Bijlage 1 - Wijzigingsbesluit omgevingsplan thema bodem
Tekst van het document
Klik hier om naar de planviewer te gaan.
Wijziging Omgevingsplan gemeente Arnhem Bodem - 0002 De gemeenteraad van de Gemeente Arnhem gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 januari 2026; gelet op artikel 2.4 van de Omgevingswet; Besluit;
Artikel I Het "Omgevingsplan gemeente Arnhem" te wijzigen conform de wijzigen zoals opgenomen in Bijlage A;
Artikel II het wijzigingenoverzicht, door te voeren ten opzichte van het ontwerp;
Artikel III Dit besluit treedt in werking vier weken na bekendmaking ervan.
Sluiting Aldus vastgesteld door de gemeenteraad
De griffier, De voorzitter, Tegen het wijzigingsbesluit kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dat kan gedurende de beroepstermijn. Het beroep dient te worden gericht aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA ’s-Gravenhage. Voor het op andere wijze dan schriftelijk instellen van beroep, wordt verwezen naar de website van de Raad van State. Een belanghebbende kan altijd beroep instellen, ook als hij geen zienswijzen heeft ingediend op het ontwerpwijzigingsbesluit. Een niet-belanghebbende kan ook beroep instellen als hij: - een zienswijze tegen het ontwerp-omgevingsplan heeft ingediend; of - geen zienswijze heeft ingediend en kan aantonen dat hij redelijkerwijs niet in staat is geweest om zienswijzen in te dienen; of - beroep wil instellen tegen wijzigingen die de raad bij de vaststelling van het omgevingsplan ten opzichte van het ontwerp-omgevingsplan heeft aangebracht. Het wijzigingsbesluit treedt in werking op de dag waarop 4 weken zijn verstreken sinds de dag waarop de gemeente het besluit bekend heeft gemaakt. Het instellen van beroep heeft geen schorsende werking. Dat
betekent dat het wijzigingsbesluit, ook al is er beroep ingesteld, in werking treedt. Degene die beroep heeft ingesteld kan de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak verzoeken om met het oog op onverwijlde spoed een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek dient geadresseerd te worden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, ter attentie van de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak, postbus 20019, 2500 EA ’s-Gravenhage. Onder de Omgevingswet heeft een verzoek om voorlopige voorziening géén schorsende werking. Dat betekent dat het indienen van een voorlopige voorziening er niet automatisch voor zorgt dat een omgevingsplan voorlopig niet uitgevoerd kan worden. Dat gebeurt pas als de voorzieningenrechter een verzoek om voorlopige voorziening geheel of gedeeltelijk toewijst.
Bijlagen Bijlage A Bijlage bij artikel I A Artikel 1.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1.Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk hoofdstuk 1 tot en met 22 van dit omgevingsplan. 2.Bijlage II bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan. 3.Bijlage III bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 1 tot en met 21 van dit omgevingsplan. B Afdeling 3.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Afdeling 3.2 Waarden Artikel 3.1 Waarde – Archeologie (archeologisch waardevol gebied, Rijksbeschermd) 1.De gronden/gebieden met de waarde Archeologie - Waardevol gebied (rijksbeschermd) met werkingsgebied waarde Archeologie - waardevol gebied (rijksbeschermd) zijn archeologisch waardevolle gebieden met de functie archeologisch rijksmonument . 2.Het doel van deze waarde is het behoud, de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden in een rijksbeschermd archeologisch waardevol gebied met bekende archeologische vindplaatsen. 3.In hoofdstuk 7 staan de aanvullende regels voor gronden waar een archeologische waarde geldt.
Artikel 3.2 Waarde – Archeologie (archeologisch waardevol gebied, Rijksbeschermd UNESCO) 1.De gronden/gebieden met de waarde Archeologie - Waardevol gebied (rijksbeschermd, UNESCO) met werkingsgebied waarde Archeologie - waardevol gebied (rijksbeschermd, UNESCO) zijn archeologisch waardevolle gebieden die universele waarde van werelderfgoed vertegenwoordigen. 2.Het doel van deze waarde is het behoud, de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden in een archeologisch waardevol gebied als UNESCO werelderfgoed met bekende archeologische vindplaatsen.
3.In hoofdstuk 7 staan de aanvullende regels voor gronden waar een archeologische waarde geldt.
Artikel 3.3 Waarde – Archeologie (archeologisch waardevol gebied, gemeentelijk beschermd) 1.De grondengebieden met de waarde Archeologie - Waardevol gebied (gemeentelijk beschermd) met werkingsgebied waarde Archeologie - waardevol gebied (gemeentelijk beschermd) hebben de functie gemeentelijk archeologische monument. 2.Het doel van deze waarde is het behoud, de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden in een gemeentelijk beschermd archeologisch waardevol gebied met bekende archeologische vindplaatsen. 3.In hoofdstuk 7 staan de aanvullende regels voor gronden waar een archeologische waarde geldt.
Artikel 3.4 Waarde – Archeologie (archeologisch waardevol gebied, begraafplaats) 1.De grondengebieden met de waarde Archeologie - Waardevol gebied (begraafplaats) met werkingsgebied waarde Archeologie - waardevol gebied (begraafplaats) zijn archeologisch waardevolle gebieden. 2.Het doel van deze waarde is het behoud, de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden in een archeologisch waardevol gebied in de vorm van een historische begraafplaats met bekende archeologische vindplaatsen. 3.In hoofdstuk 7 staan de aanvullende regels voor gronden waar een archeologische waarde geldt.
Artikel 3.5 Waarde - Archeologie (archeologisch waardevol gebied) 1.De grondengebieden met de waarde Archeologie - Waardevol gebied met werkingsgebied waarde Archeologie - waardevol gebied zijn archeologisch waardevolle gebieden. 2.Het doel van deze waarde is het behoud, de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden in een archeologisch waardevol gebied met bekende archeologische vindplaatsen. 3.In hoofdstuk 7 staan de aanvullende regels voor gronden waar een archeologische waarde geldt.
Artikel 3.6 Waarde – Archeologie (hoge verwachting) 1.De grondengebieden met de waarde Archeologie - Hoge verwachting met werkingsgebied waarde Archeologie - hoge verwachting zijn gebieden met een hoge verwachting op archeologische vindplaatsen. 2.Het doel van deze waarde is het behoud, de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden in een gebied met een hoge verwachting op archeologische vindplaatsen. 3.In hoofdstuk 7 staan de aanvullende regels voor gronden waar een archeologische waarde geldt.
