Bijlage 1 - Rapport Verwey-Jonker Instituut ‘Inclusief communiceren met inwoners de publiekscommunicatie van de gemeente Arnhem onder de loep’
Tekst van het document
Gebaseerd op het huidige niveau van kennis Wil communicatie inclusief zijn, dan is het belangrijk dat termen die gebruikt worden aansluiten op het huidige niveau van kennis. Verschillende erkende (internationale) wetenschappelijke instituten zoals de American Psychological Association (APA) (32) en internationale sociale instituten zoals de VN formuleren uitgangspunten en principes die in ogenschouw gehouden moeten worden wanneer we willen zorgen voor inclusieve communicatie. Naast dat deze instituties en organisaties waardevolle uitgangspunten en principes formuleren is het ook belangrijk om in de context waar de communicatie plaatsvindt te kijken welke termen de mensen en groepen waarover de informatie gaat en/of voor wie de informatie bedoeld is zelf gebruiken (32). In het geval van dit onderzoek gaat het om de Nederlandse en specifiek de Arnhemse context. In de Nederlandse context zijn door verschillende sociale organisaties en instituten documenten opgesteld door of in nauwe samenspraak met individuen uit verschillende sociale groepen. In deze documenten wordt beschreven wat wenselijke termen en aandachtspunten zijn om communicatie inclusief te maken. Op basis van deze verschillende input is voor dit onderzoek een overzicht gemaakt van het huidige niveau van kennis wat betreft inclusief woord- en terminologiegebruik (zie bijlage 1).
Dit overzicht is gebruikt voor de analyse van het publieksmateriaal van de gemeente Arnhem. Parallel aan deze analyse zijn groepsgesprekken gevoerd met Arnhemmers met, of nauw betrokken bij mensen met een migratieachtergrond, mensen met een beperking en personen uit de LHBTQI+ gemeenschap om hen te vragen naar hun ervaringen en perspectieven en ervaringen en perspectieven van mensen om hen heen op het onderwerp. Ook is hen gevraagd aan welke termen zij de voorkeur geven wanneer in communicatie expliciet naar bepaalde sociale groepen verwezen wordt waartoe zij behoren. Belangrijk om hier te noemen: het streven naar inclusieve communicatie gaat gepaard met het accepteren dat taal met de tijd verandert en in verschillende contexten verschillend betekenis gegeven wordt. Individuen binnen groepen kunnen ook anders denken over en omgaan met de benamingen die ze gebruiken (32). Voor veel termen bestaan argumenten vóór en tegen (33). Het 20
overzicht van termen wat voor dit onderzoek gebruikt is, is daarom de richtlijn die wij op basis van huidige kennis en context in Nederland aanhouden. Tegelijk zal dit overzicht continu kritisch beschouwd en aangepast moeten worden in overleg met de mensen over wie het gaat. Passend niveau van specificiteit Voor inclusieve communicatie is het belangrijk dat, wanneer we naar een persoon of personen verwijzen, we woorden kiezen die nauwkeurig, duidelijk en vrij van stereotypen zijn (32). Daarbij is het van belang alleen die kenmerken van mensen te benoemen die relevant zijn voor het onderwerp. De APA (32) geeft hier een paar voorbeelden die we overnemen in dit onderzoek: z Bij het schrijven over etnisch/culturele groepen is de natie of regio van herkomst specifieker dan een algemene oorsprong. Bijvoorbeeld, daar waar het om migratieachtergrond gaat is het specifieker te verwijzen naar 'Marokkaanse Nederlanders' en 'Chinese Nederlanders' in plaats van naar 'Noord Afrikaanse Nederlanders' of 'Aziatische Nederlanders'. z Bij het schrijven over genderidentiteit heeft een specifieke duiding (bijv. cisgender vrouwen, transgender vrouwen) de voorkeur boven een algemenere duiding (bijv. vrouwen) of algemene niet-gendertermen (bijv. mensen, individuen). z Bij het schrijven over seksuele oriëntatie gaat de voorkeur uit naar het gebruik van specifiekere termen (bijv.
lesbiennes, homoseksuele mannen, biseksuelen, hetero's) in plaats van brede groepslabels (bijv. homoseksueel of LHBTQI+). z Bij het schrijven over mensen met een beperking wordt, in plaats van bijvoorbeeld 'persoon met een fysieke beperking', waar mogelijk verwezen naar de specifieke beperking die een persoon ervaart (bijvoorbeeld 'persoon met een visuele beperking'). Bij het schrijven over mensen met een beperking zijn namen van aandoeningen (bijv. de ziekte van Alzheimer) ook specifieker dan categorieën aandoeningen (bijv. dementie).
Person first- of identity first taal Voor inclusieve communicatie is het belangrijk bewust te kijken naar hoe verwezen wordt naar de kenmerken van personen en groepen. Dit komt het duidelijks tot uiting daar waar het gaat om verwijzing naar mensen met een beperking. Zo kan er eerst naar de persoon verwezen worden en pas daarna naar een specifiek kenmerk van deze persoon of toestand waar deze persoon zich in bevindt (bijvoorbeeld 'persoon met dyslexie'), zoals in person-first taal wordt gedaan, of er kan eerst naar de aandoening of toestand verwezen worden en vervolgens pas naar de persoon (bijvoorbeeld 'dyslectisch persoon'), zoals in identity-first taal wordt gedaan. Ook kunnen er labels gebruikt worden die mensen gelijkstellen aan hun aandoening of toestand (bijvoorbeeld 'dyslectici'). Bij identity-first taal wordt de persoon als het ware vereenzelvigd met de aandoening of toestand waarin deze zich bevindt. Dit wordt vaak, ook door mensen met een beperking zelf, niet als wenselijk gezien. Er zijn echter ook groepen en individuen die aangeven voor zichzelf identity-first taal te prefereren (34, 35, 36, 32). Daarom kan als richtlijn aangehouden worden dat het altijd de voorkeur heeft om individuen en groepen te vragen hoe zij het liefst aangesproken worden.
Tenzij duidelijk is dat een specifieke groep of een individu aangeeft voor zichzelf identity-first taal te prefereren, wordt person-first taal gebruikt. Parallel Wanneer in tekst naar verschillende individuen of verschillende sociale groepen verwezen wordt is het belangrijk dat deze individuen of verschillende sociale groepen parallel met elkaar worden vergeleken. Parallel is bijvoorbeeld “Nederlanders met een migratieachtergrond versus Nederlanders zonder een migratieachtergrond” (niet parallel is bijvoorbeeld de term 'nieuwkomers' omdat je niet spreekt van oudkomers).
21
Stereotypering In paragraaf 3.1 is al ingegaan op de link tussen stereotypen en inclusiviteit van communicatie. Wil communicatie inclusief zijn is het belangrijk communicatie via tekst en beeld te analyseren op de (impliciete en expliciete) stereotypen die ge(re)produceerd worden. Zo kunnen tekst- en beeld boodschappen bepaalde normativiteit en/of een hiërarchie tussen groepen communiceren. Soms wordt de stereotype gecreëerd of gereproduceerd in de tekst of het beeld op zich, of soms zit de creatie of reproductie van het stereotype hem in de combinatie van de tekst en het beeld. Normvrij Stereotypering gaat vaak gepaard met een bepaalde normativiteit. Als er sprake is van normativiteit wordt een bepaalde sociale groep (of groepen) en kenmerken van deze sociale groep(en) als vanzelfsprekend en andere als 'bijzonder'/ afwijkend en/of inferieur beschouwd. Normativiteit komt vaak eerder impliciet in communicatie naar voren, bijvoorbeeld als bepaalde mensen, zaken of gebeurtenissen als 'normaal' gepresenteerd worden terwijl andere als 'bijzonder' of uitzondering gepresenteerd worden, of als bepaalde onderwerpen niet besproken worden, terwijl andere dat wel worden. Als het om migratieachtergrond gaat kan deze normativiteit gepaard gaan met kleurenblindheid.
