Bijlage 1 - Tekst
Tekst van het document
3.5
Sport-, recreatie- en spelenbeleid
3.5.1
Nota Ruimte voor de Jeugd (Spelennota) (2010 - 2020)
De nota Ruimte voor de Jeugd uit 2009 geeft een overall visie op spelen en ontmoeten. De gemeente Arnhem onderstreept de noodzaak van speelruimte omdat spelen van groot belang is voor de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van kinderen van 0 – 25 jaar. De gemeente streeft er naar, volgens de richtlijnen van de NUSO, per hectare netto woongebied 300 m² (= 3%) te reserveren voor speelruimte (formeel en informeel). Kinderen spelen niet alleen op formele ruimtes met toestellen, maar ook op informele ruimtes als trottoirs, pleinen, tuinen en parken. Met name natuurlijke speelruimtes zijn plekken die vaak veel uitdagender zijn om te spelen. Verder is er aandacht voor voorzieningen die voldoen aan de wensen van jongeren vanaf 13 jaar. In deze leeftijdscategorie is er niet zozeer sprake van 'spelen', maar gaat het vooral om ontmoeting en sport. Toetsing De nieuwe Vulhal fungeert als plek en programma als 'katalysator' voor het sociale leven. Een plek waar buurtbewoners elkaar bewust en spontaan ontmoeten en zo bouwen aan een hechte gemeenschap. Ook worden pleinen en straten in de openbare ruimte geprogrammeerd en ingericht als fijne verblijfplekken voor bewoners. Het spelen in de buitenruimte wordt voorzien door het creëren van ruimtes en het voorzien van speelaanleidingen. Eén van die speelaanleidingen is het waterelement op het Rijnplein.
De speelplaats op het woonplein heeft een prominente plek binnen het ontwerp gekregen. De gemeente heeft als beleid om voor diverse leeftijdscategorieën binnen veilig te belopen stadsdelen voldoende speelruimte te bieden. Dit plan voldoet aan deze beleidslijn. De tuinen gelegen binnen de bouwblokken zijn collectief of privaat maar in ieder geval niet openbaar. (Kleine) kinderen kunnen hier veilig spelen op elementen die spelaanleiding geven. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met het hiervoor genoemde gemeentelijk beleid.
"Chw Cobercokwartier" (vastgesteld)
25
Chw Cobercokwartier
3.6
Overige beleidsuitgangspunten
3.6.1
Economisch beleid
Economische Agenda Arnhem 2015 De gemeente heeft haar economische visie en koers voor de middellange termijn vastgelegd in de Economische Agenda Arnhem 2015. De agenda stelt dat in de eerste plaats de basis op orde moet zijn. De gemeente wil daarom zorgen voor een gunstig ondernemingsklimaat door adequate dienstverlening te bieden en geschikte, goed bereikbare vestigingsplaatsen in een stimulerende economische omgeving. In de tweede plaats kunnen de sterke sectoren verder worden uitgebouwd. Het gaat dan om de verdere versterking als zesde kantorenstad van ons land en het behalen van winst in de sectoren zorg & welzijn en toerisme & vrije tijd. Tot slot gaat de gemeente Arnhem extra werk maken van haar kansrijke economische clusters: energie- & milieu-technologie en mode & vormgeving. Dit zijn bedrijvensectoren, waarin Arnhem bijzonder is en die een sterke basis bieden om een regionale en nationale positie op te bouwen. Toetsing In paragraaf 5.2 wordt de planontwikkeling getoetst aan het gemeentelijke beleid alsmede aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Detailhandelsvisie Arnhem 2016 - 2021 In samenspraak met een groot aantal partijen in de stad heeft de gemeente de Detailhandelsvisie ontwikkeld. De visie voldoet aan de wens van de stad en specifiek ondernemers en vastgoedeigenaren om helderheid.
De visie geeft duidelijke en richtinggevende kaders en concrete ambities voor de ontwikkeling van de detailhandel. Op basis daarvan kunnen partijen in de detailhandel een goede afweging maken over hun bedrijfsvoering. Met deze visie wil de gemeente bijdragen aan een grotere aantrekkingskracht en vitaliteit van de detailhandel in Arnhem. De visie is tegelijk een toetsingskader voor de toelaatbaarheid van nieuwe initiatieven, een kader voor de uitwerking en actualisatie van bestemmingsplannen en een leidraad in de discussie over de programmering van detailhandelsruimte en het handhavingsbeleid. Vanwege de snelle en onvoorspelbare ontwikkelingen in de detailhandel beperkt de gemeente zich in de visie tot hoofdlijnen en is de looptijd maximaal 5 jaar. Mise-en-place, de Arnhemse horecavisie Horeca is steeds belangrijker als drager van verblijfskwaliteit en beleving in de stad. Het gaat de consument in toenemende mate om dynamiek, lifestyle, cultuur, beleven en shoppen. Horeca geeft invulling aan deze consumentenbehoefte met als gevolg dat we een toename zien van het horeca aanbod in de stad. Daarom is onderzoek gedaan naar de gewenste horecaontwikkeling in zowel kwalitatieve als kwantitatieve zin. Dit heeft geresulteerd in een ruimtelijk-economische horecavisie die een horecaontwikkeling stimuleert die bijdraagt aan de kwaliteit en identiteit van de stad.
De visie is tevens bedoeld als toetsingskader waardoor ondernemers, bewoners en andere belanghebbenden weten waar ze aan toe zijn. Hierin ligt een spanningsveld besloten tussen flexibiliteit en zekerheid. De behoefte om te kunnen innoveren en inspelen op wijzigende marktomstandigheden vraagt om een flexibel beleid. Anderzijds willen bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden juist zoveel mogelijk zekerheid over de ontwikkelingen die ze in hun omgeving kunnen verwachten. In de visie is het juiste midden gezocht tussen flexibiliteit en zekerheid, door: Per focusgebied in de stad een kwaliteitsbeeld van de gewenste horeca te schetsen; Voor de onderscheiden focusgebieden naast kwalitatieve kaders ook -kwantitatieve parameters op te stellen aan de horecaontwikkeling (gedefinieerd in ontwikkelen, consolideren, terugdringen); Voor innovatieve en bijzondere concepten geen beperkingen op te leggen. Dit richtinggevende kader geeft invulling aan de ambitie om de actuele vraag naar horeca te faciliteren, een kwaliteitsimpuls te geven aan de bestaande en nieuwe horeca en levert een bijdrage aan de doelstelling om te behoren tot de Top-10 van meest aantrekkelijke binnensteden van Nederland. Toetsing In het kader van de ladder onderbouwing voor horeca, retail- en hotelfuncties heeft er een toetsing 26
"Chw Cobercokwartier" (vastgesteld)
Chw Cobercokwartier
plaatsgevonden met het gemeentelijke beleid (Bijlage 4). Navolgend wordt de conclusie uit dit rapport beschreven. Het Cobercoterrein is uniek industrieel Arnhems erfgoed. De ligging naast de John Frostbrug is ook van historisch belang. Dit in combinatie met de functiemix speelt een belangrijke rol in de toetsing van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Door deze context is het terrein voor een groot deel in staat een autonome vraag te creëren. De indicatieve behoefte aan detailhandel voor de bewoners, gebruikers en verblijvers in het gebied is vrijwel geheel in lijn met de programmering. Omdat het detailhandelsvolume beperkt is, en zich primair richt op de bewoners en gebruikers van het Havenmeesterskwartier, is er geen sprake van negatieve effecten op de bestaande (en door de gemeente gekoesterde) hoofdwinkelstructuur. Bovendien voldoet het terrein aan de voorwaarde om een onderscheidend winkelaanbod toe te voegen en verhoogt deze toevoeging de kwaliteit van de leefomgeving van inwoners van het Nieuwe Kadekwartier. Ondanks de relatief hoge horecadichtheid in Arnhem is er marktruimte voor het realiseren voor het beoogde programma aan horeca (restaurants, cafés e.d.). De gemeente Arnhem hanteert een aantal spelregels om bijzondere concepten te toetsen: 'Grand cru'. Indien een concept aan één van de achttal regels voldoet, kan deze als bijzonder concept worden aangemerkt.
