CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1- Bestemmingsplan 'Chw Drielse Rijndijk 107' - tekst

Politieke Avond 28 februari 2024, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Bestemmingsplan 'Chw Drielse Rijndijk 107'23.979 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Chw Drielse Rijndijk 107

Chw Drielse Rijndijk 107

Inhoudsopgave Hoofdstuk1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Situering en begrenzing plangebied

7

1.3

Opzet bestemmingsplan

7

1.4

Geldende plannen

8

1.4.1

Algemeen

8

1.4.2

Facetplan "Woningsplitsing en verkamering"

8

1.4.3

Bestemmingsplan "Schuytgraaf, veegplan 2017"

8

1.4.4

Strijdigheid

9

1.5

Leeswijzer

10

Hoofdstuk2

Beschrijving plangebied

11

2.1

Inleiding

11

2.2

Ruimtelijke en functionele structuur

11

2.3

Verkeer en parkeren

12

2.4

Groenstructuur

12

2.5

Water

12

2.6

Monumenten en archeologie

12

Hoofdstuk3

Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkelingen

13

3.1

Inleiding

13

3.2

Ruimtelijke opzet en structuur

13

3.3

Toets aan ruimtelijk beleid

15

3.3.1 Rijksbeleid 3.3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

15

3.3.2 Provinciaal beleid 3.3.2.1 Omgevingsvisie Gelderland 3.3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland

16

3.3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.3.1 Concept-omgevingsvisie 3.3.3.2 Structuurvisie Arnhem 2020-2040 3.3.3.3 Duurzaamheid

18

3.4

Woonbeleid 3.4.1 De Arnhemse Woonprincipes 2025 3.4.1.1 Algemeen 3.4.1.2 Woonprincipes 2025 3.4.1.3 Wonen, Welzijn en Zorg versus Langer Zelfstandig Wonen

21

3.4.2

Toetsing van het initiatief aan de Arnhemse Woonprincipes 2025

22

Welstandsbeleid

22

3.5

3.5.1 Welstandsnota 2015 3.5.1.1 Algemeen 3.5.1.2 Toetsing aan de Welstandsnota 2015 3.6 3.6.1 2

21

22

Verkeer en mobiliteitsaspecten

24

Algemeen

24 "Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

Chw Drielse Rijndijk 107

3.6.1.1 Rijksbeleid 3.6.1.2 Provinciaal beleid 3.6.1.3 Gemeentelijk beleid 3.6.2

Plangebied

25

Hoofdstuk4

Milieu- en omgevingsaspecten

27

4.1

Inleiding

27

4.2

Geluid

27

4.2.1

Algemeen

27

4.2.2

Situatie plangebied

28

4.2.3

Conclusie

28

Luchtkwaliteit

28

4.3.1

Algemeen

28

4.3.2

Situatie plangebied

29

4.3.3

Conclusie

29

Hinder

29

4.4.1

Algemeen

29

4.4.2

Situatie plangebied

30

4.4.3

Conclusie

30

4.3

4.4

4.5

Externe veiligheid

30

4.5.1

Algemeen

30

4.5.2

Situatie plangebied

30

4.5.3

Conclusie

31

Groen en ecologie

31

4.6.1

Algemeen

31

4.6.2

Situatie plangebied

33

4.6.3

Conclusie

35

Water

35

4.7.1

Algemeen

35

4.7.2

Situatie plangebied

37

4.7.3

Conclusie

37

4.6

4.7

4.8

Bodem

37

4.8.1

Algemeen

37

4.8.2

Situatie plangebied

37

4.8.3

Conclusie

37

Cultuurhistorie en archeologie

38

4.9.1

Algemeen

38

4.9.2

Situatie plangebied

39

Stadsklimaat

40

4.10.1

Algemeen

40

4.10.2

Situatie plangebied

40

Duurzaamheid

40

4.11.1

Algemeen

40

4.11.2

Situatie plangebied

40

M.e.r. - beoordeling

41

Algemeen

41

"Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

3

4.9

4.10

4.11

4.12 4.12.1

Chw Drielse Rijndijk 107

4.12.2

Situatie plangebied

42

Hoofdstuk5

Planbeschrijving en -verantwoording

43

5.1

Inleiding

43

5.2

Opzet van de regels

43

5.2.1

Inleidende regels

43

5.2.2

Bestemmingsregels

43

5.2.3

Algemene regels

44

5.2.4

Overgangs- en slotbepalingen

44

5.3

Verantwoording van de regels

44

5.3.1

Algemeen

44

5.3.2

Afzonderlijke bestemmingen

45

5.3.3

Wonen

45

5.3.4

Waarde - Archeologie (hoge verwachting)

45

5.3.5

Waterstaat - Waterkering

45

5.4

Handhaving

46

5.5

Exploitatie

46

Hoofdstuk6

Procedure

47

6.1

Vooroverleg

47

6.2

Terinzagelegging (ontwerp-bestemmingsplan)

47

Hoofdstuk1

Inleidende regels

50

Artikel 1

Begrippen

50

Artikel 2

Wijze van meten

54

Hoofdstuk2

Bestemmingsregels

56

Artikel 3

Agrarisch met waarden

56

Artikel 4

Groen

56

Artikel 5

Tuin

56

Artikel 6

Wonen

57

Artikel 7

Waarde - Archeologie (hoge verwachting)

58

Artikel 8

Waarde - Landschap

60

Artikel 9

Waterstaat - Waterkering

61

Hoofdstuk3

Algemene regels

62

Artikel 10

Anti-dubbeltelregel

62

Artikel 11

Algemene bouwregels

62

Artikel 12

Algemene gebruiksregels

62

Artikel 13

Algemene afwijkingsregels

62

Artikel 14

Overige regels

63

Artikel 15

Woningsplitsing en verkamering

64

Artikel 16

Strijdig gebruik kamergewijze bewoning

65

Hoofdstuk4

Overgangs- en slotregels

66

Artikel 17

Overgangsrecht

66

Artikel 18

Slotregel

66

4

"Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

Chw Drielse Rijndijk 107

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Landschappelijk inpassingsplan

Bijlage 2

Quickscan Wet natuurbescherming

Bijlage 3

Stikstofdepositie-onderzoek

Bijlage 4

Onderbouwing versterking Groene ontwikkelingszone

Bijlage 5

Verkennend bodem- en asbestonderzoek

Bijlage 6

Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek

Bijlagen bij de regels Bijlage 1

Landschappelijk inpassingsplan

"Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

5

Chw Drielse Rijndijk 107

6

"Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

Chw Drielse Rijndijk 107

Toelichting bij het bestemmingsplan 'Chw Drielse Rijndijk 107' (plannummer: NL.IMRO.0202.1043-0301)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Drielse Rijndijk 107 is een voormalig agrarisch bedrijf aanwezig. De eigenaar is voornemens de agrarische bedrijfsbebouwing te slopen en een nieuwe, vrijstaande woning te bouwen. De bestaande bedrijfswoning wordt omgevormd naar een reguliere woning. Voor dit voornemen is een herziening van het bestemmingsplan nodig.

1.2

Situering en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan de Drielse Rijndijk en wordt begrensd door met name weilanden. De begrenzing is op de verbeelding (plankaart) en in figuur 1 weergegeven. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door een woonerf met groenstructuren. Aan de overige zijden wordt het plangebied omgeven door een relatief open, agararisch landschap. Hier zijn een aantal groenstructuren aanwezig, met name bosschages. Ten noorden van het plangebied loopt de Nederrijn.

