Bijlage 1 - Wijzigingsbesluit Bartok Park Noord 004
Tekst van het document
Woningsplitsing Het bouwkundig en/ of functioneel splitsen van één woning of (een gedeelte van een) gebouw waar wonen is toegestaan tot twee of meer zelfstandige woningen. Woonwagen Voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst. Zelfstandige woning Een zelfstandig (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één huishouden. Kenmerkend voor de woning is de aanwezigheid van eigen voorzieningen, waaronder minimaal een toiletruimte, badruimte en een keuken met kooktoestel. D De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
4 Ontwikkelingen en tijdreizen Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en andere aanpassingen, onder andere vanwege de transitie naar één omgevingsplan, komen te landen in het omgevingsplan. In de loop der tijd zullen vele wijzigingen plaatsvinden. Om eerdere versies van het omgevingsplan te zien, is ‘tijdreizen’ mogelijk. Via het Omgevingsloket (regels op de kaart) kunnen oude versies geraadpleegd worden. Hieronder is een overzicht opgenomen met alle wijzigingen van het omgevingsplan. Overzicht wijzigingen van het omgevingsplan. Omschrijving gebied
Wijziging
Datum
Link publicatie
Bartok Park Noord
Transformeren
Thematische
Datum
xxx https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-
wijziging
vaststelling
2025-174865.html
archeologie en
plan 16-
leemlagen
04-2025
Technisch in
31-01-
beheer nemen
2024
Bartok Park Noord naar wonen Bartok Park Zuid
Transformeren Bartok Park Zuid naar wonen
Ambtsgebied Arnhem
Ambtsgebied Arnhem
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR696216
bruidsschat Gemeente Arnhem
Deze tabel wordt aangevuld met datum vaststelling en een link publicatie op het moment dat het volgende wijzigingsbesluit is genomen.
E Na sectie ' Voorrangsregels leemlagen' worden twee secties ingevoegd, luidende:
Toegevoegd : Artikel 10.66 Bouwen – bijzondere aanvraagvereisten Zie voor het format de gemeentelijke website van de gemeente Arnhem, https://arnhem.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/26473435-606d-4df0-8ffc-9e1c4ce1afbd
Toegevoegd :
Artikel 10.82 Bouwen – bijzondere aanvraagvereisten Zie voor het format de gemeentelijke website van de gemeente Arnhem, https://arnhem.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/26473435-606d-4df0-8ffc-9e1c4ce1afbd F De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.28 Inperkingen artikel 22.27 vanwege cultureel erfgoed Artikel 22.28 bevat uitzonderingen en aanvullende randvoorwaarden voor de in artikel 22.27 aangewezen gevallen. Gevolg is dat, als uitzondering op de uitzondering, de vergunningplicht uit artikel 22.26 toch blijft gelden voor die gevallen (als niet aan de aanvullende randvoorwaarden wordt voldaan). Deze systematiek is overgenomen uit de artikelen 4a en 5, vierde lid, van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht. De vergunningvrije mogelijkheden zijn in het kader van de bescherming van cultureel erfgoed beperkt in geval van (voor)beschermde monumenten en archeologische monumenten en rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten. Artikel 22.28, vierde lid, is een voortzetting van artikel 5, vierde lid, van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht, waarbij op basis van de jurisprudentie één wijziging is aangebracht.
Artikel 22.28, vierde lid, aanhef, verklaart als hoofdregel de op grond van artikel 22.27, aanhef en onder a en b, van dit omgevingsplan bestaande mogelijkheden om een bijbehorend bouwwerk of een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf te bouwen zonder de op grond van artikel 22.26 van dit omgevingsplan vereiste omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit buiten toepassing, als er op de locatie van het bouwwerk regels gelden als bedoeld in artikel 22.2222.22 [vervallen] van dit omgevingsplan over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. In artikel 22.28, vierde lid, onder a, is de al onder het Besluit omgevingsrecht bestaande uitzondering op deze hoofdregel opgenomen dat deze niet geldt als de oppervlakte van het bouwwerk minder dan 50 m2 bedraagt. Op basis van de jurisprudentie is aan de regeling in dit omgevingsplan een subonderdeel toegevoegd (artikel 22.28, vierde lid, onder b).
Per saldo leidt dit nieuwe subonderdeel ertoe dat de vergunningvrije bouwmogelijkheden voor een bijbehorend bouwwerk en een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf op grond van artikel 22.27, aanhef en onder a en b, van dit omgevingsplan in een groter aantal gevallen van toepassing blijven, ook al gelden er op de locatie van het bouwwerk regels als bedoeld in artikel 22.2222.22 [vervallen] van dit omgevingsplan over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. Het nieuwe subonderdeel regelt namelijk dat die vergunningvrije bouwmogelijkheden in dat geval ook van toepassing blijven als het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een verbod bevat om zonder omgevingsvergunning grondwerkzaamheden te verrichten die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit en daarop regels als bedoeld in artikel 22.2222.22 [vervallen] van dit omgevingsplan over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, van toepassing zijn.
Op het moment dat sprake is van een dergelijk verbod met daarop betrekking hebbende regels over het verrichten van archeologisch onderzoek, is er geen reden om de desbetreffende vergunningvrije gevallen uit artikel 22.27 te beperken. In dat geval is de bescherming van de archeologische waarden op de locatie voldoende verzekerd. De uitzondering op de vergunningplicht uit artikel 22.26 kan dan blijven gelden. De toevoeging van dit nieuwe subonderdeel is een uitvloeisel van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State met nummer ECLI:NL:RVS:2014:2066. Bij deze uitspraak heeft de Afdeling kort samengevat geoordeeld dat het bestaan van een vergunningplicht voor een bouwactiviteit een eventuele vergunningplicht voor het uitvoeren van grondwerkzaamheden die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit onverlet laat. Om die reden is het niet langer meer nodig om de bescherming van archeologische waarden die gevolgen kunnen ondervinden van grondwerkzaamheden in het kader van een bouwactiviteit, te laten plaatsvinden via regels die betrekking hebben op die bouwactiviteit. Het zijn twee zelfstandige kaders. In de voormalige planologische regelingen die onderdeel uitmaken van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is dit uiteraard nog niet tot uitdrukking gebracht.
Om die reden gebeurt dit nu in het nieuwe subonderdeel. Het is aan gemeenten om dit bij het vaststellen van het omgevingsplan verder te regelen en de regels die met het oog op de bescherming van archeologische waarden op een locatie worden gesteld aan het bouwen en het uitvoeren van grondwerkzaamheden in onderlinge samenhang te bezien en desgewenst aan te passen. In aanvulling op de toelichting op artikel 2.30 van het Bbl (bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet oorspronkelijk genummerd als artikel 2.15g) wordt hieronder ingegaan op de instructieregels en instructies die in ieder geval in
acht genomen moeten worden bij het in het omgevingsplan aanpassen van de artikelen 22.26 en 22.27 van dit omgevingsplan en de in dit artikel (22.28) opgenomen uitzonderingen daarop voor cultureel erfgoed. Bij aanpassing van het omgevingsplan moet de gemeente de instructieregels en instructies van de provincie en het Rijk in acht nemen. Bij dit onderwerp gaat het dan in ieder geval om de instructieregels uit het Bkl over het behoud van cultureel erfgoed (artikel 5.130) en werelderfgoed (artikel 5.131), de provinciale instructieregels over werelderfgoed (op grond van artikel 7.4, derde lid, van het Bkl) en de instructies ter bescherming van rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten, bedoeld in artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet (in samenhang met artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet). Voor omgevingsplanactiviteiten in, aan of op via het omgevingsplan (voor)beschermde monumenten of archeologische monumenten zal het daarbij vooral draaien om de vraag of de activiteit van invloed kan zijn op de monumentale waarden. De omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk valt hier immers één op één samen met de omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een (gemeentelijk of provinciaal) beschermd monument of archeologisch monument.