Hoewel het nog niet bekend is welk concept landt, is een aantal criteria ook gebaseerd op de locatie. Het realiseren van horeca, mits wordt voldaan aan het concept 'Grand cru,' zal het Arnhems erfgoed Cobercoterrein toegankelijker maken door een extra bezoekreden toe te voegen. Daarnaast verbindt het Cobercoterrein het Nieuwe Kadekwartier met het centrum, waardoor het ruimtelijk gezien een strategische sleutelfunctie speelt. Er is een zekere uitbreidingsruimte voor hotels in de gemeente Arnhem. De marktruimteberekening tot 2030 is onder invloed van Corona ingedeeld in een minimumprognose en een maximumprognose. In de minimale behoefteberekening zijn er circa 5 hotelkamers bovenop de bekende zachte plancapaciteit beschikbaar. In de maximale behoefteberekening zijn is er tot 2030 ruimte voor 188 kamers. De kans is dus groot dat het boutiquehotel met 25 kamers op het Cobercoterrein ruim past binnen de behoefte. In de minimale prognose past deze alleen niet vanwege de zachte plancapaciteit in de Koepelgevangenis, die nog niet in een onherroepelijk plan is vastgelegd. De kwalitatieve onderbouwing van het boutique hotel is echter minstens even belangrijk. Het past in het gemeentebeleid waarin ruimte bestaat voor hotels in het luxere segment. Daarnaast beschrijft het beleid dat hotels met een unieke signatuur in hoge mate in staat zijn autonome vraag te creëren.
Met de industriële uitstraling en een functiemix heeft het Cobercoterrein extra ingrediënten in huis om deze autonome vraag te creëren. Ook voor de hotelfunctie raden wij aan zoveel mogelijk te sturen op de 'Grand cru'-uitgangspunten. Op basis van de ladder onderbouwing voor horeca, retail- en hotelfuncties kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling in lijn is met de visie van de gemeente op detailhandel en horeca. 3.6.2
Coffeeshopbeleid
De nota Arnhems Coffeeshopbeleid (2009) geeft als hoofddoelstelling: het terugdringen van overlast c.q. het beperken van de inbreuk op het woon- en leefklimaat door softdrugshandel. Er is beleid geformuleerd om de handhaving te intensiveren. Tevens is aangegeven met welk instrumentarium dit wordt gedaan en door wie dit wordt uitgevoerd. Uitvoering van dit beleid waarborgt ook in dit plangebied beheersing van de problematiek. Er is geen aparte bestemmingscategorie voor de coffeeshops gecreëerd. Toetsing Dit bestemmingsplan laat binnen het plangebied geen coffeeshops toe. 3.6.3
Prostitutiebeleid
In de nota 'Van Rood naar Groen Arnhemse Prostitutie op weg naar normalisatie (2000)' is het Arnhems prostitutiebeleid vervat. De opheffing van het wettelijke bordeelverbod per 1 oktober 2000 was aanleiding voor het opstellen van dit beleid. Dit beleid is nog steeds van kracht. Ten aanzien van de raamprostitutie, overige seksinrichtingen en de tippelprostitutie voert het gemeentebestuur van Arnhem een actief vestigingsbeleid. Het actief vestigingsbeleid bestaat uit de volgende elementen: concentratie van de raamprostitutie op één plek; het aan een maximum binden van het aantal ramen en werkplekken (120 en dat is een halvering van het aantal ramen en werkplekken ten opzichte van de voormalige raamprostitutielocatie in het "Chw Cobercokwartier" (vastgesteld)
27
Chw Cobercokwartier
Spijkerkwartier); het aan een maximum binden van het aantal overige seksinrichtingen op 8 in heel Arnhem, waarbij – overgangsrechtelijke situaties uitgezonderd - in elke wijk ( CBS- wijkindeling) maximaal 1 seksinrichting gevestigd mag zijn, ook worden hierbij beperkingen toegepast; concentratie van de tippelprostitutie. Het gemeentebestuur bepaalt hiermee zélf de locatie waar deze vormen van prostitutie zich mogen manifesteren alsmede de omvang ervan en voorkomt hiermee dat de prostitutie zich ongecontroleerd over de stad uitspreidt. De gemeente wil hiermee voorkomen dat bepaalde vormen van prostitutie overlast voor de omgeving veroorzaken. Deze overlast zou kunnen ontstaan doordat er een concentratie van bijvoorbeeld privé-huizen in een bepaalde wijk ontstaat ( eerder zagen we immers dat vooral oudere wijken in Arnhem erg aantrekkelijk lijken te zijn voor de vestiging van seksinrichtingen) of doordat de prostitutiefunctie conflicteert met bepaalde andere functies. Toetsing Dit bestemmingsplan laat binnen het plangebied geen seksinrichtingen toe.
28
"Chw Cobercokwartier" (vastgesteld)
Chw Cobercokwartier
Hoofdstuk 4 Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkelingen 4.1
Inleiding
In hoofdstuk 2 is een beschrijving van de bestaande situatie in en om het plangebied gegeven. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de concrete ontwikkeling binnen het plangebied. Voor de ontwikkeling van het plangebied is op basis van een Kaderstellend Masterplan het stedenbouwkundig plan opgesteld. Ten behoeve van de herontwikkeling van het voormalige Cobercoterrein is een zogeheten Kaderstellend Masterplan opgesteld. Het Masterplan doet uitspraken over de uitgangspunten en randvoorwaarden voor de ontwikkeling van het Cobercoterrein. Deze komen in dit hoofdstuk verder aan de orde en zijn uitgewerkt in het stedenbouwkundig plan. Het Kaderstellend Masterplan is op 5 maart 2018 vastgesteld door de gemeenteraad van Arnhem en vormt de basis voor voorliggend bestemmingsplan. Het stedenbouwkundig plan sluit aan bij het KMP maar wijkt op enkele ondergeschikte onderdelen af. Het Q-team heeft ingestemd met het stedenbouwkundig plan en de ondergeschikte afwijkingen ten opzichte van het KMP.
4.2
Kaderstellend Masterplan
4.2.1
Analyse omgeving en plangebied
De omgeving Het plan voor de herontwikkeling van het voormalige Cobercoterrein staat niet op zichzelf. Een analyse van de omgeving heeft aan de basis gelegen van de planvorming voor het plangebied. Binnen het Nieuwe Kadekwartier zijn meerdere deelgebieden te onderscheiden waaronder het voormalig Cobercoterrein (De Melkfabriek), Havenmeesterskwartier en Fluvium. Stuk voor stuk zijn deze deelgebieden relatief beperkt van omvang en liggen ze ingeklemd tussen een bestaand bedrijventerrein, de binnenstad en de Rijn. Onderstaande figuur geeft dit schematisch weer.
"Chw Cobercokwartier" (vastgesteld)
29
Chw Cobercokwartier
Ligging plangebied in relatie tot omgeving (bron: Kaderstellend Masterplan, De Melkfabriek) De geïsoleerde ligging en de kleine omvang van de deelgebieden vraagt om een duidelijk overkoepelende visie om tot een prettig bewoonbaar stadsdeel te komen. Ruimtelijke samenhang en functionele interactie tussen de deelgebieden zijn daarbij essentieel. Doel is dat Cobercokwartier samen met Fluvium en Havenmeesterskwartier een samenhangende wijk gaat vormen. De deelgebieden aan de Nieuwe Kade, de Westervoortsedijk en de Badhuisstraat worden wat betreft de beeldkwaliteit ook op elkaar afgestemd. Ook in architectuur, korrelgrootte, hoogte en sfeer van de openbare ruimte vertonen ze in de toekomst samenhang op de schaal van de stad en de buurt/kwartier. Het gaat om een afwisseling van straten, pleinen en bouwblokken. In het Kaderstellend Masterplan zijn, rekening houdend met de ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied, hiervoor de uitgangspunten en randvoorwaarden benoemd. De verkeersstructuur rondom het gebied bepaalt de sfeer en de zichtbaarheid en toegankelijkheid van de omgeving van het gebied. Aan de vier zijden van de locatie kent het plangebied een geheel eigen beleving vanwege deze verkeersstructuur. De structuur typeert zich in deze omgeving door een sterke oostwestgeleiding van het stadsverkeer en een noord-zuidgeleiding van het wijkverkeer.