Begrenzing plangebied

1.3

Opzet bestemmingsplan

Een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en gaat vergezeld van een toelichting. Op de kaart zijn de bestemmingen door middel van kleuren en tekens aangegeven. De regels bevatten de materiële inhoud van de bestemmingen. Deze bestemmingsplanonderdelen vormen tezamen het juridische toetsingskader voor ruimtelijke en functionele ontwikkelingen in het plangebied. De toelichting bevat met name de aan het plan ten grondslag liggende gedachten. Dit plan is conform de Wro vormgegeven volgens de SVBP (Standaard voor vergelijkbare "Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

7

Chw Drielse Rijndijk 107

Bestemmingsplannen) 2012. De SVBP geeft voorschriften over inrichting van de kaart (kleuren en tekens) en de opbouw van de regels. Diverse facetbelangen zijn door andere regelgeving gewaarborgd, bijvoorbeeld de Wabo, de Wet milieubeheer, de Huisvestingswet en de Monumentenwet. Het is niet nodig dat het bestemmingsplan dezelfde waarborgen nogmaals schept.

1.4

Geldende plannen

1.4.1

Algemeen

Voor het plangebied geldt het facetplan “Woningsplitsing en verkamering” en het bestemmingsplan “Schuytgraaf veegplan 2017”. 1.4.2

Facetplan "Woningsplitsing en verkamering"

Dit plan is vastgesteld op 28 oktober 2020 en regelt de splitsing en verkamering van gebouwen waar wonen is toegestaan. De regels van dit plan gelden aanvullend op alle bestemmingsplannen waar wonen is toegestaan. De regels van dit plan zijn, voor zover van toepassing, overgenomen in dit bestemmingsplan. 1.4.3

Bestemmingsplan "Schuytgraaf, veegplan 2017"

Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan Schuytgraaf, veegplan 2017, vastgesteld door de gemeenteraad op 5 maart 2018. Agrarisch met waarden Voor het plangebied geldt de bestemming 'Agrarisch met waarden'. Hiermee zijn deze gronden in hoofdzaak bestemd voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf. Ter plaatse is een bouwvlak opgenomen, waarbinnen een maximum bebouwingspercentage van 30% en een maximum bouwhoogte van 8 meter geldt. Dubbelbestemming “Waarde – Archeologie (hoge verwachting) Verder geldt voor het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie (hoge verwachting)'. Hiermee zijn deze gronden mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. Dubbelbestemming “Waterstaat - Waterkering" Voor het noordelijke deel van het plangebied geldt nog de dubbelbestemming 'Waterstaat Waterkering'. Hiermee zijn deze gronden mede bestemd voor een waterkering en de daarvoor benodigde voorzieningen.

8

"Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

Chw Drielse Rijndijk 107

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Schuytgraaf, veegplan 2017 1.4.4

Strijdigheid

In het geldende bestemmingsplan is onder artikel 3.3.2 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor de omschakeling van een agrarisch bedrijf naar een woning. Op grond van dit artikel zijn burgemeester en wethouders bevoegd het bestemmingsplan plan te wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ naar de bestemming ‘Wonen’. Daarvoor gelden de volgende voorwaarden: a. voor bewoning mag worden gebruikt de op het moment van het ter inzage leggen van het ontwerp van het besluit bestaande bedrijfswoning(en); b. de karakteristiek van het gebouw en de complexiteit van het (voormalige) boerenerf alsmede de landschappelijke kenmerken dienen zoveel mogelijk behouden te blijven; c. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van in de omgeving aanwezige functies en waarden; d. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; e. de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan moet zijn gewaarborgd, in verband waarmee in elk geval aangetoond moet worden: 1. dat bodemsanering niet noodzakelijk is dan wel vóór uitvoering van het wijzigingsplan zal plaatsvinden; 2. dat geen onevenredige aantasting van aan de grond eigen zijnde archeologische waarden zal plaatsvinden dan wel geen ingrepen in de bodem zullen worden verricht; 3. dat het wijzigingsplan financieel uitvoerbaar is.

Deze wijzigingsbevoegheid is echter niet toereikend genoeg voor het voornemen. Het aantal woningen mag namelijk niet vergroot worden. Daarom is deze wijzigingsbevoegdheid niet toepasbaar. In de nieuwe situatie zal het perceel wel één erf blijven en de landschappelijke kenmerken worden zoveel mogelijk behouden. Zie hiervoor paragraaf 3.2.

"Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

9

Chw Drielse Rijndijk 107

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding beschrijft Hoofdstuk 2 de bestaande situatie in en om het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van de uitgangspunten, de ruimtelijke en programmatische aspecten van de gewenste ontwikkeling en het rijks- en provinciaal beleid. In Hoofdstuk 4 komen de relevante milieu- en omgevingsthema's aan bod. Hoofdstuk 5 beschrijft de plansystematiek. Hoofdstuk 6 beschrijft de procedure.

10

"Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

Chw Drielse Rijndijk 107

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving plangebied

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt eerst ingegaan op de huidige ruimtelijke en functionele structuur in en om het plangebied. Vervolgens wordt ingegaan op de aspecten verkeer en parkeren, monumenten en archeologie, groenstructuur en tot slot water.

2.2

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied ligt aan de rand van de Vinex-wijk Schuytgraaf, op circa 4,5 kilometer ten zuidwesten van het centrum van Arnhem. Schuytgraaf wordt in het noorden begrensd door de Drielse Rijndijk; langs deze dijk liggen een aantal boerderijen, waaronder die in het plangebied. Parallel aan de dijk ligt aan de zuidzijde de Achterstraat, een landelijke weg met populierbeplanting met aan weerszijden een aantal woonhuizen en boerderijen. In het noordwesten wordt het plangebied begrensd door de Vogelenzangsestraat - Van de Schutgraafseweg, die hierop aantakte, is vooral de oorspronkelijke laan- en erfbeplanting behoudenswaardig. De nabije omgeving van het plangebied kenmerkt zich door zijn groen karakter met tegelijkertijd een aanwezigheid van verschillende stedelijke functies. Het in het noordwesten van Arnhem gelegen buitengebied vervult daarom ook recreatieve en maatschappelijk doeleinden. In het plangebied is een voormalige veehouderij aanwezig. Ruim 10 jaar geleden is de vergunning ingetrokken. Voorheen werden hier vleesvarkens en jongvee gehouden. De agrarische bebouwing is nog steeds aanwezig, evenals de bedrijfswoning. Het plangebied heeft een omvang van circa 3200 m2. De toegangsweg van het plangebied bevindt zich in de huidige situatie aan de noordzijde van het perceel. Dit betreft een inrit vanaf de Drielse Rijndijk.

Het parkeren ten behoeve van de woning vindt plaats op eigen terrein, binnen het plangebied.

Ligging plangebied in de omgeving

"Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

11

Chw Drielse Rijndijk 107

2.3

Verkeer en parkeren

Het plangebied ligt aan de Drielse Rijndijk, een relatief rustige weg waar een maximumsnelheid van 60 km/u geldt.

2.4

Groenstructuur

Het plangebied was voorheen in gebruik door het agrarisch bedrijf. Langs de perceelsranden zijn bomen en struiken aanwezig.

Bestaande situatie

2.5

Water

Aan de zuidoostelijke hoek van het plangebied loopt een sloot. Dit betreft een B-watergang.

2.6

Monumenten en archeologie

De bestaande bebouwing in het plangebied is niet aangemerkt als rijks- of gemeentelijke monumenten en zijn niet karakteristiek of anderszins beschermingswaardig. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 4.9.

12

"Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

Chw Drielse Rijndijk 107

Hoofdstuk 3 Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkelingen 3.1

Inleiding

Hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande situatie in en om het plangebied. Dit hoofdstuk gaat over de ontwikkeling in het plangebied en de uitgangspunten die naar aanleiding van de analyse zijn opgesteld.