Als een gemeente niet tot een vergunningvrijregime per locatie wil overgaan, ligt een vergelijkbaar regime als opgenomen in artikel 13.11 van het Bal, waarin de vergunningvrije gevallen voor de rijksmonumentenactiviteit zijn aangewezen, voor de hand. In de omgeving van – bij – (voor)beschermde monumenten is in ieder geval relevant de instructieregel in artikel 5.130, tweede lid, onder d, onder 1°, van het Bkl, dat de aantasting van de omgeving van deze monumenten moet worden voorkomen voor zover deze daardoor zouden worden ontsierd of beschadigd. De mogelijkheden om binnen een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht meer omgevingsplanactiviteiten vergunningvrij te maken, worden enerzijds specifiek begrensd door het niveau van bescherming dat ten tijde van de aanwijzing als beschermd gezicht op grond van de Monumentenwet 1988 of de instructie op grond van artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet voldoende beschermend werd geacht. Anderzijds vormt de generieke instructieregel in artikel 5.130, tweede lid, onder d, onder 2°, van het Bkl in algemene zin een ondergrens. Deze instructieregel bepaalt dat aantasting van het karakter van beschermde stadsen dorpsgezichten (ongeacht op welk overheidsniveau deze zijn beschermd) moet worden voorkomen.
Hoewel in de artikelsgewijze toelichting bij artikel 5.130 van het Bkl is opgemerkt dat het tweede lid, onder d, onder 2°, zich in eerste instantie richt op stads- en dorpsgezichten (en cultuurlandschappen) die op initiatief van de gemeente zelf worden beschermd, is de bepaling uitdrukkelijk ook van toepassing op rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten. Dit is ook nodig, omdat veel aanwijzingen als rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht inmiddels zo’n vijftig jaar oud zijn en de meeste nog op het oude stelsel zijn geënt, waarin van rechtswege een bouwvergunningplicht gold. Daardoor zijn die als instructie aangemerkte oude aanwijzingen in de praktijk niet altijd leesbaar als een actuele en gedetailleerde instructie als bedoeld in artikel 2.34 van de Omgevingswet. De instructieregel in artikel 5.130, eerste lid, van het Bkl verplicht de gemeente in zo’n geval de karakteristieken van het beschermde gezicht aanvullend te analyseren en te betrekken bij de vraag of er ruimte is voor aanvullende vergunningvrije omgevingsplanactiviteiten. Het ligt niet voor de hand dat er op gemeentelijk niveau generiek veel meer vergunningvrij zal kunnen worden verklaard. Voornoemde instructieregel voor beschermde stads- en dorpsgezichten geldt overigens ook voor eventuele via het omgevingsplan beschermde cultuurlandschappen, iets wat met name in het buitengebied aan de orde zou kunnen zijn.
In het licht van het voorgaande wordt ook nog gewezen op het – ook rechtstreeks de gemeenten bindende – verdrag van Granada. Op basis van artikel 4 van dat verdrag moet het beschermingsregime zo ingericht worden dat het bevoegd gezag ter voorkoming van ontsiering, vernieling of afbraak van beschermd cultureel erfgoed in een passende controle en goedkeuringsprocedure in kennis wordt gesteld van alle plannen tot het slopen of wijzigen («afbraak of verandering») van een (voor)beschermd monument of aantasting van de omgeving van zo’n monument, of waardoor een beschermd gezicht of cultuurlandschap geheel dan wel gedeeltelijk wordt aangetast als gevolg van de sloop van bestaande gebouwen, de bouw van nieuwe gebouwen, of belangrijke veranderingen waardoor het karakter van het gezicht of cultuurlandschap zou worden aangetast. Artikel 14, eerste lid, van dit verdrag vraagt verder in de verschillende stadia van besluitvorming te zorgen voor passende structuren voor informatie, overleg en samenwerking tussen de centrale overheid, de regionale en lokale overheden, culturele instellingen en verenigingen en het publiek (participatie). In de meeste gevallen zal een preventieve toets aan het omgevingsplan in de vorm van een vergunningplicht met het oog op bovenstaande overwegingen wenselijk blijven.
De hoeveelheid activiteiten in, aan, op en bij beschermde monumenten en archeologische monumenten en in beschermde stads- en dorpsgezichten die in een gebied vergunningvrij zullen kunnen worden na aanpassing van het omgevingsplan zal naar verwachting dus ook niet veel
afwijken van de mogelijkheden die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet landelijk in het voormalige Besluit omgevingsrecht waren opgenomen. Aanvulling Lid 4 van dit artikel is komen te vervallen. De inhoud van dit artikel is verwerkt in het omgevingsplan onder de archeologische regels. G De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Verwijderd : Artikel 22.303 Voorschriften over archeologische monumentenzorg Dit artikel is een voortzetting van de regeling in artikel 2.22, tweede lid, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.2 van het voormalige Besluit omgevingsrecht.
I Bijlagen bij Motivering 1 Bijlagen bij de Motivering Bijlage 1 Ontwerpboek Bijlage 2 Akoestisch onderzoek Bijlage 3 Waterhuishoudkundige analyse Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 5 Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten (OO) Bijlage 6 Quickscan Natuur Bijlage 7Activiteitenplan omgevingsvergunning flora en fauna Bijlage 8 Onderzoek stikstofdepositie Bijlage 9 Archeologisch bureauonderzoek Bijlage 10 Participatieverslag
Motivering 1 Inleiding 1.1 Wat is een omgevingsplan Een omgevingsplan bestaat uit regels en gaat vergezeld van deze motivering. Iedere regel heeft een zogenaamd 'werkingsgebied'. Dit werkingsgebied geeft aan waar in de gemeente een bepaalde regel geldt. Het omgevingsplan bevat regels die te maken hebben met de fysieke leefomgeving. Het gaat dan bijvoorbeeld om regels over bouwen (waar, hoe hoog, welke materialen) of het gebruik van gronden (wonen, detailhandel, groen). Maar het kunnen ook regels zijn over monumenten, water of gezondheid, veiligheid et cetera. Het omgevingsplan richt zich op het goed functioneren, beheren en beschermen van onze stad en ons buitengebied. Juridisch-inhoudelijk is dit plan een wijziging van het omgevingsplan. Dat betekent dat het plan voldoet aan de eisen die de Omgevingswet stelt.