Het gebied wordt aan twee zijden begrensd door stedelijke verkeersaders, te weten de Westervoortsedijk en de Nijmeegseweg / John Frostburg. De John Frostbrug vormt een provinciale ontsluitingsweg van Arnhem-Noord naar Arnhem-Zuid. De voet van de John Frostbrug heeft een groene uitstraling, maar mist voor voetgangers een functionele verbinding van oost naar west. Daarbij is de gebruikskwaliteit van het Oostpark zeer laag te noemen. Er zijn geen aanleidingen voor verblijf en gebruik van de openbare ruimte. Vanuit het noorden vindt, door de gesloten bebouwingswand langs de Eusebiusbuitensingel, een heldere fysieke én visuele geleiding plaats richting de Rijn. Bezoekers van de stad, die aanrijden vanuit Arnhem-Zuid, ervaren halverwege de brug een fraai zicht op het stadsfront met aan de rechterhand De Melkfabriek en haar schoorsteen als markant element. 30
"Chw Cobercokwartier" (vastgesteld)
Chw Cobercokwartier
De Westervoortsedijk aan de noordzijde is een intensief gebruikte verbinding tussen het stadscentrum en oostelijk Arnhem en de A12. Enkele jaren geleden is deze volledig vernieuwd om te komen tot een groene en eenduidige entree tot de stad door het toekomstige Nieuwe Kadekwartier. Kenmerkend zijn de lange lijnen begeleid door bomenrijen, het scheiden van voet-, fiets- en gemotoriseerd vervoer. De (toekomstige) bebouwing langs de Westervoortsedijk zal een geleidend front vormen langs de voormalige fabriek en de toekomstige nieuwbouw. Aan de oostzijde van het gebied vormt de Badhuisstraat de grens. Deze weg is in het stedenbouwkundig plan Centrum-Oost aangewezen als ruime verbindingsroute van de Verschuerwijk naar de Rijn. Een nadrukkelijke wens vanuit de ontwikkeling van het Nieuwe Kadekwartier is om deze verbinding van een breed straatbeeld door te trekken langs het voormalige Cobercoterrein. Een begeleidende bomenrij aan twee zijden van de straat biedt hiertoe een middel. De Nieuwe Kade scheidt het plangebied fysiek van de Rijn. Het is de historische ontsluitingszijde van het voormalige Cobercoterrein. Met een hoge én lage kade ontbreekt, ondanks de nabijheid van de Rijn, een visuele verbinding vanuit het plangebied.
De hoge kade wordt binnen het Nieuwe Kadekwartier via één principe ontworpen en vormt voor fietsers en voetgangers de verbinding van dit stadsdeel naar het centrum. Rondom het plangebied is een diversiteit aan functies gelegen. Ten noorden van het terrein is een gemêleerd programma aanwezig met onder andere het gemeentelijk stadskantoor en een kantoor van Rijkswaterstaat. Deze zijn de afronding van de voormalige kantoorwand langs de Eusebiusbuitensingel. Sinds enkele jaren wordt langs deze singel bebouwing getransformeerd naar woonfunctie. Ingeklemd tussen deze bebouwing en de naastgelegen Verschuerwijk ligt de trolleybusremise. De Verschuerwijk heeft een kenmerkende opzet van een binnenhof met daaraan een dubbele rij bebouwing welke zich zowel naar binnen als naar buiten richt en zo tweezijdig een vriendelijk gezicht heeft. Ten oosten van het plangebied staat de komende jaren een grootschalige transformatie op de planning. Het nu aanwezige bedrijventerrein wordt getransformeerd tot woongebied met een diversiteit aan grondgebonden woningen, appartementen en wijkvoorzieningen. Westelijk van het plangebied ligt de binnenstad van Arnhem. In de Zuidelijke Binnenstad vindt op dit moment een omvangrijke herontwikkeling plaats waarbij de verbinding met de Rijn wordt versterkt, culturele functies, nieuwe woonmilieus en een aantrekkelijke openbare ruimte worden gerealiseerd.
Stedenbouwkundige structuur omgeving plangebied (bron: Kaderstellend Masterplan, De Melkfabriek)
"Chw Cobercokwartier" (vastgesteld)
31
Chw Cobercokwartier
Voorgaande beschrijving geeft aan dat het plangebied is gelegen in een gevarieerde omgeving, zowel wat betreft de voorkomende functies als de verschijningsvorm van de bebouwing. Duidelijk is evenwel wel dat het multifunctionele karakter van de binnenstad oostwaarts langzaam overgaat in een monofunctioneler woongebied. Ook de bebouwingshoogte en de zogeheten 'korrelgrootte' neemt af naarmate men verder van het stadscentrum af komt. Het plangebied Naast de karakteristieken van de directe omgeving van het plangebied, vormt ook de huidige inrichting van het plangebied een belangrijk aanknopingspunt voor de toekomstige inrichting van het plangebied. De aanwezigheid van een voormalig fabriekscomplex en de wens tot het behoud van de essentiële onderdelen ervan is bepalend geweest voor het Kaderstellend Masterplan dat voor de herontwikkeling is opgesteld. Het Masterplan gaat nadrukkelijk uit van een situatie waarin oud en nieuw op een interessante en aantrekkelijke manier samengaan. Om die reden zijn de anno 2021 nog aanwezige spoel- en flessenloods, de vulhal, de roomafdeling, het laboratorium en het ketelhuis met schoorsteen opgenomen in het plan. Ook het Entreegebouw, de oorspronkelijk hoofdentree van de kantoren, blijft behouden.
4.3
Stedenbouwkundig plan
4.3.1
Speerpunten
Het planconcept is opgesteld aan de hand van 5 speerpunten die volgen uit het Kaderstellend Masterplan. Deze zijn nader uitgewerkt in het stedenbouwkundig plan: 1. Erfgoed als hart 2. Reek van openbare ruimtes 3. Samenhang met de omgeving 4. Groen en klimaatadaptief 5. Eenheid en diversiteit De 5 speerpunten worden navolgend in de subparagrafen nader toegelicht. Ergoef als hart In het Cobercokwartier vormt het verleden de onderlegger voor de hoofdstructuur van het nieuwe gebied. De opzet van het oude fabriekscomplex is de weerslag van een in zichzelf gekeerd productieproces. Op dit principe borduurt het plan voort. De gerichtheid naar binnen is behouden. Dat zie je aan de oriëntatie van de functies in de fabriek, welke zich voegen naar binnen, zowel binnen de bebouwing als richting het Cobercoplein. Zo ontstaat een wereld op zichzelf die qua sfeer, zowel in stedenbouw als in openbare ruimte, doet denken aan het eigenzinnige karakter van het voormalige fabrieksterrein. De Melkfabriek wordt hét kloppend hart van deze nieuwe woonwijk. Door de fabriek in te vullen met aansprekende publieke functies wordt zij voor een zo groot mogelijk publiek toegankelijk. De markante schoorsteen vormt het baken van het kwartier. Zichtlijnen vanuit de belangrijkste zijden van het gebied focussen de aandacht op dit bijzondere relict. Om die zichtlijnen heen schikken we de nieuwbouw.
32
"Chw Cobercokwartier" (vastgesteld)
Chw Cobercokwartier
De Melkfabriek als hart van het Cobercokwartier (bron: Bijlage 2) Reeks van openbare ruimtes Een reeks van vier pleinen, het vernieuwde Singelpark en het waterfront aan de Rijn zijn in beeld familie van elkaar en hebben een industrieel karakter. Ze vormen een interessante reeks van openbare ruimtes. Subtiele verschillen in functie en gebruik uiten zich in materialisering en groen. De pleinen functioneren als verblijfsplekken voor bewoners en bezoekers. De materialisering laat op subtiele wijze sporen zien van het vroegere leven van de industrie en geeft zo een kijkje in de geschiedenis van het Cobercokwartier. De straten en stegen sluiten in sfeer aan op de openbare ruimtes, waardoor er een stedelijk woongebied ontstaat, doordesemd van hoogwaardige materiaalgebruik en groen. Het plein aan de Rijn verwijst naar de vroegere ontsluiting voor (vracht) verkeer richting het water.