Artikel 3.7 Waarde – Archeologie (middelhoge verwachting) 1.De grondengebieden met de waarde Archeologie - Middelhoge verwachting met werkingsgebied waarde Archeologie - middelhoge verwachting zijn gebieden met een middelhoge verwachting op archeologische vindplaatsen. 2.Het doel van deze waarde is het behoud, de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden in een gebied met een middelhoge verwachting op archeologische vindplaatsen. 3.In hoofdstuk 7 staan de aanvullende regels voor gronden waar een archeologische waarde geldt.
Artikel 3.8 Waarde – Archeologie (lage verwachting) 1.De grondengebieden met de waarde Archeologie - Lage verwachting met werkingsgebied waarde Archeologie - lage verwachting zijn gebieden met een lage verwachting op archeologische vindplaatsen. 2.Het doel van deze waarde is het behoud, de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden in een gebied met een lage verwachting op archeologische vindplaatsen. 3.In hoofdstuk 7 staan de aanvullende regels voor gronden waar een archeologische waarde geldt.
Artikel 3.9 Waarde - Archeologie (overige gebieden - opgehoogd terrein) 1.De gronden/gebieden met de waarde Archeologie - Overige gebieden - opgehoogd terrein met werkingsgebied waarde Archeologie - overige gebieden - opgehoogd terrein zijn opgehoogd.
2.Bij de beoordeling voor een omgevingsvergunning wordt rekening gehouden met het opgehoogd zijn van het terrein.
Artikel 3.10 Waarde - Archeologie (overige gebieden - vergraven/afgegraven) 1.De gronden/gebieden met de waarde Archeologie - Overige gebieden - vergraven/afgegraven met werkingsgebied waarde Archeologie - overige gebieden - vergraven/afgegraven zijn vergraven of afgegraven. 2.Bij de beoordeling voor een omgevingsvergunning wordt rekening gehouden met het vergraven en het afgegraven zijn van het terrein.
Artikel 3.11 Waarde - Geomorfologie leemlagen (1,5 m-mv) 1.Op de grondengebieden met de waarde Geomorfologie - Leemlagen > 1,5 m met werkingsgebied waarde Geomorfologie - leemlagen >1,5m kunnen zich leemlagen op een diepte van 1,5 meter beneden maaiveld bevinden. 2.Het doel van deze waarde is het behoud, de bescherming en veiligstelling van de aanwezige leemlagen en de afstroming van grondwater naar de beken. 3.In hoofdstuk 8 staan de aanvullende regels voor gronden waar de waarde geomorfologie leemlagen geldt.
Artikel 3.12 Waarde - Geomorfologie leemlagen (3,0 m-mv) 1.Op de grondengebieden met de waarde Geomorfologie - Leemlagen > 3,0 m met werkingsgebied waarde Geomorfologie - leemlagen >3,0m kunnen zich leemlagen op een diepte van 3,0 meter beneden maaiveld bevinden. 2.Het doel van deze waarde is het behoud, de bescherming en veiligstelling van de aanwezige leemlagen en de afstroming van grondwater naar de beken. 3.In hoofdstuk 8 staan de aanvullende regels voor gronden waar de waarde geomorfologie leemlagen geldt.
Artikel 3.13 Waarde - Geomorfologie leemlagen (4,0 m-mv) 1.Op de grondengebieden met waarde Geomorfologie - Leemlagen > 4,0 m met werkingsgebied waarde Geomorfologie - leemlagen >4,0m kunnen zich leemlagen op een diepte van 4,0 meter beneden maaiveld bevinden. 2.Het doel van deze waarde is het behoud, de bescherming en veiligstelling van de aanwezige leemlagen en de afstroming van grondwater naar de beken. 3.In hoofdstuk 8 staan de aanvullende regels voor gronden waar de waarde geomorfologie leemlagen geldt. C Afdeling 3.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Afdeling 3.3 GereserveerdMilieuaandachtsgebieden
Verwijderd : Gereserveerd
Toegevoegd : Paragraaf 3.3.1 Gebiedsaanwijzing bodem Artikel 3.14 Bodemfunctieklasse landbouw/natuur 1.Er is een milieuaandachtsgebied Bodem - Functieklasse landbouw en natuur. 2.De bodemfunctieklasse landbouw/natuur is gericht op het beschermen van mens en milieu tegen maatschappelijk onaanvaardbaar geachte gezondheids- en milieurisico's. 3.Voor de gronden met deze bodemfunctieklasse gelden mogelijk aanvullende regels voor gebruik, bouwen, kap-, graaf- en aanlegactiviteiten en/of milieubelastende activiteiten.
Artikel 3.15 Bodemfunctieklasse wonen
1.Er is een milieuaandachtsgebied Bodem - Functieklasse wonen. 2.De bodemfunctieklasse wonen is gericht op het beschermen van mens en milieu tegen maatschappelijk onaanvaardbaar geachte gezondheids- en milieurisico's. 3.Voor de gronden met deze bodemfunctieklasse gelden mogelijk aanvullende regels voor gebruik, bouwen, kap-, graaf- en aanlegactiviteiten en/of milieubelastende activiteiten.
Artikel 3.16 Bodemfunctieklasse stedelijk wonen 1.Er is een milieuaandachtsgebied Bodem - Functieklasse stedelijk wonen. 2.De bodemfunctieklasse stedelijk wonen is gericht op het beschermen van mens en milieu tegen maatschappelijk onaanvaardbaar geachte gezondheids- en milieurisico's. 3.Voor de gronden met deze bodemfunctieklasse gelden mogelijk aanvullende regels voor gebruik, bouwen, kap-, graaf- en aanlegactiviteiten en/of milieubelastende activiteiten.
Artikel 3.17 Bodemfunctieklasse industrie 1.Er is een milieuaandachtsgebied Bodem - Functieklasse industrie. 2.De bodemfunctieklasse industrie is gericht op het beschermen van mens en milieu tegen maatschappelijk onaanvaardbaar geachte gezondheids- en milieurisico's. 3.Voor de gronden met deze bodemfunctieklasse gelden mogelijk aanvullende regels voor gebruik, bouwen, kap-, graaf- en aanlegactiviteiten en/of milieubelastende activiteiten.