3.2

Ruimtelijke opzet en structuur

In het kader van het IB advies voor dit plan is het kavelpaspoort van de Achterstraat en omgeving relevant. Hierin zijn de volgende verkavelings- en bebouwingsregels opgesteld. Verkavelingsregels Om de bestaande landschappelijke karakteristieken te kunnen handhaven zijn de volgende verkavelingsregels opgesteld voor de kavels die geen deel uitmaken van de afzonderlijke velden: 1. Bebouwing staat in lijn met de verkavelingsrichting 2. Bouwvlak voor hoofdbebouwing. De Achterstraat wordt gekenmerkt door ruime doorzichten naar het nu nog achterliggende agrarische land. Om het bestaande beeld van doorzichten te behouden is het van belang om een onderlinge, minimale afstand tussen bouwwerken vast te stellen. Hiervoor dient een afstand tot de perceelgrens aan de voor- en zijkant aangehouden te worden. Woningen staan minimaal 5 meter achter de voor- perceelsgrens en hebben een afstand van minimaal 3,5 meter tot de zijperceelsgrens, zie schets. Indien bouwvolumes worden geclusterd is onderstaande niet van toepassing maar worden ruimere doorzichten van minimaal 15 meter voorgeschreven. 3. Bijgebouwen/garages. Bijgebouwen liggen bij voorkeur minimaal 10 meter achter de voorgevel. Bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw en staan bij voorkeur los van het hoofdgebouw achter op het perceel. De aan- en bijgebouwenregeling is van toepassing. 4. Ontsluiting.

Het perceel wordt ontsloten vanaf de Achterstraat d.m.v. een brug of duiker. 5. Erfafscheidingen. Erfafscheidingen zijn per definitie groen en de soortkeuze is landschappelijk. Aan de voorzijde van de woning in de vorm van een lage haag (max. 1.50m) conform het beeld langs de gehele achterstraat. 6. Erfbeplantingen. Erven langs de Achterstraat hebben een zware erfbeplanting. Het gebruik van erfbeplantingen bestaat vermoedelijk al eeuwenlang in het gebied en daarmee vertegenwoordigt het bestaande beplantingspatroon historische waarde. Deze beplanting bestaat voornamelijk uit loofhout. Coniferen en naaldhout komen nauwelijks voor. Door het erf op een landschappelijke manier in te richten, voegt deze zich naar het historische, betuwse landschap. Bebouwingsregels Om ervoor te zorgen dat de Achterstraat ook in de toekomst niet alleen als landschappelijke of stedenbouwkundige eenheid herkenbaar is, maar ook in architectonisch opzicht een zekere verwantschap laat zien, zijn de volgende bebouwingsregels opgesteld: 1. Volume. De bebouwing voegt zich in het bebouwingsbeeld van de bestaande (oudere) bebouwing met een lage dakvoet. Het volume heeft een eenvoudige plattegrond, bij voorkeur rechthoekig. 2. Daken. De dakvorm is dominant. Enkelvoudige dakvorm in pannen of riet. Bij voorkeur een zadeldak of vergelijkbaar type, noklijn haaks op de weg. De goot ligt tussen 3 en 4 meter.

Een lessenaarsdak of plat dak passen niet in de karakteristiek van bebouwing aan de Achterstraat. 3. Gevels. Bij toepassing van een eenvoudige hoofdmassa kan er voor de materialisering van de gevel gekozen worden uit een grote keuze van bouwmaterialen. Natuurlijk baksteen (in aardse tinten) en hout, maar ook glas, metalen of kunststoffen. De materialen hebben hun natuurlijke kleur. De detaillering dient zich te voegen in de uitstraling van de bebouwing in de Achterstraat, namelijk ambachtelijk en ingetogen. 4. Aanbouwen zoals dakkapellen, erkers, luifels en carports hebben het materiaal van het hoofdvolume en zijn eenvoudige geometrische vormen die niet sterk contrasteren met het hoofdvolume. Ze zijn duidelijk ondergeschikt aan het hoofdvolume. Dit is conform de bestaande karakteristieke boerderijen langs de Achterstraat.

"Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

13

Chw Drielse Rijndijk 107

Nieuwe inrichting Paragraaf 2.2 heeft reeds de ruimtelijke opzet en structuur van de omgeving beschreven. Dit zal gehandhaafd blijven. Voor dit plan is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, dat is opgenomen als Bijlage 1. Voor een nadere beschrijving van de bestaande situatie, nieuwe situatie, referenties en een analyse van het landschap wordt verwezen naar het landschappelijk inpassingsplan. Hierna wordt de nieuwe inrichting kort toegelicht. De agrarische bedrijfsgebouwen zullen gesloopt worden. Alleen het bestaande bijgebouw, dat tegen de woning is aangebouwd, blijft behouden. In totaal zal circa 730 m2 gesloopt worden. Daarvoor in de plaats wordt er een nieuwe schuurwoning van circa 104 m2 gebouwd, evenals twee (geschakelde) bijgebouwen van elk 63 m2. De totale afname aan bebouwing op het perceel komt daarmee neer op circa 500 m2. De nieuwe situatie gaat hiermee goed aansluiten op de kenmerken van de omgeving. Kenmerkend voor de erven lang de dijk is namelijk dat de kopgevels van de woningen zich richting de dijk oriënteren. Vanwege de bebouwingsvrije zone langs de dijk, om toekomstige dijkversterkingen mogelijk te maken, wordt de nieuwe woning op wat grotere afstand van de dijk geplaatst dan de bestaande woning. Naast de afname van bebouwing, zal de ruimtelijke kwaliteit verbeterd worden door een goede landschappelijke inpassing.

De bestaande rijen bomen langs de noordelijke perceelsgrens blijven behouden. Verder wordt bij beide woningen in de voortuin een struweelhaag aangelegd. Dit worden gemengde doornhagen, bestaande eensteilige meidoorn, gewone vlier, hazelaar, wilde liguster, veldesdoorn en Gelderse roos. Langs de zuidelijke perceelsgrens en in de zuidwestelijke hoek worden twee houtsingels aangelegd, bestaande uit es, els, meidoorn, sleedoorn, veldesdoorn, hazelaar, Gelderse roos of kardinaalsmuts. Voor de nieuwe woning wordt nog een solitaire boom (walnoot) geplant. Tevens wordt er langs de zuidelijke perceelsgrens een nieuwe sloot aangelegd ten behoeve van de hemelwaterafvoer van de (nieuwe) gebouwen. Voor de nieuwe woning wordt een solitaire boom (walnoot) aangelegd. Het perceel zal nog steeds ontsloten blijven via de bestaande inrit, die aansluit op de Drielse Rijndijk. De inrit loopt door tot de (nieuw aan te leggen) erven rondom de woningen. De verharding zal bestaan uit gebakken klinkers. Bij elke woning zal ruimte zijn om minimaal 3 auto's te parkeren. In het kader van natuurinclusief bouwen worden een aantal ecologische voorzieningen getroffen. Op het nieuwe bijgebouw bij de bestaande woning wordt een nestkast voor vleermuizen aangelegd en bij het bijgebouw voor de nieuwe woning komt een nestkast voor huismussen.

Tot slot wordt in het zuidelijke deel van het plangebied nog een insectenhotel aangelegd.

14

"Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

Chw Drielse Rijndijk 107

Landschappelijk inrichtingsplan

3.3

Toets aan ruimtelijk beleid

3.3.1

Rijksbeleid

3.3.1.1 Nationale Omgevingsvisie(NOVI) De NOVI is vastgesteld in 2020 en vervangt de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte uit 2012. Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving voor Nederland in 2050. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2023 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Het Rijk wil sturen en richting geven op vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De belangen zijn van een "Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

15

Chw Drielse Rijndijk 107

hoog abstractieniveau en hebben niet direct betrekking op een voorliggende opgave van beperkte omvang. Wel draagt het plan bij aan de woningvoorraad. Het plan levert een bescheiden bijdrage aan de nationale belangen die geformuleerd zijn in de NOVI. 3.3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking.is sinds 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is om te komen tot een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Dit plan voorziet in een nieuwe vrijstaande woning. Daarmee is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

3.3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) uit 2011 voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid, zoals dat is neergelegd in het SVIR en het geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Het gaat hierbij dan onder meer om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, Grote Rivieren, Defensie, Ecologische Hoofdstructuur, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening en leidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere pkb's met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. In de SVIR wordt een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau gegeven. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Deze uitspraken kunnen de inhoud van bestemmingsplannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken.

