevoerd.
Toegevoegd : Artikel 9.5 Activiteit bodemgevoelige locatie toevoegen – vergunningplicht Als het gebruik van een locatie verandert (bijvoorbeeld van kantoor naar woonhuis) waardoor er een bodemgevoelige locatie ontstaat, moet worden nagegaan of er geen bodemverontreiniging aanwezig is die hinder of gezondheidsrisico’s kan veroorzaken. Om dit te kunnen beoordelen stellen we een vergunningplicht in bij het ontstaan van een bodemgevoelige locatie.
Toegevoegd : Artikel 9.6 Activiteit bodemgevoelige locatie toevoegen – bijzondere aanvraagvereisten Als het gebruik van een locatie verandert (bijvoorbeeld van kantoor naar woonhuis), moet worden nagegaan of er geen bodemverontreiniging aanwezig is. We willen voorkomen dat er hinder of gezondheidsrisico’s kunnen ontstaan, en stellen daarom een vergunningplicht in bij het ontstaan van een bodemgevoelige locatie. Er is een bodemkwaliteitskaart opgesteld die een beeld geeft van de verwachte lokale bodemkwaliteit. Daaruit blijkt dat ter plaatse van het werkingsgebied bodem - beperkt vooronderzoek geen verdenking is op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Vandaar dat de initiatienemer geen uitgebreid onderzoek hoeft te doen. De initiatiefnemer moet wel zelf aangeven of er, naast de bodeminformatie die al bekend is en te vinden is op de website van de gemeente Arnhem (zoekterm: bodem), nog andere gegevens bekend zijn over de verwachte bodemkwaliteit. Initiatiefnemer vult hiervoor het “formulier beperkt vooronderzoek Arnhem” in. Deze is te vinden op de website van de gemeente Arnhem (zoekterm: bodem). Als hieruit blijkt dat de initiatiefnemer aanvullende informatie heeft die duidt op mogelijke bodemverontreiniging, is alsnog een verkennend bodemonderzoek (en zo nodig een nader bodemonderzoek) vereist om de kwaliteit van de bodem op de locatie te bepalen.
Er is een bodemkwaliteitskaart opgesteld die een beeld geeft van de verwachte lokale bodemkwaliteit. Daaruit blijkt ter plaatse van het werkingsgebied bodem – uitgebreid vooronderzoek mogelijk bodemverontreiniging aanwezig is. Een bodemonderzoek levert op deze locaties een meer betrouwbaar inzicht in de bodemkwaliteit en de mogelijke gezondheidsrisico’s. We eisen daarom dat bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning op deze locaties altijd een verkennend bodemonderzoek (en zo nodig een nader bodemonderzoek) wordt aangeleverd.
Toegevoegd : Artikel 9.8 Bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie – meldplicht Als een bodemgevoelig gebouw wordt gebouwd moet worden nagegaan of er geen bodemverontreiniging aanwezig is. We willen ook bij vergunningvrij bouwen voorkomen dat er hinder of gezondheidsrisico’s kunnen ontstaan, en stellen daarom een meldplicht in.
Toegevoegd : Artikel 9.9 Bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie – bijzondere aanvraagvereisten Er is een bodemkwaliteitskaart opgesteld die een beeld geeft van de verwachte lokale bodemkwaliteit. Daaruit blijkt dat ter plaatse van het werkingsgebied bodem – beperkt vooronderzoek geen verdenking is op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Vandaar dat de initiatienemer
geen uitgebreid onderzoek hoeft te doen. De initiatiefnemer moet wel zelf aangeven of er, naast de bodeminformatie die al bekend is en te vinden is op de website van de gemeente Arnhem (zoekterm: bodem), nog andere gegevens bekend zijn over de verwachte bodemkwaliteit. Initiatiefnemer vult hiervoor het “formulier beperkt vooronderzoek Arnhem” in. Deze is te vinden op de website van de gemeente Arnhem (zoekterm: bodem). Als hieruit blijkt dat de initiatiefnemer aanvullende informatie heeft die duidt op mogelijke bodemverontreiniging, is alsnog een verkennend bodemonderzoek (en zo nodig een nader bodemonderzoek) vereist om de kwaliteit van de bodem op de locatie te bepalen. Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat ter plaatse van het werkingsgebied bodem – uitgebreid vooronderzoek mogelijk bodemverontreiniging aanwezig is. Een bodemonderzoek levert op deze locaties een meer betrouwbaar inzicht in de bodemkwaliteit en de mogelijke gezondheidsrisico’s. We eisen daarom dat bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning op deze locaties altijd een verkennend bodemonderzoek (en zo nodig een nader bodemonderzoek) wordt aangeleverd.