Kleurenblindheid is een ideologie die vaak bewust of onbewust gehanteerd wordt en verwijst naar de overtuiging dat vooroordelen voortkomen uit de nadruk op sociale categorieën zoals etniciteit en cultuur, en dat vooroordelen kunnen worden voorkomen door etniciteit, cultuur en kleur niet op te merken (37). Vanuit een kleurenblinde ideologie wordt verschil en ongelijkheid niet besproken of getoond, maar wordt juist de overeenkomst tussen groepen of individuen of uniciteit benadrukt (38). Hiernaast kan normativiteit ook geuit worden in het uitsluitend denken en communiceren in termen van achterstanden en/of tekorten over bepaalde sociale groepen in de samenleving, ook wel 'deficit denken' genoemd (39, 40). In communicatie uit dit zich in de aandacht voor het zogenaamd sociaal en/ of cultureel 'achterlopen' van bepaalde groepen ten opzichte van de witte
Nederlandse normgroep. Binnen het deficit denken is er daardoor enerzijds geen aandacht voor wat (individuen) binnen deze groepen wel beheersen en of kunnen (bijvoorbeeld de eigen taal, cultuur en kennis) en anderzijds geen aandacht voor de bredere maatschappelijke oorzaken van de positie en soms reële belemmeringen en uitsluiting die bepaalde sociale groepen in de samenleving ervaren. Hierdoor worden vanuit deficit denken bepaalde sociale groepen gereduceerd tot hulpbehoevende groepen die van alles nodig hebben om de zogenaamde achterstanden tegen te gaan. Bestaande hiërarchieën uitdagen en/of tegengaan Ook kan stereotypering samen gaan met het (re)produceren van bepaalde en/ of valse hiërarchieën tussen groepen. Er is sprake van hiërarchie als bepaalde sociale groepen of kenmerken van sociale groepen worden gepresenteerd als superieur of inferieur ten opzichte van andere sociale groepen. Hiërarchie raakt aan normativiteit in de zin dat door het presenteren van informatie of beelden op een bepaalde manier de boodschap overgebracht wordt dat bepaalde mensen, zaken of gebeurtenissen bijvoorbeeld 'beter'/ 'competenter' en/of 'machtiger'/ 'krachtiger' zijn dan andere (bijvoorbeeld waardevoller, verder ontwikkeld of meer in een leidinggevende rol in plaats van een 'begeleide' rol).
Er kan in communicatie sprake zijn van het (re)produceren van valse hiërarchieën (bijvoorbeeld het idee dat bepaalde sociale groepen 'zwakker' en niet zelfredzaam zijn en door andere 'in hun kracht gezet moeten worden'), of van het reproduceren van bestaande hiërarchieën (bijvoorbeeld wanneer sociale groepen in volgorde van dominantie worden genoemd, denk aan eerst witte Nederlanders of mannen, dan andere groepen).
Expliciete aandacht voor inclusie en anti-discriminatie Wil communicatie in een nog ongelijke samenleving inclusief zijn, dan is het ook belangrijk dat er in communicatie expliciet aandacht is voor inclusie en anti-discriminatie. Wordt bijvoorbeeld gecommuniceerd door een organisatie wat deze er actief aan doet om in deze nog ongelijke samenleving toch een inclusieve organisatie te zijn? En is er informatie te vinden over waar mensen 22
terecht kunnen als ze zich niet gerepresenteerd zien of wanneer ze gediscrimineerd of racistisch bejegend worden? In de directe communicatie over inclusie en diversiteit laat een organisatie zien hoe zijn staan tegenover diversiteit en inclusie, hoe kritisch en integraal hun aanpak is, en in hoeverre en ruimte is voor meerstemmigheid.
3.5.
Definitie inclusieve communicatie
Op basis van de literatuurstudie naar inclusieve communicatie en de verkenning van centrale concepten en dimensies die daarbij een rol spelen zijn wij tot de volgende definitie van inclusieve communicatie gekomen:
In inclusieve communicatie wordt het belang van woorden en beelden gewaardeerd en wordt kritisch gekeken naar de impact die ze hebben. Inclusieve communicatie is vrij van taal en beelden die stereotypen, vooroordelen, normativiteit of discriminatie creëert of in stand houdt. Door taal en beelden inclusief te maken door middel van aandacht voor toegankelijkheid, diversiteit en representatie, bewust woord- en terminologiegebruik, contra-stereotypen en expliciete aandacht voor inclusie en anti-discriminatie wordt de ontvanger vanuit erkenning, gelijkwaardigheid en respect betrokken (41, 42, 43, 44).
23
4
Bevindingen vanuit de materiaalanalyse
In dit hoofdstuk bespreken we de resultaten van de analyse van de publieks communicatiematerialen van de gemeente Arnhem. In paragraaf 4.1 presenteren we de overkoepelende bevindingen daar waar het gaat om de vier dimensies van inclusieve communicatie die in dit onderzoek centraal staan: Diversiteit en representatie, woord- en terminologiegebruik, stereotypering en expliciete aandacht voor inclusie en anti-discriminatie9. Aan de hand van de uitkomsten van de analyse met het analyse-instrument inclusieve communicatie bespreken we hoe deze dimensies uit de analyse naar voren komen: wat gaat er al goed en waar vergen bepaalde dimensies nog aandacht? Daarbij worden zowel goede voorbeelden aangehaald als concrete aanbevelingen voor verbetering, aanpassing of alternatieven gedeeld. Vervolgens delen we, voor de lezer die geïnteresseerd is in meer detail, in paragraaf 4.2 tot en met 4.8 de bevindingen rondom de zeven specifieke categorieën communicatiemateriaal: Veelgebruikte producten en diensten (4.2), Bewonerscommunicatie (4.3), Campagnes (4.4), Participatie (4.5), Nieuws (4.6), Sociale media (4.7) en diversiteit- en inclusiebeleid (4.8). In deze paragrafen wordt in de presentatie van de bevindingen ten eerste weergegeven welk van de vier dimensies van inclusieve communicatie bij de analyse van de specifieke categorie materiaal naar voren komen.
Vervolgens wordt in meer detail besproken hoe die dimensies naar voren komen, namelijk welke goede voorbeelden uit de analyse naar voren kwamen en welke aandachtspunten er nog zijn. Tevens worden er in relatie tot die delen van de communicatie die
nog aandacht vergen, waar relevant concrete aanbevelingen voor aanpassing of alternatieven gedeeld.
4.1.
Overkoepelende bevindingen uit de materiaalanalyse
De analyse van de materialen wijst er op dat er in sommige publiekscommunicatie-materialen al aandacht uitgaat naar diversiteit en representatie van Arnhemmers uit verschillende sociale groepen. In andere materialen lijkt dit nog minder of niet het geval te zijn. Ook valt op dat mensen uit bepaalde sociale groepen (bijvoorbeeld mensen met een beperking) voornamelijk gerepresenteerd worden bij onderwerpen waar zij vanwege hun achtergrond, kenmerken of behoeften specifiek mee te maken hebben, zoals bijvoorbeeld toegankelijkheid van stemhokjes. Tevens is gesignaleerd dat er maar in zeer beperkte mate aandacht is voor representatie van meerdere sociale identiteiten in één persoon en de betekenis die dat kan hebben in iemands leven (intersectionaliteit), zoals bijvoorbeeld iemand van kleur met een beperking. De aanbeveling is dan ook om alle materiaal tegen het licht te houden van de dimensie diversiteit en representatie en consequent te bevragen of Arnhemmers met verschillende achtergrondkenmerken, eigenschappen en behoeften gerepresenteerd worden en wanneer dit gedaan wordt. Hierbij zou het goed zijn Arnhemmers te blijven bevragen of zij zichzelf vertegenwoordigd zien door de gemeente. Ook laat de analyse van het materiaal zien dat de gemeente Arnhem soms al bewust bepaalde woorden en termen gebruikt waarmee alle Arnhemmers aangesproken worden.
Bijvoorbeeld is gezien dat in veel communicatie de lezer op een genderneutrale vorm wordt aangesproken (met bijvoorbeeld “beste Arnhemmer” of “beste lezer”). Dit gebeurt echter nog niet consequent in alle communicatie die geanalyseerd is voor dit onderzoek. Ook wordt af en toe de
9 Gezien de gemeente Arnhem aangeeft dat in andere gemeentelijke programma's al de aandacht uitgaat naar het bevorderen van de toegankelijkheid van communicatie is bij de materiaalanalyse de dimensie toegankelijkheid op verzoek buiten beschouwing gelaten.