Gelet op de ligging van het plangebied, alsmede de aard en omvang van de beoogde planontwikkeling dat in het voorliggende bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, wordt geconcludeerd dat er geen strijdigheid is met het nationaal ruimtelijk belang, zoals neergelegd in het Barro. De genoemde onderwerpen hebben geen betrekking op het plangebied. 3.3.2

Provinciaal beleid

3.3.2.1 OmgevingsvisieGelderland Algemeen De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, vastgesteld door Provinciale Staten van Gelderland op 19 december 2018 is samen met de geactualiseerde Omgevingsverordening op 1 maart 2019 in werking getreden. Stadsregio Arnhem Nijmegen Arnhem-Nijmegen wordt gekenmerkt door: het grootste stedelijke netwerk van Oost-Nederland; hoge kwaliteit van het voorzieningenniveau; kennisinstellingen: universiteit en hogescholen; de strategische ligging halverwege de Randstad en het Ruhrgebied; economische kracht: brede basis en topsectoren; goede bereikbaarheid over weg, water en spoor; de combinatie van stedelijke kwaliteiten en een mooie natuurlijke omgeving. De kwaliteiten van de regio bepalen in belangrijke mate de ontwikkelingsmogelijkheden en daarmee ook de concurrentiepositie van Gelderland in internationaal en nationaal verband. De innovatieve kwaliteiten 16

"Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

Chw Drielse Rijndijk 107

bepalen de potenties van de regio. De inzet van gemeenten, maatschappelijke organisaties, ondernemers en provincie is nodig om in te kunnen spelen op de opgaven in de in de Stadsregio Arnhem Nijmegen. De gezamenlijke inspanningen richten zich op vier speerpunten: Innovatie en economische structuurversterking; Bereikbaar en verbonden; Sociaal economische vitaliteit en verstedelijking; Gebiedskwaliteiten benutten. Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland Onderhavig initiatief leidt tot een kwaliteitsverbetering in en in de omgeving van het plangebied. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan een regionaal beleidskader voor de functieverandering van voormalige agrarische bedrijfslocaties. 3.3.2.2 OmgevingsverordeningGelderland De Omgevingsverordening Gelderland wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal.

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. 3.3.2.2.1 Relevante artikelen Artikel 2.2 Artikel 2.2 (doorwerking regionale woonagenda) bepaalt dat een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Toetsing Dit plan voorziet in een nieuwe vrijstaande woning. Dit past binnen de vastgestelde regionale woonagenda. Artikel 2.38 Op de kaart 'Water en Milieu' ligt het plangebied in een intrekgebied. Artikel 2.38 bepaalt het volgende: Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Intrekgebied maakt de winning van fossiele energie niet mogelijk. Toetsing Dit plan voorziet niet in de winning van fossiele energie. Artikel 2.52 Op de kaart 'Regels Natuur' is het plangebied gelegen binnen de Groene ontwikkelingszone. Artikel 2.52 bepaalt hierover het volgende: 1. Voor zover een bestemmingsplan van toepassing is op locaties binnen de Groene ontwikkelingszone, laat het een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als uit onderzoek blijkt dat: a.

de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt; en b. de samenhang niet verloren gaat. 2. Gedeputeerde Staten stellen regels vast om de versterking uit te werken. "Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

17

Chw Drielse Rijndijk 107

Het plangebied is gelegen in deelgebied 'Uiterwaarden Neder-Rijn Arnhem - Heteren'. De kernkwaliteiten voor dit deelgebied zijn als volgt: Laagdynamische rivier met enige geologische en geomorfologische dynamiek, water-, sediment- en diasporentransport; ecologisch kerngebied én verbinding tussen Midden-Europa en de Noordzeekust onderdeel van Nationaal Landschap Veluwe Overgangen tussen de Veluwe en het dal van de Neder-Rijn met landgoederen, beken en kwelzones Renkumse Poort: uitwisselingsgebied van planten en dieren tussen de Veluwe en het dal van de Neder-Rijn; bij Renkum inmiddels vrij beekdal (bedrijventerrein gesaneerd), bij Doorwerth onbebouwde contactzone natuurcomplexen Meinerswijk, Rosandepolder en Doorwerthsche Waarden ecologische verbinding KAN stroomdalgraslanden, hagen en zachthoutooibos in kleiputten, hardhoutooiboselementen langs de stuwwal en bij Kasteel Doorwerth waarden voor weidevogels, water- en moerasvogels, vleermuizen, amfibieën, visssen, ringslang en bever leefgebied steenuil leefgebied kamsalamander en ringslang kleinschalige landschappen met strangen, hagen en singels, knotwilgen Limes met castella cultuurhistorische waarden van de uiterwaarden, oude kavelpatronen, doorbraakkolken, waterstaatswerken (kades en sluisjes), kleiwinningen onbebouwdheid van de uiterwaarden (enkele steenfabrieken, waterstaatswerken) rust, ruimte en duisternis m.u.v.

de omgeving van stedelijke gebieden abiotiek: aardkundige waarden (o.m. reliëf van oeverwallen, strangen en andere stromingspatronen), kwel, bodem Toetsing Met onderhavig initiatief wordt een agrarisch bouwperceel herbestemd. Dit betreft een kleinschalige ontwikkeling. Er wordt circa 780 m2 aan bestaande bedrijfsbebouwing gesloopt en er wordt een nieuwe woning van circa 117 m2 gebouwd. Bij zowel de nieuwe als bestaande woning wordt een nieuw bijgebouw gebouwd van elk circa 63 m2. Verder wordt de nieuwe bebouwing landschappelijk ingepast, waarmee een aanzienlijke verbetering op het perceel zelf wordt bereikt. Gezien de aard en de kleinschaligheid van het initiatief komen de kernkwaliteiten van het betreffende deelgebied niet in het geding. De singels langs het plangebied worden versterkt. De provincie heeft een rekensysteem ten aanzien van versterking van de Groene ontwikkelingszone. Hieruit komt door onderhavige ontwikkeling een positief saldo naar voren. De opheffing van een agrarisch bouwperceel weegt namelijk zwaarder dan de komst van een nieuwe woning en woonbestemming. Er is dus geen extra vereiste versterking nodig. In paragraaf 4.6.2 en Bijlage 4 wordt daar verder op ingegaan. 3.3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.3.1 Concept-omgevingsvisie De omgevingsvisie gaat over de toekomst van de leefomgeving van Arnhem. Het geeft een beeld van Arnhem in 2040. De omgevingsvisie is in concept gereed. Het aantal inwoners in Arnhem neemt toe. Het aantal eenpersoonshuishoudens gaat groeien. Daarnaast is er ruimte nodig om de klimaatveranderingen op te vangen en om de transitie naar duurzame energie mogelijk te maken. De ruimte is beperkt. Hoe we als Arnhem tot 2040 met deze thema's omgaan in de ruimte, staat in de omgevingsvisie. Samen met de stad heeft de gemeente Arnhem van 16 september 2020 tot en met februari 2021 een omgevingsvisie opgesteld. Het voorontwerp van de omgevingsvisie is klaar en aan de gemeenteraad aangeboden.