Vier verblijfspleinen (bron: Bijlage 2) Nergens zijn meer afgesloten binnengebieden te vinden. De open structuur van het plan verbindt deze met elkaar en met de Rijn. De pleinwanden worden bewust vormgeven als schuine lijnen richting de bestaande fabriek en de schoorsteen. Op deze manier ontstaat er visueel een interessant spanningsveld. We plaatsen de fabriek als het ware op een voetstuk, waardoor hij als identiteitsdrager "Chw Cobercokwartier" (vastgesteld)
33
Chw Cobercokwartier
van de wijk nog meer beleefbaar wordt. Door het wijd uitlopen van de pleinen naar de randen ontstaat bovendien een uitnodigende sfeer. Hier zoeken we bewust het contact op met de omgeving van het Cobercokwartier. Via schegvormige pleinen en straten aan de randen worden bezoekers dit eigengereide stukje stad binnengetrokken. Samenhang met de omgeving Het Cobercokwartier vormt met haar ligging tussen het Arnhemse stadscentrum, de woonwijken buiten de singel en de Rijnkade een belangrijk schakelstuk in de stad. Het nieuwe kwartier zal zich zowel meten aan een hoogstedelijk en divers milieu aan de westzijde, als aan een laagstedelijker woonmilieu aan de oostzijde. Het stedenbouwkundige model waarvoor is gekozen maakt het mogelijk om de aansluitingen nauwkeurig te kunnen maken. Het model heeft een diversiteit aan stedenbouwkundige korrels die variëren van een eengezinswoning tot een hoog appartementengebouw. Het gericht maken van keuzes helpt daarbij, bijvoorbeeld over type architectuur, de bouwblokgrootte, de hoogte van gebouwen en functies of waar welk slag korrel te positioneren. Het ontwerpen in samenhang met de omgeving vindt plaats in goede balans met het zorgdragen voor voldoende afwisseling in stedenbouw en architectuur in het Cobercokwartier zelf. Ten gunste van het maken van goed werkende gemeenschappen is ook hier variëteit te vinden in woontypen en architectuur.
De sfeer van het naar binnen gekeerde binnengebied geeft de plek eigenheid en geeft het kwartier haar eigen identiteit. Aan de randen wordt de verbinding met de omgeving weer opgezocht. De overwegend stevige bebouwing aan de noord-, west- en zuidrand staat in contrast met de informelere binnenwereld van het gebied met kleinere korrel. De Badhuisstraat is een mix van beide.
Verbindingen met de omgeving (bron: Bijlage 2) Door het aanbrengen van een hoogteaccent op de hoek van de Westervoortsedijk en Ooststraat reageert het plan op de bebouwing aan de singel en de toren van het stadskantoor. Het accent versterkt daarnaast de zichtbaarheid van het Cobercokwartier vanuit de stad. De hoek van de Ooststraat met de Nieuwe Kade vraagt om bijzondere aandacht. Voor het verkeer dat onder de brug doorkomt en via de Singel van de brug afkomt is dit de eerste ontmoeting met het gebied. In functie vindt een duidelijk onderscheid plaats van een gemengd programma ten westen van de fabriek en een woonprogramma in het oostelijk gedeelte, aansluitend op het toekomstige Nieuwe Kadekwartier. In bebouwingsstructuur worden deze twee stadsdelen verbonden door straten op elkaar aan te laten sluiten. Daarmee wordt niet letterlijk bedoeld dat straten tegenover elkaar moeten liggen. Bajonetaansluitingen of verspringingen zijn ook mogelijk. Aan de Rijnkade verrijken een route voor langzaam verkeer, pleinen en verblijfsplekken zowel het Cobercokwartier, als het aangrenzende Nieuwe Kadekwartier. Groen en klimaatadaptief Cobercokwartier wordt een groen, duurzaam en klimaatadaptief gebied. Groen en water zitten in het DNA van het plan. De openbare ruimte wordt groen ingericht, zowel de pleinen als de binnenstraten.
Een uitgebreid groenplan met ook ruimte voor groen op de daken draagt bij aan het vergroten van de biodiversiteit in de stad en biedt nestgelegenheid voor vogels en insecten. Daarnaast worden tuinen in de volle grond aangelegd en is aan de voorkant van de woningen ruimte voor geveltuinen. Door gescheiden afvoer van afval- en hemelwater wordt de druk op het riool verlaagd. Door water te laten 34
"Chw Cobercokwartier" (vastgesteld)
Chw Cobercokwartier
infiltreren, lokaal te bergen en (zichtbaar) af te voeren maken we Coberco 'rainproof '. Hemelwater kan bovendien hergebruikt worden voor irrigatie, om kostbaar drinkwater te besparen. De zichtbaarheid van hemelwaterafvoer op maaiveldniveau draagt bij aan bewustwording en beleving van circulaire principes. Eenheid en diversiteit De nieuwbouw op het Cobercokwartier kenmerkt zich door een grote diversiteit en afwisseling in gebouw- en woningtypes en korrels. Daarmee ontstaat een levendig straatbeeld en voorkom je eenduidige zones. Het Cobercokwartier wordt een woonomgeving waarbij verschillende doelgroepen elkaar aanvullen op het gebied van woonwensen, gebruik van de openbare ruimte en ruimtevraag. Door contrastrijke architectuur toe te passen, zullen de verschillende doelgroepen zich kunnen herkennen in en zich eigenaar voelen van hún stukje woonomgeving. Er wordt bewust variatie gezocht in type korrels en het naast elkaar positioneren van hetzelfde type wordt vermeden. Door de grote variatie in korrel is het van belang dat de architectuur van de korrel helder en eenduidig is. Contrasten horen tussen de korrels en niet binnen de korrel. De korrels vinden eenheid binnen de architectuurstijl, gevelopbouw en materiaalkeuzes. Daarbij komen de diverse korrels verspreid over het terrein terug waardoor herkenning en samenhang binnen de wijk wordt gewaarborgd.
Binnenterreinen van de gesloten bouwblokken moeten voldoende lucht, licht en kwaliteit hebben.
Diversiteit en afwisseling in gebouw- en woningtypes en korrels (bron: Bijlage 2) Omdat de diversiteit een duidelijke drager van de identiteit van het Cobercokwartier is, zal de hoge mate van afwisseling zowel aan de randen als in het gebied worden ervaren, steeds in balans met het vinden van de samenhang met de omgeving. De diversiteit zal daarnaast de sociale cohesie in het gebied versterken. 4.3.2
Planbeschrijving
4.3.2.1 Fabrieksensemble Het ensemble bestaat uit de melkfabriek, het kopgebouw, de nieuwe vulhal en het entreegebouwtje. De nieuwe Melkfabriek wordt het centrale hart van het Cobercokwartier. Door de fabriek in te vullen met nieuwe publieke functies wordt zij voor een zo groot mogelijk publiek toegankelijk. De schoorsteen vormt vanuit de stad het herkenbare baken van het Cobercokwartier. Zichtlijnen vanuit de belangrijkste zijden van het gebied focussen de aandacht op dit bijzondere relict. Om die zichtlijnen heen wordt de nieuwbouw vormgegeven. Nieuwe toevoegingen zullen logisch onderdeel uitmaken van het bestaande ensemble en zullen zich voegen binnen de bestaande karakteristiek. De bouwhistorische rapporten van de Melkfabriek en Van Ginkel zullen als startpunt dienen van het ontwerp. De bebouwing verstrekt de industriële gebiedsidentiteit door in positionering, materiaalgebruik en vormentaal de relatie met het bestaande erfgoed aan te gaan. De beeldkwaliteit van het erfgoed, de grove vormen en duidelijke lijnen komen terug in nieuw vastgoed met een stoer karakter. Het erfgoed wordt daarbij in acht genomen. In de laatste jaren zijn er delen van de fabriek gesloopt waardoor er aan de oostzijde delen ontbreken. De toevoegingen worden zorgvuldig naast het bestaande volume geplaatst of erin gepast. Het Kopgebouw wordt bijgevoegd.