24
plank nog misgeslagen wanneer termen of verwoordingen gebruikt worden die op basis het huidige niveau van kennis niet juist zijn (zoals bijvoorbeeld “invaliden” en “vreemdelingen”). Daar waar het om woordgebruik gaat is het ook belangrijk communicatiemateriaal te analyseren op wanneer de lezer aangesproken wordt met “je” of met “u”. Analyse wijst uit dat dat nog niet consequent gebeurt. Tevens komt uit de analyse van de verschillende materialen naar voren dat wanneer naar (individuen uit) bepaalde sociale groepen verwezen wordt in tekst en beeld, het belangrijk is oog te blijven houden voor de dimensie stereotypering. Aan de hand van de analyse valt op dat er bij de meer persoonlijke verhalen eerder stereotypering naar voren komt. Het is daarom raadzaam om bij het kiezen van verhalen, acties en gebeurtenissen en samenstellen van berichten bewust aandacht te besteden aan de dimensie stereotypering. Het is dan belangrijk te kijken hoe een tekst en/of een beeld kan bijdragen aan contra-stereotypering. De volgende vragen kunnen daarbij helpen: Wie kan zich herkennen in het verhaal, voorbeeld of beeld dat gepresenteerd wordt? Wie wordt er aangesproken en met welk doel? Wordt er gekozen voor focus op een specifieke groep, zo ja waarom? Of waarom niet? Wie wordt bij welk onderwerp en in welke rol gerepresenteerd? En wat wordt daarbij wel (bijv.
welke persoonlijke kenmerken, positie, titels), maar ook juist niet genoemd? Hoewel er in het geanalyseerde materiaal een aantal voorbeelden van contrastereotypen gevonden zijn, sprak uit de analyse van een aantal stukken ook een deficit benadering ten opzichte van bepaalde sociale groepen en in een aantal materialen werd een norm of hiërarchie gevonden die bepaalde sociale groepen uitsluit of (impliciet) als 'minder' presenteert. Wil de gemeente inclusief communiceren naar alle Arnhemmers dan zou er bij het beschouwen van communicatiemateriaal nog meer aandacht uit moeten gaan naar het uitdragen van gelijkwaardigheid en presenteren van contra-stereotypen. Ook komt naar voren uit de analyse dat het belangrijk is om, naast de boodschap van een stuk communicatiemateriaal, ook de verschillende materialen die samen een informatiepakket of campagne vormen samen onder de loep te
nemen. Soms spreekt er uit een stuk materiaal een bepaald beeld wat betreft inclusiviteit, maar komt dat in een ander daglicht te staan als dit stuk materiaal bekeken wordt tegelijk met ander materiaal. Een bepaald stereotype beeld wat bijvoorbeeld uit één poster kan spreken, kan 'opgeheven' of juist versterkt worden door een beeld uit een andere poster van dezelfde campagne (wat overigens niet wil zeggen dat stereotypering op de ene poster in dat geval dan gewenst is). Tot slot komt uit de analyse van het materiaal naar voren dat de gemeente in het geanalyseerde materiaal weinig tot geen expliciete aandacht heeft voor inclusie en anti-discriminatie. Uitgezonderd van een enkel bericht (een bericht over toegankelijkheid van stemlocaties gericht op mensen met een beperking) en de pagina's die expliciet gaan over diversiteit en inclusiebeleid binnen de gemeente, is de visie en missie van de gemeenten met betrekking tot dit onderwerp nergens teruggevonden in de geanalyseerde materialen. Hoewel verschillende onderwerpen waarover berichten geanalyseerd zijn direct raken aan de thematiek (bijvoorbeeld het bericht in de Arnhemse Koerier waarin opgeroepen word voor kleurrijke energie-ambassadeurs) wordt nergens expliciet gerefereerd naar de visie en missie van de gemeente omtrent diversiteit en inclusie.
De wervingscampagne rondom de energietransitie zou bijvoorbeeld een hele concrete aanleiding kunnen zijn om te verwijzen naar de visie en missie van de gemeente omtrent diversiteit, inclusie en het belang van het tegengaan van stereotypen (bijv. wit-energiebesparing). Het advies is dan ook de visie en missie van de gemeenten met betrekking tot diversiteit en inclusie in communicatie op een expliciete manier uit te dragen, door ook daar waar Arnhemmers bepaalde zaken kunnen regelen deze kort te benoemen. Zo zou de gemeente bijvoorbeeld op de sub pagina 'rijbewijs' bij het doorklikmenu 'medische keuring' expliciet aan kunnen geven waarom en op welke manier de gemeente er aan werkt om te zorgen voor zoveel mogelijk mobiliteit voor alle Arnhemmers. De gemeente zou naar pagina's kunnen verwijzen waar over bepaalde onderwerpen meer informatie te vinden is en door kunnen verwijzen naar pagina's waar suggesties, ideeën en klachten gedeeld kunnen 25
worden rondom diversiteit en inclusie die de gemeente kan gebruiken om de eigen dienstverlening wat dit betreft steeds te verbeteren.
4.2.
Bevindingen rondom zeven specifieke categorieën communicatiemateriaal
In deze paragraaf delen we, voor de lezer die geïnteresseerd is in meer detail, in paragraaf 4.2.1 tot en met 4.2.7 de bevindingen rondom de zeven specifieke categorieën communicatiemateriaal: Veelgebruikte producten en diensten (4.2.1), Bewonerscommunicatie (4.2.2), Campagnes (4.2.3), Participatie (4.2.4), Nieuws (4.2.5), Sociale media (4.2.6) en diversiteit- en inclusiebeleid (4.2.7). In deze paragrafen wordt in de presentatie van de bevindingen ten eerste weergegeven welk van de vier dimensies van inclusieve communicatie bij de analyse van de specifieke categorie materiaal naar voren komen, namelijk diversiteit en representatie; woord- en terminologiegebruik; stereotypering en; expliciete aandacht voor inclusie en anti-discriminatie10. Vervolgens wordt in meer detail besproken hoe die dimensies naar voren komen, namelijk welke goede voorbeelden uit de analyse naar voren kwamen en welke aandachtspunten er op basis van de analyse geïdentificeerd zijn. Tevens worden er in relatie tot die delen van de communicatie die nog aandacht vergen, waar relevant concrete aanbevelingen voor aanpassing of alternatieven gedeeld.
4.2.1.1. Afspraak maken
Uit de analyse van het communicatiemateriaal onder de categorie 'afspraak maken' komen twee dimensies van inclusieve communicatie naar voren: Diversiteit en representatie en woord- en terminologiegebruik. Diversiteit en representatie
Het keuzemenu bij het maken van een afspraak voor geboorte, huwelijk of overlijden is ingedeeld in verschillende keuze-opties voor verschillende diensten (zie figuur 1). Hierbij staan diensten voor mensen met een Nederlandse nationaliteit (“Nationaliteit NL“) vrijwel altijd boven de keuzes voor mensen zonder de Nederlandse nationaliteit (“Vreemde Nationaliteit“). Dit kan de verkeerde indruk wekken van hiërarchie tussen mensen met een Nederlandse nationaliteit boven mensen met een andere nationaliteit dan Nederlands. Verder, valt op dat in het keuzemenu elke menuoptie wordt gespecificeerd. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de optie (“Naamkeuze achternaam kind“). Deze optie geeft duidelijk aan welke opties in diensten er zijn. Als echter naar de verschillende opties gekeken wordt valt op dat transgender mensen worden gereduceerd tot hun gender d.m.v. het kopje (“Transgenders“). Het is raadzaam om aan te geven welke dienst er specifiek wordt aangeboden voor transgender mensen. Als voorbeeld voor hoe dat gedaan kan worden is een screenshot van de dienstenpagina van gemeente Groningen ingevoegd (zie figuur 2).
4.2.1. Veel gebruikte gemeentelijke producten en diensten In totaal hebben we 12 stuks communicatiemateriaal bekeken die vallen onder de overkoepelende categorie 'veel gebruikte gemeentelijke producten en diensten' (voor een overzicht van alle geanalyseerde materialen zie bijlage 2). De bevindingen worden besproken onder vier subcategorieën gebruikte gemeentelijke producten en diensten, namelijk: 'afspraak maken', 'legitimatie', 'verhuizing en adres' en 'werk en inkomen'.