18

"Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

Chw Drielse Rijndijk 107

Het plangebied ligt in deelgebied Arnhem-Zuid. De volgende ambities, voor zover relevant, zijn voor dit deelgebied benoemd: Nieuwe ontwikkelingen zorgen voor meer variatie in het woningaanbod en nieuwe werkplekken. Een nieuwe ontwikkeling levert geen druk op de openbare ruimte (extra m2 verharding en parkeren) en maakt gebruik van duurzame mobiliteitsconcepten of gebouwd parkeren. We versterken de bestaande groene en blauwe structuren. Toetsing Het plan voorziet in een nieuwe, vrijstaande woning. Daarnaast wordt de bedrijfswoning een burgerwoning. Praktisch worden hiermee twee woningen toegevoegd aan de woningvoorraad van Arnhem. Het plangebied krijgt een groene inrichting en het hemelwater wordt in het plangebied geïnfiltreerd in de bodem. Dit plan zorgt niet voor een druk op de openbare ruimte. Het plangebied ligt in de Groene ontwikkelingszone. In paragraaf 3.3.2.2.1 is onderbouwd dat met het rekensysteem van de provincie Gelderland ten aanzien van het versterken van de Groene ontwikkelingszone, dit plan per saldo zorgt voor een positieve versterking. 3.3.3.2 StructuurvisieArnhem 2020-2040 Algemeen Het gebruik van de ruimte in een stad verandert voortdurend. De gemeentelijke structuurvisie is een belangrijk kader voor het beoordelen en entameren van ruimtelijke initiatieven en plannen in de stad.

In december 2012 is de Structuurvisie Arnhem 2020 met doorkijk 2040 vastgesteld door de gemeenteraad. De structuurvisie benoemt de belangrijkste principes voor het ruimtelijk ontwikkelingsperspectief van de stad en geeft een uitwerking van dit perspectief zowel naar een aantal thema's als naar gebieden in de stad, de zogenaamde 'koersgebieden'. In deze nieuwe structuurvisie wordt op de eerste plaats de bestaande ruimtelijke hoofdstructuur van de stad gekarakteriseerd, aansluitend wordt het ruimtelijk ontwikkelingsperspectief aan de hand van een aantal principes benoemd. Het ruimtelijk ontwikkelingsperspectief is uitgewerkt in een aantal thema's die van belang zijn voor de ruimtelijke koers van de stad en in bestaande ruimtelijke milieus en koersgebieden (ontwikkelingen). Het plangebied valt voor wat betreft ruimtelijk milieu binnen de 'Stad van Vinex', waarbij een meer stedelijke opzet wordt nagestreefd. Schuytgraaf is in de structuurvisie opgenomen als een locatie voor woningbouw in de periode tot 2020 en na 2020. De essentie van het woningbouwbeleid van de structuurvisie is als volgt samengevat: de bewoner centraal; zijn woonwensen en zijn mogelijkheden om daarin te kunnen kiezen op verschillende locaties in de stad zijn dominant bij het maken van woningbouwprogramma’s; wijken met een gedifferentieerde woningvoorraad; Arnhem wordt nog aantrekkelijker als woon- en werkstad.

Thema 'Wonen' Nederland krijgt in de toekomst te maken met twee belangrijke demografische ontwikkelingen die met elkaar samenhangen: vergrijzing en bevolkingskrimp. De regionale verschillen in bevolkingsopbouw zullen binnen Nederland groter worden. In Arnhem is voor de komende periode nog groei voorzien. Voor de periode tot ca. 2030 is sprake van een behoefte aan bruto 12.000 nieuw te bouwen woningen, inclusief vervanging en sloop. De feitelijke realisatie van nieuwbouwwoningen in de komende jaren hangt af van de afzetkansen op de markt. Vanaf 2030 is de verwachting dat de groei zal afvlakken en mogelijk zal omslaan naar een daling van de bevolking in Arnhem. Nieuwbouwprogramma's zullen dan vooral bestaan uit vervangende nieuwbouw. Toetsing Dit plan voorziet in een nieuwe, vrijstaande woning. In plaats hiervoor wordt de bestaande agrarische bebouwing gesloopt. Praktisch worden hiermee twee regulieren woningen toegevoegd aan de woningvoorrraad. Hiermee is dit plan in overeenstemming met de structuurvisie. 3.3.3.3 Duurzaamheid New energy made in Arnhem 2020 - 2030 Het gemeentelijke beleid op het gebied van energie is vastgelegd in het 'Programmaplan New energy "Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

19

Chw Drielse Rijndijk 107

made in Arnhem 2020 - 2030' (vastgesteld door de raad op 29 januari 2020). Arnhem wil een actieve regierol innemen bij de energietransitie in de wijken. De uitgangspunten en aanpak zijn vastgesteld in ‘De Arnhemse aanpak van de wijkgerichte energietransitie’ (vastgesteld op 17 april 2019). Twee belangrijke uitgangspunten uit dit beleidskader voor deze ontwikkeling zijn: De Trias Energetica is leidend: eerst besparen. De meest duurzame warmtebron heeft de voorkeur: minder duurzame bronnen zijn tijdelijk en decentrale bronnen gaan voor. Ruimte bieden voor Arnhemse innovaties In het programma NemiA 2020-2030 is ook aandacht voor energie innovaties. Waar in de komende jaren gewerkt wordt aan de gebouwde omgeving vragen wij om, waar mogelijk, (Arnhemse) innovatieve bedrijven mee te laten denken en mee te doen. Tempertuurregim vereiste - TVW Bij nieuwbouw wordt alleen LT- verwarming (lage temperatuur verwarming) toegestaan. Individueel dan wel collectief. Hieronder verstaan we: 35 tot 50 graden Celsius. Deze vereiste is in de Transitievisie Warmte opgenomen die op 17 februari 2022 is vastgesteld door de gemeenteraad.

Onderzoek naar mogelijkheden omgeving aardgasvrij maken - TVW Voor wat betreft de warmteoplossing vragen wij de initiatiefnemer verder te gaan dan alleen hun eigen ontwikkeling en onderzoek te doen naar de mogelijkheden om een deel van de omliggende gebouwde omgeving tevens van het aardgas af te halen. Het doel is om het momentum van de ruimtelijke ontwikkeling te benutten om ook (een deel van de) omliggende bestaande bebouwing van het aardgas af te halen. Dit loopt vooruit op de integrale benadering vanuit de omgevingswet. Deze doelstelling is vastgelegd in de Transitievisie Warmte opgenomen die op 17 februari 2022 is vastgesteld door de gemeenteraad. Energievisie De gemeente eist vanuit de structuurvisie bij gebiedsontwikkelingen van meer dan 50 woningequivalenten een energievisie van de initiatiefnemer. Energieneutraliteit is hierbij het streven. Met behulp van een energievisie kan een geschikte combinatie van energieconcepten gekozen worden. De energievisie brengt verschillende energieopties voor het besluit-gebied in beeld en beschrijft de consequenties daarvan. De visie kan uitgebreid worden tot een duurzaamheidsvisie door bijvoorbeeld ook thema's als duurzaam bouwen, afval, groen, water, mobiliteit en openbare ruimte mee te nemen. Circulair In de woondeal regio Arnhem-Nijmegen van 4 maart 2020 staat: 23.