Toegevoegd : Artikel 9.10 Bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie – beoordelingsregels Als een bodemgevoelig gebouw wordt gebouwd (bijvoorbeeld een woonhuis), dan moet worden nagegaan of er geen bodemverontreiniging aanwezig is. Op een bodemgevoelige locatie moet de bodemkwaliteit voldoen aan de toelaatbare kwaliteit. Om dat aan te tonen wordt door de initiatiefnemer een voorafgaand bodemonderzoek overgelegd. Dit is een trapsgewijs onderzoek, dat wil zeggen, er is in ieder geval vooronderzoek nodig. Als hieruit een verdenking blijkt voor bodemverontreiniging dan is een verkennend- en zo nodig nader bodemonderzoek nodig. Wanneer de bodemkwaliteit de waarde voor de toelaatbare kwaliteit overschrijdt, is bouwen alleen mogelijk na het uitvoeren van sanerende of andere beschermende maatregelen. Kleine verontreinigingen (<25m3) in de (boven)grond of verontreinigingen met gehaltes die lager zijn dan de interventiewaarden hoeven niet gesaneerd te worden. Als er sprake is van gezondheidsrisico’s of als het om verontreinigingen met asbest gaat, moeten kleine verontreinigingen wél gesaneerd worden.
Toegevoegd : Artikel 9.11 Spoedreparatie - informatieplicht Bij een spoedreparatie van vitale ondergrondse infrastructuur is het niet mogelijk om een week van tevoren een melding te doen bij het bevoegd gezag. Er moet direct gehandeld worden. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn bij het herstellen van gasleidingen en (drink)waterleidingen in geval van lekkages, of bij het herstellen van een kabelbreuk (elektriciteit, glasvezels et cetera). Met dit artikel wordt geborgd dat de toezichthouder wel geïnformeerd wordt als zo’n spoedreparatie plaatsvindt in de bodem met een kwaliteit die slechter is dan de interventiewaarde. Door onzorgvuldig handelen zou dan namelijk risico kunnen ontstaan voor mens en milieu, of
ongewenste opmenging van bodemlagen. Met dit artikel wordt de uitvoerder verplicht de spoedreparatie zo snel mogelijk aan te kondigen, waarbij slechts enkele gegevens hoeven te worden verstrekt. Als het alleen gaat om het tijdelijk uitnemen van ten hoogste 25m3 grond, dan hoeft er niets gemeld te worden. Op het uitvoeren van spoedreparaties is de specifieke zorgplicht van artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing. Van de initiatiefnemer wordt verwacht dat hij zich inspant om zelf te beoordelen of zijn handelen nadelige gevolgen heeft en hoe hij de gevolgen redelijkerwijs kan voorkomen of beperken. Als bijvoorbeeld bekend is of visueel eenvoudig is vast te stellen dat er verschil is in de kwaliteit van de grond, worden de verschillende lagen voorzichtigheidshalve gescheiden gehouden. De hoeveelheid te ontgraven grond moet proportioneel zijn voor het uitvoeren van een spoedreparatie.
Toegevoegd : Artikel 9.12 Graven in de bodem – informatieplicht beperkt vooronderzoek Er is een bodemkwaliteitskaart opgesteld die een beeld geeft van de verwachte lokale bodemkwaliteit. Daaruit blijkt dat op deze locatie geen verdenking is op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Vandaar dat de initiatienemer geen uitgebreid onderzoek hoeft te doen. De initiatiefnemer moet dan wel zelf aangeven of er, naast de bodeminformatie die al bekend is en te vinden is op de website van de gemeente Arnhem (zoekterm: bodem), nog andere gegevens bekend zijn over de verwachte bodemkwaliteit. Initiatiefnemer vult hiervoor het “formulier beperkt vooronderzoek Arnhem” in. Deze is te vinden op de website van de gemeente Arnhem (zoekterm: bodem). Als blijkt dat de initiatiefnemer aanvullende informatie heeft die duidt op mogelijke bodemverontreiniging, is alsnog een verkennend bodemonderzoek (en zo nodig een nader bodemonderzoek) vereist om de kwaliteit van de bodem op de locatie te bepalen. Het formulier of het vooronderzoek en de eventueel benodigde rapportages van vervolgonderzoeken dienen een week voor de start van de werkzaamheden te zijn aangeleverd. De informatieplicht van dit artikel geldt niet als het alleen gaat om het tijdelijk uitnemen van grond of als het graven in de bodem plaatsvindt in verband met een spoedreparatie.
Toegevoegd : Artikel 9.13 Graven in de bodem - informatieplicht uitgebreid vooronderzoek Er is een bodemkwaliteitskaart opgesteld die een beeld geeft van de verwachte lokale bodemkwaliteit. Daaruit blijkt dat op deze locatie mogelijk bodemverontreiniging aanwezig is. Een bodemonderzoek levert op deze locaties een meer betrouwbaar inzicht in de bodemkwaliteit en de mogelijke gezondheidsrisico’s. We eisen daarom dat bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning op deze locaties altijd een verkennend bodemonderzoek (en zo nodig een nader bodemonderzoek) wordt aangeleverd.
Toegevoegd : Artikel 9.14 Toepassingsbereik kleinschalig graven
Dit artikel beschrijft wat er wordt bedoeld met “kleinschalig graven”. Dit zijn werkzaamheden in de bodem zoals graven, met beperkt grondverzet (minder dan 25m3) maar wel in grond die verontreinigd is boven de interventiewaarde. Als de verontreiniging onder het overgangsrecht uit het Aanvullingsbesluit bodem valt, gelden de regels uit de Wet bodembescherming; bijvoorbeeld locaties die beschikt zijn als ernstig en spoedeisend en/of locaties met gebruiksbeperkingen, of locaties waar een sanering loopt.