CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Rapport Verwey-Jonker Instituut ‘Inclusief communiceren met inwoners de publiekscommunicatie van de gemeente Arnhem onder de loep’

Politieke Avond 20 juli 2022, gemeente ArnhemBij agendapunt: Debatverzoek "Uitvoeringsplan Inclusieve en Diverse Organisatie"36.318 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Inclusief communiceren met inwoners: de publiekscommunicatie van de gemeente Arnhem onder de loep

Inti Soeterik Mariam Badou Ilham El-Masoudi Serena Does

Inclusief communiceren met inwoners: de publiekscommunicatie van de gemeente Arnhem onder de loep

Inti Soeterik Mariam Badou Ilham El-Masoudi Serena Does

Utrecht, juni 2022

2

Inhoud Deel I Samenvatting 4 Inleiding4 Deel II Rapportage

4.2.3. Campagnes 4.2.4. Participatie 4.2.5. Nieuws 4.2.6. Sociale media 4.2.7. Diversiteit- en inclusiebeleid

34 43 44 47 49

5 5.1.

51

Bevindingen uit de groepsgesprekken met Arnhemmers Ervaringen van mensen met een migratieachtergrond met de publiekscommunicatie van gemeente Arnhem Ervaringen van mensen uit de LHBTQI+ gemeenschap met de publiekscommunicatie van gemeente Arnhem Ervaringen van mensen met een beperking met de publiekscommunicatie van gemeente Arnhem

54

6

Conclusies 

57

7

Suggesties en aanbevelingen

60

10 5.2.

1 1.1.

Inleiding Leeswijzer

10 11

2 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.

Aanpak Onderzoeksdesign Deskresearch  Analyse materiaal  Groepsgesprekken  Positionaliteit

3 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5.

Inclusieve communicatie: wat is dat? 16 Inleiding  16 Stereotypen en vooroordelen 16 Onderliggende uitsluitingsmechanismen 18 Dimensies voor het analyseren van inclusiviteit in communicatie 19 Definitie inclusieve communicatie 23

4 4.1. 4.2.

24 24

Bevindingen vanuit de materiaalanalyse  Overkoepelende bevindingen uit de materiaalanalyse Bevindingen rondom zeven specifieke categorieën communicatiemateriaal  4.2.1. Veel gebruikte gemeentelijke producten en diensten 4.2.2. Bewonerscommunicatie

12 12 12 13 14 15

5.3.

51 53

Literatuur 

65

Bijlage 1 Overzicht inclusieve terminologie

68

Bijlage 2 Overzicht materiaal

78

Bijlage 3 Analyse-instrument materiaalanalyse

85

Bijlage 4 Topiclijst groepsgesprekken

88

26 26 28 3

Deel I Samenvatting Inleiding Communicatie speelt een belangrijke rol in het bieden van gelijke kansen en het stimuleren van gelijkwaardig burgerschap. De manier waarop mensen worden aangesproken, het zichtbaar maken van diverse groepen mensen en het expliciet benoemen van de gelijkwaardigheid van mensen, kan een positieve impact hebben op de mate waarin mensen zich gezien, gerespecteerd en welkom voelen. Het gaat er dan om hoe instanties communiceren met burgers via hun eigen communicatiekanalen, maar ook hoe er in de media wordt gecommuniceerd. Arnhem is een diverse stad, die landelijk hoog op de lijst staat als het gaat om verschillende nationaliteiten en de inkomens-, gezondheids- en opleidingsverschillen zijn groot. De gemeente Arnhem geeft aan te streven naar een Arnhemse samenleving waarbij iedereen, ongeacht culturele achtergrond, levensbeschouwing, seksuele oriëntatie, beperking en/of chronische ziekte, leeftijd en geslacht meedoet en gelijke kansen ervaart. Recente ontwikkelingen breder in de samenleving en binnen de gemeente hebben de noodzaak van aandacht voor het thema diversiteit en inclusie nog groter gemaakt. Zo hebben discriminatie en racisme de afgelopen jaren steeds meer aandacht gekregen in de samenleving in de vorm van maatschappelijke mobilisering en media- en politieke aandacht.

Ook heeft in recente jaren onderzoek naar diversiteit en inclusie binnen de Arnhemse gemeentelijke organisatie kritiek opgeleverd en veel in beweging gezet1.

1

Gemeente Arnhem zegt de afgelopen vijf jaar een aantal stappen gezet te hebben in het inclusiever maken van de stad en de gemeente. In 2020 constateerde de gemeente echter dat er nog meer focus aangebracht en steviger ingezet moest worden op dit thema2. De gemeente heeft toen het uitvoeringsplan Inclusief Arnhem 2020 – 2022 opgesteld met vijf focuspunten: 1. Voorkomen en tegengaan van discriminatie 2. Versterken van de positie van inwoners met een beperking 3. Stimuleren van diversiteit in organisaties 4. Een inclusieve gemeentelijke organisatie 5. Inclusieve gemeentelijke communicatie De gemeente werkt op drie manieren aan inclusievere communicatie: a. Schrijven in voor iedereen begrijpelijke taal b. Verder verbeteren van de toegankelijkheid van gemeentelijke websites c. Communicatie waarin alle Arnhemmers zich herkennen en niemand zich (onbedoeld) uitgesloten, gediscrimineerd of niet welkom voelt. De gemeente Arnhem wil graag weten of het haar lukt zo te communiceren dat alle Arnhemmers zich aangesproken voelen. Daarom heeft gemeente Arnhem het Verwey-Jonker Instituut gevraagd om daar onderzoek naar te doen. Dit onderzoek beperkt zich tot het derde punt (c): het analyseren van de inhoud van de gemeentelijke communicatie en ervaringen van herkenning, uitsluiting en discriminatie daaromtrent. Gezien de omvang van het onderzoek is de

Zie Siebers, H. (2017) Naar een diverse organisatie van de gemeente Arnhem: Verbeterruimte in gelijke kansen en inclusie van diverse medewerkers. Onderzoeksrapport, Universiteit van Tilburg en vele reacties in de media en de gemeente daarop.

2 Uitvoeringsplan Inclusief Arnhem 2020-2022, p.4.

4

opdracht van de gemeente om in dit onderzoek specifiek te kijken naar de publiekscommunicatie. De gemeente Arnhem geeft aan oog te hebben voor alle vormen van diversiteit, maar heeft gevraagd binnen deze onderzoeksopdracht vooral te letten op inclusiviteit ten opzichte van: Arnhemmers met een migratieachtergrond, Arnhemmers met een LHBTQI+ identiteit en Arnhemmers met een beperking.

Onderzoeksvragen In dit onderzoek staat de volgende hoofdvraag centraal: Hoe inclusief is de publiekscommunicatie van de gemeente Arnhem als het gaat om Arnhemmers met een migratieachtergrond, mensen met een beperking en personen uit de LHBTQI+ gemeenschap? De hoofdvraag wordt beantwoord aan de hand van het onderzoeken van de volgende twee deelvragen: • Welke goede voorbeelden van inclusieve communicatie richting deze sociale groepen zijn te vinden in publiekscommunicatie van de gemeente Arnhem? • Welke aandachtspunten omtrent inclusieve communicatie richting deze sociale groepen worden gesignaleerd in publiekscommunicatie van de gemeente Arnhem?

Aanpak van het onderzoek Om antwoord te geven op de onderzoeksvragen, zijn binnen een kwalitatief onderzoeksdesign verschillende onderzoeksactiviteiten verricht, namelijk: een literatuurverkenning, analyse van een selectie uit het publiekscommunicatie­ materiaal van de gemeente, en groepsgesprekken met Arnhemmers met een migratieachtergrond, Arnhemmers met een LHBTQI+ identiteit en Arnhemmers met een beperking en Arnhemmers die nauw betrokken zijn bij personen uit deze sociale groepen.