In de nieuwe woningbouwplannen spannen partijen zich in om minimaal 25% circulair te laten ontwikkelen. 24. In het maken van plannen leggen partijen het accent onder andere op ketenbenaderingen, het sluiten van kringlopen en het benutten van hernieuwbare bronnen. Partijen stimuleren adaptief, biobased, modulair en aanpasbaar bouwen, circulair renoveren en nemen natuurinclusiviteit en klimaatadaptiviteit als verplicht onderdeel mee in de ontwerpopgaven. Hiermee wordt de groeiopgave met de groenopgave verbonden. Biobased bouwen heeft een grote impact op klimaat ten opzichte van cement en beton en biedt kansen voor regionale agro forestry en opleidingen.” Het percentage circulaire bouwmaterialen toetsen we in de eenheid kilogram (kg). We hebben de circulaire impactladder beschikbaar voor het toetsen van het percentage circulariteit in projecten. Deze impactladder maakt het mogelijk de mate van circulariteit in een woningbouwplan te meten. In algemene zin hanteren we bij circulair bouwen de volgende uitgangspunten: Het verminderen van materiaal & grondstoffengebruik, bijvoorbeeld door verdichting en renovatie i.p.v. nieuwbouw (R1 & R2) Het vergroten van het aandeel hergebruikte en gerecyclede materialen, in plaats van nieuwe materialen (R3, R4, R5). 20

"Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

Chw Drielse Rijndijk 107

Wanneer er tóch nieuwe materialen nodig zijn, het inzetten op biobased materialen zoals hout. Ontwerp toekomstbestendig: zorg ervoor dat componenten in de toekomst kunnen worden gedemonteerd zodat ze opnieuw te gebruiken zijn en zorg dat er materiaalpaspoorten en/of een gebouwpaspoort is waardoor informatie hierover te ontsluiten is. Toetsing Dit plan voorziet in een nieuwe, vrijstaande woning. In plaats hiervoor wordt de bestaande agrarische bebouwing gesloopt. De nieuwe woning wordt in het kader van duurzaamheid niet aangesloten op aardgas, en wordt voorzien van een warmtepomp en pv-panelen. Daarmee is dit plan in overeenstemming met de gemeentelijke duurzaamheidsambities.

3.4

Woonbeleid

3.4.1

De Arnhemse Woonprincipes 2025

3.4.1.1 Algemeen De Arnhemse Woonprincipes 2025 (de Arnhemse woonvisie, vastgesteld in 2015) zijn met brede participatie uit de stad tot stand gekomen. Deze Woonprincipes vormen tezamen de actualisering van de Woonvisie 2015 en de strategische koers die er voor moet zorgen dat Arnhem ook in de toekomst een woonstad blijft waar het voor iedereen aantrekkelijk is om te wonen, te leren, te werken en te leven. Bij het opstellen van de Woonprincipes is rekening gehouden met wet- en regelgeving en beleidskaders van andere overheden. Met instrumenten als het Volkshuisvestelijk kader, de Uitvoeringsagenda en het Procesplan (langer) Zelfstandig wonen, stuurt de gemeente in het woonprogramma op een kwalitatieve en gedifferentieerde woningvoorraad dat nu en in de toekomst kan voldoen aan de vraag en behoefte van alle woningzoekenden. Het fundament voor het Wonen in Arnhem ligt in de bestaande woningvoorraad, de transformatiemogelijkheden van gebouwen, en een aanvullende nieuwbouwopgave. Hiermee kan meer aanbod gecreëerd worden aan levensloopgeschikte woningen en woonvormen in verschillende prijsklassen, in koop en huur. Daarbij streven we met een gezonde mix aan diverse bevolkings-en inkomensgroepen naar prettige, veilige en toegankelijke woon-en leefomgevingen in wijken en buurten. 3.4.1.2 Woonprincipes 2025 De onderstaande vier pijlers vormen de hoofddoelen van de Woonprincipes: 1.

Duurzaam betaalbaar; hierbij zorgen we dat er voor elk inkomen voldoende passende sociale en betaalbare woningen beschikbaar zijn. Daarbij sturen we niet alleen op aantallen, maar streven we ook naar een goede prijskwaliteit en op de duurzaamheid van woningen in de nieuwbouw en in de bestaande woningvoorraad. 2. Levensloopgeschikt wonen; door meer levensloopgeschikte woningen aan de voorraad toe te voegen én bestaande woningen aan te passen of op te plussen, kunnen we mensen, gezond of beperkt, in verschillende levensfases van hun leven, een passende woonplek blijven bieden in Arnhem. 3. Aantrekkelijke woonstad; Arnhem heeft door zijn centrale ligging een bijzondere ruimtelijke en groene kwaliteit. Met de binnenstad, de Rijn en stadsparken in combinatie met wonen, leren, werken en verblijven maakt het de stad vitaler. Arnhem wil een aantrekkelijke woonstad zijn en blijven voor haar huidige inwoners, maar ook meer studenten en midden en hoge inkomens aan zich binden door het bieden van aantrekkelijke, levendige of bijzondere woonmilieus. 4. Wijken met identiteit; Elke wijk heeft zijn eigen herkenbare identiteit die recht doet aan de beleving van haar inwoners. Met deze variëteit wil de stad inzetten op een duurzame woon- en leefomgeving waar bewoners trots zijn op hun wijk, waar ze zich thuis en ook zelf verantwoordelijk voor voelen.

Dat palet van eigen identiteit en karakters van wijken draagt bij aan de aantrekkingskracht van Arnhem als woonstad. Deze vier pijlers van de woonprincipes zijn onlosmakelijk verbonden aan het overkoepelde thema Duurzaamheid. Tezamen vormen ze de ruggengraat van de Arnhemse Woonprincipes 2025.

"Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

21

Chw Drielse Rijndijk 107

3.4.1.3 Wonen, Welzijn en Zorg versusLanger Zelfstandig Wonen Er ligt op het gebied van Wonen, Welzijn en Zorg een stevige fysieke huisvestingsopgave. Naast het vergroten van de voorraad aan ligt er de opgave om voor bijzondere doelgroepen en m.n. voor mensen in kwetsbare posities meer geschikt en passend kleinschalig aanbod aan woonvormen of (beschutte, beschermde) woonconcepten te realiseren en te faciliteren dat het (langer) zelfstandig wonen, aangevuld wordt met arrangementen van (thuis)zorg, begeleiding, ondersteuning of toezicht en andere vormen van dienstverlening en welzijnsvoorzieningen in de directe of nabije woonomgeving kan worden geboden. 3.4.2

Toetsing van het initiatief aan de Arnhemse Woonprincipes 2025

Dit bestemmingsplan voorziet in een functiewijziging van een voormalig agarisch bedrijf, waarbij de bestaande bedrijfswoning wordt omgevormd tot reguliere woning en een extra vrijstaande woning wordt toegevoegd. Er worden dus twee woningen toegevoegd aan het woningaanbod van Arnhhem. Het perceel wordt hierbij landschappelijk ingepast. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan Arnhem als aantrekkelijke woonstad en wordt een deel van de woningbehoefte ingevuld. Dit plan is in overeenstemming met de woonprincipes.

3.5

Welstandsbeleid

3.5.1

Welstandsnota 2015

3.5.1.1 Algemeen De Arnhemse Welstandsnota is in 2015 vastgesteld. Arnhem is een aantrekkelijke stad om te wonen en te verblijven. Het uiterlijk van de stad draagt daar aan bij. De gemeente wil dat zo houden. Vanuit het oogpunt dat nieuwe bouwwerken in zijn algemeenheid moeten passen in hun omgeving vormt de bestaande stad het referentie- en inspiratiekader. Voor de meest voorkomende bouwwerken zijn in deze nota gebiedsgerichte criteria opgenomen. Deze criteria zijn per gebied ('géén toets', 'lichte toets' en 'zware toets') anders. Hierna is een kaart met de onderverdeling van de gebieden opgenomen en worden de gebieden nader toegelicht.

22

"Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

Chw Drielse Rijndijk 107

Welstandskaart 2015 Gebied met zware welstandstoets Voor gebieden met een bijzondere kwaliteit, zoals de binnenstad of Geitenkamp, blijven strengere regels voor de welstand gelden. De regels zijn bedoeld om de bijzondere en karakteristieke kenmerken te behouden. Ze gelden voor alle gevels die zichtbaar zijn vanaf het openbaar gebied. Gebied met lichte welstandstoets In gebieden die zich kenmerken door samenhang in het straatbeeld – bijvoorbeeld door een eenheid in dakvormen, architectuur of materiaalgebruik – is het van belang dat dit eigen karakter bewaard blijft. Welstandsregels voor dit niveau zijn beperkt en gaan alleen over het gevelbeeld en de daken die vanaf de straat zichtbaar zijn. Voor de achterkanten van gebouwen gelden geen regels, die zijn dus welstandsvrij. De regels zijn bedoeld om de kenmerken van het gevelbeeld in relatie tot het openbaar gebied op hoofdlijnen in stand te houden. Gebieden zonder welstandstoets In wijken met veel variatie in bouwstijl, in type woningen, oriëntatie van gebouwen op de openbare ruimte en dergelijke, worden aanvragen voor omgevingsvergunning voor het bouwen niet meer vooraf getoetst. Als een vergunning nodig is voor (ver)bouw dan blijven altijd de regels gelden die in het bestemmingsplan staan, zoals regels over grootte, bouwhoogte e.d. Maar de keuze voor materiaal, vorm en kleur is in deze gebieden vrij.