De nieuwe Vulhal respecteert de setback aan de zijde van de "Chw Cobercokwartier" (vastgesteld)
35
Chw Cobercokwartier
Westervoortsedijk. De bestaande sheddaken en structuur in het deel dat tot loftwoningen wordt getransformeerd worden waar mogelijk behouden. In de architectuur is een mate van contrast met het bestaande mogelijk. Wel wordt inspiratie gezocht in de beeldbepalende elementen van de bestaande fabriek. Navolgende afbeelding toont het fabrieksensemble (excl. entreegebouwtje) met de nieuwe toevoegingen (gele delen).
Fabrieksensemble (bron: Bijlage 2) Het Van Ginkelgebouw aan de zuidoostzijde van het plangebied is in de oorlog grotendeels verwoest en volgens oorspronkelijke plannen herbouwd. Deze historische bebouwing blijft behouden en kan getransformeerd worden tot een restaurant/café met terras aan het water eventueel aangevuld met een boetiquehotel of een short-/longstay programma. Ook andere scenario's zijn denkbaar. Zo kan een deel door (creatieve) bedrijven worden gebruikt. 4.3.2.2 Nieuwbouw Rondom het fabrieksensemble liggen een viertal woonplots, met elk een diversiteit aan woontypen en functies. De randen van de plots maken de contouren van het plan. Schegvormige plots zorgen voor zichtassen richting de schoorsteen. Ieder gebouw binnen het plot maakt contact met de openbare ruimte eromheen door de positionering van entrees en een alzijdige vormgeving van gebouwen. In onderstaande kaart is de proefverkaveling in een maaiveldtekening weergegeven. Navolgende afbeelding toont de beoogde situatie.
36
"Chw Cobercokwartier" (vastgesteld)
Chw Cobercokwartier
Situatietekening (bron: Bijlage 2) De plots met nieuwbouw huisvesten voornamelijk woningen. Woningbouw wordt in een grote diversiteit aan categorieën gerealiseerd. Zo komen er studio's voor studenten, appartementen voor starters, grondebonden woningen met tuin voor onder andere stadsbewoners. Het kwartier biedt ook unieke woningen vanwege hun ligging aan de Rijn, zowel appartementen als grondgebonden woningen. Er worden woningen in een uiteenlopende prijsstelling gerealiseerd, van goedkope koop- en/of huurappartementen tot zeer grote stadsvilla's. Deze mix aan woningtypes zal leiden tot een zeer diverse bewonersdoelgroep. De diversiteit in typologieën en bouwblokken vertaalt zich naar een variëteit in bouwhoogtes. Grondgebonden woningen variëren van twee tot vier lagen, en appartementengebouwen variëren tussen vijf en tien bouwlagen. Naast elkaar gelegen korrels hebben nooit dezelfde hoogte, maar maken minimaal één laag verschil. Hierdoor wordt de korrel in het straatbeeld goed zichtbaar. Op vijf plekken in het plan ligt een hoogteaccent. Deze zijn rondom de fabriek met zijn hoge schoorsteen geplaatst en ondersteunen in het centraal stellen van de Melkfabriek. Om dynamiek en eenheid te creeëren wordt voor het hoogteaccent aan de Westervoorstedijk ten oosten van de fabriek een setback opgenomen. De hoogte van de setback is gerelateerd aan de bestaande hoogte van de fabriek.
Daarmee reageert de nieuwe bebouwing op de bestaande bebouwing. In de overige bouwblokken is ter plaatse van de hoogteaccenten ook een setback beoogd waarmee aangesloten wordt op de bouwhoogtes van naastgelegen bebouwing. Voor de eerste bouwlaag van de bebouwing in het plangebied wordt gestreefd naar een minimale bouwhoogte van 3,5 meter. Uitzondering hierop zijn enkele gebouwen of delen van gebouwen waar dit bouwtechnisch niet mogelijk is (bijvoorbeeld ter plaatse van de loftwoningen) of niet wenselijk is in verband met de beoogde functie. 4.3.2.3 Openbare ruimte De inrichting van de openbare ruimtes hebben een groen karakter en zijn ingericht ten behoeve van langzaam verkeer. Dit levert een prettige leefomgeving op buurtniveau op die sociaal en duurzaam is. Pleinen, parken en straten worden ingericht met zitelementen en een gevarieerd assortiment bomen en stuiken. Een dunne scheiding tussen openbaar en privé en variatie in anonimiteit kan zorgen dat bewoners de straat eerder als verlengde van hun woonhuis of werk ervaren. Door spannende routes en zichtlijnen te creëren worden mensen uitgenodigd om in de openbare ruimte "Chw Cobercokwartier" (vastgesteld)
37
Chw Cobercokwartier
te bewegen of te verblijven. 4.3.2.4 Programma Het gebied zal, mede door het industrieel erfgoed dat de locatie kenmerkt, transformeren naar een mixed-use woon-werkgebied met woningaanbod. In totaal zullen max 311 woningen worden gerealiseerd in het Cobercokwartier. In het Cobercokwartier komt een mix van grondgebonden woningen en appartementen in verschillende categorieën die het wonen in het stedelijk (centrum-)gebied in Arnhem versterkt. Het stedenbouwkundig plan voorzien in drie- en vierlaagse grondgebonden woningen met een eigen tuin, zoveel als mogelijk in de 'volle grond'. Dit om het klimaatadaptieve karakter van het Cobercokwartier te versterken. De stadswoningen zijn ook nog eens zo in te delen, dat aan huis gebonden beroepen zeer goed mogelijk zijn. Ook worden in het bestaande erfgoed zogenaamde loft-ateliers gerealiseerd. Deze woningen kenmerken zich door de vrij indeelbare ruimten met veel lichtinval. Deze loft-ateliers zijn direct verbonden met de Melkfabriek en het Buurtplein. Een heerlijke plek om te wonen én een atelier te hebben of om een wat grotere werkruimte te creëren die verbinding heeft met zowel de Melkfabriek als de levendige buurt. De appartementen zijn er in veel verschillende categorieën van ca. 30 m² tot meer dan 200 m². Zowel studenten als starters kunnen hier straks wonen.
Ook het middensegment wordt vertegenwoordigd, naast een ruime keuze in het hogere segment. Een kans om verschillende doelgroepen aan het gebied te binden, maar ook om doelgroepen voor de stad te behouden. Met dit ruime programma aan appartementen is het Cobercokwartier ook aantrekkelijk voor ouderen die een volgende stap in hun wooncarrière willen maken en graag dicht bij de voorzieningen van het Cobercokwartier en het centrum van Arnhem willen wonen. Navolgende afbeelding toont het indicatief programma (1e verdieping).
Indicatief programma, 1e verdieping (bron:Bijlage 2)
38
"Chw Cobercokwartier" (vastgesteld)
Chw Cobercokwartier
4.3.2.5 Conclusie Met de herontwikkeling van het voormalige Cobercoterrein in het Nieuwe Kadekwartier wordt een goede overgang gerealiseerd van de binnenstad naar het oostelijk gelegen woongebied. Het verbindt de stad met de Rijn en zichtlijnen borgen de zichtbaarheid van De Melkfabriek vanuit alle kanten van de stad. In morfologie, hoogte en type bebouwing, waarbij rekening wordt gehouden met de cultuurhistorische waarde van het gebied en haar bebouwing, komt deze zichtbaarheid tot uiting. Met het plan wordt de oude Cobercofabriek behouden voor de toekomst en wordt verder verval voorkomen. Dit hergebruik van bestaande gebouwen past bij de gemeentelijke doelstellingen wat betreft duurzaamheid. Met een mix aan woningtypen (studentenwoningen, appartementen, lofts en woningen met een tuin) zorgt De Melkfabriek voor een wezenlijke bijdrage aan de woningbouwopgave van de stad. Aanvullende commerciële voorzieningen en een levendig openbaar gebied zorgen voor een prettig stedelijk woon- en werkmilieu in de nabijheid van de binnenstad, dat toegankelijk en beleefbaar wordt voor zowel bewoners als bezoekers. Met het geboden programma wordt recht gedaan aan het karakter van Arnhem als creatieve stad met ruimte voor innovatie en ondernemerschap.