Artikel 3.18 Gebiedsaanwijzing Arnhem zonder Rijkswaterstaatgebied Er is een gebiedsaanwijzing Bodem - Arnhem zonder Rijkswaterstaatgebied.
Artikel 3.19 Gebiedsaanwijzing beperkt vooronderzoek bodem Er is een gebiedsaanwijzing Bodem - Beperkt vooronderzoek.
Artikel 3.20 Gebiedsaanwijzing uitgebreid vooronderzoek bodem Er is een gebiedsaanwijzing Bodem - Uitgebreid vooronderzoek.
Artikel 3.21 Gebiedsaanwijzing graven Arnhem zonder Rijkswaterstaatgebied en Spijkerkwartier Er is een gebiedsaanwijzing Bodem - Graven Arnhem zonder Rijkswaterstaatgebied en Spijkerkwartier.
Artikel 3.22 Gebiedsaanwijzing graven Spijkerkwartier Er is een gebiedsaanwijzing Bodem - Graven Spijkerkwartier.
D Artikel 5.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.5 Algemene bouwregels Een omgevingsvergunning voor bouwen kan alleen worden verleend indien wordt voldaan aan: a. het tijdelijk deel van het omgevingsplan; en b. de algemene bouwregels uit afdeling 5.1; en c. de beoordelingsregels uit afdeling 5.6; en d. de beoordelingsregels uit paragraaf 7.2.3; en e. de beoordelingsregels uit paragraaf 8.2.1.; en
f.
Toegevoegd :
de beoordelingsregels uit paragraaf 9.3.2. E Artikel 7.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.2 Archeologie - specifieke zorgplicht Degene die ter plaatse van het werkingsgebiedde gebiedsaanwijzingen waarde Archeologie waardevolWaardevol gebied (rijksbeschermd), waarde Archeologie - waardevolWaardevol gebied (rijksbeschermd, UNESCO), waarde Archeologie - waardevolWaardevol gebied (gemeentelijk beschermd) of waarde Archeologie - waardevolWaardevol gebied (begraafplaats) een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit kan leiden tot het beschadigen of vernielen van archeologische waarden, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om deze beschadiging of vernieling te voorkomen.
F Paragraaf 7.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Paragraaf 7.2.2 Toestemmingsvrije bouwactiviteiten indien passend binnen regels omgevingsplan Archeologie Artikel 7.4 Beperkingen vanwege archeologische waarden in een archeologisch archeologisch waardegebied -; Rijksbeschermd - UNESCO - gemeentelijk beschermd begraafplaats Artikel 22.27, aanhef en onder a en b, zijn ter plaatse van de werkingsgebiedengebiedsaanwijzing waarde Archeologie - waardevolWaardevol gebied (rijksbeschermd), waarde Archeologie - waardevolWaardevol gebied (rijksbeschermd, UNESCO), waarde Archeologie - waardevolWaardevol gebied (gemeentelijk beschermd), en waarde Archeologie - Waardevol gebied (begraafplaats) alleen toestemmingsvrij indien: a. het bouwwerk waarop de activiteit betrekking heeft een oppervlakte heeft van minder dan 0 m2 , b. er al een verplichting geldt een archeologisch onderzoek te verrichten in het kader van de omgevingsvergunning voor andere activiteiten die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit.
Artikel 7.5 Beperkingen vanwege archeologische waarden in een archeologisch waardevol gebied Artikel 22.27, aanhef en onder a en b, zijn ter plaatse van het werkingsgebiedde gebiedsaanwijzing waarde Archeologie - waardevolWaardevol gebied; alleen toestemmingsvrij indien: a. het bouwwerk waarop de activiteit betrekking heeft een oppervlakte heeft van minder dan 30 m2 ; b. er al een verplichting geldt een archeologisch onderzoek te verrichten in het kader van de omgevingsvergunning voor andere activiteiten die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit.
Artikel 7.6 Beperkingen vanwege archeologische waarden in een gebied met hoge archeologische verwachting Artikel 22.27, aanhef en onder a en b, zijn ter plaatse van het werkingsgebiedde gebiedsaanwijzing waarde Archeologie - hogeHoge verwachting alleen toestemmingsvrij indien: a. het bouwwerk waarop de activiteit betrekking heeft een oppervlakte heeft van minder dan 200 m2 ; b. er al een verplichting geldt een archeologisch onderzoek te verrichten in het kader van de omgevingsvergunning voor andere activiteiten die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit.
Artikel 7.7 Beperkingen vanwege archeologische waarden in een gebied met middelhoge archeologische verwachting Artikel 22.27, aanhef en onder a en b, zijn ter plaatse van het werkingsgebiedde gebiedsaanwijzing waarde Archeologie - middelhogeMiddelhoge verwachting alleen toestemmingsvrij indien: a. het bouwwerk waarop de activiteit betrekking heeft een oppervlakte heeft van minder dan 500 m2 ; b. er al een verplichting geldt een archeologisch onderzoek te verrichten in het kader van de omgevingsvergunning voor andere activiteiten die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit.
Artikel 7.8 Beperkingen vanwege archeologische waarden in een gebied met lage archeologische verwachting Artikel 22.27, aanhef en onder a en b, zijn ter plaatse van het werkingsgebiedde gebiedsaanwijzing waarde Archeologie - lageLage verwachting alleen toestemmingsvrij indien: a. het bouwwerk waarop de activiteit betrekking heeft een oppervlakte heeft van minder dan 5.000 m2; b. er al een verplichting geldt een archeologisch onderzoek te verrichten in het kader van de omgevingsvergunning voor andere activiteiten die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit. G Artikel 7.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.9 Bouwactiviteiten in een archeologisch waardegebied - Rijksbeschermd - UNESCO gemeentelijk beschermd - begraafplaats
Ter plaatse van de werkingsgebiedengebiedsaanwijzingen waarde Archeologie waardevolWaardevol gebied (rijksbeschermd), waarde Archeologie - waardevolWaardevol gebied (rijksbeschermd, UNESCO), waarde Archeologie - waardevolWaardevol gebied (gemeentelijk beschermd) en waarde Archeologie - waardevolWaardevol gebied (begraafplaats) zijn bouwactiviteiten toegestaan voor zover:
a. het gaat om bouwwerken, indien het betreft: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; of 2. bouwwerken waarvan de binnen het werkingsgebied gelegen oppervlakte ten hoogste 0 m2 bedraagt; of b. op basis van archeologisch onderzoek of naar het oordeel van een archeologisch deskundige is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; of c. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie de archeologische waarden door de bouwwerkzaamheden niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het afwijken voorschriften te verbinden gericht op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; 3. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; 4. het verrichten van een opgraving, daaronder mede begrepen een archeologische begeleiding, op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met de Erfgoedwet; 5.