De verantwoordelijkheid voor de invulling ligt bij de bewoners en eigenaren. Welstand bij (her)ontwikkelingsopgaven "Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

23

Chw Drielse Rijndijk 107

Voor grootschalige (her)ontwikkelingen is een aparte werkwijze voor de totstandkoming van plannen opgenomen. Bij dergelijke, vaak complexe, opgaven is het noodzakelijk om de kwaliteitsbewaking goed te organiseren. Kwaliteitsteams zijn daarvoor een gewaardeerd middel. Realisering van complexe plannen vindt vaak over een langere periode plaats. zo'n langere termijn vereist een flexibele houding ten opzichte van (de invulling van) de opgave. Door het proces rondom kwaliteit te organiseren en niet de criteria vooraf vast te leggen wordt in deze opgaven maximaal de ruimte geboden voor creativiteit terwijl goed blijft toegezien op de kwaliteit van de plannen voor de stad. Door de inbreng van een kwaliteitsteam kan de regievoering op de kwaliteit van plannen, de samenhang tussen de deelprojecten en de samenhang met de omgeving /openbare ruimte gewaarborgd worden. 3.5.1.2 Toetsing aan de Welstandsnota2015 Het plangebied ligt in een gebied zonder welstandstoets. In wijken met veel variatie in bouwstijl, in type woningen, oriëntatie van gebouwen op de openbare ruimte en dergelijke, worden bouwaanvragen niet meer vooraf getoetst. Als de wetgeving zegt dat een vergunning nodig is voor (ver)bouw dan blijven altijd de regels gelden die in het bestemmingsplan staan, zoals regels over grootte, bouwhoogte e.d. Maar de keuze voor materiaal, vorm en kleur is in deze gebieden vrij.

De verantwoordelijkheid voor de invulling ligt bij de bewoners en eigenaren.

3.6

Verkeer en mobiliteitsaspecten

3.6.1

Algemeen

3.6.1.1 Rijksbeleid Op rijksniveau geeft de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 'Nederland concurrerend, bereikbaar leefbaar en veilig' (SVIR, 2012) de hoofdlijnen van het nationale verkeers- en vervoersbeleid voor de komende decennia. Het Rijk streeft naar een krachtige aanpak die gaat voor een excellent internationaal vestigingsklimaat, ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Het mobiliteitssysteem moet robuust en samenhangend worden, meer keuzemogelijkheden bieden en voldoende capaciteit hebben om de groei van de mobiliteit op de middellange (2028) en lange (2040) termijn op te vangen. De ambitie is dat gebruikers in 2040 beschikken over optimale ketenmobiliteit door een goede verbinding van de verschillende mobiliteitsnetwerken via multimodale knooppunten (voor personen en goederen) en door een goede afstemming van infrastructuur en ruimtelijke ontwikkeling. De regio Arnhem Nijmegen is aangeduid als stedelijke regio met een concentratie van topsectoren. Voor Arnhem is samenwerking tussen Rijk, decentrale overheden en bedrijfsleven relevant om een robuust hoofdwegennet en spoorwegennet, binnen de regio, tussen regio's en met het achterland te realiseren.

3.6.1.2 Provinciaal beleid In de provinciale Omgevingsvisie "Gaaf Gelderland" uit 2018, beschrijft de provincie hoe zij de komende tien jaar om wil gaan met onder meer bereikbaarheid. Een van de kerntaken van de provincie is namelijk te zorgen voor een goede regionale bereikbaarheid en een goed regionaal openbaar vervoer. De provincie geeft veel aandacht aan mobiliteitsbehoefte van inwoners en bedrijven in Gelderland, kijkt daarbij naar toekomstige ontwikkelingen als het digitale werken en kijkt ook over de grenzen van de provincie. En er is veel oog voor duurzaamheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid. De provincie wil een goede bereikbaarheid voor wonen, werken en recreëren en de mobiliteit daarbij afstemmen op de economische ontwikkelingen. Daarom zet Gelderland in op het beter gebruik van (internationale) corridors. Daarnaast wordt samen met de andere wegbeheerders in de stedelijke gebieden aan een beter gebruik van de infrastructuur gewerkt om files te voorkomen, de doorstroming te bevorderen en alternatieven voor de auto te bevorderen. De toegang tot bedrijventerreinen is ook een speerpunt van het provinciale beleid. Een andere ontwikkeling is de verschuiving van mobiliteitsvragen in het landelijk gebied door krimp en vergrijzing. Hier moet de aansluiting met de stedelijke gebieden gewaarborgd blijven.

In het "Koersdocument Duurzame Mobiliteit" uit 2018 heeft Provincie Gelderland uitgewerkt hoe het 24

"Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

Chw Drielse Rijndijk 107

mobiliteitssysteem binnen de Provincie zich moet ontwikkelen naar een volledig klimaatneutraal systeem in 2050. Electrificatie van het voertuigpark, zowel openbaar vervoer als particulier personen- en goederenvervoer en bevordering van fietsgebruik zijn sleuelbegrippen in dit proces. 3.6.1.3 Gemeentelijk beleid De gemeente Arnhem heeft haar verkeersbeleid op hoofdlijnen verwoord in de Structuurvisie Arnhem 2020-2040 (vastgesteld 2012). Voor mobiliteit biedt het structuurplan een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief. Arnhem streeft naar een duurzame bereikbaarheid in een aantrekkelijke en veilige stad. Vooral in de bestaande stad geldt daarbij het principe: eerst de bestaande verkeersruimte beter benutten en pas daarna zoeken naar mogelijkheden tot uitbreiding van de (auto)verkeersruimte. De inzet van slim ruimtegebruik, voor versterking van fiets en openbaar vervoer, aangevuld met spitsmijdende maatregelen moet Arnhem de komende jaren bereikbaar houden. Fiets Het beleidsplan fietsverkeer 'Nieuwe verbindingen, nieuwe fietsers' uit 2013 is een uitwerking van de inzet voor versterking van het fietsgebruik. Inzet is de bestaande fietser beter faciliteren maar vooral automobilisten verleiden meer te fietsen.

Uitgangspunten voor deze beleidsnota zijn: nadruk op utilitair fietsgebruik (de ritten naar werk, school en voorzieningen); inzetten op de nieuwe fietser, dat is de fietser die nu nog in de auto zit; aanleggen van kortsluitende verbindingen; aanleggen van hoogwaardige doorgaande verbindingen (snelfietsroutes); hoogwaardige stallingsvoorzieningen (belangrijk bij ketenverplaatsingen). De bestaande fietser heeft vooral behoefte aan een samenhangend fietsnetwerk, veiligheid, comfort, snelheid en stallingsvoorzieningen. Om de nieuwe fietser te verleiden zullen we vooral moeten inzetten op de aanleg van nieuwe verbindingen. De opkomst van de elektrische fiets helpt hierbij. Openbaar vervoer De Arnhemse beleidsnota openbaar vervoer 'De reiziger centraal' (2014) heeft als doel het in stand houden van betaalbaar en kwalitatief goed openbaar vervoer en het doorgroeien naar emissieloos openbaar vervoer. Het openbaar vervoer wordt toekomstvast door een kwaliteitsslag met als maatregelen: een hoogwaardig openbaar vervoernetwerk; de reiziger centraal stellen; een mobiliteit bieden voor iedereen; een emissieloos openbaar vervoer. Parkeren Voor het onderdeel parkeren gelden beleidsregels en Arnhemse parkeernormen. Deze zijn opgenomen in de Beleidsregels parkeren Arnhem 2022. 3.6.2