1.2 Waarom een wijziging van het omgevingsplan? In 2007 is de gehele locatie van het Bartok Park door de gemeente verkocht aan projectontwikkelaar Synchroon. Door diverse omstandigheden is een ontwikkeld plan voor de locatie door de jaren heen nooit gerealiseerd. In 2019 heeft Synchroon in overleg met de gemeente een nieuw plan ontwikkeld, waarbij de winkels in de plint zijn vervangen door een openbare fietsenstalling en waarbij het parkeren voor de woningen buiten de kavel wordt opgelost. Het college heeft in december 2019 ingestemd met het nieuwe plan. Op 21 juli 2021 heeft de raad ingestemd met de financiering van de publieke fietsenstalling als onderdeel van Hub Rozet. Het plan voor de locatie Bartok Park bestaat uit twee delen: Bartok Park Zuid en Bartok Park Noord. Deze tweedeling komt voort uit het feit dat het plan gefaseerd uitgevoerd moet kunnen worden en er meer tijd nodig is om te bepalen wat de beste invulling is voor Bartok Park Noord. Bartok Park Noord zal met voorliggend plan een gemengde functie krijgen, waarbij wonen, maatschappelijke (in het kader van cultuur) activiteiten en een invulling met openbare ruimte zijn toegestaan. Het programma voor Bartok Park Zuid wordt in een separate wijziging van het omgevingsplan verder uitgewerkt.
De voorgenomen ontwikkeling is strijdig met het vigerende planologische regime, het tijdelijke deel van het omgevingsplan en het bestemmingsplan "Binnenstad en Singels". Middels deze wijziging van het omgevingsplan wordt de beoogde herontwikkeling van het projectgebied planologisch mogelijk gemaakt.
1.3 Waar geldt deze wijziging van het omgevingsplan? Het projectgebied betreft een inbreidingslocatie en is gelegen binnen het centrum van Arnhem in het Rozetkwartier. De locatie wordt aan de west-, oost, en noordzijde begrensd door bestaande bebouwing. Aan de zuidzijde grenst het projectgebied in de huidige situatie aan een parkje waar in de toekomst de voorgenomen woningbouwontwikkeling van het plan Bartok Park Zuid. Navolgende afbeeldingen geven globaal de ligging en begrenzing van het projectgebied weer.
Afbeelding 1.1: Globale ligging van het projectgebied Bron: PDOK-viewer
Het
Afbeelding 1.2: Globale begrenzing van het projectgebied Bron: PDOK-viewer uitgangspunt voor de begrenzing van het projectgebied is om alleen die gronden mee te nemen waar de regels gewijzigd moeten worden om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Overige gronden die nabij het projectgebied liggen, maar waarvoor geen nieuwe regels hoeven te gelden, zijn daarom niet meegenomen. Op navolgende afbeelding is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan 'Binnenstad en Singels', als onderdeel van het omgevingsplan gemeente Arnhem, weergegeven. Hierbij is de ligging van het projectgebied globaal zichtbaar gemaakt met een rode stippellijn. Het gehele projectgebied is gelegen binnen de bestemming 'Centrumdoeleinden - Nader uit te werken'.
Afbeelding 1.3: Uitsnede van het vigerende bestemmingsplan 'Binnenstad en Singels' als onderdeel van het omgevingsplan gemeente Arnhem (Bron: Omgevingsloket - Regels op de kaart)
1.4 Wat wijzigt dit besluit? 1.4.1 Vervallen onderdelen De wijziging van het Omgevingsplan 'Bartok Park Noord' is een algehele herziening van de geldende plannen, voor zover van toepassing op dit projectgebied. Onderstaand overzicht geeft weer welk tijdelijk deel van het omgevingsplan (deels) komt te vervallen. Het betreft hierbij een enkel bestemmingsplan. De datum van vaststelling is ook weergegeven. Plannaam
Datum van vaststelling
Bestemmingsplan Binnenstad en Singels
27-10-2005
1.4.2 Toegevoegde onderdelen Voorliggende wijziging van het omgevingsplan vervangt bovenstaande bestemmingsplannen en zal worden toegevoegd als nieuw onderdeel in hoofdstuk 10 in het Omgevingsplan van de gemeente Arnhem.
2 Beschrijving bestaande situatie 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt eerst ingegaan op de historische ontwikkeling van het gebied. Daarna volgt een beschrijving van de huidige ruimtelijke en functionele structuur in en om het projectgebied.
2.2 Historische ontwikkeling De binnenstad is het oudste deel van Arnhem en tevens het deel waar de gemeente een belangrijk deel van haar identiteit aan ontleent. Arnhem ontstond aan de St. Jansbeek en kreeg in 1233 stadsrechten. Vanuit een bescheiden handelsknooppunt op een kruising van landwegen en de Jansbeek groeit Arnhem vanaf de vroege middeleeuwen uit tot een omwalde vestingstad waar de kerkelijke, rechterlijke en bestuurlijke macht zich vestigt. Een landmark voor Arnhem en omgeving wordt gevormd door de 15e-eeuwse Eusebiuskerk. De middeleeuwse stad is nog steeds herkenbaar in het bestaande stratenpatroon en de daarmee samenhangende stegen, brandgangen en binnentuinen.
19e eeuw Arnhem houdt tot ongeveer 1829 haar middeleeuwse karakter en omvang. Vanaf die tijd worden de vestingwerken gesloopt om plaats te maken voor groene singels, volgens een plan van Stadsbouwmeester Heuvelink uit 1853. Met de Rijnkade vormden de singels een fraaie wandelroute rond de stad, die vergezichten bood op de stuwwallen ten noorden van de stad en over de Rijn met uiterwaarden. Aan de singels en Rijnkade werden statige panden gebouwd. De toepassing van roomwitte kleuren en specifiek materiaalgebruik verwijzen hierbij naar de term Arnhems Blond. 19e-eeuwse bouwontwikkelingen zijn ook sterk aanwezig in de middeleeuwse stad zoals de fraai versierde gevels van winkelpanden. De singels met hun parken, fonteinen en herenhuizen rondom de middeleeuwse stad laten zien hoe Arnhem zich na het slopen van de vestingwerken heeft ontwikkeld tot woonstad voor welgestelden.
Slag om Arnhem en wederopbouw Tijdens de slag om Arnhem is met name het zuidelijk deel van de binnenstad zwaar getroffen. De wederopbouw leidde tot een sterk contrast in maat en schaal ten opzichte van de middeleeuwse binnenstad. De wederopbouwperiode is ook nog goed zichtbaar door verschillende karakteristieke bebouwing uit de jaren vijftig en zestig.
Recente ontwikkelingen In de binnenstad hebben de afgelopen jaren verschillende ruimtelijke ingrepen plaatsgevonden. Een belangrijke stedenbouwkundige verandering is het bebouwen van het naoorlogse Kerkplein met een filmtheater en appartementen. Ook de transformatie en revitalisatie van de zuidelijke binnenstad met de komst van Rozet hebben een grote en positieve impact gehad op de binnenstad. Het Rozetkwartier behoort dan ook officieel tot historische binnenstad van Arnhem. Door de oorlog en de wederopbouw is de grens tussen het oude en het nieuwe nergens zo zichtbaar als in dit deel van de stad. Daarnaast is de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in de openbare ruimte en is de St. Jansbeek weer gedeeltelijk bovengronds gehaald. Door al deze ingrepen is de breuklijn op de overgang tussen de middeleeuwse stad en de zuidelijke binnenstad nagenoeg geheeld.
2.3 Ruimtelijke en functionele structuur De locatie van het projectgebied is gelegen in het Rozetkwartier, gelegen aan de rand van de historische binnenstad van Arnhem. Het projectgebied is in de bestaande situatie een braakliggend terrein in de stad ter plaatse van het bestaande
binnenplein achter het parkje. Nadere toelichting over de ruimtelijke en functionele structuur wordt verstrekt in paragraaf 5.2.1.