het binnen een bepaalde termijn starten van de werkzaamheden; 6. het vooraf melden van de start van de werkzaamheden; 7. het zo spoedig mogelijk schriftelijk melden van feiten of omstandigheden die van invloed zijn op de uitvoering van werkzaamheden in overeenstemming met de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften; 8. het tijdig voor aanvang van de werkzaamheden bekend maken van de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften aan de opdrachtnemer van de werkzaamheden, onder wie mede begrepen een onderaannemer; 9. het uitvoeren van de werkzaamheden in overeenstemming me de in de omgevingsvergunning genoemde versie van tekeningen of een programma van eisen. H Artikel 7.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.10 Bouwactiviteiten in een archeologisch waardevol gebied
Ter plaatse van het werkingsgebiedde gebiedsaanwijzing waarde Archeologie waardevolWaardevol gebied zijn bouwactiviteiten toegestaan voor zover: a. het gaat om bouwwerken, indien het betreft: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; of 2. bouwwerken waarvan de binnen het werkingsgebied gelegen oppervlakte ten hoogste 30 m2 bedraagt; of 3. bouwwerken waarvan de binnen het werkingsgebied gelegen oppervlakte meer dan 30 m2 bedraagt, de daarmee gepaard gaande bodemingrepen niet dieper zijn dan 40 cm en die zonder heiwerkzaamheden kunnen worden gebouwd; of
b. op basis van archeologisch onderzoek of naar het oordeel van een archeologisch deskundige is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; of c. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie de archeologische waarden door de bouwwerkzaamheden niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het afwijken voorschriften te verbinden gericht op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; 3. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; 4. het verrichten van een opgraving, daaronder mede begrepen een archeologische begeleiding, op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met de Erfgoedwet; 5. het binnen een bepaalde termijn starten van de werkzaamheden; 6. het vooraf melden van de start van de werkzaamheden; 7. het zo spoedig mogelijk schriftelijk melden van feiten of omstandigheden die van invloed zijn op de uitvoering van werkzaamheden in overeenstemming met de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften; 8.
het tijdig voor aanvang van de werkzaamheden bekend maken van de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften aan de opdrachtnemer van de werkzaamheden, onder wie mede begrepen een onderaannemer; 9. het uitvoeren van de werkzaamheden in overeenstemming me de in de omgevingsvergunning genoemde versie van tekeningen of een programma van eisen. I Artikel 7.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.11 Bouwactiviteiten in een gebied met hoge archeologische verwachting Ter plaatse van het werkingsgebiedde gebiedsaanwijzing waarde Archeologie - hogeHoge verwachting zijn bouwactiviteiten toegestaan voor zover: a. het gaat om bouwwerken, indien het betreft: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; of 2. bouwwerken waarvan de binnen het werkingsgebied gelegen oppervlakte ten hoogste 200 m2 bedraagt; of 3. bouwwerken waarvan de binnen het werkingsgebied gelegen oppervlakte meer dan 200 m2 bedraagt, de daarmee gepaard gaande bodemingrepen niet dieper zijn dan 40 cm en die zonder heiwerkzaamheden kunnen worden gebouwd; of b. op basis van archeologisch onderzoek of naar het oordeel van een archeologisch deskundige is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; of c. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie de archeologische waarden door de bouwwerkzaamheden niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het afwijken voorschriften te verbinden gericht op:
1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; 3. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; 4. het verrichten van een opgraving, daaronder mede begrepen een archeologische begeleiding, op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met de Erfgoedwet; 5. het binnen een bepaalde termijn starten van de werkzaamheden; 6. het vooraf melden van de start van de werkzaamheden; 7. het zo spoedig mogelijk schriftelijk melden van feiten of omstandigheden die van invloed zijn op de uitvoering van werkzaamheden in overeenstemming met de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften; 8. het tijdig voor aanvang van de werkzaamheden bekend maken van de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften aan de opdrachtnemer van de werkzaamheden, onder wie mede begrepen een onderaannemer; 9. het uitvoeren van de werkzaamheden in overeenstemming me de in de omgevingsvergunning genoemde versie van tekeningen of een programma van eisen. J Artikel 7.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.12 Bouwactiviteiten in een gebied met middelhoge archeologische verwachting Ter plaatse van het werkingsgebiedde gebiedsaanwijzing waarde Archeologie middelhogeMiddelhoge verwachting zijn bouwactiviteiten toegestaan voor zover: a. het gaat om bouwwerken, indien het betreft: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; of 2. bouwwerken waarvan de binnen het werkingsgebied gelegen oppervlakte ten hoogste 500 m2 bedraagt; of 3. bouwwerken waarvan de binnen het werkingsgebied gelegen oppervlakte meer dan 500 m2 bedraagt, de daarmee gepaard gaande bodemingrepen niet dieper zijn dan 40 cm en die zonder heiwerkzaamheden kunnen worden gebouwd; of b. op basis van archeologisch onderzoek of naar het oordeel van een archeologisch deskundige is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; of c. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie de archeologische waarden door de bouwwerkzaamheden niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het afwijken voorschriften te verbinden gericht op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2.
het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; 3. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties;
4. het verrichten van een opgraving, daaronder mede begrepen een archeologische begeleiding, op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met de Erfgoedwet; 5. het binnen een bepaalde termijn starten van de werkzaamheden; 6. het vooraf melden van de start van de werkzaamheden; 7. het zo spoedig mogelijk schriftelijk melden van feiten of omstandigheden die van invloed zijn op de uitvoering van werkzaamheden in overeenstemming met de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften; 8. het tijdig voor aanvang van de werkzaamheden bekend maken van de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften aan de opdrachtnemer van de werkzaamheden, onder wie mede begrepen een onderaannemer; 9. het uitvoeren van de werkzaamheden in overeenstemming me de in de omgevingsvergunning genoemde versie van tekeningen of een programma van eisen. K Artikel 7.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.13 Bouwactiviteiten in een gebied met lage archeologische verwachting Ter plaatse van het werkingsgebiedde gebiedsaanwijzing waarde Archeologie - lageLage verwachting zijn bouwactiviteiten toegestaan voor zover: a. het gaat om bouwwerken, indien het betreft: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; of 2. bouwwerken waarvan de binnen het werkingsgebied gelegen oppervlakte ten hoogste 5.000 m2 bedraagt; of 3. bouwwerken waarvan de binnen het werkingsgebied gelegen oppervlakte meer dan 5.000 m2 bedraagt, de daarmee gepaard gaande bodemingrepen niet dieper zijn dan 40 cm en die zonder heiwerkzaamheden kunnen worden gebouwd; of b. op basis van archeologisch onderzoek of naar het oordeel van een archeologisch deskundige is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; of c. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie de archeologische waarden door de bouwwerkzaamheden niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het afwijken voorschriften te verbinden gericht op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2.