10 Gezien de gemeente Arnhem aangeeft dat in andere gemeentelijke programma's al de aandacht uitgaat naar het bevorderen van de toegankelijkheid van communicatie is bij de materiaalanalyse de dimensie toegankelijkheid op verzoek buiten beschouwing gelaten.
26
Figuur 1 Pagina Afspraak maken van de gemeente Arnhem
Woord- en terminologiegebruik
In het keuzemenu wordt de term transgenders als zelfstandig naamwoord gebruikt in plaats van als bijvoeglijk naamwoord (transgender mensen of transgender personen). Door het gebruik van deze term worden transgender mensen tot hun gender gereduceerd, wat op basis het huidige niveau van kennis niet juist is. Ook is de term vreemde nationaliteit, naast aspecifiek, niet inclusief omdat het alle nationaliteiten die niet Nederlands zijn als vreemd bestempelt. Inclusiever (en specifieker) zou hier zijn “andere dan Nederlandse nationaliteit”. 4.2.1.2. Legitimatie
Uit analyse van het communicatiemateriaal onder de categorie legitimatie komen twee dimensies van inclusieve communicatie naar voren: Diversiteit en representatie en woord- en terminologiegebruik. Diversiteit en representatie
Beschrijving figuur 1: Bij het uitrolmenu van deze pagina staat bij 'Voor welk product wilt u een afspraak maken?' bij het uitrolmenu helemaal onderaan "Transgenders".
Figuur 2 Pagina Afspraak maken van de gemeente Groningen
Valt op dat op de sub pagina 'rijbewijs' specifiek aandacht is voor mensen met een beperking. Onder het uitrolmenu “medische keuring” wordt het hebben van een “medische beperking” als een van de situaties genoemd waarop iemand zich medisch moet laten keuren voordat het paspoort aangevraagd kan worden. Dit is dus een goed voorbeeld van representatie, in dit geval van mensen met een beperking. Woord- en terminologiegebruik
Beschrijving figuur 2: Bij het uitrolmenu van deze pagina staat bij 'voor welk product wilt u een afspraak maken?' als optie aangegeven 'Geslacht aanpassen op akte (Transgender)'
Op de sub pagina rijbewijs wordt person first taal gebruikt (iemand die een medisch beperking heeft), wat inclusief is ten opzichte van mensen met een beperking. Valt wel op dat in de brief over verlengen van het paspoort, ondanks dat in de tekst genderneutraliteit gebruikt wordt (door gebruik van termen als ouder(s)/gezag houder(s)) wel een mannelijke of vrouwelijke aanhefvorm gebruikt wordt (heer, mevrouw). Het advies is om consequente genderneutraliteit in te voeren in alle adressering, ook voor persoonlijk-geadresseerde brieven. Aanhef die als alternatief gebruikt zou kunnen worden is bijvoorbeeld
27
'Beste Arnhemmer' en 'Beste [Voornaam] [Achternaam] voor persoonlijkgeadresseerde brieven'. Op de sub pagina's vluchtelingenpaspoort en vreemdelingenpaspoort worden de zelfstandig naamwoorden vluchteling(en) en vreemdeling(en) gebruikt. Door in plaats hiervan de situatie van gevlucht zijn dan wel het in een ander land geboren zijn via een bijvoeglijk naamwoord te duiden kan recht gedaan worden aan een person first verwijzing (bijvoorbeeld mensen die gevlucht zijn, mensen die in een ander land geboren zijn dan Nederland). Expliciete aandacht voor inclusie en anti-discriminatie
Tot slot werd nergens in dit materiaal verwijzing gevonden naar de visie en missie van de gemeenten met betrekking tot diversiteit en inclusie. Advies zou zijn deze op een expliciete manier uit te dragen, door ook daar waar Arnhemmers bepaalde zaken kunnen regelen deze kort te benoemen. Zo zou de gemeente bijvoorbeeld op de sub pagina rijbewijs bij het doorklikmenu medische keuring expliciet aan kunnen geven waarom en op welke manier de gemeente er aan werkt om te zorgen dat zoveel mogelijk Arnhemmers mobiel kunnen zijn en blijven. 4.2.1.3. Verhuizing en adres
Uit de analyse van het communicatiemateriaal onder de categorie verhuizing en adres kwam de dimensie woord en terminologiegebruik van inclusieve communicatie naar voren. Woord- en terminologiegebruik
Ook in dit materiaal wordt een mannelijke of vrouwelijke aanhefvorm gebruikt wordt (heer, mevrouw). Hier dan ook het advies om consequente gender neutraliteit in te voeren in alle adressering. Aanhef die ook hier als alternatief gebruikt zou kunnen worden is bijvoorbeeld Beste Arnhemmer.
4.2.1.4. Werk en Inkomen: communicatie met Arnhemmers met een uitkering
Uit de analyse van het communicatiemateriaal onder de categorie werk en inkomen: communicatie met Arnhemmers met een uitkering, namelijk de brief Diagnose eerste oproep kwam de dimensie woord- en terminologiegebruik naar voren. Woord- en terminologiegebruik
Valt op dat in de brief Diagnose eerste oproep, net als bij de brief over verlengen van het paspoort, uitsluitend een mannelijke en vrouwelijke aanhef vorm gebruikt wordt (meneer, mevrouw). Ons advies is om consequente gender neutraliteit in te voeren in alle adressering, ook voor persoonlijk-geadresseerde. Aanhef die als alternatief gebruikt zou kunnen worden is bijvoorbeeld 'Beste Arnhemmer'. 4.2.2. Bewonerscommunicatie In totaal hebben we 13 stuks communicatiemateriaal bekeken die vallen onder de categorie 'bewonerscommunicatie' (voor een overzicht zie bijlage 2). Binnen deze categorie zijn materialen geanalyseerd die vallen onder de noemers 'Energietransitie', 'Teams leefomgeving', 'Wegwerkzaamheden' en 'Afval binnen de gemeente'. 4.2.2.1. Energietransitie
Onder de noemer bewonerscommunicatie rondom energietransitie zijn vier door de gemeente aangedragen voorbeelden geanalyseerd die geëtaleerd worden als goede voorbeelden. Deze voorbeelden bestaan uit tekst en beeld (zie figuur 3 t/m 6). Uitkomsten van de analyse van tekst en beeld zal hieronder tezamen gedeeld worden. Uit de analyse van deze vier materialen kwamen de dimensies diversiteit en representatie en stereotypering naar voren.
28
Figuur 3 Pagina van Arnhem Aan. Voorbeeld Parkflat Zijpendaal
Figuur 4 Pagina van Arnhem Aan. Voorbeeld Kiara Airosa
29
Figuur 5 Pagina van Arnhem Aan. Voorbeeld Driestroom
Figuur 6 Pagina van Arnhem aan tafel. Duurzaam kookboek
Diversiteit en representatie
In de vier voorbeelden worden mensen uit verschillende sociale groepen gerepresenteerd. In het eerste goede voorbeeld (figuur 3) zien we twee witte mannen van senioren leeftijd in de hoofdrol. In het tweede goede voorbeeld (figuur 4) zien we een jonge vrouw van kleur in de hoofdrol. De tweede persoon die in dit voorbeeld te zien is en genoemd wordt in de tekst, maar een bijrol heeft, is een iets ouder uitziende vrouw van kleur. In het derde goede voorbeeld (figuur 5) zien we twee jonge witte mannen. De jongste persoon van de twee heeft een zichtbare verstandelijke beperking. Tot slot zijn in het vierde goede voorbeeld (figuur 6) twee vrouwen van kleur te zien. Één van deze vrouwen draagt een hoofddoek. In de verschillende goede voorbeelden is dus diversiteit in kleur, religieuze uiting, gender, en beperking te zien.
30
Stereotypering
4.2.2.2. Teams leefomgeving
Hoewel er in de geanalyseerde voorbeelden diversiteit in kleur, religieuze uiting, gender, en beperking te zien is, levert het naast elkaar leggen van de analyse van de door de gemeente gepresenteerde goede voorbeelden rondom energietransitie ook inzichten op over stereotypering in deze communicatie. Uit de analyse komt naar voren dat stereotypering hem vaak zit in bepaalde associaties die opgewekt of versterkt worden door de combinatie van teksten en beelden. Zo kreeg door het analyseren van de verschillende voorbeelden het eerste goede voorbeeld waarbij op het beeld twee witte mannen te zien zijn die in de tekst voorgesteld worden als initiatiefrijk en in een leidende rol (zie figuur 3) nog meer betekenis in relatie tot het tweede voorbeeld waarin een vrouw van kleur ook als goed voorbeeld geportretteerd wordt, maar dan omdat ze hulp had gezocht om zelf binnen haar eigen huishouden bewuster met energie om te gaan (zie figuur 4).