Vertrekkende vanuit een wetenschappelijk kader rondom het begrip inclusieve communicatie, doet dit rapport verslag van wat er volgens het huidige niveau van kennis al inclusief is in de geanalyseerde communicatie van de gemeente, hoe dat ervaren wordt door de Arnhemmers die gesproken zijn en wat nog aandachtspunten zijn. Gezien gewerkt is met een selecte steekproef (is op basis van vooraf gestelde criteria een bewuste selectie gemaakt van het communicatiemateriaal en de respondenten) kunnen op basis van dit onderzoek geen algemene uitspraken gedaan worden over al het publiekscommunicatiemateriaal van de gemeente Arnhem of visies en ervaringen van alle Arnhemmers met een migratieachtergrond, Arnhemmers met een LHBTQI+ identiteit en Arnhemmers met een beperking rondom dit onderwerp. Tegelijkertijd kan elk signaal en elke negatieve ervaring rondom inclusiviteit van communicatie een sein zijn aan de gemeente dat inclusiviteit in de communicatie nog aandacht vergt. Op basis van de in dit rapport gepresenteerde conclusies worden concrete suggesties en aanbevelingen gedaan die de gemeente mee kan nemen in de vervolgaanpak van het bevorderen van inclusieve gemeentelijke communicatie.

Inclusieve communicatie Op basis van de literatuurverkenning is een kader inclusieve communicatie opgesteld. In het kader wordt een aantal belangrijke concepten gedefinieerd die een rol spelen bij inclusieve communicatie. Ook zijn op basis van het kader vijf dimensies van inclusieve communicatie uiteengezet namelijk: z Toegankelijkheid z Diversiteit en representatie z Woord en terminologiegebruik z Stereotypering z Expliciete aandacht voor inclusie en anti-discriminatie Gezien de gemeente aangeeft dat toegankelijkheid binnen andere gemeentelijke programma's al aandacht krijgt, zijn de onderzoeksinstrumenten voor dit onderzoek ontworpen rondom vier van de vijf dimensies, namelijk: diversiteit 5

en representatie; woord- en terminologiegebruik; stereotypering en; expliciete aandacht voor inclusie en anti-discriminatie. Tevens is op basis van deze verkenning de volgende definitie van inclusieve communicatie opgesteld: In inclusieve communicatie wordt het belang van woorden en beelden gewaardeerd en wordt kritisch gekeken naar de impact die ze hebben. Inclusieve communicatie is vrij van taal en beelden die stereotypen, vooroordelen, normativiteit of discriminatie creëert of in stand houdt. Door taal en beelden inclusief te maken door middel van aandacht voor toegankelijkheid, diversiteit en representatie, bewust woord- en terminologiegebruik, contra-stereotypen en expliciete aandacht voor inclusie en anti-discriminatie wordt de ontvanger vanuit erkenning, gelijkwaardigheid en respect betrokken.

Tot slot is op basis van de deskresearch een overzicht gemaakt van huidige kennis omtrent inclusieve terminologie daar waar het gaat om verwijzing naar de drie sociale groepen die in dit onderzoek centraal staan.

Bevindingen Welke goede voorbeelden van inclusieve communicatie richting Arnhemmers met een migratieachtergrond, mensen met een beperking en personen uit de LHBTQI+ gemeenschap zijn te vinden in publiekscommunicatie van de gemeente Arnhem? Ten eerste is in een aantal van de geanalyseerde materialen van de publiekscommunicatie van de gemeente Arnhem duidelijk terug te zien dat de gemeente diversiteit wil laten zien en mensen uit verschillende sociale groepen wil representeren in de communicatie. Uit de groepsgesprekken komt naar voren dat Arnhemmers met een migratieachtergrond en personen uit de LHBTQI+ gemeenschap en mensen die nauw betrokken zijn bij deze groepen

zien dat de gemeente met het thema inclusiviteit bezig is en dat de gemeente in dit opzicht 'met de tijd' wil meegaan. Door Arnhemmers uit verschillende sociale groepen wordt gesignaleerd dat het materiaal van de gemeente meer diversiteit laat zien dan een aantal jaren geleden. Hiernaast komt als goed voorbeeld qua woord- en terminologiegebruik uit de analyse van het materiaal naar voren dat de gemeente soms een genderneutrale aanhef gebruikt. In de groepsgesprekken werd dit ook door deelnemers aangegeven. Ook wordt soms person first taal gebruikt: wordt eerst naar de persoon verwezen en pas daarna naar een specifiek kenmerk van deze persoon of toestand waar deze persoon zich in bevindt (bijvoorbeeld 'persoon met dyslexie', in plaats van 'dyslectisch persoon'). Tevens bracht de analyse in een paar materialen contra-stereotypen en een intersectionele benadering aan het licht: er werd in een aantal materialen beelden en verhalen gevonden die tegen stereotype beelden en verhalen ingingen en waarin verschillende indentiteitsaspecten van personen en sociale groepen belicht werden.

Welke aandachtspunten omtrent inclusieve communicatie richting deze sociale groepen worden gesignaleerd in de publiekscommunicatie van de gemeente Arnhem? Terwijl uit de analyse naar voren komt dat er in een deel van het communicatie­ materiaal al aandacht is voor inclusie, specifiek rakend aan diversiteit en representatie, woord- en terminologiegebruik en de dimensie stereotypering, zien we ook dat dat op deze dimensies nog niet consequent en niet altijd op een inclusieve manier gebeurt. Hiernaast kwam naar voren dat er in de communicatie vrijwel geen expliciete aandacht is voor inclusie en anti-discriminatie. Bij representatie van mensen uit verschillende sociale groepen in woord en beeld is het niet alleen belangrijk dát verschillende mensen gerepresenteerd worden, maar moet ook nagedacht worden over hoe dit gedaan wordt. Uit de materiaalanalyse bleek dat, hoewel de gemeente in sommige materialen al mensen uit verschillende sociale groepen representeert, dat ook heel vaak nog niet, niet voldoende of op een stereotyperende manier gebeurt. Ook laat 6

de analyse zien dat mensen uit bepaalde sociale groepen bijna uitsluitend te zien zijn bij onderwerpen waar zij vanwege hun achtergrond, kenmerken of behoeften specifiek mee te maken hebben. Dit geldt met name voor mensen met een beperking en mensen uit de LHBTQI+ gemeenschap. Ook laat de analyse zien dat de combinatie van een inhoudelijke boodschap en beeld een stereotype associatie kan oproepen, en dat het voor het aan het licht brengen van stereotypen nodig is zowel kritisch te kijken naar keuzes in tekst en beeld als ook communicatiematerialen of campagnes rondom een onderwerp in zijn geheel te bekijken. Ook in de groepsgesprekken brachten deelnemers naar voren dat het meer divers maken van het materiaal niet genoeg is. En werd gewezen op het gevaar van stereotypering wanneer mensen met bepaalde achtergronden en/of uiterlijke kenmerken meer of altijd terug te zien zijn bij specifieke onderwerpen. Daarnaast laat de analyse zien dat woord- en terminologiegebruik nog niet consequent inclusief is in het publiekscommunicatiemateriaal van de gemeente. Uit sommige communicatie sprak, door bepaald woord- en terminologie­ gebruik en perspectief, een deficit benadering.

Door deze deficit benadering worden specifieke behoeften, ervaringen of beperkingen geplaatst in de context van een tekort en individuele toestand waarin 'hulp' nodig is, waardoor de structurele tegenwerking, uitsluiting en/of discriminatie waarmee iemand te maken kan hebben, niet genoemd wordt. Uit de groepsgesprekken met mensen met een beperking kwam ook naar voren dat een aantal mensen met een beperking in de communicatie met de gemeente een deficit benadering ervaart, waarbij zij alleen aangesproken en gerepresenteerd worden in relatie tot hun beperking. Ook worden in het communicatiemateriaal van de gemeente soms nog woorden en terminologie gebruikt, die op basis van het huidige niveau van kennis niet juist zijn. Daarnaast blijkt ook in sommige communicatie de aanhef en/of inhoud van de communicatie nog niet genderneutraal. Tevens worden bepaalde identiteitsaspecten, ervaringen, behoeften of beperkingen van bepaalde sociale groepen soms op eufemistische wijze geformuleerd

waardoor de communicatie niet de daadwerkelijke situatie erkent waarin personen uit deze sociale groepen zich bevinden. Met name uit de groepsgesprekken met mensen met een beperking kwam naar voren dat onjuist terminologiegebruik een grote factor van ergernis kan zijn. Tegelijk bleek uit de gesprekken met mensen uit de LHBTQI+ gemeenschap ook dat binnen de gemeenschap het gebruik van bepaalde termen soms verschillend ervaren wordt door individuen. Dit wijst uit dat het belangrijk is hierover in gesprek blijven met personen uit de verschillende sociale groepen. Uit de analyse van woord- en terminologie gebruik komt verder naar voren dat verschillende personen die gerepresenteerd worden in materialen over een bepaald onderwerp soms verschillend worden geïntroduceerd. Zo worden sommige personen met een titel en/of beroep of met een voor en achternaam gepresenteerd, terwijl bij andere personen niet naar titel of beroep maar slechts voornaam verwezen wordt. Op deze manier wordt er in de communicatie op indirecte wijze aan bepaalde personen meer status (bijv. meer professioneel of formeel) toegewezen, terwijl anderen als persoon met minder status (met een bijrol of meer informele rol) worden gepresenteerd.