"Chw Cobercokwartier" (vastgesteld)
39
Chw Cobercokwartier
40
"Chw Cobercokwartier" (vastgesteld)
Chw Cobercokwartier
Hoofdstuk 5 5.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de beperkingen gegeven die van belang kunnen zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen in het plangebied.
5.2
Behoefte
Op 1 oktober 2012 is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op 1 juli 2017 is een wijziging van het Bro in werking getreden, waarbij de Ladder voor duurzame verstedelijking is aangepast. De (gewijzigde) Ladder is in artikel 3.1.6 lid 2 Bro vastgelegd en luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling.
Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Wat onder 'stedelijke ontwikkeling' en 'bestaand stedelijk gebied' wordt verstaan is in het Bro opgenomen en verder uitgekristalliseerd in jurisprudentie. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het Bro 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Het begrip 'andere stedelijke voorzieningen' wordt niet nader gedefinieerd. In de Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking vallen accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure onder het begrip 'andere stedelijke voorzieningen'. Onder 'bestaand stedelijk gebied' verstaat het Bro een 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Onderzoek In een separate memo is getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (Bijlage 5). De ladderonderbouwing voor horeca-, retail- en hotelfuncties is in een separate memo nader uitgewerkt (Bijlage 4).
In de toets aan de Ladder is aangetoond dat sprake is van zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve behoefte aan het in de regels van dit bestemmingsplan geboden programma. De ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is wat betreft een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
5.3
Geluid
Wet geluidhinder De Wet geluidhinder heeft tot doel de mens te beschermen tegen geluidhinder. Dit is in de wet uitgewerkt in een normenstelsel voor de toelaatbare geluidbelasting in de woonomgeving. Alleen planologisch nieuwe situaties worden getoetst aan de wet. Naast woningen zijn er nog een aantal geluidgevoelige objecten aangewezen zoals scholen en zorginstellingen. In de Wet geluidhinder staan regels voor weg- en railverkeerslawaai en voor gezoneerde "Chw Cobercokwartier" (vastgesteld)
41
Chw Cobercokwartier
industrieterreinen. De wet werkt verder met zones: dit zijn aandachtsgebieden rond geluidbronnen waarbinnen regels en normen gelden om de negatieve gevolgen van geluidhinder te beperken. Bij (planologische) wijzigingen moet er akoestisch onderzoek plaatsvinden naar de gevolgen. De Wet geluidhinder kent een normenstelsel met een voorkeurswaarde en grenswaarden. Als de geluidbelasting beneden de voorkeurswaarde blijft dan zijn er vanuit de wet geen belemmeringen voor nieuwe geluidgevoelige situaties. Bij een geluidbelasting tussen de voorkeurswaarde en de grenswaarde moet er een gemotiveerd besluit genomen worden om nieuwe geluidgevoelige ontwikkelingen mogelijk te maken (hogere grenswaarde). Voor het verlenen van een hogere grenswaarde is de nota 'uitvoeringsbeleid hogere grenswaarde' van de gemeente Arnhem van toepassing. Beleidsplan Geluid Het beleidsplan Geluid heeft tot doel geluidsnormen voor nieuwe situaties af te stemmen op de aard en de functie van een gebied. Hierdoor kan beter rekening gehouden worden met ontwikkelingen en verwachting van de gebruikers van een gebied. In het centrum en dichtbij goed openbaar vervoer wil de gemeente Arnhem veel functies mogelijk maken. Als gebieden intensiever gebruikt worden neemt de kans op geluidhinder ook toe. Andere gebieden zoals de parken worden juist gewaardeerd om hun relatieve rust.
Deze uitgangspunten hebben geleid tot een gebiedsgerichte invulling van geluidskwaliteiten binnen Arnhem. Naarmate de geluidbelasting hoger is neemt het belang van een zorgvuldige invulling van de totale leefomgevingskwaliteit toe. Het voormalige Cobercoterrein valt onder het gebiedstype 'stedelijke zone'. In dit gebied, gelegen in de directe nabijheid van belangrijke verkeersaders en goed ontsloten met hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) is sprake van een hoge mate van functiemenging. Binnen de stedelijke zone vindt verdichting plaats. Op buurtniveau vindt menging van (startende) winkels, ambachtelijke bedrijven, wonen, incidentele horecavestiging en drukke verkeerswegen plaats. Het gebied kan binnen de stad een functie vervullen als bron/concentratie voor arbeidsintensieve bedrijven. Er zijn kansen voor meervoudig grondgebruik. De algemene kwalificatie voor de geluidsambities in de stedelijke zone is 'overwegend lawaaiig'. Door drukke wegen is er sprake van hoge geluidsniveaus. De stedelijke zone is over het algemeen het meest lawaaiige gebied in de gemeente Arnhem. Daar staat tegenover dat, door de concentratie van de verkeersstromen, andere gebieden worden ontzien. De 1e -lijns bebouwing aan de verkeerswegen wordt blootgesteld aan hoge geluidsniveaus. Het achterliggende gebied kan overigens, bij aaneengesloten bebouwing, een stuk rustiger zijn.
De stedelijke zone kent een nog hogere dynamiek dan het centrum. De gemeente Arnhem heeft ervoor gekozen het verkeer te concentreren op hoofdverkeersaders, waarbij het (hoogwaardig) openbaar vervoer een belangrijke vervoersvorm is. Naast het verkeer vindt in het gebied veel bedrijvigheid plaats. Op grond van de Wet geluidhinder is klasse '-3 lawaaiig' hier de hoogst toegestane waarde. In uitzonderlijke gevallen wil de gemeente Arnhem hier woningen bouwen in de klasse '-4erg lawaaiig'. Zij doet dat echter alleen onder de volgende strenge voorwaarden: toepassing van dove gevels; toepassing van de systematiek van de Interimwet Stad en milieu; toepassing van uitgebreide akoestische compensatie; inachtneming van de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Naast geluid van het wegverkeer worden woningen ook blootgesteld aan geluid van bedrijven in het gebied. Het gaat dan veelal om de achterkant van de woningen, waar een relatieve rust moet zijn. De ambitie –1, onrustig is met een goed stedenbouwkundig ontwerp haalbaar. Onderzoek Wegverkeerslawaai Het plangebied bevindt zich tussen meerdere bestaande wegen. In de ruimtelijke procedure moet worden aangetoond dat het plan op het gebied van wegverkeerslawaai voldoet aan vigerende wet- en regelgeving. Indien het plan op het gebied van geluid niet voldoet aan deze wet- en regelgeving, moeten mogelijke maatregelen worden onderzocht.
Er is daarom een akoestisch onderzoek wegverkeer uitgevoerd (Bijlage 6). 42
"Chw Cobercokwartier" (vastgesteld)
Chw Cobercokwartier
Op basis van dit onderzoek wordt geconcludeerd dat voor de Rijnkade de geluidbelasting nergens hoger is dan de voorkeurswaarde. Voor de overige wegen geldt dat een deel van de nieuwe woningen een geluidbelasting hoger dan de voorkeurswaarde van 48 dB ondervindt: 1. De Badhuisstraat en de Nieuwe Kade geven een geluidbelasting van maximaal 58 en 55 dB respectievelijk op de nieuwe woningen. Wegens de gehanteerde maximum rijsnelheid van 30 km/u is het voor deze wegen niet wettelijk verplicht om de geluidbelasting te reduceren tot 48 dB. Een bronmaatregel in de vorm van stiller wegdek kan wel worden overwogen. 2. De Westervoortsedijk levert een geluidbelasting van maximaal 63 dB op de nieuwe woningen. De Eusebiussingel/Oranjewachtstraat geeft een geluidbelasting van maximaal 57 dB op de nieuwe woningen. Voor deze wegen stuiten aanvullende bron- en overdrachtsmaatregelen op overwegende bezwaren. 3. De Nijmeegseweg levert een geluidbelasting van maximaal 59 dB op de nieuwe woningen. Bron- en overdrachtsmaatregelen voor deze weg stuiten op overwegende bezwaren. Voor de woningen met een resterende geluidbelasting hoger dan 48 dB dienen hogere waarden te worden aangevraagd. Hogere waarden dienen per weg afzonderlijk te worden aangevraagd voor de Eusebiussingel/Oranjewachtstraat, voor de Nijmeegseweg en voor de Westervoortsedijk.