Door deze goede voorbeelden naast elkaar te leggen kwam stereotypering rondom gender zowel als migratieachtergrond naar voren: de witte mannen worden door de combinatie van tekst en beeld geportretteerd als deskundig, ervaren, ondernemend, initiatiefrijk en leidinggevend en werkend aan het collectieve doel van energiebesparing terwijl de vrouw van kleur door de combinatie van tekst en beeld geportretteerd word als hulpbehoevend, die anderen in huis nodig heeft om kleine acties uit te voeren die haar op eigen huishoudniveau helpen energiekosten te besparen. Terwijl uit de eerste pagina spreekt dat het goede voorbeeld het initiatief is dat deze mannen voor de VVE geïnitieerd en uitgevoerd hebben spreekt, spreekt uit de tweede pagina met name dat het een goed voorbeeld is dat deze persoon hulp gezocht heeft. Deze analyse wijst er op dat het, naast zorgen voor diversiteit en representatie in communicatiemateriaal, belangrijk is dat communicatiematerialen of campagnes rondom een onderwerp ook in hun geheel bekeken worden. In sommige gevallen komt stereotypering dan pas aan het licht.
Onder de noemer bewonerscommunicatie, Teams leefomgeving zijn vier door de gemeente aangedragen materialen geanalyseerd. Het betreft de pagina's Van wijken weten en Subsidie burgerkracht van de website, een informerende tekst over de Subsidie Burgerkracht voor de Arnhemse koerier en een informatieve tekst over koerswijzerarnhem.nl. Uit de analyse van bovengenoemde materialen kwamen de dimensies diversiteit en representatie en stereotypering naar voren. Hieronder worden de voornaamste punten besproken. Diversiteit en representatie
De pagina Van Wijken weten is informatief en beschrijft op een algemene manier wat de gemeente wil doen (namelijk zoeken naar aansluiting met mensen in de wijk). De animatievideo die op de pagina geplaatst is levendig, met veel diversiteit op het gebied van etnische achtergrond en gender van de animatiefiguren. Stereotypering
In de animatievideo op de pagina Van Wijken weten is er sprake van contrastereotypering: Er worden verschillende schakels en rollen in de wijk benoemd (zoals burgers, organisaties en gemeentelijke ambtenaren). De animatiefiguren die getoond worden bij de verschillende rollen zijn erg divers. Er is een duidelijke intersectionele diversiteit te zien: de figuren representeren mensen van verschillende sociale groepen in verschillende rollen (met meer of minder status). Bijvoorbeeld: een Zwarte politieagente en een vrouw met een hoofddoek als ondernemer.
31
4.2.2.3. Wegwerkzaamheden
Onder de noemer wegwerkzaamheden zijn twee door de gemeente aangedragen materialen geanalyseerd. Het betreft een huis aan huis brief waarin werkzaamheden aangekondigd worden (Huis aan huisbrief Spijkerstraat), een bedankkaart na afronding van werkzaamheden (Bedankkaart Busbaan Eldenseweg). Uit de analyse van de teksten en het beeld van bovengenoemde materialen kwamen de dimensies diversiteit en representatie, stereotypering en woord- en terminologiegebruik naar voren. Hieronder worden de voornaamste punten onder deze dimensies besproken.
Figuur 7 Bedankkaartje Busbaan Eldenseweg
Afgesloten Gereed Busbaan Eldenseweg
Diversiteit en representatie
Op het beeld van de bedankkaart (zie figuur 7) is diversiteit in gender en in etniciteit te zien. Op de voorgrond staat een man. De etniciteit van deze persoon is onduidelijk. Deze persoon draagt een hesje en lijkt daardoor betrokken te zijn bij de werkzaamheden. Op de achtergrond zijn twee spelende kinderen, een witte jongen en een meisje van kleur.
Sorry voor de overlast en bedankt voor uw begrip. Veel plezier van een nog stillere busbaan.
Stereotypering
Op het beeld van de bedankkaart is het de man die gepresenteerd wordt als de wegwerker, wat als stereotype genderrol gezien zou kunnen worden. Woord- en terminologiegebruik
In de bewonersbrief wordt gender neutrale aanhef gebruikt (beste bewoners).
www.arnhem.nl/wegwerkzaamheden
32
Bij afval is het straks vergelijkbaar. U Heel veel inwoners bieden nu al zo Minder restafval, meer hergebruik betaalt een vast deel en een variabel goed mogelijk afval gescheiden aan. grondstoffen deel. Het variabele deel is lager als u Door de afvalstoffenheffing te veranAfval is waardevol. Dat klinkt raar goed afval scheidt en daardoor minderen willen wij inwoners nog meer maar veel afval is opnieuw te ge9 Plaatjeaanbiedt. uit gemeente folder Afval der restafval stimuleren om goed afval te scheiden. Figuur bruiken als grondstof voor nieuwe 4.2.2.4. Afval binnenmaar de gemeente Meer gft, plastic en papier scheiden producten, dan moet dit wel Hoe is het nu Na 1 juli 2020 Onder de noemer Afval binnen de gemeente zijn drie door de gemeente aangebetekent minder restafval. gescheiden worden. Door het goed te dragen materialen geanalyseerd. Het betreft scheiden kunnen we bijvoorbeeld vaneen flyer Afvalstoffenheffing, een Minder over restafval betekent lagere papier weer nieuw en papier maken van en de website infowijzer Afval scheiden een pagina Grofvuil. kosten. Bovendien is het eerlijker en maken we van plastic verpakkingen Uit de analyse van de teksten en het beeld van bovengenoemde materialen worden inwoners beloond voor goede bloembakken of diversiteit boodschappenkratkwamen de dimensies en representatie en stereotypering naar Papie afvalscheiding. Bij de energierekening jes.
Daarom is het belangrijk afval zo r voren. Hieronder worden de voornaamste punten onder deze dimensies PBD betaalt u ook niet het gemiddelde goed mogelijk te scheiden. Zo zorgen Glas besproken. GFT van de hele stad, maar betaalt u voor we samen voor een betere wereld hetgeen uzelf verbruikt. voor volgende generaties. Diversiteit en representatie Bijlage Belastingen.pdf 2 03-09-21 09:45
Arnhem
Landelijke norm
restafval
100 kg
202 kg
Papie r PBD
Glas
GFT Restaf val
De teksten van de drie materialen zijn informatief en gaan niet over personen of sociale groepen. Op de beelden op de folder en de infowijzer zijn personen te zien (zie figuur 8 en 9), op beide materialen één witte vrouw en op een van de materialen één witte man. In die zin is er enige diversiteit in gender te zien, oudenmaar we niet in etniciteit gezien het uitsluitende witte mensen zijn.
en leefbaar!