Tot slot komt uit de analyse van de dimensie woord- en terminologie gebruik naar voren dat ook het gebruik van perspectief (schrijven vanuit 'wij' of óver 'zij') nog aandacht vergt. Verder blijkt dat er in het publiekscommunicatie materiaal van de gemeente weinig expliciete aandacht is voor inclusie en anti-discriminatie. Verwijzing naar de visie en missie van de gemeente op deze onderwerpen is alleen een enkele keer gevonden in de geanalyseerde materialen. In materiaal dat expliciet over diversiteit en inclusie gaat, worden etnische groepen vaak niet benoemd en wordt er op een indirecte en aspecifieke manier gerefereerd naar discriminatie en gediscrimineerde groepen. Hiernaast bracht de analyse aan het licht dat, daar waar de gemeenten in de materialen in de categorie diversiteit en inclusiebeleid inclusie wel expliciet bespreekt, dit voornamelijk vanuit een 'business case' perspectief wordt gedaan. Deze benadering benadrukt meer het 'productiviteitsvoordeel' dan de ethische- en juridische aspecten van zorgen voor meer inclusie en diversiteit. 7

Ondanks dat dit niet de focus van het onderzoek was en het materiaal op verzoek van de gemeente niet systematisch geanalyseerd is op dit punt, kwam uit de analyse van de groepsgesprekken naar voren dat toegankelijkheid van de communicatie ook een belangrijk aandachtspunt is als het gaat om inclusiviteit van de publiekscommunicatie van de gemeente Arnhem. Er zou door de gemeente meer aandacht uit kunnen gaan naar het consequent en volledig beschikbaar stellen van informatie in verschillende talen. De gemeente zou meer kunnen letten op de vertaalbaarheid van tekst. En de gemeente zou op de webpagina's altijd de optie voor een groter lettertype aan kunnen bieden, en alle video's voorzien van ondertiteling, beelden voorzien van onderschrift, en aangeven hoe informatie ook via ander kanalen en media beschikbaar is en communiceren via welke verschillende kanalen men contact kan opnemen met de gemeente. Tot slot, blijkt uit de analyse dat de gemeente de publiekscommunicatie nog inclusiever zou kunnen maken door ook aandacht te besteden aan de stijl waarin gecommuniceerd wordt met Arnhemmers. Samen met Arnhemmers zou onderzocht kunnen worden hoe de communicatie nu qua stijl op hen overkomt en waar aanpassingen nodig zijn opdat iedereen zich erkend, gelijkwaardig en gerespecteerd voelt.

Kortom, op basis van de materiaalanalyse en de groepsgesprekken kan gesteld worden dat er in sommige publiekscommunicatie vanuit de gemeente al aandacht is voor inclusiviteit. Wordt met name gesignaleerd dat de gemeente al aandacht besteedt aan diversiteit en representatie. Kan tegelijk geconcludeerd worden dat de publiekscommunicatie nog verbeterd moet worden wil deze inclusief zijn binnen verschillende categorieën van communicatie, zoals veel gebruikte communicatie van de gemeente websites, campagnes en bewonerscommunicatie. De analyse laat zien dat het daarbij belangrijk is de verschillende dimensies van inclusieve communicatie samen in ogenschouw te nemen en ook consequent aandacht uit te laten gaan naar de dimensies woord- en terminologiegebruik, stereotypering en expliciete aandacht voor inclusie en anti-discriminatie.

Suggesties en aanbevelingen Op basis van de bevindingen worden suggesties en aanbevelingen gedaan die de gemeente mee kan nemen in de vervolgaanpak voor het bevorderen van inclusieve gemeentelijke communicatie. Zestien suggesties en aanbevelingen zijn onderverdeeld op twee niveaus: het niveau van context en randvoorwaarden waarbij het gaat om wat er nodig is rondom communicatie wil deze inclusief zijn en blijven, en het niveau van actie en uitvoering waarbij de nadruk ligt op hoe er op het moment van creëren van communicatiemateriaal gezorgd kan worden dat inclusiviteit in het vizier blijft. Hieronder worden de suggesties en aanbevelingen kort weergegeven. Suggesties en aanbevelingen op het niveau van context en randvoorwaarden z Onderzoek het eigen perspectief. z Stimuleer een organisatiecultuur waarin continu vragen gesteld worden over diversiteit en inclusie. z Maak een stijlgids inclusieve communicatie die consequent gebruikt en continu geactualiseerd wordt. z Blijf in continue dialoog met verschillende sociale groepen in Arnhem. z Wees expliciet over de visie en missie van de gemeente. z Heb aandacht voor de meervoudigheid van identiteiten en intersectionaliteit wanneer gedacht wordt aan publiek waarnaar gecommuniceerd wordt. Suggesties en aanbevelingen op het niveau van actie en uitvoering z Houd alle materiaal tegen het licht van diversiteit en representatie.

z Ga actief op zoek naar andere perspectieven, verhalen en beelden. z Houd alle materiaal tegen het licht van stereotypering. z Zet in op contra-stereotypering. z Laat diversiteit op een intersectionele manier zien in communicatiemateriaal. z Bekijk verschillende materialen over een onderwerp of van een campagne ook in samenhang. z Gebruik onzijdig taalgebruik.

8

z

z

z

Zorg ervoor dat álle activiteiten en faciliteiten die georganiseerd worden door de gemeente of waarbij de gemeente betrokken is expliciet welkom, toegankelijkheid en niet-discriminatie communiceren richting álle Arnhemmers. Zorg, in afstemming met andere programma's en afdelingen, dat communicatie voor alle Arnhemmers toegankelijk en verwelkomend is. Wees open over het (zoek- en ontwikkel)proces rondom dit onderwerp.

9

Deel II Rapportage

1

Inleiding

Communicatie speelt een belangrijke rol in het bieden van gelijke kansen en het stimuleren van gelijkwaardig burgerschap. De manier waarop mensen worden aangesproken, het zichtbaar maken van diverse groepen mensen en het expliciet benoemen van de gelijkwaardigheid van mensen, kan een positieve impact hebben op de mate waarin mensen zich gezien, gerespecteerd en welkom voelen. Het gaat er dan om hoe instanties communiceren met burgers via hun eigen communicatiekanalen, maar ook hoe er in de media wordt gecommuniceerd. Arnhem is een diverse stad, die landelijk hoog op de lijst staat als het gaat om verschillende nationaliteiten en de inkomens-, gezondheids- en opleidingsverschillen zijn groot3. De gemeente Arnhem geeft aan te streven naar een Arnhemse samenleving waarbij iedereen, ongeacht culturele achtergrond, levensbeschouwing, seksuele oriëntatie, beperking en/of chronische ziekte, leeftijd en geslacht meedoet en gelijke kansen ervaart. Recente ontwikkelingen breder in de samenleving en binnen de gemeente hebben de noodzaak van aandacht voor het thema diversiteit en inclusie nog groter gemaakt. Zo