3 Beschrijving van de ontwikkeling 3.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie. Dit hoofdstuk beschrijft de ruimtelijke opzet voor de ontwikkeling en hoe deze programmatisch wordt vormgegeven.
3.2 Ruimtelijke opzet en structuur 3.2.1 Ruimtelijke aspecten Door Bedaux De Brouwer Architecten is in augustus 2022 een ontwerpboek opgesteld met een voorstel voor een mogelijke ruimtelijke opzet van de toekomstige situatie qua inrichting en bebouwing ter plaatse van het projectgebied (zie Bijlage 1
). Het projectgebied wordt hierbij omgeven door het Bartokplein, de Gortemakersstreeg en bestaande bebouwing. Een mogelijke ruimtelijke opzet van de toekomstige situatie is ten behoeve van de activiteit 'wonen' met de realisatie van woningen aan het Bartokplein. Deze woningen maken de aansluiting tussen de oude binnenstad en het nieuwe stadsblok (de ontwikkeling ter plaatse van 'Bartok Park Zuid') en pogen het maaiveld zoveel mogelijk te activeren. De woningen vormen een ensemble van vier woningen. Verder bevatten de woningen een terras, tuin en buitenberging. Navolgende afbeelding laat een situatieschets zien van de mogelijke ruimtelijke opzet in de toekomstige situatie.
Afbeelding 3.1: Mogelijke ruimtelijke opzet toekomstige situatie Bron: Bedaux De Brouwer Architecten, 2022
Een andere mogelijke ruimtelijke opzet van de toekomstige situatie zal bestaan uit de realisatie voor een maatschappelijke activiteit ten behoeve van cultuur. Onder culturele voorzieningen vallen: expositieruimten, ateliers, muziek- en kunstonderwijs en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen, met uitzondering van musea, muziektheaters, bioscopen en naar aard vergelijkbare voorzieningen. Een precieze uitwerking van een maatschappelijke activiteit inclusief de bebouwing en inrichting hiervan wordt in een nader stadium uitgewerkt. Daarnaast is het mogelijk dat het projectgebied naast het wonen en een maatschappelijke activiteit, een invulling met openbare ruimte krijgt in de toekomstige situatie. 3.2.2 Verkeer en parkeren Het projectgebied van Bartok Park Noord maakt onderdeel uit van het Rozetkwartier in de binnenstad van Arnhem. In de
toekomstige situatie zal het Rozetkwartier als een echte mobiliteitshub ('Hub Rozet') fungeren waar verschillende verkeersmodaliteiten samenkomen. Het projectgebied zal in de toekomst vallen binnen het voetgangersgebied van de binnenstad. Dat betekent dat de bereikbaarheid voornamelijk te voet of per fiets (aan de hand) plaatsvindt. Nabij het projectgebied is op loopafstand (circa 50 meter) een bushalte (openbaar vervoer) en de Rozetparkeergarage (auto) aanwezig die door gebruikers van het projectgebied aangewend kunnen worden om het projectgebied te bereiken. Een nadere uitwerking van het mobiliteitsaspect is opgenomen in paragraaf 5.3. 3.2.3 Duurzaamheid en klimaat De ruimtelijke opzet voor de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot duurzaamheid en klimaat is nader toegelicht in paragraaf 5.7.
3.3 Programma De planontwikkeling maakt in het projectgebied ruimte voor een gemengde functie met de mogelijke activiteiten ten behoeve van 'wonen', 'maatschappelijk' (in relatie tot cultuur) en een invulling met openbare ruimte. Hierbij kunnen als eerste mogelijkheid woningen inclusief bijbehorende buitenruimte worden gerealiseerd. In de woondeal 2.0 is Bartok Park aangeduid als een van de lopende projecten waarbij het niet “haalbaar, mogelijk of wenselijk” was om de eis van twee derde betaalbaar op te leggen. Als tweede mogelijkheid kan ter plaatse van het projectgebied in een maatschappelijke activiteit worden voorzien, waarbij de verdere uitwerking gerelateerd is aan een culturele voorziening. Een derde mogelijkheid is dat het projectgebied wordt ingericht als openbare ruimte.
4 Visie en beleid op locatie 4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om de beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen
Toetsing van het initiatief aan het Rijksbeleid Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn. Er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Het planvoornemen speelt in op de eerste drie prioriteiten met betrekking tot de maatschappelijke opgaven. Het NOVI vormt geen belemmering voor de in deze wijziging van het Omgevingsplan opgenomen herontwikkeling. 4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking
Algemeen De Ladder voor duurzame verstedelijking is als instructieregel in het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.129g) opgenomen. Doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een evenwichtige toedeling van functies aan locaties
door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt.
Situatie projectgebied De provincie Gelderland stuurt op een gezonde regionale woningbouwprogrammering. Hierbij is de provincie opgebouwd in regio's. Arnhem valt binnen de regio Arnhem-Nijmegen en deze regio vormt ook het verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkelingen in Arnhem. Er zijn afspraken gemaakt met de Regio Arnhem Nijmegen over de groei van de woningvoorraad (dus: aantallen nieuwbouw) en over de 'kwaliteiten', zoals het aandeel huur- en betaalbare woningen. Dit is vertaald naar subregio's. De mogelijk te realiseren woningen binnen project Bartok Park Noord vallen binnen de regionale afspraken. In de Woondeal 2.0 die is gesloten met de gemeenten in de woningmarktregio, de provincie Gelderland en het Rijk, is het project opgenomen aangeduid als een lopend woningbouwproject. Hiermee wordt aangetoond dat het project van belang is voor een deel van de regionale productie.
Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Er is geen ondergrens bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omgang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Voor overige functies geldt dat bij een uitbreiding van 500 m2 in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In voorliggend geval is sprake van een gebiedsontwikkeling die voorziet in het toepassen van een gemengde functie, waarbij wonen, maatschappelijke activiteiten (gerelateerd aan cultuur) en een invulling met openbare ruimte zijn toegestaan. In een later stadium wordt bepaald welke activiteit het meest passend is en nader uitgewerkt wordt. Het projectgebied heeft een grootte kleiner dan 500 m2. Er is dus geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor een verdere toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet benodigd is.
Conclusie Het plan hoeft niet getoetst te worden aan de principes van de Ladder voor duurzame verstedelijking.
4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De provinciale Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving en geeft richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid voor wat betreft ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. De provincie Gelderland legt in de omgevingsvisie de focus op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Daarin wordt geïnvesteerd, waardoor meerwaarde ontstaat. Dit gebeurt door zeven met elkaar samenhangende ambities na te streven voor een schoon, gezond, veilig en welvarend Gelderland. Daarnaast wordt de provinciale Omgevingsverordening Gelderland als instrument ingezet om de doorwerking van dit beleid uit de Omgevingsvisie af te dwingen. De werking van de verordening beperkt zich tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen.