Mijn aantekeningen
Figuur 8 Plaatje uit gemeente folder Afval
milieubak
vast tarief
vast tarief
Stereotypering
bron scheiden
variabel tarief
nascheiden
Hoewel de teksten over afvalstofheffingen en afval scheiden vrij droog informatief zijn (er wordt niet direct naar personen verwezen), valt op dat als de verschillende materialen naast elkaar gelegd worden er enige gender-stereotypering in het beeldmateriaal te zien is. Op het beeld van de Infowijzer afval scheiden is een witte vrouw afgebeeld die vuilniszakken in de handen heeft (zie figuur 9). Ook op de flyer Afvalstoffenheffing is een witte vrouw die afval in de handen heeft (zie figuur 8). Vrouwen worden vaker geassocieerd met huishoudelijke taken dan mannen. Op de flyer wordt het stereotype sterker benadrukt omdat de vrouw hier samen afgebeeld staat met een (vuilnis)man. Dit voorbeeld laat het belang zien van het ook in samenhang bekijken van verschillende materialen over een onderwerp. Een suggestie zou zijn om communicatiematerialen rondom een bepaald onderwerp te bekijken op representatie van personen uit verschillende sociale groepen, zoals in dit geval bijvoorbeeld van genders en gender rolverdeling. Papie r PBD
Papie r
Glas
Glas
GFT
GFT
Resta fval
Resta fval
atie
fde an inzamelen angrijk! rankpakken u weggooien in
Milieubak Heeft u kleine spullen die niet bij het restafval horen? Lever ze dan gratis in bij de Milieubak. De Milieubak is een vrachtwagen waar u klein huishoudelijk afval kunt inleveren dat niet bij
33
Volg
4.2.3. Campagnes In deze paragraaf bespreken we de bevindingen van de analyse van gemeentelijk campagnemateriaal. We hebben in totaal 35 stuks communicatiemateriaal bekeken die vallen onder vijf verschillende campagnes. Dat zijn de campagnes geldzaken en ondernemers, geldzorgen, verkiezingen 2022, laaggeletterdheid en anti-discriminatie (voor een overzicht zie bijlage 2). De bevindingen worden in deze paragraaf onder deze vijf noemers besproken. 4.2.3.1. Campagne geldzaken en ondernemers
Van de campagne geldzaken en ondernemers zijn vier posters bekeken. Uit de analyse van de campagne geldzaken komen twee dimensies van inclusieve communicatie naar voren: Diversiteit en representatie en stereotypering.
Figuur 10 Campagne geldzaken en ondernemers, Daan Wilden
Mijn bedrijf, mijn toekomst! Daan Wilden, eigenaar van DW Montage & Installatie
Diversiteit en representatie
De vier posters presenteren allemaal één persoon: Twee mannen en twee vrouwen. Alle personen zijn wit. Op basis van de naam identificeren wij één persoon met een oost Europese achtergrond. Zichtbare diversiteit op andere vlakken ontbreekt.
Je bent sterk als je bij geldproblemen om hulp vraagt. Stap over je trots heen!
arnhem.nl/geldzakenondernemers Samen komen we eruit
34
Figuur 11 Campagne geldzaken en ondernemers, Lammert de Vries
Figuur 12 Campagne geldzaken en ondernemers, Mirte Engelhard
Mijn bedrijf is mijn trots!
Het bedrijf is alles voor ons!
Mirte Engelhard, modeontwerpster
Lammert de Vries, eigenaar van Hotel & Restaurant Groot Warnsborn
Stap bij geldzorgen, net als ik, over de drempel en zoek hulp. Doe het gewoon!
Blij dat ik op tijd aan de bel trok over mijn geldzorgen. Dat gaf me ademruimte!
Samen komen we eruit
Samen komen we eruit
arnhem.nl/geldzakenondernemers
arnhem.nl/geldzakenondernemers
35
Figuur 13 Campagne geldzaken en ondernemers, Olivera Kosanovic
Mijn bedrijf hoort bij mij! Olivera Kosanovic, eigenaresse van Vip Body Clinic in Arnhem
Wil je geen slapeloze nachten? Zoek hulp bij financiële vragen en krijg weer rust!
arnhem.nl/geldzakenondernemers Samen komen we eruit!
Stereotypering
Wat betreft stereotypering zien we in het campagnemateriaal ten eerste duidelijk genderstereotypen terug in de beroepen die de personen uitvoeren. De mannen worden voorgesteld als eigenaar van DW Montage & Installatie (figuur 10), een fysiek/ technisch beroep, en eigenaar van Hotel & Restaurant Groot Warnsborn (figuur 11), een leidinggevende rol. De vrouwen worden voorgesteld als modeontwerpster (figuur 12) en eigenaresse van VIP body clinic (figuur 13). Naast dat mode en lichamelijke verzorging werkgebieden zijn die vaak met vrouwen geassocieerd worden en fysiek/ technische beroepen en leidinggeven meer met mannen, wordt niet aangegeven of de modeontwerpster ook eigenaresse van een bedrijf is. Als we kijken naar het niveau van de individuele posters, bijvoorbeeld de poster Mijn bedrijf, mijn toekomst, zien we ook hoe de tekst en ook het beeld de associatie met kenmerken sterk en verantwoordelijk, die vaak als typisch mannelijk beschouwd worden, oproept. Dit komt naar voren in de tekst ("Mijn bedrijf, mijn toekomst!" en "Je bent sterk als je bij geldproblemen om hulp vraagt"). Het beeld van een man die vrolijk en zelfverzekerd recht in de camera kijkt versterkt dat. De poster Het bedrijf is alles voor ons roept ook associatie op met kenmerken die als typisch mannelijk beschouwd worden, namelijk verantwoordelijk en een voorbeeld zijn voor anderen.
Ook hier spreekt dit weer uit zowel de tekst ("Stap bij geldzorgen, net als ik, over de drempel en zoek hulp. Doe het gewoon!") en het beeld (een beeld van een wat ouder en ervarener persoon in pak die een zekere autoriteit en zelfverzekerdheid uitstraalt). Tegelijk wekt de poster Mijn bedrijf is mijn trots associatie op met kenmerken die vaak als typisch vrouwelijk geassocieerd worden zoals creatief en emotioneel. Ook hier spreekt dit uit zowel de tekst ("Blij dat ik op tijd aan de bel trok over mijn geldzorgen. Dat gaf mij ademruimte") en het beeld (een creatief, spontaan, wat informeel uitziend persoon). Iets vergelijkbaars zien we terug op de poster Mijn bedrijf hoort bij mij. Ook op deze poster staan emoties centraal ("Wil je geen slapeloze nachten? Zoek hulp bij financiële vragen en krijg weer rust!").
36
4.2.3.2. Campagne geldzorgen
Diversiteit en representatie
Van de campagne geldzorgen zijn zes posters bekeken. Uit de analyse komen de dimensies diversiteit en representatie en woord- en terminologiegebruik naar voren.
Gemeente Arnhem richt zich vaak in de campagne verkiezingen 2022 via berichtgeving rechtstreeks op mensen met een beperking. Er is sprake van representatie van deze sociale groep in woord en af en toe in beeld. Zo gebruikt de gemeente een foto om de middelen te laten zien die de toegankelijkheid van het stemmen voor mensen met een beperking bevorderen. Hoewel beeldmateriaal een manier is om te zorgen voor representatie, kan het problematisch zijn wanneer het beeld de doelgroep niet bereikt. Zo plaatste de gemeente onderstaande foto in de Arnhemse Koerier (zie figuur 14).
Diversiteit en representatie
Op alle posters staat een close-up foto van een persoon afgebeeld. In totaal zijn er drie vrouwen en drie mannen gepresenteerd. Op één persoon na zijn al deze personen wit. Zichtbare diversiteit op andere vlakken ontbreekt. Woord- en terminologiegebruik
Uit de analyse van deze campagne komt naar voren dat de personen die centraal staan op de posters verschillend worden geïntroduceerd. De posters hebben allemaal dezelfde hoofdtekst (“Heb jij geldzorgen? Ik kan je helpen”). Sommige van de personen die centraal staan worden met een titel en/of beroep gepresenteerd en andere niet. Zo wordt naar enkele personen in deze campagne gerefereerd met hun werktitel of specifieke rol (coördinator gemeente, kantonrechter), terwijl bij anderen wel een projectnaam genoemd wordt (studentzaken, buddyproject), maar niet wordt aangegeven wat de rol van deze persoon in deze is. Hierdoor blijft in het midden of deze personen een professionele/ formele rol vervullen of een meer informele rol, bijvoorbeeld als vrijwilliger. Op deze manier wordt er op indirecte wijze aan bepaalde personen meer status toegewezen dan aan anderen. Inclusiever zou zijn ofwel bij iedereen wel een formele rol te omschrijven, of bij iedereen alleen te beschrijven aan welke organisatie deze verbonden is.
Figuur 14 Foto uit artikel Toegankelijkheid stembureaus en stemmen met de stemmal, Arnhemse koerier, 5 maart 2022
4.2.3.3. Campagne verkiezingen 2022
Van de campagne verkiezingen 2022 zijn 13 materialen bekeken. Uit de analyse van deze campagne komen drie dimensies van inclusieve communicatie naar voren: Diversiteit en representatie, woord- en terminologiegebruik en expliciete aandacht voor inclusie en anti-discriminatie.