hebben discriminatie en racisme de afgelopen jaren steeds meer aandacht gekregen in de samenleving in de vorm van maatschappelijke mobilisering en media- en politieke aandacht. Ook heeft in recente jaren onderzoek naar diversiteit en inclusie binnen de Arnhemse gemeentelijke organisatie kritiek opgeleverd en veel in beweging gezet 4. Gemeente Arnhem zegt de afgelopen vijf jaar een aantal stappen gezet te hebben in het inclusiever maken van de stad en de gemeente. In 2020 constateerde de gemeente echter dat er nog meer focus aangebracht en steviger ingezet moest worden op dit thema5. De gemeente heeft toen het uitvoeringsplan Inclusief Arnhem 2020 – 2022 opgesteld met vijf focuspunten: 1. Voorkomen en tegengaan van discriminatie 2. Versterken van de positie van inwoners met een beperking 3. Stimuleren van diversiteit in organisaties 4. Een inclusieve gemeentelijke organisatie 5. Inclusieve gemeentelijke communicatie De gemeente werkt op drie manieren aan inclusievere communicatie: a. Schrijven in voor iedereen begrijpelijke taal b. Verder verbeteren van de toegankelijkheid van gemeentelijke websites c. Communicatie waarin alle Arnhemmers zich herkennen en niemand zich (onbedoeld) uitgesloten, gediscrimineerd of niet welkom voelt. De gemeente Arnhem wil graag weten of het haar lukt zo te communiceren dat alle Arnhemmers zich aangesproken voelen.

Daarom heeft gemeente Arnhem het Verwey-Jonker Instituut gevraagd om daar onderzoek naar te doen. Dit

3 Raadsbrief 30-6-2020, zie ook https://allecijfers.nl/gemeente/arnhem. 4 Zie Siebers, H. (2017) Naar een diverse organisatie van de gemeente Arnhem: Verbeterruimte in gelijke kansen en inclusie van diverse medewerkers. Onderzoeksrapport, Universiteit van Tilburg en vele reacties in de media en de gemeente daarop. 5 Uitvoeringsplan Inclusief Arnhem 2020-2022, p.4.

10

onderzoek beperkt zich tot het derde punt (c): het analyseren van de inhoud van de gemeentelijke communicatie en ervaringen van herkenning, uitsluiting en discriminatie daaromtrent. Gezien de omvang van het onderzoek is de opdracht van de gemeente om in dit onderzoek specifiek te kijken naar de publiekscommunicatie. De gemeente Arnhem geeft aan oog te hebben voor alle vormen van diversiteit, maar heeft gevraagd binnen deze onderzoeksopdracht vooral te letten op inclusiviteit ten opzichte van: Arnhemmers met een migratieachtergrond, Arnhemmers met een LHBTQI+ identiteit en Arnhemmers met een beperking. Onderzoeksvragen In dit onderzoek staat de volgende hoofdvraag centraal: Hoe inclusief is de publiekscommunicatie van de gemeente Arnhem als het gaat om Arnhemmers met een migratieachtergrond, mensen met een beperking en personen uit de LHBTQI+ gemeenschap? De hoofdvraag wordt beantwoord aan de hand van het onderzoeken van de volgende twee deelvragen: • Welke goede voorbeelden van inclusieve communicatie richting deze sociale groepen zijn te vinden in publiekscommunicatie van de gemeente Arnhem? • Welke aandachtspunten omtrent inclusieve communicatie richting deze sociale groepen worden gesignaleerd in publiekscommunicatie van de gemeente Arnhem?

Dit onderzoek is geen doel op zich (het gaat niet om een beoordeling van de communicatie van de gemeente Arnhem). Het onderzoek is een middel voor de gemeente om inzicht te krijgen in de vraag wat inclusieve communicatie is, hoe inclusief de eigen publiekscommunicatie is en wat mogelijke verbeterpunten zijn. Aan de hand van antwoord op de onderzoeksvragen wordt concreet advies opgesteld en richtinggevende aanbevelingen geformuleerd die de gemeente kunnen helpen in het inclusiever maken van de communicatie.

1.1.

Leeswijzer

Dit rapport bestaat uit zeven hoofdstukken. In hoofdstuk twee lichten we allereerst de aanpak van het onderzoek toe. In het derde hoofdstuk werken we uit wat we, op basis van literatuurstudie, verstaan onder inclusieve communicatie. We werken toe naar een definitie van het begrip en bespreken welke andere begrippen en dimensies deel zijn van en raken aan dit onderwerp. In hoofdstuk vier en vijf worden de bevindingen van dit onderzoek gedeeld. In hoofdstuk vier gaan we in op de bevindingen die voortkomen uit de materiaalanalyse en in hoofdstuk vijf doen we verslag van de bevindingen vanuit de groepsgesprekken die gevoerd zijn met Arnhemmers. Tenslotte worden in hoofdstuk zes de conclusies gepresenteerd en in hoofdstuk zeven sluiten we af met suggesties en aanbevelingen voor de gemeente Arnhem.

Om bovenstaande vragen te beantwoorden worden op basis van algemeen geldende wetenschappelijke inzichten ten aanzien van inclusieve communicatie publiekscommunicatiematerialen van gemeente Arnhem geanalyseerd. Daarnaast worden op basis van literatuur, materialenanalyse en groepsgesprekken met Arnhemmers, concrete adviezen en richtinggevende aanbevelingen geformuleerd om de communicatie inclusiever te maken. 11

2

Aanpak

Het doel van dit onderzoek en de vragen die in dit onderzoek centraal staan nodigen uit tot een kwalitatief onderzoeksdesign. Om antwoord te geven op de onderzoeksvragen, hebben we binnen dit design verschillende onderzoeksactiviteiten verricht, namelijk: een literatuurverkenning, analyse van publiekscommunicatiemateriaal van de gemeente, en groepsgesprekken met Arnhemmers met een migratieachtergrond, Arnhemmers met een LHBTQI+ identiteit en Arnhemmers met een beperking en Arnhemmers die nauw betrokken zijn bij personen uit deze sociale groepen. In dit hoofdstuk lichten we het design van dit onderzoek nader toe. Ook wordt de aanpak van verschillende onderzoeksactiviteiten beschreven.

2.1.

Onderzoeksdesign

Het doel van dit onderzoek is aan de hand van analyse van een selectie uit het publiekscommunicatiemateriaal van de gemeente en groepsgesprekken met een aantal daarvoor geselecteerde Arnhemmers zicht te krijgen op hoe inclusief het communicatiemateriaal van de gemeente is. Vertrekkende vanuit een wetenschappelijk kader rondom het begrip inclusieve communicatie werken we met dit onderzoek toe naar een beschrijving van wat er volgens het huidige niveau van kennis al inclusief is in de geanalyseerde communicatie van de gemeente, hoe dat ervaren wordt door de Arnhemmers die wij gesproken hebben en wat nog aandachtspunten zijn. Het doel van dit onderzoek is op basis van analyse vanuit een wetenschappelijk kader te beschrijven wat in het onderzochte materiaal en aan de hand van de groepsgesprekken met deze groep Arnhemmers gesignaleerd wordt daar waar het gaat om inclusiviteit. Voor dit onderzoek is een bewuste selectie gemaakt van het communicatiemateriaal en de respondenten. Dat betekent dat we te maken hebben met een selecte steekproef. Op basis van dit onderzoek kunnen daarom geen algemene uitspraken gedaan worden over al het publiekscommunicatiemateriaal

van de gemeente Arnhem of visies en ervaringen van alle Arnhemmers met een migratieachtergrond, Arnhemmers met een LHBTQI+ identiteit en Arnhemmers met een beperking rondom dit onderwerp. Tegelijkertijd is elk signaal en elke negatieve ervaring een sein richting de gemeente dat inclusiviteit in de communicatie nog aandacht vergt.

2.2.