Toetsing van het initiatief aan de omgevingsvisie Het planvoornemen voorziet in het toepassen van een gemengde functie, waarbij wonen, maatschappelijke activiteiten (gerelateerd aan cultuur) en een invulling met openbare ruimte zijn toegestaan. In een later stadium wordt bepaald welke activiteit het meest passend is en nader uitgewerkt wordt. Voor de mogelijke woonactiviteit wordt een viertal woningen gerealiseerd. Zie paragraaf 3.3 voor de verdere uitwerking van het woonprogramma. Het betreft een binnenstedelijke herontwikkeling die bijdraagt aan de speerpunten 'innovatie en economische structuurversterking' en 'sociaal economische vitaliteit en verstedelijking'. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. 4.2.2 Omgevingsverordening
Algemeen De Omgevingsverordening Gelderland wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid
waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem.
Relevante artikelen Deze wijziging van het Omgevingsplan voorziet in een binnenstedelijke ontwikkeling waarbij woningen worden gerealiseerd. Hierdoor zijn met name de onderstaande artikelen uit hoofdstuk 5 (instructieregels omgevingsplan) relevant. Artikel 5.44 (beschermen landschap Gelderse streken: Veluwe) Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de Gelderse streek Veluwe wordt bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap als bedoeld in de bijlage 'Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap van de Gelderse streek Veluwe'.
Toetsing van het initiatief aan artikel 5.44 van de Omgevingsverordening Bovenstaande artikel is opgenomen met het oog op de instandhouding en versterking van de landschappelijke diversiteit en kwaliteiten. Het accent ligt hier op het buitengebied. Het planvoornemen bevindt zich in het bestaand stedelijk gebied (binnenstad Arnhem) waar de landschapswaarden en kernkwaliteiten van de Veluwe niet meer aanwezig zijn. Artikel 5.64 (doorwerking regionale woonagenda) 1. Een omgevingsplan laat nieuwe woningen alleen toe als die ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de regionale woonagenda, kan een omgevingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda die ontwikkeling toch toelaten als: a. de gemeentebesturen in de regio in de gelegenheid zijn gesteld een zienswijze daarover naar voren te brengen; en b. Gedeputeerde Staten met deze ontwikkeling instemmen.
Toetsing van het initiatief aan artikel 5.64 van de Omgevingsverordening Uit onderzoek blijkt dat er zowel in de regio Arnhem Nijmegen als in de subregio Arnhem nog veel behoefte is aan nieuwe woningen. Vooral in de grote steden is de behoefte aan woningen groot. Voor de subregio is behoefte voor de periode 2017-2027 naar een netto toevoeging van circa 13.500 te realiseren woningen zoals opgenomen in de Subregionale Woonagenda. In dit aantal zit nieuwbouw, maar ook woningen die worden gerealiseerd in bijvoorbeeld bestaande leegstaande panden (transformatie). Het aantal wordt niet gezien als hard maximum. Om de twee jaar wordt dit aantal geactualiseerd naar aanleiding van de meest recente provinciale huishoudens- en bevolkingsprognose. Het planvoornemen voorziet in het toepassen van een gemengde functie, waarbij wonen, maatschappelijke activiteiten (gerelateerd aan cultuur) en een invulling met openbare ruimte zijn toegestaan. In een later stadium wordt bepaald welke activiteit het meest passend is en nader uitgewerkt wordt. Voor de mogelijke woonactiviteit wordt voorzien in het toevoegen van vier woningen en dit past binnen de plancapaciteit, zoals binnen de subregio is afgestemd. Artikel 5.85 (klimaatadaptatie) 1.
Voor zover een omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling toelaat, bevat de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2.In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. waterveiligheid; b. wateroverlast; c. droogte; en d. hitte. 3. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt.
Toetsing van het initiatief aan artikel 5.85 van de Omgevingsverordening Voor een uitwerking van het klimaatadaptatie wordt verwezen naar paragraaf 5.7 van deze motivering.
Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Gelderland De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland.
4.3 Gemeentelijk beleid 4.3.1 Omgevingsvisie Algemeen De wereld om ons heen verandert continu. Ontwikkelingen, zoals de groei van het aantal inwoners en het aantal huishoudens, energietransitie, veranderende economie, klimaatverandering, druk op de natuur en digitalisering hebben een grote invloed op onze fysieke leefomgeving. Onze eisen op het gebied van woonklimaat en gezondheid van mens en dier veranderen ook. Niet alles kan overal zonder de kwaliteit van de stad onrecht aan te doen. We moeten schaarse ruimte goed benutten, prioriteiten stellen en een weloverwogen ruimtelijke koers varen. Om plannen en initiatieven goed op elkaar af te stemmen heeft de gemeente een omgevingsvisie opgesteld. Een omgevingsvisie schets een beeld voor de fysieke leefomgeving op de langere termijn. In Arnhem hebben we een visie met de blik op 2040. Deze visie beschrijft hoe we keuzes maken in het ruimtegebruik. Afwegingen maken De druk op de fysieke leefomgeving vraagt om scherpe en integrale keuzes. In de omgevingsvisie is daarom een aantal afwegingsprincipes opgesteld om bij te dragen aan een aantrekkelijke, duurzame gezonde en sociale stad en dat we slim en klimaatadaptief met onze ruimte omgaan. Dit betekent niet dat overal hetzelfde moet gebeuren. Wel dat we dezelfde afwegingsprincipes hanteren.
De Arnhemse identiteit versterken Bij ruimtelijke keuzes staan de kwaliteiten en identiteit van onze stad, wijken en landschappen voorop. Bij de bouw en herinrichting zijn het behoud en de versterking van groenstructuur en cultuurhistorische waarden daarom belangrijke voorwaarden.
Duurzaam en gezond ontwikkelen Voorwaarde voor de groei van de stad is dat natuurwaarden toenemen, klimaat maatregelen een plek krijgen en dat een groene leefomgeving bijdraagt aan het welbevinden van mens en dier. Daarnaast draagt een goed en groen ingerichte leefomgeving bij aan het voorkomen van gezondheidsklachten. Dit betekent dat we bij nieuwe woningen ruimte maken voor groen en natuur, voor ontmoeten en spelen, voor klimaatmaatregelen en duurzame mobiliteit. De clustering van bedrijven en opleidingen op het gebied van energietransitie levert innovatiekracht op en een slag naar een circulaire en duurzame economie.
Wijken versterken waarin iedereen mee kan doen Een voorwaarde voor de groei is dat Arnhem vitaler, veiliger en socialer wordt. Alle Arnhemmers moeten beter worden van de groei van de stad. Dit betekent aandacht in de wijken voor woningen voor álle doelgroepen en voor levensloopbestendige wijken met voldoende werkgelegenheid. Bij groei van woon-, winkel- of bedrijfsruimte moeten tegelijk functies worden toegevoegd die bijdragen aan de sociale samenhang en leefbaarheid in de wijk.
Slim omgaan met ruimtegebruik Ruimte is schaars en moet dus efficiënt gebruikt worden. Dit betekent dat we nieuwe woningen en kantoren zoveel mogelijk bouwen op plekken die goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer en in de nabijheid van veel voorzieningen. Daar gaan we de hoogte in. We mengen functies en houden ook rekening met ontwikkelingen onder de grond, zoals kabels en leidingen, grondwater en bodemkwaliteit. Overkoepelende thema's In de Omgevingsvisie Arnhem 2040 werken we deze keuzes integraal uit in zes overkoepelende thema's: ruimtelijke kwaliteit, gezonde leefomgeving, economische vitaliteit, woningbouw en -transformatie, bereikbaarheid en schone mobiliteit en tenslotte energietransitie.