het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; 3. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; 4. het verrichten van een opgraving, daaronder mede begrepen een archeologische begeleiding, op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met de Erfgoedwet; 5. het binnen een bepaalde termijn starten van de werkzaamheden; 6. het vooraf melden van de start van de werkzaamheden; 7. het zo spoedig mogelijk schriftelijk melden van feiten of omstandigheden die van invloed zijn op de uitvoering van werkzaamheden in overeenstemming met de aan de
omgevingsvergunning verbonden voorschriften; 8. het tijdig voor aanvang van de werkzaamheden bekend maken van de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften aan de opdrachtnemer van de werkzaamheden, onder wie mede begrepen een onderaannemer; 9. het uitvoeren van de werkzaamheden in overeenstemming me de in de omgevingsvergunning genoemde versie van tekeningen of een programma van eisen. L Het opschrift van artikel 7.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.14 Bouwactiviteiten in een archeologisch waardegebied - specifiekebijzondere aanvraagvereisten M Artikel 7.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.16 Werken en werkzaamhedenactiviteiten in een archeologisch waardegebied Rijksbeschermd - UNESCO - gemeentelijk beschermd - begraafplaats 1.
Het verbod om zonder omgevingsvergunning een werken of werkzaamhedenactiviteit te verrichten zoals bedoelbedoeld in artikel 6.1 is ter plaatse van de werkingsgebiedengebiedsaanwijzingen waarde Archeologie - waardevolWaardevol gebied (rijksbeschermd), waarde Archeologie - waardevolWaardevol gebied (rijksbeschermd, UNESCO), waarde Archeologie - waardevolWaardevol gebied (gemeentelijk beschermd) en waarde Archeologie - waardevolWaardevol gebied (begraafplaats) van toepassing op het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamhedenactiviteiten of kapactiviteiten: a. grondwerkzaamheden waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het aanleggen, vergraven, verruimen, dempen of baggeren van sloten, vijvers en andere wateren, het verwijderen van funderingen en het aanleggen van drainage; b. het verlagen of verhogen van het waterpeil en grondwaterstand; c. het rooien of planten van bomen; d. het aanleggen of onderhouden van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; e. het aanbrengen van verhardingen of ophogingen. 2.Het verbod, als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing indien de werken en werkzaamhedenactiviteiten of kapactiviteiten: a.
een oppervlakte hebben tot ten hoogste 0 m2 of een omvang hebben van ten hoogste 0 m1; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit of een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het omgevingsplan; d. behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; e. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. N
Artikel 7.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.17 Werken en werkzaamhedenactiviteiten in een archeologisch waardevol gebied 1.Het verbod om zonder omgevingsvergunning een werken of werkzaamhedenactiviteit te verrichtenzoals bedoelverrichten zoals bedoeld in artikel 6.1 is ter plaatse van het werkingsgebiedde gebiedsaanwijzing waarde Archeologie - waardevolWaardevol gebied van toepassing op het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamhedenactiviteiten kapactiviteiten: a. grondwerkzaamheden dieper dan 40 cm, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het aanleggen, vergraven, verruimen, dempen of baggeren van sloten, vijvers en andere wateren, het verwijderen van funderingen en het aanleggen van drainage; b. het verlagen of verhogen van het waterpeil en de grondwaterstand; c. het rooien of planten van bomen; d. het aanleggen of onderhouden van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; e. het aanbrengen van verhardingen of ophogingen. 2.Het verbod, als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing indien de werken en werkzaamhedenactiviteiten of kapactiviteiten: a. een oppervlakte hebben tot ten hoogste 30 m2 of een omvang hebben van ten hoogste 30 m1; b.
mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit of een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; d. behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; e. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. O Artikel 7.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.18 Werken en werkzaamhedenactiviteiten in een gebied met hoge archeologische verwachting 1.Het verbod om zonder omgevingsvergunning een werken of werkzaamhedenactiviteit te verrichtenzoals bedoelverrichten zoals bedoeld in artikel 6.1 is ter plaatse van het werkingsgebiedde gebiedsaanwijzing waarde Archeologie - hogeHoge verwachting van toepassing op het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamhedenactiviteiten of kapactiviteiten: a. grondwerkzaamheden dieper dan 40 cm, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het aanleggen, vergraven, verruimen, dempen of baggeren van sloten, vijvers en andere wateren, het verwijderen van funderingen en het aanleggen van drainage; b. het verlagen of verhogen van het waterpeil en de grondwaterstand; c. het rooien of planten van bomen; d. het aanleggen of onderhouden van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; e. het aanbrengen van verhardingen of ophogingen. 2.Het verbod, als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing indien de werken en werkzaamhedenactiviteiten of kapactiviteiten:
a. een oppervlakte hebben tot ten hoogste 200 m2 of een omvang hebben van ten hoogste 200 m1; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit of een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; d. behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; e. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. P Artikel 7.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.19 Werken en werkzaamhedenactiviteiten in een gebied met middelhoge archeologische verwachting 1.Het verbod om zonder omgevingsvergunning een werken of werkzaamhedenactiviteit te verrichten zoals bedoelbedoeld in artikel 6.1 is ter plaatse van het werkingsgebiedde gebiedsaanwijzing waarde Archeologie - middelhogeMiddelhoge verwachting van toepassing op het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamhedenactiviteiten of kapactiviteiten: a. grondwerkzaamheden dieper dan 40 cm, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het aanleggen, vergraven, verruimen, dempen of baggeren van sloten, vijvers en andere wateren, het verwijderen van funderingen en het aanleggen van drainage; b. het verlagen of verhogen van het waterpeil en de grondwaterstand; c. het rooien of planten van bomen; d. het aanleggen of onderhouden van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; e. het aanbrengen van verhardingen of ophogingen. 2.Het verbod, als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing indien de werken en werkzaamhedenactiviteiten of kapactiviteiten: a. een oppervlakte hebben tot ten hoogste 500 m2 of een omvang hebben van ten hoogste 500 m1; b.
mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit of een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; d. behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; e. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Q Artikel 7.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.20 Werken en werkzaamhedenactiviteiten in een gebied met lage archeologische verwachting 1.Het verbod om zonder omgevingsvergunning een werken of werkzaamhedenactiviteit te verrichtenzoals bedoelverrichten zoals bedoeld in artikel 6.1 is ter plaatse van het werkingsgebiedde gebiedsaanwijzing waarde Archeologie - lageLage verwachting van toepassing
op het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamhedenactiviteiten of kapactiviteiten: a. grondwerkzaamheden dieper dan 40 cm, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het aanleggen, vergraven, verruimen, dempen of baggeren van sloten, vijvers en andere wateren, het verwijderen van funderingen en het aanleggen van drainage; b. het verlagen of verhogen van het waterpeil en de grondwaterstand; c. het rooien of planten van bomen; d. het aanleggen of onderhouden van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; e. het aanbrengen van verhardingen of ophogingen. 2.Het verbod, als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing indien de werken en werkzaamhedenactiviteiten of kapactiviteiten: a. een oppervlakte hebben tot ten hoogste 5.000 m2 of een omvang hebben van ten hoogste 5.000 m1; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit of een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; d. behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; e. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
R Het opschrift van artikel 7.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.22 Werken en werkzaamhedenactiviteiten in een archeologisch waardegebied specifieke indieningsvereistenbijzondere aanvraagvereisten S Artikel 7.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.23 Sloopactiviteiten in een archeologisch waardegebied - Rijksbeschermd - UNESCO gemeentelijk beschermd - begraafplaats 1.Het verbod om zonder omgevingsvergunning een sloopactiviteit te verrichten zoals bedoelbedoeld in artikel 6.3 is van toepassing ter plaatse van de werkingsgebiedengebiedsaanwijzingen waarde Archeologie - waardevolWaardevol gebied (rijksbeschermd), waarde Archeologie - waardevolWaardevol gebied (rijksbeschermd, UNESCO), waarde Archeologie - waardevolWaardevol gebied (gemeentelijk beschermd) en waarde Archeologie - Waardevol gebied (begraafplaats). 2.Het verbod, als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing indien de sloopactiviteit: a. betrekking heeft op een oppervlakte tot ten hoogste 0 m2; of b. niet zorgt voor een uitbreiding van de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil; of c. mag worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit; of d. reeds in uitvoering is op het tijdstip van in werking treden van het plan; of e. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. T
Artikel 7.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.24 Sloopactiviteiten in een archeologisch waardevol gebied 1.Het verbod om zonder omgevingsvergunning een sloopactiiteitsloopactiviteit te verrichten zoals bedoelbedoeld in artikel 6.3 is ter plaatse van het werkingsgebiedde gebiedsaanwijzing waarde Archeologie - waardevolWaardevol gebied van toepassing indien de verstoringsdiepte daarbij meer dan 40 cm bedraagt. 2.Het verbod, als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing indien de sloopactiviteit: a. betrekking heeft op een oppervlakte tot ten hoogste 30 m2; of b. niet zorgt voor een uitbreiding van de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil; of c. mag worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit; of d. reeds in uitvoering is op het tijdstip van in werking treden van het plan; of e. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. U Artikel 7.25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.25 Sloopactiviteiten in een gebied met hoge archeologische verwachting 1.Het verbod m zonder omgevingsvergunning een sloopactiviteit te verrichten zoals bedoelbedoeld in artikel 6.3 is ter plaatse van het werkingsgebiedde gebiedsaanwijzing waarde Archeologie hogeHoge verwachting van toepassing indien de verstoringsdiepte daarbij meer dan 40 cm bedraagt. 2.Het verbod, als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing indien de sloopactiviteit: a. betrekking heeft op een oppervlakte tot ten hoogste 200 m2; of b. niet zorgt voor een uitbreiding van de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil; of c. mag worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit; of d. reeds in uitvoering is op het tijdstip van in werking treden van het plan; of e. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. V Artikel 7.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.26 Sloopactiviteiten in een gebied met middelhoge archeologische verwachting 1.Het verbod om zonder omgevingsvergunning een sloopactiviteit te verrichten zoals bedoelbedoeld in artikel 6.3 is ter plaatse van het werkingsgebiedde gebiedsaanwijzing waarde Archeologie - middelhogeMiddelhoge verwachting van toepassing indien de verstoringsdiepte daarbij meer dan 40 cm bedraagt. 2.Het verbod, als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing indien de sloopactiviteit: a. betrekking heeft op een oppervlakte tot ten hoogste 500 m2; of b. niet zorgt voor een uitbreiding van de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil; of c. mag worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit; of d. reeds in uitvoering is op het tijdstip van in werking treden van het plan; of e. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. W Artikel 7.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.27 Sloopactiviteiten in een gebied met lage archeologische verwachting 1.Het verbod om zonder omgevingsvergunning een sloopactiviteit te verrichten zoals bedoelbedoeld in artikel 6.3 is ter plaatse van het werkingsgebiedde gebiedsaanwijzing waarde Archeologie - lageLage verwachting van toepassing indien de verstoringsdiepte daarbij meer dan 40 cm bedraagt. 2.Het verbod, als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing indien de sloopactiviteit: a. betrekking heeft op een oppervlakte tot ten hoogste 5.000 m2; of b. niet zorgt voor een uitbreiding van de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil; of c. mag worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit; of d. reeds in uitvoering is op het tijdstip van in werking treden van het plan; of e. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. X Het opschrift van artikel 7.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 7.29 Sloopactiviteiten in een archeologisch waardegebied - specifieke indieningsvereistenbijzondere aanvraagvereisten Y Artikel 8.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 8.3 Bouwactiviteiten in een gebied met leemlagen - 1,5 m-mv Ter plaatse van het werkingsgebiedde gebiedsaanwijzing waarde Geomorfologie leemlagenLeemlagen >1,5m 1,5 m zijn bouwactiviteiten toegestaan voor zover: a. deze activiteiten niet dieper dan 1,5 meter beneden maaiveld reiken; of b. op basis van onderzoek is aangetoond dat in de bodem geen leemlagen aanwezig zijn met een waterremmende werking; of c. is aangetoond dat door de werkzaamheden de waterremmende werking van de leemlagen niet geschaad zal worden; of d. naar het oordeel van het bevoegd gezag andere belangen het belang van de bescherming van de leemlagen overstijgen. Z Artikel 8.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 8.4 Bouwactiviteiten in een gebied met leemlagen - 3,0 m-mv Ter plaatse van het werkingsgebiedde gebiedsaanwijzing waarde Geomorfologie leemlagenLeemlagen >3,0m 3,0 m zijn bouwactiviteiten toegestaan voor zover: a. deze activiteiten niet dieper dan 3,0 meter beneden maaiveld reiken; of b. op basis van onderzoek is aangetoond dat in de bodem geen leemlagen aanwezig zijn met een waterremmende werking; of c. is aangetoond dat door de werkzaamheden de waterremmende werking van de leemlagen niet geschaad zal worden; of d. naar het oordeel van het bevoegd gezag andere belangen het belang van de bescherming van de leemlagen overstijgen.