Deskresearch

Als eerste stap in dit onderzoek is deskresearch uitgevoerd. Het doel daarvan was, op basis van een verkenning van Nederlandse en internationale wetenschappelijke literatuur en praktijkdocumenten, de huidige kennis op het gebied van inclusieve communicatie en inclusieve terminologie in een kader samen te vatten en tot een definitie van inclusieve communicatie te komen. Door het opstellen van dit kader en de definitie is de interne validiteit van dit onderzoek gewaarborgd: er kon een analyse-instrument ontworpen worden waarmee we ook daadwerkelijke inclusiviteit van communicatie konden onderzoeken. Literatuur is verzameld via Google, Google Scholar en Web of Science. Er zijn zowel Nederlandse als Engelse zoektermen gebruikt, zoals 'inclusie'/ 'inclusion', 'communicatie'/ 'communication', 'inclusieve language', 'migratieachtergrond'/ 'migration background', 'ethnic minorities', 'LHBTQI'/ 'LGBTQI', 'gender' en 'beperking'/ 'disabled'. Van de literatuur die het meest bruikbaar was voor het vormen van het kader zijn vervolgens aanvullend de referenties nagetrokken, om te kijken of daar nog bruikbare bronnen tussen zaten (sneeuwbal methode).

Naast peer reviewed artikelen (artikelen die voor publicatie door andere wetenschappers op kwaliteit en waarde beoordeeld zijn) zijn documenten en checklists van organisaties bekeken die zich bezighouden met inclusie en inclusieve communicatie, specifiek in relatie tot de drie sociale groepen die in dit onderzoek centraal staan. Op basis van de literatuurverkenning is het kader inclusieve communicatie opgesteld (zie hoofdstuk 3) waarin de dimensies van inclusieve communicatie uiteengezet worden en een aantal belangrijke concepten worden gedefinieerd die een rol spelen bij inclusieve communicatie. Ook is op basis van deze 12

verkenning een definitie van inclusieve communicatie opgesteld. Ook is op basis van de deskresearch een overzicht gemaakt van huidige kennis omtrent inclusieve terminologie daar waar het gaat om verwijzing naar de drie sociale groepen die in dit onderzoek centraal staan (zie bijlage 1).

2.3.

Analyse materiaal

Vervolgens is het publiekscommunicatiemateriaal van de gemeente geanalyseerd. Het doel hierbij was aan de hand van analyse van een selectie van materiaal de gemeente inzicht te geven in de stand van zaken en mogelijke verbeterpunten met betrekking de inclusiviteit van de communicatie. Selectie materiaal Gezien het doel van dit onderzoek is er voor de analyse een selectie gemaakt van het publiekscommunicatiemateriaal van de gemeente. Op basis van een aantal criteria die door de gemeente zijn opgesteld heeft de gemeente een eerste selectie van materiaal gemaakt. Criteria voor de selectie waren 1) het gaat om publiekscommunicatiemateriaal dat gemaakt wordt door de gemeenten (owned content), en 2) het gaat om publiekscommunicatiemateriaal dat actief gedeeld worden vanuit de gemeente, en 3) het gaat om publiekscommunicatie die breed publieksgericht is, waar alle Arnhemmers mee te maken krijgen, of, 4) het gaat om publiekscommunicatie die specifiek op (één van de) de drie groepen gericht is: Arnhemmers met een migratieachtergrond, Arnhemmers met een beperking en Arnhemmers met een LHBTQI+ identiteit. Op basis van deze criteria heeft de gemeente Arnhem een longlist opgesteld met materiaal die vallen onder de volgende zes categorieën: veelgebruikte producten en diensten; bewoners­ communicatie; campagnes; participatie; nieuws; sociale media; en diversiteit- en inclusiebeleid.

Met het oog op het doel en de omvang van het onderzoek hebben de onderzoekers, in afstemming met de gemeente uiteindelijk een selectie van materialen van deze longlist geanalyseerd. Voor een overzicht van alle geanalyseerde materialen verwijzen we de lezer naar bijlage 2.

Materiaalanalyse Voortbouwend op het kader inclusieve communicatie en het overzicht gemaakt van inclusieve terminologie is het analyse-instrument ontwikkeld dat gebruikt is voor de materiaalanalyse. Aan de hand van de literatuurverkenning zijn vijf dimensies van inclusieve communicatie geïdentificeerd, namelijk: 1) toegankelijkheid, 2) diversiteit en representatie, 3) woord- en terminologiegebruik, 4) stereotypering, en 5) expliciete aandacht voor inclusie en anti-discriminatie. Gezien de gemeente aangeeft dat toegankelijkheid binnen andere gemeentelijke programma's al aandacht krijgt, is deze dimensie niet meegenomen in dit onderzoek. Het analyse-instrument voor dit onderzoek is ontworpen rondom de laatste vier dimensies van inclusieve communicatie, namelijk diversiteit en representatie; woord- en terminologiegebruik; stereotypering en; expliciete aandacht voor inclusie en anti-discriminatie (zie bijlage 3). Elk van deze vier dimensies is gespecificeerd in een aantal items. Een voorbeeld van een item is: Worden er expliciet 1 of meerdere etnische/culturele groepen genoemd? De items werden gescoord met ja, nee of niet van toepassing. Ook was er bij iedere dimensie ruimte voor het maken van notities over overkoepelden observaties met betrekking tot de dimensie, en observaties in relatie tot een specifieke items.

In totaal bestaat het instrument uit 39 items (26 voor de analyse van tekst en 13 voor de analyse van beeld). Om de betrouwbaarheid van het instrument te garanderen is een gebruiksinstructie voor de onderzoekers opgesteld. Ook zijn er proefanalyses uitgevoerd op basis waarvan het instrument is aangescherpt. In drie rondes hebben twee onafhankelijke codeurs steeds een klein subonderdeel van materialen geanalyseerd. Na elke ronde is gekeken naar overeenstemming en verschillen en zijn items waar nodig aangescherpt. Na de derde ronde lieten de analyses van twee codeurs tussen de 98% en 100% overeenstemming zien. Het coderingsschema is toen definitief gemaakt voor uitvoer van de definitieve analyses.

13

Voor de definitieve analyses is er binnen het onderzoeksteam een verdeling gemaakt van de materialen. In totaal zijn 112 teksteenheden en 104 beelden geanalyseerd (voor een overzicht zie bijlage 2). Nadat al het materiaal geanalyseerd was zijn de analyses per categorie communicatiemateriaal naast elkaar gelegd om te kijken welke patronen in relatie tot de vier dimensies van inclusieve communicatie naar voren kwamen. Er is gekeken welke dimensies naar voren komen en hoe deze naar voren komen, namelijk of deze in lijn zijn met het kader inclusieve communicatie of dat er nog aandachtspunten gesignaleerd worden. Van deze observaties wordt verslag gedaan in dit rapport. Categorisering en identificatie Dit onderzoek is gericht op de representatie van mensen met een beperking, een migratieachtergrond en/of uit de LHBTQI+ gemeenschap in de communicatie van Gemeente Arnhem. Binnen dit onderzoek kijken wij hoe mensen uit deze sociale groepen terugkomen in teksten en beeldmateriaal, waaronder foto's en video's, van de gemeente Arnhem. Omdat expliciete verwijzingen naar de sociale identiteiten van mensen niet altijd aanwezig zijn, is er gebruik gemaakt van weloverwogen aannames om de sociale identiteiten van mensen in beeld te identificeren en te analyseren.

Indicatoren voor het categoriseren van iemand als 'vrouw' liggen bijvoorbeeld in kledingdrachten zoals een hoofddoek, een jurk, make-up of lang haar. Voor- en achternamen van personen in beeld kunnen eveneens een indicator zijn voor genderidentiteit en migratieachtergrond. Desalniettemin kan het dus zo zijn dat iemand die door ons als onderzoekers wordt categoriseert als 'vrouw', zichzelf niet identificeert als een vrouw. Ook kunnen wij geen informatie produceren over diepere nuances (is iemand bijvoorbeeld een cisgender of transgender vrouw?).

2.4.