Een aantrekkelijk Arnhem Om de ruimtelijke kwaliteit van onze stad te behouden en te versterken, gaan we de komende jaren flink aan de slag met het verder zichtbaar en meer beleefbaar maken van Arnhem als groene, creatieve en vrije stad.
Een groene, gezonde en veilige stad Het Arnhems groen draagt bij aan de fysieke en mentale gezondheid van onze inwoners. De groene ruimte nodigt uit tot bewegen en sporten. Daarnaast heeft groen een sociale functie: mensen ontmoeten elkaar. Het bevordert de psychische gezondheid en de veiligheid en beperkt het gevoel van eenzaamheid (onder andere bij ouderen). De komende jaren gaan we veel woningen in de stad bijbouwen. Hiermee sparen we het groen en de natuur buiten de stad, maar we moeten ook zorgen dat er ín de stad voldoende groen aanwezig blijft. Bij de verstedelijkingsopgave is een klimaatbestendige, schone, biodiverse, veilige en gezonde leefomgeving belangrijk. Ontwikkelen van toegankelijk en aantrekkelijk groen in de nabije
omgeving is een cruciaal uitgangspunt.
Een vitale stad Arnhem wil een veerkrachtige stad zijn. Een duurzame en dynamische economie is cruciaal in relatie tot de andere uitdagingen die de stad kent. Zoals het welzijn van haar inwoners, onze mobiliteit en bereikbaarheid, de woningbouw en ruimtelijke kwaliteit en de energietransitie. De aanwezigheid van banen, innovaties en investeringen is een impuls voor de ontwikkeling van de welvarendheid van de stad. De werklocaties in Arnhem spelen daarin een cruciale rol. Onder werklocaties verstaan we naast de bedrijventerreinen en kantorenlocaties ook andere delen van de stad waar gewerkt wordt. Zoals de binnenstad en woonwijken. Daarom investeren we de komende jaren in economische kracht, in nieuwe bedrijvigheid, in toekomstbestendige werklocaties en in sterke wijken met voldoende werkgelegenheid en een hoog voorzieningenniveau. Een sterk energiecluster is daarbij ons vlaggenschip.
Een stad waar het goed wonen is Om de beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen in Arnhem op peil te houden, moeten er meer woningen worden gerealiseerd de komende jaren. Dit geldt voor alle soorten woningen en voor alle doelgroepen: aantrekkelijke levensloopbestendige woningen voor ouderen, woningen voor kleine huishoudens, sociale woningbouw in goedkoop en betaalbaar segment, de categorie middenhuur en het hogere segment. Om tot een inclusieve en vitale stad te komen, streven we onder meer naar een goede mix van allerlei typen woningen en woonmilieus in sociale huur, vrijesectorhuur en koop. Dit in combinatie met de daarbij passende voorzieningen.
Ruimte voor schone mobiliteit Voor de ontwikkeling van Arnhem is schone en actieve mobiliteit een belangrijke voorwaarde. Om extra druk op de ruimte door autoverkeer te voorkomen, geven we de komende jaren ruim baan aan lopen, fietsen en openbaar vervoer. De Trolleybus is onze grote trots. Deze duurzame manier van verplaatsen is goed voor de gezondheid en de luchtkwaliteit, zorgt voor minder lawaai en vraagt om minder ruimte. Daarnaast zetten we in op bereikbaarheid en toegankelijkheid voor iedereen.
Een stad met nieuwe energie Een klimaatneutraal en duurzaam Arnhem, dat is waar we naartoe willen. Een groene en gezonde stad met schone lucht, waarin het ook voor onze kinderen en kleinkinderen goed wonen is. Een stad met een schone economie die niet meer draait op kolen, olie en gas, maar op schone energiebronnen als zon en wind. Om daar te komen, zetten we de komende jaren vol in op de energietransitie: de strategie om Arnhem in 2050 onafhankelijk te laten zijn van fossiele brandstoffen. Gebiedsuitwerkingen In de omgevingsvisie is een uitwerking van deze koers opgenomen voor vijf deelgebieden: Arnhem Centrum, Arnhem West, Arnhem Oost, Arnhem Zuid en Arnhem Noord. Dit zijn deelgebieden waar relatief veel opgaven tegelijk spelen. In de komende jaren zal juist in die delen van de stad veel veranderen en zijn belangrijke keuzes te maken. Dit doet natuurlijk niets af aan het belang en de kwaliteiten van andere deelgebieden van Arnhem. Arnhem Centrum Gebiedskansen:
Toekomstbestendige binnenstad De mix aan functies in de binnenstad (wonen, werken, recreëren) vragen om keuzes en integrale plannen voor straten en/of gebieden. Door te versnellen en aan te haken op transformaties houden we de binnenstad in beweging, in de juiste richting met voldoende kwaliteit. De coronapandemie heeft ons duidelijk gemaakt dat we rekening moeten houden met de behoefte aan flexibiliteit in de binnenstad om veranderingen in de tijd en ontwikkelingen in de maatschappij op te vangen. Hierin is het van belang om samen met onze partners in de binnenstad op te trekken. Van belang is dat de binnenstad mee kan ademen met de bewegingen die er zijn en te zorgen dat de binnenstad voldoende flexibel en wendbaar is om verschillende scenario's op te vangen. Het compacter maken van het winkelhart van de binnenstad speelt een belangrijke rol. We zetten in op een krachtig winkelhart waarbij de detailhandel elkaar versterkt en winkels niet te verspreid van elkaar komen te liggen. Ook willen we de binnenstad versterken als plek om te wonen en werken met ruimte voor de creatieve sector. Daarnaast is het van belang om de binnenstad te verbinden met bijzondere voorzieningen en gebieden rondom de binnenstad. De potentie van de verdiepingen boven de winkels voor aantrekkelijke woningen wordt nog onvoldoende benut.
Het toevoegen van meer woningen in het winkelgebied zorgt niet alleen voor een betere benutting van de schaarse ruimte in onze stad, maar zorgt ook voor meer levendigheid en sociale veiligheid in het centrum buiten de werk- en winkeltijden. Ook op andere plekken in de binnenstad is er potentie om woningen toe te voegen. Het toevoegen van wonen vraagt ook om andere maatschappelijke functies in de nabijheid, zoals huisarts, tandarts en sportschool.
Ontspanning en vergroening Verdichten betekent tegelijkertijd vergroenen en de openbare ruimte transformeren naar een aantrekkelijk en veilig
verblijfsgebied van de voetganger. We zetten in op plekken die uitnodigen tot verblijf en ontmoeting en gaan verloedering van plekken tegen. We zorgen voor meer groen en luwtegebieden in en rond het centrum als contrast met het drukke stedelijk leven. Goede verbindingen van het centrum naar de groene omgeving zijn essentieel en zorgen voor verkoeling tijdens warme dagen.
Verbinden van de binnenstad met de rest van de stad en andersom Op steenworp afstand van de binnenstad liggen verrassende stadswijken en fraaie parken zoals Sonsbeek en Stadsblokken Meinerswijk. Deze nabijheid biedt kansen om de attractiewaarde van de (binnen)stad te verhogen door combinatiebezoeken met bijvoorbeeld het Modekwartier, het Spijkerkwartier of een wandeling door onze fraaie stadsparken. Door het gebrek aan logische en aantrekkelijke routes en de barrièrewerking van de rivier, de spoorweg, de centrumring met Willemstunnel en de opritten van de twee bruggen, is het lastig bezoekers aan de binnenstad te verleiden tot een combinatiebezoek. De binnenstad via aantrekkelijke routes beter verbinden met interessante plekken buiten het centrum is dan ook een belangrijke opgave.