In Hoofdstuk 3 Hogere waarden wet Geluidhinder van de regels van onderhavig bestemmingsplan is een regeling opgenomen voor de hogere waarden die per gevel en per weg nodig zijn. De gecumuleerde geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai in de plansituatie zonder maatregelen (maximaal 64 dB exclusief correctie) is hoger dan de ambitiewaarde (58 dB) en hoger dan de incidentele grenswaarde (63 dB) die de gemeente hanteert. De hoogste geluidbelasting vindt plaats op de woningen gelegen aan de Westervoortsedijk, aan de noordelijke zijde van het plangebied. Na toepassen van de mogelijke bronmaatregelen bedraagt de gecumuleerde geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai op de nieuwe woningen maximaal 63 dB exclusief correctie. Bij cumulatie met het industrielawaai vanwege de nabijgelegen busremise dan wel met het scheepvaartlawaai van scheepvaart op de Neder-Rijn en aan de Rijnkade, bedraagt de gecumuleerde geluidbelasting nog steeds maximaal 63 dB. Het is aan het bevoegd gezag om te oordelen omtrent de aanvaardbaarheid van de geluidbelastingen in deze specifieke situatie. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de realisatie van de woningen dient aangetoond te worden dat wordt voldaan aan het gestelde in afdeling 3.1 Bescherming tegen geluid van buiten zoals opgenomen in het Bouwbesluit.
Dit betekent dat de buitengevels voldoende geluid dienen te weren om te zorgen dat het geluidniveau binnen in de nieuwe woningen maximaal 33 dB bedraagt. Het verkeersaantrekkende effect van het plan veroorzaakt een toename in verkeersintensiteiten op de Rietgrachtstraat. Deze stijgende verkeersintensiteiten veroorzaken een toename van 2 à 3 dB in de plansituatie ten opzichte van de huidige situatie op de bestaande woningen langs de Rietgrachtstraat. Geluidreducerende maatregelen zijn voor deze weg niet effectief (bronmaatregelen) danwel niet gewenst (overdrachtsmaatregelen). Het is aan het bevoegd gezag om te oordelen omtrent de aanvaardbaarheid van de geluidstoename in deze specifieke situatie en het treffen van maatregelen. Rail Ten noorden van het plangebied ligt een spoorlijnverbinding. Het plangebied is echter (ruim) buiten de wettelijke geluidszone gelegen. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Industrielawaai In het kader van de beoogde ontwikkeling heeft een akoestisch onderzoek plaatsgevonden naar industrielawaai (Bijlage 7). Het akoestisch onderzoek naar industrielawaai omvat de geluidbelasting van de bestaande busremise aan de Westervoortsedijk en ook de nieuwe bedrijven binnen het plangebied.
Busremise Uit de resultaten van de busremise blijkt dat op de toetspunten van de maatwerkvoorschriften in de "Chw Cobercokwartier" (vastgesteld)
43
Chw Cobercokwartier
avondperiode een toename van 1 dB wordt berekend, waardoor de vergunde grenswaarde wordt overschreden. Dit komt doordat de nieuwbouw net iets dichterbij de busremise komt te liggen ten opzichte van de ten tijde van de maatwerkvoorschriften ingevoerde bebouwing. Uit de resultaten van de busremise blijkt dat op de toetspunten van de maatwerkvoorschriften in de avondperiode een toename van 1 dB worden berekend, waardoor de vergunde grenswaarde wordt afschreden. Dit komt doordat de nieuwbouw net iets dichterbij de busremise komt te liggen ten opzichte van de ten tijde van de maatwerkvoorschriften ingevoerde bebouwing. Verder komt uit het onderzoek naar voren dat het berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ten gevolge van de activiteiten van de busremise op de gevels van de nieuw te bouwen woningen op het Cobercoterrein ten hoogste 53, 50 en 45 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode bedraagt. Hiermee wordt niet voldaan aan de grenswaarden van 50, 45 en 40 dB(A), in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode, zoals in het Activiteitenbesluit opgenomen. Als er naar het gemeentelijk beleid wordt gekeken dan kan wel worden voldaan aan de waarden van het gebiedsgerichte ambitieniveau (55, 50 en 45 dB(A), in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode). Tevens is een binnenwaarde van 35 dB haalbaar en kan tot maximaal 55 dB(A) een hogere waarde worden aangevraagd.
Daarmee staan de berekende overschrijdingen een goed woon- en leefklimaat voor de nieuwe woningen niet in de weg. Om de busremise niet te benadelen is een aanpassing van het maatwerkvoorschrift noodzakelijk. Uit de resultaten van de busremise blijkt ook dat de berekende maximale geluidsbelasting ten gevolge van de activiteiten op de inrichting van de busremise op de gevels van de te ontwikkelen woningen ten hoogste 69 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode bedraagt. Hiermee wordt in de dagperiode voldaan aan de grenswaarde van 70 dB(A), zoals in het Activiteitenbesluit is opgenomen. In de avond- en nachtperiode kan niet worden voldaan aan de grenswaarden van respectievelijk 65 en 60 dB(A). De overschrijding wordt veroorzaakt door vrachtwagenbewegingen (4 stuks) in de avond- en nachtperiode. De gemeente heeft hiervoor maatwerkvoorschriften opgesteld. Op 1 locatie worden de maatwerkvoorschriften met 1 dB(A) overschreden. Dit komt doordat de nieuwbouw net iets dichterbij de busremise komt te liggen ten opzichte van de ten tijde van de maatwerkvoorschriften ingevoerde bebouwing. Om de busremise niet te benadelen is een aanpassing van het maatwerkvoorschrift noodzakelijk. Het equivalente geluidsniveau (LAeq) ten gevolge van indirecte hinder op de gevel van de nieuwbouwwoningen is ten hoogste 55 dB(A).
Deze waarde is hoger dan de voorkeurswaarde voor indirecte hinder van 50 dB(A) etmaalwaarde. De gemeente kan onder voorwaarde hogere waarden toelaten tot een hoogte van 65 dB(A) etmaalwaarde. Nieuwe bedrijvigheid De definitieve invulling van de bedrijfspanden is nog niet vastgesteld. Uitgangspunt in het onderzoek is dat de beoogde functies maximaal milieucategorie 2 zijn. Voor de woningen in plangebied is sprake van een gemengd gebied. In gemengd gebied geldt een richtafstand van 10 meter voor milieucategorie 2. Middels aanvullend onderzoek kan worden bepaald of een categorie 2 bedrijf toelaatbaar is op deze locaties. Zonder aanvullend geluidonderzoek is het voor deze bedrijven enkel toegestaan om werkzaamheden te bedrijven die vallen onder milieucategorie 1. Op dit moment is de definitieve invulling van het plangebied nog niet vastgesteld, met één uitzondering: in de bestaande fabriekshal, gelegen aan de noordelijke zijde van het plangebied, zal een fitnessruimte worden gerealiseerd aan de oostelijke zijde op de begane grond. Deze fitnessruimte valt onder milieucategorie 2. Binnen de VNG-richtafstand van deze fitnessruimte ligt ten minste één nieuwe woning. De geluidbelasting vanwege de geveluistraling van de fitnessruimte is berekend op de nieuwe woningen.