Plangebied

Verkeer Het perceel zal ontsloten blijven via de bestaande inrit, die aansluit op de Drielse Rijndijk. De inrit zal gesplitst worden, zodat naar elke woning een aparte weg leidt. De inrit loopt door tot de nieuw aan te leggen erven rondom de woningen. Aan de hand van CROW-publicatie 381 is een inschatting van de te verwachte toename van de verkeersgeneratie te maken. Voor een vrijstaand koophuis in het buitengebied geldt het maximale kengetal van 8,6 verkeersbewegingen per etmaal. Afgerond zullen er dus 9 verkeersbewegingen per dag extra plaatsvinden. Deze toename is eenvoudig op te vangen in het heersende verkeersbeeld van de Drielse Rijndijk. Bovendien leidt het plan definitief tot het vervallen van de verkeersbewegingen die de agrarische bedrijfslocatie in het plangebied hoorden. Parkeren Dit plan voorziet in een nieuwe vrijstaande woning. Op basis van de beleidsregel parkeernormen 2022 van de gemeente Arnhem geldt voor een vrijstaande woning een parkeernorm van 1,8 parkeerplaatsen. Zoals op de inrichtingstekening in paragraaf 5.4 te zien is, is op de erven bij beide woningen ruimte om minimaal 2 auto's te parkeren. Er wordt dus aan de parkeernorm voldaan.

"Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

25

Chw Drielse Rijndijk 107

26

"Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

Chw Drielse Rijndijk 107

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Inleiding

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de verschillende milieu- en omgevingsaspecten onderbouwd.

4.2

Geluid

4.2.1

Algemeen

Wet geluidhinder De Wet geluidhinder heeft tot doel de mens te beschermen tegen geluidhinder. Dit is in de wet uitgewerkt in een normenstelsel voor de toelaatbare geluidbelasting in de woonomgeving. Alleen planologisch nieuwe situaties worden getoetst aan de wet. Daarbij moet er akoestisch onderzoek plaatsvinden naar de gevolgen daarvan voor geluidgevoelige objecten. Naast woningen zijn er nog een aantal andere geluidgevoelige objecten aangewezen zoals scholen en zorginstellingen. In de wet staan regels voor weg- en railverkeerslawaai en voor gezoneerde industrieterreinen. De wet werkt verder met zones: dit zijn aandachtsgebieden rond geluidbronnen waarbinnen regels en normen gelden om de negatieve gevolgen van geluidhinder te beperken. Het wettelijk normenstelsel kent voorts voorkeurswaarden en grenswaarden. Als de geluidbelasting beneden de voorkeurswaarde blijft dan zijn er wettelijk geen belemmeringen voor nieuwe geluidgevoelige situaties. Bij een geluidbelasting tussen de voorkeurswaarde en de grenswaarde moet er een gemotiveerd besluit genomen worden om nieuwe geluidgevoelige ontwikkelingen mogelijk te maken (hogere waarde). Voor het verlenen van een hogere waarde is de nota 'uitvoeringsbeleid hogere grenswaarde' van de gemeente Arnhem van toepassing.

Beleidsplan Geluid Het beleidsplan Geluid heeft tot doel geluidsnormen voor nieuwe situaties af te stemmen op de aard en de functie van een gebied. Hierdoor kan beter rekening gehouden worden met ontwikkelingen en verwachting van de gebruikers van een gebied. In het centrum en dichtbij goed openbaar vervoer wil de gemeente Arnhem veel functies mogelijk maken. Als gebieden intensiever gebruikt worden neemt de kans op geluidhinder ook toe. Andere gebieden zoals de parken worden juist gewaardeerd om hun relatieve rust. Deze uitgangspunten hebben geleid tot een gebiedsgerichte invulling van geluidskwaliteiten binnen Arnhem. Naarmate de geluidbelasting hoger is neemt het belang van een zorgvuldige invulling van de totale leefomgevingskwaliteit toe. Vanwege de dominante woonfunctie in de stadswijken is de na te streven milieubelasting laag. Alleen aan de randen van de stadswijken, waar deze grenzen aan verkeerswegen, wordt een hogere geluidsbelasting toegestaan (-1, onrustig (48 db tot 53 dB) tot –2, zeer onrustig (53 dB tot 58 dB)).

"Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

27

Chw Drielse Rijndijk 107

4.2.2

Situatie plangebied

Dit plan voorziet in een nieuwe, geluidgevoelige functie: de nieuwe woning. Ondanks dat de nieuwe woning binnen de geluidzone van de Drielse Rijndijk geprojecteerd is, is deze weg geen drukke, doorgaande weg. De afstand tussen de weg en de nieuwe woning bedraagt 60 meter. De Drielse Rijndijk is vooral aan te merken als een erftoegangsweg, die voornamelijk gebruikt wordt door de bewoners van de percelen langs deze weg, en niet voor doorgaand verkeer. De gemeente Arnhem heeft via icinity (het rekenmodel op basis van RVMK-gegevens) gekeken naar de geluidbelasting rond de Drielse Rijndijk. Hieronder is daar een uitsnede van weergeven. In de rode contour is de nieuwe woning weergeven. De woning ligt binnen de 43-48 dB-contour. Dit valt binnen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Een akoestisch onderzoek is daarom niet nodig. De bestaande woning ligt binnen de 48-53 dB-contour. Dit is echter een bestaande geluidgevoelige functie. Voor deze woning is dus geen specifiek onderzoek nodig.

Uitsnede geluidskaart icinity met in het rood de locatie van de nieuwe woning geprojecteerd 4.2.3

Conclusie

Het bepaalde in de Wet geluidhinder en het industrielawaai vormt geen belemmering voor dit plan.

4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1

Algemeen

De Europese richtlijnen voor luchtkwaliteit zijn geïmplementeerd in titel 5.2 van de Wet Milieubeheer. Het doel van deze wetgeving is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. De wet is primair gericht op het voorkomen van negatieve effecten op de gezondheid van de mens. Daarnaast zijn er voor de stoffen zwaveldioxide en stikstofoxiden ook normen opgenomen ter bescherming van ecosystemen. Voor het toetsen van ruimtelijke plannen zijn de volgende grenswaarden het meest relevant: PM10 (fijnstof) 1. de jaargemiddelde concentratie van 40 µg PM10/m3 mag niet worden overschreden; 2. de 24 uursgemiddelde concentratie van 50 µg PM10/m3 mag niet vaker dan 35 keer per jaar worden 28

"Chw Drielse Rijndijk 107" (vastgesteld)

Chw Drielse Rijndijk 107

overschreden; NO2 (stikstofdioxide) 1. de jaargemiddelde concentratie van 40 µg NO2/m3 mag niet worden overschreden; 2. de uurgemiddelde concentratie van 200 µg NO2/m3 mag niet vaker dan 18 keer per jaar worden overschreden. Voor de overige stoffen worden in Nederland geen overschrijdingen gerapporteerd. In de op de Wet milieubeheer gebaseerde algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) zijn regels vastgelegd waaronder projecten (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die niet in betekenende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit, zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit, toch doorgang kunnen vinden. De grens ligt bij een toename van maximaal 3%. Om te voorkomen dat in gebieden waar (nog) grenswaarden worden overschreden of dreigen overschreden te worden, een verslechtering van de luchtkwaliteit plaatsvindt, kunnen bij ministeriële regeling bepaalde gebieden en bepaalde broncategorieën worden aangewezen waarbinnen geen gebruik kan worden gemaakt van de NIBM-regeling. 4.3.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=dadc545f-5914-49cc-89e3-c1336e5fc5db