Gebieden met een eigen identiteit Sommige delen van de binnenstad staan aan de vooravond van een verandering. De Arnhemse kernwaarden groen, creatief en vrij spelen een rol bij deze veranderingen, gericht op meer wonen, werken en creatieve functies.
Gebiedskansen oostelijk van het centrum Nu de zuidelijke binnenstad haar voltooiing nadert, gaan we de komende jaren aan de slag met het verder ontwikkelen van het oostelijk deel. In het Bestuurskwartier, dat is het gebied met onder meer het Gerechtshof en het Openbaar Ministerie, ontwikkelen we een gemengd werk- en woonmilieu dat aansluit op de binnenstad. In dit gebied vinden we een concentratie van bestuur en van WOII-memorials. Door deze te verbinden met de binnenstad ontstaat een sterke identiteit. Daarnaast pakken we het gebied rondom de Schouwburg aan, waarbij we verschillende culturele functies samenvoegen. We onderzoeken ook of we wonen en maatschappelijke functies kunnen clusteren en tegelijkertijd het stadsklimaat en de openbare ruimte kunnen verbeteren door onveilige of verloederde plekken aan te pakken. Er liggen kansen om de ontwikkelingen in het oosten van de binnenstad beter te verbinden met het winkelhart maar ook met de Singel en het Coberco-terrein. Ook zijn er kansen om de relatie met Stadsblokken en Meinerswijk te verbeteren.
Gebiedskansen Centrum West Met Centrum West bedoelen we het gebied tussen Museum Arnhem en de binnenstad en tussen station Arnhem Centraal en de Rijn. We willen Centrum West transformeren naar een Kunstkwartier: een aantrekkelijke wijk met een eigen identiteit, waar creatieve energie, kunst en cultuur samen met wonen, (flex)werken en maatschappelijke instellingen een dynamische mix vormen. Daarbij is de inzet om het gebied beter te verbinden met de binnenstad, Arnhem Centraal en het unieke landschap van de rivier en de stuwwalhelling. De focus ligt op aantrekkelijke fiets en wandelverbindingen. Er gebeurt van alles voor cultuur en landschap: het museum is uitgebreid, een deel van de museumtuin wordt een openbaar wandelpark en het museumpark op de helling wordt heringericht. De wijk Coehoorn krijgt een nieuw gezicht, er komt een snelfietsroute en we vergroenen langs de Oude Kraan. De Blauwe Golven worden opgeknapt met nieuwe parkeerplaatsen, een skatepark en groen langs de randen. En de fontein daar gaat weer spuiten. We benutten de rijke historie en het unieke landschap en kansen voor klimaatopgaven. We vergroten de leefbaarheid en levendigheid van het gebied.
Arnhem CS De status van Arnhem Centraal Station als ICE-station maakt deze locatie het Utrecht Centraal Station van het oosten. De directe omgeving van het station is de toplocatie voor kantoren in Oost Nederland. Ook hotels en andere verblijfsvoorzieningen versterken de stationsomgeving. De opgave is om in dit gebied een passend aanbod voor kantoren te realiseren die aansluit bij de vraag naar kantoorruimte. Uitgangspunt is om deze positie in de komende jaren te versterken door bestaande kantoorruimte te behouden en nieuwe toe te voegen. Ambitie-agenda: We ondersteunen de detailhandel, horeca en cultuur bij het herstel na de coronapandemie en het versterken van de aantrekkelijkheid van de binnenstad. Publieksaantrekkende functies in het gebied blijven welkom om te zorgen dat de Binnenstad the place to meet van Oost-Nederland blijft. Bij nieuwe ontwikkelingen zorgen we voor solide gebouwen of stedenbouwkundige concepten die makkelijk transformeerbaar zijn en een openbare ruimte die daarop in kan spelen. Daarmee maak je de stad wendbaar bij toekomstige ontwikkelingen en trends, maar het vraagt ook om zorgvuldig te kijken naar welke functies in een gebied nodig en wenselijk zijn en daarop te sturen. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling gaat gepaard met het toevoegen van groene, bij voorkeur, rustige buitenruimte.
We dragen ook in het centrum bij aan een sterke de groenstructuur van de stad.
We zorgen voor een veilige openbare ruimte, die uitnodigt tot het verblijven en ontmoeten en door de inrichting verloedering en onveiligheid tegengaat. We maken optimaal gebruik van de schaarse ruimte in en rondom het centrum door een slimme verdichtingsstrategie. We wijzen plekken rond of nabij het Centraal Station aan waar ruimte gegeven wordt aan nieuwe werklocaties, al dan niet in combinatie met wonen. We stellen nieuwe kaders op voor het centrum, de centrumschil en de omliggende wijken, die een verdichting van de stad mogelijk maken, in harmonie met de stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke waarden. We dragen ook in het centrum bij aan het versterken van de groenstructuur van de stad. We realiseren schaduwroutes in de binnenstad. We faciliteren het organiserend vermogen van de binnenstad. Door in te zetten op duurzame vormen van mobiliteit, verminderen we de rol van automobiliteit in en rondom het centrum. Dit komt de leefbaarheid ten goede en kan op termijn de barrière werking van de centrumring opheffen. Ook houden we de binnenstad zo bereikbaar en toegankelijk. We stellen Parkeerbeleid op waarbij het betaald parkeren gebied wordt uitgebreid en waarbij we lagere parkeernormen willen gaan hanteren voor woningbouw.
We kijken naar de mogelijkheden om de autoparkeereis te laten vervallen in het centrum ten gunste van hoogwaardige inpandige fietsstalmogelijkheden. Dit beleid is echter nog niet vastgesteld. Hierbij houden we rekening met de mindervalide Arnhemmers en bezoekers. Fietsparkeren gebeurt vooral inpandig. Het doel is om de druk op de openbare ruimte te verminderen. We laten de maatschappelijke functies in het centrum meegroeien met de demografische ontwikkeling van het gebied.
Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Het (her)ontwikkelen van het Bartok Park Noord past binnen diverse gebiedskansen van Arnhem Centrum en sluit aan bij de ambitie-agenda. Het planvoornemen voorziet in het toepassen van een gemengde functie, waarbij wonen, maatschappelijke activiteiten (gerelateerd aan cultuur) en een invulling met openbare ruimte zijn toegestaan. In een later stadium wordt bepaald welke activiteit het meest passend is en nader uitgewerkt wordt. Voor de mogelijke woonactiviteit worden vier woningen gerealiseerd. De planontwikkeling draagt namelijk bij aan een toekomstbestendige binnenstad doordat er toegekomen wordt aan de huidige vraag naar woningen, een maatschappelijk activiteit (ten aanzien van cultuur) of een invulling met openbare ruimte. Met het voorgenomen plan wordt bijgedragen aan de verdichtingsstrategie van het centrumgebied, het verminderen van de rol van automobiliteit in en richting het Rozetkwartier en het vergroten van de capaciteit voor inpandig fietsparkeren. Bij het uitwerken van het plan is voldoende rekening gehouden met de gebiedskansen en ambitie-agenda voor het Arnhem Centrum. Al met al heeft het voorgenomen plan een positieve uitwerking op de binnenstad, de nabij omgeving en de stad Arnhem als geheel en voldoet het voornemen daarmee aan de ambities uit de Omgevingsvisie.