Op de foto staat een persoon afgebeeld die een visuele beperking lijkt te hebben, aangezien die persoon ondersteuning gebruikt (de stemmal). Tegelijk wordt de foto niet vergezeld door een beschrijving waarmee mensen met een visuele 37
beperking het beeld ook kunnen waarnemen. Het beeldmateriaal bereikt dus de doelgroep niet. Verder wordt er, als het om toegankelijkheid van de stembureaus gaat, in verschillende vormen van communicatie aangegeven dat mensen met een verstandelijke beperking wettelijk geen hulp mogen ontvangen in het stemhokje. Hoewel de gemeente Arnhem uiteraard geen invloed heeft op nationale wetgeving, is het raadzaam om dit inclusiever te communiceren door aan te geven waarom de gemeente Arnhem deze hulp niet kan aanbieden en welke andere voorzieningen er wel zijn voor mensen met een verstandelijke beperking. Een voorbeeld kan genomen worden aan hoe de gemeente dit doet in de Bewonersbrief toegankelijkheid bij stemmen, waar staat: ''Heeft u een verstandelijke beperking dan is hulp in het stemhokje niet toegestaan. Een lid van het stembureau kan u in het stembureau wel uitleggen hoe stemmen werkt.'' Woord- en terminologiegebruik
Gemeente Arnhem richt zich vaak in de campagne verkiezingen 2022 via berichtgeving rechtstreeks op mensen met een beperking en licht vaak toe over welke beperking de gemeente het heeft. Zo maakt de gemeente onderscheid tussen voorzieningen voor mensen met een visuele beperking, auditieve beperking, lichamelijke beperking of verstandelijke beperking. Mensen met verschillende beperkingen worden op deze wijze inclusief aangesproken met een erkenning voor de verschillen tussen mensen met een beperking. Lichamelijke en zintuiglijke beperkingen worden wel vaak op eufemistische wijze geformuleerd in de bewonerscommunicatie van Gemeente Arnhem. Zo gebruikt de gemeente formuleringen zoals moeite met lezen, moeilijk ter been en niet kunnen zien waarbij beperkingen geplaatst worden in de context van een tekort. Verder worden soms verouderde, problematische termen gebruikt, zoals bijvoorbeeld mindervaliden en niet-genderneutrale terminologie, zoals zijn of haar. Op basis van het huidige niveau van kennis is het inclusiever verwijzingen als mensen met een visuele beperking en mensen met een mobiliteitsbeperking, en genderneutrale termen te gebruiken.
Expliciete aandacht voor inclusie en anti-discriminatie
Uit de materialenanalyse komt naar voren dat de gemeente Arnhem voor de verkiezingen 2022 toegankelijke middelen aanbiedt voor mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking. Dit wordt in de meeste communicatiematerialen ook expliciet aangegeven. Zo geeft de gemeente vaak expliciete aandacht aan de toegankelijkheid van verschillende stembureaus. Hierbij geeft de gemeente onder andere aan waar stembiljetten met grootletterdruk en braille beschikbaar zijn en waar gestemd kan worden met een stemmal (technisch mechanisme waarmee bewoners audio-ondersteuning krijgen bij het stemmen). Wel is toegankelijkheid voor mensen met een beperking vrijwel altijd het allerlaatste item in bewonersbrieven en erg kort geformuleerd in contexten waar het niet specifiek is gericht naar mensen met een beperking. Ook worden niet alle voorzieningen consequent benoemd. Advies zou zijn dit onderwerp altijd een plek te geven en uitgebreider en ook meer vooraan in de communicatie een plek te geven. Tot slot wordt in de Bewonersbrief toegankelijkheid bij stemmen informatie over stemmen in begrijpelijke taal aangeboden (dit is inclusief naar bijvoorbeeld dove en slechthorende mensen), maar wordt verder nergens in het materiaal gelinkt naar dit stuk communicatie. 4.2.3.4. Campagne richting mensen die laaggeletterd zijn
Een pagina van de Arnhemse Koerier is gewijd aan de publiekscampagne rondom laaggeletterdheid. De pagina bevat meerdere korte teksten in de vorm van een opsomming van weetjes, praktische informatie, een persoonlijk portret en meerdere foto's. Uit analyse van het materiaal, komen twee dimensies van inclusieve communicatie naar voren, namelijk diversiteit en representatie en stereotypering. Diversiteit en representatie
Op de verschillende foto's van deze pagina zijn mannen en vrouwen van verschillende etnische herkomsten gepresenteerd. Deze personen worden in verschillende rollen afgebeeld (bijv. cursus deelnemer en docent). Verschillende
38
Wij doen mee met de Week van Lezen en Schrijven!
seksuele oriëntaties worden niet gerepresenteerd, noch komen mensen met Figuur 15 A rtikel Tijd om te oogsten, week van lezen en schrijven 2021, Gemeenten Arnhem - Duiven - Lingewaard - Overbetuwe - Renkum - Rheden - Rozendaal - Westervoort - Zevenaar een zichtbare beperking in beeld. publiekscampagne laaggeletterdheid, Arnhemse Koerier Stereotypering
ER GAAT EEN WERELD OPEN!
Één tekst valt op als het om de dimensie stereotypering gaat: de tekst Tijd om mensen moeite vrouw met lezen en te oogsten waarin een persoonlijk portret geschetstVeel wordt vanhebben een witte schrijven. Gelukkig kun je hier wat aan doen. (zie figuur 15). Uit de tekst blijkt dat deze persoon een fysieke beperking heeft De mensen die al lessen hebben gevolgd zijn er blij mee. Lees het verhaal van Patricia en laaggeletterd is. In deze tekst wordt een deficit benadering geïdentificeerd maar. Zij is niet de enige. daar waar het gaat om het hebben van een fysieke beperking en laaggeletterd Taal helpt je om jezelf te redden. Taal helpt zijn. Ten eerste valt op dat de tekst óver deze persoon gaat. dat erje je ook om leukeOndanks dingen te doen, zoals kind voorlezen of om een nieuw gerecht citaten van de vrouw opgenomen zijn, vertelt ze haar verhaal niet zelf, wat het te koken. Wil jij ook beter lezen en schrijven of beeld versterkt dat deze persoon 'hulp nodig heeft'. Ookmet blijkt aan het werken de computer? Bij begin het Taalhuis staan mensen voor je klaar om je dat verder te van de tekst dat deze persoon niet zelf, maar iemand anders ontdekt heeft helpen. zij moeite heeft met schrijven (“De docent had door dat ze de kennis wel had, maar het niet goed kon opschrijven”). Hiernaast valt op dat er soms verkleinWIST JE DAT ....
woordjes gebruikt worden wanneer er naar deze persoon gerefereerd wordt • 25.000 mensen in onze regio moeite hebben (“Patricia is niet op haar mondje gevallen"), wat de deficit benadering met lezen en schrijven versterkt. • De helft van deze mensen Hiernaast spreekt uit deze tekst de boodschap dat laaggeletterd zijn inenNederland gelet-op de basisschool heeft gezeten • Je nooit te oudvan bent om te leren terd worden afhankelijk is van het initiatief en het doorzetten een persoon • Er in jouw stad of dorp taal- en rekenlessen zijn zelf, wat ook aansluit bij een deficit benadering. Deze benadering spreekt uit • Er ook computerlessen zijn • Het leuk is om samen met anderen te leren het feit dat er geen omstandigheden of structurele•factoren genoemd worden Mensen na een cursus beter lezen en schrijven Mensen na een cursusmet vaak meer die maken dat sommige mensen laaggeletterd zijn• in combinatie hetcontact feit hebben met andere mensen dat de nadruk gelegd wordt op het eigen initiatief•van het De helft vanindividu de mensen na(“schaam een taalcursus beter voor zichzelf kan opkomen je niet, vraag hulp”, “een vriendin van mij vraagt nooit iets maar zij komt ook • De helft van de mensen meer gaat sporten of bewegen na een taalcursus niet verder”) en het belang van doorzetten (“ik ben een doorzetter").
Ook in de • 20% van de mensen na een taalcursus beter tekst die op dit portret volgt wordt dat beeld versterkt (“Als je leert wordt in zijn eigen baan lezen en schrijven moet je ook moeite doen").