AA Artikel 8.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 8.5 Bouwactiviteiten in een gebied met leemlagen - 4,0 m-mv Ter plaatse van het werkingsgebiedde gebiedsaanwijzing waarde Geomorfologie leemlagenLeemlagen >4,0m 4,0 m zijn bouwactiviteiten toegestaan voor zover: a. deze activiteiten niet dieper dan 4,0 meter beneden maaiveld reiken; of b. op basis van onderzoek is aangetoond dat in de bodem geen leemlagen aanwezig zijn met een waterremmende werking; of c. is aangetoond dat door de werkzaamheden de waterremmende werking van de leemlagen niet geschaad zal worden; of d. naar het oordeel van het bevoegd gezag andere belangen het belang van de bescherming van de leemlagen overstijgen. BB Het opschrift van artikel 8.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 8.6 Bouwactiviteiten in een gebied met leemlagen - specifiekebijzondere aanvraagvereisten CC Artikel 8.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 8.8 Werken en werkzaamhedenactiviteiten in een gebied met leemlagen - 1,5 m-mv 1.Het verbod om zonder omgevingsvergunning een werken of werkzaamhedenactiviteit te verrichten zoals bedoelbedoeld in artikel 6.1 is ter plaatse van het werkingsgebiedde gebiedsaanwijzing waarde Geomorfologie - leemlagenLeemlagen >1,5m 1,5 m van toepassing op het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamhedenactiviteiten: a. het aanleggen of onderhouden van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; b. het verrichten van boringen; c. het wijzigen van de grondwaterstand door drainage, grondwateronttrekking of andere wijze; d. het afgraven van gronden. 2.Het verbod, als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing indien de werken en werkzaamhedenactiviteiten: a. zoals bedoeld in het eerste lid onder a, b en c op een diepte van minder dan 1,5 m-mv worden uitgevoerd; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan. DD Artikel 8.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 8.9 Werken en werkzaamhedenactiviteiten in een gebied met leemlagen - 3,0 m-mv
1.
Het verbod om zonder omgevingsvergunning een werken of werkzaamhedenactiviteit te verrichten zoals bedoelbedoeld in artikel 6.1 is ter plaatse van het werkingsgebiedde gebiedsaanwijzing waarde Geomorfologie - leemlagenLeemlagen >3,0m 3,0 m van toepassing op het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamhedenactiviteiten: a. het aanleggen of onderhouden van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; b. het verrichten van boringen; c. het wijzigen van de grondwaterstand door drainage, grondwateronttrekking of andere wijze; d. het afgraven van gronden. 2.Het verbod, als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing indien de werken en werkzaamhedenactiviteiten: a. zoals bedoeld in het eerste lid onder a, b en c op een diepte van minder dan 1,53,0 m-mv worden uitgevoerd; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan. EE Artikel 8.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 8.10 Werken en werkzaamhedenactiviteiten in een gebied met leemlagen - 4,0 m-mv 1.Het verbod om zonder omgevingsvergunning een werken of werkzaamhedenactiviteit te verrichten zoals bedoelbedoeld in artikel 6.1 is ter plaatse van het werkingsgebiedde gebiedsaanwijzing waarde Geomorfologie - leemlagenLeemlagen >4,0m 4,0 m van toepassing op het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamhedenactiviteiten: a. het aanleggen of onderhouden van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; b. het verrichten van boringen; c. het wijzigen van de grondwaterstand door drainage, grondwateronttrekking of andere wijze; d. het afgraven van gronden. 2.Het verbod, als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing indien de werken en werkzaamhedenactiviteiten: a. zoals bedoeld in het eerste lid onder a, b en c op een diepte van minder dan 1,5 m-mv worden uitgevoerd;4,0 b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan. FF Het opschrift van artikel 8.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 8.12 Werken en werkzaamhedenactiviteiten in een gebied met leemlagen specifiekebijzondere aanvraagvereisten GG Afdeling 8.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Afdeling 8.4 Sloopactiviteiten Leemlagen Artikel 8.13 Sloopactiviteiten in een gebied met leemlagen - 1,5 m-mv - meldingsplicht 1.Het is verboden om ter plaatse van het werkingsgebiedde gebiedsaanwijzingen waarde Geomorfologie - leemlagenLeemlagen >1,5m 1,5 m, Geomorfologie - Leemlagen > 3,0 m en Geomorfologie - Leemlagen > 4,0 m een sloopactiviteit te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden. 2.Het verbod, als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing indien de sloopactiviteit: a. niet zorgt voor een uitbreiding van de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil; of b. reeds in uitvoering is op het tijdstip van in werking treden van het plan.
Verwijderd : Artikel 8.14 Sloopactiviteiten in een gebied met leemlagen - 3,0 m-mv - meldingsplicht 1.Het is verboden om ter plaatse van het werkingsgebied waarde Geomorfologie - leemlagen >3,0m een sloopactiviteit te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden. 2.Het verbod, als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing indien de sloopactiviteit: a. niet zorgt voor een uitbreiding van de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil; of b. reeds in uitvoering is op het tijdstip van in werking treden van het plan.