Uit de berekening blijkt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau 37 dB(A) bedraagt in zowel de dag- als de avondperiode. In de nachtperiode vinden geen activiteiten plaats. Hiermee wordt voldaan aan de grenswaarden van 50, 45 en 40 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode, zoals in het Activiteitenbesluit opgenomen. Voor de fitnessruimte zijn geen aanvullende maatregelen nodig. Scheepvaart Gesteld kan worden dat op de eerstelijns bebouwing van het Cobercoterrein de streefwaarde van de VNG-publicatie in de nachtperiode met circa 4 dB(A) wordt overscheden. De VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering geeft de mogelijkheid om gemotiveerd maximaal 5 dB(A) af te wijken van de streefwaarde. Op basis van het geluidbeleid van de gemeente Arnhem kunnen de berekende 44
"Chw Cobercokwartier" (vastgesteld)
Chw Cobercokwartier
geluidniveaus van 44 dB(A) in de nachtperiode voor woonbebouwing wel aan het gebiedgerichte ambitieniveau van 45 dB(A) in de nachtperiode voldoen. Op basis het geluidbeleid dat rekening houdt met de in de omgeving aanwezige bronnen kunnen de geluidniveaus ten gevolge van scheepvaart aanvaardbaar worden geacht. Gecumuleerde geluidbelasting De hoogste geluidbelasting vindt plaats op de woningen gelegen aan de Westervoortsedijk, aan de noordelijke zijde van het plangebied. Na toepassen van de mogelijke bronmaatregelen bedraagt de gecumuleerde geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai op de nieuwe woningen maximaal 68 dB exclusief correctie. Bij cumulatie met het industrielawaai vanwege de nabijgelegen busremise dan wel met het scheepvaartlawaai van scheepvaart op de Nederrijn en aan de Rijnkade, bedraagt de gecumuleerde geluidbelasting nog steeds maximaal 68 dB. Conclusie Wegverkeerslawaai Voor de woningen met resterend een geluidbelasting hoger dan 48 dB dienen hogere waarden te worden aangevraagd. Deze hogere waarden zijn als regel opgenomen in de regels bij dit bestemmingsplan. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de realisatie van de woningen dient daarnaast aangetoond te worden dat wordt voldaan aan het gestelde in afdeling 3.1 Bescherming tegen geluid van buiten zoals opgenomen in het Bouwbesluit.
Dit betekent dat de buitengevels voldoende geluid dienen te weren om te zorgen dat het geluidniveau binnen in de nieuwe woningen maximaal 33 dB bedraagt. Industrielawaai In de dag-, avond- en nachtperiode worden de grenswaarden op de gevels van de nieuwe woningen overschreden. De overschrijdingen staan een goed woon- en leefklimaat niet in de weg. Met maatwerkvoorschriften kan de gemeente ontheffing verlenen en onder voorwaarden kan de gemeente hogere waarden toelaten op de gevels tot een hoogte van 65 dB(A) etmaalwaarde. Functie met ten hoogste milieucategorie 1 zijn toegestaan. Voor het toestaan van functies met milieucategorie 2 dient in een aanvullend geluidsonderzoek aangetoond te worden dat de functie een goed woon- en leefklimaat voor de woningen niet in de weg staat. De beoogde fitnessruimte vormt geen belemmering.
5.4
Luchtkwaliteit
Wet Luchtkwaliteit 2007 De Europese richtlijnen zijn geïmplementeerd in titel 5.2 van de Wet Milieubeheer. Het doel van deze wetgeving is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. De wet is primair gericht op het voorkomen van negatieve effecten op de gezondheid van de mens. Daarnaast zijn er voor de stoffen zwaveldioxide en stikstofoxiden ook normen opgenomen ter bescherming van ecosystemen. Voor het toetsen van ruimtelijke plannen zijn de volgende grenswaarden het meest relevant: PM10 (fijnstof) 1. de jaargemiddelde concentratie van 40 µg PM10/m³ mag met ingang van 1 januari 2005 niet worden overschreden; 2. de 24 uursgemiddelde concentratie van 50 µg PM10/m³ mag met ingang van 1 januari 2005 niet vaker dan 35 keer per jaar worden overschreden; NO2 (stikstofdioxide) 1. de jaargemiddelde concentratie van 40 µg NO2/m³ mag met ingang van 1 januari 2010 niet worden overschreden; 2. de uurgemiddelde concentratie van 200 µg NO2/m³ mag met ingang van 1 januari 2010 niet vaker dan 18 keer per jaar worden overschreden. Voor de overige stoffen worden in Nederland geen overschrijdingen gerapporteerd.
In de wet zijn de grenswaarden ten opzichte van eerdere regelgeving zijn ongewijzigd gebleven, maar de wet geeft net als het voorgaande BLK2005 (Besluit Luchtkwaliteit) meer armslag om ruimtelijke plannen die gevolgen hebben voor de luchtkwaliteit uit te voeren. Hierbij wordt tevens de term 'in betekenende "Chw Cobercokwartier" (vastgesteld)
45
Chw Cobercokwartier
mate (IBM)' geïntroduceerd. Dit wil zeggen dat projecten met een bepaalde mate van verslechtering toch doorgang kunnen vinden. De grens ligt bij een toename van maximaal 3%. Deze 3% is gekoppeld aan de IBM projecten opgenomen in het Nationale Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit (NSL). De NSL is in 2009 van kracht geworden. Beleidsnota Lucht en Uitvoeringsprogramma Luchtkwaliteit Het Arnhemse beleid op gebied van luchtkwaliteit is vastgelegd in de Beleidsnota Lucht uit 2005. Deze nota is erop gericht nieuwe overschrijdingen van de normen uit de Wet Milieubeheer te voorkomen en bestaande of dreigende overschrijdingen op te lossen. Daarnaast richt de Beleidsnota Lucht zich op het beperken van overlast door geurhinder. Voor wat betreft het halen van de normen uit het BLK2005 en de Wet Milieubeheer is de beleidsnota vertaald naar maatregelen in het Uitvoeringsprogramma Luchtkwaliteit 2010 - 2014. Onderzoek In het kader van een goede ruimtelijke ordening én omdat ook andere voorzieningen dan woningen worden gerealiseerd, is ten behoeve van de voorliggende ontwikkeling onderzoek uitgevoerd naar de effecten van het plan op de (toekomstige) luchtkwaliteit in de omgeving (Bijlage 8). Voor het bepalen van de projectbijdrage is gebruik gemaakt van de NIBM-tool (versie 06-04-2021).
Deze tool berekend op basis van worst case uitgangspunten de projectbijdrage op basis van de ingevoerde verkeersgeneratie van het plan. Voor de verkeersgeneratie van het plan is uitgegaan van de gegevens die zijn opgesteld door Goudappel B.V. Deze bedraagt 3.517 vervoersbewegingen per dag (weekdaggemiddelde). Hierbij is voor de NIBM-tool een aantal worst-case aanname gedaan. Ten eerste is aangenomen dat 1% van de verkeersgeneratie bestaat uit vrachtverkeer. Ten tweede is het rekenjaar 2021 gehanteerd. En als laatste is voor concentratiebijdrage PM2,5 aangenomen dat alle PM10 bestaat uit PM2,5. Op basis van bovenstaande gegevens is de maximale bijdrage van het wegverkeer voor NO2 2,7 µg/m3, voor PM10 0,6 µg/m3 en voor PM2,5 0,6 µg/m3.
Maximale concentratiebijdragen door verkeersgeneratie van het plan (NIBM-tool) Voor de toetsing aan de grenswaarden zijn de maximale concentratiebijdragen ten gevolge van de verkeersgeneratie van het plan opgeteld bij de maximale huidige concentraties luchtverontreinigende stoffen in de directe omgeving van het plangebied. In onderstaande tabel zijn de gesommeerde jaargemiddelde concentraties van de luchtverontreinigende stoffen NO2, PM10 en PM2,5 weergegeven. Het betreft hier dus de achtergrondconcentraties inclusief de concentratiebijdrage van het lokale wegverkeer (huidig + plan).