Straattheater 'Letters zaaien, woorden kweken, zin(nen) oogsten' dinsdag 7 september 10:30 - 12:00 uur Keizershof donderdag 9 september 't Duifje 10:30 - 12:00 uur Hugo de Grootstraat Het Broek
TIJD OM TE OOGSTEN Zoveel mensen die moeite hebben met lezen en schrijven. Hoe komt zoiets nou? En hoe gaan mensen daarmee om? Patricia vertelt haar verhaal.
Even voorstellen
Patricia (35 jaar) is opgegroeid in Veenendaal. Sinds een paar jaar woont ze in de regio Arnhem, samen met haar dochtertje. Ze is hier gaan wonen om dichter bij haar vader te zijn. Patricia heeft het kappersdiploma gehaald. Het examen mocht ze mondeling doen. De docent had door dat ze de kennis wel had maar het niet goed kon opschrijven. Twee jaar werkte Patricia als kapster. Toen moest ze stoppen door lichamelijke klachten.
Taalles
Patricia volgt 1 x per week Nederlandse les. In een klein groepje bij ROC RijnIJssel. Kleine stukjes tekst lezen kan ze wel, maar grote stukken begrijpt ze vaak verkeerd. Stress verergert dat, zo vertelt ze: “Soms als ik al die letters zie, lijkt het of ze allemaal gaan dansen! Dan neem ik niks meer op van wat er in een brief staat.” Nu ze al een tijdje de taallessen volgt, gaat het langzaam beter. “Ik merk dat ik een hoop leer en ik krijg steeds langere teksten om te lezen. Soms neem ik een lastige brief mee naar de les en die krijgen we dan als lesstof.”
Schaam je niet, vraag hulp
Patricia is niet op haar mondje gevallen: “Ik vraag hulp aan de mensen om me heen. Als een dokter een moeilijk woord gebruikt dan vraag ik of hij het nog eens op een andere manier wil uitleggen. En ik ben een doorzetter, ik ga door tot het is gelukt. Een vriendin van mij vraagt nooit iets maar zij komt ook niet verder.” Patricia is heel duidelijk: “Mensen moeten zich niet schamen!” Een andere tip van Patricia luidt: “Je kunt ook het wijkteam bellen. Daar heb je best veel aan. Ik heb nu een soort van vertrouwenspersoon. Die heeft me de weg gewezen naar Nederlandse les. En ik kan langskomen met brieven die ik niet begrijp. Ze ondernemen direct actie, maar je moet jezelf wel openstellen.”
Gezond bezig!
Patricia kookt graag en gebruikt hiervoor de app Kookmutsjes. Daarin worden recepten in kleine stapjes en met plaatjes uitgelegd. “Gezond eten is duur. Friet is goedkoper dan fruit!” zegt Patricia. Daarom heeft ze een moestuin aangelegd. Van 8 x 1 meter, in vakken. Zo kan ze elke keer een vakje bewerken, dan is het toch te doen met haar lichamelijke problemen. Prei, tomaten, komkommer, aardappels, wortels, bramen, aardbeien en nog veel meer. En ze heeft kippen: elke dag 2 verse eitjes. Patricia redt zich wel. Het is haar tijd om te oogsten!
STRAATTHEATER OVER ZAAIEN, KWEKEN EN OOGSTEN September is de maand van het oogsten: we plukken de vruchten en groenten die we hebben gekweekt. Zo gaat het bij boeren en tuinders en ook in onze eigen moestuin. Het laat zien dat inspanning loont. Als je leert lezen en schrijven moet je ook moeite doen. Maar ook dan brengt het wat op: het gaat van klein naar groter en hulp van anderen brengt je weer verder…. letters zaaien, woorden kweken en zinnen oogsten. Totdat je jezelf kunt redden!
39
In de Week van Lezen en Schrijven kun je een vrolijke en verrassende show bekijken. Het onderwerp is
4.2.3.5. Campagne Arnhem durft
Van de anti-discriminatie campagne Arnhem Durft zijn 11 materialen bekeken. Uit de analyse van deze campagne komen drie dimensies van inclusieve communicatie naar voren, namelijk diversiteit en representatie, woord- en terminologiegebruik en expliciete aandacht voor inclusie en anti-discriminatie. Diversiteit en representatie De Campagne Arnhem Durft bestaat uit 10 posters en 1 flyer waarbij inwoners van Arnhem borden omhooghouden die discriminatie (op werk, school, straat en sociale media) bekritiseert. De meeste posters in de campagne representeren mensen met een migratieachtergrond (4) ofwel mensen met een beperking (2) ofwel mensen uit de LHBTQI+-gemeenschap (2). Hierbij houden verschillende Arnhemmers borden omhoog met een boodschap (zoals bijvoorbeeld op poster 1 “Beste cliënt, durf jij mijn kwaliteiten de zien als advocaat met hoofddoek? Nadia”, zie figuur 16). Terwijl de specifieke deelidentiteiten van deze personen wel herkenbaar zijn, ligt de focus in de foto op de tekst op het bord. De personen die het bord omhoog houden zijn daarachter wazig afgebeeld. Het beeld bekrachtigt de boodschap: het geeft de oproep tegen discriminatie een gezicht. De tekst op de borden is altijd voorzien van een naam, mogelijk de echte namen van de personen die zijn afgebeeld. Sommige posters/personen zijn intersectioneel divers en representatief.
Bijvoorbeeld de eerste poster (zie figuur 16) kaart arbeidsdiscriminatie aan en belicht daarmee de positie van vrouwen met een migratieachtergrond (die een hoofddoek dragen) door dat expliciet in beeld en tekst terug te laten komen (''advocaat met een hoofddoek''). Poster 10 (zie figuur 17) kaart toegankelijkheid in winkels voor blinde en slechtziende personen aan aan de hand van de tekst “ha ondernemer, durf jij je winkel aan te passen, zodat ik ook kan komen winkelen? Anne” en het beeld van een vrouw met een taststok. Weer een andere poster, poster 9 (zie fig 18) bekritiseert homofobie op voetbalclubs met de tekst “Hey voetballer, durf jij voor mij op te komen als ik wordt uitgescholden als ik mijn vriend zoen na de wedstrijd? Vince” waarbij een jongen van kleur afgebeeld is. In die laatste poster representeert de gemeente
mensen met een migratieachtergrond dus ook wanneer het niet gaat over racisme maar andere vormen van uitsluiting of discriminatie. De meeste van de geanalyseerde posters die niet gaan over onderwerpen die expliciet vallen onder racisme (grensoverschrijdend gedrag bijvoorbeeld) tonen een wit persoon. Ook mensen met een beperking worden alleen afgebeeld als het specifiek gaat over toegankelijkheid of validisme en mensen uit de LHBTQI+ gemeenschap worden alleen afgebeeld als het gaat over homofobie of transfobie. Door mensen uit deze sociale groepen te plaatsen in contexten die niet expliciet gaan over het hebben van een migratieachtergrond of beperking of onderdeel zijn van de LHBTQI+ gemeenschap, kan de gemeente Arnhem beter recht doen aan intersectionaliteit en de verschillende deel-identiteiten en vormen van discriminatie die inwoners ervaren. Een poster over pesten op school die een trans persoon met een migratieachtergrond afbeeldt, kan bijvoorbeeld benadrukken dat etnische uitsluiting, discriminatie op basis van genderidentiteit versterkt.
40
Figuur 16 P oster Nadia Campagne Arnhem durft
Kijk wat jij kunt doen op arnhem.nl/discriminatie
Figuur 17 P oster Anne Campagne Arnhem durft
Kijk wat jij kunt doen op arnhem.nl/discriminatie
41
Figuur 18 P oster Vince Campagne Arnhem durft
Kijk wat jij kunt doen op arnhem.nl/discriminatie
Figuur 19 P oster Nguyen Campagne Arnhem durft
Kijk wat jij kunt doen op arnhem.nl/discriminatie
42
Woord- en terminologiegebruik
Valt op aan deze campagne dat de aanhef bij deze posters altijd genderneutraal is (“Beste cliënt”, “Hé feestganger”, “Hi Instagrammer”, “Lieve familie” etc.). Hierdoor worden op een inclusieve manier alle Arnhemmers, ongeacht gender, gevraagd om op te komen tegen discriminatie, ongelijke behandeling of ongewenst gedrag. Expliciete aandacht voor inclusie en anti-discriminatie