Verwijderd : Artikel 8.15 Sloopactiviteiten in een gebied met leemlagen - 4,0 m-mv - meldingsplicht 1.Het is verboden om ter plaatse van het werkingsgebied waarde Geomorfologie - leemlagen >4,0m een sloopactiviteit te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden. 2.Het verbod, als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing indien de sloopactiviteit: a. niet zorgt voor een uitbreiding van de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil; of b. reeds in uitvoering is op het tijdstip van in werking treden van het plan. HH Hoofdstuk 9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 9 GereserveerdThema Bodem
Verwijderd : Gereserveerd
Toegevoegd : Afdeling 9.1 Algemene regels bodem Artikel 9.1 Voorrangsregels bodem Indien er op een locatie regels over bodembeheer uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan van toepassing zijn en deze regels in strijd zijn met hoofdstuk 9, dan heeft de regel uit hoofdstuk 9 van het Omgevingsplan voorrang.
Artikel 9.2 Bestandsformaat aanleveren gegevens en bescheiden De resultaten van ieder bodemonderzoek die moeten worden aangeleverd op grond van hoofdstuk 9 van het Omgevingsplan dienen separaat te worden aangeleverd in het
bestandsformaat XML conform de vigerende versie van het protocol SIKB0101, indien het gaat om: a. het vervolgonderzoek (dan wel de onderzoeken), zoals bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. als de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem, zoals bedoeld in artikel 9.3 wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.
Artikel 9.3 Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem 1.Er gelden waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem. 2.Er gelden waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem. a. De waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem (actiewaarden voor sanerende maatregelen) bij robuuste ontwikkeling is de interventiewaarde zoals bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving. b. De waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem (actiewaarden voor sanerende maatregelen) bij bestaande situatie/niet robuuste ontwikkeling is de MHTR/METR (berekende waarden met behulp van de Risicotoolbox). 3.Er is sprake van overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit. 4.Er is sprake van overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit voor: a. asbest en respirabele asbestvezels in de laag tot 1,00 m-mv; b. lood in laag tot 0,50 m- mv. 5.Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het tweede lid, afwijken van de METR vanwege maatschappelijke of ecologische belangen.
Toegevoegd : Afdeling 9.2 Gebruiksactiviteiten bodem Paragraaf 9.2.1 Informatieplicht gebruiksactiviteiten bodem Artikel 9.4 Activiteit in gebruik nemen bodem gevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie – informatieplicht Het is verboden om een bodemgevoelig gebouw, of een gedeelte daarvan, op een bodemgevoelige locatie in gebruik te nemen zonder ten minste vier weken voor ingebruikname de volgende gegevens aan het college van burgemeester en wethouders te verstrekken. Het betreft gegevens en bescheiden waaruit blijkt op welke wijze de sanerende of andere beschermende maatregelen zijn uitgevoerd die als voorwaarde zijn gesteld voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie.
Paragraaf 9.2.2 Vergunningplichtige gebruiksactiviteiten bodem Artikel 9.5 Activiteit bodemgevoelige locatie toevoegen – vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning het gebruik van een locatie te wijzigen waardoor er een bodemgevoelige locatie ontstaat.
Paragraaf 9.2.3 Beoordelingsregels gebruiksactiviteiten bodem Artikel 9.6 Activiteit bodemgevoelige locatie toevoegen – bijzondere aanvraagvereisten
1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit waarbij moet worden getoetst aan de beoordelingsregels in artikel 9.7 worden ter plaatse van de gebiedsaanwijzing Bodem - Beperkt vooronderzoek de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een ingevuld formulier “beperkt vooronderzoek Arnhem”; b. indien uit het formulier ”beperkt vooronderzoek Arnhem” blijkt dat de locatie verdacht is op het voorkomen van bodemverontreiniging: het vervolgonderzoek (dan wel onderzoeken), zoals bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving. 2.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit waarbij moet worden getoetst aan de beoordelingsregels in artikel 9.7 worden ter plaatse van de gebiedsaanwijzing Bodem - Uitgebreid vooronderzoek de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de resultaten van het onderzoek (dan wel de onderzoeken), zoals bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving waaronder in ieder geval de resultaten van een verkennend bodemonderzoek volgens NEN5740. 3.Indien de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem, zoals bedoeld in artikel 9.3 wordt overschreden moeten gegevens en bescheiden worden aangeleverd die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.
Artikel 9.7 Activiteit bodemgevoelige locatie toevoegen – beoordelingsregel Een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 9.5 wordt alleen verleend indien de bodemkwaliteit voldoet aan de toelaatbare bodemkwaliteit zoals bedoeld in artikel 9.3 of als uit de gegevens blijkt dat aannemelijk is dat sanerende of beschermende maatregelen worden getroffen conform de terugsaneerwaarden zoals bedoeld in artikel 9.31.
Toegevoegd : Afdeling 9.3 Bouwactiviteiten bodem Paragraaf 9.3.1 Meldplicht bouwactiviteiten bodem Artikel 9.8 Bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie – meldplicht 1.Het is verboden om een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie te bouwen, zonder dit ten minste vier weken voor aanvang van de bouw te melden bij het bevoegd gezag. 2.Een melding wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; b. het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht; c. de dagtekening; d. een voorafgaand bodemonderzoek, dan wel onderzoeken zoals bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; e. indien de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem, zoals bedoeld in artikel 9.3 wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen. 3.Dit artikel is niet van toepassing als voor de bouwactiviteit een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd.
Paragraaf 9.3.2 Beoordelingsregels bouwactiviteiten bodem Artikel 9.9 Bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie – bijzondere aanvraagvereisten
1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit waarbij moet worden getoetst aan de beoordelingsregels in artikel 9.10 worden ter plaatse van de gebiedsaanwijzing Bodem - Beperkt vooronderzoek de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een ingevuld formulier “beperkt vooronderzoek Arnhem”; b. indien uit het formulier ”beperkt vooronderzoek Arnhem” blijkt dat de locatie verdacht is op het voorkomen van bodemverontreiniging: het vervolgonderzoek (dan wel onderzoeken), zoals bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving. 2.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit waarbij moet worden getoetst aan de beoordelingsregels in artikel 9.10 worden ter plaatse van de gebiedsaanwijzing Bodem - Uitgebreid vooronderzoek de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de resultaten van het onderzoek (dan wel de onderzoeken), zoals bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving waaronder in ieder geval de resultaten van een verkennend bodemonderzoek volgens NEN5740. 3.Indien de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem, zoals bedoeld in artikel 9.3 wordt overschreden moeten gegevens en bescheiden worden aangeleverd die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.