Groepsgesprekken

Aanvullend op de materiaalanalyse zijn groepsgesprekken gevoerd met Arnhemmers. Het doel van deze gesprekken was te onderzoeken hoe Arnhemmers uit of nauw betrokken bij de drie sociale groepen de

publiekscommunicatie vanuit de gemeente ervaren en welke goede voorbeelden en aandachtspunten zij daarbij signaleren. Aan de hand van de gesprekken hebben we de ervaringen van de communicatie in kaart gebracht en is gekeken of er, aanvullend op wat naar voren kwam uit de analyses van het materiaal, nog andere aspecten zijn die van belang zijn voor het inclusief zijn van de publiekscommunicatie van de gemeente. Respondenten Deelnemers bestonden uit Arnhemmers met een migratieachtergrond, personen uit de LHBTQI+ gemeenschap en mensen met een beperking. Daarnaast deden aan de gesprekken ook een aantal personen mee die vanwege persoonlijke situatie, werk en/of maatschappelijke betrokkenheid nauw betrokken zijn bij personen uit deze drie sociale groepen. Voorbeelden hiervan zijn een persoon die betrokken is bij verschillende maatschappelijke activiteiten met mensen die gevlucht zijn en een moeder van een kind met een beperking. In totaal zijn 8 groepsgesprekken gevoerd met 19 personen. In dit onderzoek is gewerkt met een selecte steekproef. Werving van de respondenten vond plaats via gemeente Arnhem. De gemeente heeft vanuit het eigen netwerk van alle drie de groepen gericht personen aangedragen die betrokken zijn bij het thema diversiteit en inclusie in Arnhem. Het streven was vanuit alle drie de groepen negen personen te spreken (quotum steekproef).

Nadat de gemeente het eerste contact had gelegd hebben de onderzoekers contact gezocht met respondenten en per groep meerdere groepsgesprekken georganiseerd. Uiteindelijk deden zeven mensen mee aan de groepsgesprekken over publiekscommunicatie en Arnhemmers met een migratieachtergrond, vier mensen aan de groepsgesprekken over publiekscommunicatie en Arnhemmers uit de LHBTQI+ gemeenschap en negen mensen aan de groepsgesprekken over publiekscommunicatie en Arnhemmers met een beperking. Gezien gewerkt is met een selecte steekproef zeggen de conclusies die getrokken worden op basis van analyse van de gesprekken alleen iets over de visies en ervaringen van deze personen. De conclusies zijn niet te generaliseren naar uitspraken

14

over alle personen met een migratieachtergrond, personen uit de LHBTQI+ gemeenschap en mensen met een beperking in Arnhem. Topiclijst en opzet van de groepsinterviews Op basis van de verkenning van Nederlandse en internationale wetenschappelijke literatuur en praktijkdocumenten over inclusie en inclusieve communicatie zijn voor de groepsgesprekken vragen opgesteld die zijn opgenomen in een topiclijst. De topiclijst bestond uit negen open vragen (zie bijlage 4). De focus in de groepsgesprekken lag op het ophalen van ervaringen met de publieks­communicatie vanuit de gemeente, op dingen die volgens de Arnhemmers die we spraken al goed gaan en verbeterpunten. Voorbeeld van vragen die gesteld zijn zijn: Kunt u aangeven hoe u de communicatie vanuit de gemeente ervaart? Heeft u daar over het algemeen een positief gevoel bij, of juist niet? De respondenten is gevraagd om ook specifieke voorbeelden te geven van communicatiemateriaal. Waar mogelijk zijn communicatiematerialen vervolgens meegenomen in de materiaalanalyse. Waar nodig was er in de gesprekken ook ruimte voor respondenten om bredere ervaringen te delen rondom inclusie binnen de gemeente Arnhem. De groepsgesprekken vonden plaats via MS TEAMS en duurden ongeveer 1,5 uur. Voor de groepsgesprekken is rekening gehouden met beperkingen van de verschillende deelnemers.

Zo zijn in gesprekken met twee respondenten tolken aangesloten: een Gebarentolk Nederlandse Taal en een schrijftolk. Analyse Van ieder groepsgesprek is een verslag gemaakt waarin de hoofdpunten van het gesprek samengevat zijn. Enkele kernachtige quotes van deelnemers zijn ter illustratie toegevoegd. De verslagen zijn vervolgens per sociale groep tezamen bekeken om deze te analyseren. Daarbij is gekeken of er zich patronen voordeden in de verschillende gesprekken daar waar het gaat om de dimensies van inclusieve communicatie die in de gesprekken naar voren gebracht werden, dan wel als goed voorbeeld, dan wel als aandachtspunt. Ook is gekeken of er

aanvullend op de dimensies nog andere punten of thema's rondom de inclusiviteit van de publiekscommunicatie van de gemeente Arnhem naar voren kwamen.

2.5.

Positionaliteit

Zoals bij alle onderzoeken, vinden wij het als auteurs belangrijk om onze eigen positionaliteit in relatie tot dit onderzoek en de drie sociale groepen (mensen met een beperking, mensen met een migratieachtergrond, mensen uit de LHBTQI+ gemeenschap) te expliciteren omdat wij zien dat deze mede onze blik op het onderwerp, de data en interactie met respondenten bepaalt. Ten tijde van publicatie, bestaat het onderzoeksteam uit vier cisgender (waarvan één biseksuele en drie heteroseksuele) vrouwen. Een van de leden van het team heeft een fysieke beperking en geen van allen hebben een verstandelijke beperking. Een van de onderzoekers identificeert zich als een Witte Nederlander en drie onderzoekers identificeren zich als Nederlanders van kleur. Twee onderzoekers identificeren zich als moslim en dragen een hoofddoek, waaronder de onderzoeker die de interviews heeft gedaan. De diverse samenstelling van ons team op grond van beperkingen, LHBTQI+ identiteiten en etnische identiteiten hebben wij tijdens het onderzoek bewust ingezet om ervoor te zorgen dat we zoveel mogelijk blinde vlekken en aannames vermeden. Ook hebben we zo aan respondenten van kleur een interview context kunnen bieden waarin hun ervaringen konden delen met een interviewer van kleur met een hoofddoek.

Alle auteurs werkten als een team en hadden regelmatig overleg om te verzekeren dat de data op inclusieve en sensitieve wijze verzameld en geanalyseerd werden en de analyse werd geleid door collectieve kennis, perspectieven en expertise.

15

3

Inclusieve communicatie: wat is dat?

In dit derde hoofdstuk werken we uit wat we, op basis van literatuurstudie, verstaan onder inclusieve communicatie. We werken toe naar een definitie van het begrip en bespreken welke andere begrippen en dimensies deel zijn van en raken aan dit onderwerp.

3.1.

Inleiding

Communicatie speelt een belangrijke rol in het bieden van gelijke kansen en het stimuleren van gelijkwaardig burgerschap. De manier waarop mensen worden aangesproken, het zichtbaar maken van diverse groepen mensen en het expliciet benoemen van de gelijkwaardigheid van mensen kan een positieve impact hebben op de mate waarin mensen zich gezien, gerespecteerd en welkom voelen. Het gaat dan om communicatie vanuit instanties, organisaties, maar ook om communicatie zoals in de media (5)6. In Nederland zijn er verschillende groepen mensen die discriminatie ervaren in de samenleving en/of binnen specifieke instituties. Zo laat de monitor discriminatiezaken 2020 zien dat er in Nederland nog regelmatig discriminatie ervaren wordt op grond van lichamelijke, zintuigelijke, mentale en/of verstandelijke beperking, etniciteit, kleur en geslacht (6). Discriminatie kan ook gepaard gaan met communicatie. In veel instituties in Nederland zijn het voornamelijk mensen uit de maatschappelijk geprivilegieerde groepen (bijvoorbeeld mensen zonder beperking, zonder migratieachtergrond, wit, man, hetero­ seksueel) die op de posities zitten om communicatie vorm te geven. Dit zorgt

er voor dat het perspectief van minder geprivilegieerde groepen en individuen vaak nog minder ruimte krijgt (5) , en kan resulteren in (onbedoelde) normativiteit en stereotypering ten opzichte van minder geprivilegieerde groepen in de samenleving. Door middel van het gebruik van bepaalde woorden en beelden kan in communicatie (impliciet of expliciet) van een norm uitgegaan worden waarin aspecten zoals witheid, mannelijkheid, heteroseksualiteit en validisme7 centraal staat. In dit hoofdstuk zetten we de bevindingen van de literatuurstudie uiteen. Allereerst gaan we in op wat we op basis van de literatuur verstaan onder twee belangrijke begrippen die te maken hebben met inclusieve communicatie: stereotypen en vooroordelen. Vervolgens gaan we in op een aantal dimensies die een rol spelen als het gaat om inclusiviteit van communicatie, Ook bespreken we kort een aantal mechanismen die ten grondslag liggen aan dynamieken van in- en uitsluiting. We sluiten het hoofdstuk af met een definitie van inclusieve communicatie.