4.3.2 Woonbeleid In 'De Arnhemse Woonprincipes 2025' en het Plan van Aanpak: Woningbouwontwikkeling is opgenomen welke strategische koers we volgen die er zorg voor moet dragen dat Arnhem ook in de toekomst een aantrekkelijke woonstad blijft waar het voor iedereen aantrekkelijk is om te wonen. Het Plan van Aanpak: Woningbouwontwikkeling bevat de marsroute over hoe we de komende jaren de woningbouw vorm willen geven. Om beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen in Arnhem op peil te houden moeten er de komende jaren meer woningen worden gerealiseerd . Dit geldt voor alle soorten woningen en voor alle doelgroepen: aantrekkelijke levensloopbestendige woningen voor ouderen, woningen voor kleine huishoudens, sociale woningbouw in goedkoop en betaalbaar segment, de middenhuurcategorie en het hogere segment. In het Plan van Aanpak is opgenomen dat over de projecten heen minimaal 30% aan sociale corporatiehuur gerealiseerd dient te worden. De onderstaande vier pijlers vormen de hoofddoelen van de Arnhemse Woonprincipes: 1. Duurzaam betaalbaar: hierbij zorgen we dat er voor elk inkomen voldoende passende sociale en betaalbare woningen beschikbaar zijn. Daarbij sturen we niet alleen op aantallen, maar streven we ook naar een goede prijskwaliteit en op de duurzaamheid van woningen in de nieuwbouw en in de bestaande woningvoorraad. 2.
Levensloopgeschikt wonen: door meer levensloopgeschikte woningen aan de voorraad toe te voegen én bestaande woningen aan te passen of op te plussen, kunnen we mensen, gezond of beperkt, in verschillende levensfases van hun leven, een passende woonplek blijven bieden in Arnhem. 3. Aantrekkelijke woonstad: Arnhem heeft door zijn centrale ligging een bijzondere ruimtelijke en groene kwaliteit. Met de binnenstad, de Rijn en stadsparken in combinatie met wonen, leren, werken en verblijven maakt het de stad vitaler. Arnhem
wil een aantrekkelijke woonstad zijn en blijven voor haar huidige inwoners, maar wil ook meer studenten en midden- en hogere inkomens aan zich binden door het bieden van aantrekkelijke, levendige of bijzondere woonmilieus. 4. Wijken met identiteit: Elke wijk heeft zijn eigen herkenbare identiteit die recht doet aan de beleving van haar inwoners. Met deze variëteit wil de stad inzetten op een duurzame woon- en leefomgeving waar bewoners trots zijn op hun wijk, waar ze zich thuis en ook zelf verantwoordelijk voor voelen. Dat palet van eigen identiteit en karakters van wijken draagt bij aan de aantrekkingskracht van Arnhem als woonstad.
Wonen, Welzijn en Zorg Er ligt op het gebied van Wonen, Welzijn en Zorg een stevige fysieke huisvestingsopgave. Door meer levensloopgeschikte woningen aan de voorraad toe te voegen én bestaande woningen preventief aan te passen of op te plussen, kunnen we mensen, gezond of beperkt, in verschillende levensfases van hun leven, een passende woonplek blijven bieden. We faciliteren het (langer) zelfstandig wonen, door in de directe of nabije woonomgeving mogelijkheden te scheppen dat arrangementen van (thuis)zorg, begeleiding, ondersteuning of andere vormen van dienstverlening en welzijnsvoorzieningen kunnen worden geboden.
Toetsing van het initiatief aan de Arnhemse Woonprincipes 2025 en Plan van Aanpak: Woningbouwontwikkeling In voorliggend planvoornemen wordt voorzien in het toepassen van een gemengde functie, waarbij wonen, maatschappelijke activiteiten (gerelateerd aan cultuur) en een invulling met openbare ruimte zijn toegestaan. In een later stadium wordt bepaald welke activiteit het meest passend is en nader uitgewerkt wordt. Voor de mogelijke woonactiviteit wordt een viertal woningen gerealiseerd. Indien voor deze uitwerking gekozen wordt, past het plan binnen de plancapaciteit, zoals binnen de subregio Arnhem en omgeving is afgestemd. Zie paragraaf 3.3 voor de verdere uitwerking van het woonprogramma. In de woondeal 2.0 is Bartok Park aangeduid als een van de lopende projecten waarbij het niet “haalbaar, mogelijk of wenselijk” was om de eis van twee derde betaalbaar op te leggen. Er wordt gestreefd naar een goede prijskwaliteit en een hoge mate van duurzaamheid bij de nieuwe woningen te realiseren, waarmee aan de eerste pijler en aan het Plan van Aanpak: Woningbouwontwikkeling wordt voldaan. De te realiseren woningen (vier woningen) zijn daarnaast geschikt voor meerdere levensfases, waarmee aan de tweede pijler wordt voldaan. Als laatste draagt het voornemen bij aan het creëren van een aantrekkelijke woonstad.
De voorgenomen ontwikkeling zorgt voor een impuls voornamelijk op het gebied van wonen en verblijven in het zuidelijke gedeelte van de binnenstad. Hiermee wordt aan de derde pijler van het woonbeleid voldaan. 4.3.3 Verkeers- en mobiliteitsbeleid Op 19 maart 2025 is het Duurzaam Mobiliteitsplan vastgesteld. De ambitie is een leefbare, gezonde en groene stad ook op het gebied van mobiliteit. Het plan gaat uit van het versterken van de alternatieven voor het individuele autogebruik, verlagen van de snelheid om de verkeersveiligheid te verbeteren en het uitbreiden van betaald parkeren rond het centrum en in de omgeving van woningbouwontwikkelingen. Daarnaast zijn het een aantal beleidsplannen al eerder vastgesteld welk zijn opgenomen in het Duurzaam Mobiliteitsplan.
Fiets De 'Accentnota Fiets, Fietsambitie 2019-2024' (vastgesteld in januari 2020) bevat de Arnhemse fietsambitie voor de periode 2019-2024, met een doorkijk naar 2030. De nota is de start van een nieuwe aanpak waarin fietsvriendelijkheid centraal staat en meer tempo wordt gemaakt met uitvoering. Op basis van hoe de stad zich ontwikkelt en de betekenis van de fiets in de stad van de toekomst, wordt bepaald wat er nodig is om bewoners en forenzen te overtuigen om meer met de fiets te gaan. Daarin is de substantiële verbetering van de Arnhemse fietsinfrastructuur belangrijk, door de aanleg van meer stedelijke doorfietsroutes. De Accentnota sluit aan bij de uitgangspunten van de nieuwe regionale fietsambitie 'Samenwerkingsagenda fiets, regio Arnhem Nijmegen'. De doelen van deze fietsambitie zijn: meer fietsgebruik; betere ontsluiting van stedelijke bestemmingen voor alle inwoners van de stad; de binnenstad beter bereikbaar en aantrekkelijker maken voor fiets; schone lucht en verminderen van CO2 uitstoot; inspelen op de trend van toenemende stedelijke verdichting en urbanisatie; het verduurzamen en toekomstvast maken van het stedelijk vervoersnetwerk; het beïnvloeden van duurzaam stedelijk verplaatsingsgedrag.