3.2.

Stereotypen en vooroordelen

Twee belangrijke begrippen die te maken hebben met het zorgen voor inclusieve communicatie zijn stereotypen en vooroordelen. In deze paragraaf zetten we uiteen wat we onder deze begrippen verstaan en wat deze met inclusie en communicatie te maken hebben. Een stereotype is een cognitieve veralgemenisering (bijvoorbeeld een overtuiging of verwachting) over de kwaliteiten en kenmerken van objecten, gebeurtenissen, acties, leden van een groep of sociale categorie (7). Allemaal gebruiken we stereotypen om de wereld om ons heen betekenis te geven (8). We ontwikkelen deze stereotypen van jongs af aan (9). Stereotypen helpen ons

6 De cijfers tussen haakjes verwijzen naar bronnen die weergegeven staan in de literatuurlijst op pagina 66. 7 Een ideologie of denken waarin het hebben van een beperking wordt gezien als een stoornis en tekortkoming. Zie voor meer toelichting paragraaf 3.3.

16

sneller en efficiënter informatie te verwerken en vereenvoudigen en versnellen percepties en oordelen. Echter, stereotypen kunnen er ook voor zorgen dat we informatie die tot ons komt vervormen opdat deze aansluit bij denkbeelden die we (onbewust) al hebben. En daar komt het gevaar om de hoek kijken, zeker als het gaat om stereotypen over bepaalde sociale groepen in de samenleving: we nemen de informatie op die aansluit bij denkbeelden die we (onbewust) al hebben en negeren of wijzen de informatie af die daar niet op aansluit. Stereotypen werken dan als automatische associaties tussen lid zijn van een bepaalde groep en het bezitten van bepaalde kenmerken (10). Een bron van stereotypen en vooroordelen is de menselijke neiging de sociale wereld op te delen in wij en zij (een in-group en een out-group). Meestal beschouwen we leden van de out-group (onbewust) als inferieur, anders dan wijzelf en als één homogene groep (11). Naast dat het vormen van stereotypen en vooroordelen een menselijke neiging is, worden stereotypen ook sterk gevoed door dominante culturele waarden en boodschappen die we op meer impliciete maar ook expliciete manieren opdoen (12). Wij leren allemaal door de verhalen en beelden die we meekrijgen van familie, vrienden en via instituties als onderwijs en de media om de wereld op een bepaalde manier te begrijpen en betekenis te geven.

Communicatie en specifiek het gebruik van bepaalde taal en beelden speelt dus een grote rol in het introduceren, reproduceren dan wel tegengaan van stereotypen en vooroordelen ten opzichte van verschillende sociale groepen. Stereotypen over groepen mensen, die dus vooral cognitief van aard zijn in de zin dat ze te maken hebben met hoe we denken, gaan vaak samen met vooroordelen. Vooroordelen zijn negatieve attituden ten opzichte van andere mensen of sociale groepen die gevormd zijn voorafgaand aan enige ervaring of contact met die persoon of groep (13, 14).

Stereotypen en vooroordelen over andere mensen hebben vaak te maken met het (al dan niet) behoren van deze mensen tot bepaalde sociale groepen in de samenleving. Deze sociale groepen worden gevormd door bijvoorbeeld etniciteit, religie, politiek, geografische locatie, taal, seksuele oriëntatie, gender, het hebben van een beperking en/of uiterlijke kenmerken (15-19). Stereotypen ten opzichte van mensen met een migratieachtergrond zijn in communicatie bijvoorbeeld terug te zien in manieren van schrijven en verbeelden waarbij witheid, culturele gebruiken en religie van witte Nederlanders als de (impliciete) norm gehanteerd wordt. En als mensen met een migratieachtergrond worden genoemd, wordt de migratieachtergrond vaak gezien als het enige kenmerk wat er toe doet, waardoor andere identiteitsaspecten van deze personen buiten beschouwing gelaten worden. Stereotypen ten opzichte van mensen met een beperking zijn in communicatie bijvoorbeeld terug te zien in het alleen naar mensen met een beperking verwijzen in tekst en beeld wanneer het om specifieke behoeften of ervaringen gaat van individuen uit deze groep. En als mensen met een beperking worden genoemd, wordt de beperking vaak gezien als het enige kenmerk wat er toe doet, waardoor andere identiteitsaspecten van deze personen buiten beschouwing gelaten worden.

In lijn hiermee wordt vaak verwezen naar personen met een beperking als één met die beperking (bijv. 'slechtzienden of horende' horen we veel vaker dan 'een persoon met een visuele of gehoor- beperking'). Stereotypen die te maken hebben met een onderscheid dat tussen mensen gemaakt wordt op basis van gender en/of seksuele oriëntatie zijn in communicatie bijvoorbeeld terug te zien in het feit dat er vaak niet genderneutraal gecommuniceerd wordt. Vaak wordt er in woorden, zinnen en uitdrukkingen onnodig gedifferentieerd tussen gender en/of wordt een bepaald gender onnodig geëxcludeerd. Mannelijkheid wordt vaak als (impliciete) norm gehanteerd: Teksten worden vaak opgesteld in hij/ hem/ zijn -vorm en mannen worden vaker opgenomen in tekst en beeld8. Hiernaast worden vrouwen en

8 Zo heeft onderzoek van Mesman et al. (2019) naar Nederlands onderwijsmateriaal aangetoond dat vrouwen gemiddeld veel minder vaak voorkomen dan mannen.

17

mannen vaak genoemd of verbeeld bij stereotiepe beroepen en activiteiten. Mannen worden vaker beroepsmatig beschreven en afgebeeld en in een grotere diversiteit aan beroepen, terwijl vrouwen vaker in verzorgende taken of in het onderwijs worden gerepresenteerd. Daarnaast worden vrouwen in vergelijking met mannen meer in bijrollen afgebeeld in plaats van hoofdrollen (20). Hiernaast toont onderzoek naar materiaal in de onderwijssector aan dat er buiten het binaire onderscheid man-vrouw weinig representatie is van gender diversiteit en dat diversiteit op het gebied van seksuele oriëntatie meestal volledig afwezig is (20). Stereotypen en vooroordelen worden deels gevormd en bestendigd door herhaaldelijke blootstelling aan associaties (in woord of beeld) tussen bepaalde sociale groepen en bepaalde gedragingen, onderwerpen of activiteiten. Ze zijn moeilijk te veranderen. Zelfs wanneer waarnemers individuen tegenkomen met kwaliteiten die niet congruent zijn met het stereotype, veranderen stereotypen vaak niet direct (21, 22). In plaats van stereotypen te veranderen, maken mensen dan een subcategorie aan (dus de meeste vrouwen zijn erg x, y, of z, maar deze vrouw is een uitzondering). Ook vooroordelen zijn erg moeilijk te veranderen, omdat al bestaande vooroordelen beïnvloeden hoe we nieuwe informatie opnemen en hoe we ons in nieuwe situaties en ervaringen opstellen.

Hoewel verandering van stereotypen en vooroordelen moeilijk is, kan blootstelling aan contra-stereotype associaties er voor zorgen dat stereotype associaties verzwakken (23). Zo heeft onderzoek naar gender stereotypen in STEM (Science, Technology, Engineering and Mathematics) onderwijs aangetoond dat blootstelling aan beelden van en contact met succesvolle vrouwelijke wetenschappers gender gerelateerde STEM stereotypen verzwakten (24). Echter, onderzoek wijst uit dat mensen meerdere en elkaar versterkende voorbeelden nodig hebben in verschillende contexten om contra-stereotypen te beschouwen als bewijs van trends (25).

3.3.

Onderliggende uitsluitingsmechanismen

Eerder werd al aangegeven dat het perspectief van de maatschappelijk meer geprivilegieerde groepen (vaak onbedoeld) normatief (vanuit een impliciete norm vormgegeven) en stereotype kan zijn ten opzichte van andere en/of minder geprivilegieerde groepen in de samenleving. Aan deze normativiteit en stereotypering liggen verschillende mechanismen ten grondslag. Als het gaat om mensen met een migratieachtergrond, met een beperking en LHBTQI+ personen, dan zijn racisme, seksisme, cisnormativiteit, heteroseksisme en validisme de voornaamste onderliggende uitsluitingsmechanismen. Hieronder lichten we kort toe wat verstaan wordt onder deze mechanismen. Racisme De term 'ras' is een sociaal construct, dat mensen op arbitraire gronden (zoals huidskleur) hebben bedacht en dat gebruikt wordt om onterecht een rangorde (hiërarchie) tussen groepen te maken. Tegenwoordig wordt nog steeds gedacht in 'raciale' categorieën (26). Racisme is een ideologie of denken waarbij ervan uitgegaan wordt dat 'ras' een fundamentele determinant is van de intellectuele, fysieke of andersoortige capaciteiten van mensen én daarbij het ene ras superieur stelt aan een ander ras. Racisme komt terug in systemen en structuren in de samenleving, in persoonlijke overtuigingen en het handelen van mensen (26).

Seksisme is een ideologie of denken waarbij veronderstelt wordt dat bepaalde biologische eigenschappen, zoals de chromosomen, voorplantingsorganen en hormonen (sekse) en bepaalde eigenschappen die in de samenleving bestempeld worden als 'vrouwelijk' dan wel 'mannelijk' superieur zijn aan andere. Ook seksisme komt terug in systemen en structuren in de samenleving, in persoonlijke overtuigingen en het handelen van mensen. Cisnormativiteit is een ideologie of denken waarin er van uitgegaan wordt dat ieders genderidentiteit overeenkomt met het geboortegeslacht. Vanuit deze ideologie worden mensen die een genderidentiteit en/of -expressie hebben die niet overeenkomt met hun biologische geslacht als 'afwijkend' beschouwd. Ook 18

cisgenderisme komt terug in systemen en structuren in de samenleving, in persoonlijke overtuigingen en het handelen van mensen. Cisgenderisme kan samengaan met transfobie: een angst voor transmensen en transseksualiteit wat kan leiden tot vijandig en discriminerend gedrag. Heteroseksisme is een ideologie of denken waarin hetero zijn (je romantisch en/of seksueel aangetrokken voelen tot het andere geslacht) als natuurlijke toestand en norm van de mens beschouwd wordt (vandaar dat de term heteronormativiteit ook wel gebruikt wordt). Volgens die norm zijn er twee complementaire en tegenover elkaar staande geslachten (man en vrouw) met eigen sociale rollen. Binnen die rollen bezitten enkel mannen mannelijkheid en vrouwen vrouwelijkheid. Seksuele geaardheid en oriëntatie maakt deel uit van die rol. De verwachting dat vrouwen op mannen vallen en mannen seksueel worden aangetrokken tot vrouwen, is heteronormatief. Andere geaardheden worden in deze context gezien als afwijkend. Ook heteroseksisme komt terug in systemen en structuren in de samenleving, in persoonlijke overtuigingen en het handelen van mensen. Heteroseksisme gaat vaak samen homofobie, transfobie en bifobie (27). Validisme is een ideologie of denken waarin het hebben van een beperking wordt gezien als een stoornis en tekortkoming (28).

Niet beperkt zijn wordt als norm gezien en gehanteerd waardoor mensen met een beperking uitgesloten, beperkt en achtergesteld worden. Het Center of Disability Rights definieert validisme als "Overtuigingen en praktijken die mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychiatrische handicap devalueren en discrimineren, en berust vaak op de aanname dat mensen met een beperking op de een of andere manier 'gerepareerd' moeten worden." (29, 30). Ook validisme komt terug in systemen en structuren in de samenleving, in persoonlijke overtuigingen en het handelen van mensen.

3.4.

Dimensies voor het analyseren van inclusiviteit in communicatie

Uit bovenstaande verkenning kunnen we een aantal dimensies afleiden die van belang zijn te onderzoeken als het gaat om inclusiviteit van communicatie: toegankelijkheid, diversiteit en representatie, woord- en terminologiegebruik, stereotypering en expliciete aandacht voor inclusie en anti-discriminatie. Toegankelijkheid Bij inclusiviteit gaat het in eerste instantie om vragen over toegankelijkheid: is de informatie voor iedereen toegankelijk en is deze voor iedereen begrijpelijk? Voor mensen die het Nederlands als tweede taal hebben gaat het dan bijvoorbeeld om de vraag of de informatie beschikbaar in is verschillende talen. Voor mensen met een met een lichamelijke beperking (bijvoorbeeld een auditieve of een visuele beperking) gaat het dan om de vraag of informatie ook via andere kanalen en/of in andere vormen aangeboden wordt.

Bijvoorbeeld is er de mogelijkheid het lettertype op een website te vergoten? En is er de optie informatie op websites te laten voorlezen? Zijn gesproken items en filmpjes ondertiteld? En zijn de beelden op de website vergezeld van ALT tekst, zodat beelden in woorden kunnen worden omschreven voor diegene die een schermlezer gebruiken? Diversiteit en representatie Bij diversiteit en representatie gaat het er in eerste instantie om dat verschillende groepen mensen gerepresenteerd worden en dat verschillende groepen mensen zichzelf kunnen herkennen in tekst en beeld. Wordt er bijvoorbeeld in tekst verwezen naar verschillende sociale groepen? (denk bijvoorbeeld aan mensen met een beperking en mensen zonder een beperking). En zijn personen uit deze verschillende sociale groepen ook terug te zien in de beelden die gebruikt worden? Naast dat aandacht voor deze vragen belangrijk is zijn er bij het bieden van ruimte voor diversiteit en representatie een aantal valkuilen waar op gelet moet worden. Een eerste valkuil is dat individuen uit bepaalde sociale groepen alleen gerepresenteerd worden bij bepaalde (stereotype) 19

onderwerpen. Bijvoorbeeld wanneer er alleen naar mensen van kleur verwezen wordt als het om sport gaat, of naar mensen met een beperking wanneer het om specifieke voorzieningen gaat. Een tweede valkuil is dat identiteiten als statisch en eenvoudig gepresenteerd worden. Bijvoorbeeld wanneer er alleen verwezen wordt naar iemands etnische identiteit en andere identiteitsaspecten als gender, leeftijd, beroep onbenoemd blijven. Bij het ruimte bieden voor diversiteit en representatie is het dan ook belangrijk aandacht te besteden aan de meervoudigheid van identiteiten. Dit creëert tegelijk ook ruimte voor een intersectionele beschouwing van diversiteit: in relatie tot de verschillende indentiteitsaspecten kunnen verschillende vormen van ongelijkheid in kaart gebracht worden. Hierdoor kan zichtbaar worden hoe deze verschillende vormen van ongelijkheid samenwerken en elkaar versterken. Vaak wordt bijvoorbeeld genderongelijkheid gezien als losstaand van ongelijkheid op basis van etniciteit, kleur, klasse, seksuele oriëntatie of het hebben van een beperking. Echter, mensen zijn onderhevig aan verschillende vormen van ongelijkheid en die ervaring is meer dan de som der delen (31). In inclusieve communicatie worden deze verschillende meervoudige identiteiten van mensen benoemd en laten zien.

Woord- en terminologiegebruik Wat taal betreft is het belangrijk dat bewuste keuzes gemaakt worden wat betreft de termen die gebruikt worden om sociale groepen te duiden. Belangrijk is dat deze gebaseerd zijn op het huidige niveau van kennis en waar mogelijk specifiek, bewust person-first óf identity-first, en parallel zijn. Hiernaast is het voor inclusief woord- en terminologiegebruik ook belangrijk dat gebruikte termen aansluiten bij de termen die personen uit de sociale groepen zelf verkiezen, iets wat per context ook kan verschillen. Deze verschillende aspecten worden hieronder nader toegelicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=5e559eca-7b33-4d31-a1c3-de506252704c